TRaxx BTPS002 - Zaag Batavia - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TRaxx BTPS002 Batavia in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TRaxx BTPS002 - Batavia en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TRaxx BTPS002 van het merk Batavia.
GEBRUIKSAANWIJZING TRaxx BTPS002 Batavia
1. Start uitschakelen
6. Fijn-afstellingschroef (2x)
7. Vergrendelingschroef
8. Draaiknop voor zaaghoeken (2x)
9. Zaagdiepte-aanslagknop
10. Rail balanceerhefboom
11. Schaal voor zaagdiepte-aanslag
14. Uitsparing voor rail
EC-Declaration of conformity We, the Batavia GmbH, Blankenstein 180, NL-7943 PE Meppel, declare by our own responsibility that the product Plunge Saw, Item-No 7061494, Model Nr. BT-PS002 is according to the basic requirements, which are dened in the European Directives Electromagnetic Compatibility 2004/108/ EC (EMC), 2006/42/EC (Machinery), 2006/95/EC Low Voltage Directive (LVD) and their amendments. For the evaluation of conformity, the following harmonized standards were consulted: EN 60745-1: 2009+A11; EN 60745-2-5: 2010; EN 55014-1: 2006+A1+A2; EN55014-2: 1997+A1+A2; EN 61000-3-2: 2006+A1+A2; EN 61000-3-11: 2000 Meppel, 01 april 2012 Meino Seinen, QA Representative Batavia GmbH, Blankenstein 180, 7943 PE Meppel, Netherlands The product and the user manual may be subject to changes. Technical data may be changed without prior notice. GEACHTE KLANT Maak uzelf vertrouwd met de machine in de volgorde van de hoofdstukken en bewaar deze gebruikershandleiding voor verdere referentie. Deze handleiding bevat belangrijke informatie over de inbedrijfstelling en hanteren. Voeg de handleiding bij het product wanneer u het aan anderen doorgeeft! Lees alle veiligheidsinstructies! Deze zijn bedoeld om het correct gebruik te vergemakkelijken en helpen u om misverstanden en schade te voorkomen. ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP Waarschuwing! Lees alle instructies goed door. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. De term “elektrisch gereedschap” in onderstaande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteitskabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur). Bewaar deze instructies!
a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werkomgevingen leiden tot ongelukken. b) Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een omgeving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereedschappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap34
gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcontact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstekkers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c. Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnendringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buiten- gebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner.
Gebruik elektrische apparatuur altijd in combinatie met een reststroomverbreker. Het gebruik van een reststroomverbreker maakt de kans op een elektrische schok kleiner.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereedschappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik veiligheidsvoorzieningen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast gebruik van veiligheidsvoorzieningen, zoals een stof-masker, speciale werkschoenen met antislip-zolen, een veiligheidshelm en gehoor-bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT-positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereedschap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel- en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inschakelt. Instel- en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden. e) Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast35
komen te zitten in bewegende delen. g) Wanneer er voorzieningen zijn voor de aansluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt.
4. Gebruik en onderhoud van elektrisch
gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid gebeurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT-schakelaar niet werkt. Ieder elektrisch gereedschap dat niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereedschappen, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veiligheids- maatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. d) Berg elektrisch gereedschap dat niet in gebruik is op buiten bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeoefende gebruikers. e) Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap. f) Zorg dat snij- en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij- en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, accessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereedschap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties.
a) Neem contact op met een gekwaliceerd specialist die originele onderdelen gebruikt bij de reparatie van uw elektrisch gereedschap. Dit garandeert een goede werking van het apparaat. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR INVALZAGEN
- Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de specicaties op het typeplaatje.
- Personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens zijn niet toegestaan de cirkelzaag te gebruiken, tenzij ze onder toezicht staan van een begeleider en worden geïnstrueerd.
- Laat nooit de ingeschakelde zaag zonder toezicht achter en houd het buiten bereik van kinderen en personen die toezicht nodig hebben.• Gebruik alleen goedgekeurde verlengsnoeren met een geschikte kabelkwaliteit.
- Breng uw handen niet in het zaaggebied en het zaagblad.
- Draag passende werkkleding en oogbescherming, hand- en gehoorbescherming. Hanteer het zaagblad altijd met handschoenen.
- Houd er rekening mee dat zelfs een versleten zaagblad nog steeds erg scherp is. Houd het zaagblad altijd aan de zijden vast. Gooi niet met het zaagblad en laat het niet vallen.
- Gebruik nooit de cirkelzaag met slijpstenen.
- Grijp niet onder het werkstuk. De beschermkap kan u niet tegen het zaagblad onder het werkstuk beschermen.
- Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Het moet minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar zijn.
- Zaag geen heel kleine werkstukken. Bij het zagen van rond hout, gebruik een apparaat die het werkstuk tegen verdraaien beveiligt. Houd het te zagen werkstuk nooit in uw hand of over uw been vast. Het is belangrijk om het werkstuk goed vast te zetten om het risico van fysiek contact, vastslaan van het zaagblad of verlies van controle te minimaliseren.
- Houd de zaag alleen bij de geïsoleerde handgrepen vast bij het uitvoeren van werk waar het zaaggereedschap in contact kan komen met verborgen spanningskabels of eigen kabel van het apparaat. Contact met onder spanning staande draden stelt ook de metalen onderdelen aan spanningen bloot en leidt tot een elektrische schok.
- Bij het zagen in langsrichting, gebruik altijd de parallelle aanslag of een rechte randgeleider. Dit verbetert de zaagprecisie en vermindert de kans dat het zaagblad vastloopt.
- Gebruik zaagbladen altijd op de juiste maat en met een geschikt plaatsingsgat. Zaagbladen die niet met de montagedelen van de zaag overeenkomen zullen ongelijk lopen en tot verlies van controle leiden.
- Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde buitenens of een beschadigde klemschroef. De buitenens en de klemschroef zijn speciaal voor uw zaag ontworpen voor optimale prestaties en betrouwbaarheid.
- Start de cirkelzaag en begin met zagen wanneer het volledige stationair toerental is bereikt.
- Rem het zaagblad na het uitschakelen nooit met behulp van zijdelingse druk.
- Zet de zaag opzij alleen als het zaagblad tot stilstand komt.
- Stel de zaag niet aan hoge temperaturen, vochtigheid en krachtige schokken bloot. De zaag kan als gevolg worden beschadigd. OORzAKEn En PREVEnTIE VAn TERUgSlAg
- Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een vastgelopen, geblokkeerd of verkeerd uitgelijnd zaagblad dat tot een ongecontroleerde zaag leidt die uit het werkstuk omhoog komt en in de richting van de gebruiker verplaatst;
- Een terugslag kan optreden wanneer het zaagblad in de zaagsnede vastloopt of blokkeert. Het zaagblad raakt geblokkeerd en de kracht van de motor stoot de cirkelzaag in de richting van de bediener;
- Een terugslag kan optreden wanneer het zaagblad in de zaagsnede gebogen of verkeerd uitgelijnd raakt. Als gevolg daarvan kunnen de tanden van de achterste rand van het zaagblad in het oppervlak van het werkstuk vast komen te zitten, waarbij het zaagblad uit de
zaagsnede wordt verplaatst en de zaag in de richting van de bediener terugspringt. Een terugslag is het gevolg van onjuist of verkeerd gebruik van de zaag. Het kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven.
- Houd de zaag stevig met beide handen vast en breng uw armen in een positie waarin u de terugslagkrachten kunt weerstaan. Houd altijd de zaagbladen aan de zijkanten vast, breng het blad nooit in lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de zaag terugspringen, maar de bediener kan de terugslagkrachten controleren als passende maatregelen werden genomen.
- Als het zaagblad vastloopt of het zagen wordt om welke reden dan ook onderbroken, laat de AAN/UIT-schakelaar los en houd de zaag rustig in het materiaal tot het zaagblad helemaal stil staat. Probeer nooit om de zaag uit het werkstuk te verwijderen of achteruit te trekken, zolang het zaagblad draait of anders kan een terugslag optreden. Vind de oorzaak van het vastlopen van zaagblad en hef het met passende maatregelen op.
- Wanneer u een zaag die in een werkstuk vastzit opnieuw wilt starten, centreer het zaagblad in de zaagsnede en controleer of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn vastgelopen. Als het zaagblad vast zit, kan het uit het werkstuk komen of een tegenslag kan optreden als de zaag opnieuw wordt gestart.
- Ondersteun grote panelen om het risico van een terugslag door een vastgelopen zaagblad te beperken. Grote panelen hebben de neiging om onder hun eigen gewicht door te zakken. De panelen moeten aan beide zijden, zowel in de buurt van de zaagsnede als aan de rand worden ondersteund.
- Gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met botte of verkeerd uitgelijnde tanden veroorzaken verhoogde wrijving, vastlopen van het zaagblad en terugslag door een te smalle zaagsnede.
- Draai de zaagdieptepositie voorafgaand aan zagen vast. Als de instellingen tijdens het zagen wijzigen, kan het zaagblad vastlopen en een terugslag optreden.
- Wees vooral voorzichtig als u een "circulaire zaagsnede" in een verborgen gebied, zoals een bestaande muur uitvoert. Het uitstekende zaagblad kan tijdens het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
- Plaats de zaag niet op de werkbank of de vloer tenzij het zaagblad stil staat. Een onbeschermd, draaiend zaagblad beweegt de zaag tegen de zaagrichting in en zaagt alles wat het tegenkomt. Dus let op de vertragingstijd van de zaag.
- Daarom is de zaag niet geschikt voor gebruik in omgekeerde positie als vaste apparatuur.
- Bedien de zaag niet als het niet goed werkt of beschadigd is. In geval van technische problemen, probeer niet om het zelf te repareren. Neem contact op met de dienst, of laat de zaag door een professional repareren. VóóR HET EERSTE gEBRUIK Haal de invalzaag en de accessoires uit de verpakking. Controleer de zaag op transportschade en gebruik de zaag niet in geval van schade. Houd het verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen, risico op verstikking! BEOOgD gEBRUIK De invalzaag is bedoeld om hout en soortgelijke materialen, gips en cementgebonden vezelmaterialen en kunststoffen te zagen. De invalzaag mag alleen met een speciaal ontworpen geleiderail worden gebruikt. Installatie in een verschillende of zelfgemaakte38
geleiderail of werkbank kan tot ernstige ongevallen leiden.
FUNCTIES VAN DE INVALZAAG
De invalzaag wordt met een stevig pakket aan elektronica geleverd, waaronder de volgende functies: Keuzeschakelaar: Gebruik de keuzeschakelaar (18) om de bijbehorende bedrijfsmodus in te stellen. Zaagblad vervangen Invalzagen Gemarkeerd zagen Gebruik alleen zaagbladen met een minimale snelheid van 5500 tpm.
DE INVALZAAG AAN-/UITSCHAKELEN
1. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) en
vervolgens op de “AAN/UIT”-schakelaar (2) om de invalzaag in te schakelen.
2. Laat de “AAN/UIT”-schakelaar (2) los om
de invalzaag uit te schakelen. Opmerking: Het indrukken van de vergrendelingschakelaar (1) ontgrendelt op hetzelfde moment het invalzaagmechanisme, zodat de motor naar beneden kan worden verplaatst. Het zaagblad komt uit de beschermkap te voorschijn. Bij het optillen van de zaag schuift de motor terug in de oorspronkelijke positie.
DE ZAAGDIEPTE INSTELLEN
De zaagdiepte kan tussen 0-54 mm worden ingesteld:
Maak de aanslagknop (9) voor de zaagdiepte los en schuif deze naar de gewenste zaagdiepte volgens de schaalverdeling (11) om de zaagdiepte in te stellen. Opmerking: De waarden op de schaalverdeling (11) gelden voor rechte zaagsneden (90° zagen). De compensatiehendel (10) van de geleiderail moet omhoog worden geklapt wanneer de invalzaag zonder geleiderail wordt gebruikt. Alleen wanneer de invalzaag met de geleiderail wordt gebruikt, wordt de compensatiehendel (10) van de geleiderail gebruikt om de dikte van de geleiderail te compenseren. De geleiderail gebruiken = compensatiehendel (10) van de geleiderail omlaag. De geleiderail niet gebruiken = compensatiehendel (10) van de geleiderail omhoog.
2. Zet de aanslagknop (9) voor de zaagdiepte
vast. De motor of respectievelijk het zaagblad kan nu omlaag worden geduwd om de zaagdiepte vast te stellen. Stel de zaagdiepte voor een zuivere, veilige zaagsnede op zodanige wijze in dat alleen max. één tand van het zaagblad onder het werkstuk uitsteekt.
DE ZAAGHOEK INSTELLEN
De invalzaag kan tussen 0° en 48° worden gedraaid:39
- Houd altijd de invalzaag met beide handen aan de handgrepen (3 en 13) vast.
- Geleid altijd de invalzaag vooruit. Trek de invalzaag nooit terug!
- Plaats de invalzaag met het voorste deel van de bodemplaat (4) op het werkstuk. Geleid de invalzaag alleen tegen het werkstuk tijdens het gebruik.
- Met de juiste snelheid vooruit voorkomt u oververhitting van het zaagblad en het smelten tijdens het zagen van kunststoffen. RECHTE ZAAGSNEDEN (90° ZAGEN)
1. Draai beide draaiknoppen (8) los en draai
de zaag naar de 0°-positie op de schaal. Draai de draaiknoppen opnieuw vast.
2. Draai de keuzeschakelaar (18) naar de
ervoor dat de compensatiehendel (10) van de geleiderail omhoog staat wanneer de invalzaag zonder geleiderail wordt gebruikt.
4. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) en
de “AAN/UIT”-schakelaar (2) om de zaag in te schakelen en duw de motor naar beneden. Geleid de invalzaag vooruit om te zagen. VERSTEKZAGEN (MAXIMAAL 48°)
1. Draai eerst beide draaiknoppen (8) los en
draai de invalzaag naar de gewenste graadverdeling. Draai de draaiknoppen opnieuw vast.
1. Draai beide draaiknoppen (8) los. Draai de
motor naar de gewenste verstekhoek op de verstekhoekschaal.
2. Draai de draaiknoppen (80) opnieuw vast.
BEPALEN VAN DE ZAAGLIJN
Twee zaaglijnen zijn op de bodemplaat (4) van de invalzaag gemarkeerd.
A (0-teken op bodemplaat) aan de voorzijde van de bodemplaat uit met uw gemarkeerde zaaglijn voor rechte zaagsneden, wanneer de invalzaag zonder geleiderail wordt gebruikt.
2. Voor 45° verstekzagen, lijn positie B
(45-teken op de bodemplaat) aan de voorzijde van de bodemplaat uit met uw gemarkeerde zaaglijn. VOORBEREIDING
- Controleer vóór elk gebruik de juiste werking van alle installatievoorzieningen van de invalzaag en gebruik alleen de invalzaag als alles goed werkt.
- Bevestig het werkstuk op zodanige wijze dat het tijdens het werk niet verplaatst of buigt. Teken vervolgens het werkstuk af.INVALZAGEN
1. Draai voor een rechte zaagsnede eerst
beide draaiknoppen (8) los en draai de invalzaag naar de 0°-positie op de schaal. Draai de draaiknoppen opnieuw vast.
2. Draai de keuzeschakelaar (18) naar de
ervoor dat de compensatiehendel (10) van de geleiderail omhoog is wanneer de geleiderail niet wordt gebruikt.
4. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) en
de “AAN/UIT”-schakelaar (2) en duw de motor naar beneden. Geleid de invalzaag vooruit om te zagen. Opmerking: Om terugslag tijdens het invalzagen te voorkomen, volg deze stappen:
- Plaats de invalzaag altijd met de achterrand van de bodemplaat (4) tegen een vaste aanslag.
- Houd de invalzaag met beide handen vast en laat langzaam het zaagblad zakken.
- De zaagbreedtetekens (16) tonen de voorste en achterste zaagpunten van het zaagblad (Ø 165 mm) bij maximale zaagdiepte en bij gebruik van de geleiderail.
3. Draai de keuzeschakelaar (18) naar de
ervoor dat de compensatiehendel (10) van de geleiderail in de omhoogpositie staat wanneer de invalzaag zonder geleiderail wordt gebruikt.
5. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) en
de “AAN/UIT”-schakelaar (2) om de zaag in te schakelen en duw de motor naar beneden. Geleid de invalzaag vooruit om te zagen. De zaagindicator (15) toont het zaagpad voor 90° en 45° verstekzagen (zonder de geleiderail te gebruiken). GEMARKEERDE ZAAGFUNCTIE
1. Draai de keuzeschakelaar (18) naar de
gemarkeerde zaagfunctie.
2. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) en
duw de motor naar beneden. De behuizing stopt bij de positie van 2,5 mm zaagdiepte. Opmerking: De markeringslijn moet met zaaglijn A (0-teken) worden uitgelijnd41
ZAAGBLAD VERVANGEN Vóór het uitvoeren van onderhouds- werkzaamheden schakel de invalzaag uit en trek de stekker uit het stopcontact.
1. Draai beide draaiknoppen (8) los en draai
de invalzaag vóór het vervangen van het zaagblad naar de 0°-positie op de schaal. Draai de draaiknoppen opnieuw vast.
2. Stel de keuzeschakelaar (18) in op het
pictogram voor het wijzigen van het zaagblad.
3. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) en
duw de motor naar beneden.
4. Druk op en houd de spindelaeider omlaag
5. Gebruik een 5 mm inbussleutel om de
schroef op het zaagblad iets rechtsom of linksom te draaien totdat de spindel op zijn plaats vastklikt.
6. Gebruik de inbussleutel om de schroef
linksom los te draaien. Verwijder de buitenens en het zaagblad.
Reinig beide enzen en vervang het zaagblad. Opmerking: De pijlen voor de draairichting van het zaagblad en zaag moet worden uitgelijnd! Zaagblad Binnenens Schroef Buiten- ens42
Vervang de buitenens op zodanige wijze zodat de pennen in de uitsparingen van de binnenens vallen.
9. Druk op en houd de spindelaeider
ingedrukt en draai de schroef vast. Druk op de vergrendelingschakelaar (1) om de behuizing weer omhoog te draaien.
GELEIDERAIL(S) EN KLEMMEN
(OPTIONEEL) De geleiderails maken precieze en zuiver rechte zaagsneden, verstekzaagsneden en tting mogelijk. De rails beschermen ook het oppervlak van het werkstuk tegen schade. Bevestiging met de klemmen zorgt voor een stevige grip en veilig werk.
1. Ontgrendel de klemmen door op de
ontgrendelingsknoppen te drukken. Open de klemmen in overeenstemming met de dikte van het werkstuk.
2. Plaats de geleiderail op het werkstuk en zet
de geleiderail met de klemmen vast. Schuif de balk in de groef van de geleiderail en draai de klem met de hendel vast. Opmerking: Plaats de geleiderail met de zwarte schuimstroken op het werkstuk.
3. Plaats de invalzaag op de geleiderail. De
bodemplaat heeft een groef (16), die precies in de geleiderug van de rail past.
De speling van de bodemplaat op de geleiderail kan met de jnafstellingschroeven (6) tot een minimum worden verminderd.
rechtsom om de speling tussen de bodemplaat en geleiderail tot een minimum te beperken, indien nodig.
1. Om beide geleiderails te koppelen, schuif
de eerste verbindingstang van de bodem in de groef van de geleiderail.
3. Gebruik de 3 mm inbussleutel om de
tapschroeven tegen de aanslag vast te zetten om de rails te koppelen. Ontgrendelingsknop Stang Geleiderug3. Stel de keuzeschakelaar op de gemarkeerde zaagfunctie in. Stel de snelheid van de invalzaag op 6 in.
