P 535HX - Elektrische grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P 535HX HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over P 535HX HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 535HX - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 535HX van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING P 535HX HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 163-240
SL Navodila za uporabo 241-313
Inhalt
Einleitung. 2
Sicherheit. 13
Montage. 31
Betrieb. 35
Wartung. 45
Fehlerbehebung. 66
Vervoer, opslag en verwerking. 230
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werden een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie servicework-plaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoor bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
Het product is een frontmaier met hybride technologie. De krachtbronnen zijn een dieselmotor en een 48V-systeem met accu's, motoren en een dynamo. Het product heeft koplampen en een gebruiksvriendelijk aanraakschem. De snugel wird geregeld met de pedalen voor vooruitrijden enchteruitrijden. Het product heeft vierwielaandrijving (AWD) en een automatische rem. U kunt het product gebruiken met verschillende typen maaidekken of andere, door Husqvarna goedgekeurde apparatuur.
Gebruik
Het product is gemaakt voor gebruik in commerciele sectoren. Gebruik het product met maaidekken om gras te maaien, of met andere apparatuur voor andere taken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over welke maaidekken en
apparatuur verkrijgbaar zijn. Het product werkt nicht als de temperatuur in de 48V-accu's lager is dan 0^ / 32^ . Voor gebruik in de winter raden we u aan uw product binnen te parkeren bij een omgevingstemperatuur hoger dan 0^ .
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.
Firmware
Zorg ervoor dat de meest recente softwareversies op het product zijn geinstalleerd. Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer.

- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor acheteruitrijden
- Hydraulische koppeleng en voedingsaansluiting voor het hulpsystem.
- Handbediende parkeerrem
- Aan/uit-schakelaar voor het hulpsystem (AUX)
- Hendel voor het hulpsysteme, bijvoorbeeld maaihoogte voor maiaidekmodellen met de markering X
- Hendel voor de hydraulische hefarmen, bijvoorbeeld voor het heffen of neerlaten van het maaidek of andere apparatuur
- PTO-knop (aftakas)
- Startknop voor de elektrische aandrijving
- Startknop voor de hybride aandrijving
- Contactsleutel
- Schakelaar aftakastoerental
-
Optionele stand voor accessoireschakelaar
-
Optionele stand voor accessoireschakelaar
- Optionele stand voor accessoireschakelaar
- Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting
- Schakelaar voor de koplampen
18.Typeplaatje - Contragewicht (accessoire)
- Hoofdschakelaar, 12 V
- ROPS (Roll Over Protective Structure, Kantelbeveiligingssysteme)
- Brandstoftankdop
- Veiligheidsgordel
- 48V-onderhoudsstekker
- Oplaadaansluiting voor de voeding
- Aftakas (onder bodemplaat)
- Display
- Hydraulische hefarmen
- Servicesteun, Combi-maaidekken
Elektrisch system
Overzicht van elektrisch 48V-systeme

- Wielmotoren
- Motorregelingen
- DC/DC-lader, 48 V/12 V
- Accu's 48 V
- Dynamo 48 V
- Laadcontact 48 V
- Koelventilator voor de 48V-accu's
- Onderhoudsstekker 48 V
-
Zekering 48 V
-
Voertuigbesturingseenheid (VCU)
- Elektromotor voor hydraulische pomp
- Motorbesturingseenheid voor het hydraulisch systeme
- Zekering 48 V
- Vergrendelingsrelais
- Voorlaadrelais
- DC/DC-laadrelais
- Serviceaansluiting

1.Accu, 12 V
2. Relais gloeibougie, motor
3. Hoofdschakelaar, 12 V
4. Hoofdzekeringen, 12V-elektrisch system
5. Sensor brandstofpeil
6. Dodemansregeling (OPC)
7. Grootlicht
8. Werklampen
9. PTO-koppeling
10. Bedieningskast
11. Bedieningsmodule maaier
12. USB-aansluiting, 5 V
13. Voedingsaansluiting, 12 V
- 12V-dynamo
- Zekeringen
- Aansluitklem voor optionele accessoires
- Zekeringen
- Hoofdrelais bedieningskast
- Relais PTO-koppeling
- Dieseltemperatuursensor
- Oliedruksensor
- Brandstofrelais
- Geheugenzekering voor bedieningsmodule maaier
- Startblokkeringsrelais
- Serviceaansluiting

A

B

C
A: Bedieningskast. Zie De zekeringen in de zekeringkast verwangen op pagina 214 voor hoe u een zekering verwangt.
B: Zekeringen, 48V-elektrisch system. Zie De zekeringen van het 48V-elektrisch systeem verwangen op pagina 214 voor hoe u een zekering verwangt.
C: Hoofdzekeringen, 12V-elektrisch system. Zie De zekeringen van het 12 V-elektrisch systeem verwangen op pagina 215 voor hoe u een zekering verwangt.
- 12V-voeding maar de maaierbesturingsmodule, 20 A.
- Displayvoeding, 5 A.
- Ontstekingsvoeding, 5 A.
- J14, 12V-waarschuangslamp, 10 A.
- J16, optionele 12V-schakelaar, optionele UIT, optionele voeding, 10 A.
- Parkeerrem/stoel, USB, 12V-aansluiting, 10 A.
7.Verlichtingsvoeding,10A. - USB, 12 V-aansluiting, 12 V-schakelvoeding.
-
Cabinevoeding, automatische zekering.
-
12V-accu, 10 A.
- Maaierbesturingsmodule AUX, 10 A.
12.48 Vaarvoorlaadrelais,10A.
13.48 Vaar DC/DC-lader in, 10 A. - Beschikbare positie.
- Beschikbare positie.
- 12 Vaar gloeibougierelais, 50 A.
- 12 V maar zekeringkast, 50 A.
-
12V-hoofdzekering, 150 A
-
Geheugenzekering voor bedieningsmodule maaier, 3 A
Overzicht display
Op het display wordt de status van het product weergegeven. Wanner een indicatielampje gaat branden, worden informatievak met informatatie
en instructies weergegeven. Zie ook Display - Probleemoplossing op pagina 228

- Tijd, taal en systeemmenu. Dit symbool verschijnt op het display wanner het product langer dan 6 seconden stilstaat.
- Meter voor de elektrische aandrijving
- Indicator handbediende parkeerrem
- Indicator werklamp of grootlicht / werklamp wegkit
- Snelheid in km/h tijdens bedrijf / totale bedrijfstijd in de stationaire stand
- Klok
- Urenteller
- Indicator Bluetooth
- Indicator onderhoud
- Meter voor het aftakstoerental
- Instelling helderheid scherm. Dit symbool verschijnt op het display wanner het product langer dan 6 seconden stilstaat.
- Indicator dynamostoring
- Indicator motortemperature
- Accu-indicator, 12 V
- Indicator oliedruk
16.Status brandstofpeil, % -
Status brandstofpeil, balk
-
Brandstofniveau-indicatie
- Indicator PTO-knop, ingeschakeld/uitgeschakeld
- Status accuniveau, % /indicator selectie rijmodus
- Status accuniveau, bar/ indicator selectie rijmodus
- Indicator accuniveau, 48 V
- Indicator accutemperatuur
- Dodemansregeling (OPC)

Indicators en meters op het display
(A): Het blauwe veld in de indicator heeft betrekking op opladen en de bovenste helft van de indicator—heeft betrekking op ontladen.
(B): Het opladen of ontladen van de 48V-accu's. De accu's worden opgeladen wanner de individatie zich in de onderste helft van de meter bevindt.
C: Het groene veld in de indicator toont het aanbevolen aftakastroerental. Als de belasting te hoog is, daalt het aftakastroerental en dit kan leiden tot verminderde prestaties of stopzetting van de motor.
(D): Het aftakastoerental in tpm.
Totale bedrijfstijd en urenteller
De totale bedrijftstijd (A) van de motor worden op het display weergegeven wanner het product in de stationaire stand staat. De urenteller (B) toont de bedrijftstijd in uren en minutes wanner de hybride aandrijving is ingeschakeld. De dagteller worden automatisch op 0 gezet wanner de motor langer dan 6uuruitgeschakeld is.

Hybride systeem
Tijdens bedrijf worden de 48V-accu's door de dynamo opgeladen als de motor is ingeschakeld. De 48V-accu's worden ook door de wielmotoren opgeladen door middel van regeneratief remmen. De motor laadt ook de 12V-accu op. De laadstatus van de 48V-accu's wordt op het display weergegeven. U kunt de voeding maar het product aansluiten om het laden van de 48V-accu's tijdens stops te verhogen. Zie Indicators en meters op het display op pagina 168.
Bedieningsmodule maaier
Het product heeft een bedieningsmodule voor deDMAIER die de gebruiker voorziet van informatie over het product. De informatie worden weergegeven op hetdisplay op het instrumentenpaneel. Zie Overzicht displayop pagina 168.
Met de bedieningsmodule van de maaier kan de servicedealer het product aansluiten wanner onderhoud wordenuitgevoerd.
Voertuigbesturingseenheid (VCU)
De VCU bestuurt de verschillende eenheden in het 48Vsystem, zoals motoren en accu's.
Koelventilatoren voor het elektrisch system
De koelventilator voor de 48V-accu's voorkomt dat de temperatuur in de 48V-accu's te heet worden.
Let op: De koelventilator voor de 48V-accu's kan blijven werkken tot een uur nadat de aan/uit-knop op OFF is gezet.
De koelventilator voor de motorbesturingseenheid van het hydraulisch systeme verwkt wanner de contactsleutel in de ON-stand staat. De koelventilator voor de motorbesturingseenheid van het hydraulisch systeme bevindt zich direct boven deze motorbesturingseenheid.
Raadpleeg Overzicht van elektrisch 48V-system op pagina 165 om te zien waar zich de koelventilator voor de 48V-accu's en de motorbesturingseenheid van het hydraulisch system op het product bevinden.
Koplampen
Het product heeft een werklamp en een grootlicht.
Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampen uit te schakelen. Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om de werklamp in te schakelen. Zet de aan/uit-schakelaar in stand (C) om ook grootlicht in te schakelen.

De werklamp blijft 3 minuten branden nadat de contactsleutel op STOP is gezet. Het display toont het koplampsymbol als de koplampen zich ingeschakeld. Zie Overzicht display op pagina 168
Stroomcontact
De spanning van de voedingsaansluiting is 12 V. De voedingsaansluiting is beveiligd met een zekering. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 167.
Zet de voedingsaansluiting op ON of OFF met de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel.

Dodemansregeling (OPC)
De OPC wordt ingeschakeld wonneer de gebruiker opstaat van de stoe. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het verilgheidscircuit in. Zie Verilgheidscircuit op pagina 185.
Rijmodus
Het product heeft 3 beschikbare rijmodi (Comfort, Standaard en Dynamisch). De standardr rijmodus is af fabriek ingesteld. DeIRST geselecteerde rijmodus wordt opgeslagen. Om een rijmodus te selecteren, zie Een rijmodus selecteren op pagina 200.
PTO-knop (aftakas)
Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling en het maaidek of andere aangesloten apparatuur in- en uitgeschakeld. Er要去 aan de correcte startvoorwaarden worden voldaan om de aandrijving van de messen in te schakelen. Raadpleeg Veiligheidscircuit op pagina 185voor de juiste startvoorwaarden.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen of andere apparatuur in te schaken.

- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de messen of andere apparatuuruit te schakelen.

Let op: De maximale snelheid voor vooruit enachtenuit rijden is lager wanner de aandrijving van de
messen is ingeschakeld. De pedalen要去en worden losgelaten nadat de aandrijving van de messen is in- ofuitgeschakeld om wijziging van het toerental möglich te make. Zie Pedalen voor vooruit- en achteruiitrijden op pagina 170
Schakelaar aftakastoerental
De schakelaar van het aftakastoerental kan in 3 standen worden gezet voor gebruik met verschillende typen maaidekken of andere apparatuur. Wanner de PTOknop is ingeschakeld, wordt het motortoerental geleverd aan het maaidek of andere apparatuur die aan de aftakas is bevestigd. Zie Het aftakastoerental selecteren op pagina 201 en Technische gegevens op pagina 233.
Let op: Gebruik het hoge aftakastoerental bij het werken met maaidekken.
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden
Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) worden gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) worden gebruikt om中断uiit te rijden. Het product remt wanner de pedalen worden losgelaten.

Het product werkt met een ander maximum torental wanner de PTO-knop in- of uitgeschakeld is. De wijziging van het torental worden ingeschakeld wanner u de pedalen loslaat. Raadpleeg PTO-knop (aftakas) op pagina 170 en Technische gegevens op pagina 233 voor informatie over het maximum torental.
Hendel voor de hydraulische hefarmen
De hendel voor de hydraulische hefarmen worden gebruikt om het maaidek en andere apparatuur op te heffen en neer te lately.


WAARSCHUWING: Het is möglichk om de hydraulische hefarmen neer te latenten nadat u het product hebt stopgezet. Zorg ervoor dat u het product stopzet op eenplaats waar het maaidek of andere apparatuur veilig kan worden neergelaten.
(A) Zweefstand (maaistand). Het maaidek of andere apparatuur volgt de bodem onafhankelijk van het product.
(B) Om het maaidek of andere apparatuur neer te latent.
(C) Neutrale stand.
(D) Om het maaidek of andere apparatuur op te heffen.
Hulpvoedingssschakelaar (AUX)
De hulpvoedingssschakelaar heeft verschillende functies voor verschillende maaidekken en voor andere apparatuur. Zie de bedieningshandleiding van het maaidek of andere apparatuur.

Maaidek
Met dit product kurz u de Combi-maaidekken of het R180-maaidek gebruiken. Zie Technische gegevens op pagina 233.
De Combi-maaidekken werken met BioClip® of uitworp aan dechterzijde. De R180-maaidekken werken met uitworp aan dechterzijde. BioClip® maait het gras in kleinere stukjes (mulch), die als meststof voor het gazon
werken. Wanner de BioClip®-plug worden verwijderd, werpt het maaidek het gras aan dechterzijde UIT.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Houd personen en dieren op veilige afstand van het werkgebied.

Verwijder de contactsleutel voordat u onderhoud aan het product uitvoert.

Draaiende messen. Houd lichaamsdelenuit de buurt van het maaidek wanner de motor draait.

Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

Waarschuwing: draaiende riempoelie. Houd lichaamsdelen uit de buurt wanner de motor draait.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met groe kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt.

Kijkuit voorweggeslingerde enafgeketste voorwerpen.

Warm oppervlak.

Gebruik het product nooit als Personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden.

Kijk achter u voor en tijdens achechteruit rijden.

Maai nooit gras dwars over een helling.
Maai geen gras op een helling van meer dan 10^ . Zie Gras maaien op hellingen op pagina 179.

Laat nooit passagierseerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Letselgevaar als het product omstaat.

Vooruit rijden.

Neutraalstand.

Achteruit rijden.

Schakel de parkeerrem in.

Zet de parkeerrem vrij.

Gebruik alkijd goedgekeurde gehoorbescherming.

Zweefstand.

Parkeerrem.

Activeer het product.

Start de elektrische aandrijving.

Start de hybride aandrijving.

Schakel het product UIT.

Druk de PTO-knop in.

Trek de PTO-knop UIT.

Brandstof.

Oliepeil.

Dit product voldoet aan de geldende EGrichtlijnen.

Geluidsemissiesaar het omgevingslabel volgens de richtlijen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales"Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegardeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 233en op het label.

Dit product voldoet aan geldende VK-regelgeving.

Scanbare code

Mileumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur.

Gebruik de veiligheidsgordel
niet als de ROPS omlaag staat.

Gebruik alkijd de veiligheidsgordel wonneer de ROPS omhoog staat.

Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciele markten.

Typeplaatje
- Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek en lijn, datum, volgnummer en controlenummer
- Modelnaam
- Productnummercode (PNC)
- Scanbare code
- Fabrikant en adres van de fabrikant
- Bouwjaar
- Nominal vermogen
- Serienummer met datum,一年多 en week van productie en volgnummer
- Productnummercode (PNC)
- Productgewicht, onbelast
- Maximaal gewicht vooras (GAWR)
- Maximaal gewicht achteras (GAWR)
- Maximaal gewicht in beladen toestand (GCWR)
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zich wij Niet aansprakelijk voor schade die door ons product worden veroorzaakt, indien:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die nicht zich goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareererd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt
om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te
wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding nicht worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebrukt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanner de instructies in de handleiding nicht worden gezolgd.
Let op: Geven verdere informatatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of dedood kuren het gevolg zich als u deveiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik
een product nicht
langer als de
snijuitrusting beschadigd
is. Beschadigde
snijuitrusting kan
objecten wegslingeren
en als gevolg waarvan
ernstig of dodelijk letsel
veroorzaken. Vervang
beschadigde messen
onmiddelijk.

WAARSCHUWING: Dit product produeert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordatu het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product Niet met maaidekken of andere apparatuur die Niet is goedgekeurd door Husqvarna.
- Belast het product Niet te veel. Sleep of heb bijvoorbeeld Niet meer dan waarvoor het product is goedgekeurd.
Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situatuies die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding nicht precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder.gaat.
Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig
gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen beteken.
- Houd het product schoon zodate plaatjes en stickers leesbaar blijven.
Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door een persoon worden gezruikt.

-
Laat het product nicht onbeheerd staan verwijl de motor of elektromotors draaien. Alvorens het product onbeheerd te achefter latent dient u.altijd eerst de messen stop te zetten, de parkeerrem in te schakelen, de motoruit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
-
Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijkuit voor andere möglichke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht wee, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strengge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, spellegood, draden, enz. uithet werkgebied, odomatdeze anders door demessen kunnen wordenweggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die nicht geschickt zich om het producte gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten.
De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd inplaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wonneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wonneer u een weg oversteegt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermögen, beoordelingsvermögen of koordinatie+kunnen beinvloeden.
Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling Niet. - Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor en de elektromotorsuitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat
u het product gaat gebruiken.
- Er{kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet werwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kuren in de buurt van het product komen als u ze Niet ziet. Het is heel goed möglichk dat kinderen nicht langer+zijn waar u ze het letzst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat要去 worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zich kunnen belemmeren.
- Kijk allerom en ook maar beneden voordat u begint met blijuirijden en tijdens het blijuirijden, om te verifiieren of er zich geenkleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het producteerijden. Ze kunneneraf vallen en ernstig gewond
raken of hunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product Niet door kinderen bedieren.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING:
Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motoren het uitlaatsystem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaiende machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Raak tijdens of direct na gebruik nooit de voedingselektronica aan.
De accu's, dynamo, motorbesturingselementen, zekeringen of elektrische kabels worden zeer heet tijdens bedrijf. Risico op brandwonden, elektrische schok, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden.

WAARSCHUWING:
Lees de volgende waarschuwingen voordatu het product gaat gebruiken.
- Kijk.altijd maar beneden en achterom voordat en terwijl u achechteruitrijdt. Kijkuit voor grote enkleine obstakels.
- Verlaag de rijnselheid voordatu een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u nicht maait.
- Druk op de PTO-knop om de aandrijving op het maaidek of andere apparatuuruit te schakelen voordat u van de stoel opstaat.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gezruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Controller voordat u het product gezruikt of de luchtinlaat maar het koelsysteme van de accu Niet is geblokkeerd. De accu's können beschadigd raken als deze te heet worden.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere große objecten en zorg dat de messen de objecten nicht raken.
- Wees voorzichtig wanner u het product in de buurt van water gezruikt. Gebruik de ROPS en de veiligheidsgordel Niet in de buurt van water.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het producten het maaidek wanner de messenijdens het maaieniets geraakt hebben. Voer
haar nodig reparationsuit voordat u verder gaat.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING:
Lees de volgende
waarschuwingen voordatu het product gaat
gebruiken.
Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letselveroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u Niet achechteruit gegen een helling op kunt rijden of als u zich waar nicht prettig bij voelt, maai de helling dan Niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
Maai vertical against helling (omhoog en omlaag), nicht horizontal (van links aan rechts of omgeekerd).
Rijd Niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product Niet op een helling van meer dan 10^ .

- Start of stop nicht op een helling.
Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
Vermijd abrupte veranderingen in snugelid enrichting. - Draai Niet meer danoodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wonneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijkuit voor en rijd Niet over voren,kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product Kantelt op een ondergrond die Niet vlak is. Obstakels hunnen moeilijk te zien+zijn door hoog gras.
Maai Niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water
terechtkommen, bestaat het risico van verdrinking.

- Niet gebruiken voor het maaien van nat grayscale. Nat grayscale is glad en de banden hun hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet Niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabel is.
- Breng de contragewichten aan om het product te stabiliseren. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
Persoonlijke beschermingsuitrusting

WAARSCHUWING:
Lees de volgende waarschuwingen voordat
u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product algijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting hunnen Niet alle risico'suitsluten maar hunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
-
Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming met voldoende dampvermogen. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Husqvarna raadt aan dat gebruikers gebruik makev van gehoorbescherming wanner producten gedurende een groot deel van de dag worden gebruikt. Bij continu en regelmatig gebruik dienen gebruikers hun gehoor regelmatig te laten controleren. Let op: gehoorbescherming beperkt de möglichkheid om geluiden en waarschuwingssignalen te horen.
-
Gebruik goedgekeurde oogbescherming. Als u een vizier gebruikt,要去 u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Een goedgekeurde veiligheidsbril要去 voldoen aan de norm ANSI Z87.1 voor de VS of EN 166 voor de EU-landen.


- Draag alkijd veiligheidsschoenen of veiligheidsaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product nicht met blote voeten.


- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast konnen
komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO/doosen brandblusser binnenhandbereik.
Veiligkeit bij accu's

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordatu het product gaat gebruiken.
Algemeen:
Lees alle
veiligungsdwaarschuwingen
en alle instructies.
Het nicht opvolgen van
de waarschuwingen en
instructies kan leiden tot
elektrische schokken, branden/of ernstig letsel.
- Controller regelmatig of de accu's intact zich. Beschadigde of aangepaste accu's{kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand,explosies of letsel. Beschadigde accu's mogen nooit worden gerepareerd of geopend.
- Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu verrormd of beschadigd is,
gebruik het product dan nicht langer en neem contact op met een erkende Husqvarna-serviceworkplaats.
- Demonteer, open of vernietig accu's Niet.
- Stel accu's nicht bloot aan mechanische schokken.
- Stel cellen of accu's nicht bloot aan ditte of vuur. Zet een accu Niet in direct zonlicht.
- Sluit accu's nicht kort. Berg accu's nicht los op een opslagplaats op waar ze onderling kortsluiting hunnen verroorzaken of waar kortsluiting door andere metalen voorwerpen kan ontstaan.
- Zorg ervoor dat accu-inhoud Niet in contact kommt met de huid of ogen. Spoel bij contact het betreffende gebied met ruime hoeveelheden water af en raadpleeg een arts.
- Gebruik nooit een accu die niet is bedoeld voor gebruik met de apparatuur.
- Combineer geen cellen van verschillende fabrikanten, capaciteit, afmetingen of types in het apparaat.
- Houd cellen of accu's buiten het bereik van kinderen.
-
Hou de accu schoon endroog.
-
Gebruik de accu alleen voor de toepassing waarvoor hij is bedoeld.
12V-accu:
- Houd u aan de markeringen plus (+) en min (-) op de accu en apparatuur, en gebruik ze op de juiste manier.
- Koop de juiste accu voor de apparatuur.
Veeg de accuaansluitingen af met een schone, droge doek als ze vuil worden.
48V-accu's:
- De 48V-accu's van Husqvarna worden uitsluitend gebruikt als voeding voor de Husqvarna hybride P 535HX. Om letsel te voorkomen, mag de accu Niet worden gebruikt als voedingsbron voor andere apparaten.
- Gebruik nooit defecte, aangepaste of beschadigde accu's of apparaten.
- Probeer de apparaten of accu's nooit aan te passen of te repareren. Laat alle reparations uitsluitend door uw geauthoriseerde servicedaleruitvoeren.
WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met
brandstof. Brandstof is sheer brandbaaren kan leiden totletsel en schade aan eigendommen.

WAARSCHUWING:
Lees de volgende
waarschuwingen voordatu het product gaat
gebruiken.
Vul de brandstoftank nooit binnen.
Diesel en dieseldampen zichn giftig en zeerlicht ontvlambaar. Wees voorzichtig met diesel om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop Niet en vul de tank nicht bij wonneer de motor draait.
- Rook nichtijdens het bijvullen van brandstof.
Vul geen brandstof bij in denabijheid van vonden of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsystem mag u de motor nicht starten zolang delekken nicht gerepareerd zich.
Vul de tank nicht verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon
doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver worden gezuld.
Vul nicht teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in waarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampenschade können veroorzaken.
- Tap brandstof af in een waarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en Niet in de nabijheid van open vuur.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING:
Lees de volgende waarschuwingen voordatu het product gaat gebruiken.
In dit hoofdstuk worden de veiligheidsvoorzieningen van het product beschreiben, welke functie ze hebben en
hoe controles en onderhoud moeten worden uitgevoerd om hun goede werking te waarborgen. Zie de instructies onder het kopje Productoverzicht op pagina 164 om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw product.
- De levensduur van het product kan worden verkort en het risico op oncegvalen kan toenemen wanner het onderhoud van het product Niet op de juiste manier plaatsvindt en wonneer service en/of reparaties nicht vakkundig worden uitgevoerd. Indien umeer informatie nodig hebt, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtst bijzijnde servicedealer.
- Gebruik een product nooit wanneer deveiligheidsvoorzieningen defect zijn. Deveiligheidsuitrusting van het product要去 geinspecteerd en onderhouden worden zoals beschreiben in dit hoofdstuk. Als uw producteen van deze controles Niet doorstaat,要去 u contact opnemen met uw serviceworkplaats om uw unit te lately repareren.
- Om service en reparations aan het product uit te voeren,
moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt met name voor de veiligheidsuitrusting van het product. Als uw product een van de volgende controles Niet goed doorstaat, moet u ermee maar uw serviceworkplaats gaan. Als u een van once producten koopt, garandeert dit dat de reparations en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw product hebt gekocht bij een van once servicedealers die geen serviceworkplaats heeft, vraag dan waar deuchtst bijzijnde erkende werkplaats is.
De contactschakelaar en startknuppen controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Start het product. Zie Product starten op pagina 198.
- Controller of het display wordt ingeschakeld wanner u de contactsleutel maar de ON-stand draait.
-
Controller of het elektrisch systeem start wanner u op de startknop voor de elektrische aandrijving drukt.
-
Controller of de motor start wonneer u op de startknop voor de hybride aandrijving drukt.
- Controller of het elektrisch systeem wordenuitgeschakeld en de motor onmiddelijk stopt wanner u de contactsleutel maar de stand STOP draait.
Veiligheidscircuit
De motor kan alleen in de volgende geallen worden gestart:
- De hoofdschakelaar en de contactsleutel staan in de ON-stand.
De motor moet in de volgende situaties uitschakelen:
- De bestuurder staat op van de stoel verwijl het product in beweging is.
- De bestuurder staat op van de stool verwijl het product stilstaat en de handbediende parkeerrem uitgeschakeld is.
De aandrijvingaar het maaidek of andere apparatuur moet in de volgende situatie stoppen:
- De bestuurder staat van de stoel op verwijl de PTO-
knop en de handbediende
parkeerrem ingeschakeld zich.
Het veiligheidscircuit controlleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond met ingeschakelde motor en uitgeschakelde handbediende parkeerrem.
- Sta voorzichtig op van de stoel. De motor stopt.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond, met de motor, PTO-knop en handbediende parkeerrem ingeschakeld.
- Sta voorzichtig op van de stoel. De aandrijvingaar het maaidek of andere apparatuur stocht.
Voer deze contrôle dagelijksuit. Als de motor, of aandrijvingaar het maaidek of andereapparatuur Niet goed stopt,gebruik het product dan nieten neem contact op met uwHusqvarna-servicewerkplaats.
Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voorchyteruitrijden controleren
-
Start het product. Zie Product starten op pagina 198.
-
Zorg ervoor dat de pedalen voor vooruitrijden en achechteruitrijden Niet geblokkeerd zich en over de gehele pedaalslag+kennen worden bediend.
- Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
- Laat het pedaal voor vooruitrijden los om te remmen. Controller of de rem aangrijpt wanner u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
Let op: Het product heeft een automatische rem die wordt ingeschakeld wanner u de pedalen loslaat. Druk het andere pedaal in voormeer remkracht wanner u de snugheid verlaagt.
- Voerdezelfde procedureuit voor het pedaal voorachteruirijden.
Parkeerrem
Het product heeft een handbediende parkeerrem en een automatische parkeerrem. De automatische parkeerrem worden insgeschakeld wanner het product stilstaat.

WAARSCHUWING: De automatische parkeerrem is nicht voldoende om het product veilig te parkeren. Controleer de handbediende parkeerrem dagelijks en stel deze zo nodig af.
De parkeerrem controlleren
- Plaats het product horizontal.
- Schakel de parkeerrem in.
- Controller de parkeerrem voor. Controller of de veer nicht beschadigd is en correct is bevestigd.

-
Verwijder de transmissiekap. Zie De transmissiekap verwijden op pagina 213.
-
Controller de parkeerrem achefter. Controller of de veer nicht beschadigd is en correct is bevestigd.

- Breng de transmissiekap aan.
De elektrische parkeerrem controlleren
- Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF. Zie Product stoppen op pagina 199.
-
Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijden op pagina 212.
-
Controller de
parkeerremkabel op
beschadiging. Zorg ervoor
dat de kabelpennen correct
in de connector

- Breng het onderhoudsluik aan.
- Zet de hoofdschakelaar in de stand ON. Zie Product starten op pagina 198.
- Parkeer het product op een harde ondergrond die afloodt, houd het product ingeschakeld.

WAARSCHUWING:
Parkeer het product
niet op een
grashelling wanner
u de elektrische
parkeerrem
controleert.
- Zorg ervoor dat het product zich kan bewegen. Neem contact op met een erkende serviceworkplaats als het product begint te bewegen.
Kantelbeveiligingssystem (ROPS)
De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product Kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingsysteme en de verilgheidsgordel wanner u met het product werkt.
Veiligheidsgordel
De verilgheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product Kantelt. Gebruik de verilgheidsgordel alleen wanner het kantelbeveiligingssystem is ingeschakeld. Controller of de verilgheidsgordel goed is bevestigd en Niet is beschadigd.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschemkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschemkappen uit voordatu het product start. Zorg dat de beschemkappen juist+zijn aangebracht
en nicht+zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen.Vervang beschadigde beschemkappen.
Uitlaatdemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product nicht als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.

WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heetijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Geluidemper controlleren
- Inspector de uitlaatdemper regelmatig om te verifierten of die goed vastzit en nicht beschadigd is.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhouduit aan de motor of het maaidek zonder aan de onderstaande voorwaarden te voldoen:
- De hoofdschakelaar isuitgeschakeld.
- De onderhoudsstekker is verwijderd wonneer er onderhoud aan het 48V-systeel worden uitgevoerd.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De handbediende parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld. Verwijder ten behoeve van onderhoud aan het maaidek ook de aandrijfas vanaf de aftakas op het product.

WAARSCHUWING:
Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een
geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik de hybride aandrijving nicht in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroom, gebruik alleen de elektrische aandrijving.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordatu het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhonden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 204.
- Een elektrische schok kan letsel veroorzaken. Raak de elektrische kabels Niet aan wanner de hoofdschakelaar ingeschakeld is. Ten behoeve van onderhoud aan de elektrische kabels maar het 48V-systeem要去 ook de onderhoudsstekker worden verwijderd.
- Start het product nicht indien de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan
groot risico op letsel door bewegende of heter delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motoruitvoert.
- De messen zijn erg scherp en{kunnen snijwondenveroorzaken.Voorzie demessen van beschemming of draag beschemende handschoenen wanner u aan de messen werkt.
- Zet het maaidek.altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen (geldt alleen voor de Combi-maaidekken). Parkeer het product nicht dicht bij derand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
Kantel de motor nicht.
- Zorg dat alle moeren en bouteen goed�zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig deinstelling van de regelaars nicht. Als het
motortoerental te hoog is,
kunnen de productonderdelen
beschadigd raken. Zie
Technische gegevens op
pagina 233 voor het hoogst
toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die worden geleverd of worden aanbevolen door de fabrikant.
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mightelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product黄埔ens het transport. Zie Het product veilig vastzetten op een aanhanger op pagina 230.
Let op: Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor要去 automatische parkeerrem uitgeschakeld zich. Zie Het product slepen op pagina 231.
Montage
Het maiadek bevestigen - Combi 155, R180
Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.
- Zet de hendel voor de hydraulische hefarmen in stand (B) om de hefarmen te lately zakken.


WAARSCHUWING: Zet de hendel voor de hydraulische hefarmeniet in de zweefstand (A). De kracht van de hefveer kan ernstig letselveroorzaken.
- Verplaats het product voorzichtig aan de positie voor het maaidek.
- Plaats de hefarmen in de verbinding van het maaidek.

- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Breng de boute (A) aan en bevestig de pennen (B) op de hefarmen.
a) Voor het Combi-maaidek:

b) Voor het R180-maaidek:

- Verwijder de twee schroeven en verwijder het onderhoudsluik.

- Trek de koppeling van de aandrijfas terug en bevestig de aandrijfas aan de aftakas op het product.
Let op: Zorg ervoor dat de pijl op het symbool\ aar het product wijst.

- Plaats de weiterste vergrendelketting rondon de hefbalk.
- Bevestig de awhile vergrendelketting aan de aandrijfas.
- Trek de koppeling van de aandrijfas'erug en bevestig de aandrijfas aan de hoekoverbrengingsas van het maaidek.

- Vouw de rubberen kap over de askoppeling.
- Breng de Voorste vergrendelketting aan rondon de pijp.
- Bevestig de Voorste vergrendelketting aan de aandrijfas.
- Bevestig het onderhoudsluik en draai de schroeven vast.
- Start de elektrische aandrijving. Zie Product starten op pagina 198.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen aan achteren om het maaidek op te heffen. Hef het maaidek omhoog totdat de draaiwielen van het maaidek de grond Nieteeraken.
- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Bevestig de hjsogen.
a) Voor het Combi-maaidek: Trek aan de veer (A) en bevestig de hjsogen aan het maaidek (B).

b) Voor het R180-maaidek: Bevestig de hijsogen aan het maaidek (A) met de bout (B) en de pen (C).

- Controller of het maaidek correct is uitgelijnd. Zie Controlleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 221 en Controlleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 223.
Het maaidek bevestigen - Combi 155 X
- Bevestig het maaidek. Zie Het maaidek bevestigen - Combi 155, R180 op pagina 191.
- Plaats de hydraulische slangen van het maaidek door de Ius.

- Bevestig de hydraulische slangen aan de koppeling op het product. De flens en de inkeping moeten correct zijn uitgelijnd.

Let op: De positie van de hydraulische slangen regelt de werkking van de maaihoogthendel. Wijzig de positie van de hydraulische slangen om de werkking van de maaihoogthendel te wijzigen.
Hetmaaidek verwijderen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen\ haar achteren om het maaidek volledig op te heffen.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Voor het Combi 155 X-maaidek: maar de koppelingen los en koppel de hydraulische slangen af.
- Maak de huisogen los.
a) Voor de Combi-maaidekken: Trek aan de veer (A) om de hjsogen (B) op het maaidek los te makeen.

b) Voor het R180-maaidek: Verwijder de pen (A) en de bout (B) om de huisogen op het maaidek (C) los te make.

- Start de elektrische aandrijving. Zie Product starten op pagina 198.
- Zet de hendel voor de hydraulische hefarmen in stand (B) om de hefarmen te lately zakken.


WAARSCHUWING: Zet de hendel voor de hydraulische hefarmeniet in de zweefstand (A). De kracht van de hefveer kan ernstig letselveroorzaken.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Verwijder de twee schroeven en verwijder het onderhoudsluik.

-
Trek de rubberen kap van de askoppeling af.
-
Trek de koppelingen van de aandrijfas af en verwijder de aandrijfas vanaf de aftakas op het product.
- Trek de koppelingen van de aandrijfas af en verwijder de aandrijfas van de hoekoverbrengingsas van het maaidek.
- Verwijder de vergrendelkettingen.
- Verwijder de pennen (A) en de bouten (B) van de hefarmen (C) en verbindingen van het maaidek (D). a) Voor de Combi-maaidekken:


b) Voor het R180-maidek:
Het kantelbeveiligingsystem (ROPS) voor de eerste keer op+zijnplaats zetten
Ten behoeve van het transport van het product vanaf de fabriek is de ROPS boven de stoel ingeklapt.
- Verwijder de schroeven waarmee de ROPS op het product is bevestigd.

- Draai de ROPS 180 graden.
- Monteer de ROPS met de schroeven. Haal de M16moer aan met 47 Nm.
- Activeer of deactiveer de ROPS. Zie Het kantelbeveiligingsystem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 194.
Het kantelbeveiligingsystem (ROPS) in- en uitschakelen
- Verwijder de twee bouten waarmee de ROPS is bevestigd en klap de ROPSaar achteren om hem uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingsystem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in.


WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor de ROPS en de veiligheidsgordel.
- Gebruik de veiligheidsgordel nicht indien de ROPSuitgeschakeld is.

- Gebruik.altijd de veiligheidsgordel wonneer de ROPS ingeschakeld is.

- Controller of het kantelbeveiligingsystem goed is bevestigd en Niet is beschadigd.
Werking
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebber begrepen.
Display
Tijd, taal en systemdenu
Wonneer u het product voor de eerste keer start, worden het taal- enijdmenu automatisch geopend. Na die eerste keer Aunt u via het display toegang krijgen tot deijd-, taal- en systeemmenu's.

- Druk op hetijd-, taal- en systeemsymbool.
Let op: Dit symbool verschijnt op het display wanner het product langer dan 6 seconden stilstaat.
De tijd op het display instellen

- Druk op het symbool voorijd, taal en systeem op het display.
- Druk op het tijdsymbool.
-
Druk op "24h" of "12h" om de tijdnotatie in te stellen.
-
Druk op "+" of "-" om de uren en minutes in te stellen.
De taal selecteren

- Druk op het symbool voorijd, taal en systeem op het display.
- Druk op het taalsymbol.
- Druk op een taal.
Systeiminformatiebekijken en fabrieksinstellungen herstellen

- Druk op het symbool voorijd, taal en systeem op het display.
- Druk op het symbool voor systeeminformatie.
- Druk op "factory reset" (fabrieksinstellungen) als u de tijd en taal wilt-resetten.
Dehelderheid van het display instellen

-
Druk op het holderheidssymbool op het display.
-
Druk op "+" of "-" om de helderheid van het display in te stellen.

De voeding aansluiten (accessoire)

WAARSCHUWING: Een onjuist gebruike, defecte of Niet goed werkende voeding kan elektrische schokken, oververhitting of acculekkage veroorzaken. Controller regelmatig of de voeding en de accu's Niet zich beschadigd.

OPGELET: Gebruik de voeding nicht in omstandigheden met temperaturen onder 0 ^ C of boven 40^
- Sluit de voeding aan op een geaard stopcontact en op het product.

Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Diesel is
zeer ontvlambaar. Wees voorzichtig
en vul buitenshuis brandstof bij. Zie
Brandstofveiligheid op pagina 182.

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoffank nicht als ondersteuning.

OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.
- Om aan de emissievoorschriften te voldoen,要去 brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0.05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit.
- Gebruik diesel met een minimaal cetaangetal van 45. Gebruik geen diesel met een RME-mengsel dat meer dan 5% op minerale olie gebaseerde brandstoffen bevat.
Let op: Het isoodzakelijk om brandstof voor koud waar te gebruiken als de temperatuur lager is dan 0^ / + 32^ . Neem contact op met uw servicedaler van Husqvarna voor meer informatie.
- Controller het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
Vul geen brandstof bij tot boven de marketing van het maximumniveau op de brandstoffank.

De stoel afstellen

WAARSCHUWING: Stel de stoel
niet af wanner u het product gebruikt.
Trek aan de hendel (A) onder de voorkant van de stoel om de stoel maar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel (B) maar de correcte positie.

Trek de hendel (C) aan links om de vering van de stoel aan te passen. Duw de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering. Trek aan de hendel of duw gegen de hendel tot de pijl zich in het midden van het venster (D) bevindt voor de juiste vering in verhoudig tot het gewicht van de bestuurder.

- Trek aan de hendel (E) links van de stoel om de rugleuning af te stellen. Verplaats de rugleuning maar de correcte positie.

Let op: De rugleuning kan ook volledig worden neergelaten en worden gebruikt als bescherming gegen regen.

WAARSCHUWING: Klap nicht de complete stoei in voor bescherming gegen regen. Water kan de 48V-accu's beschaden.
- Draai de hendel (F) links van de rugleuning om de lendensteun aan te passen. Draai de hendel maar links voor meer steun.

- Draai aan de stelschroef als u de armleuningen hoger en lager wilt zetten.

De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
- Als u de parkeerrem wilt inschakelen, trekt u de parkeerremhendel—helemaalaaracteren tot in de parkeerremhouser.

- Als u de parkeerrem wilt vrijzetten, beweeg de parkeerremhendel dan volledig maar voren.
Het product voor de eerste keer starten
Als u het product voor de eerste keer wilt starten,要去 u eerst de onderhoudsstekker en de hoofdschakelaar installeren.
- Haal de onderhoudsstekker en de hoofdschakelaaruit de plastic zak bij het stuurwiel.
- Monteer de onderhoudsstekker. Zie De onderhoudsstekker voor het 48V-systeem verwijdersen en aanbrengen op pagina 214.
- Monteer de hoofdschakelaar. Zie Productoverzicht op pagina 164 en Product starten op pagina 198.
Product starten
- Druk de hoofdschakelaar in en draai deze maar de ON-stand (AAN).

- Draai de contactsleutel maar de ON-stand. Wacht totdat de symbolen en meters op het display verzchijnen.

Let op: Het product is ingeschakeld, maar beweegt nicht als u het pedaal voor vooruitrijden ofchteruitrijden intrapt.
Let op: Het product blijft gedurende 3 minuten ingeschakeld. Als u het product na 3 minutes wilt gebruiken, draai dan opniew de contactsleutel om.
- Druk op de startknop voor de elektrische aandrijving (A). De motor voor het hydraulisch system start en stoptervoelgens weeer.


OPGELET: Gebruik het product Niet als de temperatuur in de 48V-accu's lager is dan 0^ / 32^

WAARSCHUWING: Wanneer de hydraulische motor stopt, is het product in bedrijf en zonder geluid. Als de handbediende parkeerrem nicht ingeschakeld is, beweegt het product als u het pedaal voor vooruitrijden ofchteruitrijden intrapt.
Let op: Als u een storingsindicatie krijgt wanneer het product in elektrische aandrijving staat, moet u opnieuw op de startknop voor de elektrische aandrijving drukken. Bijvoorbeeld als u van de stoel opstaat en de handbediende parkeerrem nicht ingeschakeld is.
- Druk op de startknop voor de hybride aandrijving (B) om de motor te starten.
Let op: U kunt de hybride aandrijving ook direct starten zonder ingeschakelde elektrische aandrijving indien het product stilstaat.
Het product voorverwarmen
Als het product in een koude omgeving worden opgeslagen, kan de interne temperatuur van de 48V-batterij te laag worden om het product correct te latent werken. Het is danoodzakelijk om een voorverwarmingsprocedure uit te voeren.
Als de interne temperatuur:tussen-15 ^ C en 0 ^ C ligt, kan het product met lage slelheid naar een geschikte locatie worden verplaatst voor de voorverwarmingsprocedure. Gebruik alleen de hybride modus. Als de interne temperatuur lager is dan -15°C, is het Niet mogelijk het product te verplaatsen of voor te verwarmen.

OPGELET: Voorverwarmen maakt gebruik van de dieselmotor en moet buiten of in een ruimte met voldoende luchtstroom worden uitgevoerd.
- Als de interne temperatuur van de 48V-accu lager is dan -15°C, wacht dan tot de temperatuur hoger is dan -15°C.
- Controller of het product op een geschikte locatie staat.
- Start het product.
- Zet de schakelaar voor het aftakastoerental op hoog toerental.
- Druk op de hybride knop om de hybride modus te starten en te beginnen met Voorverwarmen.
De Voorverwarming gaat door tot de interne temperatuur van de 48V-accu hoger is dan 0^ . Het display toont de status van het voorverwarmingsproces.
Let op: Gebruik het product Niet tijdens het voorverwarmingsproces.
Product stoppen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de handbediende parkeerrem in.
- Indien het maaidek ingeschakeld is, druk dan de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.

- Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen maar voren om het maidek�n de grond neer te lately.

- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand. De druk van het hydraulisch system worden afgelaten.

Let op: Om alleen de hybride aandrijving te stoppen, drukt u op de startknop voor de elektrische aandrijving.
- Draai de hoofdschakelaar van het 12V-elektrische systemeer aan OFF aan het einde van de werkzaamheden of wanner u onderhoud aan het product uitvoert.

Het product gebruiken
- Start het product. Zie Product starten op pagina 198.
- Ontgrendel de parkeerrem.

- Druk een van de rijpedalen voorzichtig in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruitrijden en pedaal (B) voorchyteruitrijden.

- Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te remmen, drukt u op het andere rijpedaal.
Een rijmodus selecteren
Het product heeft 3 beschikbare rijmodi (Comfort, Standaard en Dynamisch). De standardr rijmodus is af fabriek ingesteld. DeIRST geselecteerde rijmodus worden opgeslagen.
Let op: Het is nicht möglichk om een neue rijmodus te selecteren als u op de stoel zit.
- Blij aan de rechterkant van het product en zorg ervoor dat de OPC Niet is ingeschakeld. Zie Dodemansregeling (OPC) op pagina 170.
- Draai de contactsleutel maar de ON-stand.

- Houd de startknop voor de elektrische aandrijving ingedrukt. Na 10 seconden knippert de statusbalk van het accuniveau en status accuniveau %

- Blijf de startknop ingedrukt houden en draai de PTO-toerentaltschakelaar om de rijmodus te selecteren.

De status accuniveau geeft weeer welke rijmodus (A), (B) of (C) geselecteerd is.
(A) Comfortmodus: 0 - 30% .
(B) Standaardmodus: 0-60%.
(C) Dynamische modus: 0 - 90%

- Laat de startknop voor de elektrische aandrijving los.
Het maiadek neerlaten tot de zweefstand
-
Start de elektrische aandrijving. Zie Product starten op pagina 198.
-
Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen waar voren om het maaidek maar de zweefstand neer te latent.

- Start de hybride aandrijving. Zie Product starten op pagina 198.
- Trek de PTO-knopuit om de aandrijving op demessen van het maajdek in te schakelen.

Het maaidek heffen
- Start de elektrische aandrijving. Zie Product starten op pagina 198.
- Indien het maaidek ingeschakeld is, druk dan de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen

- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen\ haarachten om het maaidek op te heffen.

Het aftakastoerental selecteren
Draai de schakelaar voor het aftakastoerentalaar (A), (B) of (C).

(A) Laag toerental.
(B) Gereduceerd toerental.
(C) Hoog toerental.
Let op: Zie Technische gegevens op pagina 233 voor het aftakastoerental.
De bodemdruk van de hydraulische hefarmen afstellen
De hydraulische hefarmen haben een gasveer die helpt de bodemdruk vanaf het draaiwiel op het maaidek te verhogen of te verlagen.
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijden op pagina 193.
- Schakel de parkeerrem in.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen\ aar achefteren om de hydraulische hefarmen volledig\ op te heffen.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Om de bodemdruk te verhogen of te verlagen, verwijdert u de pen en de bout en beweegt u de gasveer maar een van de standen.

a) Gebruik stand (A) voor de laagste bodemdruk. Stand (A) worden bijvoorbeeld gebruikt wanner een maiadek aan het product is bevestigd.
b) Gebruik stand (B) of (C) voor een hogere bodemdruk.
c) Gebruik stand (D) om de gasveer uit te schakelen. Stand (D) worden bijvoorbeeld gebruikt wanner een sneeuwschuif aan het product is bevestigd.
De maaihoogte afstellen - Combi 155
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen\ aar achefteren om het maaidek volledig op te heffen.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Verwijder de knop voor de maaihoogte-instelling aan de zijkant van het maajdek.
- Zet de knop voor de maaihoogte-instelling in een van de gaten op de afstelplaat.

Let op: De maaihoogte worden aangegeven met de cijfers 1-7. Zie de onderstaande tabel.
| Nummer Maaihoogte, mm/inch |
| 1 30/1,2 |
| 2 40/1,6 |
| 3 52/2 |
| 4 64/2,5 |
| 5 76/2,3 |
| 6 93/3,7 |
| 7 112/4,4 |
- Draai de knop voor de maaihoogte-instelling vast.
-
Voer stap 5-7 UIT aan de andere kant van het maajdek.
-
Verwijder de borgpen op de afstelhendel voor de maaihoogte in de linkerbovenhoek van het maaidek.

- Duw de afstelhendel voor de maaihoogte maar beneden en trek de hendel horizontaal.
- Zet de hendel in het gat met hetzelfde nummer als op de afstelplaat.
Let op: Zorg ervoor dat hetzelfde nummer is geselecteerd op alle 3 afstelpunten.
- Bevestig de borgpen op de afstelhendel voor de maaihoogte.
- Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijing van het maaidek afstellen op pagina 222.
De maaihoogte afstellen - Combi 155 X
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen waar voren om het maidek maar de grond neer te lately.
- Zet de hulpvoedingschakelaar maar stand 1.
- Beweeg de hendel voor het hulpsystemeer aan voren enaarachteren om de maaihoogte in te stellen.

Let op: De geselecteerde maaihoogte worden weergegeven met de cijfers 1-7 op het maaidek. Zie de onderstaande tabel.
| Nummer Maaihoogte, mm/inch |
| 1 30/1,2 |
| 2 40/1,6 |
| 3 52/2 |
| 4 64/2,5 |
| 5 76/2,3 |
| 6 93/3,7 |
| 7 112/4,4 |
- Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijing van het maaidek afstellen op pagina 222
De maaihoogte afstellen - R180
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen\ haarachten om het maaidek volledig op te heffen.
- Draai de contactsleutel maar de STOP-stand.
- Verwijder de borgpen op de afstelhendel voor de maaihoogte.

- Zet de afstelhendel voor de maaihoogte omhoog en trek de hendel horizontaal.
Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte overeenkomt met welk getal.
| Num- mer | Afstandsringen, boven/onder | Maaihoogte, mm/ inch |
| 1 3xA+3x | B/0 30/1,2 | |
| 2 3xA+2x | B/1xB 40/1,6 | |
| 3 3xA+1x | B/2xB 50/2,0 | |
| 4 3xA/3xB | 60/2,4 | |
| 5 2xA/1xA | +3xB 75/3,0 | |
| 6 1xA/2xA | +3xB 90/3,5 |
- Bevestig de borgpen op de afstelhendel voor de maaihoogte.
- Houd het voorwiel met een hand vast en verwijder de borgpen met de andere hand.
- Beweeg de afstandsringen omhoog of omlaag, zie de onderstaande tabel. De afstandsringen hebben twee diktes: (A) is 15mm / 0,6 inch dik en (B) is 10 mm/0.4 inch dik.

- Bevestig de borgpen boven op het voorwiel.
- Voer stap 8-10 opniew uit met het tweede wie!
- Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijing van het maaidek afstellen op pagina 224.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het producte onderhonden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschemo op pagina 204.
Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren. - Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
Maai met een zo hoog möglichke rotatiesnelheid van de messen (voor het hoogst toegestane motortoerental, zie Technische gegevens op pagina 233). Rijd met lage snugelid met het product. Als het gris Niet te hoop en dik is, verkrijgt u ook bij hogere riisnelheid een goed resultaat.
Maai het gras in een onregelmatig patroon. - Voor het Beste maairesultaat maait u het gras regelmatinig en gebruikt u de BioClip®-functie.
Onderhoud
Inleiding

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
Onderhoudsschema
^* = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn nicht opgenomen in deze gebruikershandleiding.
X = Onderhouduitevoerendoode gebruiker.De instructieszijnopgenomeninde bedieningshandleiding.
O = Onderhoud uit te voeren door de serviceworkplaats. De instructies zich Niet opgenommen inDEXE gebruikershandleiding.
Let op: Als er meer dan een tijsinterval in de tabel staat vermeld, dan geldt de kortste interval uitsluitend voor de eerste onderhoudsbeurt.
| Onderhoud | Elke dag | We- ke- lijk's | Eer- ste 50 be- drijfs uren | Onderhoudsinterval in uren | ||
| 2004 | 20080 | |||||
| Controler of moeren en schroeven goed vastgedraaid+zijn.* | ||||||
| Controler op brandstof-, water- of olielekkage.* | ||||||
| Reinig het product. Zie Product reinigen op pagina 210. | X | |||||
| Controler of de veiligheidsvoorzieningen in orde+zijn. Zie Veilig- heidsvoorzieningen op het product op pagina 183. | X | |||||
| Smeer zoals aangegeven in de beknopte onderhoudsgids. Zie Be- knopte onderhoudsgids op pagina 206. | X | |||||
| Controler of de brandstoffleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd+zijn.17 | * | * | ||||
| Controler of de slangen voor het koelsystem en de koppelingen schoon en onbeschadigd+zijn. | * | * | ||||
| Inspecteer de 12 V'accu.* | ||||||
| Controler de elektrische aansluitingen en kabels. * * | ||||||
| Controler het pedaalstangenstelsel, stel dit af en smeer het. O | ||||||
| Inspecteer de remkabel en stel deze af. O | ||||||
| Controler of de koelluchtinlaat van het accukoelingssystemen nicht geblokkeerd is. | XX X | |||||
| Reinig het accukoelingssystem. XX | ||||||
| Controler de aansluitingen van de 48V-accu's. Controler of de 48V-accu's Niet loszitten. | * | * | ||||
| Controler het product en werk het bijহn de niewuste software. O | ||||||
| Onderhoud | Elke dag | We- ke- liks | Eer- ste 50 be- drijfs uren | Onderhoudsinterval in uren | ||
| 200 4 | 00 800 | |||||
| Controller de spanning van de PTO-riemen en controller de rie- men nicht versleten+zijn. | X | X | ||||
| Vervang de PTO-riemen. O | ||||||
| Hydraulisch systeme | ||||||
| Controller of de hydraulische slangen en de hydraulische koppelin-gen schoon en onbeschadigd+zijn. | * | * | ||||
| Controller het oliepeil in de tank van de hydraulische olie. X | ||||||
| Vervang het hydraulische-olieffilter. XX | ||||||
| Ververs de hydraulische olie. X | ||||||
| Motor | ||||||
| Controller of de koelluchtinlaat van de motor Niet geblokkeerd is.* | ||||||
| Controller het koelvloeistofpeil. * | ||||||
| Ververs de koelvloeistof. O | ||||||
| Controller het motoroliepeil. XX | ||||||
| Ververs de motorolie en verrang het olieffilter. XX | ||||||
| Maak het luchtfilter schoon. X | ||||||
| Vervang het luchtfilter. X | ||||||
| Vervang het primaire brandstofffilter en het voorfilter. X | ||||||
| Vervang de dynamorium. | O | |||||
| Maaidek | ||||||
| Reinig het maaiadek, onder de riemafdekkingen en onder het maai-dek. | X | |||||
| Inspecteer het maaiadek op beschadigingen. | X | |||||
| Inspecteer de messen in het maaiadek. Zie De messen inspecteren op pagina 220 en De messen inspecteren op pagina 222. | X | |||||
| Vervang de messen. | X | |||||
| Inspecteer de riem van het maaiadek op beschadigingen. | ** | |||||
| Vervang de riem van het maaiadek. | X | |||||
| Controller de olie en het oliepeil in de hoekoverbrenging. | * | |||||
| Ververs de olie in de hoekoverbrenging. | X | |||||
| Controller of het maaiadek correct is uitgelijnd. | XX | |||||
| Wienen en transmissies | ||||||
| Onderhoud | Elke dag | We- ke- lijk's | Eer- ste 50 be- drijfs uren | Onderhoudsinterval in uren | ||
| 200 40 | 0 800 | |||||
| Controleer de welmoenen en haal.Deze aan met het juiste aanhaal- moment (84 Nm). | * | * | ||||
| Controleer of de bandenspanning correct is (1,5 bar). X | ||||||
| Ververs de olie in de transmissies. O | ||||||
| Controleer de olie in de transmissies. Reinig de magnetische plug, indien van toepassing. | O | |||||
De onderhoudsindicator resetten
Let op: De onderhoudsindicator gaat branden na 50, 200, 400 en 800 uuR.
- Druk op de startknop voor de elektrische aandrijving.
- Trek de PTO-knopuit.
-
Activeer en deactiveer de handbebidiende parkeerrem tien keer binnen 30 seconden.
-
Zet het product stop op een vlakke ondergrond.
Beknopte onderhoudsgids
Beknopte onderhoudsgids - R180-maaidek
Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud

Vervang het filter

Ververs de olie

Visuèle inspectie of controle van het oliepeil

Smeer de smeernippel met vet

Smeer met olie
Overzicht voor smering

Controleer de staat en spanning van de aandrijfrem

Vervang de aandrijfrem

Messen verrangen

- Sturcylinder - voor
- Koppeling van de gelede sturinrichting
- Koppelsteun
-
Sturcilinder - acheter
5.Pedaalas,2 standen -
Hefarmen
- Lagerhuis
- Hefcylinder
Smering, algemene informatatie
- Verwijder de contactsleutel omijdens het smeren onbedoelde bewegingen te voorkomen.
- Gebruik motorolie bij het smeren met een oliekan.
- Gebruik bij het smeren met vet een chassis-of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig yet na het smeren.
- Smeer tweekee per week als u het product dagelijks gekruikt.
Vermijd het morsen van smeermiddel op de aanrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maar dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aanrijfrem en de poelie Niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, verrang dan de aanrijfrem.

OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfremte reinigen.
Kabels smeren
Smeer de twee uiteinden van de kabels en zet de bedieningselementen in de eindstanden.
- Breng na het smeren de rubberen mantels aan op de kabels.
Kabels met ommanteling moeten regelmatig worden gesmeerd om storing te voorkomen.
a) Verwijder de kabel en hang deze verticaal.
b) Smeer de kabel met dunne motorolie tot er onderaan olie begint af te druipen. Vervang de kabel als er onderaan geen olie afdruipt.
Let op: U kunt eenkleine plastic zak met olie vullen en de plastic zak met tape afdachten gegen de kabelmantel. Laat de kabel verticaal uit de zak hangen tot de volgende dag.
Het maaidek smeren
- Smeer de verbindingen en de lagers met motorolie.

Het maaidek smeren
- Neem de zichkap rechts weg.
- Smeer de verbindingen en de lagers met motorolie.

De parkeerremkabels smeren
- Verwijder de transmissiekap. Zie De transmissiekap verwijderen op pagina 213.
- Verwijder de rubberen mantel van de parkeerremkabels.
- Smeer het transmissiedeel van de kabel, achefter het linkervoorwiel, met motorolie.

- Smeer het transmissiedeel van de kabel, onder de transmissiekap, met motorolie.

- Trek drie keer aan de parkeerrem en smeer de parkeerremkabels opnieuw.
- Breng de transmissiekap aan.
De stoelrails smeren
- Zet de stoel maar voren.
- Smeer de stoelrails met motorolie.
- Zet de stoel maarachten en voer de procedure opnieuw UIT.
De sturcylinder smeren
De sturcilinder heeft twee smeernippels, eén aan elk uiteinde.
- Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.

De scharnierverbinding van de gelesteurinrichting smeren
- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting wonneer het product met alle wielen op de grond staat.

- Hef het product op om de druk in de gelede stuurinrichting af te lately. In de afbeelding ziet u waar u de steunen要去 plaatsen.


OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.
- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting opnieuw terwijl het product is opgetild.
- Laat het product zakken.
Product reinigen

WAARSCHUWING: Zet de contactsleutel in de STOP-stand en zet de hoofdschakelaar in de OFF-stand voordat u het product reinigt.

OPGELET: Gebruik geen
hogedrukspuit of stoornreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen
binnendringen en schade toebrengen aan het product.
Reinig het product na gebruik. Laat het product afkoelen voordat u het reinigt.
- Voordat u het product reinigt met een vochtige doek, moet u het product met een zachte borstel of perslucht schoonmaken. Verwijder gemaaid gras en vuil op en rondon de transmissie.
- Gebruik een vochtige doek om het product te reinigen. Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doek.
- Gebruik geen water of reinigingsmiddelen in de buurt van elektrische componenten of lagers. Vloeistoffen können schade toebrengen aan de elektrische componenten en lagers.
- Als u het maaidek wilt reinigen, zet het maaidek dan, indien möglichk, in de onderhoudsstand en spoel het met water af.
- Wanner het product schoon is, start het maaidek en LAST het gedurende korteijd ingeschakeld om resterend water af te yoeren.
De verbindingsstang smeren
- De verbindsstang heeft twee smeernippels, een aan elke kant. Smeer met een smeerpistool totdat er yet uitkomt.

De koelluchtinlaten reinigen

OPGELET: Reinig de koelluchtinlaten dagelijks of vaker indien nodig. Door een geblokkeerde koelluchtinaat kan het producte heet worden.
Koelluchtinlaat van het accukoelingssysteme renigen
Zorg dat het koelluchtinlaatrooster nicht geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachtbe borstel.

Koelluchtinlaat vanrechtzer zijkap reinigen
Zorg dat het koelluchtinaatrooster Niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zacht borstel.

Koelluchtinlaat van motor reinigen
Zorg dat het koelluchtinlaatrooster Niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachtbe borstel.

Accukoelingssysteme renigen
-
Verwijder de afdekking van het accukoelingssystem. Zie De afdekking van het accukoelingssystem verwijderen op pagina 212.
-
Gebruik perslucht om de koelribben en de filters aan de zijkanten van de afdekking te reinigen.
De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdempoer drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanner de uitlaatdempoer koud is.
De kappen verwijderen
De voorste afdekking van de stuurkolom verwijdersen en monteren
- Verwijder de twee schroeven en kantel de voorste afdekking van de stuurkolom�n arvoren.

- Koppel de draden los.

- Houd de voorste afdekking van de stuurkolom vertical en verwijder.Deze.

- Monteir in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De afdekking van het accukoelingssystem verwijderen
- Verwijder de twee schroeven en verwijder de afdekking.

Het onderhoudsluik verwijderen
- Draai de 2 schroeven 14 slag en verwijder het onderhoudsluik.

Het onderhoudsluik verwijderen
- Draai de twee schroeven 14 linksom om deze te openen.

- Trek het onderhoudsluik waar achteren om het los te make n van de haken.
De afdekking van de bedieningskast verwijdersen
- Draai de drie schroeven 14 linksom en verwijder de afdekking.

De rechter zijkap verwijdersen
- Verwijder de vijf schroeven en verwijder de zijkap.

De motorkap openen en verwijderen
-
Verwijder de rubberen banden aan de rechtter- en linkerkant van de motorkap.
-
Open de motorkap maarachten.

Let op: Maak de boute n los om de motorkap volledig te verwijderen.
- Kantel de stoel maar voren om volledig toegang te krijgen tot de motor.
De transmissiekap verwijderen
- Verwijder de schroeven.

- Til de transmissiekap op en verwijder.Deze.
De stoel maar voren kantelen
Trek de vergrendelingshendel omhoog en kantel de stoeel maar voren.

De onderhoudsstekker voor het 48Vsysteme verwijderen en aanbrengen
- Kantel de stoei maar voren. Zie De stoei maar voren kantelen op pagina 213.
- Draai de onderhoudsstekker linksom om deze te verwijderen.

- Breng de onderhoudsstekker op+zijnplaats aan en draai deze rechtsom om hem te monteren.

Gevaar! Er blijft spanning aanwezig op de accupolen wonneer de onderhoudsstekker is verwijderd.
De koplampen verrangen
- Verwijder het voorblad van de stuurkolom. Zie De voorste afdekking van de stuurkolom verwijdersen en monteren op pagina 212.
- Verwijder de 3 schroeven van de koplampen.

- Verwijder de koplampen.
- Monteir in omgeekerde volgorde van verwijderen.
Zekeringen
Een bladzekering verrangen
Een defecte bladzekering is te herkennen aan een doorgebrande zekeringsdraad.
- Trek de bladzekering uit de houder.
- Vervang de defecte bladzekering door een neue bladzekering van hetzelfde type.
Let op: Als een bladzekering binnen korteijd nadat u deze hebt verrangen, opnieuw doorbrandt, is er spreke van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gezruikt. Zoek hulp van een erkende serviceworkplaats.
Een opschoefbare zekering verrangen
Een defecte opschroefbare zekering is te herkennen aan een doorgebrande zekeringsdraad.
- Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen spanning aanwezig is voordat u de opschroefbare zekering aanraakt. Het aanraken van een opschroefbare zekering onder spanning kan leiden tot elektrische schokken en ernstig letsel.
- Verwijder de twee schroeven en de opschroefbare zekeringuit de houder.
- Vervang de defecte opschroefbare zekering door een neue opschroefbare zekering van hetzelfde type.
Let op: Als de opschroefbare zekering binnen korte tijd nadat u deze hebt verrangen, opnieuw doorbrandt, is er spreke van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende serviceworkplaats.
De zekeringen in de zekeringkast verrangen
Een defecte zekering worden aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad.
- Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijden op pagina 213.
- Verwijder de afdekking van de zekeringkast. Zie De afdekking van de bedieningskast verwijdenen op pagina 213.
- Trek de zekering uit de houder.
- Vervang de defecte zekering. Zie Een bladzekering verwangen op pagina 214.
- Monteer de afdekkingen.
De zekeringen van het 48V-elektrisch systemervangen
De zekeringen van het 48V-elektrisch systeme bevinden zich awhile het accukoelingssysteme.
- Verwijder de onderhoudsstekker. Zie De onderhoudsstekker voor het 48V-systeem verwijdenen en aanbrengen op pagina 214.
-
Verwijder de afdekking van het accukoelingssystem. Zie De afdekking van het accukoelingssystem verwijdenen op pagina 212.
-
Verwijder de twee schroeven aan de bovenkant van het accukoelingssystemen en kantel het systeme waar voren.

- Vervang de zekering. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 167en Een bladzekering verrangen op pagina 214.
- Monteer het accukoelingssystem en de afdekking in omgekeerde volgorde.
De zekeringen van het 12 V-elektrisch systeem verrangen
Dezekeringen bevinden zich aan de zijkant van de 12V-accu.
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen en verwijderen op pagina 213.
- Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
- Druk op de kliksluitingen aan weerszijden van het zekeringdeksel en trek het zekeringdeksel maar buiten.

- Vervang de zekering. Zie Een opschroefbare zekering verwangen op pagina 214.
- Monteir in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Het luchtfilter reinigen en verrangen

OPGELET: Start de motor nicht wanneer het luchtfilter is verwijderd.
-
Open de motorkap.
-
Maak de twee vergrendelingen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit.

- Verwijder het luchtfilterdeksel.
- Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

- Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een droge doek.
- Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig gegen een hard oppervlak. Vervang het luchtfilter als het Niet schoon wordt of als het is beschadigd.

OPGELET: Gebruik geen perslucht om het luchtfilter te reinigen.
- Plaats het luchtfilterpatroon in zijn oorspronkelijke positie in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.
- Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de deeltjesvanger maar beneden wijst.

Het motorolieil controlleren
- Parkeer het product op een vlikke ondergrund en schakel de motor uit.
- Open de motorkap.
- Maak de peilstok los en trek hem eruit.
- Veeg de olie van de peilstok.
- Plaats de peilstok in de opening van de peilstok.
- Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.
- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

- Als het oliepeil te laag is, vult u bij met motorolie en controleert u het oliepeil opnieuw.
Let op: Zie Technische gegevens op pagina 233 voor de aanbevolen motorolie. Meng nooit verzillende soorten olie door elkaar.
- Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en LAST die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controller het oliepeil nogmaals.
De motorolie en het olieffilter verwangen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minutes latent draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor nicht langer dan 1 tot 2 minuten draieren voordat u de motorolie aftapt. De motorolie worden zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de linkerkant van de motor.

- Verwijder de olieaftapplug.
- Verwijder de peilstok.
- Tap de olie af in de opvangbak.
- Breng een neue pakking aan op de olieaftapplug. Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.
- Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

- Smeer de rubberen aufdichting op het neue oliefilter in met een beetje verse motorolie.
- Om het neue oliefilter te bevestigen, draait u het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op+zijnplaats zit,waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
- Vul de motor met neue olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 233.
- Start de motor en LASTEZ geDUREnde drie minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en controller het olieffilter op lekkage.
- Controller het oliepeil.
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkted motorolie,zie Afvoeren op pagina 231.
De brandstoffilters verrangen
Het brandstofvoorfilter verrangen
Het brandstofvoorfilter bevindt zich onder de accubehuizing aan de linkerzijde van het product.

WAARSCHUWING: Trek
beschemende handschoenen aan om huidirritatie te voorkomen. Er kan brandstofuit het brandstofffilter op uw huid komen.
-
Verwijder de schroef van de klem die het brandstofvoorfilter op zijnplaats houdt.
-
Trek het brandstofffilter uit de klem.
- Draai de schroeven van de slangklemmen los.
- Gebruik een platte tang om de slangklemmen vanaf het brandstofvoorfilter te verwijderen.
- Trek het brandstofvoorfilter uit de slanguiteinden. Er bestaat een risico op een Klein brandstofflek.

- Zorg ervoor dat het neue brandstofvoorfilter in de juiste richting voor de brandstofstroom staat. Druk het neue brandstofffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeijaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofvoorfilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
- Duw de slangklemmen gegen het brandstofvoorfilter.

- Draai de schroeven van de slangklemmen vast en breng het brandstofvoorfilter aan in de klem.
Het papierfilter in het hoofdfilter verrangen
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen en verwijdenen op pagina 213.
- Verwijder het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen en verrangen op pagina 215.
- Sluit de brandstofklep (A).
-
Draai de borgmoer (B) een halve slag linksom en verwijder het filterhuis.
-
Verwijder het papierfilter.

- Plaats een neue papierfilter in het filterhuis.
- Draai de borgmoer een halve slag rechtsom om het filterhuis te bevestigen.
Het hydraulisch system
Het hydraulisch system schoon houden

WAARSCHUWING: Olie is schadelijk voor het milieu en lekkage kan het gazon beschadigen. Repareer olielekken onmiddelijk.
- Voordat u onderdelen van het hydraulisch systeme loskoppelt, moet u ervoor zorgen dat de onderdelen en het gebied eromheen schoon zijn.
- Gebruik schone containers voor het bijvullen vanijke we olie.
- Gebruik alleen zuivere olie die in een goed afgedichte houder is bewaard.
- Gebruik afgetapte olie nicht opniew.
- Houd u aan de in het onderhoudsschema voorgeschreven intervallen voor olieverversing en filterervanging. Zie Onderhoudsschema op pagina 204.
Zorg ervoor dat er geen vuil in het hydraulisch systeme terechtkomt. Deeltjes konnen slijtage, schade en storingen veroorzaken. Als er vuil in het systeme kommt, raken de filters verstopt en werken deze nicht goed.
Open het hydraulisch systeme alleen als dit nodig is.
Iedere keer dat het hydraulisch systeme worden geopend,
neemt het risico toe dat hierin vuilterechtkomt.
Het oliepeil in het hydraulische systeem controlleren
- Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijden op pagina 213
-
Neem de zijkap rechts weg. Zie De rechtzer zijkap verwijderen op pagina 213.
-
Controleer het oliepeil in het kijkglas. Het oliepeil要去 zich nabij de markings in het onderste gedeelte van het kijkglas bevinden.

- Als het oliepeil te laag is, moet hydraulische olie worden bijgevuld. Zie Het hydraulisch system vullen op pagina 218.
Het hydraulisch system vullen
- Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijden op pagina 213
- Neem de zijkap rechts weg. Zie De rechtzer zijkap verwijderen op pagina 213.
- Verwijder de zijslang (A)uit de koppeling.

- Zorg ervoor dat de opening in de koppeling gesloten is of bevestig een slang aan de koppeling en houd deze omhoog.
-
Open het deksel (B).
-
Gebruik een trechter om de hydraulische olie in de opening te gieten. Vul bij tot het peel aan de onderste rand van het kijkglas staat.

- Monteer het deksel, de zijslang en de afdekkingen in omgekeerde volgorde.
Het hydraulisch systeme aftappen
- Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijden op pagina 213
- Neem de zijkap rechts weg. Zie De rechtzer zijkap verwijderen op pagina 213.
- Open het deksel van het hydraulisch systeme. Zie Het hydraulisch systeme vullen op pagina 218.
- Verwijder de aftapplug en tap de hydraulische olie af.

- Monteer het deksel, de aftapplug en de afdekkingen in omgekeerde volgorde.
Het filter van de hydraulische olie verrangen
-
Tap het hydraulisch systemeaf.Zie Het hydraulisch systeme aftappen op pagina 218.
-
Draai het hydrauliekolieffilter linksom om dit te verwijdersen.

- Breng neue olie aan op de rubberen pakking van het neue oliefilter.
- Breng het neue hydrauliekoliefilter aan. Draai met de hand vast.
- Vul het hydraulisch systeme. Zie Het hydraulisch systeme vullen op pagina 218
De PTO-riemen afstellen
- Draai de borgmoer (A) los.
- Draai de stelschroef (B) vast tot de bus (C) nicht met de hand kan worden gedraaid.
- Houd de afstelschroef (B) vast en draai de borgmoer (A) vast.

Koelvloeistofpeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motoruit.
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen en verwijderen op pagina 213.
-
Open de koelvloeistofdop.
-
Controleer het koelvloeistofpeil. Vul de koelvloeistoftank indien nodig. Zie Technische gegevens op pagina 233.

- Controller het koelvloeistofpeil in de expansietank. Het peil要去 bij koude motor ter hoogte van de markering LOW staan.

Bandenspanning
Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233voor de juiste bandenspanning.

Maaidek - C132, C155
Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
- Voer de procedure in Het maaidek verwijdenen op pagina 193uit, maar koppel de hefarmen Niet los.
- Verwijder de servicebeugel vanaf het maaidek.


de servicebeugel en de veiligheidsbanden wonneer het maaidek in de onderhoudsstand staat. Het nicht juist gebruiken van de servicebeugel of veiligheidsbanden kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben.
- Bevestig de servicebeugel aan het rode bevestigingspunt onder de bodemplaat.

- Trek aan de pen aan het andere uiteinde van de servicebeugel. Bevestig de servicebeugel aan de rode marketing op de pijp op het maaidek.

-
Start de motor.
-
Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen\ aar achteren om het maaidek volledig te heffen.
- Bevestig een uiteinde van de veiligheidsbanden rondon de pijp naast de stuurkolom (A).

- Bevestig het andere uiteinde van de veiligheidsband rondon de draaiwielen van het maaidek (B).
- Volg de instructies in de omgeekerde volgorde om het maaidek in de maa手持 teplaatsen.
De BioClip®-plug verwijderen en bevestigen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Verwijder de drie schroeven die de BioClip 假 -plug op zichplaats houden en verwijder de plug.

- Breng drie M8x15 mm schroeven aan in de schroefopeningen voor de BioClip®-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.
- Zet het maaidek in de maaistand.
- Bevestig de BioClip -plug in omgekeerde volgorde.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen{kennen schade aan het product veroorzaken.Vervang beschadigde messen.Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende serviceworkplaats.
-
Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
-
Controller de messen visuel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment van (8.15-8.56 kpm / 59-62 Ibft) 80-84 Nm.
Messen verrangen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Zet het mes vast met een houten blok (A).

- Draai de bout (B) van het mes los en verwijder de bout samen met de sluitingen (C) en het mes (D).
- Monteer het neue met met de schuine uiteinden in de richting van het maiadek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan erto leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letselveroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 233.
- Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de bout vast met een aanhaalmoment van (8.15-8.56 km / 59-62 lbft) 80-84 Nm.
Het oliepeil controlleren in de hoekoverbrenging van het maaidek
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
-
Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
-
Breng een schone metalen stang aan in het tandwielhuis. De metalen stang要去 minimaal 100 mm lang en maximaal 3 mm in diameter�n.

- Laat de metalen stang aan de onderkant van het tandwiehuis zakken.
- Trek de metalen stang maar buiten en lees het oliepeil af.
- Meet het deel van de metalen stang waar olie op zit.
Er moet olie op 15 mm van de metalen stang zitten. - Vul met versnellingsbakolie indien het oliepeil\ minder is dan 15 mm van de metalen stang.\ Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233\ voor aanbevolen olie.
Olie verrangen in de hoekoverbrenging van het maardek
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 193.
- Zet het maaidek op de voorkant en tap de olie af via de olievulplug.
- Laat de olie in een container lopen.
- Vul de motor met 80 ml neue hydraulische olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 233.
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
- Controller de bandenspanning. Zie Bandenspanning op pagina 219.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Zet de maaihoogtehendel in de middelste stand.
- Meet de afstand:tussen de bodem en de voorste en awhilet rand van het maaidek.
a) Combi 155要去 worden gemeten in twee gebieden. Zorg dat de achechterkant 6 - 9mm (1/4 -1/8 inch) hoger is dan de voorkant.

b) Combi 155 X要去 worden gemeten in vier gebieden. Zorg dat de achechterkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen
- Draai aan de geleidingsstang om deze langer of korter te make. Maak de geleidingsstang langer om dechterkant van het voorblad omhoog te zetten. Maak de geleidingsstang korter om dechterkant van het voorblad omlaag te zetten.

- Draai de moeren op de geleidingsstang vast.
- Controller de uitlijing. Zie Controlleren of het maiadek correct is uitgelijnd op pagina 221.
- Bevestig de voorste afdekking.
De riem op het maiadek verrangen
- Verwijder de drie schroeven waarmee de riemafdekking is bevestigd.
- Verwijder de riemafdekking.
- Bevestig de servicebeugel aan de spanveer.
- Druk op de servicebeugel en verwijder de riem.

- Bevestig de riem rond de poelies zoals afgebeeld.

Maaidek - R180
De messen inspecteren

WAARSCHUWING:
Beschadigde of onjuist
gebalanceerde messen{kunnen
schade aan het product
veroorzaken. Vervang beschadigde
messen. Laat botte messen slijpen
en balanceren door een erkende
serviceworkplaats.
- Controller de messen visuel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.
- Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment van 125 Nm (12,75 km / 92 lbft).
Messen verrangen
- Zet het mes vast met een houten blok (A).

- Verwijder de bout (B), de onderlegringen (C) en het mes (D).
- Monteer het neue mes met de schuine uiteinden in de richting van het maiadek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letselveroorzaken. Gebruik alleen goedgekeurde messen. Zie Technische gegevens op pagina 233.
- Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de bout vast met een aanhaalmoment van 125 Nm (12,75 kpm / 92 Ibft).
Het oliepeil controlleren in de hoekoverbrenging van het maaidek
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Laat het maaidek zakken tot in de zweefstand.
- Controller het oliepeil in het kijkglas van de hoekoverbrenging. Het oliepeil moet zich nabij de markingsering in het midden van het kijkglas bevinden.
- Als het oliepeil te laag is, vult u olie bij tot het midden van het kijkglas. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233 voor de juiste olie.
Olie verrangen in de hoekoverbrenging van het maaidek
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 193.
-
Verwijder het kijkglas.
-
Tap de olie af. Gebruik een afzuinstallatie met een kunststof slang. Zorg ervoor dat de kunststof slang de olie aan de onderzijde van de hoekoverbrenging opvangt.

Controleren of het maaidek correct is uittgelijnd
- Controller de bandenspanning. Zie Bandenspanning op pagina 219.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Laat het maaidek zakken tot in de zweefstand.
- Zet de afstelhendel voor de maaihoogte in de middelste stand.
- Meet de afstand:tussen de bodem en de voorste en achterste rand van het maaidek.De afstand wordt gemeten in twee gebieden.Zorg dat de acheerkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen
- Draai de borgmoer los.

- Draai aan de geleidingsstang om deze langer of korter te makeen. Maak de geleidingsstang langer om dechterkant van het voorblad omhoog te zetten. Maak de geleidingsstang korter om dechterkant van het voorblad omlaag te zetten.
- Draai de borgmoer vast.
- Controller de uitlijing. Zie Controlleren of het maiadek correct is uitgelijnd op pagina 223.
De riem op het maaidek verrangen

werkzaamheden aan de riemuit als de voeding uitgeschakeld en de aandrijfas verwijderd is.

WAARSCHUWING: Draag
oogbescherming wonneer u werk uitvoert aan het maaidek. De spanveer van de riem kan breken, wat tot letsel kan leiden.
- Verwijder de riemafdekkingen.
- Draai de moer waar de riemspanveer los.

-
Verwijder de riem.
-
Bevestig de riem rondon de poelies zoals afgebeeld.

- Haal de moer aan tot de riem de juiste spanning heeft.

De 12V-accu opladen
Laad de accu op als deze te zwak is om de motor te starten, enijdens opslag van het product.
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen en verwijdersen op pagina 213.
- Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
- Maak de twee schroevenaar de luchtfilterhouser los. Leg de luchtfilterhouser en het luchtfilter opzij.

- Verwijder de negatieve kabel van de accu.
- Verwijder de positieve kabel van de accu.
- Gebruik een standardacculader om de accu op te laden.
- Monteer de kabels en luchtfilterhouser in omgekeerde volgorde.
De 12V-accu verrangen
- Koppel de accu los. Zie De 12V-accu opladen op pagina 224
-
Verwijder de 2 schroeven van de accuholder.
-
Til de accuhouder omhoog en verwijder de accu.
- Vervang de accu door een accu van hetzelfde type endezelfde spanning.
- Monteer de accu, de accu holder en het luchtfilter in omgekeerde volgorde.
Probleemoplossing
Probleemoplossing
Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem Aunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
| Probleem Oorzaak | |
| U kurz het product starten, maar u kurz het nicht bedieren. | De temperatuur in de 48V-accu's is lager dan 0 °C/32 °F. |
| De startmotor letz de motor nicht aanslaan. | De hoofdschakelaar staat in de OFF-stand. |
| De PTO-knop is geactiveerd. | |
| De parkeerrem is Niet ingeschakeld. Zie De parkeerrem inschakelen en uitscha-ken op pagina 197. | |
| De hoofdzekering is doorgebrand. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 167. | |
| De contactsleutel is defect. | |
| Slecht contactussen de kabel en de accu. | |
| De accu is te zwak. Zie De 12V-accu verrangen op pagina 225. | |
| De startmotor is defect. | |
| De OPC-sensor is defect of de bestuurder zit nicht op de stool. | |
| De motor start nicht wanner de startmotor de motor draait. | Geen brandstof in de brandstoffank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 196. |
| Het brandstofffilter is verstopt. | |
| Voorverwarming is te kort of defect. | |
| Er is lucht in het brandstofsystemeem. | |
| Er kommt geen brandstof in de brandstoffverstuivers. | |
| De motor is defect. |
| Probleem Oorzaak | ||
| De motor loopt nicht soepel. Het brandstofffilter is verstocht. Zie De brandstofffilters verwangen op pagina 216. | Het luchtfilter is verstocht. Zie Het luchtfilter reinigen en verwangen op pagina 215 | |
| De ontluchting van de brandstoffank is geblokkeerd. | ||
| De brandstoffdruk is te laag. | ||
| De brandstoffinspuitleiding zit los. | ||
| Er is water in de brandstof. | ||
| De motor is defect. | ||
| Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoffank. | ||
| De brandstoffverstuiver is defect. | ||
| De brandstoffinspuitpomp is defect. | ||
| De brandstoffpomp is defect. | ||
| De motor is te heet. De koellucht | aar of de koelvinnen zijn geblokkeerd. | |
| De motor worden overbelast. | ||
| Het koelvloeistofpeil is te laag. | ||
| Het motoroliepeil is te laag. | ||
| Het product geeft zwarte rook af. Debrandstoffverstuiver is defect. | Debrandstoffverstuiver is defect. | |
| Debrandstoffinspuitpomp is defect. | ||
| Het luchtfilter is verstocht. Zie Het luchtfilter reinigen en verwangen op pagina 215. | ||
| Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoffank. | ||
| Het product geeft blauwe rook af. Demotoroliepeil is te hoog. | Het motoroliepeil is te hoog. | |
| De motor is defect. | ||
| Het product geeft witte rook af. Decilinder in de motor is defect. | cilinder in de motor is defect. | |
| Koelwater stroomt de verbrandingskamer binnen. | ||
| De motor heeft schijnbaar geen vermogen. | Het luchtfilter is verstocht. Zie Het luchtfilter reinigen en verwangen op pagina 215 | |
| Het brandstofffilter is verstocht. Zie De brandstoff filters verwangen op pagina 216. | ||
| Er is lucht in het brandstofsysteme. | ||
| Debrandstoffdruk is te laag. | ||
| Debrandstoffpomp is defect. | ||
| Debrandstoffinspuitpomp is nicht gesynchroniseerd. | ||
| De motor is defect. | ||
| De 12V-accu kan nicht worden op-geladen. | De 12V-accu is defect. Neem contact op met uw erkende Husqvarna-service-werkplaats. | |
| De verbinding bij de kabelconnectors op de 12V-accupolen is nicht in orde. | ||
| De DC/DC-oblader is defect. | ||
| De 12V-dynamo is defect | ||
| Het product trilt. De messen zitten | los. Zie De messen inspecteren op pagina 220. | |
| Eén ofeer messen+zijn Niet goed uitgebalanceerd. Zie Messen verrangen op pagina 221. | ||
| De motor zit los. | ||
| De hoekoverbrenging is los. | ||
| Er bevindt zich een voorwerp in de riempoelie van de aftakas. | ||
| De motor is defect. | ||
| De aandrijfas is defect. | ||
| De trillingsdempers en/of rubberen connectors+zijn versleten. | ||
| Het maairesultaat is onvoldoen-de. | De messen+zijn bot of beschadigd. Zie Messen verrangen op pagina 221. | |
| Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 203. | ||
| Het maaidek staat Niet parallel ten opzichte van de grond. Zie Controlleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 221 en Controlleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 223. | ||
| Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 210. | ||
| De bandenspanning:tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Zie Bandenspanning op pagina 219. | ||
| De draaiende wielen hebben een andere bandenspanning aan de rechter- en linkerkant. Zie Technische gegevens op pagina 233. | ||
| Het product wordt bediend met een te hoog toerental. Zie Een goed maairesul-taat verwrijgen op pagina 203. | ||
| Het mortortoerental is te laag. Zie Technische gegevens op pagina 233 | ||
| De riemspanning is nicht correct. | ||
| De 48V-accu's kunnen nicht wor-den opgeladen. | De accutemperatuur is lager dan 0 °C. | |
| De voeding is Niet correct aangesloten. | ||
| De connectors van de voeding+zijn vuil of beschadigd. | ||
| De 48V-accu's+zijn te heet. Het accukoelingssystem is vuil. Zie Accukoelingssysteme reinigen op pagina 211. | ||
| De koelventilator van de accu is defect. | ||
| De accu's zijn vuil. | ||
Display - Probleemoplossing
| Symbool Naam | Wordt weergege-ven op het dis-play | Oorzaak / Actie | |
| ! | Kritieke fouf Het symbool en de informatietekst worden weerge-geven. | Druk op de informatieknop om het menu van de pro-bleemoplosing te openen. Als er een storing in de par-keerrem is, controleert u de kabel van de elektrische parkeerrem. Zie De elektrische parkeerrem controlleder op pagina 187.Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer indien het probleem aanhoudt. | Rijd het product maar waar u veilig kutpend parkeren. Druk op de informatieknop om het menu van de probleemop-lossing te openen. Als dit geen actie toont, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer. |
| i | Rijd het product maar waar u veilig kutpend parkeren. Druk op de informatieknop om het menu van de probleem-oplossing te openen. Als de hydraulische besturingseen-heid oververhit is, reinig dan de luchtinlaat en wacht tot-dat de besturingseenheid is afgekoeld. | ||
| Motor te heet | Het symbool wordt weergege-ven. | De motortemperatuur is te hoog.Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
| Oliedruk laag | Het symbool wordt weergege-ven. | De oliedruk is laag. Gebruik het product Niet en neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer. | |
| Indicator dyna-mostoring | Het symbool is geel. | De 48V-dynamo is te heet. | |
| Het symbool is rood. | De 48V-dynamo heeft een storing. | ||
| Hybride modusuitgeschakeld | Het symbool wordt weergege-ven. | Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer. | |
| Laadniveau-indi-cator 12V-accu | Het symbool wordt weergege-ven. | Lage spanning. Zie De 12V-accu opladen op pagina 224. | |
| Laadniveau-indi-cator 48V-accu's | Het symbool is wit. | De accuspanning bevindt zich binnen het juiste bereik. | |
| Het symbool is geel. | De accuspanning is laag. | ||
| Het symbool is rood. | De accu's zij leeg. | ||
| Indicator accu-temperatuur | Het symbool wordt weergege-ven. | De 48V-accu's zijn te koud. | |
| Voorverwarming van de accu | Het symbool wordt weergege-ven. | Voorverwarming van 48V-accu's is actief. | |
| 48V-accu's+zijn overladen | Het symbool wordt weergege-ven. | De 48V-accu's+zijn volledig opgeladen en er wordt geen ladingmeer geaccepteerd. Bijvoorbeeld wanner u een helling afrijdt wanner de 48V-accu's volledig+zijn opge-laden. Start de hybride aandrijving om het niveau van de accu's te verlagen. | |
| Reserve 48V-ac-cu's | Het symbool wordt weergege-ven. | De hybride modus isuitgeschakeld en de reserve van de 48V-accu's wordt gebruikt (<20%). De 48V-accu's kun-nen alleen worden opgeladen met de voeding. Gebruik het product Niet en neem contact op met uw Husqvarna-servicedaler indien dit symbool wordt weergegeven. | |
| Indicator PTO-knop | Het symbool wordt weergege-ven. | De PTO-knop is geactiveerd. Zie PTO-knop (aftakas) op pagina 170. | |
| Het symbool is geel. | Onjuiste start-of stopprocedure. Zie Product stoppen op pagina 199. | ||
| Indicator PTO-knop | Het symbool wordt weergege-ven. | De PTO-knop is ingeschakeld, maar er is geen aandrij-vingaar de messen of andere apparatuur. Zie PTO-knop (aftakas) op pagina 170. | |
| Indicator parkeer-rem | Het symbool wordt (rood) weergegeven. | De handbediende parkeerrem is ingeschakeld. | |
| Indicator OPC | Het symbool is geel. | De dodemensregeling (OPC) is geactiveerd. Bijvoor-beeld als de bestuurder van de stool opstaat. Zie Dode-mansregeling (OPC) op pagina 170. | |
| Het symbool is rood. | De microschakelaar van de stool en de PTO-knop+zijn ingeschakeld. De aanrijvingaar de messen of andere apparatuur stopt automatisch. Zie Veiligheidscircuit op pagina 185. | ||
| Onderhoudsindi-cator | Het symbool wordt weergege-ven. | Onderhoud is nodig. Neem contact op met uw Husqvar-na-servicedealer. | |
| Brandstofniveau | Het symbool is wit. | Het brandstofpeil bevindt zich in het juiste bereik. | |
| Het symbool is geel. | Het brandstofpeil is te laag. | ||
| Het symbool is rood. | De brandstoftank is leeg. | ||
| Bluetooth® | Het symbool wordt weergege-ven. | Er is een Bluetooth®-apparaat aangesloten op het pro-duct. |
Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display+kunnen verschillend+zijn,afhankelijk van het model.
Vervoer, opslag en verwerking
- De meegeleverde 48V-accu's voldoen aan de vereisten van de wetgeving inzake gevaarlijke goederen.
- Neem de bijzondere voorschriften in acht voor verpakking en labels voor commercieel transport door derden en expediteurs.
- Neem contact op met een persoon die gespecialiseerd is op het gebied van gevaarlijke stoffen voordat u het product verzendt. Neem alle van toepassing zijnde nationale voorschriften in acht.
- Breng tape aan op blootligende aansluitingen wanner u de accu in een pakket plaatst. Plaats de accu in een nauwsluitende verpakking om beweging te voorkomen.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger
Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over verilgheid te lezen en hebben begrepen. Zie Transportveiligheid op pagina 190.

WAARSCHUWING: De parkeerrem is nicht voldoende om het productijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte.
Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier weltblokken.
- Plaats het product in het midden van de laadruimte.


WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.
- Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger worden gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

- Schakel de parkeerrem in.
- Verlaag het maidek tot de zweefstand.
- Verwijder alle losse voorwerpen.
- Bevestig de eerste sjorband via het frame van dechterste transmissie.

- Bevestig de tweede sjorband via het frame van dechterste transmissie.
- Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.
-
Maak de sjorbanden maar achteren vast om het product vast te zetten op de laadruimte.
-
Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.

- Bevestig de vierde sjorband aan het andere transporteog.
- Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
- Maak de sjorbandaar voren vast om het product vast te zetten op het laadgebied.
- Plaats de wielblokken voor enchter de hinterwielen.

Het product slepen
Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor要去 automatische parkeerrem uitgeschakeld zich. Speciaal servicegereedschap is nodig om de automatische parkeerrem uit te schaken.

OPGELET: Sleep het product Niet met een snelheid hoger dan 6km / h Sleep het product Niet langer dan nodig is.
- Neem contact op met uw servicewerkplaats om toegang te krijgen tot het speciale servicegereedschap dat nodig is om de automatische parkeerrem uit te schakelen.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product voorafgaand aan opslag afkoelen.
Zet de hoofdschakelaar in de stand OFF.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 210. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspector het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Laad de accu's (12V-accu en 48V-accu's) voorafgaand aan opslag volledig op. Zorg ervoor dat de accu's voor 50% of meer geladen zich gedurende deijd dat het product is opgeslagen.
Let op: De 48V-accu's in het product gaan in de slaapstand wanner het product worden opgeslagen.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en essen.
- Bewaar het product in een schone droge ruimte.
Plaats een beschemkap op het product.
Let op: Bij uw dealer is een hoes voor bescherming van uw productijdens opslag of transport verkrijgbaar.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde Personen teverhinderen.
- Bewaar het product en de voeding in een droge en vorstvrijne ruimte.
- Als u van plan bent het product op een later moment te gebruiken, bewaar het dan op eenplaats waar de omgevingstemperatuur+tussen 0^ / 32^ en 50 ^ C / 122^ ligt. Als u Niet van plan bent het product te gebruiken, kunt u het bewaren op eenplaats waar de omgevingstemperatuur+tussen -20 ^ C / - 4 F en 50 ^ C / 122^ ligt.
- Houd het product uit het zonlicht.
- Bewaar het product Niet opplaatsen waar zich staatische elektricitieit kan voordoen.
Afvoeren
Chemicalien kann gevaarlijk zijn en mogen nicht worden in de bodem worden geloosd. Voer gebruekte chemicalien afaar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wonneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, vet en accu's können negatieve gevolgen hebben voor het milieu. Neem deplaatselijk geldende wet- en regelgeving voor afvoerig in acht.
- Geef de accu's Niet mee met het gewone huishoudelijk afval.
- Lever de accu's in bij een Husqvarna-serviceworkplaats of bij een bedrijf dat gebruekte accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| P 535HX | |
| Afmetingen Zie | Productafmetingen op pagina 237. |
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg 790 | |
| Bandenmaat 20x10-10 | |
| Bandenspanning, kPa/bar/PSI 150/1.5/22 | |
| Max. helling, graden 10 | |
| Motor | |
| Merk/Model Kubota D1105 | |
| Nominal motorvermogen, kW bij 3000 tspm 18 | 17,8 |
| Cylinderinhoud, cm3 | 1123 |
| Max. mortoerental, omw/min 3100 | |
| Max. toerental vooruit (PTO-knop ingedrukt), km/h 13 | |
| Max. toerental achteruit (PTO-knop ingedrukt), km/h 9 | |
| Max. toerental vooruit (PTO-knop losgelaten), km/h 19 | |
| Max. toerental achteruit (PTO-knop losgelaten), km/h 13 | |
| Dieselbrandstof, min. octaangetal19 | 45 / HVO100 |
| Tankinhoud tot max. brandstofpeil, I 22 | |
| Olie, API-klasse CF-4 of hoger Klasse SAE10W-40 | 20 |
| Olievolume incl. filter, I 3,3 | |
| Olievolume excl. filter, I 3 | |
| Startmotor Elektrische start, 12 V | |
| Koelsystem | |
| Koelsystem Capacityit, I | 4,1 |
| Antivries | 50% propyleenglycol |
| Hydraulisch system | |
| Werkdruk, bar | 110-130 |
| Max. oliestroom, l/min. 7,8 | |
| Inhoud hydraulische tank, l 4 | |
| Inhoud hydraulisch system, l 4,6 | |
| Hydrauliekolie UTTO SAE 10W-30 / SAE 80 | |
| Transmissie | |
| Merk Benevelli | |
| Model TX2 | |
| Transmissieolie UTTO SAE 10W-30 / SAE 80 | |
| Oliecapaciteit voor, totaal, l 0,5 | |
| Oliecapaciteit zichter, totaal, l 0,5 | |
| Elektrisch system, 12 V | |
| Type 12 V, negatif geaard | |
| Accu 12 V, 60 Ah, AGM-type | |
| Hoofdzekering, type Mega OTO 150 A | |
| Zekering voor voedingsaansluiting, type Midi OTO 50 | |
| Elektrisch system, 48 V | |
| Accu 50,4 V (nominaal), 2x35 Ah, Li-ion-ty- | pe |
| Dynamo, piek/continuvermogen, kW 9,5/4,5 | |
| Aandrijfmotoren, piek/continuvermogen, kW 9,5/4,5 | |
| Lampen | |
| Koplamp Led, 1200 lm | |
| Werklampen Led, 550 lm | |
| Maaidek | |
| Aftakastroerental, tsp, laag/gereducerd/hoog 1600/2100/2500 | |
| Type Combi 132 | |
| Combi 132 X | |
| Combi 155 | |
| Combi 155 X | |
| R180 | |
| P 535HX Combi 132 Combi 132 | X Combi 155 Co | mbi 155 X R180 | |||
| Geluidsemissies 21 | |||||
| Geluidsvermogenniveau, ge-meten dB(A) | 104 104 103 103 | 3 103 | |||
| Geluidsvermogenniveau, gega-randeerd dB(A) | 105 105 104 104 | 4 104 | |||
| Geluidsniveaus 22 | |||||
| Geluidsdrukniveau bij hetoor van de gebruiker, dB(A) | 90 90 90 90 90 | ||||
| Trillingsniveau 23 | |||||
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s2 | 1,5 1,5 1,2 1,2 | 1,4 | |||
| Trillingsniveau in stoel, m/s2 | 0,1 0,1 0,1 0,1 | 0,1 | |||
| Maaidek Combi 132 Combi 132 | X Combi 155 Combi 155 X R180 | |||
| Maaibreedte, mm 1320 1320 155 | 0 1550 1800 | |||
| Maaihoogte, mm 30-112, 7 | standen | 30-112, 7 standen | 30-112, 7 standen | 30-112 30-90, 6 stan-den |
| Breedte, mm 1400 1400 1631 16 | 31 1870 | |||
| Gewicht, kg 138 148 155 163 250 | ||||
| Lengte, mm 490 490 563 563 13 | 35 | |||
| Mes | ||||
| Artikelnummer 5861988-10 5861 | 988-10 5861989 | -10 5861989-10 | 5994215-01 | |

WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat Niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objcten
veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding.
Radiofrequentegegevens
| P 535HX | |
| Frequentiebereik, MHz 2402-2480 | |
| Uitgangsvermögen24, dBm -1.5 |



| Afmetingen, mm P 535HX | |||||||
| A | 1337 | E | 166 | J | 250 | N | 1157 |
| B | 503 | F | 410 | K | 2038 | P | 134 |
| C | 645 | G | 384 | L | 35° | R | 846 |
| D | 1060 | H | 2089 | M | 922 | S | 1081 |
Aanbevolen maidekken en andere apparatuur
Raadpleeg Technische gegevens op pagina 233 voor informatie over verkrijgbare maaidekken voor dit product. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over verkrijgbare maaidekken of andere apparatuur.
Accessoires
Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies.
Service
Laat uw product Jaarliks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het productijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De Bestearend voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanner u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik alkijd originele reserveonderdelen.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN,
tel.: +46 36 146500, verklaren onder unsere
Alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type/model P 535HX | |
| Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder | |
voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en
-regelgeving:
| Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2014/53/EU "beteffende radioapparatuur" | |
| 2000/14/EG "beteffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2011/65/EU "inzake beperking vanhet gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" |
en dat de volgende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn toegepast;
EN ISO 12100:2010
EN ISO 13849-1:2015
EN ISO 5395-1:2013 + A1:2018
EN ISO 5395-3:2013+A1:2017+A2:2018
ENETSI300328V.2.2.2
ETSI EN 301 489-1 V2.2.3
ETSI EN 301 489-17 V3.2.4
ENIEC61000-6-4:2019
ENIEC61000-6-2:2019
ENIEC 63000:2018
Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå
van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI.
Voor informatatie over geluidsemissies, wie Technische gegevens op pagina 233.
Huskvarna, 2022-11-14

Claes Losdal
Verantwoordelijk voor technische documentatie

Geregistreerde handelsmerken
Het Bluetooth®-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zich van Bluetooth SIG, inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaat onder licentie.
VSEBINA
Uvod. 241
Varnost. 251
Montaza. 266
Delovanje. 270
Vzdrzevanje 279
Originele instructies
Izirna navodila