GEBRUIKSAANWIJZING R 420TsX AWD HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 97-142
SL Navodila za uporabo 143-186
Inhalt
Einleitung. 2
Sicherheit. 10
Montage. 16
Betrieb. 18
Wartung 22
Fehlerbehebung. 38
Vervoer, opslag en verweringing. 134
Geregistreerde handelsmerken. 142
Inleiding
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werden een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie Husqvarna serviceworkplaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoor bij het product met het product//serienummer: |
| / |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
De R 418TsX AWD en R 420TsX AWD zijn zitmaaiers. Met de pedalen voor vooruit enchteruit rijden kan de bestuurdere slelheid moeitelloos aanpassen. R 418TsX AWD en R 420TsX AWD hebben vierwielaandrijving (AWD) en 2 urentellers tonen het,aantal uren dat de gebruiker het product heeft gebruikt. De producten hebben koplampen, een opslagruimte en een trekhaak. De producten worden gebruikt met Combi-maaidekken met BioClip.
Gebruik
Het product is gemaakt voor het maaien van gras op open en vlakke ondergrond in woonwijken en tuinen.
Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatatie over de beschikbare accessoires.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerid is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.

- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor acheteruitrijden
- Display
- Maaihoogtehendel
- Afstelhendel voor stoel
- Hendel voor gewichtsoverdracht
- Hefhendel voor het maaidek
- PTO-knop
- Functieschakelaar voor dechterste voedingsaansluiting
- Schakelaar voor dechterste voedingsaansluiting
- Schakelaar voor de voedingsaansluiting aan de rechterkant van het bedieningspaneel
- Schakelaar voor koplampen
-
Contactsleutel
-
Gashendel
- Chokehendel
- 12V-aansluiting
- Klemmen motorkap
- Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de aandrijving op de achteras
- 12V-voedingsaansluiting acheter
- Rails voor de opslagruimte
- Brandstoftankdop
- Productplaatje met scanbare codes
- Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de aandrijving op de Vooras
- Vergrendelknop voor parkeerrem
- Parkeerrem en bedrijfsrempedaal

1.Accu
2. Brandstofsensor
3. Dodemansregeling
4. Display
5. Sensor voor gewichtsoverdracht
6. Werklampen
7. Grootlicht
8. Maaideksensor
9. Microschakelaar, parkeerrem
10. Zekeringen
11. Zoemer
12. Stroomcontact
13. PTO-knop
14. Schakelaar voor de voedingsaansluitingen
15. Schakelaar voor de koplampen
16. Bedieningsmodule maaier
17. Startsolenoide
18. Contactsleutel
19. PTO-koppeling
Bedieningsmodule maaier
Het product heeft een bedieningsmodule voor de maaier die de gebruiker voorziet van informatie over het product. De informatie worden weergegeven op het display op het instrumentenpaneel. Zie Display op pagina 103.
Met de bedieningsmodule van de maaier kan de servicedealer het product aansluten wanner onderhoud worden uitgevoerd.
Husqvarna Connect
Het product heeft draadloze Bluetooth®-technologie en kan verbinding make met mobiele apparaten waarop de Husqvarna Connect-app is geinstalleerd. De Husqvarna Connect-app is een gratis app voor uw mobiele apparaat. De Husqvarna Connect-app biedtuitgebvrende functies voor uw Husqvarna-product:
- Uitgebreide productinformationie.
- Informatie over, en hulp bij, onderdelen en onderhoud van uw product.
DraadlozeBluetooth®-technologie
Producten met ingebouwde draadloze Bluetooth®-technologie können verbinding make met mobiele apparaten en bieden extra functies.
Het symbol voor draadloze Bluetooth®-technologie gaat branden als uw mobiele apparaat is verbonden met het apparaat.

Husqvarna Fleet Services™
Husqvarna Fleet Services™ is een cloudoplossing waarmee de commerciele fleetmanager een overzicht heeft van alle machines. Voor meer informatie over Husqvarna Fleet Services™, zie www.husqvarna.com.
Het product verbinden met Husqvarna Fleet ServicesTM
- Download de Husqvarna Fleet Services ^TM -app waar uw mobiele apparaat.
- Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services ^TM -app.
- Volg de instructies voor het koppelen van het product met Husqvarna Fleet ServicesTM.
PTO-knop (aftakas)
Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling en het maiadek of andere aangesloten apparatuur in- en uitgeschakeld. Er要去 aan de correcte start voorwaarden worden voldaan om de aanrijving van de messen in te schakelen. Raadpleeg Bedrijsomstandigheden op pagina 107 voor de juiste start voorwaarden.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen of andere apparatuur in te schaken.

- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de messen of andere apparatuuruit te schakelen.

Gewichtsoverdrachtsfunctie
De gewichtsoverdrachtsfunctie verplaatst gewicht van het accessoireaar het product. De bodemdruk op de voorwielen van het product neemt toe en de bodemdruk op de zwenkwielen neemt af. Schakel de gewichtsoverdrachtsfunctie in voor het beste maairesultaat wanner u gras maait, ook wanner u de veegmachine gebruikt. Tijdens sneeuwruimen raadt Husqvarna aan om de gewichtsoverdrachtsfunctieuit te schakelen voor een maximale bodemdruk op het accessoire.Het werktuigframe kan Niet volledig worden neergelaten als de gewichtsoverdrachtsfunctie is ingeschakeld.

WAARSCHUWING: Om letsel als gevolg van beknelling te voorkomen, moet de gewichtsoverdrachtsfunctie worden uitgeschakeld wonneer u accessoires verwisselt.
Koplampen
De koplampen hebben werklampen en grootlicht.
Druk op de schakelaar om de werklampen in (B) of UIT (A) te schakelen. Druk op de schakelaar om het grootlicht en de werklampen in (C) of UIT (A) te schakelen.

De werklamp blij 3 minuten branden nadat het contact is uitgeschakeld. Het display toont het koplampsymbol als de koplampen zijn ingeschakeld. Zie Display op pagina 103
Het product heeft 2 voedingsaansluitingen. De voedingsaansluiting aan de rechterkant van het bedieningsspaneel bij de stoel heeft een spanning van 12V

De voedingsaansluiting in de motorbehuizing heeft een spanning van 12V

- Druk op de schakelaar (A) om de voedingsaansluiting aan de rechterkant van het bedieningspaneel in of uit te schaken.
- Druk op de schakelaar (B) om de voedingsaansluiting in de motorbehuizing in of uit te schakelen.

Functieschakelaar voor dechterste voedingsaansluiting
De functieschakelaar (A) worden gebruikt om enkele goedgekeurde accessoires te bedieren die kuren worden aangesloten op dechyacterste voedingsaansluiting. De functieschakelaar heeft
verschillende functies bij verschillende soorten accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor het accessoire.

Urenteller
Het product heeft 2 urentellers op het display. De urentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal (A) enijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het LASTe cijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft een tiende van een eer (6 minuten) wee.
De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, worden nicht gereigstreerd.
Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren.
Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een neue bedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6uur isuitgeschakeld.


- Koeler voor hydraulische olie
- Hefhendel
- Olieffilter
- Cylinder
- Centrale stuurunit
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden
Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) worden gebruikt om vooruit te rijden, en het rechtter pedaal (B) worden gebruikt omchteruiit te rijden. Het product remt wanner de pedalen worden losgelaten.

Hefhendel voor het hydraulisch heffen van het maaidek
Met de hefhendel worden de hydraulische lift geregeld. Gebruik de hydraulische lift om het maaidek te heffen in de transportstand en om het maaidek neer te lately in de maa手持. De hydraulische lift gebruikt hydraulische druk en werkkt alleen wonneer de motor draait.

Maaidek
De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip. BioClip maar het gras tot meststof. De Combi-maaidekken konnen ook zonder BioClip worden gebruikt. Zonder BioClip worden het gras�<|im_start|>
Display
Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.

- Hellingsindicator, zie Hellingsindicator op pagina 108.
- Indicator hydauliektemperatuur
- Indicator oiedruk
- Indicator accuniveau
- Indicator voor aanwezigheid van maaidek
- Indicator aftakas
- Toerenteller
- Aanbevolen mortoroerental wonneer u het product bedient.
- Indicator parkeerrem
- Dodemansregeling
- Brandstofmeter
- Indicator werklampen of grootlicht
- Bluetooth®
- Gewichtsoverdracht uitgeschakeld
- Indicator onderhoud
- Brandstofmeter in stappen van 5%
- Indicator brandstofiveau laag
- Tot. looptijd
- Digitale vergrendeling
- Bedrijfstijd
Let op: Het display kan verschillendijken, afhankelijk van het model.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Draaiende messen. Houd lichaamsdelenuit de buurt.

Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

Kijkuit voorweggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Gebruik het product nooit als Personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden.

Kijkinceruvooren tijdensachteruit rijden.

Maai nooit gras dwars over een helling.
Maai geen gras op een helling van meer dan 10^ . Zie Gras maaien op hellingen op pagina 108

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Vooruit rijden.

Neutraalstand.

Achteruit rijden.

Parkeerrem.

Dit product voldoet aan de geldende EGrichtlijnen.

Het product voldoet aan de geldende richtlijnen van de Euraziatische Douaneunie. Alleen geldig voor R 420TsX AWD.

Geluidsemissiesaar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales"Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegardeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 137en op het label.

Gebruik alkijd goedgekeurde gehoorbescheming.

Gewichtsoverdracht uitgeschakeld.

Gewichtsoverdracht ingeschakeld.

Stop de motor.

Start de motor.

Motortoerental - snel.

Motortoerental - langzaam.

Brandstof.

Max. ethanol 10% .

Maaihoogte.

De onderhoudsstand voor de maaihoogtehendel.

De messen zijn ingeschakeld.

De messen zijn uitgeschakeld.

Transportpositie van het maaidek.

Werkstand van het maaidek.

In- en uitschakelen van het aandrijfsystem.
yyyyyyyyx Het seriENUMmer staat op
het productplaatje. yyyy is het productiejaar en ww is de productiewEEK.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten.
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als
Schade aan het product
We waar nicht verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant akkomstig zijn, of onderdelen die zichাঙরen goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Ondersteuning
Voor ondersteuning over het product gaat u maar het gedeelte Ondersteuning op voor instructies, handleidingen voor probleemoplosing of om de Husqvarna Self-service en de Productzoeker te gebruiken (indien beschikkaar in uw markt). Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer voor ondersteuning met betrekking tot het product.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gezruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wort gebrukt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanner de instructies in de handleiding nicht worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanner de instructies in de handleiding nicht worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objcten wegslingeren. Ernstig letsel of dedood hunnet het gevolg zich als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product Niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg waarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddelijk.

WAARSCHUWING: Dit product produces tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werkking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situatuies die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding Niet precies weet hoe u
het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen beteken.
- Houd het product schoon zodate plaatjes en stickers leesbaar blijven.
Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door een persoon worden gebruikt.

- Laat het product Niet onbeheerd staan verwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te lately dient u.altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijkuit voor andere mogelijkere risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht werk, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. UIT het werkgebied, omdat deze anders door de messen können worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere Personen die nicht geschickt zich om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimuml�能tijd van de gebruiker kan zich vastgelegd inplaatselijke voorschriften.
Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanner u de motor start, de aanrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanner u een weg oversteegt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermögen, beordelingsvermögen of coordinatie+kennen beinyloeden.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motoruitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er können zich ernstige ongevalloen voordoen als u nieden goed oplet verwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen können worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed möglichk dat kinderen Niet langer�z waar u ze het LAST zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorgervoordat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product UIT als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zich kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook maar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiernen of er zich geenkleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het producteerijden. Ze kuren eraf vallen en ernstig gewond raken of kuren het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product Niet door kinderen bedieren.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aanijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsystem worden zeer heetijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houdijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk alsijd maar beneden en achterom voordat en terwijl u achechteruit rijdt. Kijk UIT voor grote enkleine obstakels.
- Verlaag de rijnselheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen w进而er u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende
veiligheidsinstrumenties voordat u het product
gaat gebruiken.
Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere große objecten en zorg dat de messen de objecten Niet raken.
Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanner de messenijdens het maaien ieits geraakt hebben. Voer waar nodig reparationsuit voordat u verder gaat.
Persoonlijke beschemingsuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draagijdens het gebruik van het product alsijd goedgekeurde persoonlijke beschemmingsmiddelen. Persoonlijke beschemmingsuitrusting kunnen nicht alle risico'suitslutenaar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken.Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschemmingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige bloatstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop Niet op blote voeten.

- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast könnenkommen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met verzilgheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of Niet correct werken. Controller de verzilgheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de verzilgheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product Niet gebruiken als beschemingsplaten, afterscheringen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zichn.
- Start de motor en schakel die weeer uit bij wijze van controle van het contactslot. Zie De motor starten op pagina 114 en Motor uitschakelen op pagina 115.
- Verifieer of de motor start wanner u de contactsleutel maar START draait.
- Verifieer of de motor onmiddelijk uitschakelt wanneer u de contactsleutel maar STOP draait.
Bedrijfsomstandigheden
Er要去 aan de volgende voorwaarden worden voldaan om de motor te starten:
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen isuitgeschakeld.
De motor moet worden uitgeschakeld in de volgende situatuies:
- De parkeerrem is nicht geactiveerd en de bestuurder staat op van de stoel.
De aandrijving van de messen moet in deze situations stoppen:
- De parkeerrem is ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
- De PTO-knop is ingedrukt.
Probeer de motor te starten verwil nicht is voldaan aan een van deze voorwaarden. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controde dagelijksuit.
Hellingsindicator
De hellingsindicator geeft een waarschuwing wanner het product op hellingen van >10% worden gezruikt.
Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voorchteruitrijden controleren
- Start het product.
- Zorg dat de pedaal voor vooruirijden en de pedaal voorchteruirijden Niet geblokkeerd toen over de gehele pedaalslag hunnen worden bediend.
- Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
- Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de machine te lately remmen. Controller of der rem aangrijpt wonneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
- Voerdezelfde procedureuit voor het pedaal voor中断uitrijden.
Let op: Het product—heift een remfunctie die automatisch worden ingeschakeld wanner u de pedalen loslaat. Om de spelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.
- Zorg ervoor dat het product zich beweegt wanner de pedalen voor vooruit en achteruitrijden zich ingeschakeld.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de
parkeerrem nicht werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade voroorzaken. Inspector de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem controeren op pagina 121.
Geluiddempper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product Niet als de geluiddempoontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddempoat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand.

WAARSCHUWING: De
uitlaatdemper worden erg heetijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Geluiddempert controleren
- Inspector de uitlaat demper regelmatig om te verifiieren of die goed vastzit en nicht beschadigd is.
Beschemkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist+zijn aangebracht en nicht zich gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Gras maaien op hellingen

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u Niet achechteruit gegen een helling op Aunt rijden of als u zich waar nicht prettig bij voelt, maai de helling dan Niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstkels.
Maai vertical against the helling (omhoog en omlaag), nicht horizontal (van linksaar rechts of omgeekerd).
Rijd Niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product Niet op een helling van meer dan 10^ .


- Niet gebruiken voor het maaien van nat grayscale. Nat grayscale is glad en de banden hun hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet Niet op de grond om te proberen het producte stabiliseren.
- Ga Zoer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabel is.
- Bevestig contragewichten om de stabiliteit te vergroten. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 137.

Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wonneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanner u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanner u apparatuur trekt.
Brandstofveiligkeit

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen.

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeerlicht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoffankdop Niet en vul de tank Niet bij wanner de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook Nietijdens het bijvullen van brandstof.
Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonden of open vuur.
Bij lekkage in het brandstofsystem mag u de motor niet starten zolang delekken Niet gerepareerd+zijn.
Vul de tank nicht verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gezuld.
Vul nicht teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in waarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade+kunnenveroorzaken.
- Tap brandstof af in een waarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en Niet in de nabijheid van open vuur.
Transportveiligung
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzing veroorzaken. Wees voorzichtig wonneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product möglichk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het productijdens het transport. Zie Transport op pagina 134.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letselveroorzaken. Als de accu verrormd of beschadigd is, neem dan contact op met een Husqvarna servicedealer.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

WAARSCHUWING: Er kuren vonken ontstaan wonneer u de accu oplaadt of verrangt. Hierdoor kan de accu ontploffen en brand en oogletsel veroorzaken. Er kuren geen vonken in het circuit ontstaan als de massakabel van de accu is losgekoppeld.
- Draag een veiligheidsbril wonneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
Voer vervangen accu's af. Zie Afvoer op pagina 136.
Houd u aan het volgende om vonken te vermijden:
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu
- Zorg dat de brandstofdop op de juiste manier is aangebracht.
- Bewaar geen brandbare vloeistoffen in open houders
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wonneer u de batterij oplaadt.
-
Voer geen werkzaamheden aan het circuit van de startmotoruit in de nabijheid van gemorste brandstof.
-
Er können explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook Niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonden.
- Ontkoppel erst de massakabel van de accu en sluit\
deze als LASTE weer aan.
- Veroorzaak geen kortsluiting met gereedschap.
- Sluit de aansluitingen van het startrelais nicht kort om de startmotor aan te zetten.
Neem het volgende in acheit wanner u de accu oplaadt:
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Laad de accu minimaal 4(uur op bij 12 V. Gebruik de Husqvarna-acculader.
- Controller of de acculaderdezelfde spanning heeft als de accu.
- Stop het laadproces als de temperatuur van de accu hoger is dan 45^ .
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor isuitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond gesparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen.

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product Niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhonden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 116.
- Elektrische schokken können letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssystemenet met uw vingersuit.
-
Start de motor nicht als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
-
Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van demotor uityoert.
- De messen zijn erg scherp en{kunnen snijwondenveroorzaken.Voorzie de messen van beschermingof draag beschermende handschoenen wanner u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek alsd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product Niet dit bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende
veiligheidsinstrumenties voordat u het product
gaat gebruiken.
- Laat de motor nicht draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
Zorg dat alle moeren en bouteen goed zich vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
Wijzig de instelling van de regelaars Niet. Als het motortoerental te hoog is, kuren de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 137 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die worden geleverd of worden aanbevolen door de fabrikant.
Montage
Inleiding

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert.
Het maaidek bevestigen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Zet de hefhendel voor het maaidek in de transportstand.

- Plaats de hendel voor gewichtsoverdracht omhoog om gewichtsoverdracht uit te schakelen.

- Zet de hefhendel voor het maaidek in de maaistand.

-
Stop de motor.
-
Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.

- Lijn het maaidek UIT met het werktuigframe.

- Duw het maidek in het werktuigframe maar voren tot het stocht.

- Duw de vergrendelingshendel omlaag.

- Zet de hefhendel voor het maaidek in de transportstand.

- Plaats de hendel voor gewichtsoverdracht omlaag om gewichtsoverdracht in te schakelen.

Hetmaaidek verwijderen

WAARSCHUWING: Om letsel als gevolg van beknelling te voorkomen, moet de gewichtsoverdrachtsfunctie worden uitgeschakeld wonneer u accessoires verwisselt.
- Voer de stappen 1-7 uit in Het maaidek bevestigen op pagina 111.
- Trek aan de vergrendelingshendel en houd deze vast.

- Houd de Voorkant van het maaidek vast en trek het waar voren verwijl u de vergrendelingshendel vasthoudt. Trek het maaidek in de eindpositie.

Let op: Als u het maaidek Niet in de eindpositie kunt trekken,That u de vergrendelingshendel los en trekt deze wee omhoog.
- Trek aan de vergrendelingshendel en houd deze vast, en til de voorzijde van het maaidek op totdat het loskomt. Til de voorkant van het maaidek op totdat het los is van het werktuigframe.
- Trek het maiadek eruit.
Werking
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Husqvarna Connect gebruiken
-
Download de Husqvarna Connect-app op uw mobiele apparaat.
-
Registerer in de Husqvarna Connect-app.
- Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app om verbinding te make met het product en dit te registrareren.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij, die Brandstofveiligheid op pagina 109.

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank nicht als ondersteuning.

OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.
De motor gebruikt benzine met een minimum octaangetal van RON 91 (87 AKI), nicht vermengd met olie. Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine te gebruiken. Gebruik geen benzine dieeer dan 10% ethanol bevat.
- Controller het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft.
De stoel afstellen

WAARSCHUWING: Stel de stoei. niet af wanner u het product gebruikt.
- Plaats uw voeten op de voetplaten om de stoel maar voren ofশ aanchteren te schuiven.
- Duw de hendel onder de voorkant van de stoel opzij en verplaats de stoel maar de correcte positie.

- Om de stoelveren aan te passen, verschuift u de 2 rubberen aanslagen onder de stoe zoals aangegeven in de afbeelding. Plaats de 2 rubberen aanslagen in de voorste, middelste ofchterste gaten onder de stoe.

De hoogte van het stuurwiel aanpassen

WAARSCHUWING: Pas de hoogte van het stuurwiel Niet aanijdens het gebruik van het product.
- Draai de knop linksom om hem los te draaien.

- Pas de hoogte van het stuurwiel aan.
- Draai de knop rechtsom om hem vast te draaien.

OPGELET: Zorg dat de lange kant van de knop omhoog wijst.

De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
- Trap het parkeerrempedaal in (A).
- Houd de vergrendelknop (B) ingedrukt.

- Houd de vergrendelknop ingedrukt en LAST het parkeerrempedaal los.
- Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het parkeerrempedaal in.
In- en uitschakelen van het aandrijfsysteme
Om het product te verplaaten met uitgeschakelde motor dient u het aandrijfsystemeui te schaken. Trek de hendel van het aandrijfsysteme helemaal ui t om de aandrijving maar de as uit te schaken.Duw de hendel van het aandrijfsysteme helemaal in om de aanrijving maar de as in te schaken. Gebruik geen tussenliggende standen.
Het product heeft een hendel voor de aandrijving van de Vooras en een andere hendel voor de aandrijving van de Achteras. De hendel voor de aandrijving van de achteras vindt u awhile het linkerachterwiel.

De hendel voor de aandrijving van de Vooras vindt uchter het linkervoorwiel.

Maaidek omhoog zetten en omlaag zetten
- Om het maaidek omhoog te zetten maar de transportstand, trekt u de hefhendel� achareren.

- Om het maaidek omlaag te brengen maar de maa手持, duwt u de hefhendel maar voren.

De motor starten
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidekuit te schakelen.

- Schakel de parkeerrem in. Zie De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 113.

- Als de motor koud is, zet u de chokehendel helemaal maar achteren.

- Draai de contactsleutel maar de startstand.

- Laat, zodra de motor start, de contactsleutel meteen los waar de neutralstand.

Let op: Houd de contactsleutel nicht langer dan 5 seconden darüber elkaar in de startupitie. Als de motor Niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
- Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
- Duw de gashendel maar de stand voor volgas.
Het product gebruiken
- Start de motor. Zie De motor starten op pagina 114.
- Ontgrendel de parkeerrem.

- Trap een van de rijpedalen voorzichtig in. De slelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruit rijden en pedaal (B) voor afterwards rijden.

-
Laat het pedaal los om te remmen.
-
Selecteer de maaihoogte (1-7) met behulp van de maaihoogtehendel.

- Beweeg de hefhendel maar voren om het maaidek omlaag te brengen in de maaistand.

- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen op het maaidek in te schakelen.
Motor uitschakelen
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de messen op het maaidek uit te schakelen.

- Trek de hefhendel voor het maaidek waar achteren om het maaidek omhoog te zetten.

- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel maar de stoppositie.

Een goed maairesultaat verkrijgen
-
Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhonden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 116.
Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
-
Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
Maai met een zo hoog möglichke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 137 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage slelheid met het product. Als het gras Niet te
hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijnselheid een goed resultaat.
Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Voor het Beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de BioClip-functie.
Onderhoud
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren,
dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Onderhoudsschema
| Bediening voor gebruik |
| Controler op brandstof- of olielekkage. |
| Reinig het product. Zie Product reinigen op pagina 118. |
| Reinig het binnenoppervlak van het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 118. |
| Reinig de motor en de uitlaattemper. Zie De motor en de uitlaattemper reinigen op pagina 118. |
| Controler of de koelluchtinlaat van de motor Niet geblokkeerd is. Zie Koelluchtinlaat van motor reinigen op pagina 119. |
| Controler of de veiligheidsvoorzieningen onbeschadigd+zijn. Zie Bedrijfsomstandigheden op pagina 107. |
| Inspecteer de messen in het maaidek. Zie De messen inspecteren op pagina 127. |
| Inspecteer en test de remmen. Zie De parkeerrem controlleren op pagina 121 en Het pedaal voor vooruirijden en het pedaal voorchteruirijden controlleren op pagina 108. |
| Controler het motoroliepeil. Zie Het motoroliepeil controlleren op pagina 127. |
| Controler het transmissieoliepeil. Zie Het transmissieoliepeil controlleren op pagina 129. |
| Controler de stuurkabels. Zie De stuurkabels inspecteren op pagina 121. |
| Zorg ervoor dat het grootlicht en de werklamp correct werken (indien van toepassing). Zie Koplampen op pagina 100. |
X = De instructies zich opgenomen in de bedieningshandleiding.
O = De instructies zich nicht opgenommen in de gebruikershandleiding. Laat onderhoud UITvoeren door een Husqvarna servicedealer.
| Onderhoud Eerste | onder-houds-beurt | Onderhoudsinterval in uren |
| 50 100 | 200 | |
| Controller en reinig de hydraulische slangen en koppelingen. Vervang indien nodig. | | O | |
| Controller de riemen en poelies. O O | | | |
| Controller de stuurketting aan de binnenkant van de frametunnel. O | | | |
| Inspecteer en smeer alle kabels en stel ze af. O | | | |
| Zorg voor de juiste bandenspanning. Zie Bandenspanning op pagina 124. XX | | | |
| Zorg ervoor dat alle bouten en moeren met het juiste aanhaalmoment worden vastgedraid. | | O | |
| Smeer de bestuurdersstoel. O | | | |
| Smeer alle kettingen. O | | | |
| Smeer de lagers van de wielen en messen op het maaidek (indien van toepas-sing). | O | O | |
| Smeer de pedalen aan de binnenkant van de frametunnel. O | | | |
| Smeer de riemspanners O | | | |
| Verwijder de aandrijfwieten en smeer de assen (alleen voor de 200-300 series) O | | | |
| Controleer de brandstofslang. Vervang indien nodig. O | | | |
| Vervang het brandstofffilter. Zie Het brandstofffilter verrangen op pagina 121. | | X | |
| Maak het luchtfilter schoon. Zie Het luchtfilter reinigen en verrangen op pagina 121. | X | | |
| Vervang het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen en verrangen op pagina 121. | | X | |
| Inspecteer de koelribben op de hydrostatische transmissie. O | | | |
| Reinig de motor en de hydrostatische transmissie. O | | | |
| Controleer de geluidemper en het hitteschild. | O O | | |
| Ververs de motorolie. Zie De motorolie verversen en het olieffilter verrangen op pagina 128. | X23 | X 24 | |
| Vervang het motoroliefilter De motorolie verversen en het olieffilter verrangen op pagina 128. | X25 | X 26 | |
| Vervang de bougie. Zie Bougie controlleren en verwijdersen op pagina 122. | | X | |
| Controleer de lampen (indien van toepassing). Zie Koplampen op pagina 100. | XX | | |
| Werk de firmware bij (indien van toepassing). | O O | | |
| Controleer de accu en laad deze indien nodig op. Zie De accu opladen op pagina 123. | X | X | |
| Inspecteer en stel de rotatiesnelheid van de voor- en afterwardsien af (alleen voor AWD-modellen). | O | O | |
| Vervang het transmissieffilter (alleen voor AWD-modellen). | O | | O |
| Vervang het opschroefbare filter van de servo (indien van toepassing). | O | | O |
23
24
25
26
50 ur of eenIRR (alleen eRste onderhoudsbeurt).
100 uur of een keer per staat.
50 eer of een jour (alleen eerste onderhoudsbeurt).
100 ur of een keer per Jaar.
| Onderhoud Eerste | onder-houds-beurt | Onderhoudsinterval in uren |
| 50 100 | 200 | |
| Controler de koelventilator op de hydrostatische transmissie. O O | | | |
| Controler de olie in de transmissie en vul deze indien nodig bij. Zie Het trans-missieoliepeil controleren op pagina 129. | | X | |
| Ververs de olie in de transmissie. O O | | | |
| Controler de parkeerrem en stel deze af. O O | | | |
| Reinig de buitenste en binnenste oppervlakken van het maaidek en de afdekkin-gen van het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 118. | X | X | |
| Controler de maaihoogte en de hellinginstelling en stel deze af. Zie Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 125 en De uitlijing van het maai-dek afstellen op pagina 125. | X | X | |
| Controler de messen in het maaidek, slijp en balancerer deze indien nodig. Zie De messen inspecteren op pagina 127 en Messen verrangen op pagina 127. | | X | |
| Controler het motortoerental en stel deze af. O O | | | |
| Controler of het product Niet gaat rijden in de neutrale positie. Zie Het pedaal voor vooruirijden en het pedaal voorchyteruirijden controleren op pagina 108. | X | X | |
| Controler vooruit- enchyteruirijden op verschillende snelheden. O O | | | |
| Controler de bladinschakeling, stoel, hefinrichting en vooruirijden/rem. Zie Vei-ligheidsvoorzieningen op het product op pagina 107. | X | X | |
| Inspecteer het opvangsystem (alleen voor opvangmodellen). X X | | | |
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen
hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaat demper en het uitlaatsystem. Wacht tot de oppervlakken zijn aufgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondon de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hagedruksput.
-
Richt de waterstraal nicht op elektronische componenten of lagers. Reinigungsmiddelen können schade veroorzaken.
-
Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Start het maaidek na het reinigen en LAST de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.

De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wonneer de uitlaatdemper koud is.
Koelluchtinlaat van motor reinigen

WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelluchtinlaat draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
- Zorg dat het koelluchtinlaatrooster op de motorkap Niet is geblokkeerd. Verwijder gras en vuil met een borstel.

-
Open de motorkap.
-
Zorg dat de koelluchtinlaat van de motor nicht geblokkeerd worden. Verwijder gras en vuil met een borstel.

- Controller het luchtkanaal aan de binnenzijde van de motorafdekking. Zorg dat het luchtkanaal schoon is en Niet gegen de koelluchtinlaat schuurt.

De kappen verwijderen
De motorkap verwijderen en aanbrengen
- Klap de stoel maar voren.
- Maak de 2 klemmen op de motorkap los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Verwijder de schroevenuit de scharnieren.

- Klap de motorkap maarachten.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Het voorblad van het maaidek verwijdersen en monteren
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 112.
- Verwijder de 2 schroeven en verwijder het voorblad van het maajdek.

- Monteir in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De zijkap van het maaidek verwijderen en monteren
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 112.
- Verwijder de 2 schroeven (A) op de lijplaat van het maaidek.

- Maak de schroef (B) los, maar verwijder们都 Niet.
- Draai en verwijder de zijkap van het maaidek.
- Monteir in omgeekerde volgorde van verwijderen.
De afdekking van de frametunnel verwijderen en monteren
- Zet de stoel maarachten. Zie Brandstof bijvullen op pagina 112.
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de afdekking van de frametunnel.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De rechter voetplaat verwijderen en monteren
- Verwijder de afdekking van de frametunnel. Zie De afdekking van de frametunnel verwijdersen en monteren op pagina 120.
- Draai de knop op het pedaal voor achechteruit rijden (A) los om deze te verwijderen.
- Verwijder de 3 schroeven (B).

- Maak de randen van de voetplaat (C) los.
- Verwijder de voetplaat.
- Monteer in omgeekerde volgorde van verwijderen.
De linker voetplaat verwijderen en monteren
- Verwijder de afdekking van de frametunnel. Zie Het voorblad van het maaidek verwijdenen en monteren op pagina 119.
- Verwijder de 3 schroeven en verwijder de voetplaat.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De buitenste rechtter zijkap verwijderen en monteren
- Open de motorkap. Zie De motorkap verwijdenen en aanbrengen op pagina 119.
- Verwijder de 6 schroeven en verwijder de rechtter zijkap.

- Monteer in omgeekerde volgorde van verwijderen.
De onderste riemkommen verwijderen
- Verwijder de schroeven waarmee de onderste riemkap is bevestigd. Er zijn 2 schroeven aan de rechterzijde van het product en 3 schroeven aan de linkerzijde.

- Verwijder de onderste riemkap.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De stuurkabels inspecteren
Na verloop vanijd kan de spanning van de stuurkabels afnemen. Hierdoor verandert de afstelling van de besturing.
U moet de besturing als volgt inspecteren en afstellen:
- De kabels hebben de juiste spanning wanner u ze met de hand 5 mm omhoog of omlaag in de groef op de stuurbeugel kurz bewegen.

- Als de kabels te slap+zijn gespannen, moet u ze door een Husqvarna servicedealer lately afstellen.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die maximaal 10^ afloot.
Let op: Parkeer het product Niet op een grashelling wanner u de parkeerrem controeert.
- Trap het parkeerrempedaal in (1).
- Zet de parkeerrem vrij terwijl u de vergrendelknop (2) ingedrukt houdt.

- Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een Husqvarna servicedealer lately afstellen.
- Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de parkeerrem uit te schakelen.
Het brandstofffilter verrangen
-
Gebruik een platte tang om de slangklemmen van het filter te verwijderen.
-
Trek het filter uit de slanguiteinden.

- Druk het neue filter in de slanguiteinden. Breng vloeibaar afwasmiddel op de uiteinden van het filter aan om het aansluiten te vergemakkelijken.
- Duw de slangklemmen gegen het filter.

Het luchtfilter reinigen en verrangen
- Open de motorkap.
- Maak de 2 knoppen los waarmee het Iuchtfilterdeksel vastzit en verwijder het deksel.

-
Maak de slangklem waarmee de luchtfiltercartridge op+zijnplaats worden gehonden,los.
-
Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

- Verwijder het kunststof schuimfilter rondon het luchtfilterpatroon.
- Reinig het kunststof schuimfilter met een zwak reinigingsmiddel.
- Laat het kunststof schuimfilter volledig drogen.
- Tik het papieren filter gegen een hard oppervlak om het te reinigen. Gebruik geen perslucht.
- Als het papieren filter Niet schoon wordt, dient het te worden verrangen.
- Breng het kunststof schuimfilter waar aan om het luchtfilterpatroon.
- Plaats het luchtfilterpatroon op de luchtslang.
- Zet het luchtfilterpatroon vast met de slangklem.

- Bevestig het luchtfilterdeksel en draai de knuppen vast.
Bougie controlleren en verwijderen
- Open de motorkap.
- Verwijder de ontstekingskabelschoen en reinig het gebied rond de bougie.
- Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
-
Controller de bougie. Vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie nicht beschadigd is, reinig.Deze dan met een staalborstel.
-
Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze correct is. Zie Technische gegevens op pagina 137.

- Buig de zich-elektrode om de elektrode-opening aan te passen.
- Plaats de bougie'erug en draai deze met de hand totdat deze gegen de zitting aan zit.
- Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat dering worden samengedrukt.
- Draai een gebruike bougie nogmaals 1/8 slag vast, een neue bougie nog 1/4 slag extra.

OPGELET: Onjuist vastgedraide bougies+kunnen leiden tot motorschade.

OPGELET: Probeer de motor Niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd.
De zekeringen verrangen
De zekeringen zijn verd南非 2 groepen. De zekeringen voor de bedieningsmodule van de maaier en de motor bevinden zich in een houder voor de accu. De zekeringen voor extra elektrische uitgangen bevinden zich in een houder voor van de koeler voor hydraulische olie. Een doorgebrande zekering worden aangegeven door een doorgebrande verbinding.
- Open de motorkap.
- Trek de zekering UIT de houder.

- Vervang de doorgebrande zekering.
- Sluit de motorkap.
Als de zekering binnen korteijd nadat u deze hebt verwangen nogmaals doorbrandt, is er spreke van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opniewu gebruikt.
De accu opladen

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen voordat u de accu oplaadt. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110.
- Laad de accu op wanner deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standard acculader.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten.
Accuervangen

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen voordat u de accu oplaadt. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110.

OPGELET: Laad de accu.altijd volledig op voordat u deze in het product plaatst.
- Verwijder de motorkap. Zie De motorkap verwijderen en aanbrengen op pagina 119
- Koppel de aardingsaansluiting (A) en cervolgens de positieve aansluitklem (B) op de accu los.


WAARSCHUWING: Gevaar voor vonkvorming. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110
- Maak de band los waarmee de accu is bevestigd.
- Til de accu op en verwijder deutsche uit het product.
- Reinig de klemmen van de(APpe accu.
- Installer de nouvelle accu.
-
Trek de band rond de accu aan.
-
Sluit de positieve kabel aan op de positieve aansluitklem op de accu.
- Sluit de aardingskabel aan op de aardingsaansluiting op de accu.
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik makev van startkabels om een moodstartuit te voeren. Dit product is voorzien van een 12Vsystemeem met negatieve massa. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12V-systeem met negatieve massa hebben.

OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit za leiden tot schade aan het elektrisch system van het product.
Startkabels aansluiten

WAARSCHUWING:
Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu.

OPGELET: Gebruik de accu van het product nicht om andere voertuigen te starten.
- Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

- Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B).

WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken gegen het chassis.
-
Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).
-
Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISMASSA (D),uit de buurt van de brandstoffank en de accu.
Startkabels verwijderen
Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
- Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
Bandenspanning
Zorg ervoor dat alle 4 de banden de juiste bandenspanning haben. Zie Technische gegevens op pagina 137.

Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
- Voer de stappen 1-7 uit in Het maaidek bevestigen op pagina 111.
- Trek aan de vergrendelingshendel en houd deze vast.

- Houd de voorkant van het maaidek vast en trek het waar voren verwijl u de vergrendelingshendel vasthoudt. Trek het maaidek in de eindpositie.

Let op: Als u het maaidek Niet in de eindpositie kunt trekken, LAST DE vergrendelingshendel los en trekt deze wee omhoog.
- Til het maaidek op tot het verticaal staat en een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek worden automatisch vergrendeld in de verticale stand.

- Trek de Voorkant van het maaidek voorzichtig waar voren omervoorte zorgen dat het maaidek is vergrendeld.
Het maaidek in de maaistand zetten
-
Houd de Voorkant van het maaidek (A) vast met een hand. Druk het maaidek in de richting van het product.
-
Trek aan de vergrendelingshendel (B) met uw andere hand om de vergrendelde stand van het maaidek te deactiveren.

- Klap het maaidek (C) in tot het zich op grondniveau bevindt.
- Trek aan de vergrendelingshendel en duw het maaidek in de richting van het product totdat het stopt.
- Duw de vergrendelingshendel omlaag.
Controleren of het maaidek correct isuitgelijnd
- Zorg ervoor dat de bandenspanning in de banden correct is. Zie Technische gegevens op pagina 137.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maidek omlaag in de maaistand.
- Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
- Meet de afstand:tussen de bodem en de voorste en achechterste rand van het maaidek.Zorg dat de achterkant 4-6 mm (1/5") hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen
- Parkeer het product op een harde, vlakke ondergrond.
-
Schakel de parkeerrem in.
-
Plaats de hendel voor gewichtsoverdracht omlaag.

- Zet de hefhendel maar achefteren en hef het maaidek in de transportstand om hebondersteuning in te schakelen.

- Beweeg de hefhendel maar voren en breng het maiadek omlaag in de maaistand.

- Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.

- Verwijder het gaffelscharnier op de voorkant van de hoogteafstellingsbeugel. Verplaats de hoogteafstellingsbeugel maar deijkenkant.

- Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

- Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

-
Draai de borgmoeren op de hefsteun vast wanner de lengte van de hefsteun correct is.
-
Draai de borgmoer (A) op het gaffelscharnier van de hoogteafstellingsbeugel los. Draai het gaffelscharnier (B) op de hoogteafstellingsbeugel om de lengte van de hoogteafstellingsbeugel aan te passen. Zorg ervoor dat de gaffelscharnieren zijn uitgelijnd met de juiste opening op het frame van het maaidek.

Let op: De 2 uiteinden van de hoogteafstellingsbeugel hebben elk een gaffelscharnier. U krijgt hetzelfde resultaat, ongeacht welt gaffelscharnier u afstelt.
- Gebruik de middelste opening (A) in het frame van het maaidek.

- Draai de borgmoer op de hoogteafstellingsbeugel wanner de lenghte van de hoogteafstellingsbeugel correct is.
- Plaats de maaihoogtehendel maar maaihoogtestand 1.

- Verwijder de rechtervoetplaat. Zie De rechterverootplaat verwijdersen en monteren op pagina 120.
- Maak de borgmoer (A) van de rekschroef van de maaihoogteketting los.

- Draai de stelschroef (B) op de maaihoogteketting totdat het lagerwiel (C) de hendel (D) raakt.

- Draai de borgmoer op de rekschroef vast.
- Controller de uitlijing. Zie Controlleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 125
- Breng de rechtservoetplaat aan.
Verwijdersen van de BioClip-plug
- Verwijder de BioClip-plug om het Combi-maaidek om te schakelen van BioClip maar uitworp aan dechterzijde.
Verwijder de BioClip-plug en bevestig deze op het maaidek Combi 103, Combi 112, Combi 122
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand. Zie Het maaidek in de onderhoudsstand zetten op pagina 124.
- Verwijder de 3 schroeven die de BioClip-plug op+zijn plaatshoven en verwijder de plug.

- Breng 1 M8x15 mm schroef aan in de bovenste schroefopening voor de BioClip-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.
- Zet het maaidek in de maaistand.
- Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit om de BioClip-plug te bevestigen.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist
gebalanceerde messen können schade
aan het product veroorzaken. Vervang
beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een Husqvarna servicedealer.
- Zet het maiadek in de onderhoudsstand.
- Controller de messen visuel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment van 75-80 Nm.
Messen verrangen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Zet het mes vast met een houten blok (A).

- Draai de bout (B) van het mes los en verwijder de bout samen met de sluitringen (C) en het mes (D).
- Monteer het neue met met de schuine uiteinden in de richting van het maidek.

WAARSCHUWING: Het gebruik
van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letselveroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 137.
- Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de bout vast met een aanhaalmoment van 75-80 Nm.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlikke ondergrund en schakel de motoruit.
-
Open de motorkap.
-
Maak de peilstok los en trek hem eruit.

- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok weeher helemaal terug en maak hem nicht vast.
- Maak de peilstok los, trek hem eruit en lees het oliepeil af.
- Het oliepeil要去 tussen de markingsen op de peilstok staan. Als het peil bijna bij de markings 'ADD' staat, moet u olie bijvullen tot de markings 'FULL'.

- Vul olie bij via de opening waarin de peilstok zit. Vul langzaam olie bij.

Let op: Zie Technische gegevens op pagina 137voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen.
- Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en LAST die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controller het oliepeil nogmaals.
De motorolie verversen en het olieffilter verrangen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minutes latent draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor nicht langer dan 1-2 minutes draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de linkerkant van de motor.
- Verwijder de peilstok.
- Verwijder de olieaftapplug.

- Laat de olie in de bak lopen.
- Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.
- Draai het olieffilter linksom om het te verwijderen.

- Smeer de rubberen aufdichting op het neue oliefilter in met een beetje verse motorolie.
-
Om het neue oliefilter te bevestigen, draait u het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op+zijn plaats zit,waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
-
Vul olie bij via de opening waarin de peilstok zit. Vul langzaam olie bij.

Let op: Zie Technische gegevens op pagina 137voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen.
- Start de motor en LAST die gedurende 3 minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en contrôleer het olieffilter op lekkage.
- Vul olie bij en compensateer waar bij de hoeveelheid die hetijke olieffilter opneemt.
Het transmissieoliepeil controleren

WAARSCHUWING: Controller de transmissieolie wanner de transmissie is afgekoeld.
- Verwijder de twee schroeven en verwijder de transmissiekap.

- Zorg dat het oliepeil in de transmissieolietank:tussen de twee horizontale lijnen op de tank staat.

- Vul motorolie bij als het oliepeil onder de onderste lijn staat, maar vul nooit bij tot boven de bovenste lijn. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 137 voor aanbevolen olie.
- Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machineijdens het smeren onbedoeld gaat draajen
- Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
- Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
- Gebruik bij het smeren met vet een chassis-of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig yet na het smeren.
- Smeer tweekee per week als u het product dagelijks gebruikt.
Vermijd het morsen van smeermiddel op de aanrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maar dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aanrijfrem en de poelie Niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, verrang dan de aanrijfrem.

OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfremen te reinigen.
De gaskabel, chokekabel en lagers van de hendels smeren
- Neem de zijkap rechts weg.
- Open de motorkap.
- Smeer de vrije uiteinden van de kabels, inclusief de uiteinden bij de motor met motorolie.
- Zet de gashendel, chokehendel en hendels voor het maaidek in hun eindstanden en smeer de kabels opnieuw.

- Smeer de verbindingen, vergrendelingen, lagers en ketting van de hendels voor het maaidek met motorolie.

- Breng de rechter zijkap aan.
De kettingen in de frametunnel smeren
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de afdekking van de frametunnel.
- Smeer de kettingen (A) in de frametunnel met motorolie of een kettingspray.

- Smeer de poelieassen (B) voor de stuurdraad met vet.
De parkeerremkabel smeren
- Verwijder de afdekking van de frametunnel en de linker zijkap. Zie De afdekking van de frametunnel verwijdersen en monteren op pagina 120.
- Duw de rubberen verbindingen (A) in de richting van de uiteinden van de parkeerremkabel.

-
Smeer de uiteinden van de parkeerremkabel met motorolie.
-
Trap drie keer het parkeerrempedaal in en smeer de parkeerremkabel opnieuw.
- Bevestig de rubberen verbindingen.
- Bevestig de linker zijkap en de frameplaat.
De riemspanner smeren
De riemspanner要去 regelmatig worden gesmeerd met een hoogwaardig smeervet op basis van molybdeendisulfide.
- Verwijder de onderste riemkap. Zie De onderste riemkappen verwijdenen op pagina 120.
- Smeer met een vetspuit via de nippel aan de rechterkant, onder de onderste poelie. Smeer totdat er vet uit dechterzijde van de nippel komt.

- Bevestig de riemkap en draai de 5 schroeven vast.
De riemspanner smeren
De riemspanner要去 regelmatig worden gesmeerd met een hoogwaardig smeervet op basis van molybdeendisulfide.
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijden op pagina 112.
- Smeer de riemspanner.

- Installee het maaidek.
De hefmechanismen van de maaihoogte en het maaidek smeren
-
Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijden op pagina 112.
-
Smeer de verbinding voor de maaiadeklift (A).

- Smeer de verbinding voor de maaihoogte(B).
- Zorg ervoor dat de hydraulische cilinder (A) voor de hefarm in de uitgeschoven stand staat.

- Gebruik een flexibel vetpistol (B) en plaats de slang boven de framebuis (C).
- Bevestig het mondstuk aan de smeernippel en smeer de hefarm.
- Beweeg de maaihoogtehendel om ervoor te zorgen dat de verbindingen gemakkelijk konnen worden bewogen.
- Installeer het maaidek.
Het maaidek smeren
- Verwijder het voorblad.
- Smeer de 5 scharnieren (A) met motorolie.

- Smeer met een smeerpistool via de nippel op de lagers van het zwenkwiel voor het maaidek (B). Smeer totdat er vet uit dechterzijde van de nippel komt.
Probleemoplossing
Probleemoplossingsschema
Als u in deze bedieningshandleiding geen oplossing voor uw probleem Aunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer.
| Probleem Oorzaak | |
| De startmotor waar de motor Niet aanslaan | De parkeerrem is nicht ingeschakeld. Zie De parkeerrem inschakelen en uitscha-ken op pagina 113. |
| De aandrijving van de messen is ingeschakeld. Zie PTO-knop (aftakas) op pagi-na 100. |
| Er is een zekering doorgebrand. Zie De zekeringen verrangen op pagina 122. |
| De contactsleutel is beschadigd. |
| Slecht contactussen de kabel en de accu. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110. |
| De accu is te zwak. Zie De accu opladen op pagina 123. |
| De startmotor is beschadigd. |
| De motor start nicht wanner de startmotor de motor(aaan-slaan | Geen brandstof in de brandstoffank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 112. |
| De bougie is beschadigd. |
| De ontstekingskabel is beschadigd. |
| Vuil in de carburateur of brandstoffleiding. |
| De motor loopt nicht gelijkmatig De | bougie is beschadigd. |
| De carburateur is verkeerd afgesteld. |
| Het luchtfilter is verstoct. Zie Het luchtfilter reinigen en verrangen op pagina 121. |
| Vuil in de carburateur of brandstoffleiding. |
| De motor produeert nauwelijks vermogen | Het luchtfilter is verstoct. Zie Het luchtfilter reinigen en verrangen op pagina 121. |
| De bougie is beschadigd. |
| Vuil in de carburateur of brandstoffleiding. |
| De gaskabel is verkeerd afgesteld. |
| De transmissie levert nicht genoeg vermogen | De koelluchtinlaat van de transmissie of de koelvinnen zijn geblokkeerd. |
| De ventilator van de transmissie is beschadigd. |
| Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Zie Het transmissieo-liepeil controlleren op pagina 129. |
| De accu laadt nicht De accu is beschadigd. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110. |
| Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110. |
| Het product trilt De messen, de poelie of andere draaiende delen zitten los. Zie Onderhoud op pagina 116. |
| Eén ofeer messen+zijn Niet goed uitgebalanceerd. Zie De messen inspecteren op pagina 127. |
| De motor zit los. |
| Het maairesultaat is onvoldoende | De messen+zijn bot. Zie Messen vervangen op pagina 127. |
| Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 115. |
| Het maaidek is beschadigd en Niet parallel aan de grond. |
| Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 118. |
| De bandenspanning:tussen de rechtter-en linkerzijde is verschillend. Zie Bandenspanning op pagina 124. |
| Het product rijdt met te hoge rijnselheid. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 115. |
| Het motortoerental is te laag. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 115. |
| De aandrijfrem raakt los van de poelies. |
Display - Probleemoplossing
| Symbool Naam | | Wordt weergegeven op het display | Geluid Oorzaak |
| Hellingsindicator | Het symbool worden weergegeven. | - | U bedient het product in een heling >10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 108. |
| Het symbool knip-pert. | - | U bedient het product in een heling >15°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 108. |
| Indicator van de temperatuur van de transmissieolie | Het symbool worden weergegeven. | 1 lang geluid. | De temperatuur van de transmis-sieolie is te hoog. |
| Het symbool knippert snel. | - | Neem contact op met uw Husq-varna servicedealer. |
| Oiedruksensor | Het symbool worden weergegeven. | 1 lang geluid. | Oiedruk laag. Zie Het motorolie-peil controeren op pagina 127. |
| Indicator accuniveau | Het symbool worden weergegeven. | 1 lang geluid. | Lage spanning. Zie De accu op-laden op pagina 123. |
| Indicator maaidek | Het symbool knip-pert. | 5 korte geluiden. | Het maaidek is Niet bevestigd en de PTO-knop is ingedrukt. Zie Het maaidek bevestigen op pagi-na 111. |
| Indicator PTO-knop | Het symbool worden weergegeven. | - | PTO-knop ingedrukt. Zie Bedrijfs-omstandigheden op pagina 107. |
| Het symbool knip-pert. | Onjuiste startprocedure. Zie Be-drijfsomstandigheden op pagina 107. |
| Het symbool knippert snel. | Beschadigde PTO-knop. Neem contact op met uw Husqvarna service dealer. |
| Indicator parkeerrem | Het symbool worden weergegeven. | - | De parkeerrem is ingeschakeld. Zie Parkeerrem op pagina 108. |
| Het symbool knip-pert. | Onjuiste startprocedure. Zie Be-drijfsomstandigheden op pagina 107. |
| Het symbool knippert snel. | Beschadigde parkeerrem. Neem contact op met uw Husqvarna service dealer. |
| Indicator OPC | Het symbool knip-pert. | 5 korte geluiden. | Microschakelaar stoeituitgeschakeld als u probeert de motor te starten. Zie Bedrijfsomstandigheden op pagina 107. |
| Het symbool knippert snel. | - | Beschadigde microschakelaar stoei. Neem contact op met uw Husqvarna service dealer. |
| Symbool Naam | | Wordt weergegeven op het display | Geluid Oorzaak |
| OFF | Gewichtsoverdracht | Het symbool worden weergegeven. | - |
| Indicator onderhoud | Het symbool worden weergegeven. | 5 korte geluiden. |
| Brandstofmeter | Het symbool worden weergegeven. | 1 kort ge-luid. |
Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display+kunnen verschillend+zijn,afhankelijk van het model.
Vervoer, opslag en verwerking
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wonneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Hijs het product Niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zich uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
Zorg dat u deplaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger
Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zie Veiligheid op pagina 105.

WAARSCHUWING: De parkeerrem is nicht voldoende om het productijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte.
Uitrusting: 2 goedgekeurde banden en 4 wigvormige welkeggen.
- Plaats het product in het midden van de laadruimte.


WAARSCHUWING: Laat bij transportvoertuigen met een kap het product afkoelen voordat u het product onder de kapplaatst.
- Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger worden gezrukt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

-
Schakel de parkeerrem in.
-
Vergrendel het product met de Husqvarna Connect-app.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Verwijder alle losse voorwerpen.
- Bevestig de eerste sjorband via het achechterste frame van de transmissie.

- Trek de band maar achefteren vast.
- Bevestig de tweede sjorband door het transporteog.

- Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
- Trek de riem aan de richting de Voorkant van de laadruimte.
- Plaats de weltkegen voor en ander dechterwienen.

Het product slepen
Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snugheid slepen.
Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept.
Zie In- en uitschakelen van het aandrijfsystem op pagina 114.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30ragen. Als u de brandstof langer dan 30ragen in de tank LAST Zitten, kuren kleverige deeltjes verstopping in de carburateurveroorzaken. Dit heeft een negatif effect op de werking van de motor.
Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel Niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan nicht over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor konnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minutes draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt.

WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank Niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen zich bij open vuur, vonden waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte staat.
Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 118. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspector het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem volledig op en berg hem op een koeleplaats op. De accu要去 worden bewaard bij temperaturen boven het vriespunt, maar lager dan 10^ , voor een optimale levensduur.
- Laad de batterij elke ces maanden op of als de spanning onder 12,55 V komt.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoffank. Start de motor en LAST die draaien tot de carburateur leeg is.
Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur Niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen waar aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw productijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
Afvoer
Chemicalien können gevaarlijk sein en mogen nicht worden in de bodem worden geloosd. Voer gebruekte chemicalien afaar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wonneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kennen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem deplaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu Niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicedealer of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| R 418TsX AWD R 420TsX AWD |
| Afmetingen Zie | Productafmetingen op pagina 140. |
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg 308 316 | | |
| Bandenmaat 200/65 - 8 200/65 - 8 | | |
| Bandenspanning, acheter – voor, kPa / bar / PSI 80/0,8/12,0 | 80/0,8/12,0 | |
| Max. helling, grades 10 10 | | |
| Max. ongeremde apparatuur gewicht, bij 10° graden, kg 150 | 150 150 | |
| Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak, N/kg 250 | 25 250/25 | |
| Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak, N/kg 260 | 260/26 260/26 | |
| Motor |
| Merk/Model Kawasaki FS541V Kawasaki FS651V | | |
| Nominal motorvermogen, kW 27 | 10,8 | 14,0 |
| Cylinderinhoud, cm3 | 603 726 | |
| Max. snelheid vooruit, km/h | 9 | 9 |
| Max. snelheidchteruiit, km/h | 7 | 7 |
| Max. mortoerental, omw/min | 3000 ± 100 3000 ± 100 | |
| Brandstof, min. octaangetal loodvrij, max. 10% ethanol | 91 91 | |
| Tankinhoud, I | 17 17 | |
| Motorolie 28 | Husqvarna SAE 30, Husq-varna SAE 5W-30 Synthetic, Husqvarna SAE 10W-40 | Husqvarna SAE 30, Husq-varna SAE 5W-30 Synthetic, Husqvarna SAE 10W-40 |
| Olievolume incl. filter, I | 1,7 | 2,0 |
| Olievolume excl. filter, I | 1,5 | 1,8 |
| Startmotor | Elektrische start, 12 V | Elektrische start, 12 V |
| Transmissie |
| Merk | Tuff Torq | Tuff Torq |
| Model K664U/RTM13U K664U/RTM13U | | |
| Olie, classificatie SF-CC 29 | 10W/30 10W/30 | |
| Oliehoeveelheid, I 6 6 | | |
| Elektrisch systemen |
| Type 12V, negatif geaard 12V, negatif geaard | | |
| Accu 12 V, 24 Ah 12 V, 24 Ah | | |
| Bougie NGK BPR4ES NGK BPR4ES | | |
| Afstand:tussen de elektroden, mm/inch 0,75/0,030 0,75/0,030 | 030 | |
| Maaidek |
| Type Combi 103 Combi 103 | | |
| Combi 112 Combi 112 | |
| Combi 122 |
| Geluidsemissies 30 | R 418TsX AWD R 420TsX AWD | |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) |
| Combi 103 98 | 99 | |
| Combi 112 98 | 99 | |
| Combi 122 - | 101 | |
| Geluidsvermogenniveau, gegardeerd dB(A) |
| Combi 103 99 | 100 | |
| Combi 112 99 | 100 | |
| Combi 122 - | 102 | |
| Geluidsniveauaus 31 | R 418TsX AWD R 420TsX AWD | |
| Geluidsdrukiveaua bij hetoor van de gebruiker, dB(A) |
| Combi 103 84 | 84 | |
| Combi 112 83 | 82 | |
| Combi 122 - | 87 | |
| R 418TsX AWD R 420TsX AWD | |
| Trillingsniveau 32 |
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s2 | 2,17 2,67 | |
| Trillingsniveau in stoel, m/s2 | 0,29 0,15 | |
| Maaidek Combi 103 Combi | 12 Combi 122 | | |
| Maaibreedte, mm 1030 1120 | 1220 | | |
| Maaihoogte, mm 25-75 25-75 | 25-75 | | |
| Gewicht, kg 63 66 73 | | | |
| Bladlengte, mm 388 420 454 | | | |
| Mes |
| Artikelnummer 504 19 04-10 | 544 10 27-10 535 42 94-10 | | |

WAARSCHUWING: Het gebruik
van een maaidek dat Niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten
veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden.
Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze handleiding.
Radiofrequentiegegevens
| R 418TsX AWD R 420TsX | WD |
| Frequentiebereik, MHz 2402-2480 | 2402-2480 | |
| Uitgangsvermögen33, dBm | -2.4 | -2.4 |
Productafmetingen



| Afmetingen, mm. |
| A 348 F 2066 K 723 | | | | | |
| B 749 G 2116 L 927 | | | | | |
| C 958 H Combi 103: 1081 | | Combi 112: 1178
Combi 122: 1275 | M 760 | | |
| D 409 Combi 103: 2420 | | Combi 112: 2419
Combi 122: 2519 | N 964 | | |
| E 1178 J 227 | | | | |
Service
Service
Laat uw product waarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het productijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik alkijd originele reserveonderdelen.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type/model R 418TsX | AWD, R 420TsX AWD |
| Identificatie Serienummers vanaf 2024 en verder |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlij/Verordening | Beschrijving |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2014/53/EU "beteffende radioapparatuur" | |
| 2000/14/EG "beteffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektrische apparatuur" | |
en dat de volgende normen en/of technische specifications zichtoegepast:EN ISO 12100:2010, EN ISO 5395-1:2013/A1:2018,EN ISO 5395-3:2013/ A1:2017/A2:2018,EN ISO 14982:2009,ETSI EN 300 328 V2.2.2,ETSI EN 300 489-1 V2.2.3,ETSI EN 300 489-17 V3.2.4,EN IEC 63000:2018.
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå heeft ook de conformiteit geeverifieerd met bijlage VI van de richtlijn 2000/14/EG van de Raad.
Voor informatatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 137.
Huskvarna, 2025-01-17

Verantwoordelijk voor technische documentatie

Geregistreerde handelsmerken
Het Bluetooth®woordmerk en de logo's+zijn geregistreeerde handelsmerken die eigendom zichen van Bluetooth SIG, inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindtplaats onder licentie.
VSEBINA
Uvod. 143
Varnost. 150
Montaza. 156
Delovanje. 157
Vzdrzevanje. 161
Originele instructies
Izirna navodila