STIHL BR 430 - Blazer

BR 430 - Blazer STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BR 430 STIHL in PDF-formaat.

📄 96 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIHL BR 430 - page 48
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIHL

Model : BR 430

Categorie : Blazer

Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BR 430 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BR 430 van het merk STIHL.

GEBRUIKSAANWIJZING BR 430 STIHL

Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht. Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht. Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie Hand-benzinepomp bedienen Nederlands 0458-456-9421-E 47 © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2022 0458-456-9421-E. VA0.D22. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Drukinkten bevatten plantaardige olie, papier is recyclebaar. Originele handleiding 0000004070_023_NL1.2 Codering van tekstblokken WAARSCHUWING Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade. LET OP Waarschuwing voor beschadiging van het appa‐ raat of afzonderlijke componenten.

1.3 Technische doorontwikkeling

STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uit‐ rusting behouden wij ons daarom ook voor. Aan gegevens en afbeeldingen in deze handlei‐ ding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Er zijn speciale veiligheidsmaatrege‐ len nodig bij het werken met een motorapparaat. De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandach‐ tig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden. De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsin‐ spectie en andere in acht nemen. Wie voor het eerst met het apparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan wer‐ ken – of deelnemen aan een cursus. Minderjarigen mogen niet met het apparaat wer‐ ken – behalve jongeren boven de 16 aar die onder toezicht leren met het apparaat te werken. Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden. Als het apparaat niet wordt gebruikt, het appa‐ raat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen over‐ komen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld. Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de gebruiksaanwijzing meegeven. Het gebruik van geluid producerende apparaten kan door nationale alsook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt. Het apparaat alleen dan in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren. Voor het reinigen van het apparaat geen hoge‐ drukreiniger gebruiken. Door de harde waters‐ traal kunnen onderdelen van het apparaat wor‐ den beschadigd.

2.1 Toebehoren en onderdelen

Alleen die onderdelen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vra‐ gen hierover contact opnemen met een geautori‐ seerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelen of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigen‐ schappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd. Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aan‐ bouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.

2.2 Lichamelijke gesteldheid

Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke condi‐ tie hebben. Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het wer‐ ken met een motorapparaat mogelijk is. Alleen voor dragers van een pacemaker: het ont‐ stekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïn‐ vloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behan‐ delend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen. Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 48 0458-456-9421-ENa gebruik van alcohol, medicijnen die het reac‐ tievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het apparaat worden gewerkt.

2.3 Gebruik conform de voorschrif‐

ten Met de bladblazer kunnen bladeren, gras, papier en dergelijke, bijv. in parken, sportstadions, op parkeerplaatsen of inritten, bij elkaar worden "geveegd". De bladblazer is ook geschikt voor het schoonblazen van jachtpaden in het bos. Geen voor de gezondheid schadelijke materialen wegblazen. Het gebruik van het apparaat voor andere doel‐ einden is niet toegestaan en kan leiden tot onge‐ lukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzi‐ gingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het appa‐ raat.

2.4 Kleding en uitrusting

De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding, combipak, geen stofjas. Geen kleding dragen met losse koor‐ den, snoertjes, en banden, geen sjaal, geen stropdas en geen siera‐ den dragen die in de luchtaanzuigo‐ peningen aan de zijkant en aan de onderzijde van de machine terecht kunnen komen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt. Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen. WAARSCHUWING Om de kans op oogletsel te reduce‐ ren een nauw aansluitende veilig‐ heidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veilig‐ heidsbril goed zit. "Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen. STIHL biedt een omvangrijk programma aan per‐ soonlijke beschermuitrusting.

2.5 Apparaat vervoeren

Altijd de motor afzetten. Bij vervoer in voertuigen:

Het apparaat zo beveiligen dat het niet kan omvallen, worden beschadigd en er ook geen benzine uit kan lopen

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen brandstof morsen – niet roken. Voor het tanken de motor afzetten. Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar! Het apparaat voor het tanken van de rug nemen. Alleen tanken als het op de grond staat. De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbou‐ wen en er geen benzine uit de tank kan spuiten. Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan‐ ken. Als er benzine werd gemorst, het motorap‐ paraat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine – anders direct andere kleding aantrekken. Op lekkages letten! Als er benzine weglekt de motor niet starten – levensgevaar door verbranding! Tank-schroefdop Na het tanken de schroef-tankdop zo vast mogelijk aandraaien. Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐ dop door de motortrillingen losloopt en er ben‐ zine wegstroomt.

2.7 Voor het starten

Controleren of het apparaat in goede staat ver‐ keert – het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:

Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐ pomp (alleen bij motorapparaten met hand- benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren

De gashendel moet soepel bewegen en van‐ zelf in de stationaire stand terugveren

De stelknop moet gemakkelijk in stand STOP, resp. 0 kunnen worden geplaatst

De blaasinrichting moet volgens voorschrift zijn gemonteerd 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands 0458-456-9421-E 49– De handgrepen moeten schoon en droog, vrij van olie en vuil zijn – belangrijk voor een vei‐ lige bediening van het motorapparaat

Bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ont‐ staan, hierdoor kan het vrijkomende benzine- luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!

Geen wijzigingen aan de bedieningselemen‐ ten en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen

Staat van het blaasventilatorhuis controleren

De staat van de draagriemen en het draagstel controleren – beschadigde of versleten draa‐ griemen vervangen Slijtage aan het blaasventilatorhuis (scheurtjes, breuken) kan tot letsel leiden door naar buiten toe weggeslingerde voorwerpen. Bij beschadigin‐ gen aan het blaasventilatorhuis contact opne‐ men met een geautoriseerde dealer – STIHL adviseert de STIHL dealer Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken! In geval van nood: het snel losmaken van de sluiting van de heupgordel, het losmaken van de schouderriem en het op de grond plaatsen van het apparaat oefenen.

Minstens op 3 meter van de plek waar werd getankt en niet in een afgesloten ruimte. Het apparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen toelaten in de directe werkomgeving – ook niet tijdens het star‐ ten. De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de gebruiksaanwijzing staat beschreven. Alleen op een vlakke ondergrond, op een stabi‐ ele en veilige houding letten, het apparaat goed vasthouden. Na het aanslaan van de motor kunnen door de in kracht toenemende luchtstroom voorwerpen (bijv. stenen) omhoog worden geslingerd.

2.9 Tijdens de werkzaamheden

Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten – stelhendel in stand STOP, resp. 0 plaatsen. Binnen een straal van 15 m mogen zich geen andere personen ophouden – kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen! Deze afstand ook ten opzichte van andere objec‐ ten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materi‐ ele schade! Nooit in de richting van personen of dieren blazen – het apparaat kan kleine voorwerpen met hoge snelheid omhoog slingeren – kans op letsel! Tijdens het blazen (in open terrein en in de tuin) op huisdieren letten, om deze niet in gevaar te brengen. Het apparaat nooit onbeheerd laten draaien. Wees voorzichtig bij ijzel, regen, sneeuw, ijs, Wees voorzichtig bij werkzaamheden op hellin‐ gen en in oneffen terrein – kans op uitglijden! Op obstakels letten: afval, boomstronken, wor‐ tels, greppels – kans op struikelen! Niet op een ladder, niet op onstabiele plaatsen werken. Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐ wen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn. Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐ doende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen. Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken! Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande kool‐ waterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi‐ leerde ruimtes met het apparaat wer‐ ken – ook niet bij machines met kata‐ lysator. Bij het werken in greppels, slenken of op plaat‐ sen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergif‐ tiging! Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werk‐ zaamheden direct onderbreken – deze sympto‐ men kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken! Niet roken tijdens het gebruik en in de directe nabijheid van het apparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare ben‐ zinedampen ontsnappen. Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 50 0458-456-9421-EBij stofontwikkeling altijd een stofmasker dragen. Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk. Het apparaat na de werkzaamheden op een vlakke, niet-brandbare ondergrond neerzetten. Niet in de buurt van licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, brandstof) neerzetten – brandgevaar! Als het apparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of het apparaat in een bedrijfszekere staat verkeert – zie ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstof‐ systeem en de goede werking van de veilig‐ heidsinrichtingen letten. Een niet-bedrijfszeker apparaat in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geau‐ toriseerde dealer.

2.10 Bladblazer gebruiken

0009BA001 KN Het apparaat wordt op de rug gedragen. De rechterhand bedient de blaaspijp via de bedie‐ ningshandgreep. Alleen stapsgewijs voorwaarts werken – de lucht‐ uitstroomopening van de blaaspijp altijd in het oog houden – niet achteruit lopen – kans op struikelen! Motor uitzetten alvorens het apparaat van de rug te nemen.

Voor het minimaliseren van de blaastijd de hark en bezem gebruiken om het vuil voor het schoonblazen los te maken.

Indien nodig het schoon te blazen oppervlak met water besproeien om sterke stofvorming te voorkomen.

Het vuil niet in de richting van personen, vooral kinderen, huisdieren, in de richting van openstaande ramen of net gewassen auto's blazen. Vuil voorzichtig wegblazen

Bij elkaar geveegd vuil in een vuilniscontainer afvoeren, niet op het perceel van de buurman blazen

Motorapparaten alleen gedurende de werku‐ ren gebruiken – niet 's ochtends vroeg, laat in de avond/nacht of tijdens de middagpauze, als mensen er hinder van kunnen ondervinden. De lokaal voorgeschreven rusttijden aanhou‐ den

De bladblazer laten draaien met een zo laag mogelijk motortoerental waarbij de blaascapa‐ citeit voldoende is voor de werkzaamheden

De uitrusting voor de ingebruikneming contro‐ leren, vooral de uitlaatdemper, de luchtaanzui‐ gopeningen en het luchtfilter

Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloed‐ ingsstoornissen aan de handen ("witte vingers"). Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is. De gebruiksduur wordt verlengd door:

Rustpauzes De gebruiksduur wordt verkort door:

Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)

De mate van kracht uitgeoefend door de han‐ den (stevig beetpakken beïnvloedt de door‐ bloeding nadelig) Bij regelmatig, langdurig gebruik van het motor‐ apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.

2.13 Onderhoud en reparaties

Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaam‐ heden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Tech‐ nische informaties. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands 0458-456-9421-E 51Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Alsdit wordt nagelaten is er kans op ongelukken ofschade aan de handrugnevelspuit. Bij vragencontact opnemen met een geautoriseerde dea‐ ler. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen temonteren. Deze zijn qua eigenschappen opti‐maal op het apparaat en de eisen van de gebrui‐ker afgestemd.Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaak‐werkzaamheden altijd de motor afzetten – kansop letsel! – Uitzondering: afstelling carburateuren stationair toerental.De motor mag bij een losgetrokken bougiestekerof bij een losgedraaide bougie niet met behulpvan het startmechanisme worden getornd –brandgevaar door ontstekingsvonken buiten decilinder!Het motorapparaat niet in de nabijheid van openvuur onderhouden en opslaan.De tankdop regelmatig op lekkage controleren.Alleen in goede staat verkerende, door STIHLvrijgegeven bougies – zie "Technische gege‐vens" – monteren.Bougiekabel controleren (goede isolatie, vasteaansluiting).Controleer of de uitlaatdemper in een goedestaat verkeert.Niet met een defecte of zonder uitlaatdemperwerken – brandgevaar! – Gehoorschade!De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaarvoor brandwonden!De staat van de antivibratie-elementen beïn‐vloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-ele‐menten regelmatig controleren.Motor afzetten voor het opheffen van storingen. 3 Apparaat completeren De combisleutel en de schroevendraaier zitten inde meegeleverde verpakking voor het toebeho‐ ren.

3.1 Blaasinrichting van de BR 350

De harmonicaslang op het kniestuk monteren 0000-GXX-2038-A0

► Glijring (2) uit elkaar trekken en over het knie‐stuk (1) schuiven 0009BA003 KN

► Slangklem (3) uit elkaar trekken en om de har‐monicaslang (4) leggen► Slangklem (3) dichtdrukken – de lip in de uit‐sparing haken

► Harmonicaslang (4) tot aan de aanslag overde glijring (2) schuiven► Slangklem (3) uitlijnen – zoals afgebeeldNederlands 3 Apparaat completeren52 0458-456-9421-E0000-GXX-2040-A0 ► Bout (pijl) vastdraaien De blaaspijp en de blaasmond op elkaar monte‐ ren 0009BA005 KN

► Blaaspijp (5) en blaasmond (6) aan elkaar koppelen Bedieningshandgreep monteren

► Bedieningshandgreep (7) uit elkaar trekken en over de mof van de harmonicaslang (4) schui‐ ven ► De gaskabel in de houder van de slang‐ klem (3) haken Bedieningshandgreep afstellen ► Het apparaat op de rug nemen en de draag‐ riem afstellen – zie "Draagriem omdoen" 0009BA007 KN

► Blaaspijp (5) tot aan de aanslag in de mof van de harmonicaslang (4) schuiven ► Bedieningshandgreep (7) in de lengterichting verschuiven en instellen op de armlengte ► Bout op de bedieningshandgreep (7) aan‐ draaien

3.2 Blaasinrichting van de BR 430

► De beide helften van de zadelklem uit elkaar trekken ► Bedieningshandgreep (1) op de blaaspijp (2) schuiven

► Bedieningshandgreep (1) ten opzichte van de naad op de blaaspijp uitlijnen – zoals afge‐ beeld ► Bedieningshandgreep (1) met bout (3) zo bevestigen dat deze nog net op de blaas‐ pijp (2) kan worden verschoven 3 Apparaat completeren Nederlands 0458-456-9421-E 53Blaaspijp monteren 452BA096 KN

► Afhankelijk van de lichaamslengte: blaas‐ pijp (1) tot de betreffende markering op de blaaspijp (2) schuiven ► Blaaspijp (1) in de richting van de pijl ver‐ draaien en in de betreffende groef (3) vastklik‐ ken De zadelklem en de harmonicaslang monteren

► Slangklem (1) (met de borggroef voor de gas‐ kabel) met de plaatsmarkeringen naar links gericht op het kniestuk (3) schuiven ► Harmonicaslang (2) over het kniestuk (3) schuiven 452BA109 KN

► Slangklem (1) op de harmonicaslang (2) schuiven ► De plaatsmarkeringen op de slangklem (1) en het kniestuk (3) met elkaar in lijn brengen – boutuitsparing naar beneden gericht ► Slangklem (1) met de bout (4) bevestigen

► Slangklem (5) (zonder borggroef voor de gas‐ kabel) met de plaatsmarkeringen naar rechts gericht op de blaaspijp (6) schuiven ► Blaaspijp (6) in de harmonicaslang (2) schui‐ ven

► Slangklem (5) op de harmonicaslang (2) schuiven ► Slangklem (5) en de blaaspijp (6) uitlijnen – zoals afgebeeld ► Slangklem (5) met de bout (7) bevestigen Blaasmond monteren

452BA111 KN ► Blaasmond (1) zover op de blaaspijp (2) schui‐ ven dat de pen (3) vastklikt Nederlands 3 Apparaat completeren 54 0458-456-9421-EBlaasmond verwijderen

452BA112 KN ► Blaasmond (1) in de richting van de pijl draaien tot de pen (3) niet meer zichtbaar is ► Blaasmond (1) van de blaaspijp (2) trekken Bedieningshandgreep afstellen ► Het apparaat op de rug nemen en de draag‐ riem afstellen – zie "Draagriem omdoen"

► Bedieningshandgreep (1) in de lengterichting op de blaaspijp (2) verschuiven en instellen op de armlengte ► Bedieningshandgreep (1) met de bout (3) bevestigen ► Gaskabel (4) met de huls (5) in de borg‐ groef (6) vastklikken Slijtage-indicatoren op de blaasmond 452BA100 KN Tijdens de werkzaamheden zal het voorste deel van de blaasmond door schurend contact met de grond slijten. De blaasmond is een onderdeel dat blootstaat aan slijtage, en moet worden vervan‐ gen bij het bereiken van de slijtagemarkering. Transporthulp monteren Voor opslaan en vervoer: 3 Apparaat completeren Nederlands 0458-456-9421-E 55► Klittenband op de blaaspijp bevestigen – de naad door het oog trekken ► De blaaspijp aan de handgreepopening van de rugplaat bevestigen 4 Gaskabel afstellen Na de montage van het apparaat of na een lan‐ gere gebruiksduur kan het nodig zijn de gaska‐ belafstelling te corrigeren. De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat. 0009BA008 KN ► De gashendel in de volgasstand plaatsen – tot aan de aanslag ► De bout in de gashendel voorzichtig tot aan de eerste weerstand in de richting van de pijl draaien. Daarna nogmaals een slag verder indraaien 5 Draagstel omdoen

5.1 Draagstel afstellen

373BA003 KN ► Riem naar beneden trekken, de riemen wor‐ den strak getrokken

5.2 Draagstel losmaken

373BA004 KN ► Schuifklem opwippen ► Het draagstel zo afstellen, dat de rugplaat ste‐ vig en goed tegen de rug aan ligt 6 Brandstof De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie. WAARSCHUWING Direct huidcontact met brandstof en het inade‐ men van brandstofdampen voorkomen.

STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhou‐ ding. STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra. MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar. Nederlands 4 Gaskabel afstellen 56 0458-456-9421-E6.2 Brandstof mengen LET OP Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motor‐ olie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschadi‐ gen.

Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken – loodvrij of loodhoudend. Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instel‐ bare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt. Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.

Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt. STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motor‐ olie voor om de emissiegrenswaarden gedu‐ rende de machinelevensduur te kunnen waarbor‐ gen.

6.2.3 Mengverhouding

Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine

Hoeveelheid ben‐ zine STIHL tweetakt‐ olie 1:50 Liter Liter (ml) 1 0,02 (20) 5 0,10 (100) 10 0,20 (200) 15 0,30 (300) 20 0,40 (400) 25 0,50 (500) ► In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens ben‐ zine en goed mengen

6.3 Brandstofmengsel opslaan

Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge‐ geven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen. Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoe‐ veelheid die nodig is voor enkele weken men‐ gen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brand‐ stofmengsel sneller onbruikbaar worden. STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem‐ loos worden bewaard. ► De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden WAARSCHUWING In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien. ► De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieu‐ bewust opslaan en afvoeren! 7 Tanken

7.1 Apparaat voorbereiden

0002BA086 KN ► De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt ► Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop naar boven is gericht 7 Tanken Nederlands 0458-456-9421-E 577.2 Schroef-tankdop opendraaien 002BA447 KN ► Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen ► Tankdop wegnemen

Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert het STIHL vulsysteem (speciaal toebehoren).

7.4 Schroef-tankdop dichtdraaien

002BA448 KN ► Tankdop aanbrengen ► Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien 8 Ter informatie voor het starten LET OP Het beschermrooster voor de luchtaanzuigope‐ ning tussen de rugplaat en de motorunit voor het starten bij stilstaande motor controleren en indien nodig, reinigen.

8.1 Functies van de stelknop

De apparaten kunnen zijn uitgerust met verschil‐ lende bedieningshandgrepen.

0009BA009 KN Werkstand F Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) mogelijk. Motor Stopp † Ontstekingssysteem wordt onderbroken, de motor slaat af. De stelknop (1) grijpt in deze stand niet aan, maar veert terug in de werk‐ stand F. De ontsteking is automatisch weer inge‐ schakeld. Standgas

0009BA010 KN Gashendel (2) kan traploos worden gearrêteerd: Voor het opheffen van de begrenzing:

Stelknop (1) weer in de werkstand F plaatsen 452BA122 KN

Werkstand F Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) mogelijk. Nederlands 8 Ter informatie voor het starten 58 0458-456-9421-EMotor Stopp † Ontstekingssysteem wordt onderbroken, de motor slaat af. De stelknop (1) grijpt in deze stand niet aan, maar veert terug in de werk‐ stand F. De ontsteking is automatisch weer inge‐ schakeld. Vergrendelstand C Gashendel (2) kan in drie standen worden ver‐ grendeld: 1/3 gas, 2/3 gas en volgasstand. Voor het opheffen van de begrenzing, de stelknop (1) weer in de werkstand F plaatsen. 9 Motor starten/afzetten

► Veiligheidsvoorschriften in acht nemen LET OP Het apparaat alleen op een schone en stofvrije ondergrond starten, zodat er geen stof door het apparaat wordt aangezogen. 0009BA011 KN 0009BA021 KN

De stelknop moet in stand F staan 0009BA012 KN

► De balg van de hand-benzinepomp ten minste 8-maal indrukken – ook als de balg met ben‐ zine is gevuld

De chokeknop indrukken en in stand c draaien

De chokeknop indrukken en in stand o draaien Deze instelling geldt ook als de motor al even heeft gedraaid, maar nog koud is. 9 Motor starten/afzetten Nederlands 0458-456-9421-E 599.1.3 Starten 0009BA028 KN ► Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabiel staat – erop letten dat de uitstroomope‐ ning niet op personen is gericht ► Een stabiele houding aannemen: het apparaat met de linkerhand op het huis vasthouden en met een voet ervoor zorgen dat het apparaat niet wegschuift ► Met de rechterhand de starthandgreep lang‐ zaam tot aan de eerst voelbare aanslag uit‐ trekken – en vervolgens snel en krachtig ver‐ der trekken – het startkoord niet tot aan het uiteinde uittrekken – kans op breuk! ► De starthandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold ► Verder starten tot de motor draait

9.2 Zodra de motor draait

0009BA016 KN 0009BA022 KN ► Gashendel indrukken 0009BA017 KN ► De chokeknop springt bij het indrukken van de gashendel automatisch in de werkstand e

9.2.1 Bij zeer lage temperaturen

► Iets gas geven – de motor even warm laten draaien

0009BA018 KN 0009BA023 KN Nederlands 9 Motor starten/afzetten 60 0458-456-9421-E► De stelknop richting † drukken – de motor slaat af – de stelknop veert terug in de uit‐ gangsstand

9.4 Verdere aanwijzingen met

betrekking tot het starten De motor slaat in de koudestartstand c of bij het accelereren af

Chokeknop in stand o draaien – verder star‐ ten tot de motor draait De motor start niet in de warmestartstand o

Chokeknop in stand c draaien – verder star‐ ten tot de motor draait De motor slaat niet aan ► Controleren of alle bedieningselementen cor‐ rect zijn afgesteld ► Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken ► Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt ► Startprocedure herhalen Alle benzine werd verbruikt ► Na het tanken de balg van de hand-benzine‐ pomp ten minste 8-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld ► De chokeknop afhankelijk van de motortempe‐ ratuur instellen ► Motor opnieuw starten 10 Gebruiksvoorschriften

10.1 Tijdens de werkzaamheden

De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de compo‐ nenten op de motor (ontstekingssysteem, carbu‐ rateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.

10.2 Na de werkzaamheden

Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzine‐ tank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdu‐ rige stilstand – zie "Apparaat opslaan". 11 Luchtfilter vervangen Vervuilde luchtfilters reduceren het motorvermo‐ gen, verhogen het benzineverbruik en bemoeilij‐ ken het starten.

11.1 Als het motorvermogen merk‐

► Filter (3) wegnemen ► Vervuilde of beschadigde filters vervangen ► Een nieuw filter in het filterhuis aanbrengen ► Filterdeksel aanbrengen ► De schroeven aanbrengen en vastdraaien 12 Carburateur afstellen

12.1 Basisinformatie

De carburateur is af fabriek op de standaardaf‐ stelling afgesteld. De carburateur is zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voor‐ zien van een optimaal benzine-luchtmengsel. 10 Gebruiksvoorschriften Nederlands 0458-456-9421-E 6112.2 Apparaat voorbereiden ► Motor afzetten ► Luchtfilter controleren – indien nodig reinigen of vervangen ► Afstelling gaskabel controleren – indien nodig afstellen – zie "Gaskabel afstellen" ► Vonkenrooster (afhankelijk van de exportuit‐ voering) in de uitlaatdemper controleren – indien nodig reinigen of vervangen

12.3 Standaardafstelling

► Hoofdstelschroef (H) tot aan de aanslag linksom draaien – max. 3/4 slag ► Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom tot aan de aanslag draaien – vervolgens 3/4 slag linksom terugdraaien

12.4 Stationair toerental instellen

► Standaardafstelling uitvoeren ► Motor starten en warm laten draaien 0002BA083 KN

12.4.1 Motor slaat bij stationair toerental af

► Aanslagschroef stationair toerental (LA) lang‐ zaam rechtsom draaien tot de motor gelijkma‐ tig draait

12.4.2 Onregelmatig stationair toerental;

motor slaat af ondanks de gecorri‐ geerde LA-afstelling, motor neemt slecht op Stationaire instelling is te arm. ► Stelschroef stationair toerental (L) linksom draaien tot de motor regelmatig draait en goed opneemt – max. tot aan de aanslag

12.4.3 Onregelmatig stationair toerental

Stationaire instelling is te rijk. ► Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait en nog goed opneemt – max. tot aan de aanslag Na elke correctie van de stand van de stel‐ schroef stationair toerental (L) moet meestal ook de stand van de aanslagschroef stationair toe‐ rental (LA) worden gewijzigd.

12.5 Correctie van de carburateuraf‐

stelling bij gebruik op grotere hoogtes Als de motor niet optimaal draait, kan een geringe correctie noodzakelijk zijn: ► Standaardafstelling uitvoeren ► Motor warm laten draaien ► Hoofdstelschroef (H) iets rechtsom (armer) draaien – max. tot aan de aanslag LET OP Nadat is teruggekeerd vanuit grote hoogte, de carburateurafstelling weer terugzetten op de standaardafstelling. Bij een te arme afstelling bestaat de kans op motorschade door een gebrek aan smering en oververhitting. 13 Bougie ► Bij onvoldoende motorvermogen, slecht star‐ ten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren. ► Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gege‐ vens" Nederlands 13 Bougie 62 0458-456-9421-E13.1 Bougie uitbouwen

0002BA049 KN ► De bougiesteker (1) verticaal naar boven toe lostrekken ► De bougie (2) losdraaien

► Vervuilde bougie reinigen ► Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens" ► Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen Mogelijke oorzaken zijn:

Vervuild luchtfilter

Ongunstige bedrijfsomstandigheden

000BA045 KN WAARSCHUWING Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aan‐ sluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omge‐ ving wordt gewerkt, kunnen brand of explosies ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplo‐ pen of er kan materiële schade ontstaan. ► Ontstoorde bougies met een vaste aansluit‐ moer monteren

13.3 Bougie monteren

► Bougie in de boring schroeven en de bougies‐ teker hierop vastdrukken 14 Motorkarakteristiek Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de cor‐ recte carburateurafstelling de motorkarakteristiek niet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan de uitlaatdemper. De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer op vervuiling (koolaanslag) laten controleren! STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. 15 Apparaat opslaan Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen ► De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen ► De brandstof volgens de voorschriften en mili‐ euwetgeving afvoeren ► Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruk‐ ken, voordat de motor wordt gestart ► De motor en deze net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat ► Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter ► Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen) 14 Motorkarakteristiek Nederlands 0458-456-9421-E 6316 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor‐ male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan‐ gere dagelijkse werktijden dienen de gegeven inter‐ vallen navenant te worden verkort. Voor begin van de werkzaamheden Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks Na elke tankvulling Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Bij storingen Bij beschadiging Indien nodig Complete machine visuele controle (staat, lekkage) X X reinigen X Bedieningshandgreep werking controleren X X Luchtfilter reinigen X vervangen X Hand-benzinepomp controleren X laten repareren door geautoriseerde dealer

Aanzuigmond in de ben‐ zinetank laten controleren door geautoriseerde dealer

laten vervangen door geautoriseerde dealer

Bougie elektrodeafstand afstel‐ len

elke 100 bedrijfsuren vervangen Aanzuigopening voor koellucht visuele controle X reinigen X Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) natrekken X Antivibratie-elementen controleren X X X laten vervangen door geautoriseerde dealer

Nederlands 16 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften 64 0458-456-9421-EOnderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor‐ male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan‐ gere dagelijkse werktijden dienen de gegeven inter‐ vallen navenant te worden verkort. Voor begin van de werkzaamheden Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks Na elke tankvulling Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Bij storingen Bij beschadiging Indien nodig Beschermrooster voor de luchtaanzuigopening controleren X X reinigen X Gaskabel afstellen X Veiligheidssticker vervangen X

STIHL adviseert de STIHL dealer 17 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat. Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij‐ zingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzon‐ der voor:

Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product

Het gebruik van gereedschappen of toebeho‐ ren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn

Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat

Gebruik van het apparaat bij sportmanifesta‐ ties of wedstrijden

Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen

17.1 Onderhoudswerkzaamheden

Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigings‐ voorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebrui‐ ker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Tech‐ nische informaties. Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar‐ voor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hier‐ toe behoren o.a.:

Schade aan de motor ten gevolge van niet tij‐ dig of niet correct uitgevoerde onderhouds‐ werkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvol‐ doende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)

Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag 17 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen Nederlands 0458-456-9421-E 65– Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onder‐ delen

17.2 Aan slijtage onderhevige delen

Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig wor‐ den vervangen. Hiertoe behoren o.a.:

Filter (voor lucht, benzine)

dempingselementen van het antivibratiesys‐ teem 18 Belangrijke componenten

Alleen afhankelijk van de exportuitvoering gemonteerd Nederlands 18 Belangrijke componenten 66 0458-456-9421-E8 Harmonicaslang 9 Rugkussen 10 Rugplaat 11 Draagriem 12 Draagbeugel 13 Beschermrooster 14 Filterdeksel 15 Carburateurstelschroeven 16 Hand-benzinepomp 17 Chokeknop 18 Starthandgreep 19 Tankdop 20 Benzinetank 21 Bougiesteker 22 Uitlaatdemper # Machinenummer 19 Technische gegevens

Eencilinder-tweetaktmotor Cilinderinhoud: 63,3 cm

19.2 Ontstekingssysteem

Elektrodeafstand: 0,5 mm

19.3 Brandstofsysteem

Onafhankelijk van de stand werkende mem‐ braancarburateur met geïntegreerde benzine‐ pomp Inhoud benzinetank: 1700 cm

19.4 Blaascapaciteit

Blaaskracht 17 N Luchtsnelheid: 75 m/s Luchtdebiet: 740 m

Maximale luchtsnelheid: 90 m/s Maximale doorzet (zonder blaas‐ mechanisme): 1150 m

Blaaskracht 26 N Luchtsnelheid: 82 m/s Luchtdebiet: 850 m

Maximale luchtsnelheid: 98 m/s Maximale doorzet (zonder blaas‐ mechanisme): 1300 m

19.6 Geluids- en trillingswaarden

Voor het bepalen van de geluids- en trillings‐ waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:6. Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetge‐ ving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG zie www.stihl.com/vib

19.9.1 Standaard-uitvoering

Alleen afhankelijk van de exportuitvoering gemonteerd 19 Technische gegevens Nederlands 0458-456-9421-E 6719.9.2 Uitvoering met dubbele handgreep Handgreep links Hand‐ greep rechts BR 350: 2,5 m/s

Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermo‐ gensniveau bedraagt de K‑-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings‐ waarde bedraagt de K‑-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s

REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach

19.11 Uitlaatgasemissiewaarde

-waarde staat weergegeven bij www.stihl.com/co2 in de productspecifieken technische gegevens. De gemeten CO

-waarde werd op een represen‐ tatieve motor volgens een genormeerde testpro‐ cedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impli‐ ciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor. Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen vol‐ daan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring. 20 Reparatierichtlijnen Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uit‐ gevoerd. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Tech‐ nische informaties. Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderde‐ len. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Originele STlHL onderdelen zijn te herkennen aan het STlHL onderdeelnummer, aan het logo { en, indien aanwezig, aan het STlHL onderdeellogo K (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.). 21 Milieuverantwoord afvoe‐ ren Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. 000BA073 KN ► De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 22 EU-conformiteitsverklaring ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat Constructie: Bladblazer Merk: STIHL Type: BR 350 BR 430 Serie-identificatie: 4244 Cilinderinhoud: 63,3 cm

voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ Nederlands 20 Reparatierichtlijnen 68 0458-456-9421-Esies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012, EN 61000‑6‑1 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 11094 gehandeld. Gemeten geluidsvermogenniveau BR 350: 105 dB(A) BR 430: 107 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau BR 350: 107 dB(A) BR 430: 109 dB(A) Bewaren van technische documentatie: ANDREAS STIHL AG & Co. KG Produktzulassung Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat. Waiblingen, 15-7-2021 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving 23 UKCA-conformiteitsverkla‐ ring ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat Constructie: Bladblazer Merk: STIHL Type: BR 350 BR 430 Serie-identificatie: 4244 Cilinderinhoud: 63,3 cm

voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electro‐ magnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equi‐ pment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tijde van de pro‐ ductiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012, EN 61000‑6‑1 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikma‐ king van norm ISO 11094. Gemeten geluidsvermogenniveau BR 350: 105 dB(A) BR 430: 107 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau BR 350: 107 dB(A) BR 430: 109 dB(A) Bewaren van technische documentatie: ANDREAS STIHL AG & Co. KG Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat. Waiblingen, 15-7-2021 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving Indice