GWS 21180 JHV Professional - Haakse slijper BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GWS 21180 JHV Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Haakse slijper |
| Merk | Bosch |
| Model | GWS 21-180 JHV Professional |
| Nominaal opgenomen vermogen | 2100 W |
| Afgegeven vermogen | 1350 W |
| Toerental onbelast | 8500 t/min |
| Max. slijpschijfdiameter | 180 mm |
| Spindel schroefdraad | M14 |
| Gewicht (zonder kabel) | 4,4 kg |
| Beschermingsklasse | II (dubbele isolatie) |
| Trillingsdempingssysteem | Ja (Vibration Control) |
| Zachte start | Ja (beperking van de aanloopstroom) |
| Extra handgreep | Verwijderbaar, 3 bevestigingsposities |
| Beschermkap | Met snelvergrendeling en instelbaar |
| Schakelaar | Met inschakelblokkering |
| Herstartbeveiliging | Ja |
| Rotatie van de kop | In stappen van 90° |
| Toepassing | Doorslijpen, slijpen, borstelen (metaal en steen droog) |
| Meegeleverde accessoires | Extra handgreep, beschermkap, pennensleutel, spanmoer |
| Onderhoud | Reinig regelmatig de koelopeningen |
Veelgestelde vragen - GWS 21180 JHV Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GWS 21180 JHV Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Haakse slijper in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GWS 21180 JHV Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GWS 21180 JHV Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GWS 21180 JHV Professional BOSCH
GWS 21-180/230 (J)HV GWS 24-180/230 (J)BV GWS 26-180/230 (J)BV PROFESSIONAL

- Des idées en action.
Gebruiksaanwijzing




45·1609229F55·3401
| Gerätekennwerte | |||
| Winkelschleifer GWS 21-180 HV | PROFESSIONAL | GWS 21-230 HV | GWS 24-180 BV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Bestellnummer 0 601 851 B.. 0 601 852 B.. 0 601 853 B.. | |||
| Mit Anlaufstrombegrenzung GWS 21-180 JHV | PROFESSIONAL | GWS 21-230 JHV | GWS 24-180 JBV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Bestellnummer 0 601 851 G.. 0 601 852 G.. 0 601 853 G.. | |||
| Nennaufnahmeleistung* [W] 2 100 2 100 2 400 | |||
| Abgabeleistung [W] 1 350 1 350 1 700 | |||
| Leerlaufdrehzahl [min -1] | 8 500 6 500 8 500 | ||
| Schleifscheiben-Ø, max. [mm] 180 230 180 | |||
| Schleifspindelgewinde | M 14 | M 14 | M 14 |
| Gewicht ohne Netzkabel, ca. [kg] | 4,4 | 4,4 | 5,2 |
| Schutzklasse | ☐ / II | ☐ / II | ☐ / II |
| Winkelschleifer GWS 24-230 BV | PROFESSIONAL | GWS 26-180 BV | GWS 26-230 BV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Bestellnummer 0 601 854 B.. 0 601 855 B.. 0 601 856 B.. | |||
| Mit Anlaufstrombegrenzung GWS 24-230 JBV | PROFESSIONAL | GWS 26-180 JBV | GWS 26-230 JBV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Bestellnummer 0 601 854 G.. 0 601 855 G.. 0 601 856 G.. | |||
| Nennaufnahmeleistung* [W] 2 400 2 600 2 600 | |||
| Abgabeleistung [W] 1 700 1 800 1 800 | |||
| Leerlaufdrehzahl [min -1] | 6 500 8 500 6 500 | ||
| Schleifscheiben-Ø, max. [mm] 230 180 230 | |||
| Schleifspindelgewinde | M 14 | M 14 | M 14 |
| Gewicht ohne Netzkabel, ca. [kg] | 5,2 | 5,2 | 5,2 |
| Schutzklasse | ☐ / II | ☐ / II | ☐ / II |
| Bitte die Bestellnummer ihrer Maschine beachten. Die Handelsbeziehungen einzeln Maschinen können varieren. | |||
| Einschaltvorgänge erzeugen kurzfristige Spannungsabsenkungen. Bei umgebung Netzbedingungen können Beeinträchtigungen anderer Geräte auftreten. Bei Netzimpedanzen kleiner als 0,25 Ohm sind keine Störungen zu erwarten. | |||
| * Angaben gelten für Nennspannungen [U] 230/240 V. Bei niedrigeren Spannungen und in länderspezifischen Ausführungen können diese Angaben varieren. | |||
Bestimmungsgemäßer Gebrauch
Das Gerät ist bestimmt zum Trennen, Schruppen und Bürsten von Metall- und Steinwerkstoffen ohne Verwendung von Wasser. Zum Trennen von Stein ist ein Führungsschlitten vorgeschrieben.
Hinweise zur Statik
Schlitze in tragenden Wänden unterliegen der Norm DIN 1053 Teil 1 oder landerspezifischen Festlegungen.
Diese Vorschriften sind unbedingt einzuhalten. Vor Arbeitsbeginn den verantwortlichen Statiker, Architekten oder die zuständige Bauleitung zu Rate ziehen.
Geräusch-/Vibrationsinformation
Messwerte ermittelt entsprechend EN 50 144.
Der A-bewertete Geräuschpegel des Gerätes beträgt typischerweise: Schalldruckpegel 90 dB (A); Schalleistungspegel 103 dB (A).
Gehörschutz tragen!
Die Hand-Arm-Vibration ist typischerweise niedriger als 2,5 m/s² (1,7 m/s²).
Geräteelemente
De nummering van de apparaatonderdelen verwijst naar de afbeelding van het apparaat op de uitklapbare pagina.
Klap de uitklapbare pagina met de afbeelding van het apparaat open en laat deze pagina open liggen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
1 Schroefdraad voor hulphendel (3x) 2 Spindelvergrendelingsknop 3 Aan/uit-schakelaar 4 Trillingsdemping 5 Hulphendel 6 Slijpspil 7 Beschermkap 8 Stelschroef 9 Spanklem 10 Opnameflens met O-ring 11 Slijp-/doorslijpschijf* 12 Spanmoer
13 Snelspanmoer sds-clic 14 Klembout 15 Centreernok 16 Beschermkap voor slijpschotel 17 Slijpschotel 18 Tweegatsleutel voor spanmoer 19 Handbeschermer 20 Afstandsringen 21 Rubberen slijpteller 22 Slijpblad 23 Ronde moer 24 Komborstel 25 Diamantdoorslijpschijf 26 Geleidingsslede met afzuigbeschermkap 27 Hendelontgrendeling 28 Hendel 29 Doorslijprek
- Sommige afgebeelde of beschreven accessoires behoren niet tot de leveringsomvang.

Voor uw veiligheid
Veilig werken met het apparaat is alleen mogelijk als u de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsvoorschriften volledig leest en de daarin opgenomen aanwijzingen strikt opvolgt.
Daarnaast moeten de algemene veiligheidsvoorschriften in het bijgevoegde boekje worden opgevolgd. Laat u vóór het eerste gebruik praktisch instrueren.
Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag voor uw veiligheid ook andere beschermingsmiddelen zoals veiligheidshandschoenen, stevig schoeisel, helm en schort. ■ Tijdens het werken ontstaan stoffen die schadelijk voor de gezondheid, brandbaar of explosief kunnen zijn. Geschikte beschermingsmaatregelen zijn vereist.
Bijvoorbeeld: sommige stoffen worden als kankerverwekkend beschouwd. Gebruik geschikte stof-/spaanderafzuiging en draag een stofmasker.
■ Lichte metaalstof kan branden of exploderen. Houd de werkplek altijd schoon, omdat materiaalmengsels anders gevaarlijk zijn.
■ Als het netsnoer tijdens het werk wordt beschadigd of doorgesneden, raak het snoer dan niet aan, maar trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer. ■ Apparaten die buitenshuis worden gebruikt, moeten worden aangesloten via een aardlekschakelaar met een maximale uitschakelstroom van 30 mA. Gebruik het apparaat niet bij regen of vocht. ■ Houd het apparaat tijdens het werk altijd stevig met beide handen vast en zorg voor een stabiele stand. Zet het werkstuk vast. Een werkstuk dat met spaninrichtingen of een bankschroef is vastgezet, is veiliger dan met uw hand. ■ Voer het snoer altijd naar achteren van het apparaat weg. Schakel het apparaat altijd uit voordat u het neerlegt en wacht tot het apparaat volledig tot stilstand is gekomen. ■ Bij stroomuitval of wanneer de stekker wordt verwijderd, moet u de aan/uit-schakelaar onmiddellijk ontgrendelen en in de uit-stand zetten. Dit voorkomt een ongecontroleerde herstart. Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor droog snijden/slijpen.
Bij alle werkzaamheden met het apparaat moet de extra handgreep gemonteerd zijn. Het elektrische gereedschap alleen aan de geïsoleerde handgrepen vasthouden wanneer het inzetgereedschap een verborgen leiding of het eigen netsnoer kan raken.
Contact met een spanningvoerende leiding kan metalen delen van het apparaat onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.
Gebruik geschikte zoekapparatuur om verborgen voedingsleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke energiebedrijf. Contact met elektriciteitsleidingen kan brand en elektrische schokken veroorzaken. Beschadiging van een gasleiding kan tot een explosie leiden. Binnendringen in een waterleiding veroorzaakt materiële schade of kan een elektrische schok veroorzaken. Voor werkzaamheden met slijp- of doorslijpschijven moet de beschermkap 7 gemonteerd zijn. Voor werkzaamheden met de rubberen schuifteller 21 of met de komborstel 24/schijfborstel/lamellenschijf moet de handbeschermer 19 (accessoire) gemonteerd worden. Bij het bewerken van steen een stofafzuiging gebruiken. De stofzuiger moet goedgekeurd zijn voor het afzuigen van steenstof. Voor het doorslijpen van steen moet een geleidingsslede gebruikt worden. Asbesthoudend materiaal mag niet bewerkt worden. Alleen slijpgereedschap gebruiken waarvan het toegestane toerental minstens zo hoog is als het onbelaste toerental van het apparaat. Slijpgereedschap vóór gebruik controleren. Het slijpgereedschap moet correct gemonteerd zijn en vrij kunnen draaien. Proefdraaien gedurende minstens 30 seconden zonder belasting uitvoeren. Beschadigd, onrond of trillend slijpgereedschap niet gebruiken. Slijpgereedschap beschermen tegen stoten, schokken en vet. Het apparaat alleen ingeschakeld tegen het werkstuk voeren. Handen weg van roterend slijpgereedschap. De draairichting in acht nemen. Apparaat altijd zo vasthouden dat vonken of slijpstof van het lichaam af vliegen.
Bij het slijpen van metalen ontstaat vonkenregen. Let erop dat geen personen in gevaar worden gebracht. Vanwege brandgevaar mogen er geen brandbare materialen in de hoogte (vonkenregengebied) aanwezig zijn. Voorzichtig bij het slijpen van sleuven, bijvoorbeeld in dragende muren: zie aanwijzingen over de statica. Het blokkeren van de doorslijpschijf leidt tot een schokkerige reactiekracht van het apparaat. In dat geval het apparaat onmiddellijk uitschakelen. Let op de afmetingen van de slijpschijven. De gatdiameter moet zonder speling op de opnameflens 10 passen. Geen verloopstukken of adapters gebruiken. Nooit doorslijpschijven voor slijpwerk gebruiken. Doorslijpschijven niet aan zijdelingse druk blootstellen. De aanwijzingen van de fabrikant voor montage en gebruik van het slijpgereedschap in acht nemen. Let op! Het slijplichaam loopt na het uitschakelen van het apparaat nog na. Het apparaat niet in een bankschroef vastklemmen. Nooit kinderen het apparaat laten gebruiken. Bosch kan alleen een correcte werking van het apparaat garanderen wanneer het originele accessoire dat voor dit apparaat bestemd is, wordt gebruikt.

Beschermingsinrichtingen monteren
Voer altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u werkzaamheden aan het apparaat uitvoert. Voor werkzaamheden met slijp- of doorslijpschijven moet de beschermkap 7 gemonteerd zijn.
Beschermkap met klembout
De codeernok 15 op de beschermkap 7 zorgt ervoor dat alleen een beschermkap die bij het apparaattype past, gemonteerd kan worden.
Draai de klembout 14 eventueel los.
Plaats de beschermkap 7 met de codeernok 15 in de codeergroef op de spindelhals van de machinekop en draai deze in de gewenste stand (werkstand).
De gesloten zijde van de beschermkap 7 moet altijd naar de bediener wijzen.
Draai de klembout 14 vast.
Beschermkap met snelspanner

De beschermkap is vooraf afgesteld op de diameter van de spindelhals. Indien nodig kan de spankracht van de sluiting worden gewijzigd door de stelschroef 8 los te draaien of aan te draaien. Let daarbij altijd op een vaste zitting van de beschermkap 7 op de spindelhals.
Open de spanklem 9.
Plaats de beschermkap 7 op de spindelhals van de machinekop en draai deze in de gewenste stand (werkstand).
Draai de spanklem 9 dicht om de beschermkap 7 vast te klemmen.
De gesloten zijde van de beschermkap 7 moet altijd naar de bediener wijzen.
Extra handgreep
■Bij alle werkzaamheden met het apparaat moet de extra handgreep gemonteerd zijn.
Schroef de extra handgreep 5, afhankelijk van de werkzaamheden, in de machinekop.
Trillingsdemping

De geïntegreerde trillingsdemping 4 en de trillingsdempende extra handgreep verminderen optredende trillingen volgens EN 50 144 tot onder 2,5m / s2 en maken zo trillingsarm en daarmee comfortabeler en veiliger werken mogelijk.

Breng geen enkele verandering aan aan de trillingsdemping 4 en de extra handgreep. Gebruik beschadigde onderdelen niet verder.
Handbescherming
Voor werkzaamheden met de rubberen schuifteller 21 of met de komborstel 24/schijfborstel/lamellenschuurschijf moet de handbescherming 19 (toebehoren) worden gemonteerd. De handbescherming 19 wordt met de extra handgreep 5 bevestigd.
Slijpgereedschap monteren
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de stekker uit het stopcontact trekken.
Gebruik alleen slijpgereedschap waarvan het toegestane toerental minstens zo hoog is als het onbelaste toerental van het apparaat.
Afbraam- en doorslijpschijven worden tijdens het werken zeer heet; raak ze niet aan voordat ze zijn afgekoeld.
Reinig de slijpspil en alle te monteren onderdelen. Om slijpgereedschap vast te zetten en los te maken, de slijpspil 6 blokkeren met de spilblokkeerknop 2.
De spilblokkeerknop 2 alleen bedienen bij stilstaande slijpspil!
Afbraam-/doorslijpschijf
Let op de afmetingen van de slijpschijven. De gatdiameter moet zonder speling op de opnameflens 10 passen. Gebruik geen verloopstukken of adapters.
Bij gebruik van een diamantdoorslijpschijf erop letten dat de draairichtingspijl op de diamantdoorslijpschijf en de draairichting van het apparaat (draairichtingspijl op de machinekop) overeenkomen.
Montage zie afbeelding.
Draai de spanmoer 12 erop en trek deze aan met de tweegatsleutel (zie paragraaf "Snelspanmoer").

In de opnameflens 10 is rond de centreerkraag een O-ring (kunststofdeel) aangebracht.
Als de O-ring ontbreekt of beschadigd is, moet deze beslist worden vervangen (bestelnr. 1600 210 039) voordat de opnameflens 10 wordt gemonteerd.

Controleer na montage van het slijpgereedschap vóór gebruik of het slijpgereedschap correct is gemonteerd en vrij kan draaien.
Lamellenschuurschijf (slijpschotel)
Verwijder indien nodig de beschermkap 7 en monteer de handbeschermer 19. Plaats de speciale opnameflens 10 (toebehoren, bestelnr. 2 605 703 028) en de lamellenschuurschijf op de slijpspil 6. Schroef de spanmoer 12 erop en trek deze aan met de tweegatsleutel.
Rubberen schuifteller 21
Verwijder indien nodig de beschermkap 7 en monteer de handbeschermer 19.
Voordat de rubberen schuifteller 21 wordt gemonteerd, plaatst u eerst de 2 afstandsringen 20 op de slijpspil.
Montage zie afbeelding.
Schroef de rondmoer 23 erop en trek deze aan met de tweegatsleutel.
Kopborstel 24/schijfborstel
Verwijder indien nodig de beschermkap 7 en monteer de handbeschermer 19.
Het slijpgereedschap moet zo ver op de slijpspil 6 worden geschroefd dat het stevig tegen de slijpspilflens aan het einde van het slijpspil schroefdraad ligt. Trek aan met een steek- of ringsleutel.
Schleiftopf
Gebruik bij het werken met slijpschijven de speciale beschermkap 16.
De slijpschijf 17 mag altijd maar zo ver uit de beschermkap 16 steken als noodzakelijk is voor de betreffende toepassing.
Stel de beschermkap 16 op deze maat af.
Montage zie afbeelding.
Schroef de spanmoer 12 erop en draai deze vast met de juiste gekromde tweegatsleutel 18.
Snelspanmoer SDS-elec
In plaats van de spanmoer 12 kan de snelspanmoer 13 (accessoire) worden gebruikt. Slijpgereedschap kan dan zonder gereedschap worden gemonteerd.
De snelspanmoer 13 mag alleen worden gebruikt voor slijp- en doorslijpschijven.
Gebruik alleen een onbeschadigde snelspanmoer 13.
Let bij het opschroeven erop dat de bedrukte zijde niet naar de slijpschijf wijst; de pijl moet naar de indexmarkering 30 wijzen.

Vergrendel de slijpspil met de spilvergrendelingsknop 2. Draai de snelspanmoer vast door de slijpschijf krachtig met de klok mee te draaien.

Een correct bevestigde, onbeschadigde snelspanmoer kan met de hand worden losgedraaid door de kartelring tegen de klok in te draaien.
Draai een vastzittende snelspanmoer nooit los met een tang, maar gebruik een tweegatsleutel. Plaats de tweegatsleutel zoals in de afbeelding.
Toegestane slijpgereedschappen
Alle in deze gebruiksaanwijzing genoemde slijpgereedschappen kunnen worden gebruikt.
Het toegestane toerental [min⁻¹] respectievelijk de omtreksnelheid [m/s] van het gebruikte slijpgereedschap moet ten minste overeenkomen met de waarden in de tabel.
Let daarom altijd op het toegestane toerental/de toegestane omtreksnelheid op het etiket van het slijpgereedschap.
| max. [mm] [mm] | -1 [mm/s] | ||||
| D | b | d | |||
| b D | 180 | 8 | 22,2 | 8 500 | 80 |
| 230 | 8 | 22,2 | 6 500 | 80 | |
| D | 180 | - | - | 8 500 | 80 |
| 230 | - | - | 6 500 | 80 | |
| b D | 100 | 30 M | 14 8 50 | 0 45 | |
Inbedrijfstelling
Let op de netspanning: de spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het apparaat. Apparaten die zijn gemarkeerd met 230 V kunnen ook op 220 V worden gebruikt.
In- en uitschakelen
Voor inbedrijfstelling van het apparaat de aan/uit-schakelaar 3 naar voren schuiven en vervolgens indrukken.
Om te vergrendelen de aan/uit-schakelaar 3 ingedrukt houden en verder naar voren schuiven.
Om het apparaat uit te schakelen de aan/uit-schakelaar 3 loslaten of indrukken en loslaten.
Schakeluitvoering zonder vergrendeling (landspecifiek):
Voor inbedrijfstelling van het apparaat de aan/uit-schakelaar 3 naar voren schuiven en vervolgens indrukken.
Om het apparaat uit te schakelen de aan/uit-schakelaar 3 loslaten.

Proefloop!
Controleer slijpgereedschap vóór gebruik. Het slijpgereedschap moet correct zijn gemonteerd en vrij kunnen draaien. Voer een proefloop van ten minste 30 seconden uit zonder belasting. Gebruik geen beschadigd, onrond of trillend slijpgereedschap.

Aanloopstroombegrenzing (type J)
Dank zachte start van het apparaat is een zekering van 16 A voldoende.

Een apparaat zonder aanloopstroombegrenzing heeft een zwaardere zekering nodig (minimaal een trage zekering van 16 A gebruiken).
Werkzaamheden
■Het werkstuk vastklemmen, tenzij het door zijn eigen gewicht veilig ligt. Het apparaat niet zo zwaar belasten dat het tot stilstand komt. ■Afbraam- en doorslijpschijven worden tijdens het werken zeer heet; niet aanraken voordat ze zijn afgekoeld.
Voorbewerken (slijpen)

Met een aanloophoek van 30° tot 40° bereikt men bij het voorbewerken het beste resultaat. Het apparaat met matige druk heen en weer bewegen. Hierdoor wordt het werkstuk niet te heet, verkleurt het niet en ontstaan er geen groeven.

Nooit doorslijpschijven gebruiken voor het voorbewerken.
Lamellenschuurschijf (schuimschotel)
Met de lamellenschuurschijf (accessoire) kunnen ook gebogen oppervlakken en profielen (contourslijpen) worden bewerkt.
Lamellenschuurschijven hebben aanzienlijk langere standtijden dan schuurbladen, minder geluid en lagere slijptemperaturen.
Doorslijpen

Bij het doorslijpen niet drukken, niet kantelen, niet oscilleren. Werk met een matige, aan het te bewerken materiaal aangepaste voeding.
Uitlopende doorslijpschijven niet afremmen door zijwaartse tegendruk.

Belangrijk is de richting waarin men slijpt.
Het apparaat moet altijd in tegengestelde richting werken; rijd daarom niet met het apparaat in de andere richting! Anders bestaat het gevaar dat het ongecontroleerd uit de snede wordt gedrukt.
Trennschleifständer
Met de Trennschleifstandaard 29 (toebehoren) kunnen werkstukken op gelijke lengte worden afgesneden onder een hoek van 0 tot 45°.
De veiligheids- en arbeidsinstructies in de betreffende gebruiksaanwijzing van de Trennschleifstandaard moeten strikt worden opgevolgd. Gebruik uitsluitend originele Bosch Trennschleifstandaarden.

Scheiden van steen
Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor droog snijden/slijpen.


Gebruik bij voorkeur een diamantschijf. Gebruik ter bescherming tegen kantelen de geleidingsslede 26 met speciale afzuigkap.
Gebruik het apparaat alleen met stofafzuiging. Draag daarnaast een stofmasker.

De stofzuiger moet geschikt zijn voor het afzuigen van steenstof.
Bosch biedt geschikte stofzuigers aan. Schakel het apparaat in en plaats het met het voorste deel van de geleidingsslede op het werkstuk.
Duww het apparaat met een krachtige, aan het te bewerken materiaal aangepaste voeding (afbeelding).
Bij het snijden van harde materialen, zoals beton met een hoog kiezelgehalte, kan de diamantschijf oververhit raken en daardoor beschadigd worden. Een vonkenkrans rond de diamantschijf duidt hier duidelijk op.
In dit geval de snijbewerking onderbreken en de diamantschijf korte tijd onbelast laten afkoelen bij toerental zonder belasting.
Een merkbaar afnemende voortgang en een ronddraaiende vonkenkrans zijn tekenen dat de diamantschijf bot is geworden. Door korte sneden in schurend materiaal (bijv. kalkzandsteen) kan deze weer worden geslepen.
Apparaatkop draaien
Trek vóór alle werkzaamheden aan het apparaat de stekker uit het stopcontact.

De apparaatkop kan in stappen van 90° ten opzichte van de behuizing worden gedraaid. Hierdoor kan de aan/uit-schakelaar voor speciale werkzaamheden in een gunstigere bedieningspositie worden gebracht; bijv. voor doorslijpwerkzaamheden met de geleideslede 26/slijpstandaard 29 (toebehoren) of voor linkshandigen.
De vier schroeven volledig uitdraaien.
De apparaatkop voorzichtig en zonder deze van de behuizing te verwijderen in de nieuwe positie draaien.
De schroeven weer indraaien en vastzetten.
Handgreep draaien (GWS 24/26-180/230 (J)BV)
De greep 28 kan ten opzichte van het motorhuis telkens 90° naar links en naar rechts worden gedraaid. Hierdoor kan de aan/uit-schakelaar voor speciale werkzaamheden in een gunstigere bedieningspositie worden gebracht; bijv. voor doorslijpwerkzaamheden met de geleideslede/slijpstandaard (toebehoren) en voor linkshandigen.

De greepontgrendeling 27 krachtig in de richting van de pijl trekken (1) en tegelijkertijd de greep 28 in de gewenste positie draaien (2) totdat deze vastklikt. De afbeelding toont de greep 28 90° gedraaid.
De greepontgrendeling 27 en de aan/uit-schakelaar 3 hebben een veiligheidsvergrendeling.

Het apparaat kan niet worden ingeschakeld zolang de greep 28 niet in een van de drie mogelijke posities is vastgeklikt.
De greep 28 kan niet worden ontgrendeld wanneer de aan/uit-schakelaar 3 is vergrendeld.
Onderhoud en reiniging
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de stekker uit het stopcontact trekken.
Apparaat en ventilatiesleuven altijd schoon houden om goed en veilig te kunnen werken.

Bij extreme gebruiksomstandigheden kan zich bij het bewerken van metalen geleidend stof in het apparaat afzetten. De beschermende isolatie van het apparaat kan worden aangetast. In dergelijke gevallen wordt aanbevolen een stationaire afzuiginstallatie te gebruiken, de ventilatiesleuven regelmatig uit te blazen en een aardlekschakelaar (FI) voor te schakelen.

Bij extreme gebruiksomstandigheden kan zich bij het bewerken van metalen geleidend stof in het inwendige van het apparaat afzetten. De beschermende isolatie van het apparaat kan worden aangetast. In dergelijke gevallen wordt aanbevolen een stationaire afzuiginstallatie te gebruiken, de ventilatiesleuven regelmatig uit te blazen en een aardlekschakelaar (FI) voor te schakelen.
Als de schokdempende elementen aan de trillingsdemper 4 beschadigd zijn, bijvoorbeeld gescheurd, moet het apparaat voor onderhoud naar de klantenservice worden gestuurd (adres zie paragraaf "Service en klantadviseurs").
Mocht het apparaat ondanks zorgvuldige fabricage- en testprocedures toch uitvallen, dan moet de reparatie worden uitgevoerd door een geautoriseerde klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen.
Vermeld bij alle vragen en bestellingen van reserveonderdelen altijd het 10-cijferige bestelnummer volgens het typeplaatje van het apparaat.
Milieubescherming Service en klantadviseurs

Grondstoffenterugwinning in plaats van afvalverwijdering
Apparaat, accessoires en verpakking moeten worden aangeboden voor milieuvriendelijke hergebruik.
Deze handleiding is gemaakt van chloorvrij gerecycled papier.
Voor gescheiden recycling zijn kunststofonderdelen gemarkeerd.
In Duitsland moeten niet meer bruikbare apparaten voor recycling bij de handelaar worden ingeleverd of (voldoende gefrankeerd) rechtstreeks worden opgestuurd naar:
Recyclingcentrum Elektrowerkzeuge
Osteroder Landstraße 3
37589 Kalefeld
Explosietekeningen en informatie over reserveonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com
www.powertool-portal.de, het internetportaal voor vakmensen en doe-het-zelvers
www.ewbc.de, de informatiepool voor vakmanschap en opleiding
Duitsland
Robert Bosch GmbH
Servicecentrum Elektrowerkzeuge
Zur Luhne 2
37589 Kalefeld
Service: 0180-3355499
Fax: +49 (0) 55 53 / 20 22 37
Klantenadviseur: 01 80 - 3 33 57 99
Oostenrijk
ABE Service GmbH
Jochen-Rindt-Straße 1
1232 Wien
Service: +43 (0)1 / 61 03 80
Fax: +43 (0)1 / 61 03 84 91
Klantenadviseur: +43 (0)1 / 797 22 3066
E-Mail: abe@abe-service.co.at
Zwitserland
Service: +41 (0)1 / 8 47 16 16
Fax: +41 (0)1 / 8 47 16 57
Klantenadviseur 0800551155
CE-conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat deze producten voldoen aan de volgende normen of normatieve documenten: EN 50 144 volgens de bepalingen van de richtlijnen 89/336/EEG, 98/37/EG.
Dr. Egbert Schneider Dr. Eckerhard Strötgen
Senior Vice President Hoofd Product
Engineering Certificering
ppa.
Robert Bosch GmbH, divisie Elektrisch Gereedschap
Wijzigingen voorbehouden
| Tool Specifications | ||||
| Angle Grinding GWS 21-180 HV | PROFESSIONAL | GWS 21-230 HV | GWS 24-180 BV | |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | |||
| Order number 0 601 851 B.. 0 601 852 B.. 0 601 853 B.. | ||||
| With residual current-limit control GWS | 21-180 JHV | GWS 21-230 JHV | GWS 24-180 JBV | |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Order number 0 601 851 G.. 0 601 852 G.. 0 601 853 G.. | ||||
| Rated input power* [W] 2 100 2 100 2 400 | ||||
| Output power [W] 1 350 1 350 1 700 | ||||
| No-load speed [rpm] 8 500 6 500 8 500 | ||||
| Grinding disc dia., max. [mm] 180 | 230 | 180 | ||
| Grinder spindle thread | M 14 | M 14 | M 14 | |
| Weight without cable, approx. [kg] | 4.4 | 4.4 | 5.2 | |
| Protection class | ☐ / II | ☐ / II | ☐ / II | |
| Angle Grinding GWS 24-230 BV | PROFESSIONAL | GWS 26-180 BV | GWS 26-230 BV | |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | |||
| Order number 0 601 854 B.. 0 601 855 B.. 0 601 856 B.. | ||||
| With residual current-limit control GWS | 24-230 JBV | GWS 26-180 JBV | GWS 26-230 JBV | |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Order number 0 601 854 G.. 0 601 855 G.. 0 601 856 G.. | ||||
| Rated input power* [W] 2 400 2 600 2 600 | ||||
| Output power [W] 1 700 1 800 1 800 | ||||
| No-load speed [rpm] 6 500 8 500 6 500 | ||||
| Grinding disc dia., max. [mm] 230 | 180 | 230 | ||
| Grinder spindle thread | M 14 | M 14 | M 14 | |
| Weight without cable, approx. [kg] | 5.2 | 5.2 | 5.2 | |
| Protection class | ☐ / II | ☐ / II | ☐ / II | |
Let op het bestelnummer van uw machine. De handelsnamen van de afzonderlijke machines kunnen variëren. Inschakelstromen veroorzaken kortstondige spanningsdalingen. Bij ongunstige voedingsomstandigheden kunnen andere apparaten worden beïnvloed. Als de netimpedantie van de voeding lager is dan 0,25 Ohm, zijn storingen onwaarschijnlijk. * De opgegeven waarden gelden voor nominale spanningen [U] van 230/240 V. Voor lagere spanningen en modellen voor specifieke landen kunnen deze waarden variëren.
Beoogd gebruik
De machine is bedoeld voor het snijden, ruw bewerken en borstelen van metaal en steen zonder water. Voor het snijden van steen is een snijgeleider vereist.
Informatie over constructies
Sleuven in dragende muren zijn onderworpen aan de norm DIN 1053, deel 1 of aan landspecifieke voorschriften.
Deze voorschriften moeten te allen tijde worden nageleefd. Raadpleeg vóór aanvang van de werkzaamheden de verantwoordelijke constructeur, architect of de bouwleiding.
Geluid-/trillingsinformatie
Meetwaarden bepaald volgens EN 50 144.
De A-gewogen geluidsniveaus van de machine zijn typisch: geluidsdrukniveau: 90 dB (A); geluidsvermogensniveau: 103 dB (A).
Draag gehoorbescherming!
De typische hand-armtrilling is lager dan 2,5m / s2 (1,7m / s2)
Machine-onderdelen
De nummering van de apparaatonderdelen verwijst naar de afbeelding van de machine op de grafische pagina.
Vouw tijdens het lezen van de gebruiksaanwijzing de grafische pagina voor het apparaat uit en laat deze open.
1 Schroefdraad voor hulphendel (3x) 2 Spindelvergrendelknop 3 Aan/uit-schakelaar 4 Trillingsdemper 5 Hulphendel 6 Slijpspindel 7 Beschermkap 8 Stelschroef 9 Klemhendel
10 Montageflens met O-ring 11 Slijp-/snijschijf* 12 Klemmoer 13 qisk- klemmoer*
14 Klembout 15 Gecodeerd uitsteeksel 16 Beschermkap, slijpschaal 17 Slijpschaal 18 Tweepensleutel voor klemmoer 19 Handbescherming 20 Afstandsringen 21 Rubberen schuurplaat 22 Schuurblad 23 Rondmoer 24 Komborstel 25 Diamantsnijschijf 26 Snijgeleider met stofafzuigbeschermkap 27 Ontgrendelknop handgreep 28 Handgreep 29 Snijslijpstandaard
- Niet alle afgebeelde of beschreven accessoires worden standaard meegeleverd.

Voor uw veiligheid
Veilig werken met deze machine is alleen mogelijk wanneer de gebruiks- en veiligheidsinformatie volledig worden gelezen en de daarin vervatte instructies strikt worden opgevolgd. Bovendien moeten de algemene veiligheidsvoorschriften in het bijgevoegde boekje in acht worden genomen. Vraag vóór het eerste gebruik om een praktische demonstratie.
■Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. ■Draag extra beschermingsmiddelen voor uw veiligheid, zoals beschermende handschoenen, stevige schoenen, veiligheidshelm en schort. Het stof dat tijdens het werk ontstaat, kan schadelijk zijn voor de gezondheid, brandbaar of explosief. Neem passende veiligheidsmaatregelen. Voorbeelden: sommige stoffen worden als kankerverwekkend beschouwd. Gebruik geschikte stof-/spanafzuiging en draag een stofmasker. Stof van lichte metalen kan branden of exploderen. Houd de werkplek altijd schoon, omdat mengsels van materialen bijzonder gevaarlijk zijn.
Als het netsnoer tijdens het werk beschadigd of doorgesneden raakt, raak het snoer dan niet aan, maar trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Gebruik de machine nooit met een beschadigd snoer. Sluit machines die buitenshuis worden gebruikt aan via een aardlekschakelaar (RCD) met een maximale uitschakelstroom van 30 mA. Gebruik de machine niet in regen of vocht. ■Houd de machine tijdens het werk altijd stevig met beide handen vast en zorg voor een stabiele stand. ■Zet het werkstuk vast. Een werkstuk dat met spaninrichtingen of in een bankschroef is vastgezet, wordt veiliger gehouden dan met de hand. Richt het snoer altijd naar achteren, weg van de machine. Schakel de machine altijd uit en wacht tot deze volledig tot stilstand is gekomen voordat u hem neerlegt. Bij stroomuitval of wanneer de stekker wordt losgetrokken, moet u de aan/uit-schakelaar onmiddellijk ontgrendelen en in de uit-stand zetten. Dit voorkomt ongecontroleerd opnieuw starten. De machine mag alleen worden gebruikt voor droog snijden/slijpen.
■Bij alle werkzaamheden met de machine moet de hulphendel zijn gemonteerd. ■Houd het elektrische gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepoppervlakken wanneer u een handeling uitvoert waarbij het snijgereedschap verborgen bedrading of het eigen snoer kan raken.
Contact met een "live" draad maakt de blootliggende metalen delen van het gereedschap "live" en kan de gebruiker een elektrische schok geven.
Contact met een "onder spanning staande" draad zal ervoor zorgen dat onbeschermde metalen delen van het gereedschap "onder spanning" komen te staan en de gebruiker een elektrische schok kan geven.
■Gebruik geschikte detectoren om te bepalen of er leidingen in het werkgebied verborgen zijn, of neem contact op met het plaatselijke nutsbedrijf voor assistentie. Contact met elektriciteitsleidingen kan leiden tot brand en elektrische schokken. Het beschadigen van een gasleiding kan leiden tot explosie. Het doorboren van een waterleiding veroorzaakt materiële schade of kan een elektrische schok veroorzaken. Voor werk met slijp- of doorslijpschijven moet de beschermkap 7 worden gemonteerd. Voor werk met de rubberen schuurplaat 21 of met de komborstel 24/schijfborstel/lamellenschijf moet de handbeschermer 19 (accessoire) worden gemonteerd. ■Gebruik stofafzuiging bij het bewerken van steen. De stofzuiger moet goedgekeurd zijn voor metselstof. Gebruik bij het doorslijpen van steen de snijgeleider. ■Bewerk geen materialen die asbest bevatten. ■Gebruik alleen slijpgereedschappen met een toegestaan toerental dat ten minste zo hoog is als het onbelaste toerental van de machine. ■Controleer slijpgereedschappen vóór gebruik. Het slijpgereedschap moet correct zijn gemonteerd en vrij kunnen draaien. Voer een proefloop uit van ten minste 30 seconden zonder belasting. Gebruik geen beschadigde, niet-ronde of trillende slijpgereedschappen. ■Bescherm het slijpgereedschap tegen stoten, schokken en vet. ■Breng de machine pas op het werkstuk aan wanneer deze is ingeschakeld. ■Houd handen weg van draaiende slijpgereedschappen. Let op de draairichting. Houd de machine altijd zo dat vonken en slijpstof van het lichaam af vliegen. ■Bij het slijpen van metaal ontstaan vliegende vonken. Zorg ervoor dat geen personen in gevaar komen. Vanwege brandgevaar mogen er geen brandbare materialen in de buurt (vonkenzone) aanwezig zijn.
■Wees voorzichtig bij het snijden van sleuven, bijvoorbeeld in dragende muren: zie Informatie over constructies. ■Het blokkeren van de doorslijpschijf leidt tot schokkerige reactiekrachten op de machine. Schakel in dat geval de machine onmiddellijk uit. Let op de afmetingen van de slijpschijf. De diameter van het montagegat moet zonder speling passen op de opnameflens 10. Gebruik geen verloopringen of adapters. ■Gebruik doorslijpschijven nooit voor voorbewerking (ruw slijpen). Oefen geen zijdelingse druk uit op de doorslijpschijven. - Neem de instructies van de fabrikant in acht voor het monteren en gebruiken van slijpgereedschappen. Let op! Het slijpgereedschap loopt na nadat de machine is uitgeschakeld. ■Klem de machine niet in een bankschroef. ■Laat kinderen nooit de machine gebruiken. ■Bosch kan alleen een perfecte werking van de machine garanderen als de originele accessoires worden gebruikt die ervoor bestemd zijn.

Montage van de beschermingsinrichtingen
■Trek vóór werkzaamheden aan de machine zelf de stekker uit het stopcontact. ■Voor werk met slijp- of doorslijpschijven moet de beschermkap 7 worden gemonteerd.
Beschermkap met borgschroef
Het gecodeerde uitsteeksel 15 op de beschermkap 7 zorgt ervoor dat alleen een kap kan worden gemonteerd die bij het machinetype past.
Draai de klemschroef 14 los, indien nodig.
Plaats de beschermkap 7 met het gecodeerde uitsteeksel 15 in de gecodeerde groef op de spindelkraag van de machinekop en draai deze naar de gewenste positie (werkpositie).
De gesloten zijde van de beschermkap 7 moet altijd naar de operator wijzen.
Draai de klembout 14 vast.
Beschermkap met snelsluiting

De beschermkap is vooraf ingesteld op de diameter van de spindelkraag. Indien nodig kan de spanning van de klembeugel worden gewijzigd door de stelschroef 8 aan te draaien of los te draaien. Zorg er altijd voor dat de beschermkap 7 stevig op de spindelkraag zit.
Open de klemhendel 9.
Plaats de beschermkap 7 op de spindelkraag van de machinekop en draai deze naar de gewenste stand (werkstand).
Sluit de klemhendel 9 om de beschermkap 7 vast te zetten.
De gesloten zijde van de beschermkap 7 moet altijd naar de operator wijzen.
Extra handvat
■Voor alle werkzaamheden met de machine moet het extra handvat worden gemonteerd.
Schroef het extra handvat 5 in de kop van de machine, afhankelijk van de werkmethode.
Trillingsdemping

De geïntegreerde trillingsdemper 4 en het trillingsdempende extra handvat verminderen optredende trillingen tot onder 2.5m / s2 volgens EN 50 144, en maken trillingsarm en daardoor aangenamer en veiliger werken mogelijk.

Breng geen wijzigingen aan in de trillingsdemper 4 en het extra handvat. Gebruik geen beschadigde onderdelen.
Handbescherming
Voor werkzaamheden met de rubberen schuimplaat 21 of met de cupborstel 24/schijfborstel/lamellenschijf moet de handbescherming 19 (accessoire) worden gemonteerd. De handbescherming 19 wordt bevestigd met het extra handvat 5.
Montage van de slijpgereedschappen
■Trek vóór werkzaamheden aan de machine zelf de netstekker uit het stopcontact.

Gebruik uitsluitend slijpgereedschappen waarvan het toegestane toerental minstens zo hoog is als het onbelaste toerental van de machine.
Slijp- en doorslijpschijven worden tijdens het werken zeer heet; raak ze pas aan als ze zijn afgekoeld.
Reinig de slijpspil en alle te monteren onderdelen. Vergrendel de slijpspil 6 met de spilvergrendelingsknop 2 om slijpgereedschappen vast te zetten of los te maken.
Bedien de spilvergrendelingsknop 2 alleen als de slijpspil stilstaat!
Slijp-/doorslijpschijf
Let op de afmetingen van de slijpschijf. De diameter van het montagegat moet zonder speling passen op de opnameflens 10. Gebruik geen verloopringen of adapters.
Let bij gebruik van een diamantdoorslijpschijf op dat de draairichtingspijl op de diamantdoorslijpschijf overeenkomt met de draairichting van de machine (draairichtingspijl op de machinekop).
Zie voor de montage de afbeelding op de pagina.
Schroef de spanmoer 12 erop en draai deze vast met de tweepensleutel (zie sectie "Snelspanmoer").

In de opnameflens 10 is rond de tap een O-ring (kunststof onderdeel) aangebracht.
Als de O-ring ontbreekt of beschadigd is, moet deze in ieder geval worden vervangen (bestelnr. 1600210039) voordat de opnameflens 10 wordt gemonteerd.

Controleer na het monteren van het slijpgereedschap en vóór het inschakelen of het slijpgereedschap correct is gemonteerd en vrij kan draaien.
Lamellenschijf
Afhankelijk van de toepassing de beschermkap 7 verwijderen en de handbescherming 19 monteren. Plaats de speciale opzetflens 10 (accessoire, bestelnr. 2 605 703 028) en de lamellenschijf op de slijpspil 6. Schroef de klemmoer 12 erop en draai deze vast met de tweepensleutel.
Rubberen schuurschijf 21
Afhankelijk van de toepassing de beschermkap 7 verwijderen en de handbescherming 19 monteren.
Plaats vóór het monteren van de rubberen schuurschijf 21 de 2 afstandsringen 20 op de slijpspil.
Voor de montage zie de afbeelding op de pagina.
Schroef de rondmoer 23 erop en draai deze vast met de tweepensleutel.
Komborstel 24 / schotelborstel
Afhankelijk van de toepassing de beschermkap 7 verwijderen en de handbescherming 19 monteren.
Het slijpgereedschap moet op de slijpspil 6 kunnen worden geschroefd totdat het stevig tegen de flens van de slijpspil aanligt aan het einde van het schroefdraad van de slijpspil. Vastzetten met een steeksleutel.
Slijpschotel

Bij het werken met slijpschotels de speciale beschermkap 16 gebruiken.
De slijpschotel 17 mag slechts zo ver uit de beschermkap 16 steken als absoluut noodzakelijk is voor het uit te voeren werk.
Stel de beschermkap 16 op deze afstand af.
Voor de montage zie de afbeelding op de pagina.
Schroef de klemmoer 12 erop en draai deze vast met de passende offset tweepensleutel 18.
Snelspanmoer SDS-e/ie
In plaats van de spanmoer 12 kan de snelspanmoer 13 (toebehoren) worden gebruikt. Slijpgereedschap kan dan zonder gereedschap worden gemonteerd.
De snelspanmoer 13 mag alleen worden gebruikt voor slijp- en doorslijpschijven.
Gebruik alleen een onberispelijke, onbeschadigde snelspanmoer 13.
Let bij het vastschroeven op dat de zijde met opdruk niet naar de slijpschijf wijst. De pijl moet naar de markering 30 wijzen.

Vergrendel de slijpspindel met de spindelvergrendelknop 2. Draai de snelspanmoer vast door de slijpschijf krachtig met de klok mee te draaien.

Een goed vastgedraaide, onbeschadigde snelspanmoer kan met de hand worden losgemaakt door de kartelring tegen de klok in te draaien.
Draai een vastzittende snelspanmoer nooit los met een tang, maar gebruik een tweepensleutel. Plaats de tweepensleutel zoals in de afbeelding.
Toegestane slijpgereedschappen
Alle in deze gebruiksaanwijzing genoemde slijpgereedschappen kunnen worden gebruikt.
Het toegestane toerental [tpm] of de omtreksnelheid [m/s] van het gebruikte slijpgereedschap moet ten minste overeenkomen met de waarden in de tabel.
Let daarom altijd op het toegestane toerental/de toegestane omtreksnelheid op het etiket van het slijpgereedschap.
| max. [mm] [mm] | d [rpm] [m/s] | ||||
| D | b | ||||
| b d D | 180 | 8 | 22.2 | 8 500 | 80 |
| 230 | 8 | 22.2 | 6 500 | 80 | |
| D | 180 | - | - | 8 500 | 80 |
| 230 | - | - | 6 500 | 80 | |
| b d D | 100 | 30 M | 14 8 500 | 45 | |
Ingebruikname
Let op de juiste netspanning: De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de spanning op het typeplaatje van het apparaat. Apparaten met het label 230 V kunnen ook op 220 V worden aangesloten.
In- en uitschakelen
Om de machine te starten, drukt u de aan/uit-schakelaar 3 naar voren en vervolgens naar beneden.
Om te vergrendelen, duwt u de ingedrukte aan/uit-schakelaar 3 verder naar voren.
Om de machine uit te schakelen, laat u de aan/uit-schakelaar 3 los of drukt u deze in en laat u hem vervolgens los.
Schakelaarversie zonder vergrendeling (landspecifiek):
Om de machine te starten, drukt u de aan/uit-schakelaar 3 naar voren en vervolgens naar beneden.
Om de machine uit te schakelen, laat u de aan/uit-schakelaar 3 los.

Proefloop!
Controleer het slijpgereedschap vóór gebruik. Het slijpgereedschap moet correct zijn gemonteerd en vrij kunnen draaien. Voer een proefloop van minimaal 30 seconden uit zonder belasting. Gebruik geen beschadigde, niet-ronde of trillende slijpgereedschappen.

Verlaagde startstroom (type J)
Door de zachte start is een zekering van 13 A voldoende.

Een machine zonder verlaagde startstroom vereist een hogere zekering (gebruik minimaal een trage zekering van 13 A).
Gebruiksaanwijzing
■Klem het werkstuk vast als het niet stil blijft liggen door zijn eigen gewicht. ■Belast de machine niet zo zwaar dat deze tot stilstand komt. Slijp- en doorslijpschijven worden tijdens het werk zeer heet; raak ze pas aan als ze zijn afgekoeld.
Voorbewerking (ruw slijpen)

De beste resultaten bij het ruw slijpen worden bereikt door de machine onder een hoek van 30° tot 40° te zetten. Beweeg de machine heen en weer met matige druk. Op deze manier wordt het werkstuk niet te heet, verkleurt het niet en ontstaan er geen groeven.

Gebruik nooit een snijschijf voor ruwslijpen.
Lamellenschijf
Met de lamellenschijf (toebehoren) kunnen gebogen oppervlakken en profielen (contourslijpen) worden bewerkt.
Lamellenschijven hebben een aanzienlijk langere levensduur dan schuurvellen, een lager geluidsniveau en lagere slijptemperaturen.
Snijden

Bij het snijden niet drukken, klemmen of slingeren met de machine. Werk met een gematigde voeding, aangepast aan het te bewerken materiaal.
Verminder het toerental van aflopende snijschijven niet door zijwaartse druk uit te oefenen.

De richting waarin het snijden wordt uitgevoerd is belangrijk.
De machine moet altijd in een opwaartse slijpbeweging werken. Beweeg de machine daarom nooit in de andere richting! Anders bestaat het gevaar dat deze ongecontroleerd uit de snede wordt geduwd.
Slijpstandaard
Met de slijpstandaard 29 (toebehoren) kunnen werkstukken onder hoeken van 0 tot 45° op dezelfde lengtes worden gesneden.
De veiligheidsvoorschriften en bedieningsinstructies in de respectievelijke gebruiksaanwijzing van de haakse slijper moeten strikt worden nageleefd. Gebruik alleen originele Bosch slijpstandaarden.

Snijden van steen
De machine mag alleen worden gebruikt voor droog snijden/slijpen.


Het is het beste om een diamantsnijschijf te gebruiken. Gebruik als veiligheidsmaatregel tegen vastlopen de snijgeleider 26 met de speciale stofafzuigende beschermkap.
Gebruik de machine alleen met stofafzuiging. Draag daarnaast een stofmasker.

De stofzuiger moet goedgekeurd zijn voor het afzuigen van metselstof.
Bosch levert geschikte stofzuigers.
Schakel de machine in en plaats het voorste deel van de snijgeleider op het werkstuk.
Schuif de machine met een gematigde voeding, aangepast aan het te bewerken materiaal (figuur).
Bij het zagen van bijzonder hard materiaal, b.v. beton met een hoog grindgehalte, kan de diamantschijf oververhit raken en daardoor beschadigd worden. Dit is duidelijk te zien aan cirkelvormige vonken die met de diamantschijf meedraaien.
Onderbreek in dat geval het zaagproces en laat de diamantschijf afkoelen door deze kort vrij te laten draaien op onbelaste snelheid.
Een merkbaar afnemende voortgang en cirkelvormige vonken zijn aanwijzingen dat de diamantschijf bot is geworden. Door kort in schurend materiaal (b.v. kalkzandsteen) te zagen, kan de schijf weer scherp worden.
Machinekop draaien
Trek vóór werkzaamheden aan de machine zelf de stekker uit het stopcontact.

De machinekop kan in stappen van 90° ten opzichte van de machinebehuizing worden gedraaid. Op deze manier kan de aan/uit-schakelaar in een gunstige bedieningspositie worden gebracht voor speciale werksituaties, b.v. bij zaagwerk
met de snijgeleider 26/snijslijperstandaard 29 (toebehoren) of voor linkshandigen.
Draai de vier schroeven volledig los.
Draai de machinekop voorzichtig en zonder deze uit de behuizing te verwijderen naar de nieuwe positie.
Draai de schroeven weer vast en draai ze aan.
De machinehendel draaien (GWS 24/26-180/230 (J)BV)

De hendel 28 kan ten opzichte van het motorhuis 90° naar links of naar rechts worden gedraaid. Hierdoor kan de aan/uit-schakelaar voor bepaalde werksituaties gunstiger worden geplaatst, bijvoorbeeld bij zaagwerkzaamheden met de zaaggeleider/slijpstandaard (toebehoren) en voor linkshandigen.
Trek de ontgrendelknop van de hendel 27 stevig in de richting van de pijl (1) en draai de hendel 28 tegelijkertijd naar de gewenste stand (2) totdat deze vastklikt. De afbeelding toont de hendel 28 die 90° is gedraaid.

De ontgrendelknop van de hendel 27 en de aan/uit-schakelaar 3 zijn voorzien van een veiligheidsvergrendeling.
De machine kan niet worden ingeschakeld als de hendel 28 niet in een van de drie mogelijke standen is vergrendeld.
De hendel 28 kan niet worden ontgrendeld als de aan/uit-schakelaar 3 is vergrendeld.
Onderhoud en reiniging
Trek vóór werkzaamheden aan de machine zelf de stekker uit het stopcontact.

Houd de machine en de ventilatiesleuven altijd schoon voor een veilige en correcte werking.

Bij extreme werkomstandigheden kan bij het bewerken van metaal geleidend stof in het inwendige van de machine terechtkomen. De beschermende isolatie van de machine kan hierdoor worden aangetast. In dergelijke gevallen wordt het gebruik van een stationaire afzuiging aanbevolen, evenals het regelmatig uitblazen van de ventilatiesleuven en het installeren van een aardlekschakelaar (RCD).
Als de trillingsdempende elementen van de trillingsdemper 4 beschadigd zijn, bijvoorbeeld ingescheurd, moet de machine voor onderhoud naar een klantenserviceagent worden gestuurd (voor het adres, zie het hoofdstuk "Service en klantenadvies").
Als de machine ondanks zorgvuldige fabricage- en testprocedures toch uitvalt, moet de reparatie worden uitgevoerd door een klantenservicecentrum voor Bosch elektrische gereedschappen.
Vermeld bij alle correspondentie en reserveonderdelenbestellingen altijd het 10-cijferige bestelnummer dat op het typeplaatje van de machine staat.
WAARSCHUWING! Belangrijke instructies voor het aansluiten van een nieuwe 3-polige stekker op de 2-aderige kabel.
De draden in de kabel zijn gekleurd volgens de volgende code:

Sluit de blauwe of bruine draad niet aan op de aardklem van de stekker.
Belangrijk: Als de gegoten stekker om welke reden dan ook van het snoer van dit apparaat wordt verwijderd, moet deze op een veilige manier worden afgevoerd.
Milieubescherming

Recycle grondstoffen in plaats van ze als afval af te voeren
Het apparaat, de accessoires en de verpakking moeten worden gesorteerd voor milieuvriendelijke recycling.
Deze instructies zijn gedrukt op gerecycled papier dat zonder chloor is vervaardigd.
De kunststof onderdelen zijn gemarkeerd voor gescheiden recycling.
Service en klantenondersteuning
Exploded views en informatie over reserveonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com
Groot-Brittannië
Robert Bosch Ltd. (B.S.C.)
Postbus 98
Broadwater Park
North Orbital Road
Denham-Uxbridge
Middlesex UB 95HJ
Service +44 (0) 1895/838782
Advice line +44 (0) 1895/838791
Fax. +44 (0) 18 95 / 83 87 89
Ierland
Beaver Distribution Ltd.
Greenhills Road
Tallaght-Dublin 24
Service. +353 (0)1 / 414 9400
Fax +353 (0)1 / 459 8030
Australië
Robert Bosch Australia Ltd.
RBAU/SPT2
1555 Centre Road
P.O. Box 66 Clayton
3168 Clayton/Victoria
Tel. +61 (0)1/800 804 777
Fax. +61 (0)1/800 819 520
www.bosch.com.au
E-mail: CustomerSupportSPT@au.bosch.com
Nieuw-Zeeland
Robert Bosch Limited
14-16 Constellation Drive
Mairangi Bay
Auckland
Nieuw-Zeeland
Tel. +64 (0)9 / 47 86 158
Fax. +64 (0)9 / 47 82 914
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de volgende normen of normalisatiedocumenten: EN 50 144 volgens de bepalingen van de richtlijnen 89/336/EEG, 98/37/EG.
Dr. Egbert Schneider Dr. Eckerhard Strötgen
Senior Vice President Head of Product
Engineering Certification
ppa. Maee i.v. Nooey
Robert Bosch GmbH, Geschäftsbereich Elektrowerkzeuge
Subject to change without notice
| Caracteristique techniques | |||
| Meuleuse angulaire GWS 21-180 HV | PROFESSIONAL | GWS 21-230 HV | GWS 24-180 BV |
| Référence 0 601 851 B.. 0 601 852 B.. 0 601 853 B.. | PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | |
| Avec limitation du courant de démarrage | GWS 21-180 JHV | GWS 21-230 JHV | GWS 24-180 JBV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | |
| Référence 0 601 851 G.. 0 601 852 G.. 0 601 853 G.. | |||
| Puisance absorbée nominale* [W] 2 100 2 100 2 400 | |||
| Puisance débitée [W] 1 350 1 350 1 700 | |||
| Régime à vide [tr/min] 8 500 6 500 8 500 | |||
| Diamètre des meules, max. [mm] 180 230 180 | |||
| Filet de la broche M 14 M 14 | |||
| Poids sans cable de secteur, env. [kg] | 4,4 | 4,4 | 5,2 |
| Classe de protection | / II | / II | / II |
| Meuleuse angulaire GWS 24-230 BV | PROFESSIONAL | GWS 26-180 BV | GWS 26-230 BV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | ||
| Référence 0 601 854 B.. 0 601 855 B.. 0 601 856 B.. | |||
| Avec limitation du courant de démarrage | GWS 24-230 JBV | GWS 26-180 JBV | GWS 26-230 JBV |
| PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | PROFESSIONAL | |
| Référence 0 601 854 G.. 0 601 855 G.. 0 601 856 G.. | |||
| Puisance absorbée nominale* [W] 2 400 2 600 2 600 | |||
| Puisance débitée [W] 1 700 1 800 1 800 | |||
| Régime à vide [tr/min] 6 500 8 500 6 500 | |||
| Diamètre des meules, max. [mm] 230 180 230 | |||
| Filet de la broche M 14 M 14 | |||
| Poids sans cable de secteur, env. [kg] | 5,2 | 5,2 | 5,2 |
| Classe de protection | / II | / II | / II |
| Faire attention au numéro de référence de la apparéil. Les désignations commerciales des différentes apparéils peuvent varier. | |||
| Les processus de mise en fonctionnement provoquent des baisses momentanés de tension. En cas de conditions défavorables de secteur, il peut y avoir des répercutions sur d'autres apparéils. Pour des impédances du secteur inférieures à 0,25 ohms, il est assez improbable que des perturbations se produit. | |||
| * Ces indications sont valables pour des tensions nominales de [U] 230/240 V. Elles peuvent varier pour des tensions plus basses ainsi que pour des versions spécifique à certains pays. | |||
Gebruiksbeperkingen voor het beoogde gebruik van het apparaat
Het apparaat is ontworpen voor het doorslijpen, slijpen en borstelen van metaal en steen zonder gebruik van water. Voor het doorslijpen van steen is het gebruik van een geleidewagen verplicht.
Informatie over constructienormen
Sleuven in dragende muren zijn onderworpen aan DIN 1053 deel 1 of aan landspecifieke richtlijnen.
Deze richtlijnen moeten strikt worden nageleefd. Raadpleeg vóór aanvang van de werkzaamheden de bevoegde architect of de verantwoordelijke bouwleiding.
Geluid en trillingen
Meetwaarden verkregen volgens de Europese norm EN 50144.
De werkelijke meetwaarden (A) van de geluidsniveaus van de machine zijn: geluidsintensiteit 90 dB (A). Geluidsniveau 103 dB (A).
Draag gehoorbescherming!
De trilling van de onderarm ligt onder 2,5m / s2 (1,7 m/s²).
Onderdelen van het apparaat
De nummering van de onderdelen van het apparaat verwijst naar de figuren die het apparaat weergeven op de pagina met afbeeldingen.
Vouw het flapje open waarop het gereedschap grafisch is weergegeven. Laat het flapje open tijdens het lezen van deze gebruiksaanwijzing.
1 Schroefdraad voor extra handgreep (3x) 2 Spindelblokkeerknop 3 Aan/uit-schakelaar 4 Trillingsdempingssysteem 5 Extra handgreep 6 Opname-as 7 Beschermkap 8 Stelschroef 9 Klemhendel 10 Bevestigingsflens met veerring 11 Slijp-/doorslijpschijf 12 Spanmoer 13 Snelspanmoer SDS-clic
14 Spanbout 15 Codeerneus 16 Beschermkap voor kommetje 17 Kommetje 18 Penneugsleutel voor spanmoer 19 Handbeschermer 20 Afstandsringen 21 Rubberen schuurplaat 22 Schuurblad 23 Spanmoer 24 Komstaalborstel 25 Diamantdoorslijpschijf 26 Geleidewagen met beschermkap en spaanderafzuiging (niet in Frankrijk verkrijgbaar) 27 Ontgrendeling van de handgreep 28 Handgreep 29 Doorslijpsteun
- De getoonde of beschreven accessoires worden niet noodzakelijkerwijs meegeleverd met het apparaat.

Voor uw veiligheid
Om veilig met dit apparaat te werken, moet u eerst de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsvoorschriften volledig lezen. Volg de aanwijzingen en instructies daarin nauwkeurig op. Volg ook de algemene veiligheidsvoorschriften in het bijgevoegde boekje. Laat u vóór het eerste gebruik door iemand die het apparaat goed kent, uitleggen hoe u het moet gebruiken.
Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag om veiligheidsredenen ook andere beschermende uitrusting zoals handschoenen, stevige schoenen, helm en schort.
- Het stof dat tijdens het werk ontstaat, kan schadelijk voor de gezondheid zijn, brandbaar of explosief. Er zijn passende beschermingsmaatregelen nodig. Bijvoorbeeld: sommige stofsoorten worden als kankerverwekkend beschouwd. Werk met een geschikte stofafzuiging en draag een stofmasker.
- Het stof dat tijdens het werk ontstaat, kan schadelijk voor de gezondheid zijn, brandbaar of explosief. Er zijn passende beschermingsmaatregelen nodig. Bijvoorbeeld: sommige stofsoorten worden als kankerverwekkend beschouwd. Werk met een geschikte stofafzuiging en draag een stofmasker.
- Lichte metaalstof kan explosief of ontvlambaar zijn. Houd de werkplek altijd schoon, omdat mengsels van materialen bijzonder gevaarlijk zijn. Als de netkabel tijdens het werk beschadigd raakt of breekt, raak deze dan niet aan. Trek onmiddellijk de stekker van de netkabel uit het stopcontact. Gebruik nooit een apparaat waarvan de netkabel beschadigd is.
- Sluit apparaten die buiten worden gebruikt aan op een aardlekschakelaar met een maximale uitschakelstroom van 30 mA. Gebruik het apparaat niet bij regen of in een vochtige omgeving. ■ Houd het apparaat tijdens het werk altijd stevig met beide handen vast. Neem een stabiele en veilige houding aan. ■ Zet het werkstuk vast. Een werkstuk dat met spaninrichtingen of in een bankschroef is vastgezet, zit steviger dan wanneer het alleen met de hand wordt vastgehouden. Voer de kabels altijd naar de achterkant van het apparaat.
Voordat u het apparaat neerlegt, moet u het altijd UITschakelen en wachten tot het apparaat volledig tot stilstand is gekomen. Bij een stroomstoring of wanneer de stekker uit het stopcontact is gehaald, moet u onmiddellijk de aan/uit-schakelaar ontgrendelen en in de stand 'Uit' zetten om een ongecontroleerde herstart van het apparaat te voorkomen. Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor droog snijden/droog schuren. Voor alle werkzaamheden met het apparaat is het gebruik van de extra handgreep verplicht. Houd het elektrische gereedschap alleen vast bij de geïsoleerde handgrepen wanneer er kans is dat het elektrische gereedschap een verborgen leiding of de eigen netkabel raakt.
Contact met een spanningvoerende leiding kan de metalen delen van het apparaat onder spanning zetten en zo een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik geschikte detectoren om verborgen leidingen op te sporen of raadpleeg de plaatselijke nutsbedrijven. Contact met elektriciteitsleidingen kan brand of elektrische schokken veroorzaken. Beschadiging van een gasleiding kan een explosie veroorzaken. Het doorboren van een waterleiding veroorzaakt materiële schade en kan een elektrische schok veroorzaken. De beschermkap 7 moet worden gemonteerd voor werkzaamheden met slijp- en doorslijpschijven. Bij werkzaamheden met de rubberen schuurplaat 21 of met de lamellenschuurborstel 24/de cirkelborstel/het lamellenplateau moet de handbeschermer 19 (accessoire) worden gemonteerd. Gebruik bij het bewerken van steen een stofafzuiging. De stofzuiger moet geschikt zijn voor het opzuigen van steenstof. Gebruik voor het zagen van steen een geleidewagen. Bewerk nooit asbesthoudend materiaal. Gebruik alleen accessoires waarvan de toegestane snelheid ten minste gelijk is aan het onbelaste toerental van het apparaat.
- Controleer accessoires vóór gebruik. Het accessoire moet correct zijn gemonteerd en vrij kunnen draaien. Voer een proefloop uit door het accessoire gedurende ten minste 30 seconden onbelast te laten draaien. Gebruik geen beschadigde, vervormde of trillende accessoires.
- Bescherm accessoires tegen mechanische schokken en contact met vet. Breng het apparaat pas tegen het werkstuk aan wanneer het is ingeschakeld. ■Vermijd contact met draaiende accessoires.
- Observer le sens de rotation de l'accessoire. Tenir l'appareil de telle sorte que les étincelles ou les poussières soient projetées dans la direction opposée à celle du corps. Le travail des surfaces métalliques génère des étincelles. Veiller à ce que personne ne soit exposé à un danger. En raison du risque d'incendie, aucune matière inflammable ou combustible ne doit se trouver dans la zone de projection des étincelles. Attention lors des travaux de tronçonnage dans des murs portants par exemple : voir les remarques concernant les normes de construction. Le blocage du disque de tronçonnage provoque de fortes réactions au niveau de l'appareil. Dans ce cas-là, arrêter immédiatement l'appareil. ■Respecter les dimensions des meules. Le diamètre de l'alésage central doit correspondre très exactement à celui de la bride de fixation 10 (pas de jeu). N'utiliser ni raccords réducteurs ni adaptateurs. Ne jamais utiliser de disques à tronçonner pour exécuter des travaux d'ébarbage. Ne pas exercer de pression latérale sur un disque à tronçonner. ■Respecter les instructions du fabricant concernant le montage et l'emploi des accessoires. ■Attention! Par inertie, les accessoires continuent de tourner quelques instants après l'arrêt de l'appareil. Ne pas fixer l'appareil dans un étau. Ne jamais permettre aux enfants d'utiliser cet appareil. ■ Bosch ne peut garantir un fonctionnement impeccable que si les accessoires Bosch d'origine prévus pour cet appareil sont utilisés.

Montage des dispositifs de protection
Avant toute intervention sur l'appareil, toujours retirer la fiche du câble d'alimentation de la prise de courant. Le capot de protection 7 doit être monté pour les travaux avec des disques à ébarber et à tronçonner.
Capot de protection avec vis de serrage
Le nez de codage 15 se trouvant sur le capot de protection 7 assure que seul le capot de protection approprié au type d'appareil puisse être monté.
Desserrer la vis de serrage 14, si besoin est.
Monter le capot de protection 7 avec le nez de codage 15 sur le col de la broche de la tête de l'appareil en veillant à ce que le nez de codage prenne correctement dans la rainure ; tourner le capot de protection 7 dans la position requise (position de travail).
Le côté fermé du capot de protection 7 doit toujours être dirigé vers l'utilisateur.
Serrer la vis de serrage 14.
Capot de protection avec verrouillage rapide

Le capot de protection a été ajusté préalablement au diamètre du col de la broche. Si besoin est, il est possible de modifier la force de serrage du verrouillage en serrant ou en desserrant la vis d'ajustage 8. Veiller toujours à ce que le capot de protection 7 soit effectivement bien fixé sur le col de la broche.
Ouvrir le levier de serrage 9.
Monter le capot de protection 7 sur le col de la broche de la tête d'appareil et le tourner dans la position requise (position de travail).
Pour serrer le capot de protection 7, fermer le levier de serrage 9.
Le côté fermé du capot de protection 7 doit toujours être dirigé vers l'utilisateur.
Poignée supplémentaire
Pour tous les travaux avec l'appareil, l'utilisation de la poignée supplémentaire est obligatoire.
Visser la poignée supplémentaire 5 sur la tête de l'appareil suivant le travail demandé.
Dispositif d'amortissement des vibrations
VIBRATION CONTROL
Le dispositif intégré pour amortissement des vibrations 4 et la poignée supplémentaire qui amortit les vibrations réduisent les vibrations se produisant conformément à la norme EN 50 144 à moins de 2,5m / s2 et permettent un travail avec moins de vibrations, donc plus agréable et en toute sécurité.

Aucune modification ne doit être effectuée sur le dispositif pour amortissement des vibrations 4 et sur la poignée supplémentaire. Ne pas réutiliser les pièces endommagées.
Protège-main
Lors de travaux avec la plaque de ponçage en caoutchouc 21 ou avec la brosse boisseau 24/la brosse circulaire/le plateau à lamelles, monter le protège-main 19 (accessoire). Le protège-main 19 est fixé avec la poignée supplémentaire 5.
Montage des accessoires
Avant toute intervention sur l'appareil, toujours retarder la fiche du câble d'alimentation de la prise de courant.

N'utiliser que des accessoires dont la vitesse admissible est au moins égale à la vitesse de rotation en marche à vide de l'appareil.
Les disques à ébarber et à tronçonner chauffent énormément durant le travail ; ne pas les toucher avant qu'ils ne soient complètement refroidis.
Nettoyer la broche porte-outil et toutes les pièces à monter. Afin de serrer et de desserrer les outils, bloquer la broche porte-outil 6 à l'aide de la touche de blocage de la broche 2.
Druk pas op de spindelblokkeertoets 2 voordat de gereedschapsspil volledig tot stilstand is gekomen!
Schijf voor afbraam-/doorslijpwerk
Neem de afmetingen van de slijpschijven in acht. De diameter van de centrale boring moet zeer nauwkeurig overeenkomen met die van de opnameflens 10 (zonder speling). Gebruik geen verloopringen of adapters.
Bij gebruik van een diamantdoorslijpschijf moet u ervoor zorgen dat de pijl op de doorslijpschijf die de draairichting aangeeft, overeenkomt met de draairichting van het apparaat (de pijl op de kop van het apparaat geeft de draairichting aan).
Zie afbeelding voor de montage.
Draai de spanmoer 12 vast en zet deze vast met de penneugsleutel (zie hoofdstuk "Snelspanmoer").

In de opnameflens 10 bevindt zich een elastische ring (kunststof onderdeel) rond de centreerpen.
Als deze elastische ring ontbreekt of beschadigd is, moet deze vóór het monteren van de opnameflens 10 absoluut worden vervangen (referentie 1600 210 039).

Controleer na het monteren van het gereedschap en vóór het inschakelen van het apparaat of het gereedschap correct is gemonteerd en vrij kan draaien.
Lamellenplaat
Afhankelijk van het uit te voeren werk de beschermkap 7 verwijderen en de handbeschermer 19 monteren. Monteer de speciale opnameflens 10 (accessoire, referentie 2 605 703 028) en de lamellenplaat op de gereedschapsspil 6. Draai de spanmoer 12 vast en zet deze vast met de penneugsleutel.
Rubber schuurplaat 21
Afhankelijk van het uit te voeren werk de beschermkap 7 verwijderen en de handbeschermer 19 monteren.
Monteer vóór het monteren van de rubber schuurplaat 21 eerst de twee afstandsringen 20 op de schuuras.
Zie afbeelding voor de montage.
Visser l'écrou de serrage 23 et serrer à l'aide de la clé à ergots.
Brosse boisseau 24/brosse circulaire
En fonction du travail à effectuer, enlever le capot de protection 7 et monter le protège-main 19.
L'accessoire doit être vissé sur la broche porte-outil 6 de telle sorte qu'il repose solidement sur la bride se trouvant au bout de la broche. Serrer à l'aide d'une clé à fourche.
Meule boisseau

Lors du travail avec des meules boisseaux, utiliser le capot de protection spécial 16.
La meule boisseau 17 ne devrait dépasser le capot de protection 16 dans la mesure absolument nécessaire au type de travail à effectuer.
Rajuster le capot de protection 16 à la dimension requise.
Pour le montage, voir figure.
Visser l'écrou de serrage 12 et serrer à l'aide d'une clé à ergots coudée appropriée 18.
Écrou de serrage rapide SDS-clc
Au lieu d'utiliser l'écrou de serrage 12, il est possible d'utiliser l'écrou de serrage rapide 13 (accessoire). Les accessoires peuvent être montés sans avoir recours à des outils de montage.
L'écrou de serrage rapide 13 ne doit être utilisé qu'avec les disques à ébarber et à tronçonner.
N'utiliser qu'un écrou de serrage rapide 13 en parfait état et non endommagé.
Lors du vissage, veiller à ce que la face imprimée ne soit pas orientée vers la meule, la flèche doit montrer sur la marque 30.

Blokkeer de opzetfrees met de blokkeertoets 2. Draai de snelspanmoer stevig vast door de slijpschijf in de richting van de wijzers van de klok te draaien.

Een onbeschadigde snelspanmoer die correct is bevestigd, kan met de hand worden losgedraaid door de kartelring tegen de klok in te draaien.
Draai een geblokkeerde snelspanmoer nooit los met een tang, maar gebruik een steekpin. Plaats de steekpin volgens de beschrijving in de afbeelding.
Toegestane accessoires
Alle accessoires die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, mogen worden gebruikt.
Het toegestane toerental [t/min] of de omtreksnelheid [m/s] van de gebruikte gereedschappen moet ten minste overeenkomen met de waarden in de tabel.
Let daarom altijd op het toegestane toerental/de toegestane omtreksnelheid op het etiket van het gereedschap.
| max. [mm] [mm] | d [tr/min] [m/s] | ||||
| D | b | ||||
| b d | 180 | 8 | 22,2 | 8 500 | 80 |
| 230 | 8 | 22,2 | 6 500 | 80 | |
| D | 180 | - | - | 8 500 | 80 |
| 230 | - | - | 6 500 | 80 | |
| b |d | 100 | 30 M | 14 8 500 | 45 | |
Ingebruikname
Let op de netspanning: De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het apparaat. Apparaten die op 230 V werken, kunnen ook op 220 V worden gebruikt.
Inschakelen / Uitschakelen
Om het apparaat in te schakelen, schuift u de aan/uit-schakelaar 3 naar voren en drukt u vervolgens op de schakelaar.
Om het apparaat te blokkeren, schuift u de aan/uit-schakelaar 3 verder naar voren terwijl u deze ingedrukt houdt.
Om het apparaat uit te schakelen, laat u de aan/uit-schakelaar 3 los of drukt u op de schakelaar en laat u deze weer los.
Schakelaarversie zonder vergrendeling (landspecifiek):
Om het apparaat in te schakelen, schuift u de aan/uit-schakelaar 3 naar voren en drukt u vervolgens op de schakelaar.
Om het apparaat te stoppen, laat u de aan/uit-schakelaar 3 los.

Proefloop!
Controleer de accessoires voordat u ze gebruikt. Het accessoire moet correct zijn gemonteerd en vrij kunnen draaien. Voer een proefloop uit door het accessoire minimaal 30 seconden onbelast te laten draaien. Gebruik geen accessoires die beschadigd, vervormd zijn of trillingen veroorzaken.

Beperking van de aanloopstroom (type J)
Dankzij de zachte start van het apparaat is een zekering van 16 A voldoende.

Een apparaat zonder beperking van de aanloopstroom vereist een zwaardere zekering (gebruik ten minste een trage zekering van 16 A).
Gebruiksaanwijzingen
Klem het werkstuk vast als het niet zwaar genoeg is en dreigt te bewegen. Overbelast het apparaat niet, anders kan het stoppen. - Schijfschijven en doorslijpschijven worden tijdens het werk zeer heet; raak ze pas aan als ze volledig zijn afgekoeld.
Slijpwerkzaamheden

Bij slijpwerkzaamheden krijgt u de beste resultaten door het apparaat onder een hoek van 30° tot 40° te houden. Leid het apparaat gelijkmatig en met matige druk. Dit voorkomt overmatige verhitting van het werkstuk, het verkleurt niet en er ontstaan geen krassen.

Gebruik nooit doorslijpschijven voor slijpwerkzaamheden.
Lamellenplaat
Met de lamellenplaat (accessoire) kunt u ook convexe oppervlakken en profielen bewerken (contourcorrectie).
Lamellenplaten hebben een aanzienlijk langere levensduur, lagere geluidsniveaus en lagere werktemperaturen dan schuurvellen.
Doorslijpwerkzaamheden

Bij het doorslijpen geen druk uitoefenen, niet kantelen of laten slingeren. Werk met een gematigde, aan het materiaal aangepaste voedingssnelheid.
Rem de nog draaiende doorslijpschijven niet af door zijwaartse druk uit te oefenen.

Belangrijk is de richting waarin het doorslijpen wordt uitgevoerd.
Het apparaat moet altijd in tegengestelde richting werken; leid het apparaat dus niet in de andere richting! Anders bestaat het risico dat het ongecontroleerd uit de snijlijn komt.
Doorslijpsteun
De doorslijpsteun 29 (accessoire) maakt het mogelijk stukken van gelijke lengte te zagen onder een hoek tussen 0 en 45°.
Volg strikt de veiligheidsinstructies en de werkvoorschriften in de gebruiksaanwijzing van de doorslijpsteun. Gebruik uitsluitend de originele Bosch doorslijpsteun.

Doorslijpen van steen
Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor droog snijden/droog schuren.


Het beste is een diamanten doorslijpschijf te gebruiken. Om kantelen te voorkomen, de geleidewagen 26 gebruiken met de speciale afzuigkap voor stofafzuiging.
Gebruik het apparaat alleen met stofafzuiging. Draag ook een stofmasker.

De stofzuiger moet geschikt zijn voor het opzuigen van steenstof.
Bosch biedt u geschikte stofzuigers aan.
Zet het apparaat aan en plaats het met het voorste deel van de geleidewagen op het werkstuk.
Werk met een gematigde, aan het materiaal aangepaste voedingssnelheid (zie afbeelding).
Lors du tronçonnage de matériaux particulièrement durs, par exemple de béton ayant une teneur élevée en cailloux, le disque de tronçonnage diamanté risque de chauffer et de subir ainsi des dommages. Une couronne d'étincelles autour du disque de tronçonnage diamanté en est le signe.
Dans ce cas-là, interrompez le processus de tronçonnage et laissez tourner pendant quelque temps le disque à tronçonnage diamanté sans sollicitation et en marche à vide afin de le laisser refroidir.
Un ralentissement perceptible du rythme de travail et une couronne d'étincelles circonférentielle constituent des indices d'émoussage du disque de tronçonnage diamanté. Il peut être aiguisé de nouveau en coupant dans un matériau abrasif (p. ex. brique de sable calcaire).
Rotation de la tête de l'appareil
Avant toute intervention sur l'appareil, toujours retirer la fiche du câble d'alimentation de la prise de courant.

Il est possible de tourner la tête de l'appareil par étapes de 90° par rapport au carter de l'appareil. Ceci permet de mettre l'interrupteur Marche/Arrêt dans une position de maniement favorable à des utilisations spécifiques; p. ex. pour
des travaux de tronçonnage avec chariot de guidage 26 (accessoire, non vendu en France)/ support de tronçonnage 29 (accessoire) ou pour les gauchers.
Dévisser complètement les quatre vis.
Tourner la tête de l'appareil avec précaution et sans la détacher du carter dans sa nouvelle position.
Remettre les vis en place et bien les serrer.
Changement de position de la poignée de l'appareil (GWS 24/26-180/230 (J)BV)

La poignée de l'appareil 28 peut être tournée de 90° vers la gauche et vers la droite par rapport au carter moteur. Ceci permet de mettre l'interrupteur Marche/Arrêt dans une position de maniement favorable à des utilisations spécifiques; p.ex. pour des travaux de tronçonnage avec chariot de guidage/support de tronçonnage (accessoire) ou pour les gauchers.
Tirer fortement le déverrouillage de la poignée 27 dans le sens de la flèche (1) et en même temps tourner la poignée 28 dans la position désirée (2) jusqu'à ce qu'elle s'encliquette. La figure ci-dessus montre la poignée 28 tournée de 90° .

Le déverrouillage de la poignée 27 ainsi que l'interrupteur Marche/Arrêt 3 disposent d'un verrouillage de sécurité.
Il n'est donc pas possible de mettre l'appareil en fonctionnement tant que la poignée 28 n'est pas encliquetée dans l'une des trois positions possibles.
De handgreep 28 kan niet worden ontgrendeld zolang de aan/uit-schakelaar 3 is vergrendeld.
Reiniging en onderhoud
Trek vóór elke ingreep aan het apparaat altijd de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.

Voor een veilige en bevredigende werking, reinig het apparaat en zijn koelopeningen regelmatig.

In bepaalde delicate bedrijfsomstandigheden, tijdens het bewerken van metalen, kan er elektrisch geleidend stof in het apparaat terechtkomen en zo de beschermende isolatie aantasten. Als dit het geval is, beveelt Bosch het gebruik van een stationair afzuigapparaat aan, blaas regelmatig door de koelopeningen en installeer stroomopwaarts een aardlekschakelaar.
Wanneer de trillingsdempende elementen op het trillingsdempingsapparaat 4 beschadigd zijn, bijv. wanneer ze licht gescheurd zijn, stuur het apparaat dan naar een klantenservice (voor adressen, zie hoofdstuk 'Klantenservice').
Als het apparaat, ondanks alle zorg bij de fabricage en controle, toch een defect vertoont, mag de reparatie alleen worden toevertrouwd aan een erkend Bosch-gereedschapservicecentrum.
Voor elke aanvraag van informatie of bestelling van reserveonderdelen, vermeld dan beslist het tiencijferige referentienummer van het apparaat, aangegeven op het typeplaatje.
Milieubeschermingsinstructies

Grondstoffenterugwinning en afvalverwijdering
Apparaten, evenals hun accessoires en verpakkingen, moeten elk een geschikte recyclingroute kunnen volgen.
Deze handleiding is gemaakt van gerecycled papier dat chloorvrij is gebleekt.
Onze kunststofonderdelen zijn gemarkeerd voor selectieve recycling van de verschillende materialen.
Klantenservice
U vindt explosietekeningen en informatie over reserveonderdelen op: www.bosch-pt.com
Frankrijk
Informatie via Minitel 11
Naam: Bosch Gereedschap
Plaats: Saint Ouen
Departement: 93
Robert Bosch France S.A.
Service Après-vente/Gereedschap
B.P. 67-50, Rue Ardoin
93402 St. Ouen Cedex
Klantadviesdienst 0143 11 9002
Gratis nummer 0 800 05 50 51
België
C +32(0)2/5255143
Fax. +32 (0)2 / 525 54 20
E-mail: Outillage.Gereedschappen@be.bosch.com
Suisse
+41(0)1/8471616
Fax. +41 (0)1/8 47 16 57
Service conseil client 0800551155
Déclaration de conformité
Nous déclarons sous notre propre responsabilité que ce produit est en conformité avec les normes ou documents normalisés suivants : EN 50 144 conformément aux réglementations 89/336/CEE, 98/37/CE.
Dr. Egbert Schneider Dr. Eckerhard Strötgen Senior Vice President Head of Product Engineering Certification
Robert Bosch GmbH, Geschäftsbereich Elektrowerkzeuge
Sous réserve de modifications
| Amoladora GWS 21-180 HV | PROFESSIONAL | GWS 21-230 HV PROFESSIONAL | GWS 24-180 BV PROFESSIONAL | |
| Número de pedido 0 601 851 B.. 0 601 852 B.. 0 601 853 B.. | ||||
| Con limitación de la corrente de arranque | GWS 21-180 JHV PROFESSIONAL | GWS 21-230 JHV PROFESSIONAL | GWS 24-180 JBV PROFESSIONAL | |
| Número de pedido 0 601 851 G.. 0 601 852 G.. 0 601 853 G.. | ||||
| Potencia absorbida nominal* [W] 2 100 2 100 2 400 | ||||
| Potencia realiz [W] 1 350 1 350 1 700 | ||||
| Revolución en vacío [min -1] | 8 500 6 500 8 500 | |||
| Ø de discos de amolar, máximo. | [mm] | 180 | 230 | 180 |
| Rosca del husillo | M 14 | M 14 | M 14 | |
| Peso sin cable de red, aprox. | [kg] | 4,4 | 4,4 | 5,2 |
| Clase de protección | [Ⅱ / II] | [Ⅱ / II] | [Ⅱ / II] | |
| Amoladora GWS 24-230 BV | PROFESSIONAL | GWS 26-180 BV PROFESSIONAL | GWS 26-230 BV PROFESSIONAL | |
| Número de pedido 0 601 854 B.. 0 601 855 B.. 0 601 856 B.. | ||||
| Con limitación de la corrente de arranque | GWS 24-230 JBV PROFESSIONAL | GWS 26-180 JBV PROFESSIONAL | GWS 26-230 JBV PROFESSIONAL | |
| Número de pedido 0 601 854 G.. 0 601 855 G.. 0 601 856 G.. | ||||
| Potencia absorbida nominal* [W] 2 400 2 600 2 600 | ||||
| Potencia realiz [W] 1 700 1 800 1 800 | ||||
| Revolución en vacío [min -1] | 6 500 8 500 6 500 | |||
| Ø de discos de amolar, máximo. | [mm] | 230 | 180 | 230 |
| Rosca del husillo | M 14 | M 14 | M 14 | |
| Peso sin cable de red, aprox. | [kg] | 5,2 | 5,2 | 5,2 |
| Clase de protección | [Ⅱ / II] | [Ⅱ / II] | [Ⅱ / II] | |
Utilización reglamentaria
El aparato ha sido proyecto para tronzar, desbastar y cepillar metales y materiales de piedra sin la aportacion de agua. Al tronzar piedra es obligatorioizar el soporte guía.
Indicaciones concernientes a la estática
Las ranuras en paredes portantes deben practicarse conforme a la norma DIN 1053 parte 1, o bien, de acuerdo a las disposiciones específicas de cada país.
Es imperativo atenerse a estas disposiciones. Antes de iniciar el trabajo debe consultarse al aparejador, arquitecto o los responsables de la dirección de obras.
Información sobre ruidos y vibraciones
Determinación de los valores de medición según norma EN 50 144.
El nivel de ruido típico del aparato corresponde a: nivel de presión de sonido 90 dB (A); nivel de potencia de sonido 103 dB (A).
¡Usar protectores auditivos!
El nivel de vibraciones típico en la mano/brazo es menor de 2,5 m/s² (1,7 m/s²).
Elementos del aparato
La numeración de los elementos del aparato está referida a su imagen en la página ilustrada.
Despliegue y mantenga abierta la solapa con la imagen del aparato mientras lee las instrucciones de manejo.
1 Rosca para empuñadura adicional (3x) 2 Botón de bloqueo de husillo 3 Interruptor de conexión/desconexión 4 Amortiguador de vibraciones 5 Empuñadura adicional 6 Husillo 7 Caperuza protectora 8 Tornillo de ajuste 9 Palanca de fijación 10 Brida de apoyo con junta anular 11 Disco de desbastar/tronzar 12 Tuerca de fijación 13 Tuerca de fijación rápida SDS-clic 14 Tornillo de fijación
15 Resalte codificador 16 Caperuza protectora del vaso de esmerilar 17 Vaso de esmerilar* 18 Llave de dos pivotes para tuerca de fijación* 19 Protección para las manos* 20 Arandelas distanciadoras 21 Plato lijador de goma 22 Hoja lijadora 23 Tuerca tensora 24 Cepillo de vaso 25 Disco tronzador diamantado* 26 Soporte guía con caperuza protectora de aspiración 27 Desenclavamiento de la empuñadura 28 Empuñadura 29 Mesa de tronzar
- Los accesorios descritos e ilustrados no corresponden en parte al material que se adjunta de serie.

Para su seguridad
Solamente puede trabajar sin peligro con el aparato si lee íntegramente las instrucciones de manejo y las indicaciones de seguridad, ateniéndose estrictamente a las recomendaciones
Alle hierin begrepen instructies. Daarnaast moeten de algemene veiligheidsinstructies in de bijgevoegde brochure worden opgevolgd. Laat u vóór het eerste gebruik praktisch instrueren in de bediening.
Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag voor uw veiligheid ook andere beschermingsmiddelen zoals handschoenen, stevig schoeisel, helm en schort. Het stof dat tijdens het werk ontstaat, kan schadelijk voor de gezondheid, brandbaar of explosief zijn. Dit vereist passende beschermingsmaatregelen.
Bijvoorbeeld: Bepaalde soorten stof zijn kankerverwekkend. Gebruik een geschikte stof- en spanenafzuiging en draag een stofmasker.
Stof van lichte legeringen kan ontbranden of exploderen. Houd de werkplek altijd schoon, want wanneer stof van verschillende materialen wordt gemengd, kan dit bijzonder gevaarlijk zijn. ■ Als het netsnoer tijdens het werk beschadigd of doorgesneden raakt, raak het snoer dan niet aan, maar trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer. ■ Sluit apparaten die buiten worden gebruikt aan via een aardlekschakelaar met een maximale uitschakelstroom van 30 mA. Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht. - Werk altijd met het apparaat stevig met beide handen vast en in een stabiele houding. ■ Zet het werkstuk vast. Een werkstuk dat met spanmiddelen of in een bankschroef is bevestigd, wordt veel veiliger vastgehouden dan met de hand. - Houd het snoer altijd achter het apparaat. Schakel het apparaat altijd uit en wacht tot het stopt voordat u het neerlegt.
Bij een stroomuitval of wanneer u de stekker direct uit het stopcontact trekt, moet u de aan/uit-schakelaar onmiddellijk ontgrendelen en in de uit-stand zetten. Zo voorkomt u een onbedoelde start. ■ Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor doorslijpen en droog slijpen. - Werk altijd met de extra handgreep die op het apparaat is gemonteerd. ■ Houd het elektrische gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer het gereedschap een verborgen kabel of het eigen netsnoer kan raken.
Contact met een spanningvoerende geleider brengt de metalen delen van het apparaat onder spanning, wat een elektrische schok bij de gebruiker kan veroorzaken.
- Gebruik geschikte detectieapparatuur om verborgen leidingen en kabels op te sporen, of raadpleeg uw plaatselijke nutsbedrijf. Contact met elektrische kabels kan brand of ELEKTRISCHE SCHOK veroorzaken. Beschadiging van gasleidingen kan een explosie veroorzaken. Het doorboren van een waterleiding kan materiële schade of een ELEKTRISCHE SCHOK veroorzaken. ■Bij het werken met slijp- of doorslijpschijven moet de beschermkap 7 worden gebruikt. Bij het werken met de rubberen schuurschijf 21, de komstaalborstel 24, een schijfborstel of een segmentale schuurschijf, moet de handbescherming 19 (speciaal accessoire) worden gemonteerd. ■Bij het bewerken van steen moet een stofafzuigsysteem worden gebruikt. De stofzuiger moet zijn goedgekeurd voor het opzuigen van steenstof. Bij het doorslijpen van steen moet een geleideondersteuning worden gebruikt. ■Materialen die asbest bevatten mogen niet worden bewerkt. ■Gebruik alleen gereedschappen waarvan het maximaal toelaatbaar toerental ten minste gelijk is aan het onbelaste toerental van het apparaat.
- Controleer het gereedschap vóór gebruik. Het slijpgereedschap moet perfect zijn gemonteerd en moet zonder enige wrijving draaien. Voer een proefrun uit door het 30 seconden onbelast te laten draaien. Gebruik geen slijpgereedschap dat beschadigd is, excentrisch draait of trilt. Bescherm het slijpgereedschap tegen stoten, schokken en vet. Benader het werkstuk alleen met het apparaat ingeschakeld.
- Houd uw handen uit de buurt van de slijpgereedschappen tijdens het gebruik. ■Let op de draairichting. Houd het apparaat altijd zo vast dat vonken en deeltjes die tijdens het werk ontstaan van het lichaam af worden geworpen. ■Bij het slijpen van metaal ontstaan vonken. Let erop dat deze niet op personen worden geworpen. Vanwege brandgevaar mogen er geen brandbare materialen in de buurt (bereik van de vonken) liggen. Wees voorzichtig bij het maken van sleuven, bijv. in dragende muren: zie "Aanwijzingen betreffende de statica". ■Als de doorslijpschijf plotseling blokkeert, ontstaat er een plotseling reactiemoment op het apparaat. In dergelijke gevallen moet het apparaat onmiddellijk worden uitgeschakeld. ■Let op de afmetingen van de slijpschijven. De opening moet zonder speling op de steunflens 10 passen. Gebruik geen verloopstukken of adapters. ■Gebruik doorslijpschijven nooit voor het ruwslijpen. Oefen geen zijdelingse kracht uit op doorslijpschijven. ■Volg de instructies van de fabrikant op bij het monteren en gebruiken van het gereedschap. ■Let op! Het gereedschap loopt na het uitschakelen van het apparaat nog na. ■Klem het apparaat niet in een bankschroef.
- Laat kinderen nooit het apparaat gebruiken. ■ Bosch kan alleen een correcte werking van het apparaat garanderen als de originele accessoires worden gebruikt.

Montage van de beschermingsinrichtingen
- Trek vóór elke handeling aan het apparaat de stekker uit het stopcontact. ■Bij werkzaamheden met slijp- of doorslijpschijven moet de beschermkap 7 worden gebruikt.
Beschermkap met bevestigingsschroef
Het codeernokje 15 op de beschermkap 7 garandeert dat alleen de juiste beschermkap voor het type apparaat wordt gemonteerd.
Draai indien nodig de borgschroef 14 los.
Plaats het codeernokje 15 van de beschermkap 7 in de codeergleuf van de spindelhals van de machinekop en draai deze naar de vereiste (werk)positie.
De gesloten rand van de beschermkap 7 moet altijd naar de gebruiker wijzen.
Draai de borgschroef 14 vast.
Beschermkap met snelsluiting

De beschermkap is vooraf ingesteld op de diameter van de spindelhals. Indien nodig kan de sluitkracht worden aangepast door de stelschroef 8 los of vast te draaien. Zorg er hierbij voor dat de beschermkap 7 stevig op de spindelhals blijft zitten.
Maak de klemhendel 9 los.
Plaats de beschermkap 7 over de spindelhals van de machinekop en draai deze naar de vereiste werkpositie.
Om de beschermkap 7 vast te zetten, de klemhendel 9 vastzetten.
De gesloten rand van de beschermkap 7 moet altijd naar de gebruiker wijzen.
Extra handgreep
Werk altijd met de extra handgreep op het apparaat gemonteerd.
Schroef de extra handgreep 5 op de machinekop, afhankelijk van het uit te voeren werk.
Trillingsdemper

De geïntegreerde trillingsdemping 4 en de speciale extra handgreep met trillingsreductie verminderen de resulterende trillingen tot minder dan 2,5 m/s² volgens EN 50144, waardoor comfortabeler en veiliger werken mogelijk is.

De trillingsdemper 4 en de extra handgreep niet wijzigen. Beschadigde onderdelen niet verder gebruiken.
Handbescherming
Bij werkzaamheden met de rubberen schuifplaat 21, de cupborstel 24, een schijfborstel of een gesegmenteerde schuifschijf moet de handbescherming 19 (speciaal accessoire) worden gemonteerd. De handbescherming 19 wordt samen met de extra handgreep 5 bevestigd.
Montage van het gereedschap
- Voor elke handeling aan het apparaat de stekker uit het stopcontact trekken.

Gebruik alleen gereedschap waarvan het maximaal toelaatbaar toerental ten minste gelijk is aan het onbelaste toerental van het apparaat.
Schuurschijven en doorslijpschijven kunnen tijdens het werk zeer heet worden; wacht tot ze zijn afgekoeld voordat u ze aanraakt.
Reinig de spil en alle te monteren onderdelen. Om gereedschap vast te zetten of los te maken, de spil 6 vasthouden door de spilblokkering 2 in te drukken.
Druk de spilblokkering 2 alleen in wanneer de spil stilstaat!
Schuurschijven / doorslijpschijven
Let op de afmetingen van de slijpschijven. De opening moet zonder speling op de steunflens 10 passen. Gebruik geen verloopringen of adapters.
Bij het monteren van diamantdoorslijpschijven moet erop worden gelet dat de draairichtingspijl op de diamantdoorslijpschijf overeenkomt met de draairichting van het apparaat (draairichtingspijl op de kop van het apparaat).
Monteer volgens de afbeeldingen.
Draai de borgmoer 12 erop en draai deze vast met de tweepenssleutel (zie paragraaf "Snelsluitende borgmoer").

Het centreerrandje van de steunflens 10 (kunststof onderdeel).
Als de O-ring ontbreekt of beschadigd is, moet vóór gebruik van de steunflens 10 beslist een nieuwe O-ring (bestelnr. 1600 210 039) worden gemonteerd.

Controleer na het monteren van het slijpgereedschap of dit correct is gemonteerd en zonder te schuren draait, voordat u het apparaat inschakelt.
Gesegmenteerde schuurschijf (vezelpolijstschijf)
Voor bepaalde toepassingen moeten de beschermkap 7 worden gedemonteerd en de handbescherming 19 worden gemonteerd. Monteer de speciale steunflens 10 (speciaal toebehoren, bestelnr. 2605 703 028) en de gesegmenteerde schuurschijf op de slijpspil 6. Schroef de spanmoer 12 erop en draai deze vast met de tweepenssleutel.
Rubber schuurschijf 21
Voor bepaalde toepassingen moeten de beschermkap 7 worden gedemonteerd en de handbescherming 19 worden gemonteerd.
Monteer vóór het plaatsen van de rubber schuurschijf 21 de 2 afstandsringen 20 op de slijpspil.
Voer de montage uit volgens het afbeeldingsblad.
Schroef de spanmoer 23 erop en draai deze vast met de tweepenssleutel.
Komvormige borstel 24/schijfborstel
Voor bepaalde toepassingen moeten de beschermkap 7 worden gedemonteerd en de handbescherming 19 worden gemonteerd.
Het gereedschap moet voldoende diep op de slijpspil 6 kunnen worden geschroefd, zodat het stevig tegen de spilflens aan het einde van de schroefdraad van de spil zit. Draai het gereedschap vast met de steeksleutel.
Slijpschotel

Gebruik bij het werken met slijpschijven een speciale beschermkap 16.
De slijpschijf 17 moet slechts zo ver mogelijk uit de beschermkap 16 steken als nodig is voor het werk.
Stel de beschermkap 16 op deze maat af.
Voer de montage uit volgens het afgebeelde blad.
Schroef de borgmoer 12 erop en draai deze vast met de daarvoor bestemde haakse sleutel met twee pinnen 18.