FS 131 - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FS 131 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FS 131 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FS 131 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FS 131 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING FS 131 STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding. 83
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.84
3 Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur, beschemkap/aanslag, handgreep en draagstel. 94
4 Vrijgegeven aanbouwgereedschappen.....95
5 Dubbele handgreep monteren 95
6 Beugelhandgreep monteren 98
7 Gaskabel afstellen. 99
8 Draagoog monteren 99
9 Beschermkap monteren 100
10 Snijgarnituur monteren. 101
11 Brandstof. 104
12Tanken 105
13 Draagstel omdoen. 105
14 Apparaat uitbalanceren. 107
15 Motor starten/afzetten 108
16 Apparaat vervoeren 110
17 Gebruiksvoorschriften 113
18 Luchtfilter verrangen. 113
19 Carburateur afstellen 114
20 Bougie 114
21 Motorkarakteristiek. 115
22 Aandrijfmechanisme smeren 115
23 Apparaat opslaan. 115
24 Metalen snijgarnituren slijpen 115
25 Onderhoud maaikop. 116
26 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften. 118
27 Slijtage minimalisieren en schade voorkomen 119
28 Belangrijke componenten 120
29 Technische gegevens 121
30 Reparatierichtlijnen 122
31Milleuverantwoordafvoeren. 122
32 EU-conformiteitsverklaring. 122
33 UKCA-conformiteitsverklaring. 123
Geachte client(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteit'sproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebrende kwaliteitstcontroles gefabricieerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleemloos mee=kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vrijdelijkegroet,

Dr. Nikolas Stihl
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat�n aangebrachte worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparaat� aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Hand-benzinepomp

Hand-benzinepomp bedieren

Vettube

Geleiding aanzuiglucht: zomerstand


Geleiding aanzuiglucht: winterstand
Handgreepverwarming
1.2 Coding van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op oncevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkst continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons的那一om ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Speciale veiligheidsmaatregelen zich nodig bij het werken met dit motorapparaat, maar er met een zeer hoog toerental van het snijgarnituur worden gewerkt.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruinkeming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situatuies leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werk: door de verkoper of door een andere deskundige latent uitleggen hoe men hiermee veilig kan werk- of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen nicht met het motorapparaat werkken - behalvejongeren boven de 16aar, die ondertoezichtleren met het apparaat te werkken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat Niet worden gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere Personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan Personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zich -.altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ookplaatselijke,lokale voorschriftenijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkt moet goed uitergerust en gezond zich en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen nicht mag inspannen,要去zijnartsraadplegenof het werk met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer ging electromagnetisch veld. Beinvloeding van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag Niet met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – alleen gebruiken voor het maaien van gras of het knippen van wildgroei, struiken, struikgewas, bosschages,kleine bomen of dergelijke.
Voor andere doeleinden mag het motorapparaat Niet worden gezruikt - kans op ongelukken!
Alleen die snijgarnituren of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geauthoriserde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL advisert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zich qua eigen-
schappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen - uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiaele schade die door het gebruik van Niet-vrijgegeven aanbouwapparaten worden veroorzaakt, is STIHL nicht aansprakelijk.
Voor het reinigen van het apparaat geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+kennen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
De beschermkap van het motorapparaat kan de gebruiker Niet gegen alle voorwerpen (stenen, glas, draad enz.) beschermen die door het snijgarnituur worden weggeslingerd. Deze voorwerpen konnen ergens afketsen enervoigens de gebruiker treffen.
2.1 Kleding en uitrusting
De voorgeschreveen kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zich en mag tijdens het werk Niet hinderen. Nauwsluitende kleding - combipak, geen stofjas

Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de scholders bevindt.

Veiligheidslaarzen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.
Alleen bij gebruik van maaikoppen zijn als alternatief stevige schoenen met stroeve, slipvrije zool toegestaan.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een gelaatsbeschermer dragen en erop letten dat deze goed zit. Een gelaatsbeschermer alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij het opschonen, in hoog struikgewas en bij gevaar door vallende takken.

Robuuste werkhandschoenen van slijt vast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.2 Motorapparaat vervoeren


Altijd de motor afzetten.
Het motorapparaat hangend aan het draagstel ofuitgebalanceerd aan de steel/maaiboom dragen.
Metalen snijgarnituren met behulp van een transportbeschemkap gegen onbedoeld contact beveiligien, ook bij het vervoer over korte afstanden -zie ook "Apparaat vervoeren".

Hete machineonderdelen en de aanrijfkop/het aandrijfmechanisme Niet aanraken - kans op brandwonden!
In auto's: het motorapparaat gegen omvallen, beschadiging en gegen het weglekken van benzine beveiliggen.
2.3 Tanken

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen benzine morsen -niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is - de benzine kan overstromen - brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine ward gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken - de kleding Niet in aanraking lately komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de tankdop zo vast可想而知 aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegroomt.
Op lekkages letten - als er benzine maar buiten stroomt, de motor Niet starten -levensgevaar door verbranding!
2.4 Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controlleren - het desbeteffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
- Het brandstofsystem op lekke controleren, vooral de zichbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met handbenzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geauthoriseerde dealer latent repareren
- De combinatie van snijgarnituur, beschemkap, handgreep en draagstel/draagriem要去en goedgekeurd, alle onderdelen correctgemonteerd
- De stopschakelaar要去 gemakkelijk kuren worden ingedrukt
- De chokeknop, de gashendblokkering en de gashend moeten goed gangbaar zich - de gashend moet automatisch in de stationaire stand terugveren. Vanuit de standen en van de chokeknop要去these bij het gewelijkijdig indrukken van de gashendblokkering en de gashend terugveren in de werkstandI
- Bougiesteker op vastzitten controleren - bij een loszittende steker kuren vonden ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden - brandgevaar!
-
Snijgarnituur of aanbouwgereedschap: correcte montage: staat en vastzitten
-
Veiligheidsinrichtingen (bijv. beschemkap voor snijgarnituur, draaischotel) op beschadigingen, resp. slijtage controleren. Beschadigde onderdelen verrangen. Het apparaat Niet met een beschadigde beschemkap of een versleten draaischotel (als het opschrift en de pijlen Niet meer duidelijk zichtaarijken) gebruiken
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen要去en schoon en droog, vrij van olie en vuil় - belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De draagriem en de handgreep(-grepen) overeenkomstig de lichaamslengte instellen. Zie hoofdstuk "Draagriem omdoen" - "Apparaatuitbalanceren"
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt - kans op ongelukken!
Voor noodgevallen bij gebruik van draagriemen: het snel loskoppelen en neerzetten van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat Niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
2.5 Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werk getankt - Niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorappaarat goed vasthouden - het snijgarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond Niet raken, waar dat ditijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat worden slechts door eensoon bediend - geen andere personen bennen een straal van 15 m dulden - ook Nietijdens het starten - kans op letsel - door weggeslingerde voorwerpen!

Contact met het snijgarnituur voorkomen - kans op letsel!

De motor Niet 'los uit de hand' starten - starten zoals in de handleiding staat beschreiben. Het snijgarnituur draait nog even door nadat de gashendel worden losgelaten - naloopeffect!
Stationair toerental controlleren: het snijgarnituur moet bij stationair toerental - bij losgelaten gashendel - stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine)uit de buurt
van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden - brandgevaar!
2.6 Apparaat vasthouden en bediennen
Het motorapparaat alkijd met beiden handen op de handgrepen vasthouden.
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
2.6.1 Bij uitvoeringen met dubbele handgreep

Rechterhand op de bedieningshandgreep, linkerhand op de handgreep op de steel.
2.6.2 Bij uitvoeringen met beugelhandgreep

Bij uitvoeringen met beugelhandgreep en beugelhandgreep met beugel (loopbegrenzer) de linkerhand op de beugelhandgreep, de rechterland op de bedieningshandgreep - geldt ook voor linkshandigen.
2.7 Tijdens de werkzaamheden
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten - stopschakelaar indruken.

Binnen een brede straal van de plek waar wordt gewerkt, bestaat door de wegteslingerde voorwerpen kans op oncevallen, waarom mogen er zich binnen een straal van 15m geen andere personen ophouden. Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden - kans op materiele schade! Ook op een afstand vaneer dan 15m kan gevaar nicht geheel worden uitgesloten.
Op een correct stationair toerental letten, zodate het snijgarnituur na het loslaten van de gashendel Nieteermeer draait.
Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als het snijgarnituur bij stationair toerental toch meedraait, het stationair toerental door een geauthoriseerde dealer lately repareren. STIHL advisert de STIHL dealer.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. - kans op uitglijen!
Op obstakels letten: boomstronken, wortels - struikelgevaar!
Alleen staand op de grond werken, nooit op onstabieleplaatsen, nooit op een ladder of vanaf een hoogwerker.
Bij gebruik van gehoorbeschemmers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt -ocht geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) ); minder goed hoorbaar zijn.
Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen - kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zich. Voorzichtig werken, anderen nicht in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giffige uitaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen konnen geurloos en onzichtbaar zich en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi-leerde ruimtes met het motorapparaat werkken - ook nicht met apparaten voorzien van katalysator.
Bij het werkken in greppels, slenken of opplaat-
sen met weinig ruimte, steeds voor voldoende
luchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergift
tiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken - deze sympto
men können onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgas concentratie - kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel möglichke beperken - de motor Niet onnodig latendraaien, alleen gas gegen tijdens het werk.
Niet rokenijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat - brandgevaar! Uit het brandstofsystemen können ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook hunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalingsbescherming dragen.
Als het motorapparaat Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) ward uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of dit in goede staat verkeert - zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsystem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die nicht meer bedrijfszeker zich, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautorieseerde dealer.
Niet in de startgasstand werken - het motortoe- rental is bij deze stand van de gashendel nicht regelbaar.

Nooit zicher de op het apparaat en het snijgarnituur afgestemde beschermkap werken - kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!

Terrein controlleren: vaste voorwerpen - stenen, metalen delen of iestdergelijkskennen worden weggeslingerd - ook meer dan 15m -kans opletsell-En deze kuren het snijgar-nituur alsmede objecten (zoals bijv. geparkeerde auto's, ruiten) beschadigen (materiele schade).
Bijzonder voorzichtig werken in onoverzichtelijk, dichtbegroeid terrein.
Tijdens het maaien in hoog struikgewas, onder bosjes en heggen: werkhoogte met het snijgarnituur minimaal 15cm - dieren nicht in gevaar breden.
Voor het achechterlaten van het apparaat - motor afzetten.
Het snijgarnituur regelmatig, met korteussenpozen en bij merkBare wijzigingen direct controle- ren:
- Motor uitschakelen, apparaat stevig vasthouden, snijgarnituur tot stilstand lately komen
- Op goede staat en vastzitten controlleren, op scheurvorming letten
Scherpte controleren - Beschadigde of botte snijgarnituren direct verwangen, ook bij zeerkleine haarscheurtjes
Snijgarnituuropname regelmatig ontdoen van gras en struikgewas -verstoppingen in het gedeelte van het snijgarnituur of de beschemkap verwijderen.
Voor het verrangen van het snijgarnituur de motor afzetten - kans op letsel!

De aandrijfkop/het aandrijfmechanisme wordenijdens het gebruik heet. De aandrijfkop Niet aanraken - kans op verbranding!
Wanner een roterend metalen snijgarnituur een steen of ander hard voorwerp raakt, kan er vorkvorming ontstaan die onder bepaalde omstandigedenlicht ontvlambare stoffen tot ontbranding kan brengen. Ook droge planten en struikgewas zichnlicht ontvlambaar, met nameijdens hete, droge weersomstandigheden. Wanner er brandgevaar bestaat, metalen snijgarnituur Niet gebruiken in de buurt van Licht ontvlambare stoffen, droge planten of struiken. Absoluut bij de verantwoordelijkke bosbeheerinstantie informeren of er brandgevaar bestaat.
2.8 Gebruik van maaikoppen
Beschermkap voor snijgarnituur uitbreiden met de aanbouwdelen die in de gebruiksaanwijzing staan vermeld.
Alleen beschermkap met correct gemonteerd mes gelebruiken, zodate maiadraad beperkt blijft tot de toegestane lenghte.
Voor het nastellen van de maaidraad bij met de hand nastelbare maaikoppen beslist de motor afzetten - kans op letsel!
Verkeerd gebruik met te lange maaidraden verlaagt het werktoerental van de motor. Dit leidt, door het constant slipspen van de koppeling, tot oververhitting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeling, en delen van de kunststof behuizing) - bijv. door het bij stationair toerental meedraaiende snijgarnituur - kans op letsel!
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
2.9 Gebruik van metalen snijgarnituren
STIHL adviseert originele STIHL metalen snijgar-nituren te gebruiken. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Metalen snijgarnituren draaien zeer nsel. Hierbij ontstaan krachten die op het apparaat, het snijgarnituur zich en op het maigoed werkken.
Metalen snijgarnituren要去 regelmatig volgens voorschrift geslepen worden.
Ongelijkmatig geslepen metalen snijgarniturenveroorzaken een onbalans die voor extremebelasting van het apparaat+kennen zorgen-kans op breuk!
Botte of verkeerd geslepen snijkanten können leiden tot een hogere belasting van het metalen snijgarnituur - kans op letsel door geschuurde of gebroken delen!
Metalen snijgarnituur na elk contact met harde voorwerpen (bijv. stenen, rotsblokken, metalen delen) controleren (bijv. op scheurtjes en verrormingen). Bramen en andere zichtbare materiaalopeenhopingen要去en worden verwijderd, waar bij verder gebruik op elk moment los zouden+kennen latenten en worden weggeslingerd - kans op letse!
Beschadigd of ingescheurd snijgarnituur nicht更是gebruiken en nicht repareren - hetzij doorlaffen ofrichten -vormverandering (onbalans).
Deeltjes of brobstukken können loskomen en met hoge snelheid de gebruiker of derden treffen - ernstig letsel!
Om de genoemde bevaren die optredenijdens het gebruik van een metalen snijgarnituur, te verkleinen, mag het gebruekte metalen snijgarnituur in geen geval een te grote diameter hebben. Het mag Niet te zwaar zijn. Het要去 gemaakt zichen van materialen van toereikende kwaliteit en een geschikte geometrie (vorm, dikte) hebben.
Een Niet door STIHL geproduced metalen snijgarnituur mag Niet zwaarder, Niet dikker zich, geen andere vorm hebben en qua diameter nicht groter zich dan het grootste, voor dit motorapparaat vrijgeveven metalen STIHL snijgarnituur - kans op letsel!
2.10 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, onward deze van meerderefactoren afhankelijk is.
De gebruiksduur worden verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme hand-schoenen)
Rustpauzes
De gebruiksduur worden verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparraat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.
2.11 Onderhoud en reparations
Het motorapparaat regelmatig onderhonden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreiben. Alle andere werkzaamheden latent uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatifieel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden algid de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken - kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! - Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie nicht met behulp van het startmechanisme worden getornd -
Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhonden en opslaan - brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkegace controeren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgeveen bougies -zie "Technische gegevens" - monteren.
Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controller of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaattemper Werken - brandgevaar! - Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivirusatie-elementen beinvloedt het trillingsgedrag - de antivirusatie-elementen regelmatig controleren.
2.12 Symbolen op de beschemkappen
Een pijl op de beschermkap voor het snijgarnituur geeft de draairichting van het snijgarnituur aan.
Enkele van de volgende symbolen zijn aangebracht op de buitenzijde van de beschemkap en verwijzenaar de vrijgegeven combinatie snijgarnituur/beschemkap.

