B 48010150 - Compressor STANLEY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 48010150 STANLEY in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur B 48010150 STANLEY
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 48010150 - STANLEY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 48010150 van het merk STANLEY.
GEBRUIKSAANWIJZING B 48010150 STANLEY
NL Lees vóór gebruik aandachtig de handleiding door
NL Gevaar voor brandwonden
B Risiko for skoldning
NL Gevaar voor automatisch starten
DK Fare automatisk start
NL Verplichte bescherming van oren, ogen en luchtwegen
Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging
1. WAARSCHUWINGEN
De akoestische drukwaarde gemeten op 4 m, gemeten in het vrije veld, is gelijk aan de potentiele akoestische waarde aangegeven op het gele label dat is geplaatst op de compressor, waarvan dan 20 dB wordt afgetrokken.
⚠ WAAR U OP MOET LETTEN
- De compressor moet in geschikte omgevingen worden gebruikt (goed geventileerd, omgevingstemperatuur +5°C tot +40°C) en nooit bij aanwezigheid van stof, zuren, dampen, explosieve of ontvlambare gassen.
- Houd altijd een veiligheidsafstand van minstens 4 meter tussen de compressor en het werkgebied aan.
- Eventuele verkleuringen die verschijnen op de riembeschermers van de compressor tijdens lakspuiten, wijzen op een te geringe afstand.
- Steek de stekker van de stroomkabel in een qua vorm, spanning en frequentie geschikt stopcontact dat voldoet aan de geldende voorschriften.
- Laat voor de driefasenversie de stekker door personeel monteren dat volgens de plaatselijke voorschriften als elektricien is opgeleid. Controleer bij het eerste opstarten of de draairichting correct is en overeenkomt met de richting aangeduid door de pijl op de riembeschermer (versies met bescherming) of op de motor (versies met metalen beschermingen).
- Gebruik voor de stroomkabel verlengsnoeren met een lengte van hoogstens 5 meter en met een geschikte kabeldoorsnede.
- Men raadt het gebruik van verlengsnoeren met een andere lengte, alsmede adapters en meervoudige stekkerdozen af.
- Gebruik uitsluitend de schakelaar van de pressostaat om de compressor uit te schakelen of gebruik de schakelaar op de schakelkast, bij modellen die hiervan zijn voorzien. Schakel de compressor niet uit door de contactstop af te koppelen, om opnieuw starten terwijl druk in de kop aanwezig is te voorkomen.
- Gebruik uitsluitend de handgreep om de compressor te verplaatsen.
- De werkende compressor moet op een stabiele, horizontale ondergrond worden geplaatst om een correcte smering te verzekeren.
- Plaats de compressor op minstens 50 cm van de muur om een optimale circulatie van frisse lucht en een correcte koeling te garanderen.
⚠ WAT U NIET MAG DOEN
- Richt de luchtstroom nooit op mensen, dieren of op het eigen lichaam (Gebruik een beschermbril om de ogen tegen vreemde voorwerpen die door de luchtstroom worden verplaatst te beschermen).
- Richt vloeistoffen die door op de compressor aangesloten gereedschappen worden gespoten nooit op de compressor zelf.
- Gebruik het apparaat nooit met blote voeten of vochtige handen of voeten.
- Trek nooit aan de stroomkabel om de stekke het stopcontact te trekken of om de compressor te verplaatsen.
- Het apparaat mag niet blootgesteld aan weersinvloeden (regen, zon, mist, sneeuw).
- Vervoer de compressor niet met de ketel onder druk.
- Voer op de ketel geen lassen of mechanische bewerkingen uit. In geval van defecten of corrosie moet de ketel vervangen worden.
- Zorg ervoor dat de compressor niet door onervaren personeel wordt gebruikt. Houd kinderen en dieren uit de buurt van het werkgebied.
- Het apparaat is niet bestemd om gebruikt te worden door personen (inclusief kinderen) wiens lichamelijk, sensoriele of mentale vermogen verminderd is of die geen ervaring of kennis hebben van het apparaat, tenzij zij geholpen worden door een persoon die over hun veiligheid waakt en voor toezicht zorgt of instructies geeft over het gebruik van het apparaat.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
- Plaats geen ontvlambare voorwerpen of voorwerpen van nylon of stof in de buurt en/of op de compressor.
- Reinig de machine niet met ontvlambare vloeistoffen of oplosmiddelen. Gebruik uitsluitend een vochtige doek en controleer of de stekker uit het stopcontact is verwijderd.
- Het gebruik van de compressor is strikt beperkt tot de compressie van lucht. Gebruik de compresso niet voor andere gassoorten.
- De door het apparaat geproduceerde perslucht is zonder speciale behandelingen niet bruikbaar


voor toepassingen op farmaceutisch, voedingsgezondheidsgebied en mag niet gebruikt worden voor het vullen van zuurstofflessen voor duikers.
- Gebruik de compressor niet zonder beschermingen (riembeschermers) en raak niet de bewegende delen aan.
⚠ WAT U MOET WETEN
- Deze compressor is gebouwd om met intermitterendbedrijftewerken,zoalsaangegeven op het plaatje met technische gegevens (zo betekent bijvoorbeeld S3-50 5 minuten bedrijf en 5 minuten rust), om overmatige oververhitting van de elektromotor te voorkomen. Als dat mocht gebeuren, grijpt de thermische beveiliging van de motor in door automatisch de spanning te onderbreken wanneer de temperatuur te hoog is vanwege een overmatige stroomabsorptie.
- Om het opnieuw opstarten van de machine te vereenvoudigen, moeten niet alleen de beschreven handelingen worden uitgevoerd, maar ook de drukknop op de pressostaat worden bediend: deze moet eerst in de uitgeschakelde stand en vervolgens in de ingeschakelde stand worden gebracht (fig. 2).
- Bij de eenfaseversies moet men met de hand op
def reset-knop op de klemmendoos van de mot drukken (fig. 19).
- Bij de driefasenversies hoeft men slechts met de hand de drukknop van de pressostaat te bedienen door deze in de ingeschakelde stand te brengen, of de drukknop op de thermische beveiliging in de schakelkast te bedienen. (fig. 2b en 20).
- De eenfaseversies zijn voorzien van een pressostaat met een luchtafblaasklep met vertraagde sluiting (of van een klep gesitueerd op de afsluitklep) die het starten van de motor vereenvoudigt: het is dan ook normaal dat bij lege ketel gedurende enkele seconden nog lucht door deze klep wordt afgeblazen.
- Alle compressoren zijn voorzien van een veiligheidsklep die ingrijpt in geval van onregelmatige werking van de pressostaat, zodat de veiligheid van de machine is gegarandeerd.
- Tijdens het aansluiten van een pneumatisch gereedschap op een buis met perslucht die door de compressor wordt geleverd, moet de luchtstroom die uit deze buis komt absoluut afgesloten zijn.
- Het gebruik van perslucht voor de verschillende toepassingen die mogelijk zijn (opblazen, pneumatische gereedschappen, lakspuiten, wassen met reinigingsmiddelen uitsluitend op waterbasis enz.) veronderstelt kennis en inachtneming van de voorschriften die voor de afzonderlijke gevallen gelden.
- Aanzuigluchtfilter
- Drukvat
- Wiel
- Stuurrol (of steunvoetje)
- Snelkoppeling (geregelde perslucht)
- Manometer (ingestelde druk kan worden afgelezen)
- Drukregelaar
- AAN/UIT-schakelaar
- Transportgreep
- Veiligheidsklep
- Aflaatplug voor condenswater
- Manometer (keteldruk kan worden afgelezen)
- Snelkoppeling (ongeregelde perslucht)
- Olieafsluitstop (olievulgat)
- Olieaflaatplug
- Kijkglas
- Bout
- Blokje
- Leertje
- Asluitklep
3. TOEPASSINGSGEBIED
De compressor dient voor de persluchtopwekking voor pneumatisch gereedschap.
Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het gereedschap in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.
4. AANWIJZINGEN OMTRENT DE INSTALLATIE
- Controleer het toestel op transportsch Eventuële schade onmiddellijk aangeven aan de vervoeronderneming waarmee de compressor werd geleverd.
- De compressor dient nabij de verbruikers te worden geïnstalleerd.
- Vermijd lange luchtkabels en toevoerleidingen (verlengingen).
- Let op droge en stofvrije aanzuiglucht.
- De compressor niet in een vochtige of natte ruimte installeren.
- De compressor mag slechts in gepaste ruimten (goed geventileerd, omgevingstemperatuur +5°C - +40°C) worden gebruikt. In de mogen geen stof, zuren, dampen, explosieve of ontvlambare gassen zijn.
- De compressor is geschikt voor gebruik in droge ruimten. Hij mag niet worden gebruikt waarin met spatwater wordt gewerkt.
- Vóór inbedrijfstelling dient het oliepeil compressorpomp te worden gecontroleerd.
5. MONTAGE EN INGEBRUIKNEMING

Let op!
Voor ingebruikneming het apparaat zeker volledig monteren!
5.1 Montage van de wielen (fig. 4-5)
De bijgaande wielen dienen te worden gemonteerdzoal getoond in fig. 4 en 5.
5.1.1 Montage van de standvoet (Alleen voor B 255/10/50, B 350/10/50 en B 480/10/50)
De bijgaande rubberbuffer dient te worden gemonteerd zoal getoond in fig. 6.
5.2 Montage van de snelkoppeling voor keteldruk (ref. 13)
De snelkoppeling voor ongeregelde keteldruk (ref.
13) vastschroeven op de druktank (ref. 2) zoals getoond in fig. 7 tot 8.
5.3 Montage van de transportgreep (9)
De transportgreep (ref. 9) op de compressor vastschroeven zoals getoond in fig. 9 tot 10.
5.4 Netaansluiting
5.4.1 Monofase-versie 230 V / 50 Hz
De compressor is voorzien van een netkabel met veiligheidsstekker. Deze kan worden aangesloten op elk veiligheidsstopcontact 230 V \~ 50 Hz dat beveiligd is door een zekering van 16 Alvorens het apparaat in gebruik te nemen dient u er zich van te vergewissen dat de netspanning overeenkomt met de bedrijfsspanning vermeld op het kenplaatje van het apparaat. Lange toevoerleidingen alsmede verlengkabels, kabeltrommels enz. leiden tot spanningsverlies en kunnen het starten van de motor beletten. Bij temperaturen onder +5°C start de motor eventueel moeilijk ten gevolge van stroefheid.
ampère

ruimte
5.4.2 Driefasen-versie 400 V / 50 Hz
- De compressor is voorzien van een netkabel met 16 A CEE stekker die beschikt over een in faseomzetter. Controleer voor ingebruikneming of de motor in de juiste richting draait in (dreairichtingspijl op de v-snaarafdekking); daarvoor de compressor eventjes inschakelen. Mocht de motor van de compressor in de verkeerde richting draaien moet het draaiveld worden gecorrigeerd door de fase-omzetter in de stekker te verzetten (schroevendraaier gebruiken, faseomzetter lichtjes indrukken en met 180° draaien).
- De motor is voorzien van een overbelastingsschakelaar. Bij overbelasting van de compressor schakelt deze schakelaar de compressor automatisch uit om de compressor te beschermen tegen oververhitting. Indien de overbelastingsschakelaar de motor uitschakelt wacht dan tot de compressor afgekoeld is.
- Lange toevoerleidingen alsook verlengkabels, kabeltrommels enz. leiden tot spanningsverlies en kunnen het starten van de motor beletten.
- Bij temperaturen onder +5°C start de motor eventueel moeilijk ten gevolge van stroefheid.
U schakelt de compressor in door de rode knop (ref. 8) uit te trekken.
Om de compressor uit te schakelen drukt u de rode knop (ref. 8) terug in.

5.5.2 Driefasen-versie (fig. 2b)
U schakelt de compressor in door de groene knop (ref. 8.1) in te drukken.
Om de compressor uit te schakelen drukt u de rode knop (ref. 8.2) terug in.
5.6 Drukafstelling: (fig. 2a-2b)
- Met de drukregelaar (ref. 7) kan de druk op de manometer (ref. 6) worden afgesteld.
- De afgestelde druk kan op de snelkoppeling (ref. 5) worden ontnomen.
5.7 Afstelling van de drukschakelaar
De drukschakelaar werd door de fabriek afgesteld.
Inschakeldruk 8 bar
Uitschakeldruk 10 bar
6. SCHOONMAKEN EN ONDERHOUDEN

Let op!
Trek vóór alle schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheid de netstekker uit het stopcontact.

Let op!
Wacht tot de compressor helemaal is afgekoeld! Gevaar om brandwonden op te lopen!

Let op!
Vóór alle schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden dient de ketel drukloos te worden gemaakt.
6.1 Reiniging
- Hou de veiligheidsinrichtingen zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparaat met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- Het is aan te bevelen het apparaat direct na elk gebruik schoon te maken.
- Maak het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep schoon. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofcomponenten van het apparaat kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnen in het apparaat terechtkomt.
- Slang en spuitgereedschap moeten vóór de schoonmaakbeurt van de compressor worden gescheiden. De compressor mag niet met water, oplosmiddelen of iets dergelijks schoon worden gemaakt.
6.2 Condenswater
Het condenswater moet dagelijks worden afgelaten door de aflaatklep (ref. 11) open te draaien (bodemkant van het drukvat).

Let op!
Het condenswater uit het drukvat bevat olieresten.
Ontdoet u zich van het condenswater op een milieuvriendelijke manier en deponeer het op een overeenkomstige inzamelplaats.
| ONDERHOUDSINTERVALLEN | |||
| FUNCTIE | NA DE EERSTE 100 UREN | ELKE 100 UREN | ELKE 300 UREN |
| Reiniging van de zuigfilter en/of vervanging van het filtrerende element | ● | ||
| Vervanging van olie | ● | ● | |
| Sluiting van de hoofdtrekkers | De controle moet uitgevoerd worden voordat de compressor voor de eerste keer wordt gestart | ||
| Het lossen van de condens vanuit de tank | Regelmatig en bij het einde van het werk | ||
| Controle van de riemspanning | Regelmatig | ||
6.3 Veiligheidsklep (ref. 10)
De veiligheidsklep is afgesteld op de maximaal toegestane druk van de druktank. Het is toelaatbaar de veiligheidsklep te verstellen of de verzegeling ervan te verwijderen.
6.4 Oliepeil regelmatig controleren
Plaats de compressor op een effen horizontaal oppervlak. Het oliepeil moet zich tussen MIN van de kijkglas (fig. 12, referentie 16) bevinden. Verversen van de olie: aanbevolen soort olie: SAE 15W/40 of een gelijkwaardige soort.
De olie van de eerste vulling moet na 100 bedrijfsuren worden ververst. Vervolgens dient olie om de 300 bedrijfsuren te worden afgelaten en door nieuwe olie te worden ververst.
6.5 Olie verversen
Schakel de motor uit en verwijder de netstekker uit het stopcontact. Nadat u de eventueel voorhanden zijnde luchtdruk hebt afgelaten kan u de olieaftapplug (ref. 15) op de compressiepomp uitdraaien. Om te voorkomen dat olie ongecontroleerd uitloopt plaats u best een kleine blikken goot eronder en verzamelt u de olie in een bak. Indien al de olie niet helemaal uitloopt is het aan te bevelen de compressor lichtjes schuin te zetten.
De afgewerkte olie biedt u aan op een overeenkomstige inzamelplaats voor afgewerkte olie.
Is al de olie uitgelopen draait u de olieaflaatplug (ref. 15) er terug in. Giet verse olie het olievulgat (ref. 14) in tot de olie het vereiste peil heeft bereikt. Daarna zet u de oliesluitdop (ref. 14) er terug in.
6.6 Bijspannen van v-snaar (fig. 13-15)
- Netstekker uit het stopcontact verwijderen en beschermende afdekking van de v-sna demonteren.
- De vier bevestigingsschroeven van de motor (A) losdraaien.
- Motor verschuiven tot de v-snaar zodanig is gespannen dat hij op de langste vrije plaats nog ca. 1 à 2 cm kan worden ingedrukt.
- Bevestigingsschroeven van de motor (A) terug aanhalen en afdekking van de hermonteren.
6.7 Sluiting van de hoofdtrekkers
Controleer de aanhaalkoppels van alle bouten en vortiel die van de kop (fig. 24).
De controle moet uitgevoerd worden voordat de compressor voor de eerste keer wordt gestart.
| SLUITING VAN DE HOOFDTREKKERS | ||
| NmMin. koppel | NmMax. koppel | |
| Bout M6 | 9 | 11 |
| Bout M8 | 22 | 27 |
| Bout M10 | 45 | 55 |
| Bout M12 | 76 | 93 |
| Bout M14 | 121 | 148 |
de
6.8 Schoonmaken van de aanzuigfilter (ref. 1)
De aanzuigfilter voorkomt het binnenzuigen van stof en vuil. Deze filter dient minstens om de 100 bedrijfsuren schoon te worden gemaakt. Een verstopt geraakte aanzuigfilter vermindert aanzienlijk het vermogen van de compressor. Draai de beide inbusschroeven (B) los. U kan dan de filter uit de beide helften van het plastic huis nemen, uitkloppen en met perslucht bij lage druk (ca. 3 bar) uitblazen en daarna opnieuw installeren (Fig. 16-17-18).
6.9 Opbergen
Let op!
Trek de netstekker uit het stopcontact, ontlucht het apparaat en alle aangesloten pneumatische gereedschappen. Berg de compressor op zodat hij niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld.
Let op!
De compressor alleen in een droge en voor onbevoegden ontoegankelijke omgeving opbergen. Niet kantelen, alleen recht staand opbergen!
7. Afvalbeheer en recyclage
Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoet u zich van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw -smaar gemeentebestuur!
8. MOGELIJKE STORINGEN EN TOEGESTANE REMEDIES
Schakel een gekwalificeerd elektricien in voor werkzaamheden aan elektrische componenten motor, pressostaat, schakelkast...).
| STORING OORZAAK | REMEDIE | |
| Luchtlekkage uit de klep van de pressostaat. | Terugslagklep die wegens slijtage of vuil op het afsluitvlak niet correct zijn functie vervult. | Draai de zeskantkop van de terugslagklep los, reinig de zitting en het schijfje van speciaal rubber (vervang indien versleten). Monteer opnieuw en draai zorgvuldig vast (fig. 21-22). |
| Open condensaftapkraan. Sluit de condensaftapkraan. | ||
| Rilsan buis niet correct op de pressostaat aangesloten. | Breng de rilsan buis op correcte wijze binnen de pressostaat in. | |
| Afname van het rendement. Veelvuldig starten. Lage drukwaarden. | Overmatig verbruik. Verbruik minder. | |
| Lekken uit koppelingen en/of leidingen. | Repareer de pakkingen. | |
| Verstopt aanzuigfilter. | Reinig/vervang het aanzuigfilter (fig. 16-17-18). | |
| Slippende riem. | Controleer de spanning van de riemen (fig. 15). | |
| De motor en/of de compressor raken oververhit. | Onvoldoende ventilatie. Verbeter de ventilatie. | |
| Verstopte luchtdoorvoeropeningen. | Controleer en reinig eventueel het luchtfilter. | |
| Matige smering. Vul bij of ververs de olie. | ||
| De compressor stopt na enkele startpogingen door ingrijpen van de thermische beveiliging i.v.m. overmatige belasting van de motor. | Starten met volle compressorkop. | Aflaten van druk aan de kop van de compressor door te drukken op de drukregelaar. |
| Lage temperatuur. Verbeter de omgevingscondities. | ||
| Onvoldoende spanning. | Controleer of de netspanning overeenkomt met die op het typeplaatje. Verwijder eventuele verlengsnoeren. | |
| Verkeerde of onvoldoende smering. | Controleer het peil, vul bij of ververs eventueel de olie. | |
| Inefficiënte magneetklep. | Neem contact op met het Servicecentrum. | |

| STORING OORZAAK | REMEDIE | |
| De compressor stopt tijdens bedrijf zonder duidelijke reden. | Ingreep van de thermische beveiliging van de motor. | Controleer het oliepeil. |
| Eenfase-eentrapsversies:bedien de drukknop op de pressostaat door hem in de OFF stand (paragraaf 5.5.1). Reset de thermische beveiliging (fig. 19) en start opnieuw (paragraaf 5.5.1).Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. | ||
| Versies metsterdriehoekaaanzetter:bedien de drukknop op de thermische beveiliging in de schakelkast (fig. 20) en start opnieuw (fig. 2b).Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. | ||
| Overige versies:bedien de drukknop op de pressostaat door hem in de OFF stand en vervolgens in de ON stand te zetten.Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. | ||
| Elektrische storing. | Neem contact op met het Servicecentrum. | |
| De compressor trilt tijdens bedrijf en de motor maakt een onregelmatig bromgeluid. Als hij stopt, start hij niet meer op, ondanks het feit dat er een bromgeluid uit de motor komt. | Eenfasemotoren:defecte condensator. | Laat de condensator vervangen. |
| Driefasenmotoren:Er ontbreekt een fase in het driefasen-voedingssysteem i.v.m. mogelijke onderbreking van een zekering. | Controleer de zekeringen in de schakelkast of –doos en vervang eventuele beschadigde zekeringen (fig. 23). | |
| Abnormale aanwezigheid van olie in net. | Overmatige vulling van olie binnen de groep. | Controleer het oliepeil. |
| Slijtage segmenten. | Neem contact op met het Servicecentrum. | |
| Lekkage van condens uit de aftapkraan. | Vuil of zand in de kraan. Reinig de kraan. | |
Alle overige werkzaamheden moeten door de erkende Servicecentra worden uitgevoerd, waarbij originele onderdelen gebruikt moeten worden. Zelfstandig de machine proberen te repareren kan de veiligheid in gevaar brengen en maakt sowieso de garantie ongeldig.
SimpelGids