EM 40 - Hometrainer Christopeit - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EM 40 Christopeit in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EM 40 - Christopeit en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EM 40 van het merk Christopeit.
GEBRUIKSAANWIJZING EM 40 Christopeit
1. Overzicht van de losse delen pagina 3
2. Belangrijke aanbevelingen en veiligheidsinstructies pagina 34
3. Stuklijst pagina 35 - 36
4. Montagehandleiding met explosietekeningen pagina 37 - 39
5. Handleiding bij de computer pagina 40 - 43
6. Trainingshandleiding pagina 44
Geachte klant Wij willen u van harte gelukwensen met de aanschaf van uw hometrainer en hopen dat u hier veel plezier aan zult beleven. Neem a.u.b. de instructies en aanwijzingen uit deze montage- en bedieningshandleiding in acht en volg deze op. Bij eventuele vragen kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen. Met vriendelijke groeten, Top-Sports Gilles GmbH Belangrijke aanbevelingen en veiligheidsinstructies Onze producten werden in principe door de TÜV-GS (Technische Keurings- dienst) gecontroleerd en voldoen bijgevolg aan de actuele, hoogste veilig- heidsnorm. Dit feit impliceert echter niet dat de hierna volgende beginselen niet strikt in acht genomen moeten worden.
1. Het toestel nauwkeurig in overeenstemming met de montage-instructies
opbouwen en uitsluitend de voor de opbouw van het toestel bijgevoegde en in de stuklijst vermelde, specifi ek voor het toestel bestemde onderdelen gebruiken. Vóór de eigenlijke opbouw de volledigheid van de levering aan de hand van de leveringsnota en de volledigheid van de kartonnen verpak- king aan de hand van de stuklijst van de montage-instructies en van de gebruiksaanwijzing controleren.
2. Vooraleer het toestel voor het eerst gebruikt wordt en met regelmatige
tussentijden nakijken of alle schroeven, moeren en overige verbindingen vast zitten, opdat een veilige operationele toestand gewaarborgd is.
3. Het toestel op een droge, effen plaats installeren en het toestel tegen
vochtigheid en vocht beschermen. Oneffenheden van de vloer dienen door gepaste maatregelen op de vloer en, voor zover beschikbaar bij dit toestel, door daarvoor bestemde, regelbare onderdelen van het toestel geneutra- liseerd te worden. Het contact met vochtigheid en vocht dient uitgesloten te worden.
4. Voor zover de opstellingsplaats in het bijzonder tegen drukplaatsen,
verontreiniging en dergelijke beschermd moet worden, een geschikt, slipvrij support (bijvoorbeeld rubberen mat, houten plaat of dergelijke) onder het toestel leggen.
5. Vóór het begin van de training alle voorwerpen binnen een omtrek van 2
meter rond het toestel verwijderen.
6. Voor de reiniging van het toestel geen agressieve reinigingsmiddelen
gebruiken. Voor de opbouw en voor eventuele herstellingen uitsluitend het respectievelijk bijgeleverde of geschikte, eigen gereedschap gebruiken. Residu door het lassen aan het toestel dient onmiddellijk verwijderd te worden zodra de training beëindigd werd.
7. In geval van een ondeskundige en bovenmatige training zijn nadelige
gevolgen voor de gezondheid mogelijk. Vóór het begin van een doelgerichte training dient daarom een geschikte geneesheer te worden geraadpleegd. Deze geneesheer kan bepalen, aan welke maximale belasting (impulsie, watt, duur van de training enz.) men zich mag blootstellen, en kan nauw- keurige inlichtingen met betrekking tot een correcte lichaamshouding bij de training, de doelstellingen van de training en de voeding geven. Er mag niet na uitgebreide maaltijden getraind worden.
8. Met het toestel slechts trainen wanneer het foutloos functioneert. Voor
eventuele herstellingen uitsluitend van originele reserveonderdelen gebruik maken.
9. Bij de instelling van verstelbare onderdelen op respectievelijk de correcte
positie of de gemarkeerde, maximale instelpositie alsook op een reglementair voorgeschreven positie letten.
10. Voor zover in de gebruiksaanwijzing niet anders beschreven, mag het
toestel met het oog op de training uitsluitend door één persoon gebruikt worden.
11. Er moeten trainingskledij en schoenen gedragen worden, die voor een
fi tnesstraining met het toestel geschikt zijn. De kleding moet zodanig zijn, dat deze omwille van de vorm (bijvoorbeeld lengte) ervan tijdens de training niet kan blijven hangen. De trainingschoenen moeten in overeenstemming met het trainingstoestel gekozen worden, uw voeten in principe een vaste passing geven en een slipvrije zool hebben.
12. Wanneer duizeligheid, misselijkheid, borstpijn en andere abnormale
symptomen ondervonden worden, de training vroegtijdig beëindigen en u tot een geschikte geneesheer wenden.
13. Over het algemeen geldt dat sporttoestellen geen speelgoed zijn. Ze mo-
gen daarom uitsluitend in overeenstemming met de bepalingen en door op gepaste wijze geïnformeerde en geïnstrueerde personen gebruikt worden.
14. Personen zoals kinderen, mindervaliden en gehandicapten mogen het
toestel uitsluitend gebruiken in bijzijn van een tweede persoon, die hulp kan verlenen en instructies kan geven. Het gebruik van het toestel door kinderen zonder toezicht dient door gepaste maatregelen te worden uitgesloten.
15. Er dient op gelet te worden dat de trainer en andere personen zich nooit
met één of ander lichaamsdeel binnen het bereik van nog in beweging zijnde onderdelen begeven of bevinden. 16. Dit produkt kan aan het einde van de levensduur niet via het gewone huisafval worden afgevoerd, maar dient naar een verzamelpunt voor recycling electrische apparaten gebracht te worden.Het symbool op het produkt, de gebruiksaanwijzing, of de verpakking wijst u daarop.De grondstoffen zijn volgens hun kenmerken verwerkbaar. Met de verwerking, van deze oude apparaten, doet u een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Vraagt u bij de gemeente naar de desbetreffende verwerkingsplaats.
17. Bij dit toestel betreft het een niet van de snelheid afhankelijk toestel.
18. Het toestel is met een 16-trappige weerstandsinstelling uitgerust. Deze
maakt respectievelijk een verlaging en een verhoging van de remweerstand en daardoor van de trainingsbelasting mogelijk. Darbij leidt het draaien van de instelknop van de weerstandsinstelling in de richting van niveau 1 tot een verlaging van de remweerstand en daardoor van de trainingsbelasting. Het draaien van de instelknop van de weerstandsinstelling in de richting van niveau 16 leidt tot een verhoging van de remweerstand en daardoor van de trainingsbelasting.
19. Dit toestel werd conform de EN 957 -1 en -5 „H, A“ gekeurd en gecer-
tifi ceerd. De toegelaten maximale belasting (= lichaamsgewicht) werd op 150 kg bepaald.35 Afbeeldings- Beschrijving Afmetingen Aantal Gemonteerd aan ET-nummer nr. mm stuks afbeeldingsnr. 1 Computer 1 64 36-9807-03-BT 2 Schroef M5x12 4 1 39-9319712-BT 3 L Stuur beleiding links 1 3R 36-9807-04-BT 3 R Stuur bekleiding rechts 1 3L 36-9807-05-BT 4 Polskabel 1 1+8 36-9807-06-BT 5 Ronde stop 22 2 7 39-9847 6 Schroef 3,5x16 4 3 39-9909-SW 7 Stuur 1 64 33-9807-03-SI 8 Polsunit 2 7 36-9807-07-BT 9 Afstandsstuk 8x13x6 1 10 36-9807-08-BT 10 Stergreepschroef 1 7+64 36-9806209-BT 11 Stuurovertrek 2 7 36-9807-09-BT 12 Zadel 1 14 36-9806210-BT 13 Sluitschroef M10x35 1 14+18 39-10269-CR 14 zadelglijder 1 18 33-9806206-SI 15 Stop 2 18 36-9806211-BT 16 Onderlegplaatje 10//22 1 13 39-9991 17 Stergreepmoer M10 1 13 36-9814-14-BT 18 Zadelsteunbuis 1 31 33-9807-03-SI 19 Glijder 1 31 36-9806213-BT 20 Snelslot 1 31 36-9806226-BT 21 Sensor 1 51 36-9806220-BT 22 Schroef 5x10 1 21 39-9903-SW 23 L Pedaal Links 1 25L 36-9806229-BT 23 R Pedaal Rechts 1 25R 36-9806230-BT 24 Afdekkap 2 25 36-9840-15-BT 25 L Pedaalkruk Links 1 54 33-9806208-SI 25 R Pedaalkruk Rechts 1 54 33-9806209-SI 26 Schroef 4,5x25 6 27 36-9825339-BT 27 L Bekleiding links 1 27R+31 36-9807-01-BT 27 R Bekleiding rechts 1 27L+31 36-9807-02-BT 28 Sluitring 17 1 54 36-9504-20-BT 29 Onderlegplaatje 17//22 2 54 39-9833 30 Kogellager 4 45+54 36-9806214-BT 31 Basisframe 1 33-9807-01-SI 32 Dopmoer M8 4 37 39-9900-VC 33 Onderlegplaatje gebogen 8//16 8 37+63 39-10271 34 Spanningsverzorgingkabel 1 51 36-9807-10-BT 35 Ronde kappen met hoogtecompensatie 2 36 36-9806214-BT Controleer na het openen van de verpakking a.u.b. aan de hand van de onderstaande stuklijst of alle onderdelen aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is, kunt u met de montage beginnen. Wanneer een bepaald onderdeel niet in orde is of ontbreekt, of wanneer u in de toekomst een reserveronderdeel nodig heeft, kunt u zich wenden tot: Top-Sports Gilles GmbH Telefon: +49 (0)20 51 / 60 67-0 Telefax: +49 (0)20 51 / 60 67-44 e-mail: info@christopeit-sport.com www.christopeit-sport.com Stuklijst - reserveonderdelenlijst EM 40 best.nr. 9807 Technische specifi catie: Stand: 01. 06. 2007 Ergometer klasse HA/EN 957-1/5 met een precieze weergave van gegevens
- Magnetisch remsysteem
- Ca. 8 kg vliegwielmassa
- Motor-en computer gestuurde weerstandsregeling
- 6 Voorgeprogrammeerde belastingprogramma’s
- 3 hartslagprogramma’s (pols gestuurd)
- horizontaal en verticaal verstelbare zadelpositie
- zadel is universeel verwisselbaar en in richting te verstellen
- Stelvoeten om waterpas te zetten
- Computer bestaat uit 6 vensters: Tijd, snelheid, afstand, ca. calo- rieverbruik, pedaalomwentelingen, wattage en polsfrequentie.
- Fitness-Test aanduiding
- Belastbaar met een lichaamsgewicht tot maximaal 150 kg Afmetingen: ca. L 107 x B 54 x H 145 cm Nederlands36 Afbeeldings- Beschrijving Afmetingen Aantal Gemonteerd aan ET-nummer nr. mm stuks afbeeldingsnr. 36 Voetbuis achteren 1 31 33-9806204-SI 37 Sluitschroef M8x75 4 36+59 39-10019-CR 38 Moer M8 1 44 39-9918-CR 39 Onderlegplaatje 8//16 1 44 39-9917-CR 40 Zelfborgende moer M10 1 45 39-9981-VC 41 Afstandsstuk 17x17x25 1 45 36-9825322-BT 42 Spanbeugel 1 31 33-9806210-SI 43 Veer 1 42 36-9806217-BT 44 Schroef M8x20 1 42 39-10095-CR 45 Schroef M10x40 1 42 39-10131 46 Vliegwiel 1 31 36-9806219-BT 47 Onderlegplaatje 10//19 2 46 39-9989-CR 48 Asmoer 3/8 2 46 39-9820 49 Flakke riem 1 46+53 36-9807-11-BT 50 Stop 2 48 36-9807-12-BT 51 Stelmotor 1 31 36-9806221-BT 52 Schroef 5x15 4 51 39-9903-SW 53 Pedaalaandrijfschijf 1 54 36-9806222-BT 54 Pedaalas 1 30+31 33-9807-03-SI 55 Schroef M8x15 3 53+54 39-9888 56 Schroef 2 56 36-9807-13-BT 57 Schroef M5x15 6 27+31 39-9903-SW 58 Eindkappen met transportrol 2 59 36-9806224-BT 59 Voetbuis voor 1 31 33-9806203-SI 60 Stelmotorkabel 1 62 36-9807-14-BT 61 Bekleiding 1 64 36-9807-15-BT 62 Verbindingskabel 1 1+60 36-9807-16-BT 63 Bout met innenzeskant M8x20 4 64 39-9888 64 Steunbuis 1 31 33-9807-02-SI 65 Veerring for M8 8 37+63 39-9864-CR 66 Nettoestel spanningsverzorging 6V=1000mA 1 34 36-9806236-BT 67 Magneet 1 53 36-9825506-BT 68 Doos 1 36-9807-17-BT 69 Sticker doos 1 36-9807-18-BT 70 Montage-en bedieningshandleiding 1 36-9807-19-BT 71 Gereedschapsset 1 36-9806235-BT37 Nederlands Montagehandleiding Neem alle losse onderdelen uit de verpakking, leg deze op de grond en controleer aan de hand van de stuklijst uit de montageen bedie- ningshandleiding of alle onderdelen aanwezig zijn. Hierbij moet er op worden gelet dat een aantal onderdelen rechtstreeks met het onders- tel zijn verbonden en voorgemonteerd zijn. Bovendien zijn enkele andere losse delen ook al tot eenheden samen- gevoegd. Hierdoor kunt het apparaat gemakkelijker en sneller mon- teren. Stap1 : Montage van de voorste en van de achterste voet (36+59)
1. Monteer de voorste poot (59) met de vooraf gemonteerde transportrol-
len (58) op het onderstel (31). Gebruik daarvoor twee bouten (37), tussen- ringen (33), veerringen (65) en dopmoeren (32).
2. Monteer de achterste poot (36) met de vooraf gemonteerde afdekdop-
pen (35) op het onderstel (31). Gebruik daarvoor twee bouten (37), tussen- ringen (33), veerringen (65) en dopmoeren (32). Na de montage kunt u kleine oneffenheden van de vloer compenseren door aan de afdekdoppen (35) te draaien. Het apparaat moet zo worden opgesteld, dat het tijdens de training niet uit zichzelf beweegt. Stap 2: Montage van de pedalen (23L+23R)
1. Schroef het rechter pedaal (23R) in de pedaalcrank (25R) aan de zijde
die tijdens de training rechts is. (Let op! De schroefrichting is in wijzer- richting).
2. Schroef het linker pedaal (23L) in de pedaalcrank (25L) aan de zijde die
tijdens de training links is. (Let op! De schroefrichting is in tegenwijzer- richting). (De rangschikking van de losse onderdelen is vereenvoudigd doordat de rechter onderdelen met de letter R en de linker onderdelen met de letter L zijn gemarkeerd.)
3. Vervolgens monteert u de pedaalvastzetbanden links en rechts aan de
desbetreffende pedaal (23). Stap 3: Montage van de stuurbuis (64) aan het onderstel (31).
1. Plaats de stuurbuis bekleiding (61) aan het stuubuis (64).
2. Pak de stuurbuis (64) waarin de computerkabel (62) al geplaatst is. Ver-
bind de stekker voor de computerkabel (62) die uit de onderkant van de stuurbuis (64) steekt met de bijbehorende stekker voor de computerkabel (60) die uit het onderstel (31) steekt.
3. Plaats de stuurbuis (64) in de bijbehorende buis van het onderstel (31).
Let hierbij op dat de in stap 3 gemaakte kabelverbindingen niet bekneld raken. Schuif de kabelverbinding langzaam naar onderen in de buis van het onderstel wanneer u de stuurbuis (64) plaatst. Schroef de stuurbuis (64) m.b.v. bouten (63), veerringen (65) en onderlegplaatjes (33) op het frame (31).38 Stap 4: Montage van de stuur (7) aan de stuurbuis (64).
1. Voer het stuur (7) door de geopende stuurhouder op de stuurframe (64)
en sluit u deze over het stuur(7).
2. Plaatst u een Afstandstuk (9) op de stergrep schroef (10) en hiermee
bevestigd u het stuur (7) in de gewenste positie op stuurbuis (64). Stap 5: Montage van de zadelhouder (14) en de zadel (12).
1. Bevestigd u het zadel (12) met de zadelhouder op de zadelgeleider (14)
en schroeft u deze in de gewenste positie vast.
2. Legt de zadelgeleider (14) in de houder aan het zadelbuizen frame (18)
en bevestigd u deze in de gewenste horizontale positie met de stergrep moer (17), de ringen (16) en het bevestigingsschroef (13). Stap 6: Montage van de zadelsteunbuis (18).
1. Plaats de zadelbuis (18) in de bijbehorende buis van het onderstel (31).
Stel de gewenste positie in en borg deze door de bout met snelsluiting (20) te plaatsen en vast te draaien. (de snelsluiting (20) moet losgemaakt worden door deze een beetje te draaien, en daarna kan getrokken worden om de hoogtevastzetting vrij te geven en de hoogte van het zadel te verstellen. Na de gewenste instelling de snelsluiting (20) opnieuw vastdraaien en vastzetten). Bovendien moet erop worden gelet dat de zadelbuis bij het instellen van de gewenste positie niet verder uit het onderstel wordt getrokken dan de hoogste instelpositie, die gemarkeerd is.39 Nederlands Stap 8: Aansluiting van het nettoestel (66)
1. Steek de stekker van het nettoestel (66) in de desbetreffende bus op het
achterste uiteinden contactdoos (34) van de bekleding.
2. Steek daarna het nettoestel (66) in een contactdoos (230V~50Hz).
1. Alle schroef- en stekkerverbindingen op een correcte montage en juiste
werking controleren. Daarmee is de montage beëindigd.
2. Wanneer alles in orde is, met lichte weerstandsinstellingen vertrouwd
raken met het apparaat en de individuele instellingen vastzetten. Opmerking: De gereedschapsset en de gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig bewaren, omdat u ze wellicht later voor een reparatie of het bestellen van reserve- onderdelen nodig heeft. Stap 7: Montage van de computer (1)
1. Steek de stekker van de computerkabel (62), die aan de bovenzijde uit
de stuurbuis (64) steekt, in de bus aan de achterzijde van de computer (1).
2. Schuif de computer (1) op de stuursteunbuis (64) en bevestigd u deze
3. De stekker van de kabelleiding (4) die uit de stuureenheid steekt moet in
de desbetreffende bus van de computer (1) gestoken worden.
4. Steekt u de stuurbekleding (3L+3R) over de stuur (7) en schroeft u de
stuurbekleding (3) middels de schroeven (6) eveneens vast.40 Computerhandleiding voor 9807 A Tijd B Speed (snelheid) / km/uur C Afstand D KJoule E t/min = pedaalomwentelingen F Polsslag G U1 - U4 H Niveau = remweerstand I Programmanummer J Display „Stop“ K Display „Start“ L U1 - U4 toets M Toets „Start – stop“ N Invoer- en bevestigingstoets O Toets „-“ P Toets „+“ R Toets „Fitness“ S Watt De computer van uw ERGOMETER is uitermate gebruiksvriendelijk. Doordat al de functies tegelijkertijd weer te geven, komt een omslachtig heen en weer wisselen van de ene naar de andere functie weg te vallen en wordt u steeds in één oogopslag over het verloop van uw training geïnformeerd. Bij dit toestel betreft het een toerentalonafhankelijk apparaat . Om een door u gewenst Prestatievermogen te laten opleveren, regelt de computer de rem onafhankelijk van de trapfrequentie. Inschakelen:
1) Steek de aansluitstekker in de adapteraansluitbus aan het torstel. En
signaal weerklinkt – al de LCD-displaysegmenten verschijnen 2 seconden lang en worden op 00 gezet.
2) De netstekker is reeds in het stopcontact / apparaat werd automatisch
uitgeschakeld. Door een willekeurige toets in te drukken – of bij minstens één pedaalomwenteling – wordt de computer zelfstandig ingeschakeld. Uitschakelen: Zodra het toestel langer dan ca. 4 minuten niet meer bediend wordt, wordt de computer zelfstandig uitgeschakeld. Nadat de training beëindigd werd, netstekker uittrekken.
- Toetsen In totaal 6 toetsen: START/STOP (S), INVOER (E), FUNCTIE (U1 - U4), OM- HOOG (+), OMLAAG (-), en TEST (Test). „S“: start van de training of onderbreking van de training in het gekozen programma. In de modus „STOP“ is het STOP-display J verlicht. De compu- ter begint pas te tellen wanneer voordien de toets „S“ ingedrukt werd. Indien de toets „S“ langer dan 3 seconden ingedrukt wordt, worden al de waarden op 00:00 terug naar de oorspronkelijke stand gebracht. „E“: met de invoer- en bevestigingstoets (N) gaat men van het ene naar het andere invoerveld over. De telkens opgeroepen functie knippert. Met de +/- toets O + P voert u de waarden in en door de toets „E“ opnieuw in te drukken, worden deze bevestigd. Tegelijkertijd springt het knipperende display naar het volgende invoerveld. „U1 - U4“: met deze toets kunt u uw (U1 - U4) noteren. „Test“: met deze toets kunt u uw fi tnesscijfer noteren. „+“ en „-“: met de +/- toetsen wijzigt u de waarden – uitsluitend knipperende gegevens kunnen qua waarde gewijzigd worden.
- Displays START: weergave van de modus „Start“. Al de beschikbare waarden worden weergegeven. STOP: weergave van de modus „Stop“. Er kunnen vooraf bepaalde gege- vens ingesteld worden. PROGRAMMA : weergave van het ingestelde programma 1-13 (program- ma 1 – 7 = fi tnessprogramma’s; programma 8 (U1 - U4) = individuele gebruikersprogramma’s); Programma 9 = wattprogramma; programma 10-12 = polsslagprogramma’s NIVEAU: weergave van de gekozen trapweerstand van niveau 1 – 16. Hoe groter het getal, hoe groter de weerstand. Het bijbehorende balkdisplay heeft 8 balkjes ter beschikking. Ieder balkje omvat twee waarden (bijvoorbeeld: 3 balkjes vormen niveau 5 of 6). De exacte waarde kunt u in het display NIVEAU H terugvinden. Deze trap- weerstand kan te allen tijde, in al de programma’s, met de toetsen „+“ en „–“ gewijzigd worden. GESLACHT: weergave van het vooraf ingevoerde geslacht „Mannelijk (M)/ vrouwelijk (F)“ (voorafgaande invoer in het programma 13) TIJD/GROOTTE/GEWICHT: voor de instelling / weergave van de tijd in minuten en seconden tot maximum 99:00 minuten. Voorkeuze in stappen van minuten / telling „Omhoog“ en „Omlaag“ in stappen van seconden. In de programma’s 2 – 12 minimale vooraf in te voeren tijd 5 minuten. Ofwel kan TIJD ofwel kan AFSTAND vooraf ingevoerd worden – beide samen gaat niet. Invoer/weergave van de lichaamsgrootte en van het lichaamsgewicht uitsluitend in programma 13 beschikbaar. t/min/SPEED/km/h: weergave van pedaalomwentelingen per minuut en snelheid in km/h. AFSTAND/VET %: weergave en voorafgaande invoer voor de afstand. De voorafgaande invoer kan van 0 tot 999,0 km ingevoerd worden. De telling „Omhoog/omlaag“ gebeurt in stappen van 0,1 km. De afstand kan niet gelijktijdig met een tijd vooraf ingevoerd worden. Weergave van het berekende lichaamsvetgehalte in % uitsluitend in het programma 13 beschikbaar.41 hogere balken=hogere trapweerstand lagere balken= lagere trapweerstand elk balkensegment houdt 2 waarden in elke van de 10 tijdsbalken houdt 1/10 deel in van de opgegeven trainingstijd. KJOULE/WATT/BMR: door middel van de gemiddelde waarden berekent de computer de Joule, die in KJoule aangegeven worden. Om de bindende maateenheid voor energie „Joule“ in de algemeen gebruikelijke vermelding „Calorieën“ te berekenen, maakt u gebruik van de hierna volgende formule: 1 Joule = 0,239 cal, c.q. 1 cal = 4,186 J. De Joules kunnen niet rechtstreeks ingevoerd worden omdat ze automatisch door de computer berekend wor- den. Der computer meet exact het ter gelegenheid van de training behaalde prestatievermogen. De weergave gebeurt in watt. BMR (Basal Metabolism Ratio) = basisomzet aan energie, die uw lichaam in rusttoestand verbruikt. Deze waarde wordt berekend op basis van een formule, die met vetgehal- te, grootte, gewacht, leeftijd en geslacht rekening houdt (uitsluitend in het programma 13 beschikbaar). MAXIMALE LIMIET POLSSLAG/BMI/LEEFTIJD: beschikbaar in de programma’s 1- 8 (niet in programma’s 10 –12). Zodra u uw leeftijd invoert, berekent de computer een waarschuwingspolsslagwaarde, die u in geen geval mag overschrijden (formule: (220 – leeftijd) x 0,85 ). Wanneer deze waarde bereikt wordt, begint het display „Polsslag“ te knipperen – u dient dan de snelheid of het belastingsniveau onmiddellijk te verlagen. Beschikbaar in de programma’s 10 – 12 : trainingsprogramma met 60% / 75% of 85% van uw MHF (maximale hartslagfrequentie). Na de invoer van uw leeftijd wordt uw MHF berekende en op basis daarvan met het respectievelijke percentage uitgerekend. Uw actuele polsslag wordt in het veld „F“ aangegeven. Invoer / weergave van uw leeftijd. Weergave van BMI (Body Mass Index) = lichaamsgewicht: lichaamsgrootte². WEERGAVE VAN DE POLSSLAG/BODY TYP: hier wordt de actuele pols- slag weergegeven. Handcontactmeting heeft voorrang op borstgordel-zen- der-meting. Om de polsslagmeting te activeren, moet voordien steeds de toets „S“ ingedrukt worden. Aan de hand van het uitgerekende lichaamsvetgehalte wordt er tussen 9 verschillende lichaamstypes een onderscheid gemaakt: Type 1 vetgehalte 5%-9%; Type 2 vetgehalte 10%-14%; Type 3 vetgehalte 15%-19%; Type 4 vetgehalte 20%-24%; Type 5 vetgehalte 25%-29%; Type 6 vetgehalte 30%-34%; Type 7 vetgehalte 35%-39%; Type 8 vetgehalte 40%-44%; Type 9 vetgehalte 45%-49% Weerstandsprofi el: de gewenste duur van de training kan binnen het bereik „A / TIJD“ vooraf ingesteld worden. Deze vooraf ingestelde tijd wordt door het systeem in 10 gedeeltelijke intervallen onderverdeeld. Ieder balkje op de tijdas (horizontaal) = 1/10 van de vooraf ingevoerde tijd, bijvoorbeeld: trainingstijd = 5 min = ieder balkje is 30 seconden, trainingstijd = 10 min = ieder balkje = 1 min. Ieder van de 10 balkjes stemt overeen met een dergelijke tussentijd. Het telkens actuele tijdbalkje wordt gekenmerkt doordat het KNIPPERT. Indien er geen tijd vooraf ingevoerd werd, betekent ieder tijdbalkje 3 minuten trai- ning, d.w.z. na 3 minuten springt het knipperdisplay van balk 1 naar balk 2 enz. en dit tot in totaal 30 minuten. Indien het programma inmiddels met de toets „S“ gestopt wordt, blijft de tijd staan om van daaruit opnieuw verder te tellen nadat de toets „S“ opnieuw ingedrukt werd. Trapweerstand: door middel van de + / - toets P+O kunt u steeds - in alle programma’s - de trapweerstand aanpassen. De Wijziging kunt u op de balkhoogte en op het display NIVEAU H afl ezen – hoe hoger het balkje, hoe hoger de weerstand en omgekeerd. Ieder balksegment staat voor twee waarden (bijvoorbeeld 3 segmenten staat voor niveau 5 en 6 of 7 Segmenten staat voor niveau 13 en 14). De gekozen waarde wordt door het display NIVEAU weergegeven. De wijziging heeft uitwerking op de actuele en de volgende tijdpositie. De hoogte van het balkje geeft de belasting aan, geen terreinprofi el. Programmaprocédés worden op het display grafi sch voorgesteld. Het ver- loop van de individuele programma’s gebeurt in overeenstemming met de weergave van het balkdiagram in het displayveld, bijvoorbeeld programma 3 = berg + dal enz. (daarbij is de balkhoogte = weerstand, de tijd wordt over de balkbreedte verdeeld) • Na programma-instelling onvoorwaardelijk toets „S“ indrukken wanneer er met de training gestart wordt. In het andere geval volgt er geen weergave van de polsslag, wattinstelling etc. In principe zijn al de vastgestelde en weergegeven waar- den niet geschikt voor geneeskundige analyses. A. Instelmogelijkheden van de programma’s: Displays in een overzicht: Nederlands Programma’s Instelling P1 - P7 Tijd, afstand, KJoule P8 Tijd, afstand, KJoule, 10 gedeeltelijke intervallen P9 Tijd, afstand, Watt P10 - P12 Tijd, afstand,, KJoule, leeftijd, maximale limit P13 Geslacht, grootte, gewicht, leeftijd42 Programma 1 (handmatig) Programma 2 (omhoog - omlaag) Programma 3 (dal) Programma 4 (fi tness) Programma 5 (platform) Programma 6 (berg) Programma 7 (interval) Programma 8 (gebruiker U1 - U4) Programma 9 (watt-toerentalonafhankelijk) Programma 10 (60% max. polsslag) Programma 11 (75% max. polsslag) Programma 12 (85% max. polsslag) Programma 13 (lichaamsvet) A. Programmakeuze: Programma 1: handmatig Dit programma komt overeen met de functies van een normale hometrainer. Zo worden hier de tijd, de snelheid/t/min, de afstand, de watt/Kjoule, de actuele polsslag en de waarschuwingspolsslag permanent in het displayveld weergegeven. Door middel van de toetsen „+“ en „-“ kan de trapweerstand handmatig ingesteld worden. Alle waarden kunnen met de hand bediend worden – er volgt geen auto- matische regeling. Programma’s 2 -7: fi tness Hier zijn er verschillende trainingsprogramma’s vooraf ingevoerd. Bij de keu- ze van één van deze programma’s volgt er een automatisch programmapro- cédé, dat verschillende intervallen omvat. De verdeling gebeurt in moeilijk- heidsniveaus en in tijdintervallen. U kunt echter steeds op het programma beroep doen om trapweerstand of tijdverloop te wijzigen. Bovendien volgt er een overeenkomstige balkweergave in het displayveld. Programma 8 (U1-U4): individuele trainingsprogramma Programma 9: wattprogramma Hier kunt u uw individuele wattvermelding invoeren. Binnen een bepaalde tolerantiezone wordt de trapweerstand automatisch – onafhankelijk van de trapfrequentie door de computer bijgeregeld zodat u zich steeds in de vooraf ingevoerde zone bevindt. Programma 10 - 12: Hier berekent de computer na de invoer van uw leeftijd zelfstandig uw maximale hartslagfrequentie en afhankelijk van het programma de corre- sponderende - op 60% / 75% of 85% - aangepaste beoogde frequentie van de training. Deze gewenste waarde wordt weergegeven. De trapweerstand wordt automatisch door de computer bijgeregeld om bij deze beoogde frequentie te blijven. Programma 13: uw persoonlijk profi el Hier berekent de computer na de invoer van uw persoonlijke gegevens zoals geslacht / grootte / gewicht en leeftijd uw waarden voor de BMI, BMR, lichaamsvetgehalte en lichaamstype. U hebt de mogelijkheid om de berekening voor twee verschillende personen door te voeren. Het resultaat wordt weergegeven.43 POLSSLAGMETING:
In het linkse en rechtse stuurgedeelte is telkens een metalen contactplaat, de voelers, voorzien. Verbind de kabel met de aansluiting 3 op de computer. Gelieve erop te letten dat steeds beide handpalmen gelijktijdig met normale kracht op de voelers liggen. Zodra er een polsslag volgt, knippert er een hart naast het polsslagdisplay F. (De handpulsmeting dient slechts ter oriëntatie omdat het door beweging, wrijving, zweet etc. tot afwijkingen van de effectieve polsslag kan komen. Bij een klein aantal personen kan het tot foutieve functies van de handpuls- meting komen. Indien u moeilijkheden met de handpulsmeting ondervindt, raden wij het gebruik van een cardioborstgordel aan.
2. Cardiopolsslagmeting:
In de handel zijn zogeheten cardiopolsslagmeters verkrijgbaar, die uit een zenderborstgordel en een armbandhorloge-ontvanger bestaan. Toets „START“ beslist indrukken, anders volgt er geen polsslagmeting.
FITNESSCIJFER / FUNCTIE „ONTSPANNINGSPOLSSLAG“
Uw ergometer biedt de mogelijkheid, een evaluatie van uw individuele fi tness in de vorm van een „fi tnesscijfer“ door te voeren. Het meetprincipe is gebaseerd op het feit dat bij gezonde, goed getrainde personen de polsslagfrequentie binnen een bepaalde tijdspanne na de trai- ning sneller daalt dan bij gezonde, minder goed getrainde personen. Voor de vaststelling van de fi tnesstoestand wordt er daarom op het verschil van de polsslagfrequentie op het einde van de training (beginpolsslag) en één minuut na het einde van de training (eindpolsslag) beroep gedaan. Start deze functie pas wanneer u een tijdje getraind hebt. Vóór het begin van de functie „Ontspanningspolsslag“ moet u uw actuele polsslagfrequentie laten weergeven doordat u uw handen op de handpulsvoelers legt of met cardioborstgordel traint .
1. Druk de toets „Test“ in en leg daarna beide handen voor de polsslagme-
ting tegen de voelers.
2. De computer gaat over naar de modus „STOP“, in het midden van het
display wordt er een groot hartsymbool weergegeven en de automatische meting „Ontspanningspolsslag“ wordt geïntroduceerd.
3. De tijd, die op het display begint, wordt 0:60 aan achteruit geteld
4. Na verloop van één minuut is de tijd terug naar 0:00 gegaan en weerklinkt
er een signaalgeluid. De motor keert terug. In het veld F „Polsslag“ wordt de eindpolsslag op het tijdstip 0:00 aangegeven. U kunt nu uw handen van de polsslagvoelers verwijderen. Na een aantal seconden verschijnt in het midden van het display uw fi tnesscijfer van F 1,0 - F 6,0 (systeem met schoolcijfers).
5. Om verder te trainen, drukt u de START-toets M in.
Nederlands44 Trainingshandleiding De onderstaande factoren moeten in acht worden genomen bij het bepalen van de benodigde training voor het bereiken van een merkbare verbetering van uw fi guur en gezondheid:
De mate van lichamelijke belasting bij de training moet de normale belasting overschrijden, zonder dat u daarbij buiten adem en/of uitgeput raakt. De hartslag kan een geschikte richtwaarde voor een effectieve training zijn. Tijdens de training moet deze tussen de 70% en 85% van de maximale hartslag liggen (zie de tabel en formule om deze te bepalen en te berekenen). Tijdens de eerste weken moet de hartslag tijdens de training in het laagste deel hiervan, rond 70% van de maximale hartslag liggen. In de loop van de daaropvolgende weken en maanden zou de hartslag langzaam tot de bovengrens van 85% van de maximale hartslag moeten stijgen. Hoe beter de conditie van degene die traint is, des te meer moet het trainingsniveau stijgen om tussen de 70% tot 85% van de maximale hartslag te komen. Dit kan worden bereikt door langer te trainen en/of door de moeilijkheidsgraad te verhogen. Wanneer de hartslag niet op het display wordt weergegeven of wanneer u voor de zekerheid uw hartslag wilt controleren, omdat deze door eventuele gebruiksfouten enz. onjuist weergegeven kan zijn, kunt u het volgende doen: De hartslag op de gebruikelijke wijze meten (bijv. de pols voelen en het aantal slagen per minuut tellen). De hartslag met een geschikt en geijkt meetapparaat meten (verkrijgbaar bij gezondheidsinstellingen)
De meeste experts adviseren een gezondheidsbewust dieet, dat op uw trainingsdoel moet worden afgestemd en drie tot vijf maal per week een lichamelijke training. Een normale volwassene moet tweemaal per week trainen om zijn huidige conditie te behouden. Om zijn conditie te verbeteren en zijn lichaamsgewicht te veranderen moet hij minimaal driemaal per week trainen. Natuurlijk is de ideale trainingsfrequentie vijf maal per week.
3. Planning van de training
Iedere trainingssessie moet uit drie fasen bestaan: een “warming-up”, een “trainingsfase” en een “cooling down”. In de “warming-up” moet de lichaamstemperatuur en de zuurstoftoevoer langzaam toenemen. Dit kan worden bereikt door vijf tot tien minuten lang gymnastiekoefeningen te doen. Daarna moet de eigenlijke training (“trainingsfase”) beginnen. De trainingsbelasting moet de eerste minuten laag zijn en dan gedurende een periode van 15 tot 30 minuten zo toenemen, dat de hartslag zich tussen de 70% en 85% van de maximale hartslag bevindt. Om de bloedsomloop na de “trainingsfase” te ondersteunen en om spierpijn of verrekte spieren te voorkomen, moet de trainingsfase door een “cooling down” worden gevolgd. Hierbij moeten vijf tot tien minuten lang stretchoefeningen en/of lichte gymnastiekoefeningen worden gedaan.
De sleutel tot een succesvol programma is een regelmatige training. U kunt het beste een vaste tijd en plaats per trainingsdag vaststellen en u ook geestelijk op de training voorbereiden. Train alleen met een goed humeur en houd uw doel voor ogen. Met een continue training zult u zien dat u per dag vooruitgang boekt, dat u zich verder ontwikkelt en dat u uw persoonlijke trainingsdoel beetje bij beetje nadert. Berekeningsformules: Maximale hartslag (220 - leeftijd) = 220 - leeftijd 90% van de maximale hartslag = (220 - leeftijd) x 0,9 85% van de maximale hartslag = (220 - leeftijd) x 0,85 70% van de maximale hartslag = (220 - leeftijd) x 0,7
Notice-Facile