De beschemkap mag samen met maakoppen worden gebruikt.

De beschermkap mag nicht in combinatie met maaikoppen worden gebrukt.

De beschemkap mag samen met grassnijbladen worden gebruikt.

De beschermkap mag nicht in combinatie met grassnijbladen worden gebrukt.

De beschemkap mag samen met slagmessen worden gebruikt.

De beschemkap mag nicht in combinatie met slagmessen worden gebrukt.

De beschemkap mag nicht in combinatie met hakselmessen worden gebrukt.

De beschermkap mag nicht in combinatie met cirkelzaagbladen worden gebrukt.
2.13 Draagriem
De draagriem behoort tot de leveringsomvang of is als speciala toebehoren leverbaar.

Draagriem gebruiken
- Het motorapparaat met draaiende motor aan de draagriem vasthaken
Grassinijbladen en slagmessen要去 in combinatie met een draagstel (enkele schouderriem) worden gebruikt!
Cirkelzaagbladen moeten in combinatie met een dubbele schouderriem met snelsluiting worden gebruikt!
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
2.14 Maaikop met maaidraad

Voor soepel 'maaigedrag' - voor nauwkeurig maaien, zelfs van onregelmatige grasranden rondom bomen, heiningpalen etc. - geringe beschadiging van de boomschors.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een bijlage. De maaikop alleen volgens de gevevens in de bijlage uitrusten met maaidraden.

WAARSCHUWING
De maaidraden Niet verrangen door metaaldraad of andere soorten draden - kans op letsel!
2.15 Maaikop met kunststof messen - STIHL PolyCut
Voor het maaien van Niet-afgezette grayscale (zonder palen, omheiningen, bomen en vergelijkbare obstakels).
Op de slijtage-indicatoren letten!

Als van de maaikop PolyCut een van de markeringen aan de onderzijde is doorgebroken (pijl): de maaikop Niet meer gebruiken en verrangen door een neue! Kans op letsel door contact met de wegsglingerde gereedschapdelen!
Beslist de onderhoudsvoorschriften voor de maaikop PolyCut inRCTnem
In plaats van met kunststof messen kan de maai-kop PolyCut ook worden uitgerust met maaidra-den.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoren de bijlagen. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlagen uitrusten met kunststof messen of maaidraden.

WAARSCHUWING
Inplaats van de maaidraad geen metaaldraad of ander draad gebruiken - kans op letsel!
2.16 Kans op terugslag bij metalensnijgarnituren

WAARSCHUWING

Bij gebruik van metalen snijgarnituren bestaat de kans op terugslag als het snijgarnituur een vast obstakel (boomstam, tak, boomstronk, steen of iets dergelijks) raakt. Het apparaat worden hierbij teruuggeslingerd - tegen de draairichting van het snijgarnituur in.

Er is een hogere kans op terugslag als het snij-garnituur in de zwarte sector een obstakel raakt.
2.17 Grassnijblad

Alleen voor grayscale en onkruid - met het apparaat net als met een zeis werkken.

WAARSCHUWING
Bij onjuist gebruik kan het grassnijblad worden beschadigd - kans op letsel door weggeslingerde onderdelen!
Het grassnijblad, als het merkbaar bot is geworden volgens voorschrift slijpen.
2.18 Slagmessen
Voor het maaien van verwilt gras, het Snoeien van wildgroei en struikgewas en het opschonen vanjonge aanplant met een maximale stamdia
meter van 2 cm - geen dikkere stammen zagen - kans op ongevallen!

Bij het maaien van gras en het opschonen vanjonge aanplant met het apparaat net als met een zeis, vlak boven de grond, werken.

Voor het snoeien van wildgroei en struikgewas het slagmes van bovenaf in de plant 'steken' - het snijgoed worden verhakseld - hierbij het snijgarnituur Niet boven heuphoogte honden.
Bij deze werktechniek要去 uiterst voorzichtig te werk worden gegaan. Hoe groter de afstand van het snijgarnituur ten opzichte van de grond, des te groter is het risico dat er materiaal opzij worden geslingerd - kans op letsel!
Attentie! Bij onjuist gebruik kan het slagmes worden beschadigd - kans op letsel door wegsglingerde delen!
Om de kans op ongelukken te reduceren, het volgende beslist in acht nemen:
- Contact met stenen, metalen voorwerpen en dergelijkke voorkomen
- Geen hout of struikgewas met een diameter van meer dan 2 cm doorsnijden (zagen) - voor grotere diameters gebruikmaken van een cirkelzaagblad
- Het slagmes regelmatig op beschadigingen controlleren - een beschadigd slagmes nicht verder gebruiken
- Het slagmes regelmatig en als het merkbaar bot is geworden volgens voorschrift slijpen en
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
- indien nodig - balanceren (STIHL advisert dit door de STIHL dealer te lately uitvoeren)
2.19 Cirkelzaagblad
Voor het afzagen van struiken en bomen tot een stam diameter van 4 cm.
Het Beste zaagresultaat worden bereikt met vol gas en een gelijkmatige aanzetdruk.
Cirkelzaagbladen alleen met een bij de diameter van het snijgarnituur passende aanslag gebruiken.

WAARSCHUWING
Contact van het cirkelzaagblad met stenen en de grond beslist voorkomen - kans op scheurvorming. Het cirkelzaagblad bijtijds en volgens voorschrift slijpen - botte tanden+kennen tot scheurvorming en hierdoor tot breuk van het zaagblad -kans op ongelukken!
Bij het=kappen ten minste twee booblengtes afstand tot aan de volgende werkplek aanhouden.

2.19.1 Kans op terugslag
De kans op terugslag is in de zwarte sector zeer groot: in deze sector het cirkelzaagblad nicht gegen het hout zetten om te zagen.
In de grijze sector is er ook kans op terugslag:\ deze sector mag alleen door ervaren en special geschoolde Personen worden gebruikt, met gebruik van speciale werktechnieken.
In de witte sector kan practisch zonder terugslagen gemakkelijk worden gewerkt. Het cirkelzaagblad.altijd in deze sector gegen de te zagen stamplaatsen.
3 Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur, beschemkap/aanslag, handgreep en draagstel
Snijgarnituur Beschermkap, aan
slag
Handgreep Draagriem
| 1 3 5 7 9 | 2 4 6 8 | 17 18 | 22 23 24 | 26 28 |
| 25 | 27 28 | |||
| 10 12 14 | 11 13 15 | 20 | 23 24 25 | 27 28 |
| 16 | 21 | 25 | 29 |
3.1 Toegestane combinations
Afhankelijk van het snijgarnituur de juiste combinatieuitde tabelkiezen!

WAARSCHUWING
Om veiligheidsredenen mogen alleen snijgarniturren, beschemkappen, handgrepen en draagriemenuitdezelfde tabelregel worden gecombi-neerd. Andere combinaties zichniettoegestaan - kans op ongelukken!
3.2 Snijgarnituren
3.2.1 Maaikoppen
1 STIHL SuperCut 20-2
2 STIHL AutoCut C 26-2
3 STIHL AutoCut 25-2
4 STIHL AutoCut 30-2
5 STIHL AutoCut 36-2
6 STIHL DuroCut 20-2
7 STIHL PolyCut 20-3
8 STIHL PolyCut 28-2
9 STIHL TrimCut 32-2
3.2.2 Metalen snijgarnituren
10 Grassnijblad 230-2 (Ø 230 mm)
11 Grassnijblad 260-2 (Ø 260 mm)
12 Grassnijblad 230-4 (Ø 230 mm)
4 Vrijgegeven aanbouwgereedschappen Nederlands
13 Grassnijblad 230-8 (Ø 230 mm)
14 Grassnijblad 250-32 (Ø 250 mm)
15 Slagmes 250-3 (Ø 250 mm)
16 Cirkelzaagblad 200-22 beitelbetanding (4112), cirkelzaagblad 200-22 HP beitelbetanding (4001)

WAARSCHUWING
Grassinijbladen, slagmessen en cirkelzaagbladen van een ander materiaal dan metaal zich nicht toe-gestaan.
3.3 Beschermkappen, aanslag
17 Beschermkap voor maaikoppen
18 Beschemkap met
19 Schort en mes voor maakoppen
20 Beschermkap zonder schort en mes voor metalen snijgarnituren, posities 8 tot 13
21 Aanslag voor cirkelzaagbladen
3.4 Handgrepen
22 Beugelhandgreep
23 Beugelhandgreep met
24 Beugel (loopbegrenzer)
25 Dubbele handgreep
3.5 Draagriemen
26 Enkele schouderriem kan worden gebruikt
27 Enkele schouderriem moet worden gebruikt
28 Dubbele schouderriem kan worden gebruikt
29 De dubbele schouderriem moet worden gebrukt
4 Vrijgegeven aanbouwgereedschappen
De volgende STIHL aanbouwgereedschappen mogen op het basismotorapparaat worden gemonteerd:
Aanbouwgereedschap Toepassing BF Grondfrees
HL 145^1) heggensnoeier
HT 1) Hoogsnoeier
RG 3) onkruidverwijderaar
SP 1)2) Special oogstapparaat
5 Dubbele handgreep monteren
5.1 Dubbele handgreep met draai-bare handgreepsteun monteren
De draaibare handgreepsteun is af fabriek al op de steel/maaiboom gemonteerd. Voor de montage van de draagbeugel要去en de klembeugels worden verwijderd.

5.1.1 Klembeugels verwijderen
Nederlands 5 Dubbele handgreep monteren
De onderste klembeugel (1) en de bovenste klembeugel (2) vasthouden
Knevelbout (3) losdraaien - na het losdraaien van de knevelbout zitten de onderdelen los en worden door de beiden veren (4, 5)uit elkaar gedrukt!
Knevelbout lostrekken - de ring (6) blijft op de knevelbout
Klembeugels lostrekken - de veren (4, 5) blijven anschter in de onderste klembeugel!

5.1.2 Draagbeugel bevestigen
Draagbeugel (7) zo in de onderste klembeugel (1) aanbrengen dat de afstand (A) Nieteer dan 15 cm (6 inch) bedraagt
De bovenste klembeugel aanbrengen en de\
beige beugels samenhonden
De knevelbout tot aan de aanslag door de\
beide beugels steken - alle delen bij elkaar\
honden en borgen

- Het geheel geborgde onderdelenbestand met de knevelbout maar de motor gericht op de handgreepsteun (8)plaatsen
Knevelbout tot aan de aanslag in de handgreepsteun drukken en verrolgens in deboring draaien - nog Niet vastdraaien
Draagbeugel dwars ten opzichte van de steel/ maaiboom uitlijnen - de maat (A) controleren
Knevelbout vastdraaien

5.1.3 Bedieningshandgreep monteren
Bout (9) losdraaien - de moer (10) blijft après in de bedieningshandgreep (11)
De bedieningshandgreep met de gashendel (12)aar de aandrijfkop gericht op het uiteinde van de draagbeugel (7) schuiven tot de boringen (13) in lijn liggen
Bout (9) aanbrengen en vastdraaien
5 Dubbele handgreep monteren Nederlands
5.1.4 Gaskabel bevestigen
LETOP
De gaskabel Niet knikken of in een scherpe bocht leggen - de gaskabel要去 goed gangbaar zich!

5.1.6 Draagbeugel kantelen ...
in de transportstand

Knevelbout (3) losdraaien en zover uit de schroefdraad draaien tot de draagbeugel (7) kan worden gedraaid
De draagbeugel 90^ linksom verdraien en aansluitendaarbenedenkantelen
Knevelbout (3) vastdraaien
in de werkstand
De draagbeugel in omgeekerde volgorde dan zoals hierboven staat beschreiben en rechtsom draaien, resp. kantelen
Nederlands 6 Beugelhandgreep monteren
6 Beugelhandgreep monteren
6.1 Beugelhandgreep met beugel monteren

Vierkante moeren (1) in de beugel (2) steken - en de boringen met elkaar in lijn brengen

Klem (3) in de beugelhandgreep (4) plaatsen en samen op de steel/maaiboom (5) aanbren-gen
Klem (6) aanbrengen
Beugel (2) aanbrengen - op de montagestand letten!
Boringen met elkaar in lijn brengen
Bouten (7) in de boringen steken - en in de beugel draaien tot ze aanliggen
Verder bij "Beugelhandgreep bevestigen"
6.2 Beugelhandgreep zonder beugel monteren

Klem (3) in de beugelhandgreep (4) plaatsen en samen op de steel/maaiboom (5) aanbren-gen
Klem (6) aanbrengen
Boringen met elkaar in lijn brengen
Ring (8) op de bout (7) plaatsen en deze weer in de boring steken, hierop de vierkante moer (1) draaien - tot deze aanligt
Verder bij "Beugelhandgreep bevestigen"
Door het wijzigen van de afstand (A) kan de beugelhandgreep in de voor de gebruiker en de toepassing meest gunstige stand worden geplaatst.
Advies: afstand (A) ca. 20 cm (8 inch)
De beugelhandgreep in de gewenste stand schuiven
Beugelhandgreep (4) uittlijnen
De bouten zo vast aandraaien, dat de beugelhandgreep Nieteer om de steel/maaiboom kan worden verdraaid - als er geen beugel is gemonteerd: indien nodig de moeren borgen
De huls (9) is, afhankelijk van de exportuitvoer-ing gemonteerd en moet tussen de beugelhandgrep en de bedieningshandgreep liggen.
Na de montage van het apparatus of na een langere gebruiksduur kan het nodig zich de gaskabelstelling te corrigeren.
De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat.

Gashendel in de volgasstand plaatsen
De bout in de gashendel tot aan de eerste\
werstand in de richting van de pijl draaien.
Daarna nogmaals een halve slag verder\
indraaien
8 Draagoog monteren
8.1 Kunststof uitvoering

Stand van het draagoog:zie "Belangrijke componenten".
Draagoog (1) op de steel/maaiboom plaatsen en over de steel/maaiboom drukken
M5-moer in de zeskantopname van het draag-oog aanbrengen
Bout M5x14 aanbrengen
Draagaog uittlijnen
Bout vastdraaien
1 Beschermkap voor maagarnituren
2 Beschermkap voor maaikopen
De beschemkappen (1) en (2) worden op bezelfde wijze op de aandrijfkop bevestigd.
- Beschermkap op de maaikop leggen
Bouten (3) aanbrengen en vastdraaien
9.2 Schort en mes monteren

WAARSCHUWING
Kans op letsel door wegsglaserde voorwerpen en contact met het snijgarnituur. Het schort en het mes要去en bij het gebruik van maaikoppen.altijd in de beschemkap (1) worden gemonteerd.
9.3 Schort monteren

- De geleidegroef van het schort zover op de lijst van de beschemkap schuiven tot deze vastklikt
9.4 Schort verwijderen

- Met de doorslag in de boring van het schort drukken en gewelijkijdig met de doorslag het schort iets maar links schuiven
- Het schort maar beneden toe geheel van de beschermkap trekken
9.5 Mes monteren

10 Snijgarnituur monteren Nederlands
Mes in de geleidegroef van het schort schui-ven
Bout aanbrengen en vastdraaien
9.6 Aanslag monteren


WAARSCHUWING
Kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen en contact met het snijgarnituur. De aanslag (6)要去 bij het gebruik van cirkelzaagbladen algijd worden gemonteerd.
Aanslag (6) op de aandrijfkopflensplaatsen
Bouten (7) aanbrengen en vastdraaien
10 Snijgarnituur monteren
10.1 Motorapparaat neerleggen

Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur maar boven is gericht
10.2 Bevestigingsonderdelen voor snijgarnituren
Afhankelijk van het snijgarnituur waarme uw apparaat werden uitgeleverd, kan ook de leveringsomvang van bevestigingsonderdelen voor het snijgarnituur verschillend�n.
10.2.1 Leveringsomvang met bevestigingsonderdelen
Er können maaikoppen en metalen snijgarnituren worden gemonteerd.

Hiervoor zich, afhankelijk van de uitvoering van het snijgarnituur, een extra moer (3) en een draaischotel (2) nodig. De drukschotel (1)要去 bij alle snijgarnituren zich gemonteerd.
De onderdelen makeen deel uit van de onderdelenset die samen met het apparaat worden geleververd en+zijn als special toebehoren leverbaar.
10.2.2 Leveringsomvang zonder bevestigingsonderdelen

Er kuren alleen maaikoppen worden gemonteerd die direct op de as (2) worden bevestigd.
10.3 As blokkeren

Voor het monteren en demonteren van snijgarnituren要去 de as (2) met behulp van de blokkeerpen (6) of de haakse schroevendraier (6) worden geblokkeerd. De onderdelen makeen deeluit van de leveringsomvang en zichn als speciaattoebehoren leverbaar.
- Blokkeerpen (6) of de haakse schroeven-draaier (6) tot aan de aanslag in de boring (7) van de aandrijfkop/het aandrijfmechanisme schuiven - iets aandrukken
As, moer of snijgarnituur verdraaien tot de blokkeerpen in de boring valt en de as worden geblokkeerd
10.4 Bevestigingsonderdelen verwijderen

- Met behulp van de blokkeerpen (1) de as (5) blokkeren
Met behulp van de combisleutel (2) de moer (3) rechtsom (linkse schroefdraad) losdraaien en wegemen
Draaischotel (4) van de as (5) trekken, de drukschotel (6) nicht wegemen
10.5 Snijgarnituur monteren

WAARSCHUWING
Kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen en contact met het snijgarnituur. Een bij het snijgarnituur passende beschermkap gebruiken - wie "Beschemkap monteren".
10.6 Maaikop met schroefdraadaansluiting monteren
De bijlage voor de maaikop goed bewaren.

Drukschotel (1) aanbrengen
Maaikop (3) linksom tot aan de aanslag op de as (4) schroeven
Met behulp van de blokkeerpen (2) de as (4) blokkeren
Maaikop (3) vasttrekken
LETOP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
10.7 Maaikop verwijderen
Met behulp van de blokkeerpen (2) de as (4) blokkeren
Maaikop (3) rechtsom draaien en wegnen
10.8 Metalen snijgarnituren monteren
Het bijlageblad en de verpakking voor het meta- len snijgarnituur goed bewaren.

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe snijkanten.
Altijd slechts een metalen snijgarnituur monteren!
Snijgarnituur op de juiste wijze aanbrengen

1

2

3

4

5

6

7

8
De snijgarnituren (2, 4, 5, 6) können in een wille-keurige richting wijzen – deze snijgarnituren regelmatig omkeren om eenzijdige slijtage te voorkomen.
De snijkanten van de snijgarnituren (1, 3, 7, 8)要去en aan rechts zich gericht.
Op de pijl voor de draairichting aan de binnen-zijde van de beschemkap letten.


Drukschotel (9) aanbrengen
Snijgarnituur (8) op de drukschotel (9) plaatsen
De kraag (pijl) moet in de boring van het snijgar-nituur vallen.
Snijgarnituur bevestigen
Draaischotel (10) aanbrengen
- Met behulp van de blokkeerpen (12) de as (11) blokkeren
Moer (13) met behulp van de combisleutel (14) linksom op de as draaien en vastdraaien

Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
10.9 Metalen snijgarnituur demonteren

Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe snijkanten
Met behulp van de blokkeerpen (12) de as (11) blokkeren
Moer (13) rechtsom losdraaien
- Het snijgarnituur en de bevestigingsonderden Hiervan van de aandrijfkop/het aandrijfmechanisme trekken - hierbij de drukschotel (9) Niet wegemen
11 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

Direct huidcontact met brandstof en het inademen van brandstofdampen voorkomen.
11.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt.altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
Brandstoffen die nicht geschickt zijn of met een afwijkende mengverhouding, können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschaden.
11.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken - loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateursurs storingen veroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
11.2.2 Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
11.2.3 Mengverholding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie ^+ 50 delen benzine
11.2.4 Voorbeelden
Hoveeelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50
Liter Liter (ml)
10,02 (20)
50,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen enervolgens benzine en goed mengen
12 Tanken Nederlands
11.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegenlicht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan darüber tot 5aar probleemloos worden bewaard.
De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

In de jerrycan kan zich druk opbouwen - de dop voorzichtig losdraaien.
De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruike vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
12 Tanken

12.1 Apparaat voorbereiden

De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop maar boven is gericht
12.2 Tankdop opendraaien

Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
Tankdop wegemen
12.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsystem voor brandstof (specialtoebehoren).
Tanken
12.4 Tankdop dichtdraaien

Tankdop aanbrengen
Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast möglichk aandraaien
13 Draagstel omdoen
Type en uitvoering van de draagriem�zijn afhankelijk van het exportland.
Gebruik van de draagriem - zie "Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschermkap, handgreep en draagstel".
13.1 Enkele schouderriem

Enkele schouderriem (1) omdoen
De riemlengte zo afstellen dat de karabijnhaak (2) ongeveer een handbreedte onder derrechtherup ligt
Apparaatuitbalanceren-zie"Apparaatuitbalanceren"
13.2 Dubbele schouderriem

- Dubbele schouderriem (1) omdoen en de slotplaat (3) sluiten
Riemlengte afstellen - de karabijnhaak (2)要去 bij een vastgehaakt motorapparaat circa een handbreedte onder de rechterheup liggen
Apparaatuitbalanceren-zie"Apparaatuitbalanceren"
14 Apparaat uitbalanceren Nederlands
14 Apparaatuitbalanceren
14.1 Het apparaat vasthaken aan de draagriem

Type en uitvoering van de draagriem en de karabijnhaak�n afhankelijk van het exportland.
Karabijnhaak (1) in het draagoog (2) op de steel/maaiboom vasthaken
14.2 Apparaat uitbalanceren
Afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur wordt het apparaat op verschillende manierenuitgebalanceerd.
Als aan de onder "Pendelstanden" vermelde voorwaarden is voldaan, de volgende handelingen uitvoeren:

Bout (1) losdraaien
Draagoog (2) verschuiven
Bout (1) voorzichtig aandraaien
Het apparatusat laten uitpendelen
Pendelstand controlleren:

Pendelstanden
Maagarnituren (A) zoals maaikoppen, grassnijbladen en slagmessen
moeten net de grond raken

Cirkelzaagbladen (B)
moeten ca. 20 cm (8 inch) boven de grond "zweven"
Als de juiste pendelstand is bereikt:
Bout (1) op het draagoog vastdraaien
14.3 Het apparaat bij de draagriem loshaken

De lip op de karabijnhaak (1) indrukken en het draagoog (2)uit de haak trekken
15 Motor starten/afzetten
15.1 Bedieningselementen
15.1.1 Uitvoering met dubbele handgreep

1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar - met de werkstand en stop-stand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar ( ) worden ingedrukt -zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
15.1.2 Uitvoering met beugelhandgreep

1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar - met de werkstand en stop-stand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar ( e) worden inge
15 Motor starten/afzetten Nederlands
drukt -zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
15.1.3 Werking van de stopschakelaar en het contact
Zodra de stopschakelaar worden ingedrukt, worden het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na het loslaten veert de stopschakelaar automatisch wee in de werk-stand terug: Nadat de motor stilstaat worden in de werkstand het contact automatisch wee ingeschakeld -de motor is startklaar en kan worden gestart.
15.2 Motor starten

Balg (9) van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
- Chokeknop (8) indrukken en afhankelijk van de motortemperatuur in de betreffende stand draaien:
12 bij koude motor bij warmerme motor - ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is
De chokeknop moet vastklikken.

15.2.1 Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het Niet kan omvallen: de steun op de motor en de beschemkap voor het snijgarnituur vormen de ondersteuning
- Indien gemonteerd: de transportbeschemkap op het snijgarnituur verwijderen
Het snijgarnituur mag noch de grond noch enig ander voorwerp raken - kans op ongevallen!
Een veilige houding aannemen - mogelijkheden: staand, gebukt of knielend
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken - hierbij noch de gashendel, noch de gashendelblokkering aanraken - deduim zit onder het ventilatorhuis
LET OP
De voet of de knie Niet op de steel/maaiboom plaatsen!

Nederlands 16 Apparaat vervoeren
- Met de rechterhand de starthandgreep vastpakken
De starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en verrolgens neln en krachtig doortrekken
LET OP
Het koord Niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken - kans op breuk!
De starthandgreep nicht terug latent schieten - maar latent vieren zodate het startkoord correct kan worden opgerold
Verder starten tot de motor draait
15.2.2 Zodra de motor draait

- De gashendelblokkering indrukken en gas gehen - de chokeknop springt in de werkstand I - na een koude start de motor doorenkele keren gas gehen warmdraaien

WAARSCHUWING
Kans op letsel door het draaiende snijgarnituur bij stationair toerental. De carburateur zo afstellen dat het snijgarnituur bij stationair toerental Niet meedraait -zie "Carburateur afstellen".
Het apparatus is maar voor gebruik.
15.3 Motor afzetten
- De stopschakelaar indrukken - de motor stopt - de stopschakelaar loslaten - de stopschakelaar veert terug
15.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand of bij het accelereren af.
De chokeknop in stand Zplaatsen -verder starten tot de motor draait
De motor start nicht in de warmestartstand
De chokeknop in stand plaatsen -verder starten tot de motor draait
De motor slaat nicht aan
Controlleren of alle bedieningselementen correct zichn afgesteld
Controlleren of de tank met benzine is gemvuld, zo nodig tanken
- Controlleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
Startprocedure herhalen
De chokeknop in stand Iplaatsen -verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 5-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
Motor opniewu starten
16 Apparaat vervoeren
16.1 Transportbeschermkap gebruiken
Het type transportbeschemkap is afhankelijk van het type metalen snijgarnituur dat behoort tot de leveringsomvang van het motorapparaat. Transportbeschemkappen zijn ook als special toebehoren leverbaar.
16 Apparaat vervoeren Nederlands

16.2 Grassnijbladen 230 mm

16.3 Slagmes 250 mm






Nederlands 16 Apparaat vervoeren
16.4 Grassnijbladen tot 260 mm


- Spanbeugel op de transportbeschemkap los-haken
- Spanbeugel maar buiten zwenken

Transportbeschemkap vanaf de onderzijde op het snijgarnituurplaatsen

- Spanbeugel maar binnen zwenken
Spanbeugel op de transportbeschemkap vasthaken
16.5 Cirkelzaagbladen


- Spanbeugel op de transportbeschemkap los-haken

- Spanbeugel maar buiten zwenken
Transportbeschemkap vanaf de onderzijde op het snijgarnituurplaatsen, er hierbij op letten dat de aanslag gecentreerd in de uitsparing ligt

- Spanbeugel maar binnen zwenken
- Spanbeugel op de transportbeschemkap vasthaken
17 Gebruiksvoorschriften
17.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het neue apparaat tot aan de derde tankvulling Niet onbelast met hoge toerentallen latent draaien, om te voorkomen dat erijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase要去en de bewegende delen op elkaar inlopen - in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zich
maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
17.2 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair latent draaien als hij voordien langearend onder vollastheeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingsystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
17.3 Na het werk
Als het werk even wordt onderbroken: de motor latent afkoelen. Het apparaat met lege benzinetank op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat wee wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand -zie "Apparaat opslaan".
18 Luchtfilter verrangen
De levensduur van het filter bedraagt gemiddeldeer dan eenaar. Het filterdeksel Niet demonteren en het luchtfilter Niet verrangen zolang ergeen merkbaar vermogensverlies optreedt.
18.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

- Chokeknop in stand draaien
Bouten (1) losdraaien
Filterdeksel (2) Wegnemen
Het grove vuil rondon het filter verwijderen
Filter (3) Wegnemen
Een verruild of beschadigd filter (3) verrangen
Beschadigde onderdelen verrangen
18.2 Filter aanbrengen
- Het neue filter (3) in het filterhuisplaatsen en het filterdeksel aanbrengen
Bouten (1) aanbrengen en vastdraaien
De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
19.1 stationair toerental instellen

Motor slaat bij stationair toerental af
Motor ca. 3 min. warm laten draaien
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien, tot de motor gelijkmattig draait - het snijgarnituur mag nicht meebewegen
Het snijgarnituur beweegt bij stationair toerental mee
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam linksom draaien, tot het snijgarnituur stil blijft staan,ervolgens 1/2 tot 3/4 slag indezelfde richting verder draaien

WAARSCHUWING
Als het snijgarnituur na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental Niet stil blijft staan, het motorapparaat door een geauthoriseerde dealer latent repareren.
20 Bougie
Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental erst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder - alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken -zie "Technische gevevens"
20.1 Bougie uitbouwen

Afdekkap (1) losschroeven
Bougiesteker (2) lostrekken
Bougie (3) losdraaien
20.2 Bougie controlleren

Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zie "Technische gegevens"
- Oorzaken van de verwuiling van de bougie opheffen
Mogelijkke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden


WAARSCHUWING
Bij een Niet vastgedraaide of ontbrekende aan sluitmoer (1) kuren vonden gezormd. Als in een Licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kuren brand of explosives ontstaan. Personen kuren ernstig letsel oplopen of er kan materièle schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
20.3 Bougie monteren
Bougie (3) vastdraaien
Bougie (3) met behulp van de combisleutel vastdraaien
Bougiesteker (2) vast op de bougie drukken
Afdekkap (1)plaatsen en vastschroeven
21 Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburateurafstelling de motorkarakteristiek Niet optimaal is, kan dit ook te wijten zich aan de uitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geauthoriseerde dealer op verwuiling (koolaanslag) lately controlleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latelyuitvoeren.
22 Aandrijfmechanisme smeren

Het tandwielvet elke 25 bedrijfsuren controeren en indien nodig smeren:
Afsluitplug (1) losdraaien
- Als er aan de binnenzijde van de afsluitplug (1) geen vet zichtbaar is: tube (2) met STIHL tandwielvet (special toebehoren) in de boring schroeven
- Maximaal 5g (1/5 oz.) tandwielvet UIT de tube (2) in de aandrijfkop/het aandrijfmechanisme drukken
LETOP
De aandrijfkop/het aandrijfmechanisme nicht geheel met vet vullen.
Tube (2) losdraaien
De aflsuitplug (1) aanbrengen en vastdraaien
23 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
De brandstoftank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving afvoeren
- Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indrukken, voordat de motor worden gestart
De motor encke net zo lang stationair latendraien tot de motor afslaat
- Snijgarnituur demonteren, schoonmake en controleren. Metalen snijgarnituren insmeren met conservingsolie.
Het apparatus grondig reinigen
Luchtfilter reinigen
Het apparatus op een droge en veilige plaats opbergen - tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) beschermen
24 Metalen snijgarnituren slijpen
- Snijgarnituren bij een geldinge slijtage met een aanscherpvijl (special toebehoren) - bij sterke slijtage en groeven, met behulp van een slijpapparaat slijpen of dit door een geautorisere dealer latent uitvoeren - STIHL advisert de STIHL dealer
Regelmatig slijpen, weinig materiaal wegemen: voor het gebruikelijke aanscherpen+zijnmeestal twee tot drie vijlstreken voldoende

- Mesvleugel (1) gelijkmatig slijpen - de omtrek van het hart (2) Niet wijzigen
Meer aanwijzingen met betrekking tot het slijpen staan op de verpakking van het snijgarnituur. Daarom de verpakking bewaren.
24.1 Uitbalanceren
Ca. 5-maal aanscherpen, hierna het snijgarni-tuur met behulp van het STIHL balanceerapparaat (speciaal toebehoren) op onbalans controeren en uitbalanceren of dit door een geautoriseerde dealer latent uitvoeren - STIHL adviseert de STIHL dealer
25 Onderhoud maaikop
25.1 Motorapparaat neerleggen

Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur maar boven is gericht
25.2 Maaidraad verrangen
Voor het verrangen van de maaidraad de maaikop beslist op slijtage controleren.

Als er sterke slijtagesporen zichtaar�, moet de maaikop compleet worden verrangen.
De maaidraden worden in hetervoig kortweg "draden" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die LAST ZEN hoe de draden worden verrangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.
- Indien nodig de maaikop uitbouwen
25.3 Maiadraad bijstellen
STIHL SuperCut
De draad worden automatisch op de juiste lenghte afgesteld als de draad minimaal 6 cm (2 1/2 inch) lang is - door het mes op de beschemkap worden te lange draden op de optimale lenghte afgesneden.
STIHL AutoCut
- Het apparaat met draaiende motor boven een grayscale houden - de maaikop要去 hierbij draaien
De maaikop op de grond tippen - de draden worden bijgesteld en door het mes op de beschemkap op de optimale lenghte afgesneden
Steeds nadat met de maaikop op de grond worden getipt worden de draad bijgesteld. Daaromijdens de werkzaamheden de maaprestaties van de maaikop observeren. Als met de maaikop te vaak op de grond worden getipt, worden ongebruekte stukken van de maaidraad door het mes afgesneden.
De draadlengthe worden alleen bijgesteld als de\ beide draaduiteinden ten minste nog\ 2,5 cm (1 inch) lang zich.
STIHL TrimCut

WAARSCHUWING
Voor het met de hand bijstellen van de draad de motor beslist afzetten - anders is er kans op letse!
Het spoelhuis omhoog trekken - linksom draaien - ca. 1/6 slag - tot aan de arreteerstand - en wee terug lately veren
De draaduiteinden maar buiten trekken
De procedure indien nodig herhalen tot de beiden draaduiteinden het mes in de beschemkap bereiken.
Een draaibeweging van aanslag tot aanslag vergroot de draadlengthe met ca. 4 cm (1 1/2 inch).
25.4 Maaidraden verrangen
STIHL PolyCut
In de maaikop PolyCut kuren inplaats van messen ook afgekorte draden worden gehaakt.
Voordat de maaikop met de hand worden voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten - anders is er kans op letsel!
- De maaikop aan de hand van de meegeleverde handleiding voorzien van de op maat afgekorte draad
25.5 Mes verrangen
Voor het verrangen van de messen de maaikop beslist op slijtage controlleren.

WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtaar�z, moet de maaikop compleet worden verrangen.
De snijmensen worden in het verzolg kortweg "messen" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maakop behoort een handleiding met afbeeldingen die LAST ZEN hoe de messen worden verrangen. Daarom de handleiding voor de maakop goed bewaren.

