VI232120 - Fornuis GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VI232120 GAGGENAU in PDF-formaat.
| Producttype | Inductiekookplaat |
| Merk | Gaggenau |
| Model | VI232120 |
| Kooktechnologie | Inductie |
| Aantal kookzones | 4 (waarvan één flexibele zone) |
| Type kookzones | Inductiekookzones met flexibele zone |
| Flexibele kookzone | Ja, kan worden gebruikt als enkele kookzone of als twee onafhankelijke kookzones |
| PowerBoost-functie | Ja, om snel grote hoeveelheden water te verwarmen |
| Braadsonde | Ja, met temperatuurniveaus 1 tot 5 en compatibele pannen (GP900001, GP900002, GP900003) |
| Automatische uitschakeling | Ja, afhankelijk van het vermogensniveau (1 tot 10 uur) |
| Restwarmte-indicator | Ja, knipperende oranje lichtring |
| Voeding | 220-240 V, 50/60 Hz |
| Afmetingen (B x D x H) | Ongeveer 60 x 52 x 5 cm (schatting) |
| Gewicht | Ongeveer 12 kg (schatting) |
| Oppervlaktemateriaal | Keramisch glas |
| Reiniging | Speciale reiniger voor keramisch glas, glasrasp voor hardnekkig vuil |
| Inbegrepen accessoires | Niet gespecificeerd in de handleiding (pannen voor sonde optioneel) |
| Repareerbaarheid | Erkende after-sales service, reserveonderdelen beschikbaar |
| Klantenservice | FR 01 4010 42 12, CH 0848 840 040 |
Veelgestelde vragen - VI232120 GAGGENAU
Gebruikersvragen over VI232120 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VI232120 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VI232120 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING VI232120 GAGGENAU
Bestemming van het apparatus 22
Belangrijke veiligheidsinstructies 23
Oorzaken van schade 24
Overzicht 24
Bescherming van het milieu 25
Tips om energie te besparen 25
Milieuvriendelijk afvoeren 25
Koken met inductie 25
Voordelen bij koken met inductie 25
Pannen 25
Het apparaat leren kennen 27
Het bedieningspaneel 27
Bedieningsknop 27
De kookzones 27
Restwarmte-indicatie 27
Apparaat bedienen 28
Kookzone instellen 28
Kookadvies 28
Flexiblekookzone 30
Tips voor het gezruik van pannen 30
Als twee onafhankelijkke kookplaten 30
Als afzonderlijke kookplaat 30
PowerBoost-functie 31
Activeren 31
Deactiveren 31
Braadsensor 31
Voordelen bij het bakken en braden 31
Pannen voor de braadsensor 31
Temperatuurstunden 32
32
Zostelt u in 34
Automatischeveiligheidsuitschakeling 34
Reinigen 35
Kookplaat 35
Omlijsting van de kookplaat 35
Bedieningsknop 35
Reiniging van het bedieningspaneel 35
FAQ. 36
Wat te doeen bij een storing? 37
Demomodus 37
Servicedienst 38
E-nummer en FD-nummer 38
Meer informatatie over producten, accessoires, onderdelen en Diensten vindt u op het internet: www.gaggenau.com en in de online-shop: www.gaggenau.com/zz/store
Bestemming van het apparatus
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Berg de gebruiksaanwijzing, het installmentievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geben aan volgende eigenaren.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan Niet in, maar neem contact op met de technische Dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat Niet, dan.gaat elkrecht op een schadevergoeding verloren.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat moet worden geinstalleerd volgens het meegeleverde installmentevoorschrift.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Het kookproces要去 regelmatig worden gecontroleerd. Een kort kookproces要去 continu in de gaten worden gehonden. Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Dit apparatus is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 4.000 meter boven zeeniveau.
Dek de kookplaat Niet af. Dit kan leiden tot ongevallen, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal.
Gebruik uitsluitend beveiligingsvoorzieningen of kindertralies die door ons+zijn goedgekeurd. Ongeschekte beveiligingsvoorzieningen of kindertralies konnen tot ongevallen leiden.
Dit apparaat is Niet bestemd voor gebruik met een externe tijsdschakelklok of een afstandbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8aar en door personen met beperkte fysisieke, sensorieche of geestelijkke vermogens of Personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zich onder toezicht staan van een personen die verantwoordelijk is voor hun verilgheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust�n van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen Niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen Niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15aar of ouder zich en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen diejonger zichn dan 8aaruit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Draagt u een actief geimplanteerd medisch apparaat ( bijv. een pacemaker of defibrillator), ga dan na of uw arts voldoet aan de richtlij 90/385/EWG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 Juni 1990 evenals DIN EN 45502-2-1 en DIN EN 45502-2-2 en dat het apparaat conform VDE-AR-E 2750-10 gekozen, geimplanteerd en geprogrammeerd is. Is aan deze voorwaarden voldaan en worden bovendien non-ferro pannen met non-ferro handgrepen gebruikt, dan kan deze inductiekookplaat - als het op de juiste manier gebeurt - zonder bezwaar worden gebruikt.
Belangrijke veiligheidsinstructies
Waarschuwing - Risico van brand!
Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezurecht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
- De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
- Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
- De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan nicht meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Kookplaten mogen nicht worden afgedekt.Dit kan leiden tot ongevallen, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal.
Waarschuwing - Risico van verbranding!
- De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijing worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
- De kookzone warmth op, maar de individatie fonctioneert nicht Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat.
Schakel, na elk gebruik,.altijd de kookzonesuit met de knoppen. Wacht nicht tot dekookplaat automatisch uitschakelt doordatergen pan op staat.
Waarschuwing - Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparationsijken gevaarlijk. Reparations en de verwanging van beschadigde aansluitleidingenogensuitsluitend worden uitgevoerd door technici dieলigindoor de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uithet stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken. Geen hagedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. - Een defect toestel kan een schokveroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Scheuren of barsten in het glaskeramiek hunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Waarschuwing - Storingsgevaar!
Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over een ventilator. Bevindt zich onder de kookplaat een lade, bewaar waar dan geenkleine of scherpe voorwerpen, geen papier en geen theedoeken. Deze+kunnen aangezogen worden en de ventilator beschadigen of de koeling belemmeren.
Tussen de inhoud van de lade en de ventilator-ingang要去en minimale afstand van 2 cm worden aangehouden.
Waarschuwing - Risico van letsel!
Bij de bereiding au-bain-marie+kennen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag Niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is bevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen.
- Wonneer er vloeistof zitussen de bodem van de pan en de kookzone+kennen kookpannen plotseling in de hoogtespringen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog+zijn.
Oorzaken van schade
Attentie!
- Ruwe bodems van pannen kuren krassen op de kookplaat veroorzaken.
- Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schadeveroorzaken.
- Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken.
- Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de planta beschadigen.
Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat worden afgeraden.
Overzicht
In de volgende tabellen ziet u welke schade het meest voorkomt:
Schade Oorzaak Maatregel
| Vlekken Overgelopen etenswaar Verwijder overgelopen etenswaar onmiddelijk met een schraper | |
| Ongeschikte reinigingsmiddelen Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt+zijn voor dit soort kookplaten | |
| Krassen Zout, suiker en zand Gebruik de kookplaat Niet alsplaats om iets neer te zetten of alswerkvlak | |
| Ruwe pannenbodem's makekrassen op Controller het kookgerei de kookplaat | |
| Verkleuringen Ongeschikte reinigingsmiddelen Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt+zijn voor dit soort kookplaten | |
| Slijtage door het kookgerei Til de pannen op wonneer u ze verplaatst. | |
| Defecten | Suiker, sterk suikerhoudende gerechten Verwijder overgelopen etenswaar onmiddelijk met een schraper |
Bescherming van het milieu
In dit hoofdstuk krijgt u informatatie over de besparing van energia en de afvoer van het apparatus.
Tips om energie te besparen
- Gebruik.altijd het deksel dat overeenstemt met elke kookpan. Wanner zonder deksel gekookt worden, is aanzienlijk更是nergie nodig. Gebruik een glasdeksel om een goede zichbaarheid te hebben zonder dat u het deksel van de pan hoeft te nemen.
- Gebruik pannen met een vlakke bodem. Bij een nicht vlakke bodem worden meer energia verbruikt.
- De diameter van de bodem van de pan要去 overeenkomen met de afmeting van de kookzone. Opgelet: pannenfabrikanten duiden gewoonlijk de bovenste diameter van de pan aan, die meestal groter is dan de diameter van de bodem van de pan.
- Gebruik eenkleine pan voorkleinehoeveelheden.
Eengrote,weiniggevulde pan vereistveelenergie. - Gebruik weinig water voor het koken. Op deze wijze worden energie bespaard en blijven alle vitaminen en mineralen van de groenten behouden.
- Selecteer de laagste vermogensstand die het kookpunt behoudt. Met een te hoge stand worden energie verspild.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijk manier af.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Koken met inductie
Voorden bij koken met inductie
Koken met inductie is radicaal anders dan gebruikelijk, de warmte ontstaat direct in het kookgerei. Dit biedt vele voordelen:
Tijdsbesparing bij het koken en bakken.
Besparing van energia.
Gemakkelijker te reinigen en te onderhouden. Overgelopen etenswaar brandt nicht zo snel in.
- Warmteregeling en verilgheid: de kookplaat verhoegt of verlaagt de toevoer van warmte algtdirect na de bediening. Neemt u het kookgerei van de kookzone, dan worden de warmtetoevoer direct onderbroken door de kookzone met inductie, zonder dat deze eerst is uitgeschakeld.
Pannen
Gebruik alleen ferromagnetische vormen voor inductiekoken, bijv.:
- kookgerei van geëmailleerd staal
- kookgerei van gietijzer
- special kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductie.
Om vast te stellen of de pan voor inductie is geschikt, dient u te controleren of de bodem van de pan door een magneeet worden aangetrokken of kijk na in de gegevens van de fabrikant.
Voor een goed bereidingsresultaat dient het ferromagnetische gebied van de bodem van de pan overeen te komen met de grootte van de kookzone. Wordt een pan Niet herkend op een kookzone, probeer er dan een met een Kleinere diameter.



Wanneer de flex-kookzone als een afzonderlijke kookzone worden ingezet, können grotere paffen worden gebrukt die hier special geschickt voor zich. Informatie over deplaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk "Flexiblekookzone".

Er zich ook inductievormen waarvan de bodem nicht volledig ferromagnetisch is:
Is de bodem van de pan slechts gedeeltelijk ferromagnetisch, dan worden alleen het ferromagnetische oppervlak heet. Hierdoor worden de warmte möglichn Niet gelijkmatig verdoeffd. De temperatuur van het Niet-ferromagnetische gebied kan dan te laag zich om te koken.

Bestaat het materiaal van de bodem van het kookgerei deelsuit aluminium, dan is het ferromagnetische oppervlak ook kleiner. Mogelijk worden dit Niet warm genoeg of zelfs helemaal nicht herkend.

Niet geschikte pannen
Gebruik nooit straalplaten of pannen van:
- dun normala staal
glas
aardewerk
koper
aluminium
Eigenschappen van de bodem van het kookgerei
Het bereidingsresultaat kan worden beinvloed door de kwaliteit van pannenbodem. Gebruik pannen waarvan het materiaal de warmte gelijkmatig in de pan verdweit, bijv. pannen met "sandwich-bodems" van roestvrij staal. Daarmee wordenijd en energia bespaard.
Gebruik kookgerei met vlakke bodems. Ongelijke bodems haben invloed op de warmtetoevoer.

Er staat geen pan of de afmetingen ervan zichn nicht geschickt
Als u geen pan op de kookzoneplaatst, een pan van nicht geschikt materiaal of een pan met ongeschikte afmetingen gebruikt, is de lijchring van de bedieningsknop wit verlicht. Plaats een geschikte pan op de kookzone zodat de individatie Niet meer knippert. Duurt dit langer dan 9 minutes, dan gaat de kookzone automatischuit.
Lege pannen of pannen met een dunne bodem
Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitergerust met een intern veiligheidssystem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie "automatisch uitschaken" geenijd hebft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan Niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen nicht werkkt, neem dan contact op met de technische dienst.
Herkenning van de pan
Elke kookzone heeft een ondergrens voor de herkenning van de pan. Deze is afhankelijk van de ferromagnetische diameter en het materiaal van de bodem. Daarom dient u altijd de kookzone te gebruiken die het beste past bij de diameter van de pannenbodem.
Het apparatusleren kennen
Informatie over afmetingen en vermogens van de kookzones vindt u in→ B/2. 2
Het bedieningspaneel

Bedieningsknop
1 Bedieningsknop
Met de bedieningsknoppen kurz u de vermogensstanden en andere functies instellen.De bedieningsknoppen kurz u vanuit de positie nul maar links of rechts draaien.
Posities van de bedieningsknop
| 0 Kookzone UIT | |
| □ | Flex kookzone |
| ® | Braadsensor |
| ● | Indicatie braadsensor |
| 1-9 Vermogensstanden | |
| 1-5 Temperatuurstanden | |
| » | PowerBoost-functie |
Indicatie
Indicatie braadsensor
De bedieningsknoppen zijn voorzien van eenlichtring die voor elke functie een optische indicatie heeft. Delichtring verandert vankleur wanner bepaalde functies of processen worden geactiveerd.
De kookzones
| Kookzone | ||
| ■ Kookzone met eén ring | Gebruik pannen die de juiste afmetin-gen—hebben | |
| ■ Flex-kookzone Zie het hoofdstuk → "Flexible kookzone" | ||
Alleen pannen gebruiken die geschikt zijn voor inductiekoken, die het hoofdstuk "Koken met inductie"
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. De lichtring van de bedieningsknop knippert oranje zolang de kookzone nog heet is. Raak de kookplaat Niet aan zolang de restwarmte-indicatie brandt of onmiddelijk nadat deze is uitgeaan.

Als u de panijdens het koken van de kookzone neemt, knippert de bedieningsknop orangje. Draai de bedieningsknop op stand 0.
Als u de kookzone uitschakelt, knippert de lijtring van de bedieningsknop oranje. Ook als de kookzone al isuitgeschakeld, knippert de lijtring zolang de kookzone nog heet is.
Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk(Int) lezen hoe u een kookzone instelt. In de tabel vindt u kookstanden en bereidingsstijden voor verzschillende gerechten.
Kookzone instellen
Stel met de bedieningsknop de gewenste vermogensstand in.
0 Kookzoneuit.
Vermogensstand 1 laagste stand
Vermogensstand 9 hoogste stand
Aanwijzingen
- Om de gevoelige onderdelen van het apparaat te beschermen gegen oververhitting of elektrische overbelasting, kan het vermogen van de kookplaat voor korterijk worden teruggebracht.
- Om geluidshinder van het apparaat te voorkomen kan het vermogen van de kookplaat voor korteijd worden teruggebracht.
Kookstandkiezen
De bedieningsknop indrukken en in de gewenste kookstand draaien.

De lichtring van de bedieningsknop is orangje verlicht. De vermogensstand is ingesteld.
Kookzone uitschakelen
Draai de bedieningsknop in de stand 0. De kookzone schakelt uit en de lichtring van de bedieningsknop knippert oranje tot de kookzone is afgekoeld.
Aanwijzingen
- Staat er geen pan op de kookzone of worden hij nietherkend, dan is de lichtring van de bedieningsknop wit verlicht. Na ca. 9 minuten schakelt de kookzoneuit. In dit geval knippert de lichtring van debieningsknop oranje en wit. De bedieningsknop opnieuw in de stand O draaien. De lichtring knippert nietmeer.
- Na het koken, pan, deksel of andere metalen voorwerpen van de kookplaat nemen. Wordt bij het reinigen van het werkblad, bij het aanraken van een bedieningsknop enz. per ongeluk een kookzone ingeschakeld, dan warmen dergelijkke voorwerpen heel snel op.
Kookadvies
Advies
Roer bij het warm make van puree, cremesoepen en stevige, gebonden sauzen zo nu en dan om.
- Gebruik voor het Voorverwarmen vermogensstand 8 -9.
Verlaag bij het bereiden met deksel de vermogensstand zodra er stoom vrijkomt. Het vereidingsresultaat worden hierdoor nicht beinvloed.
Houd na het bereiden de pan tot het serveren gesloten.
- Neem bij het koken in de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant inRCT.
Kook de gerechten nicht te lang om de voedingswaarden te behouden. Met de kookwekker kun t u de optimale bereidingsstijd instellen.
Voor een gezonder resultaat dient u erop te letten dat de olie Niet rookit.
Uw gerechten krijgen een moogie, bruine kleur wanner u ze na elkaar bakt inkleine porties.
- Het kookgerei kan tijdens de bereiding zeer heet worden. Gebruik het best pannenlappen.
- Adviezen voor een energia-efficiente bereiding vindt u in het hoofdstuk "Bescherming van het milieuu".
Bereidingstabel
In de tabel worden voor alle gerechten weergegeven welke kookstand geschikt is. De bereidingsstijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten varieren.
Vermogensstand Bereidingsmethoden Voorbeelden
8-9 Voorverwarmen Water
Aanbraden Vlees
Verwarmen Vet/olie, vloeistoffen
Kort opkoken Soepen, sauzen
Blancheren Groente
6-8 Braden Vlees, aardappels
5-7 Braden Vis
6-7 Braden Gerechten met bloem en eieren, bijv. pannenkoeken
Koken zonder deksel Pasta, vloeistoffen
5-6AanbruinenBloem, uien
Roosteren Amandelen, paneermeel
Braden Spek, bacon
Reduceren Vleesbouillon, sauzen
4-5 Doorkoken zonder deksel Aardappelballetjes, groentesoepenn eenpansgerechten,
gepocheerde eieren
3-4 Doorkoken zonder deksel Gekooke worstjes
4-5 Bereiden met stoom Groente, aardappels, vis
Stomen Fruit, groente, vis
Stoven
Rollade, vleesrol, groente
2-4 Stoven
Goulash
2-4 Koken met deksel
Soepen, sauzen
2-3 Ontdooien
Diepvriesproducten
1-2 Verwarmen/Warmhouden
Koken met deksel
Rijst,peulvruchten,groente
Indikken
Eiergerechten, bijv. omelet
1
Verwarmen/Warmhouden
Soep, groente in saus
Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel
Smelten
Boter, chocolde
Flexible kookzone
Hij kan maar wens als een kookzone of als twee afzonderlijke kookzones worden gebruikt.
Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan worden alleen het gebied geactiveerd dat door het kookgerei worden bedekt.
Tips voor het gebruik van pannen
Om te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, worden aanbevolen de pan correct te centreren:
Als afzonderlijke kookzone

Diameter kleiner dan of gelijk aan 13 cm
Plaats de vom in een van de vier posities die op de afbeelding te zien zich.

Diameter groter dan 13cm
Plaats de vorm in een van de drie posities die op de afbeelding te zien zich.

Is er meer dan een kookzone nodig voor het kookgerei,plaats het dan met de rand op de bovenste of onderste rand van de flexibele kookzone.
Als twee onafhankelijkke kookplaten

De voorste en achechterste kookzones, elk met twee inductoren,+kunnen onafhankelijk van elkaar worden gebruikt. Stel voor elke afzonderlijke kookzone de gewenste kookstand in. Gebruik op elke kookzone slechts een pan.
Als twee onafhankelijkke kookplaten
De flexibele kookzone worden gebruikt als tweet onafhankelijkke kookplaten.
Activeren
Zie het hoofdstuk "Apparaat bedienen"
Als afzonderlijke kookplaat
Gebruik van de gehele kookzone door beiden kookplaten met elkaar te verbinden.
Beide kookzones verbinden
1 Kookgerei plaatsen. Draai een van de bedieningsknuppen in de stand
2 De vermogensstand kiezen met de andere bedieningsknop.
De lichtring van de beiden bedieningsknoppen is oranjeverlicht. De flex-kookzone is geactiveerd.
Kookstand wijzigen
De kookstand wijzigem met de bedieningsknop waarmee erder de kookstand is gekozen.
Een neue pan toevoegen
De neue pan plaatsen. De bedieningsknop waarmee de flex-kookzone gekozen is in de stand 0 en verwolgens opniew in de stand draaien.
De neue pan worden herkend en de eerder gekozen kookstand blijft behouden.
Aanwijzing: Wort de kookvorm op de gebruikte kookzone verplaatst of opgetild, dan start de kookplaat automatisch met Zoeken, waardoor de eerder gekozen kookstand behouden blijft.
Scheiden van de beiden kookzones
Draai de bedieningsknop waarme de flex-kookzone gekozen is in de stand 0.
De flex-kookzone is gedectiveerd. Een van de kookzones functioneert nog als onafhankelijkke kookzone.
PowerBoost-functie
Met de PowerBoost-functie kunt u grote waterhoeveelheden sneller verwarmen dan met vermogensstand 9.
Deze functie is alleen beschikbaar voor een kookzone wanneer de andere kookzone Niet in gebruik is. Anders knippert de lichtring 3 keer en er zijn 3 geluidssignalente horen; vervolgens worden de vermogenstand 9 automatisch ingesteld zonder dat de functie worden geactiveerd. Draai de bedieningsknop in de stand O.
Aanwijzing: In het flex-gebied kan de powerboost-functie ook worden geactiveerd wanner er slechts een kookzone worden gebruikt.
Activeren
Op de bedieningsknop drukken en in de stand >> draaien. Er werklijk een signaal, de liahtring van de bedieningsknop gaat uit en is dan oranje verlicht.

De functie is geactiveerd.
Deactiveren
De bedieningsknop op de gewenste vermogensstand draaien. Er werklijk een signal, deichtring van de bedieningsknop gaat uit en is dan oranje verlicht.
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan PowerBoost-functie automatisch uitschakelen, ter bescherming van de elektronica-elementen binnenin de kookplaat.
In dit geval worden de vermogensstand 9 automatisch ingesteld, de lijtring knippert 3 keer en er zich 3 geluidssignalen te horen.
De bedieningsknop op de positie 0 of een gewenste vermogensstand draaien.
Braadsensor
Met deze functie is het möglichk om te bakken met behoud van de juiste temperatuur van de pan.
Voordelen bij het bakken en braden
- De kookzone warmth alleen op wanner dit nodig is om de temperatuur te handhaven. Zo worden energie bespaard en de olie of het vet Niet oververhit.
De braadfunctie meldt wanner de lege pan de optimale temperatuur voor toevoeging van de olie enervoigens het toevoegen van de gerechten heeft bereikt.
Aanwijzingen
- Geen deksel op de pan leggen. Anders worden de functie Niet juist geactiveerd. Er kan een spatbescherming worden gebruikt, om vetspetterst te voorkomen.
- Gebruik olie of vet die geschikt zich om te bakken en te braden. Worden boter, margarine, pure olijfolie of reuzel gebruikt, stel de temperatuurstand dan in op 1 of 2.
- Nooit een pan met of zonder inhoud verwarmen zonder dat er toezicht bij is.
- Heeft de kookzone een hogere temperatuur dan de pan of omgekeerd, dan worden de braadsensor Niet op de juiste manier geactiveerd.
Paffen voor de braadsensor
Voor de braadsensor zijn special geschikte paffen verzrikijgbaar. Deze optionele accessoires können achteraf in de vakhandel of via once technische Dienst worden verkreten. Geef steeds het juiste referentienummer op.
GP900001 pan met een diameter van 15 cm.
GP900002 pan met een diameter van 19 cm.
GP900003 pan met een diameter van 21 cm.
De paffen zijn voorzien van een antiaanbaklaag, zodateur voor het bakken en braden nauwelijks olie nodig is.
Aanwijzingen
- De braadsensor is special ingesteld op pannen van dit type.
-
Zorg ervoor dat de diameter van de pannenbodem overeenkomt met de groote van de kookzone. Zet de pan in het midden van de kookzone.
-
Op de flex-kookzone worden de braadsensor bij een afwijkende grootte van de pan of een slecht geplaatste pan möglichk Niet geactiveerd. Zie het hoofdstuk "Flexible kookzone"
- Andere pannensoorten können oververhit raken. De temperatuur kan lager of hoger zich dan de gekozen temperatuurstand. Probeer het eerst met de laagste temperatuurstand en verander deze zo nodig.
Temperatuurstunden
Temperatuurstand Geschikt voor
| 1 zeer laag Bereiden en reduceren van sauzen, stoven van groente en bakken van gerechten met koudgeperste olijfolie, boter of margarine. |
| 2 laag Bakken en braden van gerechten met koudgeperste olijfolie, boter of margarine, bijv. omeletten. |
| 3 laag gemiddeld Het bakken of braden van vis en dikke producten, zoals bijv. gehaktballen en worstjes. |
| 4 gemiddeld hoog Het bakken van steaks, medium of well done, gepaneerde diepvriesproducten, dunne bakproducten zoals schnitzels, in reepjes gesneden vlees in saus, en groente. |
| 5 hoog Het bakken en braden van gerechten bij hove temperaturen, bijv. aardappelpannenkoekjes, gebakken aardappels en steaks rare (saignant). |
Tabel
In de tabel worden voor alle gerechten weergegeven welke temperatuurstand geschikt is. De baktijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de grootte en kwaliteit van de gerechten variieren.
De ingestelde temperatuurstand varieert afhankelijk van de gebruike pan.
Lege pan voorverwarmen, na het geluidssignaal de olie en het gerecht toevoegen.
| Tempera-turstand | Totale bereidingsstijd vanaf het geluidssignaal (min.) | |
| Vlees | ||
| Schnitzel, on/gepaneerd 4 6 - 10 | ||
| Filet 4 6 - 10 | ||
| Koteletten* 3 10 - 15 | ||
| Cordon bleu, Wiener Schnitzel* 4 10 - 15 | ||
| Steak, saignant (3 cm dik) 5 6 - 8 | ||
| Steak, medium of doorbakken (3 cm dik) 4 8 - 12 | ||
| Borst van gevogelte (2 cm dik) | 3 10 - 20 | |
| Worstjes, gekockt of rauw* | 3 8 - 20 | |
| Hamburgers, gehaktballetjes,GVulde vleesballetjes* | 3 6 - 30 | |
| Ragout, Gyros | 4 7 - 12 | |
| Gehakt | 4 6 - 10 | |
| Spek | 2 5 - 8 | |
| Vis | ||
| Vis, gebakken, heel, bijv. forel | 3 10 - 20 | |
| Visfilet, on/gepaneerd | 3 - 4 | 10 - 20 |
| Garnalen, krabben | 4 4 - 8 | |
- Regelmatig keren.
** Totale tijsdsduur per portie. Na elkaar bakken.
| Tempera-turstand | Totale bereidingsstijd vanaf het geluidssignaal (min.) | |
| Eiergerechten | ||
| Pannenkoeken** 5 1,5 - 2,5 | ||
| Omelet** 2 3 - 6 | ||
| Spiegelei 2 - 4 2 - 6 | ||
| Roereieren 2 4 - 9 | ||
| Kaiserschwarrn (Zuid-Duitse pannenkoeken) 3 10 - 15 | ||
| French toast** 3 4 - 8 | ||
| Aardappels | ||
| Gebakken aardappels (van gekookte aardappels) 5 6 - 12 | ||
| Frites (van ongekookte aardappels) 4 15 - 25 | ||
| Aardappelkoekjes** 5 2,5 - 3,5 | ||
| Zwitsserse rösti 2 50 - 55 | ||
| Geglaceerde aardappels 3 15 - 20 | ||
| Groente | ||
| Knoflook, uien 1 - 2 2 - 10 | ||
| Courgettes, aubergines 3 4 - 12 | ||
| Paprika, groene asperges 3 4 - 15 | ||
| In olie gestoofde groente, bijv. courgette, groene paprika | 1 10 - 20 | |
| Paddestoelen | 4 10 - 15 | |
| Geglaceerde groente | 3 6 - 10 | |
| Grote uien | 3 5 - 10 | |
| Diepvriesproducten | ||
| Schnitzels | 4 15 - 20 | |
| Cordon bleu* | 4 10 - 30 | |
| Borst van gevogelte* | 4 10 - 30 | |
| Kip-nuggets | 4 10 - 15 | |
| Gyros, kebab | 4 10 - 15 | |
| Visfilet, on/gepaneerd | 3 10 - 20 | |
| Vissticks | 4 8 - 12 | |
| Frites | 5 4 - 6 | |
| Pangerechten, bijv. groentepannenetje metkip | 3 6 - 10 | |
| Loempia's | 4 10 - 30 | |
| Camembert/Kaas | 3 10 - 15 | |
| Sauzen | ||
| Tomatensaus met groente | 1 25 - 35 | |
| Bechamelsaus 1 10 - 20 | ||
| Kaassaus, bijv. Gorgonzolasaus | 1 10 - 20 | |
| Ingekookte sauzen, bijv. tomatensaus, Bolognese-saus | 1 25 - 35 | |
| Zoete sauzen, bijv. sinaasappelsaus | 1 15 - 25 | |
| Diversen | ||
| Camembert/Kaas | 3 7 - 10 | |
| Voorgegaarde, droge producten met toevoeging van water, bijv. pasta. | 1 5 - 10 | |
| Croutons 3 6 - 10 | ||
| Amandelen/walnoten/pijnboompitten | 4 3 - 15 | |
- Regelmatig keren.
** Totale tijsdsduur per portie. Na elkaar bakken.
Zostelt u in
Kies de juiste temperatuurstand in de tabel. Een lege pan op de kookzone plaatsen.
1 Op de bedieningsknop drukken en in de stand draaien. De lichtring van de bedieningsknoplicht wit op.
Na 3 seconden werkklinkt een signaal, de indication naast het symbol light op.

2 Met de bedieningsknop de gewenste temperatuurstand kiezen.
Aanwijzing: Voor deze functie zich de temperatuurstanden van 1 tot 5 beschikbaar, zich de tabel met temperatuurstanden.

De functie is geactiveerd.
De lichtring dimt van wit maar oranje zolang het apparaat opwarmt. Bij het bereiken van de ingestelde temperatuur werkblinkt een geluidssignaal.
3 Doe wanner de braadtemperatuur bereikt is eerst de olie enervoigens de gerechten in de pan.
Aanwijzingen
-
Wordt een temperatuurstand boven 5 gekozen, dan knippert de lichtring oranje en wit zonder dat de functie worden geactiveerd. Een passende temperatuurstand kiezen.
-
Keer de gerechten, zodate zien aanbranden.
Braadsensor uitschakelen
Draai de bedieningsknop in de stand 0. De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie worden geactiveerd.
Automatische veiligheidsuitschakeling
Voor uw bescherming is het apparaat voorzien van een veiligheidsuitschakeling. Afhankelijk van de gekozen kookstand worden de kookzone gedactiveerd wanner er na enigeijd geen actie is uitgevoerd.
Vermogensstand Deactiveren na
| 1 | 10 ur |
| 2 | tot 3 5 ur |
| 4 | tot 5 4 ur |
| 6 | tot 7 3 ur |
| 8 | tot 9 1 ur |
Temperatuurstand braadsensor Deactiveren na
| 1 tot 5 3研究成果 |
Een geluidssignaal geeft aan dat deijd is afgelopen. De lichtring van de actieve bedieningsknop knippert wit en oranje.
Draai de bedieningsknop in de stand 0. De kookzone opniew upstellen.
Reinigen
Geschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen kurz u kopen via de klantenservice of in once e-shop.
Kookplaat
Schoonmaken
Maak de kookplaat alsijd schoon na het koken. Hierdoor wordt voorkomen dat achtergebleven resten van etenswaar inbranden. Maak de kookplaat pas schoon wanner de individatie van de restwarmte verdwenen is.
Reinig de kookplaat met een vochtig schoonmaakdoekje en droog hemervoalgens met een doek na, zodat er geen kalkvlekken ontstaan.
Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zich voor dit soort kookplaten. Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de productverpakking.
Gebruik in geen geval:
onverdunde afwasmiddelen
- schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine
schuurmiddleslen
scherpe schoonmaakmiddelen zoals ovensprays of vlekkenmiddelen
schuursponsjes
- hopedrukreinigers of stoomstraalapparaten
Hardnekig vuil verwijdert u het best met een in de handel verkrijgbare schraper. Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Geschikte schrapers sunt u kopen via de klantenservice of in once online-shop.
Met speciale sponsjes voor het reinigen van kookplaten van glaskeramiek bereikt u goede resultaten.
Mogelijk vlekken
| Resten van kalk en water | Maak de kookplaat schoon zodra hij afgekoeld is. Er kan een geschikt schoonmaakmiddel voor kookplaten van glaskeramiek worden gezruikt.* |
| Suiker, maïzena of plastic | Direct verwijderen, gebruik een schra- per. Voorlichtig: risico van verbranding.* |
- Vervolgens met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen.
Aanwijzing: Gebruik geen schoonmaakmiddelen zolang de kookplaat warm is. Hierdoor konnen vlekken ontstaan. Zorg ervoor dat alle resten van het gebruikte schoonmaakmiddel worden verwijderd.
Omlijsting van de kookplaat
Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te voorkomen, dient u zich te honden aan de volgende aanwijzingen:
- Gebruik alleen warm zeepsop.
Was neue schoonmaakdoekjes voor gebruik grondiguit. - Gebruik geen scherpe of schurendeinigingsmiddelen.
- Gebruik geen schraper of scherpe voorwerpen.
Bedieningsknop
Uitsluitend warm zeepsop gebruiken. Geen schurende of scherpe reinigingsmiddelen gebruiken. Geen schrapers gebruiken, de bedieningsknop kan hierdoor beschadigd raken.
Citroen en azijnল geschikt om de bedieningsknop schoon te make. Hierdoor kunnematte plekken ontstaan.
Reiniging van het bedieningspaneel
Gebruik alleen warm water met een beetje zeep.
Gebruik geen bijtende of corrosieve
reinigingsmiddelen. Gebruik geen glasschrapers. Het bedieningspaneel zou können worden beschadigd.
Citroen en azijnল voor de reiniging van het bedieningspaneel. Er konnen doffe vlekken verschijnen.
FAQ
Geluiden
Waarom zich tijdens het koken geluiden te horen?
Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van de pan hunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. Deze geluiden zijn normal en horen bij de inductietechnologie. Ze wijzen Niet op een defect.
Mogelijk geeluiden:
Diep zoemen zoals bij een transformator:
Is te horen bij het koken op een hogere kookstand. Het geluid verdwijnt of neemt af wonneer de kookstand lager worden gezet.
Diep fluiten:
Is te horen wonneer de pan leeg is. Dit geluid verdwijnt wonneer er water of levensmiddelen in de pan worden gedaan.
Knisperen:
Is te horen bij pannen die uit verschillende materiaaallagen bestaan of bij gelijktijdig gebruik van pannen van verschil- lende grootte en verschillend materiaal. Het volume van het geluid kan varieren, afhankelijk van de hoeveelheid en de bereidingswijze van de gerechten.
Hoge fluittonen:
Kunnen ontstaan wanner voor twee kookzones tegelijk de hoogste kookstand worden gebruikt. De fluittonen verdwijnen of worden zwakker wanner de kookstand lager worden gezet.
Ventilatorgeluid:
De kookplaat beschicht over een ventilator die bij hoge temperaturen worden ingeschakeld. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder lopen, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is.
Vormen
Welk pannen zicht voor de inductiekookplaat?
Voor informatatie over pannen die geschikt zijn voor inductiekoken, zie hoofdstuk "Koken met inductie"
Waarom verwarmt de kookplaat Niet?
De kookzone waarop de pan staat, is Niet ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de kookzone waarop de pan staat ingeschakeld is.
De pan is te Klein voor de ingeschakelde kookzone of Niet geschikt voor inductiekoken.
Ga na of de pan geschikt is voor inductiekoken en of hij op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Voor informatie over het soort koogerei en de groote enplaatsing ervan, zie hoofdstuk "Koken met inductie", en "Flexiblekookzone".
Waarom duurt het zo lang tot de pan warm wordt, of waarom wordt hij Niet warm genoeg, hoewel er een hoge vermogensstand is ingesteld?
De pan is te Klein voor de ingeschakelde kookzone of Niet geschikt voor inductiekoken.
Ga na of de pan geschikt is voor inductiekoken en of hij op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Voor informatie over het soort koogerei en de groote enplaatsing ervan, zie hoofdstuk "Koken met inductie", en "Flexiblekookzone".
Reinigen
Hoe wordt de kookplaat schoongemaakt?
U bereikt optimale resultaten met speciale reinigingsmiddelen voor glaskeramiek. Gebruik geen scherpe of schurenreinigingsmiddelen, schoonmaakmiddelen voor vaatwasmachines (concentraten) of schoonmaakdoekjes.
Meer informatatie voor de reiniging en het onderhoud van uw kookplaat vindt u in het hoofdstuk "Reinigen"
Wat te doeen bij een storing?
In de regel gaat het bij storingen omkleinigheden ie gemakkelijk op te loszen zich. Neem alstublieft de aanwijzingen in de tabel in acht voor u de servicedienst belt.
Indicatie Mogelijk oorzaak Oplossing
| Geen De stroomtoevoer is onderbroken. Controleer met behulp van andere elektrische appara-ten of er kortsluiting bij de stoomtoevoer is opgetreten. | ||
| Het apparaat is Niet aangesloten volgens het schakelschema. | Zorg ervoor dat het apparaat volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| Storing in het elektronisch systemm. Kan de storing Niet worden verholpen, neem dan contact op met de technische servicedienst. | ||
| De lichtring van de actieve bedieningsknop knippert oranje en wit | De kookzone is langeijd en zonder onder-breking in gebruik geweest. | De automatische veiligheidsuitschakeling is geactiveerd. Zie het hoofdstuk → "Automatische veiligheidsuitschakeling" op pagina 34. |
| Er is lang nicht aan de bedieningsknop gedraaid. | ||
| De elektronica is oververhit, waardoor de betreffende kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel de kookzone opnieuw in. | |
| De elektronica is oververhit, waardoor alle kookzones zijn uitgeschakeld. | ||
| Erijken 3 signalen te horen en de lichtring brandt 3 keer | De functie PowerBoost wer Niet juist geac-tiveerd. | Zie het hoofdstuk → "PowerBoost-functie" op pagina 31. |
| De functie PowerBoost werk automatisch gedeactiveerd om de elektronica-elemen-ten binnenin de kookplaat te beschermen. | Draai de bedieningsknop in de stand 0. De kookplaat opnieuw zoals gebruikelijk inschakelen. | |
| De lichtring van de bedie-ningsknop knippert snel en oranje | De bedrijfsspanning is onjuist, buiten het normale bedrijfsgebied. | De elektriciteitsleverancier op de hoogte brengen. |
| De kookplaat is Niet op de juiste manier aangesloten | Haal de stekker van de kookplaat UIT het stopcontact. Zorg ervoor dat hij volgens het schakelschema is aan-gesloten. | |
Aanwijzingen
- Knippert de lichtring van de bedieningsknop snelen oranje, dan de kookzone van het stroomnetloskoppelen, 30 seconden wachten en dan opniewaansluiten. Verschijnt de individatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat nicht更是 over maar de standby-modus.
Demomodus
Is de lichtring van de bedieningsknop wit verlicht en de kookzone verwarmt Niet, dan is de demomodus geactiveerd. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Wacht 30 seconden en sluit het apparaat opnieuw aan. Deactiveer verrolgens de demomodus binnen 3 minuten als volgt:
1 De bedieningsknop van rechtsaar links op de positie>>draaien.
2 Draaidezelfde bedieningsknopaarrechts in de stand
3 Draaidezelfde bedieningsknopnarrlinks in de stand 0. De lichtring van de bedieningsknop is wit verlicht.
De demo-modus is gedeactiveerd.
Servicedienst
Wanneruwapparaat gerepareermdoetworden,staat onze servicedienst voor u klaar.Wij vinden altijd een passende oplossing,ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef tijdens het telefoongesprek algijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodate wij u goed van dienst+kennen. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de onderkant van het apparaat.

Om nicht te lang te hoeven zoeken wanner u de servicededienst nodig heeft, kurz u hier direct de gegevens van uw apparatusaat en het telefoonnummer van de servicededienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijglesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4030
B070222148
Vertrouv op de compétie van de produit. Zo bent u er zeker van dat de reparatie worden uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijkke apparaten.
C