ELM3720 - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ELM3720 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ELM3720 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ELM3720 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING ELM3720 MAKITA
Elektrische grasmaaier GEBRUIKSAANWIJZING
Maaihoogte 20 mm - 55 mm 20 mm - 75 mm Maaibreedte 330 mm 370 mm 410 mm Onderdeelnummervanvervangingssnijbladvangrasmaaier YA00000731 YA00000732 YA00000733 Afmetingen (l x b x h) Tijdensgebruik(metgrasmand) L: 1.040 mm t/m
Tijdensopslag(zonder grasmand) 350 mm x 380 mm x
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkelingbehoudenwijonshetrechtvoorbovenstaandetech- nischegegevenstewijzigenzondervoorafgaandekennisgeving.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken.Delichtsteenzwaarstecombinatie,volgensEPTA- procedure 01/2014, worden vermeld in de tabel. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Leesdegebruiksaanwijzing.
Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Wacht totdat alle machineonderdelen volledigtotstilstandzijngekomenvoordat u deze aanraakt. Houdhetexibelenetsnoeruitdebuurt vandesnijbladen. Brengnooituwhandenofvoetendichtbij het maaimes onder de grasmaaier. Het maaimesblijftnadraaiennadatdemotoris uitgeschakeld. Koppel het stekker los van de machine vóór onderhoud en wanneer het snoer beschadigd is. Het geluid van de machine is niet harder dan 96 dB. Houd uw handen en voeten uit de buurt. Gebruik de grasmaaier niet wanneer de beschermkappen en hulpstukken niet goed op hun plek zitten. Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen gebruikte elektrische en elektro- nische apparaten negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelektro- nische apparaten en de toepassing daar- van binnen de nationale wetgeving, dienen gebruikte elektrische en elektronische apparaten gescheiden te worden ingeza- meldentewordeningeleverdbijeenapart inzamelingspuntvoorhuishoudelijkafval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien. Gebruik de machine niet voor andere doeleinden. Het60 NEDERLANDS gebruikvandemachinebijanderewerkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaar- lijkesituaties. Voeding Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voeding van dezelfde spanning als aangegeven ophettypeplaatje,enkanalleenwordengebruiktop enkelfase-wisselstroom. Het gereedschap is dubbel-ge- isoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stop- contact worden aangesloten. Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden ver- vangen door de fabrikant of haar servicecentrum om gevaarlijkesituatiestevoorkomen. Voor openbare laagspanningsverdeelsystemen van tussen 220 V en 250 V Het in- en uitschakelen van elektrische apparatuur veroorzaakt spanningsvariaties. Het gebruik van dit gereedschapterwijlhetelektriciteitsnetineenslechte toestand verkeert, kan de werking van andere appara- tuurnadeligbeïnvloeden.Alsdenetweerstandgelijkis aan of lager is dan 0,425 ohm (voor ELM3720) of 0,427 ohm (voor ELM4120), mag u ervan uitgaan dat geen nadeligeeectenoptreden.Hetstopcontactwaaropdit gereedschapisaangeslotenmoetzijnbeveiligdmet een zekering of veiligheidsstroomonderbreker met trage uitschakeling. Geluidsniveau Toepasselijkenorm:ENIEC62841-4-3 Model Geluidsdrukniveau Geluidsvermogenniveau
(dB (A)) Onzekerheid K (dB (A)) ELM3320 83 3 91,9 0,7 ELM3720 81 3 92,8 1,3 ELM4120 84 3 94,2 1,4 OPMERKING:Deopgegevengeluidsemissiewaarde(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestmethodeen kan/kunnenwordengebruiktomditgereedschaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN IEC 62841-4-3: Model ELM3320 Trillingsemissie (a
OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing.61 NEDERLANDS VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheid op de werkplek
1. Zorg dat uw werkomgeving schoon is en hel-
der verlicht. Op een rommelige of donkere werk- plek gebeuren vaker ongevallen.
2. Gebruik elektrisch gereedschap niet in een
explosieve atmosfeer, zoals in de buurt van licht ontvlambare vloeistoen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die het stof of de dampen kan doen ontbranden.
3. Houd kinderen en omstanders uit de buurt tij-
dens het gebruik van elektrisch gereedschap. Als u afgeleid wordt, kunt u de macht over het gereedschap verliezen. Elektrische veiligheid
1. Let op dat de stekker van het gereedschap
goed in het stopcontact past. Probeer nooit om de netsnoerstekker op enige wijze aan te passen. Gebruik met geaard elektrisch gereed- schap (met aardaansluiting) nooit een adapter of verloopstekker. Met de standaardstekker in een overeenkomstig stopcontact verkleint u de kans op een elektrische schok.
2. Voorkom aanraking met geaarde oppervlak-
ken, zoals pijpen, radiatoren, fornuizen of koelkasten. De kans op een elektrische schok is groter wanneer uw lichaam is geaard.
3. Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan
regen of natte omstandigheden. Als water bin- nendringt in het elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.
4. Behandel het snoer voorzichtig. Til het gereed-
schap niet aan het snoer op en trek er niet aan maar pak de stekker vast om die uit het stopcontact te verwijderen. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde en in de war geraakte snoeren verhogen de kans op een elek- trische schok.
5. Bij gebruik van elektrisch gereedschap
buitenshuis, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Een ver- lengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis verkleint de kans op elektrische schokken.
6. Als het onvermijdbaar is een elektrisch
gereedschap te gebruiken in een vochtige omgeving, gebruikt u een voeding met een reststroombeveiliging (RCD). Het gebruik van een RCD verkleint de kans op elektrische schokken.
7. Wij adviseren u altijd gebruik te maken van
een voeding met RCD met een nominale rest- stroom van 30 mA of lager.
8. Elektrische gereedschappen kunnen elek-
tromagnetische velden (EMF) genereren die ongevaarlijk zijn voor de gebruiker. Echter, gebruikers met een pacemaker of andere soort- gelijkemedischeapparatendienenvooradvies contact op te nemen met de fabrikant van hun apparaat en/of een dokter voordat ze dit elektrisch gereedschap gebruiken.
9. Raak de stekker niet met natte handen aan.
10. Als het netsnoer beschadigd is, laat u dit
vervangen door de fabrikant of zijn verte- genwoordiger om een gevaarlijke situatie te voorkomen. Persoonlijke veiligheid
1. Let altijd goed op, kijk naar wat u aan het doen
bent, en gebruik uw gezond verstand tijdens het werken met een elektrisch gereedschap. Ga niet met elektrisch gereedschap werken wanneer u moe bent of als u drugs, alcohol of medicijnen hebt ingenomen. Een ogenblik van onoplettendheidkantijdenshetgebruikvaneen elektrisch gereedschap leiden tot ernstig persoon- lijkletsel.
2. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-
delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming,gebruiktintoepasselijkesituaties, dragenbijtotverminderingvanpersoonlijkletsel.
3. Voorkom onbedoeld starten. Controleer dat de
schakelaar in de uit-stand staat alvorens het gereedschap aan te sluiten op de voeding en/ of accu, op te pakken of te dragen. Door elek- trisch gereedschap te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door het gereedschap op een voe- dingaantesluitenterwijldeschakelaaraanstaat, neemt de kans op ongelukken sterk toe.
4. Verwijder afstelsleutels en tangen voordat u
het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel of tang die nog aan een draaiend deel van hetelektrischgereedschapvastzit,kanpersoonlijk letsel veroorzaken.
5. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige
stand en goede lichaamsbalans. Zo heeft u een betere controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties.
6. Draag geschikte kleding. Draag geen losse
kleding of sieraden. Houd uw haar en kle- ding uit de buurt van draaiende onderdelen. Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
7. Als het elektrisch gereedschap is uitgerust62 NEDERLANDS
met een aansluiting voor stofafzuig- en stof- opvangvoorzieningen, zorgt u ervoor dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofvanger kan gevaar door stof verminderen.
8. Zorg ervoor dat bekendheid met het gereed-
schap als gevolg van veelvuldig gebruik er niet toe leid dat u nalatig wordt en de veiligheids- voorschriften negeert. Een roekeloze handeling kan ernstig letsel veroorzaken in een fractie van een seconde.
9. Draag tijdens het gebruik van elektrisch
gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek. Gebruik en verzorging van elektrisch gereedschap
1. Overbelast het elektrisch gereedschap niet.
Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor het werk.Hetjuisteelektrischgereedschap werkt beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
2. Gebruik het elektrisch gereedschap niet als
het niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar. Ieder elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijkenmoeteerstwordengerepareerd.
3. Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver-
wijder de accu, indien afneembaar, vanaf het elektrisch gereedschap voordat u afstellingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt.Dergelijkepreventieve veiligheidsmaatregelen verlagen de kans dat het elektrisch gereedschap per ongeluk wordt gestart.
4. Bewaar elektrische gereedschappen die niet
worden gebruikt buiten het bereik van kinde- ren en voorkom dat personen die onbekend zijn met het gebruik ervan of met deze instruc- ties het elektrisch gereedschap gebruiken. Elektrischegereedschappenzijngevaarlijkinde handen van onervaren gebruikers.
5. Onderhoud elektrische gereedschappen en
accessoires. Controleer op een slechte uit- lijning of het aanlopen van draaiende delen, het afbreken van onderdelen en alle andere situaties die van invloed kunnen zijn op de werking van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap beschadigd is, laat u het eerst repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt doordat het elektrisch gereedschap slecht wordt onderhouden.
6. Houd snij- en zaaggarnituren scherp en
schoon.Goedonderhoudensnij-enzaaggarnitu- renmetscherpesnij-enzaagrandenlopenminder vaakvastenzijngemakkelijkertegebruiken.
7. Gebruik het elektrisch gereedschap met de
bijbehorende accessoires, bits, enz., overeen- komstig deze instructies, met inachtneming van de werkomstandigheden en het werk dat wordt uitgevoerd. Het gebruik van het elektrisch gereedschapbijanderewerkzaamhedendan waarvoorhetisbedoeld,kanleidentotgevaarlijke situaties.
8. Houd de handgrepen en oppervlakken die
vastgepakt worden droog, schoon en vrij van olie en vetten. Gladde handgrepen en opper- vlakken die vastgepakt worden maken het veilig hanteren en bedienen van het gereedschap in onverwachtesituatiesonmogelijk.
9. Draag tijdens het gebruik van dit gereedschap
geen stoen werkhandschoenen die erin ver- strikt kunnen raken. Wanneer werkhandschoe- nen verstrikt raken in de bewegende delen kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. Reparatie
1. Laat uw elektrisch gereedschap repareren
door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangings- onderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behou- denblijft.
2. Volg de instructies voor het smeren en verwis-
selen van accessoires. Veiligheidswaarschuwingen voor grasmaaiers
1. Gebruik de grasmaaier niet bij slechte weers-
omstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om doordebliksemgetroenteworden.
2. Inspecteer het gebied waar de grasmaaier
gebruikt gaat worden zorgvuldig op de aanwe- zigheid van dieren. Dieren kunnen gewond raken tijdenshetgebruikvandegrasmaaier.
3. Inspecteer het gebied waar de grasmaaier
gebruikt gaat worden zorgvuldig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeworpen voorwer- penkunnenleidentotpersoonlijkletsel.
4. Voordat u de grasmaaier gebruikt, inspecteert
u altijd of het snijblad en de bijbehorende onderdelen niet zijn versleten of beschadigd. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen de kans op letsel.
5. Controleer het netsnoer en eventuele ver-
lengsnoer vóór gebruik op tekenen van63 NEDERLANDS beschadiging of veroudering. Gebruik de grasmaaier niet als het snoer beschadigd of versleten is. Als het snoer tijdens gebruik wordt beschadigd of is versleten, schakelt u de grasmaaier uit en raakt u het snoer niet aan voordat het is losgekoppeld van de netvoe- ding. Een beschadigd netsnoer of verlengsnoer kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
6. Controleer veelvuldig de grasopvanger op
slijtage en beschadigingen. Een versleten of beschadigde grasopvanger kan de kans op per- soonlijkletselverhogen.
7. Houd de beschermkappen op hun plaats. De
beschermkappen moeten in werkende staat zijn en goed gemonteerd zijn. Een beschermkap die los zit, beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijkletselveroorzaken.
8. Zorg ervoor dat alle koelluchtinlaten vrij zijn
van vuil. Verstopte luchtinlaten en vuil kunnen leiden tot oververhitting of de kans op brand.
9. Draag tijdens gebruik van de grasmaaier altijd
slipvast veiligheidsschoeisel. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Dit verkleint de kans op letsel aan uw voeten door contact met het bewegendesnijblad.
10. Draag tijdens gebruik van de grasmaaier altijd
een lange broek. Blootliggende huid verhoogt de kans op letsel door weggeworpen voorwerpen.
11. Gebruik de grasmaaier niet op nat gras. Loop
gewoon en ren niet. Dit verkleint de kans op uit- glijdenenvallendiekunnenleidentotpersoonlijk letsel.
12. Gebruik de grasmaaier niet op zeer steile
hellingen. Dit verkleint de kans op verlies van controle,uitglijdenenvallendiekunnenleidentot persoonlijkletsel.
13. Verzeker u bij het werken op hellingen er altijd
van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Dit verkleint de kans op verlies van controle,uitglijdenenvallendiekunnenleidentot persoonlijkletsel.
14. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-
maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt. Wees u altijd bewust van uw omgeving. Dit verkleintdekansopstruikelentijdensgebruik.
15. Houd het netsnoer uit de buurt van de snijbla-
den. Een beschadigd netsnoer kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
16. Schakel uit en trek de stekker uit het stop-
contact als het snoer in de war is geraakt of beschadigd is. In de war geraakte of bescha- digde snoeren verhogen de kans op een elektri- sche schok.
17. Raak het snijblad en andere gevaarlijke
bewegende delen niet aan terwijl deze nog bewegen. Dit verkleint de kans op letsel door bewegende delen.
18. Bij het verwijderen van vastgelopen materiaal
of het schoonmaken van de grasmaaier verze- kert u zich ervan dat alle aan-uitschakelaars uit staan en het netsnoer is losgekoppeld. Onverwachts in werking treden van de grasmaaier kanleidentoternstigpersoonlijkletsel. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen Instructie
1. Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig
door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedie- ningsorganen en het correcte gebruik van de grasmaaier.
2. Laat nooit kinderen of anderen die niet ver-
trouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebrui- kers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.
3. Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in
het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.
4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-
kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen. Voorbereidingen
1. Zorg dat er geen andere personen in de buurt
zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.
2. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier
wanneer die klaar voor gebruik is.
3. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en
andere verborgen voorwerpen.Ongelijkmatig terreinkanleidentotuitglijdenenvallen.Inlang gras kunnen obstakels verborgen zitten.
4. Terwijl het regent mag u de contactsleutel niet
erin steken of verwijderen. Bediening
1. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de
contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen
- wanneer u de grasmaaier achterlaat;
- voor het opheen van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal;
- voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier.
2. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,
gaat u als volgt te werk:
- Stop de grasmaaier, laat de schakelhen- del los en wacht tot het snijblad helemaal tot stilstand is gekomen.
- Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen.
- Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer elke beschadiging voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.
3. Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen
of als u iets abnormaals opmerkt, volgt u onmiddellijk de volgende stappen:
- Stop de grasmaaier, laat de schakelhen- del los en wacht tot het snijblad helemaal tot stilstand is gekomen.
- Inspecteer op beschadigingen en vervang of repareer alle beschadigde onderdelen.64 NEDERLANDS
- Controleer op loszittende onderdelen en zet deze goed vast.
4. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer
de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.
5. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of
6. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens
de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).
7. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te
verwonden aan het snijblad.
8. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier
moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.
9. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor
inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken.
10. Plaats nooit uw handen of voeten onder of
vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.
11. Houd de handgreep altijd stevig vast.
12. Raak het snijblad of andere scherpe randen
niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.
13. Houd uw handen en voeten uit de buurt van
het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.
14. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-
hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait.
15. Laat de schakelhendel los en wacht tot het
snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Verwijder de con- tactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.
16. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de
uitwerpopening staat.
17. Richt het uitgeworpen materiaal nooit op
iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitge- worpen tegen een muur of obstakel. Het mate- riaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het snijbladstilwanneerueenverhardeondergrond oversteekt.
18. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve
indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe- genvanafeenafrasteringofandere,soortgelijke obstructie,kijktuomlaagennaarachterdegras- maaiervóórentijdenshetachteruitbewegen.
19. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad
volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijbladblijftnalopennadatdegrasmaaieris uitgeschakeld.
20. Als u het gereedschap op een modderige
ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.
21. Vermijd werken in een ongunstige omgeving
waarin een verhoogde vermoeidheid van de gebruiker kan worden verwacht.
22. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer
waarin het zicht beperkt is. Als u dit toch doet, kan dat een val of verkeerde bediening veroorza- ken als gevolg van het slechte zicht.
23. Dompel het gereedschap niet onder in een
24. Wanneer natte bladeren of vuil blijft kleven aan
de aanzuigmond (ventilatieopening) als gevolg van de regen, verwijdert u deze.
25. Gebruik het gereedschap niet in de sneeuw.
26. Als het maaisel nat is, hoopt het zich waar-
schijnlijk op aan de binnenkant van het gereedschap. Controleer regelmatig de staat van het gereedschap en verwijder zo nodig het aanklevende gras.
27. Let bij het gebruik van het gereedschap op
leidingen en kabels. Onderhoud en opslag
1. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier
stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken.
3. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage
en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.
4. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding
door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.
5. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen
van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.
7. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-
8. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-
den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.
9. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit
elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel- matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor- ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert.
10. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in
11. Was het gereedschap niet met water onder
direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt.
13. Voer inspectie en onderhoud uit op een plaats
waar regen kan worden vermeden.
14. Nadat u het gereedschap hebt gebruikt, ver-
wijdert u het aanklevende vuil en laat u het gereedschap volledig drogen voordat u hem opbergt.Afhankelijkvanhetseizoenofgebied, bestaat de kans op een storing als gevolg van bevriezing. Elektrische veiligheid
1. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de
machine niet op vochtige of natte plaatsen en stel hem niet bloot aan regen. Als water binnen- dringt in de machine, wordt de kans op een elektri- sche schok groter. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
1. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze
niet met de grasmaaier gaan spelen.
2. Laat nooit kinderen of anderen die niet ver-
trouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebrui- kers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.
3. Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in
het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.
4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-
kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen.
5. Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd
stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waar- van koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden.
6. Draag tijdens het gebruik van elektrisch
gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.
7. Controleer het netsnoer vóór gebruik op teke-
nen van beschadiging of veroudering. Als het snoer tijdens gebruik beschadigd raakt, moet u de stekker onmiddellijk uit het stopcontact trekken. Raak het snoer niet aan voordat u de stekker uit het stopcontact hebt getrokken. Gebruik de grasmaaier niet als het snoer beschadigd of versleten is.
8. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of
9. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras
10. Gebruik de grasmaaier nooit in de regen.
11. Houd de handgreep altijd stevig vast.
12. Zorg dat u stevig staat op hellingen.
13. Loop gewoon en ren niet.
14. Raak het snijblad of andere scherpe randen
niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.
15. Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier
niet onder de invloed van alcohol, stimule- rende of verdovende middelen, of na het inne- men van medicijnen.
16. Houd uw handen en voeten uit de buurt van
het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.
17. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding
door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.
18. Controleer vóór het gebruik zorgvuldig de snij-
bladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen onmiddellijk.
19. Zorg dat er geen andere personen in de buurt
zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.
20. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en66 NEDERLANDS
voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen.
21. Stop het gebruik onmiddellijk wanneer u iets
vreemds bemerkt. Schakel de grasmaaier uit en trek de stekker uit het stopcontact. Inspecteer vervolgens de grasmaaier.
22. Probeer nooit om de wielhoogte bij te stellen
terwijl de grasmaaier werkt.
23. Laat de schakelhendel los en wacht tot het
snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trot- toir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Trek ook de stekker uit het stopcontact wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.
24. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-
werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor- zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun- nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze.
25. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,
gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil- stand is gekomen. - Trek de stekker uit het stopcontact. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.
26. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage
en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.
27. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-
maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.
28. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier
moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.
29. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer
de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.
30. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens
de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).
31. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor
inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de machine weer op de grond laat zakken.
32. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de
uitwerpopening staat.
33. Plaats nooit uw handen of voeten onder of
vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.
34. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-
maaier is ingeschakeld.
35. Schakel de grasmaaier uit en trek de stekker
uit het stopcontact. Let goed op dat alle bewe- gende onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het opheen van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op schade en ver- richt de nodige reparaties alvorens u de gras- maaier opnieuw start en in gebruik neemt.
36. Als de grasmaaier abnormaal gaat trillen of
schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast.
37. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen
van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.
38. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,
nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor- zichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen.
39. Niet besproeien of afspoelen met een tuins-
lang; zorg dat er geen water in de motor en elektrische contacten komt.
stevig zijn aangedraaid, om de machine veilig te kunnen gebruiken.
42. Wees voorzichtig omdat het draaien van één
snijblad ertoe kan leiden dat de andere snijbla- den gaan draaien.
43. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-
44. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-
den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.
45. Vervang alle versleten of beschadigde onder-
delen, voor uw veiligheid. Gebruik uitslui- tend originele vervangingsonderdelen en accessoires.
46. Laat uw elektrisch gereedschap repareren
door een vakbekwame reparateur die gebruik- maakt van uitsluitend identieke vervangings- onderdelen. Hiermee bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behoudenblijft.
47. Volg de instructies voor het smeren en verwis-
49. Controleer of de spanning en frequentie van
de netvoeding overeenkomen met de speci- caties vermeld op het typeplaatje.Wijadviseren u een op reststroom werkende stroomonderbreker (aardlekstroomonderbreker) met een uitschakel- stroomsterkte van 30 mA of minder, of een aard- lekstroombeveiliging te gebruiken.
50. Deze machine kan worden gebruikt door kin-
deren van 8 jaar en ouder en door personen met een verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen, of gebrek aan ken- nis en ervaring mits zij onder toezicht staan of instructies hebben gehad over het veilig gebruiken van de machine en de gevaren ervan kennen. Reinigen en onderhoud door de gebruiker mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht. Resterende risico’s Ook als u dit apparaat bedient in overeenstemming met alleveiligheidseisen,blijfteenpotentieelrisicoopletsel en schade over. De volgende gevaren kunnen zich voordoen in verband met de constructie en het ontwerp van dit apparaat.
1. Gezondheidsproblemen voortvloeiend uit tril-
lingsemissies als het apparaat langdurig wordt gebruikt, of niet goed wordt beheerd of niet correct wordt onderhouden.
2. Letsel en beschadiging van eigendommen als
gevolg van defecte toepassingsgereedschappen of het plotseling stoten tegen verborgen voorwer- pentijdensgebruik.
3. Gevaar van letsel en schade aan eigendommen
veroorzaakt door rondvliegende voorwerpen. WAARSCHUWING: Het apparaat genereert tijdens gebruik een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de wer- king van actieve of passieve medische implanta- ten hinderen. Om het risico van ernstig persoon- lijk en fataal letsel te verminderen, adviseren wij personen met medische implantaten hun arts en de fabrikant van het implantaat te raadplegen alvorens dit apparaat te bedienen. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stop- contact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. De handgreep aanbrengen
1. Haal het bovenste handgreep van het hoofddeel
3. Beweeg de handgreep iets naar buiten en klap de
handgreep achterover. ►Fig.3: 1. Handgreep
4. Steldehoogtevandehandgreepindoordepijp
uittelijnenmetdemarkering. ►Fig.4: 1. Vingermoer 2. Markering 3.Pijl
6. Bevestig de bovenste handgreep door de hendels
vanaf de buitenkant erdoor te steken en daarna de moeren aan te draaien met de sleutel om de handgreep vast te zetten. ►Fig.6: 1. Hendel 2. Moer
7. Bevestig het snoer met de klemmen, zoals aange-
geven in de afbeelding. ►Fig.7: 1. Klem De grasmand aanbrengen
3. Haak de grasmand aan de achterkant van de
machine. ►Fig.10 Omdegrasmandteverwijderen,volgtudeprocedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. Het verlengsnoer aansluiten WAARSCHUWING: Wanneer u het verleng- snoer aansluit op de stekkeraansluiting van de machine, zorgt u ervoor dat de schakelhendel is losgelaten en de stekker uit het stopcontact is getrokken. WAARSCHUWING: Sluit het verlengsnoer niet aan en koppel het niet los met natte handen.68 NEDERLANDS KENNISGEVING: Wanneer u het verlengsnoer aansluit op de stekkeraansluiting van de machine, verzekert u zich ervan dat deze helemaal in de aansluiting wordt gestoken. Wanneer u het verlengsnoer aansluit, haakt u het om de haak op de handgreep, zoals aangegeven in de afbeelding, om te voorkomen dat de stekker eruit wordt getrokken wanneer er grote spanning op het snoer staat. ►Fig.11: 1. Haak 2. Verlengsnoer
FUNCTIES De maaihoogte instellen WAARSCHUWING: Voordat u de maaihoogte instelt, trekt u de stekker van het verlengsnoer uit het stopcontact en controleert u of het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. U kunt de maaihoogte instellen binnen het bereik van 20 mm tot en met 55 mm (voor ELM3320/ELM3720) of 20 mm tot en met 75 mm (voor ELM4120). De maaihoogte kan worden ingesteld op 3 hoogten (voor ELM3320/ELM3720) of 7 hoogten (voor ELM4120). Voor ELM3320/ELM3720 ►Fig.12: 1. Instelhendel Voor ELM4120 ►Fig.13: 1. Instelhendel Houd de handgreep met één hand vast en verplaats vervolgens de instelhendel met de andere hand. ►Fig.14: 1. Instelhendel OPMERKING: Met een maaiproef in een min- der opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Voordat u het gereed- schap aansluit, controleert u eerst of de schakel- hendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de uit-stand terugkeert. WAARSCHUWING: Omwille van uw vei- ligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergrendelknop die voorkomt dat het gereed- schap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik de machine nooit wanneer hij start zodra u de schakelhendel intrekt zonder op de uit-vergren- delknop te drukken. Vraag uw plaatselijke Makita- servicecentrum om reparatie. WAARSCHUWING: Omzeil nooit de ver- grendelingsfunctie en tape de uit-vergrendelknop nooit ingedrukt vast. KENNISGEVING: Trek niet met grote kracht aan de schakelhendel zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. De schakelaar kan kapotgaan. Om de machine te starten, drukt u op de uit-vergrendel- knopenknijptuvervolgensdeschakelhendelin.Omde machine te stoppen, laat u de schakelhendel los. ►Fig.15: 1. Schakelhendel 2. Uit-vergrendelknop Niveau-indicator van grasmand Deniveau-indicatorvandegrasmandstaattijdenshet maaien open wanneer de grasmand nog niet vol is. Wanneer de grasmand vol is, is de niveau-indicator tijdenshetmaaiendicht.Alsdegrasmandvolis,maakt u hem leeg voordat u begint te maaien. ►Fig.16: 1. Niveau-indicator ►Fig.17: 1. Niveau-indicator De hoogte van de handgreep afstellen De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op driehoogten.Draaidevingermoerenlosterwijlude handgreep vasthoudt, stel daarna de hoogte van de handgreepafdoordepijluittelijnenmeteenvande markeringen, en draai tenslotte de vingermoeren vast. ►Fig.18: 1. Vingermoer 2. Markering 3.Pijl Motorbeveiligingssysteem (overstroomrelais) WAARSCHUWING: Als de machine plotse- ling stopt tijdens gebruik, laat u de schakelhendel los en koppelt u het verlengsnoer los. Anders kan de machine plotseling opnieuw starten en letsel veroorzaken. LET OP: Voordat u een voorwerp verwijdert dat het snijblad blokkeert, trekt u handschoenen aan en koppelt u het verlengsnoer los van het stopcontact. Als het gemaaide gras of vuil zich heeft opgehoopt aan de binnenkant van het maaidek, stopt de machine automatisch om de motor te beschermen (overstro- omrelais). In dat geval trekt u de stekker van het ver- lengsnoeruithetstopcontact,verwijdertuvervolgens het materiaal dat de verstopping heeft veroorzaakt, en laat u de machine gedurende enkele minuten afkoelen voordat u de machine weer inschakelt. OPMERKING: Het overstroomrelais kan in werking treden wanneer nat of lang gras verstrikt raakt bin- nenin het maaidek.69 NEDERLANDS BEDIENING Maaien WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij- dert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. ►Fig.19 WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming. LET OP: Als gemaaid gras of vreemde voor- werpen de binnenkant van het maaidek verstop- pen, moet u de stroom uitschakelen en daarna de stekker van het verlengsnoer uit het stopcontact trekken. Voordat u het gras of een vreemd voor- werp verwijdert, trekt u handschoenen aan. LET OP: Vergeet niet de grasmand aan te brengen wanneer u de machine gebruikt. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. Houdbijhetmaaiendehandgreepmetbeidehanden stevig vast. ►Fig.20 Derichtlijnvoordemaaisnelheidisongeveeréénmeter per vier seconden. ►Fig.21 Begintemaaienbijhetstopcontactomerzekervante zijndathetverlengsnoergeenobstakelvormt. ►Fig.22: 1. Stopcontact 2. Verlengsnoer Zorg ervoor dat het verlengsnoer niet onder de machine komt of eronder verstrikt raakt. ►Fig.23 ►Fig.24 Delijnenopbeidezijkantenvanhetmaaidekzijnrichtlij- nenvoordemaaibreedte.Gebruikdelijnenalsrichtlijn bijhetmaaieninbanen.Overlapelkebaanmetdehelft of een derde van de breedte van de vorige baan om het gazongelijkmatigtemaaien. ►Fig.25: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3.Lijn Veranderdemaairichtingbijelkebaanomtevoorko- men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ►Fig.26 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras- mand. Leeg de grasmand voordat deze vol raakt. Vergeet niet de machine uit te schakelen voorafgaand aan elke periodieke controle. OPMERKING: Als u de grasmaaier gebruikt met een vollegrasmandkanhetsnijbladnietsoepeldraaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. Maaien van erg lang gras Probeer niet om lang gras in één keer te maaien. Maai in plaats daarvan het gazon in meerdere maaibeurten. Laat een dag of twee tussen de maaibeurten, tot het gazongelijkmatigkortis. ►Fig.27 OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele- maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. Randen maaien Wanneeruderandenvanhetgazonmaait,rijdtumet de machine langs de rand van het gazon. ►Fig.28 ONDERHOUD WAARSCHUWING: Voordat u de onder- houdswerkzaamheden uitvoert, trekt u de stekker van het verlengsnoer uit het stopcontact en con- troleert u of het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. LET OP: Draag altijd handschoenen tijdens het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Onderhoud na het maaien Veeg na het maaien de machine af met een droge doek of een doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik ook een zachte borstel om grasmaaisel en vuil van het snijbladafteborstelen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Opbergen
1. Koppel het verlengsnoer los.
►Fig.29: 1. Verlengsnoer
2. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.
►Fig.30: 1. Achterklep 2. Grasmand
3. Draaidevingermoerenlosterwijludehandgreep
vasthoudt, beweeg de handgreep vervolgens iets naar buiten en kantel daarna de handgreep voorover. ►Fig.31: 1. Vingermoer 2. Handgreep 3. Markering 4.Pijl70 NEDERLANDS LET OP: Let erop dat bij het vasthouden van de handgreep, uw hand of vingers niet bekneld raken. OPMERKING:Controleerofdepijlnaardemarkering wijstindeverstvoorovergekanteldestand.
5. Open de hendels en plaats daarna de kabel
bovenop de hendel. ►Fig.33: 1. Hendel 2. Kabel
6. Draai de hendels terug tot halverwege, zoals
aangegeven in de afbeelding. ►Fig.34: 1. Hendel
7. Vouw het handgreep dubbel.
►Fig.35: 1. Handgreep
8. Plaats de machine zoals aangegeven in de
afbeelding. ►Fig.36 LET OP: Bewaar de machine binnen en op een vlakke ondergrond. Anders kan de machine vallen en letsel veroorzaken. U kunt de machine ook als volgt opbergen.
1. Koppel het verlengsnoer los.
►Fig.37: 1. Verlengsnoer
2. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.
►Fig.38: 1. Achterklep 2. Grasmand
3. Stel de maaihoogte in met de instelhendel.
Voor ELM3320/ELM3720: Stel de maaihoogte in op “1”. ►Fig.39: 1. Instelhendel Voor ELM4120: Stel de maaihoogte in op “2”. ►Fig.40: 1. Instelhendel
4. Draaidevingermoerenlosterwijludehandgreep
vasthoudt, beweeg de handgreep vervolgens iets naar buiten en kantel daarna de handgreep voorover. ►Fig.41: 1. Vingermoer 2. Handgreep 3. Markering 4.Pijl LET OP: Let erop dat bij het vasthouden van de handgreep, uw hand of vingers niet bekneld raken. OPMERKING:Controleerofdepijlnaardemarkering wijstindeverstvoorovergekanteldestand.
6. Plaats de machine zoals aangegeven in de
afbeelding. ►Fig.43 LET OP: Bewaar de machine binnen en op een vlakke ondergrond. Anders kan de machine vallen en letsel veroorzaken. U kunt de machine ook opbergen door de handgreep dubbel te vouwen. LET OP: Voordat u de hendels opent, houdt u het bovenste handgreep stevig vast. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken.
2. Vouw het bovenste handgreep dubbel.
►Fig.45: 1. Bovenste handgreep Het snijblad van de grasmaaier vervangen LET OP: Gebruik geen andere sleutel dan de standaard ringsleutel voor het vervangen van het snijblad van de grasmaaier. Als u een andere sleu- tel gebruikt, kan de bout te strak of niet strak genoeg worden aangedraaid, waardoor letsel kan worden veroorzaakt.
1. Koppel het verlengsnoer los en zet de machine
rechtop. (Raadpleeg de instructies voor het opbergen.)
2. Steek de pen in het gat en houd daarna de hand-
greep met één hand vast en draai de bout linksom los met de sleutel. ►Fig.46: 1.Snijblad2. Sleutel 3. Pen
3. Verwijderhetsnijbladvandegrasmaaier.
Voor ELM3320 Verwijderdebout,dering,hetsnijbladendebeugel,in die volgorde. ►Fig.47: 1. Beugel 2.Snijbladvandegrasmaaier
Voor ELM3720/ELM4120 Verwijderdebout,dering,hetsnijblad,debeugelende afstandshouder, in die volgorde. ►Fig.48: 1. Afstandshouder 2. Beugel 3.Snijbladvan de grasmaaier 4. Ring 5. Bout
4. Bevestigeennieuwsnijbladvandegrasmaaier,
steek daarna de pen in het gat en houd vervolgens de handgreep met één hand vast en draai de bout stevig rechtsom vast met de sleutel. ►Fig.49: 1.Snijbladvandegrasmaaier2. Sleutel
Verlengsnoer Gebruik uitsluitend een verlengsnoer voor gebruik buitenshuis, zoals een pvc-snoer of rubbersnoer van normale kwaliteit met een minimale draaddoorsnede van niet minder dan 1,5 mm
Controleervóórentijdensgebruikhetnetsnoeren verlengsnoer op beschadigingen. Gebruik de machine niet als het snoer beschadigd of versleten is. Houd hetverlengsnoeruitdebuurtvanhetsnijgarnituur. Alshetsnoertijdensgebruikbeschadigdraakt,trektu71 NEDERLANDS onmiddellijkdestekkeruithetstopcontact.Raakhet snoer niet aan voordat u de stekker uit het stopcontact hebt getrokken. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
- Snijbladvandegrasmaaier OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnen zijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapals standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.72 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: ELM3320 ELM3720 ELM4120 Velocidad en vacío 3.400 min
Notice-Facile