WAARSCHUWING
Voordat de maaikop met de hand worden voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten - anders is er kans op letsel!
Maaikop verwijderen
De messen op die wijze verrangen als afgebeeld in de handleiding
De maaikop wee monteren
26 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werkelijkden dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | ||
| Complete machine visuele | controle (staat, lekkage) | X | X | ||||||||
| reinigen X | |||||||||||
| beschadigde onderdelen verrangen | X | X | |||||||||
| Bedieningshandgreep werden king controlleren XX | |||||||||||
| Luchtfilter visuele controle | XX | ||||||||||
| vervangen2) | X | ||||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controleren X | ||||||||||
| laten repareren door geauthoriseerde dealer1) | X | ||||||||||
| Aanzuigmond in de ben-zinetank | laten controleren door geauthoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| laten verrangen door geauthoriseerde dealer1) | XXX | ||||||||||
| Benzinetank reinigen XX | |||||||||||
| Carburateur stationair togetheental con-troleren, het snijgarni-tuur mag Niet mee-draaien | X | X | |||||||||
| Stationair toerental instellen | X | ||||||||||
| Bougie elektrodeafstand afstellen | X | ||||||||||
| elke 100 bedrijfsuren verrangen | |||||||||||
| Aanzuigopeningen voor koellucht | visuele controle X | ||||||||||
| reinigen | X | ||||||||||
| Cilinderribben | laten reinigen door geauthoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werktijden dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijkns | Na elke tankvulling | Wekelijns | Maandelijns | Jaarijns | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | ||
| Klepseling bij vermogens | verlies ofsterk toegenomen start-kracht, de klepselingcontroleren en zo nodiglaten afstellen doorgeauthoriseerde dealer1) | X | X | ||||||||
| Verbrandingsruimte elke 1 | 50 bedrijfsurenlaten reinigen doorgaeauthoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Bereikbare bouten,schroeven en moeren(behalve stelschroeven) | natrekken X | ||||||||||
| Antivibratie-elementen con | trolieren XX | ||||||||||
| laten verwangen doorgaeauthoriseerde dealer1) | X | ||||||||||
| Snijgarnituren visuele contr | role XX | ||||||||||
| ervangen X | |||||||||||
| op vastzitten controleren | XX | ||||||||||
| Metalen snijgarnituren slijpen/aanscherpen XX | |||||||||||
| Smering aandrijfkop/aandrijfmechanisme | controleren X | ||||||||||
| bijvullen | X | ||||||||||
| Veiligheidssticker | ervangen X | ||||||||||
| 1)STIHL advisert de STIHL dealer2)Alleen als het motorvermogen merkbaar afneemt | |||||||||||
27 Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Het aanhonden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.
De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij
zingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgeveen wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die Niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, nied geschikt of kwalitatief minderwaardig�<|im_start|>assistant
- het gebruik van gereedschappen of toebehoren die Niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, nied geschikt of kwalitatief minderwaardig�<|im_start|>
- Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparatus
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestations of wedstrijden
Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
27.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zich hunnen worden uitgevoerd,要去 deze worden overgelaten aan een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden nicht of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
Schade aan de motor ten gevolge van nicht tijdig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
Corrosie- en andereervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
27.2 Aan slijtage bootstaande onderdelen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Snijgarnituren (alle typen)
- Bevestigingsdelen voor snijgarnituren (draai-schotels, moeren, enz.)
— Beschermkap snijgarnituur
Koppeling
-Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
Bougie
- Antivibratie-elementen

28 Belangrijke componenten
1 Tankdop
2 Carburaturstelschroef
3 Starhandgreep
4 Hand-benzinepomp
5 Kap
6 Uitlaatdemper
7 Apparatensteun
8 Gashendel
9 Stopschakelaar
10 Gashendelblokkering
11 Dubbele handgreep
12 Handgreepsteun
13 Knevelbout
14 Gaskabelhouser
15 Draagoog
16 Chokeknop
17 Luchtfilterdeksel
18 Benzinetank
19 Beugelhandgreep
20 Beugel (loopbegrenzer, afhankelijk van de exportuitvoering gemonteerd)
21 Steel/maaiboom
Machinenummer

1 Steel
2 Maaikop
3 Beschermkap (alleen voor maaikoppen)
4 Mes (voor maaidraad)
5 Beschemkap (voor alle maagarnituren)
6 Schort (voor maaikoppen)
7 Metalen maigarnituur
8 Cirkelzaagblad
9 Aanslag (alleen voor cirkelzaagbladen)
STIHL eencilinder-viertaktmotor met menssmering
Cylinderinhoud: 36,3 cm³
Boring: 43 mm
Slag: 25 mm
Vermogen volgens 1,4 kW (1,9 pk)
ISO 8893: bij 8500 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental (nominale 9500 1/min Waarde):
Max.toerental van de uit- 7150 1/min gaande as (koppeling snij-garnituur):
Klepseling
Inlaatklep: 0,10 mm
Uitlaatklep: 0,10 mm
29.2 Ontstekingssystem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
29.3 Brandstofsystem
Onafhankelijk van de stand werkende membrancacarburateur met geintegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 710~cm^3 (0,71~l)
29.4 Gewicht
Zonder benzine, zonder snijgarnituur en beschemkap
FS 131:5,8 kg
FS 131 R:5,5kg
29.5 Totale lenghte
Zonder snijgarnituur: 1800 mm
29.6 Uitvoeringskenmerken
R Beugelhandgreep
29.7 Geluids- en trillingswaarden
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib
29.7.1 Snijgarnituur
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden wegen stationair toerental en nominaal maximumtoerental even zwaar.
Geluidsdrukniveau L_peq volgens ISO-22868
Metmaikop
FS 131 met dubbele handgreep: 98 dB(A)
FS 131 R: 98 dB(A)
Met metalen maigarnituur
FS 131 met dubbele handgreep: 97 dB(A)
FS 131 R met beugel: 97 dB(A)
Geluidsvermogenniveau L_W volgens ISO 22868
Metmaikop
FS 131 met dubbele handgreep: 109 dB(A)
FS 131 R: 109 dB(A)
Met metalen maigarnituur
FS 131 met dubbele handgreep: 109 dB(A)
FS 131 R met beugel: 109 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867
| Met maaikop | Handgreep links | Hand- greep rechts |
| FS 131 met dubbele handgreep: | 4,9 m/s2 | 4,9 m/s2 |
| Met maaikop Handgreep | Hand-greep rechts | |
| links | ||
| FS 131 R: | 6,2 m/s2 | 6,2 m/s2 |
| Met metalen maagar-nituur | Handgreep links | Hand-greep rechts |
| FS 131 met dubbele handgreep: | 3,7 m/s2 | 3,4 m/s2 |
| FS 131 R met beugel: | 5,1 m/s2 | 5,1 m/s2 |
29.8 Aanbouwgereedschappen
De geluids- en trillingswaarden van de vrijgeveven aanbouwgereedschappen staan vermeld in de handleiding van het betreffende aanbouwgereedschap.
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s².
29.9 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemica- lien.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
29.10 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij de voor het product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2.
De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatie motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreiben gekruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.
30 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparations mogen
alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zich te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHLe en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (opkleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
31 Milieuverantwoord afvoeren
Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in alot worden genomen.

STIHL producten behoren nicht bij het huisvuil.
STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieuvriendelijkke recycling.
Actuele informatatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
32 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigenc verantwoordelijkheid dat
Constructie:Motorzeis
Merk: STIHL
Type: FS 131
FS 131 R
Serie-identificatie: 4180
Cylinderinhoud: 36,3 cm³
voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met deten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 11806-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegardeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 10884 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau
FS 131 109 dB(A)
FS 131 R: 109 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
FS 131 111 dB(A)
FS 131 R: 111 dB(A)
Bewaren van technische documentationie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving

33 UKCA-conformiteitsverkla-ring
verklaart op eigeng verantwoordelijkheid dat
Constructie:Motorzeis
Merk: STIHL
Type: FS 131
FS131R
Serie-identificatie: 4180
Cylinderinhoud: 36,3 cm³
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tjde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduedd:
EN ISO 11806-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegardeerde geluidsvermogenniveau werden gehandeld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikmaking van norm ISO 10884.
Gemeten geluidsvermogenniveau
FS 131 109 dB(A)
FS 131 R: 109 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
FS 131 111 dB(A)
FS 131 R: 111 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparatus.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving