SR 450 - Blazer STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SR 450 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SR 450 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR 450 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR 450 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING SR 450 STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding. 69
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.70
3 Apparaat completeren. 77
4 Gaskabel afstellen 79
5 Draagstel. 80
6 Brandstof. 80
7Tanken. 81
8 Ter informatatie voor het starten. 82
9 Motor starten/afzetten 82
10 Gebruiksvoorschriften 85
11 Bepalen van de hoeveelheid spuitvloeistof 85
12 Doseerinrichting 86
13 Verstuif- en strooistand 88
14 Spuitmiddelreservoir vullen. 91
15 Werken. 92
16 Na de werkzaamheden 93
17 Apparaat opslaan. 93
18 Luchtfilter verrangen. 94
19 Carburateur afstellen 94
20 Bougie. 95
21 Motorkarakteristiek. 96
22 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 96
23 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 98
24 Belangrijke componenten 99
25 Technische gegevens 99
26 Reparatierichtlijnen 101
27Milleuverantwoordafvoeren. 102
28 EU-conformiteitsverklaring. 102
29 UKCA-conformiteitsverklaring. 102
Geachte client(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteit'sproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebrende kwaliteitstcontroles gefabricieerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleemloos mee=kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijk groet,

Dr. Nikolas Stihl
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebrachte worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparaat� aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Hand-benzinepomp bedieren
Spuit-, vernevelstand

Verstuif- en strooistand

Sputtmiddeltoevoer
1.2 Coding van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op oncevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.
LETOP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkdt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons waarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig bij het werken met het apparaat.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situatuies leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het apparaat werk: dooreverkoper of door een andere deskundigelaten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werk -of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen nicht met het apparaat werkken - behaltejongeren boven de 16aar die onder toezichteren met het apparaat te werkken.
Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het apparaat Niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere Personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zich - altijd de handleiding meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ookplaatselijke,lokale voorschriftenijdelijk worden beperkt.
Het apparaat alleen dan in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren. Vooral op lekkage van het spuitmiddelreservoir letten.
Het apparaat alleen compleet gemonteerd gebruiken.
Voor het reinigen van het apparaat geen hoge- drukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+kunnen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
2.1 Lichamelijke gesteldheid
Wie met het apparaat werkkt要去ooduitgerust en gezond zich en een goede lichamelijke condi- tie hebben. Wie zich om gezondheidsredeneniet mag inspannen, moet zich arts raadplegen of het werken met een motorapparaat möglichk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gelding elektromagnetisch veld. Beinvloedig van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag nicht met het apparaat worden gewerkt.
2.2 Toepassingen
De rugnevelspuit is geschikt voor vlak boven de grond vernevelen van vloeistoffen gegen schimmelvorming en aantasting door ongedierte en voor de onkruidbestrijding. Bij apparaten met gemonteerde drukpomp zichwerkzaamheden
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
boven het hoofd möglichk. Deze worden vooral gebruikt in de fruit- en groenteteelt, de wijn- en akkerbouw, tuinbouw, kwekerijen voor sierplanten, grasland en de bosbouw.
Alleen die plantenbeschermingsmiddelen verwieren die voor het gebruik met draagbare spuitapparatuur zijn vrijgegeven.
Het gebruik van het apparaat voor andere doel-einden is Niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of schade aan het apparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen - ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat.
Extra bij SR 450
In de verstuif- en strooistand kan het plantenbeschermingsmiddel in poedervorm of als droog granulaat over een breed vlak worden verspreid.
Alleen die plantenbeschermingsmiddelen verwieren die voor het gebruik met draagbare verstuif- en strooijapparatuur zijn vrijgegeven.
2.3 Toebehoren en onderdelen
Alleen die onderdelen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautorieerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelen of toebehoren monteren. Als dit worden nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHl onderdelen en toebehoren te monteren. Deze zich qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen - uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiaele schade die door het gebruik van Niet-vrijgegeven aanbouwapparaten worden veroorzaakt, is STIHL nicht aansprakelijk.
2.4 Kleding en uitrusting
De Voorgeschreven kleding en uitrusting dragen bij het werken met, het vullen en reinigen van het apparaat. De instructies voor de verilgheid in de handleiding van het plantenbeschermingsmiddel opvolgen.
Met plantenbeschermingsmiddelen in aanraking gekomen kleding direct verwisselen.

De nauwsluitende kleding magijdens het werk Niet hinderen.

Bij sommige plantenbeschermings-middelen moet een vloeistofdicht veiligheidspak worden gedragen.
Bij werkzaamheden boven het hoofd bovendien een vloeistofdicht hoofddeksel dragen.

Geen kleding, sjaal, das, sieraden dragen die in de luchtaanzuiigopening{kunnen worden getrokken. Langhaar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de scholders bevindt.

Vloeistofdichte en plantenbeschermingsmiddelbestendige veiligheidslaarzen met stroeve zool dragen.
Nooit blootsvoets of met sandalen werken.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een geschikte mondkap dragen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.
Het inademen van plantenbeschermingsmidden kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Om gezondheidsrisico's of allergische reacties te voorkomen een geschikte mondkap dragen. Op de aanwijzingen van het plantenbeschermingsmiddel en de nationale verilgheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, de arbeidsinspectie en andere letten.

Vloeistofdichte en plantenbeschermingsmiddelbestendige handschoenen dragen.
2.5 Omgang met plantenbeschermingsmiddelen
Voor ieder gebruik de gebruikshandleiding van het plantenbeschemmingsmiddel lezen. De aanwijzingen voor het(AP) mengen, het gebruik, de persoonlijke veiligheidsuitrusting, het opslaan en het milieuverantwoord afvoeren opvolgen.
De wettelijkke voorschriften met betrekking tot de omgang met plantenbeschermingsmiddelen aanhonden.
Plantenbeschermingsmiddelen können bestand-delen bevatten die schadelijk zijn voor mensen, dieren, planten en het milieu - kans op vergiftig ing en levensgevaarlijk letsel!
Plantenbeschermingsmiddelen mogen alleen door die personen worden gebruikt die een cursus haben gevolgd voor de omgang met plantenbeschermingsmiddelen enbekend+zijn met de betreffende maatregelen vooreerstehulpverlening.
De gebruikshandleiding of het etiket van het plantenbeschemmingsmiddel altijd bij de hand houden om in geval van nood de arts direct over het plantenbeschemmingsmiddel te kunnen informeren. In geval van nood de aanwijzingen op het etiket of in de gebruikshandleiding van het plantenbeschemmingsmiddel opvolgen.
2.5.1 Plantenbeschermingsmiddel mengen
De plantenbeschermingsmiddelen alleen aan de hand van de gegevens van de producent men-gen - door verkeerde mengverhoudingen kunnen giftige dampen of een explosief mengsel ontstaan.
Vloeibaar plantenbeschermingsmiddel nooit onverdund vernevelen
- Het spuitmiddel alleen in de open lucht of in goed geventileerde ruimten bijvullen
- Slechts zoveel spuitmiddel voorbereiden als nodig is, om resthoeveelheden te voorkomen
Bij het Mengen van de verschillende planten beschermingsmiddelen de instructies in de gebruikshandleiding opvolgen - door verkeerde mengverhoudingen können giftige dampen of explosieve mengsels ontstaan
Verschillende plantenbeschermingsmiddelen alleen met elkaar vermengen als deze door de fabrikant hiervoor zichn vrijgegeben
2.5.2 Spuitmiddelreservoir vullen
- Het plantenbeschermingsmiddel alleen in de open lucht of in goed geventileerde ruimten bijvullen
- Het apparaat zo op een vlakke ondergrond plaatsen dat dit Niet kan omvallen - het spuitmiddelreservoir Niet tot boven het max.-merk-teken vullen
- Het apparaat bij het vullen Niet op de rug dragen - kans op letsel!
- Slechts zoveel plantenbeschermingsmiddel voorbereiden als nodig is, om resthoeveelheden te voorkomen
- Afsluiterhendel en bij de SR 450 bovendien de doseerhendel voor het vullen zicht zetten
Bij het vullen via het waterleidingnet de vul-slang Niet in de te vernevelen vloeistof steken -onderduk in het leidingsystem zou de te vernevelen vloeistof in het waterleidingsystem konnen zuigen
- Voor het vullen met het spuitmiddel eerst een test uitvoeren met schoon water en de drukspuit controeren op lekkage
- De dop van het spuitmiddelreservoir na het vullen goed vastdraaien
2.5.3 Gebruk
- Alleen in de buitenlucht of in zeer goed geventileerde ruimten, bijv. open kassen, werken
Tijdens de werkzaamheden met plantenbeschermingsmiddelen, deutsche nicht inhaleren en nicht eten, roken en drinken - Sproeiers en anderekleine onderdelen nooit met de monduitblazen
-
Contact met plantenbeschermingsmiddelen voorkomen - met plantenbeschermingsmiddel verwulde kleding direct verwisselen
-
Alleen werken als het windstil is
Ongunstige weersomstandigheden konnen tot verkeerde concentratie van het plantenbeschermingsmiddel leiden. Overdosering kan leiden tot schade aan planten en milieu. Een te lage dosering kan leiden tot het uitblijven van resultaten.
Om schade aan het milieu en planten te voorkomen, het apparaat nooit gebruiken:
Bij wind
Bij temperaturen boven de 25^ in de schaduw
Bij direct zonlicht
Om schade aan het apparaat en ongelukken te voorkomen, het apparaat nooit gebruiken met:
- Ontvlambare vloeistoffen
- Stroperige of plakkerige vloeistoffen
Bijtende en zuurhoudende middelen
Vloeistoffendiewarmerzijndan 50^
2.5.4 Opslag
- Bij een werkonderbreking het apparaat nicht bloootstellen aan direct zonlicht en warmtebronnen
- Spuitmiddelen nooit langer dan een dag in het spuitmiddelreservoirbewaren
- Plantenbeschermingsmiddelen alleen in hiervoor goedgekeurde flessen/blikken opslaan entransporteren
- Plantenbeschermingsmittel nicht opslaan in flessen/blikken bestemd voor levensmiddelen, drank en voedermiddelen
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
- Plantenbeschermingsmittel nicht opslaan in denabijheid van levensmiddelen, drank en voedermiddelen
- Plantenbeschermingsmiddeluit de buurt houden van kinderen en dieren
- Het apparaat afgetapt en schoongemaaakt opbergen
- Plantenbeschermingsmadel en apparaat zo opbergen, dat onbevoegden hier geen toe-gang toe hebben
- Plantenbeschermingsmiddel en apparaat droog en vorstvrij opbergen
2.5.5 Milieuverantwoord afvoeren
De resten van het plantenbeschermingsmiddel en de spoelvloeistoffen van het apparaat Niet in open water, afvoeren, sloten, greppels en goten en drainagesystemen lately stromen.
- Resten en gebruekte reservoirs volgens deplaatselijke voorschriften voor afval milieubewust afvoeren
2.6 Apparaat vervoeren
Altijd de motor afzetten.
Bij vervoer in voertuigen:
- Het apparaat zo beveiligen dat het Niet kan omvallen, worden beschadigd en er ook geen benzine uit kan lopen
- Het spuitmiddelreservoir moet leeg en schoon zichn
2.7 Tanken

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen benzine morsen -niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is - de benzine kan overstromen - brandgevaar!
Het apparaat voor het tanken van de rug nemen. Alleen tanken als het stabel op de grond staat en Niet kan kantelen.
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine ward gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken - de kleding Niet in aanraking lately komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Op lekkages letten! Als er benzine weglekt de motor nicht starten - levensgevaar door verbranding!
Tank-schroefdop

Na het tanken de schroef-tankdop zo vast möglichk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
2.8 Voor het starten
Voor het starten controleren of het apparaat in goede staat verkeert. Vooral als het apparaat Niet op de voorgeschreve wijze (bijv. door geweld van buitenaf of door stoten of vallen) werk uitgeschakeld.
- Het brandstofsystem op lekkegage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met handbenzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer latent repareren
- De stelhendel要去 gemakkelijk in stand STOP, resp. 0 können worden geplaatst
- De gashendel moet soepel bewegen en vanzelf in de stationaire stand terugveren
- Bougiesteker op vastzitten controleren - bij een loszittende steker kuren vonden ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden - brandgevaar!
- Brandstofsystem op lekkage controleren
- Het spuitmiddelreservoir, de slang en doseerinrichting op een goede staat en lekkage controleren
- De staat van het draagstel controlleren - beschadigde of versleten draagriemen verrangen
Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt - kans op ongelukken!

In geval van nood: het snel losmaken van de sluiting van de heupgordel (special toebehoren), het losmaken van de schouderriem en het op de grond plaatsen van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat Niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
2.9 Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werk getankt en Niet in een afgesloten ruimte.
Het motorapparaat wordst slechts door een person bediend - geen andere Personen toelaten in de directe werkomgeving - ook Nietijdens het starten.
De motor starten zoals staat beschreiben in de handleiding.
Alleen op een vlakke ondergrond, op een stabiele en veilige houding letten, het apparaat goed vasthouden.
Als er een tweede persoon nodig is om het apparaat op de rug van de gebruiker teplaatsen, erop letten dat
- het apparaat alleen stationair draait
- de tweede persoon nicht in de uitlaatgassen staat en uitlaatgassen inademt
- de afsluiherhendel en bij de SR 450 bovendien de doseerhendel in de gesloten stand staat
- de tweede personen nicht in het spuitbereik van de spuitmond staat
- de tweede persoon direct na het aanbrengen van het apparaat het werkgebied verlaat
2.10 Apparaat vasthouden en bediennen

Het apparaat met beiden riemen op de rug dragen – Niet over een schouder dragen. De rechtterhand richt de blaasijp met behulp van de bedieningshandgreep – geldt ook voor linkshandigen.
Alleen stapsgewijs voorwaarts werken - de luchtuitstroomopening van de blaaspijp.altijd in het oog houden - Niet achechteruit lopen - kans op struikelen!
Het apparaat en het spuitmiddelreservoirrecht houden. Niet voorover buigen - kans op letsel door het weglopen van vloeistof uit het spuitmiddelreservoir!
2.11 Verstuif- en strooistand - alleen SR 450
In de verstuif- en strooistand kan het plantenbeschermingsmiddel in poedervorm of als droog granulaat met een korrelgrootte tot zo'n 5 mm worden verstoven.
De wettelijkke voorschriften met betrekking tot de omgang met plantenbeschermingsmiddelen aanhonden.
De gebruikshandleiding of het etiket van het plantenbeschermingsmiddel raadplegen.
Om schade aan het apparaat en ongelukken te voorkomen, het apparaat nooit gebruiken in combinatie met explosieve of Licht ontvlambare middelen
Geen zwavel of zwavelhoudende verbindingen in poedervorm verwerken - deze zijn zeer explosief en hebben een zeer lage ontstekingstemperatuur.
Afvoersysteme
Tijdens de werkzaamheden können er elektrostatische ladingen met vonkvorming ontstaan.
Het gevaar is bijzonder groot bij:
extreem droge weersomstandigheden
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
- gebruik van poedervormige verstuif-/strooimid-delen die een hoge stofconcentratie veroorzaken

Om het risico van vonkvorming met explosie of brandgevaar te verkleinen, moet het afvoersystem volledig aan het apparaat gemonteerd zijn. Het bestaat uit een geleidende draad in de blaasinrichting die verbonden is met een metalen ketting. Om elekstrostatische ladingen af te kunnen voeren, moet de metalen ketting contact makes met een geleidende bodem.
Niet op een nicht-geleidende ondergrond (bijv. kunststof, asfalt) werken.
Nooit met een ontbrekend of beschadigd afvoersysteme werken.
2.12 Tijdens de werkzaamheden


De blaaspijp nooit in de richting van andere personen gericht houden - het motorapparaat kankleine voorwerpen met een hoge snelheid omhooog slingeren - kans op letsel!
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten - stelhendel in stand STOP, resp. 0 plaatsen.
Het motorapparaat nooit onbeheerd lately draaien.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, ijs, op hellingen, in oneffen terrein enz. - kans op uitgliden!
Op obstakels letten: afval, boomstronken, wortels, greppels - kans op struikelen!
Bij gebruik van gehoorbeschemmers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt - omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zich.
Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuiputting te voorkomen - kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zich. Voorzichtig werken, anderen nicht in gevaar brengen.
Niet op een ladder, nied op onstabieleplaatsen werken.
Bij werkzaamheden in de buitenlucht en in tuinen op micro-organismen letten waarvoorde gebruekte middelen een bedreiging konnen vormen.
Niet in de buurt van elektriciteitskabels werken - levensgevaar door elektrische schokken!
Bij de overgang:tussen verschillende plantenbeschermingsmiddelen het spuitmiddelreservoir en de slangen reinigen.

Het motorapparaat produceert giffige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen+kennen geurloos en onzichtbaar+zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi-leerde ruimten met het motorapparaat werken.
Bij het werkden in greppels, slenken of opplaaten met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergiftig.
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen können onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgas concentratie – kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel möglich beperken - de motor niet onnodig latendraaien, alleen gas给他们 tijdens het werk.
Niet rokenijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat - brandgevaar! Uit het brandstofsystemen können ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Als het motorapparaat Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werk uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controeren of dit in goede staat verkeert - zie ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstofsystem en de goede werkig van de veiligheidsinrichtingen letten. Een Niet-bedrijfszeker motorapparaat in geen geval verdier gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
2.13 Na het werk
Afsluiterhendel en bij de SR 450 bovendien de doseerhendel zichtten
Motor uitzetten alvorens het motorapparaat van de rug te nemen.
Het motorapparaat na de werkzaamheden op een vlakke, Niet-brandbare ondergrond neerzetten. Niet in de buurt van Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, brandstof) neerzetten – brandgevaar!
Alle onderdelen van het apparatus op lekkekteroleren.
Na beeindiging van de werkzaamheden het apparaat, de handen, het gezicht en zo nodig de kleding grondig reinigen.
Personen en dieren weghonden vanplaatsen die zichn bespoten - pas na het volledig opdrogen van het plantenbeschermingsmiddel weebetreden.
2.14 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, sondern deze van meerderere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur worden verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme hand Schoenen)
Rustpauzes
De gebruiksduur worden verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.
2.15 Onderhoud en reparations
Het motorapparaat regelmatig onderhoden.
Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreiben. Alle andere werkzaamheden latent uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de handrugnevelspuit. Bij vragen contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zich qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebrui-ker afgestemd.
Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden algijd de motor afzetten - kans op letsel! - Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraide bougie Niet met behulp van het startmechanisme worden getornd - brandgevaar door ontstekingsvonden buiten de cilinder!
Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhonden en opslaan.
De tankdop regelmatig op lekkegace controeren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgeveen bougies -zie "Technische gegevens" - monteren.
Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
3 Apparaat completeren Nederlands
Controller of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdempers Werken - brandgevaar! - Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivirusatie-elementen beinvloedt het trillingsgedrag - de antivirusatie-elementen regelmatig controeren.
Motor afzetten voor het opheffen van storingen.
3 Apparaat completeren
LETOP
De slang, gaskabel en bij de SR 450 bovendien de bowdenkabel van de doseerinrichting, zich al correct aangesloten. De onderdelen bij het completeren van het apparaat Niet knikken!
De combisleutel en de schroevendraaier zitten in de meegeleverde verpakking voor het toebehoren.
3.1 De harmonicaslang op de blaaspijp monteren

Brede slangklem (1) met de positiemarkerin-genaarrechts gericht op de blaaspijp (2) schuiven

De glijring (3) met de brede lipaar links gericht op de aansluitmond van de blaaspijp (2) schuiven
De harmonicaslang (4) op de glijring (3) schui-ven

Slangklem (1) op de harmonicaslang (4) schuiven
Positiemarkeringen van slangklem (1) en de blaaspijp (2) ten opzichte van elkaar uitlijnen - zoals afgebeeld
▶ Slangklem (1) met de bout (5) bevestigen - de blaaspijp (2)要去 nog te verdraaien zich
3.2 Harmonicaslang op het knie-stuk monteren - alleen SR 430

Smalle slangklem (1) met de positiemarkerin genaar links gericht op het kniestuk (2) schuiven
Harmonicaslang (3) op het kniestuk (2) schui-ven


- Slangklem (1) op de harmonicaslang (3) schuiven
Positiemarkeringen van slangklem (1) en het kniestuk (2) ten opzichte van elkaar uitlijnen - zoals afgebeeld - Slangklem (1) met de bout (4) bevestigen

3.3 Afleidersystem monteren - alleen SR 450
- Afleiderdraad (1) en de ketting (2) met de bout (3) op het blaasventilatorhuis monteren

3.4 Harmonicaslang op het knie-stuk monteren - alleen SR 450
- Afleiderdraad (1) in de harmonicaslang (2) schuiven

Smalle slangklem (3) met de positiemarkerin genaar links gericht op het kniestuk (4) schuiven
- Afleiderdraad (1) door de sleuf van de slang-klem (3) steken
Harmonicaslang (2) op het kniestuk (4) schuiven


- Slangklem (3) op de harmonicaslang (2) schuiven
Positiemarkeringen van slangklem (3) en het kniestuk (4) ten opzichte van elkaar uitlijnen zoals afgebeeld - Slangklem (3) met bout (5) bevestigen - erop letten dat de afleiderdraad door de groef is gestoken
3.5 Bedieningshandgreep instellen en bevestigen
- Het apparaat op de rug nemen en het draagstel afstellen - zie "Draagstel"

Bedieningshandgreep (1) in de lengterichting versuschuiven en afstellen op armlengte - afstand+tussen de uitlaatopening van de spuit-mond (2) en de bedieningshandgreep (1) moet minimaal a = 500mm bedragen

Bedieningshandgreep (1) met de bout (3) bevestigen

De slang en de gaskabel en bij de SR 450 bovendien de bowdenkabel van de doseerinrichting met de houder (4) in de 6e vouv (pijl) van de harmonicaslang fixeren
Na de montage van het apparaat of na een langere gebruiksduur kan het nodig zichn de gaskabelastelling te corrigeren.
De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat.

De gashendel in de volgasstand plaatsen - tot aan de aanslag
De bout in de gashendel voorzichtig tot aan de eerste waterdan in de richting van de pijdraaien. Daarna nogmaals een slag verder indraaien
5 Draagstel
5.1 Draagstel afstellen

De riemuiteinden maar beneden trekken - de riemen worden strak getrokken
- Het draagstel zo afstellen, dat de rugplaat ste-vig en goed gegen de rug aan ligt
5.2 Draagstel losmaken

Schuifklem opwippen
6 Brandstof
De motor draaait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.
WAARSCHUWING
Direct huidcontact met brandstof en het inademen van brandstofdampen voorkomen.
6.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt.altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
Brandstoffen die nicht geschickt zijn of met een afwijkende mengverhouding, können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschäigen.
6.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken - loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateursurs storingen veroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
6.2.2 Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gewiekwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden geduurrende de machinelevensduur te konnen waarborgen.
7 Tanken Nederlands
6.2.3 Mengverholding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie ^+ 50 delen benzine
6.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50
Liter Liter (ml)
10,02 (20)
50,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en verrolgens benzine en goed mengen
6.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegen Licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, rage of hoge temperatures kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan darüber tot 5aar probleemloos worden bewaard.
De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen - de dop voorzichtig losdraaien.
De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruike vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
7 Tanken

7.1 Apparaat voorbereiden

De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop maar boven is gericht
7.2 Schroef-tankdop opendraaien

Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
Tankdop wegemen
7.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank Niet tot aan de rand vullen. STIHL advisert het STIHL vulsystem (special toebehoren).
7.4 Schroef-tankdop dichtdraaien

Tankdop aanbrengen
Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast möglichk aandraaien
8 Ter informatatie voor het starten
LETOP
Het beschermrooster voor de luchtaanzuiigopeningussen derugplaat en de motorunit voor het starten bij stilstaande motor controleren en indien nodig,reinigen.
8.1 Overzicht bedieningshand-greep

1 Stelknop
2 Gashendel
3 Gashendelblokkering 1)
8.2 Functies van de stelknop
Werkstand I
Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) möglichk.
Motor Stopp 0
Ontstekingssysteme wird onderbroken, de motor slaat af. De stelhendel (1) grijpt in deze stand Niet aan, maar veertereg in de werkstand. De ontsteking is automatisch weer ingeschakeld.
Begrenzerstand 1)
De gashendelstand kan in twee standen worden vergrendeld:

a 1/3 gas
b 2/3 gas
Voor het opheffen van de begrenzing:
Stelknop (1) weer in de werkstand I plaatsen
Standgas 1)

De gashendel (2) kan in elke willekeurige stand worden gearreteerd.
Voor het opheffen van de begrenzing:
Stelknop (1) weer in de werkstand Iplaatsen
9 Motor starten/afzetten
9.1 Voor het starten

Afsluiterhendel (1) voor de spuitmiddeltoevoer zicht zetten
9 Motor starten/afzetten Nederlands
9.1.1 Extra bij SR 450:

Doseerhendel (2) voor verstuif- en strooistand zicht zetten
9.2 Motor starten
Veiligheidsvoorschriften in acht nemen

Het apparaat alleen op een schone en stofvrije ondergrond starten, zodat er geen stof door het apparaat worden aangezogen.

De stelhendel moet in de stand I staan

Balg (3) van de hand-benzinepomp ten minste 8-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
9.2.1 Koude motor (koude start)

De chokeknop (4) indrukken en in de standdraaien
9.2.2 Warme motor (warme start)

De chokeknop (4) indrukken en in de stand draaien
Deze instelling geldt ook als de motor al even heeft gedraaid, maar nog koud is.
9.2.3 Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabel staat - erop letten dat de uiststroomopening Niet op Personen is gericht
Een stabiele houding aannemen: het apparaat met de linkerhand op hetuis vasthouden en met een voet ervoor zorgen dat het apparaat Niet wegschuift
Met de rechterhand de starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken - en cervolgens nsel en krachtig verder trekken - het startkoord Niet tot aan het uiteinde uittrekken - kans op breuk! - De starthandgreep Niet terug latent schieten – maar latent vieren zodate het startkoord correct kan worden opgerold
Verder starten tot de motor draait
9.3 Zodra de motor draait

Gashendel indrukken - de chokeknop (4)
springt automatisch in de bedrijfsstand
9.3.1 Bij zeer lage temperaturen
lets gas given - de motor even warm latendraaien
9.4 Motor afzetten

De stelhendel in stand 0plaatsen - de motor slaat af - de stelhendel veert terug in de uittgangsstand
9.5 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand of bij het accelereren af
- Chokeknop in stand draaien - verder starten tot de motor draait
- Chokeknop in stand 14 draaien -verder starten tot de motor draait
De motor slaat nicht aan
Controlleren of alle bedieningselementen correct zichn afgesteld
Controlleren of de tank met benzine is gemvuld, zo nodig tanken
Controlleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
Startprocedure herhalen
Alle benzine werd verbruikt
Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 8-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
Motor opniew starten
10 Gebruiksvoorschriften
10.1 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair lately draaien als hij voordien langearend onder vollastheeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
10.2 Na de werkzaamheden
Als het werk even wordt onderbroken: de motor soften op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat waar wordt gebruikt. Bij langdu- rige stilstand -zie "Apparaat opslaan".
11 Bepalen van de hoeveelheid spuivvloeistof
11.1 Oppervlakte berekenen (^2)
Bij lage gewassen is dit het product van de lengte maal de breedte van het veld.
Bij hoge gewassen worden het oppervlak bij benadering berekend uit de lenghte van de rijen maal de gemiddelde hoogte van het gewas. De uitkomst要去 met het aantal rijen worden vermenigvuldigd. En als het gewas aan beiden zijden worden behandeld, nogmaals met 2 worden vermenigvuldigd.
De oppervlakte in hectaren worden verkreten door het aantal vierkante meters te delen door 10.000.
Voorbeeld:
Een veld met een lenghte van 120m en een bredte van 30m moet met een insectenbestrijdingsmiddel worden behandeld.
Oppervlakte:
$$ 1 2 0 \mathrm {m} \times 3 0 \mathrm {m} = 3 6 0 0 \mathrm {m} ^ {2} $$
$$ 3 6 0 0 / 1 0. 0 0 0 = 0, 3 6 \mathrm {h a} $$
11.2 Benodigde hoeveelheid bestrijdingsmiddel berekenen
Aan de hand van de gebruiksaanwijzing van het te gebruiken bestrijdingsmiddel berekenen:
-
De benodigde hoeveelheid bestrijdingsmiddel voor 1 hectare (ha)
-
De concentratie (mengverhouding) van het bestrijdingsmiddel
De benodigde hoeveelheid bestrijdingsmiddel voor 1 ha vermenigvuldigen met het berekende oppervlak in ha. Het resultaat is de benodigde hoeveelheid bestrijdingsmiddel voor het te behandelen oppervlak.
Voorbeeld:
Volgens de gebruikshandleiding is per ha een hoeveelheid bestrijdingsmiddel van 0,4 liter (I) in een concentratie van 0,1% nodig voor de toepassing.
Hoeveelheid bestrijdingsmittel:
$$ 0, 4 (l / h a) \times 0, 3 6 (h a) = 0, 1 4 4 l $$
11.3 Benodigde hoeveelheid spuitvloeistof berekenen
De benodigde hoeveelheid spuivvloeistof worden als volgt berekend:
| TW × 100 = TB |
| K |
T_W = hoeveelheid bestrijdingsmiddel in I
De berekende hoeveelheid bestrijdingsmiddel bedraagt 0,144 l. De concentratie is volgens de gebruikshandleiding 0,1% .
Hoeveelheid spuitvloeistof:
| 0,144 | x 10 | 0 = 144 | |
| 0,1% |
11.4 Loopsnelheid bepalen
Voor aanvang van de werkzaamheden met de volgetankte rugnevelspuit op de rug een proef-traject afleggen met een met water bevuld reservoir. De spuitlans zo heb en weer bewegen (pendelen), als bij gebruik in de praktijk. Hierbij de afgelegde afstand na circa 1 minuut berekenen.
Bij dit proeftraject tegelijkkertijd de gekozen werkbreedte controeren. Bij lage gewassen is de doelmatige werkbreedte 4-5 m. De werkbreedte met paaltjes afbakenen.
De uitkomst van de in de berekening afgelegde afstand in meters, gedeel door de tijd in minu- ten is de loopsnelheid in meters per minut (m/ min).
Voorbeeld:
De afgelegde afstand in een minuut werd bepaald op 10m
Loopsnelheid:
| 10 m = 10 | m/min |
| 1 min |
11.5 Doseerinstelling bepalen
De instelwaarde van de doseerinrichting worden als volgt berekend:
| Va(I) x vb(m/min) x b(m) = V | c(I/min) |
| A (m2) |
V_a = hoeveelheid spuivloeistof
v_b = loopsnelheid
V_c = opbrengst
b = werkbreedte
A = oppervlak
Voorbeeld:
Met de eerder berekende waarden en een werkbreedte van 4m leidt dit tot de volgende instelling voor de doseerinrichting:
| 144 l × 10 (m/min) × 4 m = 1,6 l/min |
| 3600 m2 |
Een hectare (ha) moet in ^2 worden omgere-kend (ha x 10.000 = ^2
Voor het instellen van de berekende opbrengst -zie "Doseerinrichting".
12 Doseerinrichting
12.1 Afsluiterhendel


Met behulp van de afsluieterhendel (1) worden de spuitmiddeltoevoer geopend of gesloten.
- Stand A (afsluiterhendel loodrecht bovenin) - doorvoer vrijgegeven
- Stand B (afsluiterhendel horizontaal onderin) - doorvoer afgesloten
12.2 Doseerstukken
Tot de leveringsomvang behoren verschillende doseerstukken, waarmee de onderling verschillende opbrengsten können worden ingesteld.

- Doseerstuk "standaard" (A) met doseerstan den 1 tot 6
12 Doseerinrichting Nederlands
- ULV-doseerstuk 1) (B) met doseerstanden 0,5 tot 0,8
12.3 Doseerstuk verwisselen

- Het aangebrachte doseerstuk maar boven toeuit de houder trekken
- Het neue doseerstuk tot aan de aanslag in de houderplaatsen
12.4 Zeef 2) monteren
Bij gebruik van het ULV-doseerstuk moet bovendien de meegeleverde zeef worden gemonteerd.


Dezeefinde houder drukken totdeze vastklikt

Uitbouwen
Dezeefuit de houder wippen-zoals afgebeeld
12.5 Doseerstuk

Doseerstuk (1) draaien - de opbreungst is traploos instelbaar
De cijfermarkeringen op het doseerstuk要去en hierbij in lijn worden gebracht met de nok (2) onder het doseerstuk.
De stand "E" op het ULV-doseerstuk dient voor het aftappen van het spuitmiddelreservoir. Deze stand Niet gebruiken voor het vernevelen/verstrooien van spuitmiddelen -zie "Na gedane werkzaamheden".
12.6 OpbreNGTH

12.6.1 OpbreNGTH (l/min) zonder drukpomp
| Spuitlanshoek | ||
| Doseer-stand | -30° | 0° + 30° |
| 10,120,110,07 | ||
| 20,160,140,11 | ||
| 31,701,501,25 | ||
| 42,482,341,90 | ||
| 53,202,662,34 | ||
| 63,733,282,83 | ||
12.6.2 Opbrengst (l/min) zonder drukpomp met ULV-sproeier
| Spuitlanshoek | ||
| Doseer-stand | -30° | 0° + 30° |
| 0.5 0,05 0,04 | 0,04 | |
| 0.65 0,08 0,08 | 0,07 | |
| 0.8 0,13 0,12 | 0,10 | |
12.7 Doorstroomhoeveelheid controlleren
Het apparatus op de grond plaatsen
Het spuitmiddelreservoir tot aan de 10 littermarkering met water vullen
Apparaten zonder drukpomp
- Het doseerstuk "standaard" in de doseerstand 6plaatsen
Apparaat starten
Met een horizontal gehouden spuitlans bij vol gas de inhoud van het spuitmiddelreservoir tot aan de 5 liter-markering vernevelen en de hiervoor benodigdeijd meten
Deijd voor het vernevelen van 5 liter vloeistof moetussen de 110 en 150 seconden liggen.
Bij afwijkingen
- Het spuitmiddelreservoir, de slangen en het doseerstuk op verruiling controleren en indien nodig reinigen
De aanzuigopening voor de blaaslucht contro- leren en indien nodig reinigen - Motorafstelling controleren en indien nodig corrigeren
Alsudge maatregelen geen verbeteringen opleveren - contact opnemen met een STIHL dealer.
13 Verstuif- en strooistand
Alleen bij SR 450 aanwezig.
13.1 Doseerhendel

Met behulp van de doseerhendel (1) kan de opbrengst traploos worden ingesteld.
- Stand A (doseerhendel loodrecht maar boven) - doorlaat gesloten
- Stand B (doseerhendel parallel aan de blaaspijp) - doorlaat vrijgegeven
13.2 OpbreNGTH
De opbrengst is afhankelijk van de soortelijke massa en de korrelgrootte van het gebruekte materiaal.
Granulaat 0 - 9 kg/min
Poeder 0 - 3 kg/min
13 Verstuif- en strooistand Nederlands
13.3 Ombouwen van spuit-, vernevelstand in verstuif- en strooistand
- Sputm.Middlereservoir geheel aftappen en reinigen - zie "Na de werkzaamheden"

- Afsluiterhendel (1) voor de spuitmiddeltoevoer zicht zieten

Doseerhendel (2) voor verstuif- en strooistand zicht zetten
Sputtmittelreservoir

De ingestelde werkstand worden via de symbolen op de behuizing van de doseerinrichting aangegeven.
- Stand A - spuit-, vernevelstand
Stand B - verstuif- en strooistand

Geschicht gereedschap (bijv. schroevendraaier) voor het losmaken van de zeef (1) in de beiden uitsparingen (pijlen) schuiven
Zeef (1) aan boven uit het spuitmiddelreservoir trekken

- Lippen (2) samendrukken en de hendel (3) maar buiten trekken

Hendel (3) op de rib (5) van het spuitmiddelreservoir vasthaken

- Het spuitmiddelreservoir van het huis van de doseerinrichting (4) nemen en in stand B (verstuif-en strooistand) draaien


Hendel (3) aan beneden drukken tot de lippen (2) duidelijk hoorbaar vastklikken in de opnames (6) van hetuis

- Het vastzitten van het spuitmiddelreservoir controlleren
De kunststof pennen en het afdichtvlak van het spuitmiddelreservoir goed reinigen - er mogen geen vuilresten weiterblijven

Blaaspijp
De boringen en het afldichtvlak op de doseerinrichting (4) goed reinigen - er mogen geen vuilresten anschterblijven
- Het spuitmiddelreservoir op hetuis van de doseerinrichting (4)plaatsen
14 Spuitmiddelreservoir vullen Nederlands
Een schroevendraaier tussen de lippen (1) van de slangklem (2) op de bedieningshandgreep schuiven
De schroevendraaier rechtsom draaien - deslangklem (2) worden ontrendeld
Slang (3) van de nippel trekken

- Sputmond (4) verdraaien tot de pennen (5) Niet meer zichtaar+zijn
- Spuitmond (4) van de blaaspijp (6) trekken
13.4 Terug ombouwenaar spuitvernevelstand
Het ombouwen vindtplaats in omgekeerde volgorde.
Montage van de slang

De slang met de slangklem (2) op de nippel van de bedieningshandgreep schuiven
- Slangklem (2) met een tang samendrukken tot de borgstrip bij het vergrendelpunt is vergrendeld
14 Spuitmiddelreservoir vullen

Pakkingring (1) in de dop mag Niet zich beschadigd,要去 ingevet en schoon zich
Het apparatus op een vlakke ondergrond plaat-
14.1 Spuit-, vernevelstand

- Afsluiterhendel (1) voor de spuitmiddeltoevoer zicht zetten

Het goed vermengde spuitmiddel via de zeef in het spuitmiddelreservoir gieten

De maximale vulcapaciteit 14 liter (pijl) Niet overschrijden
Dop aanbrengen en goed vastdraaien
14.2 Verstuif- en strooistand - alleen SR 450

Doseerhendel (1) dicht zetten
- Spuitmiddel in het spuitmiddelreservoir vullen - maximaal vulgewicht 14kg Niet overschrijden - zo nodig een geschikte trechter als vulhulpmiddel gebruiken
Dop aanbrengen en goed vastdraaien
15 Werken
15.1 Spuit-, vernevelstand
Bij werkzaamheden in de spuit-, vernevelstand要去 bij de SR 450 de doseerhendel zich staan -zie "Verstuif- en strooistand"
De opbrengst met het doseerstuk instellen -zie "Doseerinrichting"
- Afsluiterhendel openzetten - zie "Doseerinrichting"
15.2 Spreidrooster
Voor het gericht vernevelen van het spuitmiddel kan de spuitstraal qua vorm enrichting met de te monteren roosters worden gewijzigd.

Zonder spreidrooster
Spuitstraal voor groe afstanden - maximale spuitbreedte.
Voor het bespuien van hoge planten en vlakken
Voor maximale doordringing in het bladerdek

Breedstraalrooster
De spuitstraal worden verbreed en getemperd.
Voor korte afstanden tot de planten (< 1,5m)
- Beschadigingen aan de planten, vooral in kwetsbare plantenstadia, worden gereduceerd

45^ spreidrooster
De spuitstraal kan in elke willekeurige richting 45^ worden afgebogen.
- Voor het bevochtigen van de onderzijde van de bladeren
Voor het verhogen van de opbrengst bij het waar boven gericht spuiten
16 Na de werkzaaamheden Nederlands
Voor het gericht bewerken van bodembedekkers. Reduceert bij het maar beneden gericht spuiten het verwaaien van de spuitnevel door wind
Duplex spreidrooster

De spuitstraal worden verdoeffen aan twee kan- ten aufgebogen.
Gelijktijdig bespuien van twee plantenrijen in een handeling
16 Na de werkzaamheden
16.1 Spuitmiddelreservoir aftappen
Afsluiterhendel dicht zetten
Motor afzetten - zie "Motor starten/afzetten"

Doseerstuk (1) in stand "6" resp. "E" draaien en resten van het spuitmiddel in een geschikte opvangcontainer gieten
16.2 Spuitmiddelreservoir reinigen
- Sputm middlereservoir en slangsysteme met schoon water spoelen en reinigen
Resten van spuitmiddel en spoelvloeistof volgens voorschrift en milieuverantwoord afvoeren - instructies van de fabrikant van het plantenbeschermingsmiddel in acht nemen
Apparaat met afgeschroefde deksel latent drogen
Bij verruild zeefelement:

geschikt gereedschap (bijv. schroevendraaier) voor het losmaken van het zeeftelement (1) in de beiden uitsparingen (pijlen) schuiven
Zeefelement (1) maar boven uit het spuitmiddelreservoir trekken

- Zeefelement (2) met schoon water en bijv. met een kwast reinigen
16.3 Na het verstuiven en strooien - alleen SR 450
- Spuitmiddelreservoir tijdens het werk volledig aftappen
Doseerhendel sluiten
Motor afzetten - zie "Motor starten/afzetten" - Spuitmiddelreservoir met schoon water spoellen en reinigen
- Spoelvloeistof volgens voorschrift en milieuverantwoord afvoeren - instructies van de fabrikant van het plantenbeschermingsmiddel in acht nemen
Apparaat met afgeschroefde deksel latent drogen
17 Apparaat opslaan
- Het apparaat op een droge, vorstvrijne en veiligeplaats opslaan. Beschermen gegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)
Nederlands 18 Luchtfilter verwangen
17.1 Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving afvoeren
- Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indrukken, voordat de motor worden gestart
- De motor encke net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat
- Het apparatusaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
- Het spuitmiddelreservoir Niet gedurende langere tijd blootstellen aan direct zonlicht, UVstralen hunnen ervoor zorgen dat het reservoir broos worden - kans op lekkage of breuk!
18 Luchtfilter verrangen
Vervuilde luchtfilters reduceren het motorvermögen, verhogen het benzineverbruik en bemoeilijken het starten.
18.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

De chokeknop in stand 14 draaien
Bouten (1) losdraaien
Filterdeksel (2) Wegnemen

Filter (3) Wegnemen
Vervuilde of beschadigde filters verrangen
Een nieuw filter in het filterhuis aanbrengen
Filterdeksel aanbrengen
De schroeven aanbrengen en vastdraaien
De carburateur is zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmensel.
19.2 Apparaat voorbereiden
Motor afzetten
Luchtfilter controlleren - indien nodig reinigen of verrangen
- Afstelling gaskabel controleren - indien nodig afstellen - zie "Gaskabel afstellen"
19.3 Standaardafstelling

Hoofdstelschroef (H) tot aan de aanslag linksom draaien - max. 3/4 slag
Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom tot aan de aanslag draaien -ervolgens 3/4 slag linksom terugdraaien
19.4 Stationair toerental instellen
Standaardafstellinguitvoeren
Motor starten en warm laten draaien

19.4.1 Motor slaat bij stationair toerental af
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait
19.4.2 Onregelmatig stationair toerental, motor slaat af ondanks de gecorri-geerde LA-aftstellung, motor neemt slecht op
Stelschroef stationair toerental (L) linksom draaien tot de motor regelmatig draait en goed opneemt - max. tot aan de aanslag
19.4.3 Onregelmatig stationair toerental
Stationaire instelling is te rijk.
Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait en nog goed opneemt - max. tot aan de aanslag
Na elke correctie van de stand van de stelschroef stationair toerental (L) moet meestal ook de stand van de aanslagschroef stationair toerental (LA) worden gewijzigd.
19.5 Correctie van de carburatuarstelling bij gebruik op grotere hoogtes
Als de motor Niet optimaal draait, kan een geringe correctieoodzakelijk+zijn:
Standaardafstellinguitvoeren
Motor warm laten draaien
Hoofdstelschroef (H) iets rechtsom (armer) draaien - max. tot aan de aanslag
LET OP
Nadat is teruggekeerd vanuit große hoogte, de carburateurafstelling wee terugzetten op de standaardafstelling.
Bij een te arme afstelling bestaat de kans op motorschade door een gebrek aan smering en oververhitting.
20 Bougie
Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental erst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder - alleen door STIHL vrijgeven, ontstoorde bougies gebruiken -zie "Technische gevevens"
20.1 Bougie uitbouwen

De bougiesteker (1) vertical aan boven toe lostrekken
De bougie (2) losdraaien
20.2 Bougie controlleren

Vervuilde bougie reinigen
Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zich "Technische gegevens"
Oorzaken van de verwuiling van de bougie opheffen
Mogelijk oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden


WAARSCHUWING
Bij een Niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kuren vonden gevormd. Als in eenlicht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kuren brand of explosies ontstaan. Personen kuren ernstig letsel oplopen of er kan materiele schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
20.3 Bougie monteren
- Bougie in de boring schroeven en de bougiesteker hierop vastdrukken
21 Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburateurafstelling de motorkarakteristiek Niet optimaal is, kan dit ook te wijten zich aan de uitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geauthoriseerde dealer op verwuiling (koolaanslag) lately controlleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latelyuitvoeren.
22 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werktijden dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijkks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine visuèle | controle (staat, lekkage) | X X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Bedieningshandgreep Werking controlleren XX | ||||||||||
| Luchtfilter reinigen X | ||||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werkträden dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvilling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| vervangen X | ||||||||||
| Hand-benzinepomp(indien gemonteerd) | controlen X | |||||||||
| laten repareren door geauthoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Carburateur stationair toerental con-troleren | X | X | ||||||||
| stationair toerental instellen | X | |||||||||
| Bougie elektrodeafstand afstelen | stell-len | X | ||||||||
| elke 100 bedrijsuren verrangen | ||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | Visuele controle X | |||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalte stelschroeven) | natrekken X | |||||||||
| Spuitmiddelreservoir en slang - SR 430 | visuele controle (staat, lekkage) | X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Spuitmiddelreservoir, doseerinrichting en slang - SR 450 | visuele controle (staat, lekkage) | X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Zeef in het spuitmiddelreservoir | reinigen, resp. verran-gen | XX | ||||||||
| Doseerinrichting op de blaaspijp | controleren XX | |||||||||
| Antivibratie-elementen controleren XXX | ||||||||||
| laten verwangen door geauthoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Beschemrooster voor de luchtaanzuigopening | controleren XX | |||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werktielen dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijkns | Na elke tankvulling | Wekelijns | Maandelijns | Jaarijns | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Afleider - SR 450 controle | en X | |||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| Veiligheidssticker verwangen X | ||||||||||
| 1)STIHL adviseert de STIHL dealer | ||||||||||
23 Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Het aanhonden van de voorschriften in deze handleding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldigplaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.
De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgeveen wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die Niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, Niet geschikt of kwalitatief minderwaardig়
- Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparatus
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestations of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
23.1 Onderhoudswerkkaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zich hunnen worden uitgevoerd,要去 deze worden overgelaten aan een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden Niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
Schade aan de motor ten gevolge van nicht tinkdig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
Corrosie- en andere verwolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
24 Belangrijke componenten Nederlands
Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onder-delen
23.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:
-Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- bougie
- dampingselementen van het antivirusiesystem

24 Belangrijke componenten

1 Dop
2 Sputtmittelreservoir
3 Hendel 2)
4 Doseerinrichting 2)
5 Bougiesteker
6 Carburatustrstelschroeven
7 Hand-benzinepomp
8 Chokeknop
9 Starhandgreep
10 Tankdop
11 Benzinetank
12 Uitlaatdemper
13 Aflieider 2)
14 Rooster
15 Doseerstuk
16 Spuitmond
17 Blaaspijp
18 Gashendel
19 Bedieningshandgreep
20 Stelknop
21 Afsluiterhendel voor spuitmiddeltoevoer
22 Gashendelblokkering 1)
23 Doseerhendel voor verstuif- en strooistand 2)
24 Harmonicaslang
25 Draagriem
26 Rugplaat
27 Rugkussen, kort 1)
27 Rugkussen, lang 1) a
28 Beschermrooster
29 Luchtfilter
30 Afstandhouser 1)
Machinenummer
Eencilinder-tweetaktmotor
Cylinderinhoud: 63,3 cm³
Boring: 48 mm
Slag: 35 mm
Vermogen volgens 2,9 kW (3,9 pk)
ISO 7293:
Stationair toerental: 3000 1/min
Motor-/blaasventilatortoe- 6800 1/min rental tijdens gebruik
Nederlands 25 Technische gegevens
25.2 Ontstekingssystem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
25.3 Brandstofsystem
Onafhankelijk van de stand werkende membrancacarburateur met geintegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 1700cm^3 (1,7 l)
25.4 Blaascapaciteit
Luchtsnelheid: 90 m/s
Max. luchtdoorzet zonder 1300m^3 /h
blaasmechanisme:
Luchtdoorzet met blaas- 920 m³/h
mond:
25.5 Spuitinrichting
Inhoud spuitmiddelreser- 14 I voir:
Resthoeveelheid spuitmid- 50ml delreservoir:
Maaswijdte vulzeef: 1 mm
Spuitbreedte horizontal: 14,5 m
Opbrengst (vernevel-, 0,69 - 2,64 l/min
strooicapaciteit) (zonder
drukpomp met standard-doseerstuk):
Verdere opbrengsten met aangebouwd special toebehoren - zie doseerinrichting
25.6 Spuitbeeld volgens ISO
28139:2019
Uitvoer SR 430
| Doseerstand Percentage v | van het horizontal opge-brachte medium dat na 5 m op de grond is neergeslagen |
| 1 0,0 % | |
| 6 3,9 % | |
| ULV-blaasmond: | |
| 0,5 0,0 % | |
| 0,8 0,1 % | |
Grotere neerslag of drift als gevolg van wind en hoge temperatuur möglichk.
Uitvoer SR 450
| Doseerstand Percentage v | an het horizontal opge- brachte medium dat |
| na 5 m op de grond is neergeslagen | |
| 1 0,0 % | |
| 6 4,5 % | |
| ULV-blaasmond: | |
| 0,5 0,0 % | |
| 0,8 0,7 % | |
Grotere neerslag of drift als gevolg van wind en hoge temperatuur möglichk.
Luchtsnelheid SR 430
| Afstand tot blaasmond | ||
| 3 m 6 m | ||
| gemiddelde luchtsnelheid [m/s] | 4,5 2,8 | |
| Radius spuit-wolk [mm] | 400 412 | |
Luchtsnelheid SR 450
| Afstand tot blaasmond | ||
| 3 m 6 m | ||
| gemiddelde luchtsnelheid [m/s] | 4,1 2,8 | |
| Radius spuit-wolk [mm] | 361 400 | |
25.7 Gewicht
Leeg:
SR 430:12,2 kg
SR 450:12,8 kg
max. bedrijfsklaar gewicht (afgetankt):
SR 430:27,5kg
SR 450:28,1 kg
Max. vulgewicht spuitmiddelreservoir:
SR 450:14 kg
25.8 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden is rekening gehonden met het stationairtoerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:6.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG zie
www.stihl.com/vib
25.9 Geluiddrukniveauu L peq volgens DIN EN 15503
SR 430:97 dB(A)
SR 450:102 dB(A)
25.10 Geluidvermogensniveau L weq volgens DIN EN 15503
SR 430:108 dB(A)
SR 450:109 dB(A)
25.11 Trillingswaarde a hv,eq volgens DIN EN 15503
Handgreep rechts
SR 430: 1,9 ~m / s^2
SR 450: 1,9 m/s²
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica- lien.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006zie
www.stihl.com/reach
25.13 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatie motor volgens een genomeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreiben gebruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.
26 Reparatierichtlijnen
Door de gelebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparations mogen alleen door geauthoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgeveen of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zich te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHLC en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (opkleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
27 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk+zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

- De STIHL producten inclusief de verpakking volgens deplaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleven.
Niet bij het huisvuil afvoeren.
28 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigeng verantwoordelijkheid dat
Constructie: Rugnevelspuit
Merk: STIHL
Type:SR 430
SR 450
Serie-identificatie: 4244
Cylinderinhoud:
63,3 cm³
voldoen aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG en 2014/30/EU en in overeenstemming met de tentijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen+zijn ontwikkeld en geproduedd:
ISO 12100, EN 55012, EN 61000-6-1, EN ISO 28139
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving

29 UKCA-conformiteitsverklar-ring
verklaart op eigengerantwoordelijkheid dat
Constructie: Rugnevelspuit
Merk: STIHL
Type:SR 430
SR 450
Serie-identificatie: 4244
63,3 cm³
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008 en Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en in overeenstemming met de tenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduerd:
ISO 12100, EN 55012, EN 61000-6-1, EN ISO 28139
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparatus.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving