TC 242TX - Tractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TC 242TX HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 280 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HUSQVARNA TC 242TX - page 93
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : TC 242TX

Categorie : Tractor

Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TC 242TX - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TC 242TX van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING TC 242TX HUSQVARNA

Motor: Transmissie: Productbeschrijving Dit is een zitmaaier waarbij het maaidek is aangebracht tussen de voor- en achteras. Hij is uitgerust met een viertaktbenzinemotor. Optionele accessoires:

  • Mulchplug Gebruik Deze machine mag alleen worden gebruikt voor het maaien van gras in privétuinen en op privéhellingen van maximaal 15°. De machine mag niet worden gebruikt in openbare parken, op sportvelden, in de landbouw of in de bosbouw. Gebruik het product uitsluitend met accessoires die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Ieder ander gebruik van de machine is onjuist gebruik. Hierdoor komt uw garantie te vervallen en is de fabrikant niet verantwoordelijk voor schade aan de gebruiker of derden. Zie de plaatselijke richtlijnen voor het gebruik van gazonmaaiers. Ondersteuning/Help Als u hulp nodig hebt of vragen hebt over de toepassing, bediening, onderhoud of onderdelen van uw product:

5. Koppelingshendel van het opzetstuk

6. Contactschakelaar

7. Pedaal voor vooruitrijden

8. Pedaal voor achteruitrijden

14. Hefhendel van het opzetstuk

Symbolen op het product Waarschuwing! Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. LET OP: Onjuist gebruik kan leiden tot schade aan het product of persoonlijke eigendommen. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Achteruit. Neutraal. Hoog. Laag. Choke. 94 1923 - 005 - 13.10.2022Snel. Langzaam. Contactschakelaar. Motor uit. Motor starten. Motor aan. Differentieelslot. Rem- en koppelingspedaal. Parkeerrem. Maaihoogte. Maaidek omhoog zetten. Reverse Operation System (ROS). Achteruit. Vooruit. Verlichting aan. Accu. De messen zijn uitgeschakeld. De messen zijn ingeschakeld. Gevaar, houd handen en voeten uit de buurt van dit gedeelte. Brandstof. Werking reservebrandstofklep. Gehoorbescherming aanbevolen. Zorg ervoor dat het gebied vrij is wanneer u vooruit rijdt. Bedien het product niet terwijl er mensen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren in de buurt zijn. 1923 - 005 - 13.10.2022 95Hellingrisico. Gebruik het product niet recht omhoog op een helling van meer dan 15°. Hellingrisico. Gebruik het product niet horizontaal op een helling. Hellingrisico. Gebruik het product niet recht omlaag op een helling van meer dan 15°. Het symbool voor hete oppervlakken duidt op een risico dat, indien niet in acht genomen, kan leiden tot overlijden, ernstig letsel en/of schade. Het symbool voor vuur duidt op een risico dat, indien niet in acht genomen, kan leiden tot overlijden, ernstig letsel en/of schade. Geluidsvermogenniveau. Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende VK- regelgeving. Cruisecontrol. Vrijloop (alleen modellen met automatische transmissie). Urenteller De urenteller toont hoeveel uur de motor in bedrijf is geweest. Zie Productoverzicht op pagina 94 voor de locatie van de urenteller. Elke 50 uur wordt een oliepeilsymbool gedurende 2 uur weergegeven. Zie Smeerschema op pagina 116

Om de urenteller handmatig terug te stellen, draait u de contactsleutel 5 keer naar de stand "ON" (aan) en vervolgens naar de stand "STOP". Let op: De urenteller stopt alleen wanneer de contactsleutel in de stand "STOP" staat. Zorg ervoor dat de contactsleutel in de stand "STOP" blijft staan wanneer de motor is gestopt. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. 96 1923 - 005 - 13.10.2022Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Veilige bedieningspraktijken voor maaiers met meerijdende bediener WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten amputeren en voorwerpen wegslingeren. Het niet naleven van de volgende veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstige ongelukken of de dood. WAARSCHUWING: Haal altijd de bougiekabel los en leg de kabel op een plek waar deze niet in contact kan komen met de bougie. Doe dit om het per ongeluk starten van de motor te voorkomen tijdens instel-, aanpassings- of reparatiewerkzaamheden of tijdens het vervoer. WAARSCHUWING: Rijd niet in de neutrale stand een helling af; u kunt de controle over de tractor verliezen. WAARSCHUWING: Trek alleen opzetstukken die worden aanbevolen door en voldoen aan de specificaties van de fabrikant van uw tractor. Gebruik uw gezonde verstand bij het trekken. Werk op hellingen alleen met het laagst mogelijke toerental. Als u een te zware last trekt op een helling kan dit gevaar opleveren. Banden kunnen dan de grip op de grond verliezen, waardoor u de controle over uw tractor verliest. WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor, sommige bestanddelen daarin en bepaalde voertuigonderdelen kunnen chemicaliën bevatten of uitstoten waarvan door de Staat van Californië wordt aangenomen dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere beschadigingen van het voortplantingssysteem veroorzaken.

DEZE APPARATUUR. De American Academy of Pediatrics adviseert dat kinderen minimaal 12 jaar moeten zijn voordat ze een lopend bediende gazonmaaier mogen gebruiken en minimaal 16 jaar moeten zijn voordat ze een rijdende gazonmaaier mogen gebruiken. WAARSCHUWING: KINDEREN

KUNNEN ERNSTIG OF DODELIJK LETSEL

OPLOPEN DOOR DEZE APPARATUUR. Lees de onderstaande veiligheidsinstructies zorgvuldig en volg deze op. Er kunnen ernstige ongelukken gebeuren als de gebruiker de aanwezigheid van kinderen niet opmerkt. Kinderen vinden machines en maaien vaak interessant. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plek blijven waar u ze voor het laatst hebt gezien.

  • Houd kinderen uit het maaigebied en onder toezicht van een verantwoordelijke volwassene (niet de gebruiker zelf).
  • Wees alert en schakel de machine uit als kinderen het (maai)gebied betreden.
  • Kijk achter u en omlaag of er kleine kinderen in de buurt zijn vóór en tijdens het achteruitrijden.
  • Vervoer nooit kinderen op de machine, ook niet als de bladen zijn uitgeschakeld. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of de veilige werking van de machine verstoren. Kinderen die in het verleden op de machine hebben meegereden kunnen plotseling in het maaigebied opduiken omdat ze nog een keer willen meerijden en onder de machine terechtkomen bij achteruitrijden.
  • Laat de machine nooit door kinderen bedienen. 1923 - 005 - 13.10.2022 97• Wees extra voorzichtig als u een blinde hoek, struiken, bomen of andere voorwerpen nadert die het zicht op kinderen kunnen belemmeren.

II. ALGEMENE BEDIENING

  • Zorg dat u alle instructies op de machine en in de handleiding hebt gelezen, begrepen en opgevolgd.
  • Plaats uw handen of voeten niet bij draaiende delen of onder de machine. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
  • De machine mag alleen worden gebruikt door verantwoordelijke volwassenen die bekend zijn met de instructies.
  • Haal voorwerpen, zoals stenen, speelgoed en draad, uit de buurt, omdat deze door de bladen kunnen worden opgepakt en gelanceerd.
  • Zorg dat er geen omstanders in het gebied aanwezig zijn voordat u begint. Stop de machine als iemand dichterbij komt.
  • Vervoer nooit passagiers op de machine.
  • Maai niet achteruit, tenzij het absoluut nodig is. Kijk altijd omlaag en achter u vóór en tijdens het achteruitrijden.
  • Richt afgevoerd materiaal nooit op personen. Voer materiaal niet af tegen een muur of obstakel. Materiaal kan terug naar de gebruiker worden gelanceerd. Stop de bladen als u over stukken met grind rijdt.
  • Bedien de machine niet zonder de volledige grasopvangbak, uitworptrechter of zonder dat andere veiligheidsinrichtingen op hun plaats zitten en werken.
  • Ga langzamer rijden voordat u een bocht neemt.
  • Laat de machine nooit onbeheerd achter terwijl de motor draait. Schakel altijd de messen uit, schakel de parkeerrem in en zet de motor uit voordat u van de machine stapt.
  • Schakel de bladen uit als er niet wordt gemaaid. Schakel de motor uit en wacht tot alle onderdelen volledig stilstaan voordat u de machine schoon maakt, de grasopvangbak verwijdert of de uitworptrechter schoon maakt.
  • Bedien de machine alleen bij daglicht of voldoende kunstmatig licht.
  • Bedien de machine niet wanneer u onder invloed van alcohol of drugs bent.
  • Let op het verkeer als u nabij wegen rijdt of deze kruist.
  • Wees extra voorzichtig als u de machine op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost.
  • Draag altijd oogbescherming bij het bedienen van de machine.
  • Gebruik gehoorbescherming om een gehoorbeschadiging te voorkomen.
  • Statistieken geven aan dat bedieners die 60 jaar en ouder zijn, vaker betrokken zijn bij maaimachinegerelateerde ongelukken. Deze gebruikers moeten beoordelen of ze beschikken over voldoende vermogen om de zitmaaier veilig genoeg te bedienen, om henzelf en anderen tegen ernstig letsel te beschermen.
  • Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor wielverzwaarders of contragewichten.
  • Houd de machine vrij van gras, bladeren of ander vuil dat zich kan ophopen en de hete uitlaat of motoronderdelen kan raken en vlam kan vatten. Ploeg niet door bladeren of ander vuil om deze ophoping te voorkomen. Verwijder gemorste olie of brandstof voordat u de machine bedient of opslaat. Laat de machine afkoelen voordat u hem opslaat. Veiligheidsinstructies voor bediening Persoonlijke beschermingsmiddelen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
  • Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.
  • Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
  • Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
  • Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. 98 1923 - 005 - 13.10.2022• Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicewerkplaats.
  • Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn. De dodemanshandgreep (OPC) controleren WAARSCHUWING: Gebruik het product niet als de dodemanshandgreep (Operator Presence Control, OPC) defect is. Als de OPC defect is, repareer deze dan onmiddellijk. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.
  • Controleer of de motor pas kan starten als het rempedaal volledig is ingetrapt en het maaidek is ontkoppeld.
  • Controleer of de motor stopt wanneer de gebruiker opstaat uit de stoel als de parkeerrem is ingeschakeld.
  • Controleer of de motor stopt wanneer de gebruiker opstaat uit de stoel wanneer het maaidek is ingeschakeld.
  • Controleer of de koppelingshendel voor het maaidek niet kan werken wanneer de bestuurder niet op de stoel zit. Het Reverse Operating System (ROS) controleren Als het Reverse Operating System (ROS) niet correct werkt, repareer dan het product onmiddellijk. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.

