5CB28010 - Koelkast BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 5CB28010 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5CB28010 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5CB28010 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING 5CB28010 BLAUPUNKT
- Les données mentionnées se rapportent aux conditions environnementales spécifiées dans la norme d’essai. Par conséquent, il peut arriver que les valeurs de votre propre foyer s’écartent des données mentionnées.Pagina 80 Inhoudsopgave Levering…………………………………………81 Verpakkingstips………………………………81 Leveringsomvang…………………………….81 Levering controleren…………………………81 Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen………………………… p. 82
- Voor uw veiligheid p. 83
- Beoogd gebruik…………………………… p. 83
- Verklaring van de begrippen……………….83 Veiligheidsaanwijzingen…………………….83 Bediening p. 88
- Voorwaarden voor een veilig gebruik p. 88
- Apparaat in- en uitschakelen p. 88
- Opbergvakken en deurvakken p. 88
- Temperatuur instellen p. 88
- Voedingsmiddelen koelen p. 90
- Tips voor het koelen p. 90
- Kwaliteit behouden p. 90
- Voedingsmiddelen invriezen / Diepvriesproducten opslaan p. 91
- Invriezen p. 92
- Diepvriesproducten opslaan p. 93
- Levensmiddelen ontdooien p. 93
- IJsblokjes maken p. 93
- Verzorging en onderhoud p. 94
- Deurafdichtingen controleren en reinigen… p. 94
- Koelgedeelte reinigen p. 94
- Koelgedeelte ontdooien p. 95
- Vriesgedeelte ontdooien en reinigen p. 95
- Inbedrijfstelling p. 96
- Vervoeren en uitpakken p. 96
- Geschikte opstellingsplaats kiezen p. 97
- Installatie p. 98
- Basisreiniging……………………………….100 Apparaat in bedrijf nemen………………….100 Deuraanslag wisselen p. 101
- Foutopsporingstabel p. 103
- Onze service p. 236
- Advies, bestelling en klachten p. 236
- Reparaties en reserveonderdelen p. 236
- Milieubescherming p. 104
- Apparaat afvoeren p. 104
- Onze bijdrage aan de bescherming van de ozonlaag…………………………………… p. 104
- Gegevensblad……………………………… Informatie voor de inbouw en inbedrijfstelling vindt u vanaf pagina 96. Lees voor u het apparaat gebruikt eerst de veiligheidsaanwijzingen en de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Alleen zo kunt u alle functies veilig en betrouwbaar gebruiken. Let absoluut ook op de nationale voorschriften in uw land, die naast de in deze handleiding genoemde voorschriften geldig zijn. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik. Geef alle veiligheidsaanwijzingen en - instructies door aan de volgende gebruiker van het product.Levering Pagina 81 Levering Leveringsomvang 1× inbouw koel-vriescombinatie koelgedeelte: 3× glasplaat 2× glasplaat als afdekking voor de fruit-/groenteladen 2× fruit-/groentelade 3× deurvak Vriesgedeelte: 2× grote lade 1× kleine lade 1× eierrekje 1× ijsblokjeshouder 1× reinigingsstaafjes 1× gebruiksaanwijzing div. montagemateriaal (zie „Delen voor de inbouw“ op pagina 98) Verpakkingstips Als uw ruimtelijke omstandigheden het toestaan, adviseren wij u, de verpakking ten minste tijdens de garantieperiode te bewaren. Als het apparaat voor reparatie moet worden ingestuurd, is het alleen in de originele verpakking voldoende beschermd. Als u de verpakking wilt weggooien, dient u deze op een milieuvriendelijke manier af te voeren. Levering controleren p. 105
1. Vervoer het apparaat naar een geschikte
opstellingsplaats en pak het uit (zie „Inbedrijfstelling“ op pagina 96).
2. Controleer, of de levering volledig is.
3. Controleer, of het apparaat
transportschade vertoont.
4. Als de levering onvolledig is of het
apparaat transportschade vertoont, neemt u contact op met onze service (zie „Onze service" op pagina 236). WAARSCHUWING! Neem nooit een beschadigd apparaat in bedrijf.Pagina 82 Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen (6) (6) (6) (1) Adjust: Kort indrukken: Temperatuur in het koelgedeelte instellen. 5 sec. lang ingedrukt houden: Apparaat in-/uitschakelen. (2) Temperatuurweergave in het koelgedeelte (3) Super: Temperatuur in het vriesgedeelte verder verlagen (4) Smart: Automatisch bedrijf (5) Mode: „Super“ of „Smart“ instellen (6) Deurvakken (7) Bedieningselement en koelruimteverlichting (8) Diepvriesladen (9) Groenteladen (10) Glasplaten (1) (2) (3) (4) Smart Super
Adjust Mode (5) (10) (9) (8)Voor uw veiligheid Pagina 83 Voor uw veiligheid Beoogd gebruik Het apparaat is geschikt voor het koelen van verse levensmiddelen, voor het opslaan van gangbare diepvriesproducten, voor het invriezen van verse levensmiddelen op kamertemperatuur en voor de bereiding van ijs. Het mag alleen worden gebruikt, wanneer het correct in een geschikt inbouwmeubel is ingebouwd. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in het particuliere huishouden. Gebruik het apparaat uitsluitend zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven. Elk ander gebruik geldt als niet beoogd en kan tot materiële schade of zelfs persoonlijke letsel leiden. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door niet beoogd gebruik. Verklaring van de begrippen De volgende signaalbegrippen vindt u in deze gebruiksaanwijzing. Dit signaalbegrip betekent een gevaar met een gemiddeld risico dat, wanneer dit niet wordt vermeden, de dood of een zware verwonding tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIG Dit signaalbegrip duidt op een gevaar met een laag risiconiveau, dat, wanneer het niet wordt vermeden, een geringe of matige verwonding tot gevolg kan hebben. AANWIJZING Dit signaalbegrip waarschuwt voor mogelijke materiële schade. Dit symbool verwijst naar nut- tige aanvullende informatie. Veiligheidsaanwijzingen In dit hoofdstuk vindt u algemene veiligheidsaanwijzingen, die u voor uw eigen bescherming en ter bescherming van derden steeds in acht moet nemen. Let ook op de waarschuwingen in de afzonderlijke hoofdstukken over bediening, opbouw enz. WAARSCHUWING Risico's in de omgang met elektrische huishoudelijke apparaten gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van spanningvoerende delen kan tot zware verwondingen of tot de dood leiden.
Apparaat alleen binnen gebruiken. Niet in vochtige ruimtes of in de regen gebruiken.
Apparaat niet in bedrijf nemen of verder gebruiken, wanneer het
zichtbare schade vertoont, bijv. de aansluitkabel defect is, WAARSCHUWINGVoor uw veiligheid Pagina 84
rook ontwikkelt of verbrand ruikt,
ongewone geluiden produceert. In zo'n geval stekker uit het
Wanneer het netsnoer van het apparaat beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn klantenservice of een gekwalificeerde vakman worden vervangen.
Ingrepen en reparaties aan het apparaat mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerde vakmensen (zie „Onze service“ op pagina 236). Wanneer eigenhandig reparaties aan het apparaat worden uitgevoerd, kunnen materiële schade en persoonlijk letsel ontstaan en de aansprakelijkheid en garantieaanspraken vervallen. Nooit proberen, het defecte – of vermoedelijk defecte – apparaat zelf te repareren.
Bij reparaties mogen uitsluitend onderdelen worden gebruikt, die overeenkomen met de originele apparaatgegevens. In dit apparaat bevinden zich elektrische en mechanische onderdelen, die ter bescherming tegen gevarenbronnen noodzakelijk zijn.
Het apparaat komt overeen met de beschermingsklasse 1 en mag alleen worden aangesloten op een stopcontact met correct geïnstalleerde aardleiding. De aansluiting op een verdeeldoos, een meervoudig stopcontact, een tijdschakelaar of een separaa
afstandsbedieningssysteem voor bewaking en stopcontact trekken resp. zekering uitschakelen en onze contact opnemen met onze service (zie „Onze service“ op pagina 236). besturing op afstand is ontoelaatbaar.
Indien de netstekker na de inbouw niet meer toegankelijk is, moet een alpolige Scheidingsinrichting conform overspanningscategorie III in de huisinstallatie met ten minste 3 mm contactafstand voorgeschakeld zijn; hieronder vallen zekeringen, aardlekschakelaar en relais.
Netsnoer niet knikken of klemmen en niet over scherpe randen leggen.
Apparaat, netstekker en netsnoer uit de buurt van open vuur en hete oppervlakken houden.
Altijd aan de netstekker zelf niet aan het netsnoer vastpakken.
Stekker nooit met vochtige handen vastpakken.
Netsnoer en stekker nooit in water of andere vloeistoffen dompelen.
Geen voorwerpen in of door de behuizingsopeningen steken en ervoor zorgen, dat ook kinderen geen voorwerpen kunnen insteken.
In het geval van storing net als voor omvangrijke reinigingswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen. Risico's voor kinderen Verstikkingsgevaar!
Kinderen niet met de verpakkingsfolie laten spelen.Voor uw veiligheid Pagina 85 Ze kunnen zich daarin verstrikt raken of stikken.
Voorkom dat kinderen kleine onderdelen van het apparaat verwijderen of uit de accessoirezak nemen en in de mond steken. Risico's in de omgang met chemische stoffen explosiegevaar! Ondeskundige omgang met chemische stoffen kan tot explosies leiden. Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels tot explosie kunnen brengen.
Voor het ontdooien in geen geval ontdooisprays gebruiken. Ze kunnen explosieve gassen vormen. VOORZICHTIG Risico's voor bepaalde personengroepen Gevaren voor kinderen en personen met beperkt psychische, sensorische of geestelijke capaciteiten!
Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde psychische, sensorische of mentale vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt, indien ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen voor een veilig gebruik en de daaruit voortvloeiende gevaren hebben begrepen.
Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht zijn.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Risico's in de omgang met koel- en vriesapparaten Brandgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot een brand en materiële schade.
Om voldoende luchtcirculatie te waarborgen, ventilatieopeningen in de apparaatbehuizing of in de inbouwruimte niet afsluiten.
Minimale afmetingen van de inbouwkast aanhouden (zie „Installatie“ op pagina 98). Gevaren door koelmiddel! In het koelmiddel-circulatie van uw apparaat bevindt zich het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a (Iso- butaan).
Mechanische ingrepen in het koelsysteem zijn alleen toegestaan door geautoriseerde vakkrachten.
Het koelcircuit niet beschadigen, bijv. door doorboren van de koelkanalen van de verdamper met scherpe voorwerpen, knikken van buisleidingen enz.
Uitspattend koelmiddel is brandbaar en kan leiden tot oogschade. In dit geval de ogen onder helder water spoelen en onmiddellijk een arts consulteren.
Om te voorkomen dat in het geval van een lekkage van het koelmiddelcircuit een ontbrandbaar gas- lucht- mengsel kan ontstaan, moet de opstellingsruimte conform norm EN 378 een minimale afmetingVoor uw veiligheid Pagina 86 hebben van 1 m3 per 8 g koelmiddel. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het gegevensblad (zie „Gegevensblad“ op pagina 105). Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen.
Het apparaat is zwaar en onhandelbaar. Bij transport en inbouw de hulp van een andere persoon vragen.
Sokkel, laden, deuren enz. niet als treeplank of ondersteuning gebruiken. Gezondheidsrisico's! Door verkeerde hantering, ontoereikende koeling of overdekking kunnen de opgeslagen levensmiddelen bederven. Bij consumptie bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging!
Vooral rauw vlees en vis voldoende verpakken, zodat ernaast liggende levensmiddelen niet worden besmet met salmonella e.d.
De door de levensmiddelproducenten aanbevolen bewaartijden aanhouden.
Erop letten, dat de bewaartijd van de diepvriesproducten op grond van een temperatuurstijging in het apparaat kan verkorten (ontdooien, reinigen of stroomuitval).
De bewaarde diepvriesproducten – ook bij een tijdelijke uitschakeling – uit het apparaat nemen en in een voldoende koele ruimte of een ander koelapparaat opslaan.
Ontdooide levensmiddelen niet weer invriezen, maar meteen verbruiken.
Na een eventuele stroomuitval controleren, of de opgeslagen levensmiddelen nog eetbaar zijn. Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan tot een temperatuurstijging in het interieur komen.
Beoogde omgevingstemperatuur aanhouden (zie regel "Klimaatklasse" op pagina 105). Verwondingsgevaar door diepvriesproducten! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen. Er bestaat verbrandingsgevaar door lage temperaturen.
De levensmiddelen en de binnenwanden van het vriesgedeelte hebben een zeer lage temperatuur. Nooit met natte handen aanraken. Dit kan leiden tot huidverwondingen. Ook bij droge huid zijn huidbeschadigingen mogelijk.
IJsblokjes of ijslolly 's niet direct uit het vriesgedeelte in de mond nemen. AANWIJZING Gevaar van materiële schade! Wanneer de koelkast liggend is vervoerd, kan smeermiddel uit de compressor in het koelcircuit zijn gekomen.
De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.
Na het transport de koelkastVoor uw veiligheid Pagina 87 voor het aansluiten ca. 2 uur in zijn normalen positie laten staan. Daardoor heeft het smeermiddel voldoende tijd, om in de compressor terug te vloeien. Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot materiële schade.
Geen glazen of metalen containers met vloeistof in het vriesgedeelte opslaan. Containers kunnen barsten.
Apparaat niet aan de deuren of deurgrepen trekken of tillen.
Bij het uitpakken geen scherpe of puntige voorwerpen gebruiken.
Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken, die niet overeenkomen met het door de fabrikant aanbevolen type.
Geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen.
Alleen originele toebehoren gebruiken.
Na het uitschakelen 5 minuten wachten, voor u het apparaat opnieuw inschakelt.
Om de geur te verwijderen die alle nieuwe apparatuur heeft, veegt u de binnenkant af met lauw azijnwater.
Koelkastverlichting uitsluitend gebruiken voor de verlichting van het koelgedeelte. Deze is niet geschikt voor de verlichting van een ruimte.
Voor het versnellen van het ontdooiingsproces geen extra middel gebruiken, zoals bijv. elektrische verwarmingsapparaten, messen of apparaten met open vlam (bijv. kaarsen, soldeerbranders enz.). De warmte-isolatie en het binnenreservoir zijn kras- en hitte-gevoelig en kunnen worden beschadigd.
Bij het reinigen in acht nemen:
In geen geval agressieve, korrelige, soda-, zuur- of op oplosmiddelhoudende of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. Aan te raden zijn allesreinigers met een neutralen pH-waarde.
Deurafdichtingen en delen van het apparaat van kunststof zijn gevoelig voor olie en vet. Verontreinigingen zo snel mogelijk verwijderen.
Alleen zachte doeken gebruiken.Pagina 88 Bediening Bediening Voorwaarden voor een veilig gebruik – U hebt het hoofdstuk „Voor uw veiligheid“ op pagina 5 gelezen en alle veiligheidsinstructies begrepen. – Het apparaat is ingebouwd en aangesloten zoals in het hoofdstuk „Inbedrijfstelling“ op pagina 96 beschreven. Apparaat in- en uitschakelen Zodra u de stekker in het stopcontact hebt gestoken, is het apparaat ingeschakeld. Maakt het apparaat na het inschakelen storende geluiden, controleert u de stevige stand en de correcte inbouw. Om het apparaat uit- en in te schakelen, houdt u de knop adjust (1) 5 seconden lang ingedrukt. Opbergvakken en deurvakken De glazen platen en deurvakken laten zich uitnemen en indien nodig anders indelen.
- De deurvakken voor het uitnemen achter iets optillen.
- De deurvakken naar boven uitnemen. Temperatuur instellen VOORZICHTIG Gevaar voor de gezondheid! Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan tot een temperatuurstijging in het koel- en vriesgedeelte komen.
Altijd de voorgeschreven omgevingstemperatuur aanhouden (zie "klimaatklasse" op pagina 105).Bediening Pagina 89 Mode Adjust Super
Temperatuur in het koelgedeelte instellen Om de koelcapaciteit te kunnen controleren, hebt u idealerwijze 2 koel-/ vries-thermometers nodig. Plaats er één – boven de bovenste groentelade in het koelgedeelte; de juiste temperatuur bedraagt +6 °C. – in het vriesgedeelte; de ideale bewaartemperatuur bedraagt min. -
°C. Handmatige temperatuurinstelling Automatische temperatuurinstelling – Druk de knop Mode (5) zo vaak, tot de indicatie Smart (4) brandt. De temperatuurinstelling gebeurt nu automatisch. De momenteel ingestelde temperatuur kunt u van het display (2) aflezen. Temperatuur in het vriesgedeelte instellen De temperatuur in het vriesgedeelte wordt automatisch op -18 °C gehouden.
- Door herhaald drukken van de knop Adjust (1) kunt u de temperatuur voor het koelgedeelte instellen. Door de temperatuurweergave (2) wordt de gekozen instelling weergegeven. – Alleen indicatie 1 brandt: zwakste koeling. – Indicaties 1-5 branden: sterkste koeling.
- Pas de instelling van de omgevingstemperatuur aan. Kies eerst een gemiddelde instelling en regel dan eventueel na.
- Om de temperatuur verder te verlagen
drukt u de knop Mode (5) zo vaak, tot de indicatie Super (3) brandt. De temperatuur in het vriesgedeelte wordt daardoor verder verlaagd en u creëert een koudereserve, wanneer u grotere hoeveelheden verse producten wilt invriezen.
- Om de Super-instelling weer uit te schakelen, drukt u de knop Mode (5) zo vaak, tot de indicatie Super (3) niet meer brandt. De Super-instelling blijft maximaal 54 uur geactiveerd. Daarna schakelt deze automatisch uit. Adjust
1 2 3 4 5Pagina 90 Voedingsmiddelen koelen Voedingsmiddelen koelen WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot explosies.
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels tot explosie kunnen brengen. Tips voor het koelen (6) (6) 10) 10) 10) (6) (9)
- Vul het koelgedeelte zo, dat het de temperatuursomstandigheden binnenin optimaal benut: – Plaats smeerbare boter en kaas in het bovenste deurvak (6). Daar is de temperatuur het hoogst. – Bewaar conserven, glazen en eieren in de andere deurvakken. De eieren kunt u het best op het meegeleverde eierrekje leggen. – Kleine flessen en tubes horen ook in de deurvakken. – Plaats drankkartons en flessen in het onderste deurvak. Plaats volle pakken dichter bij het scharnier, om de belasting van de deur te verminderen. – Plaatsen gekookt en gebakken voedsel op de glazen platen (10). – Plaats vers vlees, wild, gevleugelte, spek, worst en rauwe vis op de glasplaat boven de bovenste groentelade. Daar is de temperatuur het laagst. – Plaats vers fruit en groente in de groenteladen.
- Bewaar drank met een hoog percentage alcohol alleen staand en goed afgesloten.
- Laat warme levensmiddelen afkoelen, voor u ze in het koelgedeelte zet.
- De temperaturen in het apparaat en daarmee het energieverbruik kunnen oplopen, – als de deuren vaak of langer worden geopend. – als de voorgeschreven ruimtemperatuur wordt over- of onderschreden.
- Het energieverbruik is ook afhankelijk van de gekozen opstellingsplaats (nadere informatie zie pagina 97). Kwaliteit behouden
- Om te zorgen dat aroma en frisheid van de voedingsmiddelen in het koelgedeelte behouden blijven, legt of zet u alle te koelen levensmiddelen alleen verpakt in het koelgedeelte. Gebruik speciale kunststofbakken voor levensmiddelen of gangbare foliën.
- Leg de levensmiddelen – zo in het koelgedeelte, dat de lucht vrij kan circuleren. Dek de vakken niet met papier o.i.d. af. – niet direct tegen de achterwand. Ze kunnen anders aan de achterwand vastvriezen.Voedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Pagina 91 Voedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot een explosie.
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels tot explosie kunnen brengen. VOORZICHTIG Gevaar voor de gezondheid! Door verkeerde hantering, ontoereikende koeling of overdekking kunnen de opgeslagen levensmiddelen bederven. Bij consumptie bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging!
Vooral rauw vlees en vis voldoende verpakken, zodat ernaast liggende levensmiddelen niet worden besmet met salmonella e.d.
De door de levensmiddelproducenten aanbevolen bewaartijden aanhouden. Erop letten, dat de bewaartijd van de diepvriesproducten op grond van een temperatuurstijging in het apparaat kan verkorten (ontdooien, reinigen of stroomuitval).
Bij een langere stroomuitval of een storing aan het apparaat de opgeslagen diepvriesproducten uit het apparaat halen en in een voldoende koele ruimte of een ander koelapparaat opslaan (max. opslagtijd bij storing: 16 uur).
Na een storing controleren, of de opgeslagen levensmiddelen nog eetbaar zijn. Ontdooide levensmiddelen niet weer invriezen, maar meteen verbruiken. VOORZICHTIG Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen. Verbrandingsgevaar door lage temperaturen.
De levensmiddelen en de binnenwanden van het vriesgedeelte hebben een zeer lage temperatuur. Nooit met natte handen aanraken. Dit kan leiden tot huidverwondingen. Ook bij droge huid zijn huidbeschadigingen mogelijk.
IJsblokjes of ijslolly's voor consumptie iets laten ontdooien, niet direct uit het vriesgedeelte in de mond nemen.Pagina 92 Voedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Invriezen Invriezen betekent, verse, kamerwarme levensmiddelen zo snel mogelijk – bij voorkeur „abrupt“ – tot in de kern te bevriezen. Bij te langzaam koelen „bevriezen“ de levensmiddelen, d.w.z. de structuur wordt vernietigd. Een gelijkmatige opslagtemperatuur van –18 °C bevordert het behoud van consistentie, smaak en voedingswaarde. Levensmiddelen voorbereiden
- Vries alleen kwalitatief in perfecte staat verkerende levensmiddelen in.
- Vries de verse en bereide gerechten ongezouten en ongekruid in. Ongezouten ingevroren levensmiddelen hebben een langere houdbaarheid.
- Laat bereide levensmiddelen afkoelen, voor u ze invriest. Dat bespaart niet alleen energie, maar vermijdt ook overmatige rijpvorming in het vriesgedeelte.
- Koolzuurhoudende dranken zijn niet geschikt om in te vriezen, omdat het koolzuur bij het invriezen ontsnapt. De geschikte verpakking Bij het invriezen is de verpakking belangrijk. Deze moet beschermen tegen oxidatie, tegen het binnendringen van microben, tegen de overdracht van geur- en smaakstoffen en uitdrogen (vriesbrand).
- Gebruik alleen verpakkingsmateriaal, dat resistent, lucht-
vloeistofondoorlatend, niet te stijf en te beschrijven is. Het moet worden aangemerkt als diepvriesverpakking. Het portioneren
- Zo mogelijk vlakke porties vormen, deze vriezen sneller tot in de kern door.
- Lucht uit de diepvrieszak strijken, want bevordert het uitdrogen en neemt plaats weg.
- Voor het afsluiten plastic clips, elastieken of plakband gebruiken.
- Vloeistofcontainer max. tot ¾ vullen, want bij het bevriezen zet vloeistof uit.
- Geen glazen of metalen containers met vloeistof opslaan. Reservoir kan barsten.
- Drank met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten invriezen.
- Diepvriesproducten naar soort, hoeveelheid, invries- en vervaldatum markeren. Gebruik indien mogelij
wisvaste viltstift of plaketiketten. Zo vult u correct Maximale vriescapaciteit Houd de maximale vriescapaciteit aan. U vindt de vermelding „Vriescapaciteit in kg/24h“ in het informatieblad op pagina
Kleinere hoeveelheden invriezen
- tot 2 kg: Zodra de temperatuur in het vriesgedeelte op -18 °C ligt, kunt u verse, kamerwarme levensmiddelen invriezen.
- boven 2 kg: De verse goederen mogen niet in contact komen met de reed
opgeslagen diepvriesproducten, omdat deze anders kunnen ontdooien. Al
contact met de opgeslagen diepvriesproducten niet te vermijden is, adviseren wij, voor het invriezen van de verse goederen een koudereserve in het vriesgedeelte te creëren. Na het opslaan van de verse goederen stijgt de temperatuur in het vriesgedeelte kortstondig. Na nog eens 24 uur zijn de goederen tot in de kern bevrorenVoedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Pagina 93 Diepvriesproducten opslaan Op de weg van de fabrikant naar uw vriezer mag de vriesketen niet worden onderbroken. De temperatuur van de diepvriesgoederen moet steeds ten minste -18°C bedragen. Koop daarom geen goederen, die – in berijpte, sterk bevroren kisten liggen – boven het voorgeschreven markeringspunt zijn gestapeld – deels samengeklonterd zijn (vooral bij bessen en groente gemakkelijk vast te stellen) – sneeuw en sapsporen vertonen. Vervoer diepvriesproducten in speciale dozen van polystyreen of in diepvriestassen. Let bij de opslagvoorwaarden en -tijden op de verpakking Levensmiddelen ontdooien Let op volgende basisregels, wanneer u levensmiddelen ontdooit:
- Om levensmiddelen te ontdooien, neemt u ze uit het vriesgedeelte en laat ze bij voorkeur bij kamertemperatuur of in de koelkast ontdooien.
- Om levensmiddelen snel te ontdooien, gebruikt u bijv. de ontdooifunctie van uw magnetron. Let daarbij op d
gegevens van de producent en let erop, dat bacteriën en ziektekiemen zich op deze manier kunnen vermenigvuldigen.
- Bereid ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk.
- Gooi de dooivloeistof weg.
- Wanneer u slechts een deel van een verpakking wilt ontdooien, verwijdert u dit en sluit u de verpakking meteen weer. Daardoor voorkomt u „vriesbrand“ en vermindert de ijsvorming op de resterende levensmiddelen.
- Ontdooi vlees, gevogelte en vis altijd in de koelkast. Let erop, dat he
diepvriesgoed niet in de eigen dooivloeistof ligt. IJsblokjes maken
- Vul de meegeleverde ijsblokjeshouder voor ¾ met vers drinkwater en plaat
hem horizontaal in het vriesgedeelte. De ijsblokjes komen het best los, wanneer u de ijsblokjeshouder verdraait of even onder stromend water houdt.Pagina 94 Verzorging en onderhoud Verzorging en onderhoud WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van spanningvoerende delen kan tot zware verwondingen of tot de dood leiden.
Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen.
Bij het uittrekken van de stekker altijd de stekker zelf beetpakken, niet aan de kabel trekken. VOORZICHTIG Gevaren voor kinderen en personen met beperkt psychische, sensorische of geestelijke capaciteiten!
Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht zijn. AANWIJZING De oppervlakken en delen van het apparaat worden door ondeskundige behandeling beschadigd.
Nooit agressieve, soda-, zuur-, oplosmiddelhoudende- of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Deze tasten de kunststof oppervlakken aan. Aan te raden zijn allesreinigers met een neutralen pH-waarde.
Verzorgingsmiddel alleen voor de buitenoppervlakken gebruiken.
Deurafdichtingen en delen van het apparaat van kunststof zijn gevoelig voor olie en vet. Verontreinigingen zo snel mogelijk verwijderen.
Alleen zachte doeken gebruiken. Deurafdichtingen controleren De deurafdichtingen moeten regelmatig worden gecontroleerd, zodat geen warme lucht in het apparaat binnendringt.
1. Klem ter controle op verschillende
plaatsen een dunne strook papier. Het papier moet zich op alle plaatsen even zwaar laten doortrekken.
2. Indien de afdichting niet overal
gelijkmatig aansluit: Verwarm de afdichting op de betreffende plaatsen voorzichtig met een haardroger en tre
ze met de vingers iets uit. Koelgedeelte reinigen
1. Trek de stekker uit resp. schakel de
2. Neem de koelproducten uit en plaats ze
in een koele ruimte.
3. Neem de groenteladen, de deurvakken
en de glasplaten uit en reinig alle delen in lauwwarm afwaswater. Droog daarna alles grondig af.
4. Veeg de binnenruimte met een licht
met afwaswater bevochtigde doek uit. Let erop, dat geen vloeistof in het bedieningselement en d
koelkastverlichting binnendringt.
5. Voeg bij het navegen een paar
druppels azijn toe aan het water, om schimmelvorming te voorkomen. Veeg de binnenruimte droog en laat de deur nog enige tijd open om te ventileren.
6. Maak de opening van de
dooiwaterafvoer schoon met behulp van het bijgevoegde reinigingsstaafje. De dooiwaterafvoer bevindt zich onder de onderste groentelade.
7. Reinig de deurafdichtingen alleen met
schoon water, deze is gevoelig voor olie en vet.Verzorging en onderhoud Pagina 95
8. Plaats de vakken en de laden weer
9. Leg de levensmiddelen terug in het
11. Stel de gewenste temperatuur resp.
de automatische modus (Smart) in. Het ontdooien van het koelgedeelte is niet noodzakelijk, want bij uw apparaat worden rijp en ijs automatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar buiten geleid, in een dooiwaterschaal boven de compressor verzameld en door de afvalwarm- te verdampt. Vriesgedeelte ontdooien en reinigen WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verbranding/explosie!
In geen geval ontdooisprays gebruiken. Die kunnen explosieve gassen vormen. AANWIJZING
Apparaat tijdig ontdooien, voor zich een ijs- en rijplaag va
meer dan 5 mm vormt. Bij een te sterke ijsvorming stijgt het stroomverbruik, de laden bewegen moeilijk en de deur sluit eventueel niet meer dicht af.
Voor het versnellen van de dooiprocedure geen andere middelen gebrui- ken dan door de fabrikant aanbevolen. Bijv. geen elektrische verwarmingstoestellen, mes of apparaten met open vlam zoals bijv. kaarsen gebruiken. De warmte-isolatie en de binnencontainer zijn kras- en hittegevoelig en kunnen smelten. Bij het reinigen in acht nemen:
In geen geval agressieve, korrelige, soda-, - of op oplosmiddelhoudende of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. Wij adviseren allesreinigers met een neutralen pH-waarde.
De deurafdichting is gevoelig voor olie en vet – het rubber wordt daardoor poreus en broos.
De oppervlakken worden door ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd. Verzorgingsmiddel alleen voor de buitenoppervlakken gebruiken.
Alleen zachte doeken gebruiken. Ontdooi het apparaat zo mogelijk in de winter, als de buitentemperatuur laag is. Dan kunt u de levensmiddelen tijdens het ontdooien op het balkon o.i.d. bewaren. Als alternatief kunt u de diepvriesproducten dik in krantenpapier wikkelen en in een koele ruimte of een diepvriestas opslaan.
Smart SuperPagina 96 Inbedrijfstelling
1. Creëer voor het ontdooien een
koudereserve, door in het vriesgedeelte de knop Mode (5) 3 uur op Super (3) te zetten.
2. Trek na deze tijd de stekker uit het
stopcontact resp. schakel de zekering uit.
3. Neem de levensmiddelen uit de
koelkast en de diepvriesproducten uit het vriesgedeelte.
4. Zorg ervoor, dat uw levensmiddelen
voldoende gekoeld blijven.
5. Haal de laden uit het vriesgedeelte. Wa
ze in warm afwaswater en droog ze daarna grondig af.
6. Plaats een kom met heet, niet kokend
water in het vriesgedeelte. Het ontdooien wordt daardoor versneld.
7. Laat de deur tijdens het ontdooie
geopend en leg een dweil voor het apparaat, om uitlopend dooiwater op t
vangen. De ontdooitijd hangt af van de dikte van de ijslaag. De ervaring leert dat na ca. 1 uur met het reinigen van het apparaat kan worden begonnen.
8. Veeg de binnenruimte met warm
afwaswater. Voeg bij het navegen een paar druppels azijn toe aan het water, om schimmelvorming te voorkomen.
9. Reinig de deurafdichtingen alleen met
schoon water, deze is gevoelig voor olie en vet.
10. Wrijf alles, inclusief de deurafdichting,
grondig droog en ventileer even door.
11. Plaats de laden weer en leg de
levensmiddelen terug in het koel- resp. vriesgedeelte.
13. Stel de gewenste temperatuur resp.
de automatische modus (Smart) in. Inbedrijfstelling Vervoeren en uitpakken WAARSCHUWING Verstikkingsgevaar!
Kinderen niet met de verpakkingsfolie laten spelen. Ze kunnen zich daarin verstrikt raken of stikken.
Voorkom dat kinderen kleine onderdelen van het apparaat verwijderen of uit de accessoirezak nemen en in de mond steken. VOORZICHTIG Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen.
Het apparaat is zwaar en onhandelbaar. Bij transport en inbouw de hulp van een andere persoon vragen.
Sokkel, laden, deuren enz. niet als treeplank of ondersteuning gebruiken.Inbedrijfstelling Pagina 97 VOORZICHTIG Gevaren door koelmiddel!
Het koelcircuit niet beschadigen, bijv. door doorboren van de koelkanalen van de verdamper met scherpe voorwerpen, knikken van buisleidingen enz.
Uitspattend koelmiddel is brandbaar en kan leiden tot oogschade. Spoel in dit geval de ogen onder helder water en consulteer onmiddellijk een arts. AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Ondeskundige omgang met het apparaat kan tot beschadigingen leiden.
De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.
Na het transport de koelkast voor het aansluiten ca. 2 uur in zijn normalen positie laten staan.
Voor het uitpakken geen scherpe of puntige voorwerpen gebruiken.
- Vervoer het apparaat met behulp van een steekwagen of een tweede persoon.
- Pak het apparaat uit en verwijder voorzichtig alle verpakkingsdelen, kunststofprofielen, plakstrips, beschermingsfolie en schuimpolster
binnen, buiten en op de achterkant van het apparaat. Geschikte opstellingsplaats kiezen AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan komen tot een temperatuurstijging in het interieur.
Zorg ervoor, dat de voorziene omgevingstemperatuur wordt aangehouden (zie „Klimaatklasse“ op pagina 105). Om te voorkomen dat in het geval van een lekkage van het koelmiddelcircuit een ontbrandbaar gas- lucht-mengsel kan ontstaan, moet de opstellingsruimte conform norm EN 378 een minimale afmeting hebben van 1 m³ per 8 g koelmiddel. Voor dit apparaat resulteert daaruit een minimale grootte van de ruimte van 8 m³. Goed geschikt zijn locaties, die droog, goed geventileerd en zo mogelijk koel zijn. Ongunstig zijn locaties met direct zonlicht of direct naast een oven, haard of radiator.Pagina 98 Inbedrijfstelling Installatie Delen voor de inbouw (18) 4× glijder voor bevestiging aan de deur van het apparaat (19 ) 4× afdekking voor glijders (18) (20 ) 4× sleeprail voor bevestiging aan de meubeldeur (21 ) 4× afdekking voor sleeprail (20) (22) 2× afdekking voor middenscharnier (23 ) 2× schroef lang (24 ) 27× schroef kort (25) 1× afdichtprofiel Inbouwkast en ventilatie De inbouwkast moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Inbouwmate
1036,5 mm 52 mm 671,5 mm 1770 - 1785 mm 1769 mm 1785 mmInbedrijfstelling Pagina 99 Apparaat inbouwen Controleer voor de inbouw, of de deuraanslag zich aan de correcte kant bevindt. Wissel de deuraanslag indien nodig (zie „Deuraanslag wisselen“ op pagina 102). U hebt voor de inbouw een kruiskopschroevendraaier PH2 nodig. rigeer zo nodig de positie van de koelkast.
meubeldeuren gelijktijdig. Markeer daarbij de optimale posities van de sleeprails op de binnenzijden van de meubeldeuren.
1. Schakel de zekering voor het voorziene
stopcontact uit. Steek dan de stekker in het stopcontact.
2. Schuif de koelkast langzaam en
voorzichtig in de inbouwkast. Let erop, dat de te openen zijde zich zo dicht mogelijk bij de kastwand bevindt.
3. In de buitenkanten van d
apparaatdeuren zijn gaten voorgeboord voor de bevestiging van de glijders (18). Schroef steeds 2 glijders per deur met behulp van de korte schroeven (24) aan de te openen zijden vast.
4. Schuif de sleeprails (20) in de glijders
(18). Sluit en open de meubeldeuren, om te controleren, of ze zich volledig en gemakkelijk laten sluiten. Cor-
6. Haal de sleeprails weer uit de glijders.
7. Schroef de sleeprails met behulp van
steeds 2 korte schroeven (24) aan de gemarkeerde posities aan de binnen- zijden van de meubeldeuren vast.
9. Schroef de glijders weer los en schuif
ze op de gemonteerde sleeprails.
10. Schroef de glijders weer aan de
12. Controleer, of de deuren zich
gemakkelijk laten openen en sluiten en of de koelkastdeuren dicht afsluiten. Stel indien nodig de stand van de koelkast en de positie van de glijder
(20) (24)Pagina 100 Inbedrijfstelling (24) (23)
13. Wanneer de deuren zich probleemloo
laten openen en sluiten, schroeft u de koelkast vast aan het inbouwmeubel. Gebruik daarvoor boven 3 korte schroeven (24) en onder de beide lange schroeven (23).
14. Druk bij geopende koelkastdeuren het
afdichtprofiel in de spleet tussen de koelkast en de inbouwkast. Basisreiniging Om de geur te verwijderen, die alle nieuwe apparaten hebben, reinigt u het apparaat, voor u het gebruikt (zie „Koelgedeelte reinigen“ op pagina
94) en (zie „Vriesgedeelte ontdooien
en reinigen“ op pagina 95). Apparaat in bedrijf nemen AANWIJZING Gevaar van materiële schade! Wanneer de koelkast liggend is vervoerd, kan smeermiddel uit de compressor in het koelcircuit zijn gekomen.
De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.
Na het transport de koelkast voor het inschakelen ca. 2 uur in zijn normalen positie laten staan. Daardoor heeft het smeermiddel voldoende tijd, om in de compressor terug te vloeien.
- Schakel de zekering voor het stopcontact waarop het apparaat is aangesloten in. Bij geopende deur is nu de binnenverlichting ingeschakeld.
- Alles wat belangrijk is voor de bediening vindt u vanaf pagina 88.
15. Schroef afsluitend ook de beide
bevestigingshoeken (27) tussen de bovenste en onderste deur met de inbouwkast. Gebruik hiervoor de korte schroeven (24). De inbouw is daarmee afgesloten. (25
(27)Deuraanslag wisselen Pagina 101 Deuraanslag wisselen U kunt indien nodig de deuraanslag van uw koelkast wisselen. Dit werk vereist enige handvaardigheid. Lees de volgende werkstappen volledig door, voor u met de werkzaamheden begint. U hebt de volgende gereedschappen nodig: – Kruiskopschroevendraaier PH2 – Moersleutel 8 mm
1. Verzeker, dat het apparaat niet op het
stroomnet is aangesloten.
(27) en schroef deze op de tegenoverliggende zijde weer vast.
7. Neem de deur van het vriesgedeelte
Demonteer de bovenste scharnierplaat. Gebruik voor het uitdraaien van de schroeven een 8 mm moersleutel of een kruiskopschroevendraaier.
Neem de deur van het koelgedeelte uit.
8. Zet de onderste scharnierpen
(28) om. Let erop, dat u ook de opnamehuls (29) voor de scharnierpen mee omzet.
9. Plaats de deur van het vriesgedeelte
terug en sluit deze.
Demonteer het middenscharnier (26).
10. Monteer het middenscharnier (26) weer
op de tegenoverliggende zijde. (26) (27
(26)Pagina 102 Deuraanslag wisselen
11. Plaats de deur van het koelgedeelte
terug en sluit deze.
12. Monteer de bovenste scharnierplaat
weer. De deuraanslagwisseling is daarmee afgesloten.Foutopsporingstabel Pagina 103 Foutopsporingstabel Bij alle elektrische apparaten kunnen storingen optreden. Daarbij hoeft er geen sprake te zijn van een defect aan het apparaat. Controleer daarom aan de hand van de tabel, of u de storing kunt verhelpen. WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken bij ondeskundige reparaties! Nooit proberen, het defecte – of vermoedelijk defecte – apparaat zelf te repareren. U kunt uzelf en latere gebruikers in gevaar brengen. Alleen geautoriseerde vakkrachten mogen deze reparaties uitvoeren. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossingen, tips, toelichtingen Compressor uit, binnenverlichting uit. Stopcontact zonder stroom. Stopcontact met een ander apparaat controleren. Stekker zit los. Goed vastzitten van de stekker controleren. Compressor uit, binnenverlichting aan. Gewenste temperatuur is bereikt. Verder koelen niet noodzakelijk. Als de binnentemperatuur stijgt, schakelt de compressor zich automatisch in. Apparaat koelt te sterk. Temperatuurregelaar te hoog ingesteld. Lagere instelling kiezen (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 88). Apparaat koelt niet voldoende. Temperatuurregelaar te laag ingesteld. Hogere instelling kiezen (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 88). Deur niet goed gesloten of deurafdichting ligt niet helemaal aan. Zie „Deurafdichtingen controleren en reinigen“ op pagina 92. Apparaat staat in de buurt van een warmtebron. Isolatieplaat tussen de apparaten zetten of locatie wisselen. Gerechten warm opgeslagen. Alleen afgekoelde gerechten opslaan. Te veel goederen ingevroren. Maximaal 3 kg tegelijk invriezen. Omgevingstemperatuur te laag of te hoog. Omgevingstemperatuur aan klimaatklasse aanpassen (zie „Gegevensblad“ op pagina 105). Compressor lijkt defect. Apparaat op maximale koeling zetten (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 88). Schakelt de compressor niet binnen een uur in, contact opnemen met onze service (zie pagina 236). Apparaat genereert geluiden. Bedrijfsgeluiden zijn functiegerelateerd en duiden niet op storingen. Ruis: Koelaggregaat loopt. Stromingsgeluiden: Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikken: Compressor schakelt een. Storende geluiden. Inbouw controleren en indien nodig bijstellen. Onder in het koelgedeelte heeft zich water verzameld. Dooiwaterafvoer onder de onderste groentelade is verstopt. Verstopping van de dooiwaterafvoer met behulp van het meegeleverde reinigingsstaafje verhelpen.Milieubescherming Pagina 104 Milieubescherming Apparaat afvoeren Oude apparaten mogen niet met huishoudelijk afval worden weggegooid! Als het apparaat niet meer wordt gebruikt, is iedere gebruiker wettelijk verplicht, oude apparaten gescheiden van het huishoudelijk afval af te voeren en bijv. bij een inzamelpunt van zijn gemeente/ zijn staddeel af te geven. Oude elektrische apparaten worden daar kosteloos aangenomen. Daarmee wordt verzekerd, dat oude apparaten op de juiste manier worden gerecycled en dat negatieve effecten op het milieu worden vermeden. Daarom zijn elektrische apparaten gemarkeerd met het hier afgebeelde symbool. Verdere informatie over dit thema vindt u ook op de service-pagina's van onze actuele catalogus en op onze internetsite onder de rubriek „Service“. Onze bijdrage ter bescherming van de ozonlaag In dit apparaat werden 100 % CFK- en HKF-vrije koel- en schuimmiddelen gebruikt. Daardoor wordt de ozonlaag beschermd en het broeikaseffect gereduceerd. Onze verpakkingen worden van milieuvriendelijke, herbruikbare materialen vervaardigd: – Buitenverpakking van karton – Vormdelen van geschuimd, CFK-vrij polystyreen (PS) – Foliën en zakken van polyethyleen (PE) – Spanbanden van polypropyleen (PP) – Ook energie besparen beschermt tegen overmatige opwarming van onze aarde. Uw nieuwe apparaat verbruikt met zijn milieuvriendelijke isolatie en zijn technie
weinig energie. Sticker „OK” (niet bij alle modellen) Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft. Aanwijzing Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt. Correcte instellingPagina 105 Gegevensblad Gegevensblad Gegevensblad voor elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten en overeenkomstige combinatie-apparaten conform verordening (EU) nr.. 1060/2010, 643/2009 en DIN EN 62552 Fabrikant Blaupunkt Apparaataanduiding Inbouw koel-vriescombinatie Model / artikelnummer 5CB28010 Categorie van de koelkast 7, koel-vriesapparaat Energieklasse 1)
Jaarlijks energieverbruik 2) kWh/jaar 263 Totale nuttige inhoud Vriesgedeelte / ster-indeling koelgedeelte (vorstvrij) 65 L / 185 L Opslagtijd bij storing 17 uur Vriescapaciteit 3 kg / 24 uur Klimaatklassen 3) / grenswaarden van de omgevingstemperaturen, waarvoor de koel- vriescombinatie is ontworpen N, ST +16 °C tot +38 °C Luchtgeluidemissie 4) 42 dB(A) re 1pW Inbouwapparaat
Vermogen 115 W Voedingsspanning 220–240 V~ / 50 Hz Stroomverbruik 0,75 A Apparaatafmetingen (hoogte x breedte x diepte) 176,5 cm x 54 cm x 54 cm Leeg gewicht 54 kg Koelmiddel R600a (Isobutan) Koelmiddel vulhoeveelheid 62 g Schuimmiddel Cyclopentaan Dit apparaat is bedoeld voor de opslag van levensmiddelen en voldoe aan het wetboek voor levensmiddelen, gebruiksvoorwerpen en dierenvoeding. Dit apparaat is conform de volgende richtlijnen ontworpen, gefabriceerd en op de markt gebracht: Veiligheidseisen van de laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG en richtlijn voor de elektromagnetische verdraagbaarheid 2004/108/EG. Let op de nationale normen en regels!
1) Beoordeling van A+++ (= laag verbruik) tot D (=
2) Op basis van resultaten van de normtest over 24
uur. Het daadwerkelijke verbruik hangt af van het gebruik en de locatie van het apparaat. Bepaald conform norm EN 153
3) Klimaatklasse betekent, dat het apparaat i
bestemd voor gebruik bij de genoemde
mgevingstemperaturen. Is bij de specificaties voor de klima atklasse een combinatie aangegeven, betekent dit bij een apparaat, waarbij bijv. de combinatie SN-ST is aangegeven, dat het voor temperaturen van + 10 °C tot + 38 °C geschikt is. Daalt de temperatuur in de ruimte daar wezenlijk onder, schakelt het apparaat niet zo vaak in. Dit betekent, dat een ongewenste temperatuurstijging kan ontstaan. Wanneer het apparaat in een warme ruimte staat, moet het vaker inschakelen, om de lage temperaturen in het apparaat te kunnen handhaven. Daarom moet u letten op het aanhouden van de omgevingstemperatuur. Omgevingstemperatuur per klimaatklasse: SN: +10 °C tot +32 °C N: +16 °C tot +32 °C ST: +16 °C tot +38 °C T: +16 °C tot +43 °C
Notice-Facile