FS 40 - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FS 40 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FS 40 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FS 40 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FS 40 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING FS 40 STIHL
Met betrekking tot deze handleiding 70
Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 70
Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur,
beschermkap/aanslag, handgreep en draagstel 78
Beugelhandgreep monteren 79
Snijgarnituur monteren 80
Brandstof 83
Tanken 84
Motor starten/afzetten 86
Gebruiksvoorschriften 88
Luchtfilter reinigen 88
Motorkarakteristiek 90
Apparaat opslaan 91
Onderhoud maaikop 91
Onderhouds- en reinigingsvoorschriften 96
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 97
Belangrijke componenten 98
Reparatierichtlijnen 100
Milieuverantwoord afvoeren 100
EU-conformiteitsverklaring 101
STIHL®
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleemloos mee kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijke groet,
N.8. Still
Dr. Nikolas Stihl
Op deze handleiding rust auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehouden, vooral het recht op verspreiding, vertaling en verwerking met elektronische systemen.
Nederlands
Met betrekking tot deze handleiding
Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht.

Benzinetank; brandstof- mengsel van benzine en motorolie

Decompressieklep bedienen

Hand-benzinepomp

Hand-benzinepomp bedienen

Vettube

Geleiding aanzuiglucht: zomerstand

Geleiding aanzuiglucht: winterstand

Handgreepverwarming
Codering van tekstblokken
WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Speciale veiligheidsmaatregelen zijn nodig bij het werken met dit motorapparaat, omdat er met een zeer hoog toerental van het snijgarnituur wordt gewerkt.

De gehele handleiding voor de eerste ingebruik-neming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het niet in acht nemen van de handleiding kan levensgevaarlijk zijn.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het motorapparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar, die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – en altijd de handleiding meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben. Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – alleen gebruiken voor het maaien van gras en het knippen van wildgroei of iets dergelijks.
Het gebruik van het motorapparaat voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of schade aan het motorapparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of schade aan het motorapparaat.
Alleen die snijgarnituren of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
De beschermkap van het motorapparaat kan de gebruiker niet tegen alle voorwerpen (stenen, glas, draad enz.) beschermen die door het snijgarnituur worden weggeslingerd. Deze voorwerpen kunnen ergens afketsen en vervolgens de gebruiker treffen.
Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen.
Nauwsluitende kleding – combipak, geen stofjas.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart dragen en vastzetten (hoofddoek, muts, helm enz.).

Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een vizier dragen en erop letten dat deze goed zit. Een vizier alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.

Robuuste werkhand- schoenen van slijtvast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting aan.
Nederlands
Motorapparaat vervoeren

Altijd de motor afzetten.
Het motorapparaat uitgebalanceerd aan de steel/maaiboom, resp. aan de beugelhandgreep dragen.
In auto's: het motorapparaat tegen omvallen, beschadiging en tegen het weglekken van benzine beveiligen.
Tanken

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen benzine morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine werd gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken – de kleding niet in
aanraking laten komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.
De motorapparaten kunnen af fabriek zijn uitgerust met verschillende tankdoppen.

Na het tanken de tank- schroefdop zo vast mogelijk aandraaien.

Na het tanken de tankdop met inklapbare beugel (bajonetsluiting) correct aanbrengen, tot aan de aanslag draaien en de beugel inklappen.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
Op lekkages letten – als er benzine naar buiten stroomt, de motor niet starten – levensgevaar door verbranding!
Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controleren – het desbetreffende hoofdstuk in de handleiding in acht nemen:
- Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of
beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren
- De combinatie van snijgarnituur, beschermkap, handgreep en draagstel moet zijn vrijgegeven en alle onderdelen moeten correct zijn gemonteerd. Geen metalen snijgarnituren – kans op letsel!
- De stopschakelaar moet gemakkelijk richting 0 kunnen worden gedrukt
- De chokeknop, de gashendelblokkering en de gashendel moeten goed gangbaar zijn – de gashendel moet automatisch in de stationaire stand terugveren. Vanuit de standen en van de chokeknop moet deze bij het indrukken van de gashendel in de werkstand I terugveren.
- Bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
- Snijgarnituur: correcte montage, staat en vastzitten
-
Veiligheidsinrichtingen (bijv. beschermkap voor snijgarnituur) op beschadigingen, resp. slijtage controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. Het apparaat niet met een beschadigde beschermkap gebruiken
-
Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen moeten schoon en droog, olie- en vuilvrij zijn – belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- Het draagstel en de handgreep(-grepen) overeenkomstig de lichaamslengte instellen
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Voor noodgevallen bij gebruik van draagstellen: het snel loskoppelen en neerzetten van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
Motor starten
Minstens op 3 meter van de plek waar werd getankt – niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorapparaat goed vasthouden – het snijgarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond niet raken, omdat dit tijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat wordt slechts door één persoon bediend – geen andere personen binnen een straal van 15 m dulden – ook niet tijdens het starten – kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!

Contact met het snijgarni-tuur voorkomen – kans op letsel!
De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de handleiding staat beschreven.

Het snijgarnituur draait nog even door nadat de gashendel wordt losgelaten – naloopeffect!
Stationair toerental controleren: het snijgarnituur moet bij stationair toerental – bij losgelaten gashendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden – brandgevaar!
Apparaat vasthouden en bedienen
Het motorapparaat altijd met beide handen op de handgrepen vasthouden. Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.

De linkerhand op de beugelhandgreep, de rechterhand op de bedieningshandgreep – geldt ook voor linkshandigen.
Tijdens de werkzaamheden
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten – de stopschakelaar richting 0 drukken.

Binnen een brede straal van de plek waar wordt gewerkt kan door de weggeslingerde voorwerpen een kans op ongevallen ontstaan, daarom mogen er zich binnen een straal van 15 m geen andere personen ophouden. Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiële schade! Ook op een afstand van meer dan 15 m kan gevaar niet geheel worden uitgesloten.
Op een correct stationair toerental letten, zodat het snijgarnituur na het loslaten van de gashendel niet meer draait.
Nederlands
Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als het snijgarnituur bij stationair toerental toch meedraait, het stationair toerental door een geautoriseerde dealer laten repareren. STIHL adviseert de STIHL dealer.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. – kans op uitglijden!
Op obstakels letten: boomstronken, wortels – struikelgevaar!
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Alleen staand op de grond werken, nooit op onstabiele plaatsen, nooit op een ladder of vanaf een hoogwerker.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het motorapparaat werken – ook niet met machines voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergiftiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat – brandgevaar! – Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, rook en dampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling een stofmasker dragen.
Als het motorapparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of dit in goede staat verkeert – zie ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstofsysteem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die niet meer bedrijfszeker zijn, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
Niet in de warmestartstand van de chokeknop werken – het motortoerental is bij deze stand van de chokeknop niet regelbaar.

Nooit zonder de op het apparaat en het snijgarnituur afgestemde beschermkap wer- ken – kans op letsel door wegge- slingerde voorwerpen!

Terrein controleren: vaste voorwerpen – stenen, metalen delen of iets dergelijks kunnen worden weggeslingerd – ook meer dan 15 m – kans op letsell – En deze kunnen het snijgarnituur alsmede objecten (zoals bijv. geparkeerde auto's, ruiten) beschadigen (materiële schade).

In onoverzichtelijk, dicht begroeid terrein bijzonder voorzichtig te werk gaan.
Bij het maaien van hoog struikgewas, onder bosschages en heggen: werkhoogte met het snijgarnituur minimaal 15 cm – dieren niet in gevaar brengen.
Voor het achterlaten van het apparaat: motor afzetten.
Het snijgarnituur regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkbare wijzigingen direct controleren:
- De motor afzetten, het apparaat stevig vasthouden, het snijgarnituur tot stilstand laten komen.
- Op goede staat en vastzitten controleren, op scheurvorming letten
- Beschadigde snijgarnituren direct vervangen, ook bij zeer kleine haarscheurtjes
Gras en takkenresten op de koppeling voor het snijgarnituur regelmatig verwijderen – verstoppingen ter hoogte van het snijgarnituur of de beschermkap verwijderen.
Voor het vervangen van het snijgarnituur de motor afzetten – kans op letsel!
Beschadigde of gescheurde snijgarnituren niet meer gebruiken en niet repareren – bijv. door lassen of richten – wijziging van de vorm (onbalans).
Deeltjes of breukstukken kunnen loskomen en met hoge snelheid de gebruiker of derden treffen – ernstig letsel!
Gebruik van maaikoppen
Alleen een beschermkap met volgens voorschrift gemonteerd mes monteren, zodat de maaidraden op de toegestane lengte worden afgesneden.
Voor het nastellen van de maaidraad bij met de hand nastelbare maakoppen beslist de motor afzetten – kans op letsel!
Verkeerd gebruik, met een te lange maaidraad, reduceert het motortoerental. Dit leidt, door het constant slippen van de koppeling, tot oververhitting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeling, en delen van de kunststof behuizing) – bijv. door het bij stationair toerental meedraaiende snijgarnituur – kans op letsel!
Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme handschoenen)
- Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
– Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
Onderhoud en reparaties
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Nederlands
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken – kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd - brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan – brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gegevens" – monteren.
Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden!
Symbolen op de beschermkappen
Een pijl op de beschermkap voor het snijgarnituur geeft de draairichting van het snijgarnituur aan.

De beschermkap alleen in combinatie met maaikoppen gebruiken – geen metalen snijgarnituren gebruiken.
Maaikop met maaidraad

Voor soepel "maaigedrag" – voor nauwkeurig maaien, zelfs van onregelmatige grasranden rondom bomen en heiningpalen – geringe beschadiging van de boomschors.
! WAARSCHUWING
De maaidraad niet door een staaldraad vervangen – kans op letsel!
Maaikop met kunststof messen – STIHL PolyCut 6-3

text_image
002BA073 KN 1
text_image
002BA074 KN 2Voor het maaien van niet-afgezette grasvelden (zonder palen, omheiningen, bomen en vergelijkbare obstakels).
Beslist de onderhoudsvoorschriften voor de maaikop PolyCut in acht nemen!
Op de slijtage-indicatoren letten!
Het onderste deel van de PolyCut is voorzien van slijtage-indicatoren.
Als één van de ronde gaten (1; pijl) zichtbaar of als de naar binnen opstaande rand (2; pijl) versleten is, mag de PolyCut 6-3 niet meer worden gebruikt – door een nieuwe maaikop vervangen!
Nederlands

WAARSCHUWING
Bij het negeren van de slijtage-indicatoren bestaat de kans dat het snijgarnituur breekt en weggeslingerde delen mogelijk tot letsel leiden.
Om de kans op ongelukken door brekende messen te verkleinen, contact met stenen, metalen delen of iets dergelijks voorkomen!
De PolyCut-messen regelmatig op scheurtjes controleren. Als één van de messen is gescheurd, alle messen van de PolyCut vervangen!
Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur, beschermkap/aanslag, handgreep en draagstel
| Snijgarnituur Beschermkap Handgreep Draagstel | |||
4 5 | ![]() | ![]() | 0000-GX-0401-A3 |
Vrijgegeven combinaties
Afhankelijk van het snijgarnituur de juiste combinatie uit de tabel kiezen!

WAARSCHUWING
Om veiligheidsredenen zijn andere combinaties niet toegestaan – kans op ongelukken!
Snijgarnituren
Maaikoppen
1 STIHL AutoCut C 5-2
2 STIHL AutoCut 5-2
3 STIHL AutoCut C 6-2
4 STIHL DuroCut 5-2
5 STIHL PolyCut 6-3
Beschermkap
6 Beschermkap met mes voor maaikoppen
Handgreep
7 Beugelhandgreep
Draagstel
8 Enkele schouderriem kan worden gebruikt
Beugelhandgreep monteren
In de uitleveringsstaat van het nieuwe apparaat is de beugelhandgreep al op de steel gemonteerd, moet echter nog worden gedraaid en uitgelijnd.
Beugelhandgreep uitlijnen

text_image
1 2 546BA003 KNUitvoeringen met bout (FS 40)
- Bout (1) op de handgreep met behulp van een schroevendraaier of combisleutel losdraaien
Uitvoeringen met knevelbout (FS 50)
● Knevelbout (2) op de handgreep losdraaien
Alle uitvoeringen

- De handgreep om de steel naar boven draaien

text_image
A 546BA004 KNDoor het wijzigen van de afstand (A) kan de handgreep in de voor de gebruiker en de toepassing meest gunstige stand worden gebracht.
Advies: afstand (A) = ca. 15 cm
- De handgreep in de gewenste stand schuiven
- De bout, resp. de knevelbout zo vastdraaien dat de handgreep niet meer op de steel kan worden verdraaid
- Beschermkap (1) tot aan de aanslag op de houder (2) schuiven
- Moer (3) in het binnenzeskant op de beschermkap steken – de boringen moeten in lijn liggen
● Bout (4) met ring in de boring draaien en vastdraaien
Nederlands
Snijgarnituur monteren
Motorapparaat neerleggen

- Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen, dat de beugelhandgreep en de motorkap naar beneden en de as naar boven zijn gericht
Drukschotel

text_image
1 3 2 4 232BA033 KNDe drukschotel (1) behoort tot de leveringsomvang van de DuroCut 5-2 en PolyCut 6-3. Deze is alleen nodig bij montage van deze maaikoppen.
Maaikop STIHL AutoCut 5-2, maaikop STIHL AutoCut C 5-2
- Drukschotel (1), indien gemonteerd, van de as (2) trekken
Maaikop STIHL DuroCut 5-2, maaikop STIHL PolyCut 6-3
- Drukschotel (1) op de as (2) schuiven, hierbij het binnenzeskant (3) op het zeskant (4) steken
As blokkeren

text_image
6 5 6 5468A017 KN- Voor het blokkeren van de as het gereedschap (5) in de boringen (6) in de beschermkap en drukschotel steken, zowel de beschermkap als de drukschotel hierbij iets heen en weer draaien tot de as is geblokkeerd
Maaikop met schroefdraadaansluiting monteren
De bijlage voor de maaikop goed bewaren.

text_image
1 002BA385 KN- De maakop linksom tot aan de aanslag op de as (1) schroeven
- As blokkeren
● Maaikop vastdraaien

LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
Maaikop verwijderen
- As blokkeren
- De maaikop rechtsom draaien
Maaikop zonder schroefdraadaansluiting monteren
De bijlage voor de maaikop goed bewaren!
STIHL AutoCut 5-2

text_image
232BA054 KN● Veer (1) in het bovenste deel (2) schuiven
● Maaidraden (3) op de spoel (4) wikkelen
- De maaidraden door de hulzen steken en de spoel in de spoelbehuizing plaatsen
De afzonderlijke handelingen staan in de meegeleverde bijlage beschreven!

text_image
8 2 7 5 6 232BA053 KN- Bovenste deel (2) op de as schuiven (5), hierbij het binnenzeskant (7) op het zeskant (6) steken
- De dop (8) op het bovenste deel aanbrengen – rechtsom tot aan de aanslag op de as draaien en vastdraaien
Nederlands
STIHL AutoCut C 5-2

text_image
8 2 9 681BA018 KN- Bovenste deel (2) als bij de maaikop AutoCut 5-2 op de as schuiven
- Spoel (9) slechts zo ver rechtsom draaien dat de twee pijlpunten recht tegenover elkaar staan – de spoel in deze stand borgen
- Dop (8) in de spoel aanbrengen, indrukken en tegelijkertijd rechtsom draaien
- De dop rechtsom draaien tot deze aanligt en handvast draaien
STIHL PolyCut 6-3

text_image
10 11 5 681BA0'19 KN- Drukschotel op de as schuiven
● Moer (10) in de maaikop aanbrengen
● Maaikop (11) rechtsom tot aan de aanslag op de as (5) draaien - As blokkeren
● Maaikop vastdraaien

WAARSCHUWING
Een te gemakkelijk draaiende moer vervangen.

LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
Maaikop verwijderen
STIHL AutoCut
- Het spoelhuis vasthouden
- De dop linksom draaien
- As blokkeren
● Maaikop linksom draaien
STIHL PolyCut
Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING
Direct huidcontact met benzine en het inademen van benzinedampen voorkomen.
STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.
Brandstof mengen

LET OP
Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kunnen de motor, keerringen, leidingen en benzinetank beschadigen.
Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON tanken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 25% (E25) het volle motorvermogen.
Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
Mengverhouding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine
Voorbeelden
Hoeveelheid STIHL tweetaktolie 1:50 benzine
Liter Liter (ml)
1 0 ,
5 0,10 (100)
10 0,20 (200)
Hoeveelheid STIHL tweetaktolie 1:50 benzine
Liter Liter (ml)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
- In een voor benzine vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens benzine en goed mengen
Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor benzine vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken mengen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan echter tot zo'n 2 jaar probleemloos worden bewaard.
- De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien.
- De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
Nederlands
Tanken
Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo plaatsen, dat de tankdop naar boven is gericht
De motorapparaten kunnen af fabriek zijn uitgerust met verschillende tankdoppen.

text_image
002BA/18 KNTankdop met klapbeugel (bajonetsluiting)

Tankdop met klapbeugel opendraaien

- Beugel opklappen tot deze verticaal staat

● De dop linksom draaien (ca. 1/4 slag)

Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor brandstof (speciaal toebehoren).
- Tanken
Tankdop met klapbeugel dichtdraaien

Beugel staat verticaal:
- Dop aanbrengen – de markeringen op de dop en de vulpijp moeten met elkaar corresponderen
- De dop tot aan de aanslag naar beneden drukken
Nederlands

text_image
001BA221 KN- Dop ingedrukt houden en rechtsom draaien tot deze vastklikt

- Dop vastpakken – de dop is correct vergrendeld als deze niet kan worden bewogen, noch kan worden weggenomen

- De dop aanbrengen en zover linksom draaien tot deze in de zitting van de vulpijp aangrijpt

text_image
001BA222 KN- Beugel tot aan de aanslag terugklappen
Als de dop kan worden bewogen of kan worden weggenomen
Het onderste deel is ten opzichte van het bovenste deel verdraaid: - De dop verder linksom draaien (ca. 1/4 slag) – het onderste deel van de dop wordt hierdoor in de juiste stand gedraaid
- De dop linksom draaien en sluiten – zie hoofdstuk "Sluiten" en "Vergrendeling controleren"
Vergrendeling controleren

- De nok van de beugel moet geheel in de uitsparing (pijl) vallen

text_image
001BA227 KN| Links: onderste deel van de dopverdraaid |
| Rechts: onderste deel van de dop inde juiste stand |
Schroef-tankdop opendraaien

- Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
- Tankdop wegnemen
Nederlands
Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert het STIHL vulsysteem (speciaal toebehoren).
Schroef-tankdop dichtdraaien

- Tankdop aanbrengen
- Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien
Motor starten/afzetten
Bedieningselementen
Uitvoering met beugelhandgreep

text_image
3 1 2 546BA007.KN1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar – met de werkstand en 0 = stopstand.
Werking van de stopschakelaar en het contact
De niet ingedrukte stopschakelaar staat in de werkstand: het contact is ingeschakeld – de motor is startklaar en kan worden gestart. Als de stopschakelaar in stand 0 wordt gedrukt, wordt de ontsteking
uitgeschakeld. Nadat de motor is afgeslagen, wordt het contact automatisch weer ingeschakeld.
Motor starten

text_image
4 547BA0.5 KN- Balg (4) van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
Koude motor (koude start)

text_image
5 H H H 54TBA016 KN- Chokeknop (5) indrukken en hierbij in stand 1 draaien
Warme motor (warme start)

text_image
5 S47BA017 KN- Chokeknop (5) indrukken en hierbij in stand draaien
Deze instelling geldt ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is.
Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het niet kan omvallen: de steun op de motor en de beschermkap voor het snijgarnituur vormen de ondersteuning. Het snijgarnituur mag noch de grond noch enig ander voorwerp raken
- Een veilige houding aannemen
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken – hierbij noch de gashendel, noch de blokkeerhendel aanraken

De voet of de knie niet op de steel/maaiboom plaatsen!

- Met de rechterhand de starthandgreep vastpakken
Uitvoering zonder ErgoStart
- De starchandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en vervolgens snel en krachtig doortrekken
Uitvoering met ErgoStart
- De starchandgreep gelijkmatig uittrekken

Het koord niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken – kans op breuk!
- De starchandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold
- Verder starten tot de motor draait
Zodra de motor draait

text_image
547BA021 KN- De blokkeerhendel indrukken en gas geven – de chokeknop springt in de werkstand I – na een koude start de motor door enkele keren gas te geven warmdraaien

Bij een correct afgestelde carburateur mag het snijgarnituur bij stationair toerental niet meedraaien!
Het apparaat is klaar voor gebruik.
Motor afzetten
- De stopschakelaar richting 0 drukken – de motor stopt – de stopschakelaar loslaten – de stopschakelaar veert terug
Nederlands
Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand of bij het accelereren af.
- De chokeknop in stand plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor start niet in de warmestartstand - De chokeknop in stand plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor slaat niet aan
● Controleren of alle bedieningselementen correct zijn afgesteld - Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken
● Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt - Startprocedure herhalen
- De chokeknop in stand I plaatsen – verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt - Na het tanken de balg van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
- Motor opnieuw starten
Gebruiksvoorschriften Luchtfilter reinigen
Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het nieuwe apparaat tot aan de derde tankvulling niet onbelast met hoge toerentallen laten draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase moeten de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssysteem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
Na het werk
Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzinetank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand – zie "Apparaat opslaan".
Als het motorvermogen merkbaar afneemt

text_image
3 1 2 547BA022 KN- Chokeknop (1) in stand ✕ plaatsen
● Bout (2) in filterdeksel (3) linksom draaien, tot het deksel los zit - Filterdeksel (3) over de chokeknop heen lostrekken en wegnemen
- Het grove vuil rondom het filter verwijderen

text_image
4 5 547BA023 KN- Via de uitsparing (4) in het filterhuis het vilten filter (5) wegnemen
- Vilten filter (5) vervangen – als tijdelijke maatregel uitkloppen of uitblazen – niet uitwassen

LET OP
Beschadigde onderdelen vervangen!
- Het vilten filter (5) zo in het filterhuis plaatsen dat het hiermee gelijkligt – de pijl is gericht naar de uitsparing
- Chokeknop (1) in stand ✕ plaatsen
- Filterdeksel (3) aanbrengen – hierbij de bout (2) niet scheef drukken – de bout in de boring draaien
De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
Stationair toerental instellen
Motor slaat bij stationair toerental af
● Motor ca. 3 min. warm laten draaien
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien, tot de motor gelijkmatig draait – het snijgarnituur mag niet meebewegen
Het snijgarnituur beweegt bij stationair toerental mee
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) linksom draaien, tot het snijgarnituur stil blijft staan, vervolgens 1/2 tot 3/4 slag in dezelfde richting verder draaien

WAARSCHUWING
Als het snijgarnituur na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental niet stil blijft staan, het motorapparaat door een geautoriseerde dealer laten repareren.
Bougie
- Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
- Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gegevens"
Bougie uitbouwen
- Motor afzetten

text_image
1 2 547B041 KN● Bougiesteker (1) lostrekken
- Bougie (2) losdraaien
Nederlands
Bougie controleren

text_image
000BA039 KN A● Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens"
- Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen
Mogelijke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden

text_image
000BA045 KN 1! WAARSCHUWING
Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of
explosies ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiële schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
Bougie monteren
- Bougie in de boring draaien
- Bougiesteker op de bougie drukken
Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburateurafstelling de motorkarakteristiek niet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan de uitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer op vervuiling (koolaanslag) laten controleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
Apparaat opslaan Onderhoud maaikop
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 3 maanden
- De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
- De brandstof volgens de voorschriften en milieuwetgeving opslaan
- De motor laten draaien tot hij uit zichzelf afslaat, als dit wordt nagelaten kunnen de carburateurmembranen vastplakken!
- Snijgarnituur demonteren, schoonmaken en controleren. Metalen snijgarnituren insmeren met conserveringsolie.
- Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter!
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opbergen – tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) beschermen
Motorapparaat neerleggen

- Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen, dat de beugelhandgreep en de motorkap naar beneden en de as naar boven zijn gericht
Maaidraad vervangen
Voor het vervangen van de maaidraad de maaikop beslist op slijtage controleren.
WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtbaar zijn, moet de maaikop compleet worden vervangen.
De maaidraden worden in het vervolg kortweg "draden" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die laat zien hoe de draden worden vervangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.
- Indien nodig de maaikop uitbouwen
Maaidraad bijstellen
STIHL AutoCut

text_image
2 1 232BA007 KN- De draaiende maakop evenwijdig boven het begroeide oppervlak houden – de grond aantippen – de draad wordt ca. 3 cm (1,2 inch) bijgesteld
- Door het mes (1) op de beschermkap (2) worden te lange maaidraden op de optimale lengte afgesteld – daarom het meerdere malen aantippen achter elkaar vermijden!
De maaidraad wordt alleen afgesteld als de beide maaidraden nog minimaal 2,5 cm (1 inch) lang zijn!
Als de maaidraad korter dan 2,5 cm (1 inch) is:
Nederlands

WAARSCHUWING
Voor het met de hand bijstellen van de maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
- Apparaat omdraaien
- Dop op de draadspoel tot aan de aanslag indrukken
- De draaduiteinden uit de draadspoel trekken
Als er geen draad meer in de spoel aanwezig is, de maaidraad vervangen.
Bij alle andere maaikoppen
Zoals beschreven in de bijlage van de maaikop.

WAARSCHUWING
Voor het met de hand bijstellen van de maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
Maaidraden vervangen
STIHL DuroCut

WAARSCHUWING
Voordat de maaikop met de hand wordt voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
- De maaikop aan de hand van de meegeleverde handleiding voorzien van de op maat afgekorte draad
STIHL AutoCut C 5-2
Maaikop demonteren en draadresten verwijderen
Bij normaal gebruik wordt de draadvoorraad in de maaikop bijna compleet opgebruikt.

text_image
1 2 3 681BA021 KN- De maaikop vasthouden en de dop (1) zo ver linksom draaien dat deze kan worden weggenomen
- Spoel (2) uit het bovenste deel (3) trekken en de draadresten verwijderen
Maaikop samenstellen

text_image
681BA022 KN 4 2- Lege spoel in het bovenste deel aanbrengen
Als de veer (4) is weggesprongen: - De veer zover in de spoel (2) drukken, dat deze hoorbaar vastklikt
● Maaikop monteren – zie "Maaikop monteren"
Spoel opwikkelen

text_image
3 2 3 5 681BA023.KN● Draden met 2,0 mm (0,08 inch) diameter (kleur groen) gebruiken
- Twee draden met elk een lengte van 2 m (78 inch) van de draadrol (speciaal toebehoren) afknippen
- Spoel (2) zo ver linksom draaien dat de twee pijlpunten tegenover elkaar staan
- De beide draden altijd met de rechte uiteinden ieder door een van de hulzen (5) tot aan de eerst merkbare weerstand in het bovenste deel (3) schuiven – tot aan de aanslag verder schuiven

text_image
1.50 681BA024 KN● Bovenste deel vasthouden
- De spoel zolang linksom draaien tot de kortste draad nog circa 10 cm (4 inch) uit de maaikop steekt
- Indien nodig, de langste draad tot op ca. 10 cm (4 inch) inkorten
De maaikop is gevuld.
STIHL AutoCut 5-2
Draadresten verwijderen

text_image
1 2 6815A008 KN- Maaikop openmaken – daarvoor deze met een hand tegenhouden en de dop (1) linksom losschroeven
- Spoel (2) ontgrendelen, uit de maaikop nemen en de draadresten verwijderen
Spoel opwikkelen
Als alternatief voor de afzonderlijke draden kan ook een al met draad opgewikkelde spoel (speciaal toebehoren) worden gebruikt.
Nederlands

text_image
3 4 R 3 681BA009 KN● Draden met 2,0 mm (0,08 inch) diameter (kleur groen) gebruiken
- Twee draden met elk een lengte van 3 m (120 inch) van de draadrol (speciaal toebehoren) afknippen
- De beide draden met slechts één draaduiteinde (3) in de boringen (4) in de spoel steken
- Elke draad op de rand van de boring scherp ombuigen, zodat er een knik ontstaat

text_image
5 681BA010 KN- De draden geordend en strak opwikkelen – in iedere kamer slechts één draad opwikkelen
- De uiteinden van de draden in de sleuven (2) vasthaken
Maaikop samenstellen

Voor de montage controleren of de drukschotel is aangebracht – zie "Maaikop monteren".

text_image
2 6 7 6 6 681BA011 KN- De uiteinden (6) van de draden door de ogen (7) steken en de spoel (2) vastklikken in het spoelhuis
De draden moeten bij het aanbrengen van de spoel in de maaikop weer uit de sleuven (5) worden genomen - De uiteinden van de draden tot aan de aanslag uittrekken
- De maaikop weer monteren
Mes vervangen
STIHL PolyCut
Voor het vervangen van de messen de maaikop beslist op slijtage controleren.

Als er sterke slijtagesporen zichtbaar zijn, moet de maaikop compleet worden vervangen.
Nederlands
De snijmessen worden in het vervolg kortweg "messen" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die laat zien hoe de messen worden vervangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.

WAARSCHUWING
Voordat de maaikop met de hand wordt voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
● Maaikop verwijderen
- De messen op die wijze vervangen als afgebeeld in de handleiding
- De maaikop weer monteren
Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werk- zaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine | visuele controle (staat, lekkage) X | X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Bedieningshandgreep werking controleren | X X | |||||||||
| Luchtfilter | reinigen X X | |||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controleren X | |||||||||
| laten repareren door geautoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Aanzuigmond in de benzinetank | controleren X | |||||||||
| vervangen X X | X | |||||||||
| Benzinetank reinigen X X | ||||||||||
| Carburateur | Stationair toerental controleren, het snij-garnituur mag niet meedraaien | X | X | |||||||
| stationair toerental instellen X | ||||||||||
| Bougie | elektrodeafstand afstellen X | |||||||||
| elke 100 bedrijfsuren vervangen | ||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | Visuele controle X | |||||||||
| reinigen | X | |||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) | natrekken | X | ||||||||
| Snijgarnituur | Visuele controle | X | X | |||||||
| vervangen X | ||||||||||
| op vastzitten controleren | X | X | ||||||||
| Veiligheidssticker | vervangen X | |||||||||
| 1) STIHL adviseert de STIHL dealer | ||||||||||
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden
uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
- Schade aan de motor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
- Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
– Snijgarnituren (alle typen)
- Bevestigingsdelen voor snijgarnituren (draaischotels, moeren, enz.)
- Beschermkap snijgarnituur
- Koppeling
- Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- bougie
Belangrijke componenten

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 # 11 12 13 14 15 16 17 18 19 S46BA015 KN1 Beugelhandgreep
2 Draagoog
3 Stopschakelaar
4 Gashendelblokkering
5 Gashendel
6 Carburateurstelschroeven
7 Chokeknop
8 Luchtfilterdeksel
9 Bougiesteker
10 Apparatensteun
11 Hand-benzinepomp
12 Tankdop
13 Tank
14 Starthandgreep
15 Uitlaatdemper
16 Maaikop
17 Mes (voor maaidraad)
18 Beschermkap
19 Steel
Machinenummer
Technische gegevens
Motor
Eencilinder-tweetaktmotor
FS 40, FS 40 C
Cilinderinhoud: 27,2 cm ^3
Boring: 34 mm
Slag: 30 mm
Vermogen volgens 0,7 kW (1,0 pk)
ISO 8893 bij 8500 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental
(nominale waarde): 10000 1/min
Max. toerental van de
uitgaande as (koppe-
ling snijgarnituur): 10600 1/min
FS 50, FS 50 C
Cilinderinhoud: 27,2 cm ^3
Boring: 34 mm
Slag: 30 mm
Vermogen volgens 0,8 kW (1,1 pk)
ISO 8893 bij 8500 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental
(nominale waarde): 10000 1/min
Max. toerental van de
uitgaande as (koppe-
ling snijgarnituur): 10600 1/min
Ontstekingssysteem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
Brandstofsysteem
Onafhankelijk van de stand werkende membraancarburateur met geïntegreerde benzinepomp
Inhoud
benzinetank: 340 cm ^3 (0,34 l)
Gewicht
Zonder benzine, zonder snijgarnituur en beschermkap
FS 40: 4,4 kg
FS 40 C met ErgoStart: 4,5 kg
FS 50: 4,4 kg
FS 50: met lange steel/maaiboom: 4,5 kg
FS 50 C met ErgoStart: 4,5 kg
FS 50 C met ErgoStart en lange steel/maaiboom: 4,6 kg
Afmeting
Zonder snijgarnituur
FS 40: 1450 mm
FS 40 C met ErgoStart: 1450 mm
FS 50: 1450 mm
FS 50: met lange steel/maaiboom: 1650 mm
FS 50 C met ErgoStart: 1450 mm
FS 50 C met ErgoStart en lange steel/maaiboom: 1650 mm
Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden wegen stationair toerental en nominaal maximumtoerental even zwaar.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbowetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib
Geluiddrukniveau L _peq volgens ISO 22868
Geluidvermogensniveau L _w volgens ISO 22868
FS 40, FS 40 C: 107 dB(A)
FS 50, FS 50 C: 108 dB(A)
Vibrationswerte a_hv,eq volgens ISO 22867
Hand- Hand- greep greep links rechts
FS 40, FS 40 C: 7,0 m/s ^2 6,4 m/s ^2
FS 50, FS 50 C: 6,0 m/s ^2 5,7 m/s ^2
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemicaliën.
Nederlands
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-
typegoedkeuringsprocedure gemeten CO₂-waarde staat weergegeven bij de voor het product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2.
De gemeten CO _2 -waarde werd op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring.
Reparatierichtlijnen Milieuverantwoord afvoeren
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL ^ en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G_ (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in acht worden genomen.

text_image
000BA073 KNSTIHL producten behoren niet bij het huisvuil. STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieuvriendelijke recycling.
Actuele informatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
EU-conformiteitsverklaring
verklaart als enige verantwoordelijke, dat
Constructie: trimmer
Fabrieksmerk: STIHL
Type: FS 40
FS 40 C
FS 40 C-E
FS 50
FS 50-L
FS 50 C
FS 50 C-E
FS 50 C-E L
Serie-identificatie: 4144
3
Cilinderinhoud: 27,2 cm
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2006/42/EG,
2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 11806-1, EN 61000-6-1, EN 55012
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidvermogensniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 10884 gehandeld.
Gemeten geluidvermogensniveau
alle FS 40: 107 dB(A)
alle FS 50: 108 dB(A)
Gegarandeerd geluidvermogensniveau
alle FS 40: 109 dB(A)
alle FS 50: 110 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het
machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 28-10-2016
Hoofd productmanagement en services

4 5

0000-GX-0401-A3