BR 430 - Blazer STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BR 430 STIHL in PDF-formaat.
| Type product | Rugblazer |
| Merk | Stihl |
| Model | BR 430 |
| Motor | Eencilinder tweetakt |
| Cilinderinhoud | 63,3 cm³ |
| Vermogen (ISO 7293) | 2,9 kW (3,9 pk) |
| Stationair toerental | 3000 tpm |
| Tankinhoud | 1700 cm³ (1,7 l) |
| Blaaskracht | 26 N |
| Luchtsnelheid | 82 m/s |
| Luchtdebiet | 850 m³/h |
| Maximale luchtsnelheid | 98 m/s |
| Maximaal luchtdebiet (zonder hulpstuk) | 1300 m³/h |
| Gewicht (lege tank) | 10,3 kg |
| Geluidsdrukniveau | 101 dB(A) |
| Geluidsvermogenniveau | 108 dB(A) |
| Trillingsniveau (rechter handgreep) | 2,5 m/s² |
| Bougie | NGK BPMR 7A of Bosch WSR 6F |
| Elektrodenafstand | 0,5 mm |
| Carburateur | Membraancarburateur voor alle standen |
| Mengverhouding | 1:50 (Stihl tweetaktolie) |
| Aanbevolen gebruik | Tuin, stadions, parkeerplaatsen, paden |
| Veiligheidsuitrusting | Harnas, veiligheidsbril, gehoorbescherming |
Veelgestelde vragen - BR 430 STIHL
Gebruikersvragen over BR 430 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BR 430 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BR 430 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING BR 430 STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding...... 47
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.48
3 Apparaat completeren....52
4 Gaskabel afstellen.... 56
5 Draagstel omdoen....56
6 Brandstof....56
7 Tanken.... 57
8 Ter informatie voor het starten....58
9 Motor starten/afzetten.... 59
10 Gebruiksvoorschriften.... 61
11 Luchtfilter vervangen....61
12 Carburateur afstellen.... 61
13 Bougie....62
14 Motorkarakteristiek....63
15 Apparaat opslaan....63
16 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 64
17 Slijtage minimaliseren en schade voorko-
men....65
18 Belangrijke componenten.... 66
19 Technische gegevens.... 67
20 Reparatierichtlijnen.... 68
21 Milieuverantwoord afvoeren....68
22 EU-conformiteitsverklaring....68
23 UKCA-conformiteitsverklaring....69
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Hand-benzinepomp bedienen
Gebruik of chloorwii gebeleket papier. Drukniken devaten plantaardige olei, papier is recycelbar.
⑥ ANDREAS STILL AG & CO. KG 2022 0458-456-9421-E, VA0.D22.
1.2 Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn speciale veiligheidsmaatregelen nodig bij het werken met een motorapparaat.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het apparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het apparaat werken – behalve jongeren boven de 16 aan die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het apparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen over-
komen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende apparaten kan door nationale alsook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Het apparaat alleen dan in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren.
Voor het reinigen van het apparaat geen hoge- drukreiniger gebruiken. Door de harde waters- traal kunnen onderdelen van het apparaat wor- den beschadigd.
2.1 Toebehoren en onderdelen
Alleen die onderdelen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelen of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
2.2 Lichamelijke gesteldheid
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het apparaat worden gewerkt.
2.3 Gebruik conform de voorschriften
Met de bladblazer kunnen bladeren, gras, papier en dergelijke, bijv. in parken, sportstadions, op parkeerplaatsen of inritten, bij elkaar worden "geveegd". De bladblazer is ook geschikt voor het schoonblazen van jachtpaden in het bos.
Geen voor de gezondheid schadelijke materialen wegblazen.
Het gebruik van het apparaat voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat.
2.4 Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding, combipak, geen stofjas.

Geen kleding dragen met losse koorden, snoertjes, en banden, geen sjaal, geen stropdas en geen sieraden dragen die in de luchtaanzuigopeningen aan de zijkant en aan de onderzijde van de machine terecht kunnen komen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.
Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.5 Apparaat vervoeren
Altijd de motor afzetten.
Bij vervoer in voertuigen:
- Het apparaat zo beveiligen dat het niet kan omvallen, worden beschadigd en er ook geen benzine uit kan lopen
2.6 Tanken

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen brandstof morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar!
Het apparaat voor het tanken van de rug nemen. Alleen tanken als het op de grond staat.
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan- ken. Als er benzine werd gemorst, het motorap- paraat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine – anders direct andere kleding aantrekken.

Op lekkages letten! Als er benzine weglekt de motor niet starten – levensgevaar door verbranding!
Tank-schroefdop

Na het tanken de schroef-tankdop zo vast mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank-dop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
2.7 Voor het starten
Controleren of het apparaat in goede staat verkeert – het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
- Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine-pomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren
- De gashendel moet soepel bewegen en vanzelf in de stationaire stand terugveren
- De stelknop moet gemakkelijk in stand STOP, resp. 0 kunnen worden geplaatst
- De blaasinrichting moet volgens voorschrift zijn gemonteerd
Nederlands
- De handgrepen moeten schoon en droog, vrij van olie en vuil zijn – belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- Bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- Staat van het blaasventilatorhuis controleren
- De staat van de draagriemen en het draagstel controleren – beschadigde of versleten draagriemen vervangen
Slijtage aan het blaasventilatorhuis (scheurtjes, breuken) kan tot letsel leiden door naar buiten toe weggeslingerde voorwerpen. Bij beschadigingen aan het blaasventilatorhuis contact opne- men met een geautoriseerde dealer – STIHL adviseert de STIHL dealer
Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
In geval van nood: het snel losmaken van de sluiting van de heupgordel, het losmaken van de schouderriem en het op de grond plaatsen van het apparaat oefenen.
2.8 Motor starten
Minstens op 3 meter van de plek waar werd getankt en niet in een afgesloten ruimte.
Het apparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen toelaten in de directe werkomgeving – ook niet tijdens het starten.
De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de gebruiksaanwijzing staat beschreven.
Alleen op een vlakke ondergrond, op een stabiele en veilige houding letten, het apparaat goed vasthouden.
Na het aanslaan van de motor kunnen door de in kracht toenemende luchtstroom voorwerpen (bijv. stenen) omhoog worden geslingerd.
2.9 Tijdens de werkzaamheden
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten – stelhendel in stand STOP, resp. 0 plaatsen.

Binnen een straal van 15 m mogen zich geen andere personen ophouden – kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiele schade!

Nooit in de richting van personen of dieren blazen – het apparaat kan kleine voorwerpen met hoge snelheid omhoog slingeren – kans op letsel!
Tijdens het blazen (in open terrein en in de tuin) op huisdieren letten, om deze niet in gevaar te brengen.
Het apparaat nooit onbeheerd laten draaien.
Wees voorzichtig bij ijzel, regen, sneeuw, ijs, Wees voorzichtig bij werkzaamheden op hellingen en in oneffen terrein – kans op uitglijden!
Op obstakels letten: afval, boomstronken, wortels, greppels – kans op struikelen!
Niet op een ladder, niet op onstabiele plaatsen werken.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het apparaat werken – ook niet bij machines met katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergiftiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken!
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe nabijheid van het apparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare ben-zinedampen ontsnappen.
Bij stofontwikkeling altijd een stofmasker dragen.
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Het apparaat na de werkzaamheden op een vlakke, niet-brandbare ondergrond neerzetten.
Niet in de buurt van licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, brandstof) neerzetten – brandgevaar!
Als het apparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of het apparaat in een bedrijfszekere staat verkeert – zie ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstof-systeem en de goede werking van de veilig-heidsinrichtingen letten. Een niet-bedrijfszeker apparaat in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
2.10 Bladblazer gebruiken

Het apparaat wordt op de rug gedragen. De rechterhand bedient de blaaspijp via de bedieningshandgreep.
Alleen stapsgewijs voorwaarts werken – de lucht- uitstroomopening van de blaaspijp altijd in het oog houden – niet achteruit lopen – kans op struikelen!
Motor uitzetten alvorens het apparaat van de rug te nemen.
2.11 Werktechniek
Voor het minimaliseren van de blaastijd de hark en bezem gebruiken om het vuil voor het schoonblazen los te maken.
- Indien nodig het schoon te blazen oppervlak met water besproeien om sterke stofvorming te voorkomen.
- Het vuil niet in de richting van personen, vooral kinderen, huisdieren, in de richting van
openstaande ramen of net gewassen auto's blazen. Vuil voorzichtig wegblazen
- Bij elkaar geveegd vuil in een vuilniscontainer afvoeren, niet op het perceel van de buurman blazen
- Motorapparaten alleen gedurende de werkuren gebruiken – niet 's ochtends vroeg, laat in de avond/nacht of tijdens de middagpauze, als mensen er hinder van kunnen ondervinden. De lokaal voorgeschreven rusttijden aanhouden
- De bladblazer laten draaien met een zo laag mogelijk motortoerental waarbij de blaascapaciteit voldoende is voor de werkzaamheden
- De uitrusting voor de ingebruikneming controleren, vooral de uitlaatdemper, de luchtaanzui-gopeningen en het luchtfilter
2.12 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Warme handen
– Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
– Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het motor-apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
2.13 Onderhoud en reparaties
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Nederlands 3 Apparaat completeren
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de handrugnevelspuit. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden altijd de motor afzetten – kans op letsel! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd – brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan.
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gegevens" – monteren.
Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivibratie-elementen beïnvloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-elementen regelmatig controleren.
Motor afzetten voor het opheffen van storingen.
3 Apparaat completeren
De combisleutel en de schroevendraaier zitten in de meegeleverde verpakking voor het toebehoren.
3.1 Blaasinrichting van de BR 350
De harmonicaslang op het kniestuk monteren

text_image
1 2 0000-GXX-2038-A0▶ Glijring (2) uit elkaar trekken en over het kniestuk (1) schuiven

text_image
3 4 0009BA003 KN- Slangklem (3) uit elkaar trekken en om de harmonicaslang (4) leggen
- Slangklem (3) dichtdrukken – de lip in de uitsparing haken

text_image
2 3 4 0000-GXX-2039-A0▶ Harmonicaslang (4) tot aan de aanslag over de glijring (2) schuiven
- Slangklem (3) uitlijnen – zoals afgebeeld
3 Apparaat completeren Nederlands

▶ Bout (pijl) vastdraaien
De blaaspijp en de blaasmond op elkaar monteren

text_image
5 5 6 0009BA005 KN- Blaaspijp (5) en blaasmond (6) aan elkaar koppelen
Bedieningshandgreep monteren

text_image
3 4 7 0009BA006 KN- Bedieningshandgreep (7) uit elkaar trekken en over de mof van de harmonicaslang (4) schuiven
▶ De gaskabel in de houder van de slang-klem (3) haken
Bedieningshandgreep afstellen
- Het apparaat op de rug nemen en de draagriem afstellen – zie "Draagriem omdoen"

text_image
4 7 5 0009BA007 KN- Blaaspijp (5) tot aan de aanslag in de mof van de harmonicaslang (4) schuiven
▶ Bedieningshandgreep (7) in de lengterichting verschuiven en instellen op de armlengte
▶ Bout op de bedieningshandgreep (7) aandraaien
3.2 Blaasinrichting van de BR 430
Bedieningshandgreep monteren

text_image
452BA101 KN 1 2- De beide helften van de zadelklem uit elkaar trekken
▶ Bedieningshandgreep (1) op de blaaspijp (2) schuiven

text_image
1 2 3 452BA102 KN- Bedieningshandgreep (1) ten opzichte van de naad op de blaaspijp uitlijnen – zoals afgebeeld
▶ Bedieningshandgreep (1) met bout (3) zo bevestigen dat deze nog net op de blaaspijp (2) kan worden verschoven
Blaaspijp monteren

text_image
1 2 3 452BA096 KN- Afhankelijk van de lichaamslengte: blaaspijp (1) tot de betreffende marking op de blaaspijp (2) schuiven
- Blaaspijp (1) in de richting van de pijl verdraaien en in de betreffende groef (3) vastklikken
De zadelklem en de harmonicaslang monteren

text_image
1 2 3 452BA108 KN- Slangklem (1) (met de borggroef voor de gas-kabel) met de plaatsmarkeringen naar links gericht op het kniestuk (3) schuiven
▶ Harmonicaslang (2) over het kniestuk (3) schuiven

text_image
1 2 3 4 452BA109 KN▶ Slangklem (1) op de harmonicaslang (2) schuiven
- De plaatsmarkeringen op de slangklem (1) en het kniestuk (3) met elkaar in lijn brengen – boutuitsparing naar beneden gericht
▶ Slangklem (1) met de bout (4) bevestigen

text_image
2 5 6 452BA103 KN- Slangklem (5) (zonder borggroef voor de gas-kabel) met de plaatsmarkeringen naar rechts gericht op de blaaspijp (6) schuiven
- Blaaspijp (6) in de harmonicaslang (2) schuiven

text_image
2 5 6 7 452BA104 KN▶ Slangklem (5) op de harmonicaslang (2) schuiven
- Slangklem (5) en de blaaspijp (6) uitlijnen – zoals afgebeeld
▶ Slangklem (5) met de bout (7) bevestigen
Blaasmond monteren

text_image
2 3 1 452BA111 KN- Blaasmond (1) zover op de blaaspijp (2) schuiven dat de pen (3) vastklikt
3 Apparaat completeren Nederlands
Blaasmond verwijderen

text_image
2 3 1 452BA112 KN▶ Blaasmond (1) in de richting van de pijl draaien tot de pen (3) niet meer zichtbaar is
▶ Blaasmond (1) van de blaaspijp (2) trekken
Bedieningshandgreep afstellen
- Het apparaat op de rug nemen en de draagriem afstellen – zie "Draagriem omdoen"

text_image
1 2 3 452BA110 KN▶ Bedieningshandgreep (1) in de lengterichting op de blaaspijp (2) verschuiven en instellen op de armlengte
▶ Bedieningshandgreep (1) met de bout (3) bevestigen

text_image
5 4 6 4 452BA064 KN▶ Gaskabel (4) met de huls (5) in de borg-groef (6) vastklikken
Slijtage-indicatoren op de blaasmond

text_image
452BA100 KNTijdens de werkzaamheden zal het voorste deel van de blaasmond door schurend contact met de grond slijten. De blaasmond is een onderdeel dat blootstaat aan slijtage, en moet worden vervangen bij het bereiken van de slijtagemarkering.
Transporthulp monteren
Voor opslaan en vervoer:

text_image
452BA043 KN- Klittenband op de blaaspijp bevestigen – de naad door het oog trekken

- De blaaspijp aan de handgreepopening van de rugplaat bevestigen
Na de montage van het apparaat of na een langere gebruiksduur kan het nodig zijn de gaskabelafstelling te corrigeren.
De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat.

- De gashendel in de volgasstand plaatsen – tot aan de aanslag
- De bout in de gashendel voorzichtig tot aan de eerste weerstand in de richting van de pijl draaien. Daarna nogmaals een slag verder indraaien
5 Draagstel omdoen
5.1 Draagstel afstellen

text_image
373BA003 KN- Riem naar beneden trekken, de riemen worden strak getrokken
5.2 Draagstel losmaken

text_image
373BA004 KN▶ Schuifklem opwippen
- Het draagstel zo afstellen, dat de rugplaat stevig en goed tegen de rug aan ligt
6 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

Direct huidcontact met brandstof en het inade- men van brandstofdampen voorkomen.
6.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.
6.2 Brandstof mengen
LET OP
Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschadigen.
6.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
6.2.2 Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
6.2.3 Mengverhouding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50;
1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine
6.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben-zine STIHL tweetakt-olie 1:50
Liter Liter (ml)
1 0,02 (20)
5 0,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens benzine en goed mengen
6.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge- geven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken mengen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem-loos worden bewaard.
- De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien.
- De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieu-bewust opslaan en afvoeren!
7 Tanken

7.1 Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop naar boven is gericht
Nederlands 8 Ter informatie voor het starten
7.2 Schroef-tankdop opendraaien

▶ Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
▶ Tankdop wegnemen
7.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert het STIHL vulsysteem (speciaal toebehoren).
7.4 Schroef-tankdop dichtdraaien

▶ Tankdop aanbrengen
▶ Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien
8 Ter informatie voor het starten
LET OP
Het beschermrooster voor de luchtaanzuigopening tussen de rugplaat en de motorunit voor het starten bij stilstaande motor controleren en indien nodig, reinigen.
8.1 Functies van de stelknop
De apparaten kunnen zijn uitgerust met verschillende bedieningshandgrepen.

text_image
1 2 0009BA009 KNWerkstand I
Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) mogelijk.
Motor Stopp 0
Ontstekingssysteem wordt onderbroken, de motor slaat af. De stelknop (1) grijpt in deze stand niet aan, maar veert terug in de werkstand I. De ontsteking is automatisch weer ingeschakeld.
Standgas

text_image
1 2 I C 0009BA010 KNGashendel (2) kan traploos worden gearrêteerd:
Voor het opheffen van de begrenzing:
▶ Stelknop (1) weer in de werkstand I plaatsen

text_image
1 2 452BA122 KNWerkstand I
Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) mogelijk.
Motor Stopp C
Ontstekingssysteem wordt onderbroken, de motor slaat af. De stelknop (1) grijpt in deze stand niet aan, maar veert terug in de werkstand I. De ontsteking is automatisch weer ingeschakeld.
Vergrendelstand 🔒
Gashendel (2) kan in drie standen worden vergrendeld: 1/3 gas, 2/3 gas en volgasstand. Voor het opheffen van de begrenzing, de stelknop (1) weer in de werkstand I plaatsen.
9 Motor starten/afzetten
9.1 Motor starten
▶ Veiligheidsvoorschriften in acht nemen
LET OP
Het apparaat alleen op een schone en stofvrije ondergrond starten, zodat er geen stof door het apparaat wordt aangezogen.

▶ De stelknop moet in stand I staan

text_image
H LA L 0009BA012 KN- De balg van de hand-benzinepomp ten minste 8-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
9.1.1 Koude motor (koude start)

text_image
0009BA013 KN▶ De chokeknop indrukken en in stand draaien
9.1.2 Warme motor (warme start)

text_image
0009BA014 KN- De chokeknop indrukken en in stand draaien
Deze instelling geldt ook als de motor al even heeft gedraaid, maar nog koud is.
9.1.3 Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabiel staat – erop letten dat de uitstroomopening niet op personen is gericht
▶ Een stabiele houding aannemen: het apparaat met de linkerhand op het huis vasthouden en met een voet ervoor zorgen dat het apparaat niet wegschuift - Met de rechterhand de starchandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken – en vervolgens snel en krachtig verder trekken – het startkoord niet tot aan het uiteinde uittrekken – kans op breuk!
- De starthandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold
▶ Verder starten tot de motor draait
9.2 Zodra de motor draait

▶ De chokeknop springt bij het indrukken van de gashendel automatisch in de werkstand
9.2.1 Bij zeer lage temperaturen
- lets gas geven – de motor even warm laten draaien
9.3 Motor afzetten

10 Gebruiksvoorschriften Nederlands
- De stelknop richting 0 drukken – de motor slaat af – de stelknop veert terug in de uitgangsstand
9.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand ⏻ of bij het accelereren af
- Chokeknop in stand draaien – verder starten tot de motor draait
De motor start niet in de warmestartstand
- Chokeknop in stand ⏻ draaien – verder starten tot de motor draait
De motor slaat niet aan
▶ Controleren of alle bedieningselementen correct zijn afgesteld
▶ Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken
▶ Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
▶ Startprocedure herhalen
Alle benzine werd verbruikt
- Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 8-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
▶ Motor opnieuw starten
10 Gebruiksvoorschriften
10.1 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssysteem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
10.2 Na de werkzaamheden
Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzinetank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand – zie "Apparaat opslaan".
11 Luchtfilter vervangen
Vervuilde luchtfilters reduceren het motorvermögen, verhogen het benzineverbruik en bemoeilijken het starten.
11.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

text_image
0002BA088 KN 1 2 1▶ De chokeknop in stand ↓ draaien
▶ Bouten (1) losdraaien
▶ Filterdeksel (2) wegnemen

text_image
3 0002BA089 KN▶ Filter (3) wegnemen
▶ Vervuilde of beschadigde filters vervangen
▶ Een nieuw filter in het filterhuis aanbrengen
▶ Filterdeksel aanbrengen
▶ De schroeven aanbrengen en vastdraaien
12.1 Basisinformatie
De carburateur is af fabriek op de standaardafstelling afgesteld.
De carburateur is zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
12.2 Apparaat voorbereiden
▶ Motor afzetten
- Luchtfilter controlleren – indien nodig reinigen of vervangen
- Afstelling gaskabel controlleren – indien nodig afstellen – zie "Gaskabel afstellen"
- Vonkenrooster (afhankelijk van de exportuitvoering) in de uitlaatdemper controleren – indien nodig reinigen of vervangen
12.3 Standaardafstelling

text_image
H L LA 0002BA082 KN- Hoofdstelschroef (H) tot aan de aanslag linksom draaien – max. 3/4 slag
- Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom tot aan de aanslag draaien – vervolgens 3/4 slag linksom terugdraaien
12.4 Stationair toerental instellen
▶ Standaardafstelling uitvoeren
▶ Motor starten en warm laten draaien

text_image
H L LA 0002BA083 KN12.4.1 Motor slaat bij stationair toerental af
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait
12.4.2 Onregelmatig stationair toerental; motor slaat af ondanks de gecorri-geerde LA-afstelling, motor neemt slecht op
- Stelschroef stationair toerental (L) linksom draaien tot de motor regelmatig draait en goed opneemt – max. tot aan de aanslag
12.4.3 Onregelmatig stationair toerental
Stationaire instelling is te rijk.
- Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait en nog goed opneemt – max. tot aan de aanslag
Na elke correctie van de stand van de stelschroef stationair toerental (L) moet meestal ook de stand van de aanslagschroef stationair toerental (LA) worden gewijzigd.
12.5 Correctie van de carburateuraf- stelling bij gebruik op grotere hoogtes
Als de motor niet optimaal draait, kan een geringe correctie noodzakelijk zijn:
▶ Standaardafstelling uitvoeren
▶ Motor warm laten draaien
- Hoofdstelschroef (H) iets rechtsom (armer) draaien – max. tot aan de aanslag
LET OP
Nadat is teruggekeerd vanuit grote hoogte, de carburateurafstelling weer terugzetten op de standaardafstelling.
Bij een te arme afstelling bestaat de kans op motorschade door een gebrek aan smering en oververhitting.
13 Bougie
- Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
- Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gegevens"
14 Motorkarakteristiek Nederlands
13.1 Bougie uitbouwen

text_image
1 2 0002BA049 KN- De bougiesteker (1) verticaal naar boven toe lostrekken
▶ De bougie (2) losdraaien
13.2 Bougie controleren

text_image
000BA039 KN A▶ Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens"
▶ Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen
Mogelijke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden

text_image
000BA045 KN 1
WAARSCHUWING
Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of explosions ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiële schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
13.3 Bougie monteren
▶ Bougie in de boring schroeven en de bougies- teker hierop vastdrukken
14 Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburateurafstelling de motorkarakteristiek niet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan de uitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer op vervuiling (koolaanslag) laten controleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
15 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
- De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
- De brandstof volgens de voorschriften en milieuwetgeving afvoeren
▶ Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indrukken, voordat de motor wordt gestart - De motor en deze net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat
- Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)
16 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |||
| Complete machine visuele | controle (staat, lekkage) | X X | |||||||||
| reinigen X | |||||||||||
| Bedieningshandgreep werkking controleren X X | |||||||||||
| Luchtfilter reinigen X | |||||||||||
| vervangen X | |||||||||||
| Hand-benzinepomp controleren X | |||||||||||
| laten repareren door geautoriseerde dealer1) | X | ||||||||||
| Aanzuigmond in de ben-zinetank | laten controleren door geautoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer1) | X | X | |||||||||
| Benzinetank reinigen X | |||||||||||
| Carburateur stationair toerental controleren | X | X | |||||||||
| stationair toerental instellen | X | ||||||||||
| Bougie elektrodeafstand afstel-len | X | ||||||||||
| elke 100 bedrijfsuren vervangen | |||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | visuele controle | X | |||||||||
| reinigen | X | ||||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) | natrekken | X | |||||||||
| Antivibratie-elementen | controleren X | X | X | ||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer1) | X | ||||||||||
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de gegeven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | ||
| Beschermrooster voor de luchtaanzuigopening | controleren X X | ||||||||||
| reinigen X | |||||||||||
| Gaskabel afstellen X | |||||||||||
| Veiligheidssticker vervangen X | |||||||||||
| ^1) STIHL adviseert de STIHL dealer | |||||||||||
17 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
17.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
- Schade aan de motor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
- Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Nederlands 18 Belangrijke componenten
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
17.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- bougie
- dempingselementen van het antivibratiesysteem
18 Belangrijke componenten

text_image
BR 350 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 2 15 21 22 # 16 17 18 19 20 #1 Blaasmond, recht ^1)
2 Blaasmond, gebogen ^1)
3 Blaaspijp
4 Blaaspijp
5 Bedieningshandgreep
6 Gashendel
7 Stelknop
8 Harmonicaslang
9 Rugkussen
10 Rugplaat
11 Draagriem
12 Draagbeugel
13 Beschermrooster
14 Filterdeksel
15 Carburateurstelschroeven
16 Hand-benzinepomp
17 Chokeknop
18 Starthandgreep
19 Tankdop
20 Benzinetank
21 Bougiesteker
22 Uitlaatdemper
Machinenummer

text_image
BR 430 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 # 300-9X-002A 5T1 Blaasmond, recht ^1)
2 Blaasmond, gebogen ^1)
3 Blaaspijp
4 Blaaspijp
5 Bedieningshandgreep
6 Gashendel
7 Stelknop
19 Technische gegevens Nederlands
8 Harmonicaslang
9 Rugkussen
10 Rugplaat
11 Draagriem
12 Draagbeugel
13 Beschermrooster
14 Filterdeksel
Eencilinder-tweetaktmotor
Cilinderinhoud: 63,3 cm ^4
Boring: 48 mm
Slag: 35 mm
Stationair toerental: 3000 1/min
Vermogen volgens
ISO 7293:
BR 350: 2,1 kW (2,8 pk)
BR 430: 2,9 kW (3,9 pk)
19.2 Ontstekingssysteem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
19.3 Brandstofsysteem
Onafhankelijk van de stand werkende membraancarburateur met geïntegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 1700 cm ^3 (1,7 l)
19.4 Blaascapaciteit
19.4.1 BR 350
Blaaskracht 17 N
Luchtsnelheid: 75 m/s
Luchtdebiet: 740 m³/h
Maximale luchtsnelheid: 90 m/s
Maximale doorzet (zonder blaas- 1150 m³/h mechanisme):
19.4.2 BR 430
Blaaskracht 26 N
Luchtsnelheid: 82 m/s
Luchtdebiet: 850 m³/h
Maximale luchtsnelheid: 98 m/s
Maximale doorzet (zonder blaas- 1300 m³/h mechanisme):
19.5 Gewicht
zonder benzine:
BR 350: 10,1 kg
BR 430: 10,3 kg
19.6 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:6.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG zie www.stihl.com/vib
19.7 Geluiddrukniveau L _peq volgens DIN EN 15503:2010
BR 350: 98 dB(A)
BR 430: 101
dB(A)
19.8 Geluidvermogensniveau L weq volgens DIN EN 15503:2010
BR 350: 106
dB(A)
BR 430: 108
dB(A)
19.9 Trillingswaarde a _hv,eq volgens DIN EN 15503:2010
19.9.1 Standaard-uitvoering
Hand-
greep
rechts
BR 350: 3.9 m/s^2
BR 430: 2,5 m/s ^4
19.9.2 Uitvoering met dubbele handgreep
| Handgreep | links | Hand-greeprechts |
| BR 350: | 2,5 m/s^2 | 2,5 m/s^2 |
| BR 430: | 2,5 m/s^2 | 2,5 m/s^2 |
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
19.10 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemicaliën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
19.11 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure geme- ten CO 2-waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO _2 -waarde werd op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring.
20 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn
vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo
STIHL ^ en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
21 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

text_image
000BA073 KN▶ De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleveren.
▶ Niet bij het huisvuil afvoeren.
22 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: Bladblazer
Merk: STIHL
Type: BR 350
BR 430
Serie-identificatie: 4244
Cilinderinhoud: 63,3 cm ^4
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver-
sies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gega-randeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 11094 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau
BR 350: 105 dB(A)
BR 430: 107 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
BR 350: 107 dB(A)
BR 430: 109 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving
CE
23 UKCA-conformiteitsverkla- ring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: Bladblazer
Merk: STIHL
Type: BR 350
BR 430
Serie-identificatie: 4244
Cilinderinhoud: 63,3 cm ^4
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gega-randeerde geluidsvermogenniveau werd gehandeld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikma-king van norm ISO 11094.
Gemeten geluidsvermogenniveau
BR 350: 105 dB(A)
BR 430: 107 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
BR 350: 107 dB(A)
BR 430: 109 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving
