BR 350 - Blazer STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BR 350 STIHL in PDF-formaat.
| Producttype | Bladblazer |
| Merk | STIHL |
| Model | BR 350 |
| Gewicht (lege tank) | 10,1 kg |
| Tankinhoud | 1,7 L |
| Brandstof | Mengsel van loodvrije benzine 90 RON en 2-takt olie (verhouding 1:50) |
| Motortype | Eencilinder tweetaktmotor |
| Cilinderinhoud | 63,3 cm³ |
| Blaaskracht | 17 N |
| Luchtsnelheid | 75 m/s (max 90 m/s) |
| Luchtdebiet | 740 m³/h (max 1150 m³/h) |
| Stationair toerental | 3000 tr/min |
| Bougie | NGK BPMR 7 A of BOSCH WSR 6 F |
| Elektrodenafstand | 0,5 mm |
| Geluidsdrukniveau Lpeq | 98 dB(A) |
| Geluidvermogensniveau Lweq | 106 dB(A) |
| Trillingsniveau (rechter handgreep) | 3,9 m/s² |
| Draagstel | Ja, verstelbaar |
Veelgestelde vragen - BR 350 STIHL
Gebruikersvragen over BR 350 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BR 350 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BR 350 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING BR 350 STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding. 47
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.48
3 Apparaat completeren. .52
4 Gaskabel afstellen 56
5 Draagstel omdoen. 56
6 Brandstof. 56
7Tanken 57
8 Ter informatatie voor het starten. 58
9 Motor starten/afzetten 59
10 Gebruksvoorschriften 61
11 Luchtfilter verrangen. 61
12 Carburateur afstellen 61
13 Bougie. 62
14 Motorkarakteristiek. 63
15 Apparaat opslaan. 63
16 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 64
17 Slijtage minimisieren en schade voorkomen 6
18 Belangrijke componenten 66
19 Technische gegevens 67
20 Reparatierichtlijnen 68
21 Milieuverantwoord afvoeren. 68
22 EU-conformiteitsverklaring. 68
23 UKCA-conformiteitsverklaring. 69
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebrachte worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparaat� aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Hand-benzinepomp bedienen
1.2 Coding van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op oncevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.
LETOP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkst continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons waarom ook voor.
Aan geevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn speciale veiligheidsmaatregelen nodig bij het werken met een motorapparaat.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruinkeming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situatuies leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het apparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige latent uitleggern hoe men hiermee veilig kan werkken - of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen nicht met het apparaat werkken - behaltejongeren boven de 16aar die ondertoezichtleren met het apparaat te werkken.
Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het apparaat Niet worden gebruikt, het apparaat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen over
komen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zich -.altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende apparaten kan door nationale alsookplaatselijk, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Het apparaat alleen dan in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren.
Voor het reinigen van het apparaat geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+kennen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
2.1 Toebehoren en onderdelen
Alleen die onderdelen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautorieerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelen of toebehoren monteren. Als dit worden nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen en toebehoren te monteren. Deze zich qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen - uw verilgheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiaèle schade die door het gebruik van Niet-vrijgegeven aanbouwapparaten worden veroorzaakt, is STIHL nicht aansprakelijk.
2.2 Lichamelijkke gesteldheid
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zich en een goede lichamelijke condi-tie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen nicht mag inspannen, moet+zijn arts raadplegen of het werkken met een motorapparaat möglichk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beinvloeding van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag nicht met het apparaat worden gewerkt.
2.3 Gebruik conform de voorschriften
Met de bladblazer können bladeren, gras, papier en dergelijkke, bijv. in parken, sportstadions, op parkeerplaatsen of inritten, bij elkaar worden "geveegd". De bladblazer is ook geschikt voor het schoonblazen van jachtpaden in het bos.
Geen voor de gezondheid schadelijke materialen wegblazen.
Het gebruik van het apparaat voor andere doel-einden is Niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen - ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat.
2.4 Kleding en uitrusting
De voorgeschreveen kleding en uitrusting dragen

De kleding moet doelmatig zich en mag tijdens het werk Niet hinderen. Nauwsluitende kleding, combipak, geen stofjas.

Geen kleding dragen met losse koorden, snoertjes, en banden, geen sjaal, geen stropdas en geen sieraden dragen die in de luchtaanzuigopeningen aan de zijkant en aan de onderzijde van de machineterecht hunnen komen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de scholders bevindt.
Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.
STIHL biedt een omvangrijk programma aansoonlijke beschemuiitrusting.
2.5 Apparaat vervoeren
Altijd de motor afzetten.
Bij vervoer in voertuigen:
- Het apparaat zo beveiligden dat het Niet kan omvallen, worden beschadigd en er ook geen benzine uit kan lopen
2.6 Tanken

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen brandstof morsen - Niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is -de benzine kan overstromen - brandgevaar!
Het apparaat voor het tanken van de rug nemen.
Alleen tanken als het op de grond staat.
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overduk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine ward gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken - de kleding Niet in aanraking lately komen met de benzine - anders direct andere kleding aantrekken.

Op lekkages letten! Als er benzine weglekt de motor nicht starten - levensgevaar door verbranding!
Tank-schroefdop

Na het tanken de schroef-tankdop zo vast möglichk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
2.7 Voor het starten
Controleren of het apparaat in goede staat verkeert - het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
- Het brandstofsystem op lekkegage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met handbenzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geauthoriseerde dealer latent repareren
- De gashendel moet soepel bewegen en vanzelf in de stationaire stand terugveren
- De stelknop要去 gemakkelijk in stand STOP, resp. 0 können worden geplaatst
- De blaasinrichting moet volgens voorschrift়ijn gemonteerd
Nederlandds
- De handgrepen要去en schoon en droog, vrij van olie en vuil় - belangrijk voor een veiligige bediening van het motorapparaat
- Bougiesteker op vastzitten controleren - bij een loszittende steker kuren vonden ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden - brandgevaar!
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de verligheidsnrichtingen aanbrengen
- Staat van het blaasventilatorhuis controeren
- De staat van de draagriemen en het draagstel controlleren - beschadigde of versleten draagriemen verrangen
Slijtage aan het blaasventilatorhuis (scheurtjes, breuken) kan tot letsel leiden door maar buiten toe weggeslingerde voorwerpen. Bij beschadigingen aan het blaasventilatorhuis contact opnemen met een geautoriseerde dealer - STIHL adviseert de STIHL dealer
Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt - kans op ongelukken!
In geval van nood: het snel losmaken van de sluiting van de heupgordel, het losmaken van de schouderriem en het op de grond plaatsen van het apparaat oefenen.
2.8 Motor starten
Minstens op 3 meter van de plek waar werk getankt en Niet in een afgesloten ruimte.
Het apparaat wordt door slechts een persono brediend - geen andere personen toelaten in de directe werkomgeving - ook Niet tijdens het starten.
De motor nicht 'los uit de hand' starten - starten zoals in de gebruiksaanwijzing staat beschreiben.
Alleen op een vlakke ondergrond, op een stabiele en veilige houding letten, het apparaat goed vasthouden.
Na het aanslaan van de motor+kennen door de in kracht toenemende luchtstroom voorwerpen (bijv. stenen) omhoog worden geslingerd.
2.9 Tijdens de werkzaamheden
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten - stelhendel in stand STOP, resp. 0 plaatsen.

Binnen een straal van 15m mogen zich geen andere Personen ophouden - kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!
Deze afstand ook ten opzichte van andere objec- ten (auto's, ruiten) aanhouden - kans op materi- ele schade!

Nooit in de richting van Personen of dieren blazen - het apparaat kankleine voorwerpen met hoge snelheid omhoog slingeren - kans op letsel!
Tijdens het blazen (in open terrein en in de tuin) op huisdieren letten, om deze nicht in gevaar te brengen.
Het apparaat nooit onbeheerd latent draaien.
Wees voorlichtig bij ijzel, regen, sneeuw, ijs, Wees voorlichtig bij werkzaamheden op hellingen en in oneffen terrein - kans op uitglijden!
Op obstakels letten: afval, boomstronken, wortels, greppels - kans op struikelen!
Niet op een ladder, nicht op onstabieleplaatsen werken.
Bij gebruik van gehoorbeschemers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt - omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zich.
Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zich. Voorzichtig werken, anderen nicht in gevaar brengen.
Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen - kans op ongelukken!

Het motorapparaat produceert giffige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen konnen geurloos en onzichtbaar zich en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi-leerde ruimtes met het apparaat werkken - ook nicht bij machines met katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of opplaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergiftig.
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen können onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgas concentratie – kans op ongelukken!
Niet rokenijdens het gebruik en in de directe nabijheid van het apparaat - brandgevaar! Uit het brandstofsystemen hunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Bij stofontwikkeling alsijd een stofmasker dragen.
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel möglich beperken - de motor niet onnodig latendraaien, alleen gas gehen tijdens het werk.
Het apparaat na de werkzaamheden op een vlakke, Niet-brandbare ondergrond neerzetten. Niet in de buurt vanlicht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschers, droog gras, brandstof) neerzetten - brandgevaar!
Als het apparaat Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werk uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controeren of het apparaat in een bedrijfszekere staat verkeert – zich ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstofsysteme en de goede werkig van de veiligheidsinrichtingen letten. Een Niet-bedrijszeker apparaat in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.

2.10 Bladblazer gebruiken
Het apparaat wordt op de rug gedragen. De rechterhand bedient de blaaspijp via de bedie-ningshandgreep.
Alleen stapsgewijs voorwaarts werken - de luchtuitstroomopening van de blaaspijp algtd in het oog houden - Niet weiteruit lopen - kans op struikelen!
Motor uitzetten alvorens het apparaat van de rug te nemen.
2.11 Werktechniek
Voor het minimisieren van de blaastijd de hark en bezem gebruiken om het vuil voor het schoonblazen los te make.
- Indien nodig het schoon te blazen oppervlak met water besproeien om sterke stofvorming te voorkomen.
- Het vuil Niet in de richting van Personen, vooral kinderen, huisdieren, in de richting van
openstaande ramen of net gewassen auto's blazen. Vuil voorzichtig wegblazen
- Bij elkaar geveegd vuil in een vuilniscontainer afvoeren, Niet op het perceel van de buurman blazen
Motorapparaten alleen gedurende de werkkuren gebruiken - Niet's ochtends vroeg,That in de avond/nacht of tijdens de middagpauze,als mensen er hinder van+kunnen ondervinden. De lokaal voorgeschreveen rusttijden aanhouden - De bladblazer latent draaien met een zo laag möglichk motortoerental waar bij de blaascapaciteit voldoende is voor de werkzaamheden
- De uitrusting voor de ingebruikneming controlleren, vooral de uitlaatdemper, de luchtaanzui-gopeningen en het luchtfilter
2.12 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, sondern deze van meerderere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur worden verlengd door:
- Warme handen
Rustpauzes
De gebruiksduur worden verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het motorapparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.
2.13 Onderhoud en reparations
Het motorapparaat regelmatig onderhonden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreiben. Alle andere werkzaamheden latent uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Nederlands 3 Apparaat completeren
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de handrugnevelspuit. Bij vrijen contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zich qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebrui- ker afgestemd.
Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden algijd de motor afzetten - kans op letsell - Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie nicht met behulp van het startmechanisme worden getornd - brandgevaar door ontstekingsvonden buiten de cilinder!
Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhonden en opslaan.
De tankdop regelmatig op lekkegace controeren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgeven bougies -zie "Technische gevevens" - monteren.
Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdempo Werken - brandgevaar! - Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivirusatie-elementen beinvloedt het trillingsgedrag - de antivirusatie-elementen regelmatig controleren.
Motor afzetten voor het opheffen van storingen.
3 Apparaat completeren
De combisleutel en de schroevendraaier zitten in de meegeleverde verpakking voor het toebehoren.
3.1 Blaasinrichting van de BR 350
De harmonicaslang op het kniestuk monteren

Glijring (2)uit elkaar trekken en over het kniestuk (1) schuiven

- Slangklem (3)uit elkaar trekken en om de harmonicaslang (4)leggen
- Slangklem (3) dichtdrukken - de lip in de uitsparing haken

Harmonicaslang (4) tot aan de aanslag over de glijring (2) schuiven
▶ Slangklem (3) uitlijnen - zoals afgebeeld
3 Apparaat completeren Nederlands

Bout (pijl) vastdraaien
De blaaspijp en de blaasmond op elkaar monteren

- Blaaspijp (5) en blaasmond (6) aan elkaar koppelen
Bedieningshandgreep monteren

Bedieningshandgreep (7)uit elkaar trekken en over de mof van de harmonicaslang (4) schui- ven
De gaskabel in de houder van de slangklem (3) haken
Bedieningshandgreep afstellen
Het apparatus op de rug nemen en de draagriem afstellen - zie "Draagriem omdoen"

- Blaaspijp (5) tot aan de aanslag in de mof van de harmonicaslang (4) schuiven
Bedieningshandgreep (7) in de lengterichting verschuiven en instellen op de armlenge
Bout op de bedieningshandgreep (7) aan-draaien
3.2 Blaasinrichting van de BR 430
Bedieningshandgreep monteren

De beiden halten van de zadelklem uit elkaar trekken

Bedieningshandgreep (1) op de blaaspijp (2) schuiven
Bedieningshandgreep (1) ten opzichte van de naad op de blaaspijp uutilijnen - zoals afgebeeld
Bedieningshandgreep (1) met bout (3) zo bevestigen dat deze nog net op de blaaspijp (2) kan worden verschoven

Blaaspijp monteren
- Afhankelijk van de lichaamslengthe: blaaspijp (1) tot de betreffende marketing op de blaaspijp (2) schuiven
- Blaaspijp (1) in de richting van de pijl verdraaien en in de betreffende groef (3) vastklikken

De zadelklem en de harmonicaslang monteren
- Slangklem (1) (met de borggroef voor de gaskabel) met deplaatsmarkeringenaar links gericht op het kniestuk (3) schuiven
Harmonicaslang (2) over het kniestuk (3) schuiven

- Slangklem (1) op de harmonicaslang (2) schuiven
- Deplaatsmarkeringen op de slangklem (1) en het kniestuk (3) met elkaar in lijn brengen -boutuitsparing maar beneden gericht
Slangklem (1) met de bout (4) bevestigen

▶ Slangklem (5) (zonder borggroef voor de gaskabel) met deplaatsmarkeringenaar rechts gericht op de blaaspijp (6) schuiven
- Blaaspijp (6) in de harmonicaslang (2) schui-ven

Slangklem (5) op de harmonicaslang (2) schuiven
- Slangklem (5) en de blaaspijp (6) uitlijnen - zoals afgebeeld
Slangklem (5) met de bout (7) bevestigen

Blaasmond monteren
- Blaasmond (1) zover op de blaaspijp (2) schuiven dat de pen (3) vastklikt
3 Apparaat completeren Nederlands

Blaasmond verwijderen
- Blaasmond (1) in de richting van de pijl draaien tot de pen (3) Niet meer zichtbaar is
Blaasmond (1) van de blaaspijp (2) trekken
Bedieningshandgreep afstellen
- Het apparaat op de rug nemen en de draagriem afstellen - zie "Draagriem omdoen"

Bedieningshandgreep (1) in de lengterichting op de blaaspijp (2) verschuiven en instellen op de armlengte
Bedieningshandgreep (1) met de bout (3) bevestigen

Gaskabel (4) met de huls (5) in de borggroef (6) vastklikken

Slijtage-indicatoren op de blaasmond
Tijdens de werkzaamheden zal het voorste.Deel van de blaasmond door schurend contact met de grond slijten. De blaasmond is een onderdeel dat blootstaat aan slijtage, en moet worden verrangen bij het bereiken van de slijtagemarkering.
Transporthulp monteren
Voor opslaan en vervoer:

- Klittenband op de blaasijp bevestigen - de naad door het oog trekken

De blaaspijp aan de handgreepopening van de rugplaat bevestigen
Na de montage van het apparatus of na een langere gebruiksduur kan het nodig zich de gaskabelastelling te corrigeren.
De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat.

De gashendel in de volgasstand plaatsen - tot aan de aanslag
De bout in de gashendel voorzichtig tot aan de eerste waterdan in de richting van de pijl draaien. Daarna nogmaals een slag verder indraaien
5 Draagstel omdoen
5.1 Draagstel afstellen

Riem naar beneden trekken, de riemen worden strak getrokken
5.2 Draagstel losmaken

Schuifklem opwippen
- Het draagstel zo afstellen, dat de rugplaat stevig en goed gegen de rug aan ligt
6 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

Direct huidcontact met brandstof en het inademen van brandstofdampen voorkomen.
6.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt.altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
Brandstoffen die nicht geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschaden.
6.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken - loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateursurs storingen veroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
6.2.2 Motorolie
Als brandstof zich wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te konnen waarborgen.
6.2.3 Mengverholding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie +50 delen benzine
6.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50
Liter Liter (ml)
1 0,02 (20)
50,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycaneerst motorolie bijvullen enervolgens benzine en goed mengen
6.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegenlicht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, lage of hoge temperatures kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan darüber tot 5aar probleemloos worden bewaard.
De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen - de dop voorzichtig losdraaien.
De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruike vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
7 Tanken

7.1 Apparaat voorbereiden

De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop maar boven is gericht
7.2 Schroef-tankdop opendraaien

Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
Tankdop wegemen
7.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank Niet tot aan de rand vullen. STIHL advisert het STIHL vulsystem (special toebehoren).
7.4 Schroef-tankdop dichtdraaien

Tankdop aanbrengen
Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast möglichk aandraaien
8 Ter informatatie voor het starten
LETOP
Het beschermrooster voor de luchtaanzuiogopeningussen de rugplaat en de motorunit voor het starten bij stilstaande motor controleren en indien nodig,reinigen.
8.1 Functies van de stelknop
De apparaten können zijn uitgerust met verschlende bedieningshandgerepen.

Werkstand I
Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) möglichk.
Motor Stopp 0
Ontstekingssysteme wordt onderbroken, de motor slaat af. De stelknop (1) grijpt in deze stand Niet aan, maar veerteregug in de werkstand I. De ontsteking is automatisch wee ingeschakeld.
Standgas

Gashendel (2) kan traploos worden gearrêteerd:
Voor het opheffen van de begrenzing:
Stelknop (1) weer in de werkstand I plaatsen

Werkstand I
Motor draait of kan worden gestart. Traploze bediening van de gashendel (2) möglichk.
Motor Stopp C
Ontstekingssystem wordt onderbroken, de motor slaat af. De stelknop (1) grijt in deze stand Niet aan, maar veert terug in de werkstand I. De ontsteking is automatisch wee ingeschakeld.
Vergrendelstand
Gashendel (2) kan in drie standen worden vergrendeld: 1/3 gas, 2/3 gas en volgasstand. Voor het opheffen van de begrenzing, de stelknop (1) waar in de werkstand Iplaatsen.
9 Motor starten/afzetten
9.1 Motor starten
Veiligheidsvoorschriften in acht nemen
LETOP
Het apparaat alleen op een schone en stofvrije ondergrond starten, zodat er geen stof door het apparaat worden aangezogen.


De stelknop moet in stand I staan

De balg van de hand-benzinepomp ten minste 8-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
9.1.1 Koude motor (koude start)

De chokeknop indrukken en in standdraaien
9.1.2 Warme motor (warme start)

De chokeknop indrukken en in stand draaien
Deze instelling geldt ook als de motor al even heeft gedraaid, maar nog koud is.
9.1.3 Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabel staat - erop letten dat de uiststroomopening Niet op Personen is gericht
Een stabiele houding aannemen: het apparaat met de linkerhand op hetuis vasthouden en met een voet ervoor zorgen dat het apparaat Niet wegschuift
Met de rechterhand de starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken - en cervolgens snel en krachtig verder trekken - het startkoord Niet tot aan het uiteinde uittrekken - kans op breuk! - De starthandgreep Niet terug latent schieten – maar latent vieren zodate het startkoord correct kan worden opgerold
Verder starten tot de motor draait
9.2 Zodra de motor draait


Gashendel indrukken

De chokeknop springt bij het indrukken van de gashendel automatisch in de werkstand
9.2.1 Bij zeer lage temperaturen
lets gas given - de motor even warm laten draaien
9.3 Motor afzetten


10 Gebruiksvoorschriften Nederlands
De stelknoprichting 0 drukken -de motor slaat af - de stelknop veert terug in de uit-gangsstand
9.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand of bij het accelereren af
- Chokeknop in stand draaien - verder starten tot de motor draait
De motor start nicht in de warmestartstand - Chokeknop in stand 14 draaien -verder starten tot de motor draait
De motor slaat nicht aan
Controlleren of alle bedieningselementen correct zichn afgesteld
Controlleren of de tank met benzine is gemuld, zo nodig tanken
Controlleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
Startprocedure herhalen
Alle benzine werd verbruikt
Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 8-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
Motor opniewu starten
10 Gebruiksvoorschriften
10.1 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair lately draaien als hij voordien langeijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingsystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
10.2 Na de werkzaamheden
Als het werk even wordt onderbroken: de motor laden afkoelen. Het apparaat met lege benzinetank op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat wee wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand -zie "Apparaat opslaan".
11 Luchtfilter verrangen
Vervuilde luchtfilters reduceren het motorvermögen, verhogen het benzineverbruik en bemoeilijken het starten.
11.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

De chokeknop in stand 14 draaien
Bouten (1) losdraaien
Filterdeksel (2) Wegnemen

Filter (3) Wegnemen
Vervuilde of beschadigde filters verrangen
Een nieuw filter in het filterhuis aanbrengen
Filterdeksel aanbrengen
De schroeven aanbrengen en vastdraaien
De carburateur is zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmensgel.
Nederlands 13 Bougie
12.2 Apparaat voorbereiden
Motor afzetten
Luchtfilter controlleren - indien nodig reinigen of verrangen
- Afstelling gaskabel controleren - indien nodig afstellen - zich "Gaskabel afstellen"
Vonkenrooster (afhankelijk van de exportuitvoering) in de uitlaatdemper controleren - indien nodig reinigen of verrangen
12.3 Standaardafstelling

Hoofdstelschroef (H) tot aan de aanslag linksom draaien - max. 3/4 slag
Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom tot aan de aanslag draaien -ervolgens 3/4 slag linksom terugdraaien
12.4 Stationair toerental instellen
Standaardafstellinguitvoeren
Motor starten en warm laten draaien

12.4.1 Motor slaat bij stationair toerental af
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien tot de motor gelijkmattig draait
12.4.2 Onregelmatig stationair toerental; motor slaat af ondanks de gecorri-geerde LA-afstelling, motor neemt slecht op
Stelschroef stationair toerental (L) linksom draaien tot de motor regelmatig draait en goed opneemt - max. tot aan de aanslag
12.4.3 Onregelmatig stationair toerental
Stationaire instelling is terijk.
Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait en nog goed opneemt - max. tot aan de aanslag
Na elke correctie van de stand van de stelschroef stationair toerental (L) moet meestal ook de stand van de aanslagschroef stationair toerental (LA) worden gewijzigd.
12.5 Correctie van de carburatuarafstelling bij gebruik op groterehoogtes
Als de motor Niet optimaal draait, kan een geringe correctieoodzakelijk+zijn:
Standaardafstellinguitvoeren
Motor warm laten draaien
Hoofdstelschroef (H) iets rechtsom (armer) draaien - max. tot aan de aanslag
LET OP
Nadat is teruggeerd vanuit grote hoogte, de carburateurafstelling weer terugzetten op de standardafstelling.
Bij een te arme afstelling bestaat de kans op motorschade door een gebrek aan smering en oververhitting.
13 Bougie
Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder - alleen door STIHL vrijgegiven, ontstoorde bougies gebruiken -zie "Technische gevevens"
13.1 Bougie uitbouwen

De bougiesteker (1) vertical aan boven toe lostrekken
De bougie (2) losdraaien
13.2 Bougie controlleren

Vervuilde bougie reinigen
Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zie "Technische gegevens"
Oorzaken van de verwiling van de bougie opheffen
Mogelijk zorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
Ongunstige bedrijfsomstandigheden


WAARSCHUWING
Bij een Niet vastgedraide of ontbrekende aansluitmoer (1) kuren vonden gezormd. Als in een Licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kuren brand of explosives ontstaan. Personen kuren ernstig letsel oplopen of er kan materiele schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
13.3 Bougie monteren
Bougie in de boring schroeven en de bougiesteker hierop vastdrukken
14 Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburaturerafstelling de motorkarakteristiek Niet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan de uitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer op verwuiling (koolaanslag) lately controlleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latelyuitvoeren.
15 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving afvoeren
Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruken, voordat de motor worden gestart
De motor encke net zo lang stationair latendraajen tot de motor afslaat
- Het apparatusaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
Het apparatus op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen gegen onbevoedg gebruik (bijv. door kinderen)
16 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werkelijk de goeven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | ||
| Complete machine visuèle | controle (staat, lekkage) | X X | |||||||||
| reinigen X | |||||||||||
| Bedieningshandgreep werk | king controlleren XX | ||||||||||
| Luchtfilter reinigen X | |||||||||||
| ervangen X | |||||||||||
| Hand-benzinepomp controloeren X | |||||||||||
| laten repareren door geauthoriserde dealer1) | X | ||||||||||
| Aanzuigmond in de ben-zinetank | laten controlleren door geauthoriserde dealer1) | X | |||||||||
| laten verwangen door geauthoriserde dealer1) | X | X | |||||||||
| Benzinetank reinigen X | |||||||||||
| Carburateur stationair toeel | ental con-troleren | X | X | ||||||||
| stationair toerental instellen | X | ||||||||||
| Bougie elektrodeafstand afstel-len | X | ||||||||||
| elke 100 bedrijfsuren verwangen | |||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | visuele controle | X | |||||||||
| reinigen | X | ||||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalte stelschroeven) | natrekken | X | |||||||||
| Antivibratie-elementen | controleren X | X | X | ||||||||
| laten verwangen door geauthoriserde dealer1) | X | ||||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werktiijden dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijkns | Na elke tankvulling | Wekelijns | Maandelijns | Jaarlijs | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | ||
| Beschemrooster voor de luchtaanzuigopening | controlleden XX | ||||||||||
| reinigen X | |||||||||||
| Gaskabel afstellen X | |||||||||||
| Veiligheidssticker verwangen X | |||||||||||
| 1)STIHL adviseert de STIHL dealer | |||||||||||
17 Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Het aanhonden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat要去en net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.
De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgeveen wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die nicht voor het apparaat zijn vrijgegeven, Niet geschikt of kwalitatief minderwaardig়
- Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparatus
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
17.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zich hunnen worden uitgevoerd,要去 deze worden overgelaten aan een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden nicht of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar-voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
Schade aan de motor ten gevolge van nicht tinkdig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoloende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
Corrosie- en andereervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Nederland 18 Belangrijke componenten
Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onder-delen
17.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:
-Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- bougie
- dampingselementen van het antivirusiesystem
18 Belangrijke componenten

1 Blaasmond,recht
2 Blaasmond, gebogen1)
3 Blaaspijp
4 Blaaspijp
5 Bedieningshandgreep
6 Gashendel
7 Stelknop
8 Harmonicaslang
9 Rugkussen
10 Rugplaat
11 Draagriem
12 Draagbeugel
13 Beschermrooster
14 Filterdeksel
15 Carburateurstelschroeven
16 Hand-benzinepomp
17 Chokeknop
18 Starhandgreep
19Tankdop
20 Benzinetank
21 Bougiesteker
22 Uitlaatdemper
Machinenummer

1 Blaasmond, reckt
2 Blaasmond, gebogen1)
3 Blaaspijp
4 Blaaspijp
5 Bedieningshandgreep
6 Gashendel
7 Stelknop
8 Harmonicaslang
9 Rugkussen
10 Rugplaat
11 Draagriem
12 Draagbeugel
13 Beschermrooster
14 Filterdeksel
15 Carburateurstelschroeven
16 Hand-benzinepomp
17 Chokeknop
18 Starhandgreep
19Tankdop
20 Benzinetank
21 Bougiesteker
22 Uitlaatdemper
Machinenummer
Eencilinder-tweetaktmotor
Cylinderinhoud: 63,3 cm³
Boring: 48 mm
Slag: 35 mm
Stationair toerental: 3000 1/min
Vermogen volgens
ISO 7293:
BR 350:2,1 kW (2,8 pk)
BR 430:2,9 kW (3,9 pk)
19.2 Ontstekingssystem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
19.3 Brandstofsystem
Onafhankelijk van de stand werkende membrancacarburateur met geintegreerde benzine-pomp
Inhoud benzinetank: 1700 cm³ (1,7 l)
19.4 Blaascapaciteit
19.4.1 BR 350
Blaaskracht 17 N
Luchtsnelheid: 75~m / s
Luchtdebiet: 740 m³/h
Maximale luchtnelheid: 90 m/s
Maximale doorzet (zonder blaas- 1150m^3 /h mechanisme):
19.4.2 BR 430
Blaaskracht 26 N
Luchtsnelheid: 82 m/s
Luchtdebiet:
Maximale luchtsnelheid: 98 m/s
Maximale doorzet (zonder blaas- 1300m^3 /h mechanisme):
19.5 Gewicht
zonder benzine:
BR 350:10,1 kg
BR 430:10,3 kg
19.6 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden is rekening gehonden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:6.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG ziewww.stihl.com/vib
19.7 Geluiddrukniveau L peq volgens DIN EN 15503:2010
BR 350:98 dB(A)
BR 430:101
dB(A)
19.8 Geluidvermogensniveau L weq volgens DIN EN 15503:2010
BR 350:106
dB(A)
BR 430:108
dB(A)
19.9 Trillingswaarde a hv,eq volgens DIN EN 15503:2010
19.9.1 Standaard-uitvoering Hand
greeprechts
BR 350: 3.9m / s^2
BR 430: 2.5 ~m / s^2
19.9.2 Uitvoering met dubbele handgreep
| Handgreep | links | Hand-greep rechts |
| BR 350: | 2,5 m/s2 | 2,5 m/s2 |
| BR 430: | 2,5 m/s2 | 2,5 m/s2 |
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s².
19.10 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica- lien.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voerschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
19.11 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatie motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreiben gebruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.
20 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparations mogen alleen door geauthoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat+zijn
vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen temonteren.
Originele STIHL onderdelen zich te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHLe n, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
21 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

- De STIHL producten inclusief de verpakking volgens deplaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleven.
Niet bij het huisvuil afvoeren.
22 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigengerantwoordelijkheid dat
Constructie:Bladblazer
Merk: STIHL
Type:BR350
BR 430
Serie-identificatie: 4244
Cylinderinhoud: 63,3 cm³
voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met deten lijde van de productiedatum geldende ver
sies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 11094 gehandel.
Gemeten geluidsvermogenniveau
BR 350:105 dB(A)
BR 430:107 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
BR 350:107 dB(A)
BR 430:109 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving

23 UKCA-conformiteitsverkla-ring
verklaart op eigene verantwoordelijkheid dat
Constructie: Bladblazer
Merk: STIHL
Type:BR 350
BR 430
Serie-identificatie: 4244
Cylinderinhoud:
63,3 cm³
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeerenstemming met de tenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduedd:
EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegardeerde geluidsvermogenniveau werden gehandel volgens de Britse richtlij Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikmaking van norm ISO 11094.
Gemeten geluidsvermogenniveau
BR 350:105 dB(A)
BR 430:107 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
BR 350:107 dB(A)
BR 430:109 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving
