Z 448 - Elektrische grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Z 448 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Z 448 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Z 448 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Z 448 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Z 448 HUSQVARNA
NL. .Gebruikshandleiding 234





Instruction manual
Lees deze instructies aandachtig en zorg dat u ze begrijpt voordat u deze machine gebruikt.

WAARSCHUWING! Wees altijd
voorzichtig bij het gebruik van de machine;
wonneer u dat Niet doet,{kunnen de gebruiker of andere personen ernstig letsel oplopen.De eigenaar要去these instructies begrijpen en ervoor zorgen dat de maaier alleen bediend wordt door bevoegde personen die deze instructies begrijpen.
Elke persoon die de maaier bedient,要去 gezond van lichaam en geest+zijn en mag nicht onder de invloed van verdovende middelen zijn.

WAARSCHUWING! Het
kantelbeveiligingssystem kan verzwakt raken door beschadigingen als de maaier is gekanteld of als er wijzigingen aan het Kantelbeveiligingssystem een aangebracht. In dergelijkke geallen MOET de complete constructie worden verrangen.

WAARSCHUWING! De uitlaatgassen
van de motor, sommige bestanddelen
daarin en bepaalde voertuigonderdelen
kunnen chemicalien bevatten of
uitstoten waarvan door de Staat van
Californie worden aangenomen dat ze
kanker, geboorteafwijkingen en andere
beschadigingen van het voortplantingssysteme
veroorzaken.

klemmen en gerelateerde accessoires
bevatten lood en loodverbindingen,
chemicalien waarvan door de Staat van
Californie worden aangenomen dat ze
kanker, geboorteafwijkingen en andere
beschadigingen van het voortplantingssysteme
veroorzaken. Reinig uw handen na
werkzaamheden.

WAARSCHUWING! De uitlaatgassen
van de motor en bepaalde voertuigonderdelen\ kunnen chemicaliën bevatten of uitstoten\ haarvan worden aangenomen dat ze\ kanker, geboorteafwijkingen en andere\ beschadigingen van het voortplantingssysteme\ veroorzaken. De uitlaatgassen van de motor\ bevatten koolmonoxide, een geurloos,\ kleurloos en giftig gas. Gebruik de machine\ niet in afgesloten ruimtes.

gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u de machine gaat gebruiken.

maximaal 10% ethanol (E10) mag in deze machine worden gebruikt. Wanner benzine met meer dan 10% ethanol (E10) worden gebruikt, kommt de garantie te verversen.
Wanner dit product is versleten en nicht langer worden gebruikt, brengt u het terug maar de verkoper of een andere instantie om te worden gerecycled.
Voor het doorvoeren van verbeteringen kuren specificaties en ontwerpen worden gewijzigd zonder nadere kennisgeving.
Gebruik bij reparaties uitsluitend originele onderdelen. Bij het gebruik van andere onderdelen verralt de garantie.
Wijzig de machine Niet en installer geen nichtstandaard apparatuur op de machine zonder toestemming van de fabrikant. Wijzigingen aan de machine+kennen het gebruik ervan onveilig make n of de machine beschadigen.
INHOU
INLEIDING 203
Rijden en transport op openbare wegen . 203
Slepen 203
Gebruik 203
SYMBOLENPLAAT
VEILIGHEID 206
Bescherming van kinderen 206
Persoonlijke beschermingsmiddelen 207
Gebruik op hellingen 207
Veilige hantering van benzine. 208
Transport 209
Slepen 210
Vonkenvanger. 210
Kantelbeveiligingsystem 210
BEDIENINGSELEMENTEN 212
Besturingshendels 213
Gashendel 213
Contactschakelaar 213
Chokehendel 214
Messchakelaar 214
Onderhoudsmeter. 214
Afstelhendel voor stoel 214
(Alleen geldig voor de Z400X) 214
Brandstofafsluiter 214
Zekeringen 214
Tracking 215
Maaihoogtepedaal 215
Hydro-ontgrendelhendels 215
Brandstoffank 215
BEDIENING 217
Opleiding 217
Werken op heuvels 219
De machine met de hand verplaatsen.....220
ONDERHOUD 221
Accu 223
Veiligheidssysteme 224
Parkeerrem en stuurinrichting 224
V-riemen 224
Maaibladen 225
Hetmaaidekafstellen 226
Aandrijfijn 226
Zwenkwielen 227
Anti-scalp-roller 227
Reinigen 227
SMERING 228
Motorolie verversen 229
Wiel-endekzerken. 229
Olie en filter verwangen 230
PROBLEMEN OPLOSSEN 231
OPSLAG 232
SCHEMATISCH 233
CONFORMITEIT 234
EG-verklaring van overeenstemming..... 234
Wij danken u dat uw keuze is gevalen op een Husqvarna-zitmaaier. Deze machine is gebouwd voor een supérieure efficiente om vooral grote gebieden snel te maaien. Een bedieningspaneel dat goed toegankelijk is voor de gebruiker en een hydrostatische transmissie die geregeld worden door de stuurbediening dragen bij aan de prestaties van de machine.
Deze handleiding is een waardevol document. Lees de inhoud zorgvuldig door voordat u de machine in gebruik neemt of onderhoud aan de machineuitvoert. Het is belangrijk dat de instructies (gebruik, service, onderhoud) worden gevolgd door iedereen die de machine bedient, voor de veiligheid van de gebruiker en anderen. Het kan de levensduur van de machine ook aanzienlijk verlengen en de waarde bij doorverkoop verhogen.
Als u uw machine verkoopt, vergeet dan nicht om de gebruikershandleiding aan de neue eigenaar te gehen.
Het staat hoofdstuk van deze gebruikershandleiding bestaat uit een Onderhoudsrapport. Zorg dat alle service-en reparatiewerkzaamheden worden genoteerd. Een goed bijgehonden onderhoudsboekje verlaagt de servicekosten voor onderhoud en heeft een positieve invloed op de doorverkoopwaarde van de machine. Neem contact op met de dealer voor meer informatie. Neem de gebruikershandleiding mee als u uw machine voor service maar de dealer brengt.
Algemeen
In deze gebruikershandleiding worden links en rechts, achechteruit en vooruit ten opzichte van de gebruikelijke rijrichting van de machine gebruikt. We zijn continu bezig om unsere producten te verbeteren. Dat betekent dat specificaties en ontwerp zonder voorafgaande kennisgeving kunnen worden gewijzigd.
Rijden en transport op openbare wegen
Controleer de geldende verkeersregels voordat u de machine op openbare wegen vervoert. Als de machine worden vervoerd,要去 u alkijd een geschikte bevestigingsuitrusting gebruiken en ervoor zorgen dat de machine goed is bevestigd. Bedien deze machine NIET op openbare wegen.
Slepen
Als de machine is uitgerust met een trekhaak, moet u extra voorzichtig着眼 tijdens het slepen. Laat kinderen of anderen nooit toe in of op de getrokken apparatuur. Maak ruime bochten om scharen te voorkomen. Rijd langzaam en houd rekening met een langere remweg.
Sleep nicht op een hellend terrein. Het gewicht van de sleep kan een verlies aan trekkracht en controle veroorzaken.
Houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant ten aanzien van het maximale gewicht van getrokken uitrusting. Sleep Niet in de buurt van sloten, kanalen en andere gevaren.
Gebruik
Deze machine isuitsluitend gebouwd voor het maaien van gras op gazons en gelijkmatige terreinen zonder obstakels zoals stenen, boomstromken e.d. De machine kan ook worden gebruikt voor andere werkzaamheden als dezeuitgerust is met de speciale accessoires van de fabrikant. De bedieningsinstrumenties voor de accessoires worden bij levering gegeven. Alle andere soorten gebruik zijn nicht toegestaan. De aanwijzingen van de fabrikant over de werkung, het onderhoud en de reparations要去en zorgvuldig worden gevolgd.
Gazonmaaiers en alle elektrische uitrustingen kuren gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gebruikt. Veiligheid betekent een goed inschattingsvermögen, zorgvuldig gebruik in overeenstemming met deze instructies en gezond verstand.
De machine mag alleen worden bediend, onderhoden en gerepareerd door personen diebekend zich met de speciale eigenschappen van de machines en die op de hoogte van deveiligheidsinstructies zich. Gebruik alleen goedgekeurde reparatieonderdelen bij onderhoud aan deze machine.
Voorschriften voor ongevallenpreventie, andere algemene verilgheidsregels, verilgheidsregels voor beroeprisico's en verkeersregels要去en.altijd worden gevolgd.
Niet-goedgekeurde wijzigingen aan de machine zorgen ervoor dat de fabrikant Niet aansprakelijk is voor eventuele persoonlijk letsel of schade aan eigendommen als gevolg van de wijzigingen.
INLEIDING
Goede service
De producten van Husqvarna worden wereldwijduitsluitend in gespecialiseerde winkels met complete service verkocht. Zo bent u als klant alkint verdzerkerd van de Beste ondersteuning en service. De machine is voor aflevering bijvoorbeeld door de verkoper gecontroleerd en afgesteld. Zie het certificaat in het Onderhoudsboekje in deze gebruikershandleiding.
Wanner u reserveonderdelen of ondersteuning bij service, garantiekwesties, etc. nodig hebt,
| Deze handleiding hoyt bij de machine met het productienummer: | Motor Transmissie | |
raadpleeg dan de volgende professional:
Productienummer
Het productienummer van de machine staat op het gedrukteplaatie dat op de motorruimte is bevestigd.
Vanaf boven worden de volgende gegevens op hetplaatje vermeld:
- De typeaanduiding van de machine (ID).
- Het typenummer van de fabrikant (model).
- Het serienummer van de machine (serienr.)
Houd de typeaanduiding en het serienummer bij de hand als u reserveonderdelen bestelt.
Het productienummer van de motor is op een van de kleppendeksels gestanst.
Op hetplaatje staat:
- Het model van de motor.
- Het type motor.
Code
Houd deze gegevens bij de hand als u reserveonderdeel bestelt.
Op de weiterijde van de wielmotoren en hydrostatische pompen is een barcodeplaatje aangebracht.
SYMBOLENPLAATJES
Deze symbolen worden op de machine en in de gebruikershandleiding gebruikt. Bekijk ze zorgvuldig, totdat u weet wat ze beteken.

WAARSCHUWING! XXXX XXXXX XXXXX
Dit worden in deze uitgave gebruikt om de lezer te waarschuwen voor de kans op persoonlijk of dodelijk letsel, vooral als de lezer zich Niet aan de instructies in deze handleiding houdt.
Dit worden in deze uitgave gebruikt om de lezer te waarschuwen voor de kans op materièle schade, vooral als de lezer zich Niet aan de instructies in deze handleiding houdt. Dit worden ook gebruikt als de kans op verkeerd gebruik of verkeerde montage bestaat.







Achteruit Neutraal Snel Langzaam Choke Brandstof Parkeerrem


Gevaar Draag een veiligheidsbril

Draag veiligheids-handschoenen

Draag gehoorbescherming

Ga hier
niet staan


Waarschuwing! Raak onderdelen Niet aan

Waarschuwing!
Gebruik de machine
niet zonderuitworp
of grasopvangbak

Waarschuwing! Wees voorzichtig bij het optillen van het deksel

Waarschuwing! Accuzuur is bijtend, explosief en ontvlambaar
Geluidsemissie voor de omgeving in overeenstemming met de EU-richtlijk. Het emissieniveau van de machine worden aangegeven in het hoofdstuk TECHNISCHE GEGEVENS en op de plaatjes.
Lees de gebruikershandleiding
Zet de motor uit en verwijder de sleutel voordat u onderhoud of reparationsuitvoert
Bewaar een veilige afstand tot de machine
Gebruik de machin
niet op hellingen d
steiler zich dan 10










Bootstelling van het hele lichaam aan rondvliegende voorwerpen
Afsnijden van vingers en tenen
Rijd voorzichtig
achteruit
en let op andere
mensen
Rijd voorzichtig vooruit en let op andere mensen
VEILIGHEID
Veiligheidsinstructies
Deze instructies maar uw eigindeigheid.
Lees ze zorgvuldig.
WAARSCHUWING! DEZE MACHINE IS IN STAAT HANDEN EN TENEN TE AMPUTEREN EN VOORWERPEN TE LANCEREN. ALS U ZICH NIET AAN DE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES HOUDT, KAN DIT LEIDEN TOT ERNSTIG OF DODELIJK LETSEL.

KUNNEN ERNSTIG OF DODELIJK LETSEL OPLOPEN DOOR DEZE APPARATUUR. Lees alle veiligheidsinstructies hierna goed door en volg de aanwijzingen op.
BELANGRIJKE INFORMATIE De American Academy of Pediatrics adviseert een minimumleeftijd van 16aar voor het bedieren van zitmaaiers.
Bescherming van kinderen
Er können zich tragische oncevallen voordoen als de gebruiker Niet op de aanwezigheid van kinderen let. Kinderen vinden machines en maaien vaak interessant. Ga er Niet vanuit dat kinderen op de plek blijven waar u ze het LAST hebt gezien.

- Houd kinderen uithet maiagebieden ondertoezicht van eenverantwoordelijkevolwassene (niet degebruikerzfelf).
Wees alert en schakel de machine uit als er een kind in de buurt kommt. - Kijk zowel voor alsijdens het achteruitrijdenincer u en omlaag of erkleine kinderen in debuurt zich.
- Vervoer nooit kinderen op de machine, ook nicht als de messenuitgeschakeld zich. Ze können eraf vallen en ernstig gewond raken of
de veilige werkung van de machine verstoren. Kinderen die eerder op de machine mee mochten rijden, hunnen plotseling verschijnen in het maaigebied bzwatze opnieuw mee
willen rijden. Ze können dan overreden of omvergeworpen worden door de machine.
- Laat de machine Niet door kinderen bedieren.
- Wees extra voorzichtig als u in de buurt komt een blinde hoek, struiken, bomen of andere voorwerpen die het zich op kinderen kutten belemmeren.
Algemene Werking
Zorg dat u alle instructies op de machine en in de handleiding hebt gelezen, begrijpt en opvolgt.
We raden aan dat u ervoor zorgt dat

iemand weet dat u aan het maaien bent en dat\ deze persoon hulp kan verlenen in geval van\ letsel of een ongeluk.
- ludereen die deutsche machine wil bedieren, onderhonden en/of nakijken要去erst deze gebruikershandleiding lezen en begrijpen. De minimumlweitijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd inplaatselijke voorschriften. De eigenen is verantwoordelijk voor het trainen van de gebruikers van deze machine.
- De eigenaar en de gebruiker van deze machine können ongevalten voorkomen enijken verantwoordelijk voor ongevalten of letsel waar bij zichelf of andere Personen of eigendommen betrokken�k.
- Plaats uw handen of voeten Niet bij draaiende delen of onder de machine. Blijuktijd uit de buurt van de afvoeropening.
- De machine mag alleen worden gezruikt door verantwoordelijkke volwassenen diebekend zijn met de instructies.
Maak de omgeving vrij van voorwerpen zoals stenen, spelgoed, kabels enz. Deze+kennen door de messen worden opgeschiedenweggeslingerd.
Zorg dat de omgeving vrij van omstanders is voordat u gaat beginnen. Stop de machine als iemand dichter bij kommt.
Maai Nietchteruit, tenzij het absolutut nodig is. Kijk.altijd omlaag enchyter u voor en tijdens hetchteruitrijden. - Richt uitgeworpen materiaal nooit op Personen. Voer materiaal Niet af tegen een muur of obstakel. Het materiaal kan teruggeslingerd

VEILIGHEID
worden maar de gebruiker. Zet de messen stil als u over stukken met grind rijdt.
- Bedien de machine nicht zonder dat de volledige grasopvangbak, afvoerbescherming of andere verilgheidsvoorzieningen op hun plaats zitten en werken.
- Ga langzamer rijden voordat u een bocht neemt.
- Voordat u afstapt moet u alkijd de messen uitschakelen, de stuurregelaarsaar nuiten bewegen in de parkeerremstand, de motor uitzetten en de sleutels verwijderen.
- Vervoer geen Personen. De machine is alleen bedoeld voor gebruik door een persoon.
- Bedien de machine alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.
- Schakel de messen uit als er nicht worden gemaaid. Schakel de motor uit en wacht totdat alle onderdelen volledig tot stilstand zich gekomen voordat u de machine gaat reinigen, de grasopvangbak gaat verwijderen of de afvoerbescherming gaat schoonmaken.
Bedien de machine nicht wanner u onder invloed van alcohol of drugs bent. - Let op het verkeer als u nabij wegen rijdt of deze oversteekt.
- Wees extra voorzichtig als u de machine op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost.
- Draag altijd oogbescherming bij het bedieren van de machine.
WAARSCHUWING! Draag goedgekeurde personlijke beschemingsmiddelen als u deze machine gebrukt. Persoonlijke beschemingsmiddelen elimineren de risico's Niet, maar verminderen de ernst van het letsel als er toch een ongeluk geleurt. Vraag uw dealer om advies voor het uitzoeken van de juiste apparatuur.
- Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens het gebruik van deze machine, inclusief (minimaal) stevige schoenen, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag geen korte broeken/of schoenen met open neus tijdens het maaien.
-
Uit onderzoek blijdt dat gebruikers van 60JAar en ouder vaak+zijn betrokken bij ongevallen met zitmaaiers.Deze gebruikers moeten beoordelen of ze de zitmaaier veilig genoeg kuren bedieren om zichzelf en andereen gegen ernstig letsel te beschermen.
-
Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor welverzwaarders of contragewichten.
- Houd de machine vrij van gras, bladeren en ander vuil, die de hete uitlaufat of motoronderdelen kuren raken en verbranden. Laat het maaidek geen bladeren of ander vuil omploegen, waar dat zich dan in de machine kan verzamelen. Verwijder gemorste olie of brandstof voordat u de machine bedient of opbergt.
- Laat de machine afkoelen voordat u deze opslaat.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Zorg dat er een EHBO-set in de buurt is wanneer u de machine gebrukt.
- Gebruik het product Niet op blote voeten.
- Draag.altijd veiligheidsschoenen of-laarzen.Stalen neuzen worden aanbevolen.
- Draag altiijd een goedgekeurde veiligheidsbril of volledig gelaatsschem bij het monteren van of rijden met de machine.
- Draag algthijd handschoenen wanner u de messen hanteert.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komen te zitten in de bewegende delen.
- Gebruik gehoorbescherming om een gehoorbeschadiging te voorkomen.
Gebruik op hellingen
Op hellingen gebeuren vaak oncevallen door verlies van controle over de machine of omslaan, wat kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel. Wanner u de machine op een helling gebruikt, dient u extra voorzichtig teijken. Als u Niet achechteruit de helling op kunt rijden of als u zich waar nicht prettig bij voelt, maai de helling dan Niet.
Maai hellingen heuvelopwaarts en heuvelafwaarts (maximaal 10 grade),niet dwarsope de helling.
- Let op gaten, geulen, hobbels, rotsen of andere nicht-zichtbare voorwerpen. De machine kan door ongelijkmatig terrein omslaan. Obstakels konnen moeilijk te zien�n door hoog gras.

VEILIGHEID
- Selecteer een lage rijnselheid, zodate u nicht hoeft te stoppen op de helling.
Maai nooit op nat grayscale. De banden können dan de grip verliezen.
- Vermijd starten, stoppen of draaien op een helling. Als de banden hun grip verliezen, schakelt u de messen uit en rijdt u langzaam verder de helling af.
Rijd gelijkmatig en langzaam op hellingen. Vermijd abrupte veranderingen in snugelid en richting, odomat de machine hierdoor kan omslaan.

- Wees extra voorzichtig wanner u de machine gezebruikt met grasopvangbakken of andere hulpstukken.
- Gebruik de machine nicht op steile hellingen.
- Probeer de machine Niet te stabiliseren door uw voet op de grond te zetten.
Maai Niet in de buurt van steile hellingen, greppels of vrijden. De machine kan plotseling omslaan als een van de wielen over de rand rijdt of als de rand instort.

WAARSCHUWING! Rijd Niet
heuvelopwaarts of heuvelafwaarts op hellingen vaneer dan 10 grade.Rijd Niet dwars op hellingen.
Veilige hantering van benzine
Wees uiterst voorzichtig wanner u benzine hanteert, om persoonlijk letsel en schade aan eigendommen te voorkomen. Benzine is zeer ontv Lambaar en de dampen zichExplosief.

WAARSCHUWING! De motor en het atsysteel worden zeer heetijdens het uik. Bij aanraken kutu brandwonden open. Laat de motor en het uitlaatsystemeelen voordat u brandstof bijvult.
Vul brandstof nicht binnen bij.
- Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.
- Gebruik uitsluitend goedgekeurde benzinejerrycans

- Als de motor draait, mag de brandstofdop nicht worden verwijderd en mag de brandstoffank nicht worden bijgevuld. Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Bewaar de machine of jerrycans met brandstof Niet in een ruimte waar open vuur, vonden of waakvlammen aanwezig়, zoals die van een geiser of andere apparaten.
- Om de kans op staatische elektriciteit tot een minimum te beperken, moet u een metalen oppervlak aanraken voordat u begint met het bijvullen van brandstof.
Vul tanks nicht in een voertuig of op een met kunststof beklede laadvloer van een vrachtwagen of trailer. Plaats tanks voor het vullen.altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig. - Doe nicht te veel brandstof in de tank. Plaats de dop terug en draai deze stevig vast.
- Verwijder utrusting die op benzine werkt uit de vrachtwagen of aanhanger en vul de brandstof bij op de grond. Als dit nicht möglich is,要去 u de brandstof van dergelijkte utrusting bijvullen met behulp van een draagbare jerrycan in plaats van met een benzinevulpistool.
- Houd het vulpistool in contact met de rand van de brandstoftank of jerrycanopening tot het tanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddelijk andere kleding aan.
- Start de motor nicht in de buurt van gemorste brandstof.
- Gebruik benzine nicht als een reinigingsmittel.
Bij lekkage in het brandstofsystem mag de motor Niet worden gestart zolang het probleemiet is opgelost. - Controller het brandstofpeil voor elk gebruik en zorg dat de brandstof voldoende ruimte heeft om uit te zetten onder dat de warmte van de motor en dezon ervoor kan zorgen dat de brandstof uitzet en uit de tank stroomt.
Algemeen onderhoud
- Gebruik de machine nooit binnen of in ruimten zonder voldoende ventilatie.
Uitlaatgassen
bevatten
koolmonoxide. Dit is
een geurloos, giftig e
Zorg dat de uitrusting in goede staat is en dat alle moeren en boutein, vooral die van

VEILIGHEID
de bevestigingen van de messen, stevig zich vastgedraaid met het juiste aanhaalmoment.

VOORZICHTIG! Draag een veiligheidsbril als u onderhoudswerkzaamhedenuitvoert.
Herstel of verrang de veiligheids- en instructielabels waar nodig.
- Probeer nooit de werkung van veiligheidsvoorzieningen te wijzigen of te beperken. Controller regelmatig of ze goed werken. Gebruik de machine NOOT wonneer een van de veiligheidsvoorzieningen nicht goed werkt.
- Controller de onderdelen van de grasopvangbak en de afvoerbescherming regelmatig en verrang ze waar nodig met door de fabrikant aanbevolen onderdelen.

WAARSCHUWING! De motor mag niets den gestart verwijl de vloerplaat voor de duurder of andere beschermende platen de aandrijfrem van het maidek zijn bijderd.
- Verander de instellingen van motorregelaars Niet en LAST de motor Niet met een te hoog mortoroerental draaien. Als u de motor te snel LASTdraaien, kunt u de onderdelen van de machine beschadigen.
- Om het risico op brand te verkleinen, moet u grayscale, bladeren en ander vuil regelmatig verwijderen zodate zeich nicht ophopen in de machine. Ruim gemorste olie en brandstof op en verwijder met brandstof doordrenkt vuil. Laat de machine afkoelen voordat u deze opbergt.
- Rijdt u over ietsBeen of gegen iets aan, stop dan om de apparatuur te controleren. Voer waar nodig reparatiesuit voordat u de motor start.
- Voer geen aanpassingen of reparationsuit verwijl de motor draait.
- De messen zich erg scherp en{kennen snijwondenveroorzaken.Omwikkel de messen of draagveiligheidshandschoenen bij het hanteren hiervan.
- Controller de werkung van de parkeerrem regelmatig. Stel de rem waar nodig af of voer onderhoud aan de rem UIT.
- Werk nicht aan het startmotorcircuit als er brandstof is geknoeid.

- Zorg dat de brandstofvuldop stevig is bevestigden dat er geen ontvlambare stoffen in open containers worden bewaard.
Bij werkzaamheden aan de accu en de zware kabels van het startmotorcircuit hunnen er vonden ontstaan. Hierdoorkan de accu ontploffen of kan er brand of letsel aan
Vonkvorming kan zich nicht voordoen als de massakabel (meestal minkabel, zwart) van de accu is losgekoppeld.
- Ontkoppel de massakabel eerst van de accu en sluit deze als LASTE weer aan.
Maak geen overbruggingskortsluiting door het startmotorrelais om de startmotor te latent draaien. - Wees zeer voorzichtig met accuzuur. Zuur op de huid kan ernstige brandwonden veroorzaken. Als er accuzuur op uw huid gemorst worden, spel dan meteen met water.
Zuur in de ogen kan blindheid veroorzaken; neem onmiddelijk contact op met een arts.
Wees voorzichtig bij onderhoud aan de accu. Er kuren explosieve gassen in de accu ontstaan.Voer geen onderhoud aan de accuuit terwijl u

rookit of in de buurt van open vuur of vonken. De accu kan ontploffen en ernstig letsel of schade veroorzaken.
- De machine is alleen getest en goedgekeurd voor gebruik in combinatie met apparatuur die oorspronkelijk is geleverd of worden aanbevolen door de fabrikant. Gebruik alleen goedgekeurde reparatieonderdelen voor de machine.
- De mulchmessen mogen alleen worden gebruikt opbekend terrein als er extra goed moet worden gemaaid.
- Reinig het dek en de onderkant van het dek regelmatig. Spuit geen water op de motor en elektrische onderdelen.
Transport
- De machine is zwaar en kan ernstig letsel door pletenveroorzaken. Wees extra voorzichtig als de machine op een voertuig of aanhanger worden gezet of van een voertuig of aanhanger worden gehaald.
VEILIGHEID
- Gebruik oprijplanken die even breed় als de machine om de machine op een oplegger of in een vrachtwagen te rijden.
- De twee vastzetbanden voor en Achter moeten worden gezruikt. Deze banden moeten in neerwaartse richting en van de machine af worden geleid.
- Controller deplaatselijke verkeersregels voordat u de machine over de weg vervoert en houd u aan de verkeersregels.
- Gebruik een goedgekeurde aanhanger om de machine te vervoeren. Schakel de brandstoftoevoeruit. Zet de machine vast met goedgekeurde voorzieningen zoals banden en kettingen.
- Sleep de machine Niet; hierdoor kan er schade aan het aandrijsystem ontstaan.
- Sleep geen opleggers enz. met dezeMAaier. Ze kuren dubbelklappen of kantelen, met schade aan deMAaier en maybeijk ernstig letsel voor de gebruiker tot gevolg.
- Plaats de machine alleen op een vrachtwagen of aanhanger door de machine langzaam via een helling die sterk genoeg is, omhoog te rijden. Til de machine Niet op! De machine is Niet bedoeld om met de hand te worden opgetild.
- Bij het laden en losesten van de machine mag de maximaal aanbevolen bedieningshoek van 10^ nicht worden overschreten.

WAARSCHUWING! Wees uiterst
voorzichtig wanneer u de machine met behulp van op- en afrijkleppen op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost. Er kan ernstig letsel of overlieden optreden als de machine van de helling valt.
BELANGRIJKE INFORMATIE De parkeerrem is nicht voldoende om de machineijdens transport te vergrendelen. Zorg dat de machine goed op het transportvoertuig is bevestigd. Rijd de machine algijd achteruit op het transportvoertuig om omslaan te voorkomen.
Slepen
Als de machine is uitgerust met een trekhaak, moet u extra voorzichtig着眼ijdens het slepen. Laat kinderen of anderen nooit toe in of op de getrokken apparatuur.
Maak ruime bochten om scharen te voorkomen. Rijd langzaam en houd rekening met een langere remweg. Sleep Niet op een hellend terrein.
Het gewicht van de sleep kan een verlies aan trekkracht en controle verroorzaken.
Volg de aanbevelingen van de fabrikant ten aanzien van het maximale gewicht van getrokken uitrusting. Sleep Niet in de buurt van sloten, kanalen en andere gevaren.
Vonkenvanger
Deze maaier is uitgerust met een interne verbrandingsmotor en mag nicht worden gebruikt op of vlakbij ongecultiveerd met bomen, struiken of gras bedekt land, tenzij het uitlaatsystem van de machine is voorzien van een vonkenvanger die voldoet aan de geldende lokale of rijkswetten. Federale wetten zijn alleen van toepassing in federale landen. Bij gebruik van een vonkenvanger moet deze door de gebruiker in goede staat worden gehonden.
Er is een vonkenvanger voor de geluidemper verkrijgbaar bij uw geauthoriseerde Husqvarna dealer.
Kantelbeveiligingsysteme
Het kantelbeveiligingsystem verhoegt het standaardgewicht van de machine met 25kg

- Gebruik het Kantelbeveiligingssystemeen Niet als een hijs-, bevestigings- of verankeringspunt.
- Gebruik het Kantelbeveiligingsystemeert voor wegslepen of slepen.
- De toegestane maximum massa (TMM) mag nicht overschreten worden. De TMM bedraagt: 618kg .
- Lees de gebruikershandleiding voordat u de machine gebruikt.
Maak de veiligheidsgordel goed vast als de machine is uitgerust met een kantelbeveiligingssystem. - Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel goed werk en snel kan worden losgemaakt in geval van een noodsituatie.
- Houd het opvouwbare kantelbeveiligingssystem in de omhoogstaande en vergrendelde positie en gebruik de veiligheidsgordel wonneer u de machine gebruikt.
VEILIGHEID
- Doe het opvouwbare kantelbeveiligingssysteme alleenijdelijk omlaag, wanner dit absolut noodzakelijk is. Draag GEEN veiligheidsgordel wanner het kantelbeveiligingssysteme is ingevouwen.
- Let goed op de doorrijhoogte (bijvoorbeeld voordat u onder bomen, elektriciteitsdraden of deurposten door rijdt) wanner u de machine op een vrachtwagen of aanhanger staat.
- Houd het kantelbeveiligingssystem in goede staat door het regelmatig te inspecteren op schade en door alle bevestigingsboute stevig vastgedraaid te houden. Controller alle boute, inclusief die op de veiligheidsgordel, voor elk gebruik op het juist aanhaalmoment.
- Controller de constructie van het kantelbeveiligingssystem voor elk gebruik op schade. Als een onderdeel van het kantelbeveiligingssystem is beschadigd,要去 het gehele kantelbeveiligingssystem worden verrangen.
- Verwijder het kantelbeveiligingsssysteme NIET.
- Vermijd, indien möglichk, het gebruik van de machine in de buurt van sloten, vrijden en kanalen.
- Verminder snelheid bij het makeen van bochten, het oversteken van hellingen en op ruw, glad of modderig terrein. Begeef u Niet op hellingen waar u Niet veilig op kunt werken.
- Let goed op waar u hebemaat, met name aan het einde van een rij, op de weg en rondon bomen.
- Sta Niet toe dat anderen rijden.
- Bedien de maaier met soepele bewegingen, zonder schokkerige bochten, start-of stopbewegingen.
- Schakel de parkeerrem goed in wanner u de maaier stopt.
- De stang van het kantelbeveiligingsystem is NIET bedoeld voor gebruik bij temperaturen onder nul.

WAARSCHUWING! Houd er rekening
mee dat er geen rolbeveiliging is wanner het
kantelbeveiligingsystem is ingevouwen.
BEDIENINGSELEMENTEN
In deze gebruikershandleiding worden de Husqvarna Zero Turn-zitmaaier beschreiben. De zitmaaier is uitgerust met een viertaktmotor met kopkleppen.
De krachtoverbrenging vanaf de motor vindt plaats via riemaangedreven hydraulische pompen. Met behulp van de linker- en rechterstuurregelaar kan het debiet worden geregold en hiermee de richting en能力和.

- Besturingshendels/parkeerrem 6. Zekeringen 11. Bladschakelaar
2 Trackingbout 7. Chokehendel 12. Trackingbout - Brandstoftank 8. Contactschakelaar 13. Stoelverstelling
- Brandstofafsluiter 9. Onderhoudsmeter 14. Maaideklift
-
Hydrostatiche ontgrendeling 10. Gashendel
-
Brandstofmeter
BEDIENINGSELEMENTEN
Besturingshendels

De能力和 machines en de regelen met behulp van de twee stuurregelaars. De stuurregelaars konnen maar voren enaar achteren vanuit de neutrale positie worden verplaatst. Er is een neutrale positie/ parkeerremstand, die de parkeerrem in werkig stelt als de stuurregelaarsaar buiten worden geduwd.
Als beiden regelaars in de neutrale positie (N) staan, staat de machine stil. Door beiden regelaars even ver�n voren of maar achterente bewegen, gaat de machine in een rechte lijn�n voren of�n achefteren gaan.

Als u bijvoorbeeld een bocht maar rechts wilt makeer verwijl u vooruit rijdt, moet u de rechterregelaar in de richting van de neutrale positie bewegen. Hierdoor neemt de rotatie van het rechterwiel af en za de machine maar rechts draaien.
U kunt de machine op de plaats latent draaien door de ene regelaar maar achefteren te bewegen (tot darüber de neutrale positie) en de andere stuurregelaar voorzichtigaar voren vanuit de neutrale positie te bewegen. De draairichting bij het draaien op de plek worden bepaald door de stuurhendel die waar achefterenTyler de neutrale positie worden bewogen. Als de linkerstuurregelaar maar achefteren worden getrokken, draait de machine waar links. Wees bij deze manoeuvre extra voorzichtig.
Als de stuurregelaars in ongelijke posities staan als de machine stilstaat of Niet in de sleuven voor het hier buiten bewegen van de regelaars passen, dan kannen ze worden afgesteld.
BELANGRIJKE INFORMATIE De machine要去 volledig stilstaan wanner u de
parkeerrem inschakelt. Schakel altijd de
parkeerrem in voordat u de machine verlaat.
Schakel de parkeerrem uit voordat u de maaier
gaat verplaatsen.
kan zeer snel draaien als een van de stuurregelaars veel verder maar voren worden bewogen dan de andere.
Gashendel

De gashendel regelt het motortoerental en de rotatiesnelheid van de bladen. Hiervoor要去 de bladschakelaar zijn uitgetrokken.
De hendel wordenaar voren ofaar achefteren bewogen om het motortoerental te verhogen of te verlagen.
Laat de motor Niet langere tijd stationair draaien om verruiling van de bougies te vermijden. GEBRUIK HET MAXIMALE TOERENTAL OM TE MAAIEN, voor de Beste maaprestaties en acceluding.
Contactschakelaar

De contactschakelaar worden gebruikt om de motor te starten en te stoppen. Bij modellen die zich uitgerust met koplampen,zet u de koplampen aan door de contactsleutel rechtsom maar ACCESSOIRE te draaien.
BEDIENINGSELEMENTEN
Chokehendel

De chokehendel worden gebrukt bij koud starten om de motor een rijker brandstofmengsel te geben. Bij een koude start trekt u de hendel omhoog.
Messchakelaar

U kunt het maaidek inschakelen door de knop waar buiten te trekken. De messen van de maaier worden uitgeschakeld als de knop worden ingedrukt.
Onderhoudsmeter

De onderhoudsmeter geeft het aantal bedrijfsuren van de motor weeer en geeft aan wanneer de motor en de maaier onderhoud nodig hebben.
Na iedere 50 eer wordt een pictogram weergegeven van een oliekan. Dit blijft twee uur branden, waarna het automatisch worden geseset. Om de meter handmatig te resetten, schakelt u het contactslot vijf keer aan en uit met de sleutel met intervallen van een seconde. Raadpleeg het Onderhoudsrapport in deze handleiding voor meer informatie over het onderhoud van de motor en de maaier.
Opmerking: De onderhoudsmeter werkkt alleen (telling van klokuren) als de motor draait. Draai de sleutel van het contactslot.altijd op "uit" wanner u de maier Niet gebruikt, om te voorkomen dat de meter doortelt.
Afstelhendel voor stoel (Alleen geldig voor de Z400X)

De stoei kan in de lengterichting worden verschoven. Als u de stoelpositie wilt afstellen, trekt u de hendel onder de voorkant van de stoei maar links (gezien met de gebruiker op de stoei) en schuift u de stoei maar voren ofaar achteren.
BELANGRIJKE INFORMATIE De stoel mag nicht worden versteld verwijl de machine in beweging is.
Brandstofafsluiter

De brandstofafsluiter bevindt zich vlak voor dechterste montagesteun van de brandstoftank. De afsluiter is gesloten wanner het hendeluiteinde haaks op de brandstofleiding staat.
Zekeringen

De zekeringen bevinden zich aan de rechtzerijde van de machine en+zijn toegankelijk door de stoel waar voren te kantelen. Hetল platte steekzekeringen van hetzelfde type dat ook in auto's worden gebruikt. De zekering van 20 A is de hoofdzekering. De zekering van 7,5 A is voor de maaiadekkoppeling.
BEDIENINGSELEMENTEN
Tracking

Controleer de luchtdruk in beiden hinterbanden als de maaier Niet in een rechte lijn beweegt. De aanbevolen luchtdruk voor dechterbanden is 15 psi (1 bar).
-
De tracking kan worden afgesteld met de trackingbouten.
-
Voor de eerste afstelling van de tracking rijdt u de machine waar een open gebied zonder obstakels, zoals een leeg parkeerterrein of een open veld.
-
Draai de trackingbouten zo ver möglich aan.
-
Draai de trackingbouten 4 volledige slagen\ aar buiten. Als u meer dan vier slagen\ maakt, kan de machine beschadigd raken.
-
Test de machine door met volgas en met beside besturingshendels helemaal maar voren te rijden. Draai de trackingbout aan de rechterkant geleidelijk aan tot de machine merkbaar�a rechts begint af te buigen.
-
Rij vooruit met volgas met beiden besturingshendels volledig maar voren geduwd. Draai de trackingbout geleidelijk aan (linkerkant) tot de machine in een rechtelijke beweegt.
Maaihoogtepedaal

De gewenste maaihoogte worden ingesteld met de hoogtepen. Met het maaihoogtepedaal worden de maaideklift ontgrendeld, zodat de gewenste maaidekhoogte kan worden ingesteld.
Druk voor transport het liftpedaal helemaal\ aar voren totdat de maaideklift vastgrijpt in de\ transportstand (hoogste stand).
BELANGRIJKE INFORMATIE Zet het dek als te in de hoogste positie voor transport.
Hydro-ontgrendelhendels

Tijdens het duwen of slepen van de machine要去en de omloophendels voor de transmissie worden gezruikt. De transmissies worden in de omloopstand gezet door de hendels in horizontale positie te draaien. De omloophendels bevinden zich aan de voorkant van beiden transmissies. Zie Handmatig transport in het deel Bediening.
Brandstoftank

Lees de veiligheidsinstrumenties voordat u brandstof bijvult. De inhoud van de tank is 19 liter.
Controleer de pakking van de brandstofdop regelmatig op schade en houd de dop goed vastgedraaid.
De motor loopt op loodvrije benzine met een octaangehalte van minimaal 87 (geen oliemengsel). Er kan ook synthetische gealkyleerde benzine worden gebruikt. Zie de Technische gegevens over ethanolbrandstof. Er mag geen methanolbrandstof worden gebruikt. Gebruik geen brandstof op basis van E85-alcohol. Dit kan leiden tot beschadiging van de motor en andere onderdelen.
Bij gebruik bij temperaturen lager dan 0^ moet u neue, schone winter benzine gebruiken zodat de machine ook bij koud waar goed start.
BEDIENINGSELEMENTEN

ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul de tank in de buitenlucht (zie de veiligheidsinstrumenties).
BELANGRIJKE INFORMATIE Uit ervaring is gebleken dat met alcohol gemengde brandstoffen (gasohol, ethanol of methanol) vocht kuren aantrekken, met als gevolg scheiding van het mengsel en het ontstaan van zuren tijdens de opslag. Zuurvormend gas kan het brandstofsysteem van een motor in opslag beschaden. Vermijd problemen door het brandstofsysteem te legen als de machine 30 dagen of langer worden opgeslagen. Tap de benzinetank af, start de motor en LAST de motor draaien totdat de brandstofleidingen en de carburateur leeg zich. Gebruik het volgende seizoen neue brandstof. Zie Opslag voor meer informatie. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de motor of carburateur in de brandstoftank, onderat dan permanente schade kan ontstaan.

WAARSCHUWING! Vul bij tot de
onderkant van de vulnek. Vul nooit te veel benzine bij. Veeg geknoeide olie of brandstof weg. U mag benzine nooit in de buurt van open vuur opslaan, morsen of gebruiken.

WAARSCHUWING! De motor en het
uitlaatsystem worden zeer heetijdens het gebruik. Bij aanraken kutu brandwonden oplopen. Laat de motor en het uitlaatsystem afkoelen voordat u brandstof bijvult.
BEDIENING
Lees het deel Veiligheid en de volgende paginga's als u Nietbekend bent met de machine.
Opleiding
Zero-turn-maaiers zijn veel wendbaarder dan gewone zitmaaiers vanwege hun uneke sturcapaciteiten.
Lees dit hoofdstuk volledig door voordat u de maaier op eigcn kracht probeert te verplaatsen. Wanner u de maaier voor het eerst gebruikt of tot u zich de bedieningen eigcn heeft gemaatkdtient u een lage gassnelheid en een lage grondsnelheid te gebruiken.Beweeg de besturingshendels NIET in de uiterste standen maar voren of的那一chteren tijdens het eerste gebruik.
Gebruikers die voor het eerst met een maaier werken要去en eerst de bewegingen van de maaier op een hard oppervlak leren kennen, bijvoorbeeld op beton of asfait, VOORDAT ze de machine op grond proberen te gebruiken. Tot de gebruiker weet hoe de regelaars van de maaier en de möglichkheid om rond de eigen as te draaien werken, kan de gebruiker de grasmat beschadigen door te agressieve manoeuvres.
Stuarinrichting
Vooruit- en awhileitrijden
De richting en snugheid van de bewegingen van de maaier worden geregeld door de beweging van de besturingshendel(s) aan beiden kanten van de maaier. Met de linkerregelaar wordt het linkerwiel geregeld. Met de rechterregelaar wordt het rechterwiel geregeld.
Gebruikers die deutsche machine voor het eerst gebruiken,要去en de maaier maar een open, vlak gebied duwen, waar geen andere mensen, voertuigen of obstakels in de buurt zijn (zie
De machine met de hand verplaatsen in het hoofdstuk Bediening). Om de machine op eigenvermogen te latent draaien, moet de gebruiker op de stoel gaan zitten en de motor starten (zie Voor het starten in het hoofdstuk Bediening). Laat de motor met stationair toerental draaien, maar schakel de messen nog Niet in. Trek de besturingshendels waar binnen. Als de besturingshendels nog Niet maar voren of的那一chteren zich gezet, beweegt de maaier Niet.
Beweeg de twee besturingshendels voorzichtig iets waar voren. Zo begint de maaier in een rechte vrijnier aan voren te bewegen. Trek de stuurregelaars terug maar de neutrale positie om de maaier te latent stoppen met bewegen.
Trek de besturingshendels ie's naar achefteren, waardoor de maaier naar achefteren gaat bewegen. Duw de stuurregelaars naar voren aanr de neutrale positie om de maaier te latent stoppen met bewegen.
Naar rechts draaien
Trek verwijl de machine waar voren beweegt de rechterhendel waar achefteren waar de neutrale positie, verwijl de linkerhendel indezelfde positie blijft; het rechterwiel gaat langzamer draaien, waardoor de machine in die richting draait.
Naar links draaien
Trek verwijl de machine waar voren beweegt de linkerhendel waar achefteren waar de neutrale positie, verwijl de rechtherhendel indezelfde stand blijft; het linkerwiel gaat langzamer draaien, waardoor de machine in die richting draait.
Op de plek draaien
Trek verwijl de machine vooruit rijdt eerst de twee besturingshendelsaarachteren totdat demaaier stopt of bijna stopt.
Als u dan eén hendel iotaar voren en de andere hendel naar achteren zet, maakt u de draai af.
Rolstang
Bedien de machine met de rolstang in de omhoogstaande en vergrendelde positie en gebruik de veiligheidsgordel. Er is geen kantelbeveiliging als de rolstang omlaag staat. Als hetoodzakelijk is om de rolstang omlaag te zetten, draai de veiligheidsgordel dan nicht. Zet de rolstang zodra dit möglichk is omhoog.

WAARSCHUWING! De veiligheidsgordel,
t worden gebruikt als de rolstang omhoog
:

WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat
het werkterrein vrij is van stenen of andere voorwerpen die door de draaiende messen hunnen worden weggeslingerd.
Voordat u begint
- Lees de hoofdstukken Veiligheid en Bedieningselementen voordat u de machine gaat starten.
- Voer voordat u start algid het dagelijkse onderhoud uit (zie he Onderhoudsschema in het hoofdstuk Onderhoud).
- Controller of er voldoende brandstof aanwezig is in de brandstoftank.
- Stel de stoel in op de gewenste stand.
BEDIENING
- Stel de maaihoogte van het maaidek in door de hefpen in de gewenste maaihoogte te steken.

Er要去 aan de volgende voorwaarden zijn voldaan voordat de motor kan worden gestart:
- De bladschakelaar要去zijn ingedrukt in deuitgeschakelde stand.
- De parkeerrem moet in werkig+zijn gesteld door beiden bedieningshendels in de buitenste stand (parkeerrem ingeschakeld) tezetten.
- Beide stuurregelaars moeten in de vergrendelde (buitenste) neutrale positie/ parkeerremstand staan.
De motor starten
-
Ga op de stoel zitten.
-
Zet het maaidek omhoog in de transportpositie door het liftpedaal waar vorente duwen en te vergrendelen.

- Duw de bladschakelaar omlaag om de maaibladen uit te schakelen.
- Beweeg de stuurregelaarsaar buiten aan de vergrendelde (buitenste)neutrale stand/ parkeerremstand.
- Zet de gashendel in de middelste positie. Als de motor koud is, trekt u de chokehendel omhoog.

- Open de klep van de brandstoftank.
- Druk de contactsleutel in en draai de sleutel maar de startupitie.
BELANGRIJKE INFORMATIE Laat de startmotor nooit langer dan vijf seconden draaien. Start de motor niet, wacht dan ongeveer tien seconden voordat u het nog een keer probeert.
- Als de motor start, maar u de contactsleutel meteen los waar de stand RUN. Duw de knop van de chokehendel langzaam in als de choke is gezruikt voor het starten van een koude motor.
- Stel het gewenste motortoerental in met de gashendel. Laat de motor voor gebruik kort bij een gematigd toerental draaien (gashendel ongeveer halverwege). GEBRUK VOLGAS TIJDENS HET MAAIEN (geen choke).
Rijden
- Zet de stuurregelaars in de neutrale stand/ parkeerremstand.
OPMERKING: De maaier is voorzien van een aanwezigheidsdetectiesystem voor de bestuurder. Als de gebruiker de stoel probeert te verlaten verwijl de motor draait en zonder dat eerst de parkeerrem is aangetrokken, worden de motor afgezet. - Deactiveer de vergrendeling van het voetpedaal om het maaidek te lately zakken tot de ingestelde maaihoogte.
- Zet de gashendel op vol gas.
- Schakel het maaidek in door de bladschakelaar omhoog te trekken.

WAARSCHUWING! Let op dat zich
niemand in de buurt van de maaier bevindt
wanner u de bladschakelaar inschakelt.
- Draai de besturingshendelsaar binnen en beweegbeide hendels ietsaar voren omrecht aan voren te rijden.
De motor stoppen
- Beweeg de gashendel maar de minimumstand (schildpadsymbol).
BEDIENING
- Beweeg de stuurregelaarsaarbuiten.
- Schakel het maaidekuit door demesschakelaar in te drukken.
- Zet het maaidek omhoog door de voetpedalen maar voren in de transportpositie te duwen.
- Stel de parkeerrem in werkung door de bedieningshendelsaar buiten te bewegen en in de parkeerremstand te brengen. Als de motor hard heeft gewerkt,That hem dan minimaal 60 seconden stationair draaien, zodat de motor voor het stoppen wee op een normale bedrijfstemperatuur is. Laat de motor Niet langere tijd stationair draaien om verruiling van de bougies te vermijden.
- Draai de contactsleutel maar de stoppositie en verwijder de sleutel. Verwijder algijd de sleutel als u de maier achefterlaat. Zo voorkomt u onbevoegd gebruik.
BELANGRIJKE INFORMATIE Als u de contactsleutel in een andere positie dan UIT LASTAN,loopt de accu leeg.
Werken op heuvels
Lees de veiligheidsinstrumenties voor Rijden op hellingen in het hoofdstuk Veiligheidsinstrumenties.
- Selecteer de laagste snelheid voordat u heuvelopwaarts of heuvelafwaarts rijdt.
- Vermijd stoppen of veranderen van snelheid op heuvels.
- Als u moet stoppen, trekt u de rijhendels in de neutrale stand en duwt u ze maar buiten. Activeer de parkeerrem.
- Als u weer wilt rijden, schakelt u de parkeerremuit.
- Trek de besturingshendelsaar het midden van de maaier en druk zeaar voren om weer voorwaarts te rijden.
Rijd algnd langzaam als u draait.

WAARSCHUWING! Rijd nooit met stmaier op hellingen van meer dan 10 ken. Maai op hellingen van boven maareden en andersom, nooit van zijkant waaront. Vermijd plotselinge veranderingen vanlang.
Tips voor het maaien
-
Let op rotsen en andere vaste voorwerpen om aanrijdingen te voorkomen.
-
Begin met een hoge maaihoogte en verlaag de hoogte totdat het gewenste maairesultaat worden bereikt. Maai het gemiddelde gazon tot 6,35 cm tijdens het koude seizoen en tot meer dan 7,62 cm tijdens de warme maanden. Maai vaker na matige groei voor een gezonder, mooier gazon.
Maai voor het Beste resultaat gras hoger dan 15,24 cm twee koer. Begin eerst vrij hoog te maaien en maai de tweede koer tot de gewenste hoogte. - U krijgt het beste maairesultaat bij een hoog motortoerental (de bladen draaien snug) en een lage rijnselheid (de zitmaaier beweegt langzaam). Als het gras Niet te lang en te zicht is, kan de rijnselheid worden verhoogd zonder negatieve invloed op het maairesultaat.
- U krijgt het Mooiste gazon door vaak te maaien. Het gazon worden gelijkmatiger en het losse gras wordt better over het maaigebied verspreid. De totaleijd is nicht langer omdat u met een hogere snelheid sunt werken zonder slechte maairesultaten.
- Wanner u een groot gebied maait, draai dan eerst maar rechts zodate het maaisel uit de richting van struiken, schuttingen, opritten enz. worden afgevoerd. Na eén of twee rondes maait u in tegengestelde richting door maar links te draaien totdat u klaar bent.

Maai het gras Niet als het nat is. U krijgt dan een slechter maairesultaat odomat de wielen in het zachtge gazon wegzakken, de grond zich ophoopt en het maaisel zich sneller onder het deksel verzamelt.
- Spoel de onderkant van het maaidek na elk gebruik met water. Bij het reinigen要去 het maaidek in de transportpositie staan. Zorg dat de maaier is afgekoeld en dat de motor isuitgeschakeld.
- Gebruik perslucht om de bovenkant van hetdek te reinigen. Zorg dat er Niet te veel water op de bovenkant, de motor en de elektrische onderdelen komt.
- Als de mulch-set worden gebruikt, is het van belang dat het maai-interval frequent is.
BEDIENING
De machine met de hand verplaatsen
Als u de maaier duwt of slept, moet u de omloophendels gebruiken. De omloophendels bevinden zich aan de voorkant van elke transmissie.
- Laat het maiadek indien nodig verdier zakken.
- Beweeg de stuurregelaarsaarbinenuit deparkeerremstand.
- Til de stoel op.
- Draai bye omloophendels in de horizontale positie.

- Zet de stoel in een lagere stand.
- Duw de maaier bij het stevige gedeelte. Duw de maaier Niet met de bedieningshendels.
- Om de transmissie wee in te schakelen, draait u de omloophendels in de verticale stand.
Laad de machine in een vrachtwagen of trailer door in een lage versnelling de oprijplaten opt te rijden. NIET OPTILLLEN! De machine is nicht bedoeld om met de hand te worden opgetild.

WAARSCHUWING! Zodra de omloop
is ingeschakeld en de stuurregelaars waar binnen zijn bewogen om de parkeerrem uit te schakelen, kan de machine vrij rollen en letselveroorzaken.

voorzichtig wanner u de machine met behulp van op- en afrijkleppen op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost. Er kan ernstig of dodelijk letsel optreden als de machine van de op- en afrijkleppen valt.

WAARSCHUWING! Stel alleeen af
indien:
- de motor is gestopt,
- de contactsleutel is verwijderd,
- de parkeerrem is ingeschakeld
ONDERHOUD
Onderhoudsschema
Hierna volgt een lijst met onderhoudsprocedures die aan de machine要去en worden uitgevoerd. Ga voor punten die Niet in deze handleiding worden beschreiben maar een geauthoriserde
serviceworkplaats. Er moet elk় een onderhoudsbeurt door een geauthoriseerde serviceworkplaats worden uitgevoerd om uw machine in optimale staat te houden en voor een veilige werkung.
Lees Algemeen onderhoud in het hoofdstuk Veiligheidsinstrumenties.
| ONDERHOUD | ELKE DAG | MINIMAAL ÉEN KEER PER JAAR | ODDERHOUDSINTERVAL IN UREN | ||||
| VOOR NA | 25 50 100 | ||||||
| CONTROLER | |||||||
| Parkeerrem afstellen | ● ◆ ◆ | ||||||
| Oliepeil van de motor (elke keer na brandstof bijvullen) | ■ | ||||||
| Veiligheidssystem | ● | ||||||
| Brandstof- en olielekkage | ◆ | ||||||
| Schade | ◆ | ||||||
| Losse bevestigingsmaterialen (schroeven, moeren) | ◆ | ||||||
| Schade aan maairek | ◆ | ||||||
| Bandendruk | ● ◆ | ● ◆ | |||||
| Accuansluitingen | ● ◆ ◆ ◆ ◆ | ||||||
| REINIGEN | |||||||
| Koelluchtinlaat van de motor | ■ | ■ | |||||
| Onder het maairek | ● | ||||||
| Rond de motor | ◆ | ||||||
| Rond riemen, poelies | ◆ | ◆ | ◆ ◆ | ||||
| Koelluchtinlaat van de motor 2) | ■ | ■ | |||||
| Schuimrubberen voorfilter van luchtreiniger 2) | ■ | ■ | |||||
| Papieren filtercartridge van luchtreiniger 2) | ■ | ■ | |||||
| DAARNAAST | |||||||
| Geluiddempster/vonkenvanger inspecteren | ◆ ◆ | ◆ ◆ | |||||
| De motor en messen starten controlleren op ongewone geluiden | ◆ | ||||||
| Maaibladen slijpen3)/vervangen | ● | ● | |||||
- = Beschreiben in denen handleiding
= Niet beschreiben in deze handleiding
= Zie de handleiding van de motorfabrikant
1) Eerste keer verversen na 8-10 uur. Bij intensief gebruik of bij hoge omgevingsttemperaturen要去 de olie elke 50 uur worden ververst.
2) In stoffige omstandigheden moeten deze onderdelen vaker worden gereinigd en verrangen.
3) Uitgevoerddooreenerkende serviceworkplaats.
WAARSCHUWING! Voordat u onderhoud uitvoert of onderdelen afstelt:
Activeer de parkeerrem.
- Zet de messchakelaar in de uitgeschakelde positie.
- Draai de contactschakelaar maar de stand UIT en haal de sleutel uit het contact.
- Controller of alle messen en alle bewegende delen volledig tot stilstand zichn gekomen.
ONDERHOUD
| ONDERHOUD | ELKE DAG | MINIMAAL ÉEN KEER PER JAAR | ODDERHOUDSINTERVAL IN UREN | ||||
| VOOR NA | 25 50 100 | ||||||
| CONTROLER | |||||||
| Gasklepkabel afstellen | ■ | ||||||
| Maaidek afstellen | ● | ● | |||||
| Staat van riemen, poelies | ● | ● | |||||
| Zwenkwielen (elke 200 eer) | ● | ● | |||||
| Klepspeling van motor3) | ◆ | ◆ | |||||
| VERVANGEN/VERVERSEN | |||||||
| Bougies | ■ | ■ | |||||
| Motorolie1) | ■ | ■ | |||||
| Motoroliefilter | ■ | ■ | |||||
| Brandstofffilter | ■ | ■ | |||||
| Papieren luchtfilter2) | ■ | ■ | |||||
| Schuimrubberen voorfilter van luchtreiniger2) | ■ | ||||||
| DAARNAAST | |||||||
| Onderhoudsbeurt bij 300 uuruitvoeren3) | ◆ | ◆ | |||||
- = Beschreiben in deze handleiding
=Niet beschreiben in deze handleiding
= Zie de handleiding van de motorfabrikant
1) Eerste keer verversen na 8-10 uur. Bij intensief gebruik of bij hoge omgevingstemperaturen moet de olie elke 50 uur worden ververst.
2) In stoffige omstandigheden moeten deze onderdelen vaker worden gereinigd en verrangen.
3) Uitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.

WAARSCHUWING! Veroorzaak geen
kortsluiting in de accuklemen door met een sleutel of andere voorwerpen beiden klemmen tegelijkkertijd aan te raken. Verwijder metalen armbanden, horloges, ringen, etc. voordat u de accu aansluit.
De plusklem moet eerst worden aangesloten om vonkvorming door aarding te voorkomen.
BELANGRIJKE INFORMATIE De maaier is voorzien van een negatif aardingssystem van 12 volt. Het andere voertuig moet ook een negatif aardingssystem van 12 volt hebben. Gebruik de maaier Niet om andere voertuigen te starten.
ONDERHOUD
Accu
Als de accu zo leeg is dat de motor nicht kan worden gestart, moet de accu worden opgeladen.
Gebruik van startkabel
- Sluit elk uiteinde van de RODE kabel aan op de PLUSAANSLUITING (+) op elke accu en zorg dat u geen kortsluiting met het chassis veroorzaakt.
- Sluit een uiteinde van de ZWARTE kabel aan op de MINAANSLUITING (-) van de volledig opgeladen accu.
- Sluit het andere uiteinde van de ZWARTE kabel aan op een goede CHASSISMASSA op de maaier met de lege accu,uit de buurt van de brandstoftank en de accu.

Verwijder de kabels in de omgekeerde volgorde
- Verwijder eerst de ZWARTE kabel van het chassis en daarna van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel als LASTE van.beide accu's.
DeMAaier is Voorzien van een onderhoudsvrijne accu, die dus geen onderhoud nodig heeft. Als u de accu darüber regelmatig oplaadt met een acculader voor autoaccu's, gaat de accu langer mee.
- Houd de accu en klemmen schoon.
Zorg dat de accubouten goed+zijn vastgedraaid. - Zie het schema voor laadtijden.
| STD. ACCU | TOESTAND VAN DE LADING | GESCHATTE LAADTIJD* VOOR VOLLEDIG OPLADEN BIJ 26,6 °C | |||
| Maximumsnelheid bij: | |||||
| 50 A 30 | A 20 A 10 A | ||||
| 12,6 V 100% | — VOLLEDIG OPLADEN — | ||||
| 12,4 V 75% 20 min. 35 | min. 48 min. | 90 min. | |||
| 12,2 V 50% 45 min. 75 | min. 95 min. | 180 min. | |||
| 12,0 V 25% 65 min. 11 | 5 min. 145 min. | 280 min. | |||
| 11,8 V 0% 85 min. 150 | min. 195 min. | 370 min. | |||
*De laadtijd is afhankelijk van de accucapaciteit, conditie, leeftijd, temperatuur en het rendement van de lader
Accu en klemmen reinigen
Verwijderen van de accu
Corrosie en vuil op de accu en klemmen+kunnen tot een lege accu leiden.
- Til de stoel op en kantel deze—helemaal maar voren totdat hij worden ondersteund.
- Verwijder de bout en de moer van de accubeugel. Verwijder verrolgens de beugel van de accu.

- Gebruik een sleutel en koppel eerst de ZWARTE accukabel en cervolgens de RODE accukabel los.
- Verwijder de accu voorzichtig uit de maaier en reinig deze indien nodig.
- Spoel de accu met water en droog de accu.
- Reinig de klemmen en accukabeluiteinden met een staalborstel.
- Plaats de accu terug met de klemmen in bezelfde positie als voor het verwijderen.
- Sluit de RODE accukabel eerst op de plusaansluiting (+) van de accu aan.
- Sluit de ZWARTE aardekabel op de minaansluiting (-) van de accu aan.
- Zet de accu op+zijn plaatsvast met de beugel die u bij stap 2 hebt verwijderd.
BELANGRIJKE INFORMATIE Probeer doppen of deksels nicht te openen of te verwijderen. Elektrolyt bijvullen of controleren is Niet nodig.
Gebruik algtd twee sleutels voor de klemschroeven.

VOORZICHTIG! Draag algtd oogbescherming als u in de buurt van accu's werkt.

VOORZICHTIG! Loodzuraccu's
eren explosieve gassen. Houd vonken,
en rookmaterialiaaluit de buurt van accu's.
ONDERHOUD
Veiligheidssystem
De machine is voorzien van een veiligheidssystem dat onder de volgende omstandigheden voorkomt dat de machine kan worden gestart of dat er met de machine kan worden gereden.
De motor kan alleen in de volgende geallen worden gestart:
- Het maaidek isuitgeschakeld.
- de stuurregelaars staan in de buitenste, vergrendelde neutrale positie/parkeerremstand.
Belangrijke INFORMATIE Om te konnen rijden, moet de bestuurd er op de stoel zitten en beiden stuurhendels tegelijkertijd aan elkaar toe bewegen, anders stopt de motor.
Controleer dagelijks of het veiligheidssystem werkt door de motor te starten terwijl er aan een van bovenstaande voorwaarden nicht worden voldaan. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw.
Als de motor start verwijl er nicht aan alle voorwaarden worden voldaan, schakelt u de machine uit en repareert u het verilgheidssystem voordat u de machine wee gebruikt.
Zorg dat de motor stocht verwijl de parkeerrem Niet is ingeschakeld en de gebruiker van de stoel opstaat.
Controleer of de motor stopt als de messen van de maaier zich ingeschakeld en de gebruiker tijdelijk van de bestuurdersstoel opstaat.
Parkeerrem en stuurinrichting
Controleer visuel of er geen schade is aan de hendel, koppelingen of de schakelaars voor de parkeerrem. Voer een stilstandtest uit en controllerer of er voldoende remkracht is. Neem voor het afstellen van de parkeerrem contact op met de serviceworkplaats van Husqvarna.

WAARSCHUWING! Een verkeerde
afstelling leidt tot minded remvermogen en kan oncegevallen veroorzaken.
Bandendruk
Alle banden要去en een druk hebben van 15 psi / 103 kPa / 1 bar.
BELANGRIJKE INFORMATIE Voeg GEEN bandenvulmiddel of schuimvulmiddel toe aan de banden. Door de overmatige belasting die door met schuim gezulde banden ontstaat, kunnen er voortijdige defecten ontstaan.
Gebruik alleen banden die door Husqvarna zijn gespecificeerd.
V-riemen
Controleer de riemen na elke 100 eer in werkinq. Controleer op grote barsten of deuken. de riem heeft bij normala gebruik aktijd kleine barsten. De riemen können nicht worden afgesteld. Vervang de riemen als ze door slijtage gaan slippen.
Maiadekriem verwijdermen
- Parkeer de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in. Zet hetdek in de laagste maaipositie.
- Verwijder de gehele afterscherming van de riem.
- Verwijder vuil of gras dat zich heeft opgehoopt rond het maaihuis en het dekoppervlak.
- Duw de geleiderolarm maar binnen om de spanning op de riem te lately vieren.

- Wip de riem over de bovenkant van de poelies van het maaihuisBeen en verwijder de riem uit het maaidek.
De dekriem monteren
OPMERKING: Zie voor hulp bij installmentie van dedekriem hetplaatje met het riemtraject op de bovenzijde van hetdek.
- Wikkel de dekriem rond de poelie van de elektrische koppeling op de motoras.
- Leid de riem waar voren en omhoog op het maaidek.
- Wikkel de riem rond de geleidepoelie.
- Wikkel de riem rond de stationaire geleidepoelie en de ashuizen.
- Druk de geleiderolarmaar binnen en leid de riem voorzichtig over de stationaire geleidepoelie.Wanner de riem juist is aangebracht,laat u de geleiderolarm langzaam los zodat de riem worden gespannen.
- Zorg ervoor dat het traject van de riem overeenkomt met de sticker op het trek en dat de riem Niet gedraaid is.
- Breng de gehele aftscherming van de riem\ weer aan.
ONDERHOUD
Pompriem
De spanning van de transmissie-aandrijfrem is verstelbaar. De spanveer要去 worden samengedrukt tot een lenghte tussen 35 en 38 mm.
De pompriem verrangen
Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in door de stuurregelaars\ aar buiten te bewegen.
De riem verwijderen
Vanaf de bovenkant van het trek:
- Verwijder de maaidekriem (zie Maaidekriem verwijden in dit hoofdstuk van de handleiding).
- Kantel de stoel maar voren om bij de afdekkappen van de ventilatoren te komen. Verwijder beiden afdekkappen voor de ventilatoren.

Aan de onderkant van de maaier:
- Verwijder de koppelingsstop om toegang te krijgen tot de riem.
- Draai de spanveermoeren op de oogbout los om de arm te verplaatsen en speling in deriem te creeren.

- Haal de riem van de motor- en de pomppoelies. Til de riem over de bovenkant van de ventilatoren.
De riem installeren
-
Als de pomp Niet in de uitgeschoven stand is vergrendeld, herhaal dan stap 4 UIT de bovenstaande instructies.
-
Schuif de riem over de ventilatoren en leid hem:tussen de geleidepoelies.
- Plaats de riem over de geleidepoelies rechts en links.
- Plaats de riem op de motorpoelie.
- Plaats de koppelingsstop en draai deze vast.
- Stel de spanner van het stangenstelsel van de aandrijfrem af om een veerlengthe tussen 35 en 38mm te verkrijgen.
- Breng de afdekkappen voor de ventilatoren aan.
- Breng de maiaidekriem riem aan.
Maaibladen
A VOORZICHTIG! De messen zich scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/ of wikkel de bladen in een stevige doek wanner u ze hanteert.
Het lijpen van messen moet worden uitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.

Het is belangrijk dat de bladen geslepen en onbeschadigd zijn voor het Beste maairesultaat. Vervang bladen die gebogen of gebarsten zijn bij het raken van obstakels.
Laat de servicewerkplaats beoordelen of een mes met grote deuken kan worden gerepareerd/ geslepen of moet worden verrangen. Balanceer de bladen uit na het slijpen.
Controleer de bladhoulders.
Vervangen van de bladen
- Verwijder de mesbout door deze linksom te draaien.
- Monteer een/New of geslepen blad met de tekst 'GRASZIJDE' in de richting van de grond of het gras (omlaag) of DEZE KANT BOVEN' in de richting van het maaidek en het maaihuis.
- Breng de bladbout aan en draai deze vast, op de juiste wijze.
- Haal de bladbout aan met een aanhaalmoment van 61-75 Nm.
BELANGRIJKE INFORMATIE De speciale bladbout heeft een warmtebehandeling ondergaan. Vervang deze waar nodig door een bout van Husqvarna. Gebruik geen hardware van mindere kwaliteit dan opgegeven.
ONDERHOUD
Het maiadek afstellen
Maaidek vlak afstellen
Stel het maadek af verwijl de maaier op een vlokke ondergrond staat. Zorg ervoor dat de banden op de juiste spanning zijn. Zie
Bandendruk in het hoofdstuk Onderhoud.
Als de banden te zicht of te hard+zijn, kan het maaidek Niet goed worden afgesteld. Als het maaidek verkeerd is afgesteld, wordt het gazon ongelijkmatig gemaad.
De hoogte en hellingshoek van het maaidek worden geregeld via vier sleuven. Zet het dek aan dechterkant iets hoger.
OPMERKING: Voor de nauwkeurigheid van de afstelprocedure要去 de aandrijfrem van het maaidek worden geinstalleerd voordat het maaidek worden afgesteld.
- Draag stevige handschoenen. Draai elk bladuiteinde om het aan weerskanten uit te lijnen met het maaidek.

- Meet de afstand vanaf het vloeroppervlak tot aan de onderkant van het bladuiteinde aan de uitlaatzijde van het maaidek. Noteer de gemeten waarde. Gaaar de andere kant en controllerer of de afstand waar hetzelfde is. Indien aanpassing nodig is, draait u de borgmoer bovenaan dechterste stangen los en stelt u af tot de twee afstanden aan weerszijden gelijk+zijn. Houd deze afstand aan.

- Draai de twee buitenste bladen tot deze voor enchterijken uitgelijnd met het maaidek. Schuif de Voorste bevestigingsbauten omhoog of omlaag tot dechterste claduiteinden aan de achterkant 3,175 tot 9,525 mm hoger staan dan de voorste claduiteinden.
- Controller alle afstanden een keer extra. De hoogte van de bladuiteinden要去 aan weerszijden gelijk zijn. Aan de achterkant要去en de bladuiteinden 3,175 tot 9,525 mm hoger staan dan aan de voorkant. Aan de voorkant要去en de bladuiteinden aan weerszijden even hoog zijn.
OPMERKING: Hierdoor wordt het maaidek in een standaardmeetpositie geplaatst. Afhankelijk van het soort gras dat wordt gemaad en afhankelijk van de omgevingsomstandigheden zijn möglich extra afstellingen nodig om het gewenste maairesultaat te krijgen.
Aandrijfijn
Regelmatig extern onderhoud van de aandrijfijn dient het volgende te omvatten:
- Controller het oliepeil van elke transmissie. Wanner de motor koud is, moet het oliepeil de onderkant van elke peilstok voor de transmissieolie raken.
- Controller de aandrijfrem van het voertuig, de geleidepoelie(s) en de veer (veren) van de geleiderol. Zorg ervoor dat de riem nicht kan slippen. Slippen kan leiden tot een lage ingangssnelheid voor de transmissies.
- Controller de koelventilator van elke transmissie op gebroken of verbogen schoepen. Verwijder alle obstructies, zoals resten gemaaid gras, bladeren of vuil.
- Controller de parkeerrem en het stangenstelsel van het voertuig om er zeker van teল dat ze goed werken.
- Controller het stangenstelsel van de voertuigregeling dat verbonden is met de richtingsregelarm op de transmissies. Zorg er ook voor dat de besturingsarm correct is bevestigd aan de draaitap van de transmissies.
- Controller de omloophendels op de transmissies en zorg ervoor dat ze vrij können draaien.
BELANGRIJKEINFORMATIE Elkeservicedealer die een reparatie uitvoert onder de garantie, moet vooraf goedkeuring hebben voordat onderhoud aan een Parker®-product wordenuitgevoerd, tenzij de servicedaler een actuel geauthoriseerd Parker™-servicecentrum is.
ONDERHOUD
Zwenkwielen
Controleer ze elke 200 uur. Controleer of de wielen vrij{kunnen draaien.Met schuim gevulde banden of massieve banden make de garantie ongeldig.
Wilt u een wieiervangen, verwijder dan de moer en de zwenkwielbout. Trek het wieiuit de arm en let op het afstandsstuk.Voer de installmentuit in de omgekeerde volgorde.Draai de zwenkwielbout vast en haal deze aan tot 61 Nm.

OPMERKING: Het viel moet vrij draaien, maar de asafstandsstukken Niet. Als de wielen nicht vrij hunnen draaien, ga dan met de machine waar de dealer voor onderhoud.
Anti-scalp-roller
De anti-scalp-roller发展格局.
De anti-scalp-roller op de grond staan wonneer het maaiadek op de gewenste maaihoopte staat. Anti-scalp-roller zorgen dat het maaiadek in de juiste positie blijft en scalperen op de meeste soorten terrein worden voorkomen. Stel de roller Niet af om het dek te ondersteunen. De roller要去en zich op ongeveeer 6,5 mm van de grond bevinden.

BELANGRIJKE INFORMATIE Stel de
anti-scalp-roller af terwijl de maaier op een vlakke ondergrond staat. De antiscalprolen mogen nicht afgesteld worden om hetdek te ondersteunen, om schade aan hetdek te vermijden.
Reinigen
Als u de machine regelmatig reinigt, vooral onder het maaidek, gaat hij langer mee. Reinig de machine meteen na gebruik (nadat de machine is afgekoeld), voordat het vuil vast gaat zitten.
Spuit geen water boven op het maaidek. Gebruik perslucht om de bovenkant van het maaidek te reinigen. Gebruik geen hagedruksput of stoomreiniger. Spuit geen water op de motor en elektrische onderdelen.
Reinig de onderkant van het dek regelmatig met water onder normale druk. Spoel hete oppervlakken Niet af met koud water. Laat de machine afkoelen voordat u deze reinigt.

VOORZICHTIG! Draag algtdijk oogbeschermingijdens het reinigen en wassen.
Bevestigingsmaterial
Controleer dit elke dag. Inspector de volledige machine op losse of ontbrekende hardware.
SMERING
Smeerschema
| 12/12 | 1/52 | 1/365 | 25h | 50h | 100h | 200h | 400h | ||||
| 1 | |||||||||||
| 2 | |||||||||||
| 3 | |||||||||||
| 4 | |||||||||||
| 6 | |||||||||||
| * | |||||||||||
| 12/12 Elk Jahr | * Eerste keer hydraulische olie verversen en filter verrangen na 100 uur, daarna elke 400 uur | Smeren met een smeerpistool | |||||||||
| 1/52 | Eén keer per week | Filter verrangen | |||||||||
| 1/365 | Eén keer per jaar | Ververs de motorolie na elke 50 uur | Olie verversen | ||||||||
| Peil controleren | |||||||||||
| Algemeen | |||||||||||
Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machineijdens het smeren onverhoeds gaat draaien.
Als u met een oliekan smeert, moet die+zijn gezuld met motorolie.
Als u met vet smeert, moet u (tenzij anders worden vermeld) molybdeendisulfide van goede kwaliteit gebruiken.
Bij dagelijk gebruik moet de machine twee koer per week worden gesmeerd.
Veeg overtollig vet af na het smeren.
Het is belangrijk dat er geen smeermiddel op de riemen of de aandrijfoppervlakken van de poelies terechtkomt. Gebeurt dit toch, maak ze dan schoon met alcohol. Als de riem na het reinigen blijft slippen, moet hij worden verrangen. Reinig riemen nicht met benzine of andere aardolieproducten.
Toegelaten hydraulische olien
Als er continu Parker™ HT-1000-olie worden gebrukt,要去en de olie en de filters om de 750 eer worden ververst en verrangen.
AlsCastrolTM Syntec 5W-50-,Amsoil AW ISO 68-
of Shell™ TTF-SB-oliën worden gebruikt,要去en de olie en filters om de 500aar na de eerste 750aar worden ververst en verrangen.
Als een hoogwaardige synthetische motorolie met een minimale viscositeit van 15W40 worden gebruikt,要去en de olie en de filters om de 250uur na de eerste 750aar worden ververst en verrangen.
BELANGRIJKE INFORMATIE Gebruik zo weinig möglich smeermiddel en verwijder overtollig smeermiddel zodat het geen contact maakt met riemen of de aandrijfoppervlakken van de poelies.
WAARSCHUWING! Hydraulische olie die onder druk ontsnapt, kan voldoende kracht hebben om de huid te doorboren en kan hierdoor ernstig letsel veroorzaken. Bij een verwonding door ontsnappende vloeistof dient u onmiddelijk een arts te raadplegen. Als er nicht meteen een juiste medische behandeling plaatsvindt, kan een ernstige infectie of reactie ontstaan.
SMERING
Motorolie verversen
OPMERKING: Ververs de motorolie wanner de motor warm is. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de motor voor de juiste verrangende olie en aanbevelingen voor het verrangen van filters.

WAARSCHUWING! De aftapplug van de or bevindt zich dichtbij de geluidemper.
borandwonden te voorkomen, moet u de or afzetten en iets lately afkoelen zodat motor nog warm is maar de omringende eervlakken en de olie Niet.
- Parkeer de machine op een vlokke ondergrund. Schakel de parkeerrem in.
- Verwijder vuil en verontreinigingen van het gebied rond de olievuldop.
- Verwijder de dop/peilstok.
- De afvoerslang is te vinden aan de rechterachterkant van de motor. Plaats een voldoende groot bakje onder het uiteinde van de afvoerslang en verwijder de olieaftapplug.

- Laat de olie vollediguit de motor lopen.
- Plaats de plug van de afvoerslangtering en draai deze vast.
- Vul de motor met neue olie tot de onderkant van de schroefdraad van de vulbuis. Controleer het peil met de peilstok.
- Breng de olievuldop waar aan en draaidezevast als het oliepeil VOL is.
- Raadpleeg deplaatselijke regelgeving voor het afvoeren van afgewerkte olie.
- Raadpleeg het Onderhoudsboekje voor de intervallen voor het controleren en verversen van olie en voor aanbevelingen voor het verversen.
Wiel- en dekzerken
Gebruik alleen lagervet van goede kwaliteit. Vet van bekende merken (petrochemische bedrijven enz.) blijft meestal lang goed.
Bevestiging voorwiel
Smeer 3-4 strepen met een smeerpistool op elkeset wielbevestigingen.
Voorwiellagers
Smeer 3-4 strepen met een smeerpistool op elke set wiellagers.

Dekspillen
Zet het maaidek helemaal omlaag.
Als er een smeerpistool zonder rubberen slang\ wordt gebruikt, moet de voetplaat worden\ verwijderd voor toegang tot de middelste as.
Smeer met een smeerpistool, 2-3 strepen per spil.

SMERING
Olie en filter verrangen
De hydraulische olie en filters要去en om de 250 tot 750 uur of eenmaal peraar worden verrangen, afhankelijk van het gebruikte type olie. Zie Toegelaten hydraulische olien in het hoofdstuk Smering voor een lijst met goedgekeurde olien of raadpleeg de servicehandleiding van de fabrikant van de transmissie.
Vanwege het risico van binnendringen van vuil in het systeme moeten alle werkzaamheden aan de transmissie worden uitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.
De volgende procedure worden UITgevoerd verwijl de transmissies in de maaier zich gemonteerd en de maaier op een vlakke ondergrond staat. Schakel de releasekleppen van de pomp voor elke transmissie in en schakel de parkeerrem in.
- Reinig de machine grondig van gras en ander vuil. Verwijder eventueel aanwezig los vuil rond de rand van het filter.
- Verwijder de ontluchter/peilstok.
- Plaats een olieopvangbak (een diameter van 304,8 mm ofeer en een inhoud van 7,57 I is optimaal) onder het oliefilter.
- Verwijder de filterplug en de O-ring met behulp van een dopsleutel en ratel.
- Verwijder het olieffilter met behulp van een sterke magneet of een punttang.
- Plaats het neue filter.
- Breng de filterplug en de O-ring aan. Haal de filterplug aan met 13 tot 15,25 Nm.
- Herhaal deze stappen aan de andere kant.
- Laat oude oliefilters goed leeglopen voordatu deze afdankt. Plaats afgewerkte olie in hiervoor geschikte bakken en voer deze af overeenkomstig de geldende voorschriften in uw regio.

-
Vul de transmissie met Parker HT-1000-transmissieolie of een andere goedgekeurde hydraulische vloeistof.
-
Het niveau van de koude vloeistof moet ter hoogte� van de onderkant ontluchter/ peilstok.
- Breng de ontluchter/peilstok aan en haal\ deze aan met 2,0-3,3 Nm.
Transmissie ontluchten
Ontluchtingsprocedures moeten worden uitgevoerd als het hydrostatische system geopend is wegens onderhoud of als er extra olie aan het system is toegevoegd.
Het is essentieel om het systeme te ontluchten vanwege de effecten die lucht heeft op de officiertie van hydrostatische aandrijvingen. Mogelijkke symptomen van lucht in hydrostatische systemen zijn:
Luidruchtige werking.
- Geen vermogen of aandrijving na korte werkinq.
Hoge bedrijfstemperatuur en overmatige uitzetting van olie.
Kortere levensduur van onderdelen
Controleer voordat u de motor start of het oliepeil in de olietank goed is. Als dat nicht het geval is, vult u olie bij aan de hand van de bovenstaande specificaties.
De volgende procedure kan het Beste worden uitgevoerd als de aandrijfwielen van de machine van de grond zich en moet daarna worden herhaald bij normale werkomstandigheden.
Zie De machine met de hand verplaatsen in het hoofdstuk Bediening voor afstelling van de bypasskoppeling.
- Schakel de rem UIT als undeze was geactiveerd.
- Zet met de bypasskoppeling open en de motor op snel stationair de richtingsregelaar vooruit en achechteruit (5-6 keer). Als er lucht uit de machine komt, daalt het oliepeil.
- Zet met de bypasskoppeling gesloten en de motor op laag motortoerental de richtingsregelaar maar voren enaar achteren (5-6 keer). Controller het oliepeil en voeg waar nodig olie bij nadat de motor is gestopt.
- Soms moet u stappen 2 en 3 herhalen om alle lucht uit het systeem af te voeren. Als de hydraulische aandrijving met een normal geluidsniveau werkt en soepel vooruit enchteruit rijdt bij normale snelheden, is de hydraulische aandrijving ontlucht.
- Als de machine twee keer is gebruikt,要去 het oliepeil weeR worden gecontroleerd verwijl de olie koud is; waar nodig moet het peil worden aangepast.
PROBLEM OPLOSSEN
Probleem /oorzaak
Motor start Niet
De bladschakelaar is ingeschakeld
De stuurregelaars zijn nicht in de neutrale positie/ parkeerremstand vergrendeld
Lege accu
Verontreiniging in de carburateur of brandstofleiding
De brandstofafsluiter is gesloten of staat in de verkeerde stand
Verstopt brandstofffilter of brandstoffleiding
Ontstekingssystemeimdefect
StartmotorThatde motornietaanslaan
Lege accu
De kabelcontacten van de accuklemen zijn defect
Doergebrande zekering
Defect in veiligheidscircuit startmotor. Zie Veiligheidssystem in het hoofdstuk Onderhoud
Motor draait onregelmatig
Defecte carburateur
Verstopt brandstofffilter of verstuiver
De choke is ingeschakeld bij een warmer motor
Verstopte ventilatieklep op de brandstoffdop
Brandstoftank bijna leeg
Verontreinigde bougies
Rijk brandstofmengsel of brandstof-/luchtmengsel.
Verkeerd type brandstof
Water in de brandstof.
Verstopt Iuchtfilter
De motor lijkt zwak.
Verstopt Iuchtfilter
Verontreinigde bougies
Carburateur verkeerd afgesteld
Lucht vast in hydraulisch system
Machine trilt
Bladen zichn los
Bladen zich verkeerd uitgebalanceeerd
Motor is los
Motor is oververhit
Verstopte luchtinlaat of koelribben
Motor is overbelast
Slechte ventilatie rond motor
Defecte motortoerentalregelaar
Te weinig of geen olie in de motor
Verontreiniging in de brandstoffleiding
Verontreinigde bougies
Accu laadt nicht op
De kabelcontacten van de accuklemen zijn defect
Contactstop is losgekoppeld
Defect in motoroplaadsysteme
Maaier beweegt langzaam, ongelijkmatig of helemaal Niet
Omloophendel(s) ingeschakeld
Transmissieaandrijfrem is slap of grijpt Niet aan
Lucht vast in hydraulisch system
Aandrijfrem voor het maaidek zit los
Contact van elektromagnetische koppeling zit los
De messchakelaar is defect of zit los,uit het kabelcontact
Doorgebrande zekering
Er lekt olie uit de transmissie
BeschadigdeADFdichtingen,behuizingofpakkingen
Lucht vast in hydraulisch system
Ongelijkmatige maairesultaten
Ongelijke luchtdruk in banden
Gebogen bladen
Ophanging voor het maaidek is scheef
De bladen zich stomp.
Rijnselheid te hoop.
Gras is te lang
Er zit gras onder het maaidek
OPSLAG
Opslag voor de winter
De machine moet aan het eind van het maaiseizoen of als deze langer dan dertig dagen nicht worden gebruikt, gereedgemaakt worden voor opslag.
Wanner brandstof langereijd stilstaat (dertigragen ofeer),kunnen er kleverige restenachterblijven die zorgen dat de carburateurverstopt raakt en de motor minder goed werkt.
Stabilisatiemiddelen voor brandstof zijn een aanvaardbare oplossing voor kleverige resten dieijdens de opslag konnen ontstaan.
Voeg een stabilisatiemiddel aan de brandstof in de tank of in de jerrycan toe. Gebruik altijd de mengverhoudingen die door de fabrikant van het stabilisatiemiddel worden aangegeven. Laat de motor minimaal tien minutes draaien nadat u het stabilisatiemiddel hebt toegevoegt zodat het middel in de carburateur komt. Leeg de brandstoftank en de carburateur nicht als u een stabilisatiemiddel hebt toegevoegt.

WAARSCHUWING! Sla een motor
met brandstof in de tank nooit nicht of in een slecht geventileerde ruimte op waar brandstofdampen in aanraking kuren komen met open vuur, vonden en waakvlam zoals in een verwarmingsketel, heetwatertank of wasdroger. Ga voorzichtig om met brandstof. Deze is zeer Licht ontvlambaar en kan ernstig persoonlijk letsel of schade aan eigendommen veroorzaken. Tap de brandstof in de buitenlucht af in een goedgekeurde container en bewaar de brandstof uit de buurt van open vuur en ontstekingsbronnen. Gebruik brandstof Niet als reinigingsmiddel. Gebruik een ontvettingsmiddel en warm water.
Om de machine klaar te makeen voor de opslag:
- Maak de machine grondig schoon, vooral onder het maaidek. Werk lakschade bij en spuit een dunne laag olie op de onderkant van het maaidek om corrosie te voorkomen.
- Controller de machine op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven weeR vast.
- Ververs de motorolie en gooi deze op de juiste manier weg.
- Leeg de brandstoftanks of voeg een stabilisatiemiddel voor brandstof toe. Start de motor en LAST们都 daat totdat alle brandstof uit de carburateur is afgetapt of totdat het stabilisatiemiddel de carburateur heeft bereikt.
- Verwijder de bougie en giet ongeveer een lepel motorolie in de cilinder. Draai de motor om zodate de olie gelijkmatig worden verdoeffenplaats daarna de bougie terug.
- Smeer alle vetzerken, koppelingen en assen.
- Verwijder de accu. U moet de accu reinigen, opladen en op een koele plek opbergen, maar bescherm de accu gegen directe kou.
- Sla de machine op een schone, droge plek op endek de machine af voor extra bescherming.
Service
Vermeld alkijd hetঙ van aankoop, model, type en serienummer wonneer u reserveonderdelen bestelt.
Gebruik alkijd originele Husqvamarenserveonderdelen.
Wanner u de machine Jaarliks bij een geauthoriseerde serviceworkplaats LAST controlleren, kunt u ervoor zorgen dat de machine zo goed möglichk werkt in het volgende seizoen.


SNOLISODHOIMX
CONFORMITEIT
EG-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82
Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder
onze alleenverantwoordelijkheid dat het
| Beschrijving Zitmaaier met verbrandingsmotor | |
| Merk Husqvarna | |
| Platform / Type / Model Z448 | |
| Partij Serienummer vanaf 2019 en verder |
gerepresenteerde product:
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen
| Richtlijn/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2014/30/EU "beteffende elektromagnetische com pabitilitweit" | |
| 2000/14/EG; 2005/88/EG "beteffende geluid buitenshuis" |
en -regelgeving:
2011/65EU Beperking van het gebruik van
bepaalde gevaarlijke stoffen.
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt;
EN ISO 12100, ISO 14982, ISO 5395-1 & 3, ISO
3744, ISO 11094, EN 1032, ISO 21299
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG,
bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden
vermeld in de sectie met technische gegevens
van deze handleiding en in de ondertekende EG-
verklaring van overeenstemming.
De geleverde zitmaaier met verbrandingsmotor
is conform het geteste exemplaar.
TECHNISCHE GEGEVENS
| MOTOR | |
| Fabrikant Kawasaki | |
| Type FR691V | |
| Vermogen 16,40 kW @ 2900 | 1) |
| Bougie | BPR4ES Afstand: 030" (0,76 mm) |
| Smering Druk met oliefilter | |
| Brandstof | Min. octaangetal 87 loodvrij (max. ethanol 10%, max. MTBE 15%) |
| Inhoud brandstoftank 18,9 liter | |
| Koelset Luchtkoeling | |
| Luchtfilter Patroon voor zwaar gebruik | |
| Dynamo 12 V 15 A bij 3600 ppm | |
| Startmotor Elektrisch | |
| TRANSMISSIE | |
| Transmissie HydroGear ZT5400 | |
| Besturingshendel Dubbele hendel, handgreep van schuim | |
| Snelheid vooruit 0-12,9 Km/h | |
| Snelheidchteruit 0-6,4 km/h | |
| Remmen Geintegreerde parkeerrem | |
| Zwenkwieten voór 13 x 6,5 flat-free | |
| Achterbanden, pneumatisch voor grasmat | 22 x 10-10 |
| Bandenspanning 15 PSI / 103 kPa / 1 bar | |
| FRAME | |
| Maaibreedte 122 cm | |
| Maaiahoogte | 3,8 cm - 11,4 cm |
| Aantal messen | 3 |
| Meslengte | 41,8 cm |
| Anti-scalp-rol | 4 afstelbaar |
| Stoel | Husqvarna commercialevering |
| Scharnierende armleggers | Ja |
| Onderhoudsmeter | Digitaal |
| Zaagbladkoppeeling | Ogura-koppeling |
| Dekconstructie | Vervaardigd met 10 gauge |
| Productiviteit | 13,223 m²/uur |
TECHNISCHE GEGEVENS
| AFMETINGEN | |
| Gewicht 335 kg | |
| Lengte basismachine 191 cm | |
| Hoopte basismachine 102 cm | |
| Breedte basismachine 112 cm | |
| Totale breedte, trechter omhoog 145 cm | |
| Totale breedte, trechter omlaag 171 cm | |
| Totale hoogte, kantelbeveiliging omhoog 183 cm | |
| TRILLINGEN EN GELUID | |
| Hand-armtrillingen 1,27 m/s | 2 |
| Hele lichaam handen/armen 0,08 m/s | 2 |
| Geluidsniveau, gemeten 105 dB | |
| Geluidsniveau, gegardeerd 105 dB |
TECHNISCHE GEGEVENS
Momentspecifications
Krukasbout motor 50 ft/lb
Dekpoelieboute 203 Nm
Wielmoeren 101,6 Nm
Aanhaalmoment bougie 22 Nm (16 ft-lb)
Mesbout 122 Nm
Standaard 1/4" bevestigingsboute12,2 Nm
Standaard 5/16" bevestigingsbouten24,4 Nm
Standaard 3/8" bevestigingsbouteNm
Standaard 7/16" bevestigingsbouteNm
Standaard 1/2" bevestigingsbouten80 ft/lb
ZESKANTBOUTEN
De aangegeven momentwaarden要去en worden gebruikt als een algemene richtlij wanneer geen specifieke momentwaarden zijn aangegeven.
Bevestigingsmaterial, Amerikaanse maten
| Beoordeling SAE-klasse 5 SAE-klasse 8 Flensborgschoef | met flensborgmoer | ||||||
| Grootte ft-lb Nm ft-lb Nm ft-lb Nm | |||||||
| Schachtaat (diameter in inch, fine of grove schroefdraad) | 1/4 9 12 | 13 18 | |||||
| 5/16 18 | 24 28 38 24 33 | ||||||
| 3/8 31 42 | 2 46 62 40 54 | ||||||
| 7/16 50 | 68 75 102 | ||||||
| 1/2 75 10 | 02 115 156 | ||||||
| 9/16 110 | 149 165 224 | ||||||
| 5/8 150 | 203 225 305 | ||||||
| 3/4 250 | 339 370 502 | ||||||
| 7/8 378 | 512 591 801 | ||||||
| 1-1/8 782 | 1060 | 1410 | 1912 | ||||
** Klasse 5 – minimale commerciale kwaliteit (lagere kwaliteit nicht aanbevolen)
Bevestigingsmaterial, metrische maten
| Beoordeling | Klasse 8.8 | Klasse 10.9 | Klasse 12.9 | ||||
| Grootte | ft-lb Nm | ft-lb Nm ft-lb | Nm | ||||
| Schachtaat (diameter in millimeter, fine of grove schroefdraad) | M4 | 1,5 | 2 | 2,2 | 3 | 2,7 | 3,7 |
| M5 | 3 | 4 | 4,5 | 6 | 5,2 | 7 | |
| M6 | 5,2 | 7 | 7,5 | 10 | 8,2 | 11 | |
| M7 | 8,2 | 11 | 12 | 16 | 15 | 20 | |
| M8 13,5 | 18 18,8 25 2 | 1,8 30 | |||||
| M10 24 | 33 | 35,2 | 48 | 3,5 59 | |||
| M12 | 43,5 | 59 | 62,2 | 84 | 75 | 102 | |
| M14 | 70,5 | 96 | 100 | 136 | 119 | 161 | |
| M16 | 108 146 | 147 | 199 176 239 | ||||
| M18 | 142 193 | 202 | 274 242 328 | ||||
| M20 | 195 264 | 275 | 373 330 447 | ||||
| M22 | 276 374 | 390 | 529 471 639 | ||||
| M24 | 353 478 | 498 | 675 596 808 | ||||
| M27 | 530 719 | 735 | 996 904 | 1226 | |||
ONDERHOUDSBOEKJE
AFLEVERSERVICE
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Accu opladen en aansluten | □ |
| Bandendruk van alle wielen instellen op 15 PSI (1 bar) | □ |
| Monteer de stuurregelaars in de normale positie | □ |
| Contactkastje aansluten op de kabel voor deveiligheidsschakelaar van de stoel | □ |
| Peil van de hydraulische olie controlleren | □ |
| Hydraulische slangen controlleren op knikken of lekken | □ |
| Controleer of de juiste hoeveelheid olie in de motor aanwezig is | □ |
| Stel de positie van de stuurregelaars af | □ |
| Brandstof vullen en de brandstofafsluiter openen | □ |
| Motor starten | □ |
| Controleren of er aandrijving maar beiden wielen is | □ |
| Hellingshoek en afstelling van het maaidek controlleren | □ |
| Controller: | |
| Veiligheidsschakelaar voor de parkeerrem | □ |
| Veiligheidsschakelaar voor het maaidek | □ |
| Veiligheidsschakelaar in de stoel | □ |
| Veiligheidsschakelaar in de stuurregelaars | □ |
| Werking en afstelling van de parkeerrem | □ |
| Naar voren rijden | □ |
| Naar achteren rijden | □ |
| De bladen inschakelen | □ |
| Stationair torental | □ |
| Hoog stationair torental controlleren | □ |
| Informeer de klant over: | |
| De behoefte en Voordelen van het volgen van hetonderhoudsschema | □ |
| De behoefte en Voordelen van service aan de machine | □ |
| Het belang van onderhoud en het bijhouden van eenonderhoudsboekje voor de waarde van de machine | □ |
| Toepassingsgebieden voor mulchen | □ |
| Vul de verkooppapieren, etc. in. |
De afleveringservice
isuitgevoerd
Geen extra opmerkingen
Voor akkoord:
ONDERHOUDSBOEKJE
NA 10 UUR
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Motorolie verversen | ☐ |
| Veiligheidsgordel controlleren | ☐ |
| Kantelbeveiligigungssysteme controlleren | ☐ |
| DAGELIJKS ONDERHOUD | |
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Vuil van de maaier verwijderen | ☐ |
| Motoroliepeil controlleren | ☐ |
| Bandendruk controlleren | ☐ |
| Onderkant van het dek controlleren | ☐ |
| Veiligheidssysteme controlleren | ☐ |
| Veiligheidsgordel controlleren | ☐ |
| Kantelbeveiligingsysteme controlleren | ☐ |
| Brandstofsysteme op lekkeage controlleren | ☐ |
| Veiligheidsbeschermingen en -kappen inspecteren | ☐ |
| Afstelling van de rem controlleren | ☐ |
| ONDERHOUD NA 25 UUR | |
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Luchtfilter van de brandstofpomp controlleren | ☐ |
| Maaierbladen slijpen/vervangen (waar nodig) | ☐ |
| Bandendruk controlleren | ☐ |
| Accukabels controlleren | ☐ |
| Smeren volgens smeerschema | ☐ |
| Koelluchtinlaat van de motor controlleren/reinigen | ☐ |
| Voorfilter van het luchtfilter reinigen (schuim) | ☐ |
| ONDERHOUD NA 50 UUR | |
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Onderhoudsbeurt bij 25 uur uitvoeren | ☐ |
| De papieren filterpatroon van het luchtfilter reinigen/vervangen(kortere intervallen bij stoffige gebruiksomstandigheden) | ☐ |
| Motorolie verversen | ☐ |
| Smeren volgens smeerschema | ☐ |
ONDERHOUDSBOEKJE
ONDERHOUD NA 100 UUR
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Onderhoudsbeurt bij 25 eeruitvoeren | ☐ |
| Onderhoudsbeurt bij 50 eeruitvoeren | ☐ |
| Motorolieffilter verwangen | ☐ |
| Bougies reinigen/vervangen | ☐ |
| Brandstofffilter verwangen | ☐ |
| V-riemen controleren | ☐ |
| Asbouten van het zwenkwiel controleren/aandraaien (elke 200aar) | ☐ |
| De papieren cartridge van het luchtfilter verwangen | ☐ |
ONDERHOUD NA 300 UUR
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Onderhoudsbeurt bij 25 eer uitvoeren | ☐ |
| Onderhoudsbeurt bij 50 eer uitvoeren | ☐ |
| Onderhoudsbeurt bij 100 eer uitvoeren | ☐ |
| Maaidek controlleren/afstellen | ☐ |
| Verbrandingskamer reinigen en klepzittingen slijpen | ☐ |
| De klepseling van de motor controlleren | ☐ |
| Voorfilter van het luchtfilter verwangen (schuim) | ☐ |
MINIMALE EN KEER PER JAAR
| Actie | Datum, meterwaarde, stempel,handtekening |
| Koellluchtinlaat van de motor reinigen (elke 25 uu) | ☐ |
| Schuimrubberen voorfilter van het luchtfilter verwangen (elke 50uu) | ☐ |
| Papieren cartridge van het luchtfilter verwangen | ☐ |
| Motorolie verversen (elke 50 uu) | ☐ |
| Motoroliefilter verwangen (elke 100 uu) | ☐ |
| De maaihoogte controlleren/afstellen | ☐ |
| Parkeerrem controlleren/afstellen (elke 50 uu) | ☐ |
| Bougies reinigen/vervangen (elke 100 uu) | ☐ |
| Brandstofffilter verwangen (elke 100 uu) | ☐ |
| De klepspeling van de motor controlleren | ☐ |
Husqvarna
www.husqvarna.com