4. Plaats de invalzaag op het achteruiteinde
naar omlaag. Snijd de splinterbeschermer over de gehele lengte constant af. De rand van de splinterbeschermer past nu exact met de zaagrand. TERUGSLAGAANSLAG De terugslagaanslag is ontworpen om letsel van de bediener als gevolg van terugslag te voorkomen. Bij het werken met de geleiderail, klikt de terugslagaanslag (5) automatisch op de bodemplaat vast zodra de bodemplaat op de geleiderail wordt geplaatst. De terugslagaanslag (5) werkt de beweging tegen als u de invalzaag op de geleiderail achteruit probeert te leiden of als de zaag terugslaat, bijvoorbeeld door het vastlopen van het zaagblad.
1. Draai de veerbelaste schroef van de
terugslagaanslag (5) naar 0 om handmatig te ontgrendelen. De zaag kan nu vooruit en achteruit worden verplaatst.
2. Laat de veerbelaste schroef voor de
terugslagaanslag los om het weer op zijn plaats op de geleiderail vast te klikken. Controleer na een terugslag altijd de geleiderail op schade en verwijder een beschadigde geleiderail om ongevallen te voorkomen.
INVALZAGEN MET DE GELEIDERAIL
1. Houd de invalzaag met beide handen aan
de handgrepen (3 en 13) vast.
2. Schakel de invalzaag in en wacht totdat het
op volle snelheid draait.
3. Duw de zaag langzaam omlaag en leidt de
zaag naar de invalpositie. Opmerking: De zaagbreedtetekens (16) aan de kant van de beschermkap tonen de
Bij gebruik van de zaag met de geleiderail, lijn positie A (0-teken op bodemplaat) aan de voorzijde van de bodemplaat altijd uit met uw gemarkeerde zaaglijn voor rechte en verstekzaagsneden. GELEIDERAIL-SPLINTERBESCHERMERS De geleiderails worden met een splinter- beschermer (zwarte uitstekende rubberen lip) geleverd. De splinterbeschermer moet vóór het eerste gebruik op maat worden gesneden. De splinterbeschermer zorgt voor een scheurvrije zaagsnede, omdat de houtvezels aan de bovenkant van het werkstuk zonder splinterbeschermer gescheurd worden. Dit komt omdat de tanden van het zaagblad naar boven gericht zijn.Na het op maat snijden van de splinterbeschermer toont het ook het precieze zaagpad van het zaagblad.
1. Markeer een zaaglijn op het werkstuk en
lijn de geleiderail precies met deze zaaglijn uit.
2. Bevestig de geleiderail met klemmen op het
werkstuk. Splinter- beschermer1. Bij het installeren van de verstekaanslag op de geleiderail, stel eerst de gewenste hoek in en schuif de verstekaanslag in de groef van de geleiderail.
2. Draai de klemschroef aan de voorzijde vast
om de hoekinstelling vast te zetten.
3. Plaats de verstekaanslag aan de rechte
kant van het werkstuk.
4. Draai de tweede klemschroef vast om de
verstekaanslag strak op de geleiderail vast te zetten.
voorste en achterste zaagpunten van het zaagblad bij maximale zaagdiepte bij gebruik van de geleiderail en een diameter van het zaagblad van 165 mm. 90° AAnSlAg VOOR gElEIDERAIl (OPTIOnEEl) Wanneer de 90° aanslag wordt gebruikt zijn precieze zaagsneden mogelijk.
1. Bevestig de 90° aanslag van de bodem
tegen de geleiderail en draai de klemschroef vast om de 90° aanslag vast te zetten.
2. Plaats de 90° aanslag aan de rechte kant
van het werkstuk, zoals in de afbeelding. VERSTEKAAnSlAg VOOR gElEIDERAIl (OPTIOnEEl) Bij gebruik van de verstekaanslag, zijn precieze zaagsneden met hoeken en tting mogelijk. U kunt de verstekaanslag op zodanige wijze gebruiken zodat de hoek vanaf -55° of boven 0° tot 55° staat ingesteld door middel van de gebogen hoekschaal. Daarnaast, kan de verstekhoekaanslag ook op zodanige wijze op de geleiderail worden geïnstalleerd dat de geperforeerd hoekinstellingen 0°, 15°, 30° en 45° kunnen worden gebruikt.REINIGING EN ONDERHOUD Trek de stekker uit het stopcontact vóór het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. Al het onderhouds- en reparatiewerk waarbij de motorbehuizing geopend moet worden moeten door een geautoriseerd servicecenter worden uitgevoerd. Houd altijd de invalzaag schoon. Reinig de invalzaag na elk gebruik met een droge doek of perslucht. Gebruik geen agressieve chemicaliën voor het reinigen. KOOLBORSTELS VERVANGEN De zaag is uitgerust met zelf-isolerende speciale borstels. Ze worden automatisch geïsoleerd wanneer ze versleten zijn, en het gereedschap stopt. Controleer regelmatig de koolborstels. Vervang de koolborstels met originele reserveonderdelen als ze tot het slijtagelimiet (ca. 50% van het blok) zijn versleten. Vervang de koolborstels altijd in paren. FIJNAFSTELLING ZAAGPRECISIE De zaagprecisie voor rechte zaagsneden (90° zaagsneden) is in de fabriek ingesteld. Gebruik een 3 mm inbussleutel om de zaagprecisie aan de onderkant van de bodemplaat aan te passen.
5. Schuif de verstekaanslag in de groef van
de geleiderail en stel de hoek met behulp van de inkepingen van 0° tot 45° in bij het monteren van de verstekaanslag op de geleiderail. Opmerking: De geperforeerd inkepingen komen overeen met de gebogen hoekschaal.
6. Draai de tweede klemschroef vast om de
verstekaanslag strak op de geleiderail vast te zetten.
PARALLELAANSLAG EN/OF
TAFELUITBREIDING (OPTIONEEL) Voor zaagbreedtes tot 180 mm kan een parallelaanslag worden gebruikt. De parallel- aanslag kan ook als tafeluitbreiding worden gebruikt.
1. Schuif de parallelaanslag in de betreffende
geleiders aan de voorzijde en achterzijde van de bodemplaat.
2. Meet de gewenste afstand af en zet de
parallelaanslag met de klemschroeven (9) vast. ZAAGBLADEN Geschikte zaagbladen zijn voor de invalzaag nodig om verschillende materialen snel en zuiver te zagen. Zaagbladen met weinig tanden (ca. 12-18 tanden) zijn geschikt voor langs-zaagsneden. Voor dwars-zaagsneden zijn zaagbladen met ten minste 32 tanden geschikt; beter zijn zaagbladen met 48 tanden. Voor het zagen van andere materialen zoals aluminium zijn speciale bladen nodig.46
1. Gebruik een winkelhaak om het zaagblad
naar de hoek van 90° aan te passen.
2. Draai de invalzaag op de zijkant en stel de
zaagprecisie met de tapschroeven in. De zaagprecisie voor rechte 45° zaagsneden is in de fabriek ingesteld.
1. Draai de invalzaag naar de 45° positie om
het 45° pijlteken (zie cirkel) in te stellen.
2. Gebruik een winkelhaak om de hoek te
3. Draai de invalzaag op de zijkant en stel de
zaagprecisie met de tapschroeven in. TECHnISCHE gEgEVEnS Netvoeding: 230-240 V~ 50 Hz Vermogen: 1200 W Toerental (onbelast): 5500 min
Verstekinstelling: 0° - 48° Zaagbladafmetingen: 165 x 2,2 x 20 mm Gewicht: 5,4 kg Beveiligingsclassicatie: II Max. zaagdiepte met geleiderail: 54 mm bij 90° Max. zaagdiepte zonder geleiderail: 54 mm bij 90° Max. zaagdiepte met geleiderail: 38 mm bij 45° Max. zaagdiepte zonder geleiderail: 42 mm bij 45° Verstekzagen: 0 - 48° Geluidsdrukniveau (L
Beschermingsgraad IP20 AFVAlVERWERKIng De machine mag niet worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. De machine bevindt zich in een verpakking om transportschade te vermijden. Deze verpakking is grondstof en is dus herbruikbaar of kan weer in de grondstoffenkringloop teruggevoerd worden. De machine en zijn accessoires bestaan uit verschillende materialen, zoals bijv. metaal en kunststoffen. Voer defecte onderdelen af als gevaarlijke stoffen. Vraag bij de vakhandel of op het gemeentehuis om meer informatie!47
Notice-Facile