VC450 E - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC450 E VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC450 E - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC450 E van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC450 E VOLTCRAFT
Het symbool met de bliksemschicht in een driehoek geeft aan wanneer er gevaar bestaat voor uw gezond- heid, bijv. door een elektrische schok. Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaan- wijzing die in ieder geval moeten worden opgevolgd. Het pijlsymbool ziet u, wanneer u bijzondere tips en aanwijzingen voor de bediening zult verkrijgen. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen. Beschermingsniveau 2 (dubbele of versterkte isolatie, dubbel geïsoleerd) IP65 Bescherming tegen het indringen van stof (stofdicht) en straalwater CAT I Meetcatagorie I voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die niet rechtstreeks via de netspanning worden voorzien (vb. batterijaangedreven apparaten, lage veiligheidsspanning, signaal- en stuurspanningen, etc.) CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker recht- streeks worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b.v. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten). Het meetbedrijf in CAT III is uitsluitend toegelaten met meetstiften met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetstiften. CAT IV Meetcategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie (vb. hoofdverdeler, huis-over- drachtspunten van de energieleverancier, etc.) en in de open lucht (vb. werken aan aardingskabels, boven- grondse leidingen, etc.). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën. Het meetbedrijf in CAT IV is uitsluitend toegelaten met meetstiften met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetstiften. Aardpotentiaal104
3. Voorgeschreven gebruik
- Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de meetcategorie CAT III tot max. 1000 V resp. CAT IV tot max. 600 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1 /UL 61010-1/CAN/CSA-C22.2 NO. 61010-1 en alle lagere categorieën.
- Meten van gelijkspanning tot max. 1000 V
- Meten van wisselspanning tot max. 1000 V
- Meten van gelijk- en wisselstroom tot max. 10 A of 20 A, kortstondig (max. 10 seconden)
- Frequentiemeting van 600 Hz tot 40 MHz (elektronisch) of van 45 tot 400 Hz (elektrisch, als subfunctie)
- Meten van capaciteiten tot 60 mF
- Metenvanweerstandentot60MΩ
- Meten van temperaturen van -40 tot +1000 °C
- 3-fasen-draairichtingsweergave De meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. In alle meetfuncties (behalve mV, diode- en doorgangs- test) is de automatische meetbereikkeuze (Autorange) actief. In het AC-spannings en AC-stroommeetbereik worden reële meetwaarden (True RMS) tot een frequentie van 400 Hz weergegeven. De polariteit wordt bij een negatieve meetwaarde automatisch met het (-) teken weergegeven. De beide stroommetingangen zijn met keramische groot vermogenzekeringen beveiligd tegen overbelasting. De spanning in het meetcircuit mag 1000 V niet overschrijden. De multimeter wordt aangedreven door een standaard 9 V-blokbatterij (type 6F22, NEDA 1604 of identiek). Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen. Een accu mag omwille van de mindere capaciteit niet worden gebruikt. Een automatische uitschakeling schakelt het apparaat na ong. 15 minuten uit wanneer er op geen enkele toets op het apparaat wordt gedrukt. Dit voorkomt dat de batterij vroegtijdig leeg raakt. Deze functie kan worden gedeactiveerd. Aan de achterzijde van het apparaat bevindt zich een aansluitbare LED-lamp die als zaklamp kan worden gebruikt. De multimeter mag in geopende toestand met open batterijvak of een ontbrekend batterijvakdeksel niet worden gebruikt. Omwille van het ontwerp stemt het apparaat overeen met beschermklasse IP65 en is het stofdicht en spuitwaterdicht. Het meetapparaat mag niet worden gebruikt wanneer het nat of vochtig is. Beschermklasse IP65 dient alleen voor de bescherming van het toestel. Metingen in explosieve omgevingen (Ex) of vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toe- gestaan. Ongunstige omstandigheden zijn: Vocht of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, onweer of onweerachtige omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden, enz. Gebruikvoorhetmetenalleendemeegeleverdemeetleidingenresp.meetaccessoires,dieopdespecicatiesvan de multimeter afgestemd zijn.105 Het meetapparaat mag uitsluitend worden bediend door personen, die met de nodige voorschriften voor het meten en de mogelijke gevaren vertrouwd zijn. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting is aangewezen. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het totale product mag niet worden gewijzigd resp. omgebouwd! Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!
- Veiligheidsinstructies
- Gebruiksaanwijzing (op CD) Actuele gebruiksaanwijzingen Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.106
5. Bedieningselementen
A Passende rubberen bescherming B μA/mA-meetbus C A-meetbus D COM-meetbus(referentiepotentiaal“min”) E VΩ-meetbus(bijgelijkegrootte“plus”) F Draaischakelaar voor meetfunctieselectie G Functietoetsen H Scherm I Lichtsensor voor de schermverlichting J Ophangbeugels, uitklapbaar K LED-lamp L Meetsstifthouder M Schroeven voor de deksel van het batterij- en zekeringsvak N Inklapbare standaard O Temperatuurmeetadapter (thermo-elementsokkel op bananenstekker van 4 mm)107
6. Veiligheidsvoorschriften
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en let in het bijzonder op de veiligheidsvoorschriften. Als u de veiligheidsvoorschriften en de informatie met betrekking tot het correct gebruik in deze ge- bruiksaanwijzing niet volgt, zijn wij niet aansprakelijk voor de resulterende persoonlijke letsels/ materiële schade. Bovendien vervalt In zulke gevallen de garantie.
- Om veiligheids- en keuringsredenen is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het toestel niet toegestaan.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het toestel.
- Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
- In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen.
- In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten.
- Zorg ze bij elke meting voor dat het meetapparaat zich in de juiste meetfunctie bevindt.
- Bij gebruik van meetstiften zonder afdekkappen mogen metingen tussen meetapparaat en aardpotenti- aal niet boven de meetcategorie CAT II worden uitgevoerd.
- Bij metingen in de meetcategorie CAT III en CAT IV moeten de meetsitften met afdekkappen (max. 4 mm vrije contactlengte) worden gebruikt om ongewilde kortsluitingen tijdens het meten te vermijden. Deze worden meegeleverd.
- Vóór elke wisseling van het meetfunctie moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd.
- De spanning tussen meetapparaat en aardpotentiaal mag niet meer zijn dan 1000 V DC/AC in CAT III resp. 600 V DC/AC in CAT IV.
- Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >33 V wissel- (AC) resp. >70 V gelijkspanning (DC)! Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaar- lijke elektrische schok krijgen.
- Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/ meetpunten tijdens de meting niet (ook niet indirect) aanraakt. Pak tijdens het meten de meetstiften niet boven de tastbare handgreepmarkeringen vast.
- Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetleidingen op beschadiging(en). Voer in geen geval metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz.) is. De mee- geleverde meetkabels hebben een slijtage-indicator. Bij schade wordt een tweede, anderskleurige iso- leerlaag zichtbaar. Het meetaccessoire mag niet meer worden gebruikt en moet worden vervangen.
- Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en onderdelen van de schakeling enz. absoluut droog zijn.108
- Vermijd gebruik van het toestel in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - Zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.
- Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Men moet aannemen dat gevaarloos gebruik niet meer mogelijk is, wanneer: - het apparaat zichtbaar is beschadigd, - het apparaat niet meer functioneert en - het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of - het apparaat tijdens transport zwaar is belast.
- Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het toestel onder bepaalde omstandigheden beschadigd raken. Laat het toestel uitgeschakeld op kamertemperatuur komen.
- Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
- Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.109
7. Productomschrijving
De meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. Het scherm van de DMM bestaat uit 6000 counts (count = kleinst mogelijke schermwaarde). De AC-meting van spanning en stroom gebeurt als echte effectieve waarde (TrueRMS). Als de DMM 15 minuten niet wordt bediend, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. Deze functie spaart de batterijen en verlengt de gebruiksduur. De automatische uitschakeling kan manueel worden gedesactiveerd. Het meetapparaat is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele en industriële toepassingen tot aan CAT IV. Door de vast aangespoten rubberen bescherming is het apparaat extreem robuust en weerstaat zelfs een val van 2 m hoogte. Bovendien is het apparaat stofdicht en spuitwaterdicht (IP65). De rubberen dichting in het batterijvak moet bij het vervangen van de batterij of zekering op vervuiling worden gecontroleerd om de dichtheid te waarborgen. De dichting moet altijd schoon zijn. Verwijder vuil en deeltjes met een dun wattenstaafje, etc. De dichting mag niet worden beschadigd. In de afgewikkelde stekkers van de meegeleverde meetleidingen kunnen zich transportbeschermkappen bevinden. Verwijder deze voor u de stekkers in de meetapparaatbussen steekt. VooreenbetereaeesbaarheidkandeDMMwordenneergezetmetdestandaardaandeachterzijde. Draaischakelaar (F) De afzonderlijke meetfuncties (meeteenheden) worden via een draaischakelaar gekozen.Deautomatischebereikkeuze“AUTO”isindemeestemeetfuncties actief. Hierbij wordt altijd het geschikte meetbereik ingesteld. Aan de draaischakelaar bevinden zich in enkele bereiken meerdere functies. Deze rood gemarkeerde subfuncties kunnen met de toets “SELECT” worden omgeschakeld (vb. omschakeling weerstandsmeting bij continuïteitstest of AC/DC-omschakeling etc.). Met elke keer drukken, schakelt u de functie om. Hetmeetapparaatisopstand“OFF”uitgeschakeld.Schakelhetmeetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt.110
8. Schermgegevens en symbolen
De volgende symbolen en gegevens zijn op het apparaat of op het scherm aanwezig. 1 Echt-effectieve waardemeting 2 Symbool voor de diodetest 3 Symbool voor de akoestische doorgangsmeting 4 Delta-symbool voor relatieve metingen (=referentiewaardeme- ting) 5 Symbool voor milli (exp.-3) 6 Symbool voor micro (exp.-6) 7 Volt (eenheid van elektrische spanning) 8 Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) 9 Symbool voor nano (exp.-9) 10 Symbool voor milli (exp.-3) 11 Symbool voor micro (exp.-6) 12 Farad (eenheid van elektrische capaciteit) 13 Symbool voor mega (exp.6) 14 Symbool voor kilo (exp.3) 15 Ohm (eenheid van elektrische weerstand) 16 Hertz (eenheid van frequentie) 17 Meetwaardemelding 18 Automatische verlichting voor scherm is actief 19 Slotsymbool voor fasenherkenning (knipperen = detectiemodus, permanente weergave = fase herkend) 20 3-Fasen-draairichtingsweergave“rechtsdraaiend” 21 3-Fasen-draairichtingsweergave“linksdraaiend” 22 Symbool graden Fahrenheit (Angelsaksische temperatuureenheid) 23 Symbool graden Celsius (temperatuureenheid) 24 Minimumwaardegeheugen 25 Maximumwaardegeheugen 26 Automatische meetbereikselectie is actief 27 Batterijstandaanduiding 28 Automatische uitschakeling is geactiveerd 29 Hold-functie is actief 30 Symbool voor gelijkstroom ( ) 31 Polariteitsaanduiding voor stroomvloeirichting (minpool) 32 Symbool voor wisselstroom ( ) 33 Symbool voor lage impendantie 34 Waarschuwingssymbool voor gevaarlijke spanning of met waarschuwingsgeluid voor meetbereikoverschrijding111 REL Toets voor relatieve metingen (=referentiewaardemeting) SELECT Toets voor omschakeling van subfuncties RANGE Toets voor manuele meetbereikselectie MAX MIN Toets voor maximum- en minimumwaarde-opslag HOLD Toets voor het vasthouden van de actuele meetwaarde OL Overload = overbelasting; het meetbereik werd overschreden OFF Schakelstand“Meetapparaatuit” Lo.bt Batterijen moeten worden vervangen Symbool voor de diodetest Symbool voor de akoestische doorgangsmeter Symbool voor het capaciteitsmeetbereik °C°F Symbool voor de temperatuurmeetbereik graden Celsius/graden Fahrenheit (eenheid van tempe- ratuur) Symbool voor wisselstroom Symbool voor gelijkstroom COM Meetaansluiting referentiepotentieel mV Meetfunctie spanningsmeting, Millivolt (exp.-3) V Meetfunctie spanningsmeting, Volt (eenheid van elektrische spanning) A Meetfunctie stroommeting, Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) mA Meetfunctien stroommeting, Milli-ampère (exp.-3) µA Meetfunctie stroommeting, Micro-ampère (exp.-6) Hz Meetfunctie frequentie, Hertz (eenheid van de frequentie) Ω Meetfunctieweerstand,Ohm(eenheidvanelektrischeweerstand) Motor Meetfunctie 3-fasen-draairichtingsweergave Toets voor de uitschakeling van de automatische verlichting voor het scherm Toets voor LED-lamp Symbool voor gebruikte zekeringen112
Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schake- lingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V ACrms of 70 V DC kan staan! Levensgevaarlijk! Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetleidingen op beschadigingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetleidingen mogen niet meer worden gebruikt! Le- vensgevaarlijk! Pak tijdens het meten de meetstiften niet boven de tastbare handgreepmarkeringen vast. Er mogen altijd alleen de twee meetleidingen op het meetapparaat aangesloten zijn, die nodig zijn voor de meetfuncties. Verwijder om veiligheidsredenen alle niet benodigde meetleidingen uit het apparaat. Metingen in stroomcircuits >33 V/AC en >70 V/DC mogen alleen door elektriciens en hiervoor aan- gewezen personeel, die op de hoogte zijn van de van toepassing zijnde voorschriften en de daaruit volgende gevaren, uitgevoerd worden. Als“OL”(voorOverload=overbelasting)ophetdisplayverschijnt,hebtuhetmeetbereikoverschreden. a) Meetapparaat inschakelen Draaidedraaischakelaar(F)opdebetreffendemeetfunctie.Draaidedraaischakelaaropdestand“OFF”omhet apparaat uit te zetten. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt. Voordat u het meetapparaat kunt gebruiken, moet eerst de meegeleverde batterij worden geplaatst. Het plaatsenenvervangenvandebatterijenwordtinhethoofdstuk“Reinigingenonderhoud”beschreven. b) Wisselspanningsmeting “V/AC” Voor het meten van wisselspanningen “AC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie “V “. Op hetschermverschijnt“AC”endeeenheid“V”. - Steek de rode meetleiding in de V-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meet- object (generator, schakeling, enz.). - De meetwaarde wordt op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit. Het spanningsbereik “VAC” bezit een ingangs- weerstandvan≥10MΩ.Daardoorwordtdescha- keling bijna niet belast.113 c) Gelijkspanningsmeting “V/DC” Voor het meten van gelijkspanningen “DC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie “V “. - Drukopdetoets“SELECT”omnaarhetgelijkspanningsbereikomtescha- kelen.Ophetschermverschijnt“DC”endeeenheid“V”. - Steek de rode meetleiding in de V-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meetobject (genera- tor, schakeling, enz.). De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de minpool. - De betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde op het display weergege- ven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetobject en schakel de DMM uit. Iserbijgelijkspanningvoordemeetwaardeeen“-”(min)-tekentezien,danisdegemetenspanningnega- tief (of de meetleidingen zijn verwisseld). Hetspanningsbereik“V/DC”beziteeningangsweerstandvan≥10MΩ.Daardoorwordtdeschakelingbijna niet belast. d) LoZ-wisselspanningsmeting “V/AC” DeLoZ-meetfunctielaateenwisselspanningsmetingmetlageimpendantie(ca.300kΩ)toe.Delagerebinnenweer- stand van het meetapparaat vermindert de foutieve meting van strooi- en fantoomspanningen. Het meetcircuit wordt echter sterker belast dan met de standaard meetfunctie. Voor het meten van wisselspanningen “AC” (LoZ V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie “LoZ V “.Ophetschermverschijnt“LoZAC”endeeenheid“V”. - Steek de rode meetleiding in de V-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meet- object (generator, schakeling, enz.). - De meetwaarde wordt op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit. Het spanningsbereik “LoZ V/AC” bezit een in- gangsweerstand van <300 kΩ. Daardoor wordt de schakeling minder belast.114 e) Spanningsmeting “mV” Om kleine spanningen tot max. 600 mV met een hoge resolutie te meten is een eigen meetfunctie beschikbaar. Deze functie kan zowel voor wissel- als gelijkspanning worden gebruikt. Voor het meten van wisselspanningen “AC “ (mV ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie “mV “. Op hetschermverschijnt“AC”endeeenheid“mV”. - Steek de rode meetleiding in de V-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meetob- ject (generator, schakeling, enz.). - De meetwaarde wordt op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit. Hetspanningsbereik“mV”beziteeningangsweer- standvan≥100MΩ.Bijopenmeetingangenkan omwille van de hoge gevoeligheid een niet-gede- nieerde meetwaarde worden weergegeven die echter geen invloed op het meetresultaat heeft. Voor het meten van gelijkspanningen “DC” (mV ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie “mV “. - Drukopdetoets“SELECT”omnaarhetgelijkspanningsbereikomtescha- kelen.Ophetschermverschijnt“DC”endeeenheid“mV”. - Steek de rode meetleiding in de V-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meetobject (genera- tor, schakeling, enz.). De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de minpool. - De betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetobject en schakel de DMM uit. Iserbijgelijkspanningvoordemeetwaardeeen“-”(min)-tekente zien, dan is de gemeten spanning negatief (of de meetleidingen zijn verwisseld). Het spanningsbereik “mV” bezit een ingangsweerstand van ≥100MΩ.Bijopenmeetingangenkanomwillevandehogegevoe- ligheideenniet-gedenieerdemeetwaardewordenweergegeven die echter geen invloed op het meetresultaat heeft.115 f) Stroommeting “A” Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schake- lingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V ACrms of 70 V DC kan staan! Levensgevaarlijk! De spanning in het meetcircuit mag 1000 V niet overschrijden. Metingen in het >10 A-gebied mogen max. 10 seconden duren, en worden uitgevoerd met een inter- val van 15 minuten. Meet op het bereik A in geen geval stromen van meer dan 20 A resp. in het mA/µA-bereik stromen groter dan 600 mA: anders spreken de zekeringen aan. Begin de stroommeting altijd met het grootste meetbereik en wissel indien nodig naar een kleiner meetbereik. Schakel de schakeling altijd stroomloos voor het aansluiten van het meetapparaat en voor een wisseling van het meetbereik. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd tegen overbelasting. Voor het meten van gelijkstromen (A ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de vereiste meetfunctie “A, mA, µA ”. - In de tabel kunnen de verschillende meetfuncties en de mogelijke meetbereiken bekeken worden. Selecteer de meetfunctie en de bijbehorende meetbussen. Meetfunctie Meetbereik Meetbussen
A <10 A (<20 A) COM + A
mA <600 mA COM + µAmA µA <6000 µA COM + µAmA - Steek na de voorkeuze de rode meetleiding in de meetbus “A”(C)of“µAmA”(B).Dezwartemeetleidingstoptuinde COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften in de stroomloze toe- stand in serie met het meetobject (batterij, schakeling, enz.). Het respectievelijke stroomcircuit moet daarvoor worden gesplitst. - Nadat de aansluiting is gebeurd, neemt u het stroomcircuit in gebruik. - De betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde op het display weergegeven. - Schakel na het einde van de meting het meetcircuit op- nieuw stroomloos en verwijder daarna de meetleidingen van het meetobject. Schakel de DMM uit. Is er bij een gelijkstroommeting voor de meetwaar- deeen“-”(min)-tekentezien,danisdegemeten stroom tegengesteld (of zijn de meetmeetleidin- gen verwisseld).116 Voor het meten van wisselstroom (A ) gaat u te werk zoals hierboven beschreven. - Schakel de DMM in en kies de gewenste meetfunctie “A, mA, µA“. - Drukopdetoets“SELECT”omnaarhetAC-meetbereikoverteschake- len.Ophetdisplayverschijnt“AC”.Doornogmaalsopdetoetstedrukken, wordt weer naar het DC-meetbereik omgeschakeld enz. - Sluit het meetapparaat aan, zoals beschreven in het hoofdstuk “Meting van gelijkstromen”. - Schakel na het einde van de meting het meetcircuit opnieuw stroomloos en verwijder daarna de meetleidingen van het meetobject. Schakel de DMM uit. g) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - SchakeldeDMMinenkiesdemeetfunctie“Ω”. - Verbind de rode meetleiding met de Ω-meetbus (E), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (D). - Controleer de meetleidingen op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaardevanong.0-0,5Ωinstellen(deeigen weerstand van de meetleidingen). - Drukopdetoets“REL”(G),omdeinvloedvandeeigen weerstand van de meetleidingen op de volgende weer- standsmetinguitteschakelen.Hetdisplaygeeft0Ωweer. - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meetwaarde wordt op het scherm weergegeven, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de schermwaardegestabiliseerdis.Bijweerstanden>1MΩ kan dit enige seconden duren. - Zodra“OL”(voorOverload=overbelasting)ophetdisplay verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit. Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetstiften in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars of dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen. Detoets“REL”werktalleenalseenmeetwaardeisweergegeven.Als“OL”wordtweergegeven,kandeze functie niet worden geactiveerd.117 h) Diodetest Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie - Drukopdetoets“SELECT”2xomdemeetfunctieomte schakelen. Op het scherm verschijnt het diodesymbool en de eenheid Volt (V). Door nogmaals op de toets te druk- ken, wordt de volgende meetfunctie ingeschakeld. - Verbind de rode meetleiding met de Ω-meetbus (E), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (D). - Controleer de meetleidingen op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een waarde van ong. 0.000 V instellen. - Verbind nu de beide meetstiften met het meetobject (dio- de). - Ophetdisplaywordtdedoorlaatspanning“UF”involt(V) weergegeven.Als“OL”verschijnt,wordtdediodeinsper- richting (UR) gemeten of is de diode defect (onderbreking). Voer ter controle een meting door met omgekeerde pola- riteit. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit.
Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie - Drukopdetoets“SELECT”1xomdemeetfunctieomte schakelen. Op het scherm verschijnt het symbool voor decontinuïteitstestenhetsymboolvoordeeenheid“Ω”. Door nogmaals op de toets te drukken, wordt de volgende meetfunctie ingeschakeld. - Verbindde rodemeetleiding metdeΩ-meetbus(E),de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (D). - Als doorgang wordt een meetwaarde ≤ 10 Ω herkend; hierbijklinkteenpieptoon.Hetmeetbereikgaattot600Ω. - Zodra“OL”(voorOverload=overbelasting)ophetdisplay verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit.118 j) Capaciteitsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Let bij elektrolyt-condensatoren absoluut op de polariteit. - SchakeldeDMMinenkiesdemeetfunctie“Capaciteit” - Verbind de rode meetleiding met de Ω-meetbus (E), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (D). Op basis van de gevoelige meetingang kan het bij “open”meetleidingenkomentoteenwaarde-indi- catie op het display. Door indrukken van de toets “REL”wordthetdisplaygeresetop“0”.Deautoran- ge-functie wordt gedeactiveerd. Dit is aangewezen bij kleine vermogens in het nF-bereik. - Verbind de beide meetstiften (rood = pluspool/zwart = minpool) met het meetobject (condensator). Op de display wordt na korte tijd de capaciteit weergegeven. Wacht tot de schermwaarde gestabiliseerd is. Bij condensatoren >40 µF kan dit enkele seconden duren. - Zodra“OL”(voorOverload=overbelasting)opdedisplay verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit. k) Frequentiemeting (elektronisch) De DMM kan de frequentie van een signaalspanning van 600 Hz tot 40 MHz meten en weergeven. Het maximale ingangsbereik bedraagt 30 Vrms. Deze meetfunctie is niet alleen voor netspanningsmetingen geschikt. Let op de ingangswaarden in de technische gegevens. Voornetspanningsmetingengebruiktudebijkomendefunctie“Hz”indeovereenkomstigespannings-en stroommeetbereiken. Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk: - Schakelde DMM in enkies de meetfunctie “Hz”.Op het schermverschijnt“Hz”. - Steek de rode meetleiding in de Hz-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meetob- ject (signaalgenerator, schakeling, enz.). - De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op het dis- play weergegeven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit.119 l) Temperatuurmeting Tijdens de temperatuurmeting mag alleen de temperatuursensor van de te meten temperatuur toe- gepast worden. De bedieningstemperatuur van het meetapparaat mag niet naar boven of onder overschreden worden, omdat het anders tot meetfouten kan leiden. De contact-temperatuursensor mag niet op het spanningsvrije oppervlak gebruikt worden. Er is een draadvoeler bij het meetapparaat geleverd die een temperatuur van -40 tot +230 °C kan meten. Om het volle meetbereik (-40 tot +1000 °C) van de multimeter te kunnen gebruiken zijn optionele type-K-thermovoelers verkrijgbaar. Voor de aansluiting van de type-K-sensor met miniatuurstek- kers is de meegeleverde adapterstekker nodig. Voor de temperatuurmeting kunnen alle type-K-thermovoe- lers gebruikt worden. De temperaturen kunnen worden aan- geduid in °C of in °F. Voor een temperatuurmeting gaat u als volgt te werk: - SchakeldeDMMinenkiesdemeetfunctie“°C°F”.Ophet scherm verschijnt de eenheid °C voor temperatuurmeting. - Steek de meegeleverde type-K-meetadapter (O) met de polen in de juiste richting in de V- en COM-meetbussen. De adapter past slechts in een richting op het meetapparaat en dekt daarbij voor de veiligheid de stroom-meetbussen af. - Steek de meegeleverde temperatuursensor met de polen in de juiste richting in de meetadapter. Beide contacten van de thermo-elementstekker hebben een verschillende breedte zodat een verkeerde aansluiting wordt voorkomen. - Op het scherm verschijnt de temperatuurwaarde in °C. - Metdetoets“SELECT”kandeeenheidvan°Cop°Fge- schakeld worden. Iedere toetsindruk schakelt de eenheid om. - Zodra“OL”ophetschermverschijnt,heeftuhetmeetbe- reik overschreden of is de sensor onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob- ject en schakel de DMM uit. m) 3-Fasen-draairichtingsweergave “Motor” HetDMMkanviademeetfunctie“Motor”dedraairichtingineen3-fasen-stroomnetidenticeren.Voordedraairich- tingsweergavezijnslechts2meetleidingennodig.TijdensdeidenticatiemoetenbuitenleiderL1,L2enL3naelkaar worden afgetast. Het DMM herkent de fasenverschuiving en geeft vervolgens de draairichting (draaiveld) met een pijlsymbool weer. De 3-fasen-draairichtingsweergave kan alleen in het AC-V-bereik worden geselecteerd.120 Gaalsvolgttewerkomde3-fasen-draairichtingteidenticeren: - SchakeldeDMMinenkiesdemeetfunctie“Motor”.Ophet schermverschijnt“AC”endeeenheid“V”. - Steek de rode meetleiding in de V-meetbus (E), de zwarte meetleiding in de COM-meetbus (D). - Houd de toets “SELECT” gedurende 2 seconden inge- drukt. Er worden twee pieptonen weergegeven en het slotsymbool (H19) knippert. De automatische meetbe- reikinstelling wordt gedeactiveerd en het 600 V-bereik ge- selecteerd. Op het scherm wordt ong. 0.0 V weergegeven - Verbind de zwarte meetstift met buitenleider L3. Deze ver- binding blijft voor de test onveranderd. Verbind de rode meetstift met buitenleider L1. - Van zodra het meetapparaat twee buitenleiders heeft her- kend, wordt de nominale spanning weergegeven en het slotsymbool brandt permanent. - Vervang nu binnen de 5 seconden de rode meetstift naar buitenleider L2. Als de tijd voor het vervangen van het meetpunt wordt overschreden, onderbreekt de DMM de meting en moet de functie opnieuw worden opgestart. - Het meetapparaat analyseert bij een correcte meetpunt- vervanging de fasenverschuiving van de drie na elkaar bepaalde buitenleiders en geeft de draairichting via twee symbolen op het scherm weer. De pijlrichting van de sym- bolen geeft telkens de draairichting weer: In de richting van de wijzers van de klok = rechtsdraaiend Tegen de richting van de wijzers van de klok = linksdraai- end - Voor een bijkomende meting drukt u eenmaal kort op de toets“SELECT”.Omdefunctietedeactiveren,houdtu detoets“SELECT”gedurendeminstens2secondenin- gedrukt. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetob- ject en schakel de DMM uit. Defunctietoetsen“RANGE”,“MAXMIN”,“REL”,“Hz”en“HOLD”zijnindezemeetfunctiegedeactiveerden kunnen niet worden geselecteerd. Bij het meten van driefasige motoraandrijvingen met snelheidsregeling met variabele frequentie (VFD) kunnen storingen (PWM-interferentie) optreden. Omdezeinterferentieteminimaliseren,iseenlangeremeettijd(≥30s)nodig. De nominale spanning wordt in dit geval alleen aangegeven als referentiewaarde. De nauwkeurigheid is niet geldig voor toerengeregelde motoraandrijving.121
10. Bijkomende functies
Via de functietoetsen (G) kunnen verschillende bijkomende functies worden geactiveerd. Bij elke druk op de toets wordt een akoestisch geluidssignaal ter bevestiging weergegeven. a) SELECT-functie Meerdere meetfuncties zijn van subfuncties voorzien. De subfuncties zijn rood gemarkeerd. Om deze te selecteren druktuopdetoets“SELECT”.Metelkekeerdrukkenschakeltueensubfunctieverder. b) RANGE - manuele selectie voor meetbereik De RANGE-functie maakt het mogelijk om een bepaald meetbereik handmatig in te stellen. In ongunstige bereiken kan het gebeuren dat de automatische meetbereikinstelling reeds het volgende grote meetbereik weergeeft of tus- sen twee bereiken wisselt. Om dit te onderdrukken, kan het meetbereik in enkele meetfuncties handmatig worden ingesteld. De manuele meetbereikinstelling werkt in alle meetfuncties, behalve: Motor, mV, continuïteitstest en diodentest. Dooropde“RANGE”-toetstedrukkendoofthetsymbool“AUTO”ophetschermuitenwordternaardemanuele modus omgeschakeld. Elkedrukopdetoets“RANGE”schakelteenmeetbereikverderenbegintopheteindeopnieuwmethetkleinste meetbereik. Het respectievelijke meetbereik is te herkennen aan de plaats van het decimaalpunt. Houddetoets“RANGE”ong.2secondeningedruktomdezefunctieuitteschakelen.Hetsymbool“AUTO”verschijnt op het display en de automatische meetbereikkeuze is weer actief. Het wisselen van de meetfunctie deactiveert deze functie eveneens. c) MAX MIN-functie Deze functies maakt het mogelijk om de maximum- en minimumwaarde tijdens een meetreeks op te slaan en weer tegeven.Doorindrukkenvandetoets“MAXMIN”wordtdezemeetfunctieingeschakeld.Auto-Rangewordtgede- activeerd. Bij geactiveerde functie wordt tegelijk de minimum- en maximumwaarde van de huidige meetreeks opgeslagen. De Max.- en Min-weergave kan met elke druk op een toets (MAX MIN) worden omgeschakeld. De waarden worden na een wisselen van de meetfunctie of bij het uitschakelen van het apparaat gewist. Omdefunctietedeactiveren,houdtudetoets“MAXMIN”gedurendeca.2secondeningedrukt.Deweergave“MAX” of“MIN”verdwijnten“AUTO”verschijntopnieuw. Deze bijkomende functie kan in de meetfunctie “Motor” en “Hz” niet worden geactiveerd.122 d) REL-functie De REL-functie maakt een referentiewaardemeting mogelijk om evt. strooiselweergaven of vermogensverliezen zoals bijv. bij weerstandsmetingen te vermijden. Hiertoe wordt de momentane displaywaarde op nul gezet. Er wordt een nieuwe referentiewaarde ingesteld. Auto-Range wordt gedeactiveerd. Doorindrukkenvandetoets“REL”wordtdezemeetfunctieingeschakeld.Ophetdisplayverschijnt“Δ”. Omdedezefunctieuitteschakelen,druktunogmaalsopdetoets“REL”ofverandertudemeet-functie. Deze bijkomende functie kan in de meetfunctie “Motor” en “Hz” niet worden geactiveerd. e) Hz-functie, frequentiemeting (elektrisch) De AC-spannings- en stroommeetbereiken zijn van subfuncties voor frequentiemeting voorzien. Deze meetfunc- ties vereisen een signaalniveau van >30 Vrms en hebben een bandbreedte tot 400 Hz en is daarom geschikt voor netspanning. Omdefrequentievanhetstroom-ofspanningssignaaltemeten,druktuopdetoets“Hz”.Ophetschermwordtde frequentieinHzweergegeven.Omdeweergaveomteschakelen,druktunogmaalsopdetoets“Hz”. f) HOLD-functie DeHold-functiehoudtdehuidigemeetwaardeophetschermvastomdezerustigtekunnenaezenofverwerken. Zorg bij het testen van spanningvoerende leidingen dat deze functie bij aanvang van de test is gedeactiveerd. Er wordt anders een verkeerd meetresultaat gesimuleerd! Deze bijkomende functie kan in de meetfunctie “Motor” niet worden geactiveerd VoorhetinschakelenvandeHold-functiedruktuopdetoets“HOLD”;eengeluidssignaalbevestigtdezehandeling en“H”wordtopdedisplayweergegeven. OmdeHold-functieuitteschakelen,druktunogmaalsopdetoets“HOLD”ofverandertudemeetfunctie. g) Schermverlichting De multimeter herkent via een lichtsensor automatisch de helderheid in de omgeving en schakelt bij ingeschakeld DMMautomatischdeschermverlichtingin.Dezeautomatischefunctiewordtophetschermdoorhetsymbool“BL” weergegeven. Ze kan via de verlichtingstoets worden gedeactiveerd en blijft gedeactiveerd tot het apparaat via de draaischakelaar wordt uitgeschakeld. De volgende keer dat het apparaat wordt ingeschakeld, is deze automatische functie opnieuw actief. h) LED-lamp Aan de achterzijde van het apparaat is een witte LED-lamp (K) geïntegreerd. De lamp wordt via de toets met het zak- lampsymbool in- en uitgeschakeld. Telkens wanneer op een toets wordt gedrukt, schakelt de lamp in en opnieuw uit. De lamp blijft branden tot ze via de toets manueel wordt uitgeschakeld, het meetapparaat via de draaischakelaar (OFF) wordt uitgeschakeld of het apparaat na ca. 15 minuten automatisch wordt uitgeschakeld.123
i) Automatische uitschakelfunctie
Het DMM schakelt zichzelf na ong. 15 minuten automatisch uit, wanneer geen toets of de draaischakelaar bediend werd. Deze functie beschermt en spaart de batterij en verlengt de gebruiksduur. De actieve functie wordt met het symbool “ ”ophetschermweergegeven. Het DMM geeft ong. 1 minuut voor het uitschakelen 3 korte pieptonen weer. Als in deze tijd de uitschakelfunctie met een willekeurige toets (behalve de beide verlichtingstoetsen) wordt afgebroken, weerklinkt na 15 minuten het volgen- de uitschakelsignaal. Het uitschakelen wordt met een lange pieptoon aangekondigd. Om de DMM na een automatische uitschakeling weer in te schakelen, bedient u de draaischakelaar of drukt u op een willekeurigetoets(behalvedebeideverlichtingstoetsenen“SELECT”). De automatische uitschakeling kan manueel worden gedesactiveerd. Schakel daartoe het meetapparaat uit (OFF). Houd de toets “SELECT” ingedrukt, en schakel de DMM met de draaischakelaar in. Het symbool “ ”isnietzichtbaar.Deuitschakelautomaatiszolangactief,tothetmeetapparaat met de draaischakelaar wordt uitgeschakeld.124
11. Reiniging en onderhoud
a) Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat jaarlijks worden gekalibreerd. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij of zekering is het meetapparaat onderhoudsvrij. Het vervangen van batterij en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetmeetleidingen, bijv. op beschadiging van de behuizing of knellen van de leidingen enz. Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich houders waarmee de meet- leidingen aan het meetapparaat kunnen worden bevestigd. De meetstiften kunnen zo worden geplaatst dat ze schoon worden weggestopt of hoger bevestigd om met beide handen te kunnen meten. b) Reiniging Voordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in acht te nemen: Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende onderdelen worden blootgelegd. Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten leidingen van het meetapparaat en van alle meetobjecten worden gescheiden. Schakel de DMM uit. Gebruik voor het schoonmaken geen schurende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk voor de ge- zondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Voor de reiniging van het toestel resp. het scherm en de meetleidingen dient u een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek te gebruiken. Laat het apparaat goed drogen voordat u het weer in gebruik neemt.125 c) Meetapparaat openen Door het behuizingsontwerp is zelfs bij een geopend batterij- en zekeringsvak, alleen toegang tot de batterijen en zekeringen mogelijk. Deze maatregelen verhogen de veiligheid en de gebruiksvriendelijkheid. Voor het openen gaat u als volgt te werk: - Koppel alle meetleidingen van het meetapparaat los en schakel het uit. - Klap de opstelbeugel (N) aan de achterzijde open. - Maak met een passende schroevendraaier de 5 batterijvak- schroeven (M) aan de achterzijde los. - Trek het batterijvakdeksel (N) van het meetapparaat wan- neer de opstelbeugel opgeklapt is. - De zekeringen en het batterijvak zijn nu toegankelijk. - Controleer elke keer dat het batterijvakdeksel werd geo- pend, de rubberen dichting rond het batterij- en zekerings- vak op vuil en verwijder dit indien nodig. Dit garandeert de bescherming tegen indringen van stof en water. - Sluit de behuizing af in omgekeerde volgorde en schroef het batterij- en zekeringsvak vast. - Het meetapparaat is nu weer klaar voor gebruik. d) Vervangen van de zekering De stroommeetbereiken zijn beveiligd met hoogspanningszekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is, moet de zekering worden vervangen. De zekeringen kunnen bij gesloten behuizing via de weerstandsmetingsfunctie worden gecontroleerd. Se- lecteerdemeetfunctie“Ω”.Verbindmeteenmeetleidingdemeetbus“Ω”(E)metdemA-bus(B)ofmetde A-bus (C). Bij intacte zekeringen moeten de volgende meetwaarden worden weergegeven: mA:<1,5MΩ,A:<5Ω.Alseenhogerewaardeof“OL”wordtweergegeven,moetdezekeringwordenvervangen.126 Voor het vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetleidingen van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit. - Sluitdebehuizingzoalsinhoofdstuk“Meetapparaatopenen”beschreven. - Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekerin- gen hebben de volgende waarden: Zekering F1 F2 Karakteristiek Snel Snel Waarde FF600mA H 1000 V F11A H 1000V Afmetingen 6 x 32 mm 10 x 38 mm Type Keramiek Keramiek Bestelnr. 442335 126357 - Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Het gebruik van herstelde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is om veiligheids- reden niet toegestaan. Dit kan leiden tot brand of lichtboogexplosies. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. e) Plaatsen/vervangen van de batterij Voor het gebruik van het meetapparaat is een 9 V-blokbatterij (b.v. 1604A) noodzakelijk. Bij de eerste ingebruikname of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen in het scherm verschijnt, moeten nieuwe, volle batterijen worden geplaatst. De batterijstand wordt via een dynamisch symbool weergegeven. Het verandert naargelang de batterijstand van voorkomen. Van zodra het lege symbool knippert, moet een nieuwe batterij worden geïnstalleerd om meetfouten te voorkomen. De volgende symbolen worden weergegeven: Batterij vol Batterij bijna leeg Batterij leeg Batterij leeg, meetapparaat schakelt uit Voor het plaatsen of vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel het meetapparaat en de aangesloten meetleidingen van alle meetcircuits. Verwijder alle meetleidingen los van hun meetapparaat. Schakel de DMM uit. - Sluitdebehuizingzoalsinhoofdstuk“Meetapparaatopenen”beschreven. - Vervang de lege batterij voor een nieuwe van hetzelfde type. Plaats een nieuwe batterij volgens de juiste poolrich- ting in het batterijvak. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.127 Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterij in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn be- veiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg bij inslikken onmiddellijk een arts. Verwijder de batterij als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt om lekkage te voorko- men. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken. Draag daarom in dit geval geschikte veiligheidshandschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur. Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Er bestaat explosiegevaar. Een passende alkalinebatterij kunt u bestellen onder het volgende bestelnummer: Bestelnr. 652509 (1x bestellen). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiksduur hebben.
a) Algemeen Houd het product buiten bereik van het huishoudelijk afval. Het product dient aan het einde van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften te worden verwijderd. Lever het bijv. in bij het betreffende inzamelpunt. Verwijder de geplaatste batterijen resp. accu’s en gooi deze afzonderlijk van het product weg. b) Verwijderen van lege batterijen U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan! Accu´sdieschadelijkestoffenbevatten,zijngemarkeerdmetnevenstaandsymbool.Dezemogennietvia het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd = cad- mium, Hg = kwik, Pb = lood. Uw lege accu’s kunt u gratis inleveren bij de gemeentelijke inzamelpunten, bij onzenevenvestigingen,ofafgevenbijalleverkooppuntenvanaccu´s. Zo voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan bescherming van het milieu!128
13. Verhelpen van storingen
U heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich enkele problemen of fouten voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht! Fout Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De multimeter functioneert niet. Is de batterij leeg? Controleer de toestand. Batterijen vervangen. Geen verandering van meetwaarden. Is een foutieve meetfunctie actief (AC/DC)? Controleer de indicatie (AC/DC) en schakel de functie evt. om. Werden de verkeerde meetbussen gebruikt? Controleer de bustoewijzing of de goede verbinding van de meetleidingen. Is de Hold-functie geactiveerd? Schakel de Hold-functie uit. Geen meting in het A-meet- bereik mogelijk Is de zekering in het A-meetbereik defect? Controleer de 11 A-zekering F2. Geen meting in het mA/µA-meetbereik mogelijk Is de zekering in het mA/µA-meet- bereik defect? Controleer de 600 mA-zekering F1. Andere reparaties zoals hiervoor omschreven mogen alleen door een geautoriseerde vakman wor- den uitgevoerd. Bij vragen over het gebruik van het meetapparaat staat onze technische helpdesk ter beschikking.129
14. Technische gegevens
Scherm .............................................................6000 counts (tekens) Meetrate ...........................................................ong. 3 metingen/seconde Meetmethode AC ..............................................True RMS, AC-gekoppeld Meetleidingslengte ............................................elk ong. 80 cm Meetimpendantie ..............................................≥10MΩ(V-bereik) Meetbussenafstand ..........................................19 mm (COM-V) Automatische uitschakeling ..............................ong. 15 minuten, handmatig deactiveerbaar Spanningsverzorging ........................................9 V-blokbatterij (NEDA 1604, 6F22 of identiek) Bedrijfstijd batterij .............................................ong. 72 h (zonder schermverlichting/LED-lamp) Bedrijfsvoorwaarden .........................................0 °C tot +30 °C (<75%rV) ..........................................................................+31 °C tot +40 °C (<50%rV) Bedrijfshoogte ...................................................max. 2000 m Opslagtemperatuur ...........................................-10 °C tot +50 °C (<75%rV) Gewicht .............................................................ong. 473 g Afmetingen (L x B x H)......................................195 x 95 x 58 (mm) Meetcategorie ...................................................CAT III 1000 V, CAT IV 600 V Verontreinigingsgraad ......................................2 Veiligheid in overeenstemming met ..................EN 61010-1 /UL 61010-1/CAN/CSA-C22.2 NO. 61010-1 Beschermklasse ...............................................IP65 (stofdicht en spuitwaterdicht) Meettoleranties Weergavevandenauwkeurigheidin±(%vandeaezing+weergavefoutenincounts(=aantalkleinsteposities)). De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23 °C (±5 °C), bij een rel. luchtvochtigheid van minder dan75%,nietcondenserend.Buitendittemperatuurbereikgeldteentemperatuurcoëfciënt:+0,1x(gepeciceerde nauwkeurigheid)/1 °C. De meting kan in het gedrang komen wanneer het apparaat in een hoogfrequente, elektromagnetische veldsterkte wordt gebruikt. In een elektromagnetisch belaste omgeving tot 1 V/m verhoogt de nauwkeurigheid met 5% van het meetbereik.Bovende1V/misnietmeergespeciceerdenkantotfoutieveweergavenleiden.130 Gelijkspanning V/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 mV* 0,1 mV ±(0,8% + 3) 6,000 V 0,001 V ±(0,6% + 3) 60,00 V 0,01 V ±(0,8% + 3)600,0 V 0,1 V 1000 V 1 V *uitsluitendviademeetfunctie“mV”beschikbaar Overbelastingsbescherming1000V;Impendantie:10MΩ(mV:≥100MΩ) Bij kortgesloten meetingang in het mV-bereik is een weergave van 5 counts mogelijk Wisselspanning V/AC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 mV* 0,1 mV ±(1,3% + 5) 6,000 V 0,001 V ±(1,0% + 5) 60,00 V 0,01 V ±(1,3% + 4)600,0 V 0,1 V 1000 V 1 V 600,0 V "LoZ" 0,1 V ±(2.6% + 4) 600,0 V "Motor"** 0,1 V ±(2,0% + 6) *uitsluitendviademeetfunctie“mV”beschikbaar ** de nauwkeurigheid is niet geldig voor toerengeregelde motoraandrijving Frequentiebereik40–400Hz;overbelastingsbescherming1000V;impendantie:10MΩ(mV:≥100MΩ) Gespeciceerdmeetbereik:5-100%vanhetmeetbereik Bij kortgesloten meetingang is een weergave van 5 counts mogelijk Na het gebruik van de LoZ-functie is een regeneratietijd van 1 minuut nodig TrueRMSpiekwaarde(CrestFactor(CF))≤3CFtot600V,≤1,5CFtot1000V TrueRMS piekwaarde voor niet-sinusvormige signalen evt. tolerantieopslag: CF >1,0 - 2,0 + 3% CF >2,0 - 2,5 + 5% CF >2,5 - 3,0 + 7% Criteriavoordefasenherkenningvariabelefrequentieinde“Motor”-modus:>80V/ACvan50tot80Hz131 Gelijkstroom A/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid
6,000 A 0,001 A ±(1,6% + 4) 20,00 A* 0,01 A ±(2,0% + 7) Frequentiebereik 40 - 400 Hz; overbelastingsbeveiliging 1000 V Gespeciceerdmeetbereik:5-100%vanhetmeetbereik Bij kortgesloten meetingang is een weergave van 2 counts mogelijk *Tot 10 A continumeting, >10 - 20 A max. 10 s met meetpauze 15 minuten TrueRMSpiekwaarde(CrestFactor(CF))≤3CFbovenhetgehelebereik TrueRMS piekwaarde voor niet-sinusvormige signalen evt. tolerenatieopslag: CF >1,0 - 2,0 + 3% CF >2,0 - 2,5 + 5% CF >2,5 - 3,0 + 7%132 Weerstand Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 60,0Ω* 0,01Ω ±(1,3% + 3) 600,0Ω* 0,1Ω ±(1,3% + 3) 6,000kΩ 0,001kΩ ±(1,0% + 3)60,00kΩ 0,01kΩ 600,0kΩ 0,1kΩ 6,000MΩ 0,001MΩ ±(1,6% + 4) 60,00MΩ 0,01MΩ ±(3,0% + 7) Overbelastingbeveiliging 1000 V Meetspanning: ca. -0,5 V, meetstroom ca. -0,7 mA *Nauwkeurigheid na aftrek van de meetleidingsweerstand Capaciteit Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 6,000 nF* 0,001 nF ±(4% + 13) 60,00 nF* 0,01 nF ±(4% + 7) 600,0 nF* 0,1 nF 6,000 µF* 0,001 µF 60,00 µF 0,01 µF 600,0 µF 0,1 µF 6,000 mF 0,001 mF ±13% 60,00 mF 0,01 mF Overbelastingbeveiliging 1000 V *Nauwkeurigheidvoormeetbereik≤1µFuitsluitendgeldigmettoegepasteREL-functie Frequentie “Hz” (elektronisch) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600 Hz - 6,000 kHz* 0,001 kHz ±(0,1% + 5) 60,00 kHz 0,01 kHz 600,0 kHz 0,1 kHz 6,000 MHz 0,001 MHz 40,00 MHz 0,01 MHz Signaalniveau (zonder gelijkspanningsaandeel): ≤100kHz:200mV-30Vrms >100 kHz - <1 MHz: 600 mV - 30 Vrms ≥1MHz-<10MHz:1V-30Vrms 10 MHz -40 MHz: 1,8 V - 30 Vrms *Het frequentiemeetbereik begint vanaf 600 Hz133 Frequentie “Hz” (elektrisch, subfunctie van A en V) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid
Notice-Facile