P 525DX - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis P 525DX HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 276 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HUSQVARNA P 525DX - page 140
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL Slovenščina SL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : P 525DX

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 525DX - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 525DX van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING P 525DX HUSQVARNA

Motor: Transmissie: Productbeschrijving De P 520DX en P 525DX zijn frontmaaiers. De krachtbron is een dieselmotor. Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid geleidelijk aanpassen. De producten hebben vierwielaandrijving (AWD) en worden gebruikt met combi-maaidekken met Bioclip

. De P 525DX Cabin is een P 525DX met een cabine. Gebruik Het product is gemaakt om gras te maaien in commerciële gebieden. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna- leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid. Firmware Zorg ervoor dat de meest recente softwareversies op het product zijn geïnstalleerd. Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer. 140 1593 - 008 - 19.02.2024Productoverzicht (P 520DX, P 525DX)

1. Pedaal voor vooruitrijden

2. Vergrendelingshendel voor pedaalstand (niet

beschikbaar voor P 520DX)

3. Pedaal voor achteruitrijden

4. AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire voor P

6. Hendel voor hydraulisch heffen

7. Hendel voor maaihoogte (accessoire voor P 520DX)

8. Functieknop voor hydraulische accessoires

(accessoire voor P 520DX)

15. Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V

16. USB-aansluitingen, 5 V

17. Voedingsaansluiting, 12 V

18. Omloopklep voor de achterste transmissie

19. ROPS (Roll Over Protective Structure,

kantelbeveiligingssysteem)

20. Brandstoftankdop

21. Omloopklep voor de voorste transmissie

1. Luchtstroomregelaar voor de cabineverwarming

4. Hendel voor hydraulisch heffen

5. Hendel voor maaihoogte

6. Functietoets voor hydraulische accessoires

12. Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting

13. USB-aansluitingen, 5 V

18. Bedieningspaneel in het dak van de cabine

19. Schakelaar voor het binnenlicht van de cabine

20. Schakelaar voor de ruitenwissers

21. Schakelaar voor de werklampen aan de achterzijde

22. Schakelaar voor de waarschuwingslichten op de

25. Schakelaar voor de parkeerlichten

26. Schakelaar voor de dimlichten

27. Schakelaar voor de richtingaanwijzers

28. Indicator richtingaanwijzers

29. Schakelaar voor de alarmlichten

32. Ontluchtingssteun

142 1593 - 008 - 19.02.202434. Luchtventilator en filtratie35. Nooduitgang36. Display37. Contragewicht Voedingsaansluitingen Het product heeft de volgende voedingsaansluitingen:• 12 V-voedingsaansluiting• USB-aansluitingen• AUX-voedingsaansluiting van 12 V (accessoire voorP 520DX)De plaats van de zekeringen voor devoedingsaansluiting vindt u onder Overzicht van dezekeringen op pagina 177 De plaats van de aansluitingen vindt u onderProductoverzicht (P 520DX, P 525DX) op pagina 141 Schakel de voedingsaansluiting in en uit met de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel. Urenteller Het product heeft 2 urentellers op het display. Deurentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal(A) en tijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het laatstecijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft eentiende van een uur (6 minuten) weer.De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motordraait, wordt niet geregistreerd. Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren. Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een nieuwebedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6 uur isuitgeschakeld.

Husqvarna Connect Het product heeft draadloze -technologie en kanverbinding maken met mobiele apparaten waarop deHusqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De HusqvarnaConnect-app is een gratis app voor uw mobieleapparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreidefuncties voor uw Husqvarna-product:• De functies vergrendelen en ontgrendelenvoorkomen onbevoegd gebruik van het product.• Uitgebreide productinformatie.• Informatie over, en hulp bij, onderdelen enonderhoud van uw product. Husqvarna Fleet Services

Husqvarna Fleet Services is een cloudoplossingwaarmee de commerciële fleetmanager een overzichtheeft van alle machines. Voor meer informatie overHusqvarna Fleet Services , zie www.husqvarna.com. Het product verbinden met Husqvarna Fleet Services

-app naaruw mobiele apparaat.2. Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services -app.3. Volg de instructies voor het koppelen van hetproduct met Husqvarna Fleet Services

Koplampen Het product heeft een werklamp en een grootlicht.• Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampenuit te schakelen. A B C

  • Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om dewerklamp in te schakelen.• Zet de aan/uit-schakelaar in stand (C) om ookgrootlicht in te schakelen.De werklamp blijft 3 minuten branden nadat decontactsleutel op STOP is gezet. Het display toont hetkoplampsymbool als de koplampen zijn ingeschakeld. Zie Display op pagina 145

Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijkregelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt omvooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruiktom achteruit te rijden. Het product remt wanneer depedalen worden losgelaten.

1593 - 008 - 19.02.2024 143Hefhendel voor het hydraulisch heffen van het maaidek De hefhendel voor het hydraulisch heffen wordt gebruikt voor het heffen en neerlaten van het maaidek. De hydraulische lift gebruikt hydraulische druk en werkt alleen wanneer de motor draait. In de maaistand beweegt het maaidek zich horizontaal ten opzichte van de grond.

  • Met stand (D) zet u het maaidek in de transportstand.

WAARSCHUWING: Het maaidek kan altijd worden opgeheven en neergelaten. De hydraulische kracht kan ernstig letsel veroorzaken. Functietoets voor hydraulische accessoires De functietoets bevindt zich naast de hefhendel voor hydraulische accessoires. De functietoets werkt anders voor verschillende accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire. Maaidek De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip

maait het gras tot meststof. De Combi-maaidekken kunnen ook zonder BioClip

worden gebruikt. Zonder BioClip

wordt het gras naar achteren uitgeworpen.

1593 - 008 - 19.02.2024Display Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.

1. Hellingsindicator (niet van toepassing op dit product)

2. Indicator voor motorkoelvloeistoftemperatuur

Let op: Er klinkt een waarschuwingssignaal wanneer de temperatuurindicatie van de motor aanslaat. Schakel onmiddellijk de PTO-schakelaar uit en zet de gashendel in de stand voor laag toerental. Het waarschuwingssignaal stopt wanneer de motortemperatuur tot onder de waarschuwingslimiet is gedaald. OPGELET: Draai de contactsleutel niet in de stopstand wanneer het waarschuwingssignaal aanslaat. Dit kan schade aan de motor veroorzaken.

3. Indicator voor motoroliedruk

4. Indicator accuniveau

5. Maaidek-indicator (niet van toepassing op dit

8. Aanbevolen motortoerental wanneer u het product

14. Gewichtsoverdracht uitgeschakeld (niet van

toepassing op dit product)

15. Indicator onderhoud

16. Brandstofmeter in stappen van 5%

Let op: Het display kan verschillend zijn, afhankelijk van het model. Let op: Wanneer de contactsleutel van de STOP- stand naar de ON-stand (AAN) wordt gedraaid, gaan alle symbolen kort branden. Hierna branden alleen de symbolen van functies die in werking zijn. Cabineverwarming De P 525DX Cabin heeft cabineverwarming om de temperatuur in de cabine te verhogen. De 1593 - 008 - 19.02.2024 145cabineverwarming kan ook worden gebruikt om vorst van de ruiten te verwijderen bij koud weer. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait. Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt. Waarschuwing: draaiende riempoelie. Houd lichaamsdelen uit de buurt wanneer de motor draait. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt. Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Warm oppervlak. Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden. Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 151

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Letselgevaar als het product omslaat. Bedien het product zeer langzaam als er geen maaidek is aangebracht. Laat het product alleen op volle snelheid werken wanneer een maaidek is aangebracht. Vooruit rijden. Neutraalstand. Achteruit rijden. Parkeerrem. Schakel de parkeerrem in. Zet de parkeerrem vrij. Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Dit product voldoet aan geldende VK- regelgeving. Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 198 en op het label. 146 1593 - 008 - 19.02.2024Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Activeer het product. Stop de motor. Motortoerental – snel. Motortoerental – langzaam. Brandstof. De messen zijn ingeschakeld. De messen zijn uitgeschakeld. Oliepeil. Scanbare code Milieumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur. Gebruik de veiligheidsgordel niet als de ROPS omlaag staat. Gebruik altijd de veiligheidsgor- del wanneer de ROPS omhoog staat. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten. Typeplaatje

1. Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek

en lijn, datum, volgnummer en controlenummer

5. Fabrikant en adres van de fabrikant

8. Serienummer met datum, jaar en week van

productie en volgnummer

11. Maximaal gewicht vooras (GAWR)

Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als 1593 - 008 - 19.02.2024 147ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Schade aan het product We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
  • Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
  • Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
  • Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
  • Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
  • Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
  • Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.
  • Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen,

1593 - 008 - 19.02.2024de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.

  • Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
  • Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
  • Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
  • Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
  • Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
  • Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
  • Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
  • Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
  • Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling niet.
  • Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
  • Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
  • Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
  • Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
  • Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
  • Laat het product niet door kinderen bedienen. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
  • Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
  • Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de 1593 - 008 - 19.02.2024 149koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
  • Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
  • Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.
  • Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
  • Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
  • Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna- servicewerkplaats.
  • Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn. Kantelbeveiligingssysteem (ROPS) De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u het product op hellingen bedient. Veiligheidsgordel De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd. Dodemansregeling (OPC) De OPC wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het veiligheidscircuit in. Zie De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150
  • Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van de contactsleutel. Raadpleeg

Motor uitschakelen op pagina 164

  • Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.
  • Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand draait. De bedrijfsvoorwaarden controleren De bedrijfsvoorwaarden zijn als volgt:
  • De motor kan alleen worden gestart als de aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
  • De motor kan alleen worden gestart als de parkeerrem is ingeschakeld.
  • De aandrijving van de messen kan alleen werken als de bestuurder op de stoel zit. Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.

1. Probeer de motor te starten met de aandrijving van

de messen ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.

1593 - 008 - 19.02.20242. Probeer de motor te starten zonder dat de parkeerrem is ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.

3. Start de motor, schakel de aandrijving op de messen

in en sta op uit de stoel. Als het goed is, stoppen de messen van het maaidek. Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren

1. Start het product.

2. Zorg dat de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal

voor achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.

3. Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om

4. Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de

machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.

5. Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor

achteruitrijden. Let op: Het product heeft een remfunctie die automatisch wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Om de snelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.

6. Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer

de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld. Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie De parkeerrem controleren op pagina 172

Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. WAARSCHUWING:

uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren

  • Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. Beschermkappen Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
  • Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
  • Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
  • Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
  • Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.
  • Start of stop niet op een helling.
  • Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
  • Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
  • Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
  • Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
  • Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als 1593 - 008 - 19.02.2024 151een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.
  • Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
  • Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
  • Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
  • Breng wielverzwaarders of contragewichten aan om het product te stabiliseren. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Gebruik voor P 525DX contragewichten, omdat voor AWD- producten geen wielverzwaarders kunnen worden gebruikt. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Vul de brandstoftank nooit binnen.
  • Diesel en dieseldampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met diesel om letsel of brand te voorkomen.
  • Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
  • Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
  • Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
  • Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
  • Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
  • Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
  • Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
  • Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
  • Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
  • Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
  • Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
  • Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
  • Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
  • Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
  • Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
  • Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Transportveiligheid
  • Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
  • Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
  • De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
  • De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Het product veilig vastzetten op een aanhanger op pagina 195

1593 - 008 - 19.02.2024Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:

  • De motor is uitgeschakeld.
  • Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
  • De parkeerrem is ingeschakeld.
  • De contactsleutel is verwijderd.
  • Het maaidek is ontkoppeld.
  • De hoofdschakelaar staat uit. Zie

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie .
  • Een elektrische schok kan letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
  • Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
  • Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
  • De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
  • Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
  • Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
  • Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 198 voor het hoogst toegestane motortoerental.
  • Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Montage Het maaidek bevestigen Combi 132, Combi 155 Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.

WAARSCHUWING: Zet de hefhendel NIET in de maaistand (A). De kracht van de hefveer kan ernstig letsel veroorzaken. 1593 - 008 - 19.02.2024 1532. Bedien het product voorzichtig vóór het maaidek.

3. Plaats de hefarmen in de verbinding van het

6. Breng de bouten (C) aan en bevestig de pennen (D)

7. Verwijder de twee schroeven en verwijder het

8. Trek de koppeling van de aandrijfas terug en

bevestig de aandrijfas aan de PTO. Let op: Zorg ervoor dat de pijl op het symbool naar het product wijst.

9. Breng de achterste vergrendelketting aan rondom de

10. Bevestig de vergrendelketting aan de aandrijfas.

11. Trek de koppeling van de aandrijfas terug en

bevestig de aandrijfas aan de hoekoverbrengingsas van het maaidek.

12. Vouw de rubberen kap boven de askoppeling op.

13. Breng de vergrendelketting aan de voorzijde aan

14. Bevestig de vergrendelketting aan de aandrijfas.

15. Bevestig het onderhoudsluik en draai de schroeven

17. Beweeg de hefhendel naar achteren om het

maaidek omhoog te brengen. Hef het maaidek omhoog totdat de draaiwielen van het maaidek de grond niet meer raken.

19. Trek aan de veer (E) en bevestig deze aan de

hijsogen op het maaidek (F).

20. Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Zie

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 173

Het maaidek bevestigen Combi 132 X, Combi 155 X

1. Bevestig het maaidek. Zie

Het maaidek bevestigen Combi 132, Combi 155 op pagina 153

1593 - 008 - 19.02.20242. Plaats de hydraulische slangen van het maaidek door de lus.

3. Bevestig de hydraulische slangen aan de koppeling

op het product. De flens en de inkeping moeten correct zijn uitgelijnd. Let op: De positie van de hydraulische slangen regelt de werking van de maaihoogtehendel. Wijzig de positie van de hydraulische slangen om de werking van de maaihoogtehendel te wijzigen. Het maaidek verwijderen

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

3. Beweeg de hendel voor de maaihoogte twee tot drie

keer naar voren en naar achteren om de resterende druk af te laten.

4. Maak voor Combi 132 X en Combi 155 X de

6. Beweeg de hefhendel naar voren om het maaidek

neer te laten. Stop voordat de draaiwielen van het maaidek de grond raken.

7. Trek aan de veer (A) en verwijder de hijsogen (B).

WAARSCHUWING: Zet de hefhendel niet in de maaistand (D). De hydraulische kracht kan ernstig letsel veroorzaken.

11. Verwijder de twee schroeven en verwijder het

13. Trek de koppeling van de aandrijfas naar

achteren, en verwijder de aandrijfas vanaf de hoekoverbrengingsas van het maaidek en vanaf de PTO. 1593 - 008 - 19.02.2024 15514. Verwijder de vergrendelkettingen.

15. Verwijder de pennen (E) en de bouten (F) uit de

De cabine verwijderen en monteren

1. Verwijder de cabinedeur. Zie

De deur verwijderen en monteren op pagina 158

De nooddeur verwijderen en monteren op pagina 158

5. Verwijder het onderhoudsluik. Zie

Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 170

6. Verwijder de afdekking van de zekeringkast. Zie

De afdekking van de bedieningskast verwijderen op pagina 170

heeft een zwarte stekker.

8. Plaats de rubberen doorvoertule in de lege sleuf.

12. Plaats een doek onder de slangen voor de

cabineverwarming. Let op: Om koelvloeistoflekkage te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de cabineverwarming is uitgeschakeld voordat u de slangen loskoppelt.

13. Koppel de slangen voor de cabineverwarming los.

15. Verwijder de schroef en de onderlegring achter de

slangen voor de cabineverwarming (B).

16. Verwijder de schroef en de onderlegring aan de

voorzijde van de deur (C).

17. Klap de stoel naar voren.

18. Haal twee sjorbanden door de cabinedeur en de

19. Haal de sjorbanden door de cabine en draai de

21. Til de cabine voorzichtig in de sjorbanden met een

22. Til de cabine 10 cm boven het product.

OPGELET: Zorg ervoor dat de cabine boven de bouten wordt getild. 1593 - 008 - 19.02.2024 15723. Beweeg de cabine voorzichtig naar voren.

24. Zet de cabine in de cabinesteun. Zie

Opslag van de cabine op pagina 196 WAARSCHUWING: De ROPS moet zijn geïnstalleerd wanneer de cabine wordt verwijderd. Zie Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 158

25. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

2. Trek de gasveer naar buiten en maak de

kogelverbinding los.

3. Til de deur op om deze te verwijderen.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De nooddeur verwijderen en monteren

4. Til de nooddeur omhoog om deze te verwijderen.

5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen

  • Verwijder de twee bouten waarmee de ROPS is bevestigd en klap de ROPS naar achteren om hem uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in. WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor de ROPS en de veiligheidsgordel.
  • Gebruik de veiligheidsgordel niet indien de ROPS uitgeschakeld is.
  • Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer de ROPS ingeschakeld is.
  • Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. 158 1593 - 008 - 19.02.2024Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Diesel is zeer ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij. Zie Brandstofveiligheid op pagina 152

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.

  • Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit.
  • Gebruik diesel met een minimaal cetaangetal van

45. Gebruik geen diesel met een RME-mengsel

dat meer dan 5% op minerale olie gebaseerde brandstoffen bevat. Let op: Het is noodzakelijk om brandstof voor koud weer te gebruiken als de temperatuur lager is dan 0°C / +32°F. Neem contact op met uw servicedealer van Husqvarna voor meer informatie.

  • Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
  • Vul geen brandstof bij tot boven de markering van het maximumniveau op de brandstoftank. De stoel afstellen (P 520DX, P 525DX) WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.

1. Draai hendel (A) om de vering van de stoel aan te

passen. Duw de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering.

2. Trek de hendel (B) in de richting van het midden

van de stoel om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel naar de correcte positie.

3. Trek aan de hendel (C) links van de stoel om de

rugleuning af te stellen. Verplaats de rugleuning naar de correcte positie. De stoel verstellen (accessoire voor P 520DX, P 525DX) WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.

1. Trek aan de hendel (A) onder de voorkant van

de stoel om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel (B) naar de correcte positie.

1593 - 008 - 19.02.2024 1592. Trek de hendel (C) naar links om de vering van de stoel aan te passen. Trek de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering (D).

3. Trek aan de hendel (E) links van de stoel om de

rugleuning af te stellen. Verplaats de rugleuning naar de correcte positie.

lendensteun aan te passen. Draai de hendel naar links voor meer steun.

Aan/uit-schakelaars voor veiligheidssignalen - P 525DX Cabin De aan/uit-schakelaars voor veiligheidssignalen zijn aangebracht op het paneel aan de linkerkant van het stuurwiel.

  • Richtingaanwijzers (D)

De stoel naar voren kantelen (P 520DX, P 525DX)

  • Trek de vergrendelingshendel omhoog en kantel de stoel naar voren. De stoel naar voren kantelen (P 525DX Cabin)

1. Verwijder de twee knoppen en de twee

2. Kantel de stoel naar voren.

1. Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het

maaidek uit te schakelen.

2. Zet de hefhendel in de transportstand om het

maaidek op te heffen. Let op: U kunt het maaidek een beetje heffen met de aandrijving op de messen ingeschakeld. Gebruik deze functie voor zeer lang gras of ruwe oppervlakken. WAARSCHUWING: Het optillen van het maaidek terwijl de aandrijving is ingeschakeld kan tot gevolg hebben dat voorwerpen worden uitgeworpen, met ernstig letsel of de dood tot gevolg. Het maaidek omlaag brengen in de maaistand

1. Beweeg de hefhendel voor hydraulisch heffen naar

voren om het maaidek omlaag te brengen naar de maaistand (A).

2. Trek aan de PTO-knop om de aandrijving op de

messen van het maaidek in te schakelen. De motor starten

1. Druk de hoofdschakelaar in en draai deze naar de

3. Druk de PTO-knop in om de werking van het

maaidek uit te schakelen.

4. Zet de gashendel in de middelste positie.

5. Draai de contactsleutel naar de ON-stand (AAN).

Wacht tot de display-lampjes gaan branden.

6. Draai de contactsleutel naar de pijlstand. Houd hem

in deze stand tot de motor start. 1593 - 008 - 19.02.2024 1617. Wanneer de motor start, laat u de contactsleutelonmiddellijk los naar de ON-stand (AAN) om schadeaan de startmotor te voorkomen.

OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 6 seconden per keer.Als de motor niet start, wacht dan15 seconden voordat u het opnieuwprobeert.8. Laat de motor 3 tot 5 minuten draaien met halfgasvoordat u de motor bij zware belasting gebruikt.9. Duw de gashendel naar de stand voor volgas. OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met vollesnelheid draait, veroorzaakt spanning op deaandrijfriemen en de koppeling. Gebruik pasvol gas wanneer het maaidek omlaag isgezet in de maaistand. Het product gebruiken 1. Start de motor.2. Ontgrendel de parkeerrem.3. Trap een van de pedalen voorzichtig in. De snelheidneemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt.Gebruik pedaal (A) voor vooruit rijden en pedaal (B)voor achteruit rijden.

4. Laat het pedaal los om te remmen. Om harder teremmen, drukt u op het andere rijpedaal.5. Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van demessen op het maaidek in te schakelen. De standen van het pedaal voor vooruitrijden instellen (P 525DX, P525DX Cabin) Het pedaal voor vooruitrijden kan worden ingesteld optransportsnelheid of op werksnelheid met behulp van devergrendelingshendel.1. Zet de vergrendelingshendel van stand (A) naarstand (B) om het pedaal in te stellen opwerksnelheid.

2. Trek het pedaal omhoog tot de vergrendelingshendelin stand (A) komt om het pedaal in te stellen optransportsnelheid.

De bodemdruk van de hydraulische hefarmen afstellen De hydraulische hefarmen hebben een hefveer die helptde bodemdruk vanaf het draaiwiel op het maaidek teverhogen of te verlagen. 1593 - 008 - 19.02.20241. Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 155

3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen

naar achteren om de hydraulische hefarmen volledig op te heffen.

4. Draai de contactsleutel naar stand STOP.

5. Om de bodemdruk te verhogen of te verlagen,

verwijdert u de pen en de bout en beweegt u de hefveer naar een van de posities.

a) Gebruik stand (A) voor de laagste bodemdruk. Stand (A) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een maaidek aan het product is bevestigd. b) Gebruik stand (B) of (C) voor een hogere bodemdruk. c) Gebruik stand (D) om de hefveer uit te schakelen. Stand (D) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een sneeuwschuif aan het product is bevestigd. De maaihoogte afstellen Combi 132, Combi 155

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

2. Schakel de parkeerrem in.

3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen

naar achteren om het maaidek volledig op te heffen.

4. Draai de contactsleutel naar stand STOP.

5. Verwijder de knop voor de maaihoogte-instelling aan

de zijkant van het maaidek.

6. Zet de knop voor de maaihoogte-instelling in een

van de gaten op de afstelplaat. Let op: De maaihoogte wordt aangegeven met de cijfers 1-7. Zie de onderstaande tabel. Nummer Maaihoogte, mm/inch 1 30/1,2 2 40/1,6 3 52/2 4 64/2,5 5 76/2,3 6 93/3,7 7 112/4,4

7. Draai de knop voor de maaihoogte-instelling vast.

8. Voer bovenstaande stappen uit aan de andere kant

9. Verwijder de borgpen op de hendel voor de

maaihoogte-instelling in de linker bovenhoek van het maaidek.

10. Duw de hendel voor de maaihoogte-instelling naar

beneden en trek horizontaal aan de hendel.

11. Zet de hendel in het gat met hetzelfde nummer als

op de afstelplaat. Let op: Zorg ervoor dat hetzelfde nummer wordt geselecteerd op alle afstelpunten.

12. Bevestig de borgpen op de instelhendel voor de

13. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie

uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 173

De maaihoogte afstellen (Combi 132 X, Combi 155 X)

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

2. Beweeg de hefhendel voor hydraulisch heffen naar

voren om het maaidek omlaag te brengen in de maaistand. 1593 - 008 - 19.02.2024 1633. Beweeg de maaihoogtehendel naar voren en naarachteren om de maaihoogte te verhogen. Let op: De geselecteerde maaihoogte wordt weergegeven met de cijfers 1-7 op het maaidek. Ziede onderstaande tabel.Nummer Maaihoogte, mm/inch1 30/1,22 40/1,63 52/24 64/2,55 76/2,36 93/3,77 112/4,44. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie

uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 173

De cabineverwarming gebruiken 1. Schakel de cabineverwarming in (A) en uit (B) metde klep op de slang aan de rechterzijde van hetpedaal voor vooruitrijden.

2. Draai de luchtstroomafsteller om de luchtstroom(0-3) in te stellen.3. Trek de circulatiehendel naar rechts (A) omde luchtcirculatieklep in te schakelen. Trekde circulatiehendel naar links (B) om deluchtcirculatieklep uit te schakelen.

Motor uitschakelen 1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.2. Schakel de parkeerrem in.3. Druk de PTO-knop in om de aandrijving op hetmaaidek uit te schakelen. 1593 - 008 - 19.02.20244. Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen naar voren om het maaidek naar de grond neer te laten.

5. Zet de gashendel naar achteren naar de stand voor

6. Draai de contactsleutel naar stand STOP.

7. Draai de hoofdschakelaar naar de OFF-stand (UIT)

aan het einde van de werkzaamheden of wanneer u onderhoud aan het product uitvoert. De parkeerrem inschakelen en uitschakelen

1. Beweeg de parkeerremhendel volledig naar voren

om de parkeerrem in te schakelen.

2. Beweeg de parkeerremhendel volledig naar

achteren om de parkeerrem uit te schakelen. De 12 V-voedingsaansluiting in- of uitschakelen

  • Druk op de aan/uit-schakelaar (A) op het bedieningspaneel aan de rechterzijde om de voedingsaansluiting (B) in of uit te schakelen. De spanning van de voedingsaansluiting is 12 V. De voedingsaansluiting is beveiligd met een zekering, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 177

Let op: De AUX 12 V- en USB-aansluitingen zijn altijd ingeschakeld. Een goed maairesultaat verkrijgen

  • Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie .
  • Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
  • Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
  • Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 198 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te 1593 - 008 - 19.02.2024 165hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheideen goed resultaat.• Maai het gras in een onregelmatig patroon.• Voor het beste maairesultaat maait u het grasregelmatig en gebruikt u de Bioclip -functie. De hydrostatische transmissie uitschakelen Om het product te verplaatsen terwijl de motoris uitgeschakeld, moet u de hydraulische circuitsop de voorste en achterste transmissie openen.Dit wordt gedaan door de omloopkleppen in detransmissiemotoren te openen. OPGELET: Het product heeft geen remmen wanneer de omloopkleppen openzijn. De omloopkleppen moeten gesloten zijnvoordat u het product gebruikt. OPGELET: Sleep het product niet met hoge snelheid of over lange afstanden.Dit kan schade aan de transmissiesveroorzaken. Achterste transmissie
  • De omloopklep opent u door de borgmoer (A) ¼tot ½ slag naar links te draaien en vervolgens deklepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.
  • De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) tesluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgensde borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm. Voorste transmissie
  • De omloopklep opent u door de borgmoer (A) ¼tot ½ slag naar links te draaien en vervolgens deklepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.
  • De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) tesluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgensde borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u onderhoud aan hetproduct gaat uitvoeren. Onderhoudsschema
  • = Algemeen onderhoud uit te voeren door degebruiker. De instructies zijn niet opgenomen in dezegebruikershandleiding.X = Onderhoud uit te voeren door degebruiker. De instructies zijn opgenomen in dezebedieningshandleiding.O = Onderhoud uit te voeren door de servicewerkplaats.De instructies zijn niet opgenomen in dezegebruikershandleiding. Let op: Als er meer dan één tijdsinterval in de tabel staat vermeld, dan geldt de kortste interval uitsluitendvoor de eerste onderhoudsbeurt.166 1593 - 008 - 19.02.2024Onderhoud Elke dag Weke- lijks Na de eerste 50 uur Onderhoudsinterval in uren

Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. * Controleer op brandstof-, water- of olielekkage. * Maak de machine schoon. X Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. X Smeren. Zie Overzicht voor smering op pagina 189 . X Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn.

Controleer of de slangen en de koppelingen voor het koelsys- teem schoon en onbeschadigd zijn.

Inspecteer de 12 V-accu. * Controleer de elektrische aansluitingen en kabels. * * Controleer de parkeerremkabel en stel de parkeerrem af. O Controleer de software voor het product en voer zo nodig een update uit.

Controleer de spanning van de PTO-riemen en controleer of de riemen niet versleten zijn. X X Vervang de PTO-riemen. O Vervang de PTO-schakelaar. Om de 10 jaar

Controleer het oliepeil in de tank van de hydraulische olie. X Vervang het hydraulische-oliefilter. * * Ververs de hydraulische olie. * Motor Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is.

Controleer het koelvloeistofpeil. X Ververs de koelvloeistof. O Controleer het motoroliepeil. X Ververs de motorolie. X X Vervang het oliefilter. X X Maak het luchtfilter schoon. X Vervang het luchtfilter. X 1593 - 008 - 19.02.2024 167Onderhoud Elke dag Weke- lijks Na de eerste 50 uur Onderhoudsinterval in uren

Vervang het primaire brandstoffilter en het secundaire brandstof- filter.

Controleer de spanning van de dynamoriem en haal deze indien nodig aan.

Vervang de brandstofslangen. Om de 5 jaar

Maaidek Reinig het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek.

Inspecteer het maaidek op beschadigingen. * Inspecteer de messen in het maaidek. Zo nodig slijpen en balan- ceren.

Inspecteer de V-riem van het maaidek. X X Vervang de V-riem van het maaidek. X Controleer het oliepeil in de hoekoverbrenging. X Ververs de olie in de hoekoverbrenging. X Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. X X Wielen en transmissies Controleer de wielmoeren en haal ze aan met het juiste koppel. (84 Nm)

Controleer de snelheid van de voor- en achterwielen en stel deze af.

Zorg voor de juiste bandenspanning. Zie Technische gegevens op pagina 198

Ververs de olie in de transmissies * Smeer de spieën van de wielassen O Controleer het oliepeil in de transmissies en reinig de magneti- sche plug.

Product reinigen OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.

  • Reinig het product direct na gebruik.
  • Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil. 168 1593 - 008 - 19.02.2024• Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat en de motor.
  • Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
  • Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
  • Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
  • Start het maaidek na reiniging en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen. De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is. Koelluchtinlaat van motor reinigen
  • Zorg dat het koelluchtinlaatrooster niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachte borstel. De kappen verwijderen De voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren

1. Verwijder de twee schroeven en kantel de voorste

afdekking van de stuurkolom naar voren.

2. Koppel de draden los.

3. Houd de voorste afdekking van de stuurkolom

verticaal en verwijder deze.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

1. Verwijder de rubberen riemen aan beide zijden van

de motorkap. 1593 - 008 - 19.02.2024 1692. Open de motorkap naar achteren. Let op: Verwijder de bouten bij de scharnieren om de motorkap volledig te verwijderen. Het onderhoudsluik verwijderen

1. Draai de twee schroeven ¼ linksom om deze te

2. Trek het onderhoudsluik naar achteren om het los te

maken van de haken. De afdekking van de bedieningskast verwijderen

Het onderhoudsluik verwijderen

1. Draai de 2 schroeven ¼ slag en verwijder het

onderhoudsluik. De afdekplaat verwijderen

2. Til de transmissiekap op en verwijder deze.

De koplampen vervangen

1. Verwijder het voorblad van de stuurkolom. Zie

voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren op pagina 169

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

Een lamp van dimlicht en grootlicht vervangen (P 525DX Cabin)

1. Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule

is bevestigd en til deze eruit.

2. Maak de kabels van de defecte lamp los.

3. Druk op de veervergrendeling en verwijder de lamp.

4. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 198

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

6. Bevestig de lampmodule en draai de schroeven

vast. Een parkeerlamp vervangen

1. Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule

is bevestigd en til deze eruit.

4. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 198

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

6. Bevestig de lampmodule en draai de schroeven

vast. Een richtingaanwijzerlamp vervangen

1. Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule

is bevestigd en til deze eruit.

2. Maak de kabels van de defecte lamp los.

3. Draai de lamp naar links en verwijder deze.

4. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 198

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

6. Bevestig de lampmodule en draai de schroeven

vast. 1593 - 008 - 19.02.2024 171De werklampen aan de voorzijde vervangen (P 525DX Cabin)

1. Maak de kabels van de defecte lamp los.

2. Draai de lamp naar links en verwijder deze.

3. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 198

4. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

De werklampen aan de achterzijde vervangen (P 525DX Cabin)

1. Maak de kabel van de defecte lamp los.

2. Verwijder de schroef op de lampconnector.

3. Verwijder de lampconnector met de lamp bevestigd.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De achterlichten vervangen (P 525DX Cabin)

1. Neem contact op met een erkend servicebedrijf om

de achterlichten te vervangen. De waarschuwingslichten vervangen (P 525DX Cabin)

1. Draai de vleugelmoer los.

2. Verwijder de lamp.

3. Bevestig de nieuwe lamp.

De parkeerrem controleren

1. Parkeer het product op een harde ondergrond die

maximaal 10° afloopt. Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.

2. Duw de parkeerrem naar voren.

1593 - 008 - 19.02.20243. Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.

4. Trek de parkeerrem naar achteren om de

parkeerrem uit te schakelen. Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd

2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

5. Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en

achterste rand van het maaidek. a) Meet Combi 132 en Combi 155 in twee gebieden. Zorg dat de achterste rand 6 tot 9 mm hoger is dan de voorste rand. b) Meet Combi 132 X en Combi 155 X in vier gebieden. Zorg dat de achterste rand 6 tot 9 mm hoger is dan de voorste rand.

6. Stel het maaidek zo nodig af. Zie

De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 173

De uitlijning van het maaidek afstellen

1. Draai aan de geleidingsstang om deze langer of

korter te maken. Maak de geleidingsstang langer om de achterste rand van het maaidek hoger te zetten. Maak de geleidingsstang korter om de achterste rand van het maaidek lager te zetten. Let op: Voor Combi 132 X, Combi 155 X stelt u de geleidingsstangen aan de twee zijden af.

2. Draai de moeren op de geleidingsstang vast.

3. Controleer de uitlijning. Zie

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 173

1593 - 008 - 19.02.2024 173Overzicht van het brandstofsysteem

1. Dieselbrandstoftank2. Elektrische brandstofmeter3. Voorfilter4. Brandstoffilter5. Brandstofretourslang6. Brandstofleiding De brandstoffilters vervangen Het papierfilter in het hoofdfilter vervangen

2. Verwijder het luchtfilter. Zie

Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 175

3. Sluit de brandstofklep (A).4. Draai de borgmoer (B) een halve slag linksom enverwijder het filterhuis.5. Verwijder het papierfilter.

6. Plaats een nieuw papierfilter in het filterhuis.7. Draai de borgmoer een halve slag rechtsom om hetfilterhuis te bevestigen. Het brandstofvoorfilter vervangen Het brandstofvoorfilter bevindt zich onder deaccubehuizing aan de linkerzijde van het product. WAARSCHUWING: Trek beschermende handschoenen aan omhuidirritatie te voorkomen. Er kan brandstofuit het brandstoffilter op uw huid komen.174 1593 - 008 - 19.02.20241. Verwijder de schroef van de klem die het brandstofvoorfilter op zijn plaats houdt.

2. Trek het brandstoffilter uit de klem.

3. Draai de schroeven van de slangklemmen los.

4. Gebruik een platte tang om de slangklemmen vanaf

het brandstofvoorfilter te verwijderen.

5. Trek het brandstofvoorfilter uit de slanguiteinden. Er

bestaat een risico op een klein brandstoflek.

6. Zorg ervoor dat het nieuwe brandstofvoorfilter in

de juiste richting voor de brandstofstroom staat. Druk het nieuwe brandstoffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofvoorfilter om de aansluiting te vergemakkelijken.

7. Duw de slangklemmen tegen het brandstofvoorfilter.

8. Draai de schroeven van de slangklemmen vast en

breng het brandstofvoorfilter aan in de klem. Het luchtfilter reinigen en vervangen OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter is verwijderd.

1. Open de motorkap.

2. Maak de twee vergrendelingen los waarmee het

luchtfilterdeksel vastzit.

3. Verwijder het luchtfilterdeksel.

4. Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

5. Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een

6. Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een hard

oppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet volledig kan worden gereinigd of als het is beschadigd. OPGELET: Gebruik geen perslucht om het luchtfilter te reinigen.

7. Plaats het luchtfilterpatroon in zijn oorspronkelijke

positie in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.

8. Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de

deeltjesvanger naar beneden wijst. 1593 - 008 - 19.02.2024 175Het inlaatfilter op de cabineverwarming reinigen en vervangen

1. Draai de 2 knoppen op de kap van het

3. Til het inlaatfilter eruit.

4. Maak het inlaatfilter voorzichtig schoon met een

5. Als het inlaatfilter niet schoon wordt, dient het te

6. Plaats het inlaatfilter in de filterhouder.

7. Bevestig de filterhouder en draai de knoppen vast.

Overzicht elektrische installatie

2. Functieknop voor hydraulische accessoires

(accessoire voor P 520DX)

6. Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting

7. USB-aansluitingen

9. Serviceaansluiting

17. AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire voor P

176 1593 - 008 - 19.02.2024Overzicht van de zekeringen

1. 12V-voeding naar de bedieningsmodule van de

3. Ontstekingsvoeding, 5 A

4. J14 + 12 V, zwaailicht, 10 A

5. J16 + 12 V, extra schakelaar, extra uit, hydraulisch

7. Verlichtingsvoeding, 10 A

8. Cabinevoeding, automatische zekering

9. USB, 12 V-aansluiting, 12 V-schakelvoeding, 10 A

19. Zekering printplaat voeding, 50 A

Een zekering vervangen Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad. De lijst met zekeringen vindt u in het overzicht van de zekeringen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina

1593 - 008 - 19.02.2024 177a) Verwijder het rechterdeksel om de zekeringen 1– 9 te vervangen. Zie De rechter zijkap verwijderen op pagina 170

b) Verwijder de afdekking in het cabinedak om zekeringen 10–14 te vervangen. c) Open de motorkap om de zekeringen 15–19 te vervangen. Zie De motorkap openen op pagina 169 . De zekeringen bevinden zich in de zekeringkast vóór de accu. d) Verwijder de voorste afdekking van de stuurkolom om de zekeringen 20–21 te vervangen. Zie De voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren op pagina

e) Voor P 525DX Cabin: om toegang te krijgen tot de voorste afdekking, verwijdert u de vier schroeven op de luchtcirculatie-eenheid. Verwijder de luchtcirculatie-eenheid.

2. Trek de zekering uit de houder.

3. Vervang de defecte zekering door een nieuwe

zekering van hetzelfde type. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 177

Let op: Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats. De accu opladen

  • Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
  • Gebruik een standaard acculader. OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.

1593 - 008 - 19.02.2024Noodstart van motor uitvoeren Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt- systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.

2. Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de

PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

3. Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op

de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B). WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.

4. Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de

MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).

5. Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan

op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.

6. Plaats de afdekkingen terug.

Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.

1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.

Bandenspanning Raadpleeg Technische gegevens op pagina 198 voor de juiste bandenspanning. Het maaidek in de onderhoudsstand zetten

1. Voer de procedure in

Het maaidek verwijderen op pagina 155 uit, maar koppel de hefarmen niet los.

2. Verwijder de servicebeugel vanaf het maaidek.

WAARSCHUWING: Bevestig de servicebeugel en de veiligheidsbanden wanneer het maaidek in de onderhoudsstand staat. Het niet juist gebruiken van de servicebeugel of veiligheidsbanden kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. 1593 - 008 - 19.02.2024 1793. Bevestig de servicebeugel aan het rode bevestigingspunt onder de bodemplaat.

4. Trek aan de pen aan het andere uiteinde van de

servicebeugel. Bevestig de servicebeugel aan de rode markering op de pijp op het maaidek.

6. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen

naar achteren om het maaidek volledig te heffen.

7. Bevestig één uiteinde van de veiligheidsbanden

rondom de pijp naast de stuurkolom (A).

8. Bevestig het andere uiteinde van de veiligheidsband

rondom de draaiwielen van het maaidek (B).

9. Volg de instructies in de omgekeerde volgorde om

het maaidek in de maaistand te plaatsen. De riem op het maaidek vervangen

1. Verwijder de drie schroeven waarmee de

3. Bevestig de servicebeugel aan de spanveer.

4. Druk op de servicebeugel en verwijder de riem.

5. Bevestig de riem rond de poelies zoals afgebeeld.

De PTO-riemen afstellen

1. Draai de borgmoer (A) los.

2. Draai de stelschroef (B) vast tot de bus (C) niet met

de hand kan worden gedraaid.

3. Houd de stelschroef (B) vast en draai de borgmoer

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

-plug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

3. Breng drie M8x15 mm schroeven aan in de

schroefopeningen voor de BioClip

-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.

-plug in omgekeerde volgorde. De messen inspecteren OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

1593 - 008 - 19.02.2024 1812. Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

3. Haal de mesbouten aan met het juiste

aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 198

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Zet het mes vast met een houten blok (A).

3. Draai de bout (B) van het mes los en verwijder de

bout samen met de sluitringen (C) en het mes (D).

4. Monteer het nieuwe mes met de puntige uiteinden in

de richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 198

5. Breng de onderlegring en de bout aan om het

mes te bevestigen. Haal de bout aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 198

Het motoroliepeil controleren

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en

schakel de motor uit.

6. Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.

7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de

8. Als het oliepeil te laag is, vult u bij met motorolie en

controleert u het oliepeil opnieuw. Let op: Zie Technische gegevens op pagina

voor de aanbevolen motorolie. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.

9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor

start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie en het oliefilter vervangen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.

1. Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de

linkerkant van de motor.

5. Breng een nieuwe pakking aan op de olieaftapplug.

Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.

1593 - 008 - 19.02.20246. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

7. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter

in met een beetje verse motorolie.

8. Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u

het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.

9. Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in

Technische gegevens op pagina 198

10. Start de motor en laat deze gedurende drie minuten

11. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op

12. Controleer het oliepeil.

Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 197

Het transmissieoliepeil controleren

1. Gebruik de oliepeilstok om het oliepeil in de

transmissie af te lezen.

2. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de

3. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type

opgegeven in Technische gegevens op pagina 198

1. Kantel de stoel naar voren. Zie

De stoel naar voren kantelen (P 520DX, P 525DX) op pagina 160

2. Reinig het gebied rondom de olietankdop met een

3. Verwijder de olietankdop en controleer het peil van

de hydraulische olie. Het juiste oliepeil is 40-60 mm van de bovenkant van de zeef.

4. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type

opgegeven in Technische gegevens op pagina 198

Het oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

2. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.

3. Breng een schone metalen stang aan in het

tandwielhuis. De metalen stang moet minimaal 100 mm lang en maximaal 3 mm in diameter zijn.

4. Laat de metalen stang aan de onderkant van het

tandwielhuis zakken.

5. Trek de metalen stang naar buiten en lees het

6. Meet het deel van de metalen stang waar olie op zit.

Er moet olie op 15 mm van de metalen stang zitten.

7. Vul met versnellingsbakolie indien het oliepeil minder

is dan 15 mm van de metalen stang. Raadpleeg Beknopte handleiding voor onderhoud op pagina

voor aanbevolen olie. Olie vervangen in de hoekoverbrenging van het maaidek

1. Verwijder het maaidek. Zie

Het maaidek verwijderen op pagina 155

2. Zet het maaidek op de voorkant en tap de olie af via

3. Tap de olie af in een opvangbak.

4. Vul de motor met 80 ml nieuwe hydraulische

olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 198

5. Controleer het oliepeil. Zie

Het oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek op pagina

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en

schakel de motor uit.

3. Open de koelvloeistofdop.

1593 - 008 - 19.02.2024 1854. Controleer het koelvloeistofpeil. Vul de koelvloeistoftank indien nodig. Zie Technische gegevens op pagina 198

5. Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank.

Het peil moet bij koude motor ter hoogte van de markering LOW staan. 186 1593 - 008 - 19.02.2024Beknopte handleiding voor onderhoud ANTIFREEZE = 50% Propylene Glycol TIRE PRESSURE = Front & Rear 1,5 bar Front & Rear HVA 10W-30 transmission oil or STOU 10W-30 0,9L

HVA 10W-30 transmission oil or STOU 10W-30 1593 - 008 - 19.02.2024 187Beknopte onderhoudsgids - Combi-maaidekken Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud Vervang het filter Ververs de olie Visuele inspectie of controle van het oliepeil Smeer de smeernippel met vet Smeer met olie Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem Vervang de aandrijfriem Messen vervangen 188 1593 - 008 - 19.02.2024Overzicht voor smering

Voor 1-7 gebruikt u calciumvet. Voor 8 gebruikt u lithiumcomplexvet.

1. Stuurcilinder - voor

8. Lagerhuis (lithiumvet voor hoge temperaturen)

Smering, algemene informatie

  • Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
  • Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
  • Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
  • Gebruik bij het smeren met vet een chassis- of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
  • Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
  • Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem. OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen. 1593 - 008 - 19.02.2024 189De scharnierverbinding van de gelede stuurinrichting smeren

1. Smeer het lager van de gelede stuurinrichting

wanneer het product met alle wielen op de grond staat. Smeer via de vetnippel (A) tot vet uit het gat (B) komt.

2. Hef het product op om de druk in de gelede

stuurinrichting af te laten. In de afbeelding ziet u waar u de steunen moet plaatsen. OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.

3. Smeer het lager van de gelede stuurinrichting

opnieuw terwijl het product is opgetild. OPGELET: Controleer of het vet uit de verbinding komt, onder de vetnippel.

4. Laat het product zakken.

1. Verwijder het onderhoudsluik. Zie

Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 170

2. Smeer de vier smeernippels met een smeerpistool

totdat er vet uitkomt. Probleemoplossing Probleemoplossing Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats. 190 1593 - 008 - 19.02.2024Probleem Oorzaak De startmotor laat de motor niet aan- slaan De PTO-knop is geactiveerd. De parkeerrem is niet ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 165

De hoofdzekering is doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 177

Het contactslot is defect. Slecht contact tussen de kabel en de accu. De accu is te zwak. Raadpleeg De accu opladen op pagina 178

De startmotor is defect. De motor start niet wanneer de start- motor de motor laat aanslaan Geen brandstof in de brandstoftank. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagi- na 159

Er is lucht in het brandstofsysteem. Voorverwarming is defect of te kort De motor is defect. Het brandstoffilter is verstopt. De brandstoffilters vervangen op pagina 174

De motor loopt niet gelijkmatig Het brandstoffilter is verstopt. Raadpleeg Verzeker uw product op pagina

Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 175

De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. De invoerdruk is te laag. De leiding van de verstuiver is los. De motor is defect. Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. De ontluchtklep is defect. De brandstofverstuiver is defect. De inspuitpomp is defect. De toevoerpomp is defect. De motor raakt oververhit De koelluchtinlaat of de koelvinnen zijn geblokkeerd. De motor is overbelast. Het koelvloeistofpeil is te laag. Het motoroliepeil is te laag. 1593 - 008 - 19.02.2024 191Probleem Oorzaak Het product geeft zwarte rook af Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 175

De inspuitpomp is defect. De brandstofverstuiver is defect. Het product geeft blauwe rook af Het motoroliepeil is te hoog. De motor is defect. Het product geeft witte rook af De cilinder in de motor is defect. Het motoroliepeil is te hoog. De motor produceert nauwelijks ver- mogen Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 175

Het brandstoffilter is verstopt. Raadpleeg De brandstoffilters vervangen op pagina 174

Er is lucht in het brandstofsysteem. De ontluchtklep is defect. De invoerdruk is te laag. De toevoerpomp is defect. De timing van de brandstofinspuitpomp is defect. De motor is defect. De transmissie levert niet genoeg vermogen De omloopkleppen zijn niet volledig gesloten. Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Raadpleeg Het transmissieoliepeil controleren op pagina 183

De transmissieolie is oververhit. De accu laadt niet De accu is defect. Neem contact op met uw erkende Husqvarna service- werkplaats. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Het product trilt De messen zitten los. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181

Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181

De motor zit los. De hoekoverbrenging is los. De hydraulische pomp is los. De motor is defect. De aandrijfas is defect. Er bevindt zich een voorwerp in de riempoelies van de PTO. Rubberen elementen zijn hard of beschadigd. 192 1593 - 008 - 19.02.2024Probleem Oorzaak Het maairesultaat is onvoldoende De messen zijn bot. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181

Het gras is lang of nat. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 165

Het maaidek zit scheef. Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Het maaidek in de onderhoudsstand zetten op pagina 179

De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Raad- pleeg Bandenspanning op pagina 179

Het product rijdt met te hoge snelheid. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 165

Het motortoerental is te laag. Raadpleeg Technische gegevens op pagina

De aandrijfriem slipt. Display - Probleemoplossing Symbool Naam Wordt weergegeven op het display Oorzaak Indicator van de motorkoelvloeistof- temperatuur Het symbool wordt weergegeven en er klinkt een waarschu- wingssignaal. De motortemperatuur is te hoog. Schakel de PTO-schakelaar uit en zet de gashendel in de stand voor laag toerental. Het waarschuwings- signaal stopt wanneer de motor- temperatuur tot onder de waarschu- wingslimiet daalt. Het symbool knippert snel. Neem contact op met de service- werkplaats van Husqvarna. Motoroliedruksensor Het symbool wordt weergegeven. Oliedruk laag. Raadpleeg Het moto- roliepeil controleren op pagina 182

Het symbool knippert. Het smeersysteem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. De olieschakelaar of het oliecircuit is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Indicator accuniveau Het symbool wordt weergegeven. Lage spanning. Raadpleeg De accu opladen op pagina 178

1593 - 008 - 19.02.2024 193Symbool Naam Wordt weergegeven op het display Oorzaak Indicator PTO-knop Het symbool wordt weergegeven. PTO-knop ingedrukt. Raadpleeg

bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150

Het symbool knippert. Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150

Het symbool knippert snel. Defecte PTO-knop. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husq- varna. Indicator parkeerrem Het symbool wordt weergegeven. De parkeerrem is ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem inschake- len en uitschakelen op pagina 165

Het symbool knippert. Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150

Het symbool knippert snel. Defecte parkeerrem. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. Indicator OPC Het symbool knippert. Stoelschakelaar uitgeschakeld als u probeert de motor te starten. Raad- pleeg De bedrijfsvoorwaarden con- troleren op pagina 150

Het symbool knippert snel. Defecte stoelschakelaar. Neem con- tact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. Indicator onderhoud Het symbool wordt weergegeven. Onderhoud is nodig. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. Brandstofmeter Het symbool wordt weergegeven. Laag brandstofniveau. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagina 159

Het symbool knippert. Het product is vergrendeld. Ontgren- del uw product met de Husqvarna Connect-app. Digitale vergrendeling Het symbool wordt weergegeven. Het product is vergrendeld. Ontgren- del uw product met de Husqvarna Connect-app. Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model. 194 1593 - 008 - 19.02.2024Vervoer, opslag en verwerking Transport

  • Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
  • Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
  • Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
  • Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg. Het product veilig vastzetten op een aanhanger Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zie Transportveiligheid op pagina 152

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte. Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier wielblokken.

1. Plaats het product in het midden van de laadruimte.

WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.

2. Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product

boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

3. Schakel de parkeerrem in.

4. Verlaag het maaidek tot de zweefstand.

5. Verwijder alle losse voorwerpen.

6. Bevestig de eerste sjorband via het frame van de

achterste transmissie.

7. Bevestig de tweede sjorband via het frame van de

achterste transmissie.

8. Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.

9. Maak de sjorbanden naar achteren vast om het

product vast te zetten op de laadruimte. 1593 - 008 - 19.02.2024 19510. Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.

11. Bevestig de vierde sjorband aan het andere

12. Bevestig de sjorband aan de laadruimte.

13. Maak de sjorband naar voren vast om het product

vast te zetten op het laadgebied.

14. Plaats de wielblokken vóór en achter de

achterwielen. Het product slepen Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen. Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 166

Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft.

  • Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan die wordt gebruikt voor opslag om schade aan de motor te voorkomen.
  • Laat de motor minimaal 10 minuten draaien om het stabilisatiemiddel tot in de brandstofinjectie te laten stromen. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Risico op brand als brandstofdampen in de buurt van open vuur en vonken komen.
  • Zet de hoofdschakelaar naar de OFF-stand (UIT). Zie Motor uitschakelen op pagina 164
  • Reinig het product, zie Product reinigen op pagina

. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen. WAARSCHUWING: Verwijder gras en andere brandbare materialen van het product om het risico op brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.

  • Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
  • Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
  • Ververs de motorolie en voer de afgedankte olie af.
  • Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat deze draaien totdat er geen brandstof resteert in de brandstofinjectie. Let op: Leeg de brandstoftank en brandstofinjectie niet als u een stabilisatiemiddel heeft toegevoegd.
  • Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras handmatig om de olie aan te brengen. Breng de bougies aan.
  • Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
  • Stal het product in een schone en droge ruimte, en dek het product af met een hoes voor extra bescherming. Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Opslag van de cabine WAARSCHUWING: Verplaats de cabine voorzichtig. De cabine is zwaar en kan ernstig letsel veroorzaken. Zorg ervoor dat de cabine stabiel is tijdens opslag.
  • Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.

1593 - 008 - 19.02.2024• Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.

  • Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
  • Stal het product in een afgesloten ruimte uit de buurt van kinderen en andere onbevoegde personen.
  • Zet de cabine op de cabinesteun tijdens opslag. Zie Afmetingen cabinesteun op pagina 204
  • Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
  • Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
  • Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
  • Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
  • Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt. 1593 - 008 - 19.02.2024 197Technische gegevens Technische gegevens P 520DX P 525DX / P 525DX Cabin Afmetingen Zie Productafmetingen (P 520DX/P 525DX) op pagina

Productafmetingen (P 525DX Cabin) op pagina

14,7 17,8 Cilinderinhoud, cm

Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden.

Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit 198 1593 - 008 - 19.02.2024P 520DX P 525DX / P 525DX Cabin Max. werkdruk, bar/psi 120/1740 120/1740 Max. workflow l/min 12 12 Inhoud hydraulische tank, l 8 8 Inhoud hydraulisch systeem, l 13 13 Hydraulische olie Husqvarna transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Husqvarna transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Transmissie Merk Kanzaki Kanzaki Model KTM23 KTM23 Transmissieolie Husqvarna transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Husqvarna transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Oliecapaciteit voor, totaal, l 0,9 0,9 Oliecapaciteit achter, totaal, l 0,9 0,9 Max. hydraulische druk, bar/psi 275/3989 275/3989 Elektrisch systeem Type 12 V, negatief geaard 12 V, negatief geaard Accu 12 V, 62 Ah 12 V, 62 Ah Hoofdzekering, type Mega OTO 150 A 150 A Zekering voor voedingsaansluiting, type Midi OTO 50 50 Lampen Koplamp Led, 2x12 V, 5 W Led, 2x12 V, 5 W Lampen op de cabine Lamp dimlicht en grootlicht - H7 Parkeerlichten - W5W Lamp richtingaanwijzer - PY21W Werklampen vóór - H9 Werklampen achter - LED-lampjes Achterlichten - LED-lampjes Waarschuwingslamp - LED-lampjes Maaidek 1593 - 008 - 19.02.2024 199P 520DX P 525DX / P 525DX Cabin Type Combi 132 Combi 132 Combi 155 Combi 155 Combi 132 X Combi 132 X Combi 155 X Combi 155 X Geluidsemissies

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,2 dB (A).

Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s

Artikelnummer 5861988-10 5861989-10 5861988-10 5861989-10 WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding. Radiofrequentiegegevens P 520DX P 525DX P 525DX Cabin Frequentiebereik, MHz 2402 – 2480 2402 – 2480 2402 – 2480 Uitgangsvermogen

Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s

Afmetingen voor de cabinesteun, mm A 50 D 800 G 22,5 K 515 B 100 E 880 H 15 Ø (x4) L 89 C 755 F 844 J 96 M 700 204 1593 - 008 - 19.02.2024Accessoires Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies. Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Garantie Garantie op transmissie De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen worden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat de rotatiesnelheid indien nodig aanpassen bij een erkende servicewerkplaats, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem. 1593 - 008 - 19.02.2024 205Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Zitmaaier Merk Husqvarna Type / model P 520DX, P 525DX, P 525DX Cabin Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro- nische apparatuur" 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast: EN ISO 5395-1:2013/ A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, ISO 21299:2009, EN ISO 12100:2010, EN ISO 14982:2009, ETSI EN 300 328 v.2.2.2, ETSI EN 301 489-1 V2.2.3, ETSI EN 301 489-17 V3.2.4, EN IEC 61000-6-4:2019, EN IEC 61000-6-2:2019, EN IEC 63000:2018. Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå, Zweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 198

Huskvarna, 2022-10-12 Claes Losdal, Development Manager/Garden Products, Husqvarna AB Verantwoordelijk voor technische documentatie 206 1593 - 008 - 19.02.2024Geregistreerde handelsmerken Het Bluetooth

-woordmerk en de logo’s zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.