1. Start het product. Zie

2. Schakel het maaidek in. Zie

Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

achteruit te rijden met de contactsleutel in de stand "ON" (aan) (A).

4. Start het product en schakel het maaidek opnieuw

5. Draai de contactschakelaar met ROS geactiveerd

6. Controleer of de motor niet stopt wanneer u achteruit

rijdt en de contactsleutel is ingeschakeld met ROS geactiveerd. Controleer de remmen WAARSCHUWING: Onderhoud aan de remmen is noodzakelijk als de machine bij de hoogste snelheid in de hoogste versnelling op een vlakke, droge ondergrond meer dan 1,5 m (5 ft) nodig heeft om te stoppen.

1. Parkeer de machine op een vlakke, droge betonnen

of bestrate ondergrond. Trap het rempedaal volledig in en schakel de parkeerrem in.

2. Zet de vrijloopregeling in de stand "Transmissie

uitgeschakeld" om de transmissie uit te schakelen.

3. De achterwielen moeten blokkeren en slippen als u

de machine handmatig vooruit probeert te duwen. Als de achterwielen ronddraaien, moet er onderhoud aan de remmen worden uitgevoerd.

4. Neem contact op met een erkend servicecentrum.

Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie Controleer de remmen op pagina 99

Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. WAARSCHUWING:

uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren

  • Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. 1923 - 005 - 13.10.2022 99Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
  • Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
  • Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
  • Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
  • Gebruik het product niet op een helling van meer dan 15°. >15°
  • Start of stop niet op een helling.
  • Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
  • Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
  • Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
  • Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
  • Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt.
  • Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
  • Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
  • Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Brandstof is brandbaar en de dampen zijn explosief. Wees voorzichtig met brandstof om letsel, brand en explosies te voorkomen.
  • Adem geen brandstofdampen in. De brandstofdampen zijn giftig en kunnen letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
  • Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
  • Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
  • Vul binnenshuis geen brandstof bij. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
  • Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
  • Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
  • Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
  • Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
  • Brandstof op uw huid kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw huid terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
  • Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
  • Vul de brandstoftank niet volledig. Door hitte zet de brandstof uit. Zorg ervoor dat er ruimte overblijft aan de bovenkant van de brandstoftank.
  • Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
  • Voordat u het product start, moet u het product verplaatsen naar een afstand van minimaal 3 m vanaf het punt waar u hebt getankt.
  • Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof en motorolie en laat het product drogen voordat u de motor start.
  • Controleer de motor regelmatig op lekkage. Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
  • Gebruik uw vingers niet om de motor op lekkage te controleren.
  • Bewaar brandstof in goedgekeurde containers.
  • Wanneer het product en de brandstof worden opgeslagen, moet u ervoor zorgen dat brandstof en brandstofdampen geen schade kunnen veroorzaken.
  • Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde container, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van vonken en open vuur.

1923 - 005 - 13.10.2022Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
  • Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
  • Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
  • Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
  • Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
  • Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
  • Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Transportveiligheid
  • Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
  • De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
  • De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Transport op pagina 133

Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:

  • De motor is uitgeschakeld.
  • Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
  • De parkeerrem is ingeschakeld.
  • De contactsleutel is verwijderd.
  • Het maaidek is ontkoppeld.
  • De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
  • Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 115
  • Een elektrische schok kan letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
  • Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
  • Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
  • De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
  • Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
  • Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
  • Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken.
  • Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. 1923 - 005 - 13.10.2022 101Montage Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. Het product uit de verpakking verwijderen

3. Verwijder de zijpanelen en leg deze op een vlakke

5. Haal het product uit de doos en zorg ervoor dat er

geen losse onderdelen in de doos blijven zitten. Montagegereedschappen

  • Dopsleutelset (optioneel) Losse onderdelen die moeten worden gemonteerd Het product is niet volledig gemonteerd. De onderstaande onderdelen worden los meegeleverd wanneer u het product koopt. Sleutel, 2 stuks Hellingsschema, 1 stuks Zeskantbout, 2 stuks Moeren, 2 stuks Losse onderdelen voor de grasopvangbak Het product is niet volledig gemonteerd. De onderstaande onderdelen worden los meegeleverd wanneer u het product koopt. Klink Hendel max. slag/verlenging Steunbeugels Offsetarm Klinkextensieveer Aanwezigheidshendel grasopvangbak 5/16 x 18 x 1,5" slotbouten 5/16 x 18 borgmoeren Kap voor volledige hendel 102 1923 - 005 - 13.10.202210-24 x 1/2 bolkopschroef Dwarssteun Hendel grasopvangbak Gaffelpen Klem 3/8 x 16 x 3/4 schroef 10-24 moer Voorframe Spil 3/8 x 16 x 1" moer 3/8 x 16 x 1" slotbouten Grasopvangbak monteren

1. Vouw de zak open en plaats deze met de juiste kant

2. Verwijder de 2 schroeven en de 2 moeren (A) van de

voorkant van het bovenste frame.

3. Plaats de grasopvangbak aan de zijkant.

4. Druk de uiteinden (B) van het voorframe (C) door de

5. Duw de 2 schroeven (A) door de stof (D) en de

OPGELET: Gebruik een maximaal aanhaalmoment van 11 Nm.

7. Duw het voorframe in de klemmen (E) aan de

voorkant van de bodem van de grasopvangbak.

8. Duw de 4 gaffelpennen (F) door de frames en de 2

1923 - 005 - 13.10.2022 10310. Duw de hendel grasopvangbak (I) door het gat aan de bovenkant van de grasopvangbak.

De beugels van de grasopvangbak installeren

1. Installeer de beugel van de grasopvangbak (A) en

draai de 2 schroeven en de 2 moeren (B) aan. Zorg ervoor dat de bovenste randen van de beugels (C) op één lijn staan.

De beugels van de grasopvangbak aanpassen De positie van de beugels van de grasopvangbak kan worden aangepast.

1. Voer de volgende stappen uit om de verticale positie

van de beugels van de grasopvangbak aan te passen. a) Draai de 4 moeren los. b) Verplaats de beugels naar de correcte positie. c) Draai de 4 moeren volledig vast. d) Zorg ervoor dat er geen opening is tussen de grasopvangbak en het spatbord.

2. Voer de volgende stappen uit om de horizontale

positie van de grasopvangbak aan te passen.

1923 - 005 - 13.10.2022a) Meet de afstand (A) tussen het spatbord en de bovenkant van de grasopvangbak.

b) Verwijder de grasopvangbak (B). c) Draai de 2 moeren (C) los. d) Beweeg de grasopvangbak naar de correcte positie. De correcte afstand (A) is ongeveer 0,25 inch (6 mm). e) Draai de 2 moeren volledig vast. De veervergrendelingen voor de grasopvangbak installeren De veervergrendelingen voor de grasopvangbak bevinden zich op de achterplaat, 1 op elke onderste hoek. Let op: Als u de verticale positie van de grasopvangbak aanpast, kan het nodig zijn om de veervergrendelingen voor de grasopvangbak aan te passen.

1. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.

2. Verwijder de 4 schroeven van de

4. Zorg ervoor dat de veervergrendelingen aansluiten

met de sleuven (C) in de achterplaat.

De hendel max. slag/verlenging voor de grasopvangbak installeren en aanpassen

1. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.

2. Verwijder de middelste uitworptrechter. Zie

middelste trechter verwijderen en installeren op pagina 122

4. Plaats de kap voor volledige hendel (B) in de

sleuven (C). 1923 - 005 - 13.10.2022 1055. Duw de hendel (D) door de kap voor volledigehendel en installeer de bout (A).

6. Als het nodig is om de hendel max. slag af te stellen,dient u de volgende stappen uit te voeren.a) Als het gras zwaar of nat is, verwijdert u debout en zet u de hendel max. slag in de volledigingeschoven stand. Installeer de bout opnieuw.b) Als het gras licht of droog is, verwijdert u debout en zet u de hendel max. slag in de vollediguitgeschoven stand. Installeer de bout opnieuw. De aanwezigheidshendel voor de grasopvangbak installeren

1. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.2. Plaats de aanwezigheidshendel (A) in de sleuven inde achterplaat.

1. Verwijder de 3 schroeven (A) van de trekhaak (B).2. Plaats de trekhaak in de gleuf (C) in de achterplaat

3. Installeer de 3 schroeven door de achterplaat endraai ze vast.

1. Til de stoel omhoog en verwijder de stoelverstelknop

2. Stoelverstelknop losdraaien (B).

A B 3. Verplaats de stoel totdat deze in een positiestaat waarin u het rem- en koppelingspedaal kuntintrappen.4. Lijn het gat in de stoelplaat voor de stoelverstelknop(A) uit met het gat in de stoel.5. Plaats de stoelverstelknop (A) en draai deze vast.6. Draai de stoelverstelknop (B) vast. 1923 - 005 - 13.10.2022De accu aansluiten WAARSCHUWING: Risico van elektrische schok. Zorg ervoor dat decontactschakelaar in de stand OFF staat endat de contactsleutel is verwijderd.De kabelaansluitingen bevinden zich op de plaat aan derechterkant van het product, boven het achterwiel.1. Zorg ervoor dat de rode kabel (A) stevig aan deelektromagneet van de starter is bevestigd.

2. Zorg ervoor dat de beschermhuls (B) deaansluitklem (C) op de zwarte kabel (D) niet raakt.3. Gebruik een ½ inch (13 mm) dopsleutel ofmoersleutel om de massaschroef (E) en de zwartekabel (F) te verwijderen.

4. Trek de beschermhuls (G) van de aansluitklem (H).5. Installeer de aansluitklem op de plaat met demassaschroef.6. Draai de massaschroef vast.7. Controleer de zwarte kabel visueel om er zeker vante zijn dat geen enkel deel van de beschermhuls dekop van de massaschroef raakt.8. Indien nodig draait u de massaschroef los, trekt ude beschermhuls terug en draait u de massaschroefweer vast. De machine van de glijplaat afhalen 1. Zet het maaidek in de hoogste positie. Gebruik dehefhendel.2. Duw het koppelings-/rempedaal in om deparkeerrem uit te schakelen.3. Plaats de vrijloopregeling in de stand "Transmissieuitgeschakeld". Raadpleeg Vervoer, opslag enverwerking op pagina 133 4. Duw de machine naar voren, van de glijplaat af.5. Verwijder de band die de afscherming van dedeflector tegen het product houdt. Een controle na montage uitvoeren

  • Controleer of alle montage-instructies zijn afgewerkt.• Controleer of er geen losse onderdelen zijnachtergebleven in de verpakking.• Controleer of de accu is voorbereid en opgeladen.• Controleer of de bouten van de stoel zijnvastgedraaid en dat de stoel correct is afgesteld.• Controleer of de banden naar behoren zijnopgepompt.• Voor het beste maairesultaat moet het maaidek inde breedte en in de lengte zijn uitgebalanceerd.Controleer of de banden correct zijn opgepompt vooreen uitgebalanceerd maaidek.• Controleer het maaidek en de aandrijfriemen goed.Controleer of de riemen correct om de poelies en hetbinnenste deel van alle riemhouders lopen.• Bekijk de elektrische bedrading goed. Controleer ofalle draden en aansluitingen veilig zijn.• Zorg dat de vrijloopregeling in de stand "Transmissieingeschakeld" staat. Zie Transport op pagina 133
  • Zorg ervoor dat de motorolie het juiste peil heeft.• Zorg ervoor dat de tank is gevuld met het juiste typebrandstof.• Zorg ervoor dat u bekend bent met de locatie enfunctie van alle bedieningselementen.• Zorg ervoor dat het remsysteem veilig functioneert.• Zorg ervoor dat de dodemansregeling (OPC) en hetachteruitrijsysteem (ROS) correct werken. Zie dodemanshandgreep (OPC) controleren op pagina

Het Reverse Operating System (ROS)controleren op pagina 99

  • Verwijder vóór het eerste gebruik alle lucht uit detransmissie. Zie Lucht uit de transmissie verwijderenop pagina 127 1923 - 005 - 13.10.2022 107Werking Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product gebruikt. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij. Zie Brandstofveiligheid op pagina 100

OPGELET: Gebruik altijd het juiste type brandstof. Een verkeerd type brandstof kan schade aan het product veroorzaken.

  • Gebruik benzine van het juiste type. Zie . Raadpleeg voor meer informatie over de brandstof de motorhandleiding die door de motorfabrikant is geleverd.
  • Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig.
  • Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft. Product starten Voordat u het product inschakelt WAARSCHUWING: Voordat u het product gebruikt, moet u de veiligheids- en bedieningsinstructies zorgvuldig lezen en begrijpen.

1. Controleer het motoroliepeil. Zie

Het motoroliepeil controleren op pagina 125

2. Vul de brandstoftank met brandstof. Zie

Brandstof bijvullen op pagina 108

3. Schakel de vrijloopmodus uit. Zie

Het product in de vrijloopmodus zetten op pagina 113

4. Zet de stoel in de werkstand en ga zitten.

5. Schakel de parkeerrem in. Zie

De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 110

6. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie

Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

1. Ga op de stoel zitten.

2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie

Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

5. Houd het rempedaal volledig ingetrapt.

de contactsleutel los wanneer de motor start. OPGELET: Laat de startmotor bij het starten niet langer dan 15 seconden per minuut draaien.

8. Als het koud is, laat eerst de motor warm worden

voordat u begint met grasmaaien. Koude motor starten

1. Ga op de stoel zitten.

2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie

Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

1923 - 005 - 13.10.20225. Trek de chokeknop uit.

6. Houd het rempedaal volledig ingetrapt.

de contactsleutel los wanneer de motor start. OPGELET: Laat de startmotor bij het starten niet langer dan 15 seconden per minuut draaien.

9. Als de motor start, zet u de gashendel in de snelle

stand om de motor op te warmen. Als het koud is, duurt het enkele minuten voordat de motor warm is. OPGELET: Als de omgevingstemperatuur lager is dan 4 °C, moet u de motor 1 minuut stationair laten draaien voordat u het product gebruikt. Dit is om de transmissie op te warmen. Zorg ervoor dat het rempedaal volledig is losgelaten.

10. Duw de chokehendel in.

Motor starten als de accu zwak is WAARSCHUWING: Loodzuuraccu's kunnen explosieve gassen genereren. Houd vonken, vuur en rookproducten uit de buurt van accu's. Draag altijd oogbescherming als u in de buurt van accu's werkt. Als de accu zo leeg is dat de motor niet kan worden gestart, moet de accu worden opgeladen. Als de startkabels worden gebruikt om de motor in noodgevallen te starten, volg dan de volgende procedures:

1. Sluit de uiteinden van de RODE kabel aan op de

PLUSKLEMMEN (+) van beide accu's (B-C). OPGELET: Let op dat er geen kortsluiting ontstaat tegen het chassis van de machine.

2. Sluit één uiteinde van de ZWARTE kabel aan op de

MINKLEM (-) (D) van een volledig opgeladen accu.

3. Sluit het andere uiteinde van de ZWARTE kabel (A)

aan op een goede chassismassa, uit de buurt van de brandstoftank en de accu.

4. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis zodra

de zwakke accu volledig is opgeladen.

Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.

1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten Het maaidek moet tijdens transport in de transportstand staan.

  • Om het product in de transportstand te zetten, trekt u de maaihoogtehendel in de richting van de stoel en zet u de hendel in de hoogste maaihoogtestand.
  • Stel de juiste maaihoogte in om het product in de maaistand te zetten. Zie Maaihoogte afstellen op pagina 110

1923 - 005 - 13.10.2022 109Maaihoogte afstellen

  • Trek de hefhendel in de richting van de stoel en plaats deze in 1 van de inkepingen voor de juiste maaihoogte. Vooruit- en achteruitrijden De rijrichting en de snelheid worden geregeld door de pedalen voor vooruit- en achteruitrijden.

2. Schakel de parkeerrem uit. Zie

De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 110

3. Om te gaan rijden, trapt u langzaam het pedaal voor

vooruitrijden (A) of achteruitrijden (B) in.

Let op: De pedalen voor vooruit- en achteruitrijden keren terug naar de neutrale positie wanneer ze niet worden ingetrapt.

4. Duw het pedaal voor vooruitrijden of het pedaal voor

achteruitrijden meer in om de snelheid te verhogen. De parkeerrem in- en uitschakelen

1. Om de parkeerrem in te schakelen, trapt u het

2. Nadat u het rempedaal hebt ingetrapt, trekt u de

parkeerremhendel (B) omhoog.

3. Laat het rempedaal los.

4. Zet de parkeerremhendel los.

Let op: Controleer of de parkeerrem het product veilig op zijn plaats houdt.

5. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het

parkeerrempedaal in. Product stoppen WAARSCHUWING: U moet het product altijd stoppen, de parkeerrem inschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u het product achterlaat. OPGELET: Het uitlaatgas van de warme motor kan het gras beschadigen. Om ervoor te zorgen dat het gras niet verbrand raakt, moet u de motor altijd uitzetten wanneer u de machine op het gras stilzet.

1. Trap het rempedaal (A) volledig in totdat het product

2. Ontkoppel het maaidek. Zie

Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

motor enkele minuten stationair draaien.

1923 - 005 - 13.10.20224. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

5. Draai de contactsleutel naar de stand "STOP" enverwijder de contactsleutel uit het contact.

De gashendel gebruiken De gashendel past het motortoerental en derotatiesnelheid van de bladen in het maaidek aan.

  • Zet de gashendel in de snelle stand (B) om demotor op volle snelheid te laten draaien. Houd degashendel altijd in de snelle stand wanneer u grasmaait.• Zet de gashendel in de langzame stand (C) om demotor stationair te laten draaien. De cruisecontrol gebruiken Gebruik de cruisecontrol alleen voor vooruit rijden opvlakke, rechte oppervlakken. De cruisecontrol wordtautomatisch uitgeschakeld als de omstandigheden voorhet gebruik ervan ongunstig worden.1. Trap het pedaal voor vooruitrijden (B) in. Houd hetpedaal voor vooruit rijden in een stand die de juistesnelheid oplevert voor het terrein.

2. Trek de hendel van de cruisecontrol (A) omhoog enhoud hem vast terwijl u het pedaal voor vooruit rijdenloslaat.3. Laat de hendel van de cruisecontrol los om decruisecontrol in te schakelen.4. Trap het rempedaal in of raak het pedaal voorvooruitrijden aan om de cruisecontrol uit teschakelen. De koplamp gebruiken

  • Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om dekoplamp in te schakelen.
  • Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om dekoplamp uit te schakelen. Het maaidek inschakelen en ontkoppelen Het product heeft een dodemansregeling (OPC).Wanneer u de stoel verlaat terwijl de motor en hetmaaidek zijn ingeschakeld, stopt de motor.Blijf in het midden van de stoel zitten om ervoor tezorgen dat de motor correct werkt en op ruig terrein ofheuvels niet stopt.1. Selecteer de juiste maaihoogte. Zie Maaihoogte afstellen op pagina 110

1923 - 005 - 13.10.2022 1112. Beweeg de koppelingshendel van het opzetstuk. a) Trek de koppelingshendel van het opzetstuk omhoog om het maaidek in te schakelen. b) Duw de koppelingshendel van het opzetstuk omlaag om het maaidek te ontkoppelen. De EZ mulch-hendel bedienen

1. Beweeg de mulchhendel (A) naar de lage positie om

de mulchfunctie in te schakelen.

2. Beweeg de mulchhendel (A) naar de hoge positie

om de mulchfunctie uit te schakelen. Het achteruitrijsysteem (ROS) gebruiken Let op: Als u probeert achteruit te rijden met het product terwijl het maaidek is ingeschakeld, stopt de motor onmiddellijk. Schakel het ROS in om achteruit te rijden met het product wanneer het maaidek is ingeschakeld. WAARSCHUWING: Kijk voordat en terwijl u met het product achteruit rijdt naar beneden en achter het product voor de veiligheid van anderen.

1. Draai de contactsleutel linksom naar de stand "ON"

(A) van het ROS om het ROS in te schakelen.

2. Trap het pedaal voor achteruitrijden langzaam in om

te beginnen met rijden.

3. Draai de contactsleutel rechtsom naar de stand "ON"

(B) om het ROS uit te schakelen. Een goed maairesultaat verkrijgen

  • Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 115
  • Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
  • Gebruik geen bandkettingen wanneer u het maaidek aan het product bevestigt.
  • Zorg ervoor dat het maaidek waterpas is. Zie

uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 122

  • Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk als het gras hoog is.
  • Rijd het product met lage snelheid vooruit als het gras hoog en dik is.
  • Gebruik volgas bij het grasmaaien.
  • Maai het gras in een onregelmatig patroon.
  • Gebruik de linkerkant van het maaidek wanneer u in de buurt van bomen, struiken of paden maait. Het blad snijdt ongeveer 15 mm naar de binnenzijde vanaf de zijkant van het maaidek.
  • Wanneer u grote gebieden maait, verplaatst u het product naar rechts tijdens 1 of 2 rondes om het werkgebied. Hierdoor houdt u het uitgeworpen gras uit de buurt van struiken, hekken en opritten. Maai na ongeveer 2 omwentelingen rond het werkgebied in de tegenovergestelde richting.
  • Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig.

1923 - 005 - 13.10.2022De grasopvangbak legen Het product heeft een alarm dat afgaat als de grasopvangbak vol is. Om het alarm te stoppen, schakelt u het maaidek uit. Zie Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

1. Verplaats het product naar een plaats waar u de

staat en schakel de parkeerrem in.

3. Trek de handgreep op de grasopvangbak omhoog

tot de hoogste stand.

4. Trek de handgreep naar voren om de

grasopvangbak te kantelen en het gras te legen.

5. Duw de handgreep naar achteren om de

grasopvangbak te laten zakken. Zorg ervoor dat de grasopvangbak volledig is neergelaten en zich in de juiste positie bevindt. Het product in de vrijloopmodus zetten Als het nodig is om het product zonder hulp van de motor te verplaatsen of te slepen, moet u het product in de vrijloopmodus zetten. WAARSCHUWING: Zet het product niet in de vrijloopmodus terwijl het op een helling staat.

  • Trek de vrijloophendel naar buiten om het product met de motor te bedienen. De mulchplug monteren (accessoire) Het product kan worden gebruikt met een mulchplug.

1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

deflector (accessoire) als deze is aangebracht.

3. Steek de mulchplug door de achterplaat en in de

adapter van de uitworp voor het maaidek.

4. Bevestig de 2 banden aan de openingen in de

steunarmen voor de grasopvangbak.

6. Verwijder de mulchplug in omgekeerde volgorde.

De achterste uitworp (accessoire) installeren Het product kan worden gebruikt met een achterste uitworp.

1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

3. Verwijder de mulchplug (accessoire) als deze is

geïnstalleerd. 1923 - 005 - 13.10.2022 1134. Installeer de uitworp door de opening in de achterplaat en schuif de adapter van het maaidek erop.

5. Installeer de 2 vleugelmoeren.

6. Installeer de achterste uitworp met de 4 schroeven

7. Draai de schroeven helemaal vast.

8. Verwijder de achterste uitworp in de omgekeerde

volgorde. De grasopvangbak (accessoire) installeren Het product kan worden gebruikt met een grasopvangbak.

1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

mulchplug (accessoire) als deze is geïnstalleerd.

3. Steek de uitworptrechter door de achterplaat en in

de adapter van de uitworp voor het maaidek.

4. Installeer de 2 vleugelmoeren.

5. Installeer de grasopvangbak.

6. Verwijder de grasopvangbak in de omgekeerde

volgorde. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. 114 1923 - 005 - 13.10.2022Onderhoudsschema Onderhoudsschema Voor elk gebruik Met in- tervallen van 8 uur Met in- tervallen van 25 uur Met in- tervallen van 50 uur Met in- tervallen van 100 uur Elk sei- zoen Vóór op- slag Product Controleer de remwer- king. X X Controleer de banden- spanning. X X Controleer de dodemans- regeling (OPC).

Controleer het achteruitrij- systeem (ROS).

Controleer op losse be- vestigingen. X X X Controleer de bladen op slijtage en beschadiging.

Smeer het product. Zie Smeerschema op pagina

X X Controleer het accuni- veau.

Reinig de accu en de klemmen. X X Verwijder resten van de stuurplaat. Zie Product reinigen op pagina 117

Zorg ervoor dat het maai- dek waterpas is.

Controleer de bladen vaker als u maait op een plek met zand en aarde. 1923 - 005 - 13.10.2022 115Onderhoudsschema Voor elk gebruik Met in- tervallen van 8 uur Met in- tervallen van 25 uur Met in- tervallen van 50 uur Met in- tervallen van 100 uur Elk sei- zoen Vóór op- slag Motor Controleer het motorolie- peil. X X Ververs de motorolie (mo- dellen met oliefilter).

Ververs de motorolie (mo- dellen zonder oliefilter).

Maak het luchtfilter schoon.

Reinig het luchtscherm. X

Vervang het oliefilter (in- dien aanwezig).

Vervang de bougie. X X Vervang de papieren car- tridge van het luchtfilter.

Smeerschema OPGELET: De scharnierpunten met speciale nylon lagers niet smeren. Aan kleverige smeermiddelen kan vuil blijven plakken. Het vuil verkort de levensduur van de speciale nylon lagers. Als het nodig is om de nylon lagers te smeren, gebruik dan slechts een kleine hoeveelheid droog smeermiddel.

Doe dit vaker als u werkt met zware belasting, bij een hoge omgevingstemperatuur of in vuile omstandighe- den.

Doe dit vaker als u werkt met zware belasting, bij een hoge omgevingstemperatuur of in vuile omstandighe- den.

Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden.

Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden.

Doe dit vaker als u werkt met zware belasting, bij een hoge omgevingstemperatuur of in vuile omstandighe- den.

Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden.

Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden. 116 1923 - 005 - 13.10.2022A

A. Algemene smering. Smeer de spilaansluiting, hetvoorwiellager en de tanden van het stuursysteem.B. Motorsmering. Zie De motor smeren op pagina 125

Tractor Product reinigen Gebruik geen tuinslang of hogedrukreiniger omhet oppervlak te reinigen. Een uitzondering is dereinigingspoort. Zorg dat er geen water in de motoren de transmissie terechtkomt. Water in de motorof transmissie kan de levensduur van de machineverkorten. Gebruik perslucht of een bladblazer om gras,bladeren en afval te verwijderen.• Verwijder alle ongewenste materialen van de motor,accu, stoel en andere onderdelen van de machine.• Verwijder vuil van de stuurplaat. Vuil beperktde bewegingen van de as van het koppelings-/rempedaal, maakt de drijfriem losser en beperkt devoortbeweging. OPGELET: Vermijd alle kwetsbarepunten en beweegbare onderdelen.• Houd de oppervlakken en wielen altijd vrij vanbenzine, olie, etc.• Gebruik een autowax om schade aan deoppervlakken te voorkomen. De reinigingspoort van het dek gebruiken Het maaidek heeft een reinigingspoort die deel uitmaaktvan het reinigingssysteem voor het maaidek. WAARSCHUWING: Gebruik hetproduct niet als de reinigingspoort van hetdek defect is of ontbreekt. Er bestaat gevaarvoor wegslingerende objecten. Vervang eendefecte of ontbrekende reinigingspoort vanhet dek onmiddellijk. Let op: Bij modellen met beschermkappen bevindt de reinigingspoort zich op de linker beschermkap voor hetachterwiel.1. Parkeer het product in een schoon gebied op uwgazon dat zich in de buurt van een waterpunt meteen tuinslang bevindt. OPGELET: Positioneer de uitworp of het product niet in de richting vangebouwen of voertuigen.2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

3. Draai de contactsleutel naar de stand STOP om demotor te stoppen.4. Schakel de parkeerrem in.5. Verwijder de trechter van de grasopvangbak of demulchplug indien gemonteerd.6. Zet de sproeieradapter op het uiteinde van uwtuinslang (A). Zorg ervoor dat de tuinslang volledigis aangesloten op de sproeieradapter.

7. Trek de vergrendelingskraag van de sproeieradapterterug en druk de sproeieradapter op dereinigingspoort (B) van het dek.8. Trek voorzichtig aan de tuinslang om er zeker van tezijn dat deze goed is aangesloten.9. Laat de vergrendleingskraag los om de adapter opde reinigingspoort van het dek te bevestigen.10. Open de watertoevoer.11. Ga op de stoel zitten en start de motor. OPGELET: Controleer het gebiedopnieuw om er zeker van te zijn dat hetvrij is.12. Zet de gashendel in de snelle stand.13. Schakel het maaidek in en laat het werken totdat hetmaaidek schoon is. Zie Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

14. Ontkoppel het maaidek. Zie

Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 111

17. Trek de vergrendelingskraag van de sproeieradapter

terug en koppel de sproeieradapter los van de reinigingspoort van het dek.

18. Zet de machine op een droog gedeelte.

19. Schakel het maaidek in en laat het werken totdat het

maaidek droog is. De kabel van de gashendel afstellen De gashendel wordt in de fabriek ingesteld en hoeft niet te worden afgesteld. Als afstelling noodzakelijk is, raadpleegt u de handleiding van de motor. De vergrendelingen en relais inspecteren Let op: Losse of beschadigde bedrading kan ertoe leiden dat uw machine niet naar behoren werkt, stopt met werken of niet meer wil starten.

  • Inspecteer de bedrading. Het lampje van de koplamp vervangen

1. Open de motorkap.

2. Draai de lamphouder iets naar links en trek hem uit

de houder achter het rooster.

3. Vervang de lamp in de lamphouder.

4. Duw de lamphouder in de houder achter het rooster.

5. Draai de lamphouder iets naar rechts om hem te

De banden controleren Let op: Om lekke en langzaam leeglopende banden te repareren, kunt u bij uw lokale onderdelendealer een afdichtmiddel voor banden, een zgn. bandensealant aanschaffen. Bandensealant voorkomt ook uitdroging van de banden en corrosie van de velgen.

  • Zorg ervoor dat de bandenspanning in alle banden correct is (zie de zijkanten van de banden voor de correcte spanning in psi).
  • Houd de banden vrij van benzine, olie of bestrijdingsmiddelen die het rubber kunnen aantasten.
  • Houd de banden uit de buurt van stronken, stenen, kuilen, scherpe voorwerpen en andere gevaarlijke objecten die de banden kunnen beschadigen. De banden repareren

1. Breng de vooras omhoog en ondersteun deze op

een veilige manier. OPGELET: Hef en ondersteun één as per keer.

Let op: Er zijn alleen rechthoekige spieën op de achterwielen.

3. Verwijder het wiel van de as.

4. Verwijder de band van het wiel.

5. Repareer de band.

Let op: Gebruik bandensealant om gaten in de band af te dichten. Bandensealant voorkomt ook uitdroging van de banden en corrosie van de velgen.

6. Monteer de band op het wiel.

7. Breng het wiel, de ring, de rechthoekige spie en de

E-clip aan op de as. Zorg ervoor dat de E-clip correct in de groef op de as is aangebracht.

8. Breng de stofkap aan.

De V-riemen inspecteren De riemen kunnen niet worden afgesteld.

  • Inspecteer de V-riemen na elke 100 bedrijfsuren op aantasting en slijtage.
  • Vervang de V-riemen als ze beginnen te slippen omdat ze te zeer versleten zijn. Onderhoud uitvoeren aan de koelventilator van de transaxle OPGELET: Reinig de ventilator of transmissie niet terwijl de motor draait of de transmissie heet is. OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. 118 1923 - 005 - 13.10.2022Om ervoor te zorgen dat de transmissie koel blijft,moeten de transmissieventilator en de koelribbenschoon zijn.• Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat uwater gebruikt. Verwijder maaisel en vuil op en rondde ventilator en koelribben van de transaxle.• Inspecteer de koelventilator om er zeker van te zijndat de ventilatorschoepen schoon en onbeschadigd zijn. De vloeistof van de aandrijflijnpomp inspecteren
  • Zorg ervoor dat de aandrijflijnpomp geen vloeistoflekt.• Neem contact op met het dichtstbijzijndeerkende servicecentrum of servicepunt als deaandrijflijnpomp vloeistof lekt. Het toespoor en de wielvlucht van de voorwielen afstellen Het toespoor en de wielvlucht van de voorwielenzijn correct ingesteld in de fabriek. Het toespoor ende wielvlucht van de voorwielen kunnen niet wordenafgesteld.• Neem contact op met een erkend servicecentrum alshet in de fabriek afgestelde toespoor of de wielvluchtvan de voorwielen is verlopen. De zekering vervangen Dit product is voorzien van een autozekering. Dezekeringhouder bevindt zich achter het dashboard.1. Houd de zekeringhouder vast en trek dedoorgebrande zekering eruit.2. Plaats een nieuwe zekering in de zekeringhouder. De motorkap en grille verwijderen en monteren

los. 3. Ga voor de zitmaaier staan. Houd de motorkap aande zijkanten vast. Kantel de motorkap in de richtingvan de motor en til de motorkap op om deze van hetproduct te verwijderen.4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen. De aandrijfriem voor beweging verwijderen

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.2. Schakel de parkeerrem in. Zie

De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 110

3. Verwijder het maaidek. Zie

Het maaidek verwijderen en monteren op pagina 121

Let op: Wees voorzichtig met de aandrijfriemvoor beweging en de positie van de riemgeleidersen -houder.4. Koppel de kabelboom (A) van de koppeling los.5. Verwijder de riemhouder (B) aan de rechterkant vande machine.6. Verwijder de aandrijfriem voor bewegingvan de stationaire koppelpoelie (C) en dekoppelgeleidepoelie (D).7. Verwijder de aandrijfriem voor beweging van demiddelste geleidepoelies (C).8. Trek de aandrijfriem voor beweging naar deachterkant van de machine. Verwijder deaandrijfriem voor beweging voorzichtig van deingangspoelie van de transmissie en aan debovenkant van de schoepen van de koelventilator (F). 1923 - 005 - 13.10.2022 1199. Verwijder de aandrijfriem voor beweging van demotorpoelie en rondom de koppelpoelie (G).10. Verplaats de aandrijfriem voor beweging naar hetachterste deel van de machine en verwijder hem vande stuurplaat (H).11. Verwijder de bewegingsaandrijfriem van het product. Batterij De accu en de klemmen reinigen Corrosie en vuil op de accu en klemmen kunnen ertoeleiden dat de accu ontlaadt.1. Verwijder de klembescherming.2. Koppel de ZWARTE accukabel los.3. Koppel de RODE accukabel los en verwijder de accuuit de machine.4. Besproei de accu met water en laat hem drogen.5. Reinig de klemmen en accukabeluiteinden met eenstaalborstel.6. Smeer de klemmen in met vet of gelijkwaardig.7. Plaats de accu. Zie De accu aansluiten op pagina

Accu vervangen WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. Draaggeen metalen polsbandjes of anderemetalen accessoires. Wanneer metalenvoorwerpen de accupolen raken, kan ditbrandwonden, elektrische schokken enkortsluiting van de accu veroorzaken.1. Zoek de zilveren massaschroef (A) op de rechterzijplaat van het product, boven de rechterachterband.

2. Gebruik een 1/2 inch (13 mm) dopsleutel ofmoersleutel om de zilveren massaschroef teverwijderen. Gooi de zilveren massaschroef niet weg. 3. Trek de beschermhuls (B) weg van de aansluitklem(C) van de zwarte (negatieve) accukabel.4. Gebruik een 7/16 inch (11 mm) moersleutel ofdopsleutel om de grotere rode (positieve) accukabel(D) uit de elektromagneet van de starter teverwijderen. Let op: Verwijder de kleine rode draad van de kabelboom op de elektromagnetische klep niet.5. Open de accuklep (E) van achteren het producten verwijder de steun van de accuklep (F) uit dehouders van de accuklep (G).

6. Plaats de steun van de accuklep in de sleuf (H)onder de accuklep.7. Trek de accu (I), met de 2 kabels eraan, uit hetaccuvak.8. Plaats de accu op de accuklep.9. Koppel de zwarte (negatieve) accukabel (J) los enverwijder de bout en moer.10. Koppel de rode (positieve) accukabel (K) los enverwijder de bout en moer.11. Verwijder de accu voorzichtig uit de machine.12. Installeer dan een nieuwe accu. 1923 - 005 - 13.10.202213. Verbind de rode (positieve) accukabel (L) met debout (M) en de vierkante moer (N).

14. Verbind de zwarte (negatieve) accukabel met debout en de vierkante moer.15. Sluit de accuklep en vergrendel deze met de steunvoor de accuklep in de houders van de accuklep. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas datafkomstig is van de accu. Sluit de negatieveaansluitklem van de opgeladen accu nietaan op of in de buurt van de negatieveaansluitklem van de zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen testarten.1. Sluit het ene uiteinde van de rode accukabel aanop de POSITIEVE (+) accupool (A) van de zwakkeaccu.

2. Sluit het andere uiteinde van de rode accukabelaan op de POSITIEVE (+) accupool (B) van deopgeladen accu.

WAARSCHUWING: Zorg datde uiteinden van de rode accukabelhet chassis niet raken. Dit leidt totkortsluiting.3. Sluit het ene uiteinde van de zwarte accukabelaan op de NEGATIEVE (-) accupool (C) van deopgeladen accu.4. Sluit het andere uiteinde van de zwarte accukabelaan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt vande brandstoftank en de accu. Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.2. Verwijder de ZWARTE kabel van de volledigopgeladen accu.3. Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's. Maaidek Het maaidek verwijderen en monteren Let op: Als een ander accessoire dan het maaidek wordt gebruikt, moeten de voorste stangen achterste hefstangen van het product wordenverwijderd. Ook moet de veer van de koppelingskabelin de kabelgeleider aan de voorkant van het onderstedashboard worden geplaatst.1. Ontkoppel het maaidek. Zie Het maaidekinschakelen en ontkoppelen op pagina 111

2. Stop het product. Zie Product stoppen op pagina

3. Zet het maaidek in de laagste maaistand.4. Verwijder de middelste trechter. Zie De middelstetrechter verwijderen en installeren op pagina 122

6. Verwijder de koppelingskabel (B), druk de lip (C) inen verwijder de koppelingskabel uit de houder.7. Verwijder de aandrijfriem van de koppelingspoelie (D). 1923 - 005 - 13.10.2022 1218. Verwijder voorzichtig de veer (E) van dekoppelingskabel van de geleiderolarm (F).9. Maak de voorste stang (G) los van het maaidek enverwijder de borgveer en ring.10. Verwijder de klemmen (H) en koppel deophangarmen (I) los van de chassispennen.11. Koppel de achterste hefstangen (J) los van deachterste steunen (K) van het maaidek aan beidezijden van het maaidek.12. Verwijder het maaidek van het product.13. Bevestig het maaidek in omgekeerde volgorde. Degrasuitworp moet zich aan de rechterkant van hetproduct bevinden. Let op: De ophangarmen moeten in de voorste stand staan voordat u het maaidek onder het productbeweegt. De middelste trechter verwijderen en installeren

3. Beweeg de middelste trechter (B) uit de achterkantvan het product.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De uitlijning van het maaidek afstellen Maaidek visueel afstellen in de breedteAls de maaihoogte aan de linker- en rechterkant vanhet product niet gelijk is, kan de maaihoogte wordenafgesteld. Stel de maaihoogte af aan de kant met delagere maaihoogte.1. Controleer of de banden de juiste spanning hebben.2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Ga naar de kant van het maaidek met de lageremaaihoogte. Let op: Sommige modellen kunnen alleen worden afgesteld aan de linkerkant.4. Stel de maaihoogte af met een 3/4"-sleutel.

Let op: Met elke volledige slag van de hefstelmoer verandert de hoogte van het maaidek4,7 mm.a) Draai de hefstelmoer (A) naar links om hetmaaidek te verlagen.b) Draai de hefstelmoer (A) naar rechts om hetmaaidek te verhogen.5. Maai wat gras en controleer resultaat. Stel af indiennodig.Het maaidek in de breedte nauwkeurig afstellen1. Controleer of de banden de juiste spanning hebben.2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

4. Draai de bladuiteinden om ze aan weerskanten uit telijnen met het maaidek.

WAARSCHUWING: De bladenop het maaidek zijn scherp enkunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.122 1923 - 005 - 13.10.20225. Meet de afstand (B) vanaf de onderste rand van hetblad tot de grond aan de linker- en rechterkant. B B Let op: De afstand moet aan beide kanten hetzelfde zijn.6. Stel de maaihoogte af met een 3/4"-sleutel. Let op: Met elke volledige slag van de hefstelmoer verandert de maaihoogte 4,7 mm.a) Draai de hefstelmoer (A) naar links om hetmaaidek te verlagen.

b) Draai de hefstelmoer (A) naar rechts om hetmaaidek te verhogen.7. Meet de afstand opnieuw. Stel af totdat de 2 zijdengelijk zijn.8. Maai wat gras en controleer resultaat. Stel af indiennodig.Het maaidek in de lengte afstellenHet maaidek moet in de breedte recht zijn geplaatstvoordat u het in de lengte afstelt. Zie Maaidek visueelafstellen in de breedte op pagina 122 1. Controleer of de banden de juiste spanning hebben.2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten oppagina 109

4. Draai de bladen totdat ze recht naar voren wijzen.

WAARSCHUWING: De bladenop het maaidek zijn scherp enkunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.5. Meet de afstand tussen de grond en het achterste(A) en voorste (B) uiteinde van het blad.

Let op: Voor de beste maairesultaten dienen de bladen zodanig te worden afgesteld dat het voorsteuiteinde 3,1-12,7 mm lager is dan het achtersteuiteinde als het maaidek zich in de hoogste standbevindt.6. Stel de voorkant van het product af.7. Draai met een sleutel van 11/16" de tegenmoer (C)los om de hefstelmoer (D) vrij te zetten.

8. Stel de hoogte van het maaidek af met een 3/4"-sleutel.

Let op: Met elke volledige slag van dehefstelmoer verandert de hoogte van het maaidek3,1 mm.a) Draai de hefstelmoer linksom om het maaidek teverlagen.b) Draai de hefstelmoer rechtsom om het maaidekte verhogen.9. Meet de afstand voor en achter opnieuw.10. Pas aan totdat de voorkant van het blad 3,1-12,7mm lager is dan de achterkant.11. Houd de hefstelmoer op zijn plaats met de sleutel enhaal de contramoer aan. Messen vervangen Voor de beste resultaten houdt u de messen vande maaier scherp. Vervang verbogen of beschadigdemessen. OPGELET: Gebruik alleenvervangende messen die zijn goedgekeurddoor de fabrikant. Het is gevaarlijk messente gebruiken die niet zijn goedgekeurd door1923 - 005 - 13.10.2022 123de fabrikant van de machine. Dit kan schadeaan de machine veroorzaken en ertoe leidendat uw garantie komt te vervallen.1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

2. Verwijder de bout (A) door deze linksom te draaienen verwijder het blad (B).

WAARSCHUWING: De bladen op het maaidek zijn scherp enkunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.3. Installeer het nieuwe of geslepen blad en de bout. OPGELET: Het middelste gat (C) in het blad moet uitgelijnd worden met dester (D) op de aseenheid (E).4. Draai de bout aan met een aanhaalmoment van62-75 Nm. De aandrijfriem van het maaidek verwijderen

1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond enschakel de parkeerrem in. Zie

Product stoppen op pagina 110

2. Zet het maaidek in de laagste stand. Zie

Maaihoogte afstellen op pagina 110

3. Verwijder het vuil en gras rondom de assen en vande bovenkant van het maaidek.4. Verwijder de aandrijfriem (A) van dekoppelingspoelie (B) op de motoras.

5. Verwijder de aandrijfriem van de aspoelies (C) en degeleidepoelies (D).

De aandrijfriem van het maaidek aanbrengen

1. Breng de aandrijfriem (A) aan rond de aspoelies (B).

OPGELET: Plaats de aandrijfriem correct in alle groeven op demaaidekpoelies. De aandrijfriem kanbeschadigd raken als deze niet correctis gemonteerd. Let op: U moet de aandrijfriem 180° draaien op 2 plaatsen (X) om deze uit te lijnen met depoelies. Zorg ervoor dat het dunnere gedeelte vande aandrijfriem bij elke poelie in de richting van degroef staat.2. Breng de aandrijfriem aan rond de geleidepoelies (C).

3. Breng de aandrijfriem aan rond de koppelingspoelie(D) op de motoras.4. Zet het maaidek in de transportstand. Zie

Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 109

De anti-scalp-rollen afstellen De anti-scalp-rollen zorgen dat het maaidek in de juistepositie op de grond blijft en dat scalperen op de meestesoorten terrein wordt voorkomen. De anti-scalp-rollenzijn goed afgesteld als ze iets van de grond staanwanneer het maaidek op de gewenste maaihoogtestaat.1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond enschakel de motor uit.2. Stel het product op de juiste maaihoogte af. Zie Maaihoogte afstellen op pagina 110

1923 - 005 - 13.10.20223. Verwijder de moer, de bout, de ring en de anti-scalp- rol. 4. Breng de anti-scalp-rol, de bout, de ring en de moerin de juiste positie aan.5. Stel alle anti-scalp-rollen af en plaats ze volgensdezelfde procedure. Motor De motor smeren Gebruik alleen reinigingsolie van hoge kwaliteit,voorzien van de API-onderhoudsclassificatie SJ–SN. DeSAE-viscositeitsgraad van de olie verwijst naar de juistebedrijfstemperatuur. -20 0 30 40

5W-30SAE 30 Let op: Multi-viscositeitsoliën (5W30, 10W30, etc.) laten de motor makkelijker starten bij koud weer, maarleiden tot een groter olieverbruik wanneer ze gebruiktworden bij temperaturen boven 0 °C. Controleer hetmotoroliepeil regelmatig om mogelijke motorschadedoor een laag oliepeil te voorkomen.• Vervang de olie telkens na 50 bedrijfsuren. Als demachine niet meer dan 50 bedrijfsuren in een jaarwordt gebruikt, vervangt u de olie ten minste 1 keerper jaar.• Controleer het oliepeil in het carter voordat u demotor start en telkens na acht (8) bedrijfsuren.• Draai de olievuldop/peilstok vast telkens als u hetoliepeil hebt gecontroleerd. Het motoroliepeil controleren De motor in het product is gevuld met motorolievoor omgevingstemperaturen hoger dan 0 °C. Gebruikbij omgevingstemperaturen lager dan 0 °C dejuiste motorolie om het starten van het product tevergemakkelijken. Zie .1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.2. Verwijder de olievuldop met de peilstok en veeg depeilstok schoon met een doek.3. Plaats de peilstok in de olievulbuis. Draai deolievuldop niet op de olievulbuis.4. Verwijder de peilstok. Gebruik de markeringen op depeilstok om het motoroliepeil te controleren. Indiennodig vult u motorolie bij tot aan de markering"FULL" op de peilstok. Vul nooit te veel motorolie bij. ADD FULL

5. Plaats de peilstok in de olievulbuis. Zorg ervoor dat ude olievuldop volledig is vastgedraaid.

Let op: Voor het verversen van de motorolie, zie Motorolie verversen op pagina 125

Motorolie verversen Let op: Alle olie moet overeenkomen met API- onderhoudsclassificatie SJ-SN. Let op: Olie loopt gemakkelijker naar buiten wanneer de motor warm is.Zorg ervoor dat de machine op een vlakke ondergrondstaat voordat u de motorolie vervangt. Bepaal hetmogelijke temperatuurbereik voordat u de olie vervangt.Vang de olie op in een geschikte opvangbak.1. Open de motorkap.2. Verwijder de bevestiging (A) uit de onderstedashboardafdekking (B).

OPGELET: Verwijder de onderstedashboardafdekking (A) voorzichtig om1923 - 005 - 13.10.2022 125ervoor te zorgen dat de lipjes (C) van de afdekking niet afbreken.

3. Verplaats de onderste dashboardafdekking (B)

om de lipjes van de afdekking (C) los te maken uit de tapse sleuven (D) in de onderste dashboardafdekking (B) en verwijder daarna de afdekking.

4. Verwijder de olievuldop en peilstok.

OPGELET: Zorg dat er geen vuil in de motor terecht kan komen wanneer u de olie vervangt.

5. Installeer de afvoerslang (E) op de olieaftapklep.

6. Draai de klep tegen de wijzers van de klok in met

een sleutel van 10 mm om de olieaftapklep (F) te openen.

7. Draai de aftapklep met de wijzers van de klok mee

om hem te sluiten (G) wanneer de olie is afgetapt. Let op: Gebruik een sleutel van 10 mm om een klein aanhaalmoment toe te passen om de aftapklep dicht te houden. Niet te vast aandraaien.

8. Verwijder de afvoerslang (E) en bewaar deze.

9. Vul de motor met nieuwe olie via de olievulbuis voor

de peilstok. Let op: Giet de olie langzaam in de motor. Vul de motor nooit met te veel olie. Zie Technische gegevens op pagina 134 voor de inhoud bij benadering.

10. Gebruik de markeringen op de peilstok om het

oliepeil te controleren. a) Plaats de peilstok in de buis en laat de olievuldop de bovenkant van de buis raken. b) Draai de dop niet vast op de buis wanneer u het oliepeil controleert. c) Zorg ervoor dat de olie tot aan de markering "FULL" op de peilstok staat. d) Draai de dop stevig vast op de buis wanneer u de controle hebt uitgevoerd. Het motoroliefilter vervangen WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen. Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.

1. Tap de motorolie af uit de olietank. Zie

2. Draai het motoroliefilter linksom om dit te

3. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter

in met een beetje verse motorolie.

4. Om het nieuwe oliefilter aan te brengen, draait u

het filter rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.

5. Vul de olietank met verse motorolie. Zie

6. Start de motor en laat deze gedurende drie minuten

7. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op

lekkage. Let op: Als er sprake is van olielekkage, draait u het oliefilter verder vast.

8. Vul de olietank bij met meer motorolie om de

motorolie aan te vullen die het nieuwe oliefilter heeft opgenomen. Het luchtfilter reinigen Een vuil luchtfilter zorgt ervoor dat de motor niet goed draait. Reinig het luchtfilter vaker in stoffige omstandigheden. Het luchtscherm reinigen Let op: Het luchtscherm moet vrij van vuil worden gehouden, om te voorkomen dat er motorschade ontstaat door oververhitting.

  • Reinig het luchtscherm met een draadborstel of perslucht om vuil te verwijderen. Het koelsysteem van de motor onderhouden Let op: Een verstopt grasscherm, vuile of volle koelribben en/of een verwijderde behuizing van de ventilator, etc. kunnen de motor doen oververhitten en motorschade veroorzaken.
  • Zorg ervoor dat het grasscherm, de koelribben en andere externe oppervlakken van de motor altijd schoon zijn.
  • Telkens na 100 bedrijfsuren (vaker in extreem stoffige en vuile omstandigheden) verwijdert u de behuizing van de ventilator en andere onderdelen

1923 - 005 - 13.10.2022van het koelsysteem van de motor. Reinig de koelribben en externe oppervlakken indien nodig. Zorg ervoor dat de onderdelen van het koelsysteem van de motor correct zijn geïnstalleerd. De bougies vervangen Het type bougie en de elektrodeafstand worden weergegeven in .

  • Vervang de bougies aan het begin van elk maaiseizoen of telkens na 100 bedrijfsuren. Het inline-brandstoffilter vervangen Let op: Vervang het inline-brandstoffilter ten minste één keer per jaar. Vervang het inline-brandstoffilter als het verstopt is en de brandstofstroom naar de carburateur belemmerd wordt.

1. Laat de motor afkoelen.

2. Verwijder het inline-brandstoffilter (B) en dicht de

uiteinden van de brandstofleiding af met pluggen.

3. Breng het nieuwe inline-brandstoffilter op zijn plaats

in de brandstofleiding, met de pijl in de richting van de carburateur.

4. Zorg dat de brandstofleiding niet lekt en dat de

Lucht uit de transmissie verwijderen OPGELET: Schakel de vrijloophendel niet in of uit wanneer de motor draait. Om goede prestaties te kunnen blijven leveren, verwijdert u de lucht in de transmissie voordat u de machine voor de eerste keer gebruikt. Als u de transmissie vervangt, verwijdert u de lucht in de nieuwe transmissie voordat u de machine gebruikt.

1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond die

3. Plaats de vrijloopregeling in de uitgeschakelde

gashendel in de langzame stand en vervolgens schakelt u de parkeerrem uit.

5. Voer de volgende stappen 3 keer uit.

Let op: Tijdens deze procedure kunnen de aandrijfwielen bewegen. a) Trap het pedaal voor vooruitrijden naar de volledige voorwaartse positie en houd het 5 seconden ingedrukt voordat u het pedaal loslaat. b) Trap het pedaal voor achteruitrijden naar de volledige achterwaartse positie en houd het 5 seconden ingedrukt voordat u het pedaal loslaat.

6. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.

7. Plaats de vrijloopregeling in de ingeschakelde stand.

8. Ga op de stoel zitten en start de motor. Zodra de

motor draait, zet u de gashendel in de stand voor half toerental.

9. Schakel de parkeerrem uit.

10. Rijd ongeveer 1,5 m (5ft) vooruit en daarna 1,5 m (5

ft) achteruit. Voer deze procedure 3 keer uit. 1923 - 005 - 13.10.2022 127Probleemoplossing Probleem Oorzaak Actie De motor start niet. Geen brandstof in de brandstoftank. Vul de brandstoftank. De gashendel staat niet in de juiste stand. Raadpleeg de startinstructies. De bougie is defect. Vervang de bougie. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. Het brandstoffilter is verstopt. Vervang het brandstoffilter. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. De draden zitten los of zijn bescha- digd. Controleer alle draden. De motorkleppen zijn niet correct af- gesteld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De motor is 'verzopen'. Wacht 2-3 minuten voordat u de mo- tor opnieuw probeert te starten. Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. Vervang de brandstof in de brand- stoftank. De startmotor laat de motor niet aan- slaan. De accu is te zwak. Laad de accu op. De koppelingshendel van het opzet- stuk is ingeschakeld. Schakel de koppelingshendel van het opzetstuk uit. Het koppelings-/rempedaal is niet volledig ingetrapt. Trap het koppelings-/rempedaal vol- ledig in wanneer u de motor start. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Controleer de accu-aansluitingen. De hoofdzekering is defect. Vervang de hoofdzekering. Het contactslot is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De veiligheidsconnector voor het koppelings-/rempedaal is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De startmotor of de solenoïde is de- fect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De dodemansregeling (OPC) is de- fect. Controleer alle draden, schakelaars en aansluitingen. Indien dit niet cor- rect is, neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. Gebruik het product niet als de dodemansre- geling defect is. 128 1923 - 005 - 13.10.2022Probleem Oorzaak Actie De motor loopt niet soepel. De bougie is defect. Vervang de bougie. De carburateur is niet correct afge- steld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. De terugslagklep op de brandstof- tankdop is defect. Vervang de tankdop. De brandstoftank is bijna leeg. Vul de brandstoftank met brandstof. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. De choke is ingeschakeld en de mo- tor is warm. Schakel de choke uit. Het brandstofmengsel of het brand- stoftype is onjuist. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met het juiste brand- stofmengsel of brandstoftype. Het brandstoffilter is verstopt Vervang het brandstoffilter. De bougie is defect. Vervang de bougie. Vuil in de carburateur of brandstoflei- ding. Reinig de carburateur en brandstof- leidingen. De motor wordt te heet. De motor is overbelast. Verlaag de werklast. De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat en de koelrib- ben van de motor. De koelventilator is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul in- dien nodig motorolie bij. Het contactslot is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De bougie is defect. Vervang de bougie. 1923 - 005 - 13.10.2022 129Probleem Oorzaak Actie De machine verliest vermogen. Het product wordt gebruikt met een te hoog toerental vooruit of achteruit bij het maaien van gras. Gebruik een lager toerental. De gashendel staat in de choke- stand. Zet de gashendel in de snelle stand. Er is ophoping van gras, bladeren of ongewenst materiaal onder het maai- dek. Reinig het maaidek. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul in- dien nodig motorolie bij. De motorolie is vervuild. Ververs de motorolie. De bougie is defect. Vervang de bougie. Het brandstoffilter is vervuild. Vervang het brandstoffilter. Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. Vervang de brandstof in de brand- stoftank. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. De bougiekabel zit los. Sluit de bougiekabel aan en zet hem vast. De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat en de koelrib- ben van de motor. De demper is verstopt of beschadigd. Reinig of vervang de demper. Er is sprake van losse of beschadig- de draden. Controleer alle draden. De motorkleppen zijn niet correct af- gesteld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het product trilt. De messen zitten los. Haal de bouten op de bladen aan. Eén of meer bladen zijn beschadigd of niet goed uitgebalanceerd. Balanceer de bladen of vervang de bladen. De motor zit los. Draai de motorbouten vast. De accu laadt niet. De hoofdzekering is defect. Vervang de hoofdzekering. De accu is defect. Vervang de accu. De laadkabel is losgekoppeld. Sluit de laadkabel aan. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Controleer de accu-aansluitingen. 130 1923 - 005 - 13.10.2022Probleem Oorzaak Actie De motor werkt wanneer de gebrui- ker opstaat van de stoel en het maai- dek is ingeschakeld. De dodemansregeling (OPC) is de- fect. Controleer alle draden, schakelaars en aansluitingen. Indien dit niet cor- rect is, neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. Gebruik het product niet als de dodemansre- geling defect is. De bladen kunnen niet ronddraaien. Het koppelingsmechanisme is ge- blokkeerd. Verwijder de blokkade. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. Een geleidepoelie zit vast. Vervang de geleidepoelie. Een draaispil zit vast. Vervang de draaispil. Defecte grasuitworp. Het motortoerental is te laag. Zet de gashendel in de snelle stand. Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of ach- teruit. Gebruik een lager toerental. Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 122

De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien nodig aan. De bladen zijn versleten, beschadigd of zitten los. Vervang de bladen of draai de bou- ten op de bladen vast. Ophoping van gras of vuil onder het maaidek. Reinig het maaidek. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. De bladen zijn onjuist gemonteerd. Monteer de bladen met de scherpe rand naar beneden. Verkeerde bladen gebruikt. Vervang de bladen door de juiste bla- den volgens de onderdelenlijst. Verstopte luchtgaten in het maaidek door ophoping van gras of vuil rond de assen. Reinig rondom de assen om de lucht- openingen vrij te maken. 1923 - 005 - 13.10.2022 131Probleem Oorzaak Actie De koplamp werkt niet. De koplampschakelaar staat in de stand Off. Zet de koplampschakelaar in de stand On. De lamp is defect. Vervang de lamp. De aan/uit-schakelaar voor de kop- lamp is defect. Vervang de aan-/uitschakelaar voor de koplamp. De kabel naar de koplamp is niet aangesloten. Controleer de draden en aansluitin- gen. Er is kortsluiting in de koplampkabel. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het product beweegt langzaam, on- regelmatig of helemaal niet. Het product staat in de vrijloopmo- dus. Trek de vrijloophendel naar buiten. Zie Het product in de vrijloopmodus zetten op pagina 113

De parkeerrem is ingeschakeld. Schakel de parkeerrem uit. De aandrijfriem zit los of is bescha- digd. Vervang de aandrijfriem. Er zit lucht in de transmissie. Verwijder de lucht uit de transmissie. Zie Lucht uit de transmissie verwijde- ren op pagina 127

Er zit ongewenst materiaal op de stuurplaat (indien de stuurplaat is aangebracht). Reinig het product. De rechthoekige spie op de as ont- breekt. Breng de rechthoekige spie aan. Zie De banden repareren op pagina 118

Het maairesultaat is onvoldoende. De messen zijn bot of beschadigd. Slijp of vervang de bladen. Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 122

Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. Het gras is lang. Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk. De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien nodig aan. Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of ach- teruit. Gebruik een lager toerental. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. De motor knalt wanneer de motor stopt. De gashendel staat niet in de langza- me stand. Zie Product stoppen op pagina 110

De motor stopt wanneer u probeert achteruit te rijden. Het achteruitrijsysteem (ROS) is niet ingeschakeld. Schakel het achteruitrijsysteem (ROS) in. Zie Het achteruitrijsysteem (ROS) gebruiken op pagina 112

132 1923 - 005 - 13.10.2022Vervoer, opslag en verwerking Transport Let op: Sluit de motorkap en bevestig hem aan de machine tijdens transport om schade te voorkomen. Bevestig de motorkap met de juiste hulpmiddelen (touw, draad, etc.) aan de machine. Wanneer u de machine vervoert, zet u de vrijloopregeling in de vrijloopstand om de transmissie uit te schakelen. De vrijloopregeling bevindt zich op de achterste trekstang van de machine.

1. Zet het hulpstuk in de hoogste stand met de

hefregeling voor het hulpstuk.

2. Breng de vrijloopregeling uit en weer in de sleuf en

laat hem los om hem in de uitgeschakelde stand te houden.

3. Verplaats de machine niet met meer dan 3,2 km/h (2

4. Om de transmissie weer in te schakelen, voert u

bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde uit. De machine veilig als trekker gebruiken

  • Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
  • Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
  • Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane gewicht.
  • Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
  • Trek geen apparatuur op hellingen of in ruig terrein.
  • Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt. Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
  • Reinig het product, zie Product reinigen op pagina

. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.

  • Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
  • Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
  • Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
  • Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
  • Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
  • Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen. 1923 - 005 - 13.10.2022 133• Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
  • Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Afvoeren
  • Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
  • Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
  • Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
  • Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
  • Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt. Technische gegevens TC 242TX Motor Merk motor KAWA Motormodel FR651V- Nominaal motorvermogen, PK / kW

18,9 / 14,1 Max. motortoerental, rpm 2550 ± 100 Stationair toerental, rpm 1550 ± 150 Maximumsnelheid vooruit, mph / km/h 4,2 / 6,7 Maximumsnelheid achteruit, mph / km/h 2,2 / 3,5 Brandstof, minimaal octaangetal, loodvrij, max. 10% ethanol en max. 15% MTBE, AKI / RON 87 / 91 Inhoud brandstoftank, gallons / l 3,5 / 13,25 Olietype boven 0 °C (API: SJ-SN): SAE 10W30 Olietype onder 0 °C (API: SJ-SN): SAE 5W30 Olievolume met oliefilter, oz / l 64 / 1,89 Olievolume zonder oliefilter, oz / l 58 / 1,71 Smeersysteem Druk met oliefilter Koelsysteem Luchtkoeling Luchtfilter Dubbel Dynamo, V. amp. bij 3600 rpm 12 V 15 A bij 3600 rpm Startmotor Elektrische start, 12 V Gewicht

Het door de motorfabrikant aangegeven nominale motorvermogen is het gemiddelde bruto vermogen bij het opgegeven toerental van een typische productiemotor voor het motormodel, dat is gemeten volgens de SAE-normen voor bruto motorvermogen. Zie de motorspecificaties van de motorfabrikant. 134 1923 - 005 - 13.10.2022TC 242TX Gewicht met lege tanks, lb / kg 633/287 Maaidek Aantal messen 2 Bladlengte, inch / cm 19,9 / 50,55 Maaibreedte, inch / cm 42,5 / 108 Maaihoogte, inch / cm 1,5-3,8 / 3,8-10,2 Banden Bandenspanning, achter – voor, kPa / PSI / bar 103 / 15 / 1 Voorbanden, inch 15 x 6-6 Achterbanden, pneumatisch voor grasmat, inch 18 x 9,5-8 Remmen Mechanische parkeerrem Elektrisch systeem Type 12 V Accu 14 A Bougie BPR4ES Afstand tussen de elektroden, inch/mm 0,030 / 0,76 Aanhaalmoment bougie, lb-ft / Nm 16 / 22 Geluidsemissies

Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 99 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L

Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, L

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogensniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegaran- deerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG.

De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typi- sche statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A).

De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische sprei- ding (standaardafwijking) van 1 m/s

1923 - 005 - 13.10.2022 135Service Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Verklaring van conformiteit EU-verklaring van conformiteit Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Zitmaaier met verbrandingsmotor Merk Husqvarna Platform / Type / Model TC 242TX Partij Serienummer vanaf 2022 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2011/65/EU "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG, 2005/88/EG "betreffende geluid buitenshuis" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN ISO 12100:2010, EN

63000:2018. In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage VIII, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EU-verklaring van conformiteit. De geleverde zitmaaier met verbrandingsmotor is conform het geteste exemplaar. Namens Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna,