P 535HX - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P 535HX HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 535HX - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 535HX van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING P 535HX HUSQVARNA
Motor: Transmissie: Productbeschrijving Het product is een frontmaaier met hybride technologie. De krachtbronnen zijn een dieselmotor en een 48V- systeem met accu's, motoren en een dynamo. Het product heeft koplampen en een gebruiksvriendelijk aanraakscherm. De snelheid wordt geregeld met de pedalen voor vooruitrijden en achteruitrijden. Het product heeft vierwielaandrijving (AWD) en een automatische rem. U kunt het product gebruiken met verschillende typen maaidekken of andere, door Husqvarna goedgekeurde apparatuur. Gebruik Het product is gemaakt voor gebruik in commerciële sectoren. Gebruik het product met maaidekken om gras te maaien, of met andere apparatuur voor andere taken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over welke maaidekken en apparatuur verkrijgbaar zijn. Het product werkt niet als de temperatuur in de 48V-accu's lager is dan 0 °C/32 °F. Voor gebruik in de winter raden we u aan uw product binnen te parkeren bij een omgevingstemperatuur hoger dan 0 °C. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid. Firmware Zorg ervoor dat de meest recente softwareversies op het product zijn geïnstalleerd. Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer. 1591 - 008 - 12.12.2022 163Productoverzicht
1. Pedaal voor vooruitrijden
2. Pedaal voor achteruitrijden
3. Hydraulische koppeling en voedingsaansluiting voor
5. Aan/uit-schakelaar voor het hulpsysteem (AUX)
6. Hendel voor het hulpsysteem, bijvoorbeeld
maaihoogte voor maaidekmodellen met de markering X
7. Hendel voor de hydraulische hefarmen, bijvoorbeeld
voor het heffen of neerlaten van het maaidek of andere apparatuur
8. PTO-knop (aftakas)
9. Startknop voor de elektrische aandrijving
10. Startknop voor de hybride aandrijving
13. Optionele stand voor accessoireschakelaar
14. Optionele stand voor accessoireschakelaar
15. Optionele stand voor accessoireschakelaar
16. Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting
17. Schakelaar voor de koplampen
20. Hoofdschakelaar, 12 V
21. ROPS (Roll Over Protective Structure,
kantelbeveiligingssysteem)
22. Brandstoftankdop
23. Veiligheidsgordel
24. 48V-onderhoudsstekker
25. Oplaadaansluiting voor de voeding
26. Aftakas (onder bodemplaat)
164 1591 - 008 - 12.12.2022Elektrisch systeem Overzicht van elektrisch 48V-systeem
7. Koelventilator voor de 48V-accu's
8. Onderhoudsstekker 48 V
11. Elektromotor voor hydraulische pomp
12. Motorbesturingseenheid voor het hydraulisch
17. Serviceaansluiting
1591 - 008 - 12.12.2022 165Overzicht van elektrisch 12 V-systeem
3. Hoofdschakelaar, 12 V
4. Hoofdzekeringen, 12V-elektrisch systeem
12. USB-aansluiting, 5 V
16. Aansluitklem voor optionele accessoires
20. Dieseltemperatuursensor
23. Geheugenzekering voor bedieningsmodule maaier
24. Startblokkeringsrelais
25. Serviceaansluiting
166 1591 - 008 - 12.12.2022Overzicht van de zekeringen
A: Bedieningskast. Zie De zekeringen in de zekeringkast vervangen op pagina 214 voor hoe u een zekering vervangt. B: Zekeringen, 48V-elektrisch systeem. Zie De zekeringen van het 48V-elektrisch systeem vervangen op pagina 214 voor hoe u een zekering vervangt. C: Hoofdzekeringen, 12V-elektrisch systeem. Zie De zekeringen van het 12 V-elektrisch systeem vervangen op pagina 215 voor hoe u een zekering vervangt.
1. 12V-voeding naar de maaierbesturingsmodule, 20 A.
2. Displayvoeding, 5 A.
3. Ontstekingsvoeding, 5 A.
6. Parkeerrem/stoel, USB, 12V-aansluiting, 10 A.
7. Verlichtingsvoeding, 10 A.
12. 48 V naar voorlaadrelais, 10 A.
13. 48 V naar DC/DC-lader in, 10 A.
16. 12 V naar gloeibougierelais, 50 A.
17. 12 V naar zekeringkast, 50 A.
18. 12V-hoofdzekering, 150 A
1591 - 008 - 12.12.2022 16719. Geheugenzekering voor bedieningsmodule maaier, 3 A Overzicht display Op het display wordt de status van het productweergegeven. Wanneer een indicatielampje gaatbranden, wordt een informatievak met informatieen instructies weergegeven. Zie ook Display - Probleemoplossing op pagina 228
168 1591 - 008 - 12.12.2022• (A): Het blauwe veld in de indicator heeft betrekkingop opladen en de bovenste helft van de indicatorheeft betrekking op ontladen.• (B): Het opladen of ontladen van de 48V-accu's. Deaccu's worden opgeladen wanneer de indicatie zichin de onderste helft van de meter bevindt.• (C): Het groene veld in de indicator toont hetaanbevolen aftakastoerental. Als de belasting tehoog is, daalt het aftakastoerental en dit kan leidentot verminderde prestaties of stopzetting van demotor.• (D): Het aftakastoerental in tpm. Totale bedrijfstijd en urenteller De totale bedrijfstijd (A) van de motor wordt ophet display weergegeven wanneer het product inde stationaire stand staat. De urenteller (B) toontde bedrijfstijd in uren en minuten wanneer dehybride aandrijving is ingeschakeld. De dagteller wordtautomatisch op 0 gezet wanneer de motor langer dan 6uur uitgeschakeld is.
Hybride systeem Tijdens bedrijf worden de 48V-accu's door de dynamoopgeladen als de motor is ingeschakeld. De 48V-accu'sworden ook door de wielmotoren opgeladen door middelvan regeneratief remmen. De motor laadt ook de 12V-accu op. De laadstatus van de 48V-accu's wordt ophet display weergegeven. U kunt de voeding naar hetproduct aansluiten om het laden van de 48V-accu'stijdens stops te verhogen. Zie Indicators en meters op het display op pagina 168
Bedieningsmodule maaier Het product heeft een bedieningsmodule voor demaaier die de gebruiker voorziet van informatie overhet product. De informatie wordt weergegeven op hetdisplay op het instrumentenpaneel. Zie Overzicht display op pagina 168
Met de bedieningsmodule van de maaier kande servicedealer het product aansluiten wanneeronderhoud wordt uitgevoerd. Voertuigbesturingseenheid (VCU) De VCU bestuurt de verschillende eenheden in het 48V-systeem, zoals motoren en accu's. Koelventilatoren voor het elektrisch systeem De koelventilator voor de 48V-accu's voorkomt dat detemperatuur in de 48V-accu's te heet wordt. Let op: De koelventilator voor de 48V-accu's kan blijven werken tot een uur nadat de aan/uit-knop op OFFis gezet.De koelventilator voor de motorbesturingseenheidvan het hydraulisch systeem werkt wanneerde contactsleutel in de ON-stand staat. Dekoelventilator voor de motorbesturingseenheid van hethydraulisch systeem bevindt zich direct boven dezemotorbesturingseenheid.Raadpleeg Overzicht van elektrisch 48V-systeem op pagina 165 om te zien waar zich de koelventilator voorde 48V-accu's en de motorbesturingseenheid van hethydraulisch systeem op het product bevinden. Koplampen Het product heeft een werklamp en een grootlicht.Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampen uitte schakelen. Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) omde werklamp in te schakelen. Zet de aan/uit-schakelaarin stand (C) om ook grootlicht in te schakelen.
De werklamp blijft 3 minuten branden nadat decontactsleutel op STOP is gezet. Het display toont hetkoplampsymbool als de koplampen zijn ingeschakeld. Zie Overzicht display op pagina 168
Stroomcontact De spanning van de voedingsaansluiting is 12V. Devoedingsaansluiting is beveiligd met een zekering. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 167
Zet de voedingsaansluiting op ON of OFF met de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel.1591 - 008 - 12.12.2022 169Dodemansregeling (OPC) De OPC wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het veiligheidscircuit in. Zie Veiligheidscircuit op pagina 185
Rijmodus Het product heeft 3 beschikbare rijmodi (Comfort, Standaard en Dynamisch). De standaard rijmodus is af fabriek ingesteld. De laatst geselecteerde rijmodus wordt opgeslagen. Om een rijmodus te selecteren, zie Een rijmodus selecteren op pagina 200
PTO-knop (aftakas) Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling en het maaidek of andere aangesloten apparatuur in- en uitgeschakeld. Er moet aan de correcte startvoorwaarden worden voldaan om de aandrijving van de messen in te schakelen. Raadpleeg Veiligheidscircuit op pagina 185 voor de juiste startvoorwaarden.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen of andere apparatuur in te schakelen.
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de messen of andere apparatuur uit te schakelen. Let op: De maximale snelheid voor vooruit en achteruit rijden is lager wanneer de aandrijving van de messen is ingeschakeld. De pedalen moeten worden losgelaten nadat de aandrijving van de messen is in- of uitgeschakeld om wijziging van het toerental mogelijk te maken. Zie Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden op pagina 170
Schakelaar aftakastoerental De schakelaar van het aftakastoerental kan in 3 standen worden gezet voor gebruik met verschillende typen maaidekken of andere apparatuur. Wanneer de PTO- knop is ingeschakeld, wordt het motortoerental geleverd aan het maaidek of andere apparatuur die aan de aftakas is bevestigd. Zie Het aftakastoerental selecteren op pagina 201
Technische gegevens op pagina 233
Let op: Gebruik het hoge aftakastoerental bij het werken met maaidekken. Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.
Het product werkt met een ander maximum toerental wanneer de PTO-knop in- of uitgeschakeld is. De wijziging van het toerental wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Raadpleeg PTO-knop (aftakas) op pagina 170
Technische gegevens op pagina 233 voor informatie over het maximum toerental. Hendel voor de hydraulische hefarmen De hendel voor de hydraulische hefarmen wordt gebruikt om het maaidek en andere apparatuur op te heffen en neer te laten.
WAARSCHUWING: Het is mogelijk om de hydraulische hefarmen neer te laten nadat u het product hebt stopgezet. Zorg ervoor dat u het product stopzet op een plaats waar het maaidek of andere apparatuur veilig kan worden neergelaten.
- (A) Zweefstand (maaistand). Het maaidek of andere apparatuur volgt de bodem onafhankelijk van het product.
- (B) Om het maaidek of andere apparatuur neer te laten.
- (D) Om het maaidek of andere apparatuur op te heffen. Hulpvoedingsschakelaar (AUX) De hulpvoedingsschakelaar heeft verschillende functies voor verschillende maaidekken en voor andere apparatuur. Zie de bedieningshandleiding van het maaidek of andere apparatuur. Maaidek Met dit product kunt u de Combi-maaidekken of het R180-maaidek gebruiken. Zie Technische gegevens op pagina 233
De Combi-maaidekken werken met BioClip
of uitworp aan de achterzijde. De R180-maaidekken werken met uitworp aan de achterzijde. BioClip
maait het gras in kleinere stukjes (mulch), die als meststof voor het gazon werken. Wanneer de BioClip
-plug wordt verwijderd, werpt het maaidek het gras aan de achterzijde uit. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Houd personen en dieren op veilige afstand van het werkgebied. Verwijder de contactsleutel voordat u onderhoud aan het product uitvoert. Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van het maaidek wanneer de motor draait. Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt. Waarschuwing: draaiende riempoelie. Houd lichaamsdelen uit de buurt wanneer de motor draait. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt. Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Warm oppervlak. 1591 - 008 - 12.12.2022 171Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden. Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 179
Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Letselgevaar als het product omslaat. Vooruit rijden. Neutraalstand. Achteruit rijden. Schakel de parkeerrem in. Zet de parkeerrem vrij. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Zweefstand. Parkeerrem. Activeer het product. Start de elektrische aandrijving. Start de hybride aandrijving. Schakel het product uit. Druk de PTO-knop in. Trek de PTO-knop uit. Brandstof. Oliepeil. Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 233 en op het label. Dit product voldoet aan geldende VK-regelgeving. Scanbare code 172 1591 - 008 - 12.12.2022Milieumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur. Gebruik de veiligheidsgordel niet als de ROPS omlaag staat. Gebruik altijd de veiligheidsgor- del wanneer de ROPS omhoog staat. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten. Typeplaatje
1. Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek
en lijn, datum, volgnummer en controlenummer
5. Fabrikant en adres van de fabrikant
8. Serienummer met datum, jaar en week van
productie en volgnummer
11. Maximaal gewicht vooras (GAWR)
Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te 1591 - 008 - 12.12.2022 173wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.
1591 - 008 - 12.12.2022WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product niet met maaidekken of andere apparatuur die niet is goedgekeurd door Husqvarna.
- Belast het product niet te veel. Sleep of hef bijvoorbeeld niet meer dan waarvoor het product is goedgekeurd.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.
- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor of elektromotors draaien. Alvorens het product onbeheerd te achter laten dient u altijd eerst de messen stop te zetten, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen. 1591 - 008 - 12.12.2022 175• Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling niet.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor en de elektromotors uitgeschakeld. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat 176 1591 - 008 - 12.12.2022u het product gaat gebruiken.
Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen in de buurt van het product komen als u ze niet ziet. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
Kijk achterom en ook naar beneden voordat u begint met achteruitrijden en tijdens het achteruitrijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
Laat het product niet door kinderen bedienen. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten. 1591 - 008 - 12.12.2022 177WAARSCHUWING: Raak tijdens of direct na gebruik nooit de voedingselektronica aan. De accu's, dynamo, motorbesturingselementen, zekeringen of elektrische kabels worden zeer heet tijdens bedrijf. Risico op brandwonden, elektrische schok, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruitrijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.
Druk op de PTO-knop om de aandrijving op het maaidek of andere apparatuur uit te schakelen voordat u van de stoel opstaat. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
Controleer voordat u het product gebruikt of de luchtinlaat naar het koelsysteem van de accu niet is geblokkeerd. De accu's kunnen beschadigd raken als deze te heet worden.
Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
Wees voorzichtig wanneer u het product in de buurt van water gebruikt. Gebruik de ROPS en de veiligheidsgordel niet in de buurt van water.
Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer
1591 - 008 - 12.12.2022waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.
Start of stop niet op een helling.
Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water 1591 - 008 - 12.12.2022 179terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.
Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
Breng de contragewichten aan om het product te stabiliseren. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming met voldoende dempvermogen. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Husqvarna raadt aan dat gebruikers gebruik maken van gehoorbescherming wanneer producten gedurende een groot deel van de dag worden gebruikt. Bij continu en regelmatig gebruik dienen gebruikers hun gehoor regelmatig te laten controleren. Let op: gehoorbescherming beperkt de mogelijkheid om geluiden en waarschuwingssignalen te horen.
1591 - 008 - 12.12.2022• Gebruik goedgekeurde oogbescherming. Als u een vizier gebruikt, moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Een goedgekeurde veiligheidsbril moet voldoen aan de norm ANSI Z87.1 voor de VS of EN 166 voor de EU-landen.
Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.
Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. Algemeen:
Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Controleer regelmatig of de accu's intact zijn. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel. Beschadigde accu's mogen nooit worden gerepareerd of geopend.
Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, 1591 - 008 - 12.12.2022 181gebruik het product dan niet langer en neem contact op met een erkende Husqvarna- servicewerkplaats.
Stel accu's niet bloot aan mechanische schokken.
Stel cellen of accu's niet bloot aan hitte of vuur. Zet een accu niet in direct zonlicht.
Sluit accu's niet kort. Berg accu's niet los op een opslagplaats op waar ze onderling kortsluiting kunnen veroorzaken of waar kortsluiting door andere metalen voorwerpen kan ontstaan.
Zorg ervoor dat accu-inhoud niet in contact komt met de huid of ogen. Spoel bij contact het betreffende gebied met ruime hoeveelheden water af en raadpleeg een arts.
Gebruik nooit een accu die niet is bedoeld voor gebruik met de apparatuur.
Combineer geen cellen van verschillende fabrikanten, capaciteit, afmetingen of types in het apparaat.
Houd cellen of accu's buiten het bereik van kinderen.
Gebruik de accu alleen voor de toepassing waarvoor hij is bedoeld. 12V-accu:
Houd u aan de markeringen plus (+) en min (‐) op de accu en apparatuur, en gebruik ze op de juiste manier.
Koop de juiste accu voor de apparatuur.
Veeg de accuaansluitingen af met een schone, droge doek als ze vuil worden. 48V-accu's:
De 48V-accu's van Husqvarna worden uitsluitend gebruikt als voeding voor de Husqvarna hybride P 535HX. Om letsel te voorkomen, mag de accu niet worden gebruikt als voedingsbron voor andere apparaten.
Gebruik nooit defecte, aangepaste of beschadigde accu's of apparaten.
Probeer de apparaten of accu's nooit aan te passen of te repareren. Laat alle reparaties uitsluitend door uw geautoriseerde servicedealer uitvoeren. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met 182 1591 - 008 - 12.12.2022brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Vul de brandstoftank nooit binnen.
Diesel en dieseldampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met diesel om letsel of brand te voorkomen.
Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
In dit hoofdstuk worden de veiligheidsvoorzieningen van het product beschreven, welke functie ze hebben en 1591 - 008 - 12.12.2022 183hoe controles en onderhoud moeten worden uitgevoerd om hun goede werking te waarborgen. Zie de instructies onder het kopje Productoverzicht op pagina
om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw product.
De levensduur van het product kan worden verkort en het risico op ongevallen kan toenemen wanneer het onderhoud van het product niet op de juiste manier plaatsvindt en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden uitgevoerd. Indien u meer informatie nodig hebt, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicedealer.
Gebruik een product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. De veiligheidsuitrusting van het product moet geïnspecteerd en onderhouden worden zoals beschreven in dit hoofdstuk. Als uw product een van deze controles niet doorstaat, moet u contact opnemen met uw servicewerkplaats om uw unit te laten repareren.
Om service en reparaties aan het product uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt met name voor de veiligheidsuitrusting van het product. Als uw product een van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw product hebt gekocht bij één van onze servicedealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is. De contactschakelaar en startknoppen controleren
1. Parkeer het product op een
2. Start het product. Zie
3. Controleer of het display
wordt ingeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de ON-stand draait.
4. Controleer of het elektrisch
systeem start wanneer u op de startknop voor de elektrische aandrijving drukt.
1591 - 008 - 12.12.20225. Controleer of de motor start wanneer u op de startknop voor de hybride aandrijving drukt.
6. Controleer of het elektrisch
systeem wordt uitgeschakeld en de motor onmiddellijk stopt wanneer u de contactsleutel naar de stand STOP draait. Veiligheidscircuit De motor kan alleen in de volgende gevallen worden gestart:
De hoofdschakelaar en de contactsleutel staan in de ON-stand. De motor moet in de volgende situaties uitschakelen:
De bestuurder staat op van de stoel terwijl het product in beweging is.
De bestuurder staat op van de stoel terwijl het product stilstaat en de handbediende parkeerrem uitgeschakeld is. De aandrijving naar het maaidek of andere apparatuur moet in de volgende situatie stoppen:
De bestuurder staat van de stoel op terwijl de PTO- knop en de handbediende parkeerrem ingeschakeld zijn. Het veiligheidscircuit controleren
1. Parkeer het product op
een vlakke ondergrond met ingeschakelde motor en uitgeschakelde handbediende parkeerrem.
2. Sta voorzichtig op van de
stoel. De motor stopt.
3. Parkeer het product op
een vlakke ondergrond, met de motor, PTO-knop en handbediende parkeerrem ingeschakeld.
4. Sta voorzichtig op van de
stoel. De aandrijving naar het maaidek of andere apparatuur stopt. Voer deze controle dagelijks uit. Als de motor, of aandrijving naar het maaidek of andere apparatuur niet goed stopt, gebruik het product dan niet en neem contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats. Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren
1. Start het product. Zie
1591 - 008 - 12.12.2022 1852. Zorg ervoor dat de pedalen voor vooruitrijden en achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
3. Trap het pedaal voor
vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
4. Laat het pedaal voor
vooruitrijden los om te remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat. Let op: Het product heeft een automatische rem die wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Druk het andere pedaal in voor meer remkracht wanneer u de snelheid verlaagt.
5. Voer dezelfde procedure
uit voor het pedaal voor achteruitrijden. Parkeerrem Het product heeft een handbediende parkeerrem en een automatische parkeerrem. De automatische parkeerrem wordt ingeschakeld wanneer het product stilstaat. WAARSCHUWING: De automatische parkeerrem is niet voldoende om het product veilig te parkeren. Controleer de handbediende parkeerrem dagelijks en stel deze zo nodig af. De parkeerrem controleren
1. Plaats het product
voor. Controleer of de veer niet beschadigd is en correct is bevestigd.
4. Verwijder de transmissiekap.
Zie De transmissiekap verwijderen op pagina 213
1591 - 008 - 12.12.20225. Controleer de parkeerrem achter. Controleer of de veer niet beschadigd is en correct is bevestigd.
6. Breng de transmissiekap
aan. De elektrische parkeerrem controleren
1. Zet de hoofdschakelaar in
onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 212
4. Breng het onderhoudsluik
5. Zet de hoofdschakelaar in
6. Parkeer het product op
een harde ondergrond die afloopt, houd het product ingeschakeld. WAARSCHUWING: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de elektrische parkeerrem controleert. 1591 - 008 - 12.12.2022 1877. Zorg ervoor dat het product niet kan bewegen. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats als het product begint te bewegen. Kantelbeveiligingssysteem (ROPS) De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u met het product werkt. Veiligheidsgordel De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd. Beschermkappen Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Uitlaatdemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is.
1591 - 008 - 12.12.2022Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan de onderstaande voorwaarden te voldoen:
De hoofdschakelaar is uitgeschakeld.
De onderhoudsstekker is verwijderd wanneer er onderhoud aan het 48V- systeem wordt uitgevoerd.
Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
De contactsleutel is verwijderd.
Het maaidek is ontkoppeld. Verwijder ten behoeve van onderhoud aan het maaidek ook de aandrijfas vanaf de aftakas op het product. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik de hybride aandrijving niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroom, gebruik alleen de elektrische aandrijving. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 204
Een elektrische schok kan letsel veroorzaken. Raak de elektrische kabels niet aan wanneer de hoofdschakelaar ingeschakeld is. Ten behoeve van onderhoud aan de elektrische kabels naar het 48V-systeem moet ook de onderhoudsstekker worden verwijderd.
Start het product niet indien de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan 1591 - 008 - 12.12.2022 189groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
Zet het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen (geldt alleen voor de Combi-maaidekken). Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
Kantel de motor niet.
Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 233 voor het hoogst toegestane motortoerental.
Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Transportveiligheid
Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Het product veilig vastzetten op een aanhanger op pagina 230
Let op: Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor moet de automatische parkeerrem uitgeschakeld zijn. Zie Het product slepen op pagina 231
190 1591 - 008 - 12.12.2022Montage Het maaidek bevestigen - Combi 155, R180 Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidekbevestigt.1. Zet de hendel voor de hydraulische hefarmen instand (B) om de hefarmen te laten zakken.
WAARSCHUWING: Zet de hendel voor de hydraulische hefarmenniet in de zweefstand (A). De krachtvan de hefveer kan ernstig letselveroorzaken.2. Verplaats het product voorzichtig naar de positievóór het maaidek.3. Plaats de hefarmen in de verbinding van hetmaaidek.4. Schakel de parkeerrem in.5. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.6. Breng de bouten (A) aan en bevestig de pennen (B)op de hefarmen.a) Voor het Combi-maaidek:
b) Voor het R180-maaidek:
7. Verwijder de twee schroeven en verwijder hetonderhoudsluik.8. Trek de koppeling van de aandrijfas terug enbevestig de aandrijfas aan de aftakas op hetproduct. Let op: Zorg ervoor dat de pijl op het symboolnaar het product wijst.1591 - 008 - 12.12.2022 1919. Plaats de achterste vergrendelketting rondom de hefbalk.
10. Bevestig de achterste vergrendelketting aan de
11. Trek de koppeling van de aandrijfas terug en
bevestig de aandrijfas aan de hoekoverbrengingsas van het maaidek.
12. Vouw de rubberen kap over de askoppeling.
13. Breng de voorste vergrendelketting aan rondom de
14. Bevestig de voorste vergrendelketting aan de
15. Bevestig het onderhoudsluik en draai de schroeven
17. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen
naar achteren om het maaidek op te heffen. Hef het maaidek omhoog totdat de draaiwielen van het maaidek de grond niet meer raken.
18. Schakel de parkeerrem in.
19. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.
20. Bevestig de hijsogen.
a) Voor het Combi-maaidek: Trek aan de veer (A) en bevestig de hijsogen aan het maaidek (B).
b) Voor het R180-maaidek: Bevestig de hijsogen aan het maaidek (A) met de bout (B) en de pen (C).
21. Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Zie
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 221
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 223
Het maaidek bevestigen - Combi 155 X
1. Bevestig het maaidek. Zie
Het maaidek bevestigen - Combi 155, R180 op pagina 191
2. Plaats de hydraulische slangen van het maaidek
1591 - 008 - 12.12.20223. Bevestig de hydraulische slangen aan de koppeling op het product. De flens en de inkeping moeten correct zijn uitgelijnd. Let op: De positie van de hydraulische slangen regelt de werking van de maaihoogtehendel. Wijzig de positie van de hydraulische slangen om de werking van de maaihoogtehendel te wijzigen. Het maaidek verwijderen
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen
naar achteren om het maaidek volledig op te heffen.
4. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.
5. Voor het Combi 155 X-maaidek: maak de
a) Voor de Combi-maaidekken: Trek aan de veer (A) om de hijsogen (B) op het maaidek los te maken.
b) Voor het R180-maaidek: Verwijder de pen (A) en de bout (B) om de hijsogen op het maaidek (C) los te maken.
7. Start de elektrische aandrijving. Zie
8. Zet de hendel voor de hydraulische hefarmen in
WAARSCHUWING: Zet de hendel voor de hydraulische hefarmen niet in de zweefstand (A). De kracht van de hefveer kan ernstig letsel veroorzaken.
9. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.
10. Verwijder de twee schroeven en verwijder het
1591 - 008 - 12.12.2022 19312. Trek de koppelingen van de aandrijfas af enverwijder de aandrijfas vanaf de aftakas op hetproduct.13. Trek de koppelingen van de aandrijfas af enverwijder de aandrijfas van de hoekoverbrengingsasvan het maaidek.14. Verwijder de vergrendelkettingen.15. Verwijder de pennen (A) en de bouten (B) van dehefarmen (C) en verbindingen van het maaidek (D).a) Voor de Combi-maaidekken:
b) Voor het R180-maaidek:
Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) voor de eerste keer op zijn plaats zetten Ten behoeve van het transport van het product vanaf defabriek is de ROPS boven de stoel ingeklapt.1. Verwijder de schroeven waarmee de ROPS op hetproduct is bevestigd. 180° 2. Draai de ROPS 180 graden.3. Monteer de ROPS met de schroeven. Haal de M16-moer aan met 47 Nm.4. Activeer of deactiveer de ROPS. Zie Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 194
Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen
- Verwijder de twee bouten waarmee de ROPSis bevestigd en klap de ROPS naar achterenom hem uit te schakelen. Schakel hetkantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgordevan uitschakelen in. WAARSCHUWING: Houd u aande volgende instructies voor de ROPSen de veiligheidsgordel.194 1591 - 008 - 12.12.2022• Gebruik de veiligheidsgordel niet indien de ROPS uitgeschakeld is.
- Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer de ROPS ingeschakeld is.
- Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Display Tijd, taal en systeemmenu Wanneer u het product voor de eerste keer start, wordt het taal- en tijdmenu automatisch geopend. Na die eerste keer kunt u via het display toegang krijgen tot de tijd-, taal- en systeemmenu's.
- Druk op het tijd-, taal- en systeemsymbool. Let op: Dit symbool verschijnt op het display wanneer het product langer dan 6 seconden stilstaat. De tijd op het display instellen
1. Druk op het symbool voor tijd, taal en systeem op
2. Druk op het tijdsymbool.
stellen. De taal selecteren
1. Druk op het symbool voor tijd, taal en systeem op
2. Druk op het taalsymbool.
3. Druk op een taal.
Systeeminformatie bekijken en fabrieksinstellingen herstellen
1. Druk op het symbool voor tijd, taal en systeem op
2. Druk op het symbool voor systeeminformatie.
3. Druk op "factory reset" (fabrieksinstellingen) als u de
tijd en taal wilt resetten. De helderheid van het display instellen
1. Druk op het helderheidssymbool op het display.
1591 - 008 - 12.12.2022 1952. Druk op "+" of "-" om de helderheid van het display in te stellen. De voeding aansluiten (accessoire) WAARSCHUWING: Een onjuist gebruikte, defecte of niet goed werkende voeding kan elektrische schokken, oververhitting of acculekkage veroorzaken. Controleer regelmatig of de voeding en de accu's niet zijn beschadigd. OPGELET: Gebruik de voeding niet in omstandigheden met temperaturen onder 0 °C of boven 40 °C.
- Sluit de voeding aan op een geaard stopcontact en op het product. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Diesel is zeer ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij. Zie Brandstofveiligheid op pagina 182
WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.
- Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit.
- Gebruik diesel met een minimaal cetaangetal van
45. Gebruik geen diesel met een RME-mengsel
dat meer dan 5% op minerale olie gebaseerde brandstoffen bevat. Let op: Het is noodzakelijk om brandstof voor koud weer te gebruiken als de temperatuur lager is dan 0°C / +32°F. Neem contact op met uw servicedealer van Husqvarna voor meer informatie.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
- Vul geen brandstof bij tot boven de markering van het maximumniveau op de brandstoftank. De stoel afstellen WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt. 196 1591 - 008 - 12.12.2022• Trek aan de hendel (A) onder de voorkant van de stoel om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel (B) naar de correcte positie.
- Trek de hendel (C) naar links om de vering van de stoel aan te passen. Duw de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering. Trek aan de hendel of duw tegen de hendel tot de pijl zich in het midden van het venster (D) bevindt voor de juiste vering in verhouding tot het gewicht van de bestuurder.
- Trek aan de hendel (E) links van de stoel om de rugleuning af te stellen. Verplaats de rugleuning naar de correcte positie.
Let op: De rugleuning kan ook volledig worden neergelaten en worden gebruikt als bescherming tegen regen. WAARSCHUWING: Klap niet de complete stoel in voor bescherming tegen regen. Water kan de 48V-accu's beschadigen.
- Draai de hendel (F) links van de rugleuning om de lendensteun aan te passen. Draai de hendel naar links voor meer steun.
- Draai aan de stelschroef als u de armleuningen hoger en lager wilt zetten. De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
1. Als u de parkeerrem wilt inschakelen, trekt u de
parkeerremhendel helemaal naar achteren tot in de parkeerremhouder.
2. Als u de parkeerrem wilt vrijzetten, beweeg de
parkeerremhendel dan volledig naar voren. 1591 - 008 - 12.12.2022 197Het product voor de eerste keer starten Als u het product voor de eerste keer wilt starten, moet u eerst de onderhoudsstekker en de hoofdschakelaar installeren.
1. Haal de onderhoudsstekker en de hoofdschakelaar
uit de plastic zak bij het stuurwiel.
2. Monteer de onderhoudsstekker. Zie
onderhoudsstekker voor het 48V-systeem verwijderen en aanbrengen op pagina 214
3. Monteer de hoofdschakelaar. Zie
Productoverzicht op pagina 164
1. Druk de hoofdschakelaar in en draai deze naar de
2. Draai de contactsleutel naar de ON-stand. Wacht
totdat de symbolen en meters op het display verschijnen. Let op: Het product is ingeschakeld, maar beweegt niet als u het pedaal voor vooruitrijden of achteruitrijden intrapt. Let op: Het product blijft gedurende 3 minuten ingeschakeld. Als u het product na 3 minuten wilt gebruiken, draai dan opnieuw de contactsleutel om.
3. Druk op de startknop voor de elektrische aandrijving
(A). De motor voor het hydraulisch systeem start en stopt vervolgens weer.
OPGELET: Gebruik het product niet als de temperatuur in de 48V-accu's lager is dan 0 °C/32 °F. WAARSCHUWING: Wanneer de hydraulische motor stopt, is het product in bedrijf en zonder geluid. Als de handbediende parkeerrem niet ingeschakeld is, beweegt het product als u het pedaal voor vooruitrijden of achteruitrijden intrapt. Let op: Als u een storingsindicatie krijgt wanneer het product in elektrische aandrijving staat, moet u opnieuw op de startknop voor de elektrische aandrijving drukken. Bijvoorbeeld als u van de stoel opstaat en de handbediende parkeerrem niet ingeschakeld is.
4. Druk op de startknop voor de hybride aandrijving (B)
om de motor te starten. Let op: U kunt de hybride aandrijving ook direct starten zonder ingeschakelde elektrische aandrijving indien het product stilstaat. Het product voorverwarmen Als het product in een koude omgeving wordt opgeslagen, kan de interne temperatuur van de 48V-batterij te laag worden om het product correct te laten werken. Het is dan noodzakelijk om een voorverwarmingsprocedure uit te voeren. Als de interne temperatuur tussen -15 °C en 0 °C ligt, kan het product met lage snelheid naar een geschikte locatie worden verplaatst voor de voorverwarmingsprocedure. Gebruik alleen de hybride modus. Als de interne temperatuur lager is dan -15°C, is het niet mogelijk het product te verplaatsen of voor te verwarmen.
1591 - 008 - 12.12.2022OPGELET: Voorverwarmen maakt gebruik van de dieselmotor en moet buiten of in een ruimte met voldoende luchtstroom worden uitgevoerd.
1. Als de interne temperatuur van de 48V-accu lager is
dan -15°C, wacht dan tot de temperatuur hoger is dan -15°C.
2. Controleer of het product op een geschikte locatie
3. Start het product.
4. Zet de schakelaar voor het aftakastoerental op hoog
starten en te beginnen met voorverwarmen. De voorverwarming gaat door tot de interne temperatuur van de 48V-accu hoger is dan 0°C. Het display toont de status van het voorverwarmingsproces. Let op: Gebruik het product niet tijdens het voorverwarmingsproces. Product stoppen
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de handbediende parkeerrem in.
3. Indien het maaidek ingeschakeld is, druk dan de
PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.
4. Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen naar
voren om het maaidek naar de grond neer te laten.
5. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand. De
druk van het hydraulisch systeem wordt afgelaten. Let op: Om alleen de hybride aandrijving te stoppen, drukt u op de startknop voor de elektrische aandrijving.
6. Draai de hoofdschakelaar van het 12V-elektrische
systeem naar OFF aan het einde van de werkzaamheden of wanneer u onderhoud aan het product uitvoert. Het product gebruiken
1. Start het product. Zie
1591 - 008 - 12.12.2022 1993. Druk één van de rijpedalen voorzichtig in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruitrijden en pedaal (B) voor achteruitrijden.
4. Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te
remmen, drukt u op het andere rijpedaal. Een rijmodus selecteren Het product heeft 3 beschikbare rijmodi (Comfort, Standaard en Dynamisch). De standaard rijmodus is af fabriek ingesteld. De laatst geselecteerde rijmodus wordt opgeslagen. Let op: Het is niet mogelijk om een nieuwe rijmodus te selecteren als u op de stoel zit.
1. Blijf aan de rechterkant van het product en zorg
ervoor dat de OPC niet is ingeschakeld. Zie Dodemansregeling (OPC) op pagina 170
2. Draai de contactsleutel naar de ON-stand.
3. Houd de startknop voor de elektrische aandrijving
De status accuniveau geeft weer welke rijmodus (A), (B) of (C) geselecteerd is.
- (A) Comfortmodus: 0-30%.
- (B) Standaardmodus: 0-60%.
- (C) Dynamische modus: 0-90%.
5. Laat de startknop voor de elektrische aandrijving los.
Het maaidek neerlaten tot de zweefstand
1. Start de elektrische aandrijving. Zie
1591 - 008 - 12.12.20222. Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen naar voren om het maaidek naar de zweefstand neer te laten.
3. Start de hybride aandrijving. Zie
4. Trek de PTO-knop uit om de aandrijving op de
messen van het maaidek in te schakelen. Het maaidek heffen
1. Start de elektrische aandrijving. Zie
2. Indien het maaidek ingeschakeld is, druk dan de
PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.
3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen
naar achteren om het maaidek op te heffen. Het aftakastoerental selecteren Draai de schakelaar voor het aftakastoerental naar (A), (B) of (C).
- (B) Gereduceerd toerental.
- (C) Hoog toerental. Let op: Zie Technische gegevens op pagina 233 voor het aftakastoerental. De bodemdruk van de hydraulische hefarmen afstellen De hydraulische hefarmen hebben een gasveer die helpt de bodemdruk vanaf het draaiwiel op het maaidek te verhogen of te verlagen.
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 193
3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen
naar achteren om de hydraulische hefarmen volledig op te heffen.
4. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.
5. Om de bodemdruk te verhogen of te verlagen,
verwijdert u de pen en de bout en beweegt u de gasveer naar één van de standen.
a) Gebruik stand (A) voor de laagste bodemdruk. Stand (A) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een maaidek aan het product is bevestigd. 1591 - 008 - 12.12.2022 201b) Gebruik stand (B) of (C) voor een hogere bodemdruk. c) Gebruik stand (D) om de gasveer uit te schakelen. Stand (D) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een sneeuwschuif aan het product is bevestigd. De maaihoogte afstellen - Combi 155
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen
naar achteren om het maaidek volledig op te heffen.
4. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.
5. Verwijder de knop voor de maaihoogte-instelling aan
de zijkant van het maaidek.
6. Zet de knop voor de maaihoogte-instelling in een
van de gaten op de afstelplaat. Let op: De maaihoogte wordt aangegeven met de cijfers 1-7. Zie de onderstaande tabel. Nummer Maaihoogte, mm/inch 1 30/1,2 2 40/1,6 3 52/2 4 64/2,5 5 76/2,3 6 93/3,7 7 112/4,4
7. Draai de knop voor de maaihoogte-instelling vast.
8. Voer stap 5-7 uit aan de andere kant van het
9. Verwijder de borgpen op de afstelhendel voor de
maaihoogte in de linkerbovenhoek van het maaidek.
10. Duw de afstelhendel voor de maaihoogte naar
beneden en trek de hendel horizontaal.
11. Zet de hendel in het gat met hetzelfde nummer als
op de afstelplaat. Let op: Zorg ervoor dat hetzelfde nummer is geselecteerd op alle 3 afstelpunten.
12. Bevestig de borgpen op de afstelhendel voor de
13. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie
uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 222
De maaihoogte afstellen - Combi 155 X
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen naar
voren om het maaidek naar de grond neer te laten.
3. Zet de hulpvoedingsschakelaar naar stand 1.
4. Beweeg de hendel voor het hulpsysteem naar voren
en naar achteren om de maaihoogte in te stellen. Let op: De geselecteerde maaihoogte wordt weergegeven met de cijfers 1-7 op het maaidek. Zie de onderstaande tabel. Nummer Maaihoogte, mm/inch 1 30/1,2 2 40/1,6 3 52/2 202 1591 - 008 - 12.12.2022Nummer Maaihoogte, mm/inch 4 64/2,5 5 76/2,3 6 93/3,7 7 112/4,4
5. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie
uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 222
De maaihoogte afstellen - R180
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen
naar achteren om het maaidek volledig op te heffen.
4. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.
5. Verwijder de borgpen op de afstelhendel voor de
6. Zet de afstelhendel voor de maaihoogte omhoog en
trek de hendel horizontaal. Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte overeenkomt met welk getal. Num- mer Afstandsringen, boven/onder Maaihoogte, mm/ inch 1 3xA+3xB/0 30/1,2 2 3xA+2xB/1xB 40/1,6 3 3xA+1xB/2xB 50/2,0 4 3xA/3xB 60/2,4 5 2xA/1xA+3xB 75/3,0 6 1xA/2xA+3xB 90/3,5
7. Bevestig de borgpen op de afstelhendel voor de
8. Houd het voorwiel met één hand vast en verwijder
de borgpen met de andere hand.
9. Beweeg de afstandsringen omhoog of omlaag, zie
de onderstaande tabel. De afstandsringen hebben twee diktes: (A) is 15 mm/0,6 inch dik en (B) is 10 mm/0,4 inch dik.
10. Bevestig de borgpen boven op het voorwiel.
11. Voer stap 8–10 opnieuw uit met het tweede wiel.
12. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie
uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 224
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 204
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (voor het hoogst toegestane motortoerental, zie Technische gegevens op pagina
). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de BioClip
-functie. 1591 - 008 - 12.12.2022 203• De draaicirkel is aan de linkerkant kleiner dan aan de rechterkant. Sla linksaf als u in de buurt van objecten en om objecten heen snijdt. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. Onderhoudsschema
- = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. X = Onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn opgenomen in deze bedieningshandleiding. O = Onderhoud uit te voeren door de servicewerkplaats. De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Let op: Als er meer dan één tijdsinterval in de tabel staat vermeld, dan geldt de kortste interval uitsluitend voor de eerste onderhoudsbeurt. Onderhoud Elke dag We- ke- lijks Eer- ste
be- drijfs uren Onderhoudsinterval in uren
Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. * Controleer op brandstof-, water- of olielekkage. * Reinig het product. Zie Product reinigen op pagina 210 . X Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. Zie Veilig- heidsvoorzieningen op het product op pagina 183
Smeer zoals aangegeven in de beknopte onderhoudsgids. Zie Be- knopte onderhoudsgids op pagina 206
Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn.
Controleer of de slangen voor het koelsysteem en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn.
Inspecteer de 12 V-accu. * Controleer de elektrische aansluitingen en kabels. * * Controleer het pedaalstangenstelsel, stel dit af en smeer het. O Inspecteer de remkabel en stel deze af. O Controleer of de koelluchtinlaat van het accukoelingssysteem niet geblokkeerd is. X X X Reinig het accukoelingssysteem. X X Controleer de aansluitingen van de 48V-accu's. Controleer of de 48V-accu's niet loszitten.
Controleer het product en werk het bij naar de nieuwste software. O
Brandstofslangen moeten om de 5 jaar worden vervangen. 204 1591 - 008 - 12.12.2022Onderhoud Elke dag We- ke- lijks Eer- ste
be- drijfs uren Onderhoudsinterval in uren
Controleer de spanning van de PTO-riemen en controleer of de rie- men niet versleten zijn. X X Vervang de PTO-riemen. O Hydraulisch systeem Controleer of de hydraulische slangen en de hydraulische koppelin- gen schoon en onbeschadigd zijn.
Controleer het oliepeil in de tank van de hydraulische olie. X Vervang het hydraulische-oliefilter. X X Ververs de hydraulische olie. X Motor Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is. * Controleer het koelvloeistofpeil. * Ververs de koelvloeistof. O Controleer het motoroliepeil. X X Ververs de motorolie en vervang het oliefilter. X X Maak het luchtfilter schoon. X Vervang het luchtfilter. X Vervang het primaire brandstoffilter en het voorfilter. X Vervang de dynamoriem. O Maaidek Reinig het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maai- dek.
Inspecteer het maaidek op beschadigingen. X Inspecteer de messen in het maaidek. Zie De messen inspecteren op pagina 220
Vervang de messen. X Inspecteer de riem van het maaidek op beschadigingen. * * Vervang de riem van het maaidek. X Controleer de olie en het oliepeil in de hoekoverbrenging. * Ververs de olie in de hoekoverbrenging. X Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. X X Wielen en transmissies 1591 - 008 - 12.12.2022 205Onderhoud Elke dag We- ke- lijks Eer- ste
be- drijfs uren Onderhoudsinterval in uren
Controleer de wielmoeren en haal deze aan met het juiste aanhaal- moment (84 Nm).
De onderhoudsindicator resetten Let op: De onderhoudsindicator gaat branden na 50, 200, 400 en 800 uur.
1. Zet het product stop op een vlakke ondergrond.
2. Druk op de startknop voor de elektrische aandrijving.
3. Trek de PTO-knop uit.
4. Activeer en deactiveer de handbediende parkeerrem
tien keer binnen 30 seconden. Beknopte onderhoudsgids 3,0L 3,3L 206 1591 - 008 - 12.12.2022Beknopte onderhoudsgids - Combi-maaidekken Beknopte onderhoudsgids - R180-maaidek 1591 - 008 - 12.12.2022 207Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud Vervang het filter Ververs de olie Visuele inspectie of controle van het oliepeil Smeer de smeernippel met vet Smeer met olie Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem Vervang de aandrijfriem Messen vervangen Overzicht voor smering
1. Stuurcilinder - voor
- Verwijder de contactsleutel om tijdens het smeren onbedoelde bewegingen te voorkomen.
- Gebruik motorolie bij het smeren met een oliekan.
- Gebruik bij het smeren met vet een chassis- of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
- Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
- Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem. OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen. Kabels smeren
- Smeer de twee uiteinden van de kabels en zet de bedieningselementen in de eindstanden.
- Breng na het smeren de rubberen mantels aan op de kabels.
- Kabels met ommanteling moeten regelmatig worden gesmeerd om storing te voorkomen. a) Verwijder de kabel en hang deze verticaal. b) Smeer de kabel met dunne motorolie tot er onderaan olie begint af te druipen. Vervang de kabel als er onderaan geen olie afdruipt. Let op: U kunt een kleine plastic zak met olie vullen en de plastic zak met tape afdichten tegen de kabelmantel. Laat de kabel verticaal uit de zak hangen tot de volgende dag. Het maaidek smeren
1. Smeer de verbindingen en de lagers met motorolie.
2. Smeer de verbindingen en de lagers met motorolie.
De transmissiekap verwijderen op pagina 213
3. Smeer het transmissiedeel van de kabel, achter het
linkervoorwiel, met motorolie. 1591 - 008 - 12.12.2022 2094. Smeer het transmissiedeel van de kabel, onder de transmissiekap, met motorolie.
5. Trek drie keer aan de parkeerrem en smeer de
parkeerremkabels opnieuw.
6. Breng de transmissiekap aan.
De stoelrails smeren
1. Zet de stoel naar voren.
2. Smeer de stoelrails met motorolie.
3. Zet de stoel naar achteren en voer de procedure
opnieuw uit. De stuurcilinder smeren De stuurcilinder heeft twee smeernippels, één aan elk uiteinde.
- Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt. De scharnierverbinding van de gelede stuurinrichting smeren
1. Smeer het lager van de gelede stuurinrichting
wanneer het product met alle wielen op de grond staat.
2. Hef het product op om de druk in de gelede
stuurinrichting af te laten. In de afbeelding ziet u waar u de steunen moet plaatsen. OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.
3. Smeer het lager van de gelede stuurinrichting
opnieuw terwijl het product is opgetild.
4. Laat het product zakken.
Product reinigen WAARSCHUWING: Zet de contactsleutel in de STOP-stand en zet de hoofdschakelaar in de OFF-stand voordat u het product reinigt. OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen binnendringen en schade toebrengen aan het product. Reinig het product na gebruik. Laat het product afkoelen voordat u het reinigt.
1591 - 008 - 12.12.2022• Voordat u het product reinigt met een vochtige doek, moet u het product met een zachte borstel of perslucht schoonmaken. Verwijder gemaaid gras en vuil op en rondom de transmissie.
- Gebruik een vochtige doek om het product te reinigen. Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doek.
- Gebruik geen water of reinigingsmiddelen in de buurt van elektrische componenten of lagers. Vloeistoffen kunnen schade toebrengen aan de elektrische componenten en lagers.
- Als u het maaidek wilt reinigen, zet het maaidek dan, indien mogelijk, in de onderhoudsstand en spoel het met water af.
- Wanneer het product schoon is, start het maaidek en laat het gedurende korte tijd ingeschakeld om resterend water af te voeren. De verbindingsstang smeren
1. De verbindingsstang heeft twee smeernippels, één
aan elke kant. Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt. De koelluchtinlaten reinigen OPGELET: Reinig de koelluchtinlaten dagelijks of vaker indien nodig. Door een geblokkeerde koelluchtinlaat kan het product te heet worden. Koelluchtinlaat van het accukoelingssysteem reinigen
- Zorg dat het koelluchtinlaatrooster niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachte borstel. Koelluchtinlaat van rechter zijkap reinigen
- Zorg dat het koelluchtinlaatrooster niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachte borstel. Koelluchtinlaat van motor reinigen
- Zorg dat het koelluchtinlaatrooster niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachte borstel. Accukoelingssysteem reinigen
1. Verwijder de afdekking van het
accukoelingssysteem. Zie De afdekking van het accukoelingssysteem verwijderen op pagina 212
2. Gebruik perslucht om de koelribben en de filters aan
de zijkanten van de afdekking te reinigen. 1591 - 008 - 12.12.2022 211De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is. De kappen verwijderen De voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren
1. Verwijder de twee schroeven en kantel de voorste
afdekking van de stuurkolom naar voren.
2. Koppel de draden los.
3. Houd de voorste afdekking van de stuurkolom
verticaal en verwijder deze.
4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De afdekking van het accukoelingssysteem verwijderen
1. Verwijder de twee schroeven en verwijder de
afdekking. Het onderhoudsluik verwijderen
1. Draai de 2 schroeven ¼ slag en verwijder het
1591 - 008 - 12.12.2022Het onderhoudsluik verwijderen
1. Draai de twee schroeven ¼ linksom om deze te
2. Trek het onderhoudsluik naar achteren om het los te
maken van de haken. De afdekking van de bedieningskast verwijderen
De motorkap openen en verwijderen
1. Verwijder de rubberen banden aan de rechter- en
linkerkant van de motorkap.
2. Open de motorkap naar achteren.
3. Kantel de stoel naar voren om volledig toegang te
2. Til de transmissiekap op en verwijder deze.
De stoel naar voren kantelen
- Trek de vergrendelingshendel omhoog en kantel de stoel naar voren. 1591 - 008 - 12.12.2022 213De onderhoudsstekker voor het 48V- systeem verwijderen en aanbrengen
1. Kantel de stoel naar voren. Zie
De stoel naar voren kantelen op pagina 213
2. Draai de onderhoudsstekker linksom om deze te
3. Breng de onderhoudsstekker op zijn plaats aan en
draai deze rechtsom om hem te monteren. Gevaar! Er blijft spanning aanwezig op de accupolen wanneer de onderhoudsstekker is verwijderd. De koplampen vervangen
1. Verwijder het voorblad van de stuurkolom. Zie
voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren op pagina 212
4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Zekeringen Een bladzekering vervangen Een defecte bladzekering is te herkennen aan een doorgebrande zekeringsdraad.
1. Trek de bladzekering uit de houder.
2. Vervang de defecte bladzekering door een nieuwe
bladzekering van hetzelfde type. Let op: Als een bladzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen, opnieuw doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats. Een opschroefbare zekering vervangen Een defecte opschroefbare zekering is te herkennen aan een doorgebrande zekeringsdraad.
1. Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen spanning aanwezig is voordat u de opschroefbare zekering aanraakt. Het aanraken van een opschroefbare zekering onder spanning kan leiden tot elektrische schokken en ernstig letsel.
2. Verwijder de twee schroeven en de opschroefbare
zekering uit de houder.
3. Vervang de defecte opschroefbare zekering door
een nieuwe opschroefbare zekering van hetzelfde type. Let op: Als de opschroefbare zekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen, opnieuw doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats. De zekeringen in de zekeringkast vervangen Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad.
1. Verwijder het onderhoudsluik. Zie
Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 213
2. Verwijder de afdekking van de zekeringkast. Zie
De afdekking van de bedieningskast verwijderen op pagina 213
3. Trek de zekering uit de houder.
4. Vervang de defecte zekering. Zie
Een bladzekering vervangen op pagina 214
De zekeringen van het 48V-elektrisch systeem vervangen De zekeringen van het 48V-elektrisch systeem bevinden zich achter het accukoelingssysteem.
1. Verwijder de onderhoudsstekker. Zie
onderhoudsstekker voor het 48V-systeem verwijderen en aanbrengen op pagina 214
2. Verwijder de afdekking van het
accukoelingssysteem. Zie De afdekking van het accukoelingssysteem verwijderen op pagina 212
1591 - 008 - 12.12.20223. Verwijder de twee schroeven aan de bovenkant van het accukoelingssysteem en kantel het systeem naar voren.
4. Vervang de zekering. Zie
Overzicht van de zekeringen op pagina 167
Een bladzekering vervangen op pagina 214
5. Monteer het accukoelingssysteem en de afdekking
in omgekeerde volgorde. De zekeringen van het 12 V-elektrisch systeem vervangen De zekeringen bevinden zich aan de zijkant van de 12V- accu.
1. Open de motorkap. Zie
De motorkap openen en verwijderen op pagina 213
2. Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
3. Druk op de kliksluitingen aan weerszijden van het
zekeringdeksel en trek het zekeringdeksel naar buiten.
4. Vervang de zekering. Zie
Een opschroefbare zekering vervangen op pagina 214
5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Het luchtfilter reinigen en vervangen OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter is verwijderd.
1. Open de motorkap.
2. Maak de twee vergrendelingen los waarmee het
luchtfilterdeksel vastzit.
3. Verwijder het luchtfilterdeksel.
4. Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.
5. Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een
6. Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een hard
oppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd. OPGELET: Gebruik geen perslucht om het luchtfilter te reinigen.
7. Plaats het luchtfilterpatroon in zijn oorspronkelijke
positie in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.
8. Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de
deeltjesvanger naar beneden wijst. 1591 - 008 - 12.12.2022 215Het motoroliepeil controleren
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
schakel de motor uit.
6. Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.
7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de
8. Als het oliepeil te laag is, vult u bij met motorolie en
controleert u het oliepeil opnieuw. Let op: Zie Technische gegevens op pagina
voor de aanbevolen motorolie. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor
start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie en het oliefilter vervangen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
1. Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de
linkerkant van de motor.
5. Breng een nieuwe pakking aan op de olieaftapplug.
Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.
6. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.
7. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter
in met een beetje verse motorolie.
8. Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u
het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
9. Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in
Technische gegevens op pagina 233
10. Start de motor en laat deze gedurende drie minuten
11. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op
12. Controleer het oliepeil.
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 231
De brandstoffilters vervangen Het brandstofvoorfilter vervangen Het brandstofvoorfilter bevindt zich onder de accubehuizing aan de linkerzijde van het product. WAARSCHUWING: Trek beschermende handschoenen aan om huidirritatie te voorkomen. Er kan brandstof uit het brandstoffilter op uw huid komen.
1. Verwijder de schroef van de klem die het
brandstofvoorfilter op zijn plaats houdt.
1591 - 008 - 12.12.20222. Trek het brandstoffilter uit de klem.
3. Draai de schroeven van de slangklemmen los.
4. Gebruik een platte tang om de slangklemmen vanaf
het brandstofvoorfilter te verwijderen.
5. Trek het brandstofvoorfilter uit de slanguiteinden. Er
bestaat een risico op een klein brandstoflek.
6. Zorg ervoor dat het nieuwe brandstofvoorfilter in
de juiste richting voor de brandstofstroom staat. Druk het nieuwe brandstoffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofvoorfilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
7. Duw de slangklemmen tegen het brandstofvoorfilter.
8. Draai de schroeven van de slangklemmen vast en
breng het brandstofvoorfilter aan in de klem. Het papierfilter in het hoofdfilter vervangen
1. Open de motorkap. Zie
De motorkap openen en verwijderen op pagina 213
2. Verwijder het luchtfilter. Zie
Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 215
4. Draai de borgmoer (B) een halve slag linksom en
verwijder het filterhuis.
5. Verwijder het papierfilter.
6. Plaats een nieuw papierfilter in het filterhuis.
7. Draai de borgmoer een halve slag rechtsom om het
filterhuis te bevestigen. Het hydraulisch systeem Het hydraulisch systeem schoon houden WAARSCHUWING: Olie is schadelijk voor het milieu en lekkage kan het gazon beschadigen. Repareer olielekken onmiddellijk.
- Voordat u onderdelen van het hydraulisch systeem loskoppelt, moet u ervoor zorgen dat de onderdelen en het gebied eromheen schoon zijn.
- Gebruik schone containers voor het bijvullen van nieuwe olie.
- Gebruik alleen zuivere olie die in een goed afgedichte houder is bewaard.
- Gebruik afgetapte olie niet opnieuw.
- Houd u aan de in het onderhoudsschema voorgeschreven intervallen voor olieverversing en filtervervanging. Zie Onderhoudsschema op pagina
Zorg ervoor dat er geen vuil in het hydraulisch systeem terechtkomt. Deeltjes kunnen slijtage, schade en storingen veroorzaken. Als er vuil in het systeem komt, raken de filters verstopt en werken deze niet goed. Open het hydraulisch systeem alleen als dit nodig is. Iedere keer dat het hydraulisch systeem wordt geopend, neemt het risico toe dat hierin vuil terechtkomt. Het oliepeil in het hydraulische systeem controleren
1. Verwijder het onderhoudsluik. Zie
Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 213
2. Neem de zijkap rechts weg. Zie
De rechter zijkap verwijderen op pagina 213
1591 - 008 - 12.12.2022 2173. Controleer het oliepeil in het kijkglas. Het oliepeil moet zich nabij de markering in het onderste gedeelte van het kijkglas bevinden.
4. Als het oliepeil te laag is, moet hydraulische olie
worden bijgevuld. Zie Het hydraulisch systeem vullen op pagina 218
Het hydraulisch systeem vullen
1. Verwijder het onderhoudsluik. Zie
Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 213
2. Neem de zijkap rechts weg. Zie
De rechter zijkap verwijderen op pagina 213
3. Verwijder de zijslang (A) uit de koppeling.
4. Zorg ervoor dat de opening in de koppeling gesloten
is of bevestig een slang aan de koppeling en houd deze omhoog.
5. Open het deksel (B).
6. Gebruik een trechter om de hydraulische olie in de
opening te gieten. Vul bij tot het peil aan de onderste rand van het kijkglas staat.
7. Monteer het deksel, de zijslang en de afdekkingen in
omgekeerde volgorde. Het hydraulisch systeem aftappen
1. Verwijder het onderhoudsluik. Zie
Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 213
2. Neem de zijkap rechts weg. Zie
De rechter zijkap verwijderen op pagina 213
3. Open het deksel van het hydraulisch systeem. Zie
Het hydraulisch systeem vullen op pagina 218
5. Monteer het deksel, de aftapplug en de afdekkingen
in omgekeerde volgorde. Het filter van de hydraulische olie vervangen
1. Tap het hydraulisch systeem af. Zie
Het hydraulisch systeem aftappen op pagina 218
1591 - 008 - 12.12.20222. Draai het hydrauliekoliefilter linksom om dit te verwijderen.
3. Breng nieuwe olie aan op de rubberen pakking van
het nieuwe oliefilter.
4. Breng het nieuwe hydrauliekoliefilter aan. Draai met
5. Vul het hydraulisch systeem. Zie
Het hydraulisch systeem vullen op pagina 218
De PTO-riemen afstellen
1. Draai de borgmoer (A) los.
2. Draai de stelschroef (B) vast tot de bus (C) niet met
de hand kan worden gedraaid.
3. Houd de afstelschroef (B) vast en draai de borgmoer
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
schakel de motor uit.
2. Open de motorkap. Zie
De motorkap openen en verwijderen op pagina 213
3. Open de koelvloeistofdop.
4. Controleer het koelvloeistofpeil. Vul de
koelvloeistoftank indien nodig. Zie Technische gegevens op pagina 233
5. Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank.
Het peil moet bij koude motor ter hoogte van de markering LOW staan. Bandenspanning Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233 voor de juiste bandenspanning. 1591 - 008 - 12.12.2022 219Maaidek - C132, C155 Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
1. Voer de procedure in
Het maaidek verwijderen op pagina 193 uit, maar koppel de hefarmen niet los.2. Verwijder de servicebeugel vanaf het maaidek. WAARSCHUWING: Bevestig de servicebeugel en deveiligheidsbanden wanneer het maaidekin de onderhoudsstand staat. Het nietjuist gebruiken van de servicebeugel ofveiligheidsbanden kan ernstig of dodelijkletsel tot gevolg hebben.3. Bevestig de servicebeugel aan het rodebevestigingspunt onder de bodemplaat.4. Trek aan de pen aan het andere uiteinde van deservicebeugel. Bevestig de servicebeugel aan derode markering op de pijp op het maaidek.5. Start de motor.6. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmennaar achteren om het maaidek volledig te heffen.7. Bevestig één uiteinde van de veiligheidsbandenrondom de pijp naast de stuurkolom (A).
8. Bevestig het andere uiteinde van de veiligheidsbandrondom de draaiwielen van het maaidek (B).9. Volg de instructies in de omgekeerde volgorde omhet maaidek in de maaistand te plaatsen. De BioClip
-plug verwijderen en bevestigen
1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.2. Verwijder de drie schroeven die de BioClip
-plug opzijn plaats houden en verwijder de plug.3. Breng drie M8x15 mm schroeven aan in deschroefopeningen voor de BioClip -plug om schadeaan de schroefdraad te voorkomen.4. Zet het maaidek in de maaistand.5. Bevestig de BioClip -plug in omgekeerde volgorde. De messen inspecteren OPGELET: Beschadigde of onjuistgebalanceerde messen kunnen schadeaan het product veroorzaken. Vervangbeschadigde messen. Laat botte messenslijpen en balanceren door een erkendeservicewerkplaats.1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand. 1591 - 008 - 12.12.20222. Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.
3. Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment
van (8.15-8.56 kpm / 59-62 lbft) 80-84 Nm. Messen vervangen
1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
2. Zet het mes vast met een houten blok (A).
3. Draai de bout (B) van het mes los en verwijder de
bout samen met de sluitringen (C) en het mes (D).
4. Monteer het nieuwe mes met de schuine uiteinden in
de richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 233
5. Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de bout
vast met een aanhaalmoment van (8.15-8.56 kpm / 59-62 lbft) 80-84 Nm. Het oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
3. Breng een schone metalen stang aan in het
tandwielhuis. De metalen stang moet minimaal 100 mm lang en maximaal 3 mm in diameter zijn.
4. Laat de metalen stang aan de onderkant van het
tandwielhuis zakken.
5. Trek de metalen stang naar buiten en lees het
6. Meet het deel van de metalen stang waar olie op zit.
Er moet olie op 15 mm van de metalen stang zitten.
7. Vul met versnellingsbakolie indien het oliepeil
minder is dan 15 mm van de metalen stang. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233 voor aanbevolen olie. Olie vervangen in de hoekoverbrenging van het maaidek
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 193
2. Zet het maaidek op de voorkant en tap de olie af via
3. Laat de olie in een container lopen.
4. Vul de motor met 80 ml nieuwe hydraulische
olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 233
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
5. Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en
achterste rand van het maaidek. 1591 - 008 - 12.12.2022 221a) Combi 155 moet worden gemeten in twee gebieden. Zorg dat de achterkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant. b) Combi 155 X moet worden gemeten in vier gebieden. Zorg dat de achterkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant. De uitlijning van het maaidek afstellen
1. Draai aan de geleidingsstang om deze langer of
korter te maken. Maak de geleidingsstang langer om de achterkant van het voorblad omhoog te zetten. Maak de geleidingsstang korter om de achterkant van het voorblad omlaag te zetten.
2. Draai de moeren op de geleidingsstang vast.
3. Controleer de uitlijning. Zie
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 221
4. Bevestig de voorste afdekking.
De riem op het maaidek vervangen
1. Verwijder de drie schroeven waarmee de
3. Bevestig de servicebeugel aan de spanveer.
4. Druk op de servicebeugel en verwijder de riem.
5. Bevestig de riem rond de poelies zoals afgebeeld.
Maaidek - R180 De messen inspecteren WAARSCHUWING: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.
1. Controleer de messen visueel op beschadigingen en
of het nodig is om ze te slijpen.
2. Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment
1. Zet het mes vast met een houten blok (A).
2. Verwijder de bout (B), de onderlegringen (C) en het
3. Monteer het nieuwe mes met de schuine uiteinden in
de richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen goedgekeurde messen. Zie Technische gegevens op pagina 233
4. Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de
bout vast met een aanhaalmoment van 125Nm (12,75kpm / 92lbft). Het oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Laat het maaidek zakken tot in de zweefstand.
3. Controleer het oliepeil in het kijkglas van de
hoekoverbrenging. Het oliepeil moet zich nabij de markering in het midden van het kijkglas bevinden.
4. Als het oliepeil te laag is, vult u olie bij tot het midden
van het kijkglas. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233 voor de juiste olie. Olie vervangen in de hoekoverbrenging van het maaidek
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 193
2. Verwijder het kijkglas.
3. Tap de olie af. Gebruik een afzuiginstallatie met een
kunststof slang. Zorg ervoor dat de kunststof slang de olie aan de onderzijde van de hoekoverbrenging opvangt. Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
3. Laat het maaidek zakken tot in de zweefstand.
4. Zet de afstelhendel voor de maaihoogte in de
5. Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en
achterste rand van het maaidek. De afstand wordt gemeten in twee gebieden. Zorg dat de achterkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant. 1591 - 008 - 12.12.2022 223De uitlijning van het maaidek afstellen
1. Draai de borgmoer los.
2. Draai aan de geleidingsstang om deze langer of
korter te maken. Maak de geleidingsstang langer om de achterkant van het voorblad omhoog te zetten. Maak de geleidingsstang korter om de achterkant van het voorblad omlaag te zetten.
3. Draai de borgmoer vast.
4. Controleer de uitlijning. Zie
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 223
De riem op het maaidek vervangen WAARSCHUWING: Voer alleen werkzaamheden aan de riem uit als de voeding uitgeschakeld en de aandrijfas verwijderd is. WAARSCHUWING: Draag oogbescherming wanneer u werk uitvoert aan het maaidek. De spanveer van de riem kan breken, wat tot letsel kan leiden.
1. Verwijder de riemafdekkingen.
2. Draai de moer naar de riemspanveer los.
5. Haal de moer aan tot de riem de juiste spanning
heeft. 50 N 15 mm / 0.6 in. De 12V-accu opladen Laad de accu op als deze te zwak is om de motor te starten, en tijdens opslag van het product.
1. Open de motorkap. Zie
De motorkap openen en verwijderen op pagina 213
2. Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
3. Maak de twee schroeven naar de luchtfilterhouder
los. Leg de luchtfilterhouder en het luchtfilter opzij.
6. Gebruik een standaardacculader om de accu op te
omgekeerde volgorde.
De 12V-accu opladen op pagina 224
2. Verwijder de 2 schroeven van de accuhouder.
3. Til de accuhouder omhoog en verwijder de accu.
4. Vervang de accu door een accu van hetzelfde type
en dezelfde spanning.
5. Monteer de accu, de accuhouder en het luchtfilter in
omgekeerde volgorde. Probleemoplossing Probleemoplossing Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats. Probleem Oorzaak U kunt het product starten, maar u kunt het niet bedienen. De temperatuur in de 48V-accu's is lager dan 0 °C/32 °F. De startmotor laat de motor niet aanslaan. De hoofdschakelaar staat in de OFF-stand. De PTO-knop is geactiveerd. De parkeerrem is niet ingeschakeld. Zie De parkeerrem inschakelen en uitscha- kelen op pagina 197
De hoofdzekering is doorgebrand. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina
De contactsleutel is defect. Slecht contact tussen de kabel en de accu. De accu is te zwak. Zie De 12V-accu vervangen op pagina 225
De startmotor is defect. De OPC-sensor is defect of de bestuurder zit niet op de stoel. De motor start niet wanneer de startmotor de motor draait. Geen brandstof in de brandstoftank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 196
Het brandstoffilter is verstopt. Voorverwarming is te kort of defect. Er is lucht in het brandstofsysteem. Er komt geen brandstof in de brandstofverstuivers. De motor is defect. 1591 - 008 - 12.12.2022 225Probleem Oorzaak De motor loopt niet soepel. Het brandstoffilter is verstopt. Zie De brandstoffilters vervangen op pagina 216
Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. De brandstofdruk is te laag. De brandstofinspuitleiding zit los. Er is water in de brandstof. De motor is defect. Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. De brandstofverstuiver is defect. De brandstofinspuitpomp is defect. De brandstofpomp is defect. De motor is te heet. De koelluchtinlaat of de koelvinnen zijn geblokkeerd. De motor wordt overbelast. Het koelvloeistofpeil is te laag. Het motoroliepeil is te laag. Het product geeft zwarte rook af. De brandstofverstuiver is defect. De brandstofinspuitpomp is defect. Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. Het product geeft blauwe rook af. Het motoroliepeil is te hoog. De motor is defect. Het product geeft witte rook af. De cilinder in de motor is defect. Koelwater stroomt de verbrandingskamer binnen. De motor heeft schijnbaar geen vermogen. Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
Het brandstoffilter is verstopt. Zie De brandstoffilters vervangen op pagina 216
Er is lucht in het brandstofsysteem. De brandstofdruk is te laag. De brandstofpomp is defect. De brandstofinspuitpomp is niet gesynchroniseerd. De motor is defect. 226 1591 - 008 - 12.12.2022Probleem Oorzaak De 12V-accu kan niet worden op- geladen. De 12V-accu is defect. Neem contact op met uw erkende Husqvarna-service- werkplaats. De verbinding bij de kabelconnectors op de 12V-accupolen is niet in orde. De DC/DC-oplader is defect. De 12V-dynamo is defect Het product trilt. De messen zitten los. Zie De messen inspecteren op pagina 220
Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Zie Messen vervangen op pagina 221
De motor zit los. De hoekoverbrenging is los. Er bevindt zich een voorwerp in de riempoelie van de aftakas. De motor is defect. De aandrijfas is defect. De trillingsdempers en/of rubberen connectors zijn versleten. Het maairesultaat is onvoldoen- de. De messen zijn bot of beschadigd. Zie Messen vervangen op pagina 221
Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 203
Het maaidek staat niet parallel ten opzichte van de grond. Zie Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 221
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 223
Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 210
De draaiende wielen hebben een andere bandenspanning aan de rechter- en linkerkant. Zie Technische gegevens op pagina 233
Het product wordt bediend met een te hoog toerental. Zie Een goed maairesul- taat verkrijgen op pagina 203
Het motortoerental is te laag. Zie Technische gegevens op pagina 233
De riemspanning is niet correct. De 48V-accu's kunnen niet wor- den opgeladen. De accutemperatuur is lager dan 0 °C. De voeding is niet correct aangesloten. De connectors van de voeding zijn vuil of beschadigd. De 48V-accu's zijn te heet. Het accukoelingssysteem is vuil. Zie Accukoelingssysteem reinigen op pagina
De koelventilator van de accu is defect. De accu's zijn vuil. 1591 - 008 - 12.12.2022 227Display - Probleemoplossing Symbool Naam Wordt weergege- ven op het dis- play Oorzaak / Actie Kritieke fout Het symbool en de informatietekst worden weerge- geven. Druk op de informatieknop om het menu van de pro- bleemoplossing te openen. Als er een storing in de par- keerrem is, controleert u de kabel van de elektrische parkeerrem. Zie De elektrische parkeerrem controleren op pagina 187
Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer in- dien het probleem aanhoudt. Rijd het product naar waar u veilig kunt parkeren. Druk op de informatieknop om het menu van de probleemop- lossing te openen. Als dit geen actie toont, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer. Rijd het product naar waar u veilig kunt parkeren. Druk op de informatieknop om het menu van de probleem- oplossing te openen. Als de hydraulische besturingseen- heid oververhit is, reinig dan de luchtinlaat en wacht tot- dat de besturingseenheid is afgekoeld. Motor te heet Het symbool wordt weergege- ven. De motortemperatuur is te hoog. Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer in- dien het probleem aanhoudt. Oliedruk laag Het symbool wordt weergege- ven. De oliedruk is laag. Gebruik het product niet en neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer. Indicator dyna- mostoring Het symbool is geel. De 48V-dynamo is te heet. Het symbool is rood. De 48V-dynamo heeft een storing. Hybride modus uitgeschakeld Het symbool wordt weergege- ven. Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer. Laadniveau-indi- cator 12V-accu Het symbool wordt weergege- ven. Lage spanning. Zie De 12V-accu opladen op pagina 224
Laadniveau-indi- cator 48V-accu's Het symbool is wit. De accuspanning bevindt zich binnen het juiste bereik. Het symbool is geel. De accuspanning is laag. Het symbool is rood. De accu's zijn leeg. Indicator accu- temperatuur Het symbool wordt weergege- ven. De 48V-accu's zijn te koud. 228 1591 - 008 - 12.12.2022Symbool Naam Wordt weergege- ven op het dis- play Oorzaak / Actie Voorverwarming van de accu Het symbool wordt weergege- ven. Voorverwarming van 48V-accu's is actief. 48V-accu's zijn overladen Het symbool wordt weergege- ven. De 48V-accu's zijn volledig opgeladen en er wordt geen lading meer geaccepteerd. Bijvoorbeeld wanneer u een helling afrijdt wanneer de 48V-accu's volledig zijn opge- laden. Start de hybride aandrijving om het niveau van de accu's te verlagen. Reserve 48V-ac- cu's Het symbool wordt weergege- ven. De hybride modus is uitgeschakeld en de reserve van de 48V-accu's wordt gebruikt (< 20%). De 48V-accu's kun- nen alleen worden opgeladen met de voeding. Gebruik het product niet en neem contact op met uw Husqvarna- servicedealer indien dit symbool wordt weergegeven. Indicator PTO- knop Het symbool wordt weergege- ven. De PTO-knop is geactiveerd. Zie PTO-knop (aftakas) op pagina 170
Indicator PTO- knop Het symbool wordt weergege- ven. De PTO-knop is ingeschakeld, maar er is geen aandrij- ving naar de messen of andere apparatuur. Zie PTO- knop (aftakas) op pagina 170
Indicator parkeer- rem Het symbool wordt (rood) weergegeven. De handbediende parkeerrem is ingeschakeld. Indicator OPC Het symbool is geel. De dodemansregeling (OPC) is geactiveerd. Bijvoor- beeld als de bestuurder van de stoel opstaat. Zie Dode- mansregeling (OPC) op pagina 170
Het symbool is rood. De microschakelaar van de stoel en de PTO-knop zijn ingeschakeld. De aandrijving naar de messen of andere apparatuur stopt automatisch. Zie Veiligheidscircuit op pagina 185
Onderhoudsindi- cator Het symbool wordt weergege- ven. Onderhoud is nodig. Neem contact op met uw Husqvar- na-servicedealer. Brandstofniveau Het symbool is wit. Het brandstofpeil bevindt zich in het juiste bereik. Het symbool is geel. Het brandstofpeil is te laag. Het symbool is rood. De brandstoftank is leeg. Bluetooth
Het symbool wordt weergege- ven. Er is een Bluetooth
-apparaat aangesloten op het pro- duct. 1591 - 008 - 12.12.2022 229Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model. Vervoer, opslag en verwerking Transport van accu's
- De meegeleverde 48V-accu's voldoen aan de vereisten van de wetgeving inzake gevaarlijke goederen.
- Neem de bijzondere voorschriften in acht voor verpakking en labels voor commercieel transport door derden en expediteurs.
- Neem contact op met een persoon die gespecialiseerd is op het gebied van gevaarlijke stoffen voordat u het product verzendt. Neem alle van toepassing zijnde nationale voorschriften in acht.
- Breng tape aan op blootliggende aansluitingen wanneer u de accu in een pakket plaatst. Plaats de accu in een nauwsluitende verpakking om beweging te voorkomen. Het product veilig vastzetten op een aanhanger Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zie Transportveiligheid op pagina 190
WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte. Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier wielblokken.
1. Plaats het product in het midden van de laadruimte.
WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.
2. Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product
boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.
3. Schakel de parkeerrem in.
4. Verlaag het maaidek tot de zweefstand.
5. Verwijder alle losse voorwerpen.
6. Bevestig de eerste sjorband via het frame van de
achterste transmissie.
7. Bevestig de tweede sjorband via het frame van de
achterste transmissie.
8. Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.
9. Maak de sjorbanden naar achteren vast om het
product vast te zetten op de laadruimte.
1591 - 008 - 12.12.202210. Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.
11. Bevestig de vierde sjorband aan het andere
12. Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
13. Maak de sjorband naar voren vast om het product
vast te zetten op het laadgebied.
14. Plaats de wielblokken vóór en achter de
achterwielen. Het product slepen Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor moet de automatische parkeerrem uitgeschakeld zijn. Speciaal servicegereedschap is nodig om de automatische parkeerrem uit te schakelen. OPGELET: Sleep het product niet met een snelheid hoger dan 6 km/h. Sleep het product niet langer dan nodig is.
- Neem contact op met uw servicewerkplaats om toegang te krijgen tot het speciale servicegereedschap dat nodig is om de automatische parkeerrem uit te schakelen. Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product voorafgaand aan opslag afkoelen.
- Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina
. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Laad de accu's (12V-accu en 48V-accu's) voorafgaand aan opslag volledig op. Zorg ervoor dat de accu's voor 50% of meer geladen zijn gedurende de tijd dat het product is opgeslagen. Let op: De 48V-accu's in het product gaan in de slaapstand wanneer het product wordt opgeslagen.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Bewaar het product in een schone droge ruimte. Plaats een beschermkap op het product. Let op: Bij uw dealer is een hoes voor bescherming van uw product tijdens opslag of transport verkrijgbaar.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde personen te verhinderen.
- Bewaar het product en de voeding in een droge en vorstvrije ruimte.
- Als u van plan bent het product op een later moment te gebruiken, bewaar het dan op een plaats waar de omgevingstemperatuur tussen 0 °C/32 °F en 50 °C/122 °F ligt. Als u niet van plan bent het product te gebruiken, kunt u het bewaren op een plaats waar de omgevingstemperatuur tussen -20 °C/-4 °F en 50 °C/122 °F ligt.
- Houd het product uit het zonlicht.
- Bewaar het product niet op plaatsen waar zich statische elektriciteit kan voordoen. Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, vet en accu's kunnen negatieve gevolgen hebben voor het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor afvoering in acht.
- Geef de accu's niet mee met het gewone huishoudelijke afval. 1591 - 008 - 12.12.2022 231• Lever de accu's in bij een Husqvarna- servicewerkplaats of bij een bedrijf dat gebruikte accu's verwerkt. 232 1591 - 008 - 12.12.2022Technische gegevens Technische gegevens P 535HX Afmetingen Zie Productafmetingen op pagina
17,8 Cilinderinhoud, cm
Max. motortoerental, omw/min 3100 Max. toerental vooruit (PTO-knop ingedrukt), km/h 13 Max. toerental achteruit (PTO-knop ingedrukt), km/h 9 Max. toerental vooruit (PTO-knop losgelaten), km/h 19 Max. toerental achteruit (PTO-knop losgelaten), km/h 13 Dieselbrandstof, min. octaangetal
Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden.
Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit
P 535HX wordt geleverd met fossielvrije olie. Husqvarna raadt u aan om fossielvrije olie te blijven gebruiken. 1591 - 008 - 12.12.2022 233P 535HX Max. oliestroom, l/min. 7,8 Inhoud hydraulische tank, l 4 Inhoud hydraulisch systeem, l 4,6 Hydrauliekolie UTTO SAE 10W-30 / SAE 80 Transmissie Merk Benevelli Model TX2 Transmissieolie UTTO SAE 10W-30 / SAE 80 Oliecapaciteit voor, totaal, l 0,5 Oliecapaciteit achter, totaal, l 0,5 Elektrisch systeem, 12 V Type 12 V, negatief geaard Accu 12 V, 60 Ah, AGM-type Hoofdzekering, type Mega OTO 150 A Zekering voor voedingsaansluiting, type Midi OTO 50 Elektrisch systeem, 48 V Accu 50,4 V (nominaal), 2x35 Ah, Li-ion-ty-
Geluidsvermogenniveau, gega- randeerd dB(A)
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A)
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 Maaidek Combi 132 Combi 132 X Combi 155 Combi 155 X R180 Maaibreedte, mm 1320 1320 1550 1550 1800 Maaihoogte, mm 30-112, 7 standen 30-112, 7 standen 30-112, 7 standen 30-112 30-90, 6 stan- den Breedte, mm 1400 1400 1631 1631 1870 Gewicht, kg 138 148 155 163 250 Lengte, mm 490 490 563 563 1335 Mes Artikelnummer 5861988-10 5861988-10 5861989-10 5861989-10 5994215-01 WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding.
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,2 dB (A).
Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s
Gemeten op 2440MHz. 236 1591 - 008 - 12.12.2022Productafmetingen
Afmetingen, mm P 535HX A 1337 E 166 J 250 N 1157 B 503 F 410 K 2038 P 134 C 645 G 384 L 35° R 846 D 1060 H 2089 M 922 S 1081 1591 - 008 - 12.12.2022 237Aanbevolen maaidekken en andere apparatuur Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233 voor informatie over verkrijgbare maaidekken voor dit product. Neem contact op met uw Husqvarna- leverancier voor meer informatie over verkrijgbare maaidekken of andere apparatuur. Accessoires Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies. Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. 238 1591 - 008 - 12.12.2022Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN, tel.: +46 36 146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Zitmaaier Merk Husqvarna Type/model P 535HX Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" en dat de volgende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn toegepast; EN ISO 12100:2010
EN IEC 63000:2018 Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå, Sweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 233
Huskvarna, 2022-11-14 Claes Losdal Development Manager/Garden Products Husqvarna AB Verantwoordelijk voor technische documentatie 1591 - 008 - 12.12.2022 239Geregistreerde handelsmerken Het Bluetooth
-woordmerk en de logo’s zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
Notice-Facile