VC850 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC850 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC850 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC850 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC850 VOLTCRAFT
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruikname en gebruik, ook als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u deze later nog eens kunt nalezen! U vindt een opsomming van de inhoud in de inhoudsopgave met aanduiding van de pagina- nummers op pagina 80.34
- Inleiding Geachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uit- stekend product in huis gehaald. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek met name onderscheidt door specifieke vakkundigheid en permanente innovatie. Met Voltcraft® worden gecompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionele gebruiker al gauw kinderspel. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstige verhouding van prijs en prestaties. Wij zijn ervan overtuigd: uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een lange en prettige samenwerking. Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!80 Inhoudsopgave Inleiding p. 79
- Voorgeschreven gebruik p. 81
- Bedieningselementen p. 82
- Veiligheidsvoorschriften p. 83
- Productbeschrijving p. 85
- Leveringsomvang p. 86
- Displaygegevens en symbolen p. 86
- Meetbedrijf p. 87
- a) Multimeter inschakelen p. 88
- b) Spanningsmeting „V“ p. 88
- c) Stroommeting „A“ p. 89
- d) Frequentiemeting p. 90
- e) Weerstandsmeting p. 90
- f) Diodetest p. 91
- g) Doorgangstest p. 92
- h) Capaciteitsmeting p. 92
- i) Temperatuurmeting (alleen VC850) p. 93
- RANGE-functie, manuele selectie voor meetbereik p. 93
- REL-functie p. 94
- HOLD-functie p. 94
- Low imp.-400 kΩ-functie p. 94
- RS232-interface p. 95
- Displayverlichting p. 95
- Hz%-subfunctie p. 95
- Reiniging en onderhoud p. 96
- Algemeen p. 96
- Reiniging p. 96
- Meetapparaat openen p. 96
- Zekeringcontrole/zekeringvervanging p. 97
- Plaatsen/vervangen van de batterij p. 98
- Verwijdering p. 99
- Verhelpen van storingen p. 100
- Technische gegevens 1 Voorgeschreven gebruik - Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de overspanningscategorie IV tot max. 600V resp. CAT III tot max. 1000 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1 en alle lagere categorieën. - Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 1.000 V V/DC, 750 V/AC - Meten van gelijk- en wisselstromen tot max. 10 A - Frequentiemeting tot 10 MHz - Meten van capaciteiten tot 4000 µF - Meten van weerstanden tot 60 MΩ - Doorgangstest (< 30 Ω akoestisch) - Diodetest - Temperatuurmeting van -40 tot + 1000 °C (alleen VC850) De meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. De meetbereikselectie gebeurt in alle meetfuncties (behalve diode- en doorgangstest) automatisch. Een manuele instelling is te allen tijde mogelijk. Bij VC850 wordt in het spannings- en stroommeetbereik de echt-effectieve meetwaarde (True RMS) weergegeven. Bij VC830 wordt de gemiddelde (RMS sinus) weergegeven. De polariteit wordt automa- tisch weergegeven. De beide stroom-metingen zijn beveiligd tegen overbelasting. De spanning in de meetcircuit mag de 1000 V in CAT III of 600 V in CAT IV niet overschrijden. De beide stroommeetbereiken zijn beveiligd met keramische hoogspanningszekeringen. Een lage impedantie-functie (Low imp), maakt meting met gereduceerde binnenweerstand mogelijk. Deze onderdrukt fantoomspanningen die in de hoogohmige metingen kunnen optreden. De meting met gereduceerde impedantie is alleen toegestaan in de meetkring tot max. 1000 V en voor slechts max. 3 s. Bij indrukken van de low imp-toets klinkt een signaaltoon en verschijnt er een waarschuwingsteken op het display. De multimeter werkt met een gangbare, 9V alkalische blokbatterij. Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen. Het meetapparaat mag in geopende toestand met open batterijvak of een defect batterijdeksel niet wor- den gebruikt. Wanneer de meetkabels in de meetbussen zijn gestoken, is het door het gepatenteerde afschermingsdeel niet mogelijk het batterij- of zekeringsdeksel te openen. Ook verhindert dit dat de meetkabels bij een geopend batterij- en zekeringsdeksel geopend kunnen worden. Metingen in vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstige omstandigheden zijn: - Vocht of hoge luchtvochtigheid, - stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, - onweer resp. weersomstandigheden zoals sterk elektrostatische velden enz. Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetsnoeren resp. meetaccessoires, die op de specifi- caties van de multimeter afgestemd zijn. Een andere toepassing dan hierboven beschreven kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het complete product mag niet worden veranderd of omgebouwd! Lees deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!82 Bedieningselementen Zie uitklappagina 1 Passende rubberen bescherming 2 Display 3 SELECT-toets voor omschakelen van de functie (rode symbolen) 4 Draaischakelaar voor meetfunctieselectie 5 mAµA-Meetbus 6 10 A-Meetbus 7 HzVΩ-Meetbus(bij gelijke grootte „plus“) 8 COM-Meetbus (referentiepotentiaal „minus“) 9 Low Imp. 400 kΩ-toets voor impedantie-omschakeling 10 Functietoetsen RANGE: Manuele meetbereikomschakeling REL/PC: REL = referentiewaarde, PC = activeert de interface Hz/%: Functieomschakeling (gele symbolen, alleen actief in het AC-meetbereik) H/LIGHT: Hold-functie voor het vasthouden van de meetweergave, inschakelen van de displayver- lichting 11 Optisch geïsoleerde RS232-interface 12 Statief-aansluitschroefdraad 13 Inklapbare standaard 14 Batterijvak 15 Schroeven voor het batterij en zekeringsvak 16 Zekeringsvak83 Veiligheidsvoorschriften p. 1018
Lees voor ingebruikneming de volledige gebruiksaanwijzing door; deze bevat belangrijke instructies voor het juiste gebruik. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, ver- valt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen, aanvaarden wij geen aan- sprakelijkheid! In zulke gevallen vervalt de garantie. Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Volg de instructies en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een veilige werking te garanderen! Let op de volgende symbolen:
Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaan- wijzing die absoluut opgevolgd dienen te worden.
Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een vei- ligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.
Het “hand”-symbool vindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen. Veiligheidsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie) CAT II Overspanningscategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Overspanningscategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b.v. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten).84 CAT IV Overspanningscategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstalla- tie (bijv. hoofdverdeling, huis-omschakelingspunten van de energieleverancier etc.). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën. Aardpotentiaal Om veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het apparaat niet toegestaan. Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het apparaat. Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen! In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen. In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten. Zorg bij elke spanningsmeting dat het meetapparaat zich niet binnen het stroommeetbereik bevindt. De spanning tussen meetapparaat en aardpotentiaal mag niet meer zijn dan 1000 V DC/AC in CAT III resp. 600 V in CAT IV. Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd. Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >25 V wissel- (AC) resp. >35 V gelijkspanning (DC)! Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaar- lijke elektrische schok krijgen. Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadiging(en). Voer in geen geval metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz.) is. Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meetpun- ten tijdens de meting niet, ook niet indirect, aanraakt. Pak tijdens het meten niet boven de voelbare hand- greepmarkeringen op de meetstiften vast. Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en onderdelen van de schakeling enz. absoluut droog zijn. Vermijd gebruik van het apparaat in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.85 Wanneer men aanneemt dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, dan mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien: - het apparaat zichtbaar is beschadigd, - het apparaat niet meer functioneert en - het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of - het apparaat tijdens transport zwaar is belast. Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstandighe- den beschadigd raken. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen. Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. Productbeschrijving De meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. Het display van de DMM bestaat uit 6000 counts (count = kleinst mogelijke displaywaarde). Het meetapparaat is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele toepassingen. Voor een betere afleesbaarheid kan de DMM worden neergezet met de standaard aan de achterzijde. Het batterij- en zekeringsvak kan alleen geopend worden, wanneer alle meetkabels van het meetappa- raat verwijderd worden. Bij geopend batterij- en zekeringsvak ik is het niet mogelijk om de meetkabels in de meetbussen te steken. Dit verhoogt de veiligheid voor de gebruiker. Bij incorrect aangesloten meetkabels, klinkt in het spannings- en stroommeetbereik een een alarmtoon met een knipperende displayweergave: “WARNING!” Sluit de meetkabels correct aan voordat u gaat meten. Draaischakelaar (4) De afzonderlijke meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. De automatische bereikselectie “Autorange” is actief. Hierbij wordt altijd het geschikte meetbereik ingesteld. Begin de stroommeting altijd met het grootste meetbereik (10 Z) en schakel indien nodig om naar een kleiner meetbereik. De multimeter is op stand „OFF“ uitgescha- keld. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt. De afbeelding toont de rangschikking van de meetfuncties van VC830 en VC850.86 Leveringsomvang Multimeter met passende, rubberen afscherming 9V-blokbatterij Veiligheidsmeetsnoeren Software cd Gebruiksaanwijzing Displaygegevens en symbolen Afhankelijk van het model zijn er verschillende symbolen en gegevens beschikbaar. Dit is een lijst van alle voorkomende symbolen en gegevens van de VC800-serie. Delta-symbool voor relatieve metingen (=referentiewaardemeting) Autorange duidt “automatische keuze van het meetbereik” aan. H Data-Hold-functie is actief OL Overload = overbelasting; het meetbereik werd overschreden OFF Schakelstand „Uit“ Batterij vervangen-symbool; de batterij zo snel mogelijk vervangen om meetfouten te vermijden! Symbool voor de diodetest Symbool voor de akoestische doorgangsmeter AC Wisselspanningsgrootheid voor spanning en stroom DC Gelijkspanningsgrootheid voor spanning en stroom mV Millivolt (exp.-3) V Volt (eenheid van elektrische spanning) A Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) mA Milliampère (exp.-3) µA Micro-ampère (macht -6) Hz Hertz (eenheid van frequentie) kHz Kilo Hertz (macht 3) MHz Mega ohm, (macht 6) % Duty-Cycle, geeft de verhouding tussen de positieve halve golflengte in procenten weer. °C graden Celsius °F graden Fahrenheit Ω Ohm (eenheid van elektrische weerstand) kΩ Kilo ohm (macht 3)87 MΩ Mega ohm, (macht 6) nF Nano-Farad (macht. -9;eenheid van elektrische capaciteit, symbool ) µF Microfarad (macht -6) Symbool voor het capaciteitsmeetbereik WARNING! Waarschuwingssymbool bij spanningen > 30 V AC/DC, low imp-functie en incorrect aangesloten meetkabels Symbool voor gegevensoverdracht (actieve RS232-interface) Bargraf-balkaanduiding (alleen bij V, A, Ω) Symbool voor de ingebouwde zekeringen Meetbedrijf
Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 V ACrms of 35 V DC kan staan! Levensgevaarlijk! Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetdraden op beschadi- gingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetsnoeren mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaarlijk! Pak tijdens het meten de meetsnoeren niet boven de tastbare handgreepmarke- ringen vast. Het meten mag alleen worden uitgevoerd als de batterij- en zekeringsvak volle- dig gesloten zijn. Bij een geopend vak zijn alle meetbussen mechanisch tegen insteken beveiligd.
Er mogen altijd alleen die twee meetsnoeren op het meetapparaat aangesloten zijn, die nodig zijn voor de meting. Verwijder om veiligheidsredenen alle niet benodigde meetsnoeren uit het apparaat. Metingen in stroomcircuits >50 V/AC en >75 V/DC mogen alleen door elektriciens en hiervoor aangewezen personeel, die op de hoogte zijn van de van toepassing zijnde voorschriften en de daaruit volgende gevaren, uitgevoerd worden.
Als „OL“ (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbe- reik overschreden.88 a) Multimeter inschakelen De multimeter wordt door de draaischakelaar in- en uitgeschakeld. Draai de schakelaar op de betreffende meetfunctie (4). Draai de schakelaar op de stand „OFF“ om het apparaat uit te zetten. Deze zijn beschik- baar aan beide zijden van het draaigebied. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt.
Voordat u het meetapparaat kunt gebruiken, moeten eerst de meegeleverde batterij geplaatst worden. Het plaatsen en vervangen van de batterijen wordt in het hoofdstuk „Onderhoud en reiniging“ beschreven. b) Spanningsmeting „V“ Voor het meten van gelijkspanningen “DC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „V “. - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meet- object (batterij, schakeling, enz.). De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de min- pool. - De betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde op het display weer- gegeven.
Zodra bij de gelijkspanning een min „-„ voor de meetwaarde verschijnt, is de gemeten spanning negatief (of de meetsnoeren zijn verwisseld). Het spanningsbereik „V DC/AC“ bezit een ingangsweerstand van >10 MOhm. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Voor het meten van wisselspanningen “AC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „V “. Druk bij VC850 op de toets “SELECT” (3) om naar het AC-meetbereik over te schakelen. Op het display verschijnt “AC”. - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (8); het zwarte in de COM-meetbus (7). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meetobject (generator, schakeling, enz.). - De meetwaarde wordt op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.89 c) Stroommeting „A“
Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschre- den. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere span- ning dan 25 V ACrms of 35 V DC kan staan! Levensgevaarlijk! De max. toegestane spanning in het meetcircuit mag 1.000 V in CAT III niet over- schrijden Metingen in het >5 A-gebied mogen max. 10 seconden duren, en worden uitge- voerd met een interval van 10 minuten.
Begin de stroommeting altijd met het grootste meetbereik en wissel indien nodig naar een kleiner meetbereik. Voor een meetbereik altijd de stroom op de schakeling uitscha- kelen. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd tegen overbelasting. Voor het meten van gelijkstromen (DC ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „A “ - In de tabel kunnen de verschillende meetfuncties en de mogelijke meetbereiken bekeken worden. Selecteer een meetbereik en de bijbehorende meetbussen. Meetfunctie VC830, VC850 Meetbussen µA 0,1 µA - 6000 µA COM + mAµA mA 0,01 mA - 600 mA COM + mAµA
10A 0,001 A - 10 A COM + 10A
- Steek de rode meetkabel in de mA µA- of 10A-meetbus- sen Het zwarte meetsnoer stopt u in de COM-aansluiting. - Sluit nu de beide meetsnoeren in serie aan met het mee- tobject (batterij, schakeling, enz.); de betrokken polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meet- waarde op het display weergegeven.
Is er bij een gelijkstroommeting voor de meetwaarde een “-”(min)-teken te zien, dan is de gemeten stroom tegengesteld (of zijn de meetsnoeren verwisseld). - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Voor het meten van wisselstroom (A ) gaat u te werk zoals hierboven beschreven. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „A ”. Druk bij VC850 op de toets “SELECT” (3) om naar het AC-meetbereik over te schakelen. Op het display verschijnt “AC”. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer overgeschakeld enz. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Meet op het bereik 10A in geen geval stromen van meer dan 10 A resp. in het mA/µA-gebied stromen groter dan 600 mA: anders spreken de zekeringen aan.
d) Frequentiemeting De DMM kan de frequentie van een signaalspanning tot 0,001 Hz - 10 MHz meten en weergeven. Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Hz”. Op het display verschijnt „Hz“. - Steek het rode meetsnoer in de Hz-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meet- object (signaalgenerator, schakeling, enz.). - De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob- ject en schakel de DMM uit. e) Weerstandsmeting
Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn. Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Ω”. - Steek het rode meetsnoer in de Ω-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaarde van ca. 0 - 0,5 ohm instellen (de eigen weerstand van de meetsnoeren). - Druk op de toets “REL” (10), om de invloed van de eigen weerstand van de meetsnoeren op de volgende weer- standsmeting uit te schakelen. Op het display verschijnt het delta-symbool en het scherm geeft 0 Ohm weer. De automatische bereikselectie (Autorange) is actief. - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meetwaarde wordt op het display weergegeven, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de displaywaarde gestabiliseerd is. Bij weer- standen >1 MOhm kan dit enkele seconden duren.91 - Zodra “OL” (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbereik over- schreden of is het meetcircuit onderbroken. Een herhaalde druk op de toets “REL” schakelt de rela- tief-functie uit en activeert de autorange-functie. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.
Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waar u de meetstiften mee in contact brengt voor het meten, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars en dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen. f) Diodetest
Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik . Op het display verschijnt het diodesymbool. - Steek het rode meetsnoer in de Ω-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een waarde van ca. 0,000 V instellen. - Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het meetobject (diode). - Op het display wordt de doorlaatspanning „UF“ in volt (V) weergegeven. Als „OL“ verschijnt, wordt de diode in sper- richting (UR) gemeten of is de diode defect (onderbre- king). Voer ter controle een meting door met omgekeerde polariteit. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob- ject en schakel de DMM uit.92 g) Doorgangstest
Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik . Druk op de toets „SELECT” (4) om de meetfunctie om te schake- len. Op het display verschijnt het symbool voor de door- gangsmeting. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt de eerste meetfunctie ingeschakeld. - Steek het rode meetsnoer in de Ω-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Als doorgang wordt een meetwaarde < 30 ohm herkend; hierbij klinkt een pieptoon. - Zodra „OL.“ (voor overflow = overloop) op het display ver- schijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob- ject en schakel de DMM uit. h) Capaciteitsmeting
Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn. Let bij elektrolyt-condensatoren absoluut op de polariteit. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - In het display verschijnt de eenheid „nF“.
Door de gevoelige meetingang kan bij „open“ meetsnoeren een waarde in het display wor- den weergegeven. Door indrukken van de toets “REL” wordt het display gereset op “0”. De autorange-functie blijft actief. - Verbind nu de beide meetpunten (rood = pluspool/zwart = minpool) met het meetobject (condensator). Op het dis- play wordt na korte tijd de capaciteit weergegeven. Wacht tot de displaywaarde gestabiliseerd is. Bij condensatoren >40 µF kan dit enkele seconden duren. - Zodra “OL” (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, heeft u het meetbereik over- schreden. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.93
i) Temperatuurmeting (alleen VC850)
Tijdens de temperatuurmeting mag alleen de temperatuurvoeler van de te meten temperatuur toegepast worden. De bedieningstemperatuur van het meetapparaat mag niet naar boven of onder overschreden worden, omdat het anders tot meet- fouten kan leiden. De contact-temperatuurvoeler mag niet op het spanningsvrije oppervlak gebruikt worden. Voor de temperatuurmeting kunnen alle K-type thermovoelers gebruikt worden. De temperaturen kunnen worden aangeduid in °C of in °F. Met de optionele voelers kan het totale meetbereik (-40 bis +1000 °C) toegepast worden. Voor een temperatuurmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „°C“. - Steek de optionele thermovoeler in de richting van de pool met de rode stekker (plus-pool) in de V-meetbus (7) en met de zwarte stekker (min-pool) in de COM-meetbus (8). - Op het scherm verschijnt de temperatuurwaarde met de corresponderende eenheid. - Met de toets “SELECT” kan de eenheid van °C op °F geschakeld worden. Iedere toetsindruk schakelt de een- heid om. - Verschijnt “OL” in het scherm, dan wordt het meerbereik overschreden. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob- ject en schakel de DMM uit.
Bij een overbrugde meetingang (bussen: °C – COM) wordt de temperatuur van het DMM-apparaat getoond. Het aanpassen van de temperatuur aan de omgeving geschiedt - vanwege de gesloten behuizing – zeer langzaam. RANGE-functie, manuele selectie voor meetbereik De RANGE-functie maakt de manuele meetbereikselectie mogelijk in de meetfuncties spannings-, weer- stands en stroommeting. In het grensbereik is het zinvol het meetbereik te fixeren, om onbedoeld omschakelen te voorkomen. Door indrukken van de toets “RANGE” wordt deze meetfunctie ingeschakeld. Op het display verdwijnt de weergave “Auto-range”. Hou de toets “RANGE” 2 s ingedrukt om deze functie uit te schakelen. “Autorange” verschijnt weer op het scherm.94 REL-functie De REL-functie maakt een referentiewaardemeting mogelijk om ev. leidingsverliezen zoals bijv. bij weer- standsmetingen te vermijden. Hiertoe wordt de momentane displaywaarde op nul gezet. Er wordt een nieuwe referentiewaarde ingesteld. Door indrukken van de toets “REL” wordt deze meetfunctie ingeschakeld. Op het display verschijnt ” ”. De automatische meetbereikkeuze wordt daarbij ingeschakeld (buiten capaciteitsmeetbereik). Om de deze functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op de toets „REL“ of verandert u de meet- functie.
De REL-functie is niet actief in het frequentiemeetbereik en bij de doorgang- scontrole. HOLD-functie De HOLD-functie bevriest de huidige meetwaarde op het display om deze rustig te kunnen aflezen of verwerken.
Zorg bij het testen van spanningvoerende leidingen dat deze functie bij aanvang van de test is gedeactiveerd. Er wordt anders een verkeerd meetresultaat gesi- muleerd. Voor het inschakelen van de HOLD-functie drukt u op de toets „H“ (10); een geluidssignaal bevestigt deze handeling en „H“ wordt op het display weergegeven. Om de deze functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op de toets „H“ of verandert u de meet-functie. Low imp. 400 kΩ-functie
Deze functie mag alleen bij spanningen tot max. 1.000 V en gedurende max. 3 seconden worden gebruikt! Met deze functie kan het meetimpedantie n het spanningsmeetbereik van 10 MΩ naar 400 kΩ in het spanningsmeetbereik verlaagd worden. Door het verlagen van de meetimpedantie worden mogelijke fantoomspanningen onderdrukt, die het meetresultaat zouden kunnen vervalsen. Druk deze toets (9) tijdens de spanningsmeting (max. 1.000 V!) max. 3 seconden in. Na het loslaten heeft de multimeter weer zijn normale meetimpedantie van 10 MΩ. Terwijl de toets ingedrukt wordt, klinkt de signaaltoon en verschijnt “WARNING!” op het display.95 RS232-interface Op de bovenzijde van het meetapparaat is de optische geïsoleerde interface geïntegreerd waarmee meetgegevens naar een pc kunnen worden overgedragen en verder kunnen worden verwerkt. De dataverbinding kan met de optionele Seriell-datakabels (RS232 of USB), met een vrije interface aan uw computer tot stand gebracht worden. Schuif de bedekking van het interface (11) naar de bovenkant van de behuizing. Plaats de wigvormige adapter van de optionele interfacekabels goed boven in de behuizingssponning (11) op het meetappa- raat. De interface is in normale toestand uitgeschakeld. Hou bij een ingeschakelde DMM, de toets „REL/PC“ 2 s ingedrukt om deze te activeren. De activering wordt door het interfacesymbool en een korte pieptoon gesignaleerd. Hou de toets „REL/PC“ ca. 2 s ingedrukt of schakel het DMM uit om te activeren. Installeer de meegeleverde software. Raadpleeg de installatie- en bedieningshandleiding voor de software op de cd-rom.
De optionele datakabel verkrijgt u onder het volgende bestelnr.: Bestelnr. 12 56 40 RS232 Bestelnr. 12 03 17 USB Displayverlichting Onder ongunstige lichtomstandigheden kan het display verlicht worden. De verlichting schakelt na onge- veer 10 seconden automatisch uit. Hou de toets “LICHT” ca. 2 s ingedrukt om het licht in te schakelen. Hou de toets “LIGHT”nogmaals 2 s ingedrukt of schakel het DMM uit om de verlichting eerder uit te schakelen. Hz%-subfunctie In alle meetbereiken voor wisselgrootheden is het mogelijk om met een druk op de toets de frequentie resp. de pulsverhouding (Duty-Cycle) van de positieve halfbron in % weer te geven. De meetfunctie hoeft niet door de draaischakelaar afgewisseld te worden. De omschakeling gebeurt met de toets „Hz%“ (10). Alle geel gemarkeerde meetfuncties op de draai- schakelaar worden door deze toets bij iedere bediening omgeschakeld.96 Reiniging en onderhoud Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat jaarlijks worden geijkt. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij is het apparaat onder- houdsvrij. Het vervangen van batterij en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing.
Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetdra- den, bijv. op beschadiging van de behuizing of knellen van de draden enz. Reiniging Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht voordat u het apparaat gaat schoonmaken:
Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd. Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten snoeren van het meetappa- raat en van alle meetobjecten worden gescheiden. Schakel de DMM uit. Gebruik voor het schoonmaken geen carbonhoudende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soort- gelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereed- schap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Gebruik een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek om het product te reini- gen. Laat het apparaat goed drogen voordat u het weer in gebruik neemt. Meetapparaat openen Het vervangen van de zekering of batterij is uit om beveiligingsredenen alleen mogelijk, wanneer alle meetkabels van het meetapparaat verwijderd zijn. Het batterij- en zekeringsvak (15) kan niet geopend worden bij ingestoken meetkabels. Daarnaast worden bij het openen alle meetbussen mechanisch vergrendeld, om het insteken van meet- kabels na het openen van de behuizing te verhinderen. De vergrendeling wordt automatisch opgeheven, wanneer het batterij- en zekeringsvak weer afgesloten zijn. Door het behuizingsontwerp is zelfs bij een geopend batterij- en zekeringsvak, alleen toegang tot de bat- terijen en zekeringen mogelijk. De behuizing mag niet meer zoals gebruikelijk volledig geopend en gede- monteerd worden. Deze maatregelen verhogen de veiligheid en de gebruiksvriendelijkheid.97
oor het openen gaat u als volgt te werk: - Verwijder alle meetsnoeren van het apparaat en schakel het uit. - Maak de batterijschroeven (15) aan de achterkant los en verwijder deze. - Klap de standaard open. Trek het deksel van het batterij- en zekeringsvak naar onder uit het meetapparaat. - De zekeringen en het batterijvak zijn nu toegankelijk. - Sluit de behuizing af in omgekeerde volgorde en schroef het batterij- en zekeringsvak vast. - Het meetapparaat is nu weer klaar voor gebruik. Zekeringcontrole/zekeringvervanging De stroommeetbereiken zijn beveiligd met hoogspannings- zekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is, moet de zekering worden vervangen. Door het meetapparaat is het mogelijk de zekeringen met een gesloten behuizing te testen.
oor het testen gaat u als volgt te werk: - Kies met de draaischakelaar het meetbereik “Ω”. - Steek de meetkabel in de „VΩ“-bus. - Maak met de meetstift contact met het te testen stroom- meetbereik. - Als er een meetwaarde wordt weergegeven, dan is de zekering in orde. Blijft echter de “OL’ in het scherm staan, dan is de corresponderende zekering defect en moet deze vervangen worden.
oor het vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel het meetapparaat uit. - Sluit de behuizing zoals in hoofdstuk “Meetapparaat openen” beschreven. - Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekeringen hebben de volgende waarden: Zekering F1 F2 nominale gegevens F500mA H 1000V F10A H 1000V Schakelvermogen 30 kA Afmeting 6,3 x 32 mm 10 x 38 mm Type ESKA MULTI Fuse ESKA MULTI Fuse 1038827 Bestelnummer 53 90 21 53 90 2698 - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.
Het gebruik van herstelde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is om veiligheidsreden niet toegestaan. Dit kan leiden tot brand of lichtboogex- plosies. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. Plaatsen en vervangen van de batterij Voor het gebruik van het meetapparaat is een 9V-batterij (b.v. 1604A) noodzakelijk. Bij de eerste inge- bruikneming of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen op het display verschijnt, moeten nieuwe, volle batterijen worden geplaatst.
oor het plaatsen/vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel het meetapparaat uit. - Sluit de behuizing zoals in hoofdstuk “Meetapparaat openen” beschreven. - Vervang de lege batterij voor een nieuwe van hetzelfde type. Plaats een nieuwe batterij volgens de juiste poolrichting in het batterijvak (14). Let op de polariteitgegevens in het batterijvak. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.
Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGE- VAARLIJK! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kun- nen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huis- dieren worden ingeslikt. Raadpleeg bij inslikken onmiddellijk een arts. Verwijder de batterijen als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, om lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden ver- oorzaken. Draag in dit geval steeds beschermende handschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur. Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Er bestaat explosie- gevaar.
Een geschikte alkalinebatterij is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar: Bestelnr. 65 25 09 (1x bestellen a.u.b.). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiks- duur hebben.99 Verwijderen Oude elektronische apparaten bevatten waardevolle materialen en behoren niet in het huisvuil. Indien het apparaat onbruikbaar is geworden, dient het in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften te worden afgevoerd naar de gemeentelijke verzamelplaatsen. Afvoer via het huisvuil is niet toegestaan. Verwijdering van verbruikte batterijen! Als eindverbruiker bent u conform de KCA-voorschriften wettelijk verplicht om alle lege batterijen en accu’s in te leveren; afvoeren via het huisvuil is niet toegestaan! Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten worden gekenmerkt door de hier- naast vermelde symbolen, die erop wijzen dat deze niet via het huisvuil mogen worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd = cad- mium, Hg = kwik, Pb = lood. Lege batterijen en niet meer oplaadbare accu´s kunt u gratis inleveren bij de verzamelplaatsen van uw gemeente, onze filiaen of andere verkooppunten van batterijen en accu´s. Zo voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot bescherming van het milieu!100 Verhelpen van storingen U heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ont- wikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen:
Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht! Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De Multimeter functioneert Is de batterij leeg? Controleer de toestand. niet. Batterijen vervangen Geen verandering van Is een verkeerde meetfunctie Controleer of de indicatie meetwaarden. actief (AC/DC)?. (AC/DC) en schakel de functie indien nodig om. Steek de meetkabels Controleer de plaatsing van de correct in de meetbussen? meetkabels. Is de zekering defect? Controleer de zekeringen. Is de HOLD-functie geactiveerd Druk op de toets „H“ om (weergave „H”) deze functie te deactiveren. Het meetapparaat piept en het Incorrect aangesloten Meetkabels correct op knippert het symbool meetdraden meetapparaat aansluiten of “WARNING!” meetfunctie wijzigen.
Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erken- de vakman worden uitgevoerd. Bij vragen over het gebruik van het meetapparaat staat onze technische helpdesk onder het volgende telefoonnummer ter beschikking: Voltcraft®, 92242 Hirschau, Lindenweg 15, Tel.nr. +49 ( 0)180 / 586.582 7.101 Technische gegevens Weergave 6000 counts (tekens) Meetsnelheid ca. 3 metingen/seconde Lengte meetsnoeren elk ca. 90 cm Meetimpedantie >10MΩ (V-bereik) Voedingsspanning 9V-blokbatterij Werkomstandigheden: 0 tot 30°C (<75%rF), >30 tot 40°C (<50%rF) Gebruikshoogte max. 2.000 m Opslagtemperatuur -10°C tot +50°C Gewicht ca. 380 g Afmetingen (lxbxh) 185 x 91 x 43 (mm) Overspanningscategorie CAT III 1000 V, CAT IV 600 V, vervuilingsgraad 2 Meettoleranties Weergave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aflezing + weergavefouten in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23°C (±5°C), bij een rel. lucht- vochtigheid van minder dan 75 %, niet condenserend. Temperatuurcoëfficient: +0,1 x (gepecificeerde nauwkeurigheid)/1°C Gelijkspanning Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 600 mV ±(0,5% + 3) 0,1 mV 6 V 0,001 V 60 V ±(0,5% + 2) 0,01 V 600 V 0,1 V
1.000 V ±(0,8% + 3) 1 V
Overbelastingsbeveiliging 1000 V; impedantie: 10 MΩ Wisselspanning Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 6 V 0,001 V 60 V ±(0,8% + 3) 0,01 V 600 V 0,1 V 750 V ±(1,0% + 5) 1 V Frequentiebereik 45 – 400 Hz; overbelastingsbeveiliging 750 V VC830: Effectieve gemiddelde waarde (RMS) bij sinusspanning VC850TrueRMS: Piekfactor (Crest Factor): max. 3,0 Toegestane indicatiefouten bij het openen van de meetingang: 2 counts Toegestane indicatiefouten bij een kortgesloten meetingang: 20 counts102 Gelijkstroom Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 600 µA 0,1 µA 6000 µA ±(0,8% + 3) 1 µA 60 mA 0,01 mA 600 mA 0,1 mA 6 A ±(1,2% + 5) 0,001 A 10 A 0,01 A Overbelastingsbeveiliging: Zekeringen; meettijdbegrenzing >5 A: max. 10 s met Pauze van 10 min Wisselstroom Bereik Nauwkeurigheid Resolution: 600 µA ±(1,0% + 2) 0,1 µA 6000 µA 1 µA 60 mA ±(1,2% + 3) 0,01 mA 600 mA 0,1 mA 6 A ±(1,5% + 5) 0,001 A 10 A 0,01 A Overbelastingsbeveiliging: Zekeringen; meettijdbegrenzing >5 A: max. 10 s met Pauze van 10 min Frequentiebereik 45 – 400 Hz; overbelastingsbeveiliging 750 V VC830: Effectieve gemiddelde waarde (RMS) bij sinusspanning VC850TrueRMS: Piekfactor (Crest Factor): max. 3,0 (bij 750 V max. 1,5) Weerstand Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 600 Ω ±(0,8% + 3) met REL-functie 0,1 Ω 6 kΩ 0,001 kΩ 60 kΩ ±(0,8% + 2) 0,01 kΩ 600 kΩ 0,1 kΩ 6 MΩ ±(1,2% + 2) 0,001 MΩ 60 MΩ ≥ 20 MΩ: ±(1,5% + 5) 0,01 MΩ Overbelastingsbeveiliging 1000V; meetspanning: ca. 0,4 V103 Capaciteit Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 40 nF 0,01 nF 400 nF ±(3,0% + 5) met REL-functie 0,1 nF 4 µF 0,001 µF 40 µF ±(3,0% + 5) 0,01 µF 400 µF ±(4,0% + 5) 0,1 µF 4000 µF Niet gespecificeerd 1 µF Overbelastingbeveiliging 1.000V Frequentie/Duty Cycle Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 10 Hz – 10 MHz ±(0,1% + 3) 0,001 Hz – 0,01 MHz 0,1 – 99,9 % Niet gespecificeerd 0,1 % Overbelastingbeveiliging 750V Gevoeligheid: 200 mV; amplitude max. 5 Veff (>5 V met wisselende impedantie) Temperatuur (alleen VC850) Bereik Nauwkeurigheid* Resolution: -40 tot -20 °C -(8,0% + 5) -20 tot 0 °C ±(1,2% + 4) 1 °C 0 tot 100 °C ±(1,2% + 3) 100 tot 1.000 °C ±(2,5% + 2)
Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 V ACrms of 35 V DC kan staan! Levensgevaarlijk!104105VOLTCRAFT IM INTERNET http://www.voltcraft.de Impressum Diese Bedienungsanleitung ist eine Publikation von Voltcraft
Colofon in onze gebruiksaanwijzingen Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de firma Voltcraft
, Lindenweg 15, D-92242 Hirschau/Duitsland, Tel. +49 180/586 582 7 (www.voltcraft.de). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden. © Copyright 2010 by Voltcraft
Notice-Facile