P12F3CW0 - Airconditioning TCL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P12F3CW0 TCL in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Model TCL P12F3CW0, Type: Airconditioning, Koelcapaciteit: 12000 BTU, Energie-efficiëntie: Klasse A, Geluidsniveau: 36 dB(A) |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor woonruimtes tot 30 m², Werking in koel- en ontvochtigingsmodus, Afstandsbediening inbegrepen voor eenvoudige bediening |
| Onderhoud en reparatie | Wasbare luchtfilters, Aanbevolen onderhoud elke 6 maanden, Jaarlijkse controle door een professional voor het koelcircuit |
| Veiligheid | Bescherming tegen elektrische overbelasting, Vergrendelingssysteem voor de afstandsbediening, Voldoet aan CE-veiligheidsnormen |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, Afmetingen: 80 x 30 x 25 cm, Gewicht: 30 kg, Elektrisch verbruik: 1,2 kW |
Veelgestelde vragen - P12F3CW0 TCL
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P12F3CW0 - TCL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P12F3CW0 van het merk TCL.
GEBRUIKSAANWIJZING P12F3CW0 TCL
1. Het apparaat mag alleen binnenshuis worden gebruikt.
2. Sluit het apparaat niet aan op een stopcontact als het wordt gerepareerd of niet
goed is geïnstalleerd.
3. Gebruik het apparaat niet in de volgende omstandigheden:
A: In de nabijheid van vuur. B: In een ruimte waar olie kan spatten. C: In een ruimte waar het kan worden blootgesteld aan direct zonlicht. D: In een ruimte waar water kan spatten. E: Vlakbij een badkuip, wasmachine, douche of zwembad.
4. Steek nooit uw vingers of langwerpige voorwerpen in de luchtuitlaat.
Waarschuwing kinderen voor al deze gevaren.
5. Houd de eenheid rechtop tijdens het transport en opslag, dit in verband met
6. Schakel de eenheid altijd uit of haal de stekker uit het stopcontact voordat u
het apparaat gaat schoonmaken.
7. Schakel de stroom altijd uit en ontkoppel deze en verplaats de eenheid
langzaam als u het gaat verplaatsen.
8. Het apparaat mag niet worden afgedekt zodat brand wordt voorkomen.
9. Alle stopcontacten van het apparaat moeten overeenkomen met de locale
veiligheidsvereisten wat betreft stroom. Controleer of het hier aan voldoet als dat nodig is.
10. Kinderen dienen onder toezicht te staan om te voorkomen dat zij met het
apparaat gaan spelen.
11. Als het snoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant
of de leverancier of gekwalificeerde personen om risico’s te voorkomen.
12. Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar oud en door
personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis vooropgesteld dat ze onder toezicht staan of uitleg hebben gekregen over hoe dit apparaat op een veilige manier te gebruiken en de risico's ervan begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
13. Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de landelijke elektriciteitsnormen.
DU2 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Dit symbool geeft aan dat dit apparaat in de EU niet weggegooid mag worden bij het huisvuil. Recycle het op verantwoorde wijze om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door niet gecontroleerde afvalverwerking te voorkomen en om duurzaam hergebruik van materiaal te promoten. Maak gebruik van de retour- en inzamelsystemen of neem contact op met de winkelier waar het product aangeschaft werd. Zij kunnen dit apparaat aannemen voor een milieuvriendelijke verwerking.
16. Neem contact op met een bevoegd onderhoudstechnicus voor onderhoud of reparaties
17. Trek niet aan het stroomsnoer, vervorm het niet en breng geen wijzigingen erbij aan,
en dompel het ook niet onder in water. Trekken aan het stroomsnoer of verkeerd gebruik ervan kan leiden tot schade en een elektrische schok veroorzaken.
18. De landelijke gasregels dienen te worden nageleefd.
19. Houd de ventilatie-openingen vrij van obstructies.
20. Iedere persoon die werkt met koelmiddelsystemen dient in het bezit te zijn van een
geldig certificaat afgegeven door een door de sector bevoegde autoriteit waarop wordt vermeld dat men bevoegd is in het veilig hanteren van koelmiddelen in overeenstemming met een door de sector erkende evaluatiespecificatie.
21. Onderhoud mag alleen op een wijze worden gedaan aanbevolen door de fabrikant
van de apparatuur. Onderhoud en reparaties waarvoor de hulp van ander geschoold personeel nodig is dient te worden uitgevoerd onder supervisie van een persoon bevoegd in het gebruik van brandbaar koelmiddel.
22. Gebruik of stop het gebruik van de eenheid niet door de stekker erin te steken of eruit
te trekken; dit kan tot een elektrische schok of brand leiden als gevolg van het genereren van hitte.
23. Haal de stekker eruit als er vreemde geluiden te horen zijn, stank te ruiken is, of
rook uit komt. OPMERKINGEN: - Neem contact op met de dealer of een bevoegde reparateur als onderdelen beschadigd zijn; - Schakel de luchtschakelaar uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dealer of bevoegde reparateur in geval van schade; - In alle gevallen dient het stroomsnoer goed geaard te zijn; - Schakel de luchtschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact om gevaarlijke situaties te voorkomen als het stroomsnoer is beschadigd. Het moet door de dealer of een bevoegde reparateur worden vervangen. - Als het apparaat is uitgerust met een Wi-Fi-functie, dan is het transmisievermogen minder dan 20dBm en het frequentiebereik is: 2412MHz-2472MHz. WAARSCHUWING Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of schoon te maken anders dan die welke worden aanbevolen door de fabrikant. Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer waarin geen ontstekingsbronnen zijn die constant actief zijn (bijvoorbeeld: open vuren, een werkend gasapparaat of een werkende elektrische kachel). Niet doorboren of verbranden. Wees ervan bewust dat koelmiddelen geurloos kunnen zijn. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruiken en worden opgeslagen in een kamer met een vloer die groter is dan Xm2. DU3 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Hoeveelheid R290-gas in lading. (Raadpleeg het etiket op het apparaat) (g) Minimumgrootte van de ruimte voor gebruik en opslag (m2 ) SPECIFIEKE INFORMATIE INZAKE APPARATUUR MET R290 KOELGAS. Lees alle waarschuwingen grondig. Gebruik bij het ontdooien en schoonmaken van het apparaat geen gereedschap anders dan dat wat wordt aanbevolen door de fabrikant. Het apparaat moet worden geplaatst in een ruimte waarin zich geen onstekingsbronnen bevinden die constant branden (bijvoorbeeld open vuren, gas- of elektrische apparatuur die in werking zijn). Niet doorboren en niet verbranden. Dit apparaat bevat Y g (raadpleeg het etiket op de achterkant van de eenheid) aan R290-koelgas. R290 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen met betrekking tot het milieu. Doorboor niets van het circuit van het koelmiddel. De kamer moet zo zijn ontworpen dat het het opeenhopen van gelekt koelmiddel met brand of een ontploffing als gevolg doordat het koelmiddel vlam vat door elektrische kachels, kachels of andere ontstekingsbronnen als het apparaat in een niet geventileerde ruimte wordt geplaatst, gebruikt of opgeboren. Het apparaat moet op zodanige wijze worden opgeborgen dat mechanische mankementen worden voorkomen. Mensen die werken met of aan het koelmiddelcircuit moeten de juiste diploma’s hebben uitgegeven door een geaccrediteerde organisatie die garant staat voor de afhandeling van koelmiddelen volgens een specifieke evaluatie erkent door associaties uit de sector. Reparaties moeten worden uitgevoerd op basis van aanbevelingen van de fabrikant. Onderhoud en reparaties waarvoor de hulp van ander geschoold personeel nodig is dient te worden uitgevoerd onder supervisie van een persoon bevoegd in het gebruik van brandbaar koelmiddel. OPGELET! BRANDGEVAAR! DU4 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN INSTRUCTIES VOOR HET REPAREREN VAN APPARATEN MET R290 1.ALGEMENE INSTRUCTIES
1.1 De ruimte inspecteren
Voordat er wordt gewerkt aan systemen die brandbaar koelmiddel bevatten, moeten eerst veiligheidsinspecties worden uitgevoerd om er zeker van te zijn dat de kans op brand minimaal is. De volgende voorzorgsmaatregelen moeten in acht worden genomen voordat er wordt gewerkt aan het systeem als er reparaties aan het koelsysteem moeten worden uitgevoerd.
Er moet worden gewerkt in een beheerste procedure om de kans op de aanwezigheid van brandbaar gas of dampen te minimaliseren terwijl het werk wordt uitgevoerd.
1.3 Algemeen werkterrein
Al het onderhoudspersoneel en andere personen die in dezelfde ruimte werken moeten worden geïnstrueerd over het werk dat wordt uitgevoerd. Voorkom dat er werkzaamheden in nauwe ruimtes moet worden uitgevoerd. De ruimte rondom het werkterrein dient te worden afgezet. Zorg ervoor dat de condities binnen het terrein veilig zijn door het beheersen van brandbaar materiaal.
1.4 Inspecteren op de aanwezigheid van koelmiddel
Het terrein moet worden geïnspecteerd met behulp van een geschikte koelmiddeldetector vóór en tijdens de werkzaamheden, om er zeker van te zijn dat de technicus weet dat er mogelijk een brandbare atmosfeer is. Zorg ervoor dat de apparatuur voor het detecteren van lekkages gebruikt kan worden met brandbare koelmiddelen, d.w.z. geen vonken veroorzaakt, goed is afgedicht of intrinsiek veilig is.
1.5 De aanwezigheid van een brandblusser
Als er hete werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op de koelapparatuur of daarmee geassocieerde onderdelen, dan moet er een geschikte brandblusser binnen handbereik aanwezig zijn. Naast het laadterrein dient een poederblusser of CO2-brandblusser aanwezig te zijn.
1.6 Geen ontstekingsbronnen
Niemand mag werkzaamheden verrichten op het koelsysteem als daarbij pijpleidingen moeten worden blootgelegd die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat en daarbij ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat er kans is op een explosie of brand. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder sigaretten, dienen ver genoeg uit de buurt van de plek waar de installatie, de reparatie, het verplaatsen en weggooien plaatsvindt en waarbij brandbaar koelmiddel mogelijk kan vrijkomen in de omliggende ruimte. De ruimte rondom de apparatuur dient te worden geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar materiaal is of kans op vlam vatten kan plaatsvinden. “Niet roken” dient te worden aangeduid.
1.7 Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat de ruimte in de buitenlucht is of voldoende is geventileerd voordat er aan het systeem gewerkt gaat worden of hete werkzaamheden gaan worden uitgevoerd. Er moet continu worden geventileerd als de werkzaamheden worden uitgevoerd. De ventilatie dient veilig eventueel ontsnapt koelmiddel af te voeren, en bij voorkeur naar buiten in de atmosfeer.
1.8 De koelapparatuur inspecteren
Bij het vervangen van elektrische onderdelen moeten ze geschikt zijn voor het doel en voldoen aan de juiste specificaties. Ten alle tijden moeten de richtlijnen van de fabrikant inzake het plegen van onderhoud worden gevolgd. Neem contact op met de technische afdeling van de fabrikant als u twijfels hebt. De volgende inspecties dienen te worden uitgevoerd op installaties met brandbaar koelmiddel: is de hoeveeheid koelmiddel in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de onderdelen met koelmidden zijn geïnstalleerd; werkt het ventilatiesysteem en uitlaten naar tevredenheid en zijn ze niet verstopt; de secundaire eenheid moet worden geïnspecteerd op de DU5 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN aanwezigheid van koelmiddel als er gebruik wordt gemaakt van een indirect koelcircuit; de etiketten op de apparatuur zijn zichtbaar en goed leesbaar. Etiketten en symbolen die onleesbaar zijn moeten worden hersteld; de koelmiddelpijp of componenten moeten zodanig zijn geïnstalleerd dat ze niet worden blootgesteld aan een substantie die componenten met daarin koelmiddel kan corroderen tenzij de componenten zijn gemaakt van materiaal die inherent bestendig zijn tegen corrosie of op een goede manier zijn beschermt tegen corrosie.
2.2 Er moet vooral goed op het volgende worden gelet om er zeker van te zij ndat bij het
werken aan elektrische componenten de behuizing niet op zodanige wijze wordt gewijzigd dat het niveau van bescherming wordt verminderd. Dit is inclusief schade aan kabels, een te groot aantal aansluitingen, terminals niet gemaakt volgens de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, verkeerde fittingen of afdichtingen enzovoorts. Controleer of het apparaat stevig is vastgemaakt. Zorg ervoor dat de afdichtingen of het afdichtingsmateriaal niet zodanig beschadigd raken dat ze niet meer kunnen worden gebruikt om het binnendringen van brandbare atmosferen te voorkomen. Vervangingsonderdelen dienen te voldoen aan de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van een afdichting van silicium kan de effectiviteit van sommige apparatuur dat wordt gebruikt om lekken te detecteren verminderen. Intrinsieke veiligheidscomponenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat er aan ze wordt gewerkt. Gebruik geen permanent inductieve ladingen of ladingen met capacitantie op het circuit zonder ervoor te zorgen dat deze de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Intrinsieke veiligheidscomponenten zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden terwijl er spanning op staat in de nabijheid van een brandbare atmosfeer. De testapparatuur moet de correcte waarde hebben. Vervang componenten alleen met onderdelen die zijn gespecificeerd door de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer als gevolg van een lek.
3 REPARATIES AAN INTRINSIEKE VEILIGHEIDSCOMPONENTEN
1.9 Inspecties op elektrische apparatuur
Reparaties en onderhoud aan elektrische apparatuur moet eerste veiligheidsinspecties en procedures voor het inspecteren van componenten omvatten. Als er een mankement bestaat dat de veiligheid in gevaar kan brengen, dan mogen elektrische apparaten pas worden aangesloten op het circuit als het mankement naar tevredenheid is verholpen. Als het mankement niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar de apparatuur toch in gebruik moet blijven, dan moet er een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet aan de eigenaar worden gemeld zodat alle partijen op de hoogte zijn gebracht. De eerste veiligheidsinspecties omvatten het volgende: zijn de condensators ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om vonken te voorkomen; zijn er geen elektrische componenten waar spanning op staat en blootliggende bedrading tijdens het laden; het terugwinnen of zuiveren van het systeem; is de aarding nergens onderbroken. DU6 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 4 KABELS Controleer of de kabels niet onderhevig zijn aan slijtage, corrosie, zware druk, trillingen, scherpe randen en andere nadelige effecten. De inspectie dient ook rekening te houden met de effecten van slijtage of continu trillen veroorzaakt door compressors of ventilatoren.
5 HET DETECTEREN VAN BRANDBAAR KOELMIDDEL
In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het ontdekken of detecteren van lekkend koelmiddel. Er mag geen gebruik worden gemaakt van een halogenidelamp (of andere detector met een open vlam).
6 METHODES OM LEKKAGES TE DETECTEREN
De volgende methodes worden geaccepteerd om lekkages te detecteren bij systemen die brandbaar koelmiddelen bevatten. Elektronische detectoren moeten worden gebruikt om brandbaar koelmiddel te detecteren, maar is misschien niet adequaat of moet misschien opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur dient te worden gekalibreerd in een ruimte vrij van koelmiddel.) Zorg ervoor dat de detector zelf geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Apparatuur voor het detecteren van lekkages moet op het percentage van de LFL van het koelmiddel worden ingesteld, en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koelmiddel en het correcte gaspercentage (25% maximaal) moet zijn vastgesteld. Vloeistoffen voor het detecteren van lekkages kunnen bij de meeste koelmiddelen worden gebruikt, maar het gebruik van schoonmaakmiddelen met chloor moet worden voorkomen omdat chloor kan reageren op het koelmiddel en de koperen leidingen kan corroderen. Alle open vlammen moeten worden weggehaald/gedoofd als vermoeden is van een lekkage. Als er een lekkage wordt ontdekt waarvoor moet worden gesolideerd, dan moet al het koelmiddel uit het systeem worden gehaald, of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem ver weg van de lekkage. Zuurstofvrije stikstof (OFN) moet zowel vóór als na het solderen door het systeem worden gestroomd.
7 VERWIJDEREN EN LEDIGING
Conventionele procedures moeten worden gevolgd bij het werken aan het koelmiddelcircuit als er reparaties worden uitgevoerd, of om welk doel dan ook. Het is echter belangrijk dat de ‘best practice’ wordt gevolgd aangezien er rekening moet worden gehouden met ontvlambaarheid. De volgende procedure moet in acht worden genomen: verwijder het koelmiddel; zuiver het circuit met inert gas; ledig; zuiver weer met inert gas; open het circuit door te zagen of te solderen. Het koelmiddel moet in de juiste opvangbakken worden opgevangen. Het systeem moet worden “gespoeld” met OFN om de eenheid veilig te maken. Dit proces moet misschien enkele keren worden herhaald. Er mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof voor deze taak. Het “spoelen” moet worden gedaan door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en het daarmee te blijven vullen totdat de werkdruk wordt bereikt, en daarna dit te ventileren in de atmosfeer en het vacuüm weg te halen. Dit proces moet net zolang worden herhaald totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, dan moet het systeem worden geventileerd tot atmosferische druk om het werk te kunnen laten plaatsvinden. Deze procedure is van essentieel belang als er soldeerwerkzaamheden op de pijpleidingen moeten worden uitgevoerd. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp niet in de nabijheid van een ontstekingsbron staat en dat er voldoende ventilatie is. DU7 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 8 LAADPROCEDURES Naast de conventionele laadprocedures, moeten de volgende veeisten in acht worden genomen: - Zorg ervoor dat er geen verschillende koelmiddelen door elkaar worden gebruikt tijdens het bijvullen. Slangen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel erin te minimaliseren. – De cilinders moeten rechtop blijven staan. - Zorg ervoor dat het koelsysteem is geaard voordat het systeem wordt bijgevld met koelmiddel. - Breng een etiket op het systeem aan dat vermeld dat het is bijgevuld (als dat niet reeds is gedaan). - Let goed op dat het koelsysteem niet te vol raak. OFN moet worden gebruikt om de druk in het systeem te testen voordat het wordt bijgevuld. Het systeem moet op lekken worden getest als het bijvullen is gedaan, maar voor dat het in gebruik wordt genomen. Voordat de plek wordt verlaten moet er nog een lektest worden uitgevoerd. 9 BUITENGEBRUIKSTELLING Voordat u deze procedure gaat uitvoeren, moet u ervan bewust zijn dat de technicus tot in de details bekend is met de apparatuur. Het wordt aanbevolen dat al het koelmiddel er veilig uit wordt gehaald. Er moet eerst een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen voordat deze procedure wordt uitgevoerd voor het geval er een analyse nodig is voordat teruggewonnen koelmiddel opnieuw wordt gebruikt. Het is van essentieel belang dat er elektriciteit aanwezig is voordat deze procedure wordt uitgevoerd. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Voordat er met de procedure een begin wordt gemaakt, moet u ervoor zorgen dat: de mechanisch apparatuur voor het hanteren beschikbaar is voor het hanteren van de koelcilinders, als dat nodig is; dat alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en op de juiste wijze worden gebruikt; dat het proces van het terugwinnen altijd onder toezicht plaatsvindt door een bevoegd persoon; dat de apparatuur en de cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Pomp het koelsysteem leeg als dat nodig is. e) Creëer een spruitstuk zodat het koelmiddel uit verschillende onderdelen van het systeem kan worden weggehaald als het creëren van een vacuüm niet mogelijk . f) Zorg ervoor dat de cilinder zich op de weegschalen bevindt voordat het terugwinnen wordt uitgevoerd. g) Begin met het terugwinnen van het koelmiddel uit de machine en voer de procedure uit volgens de instructies van de klant. h) Vul de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% van volume van het bijvullen.)
i) Overschrijd de maximum werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
j) Zorg ervoor dat de cilinders en de apparatuur meteen van de plek worden weggehaald en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur dicht zitten als de cilinders vol zitten en het proces is afgerond. k) Het teruggewonnen koelmiddel mag niet in een andere koelsysteem worden geschonken tenzij het helemaal is schoongemaak en gecontroleerd.
10 HET AANBRENGEN VAN ETIKETTEN
Er moet een etiket op de apparatuur worden aangebracht dat vermeld wanneer het buiten gebruikt werd gesteld en het koelmiddel eruit werd gehaald. Op het etiket moet een datum en handtekening zitten. Zorg ervoor dat de etiketten op de apparatuur vermelden dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat. DU8 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 11 TERUGWINNEN Het wordt aanbevolen om al het koelmiddel er op veilige wijze uit te halen als dit moe gebruiken vanwege onderhoud of buitengebruikstelling. Zorg ervoor dat geschikte cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel worden gebruik als koelmiddel wordt overgebracht in cilinders. Zorg ervoor dat er voldoende cilinders voor het opvangen van koelmiddel beschikbaar zijn. Alle cilinders die worden gebruikt moeten geschikt zijn voor het opvangen van koelmiddel en op hun etiket moet worden aangegeven welk type koelmiddel erin zit (bijvoorbeeld speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). Cilinders moeten zijn uitgerust met een drukaflaatklep en de daarbij behorende afsluitkleppen en deze moeten goed functioneren. Lege cilinders worden gezuiverd en indien mogelijk gekoeld voordat het terugwinnen plaatsvindt. De apparatuur voor het terugwinnen moet in goede werkende conditie zijn compleet met handleiding over de apparatuur beschikbaar en dient geschikt te zijn voor het terugwinnen van brandbaar koelmiddel. Bovendien dient een gekalibreerde set aan weegschalen beschikbaar te zijn, en deze dienen goed te functioneren. Slangen moeten zijn uitgerust met lekvrije koppelingen en in goede conditie zijn. Controleer de machine die gebruikt gaat worden voor het terugwinnen of deze goed functioneert, goed is onderhouden, en dat bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking in geval van het ontsnappen van koelmiddel te voorkomen. Neem contact op met de fabrikant als u twijfels hebt. Het teruggewonnen koelmiddel moet in de juiste cilinder worden teruggezonden naar de leverancier en worden vergezeld van de relevante documentatie inzake afvaltransport. Meng koelmiddelen niet door elkaar in de eenheden voor het terugwinnen, en vooral niet in de cilinders. Als de compressors of compressorolie moeten worden weggehaald, zorg er dan voor dat ze tot op een acceptabel niveau zijn gezuiverd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het zuiveringsproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor terug wordt gestuurd naar de leverancier. Er mag alleen van de elektrische verwarming op de compressor gebruik worden gemaakt om dit proces te versnellen. Olie moet veilig uit een systeem worden afgevoerd. De vakbekwaamheid van het onderhoudspersoneel Algemeen Speciale training die als aanvulling dient op de normale reparatieprocedures voor koelapparaten is verplicht als het gaat om apparatuur met brandbaar koelmiddel. In veel landen wordt deze training gegeven door landelijke opleidingen die bevoegd zijn om les te geven over de relevante landelijke vaardigheidsnormen die misschien in de wet zijn vastgelegd. De behaalde vaardigheden dienen te worden gedocumenteerd door een certificaat. Training De training dient de volgende leerstof te bevatten: Informatie over het explosieve potentieel van brandbare koelmiddelen waarin wordt uitgelegd dat deze gevaarlijk kunnen zijn als er zorgeloos met ze wordt omgegaan. Informatie over potentiële ontstekingsbronnen, vooral over die waarvan het niet duidelijk is, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische kachels. Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten: Ongeventileerd - (zie Clausule GG.2) De veiligheid van het apparaat is niet afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of openen van de behuizing heeft geen significant effect op de veiligheid. Niettemin is het mogelijk dat het lekken van koelmiddel zich opeen kan hopen in de behuizing en dat er een brandbare atmosfeer ontstaat als de behuizing wordt geopend. DU9 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Geventileerde behuizing - (zie Clausule GG.4) De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of openen van de behuizing heeft significant effect op de veiligheid. Er moet van tevoren voor voldoende ventilatie worden gezorgd. Geventileerde kamer - (zie Clausule GG.5) De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie in de kamer. Het uitschakelen van het apparaat of openen van de behuizing heeft geen significant effect op de veiligheid. De ventilatie van de kamer mag tijdens reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Informatie over het concept van afgesloten onderdelen en behuizingen volgens IEC 60079-15:2010. Informatie over de juiste werkprocedures: a) Controleer of de vloerruimte groot genoeg is voor de hoeveelheid koelmiddel dat wordt gebruikt of dat de ventilatiepijp op de juiste wijze is geassembleerd. ● Sluit de pijpen aan en voer een lektest uit voordat het koelmiddel gebruikt gaat worden. ● Controleer de veiligheidsapparatuur voor het apparaat gebruikt gaat worden. b) Onderhoud ● Draagbare apparatuur moet buiten of in een werkplaats speciaal uitgerust voor het repareren van apparaten die brandbaar koelmiddel bevatten. ● Zorg ervoor dat de werkplaats voldoende wordt geventileerd. ● Wees ervan bewust dat het defect raken van de apparatuur veroorzaakt kan zijn door het verlies van koelmiddel en dat er lekken kunnen zijn. ● Ontlaad condensators op zodanige wijze dat er geen vonken ontstaan. De standaard procedure voor het kortsluiten van terminals veroorzaakt meestal vonken. ● Zet de afgesloten behuizingen weer goed in elkaar. Vervang de afdichtingen als deze zijn versleten. ● Controleer de veiligheidsapparatuur voor het apparaat gebruikt gaat worden. c) Reparaties ● Draagbare apparatuur moet buiten of in een werkplaats speciaal uitgerust voor het repareren van apparaten die brandbaar koelmiddel bevatten. ● Zorg ervoor dat de werkplaats voldoende wordt geventileerd. ● Wees ervan bewust dat het defect raken van de apparatuur veroorzaakt kan zijn door het verlies van koelmiddel en dat er lekken kunnen zijn. ● Ontlaad condensators op zodanige wijze dat er geen vonken ontstaan. ● De volgende procedures moeten in de juiste volgorde worden uitgevoerd als er moet worden hard gesoldeerd: - Verwijder het koelmiddel. Als het koelmiddel volgens landelijke regels niet bewaard hoeft te worden dan moet u het buiten afvoeren. Let erop dat het af te voeren koelmiddel geen gevaar vormt. Bij twijfel moet iemand bij de opening staan. Let er vooral op dat het afgevoerd koelmiddel niet terugstroomt richting het gebouw. - Het koelsysteem leegmaken. - Gebruik stikstof om het koelsysteem 5 minuten te zuiveren. - Maak het systeem weer leeg. DU10 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN - Verwijder onderdelen door deze te snijden, niet door te lassen. - Gebruik stikstof tijdens het hard solderen om het soldeerpunt te zuiveren. - Voer een lektest uit voordat er weer koelmiddel wordt gebruikt. ● Zet de afgesloten behuizingen weer goed in elkaar. Vervang de afdichtingen als deze zijn versleten. ● Controleer de veiligheidsapparatuur voor het apparaat gebruikt gaat worden. d) Buiten gebruik stellen ● Het koelmiddel moet worden verwijderd voordat het apparaat buiten gebruik wordt gesteld als de veiligheid in het geding komt als de apparatuur buiten gebruik wordt gesteld. ● Zorg ervoor dat de plaats waar de apparatuur staat voldoende wordt geventileerd. ● Wees ervan bewust dat het defect raken van de apparatuur veroorzaakt kan zijn door het verlies van koelmiddel en dat er lekken kunnen zijn. ● Ontlaad condensators op zodanige wijze dat er geen vonken ontstaan. ● Verwijder het koelmiddel. Als het koelmiddel volgens landelijke regels niet bewaard hoeft te worden dan moet u het buiten afvoeren. Let erop dat het af te voeren koelmiddel geen gevaar vormt. Bij twijfel moet iemand bij de opening staan. Let er vooral op dat het afgevoerd koelmiddel niet terugstroomt richting het gebouw. ● Het koelsysteem leegmaken. ● Gebruik stikstof om het koelsysteem 5 minuten te zuiveren. ● Maak het systeem weer leeg. ● Vul met stikstof tot atmosferische druk. ● Plak een etiket op de apparatuur waarop wordt vermeld dat het koelmiddel eruit is gehaald. e) Verwijdering ● Zorg ervoor dat de werkplaats voldoende wordt geventileerd. ● Verwijder het koelmiddel. Als het koelmiddel volgens landelijke regels niet bewaard hoeft te worden dan moet u het buiten afvoeren. Let erop dat het af te voeren koelmiddel geen gevaar vormt. Bij twijfel moet iemand bij de opening staan. Let er vooral op dat het afgevoerd koelmiddel niet terugstroomt richting het gebouw. ● Het koelsysteem leegmaken. ● Gebruik stikstof om het koelsysteem 5 minuten te zuiveren. ● Maak het systeem weer leeg. ● Zaag de compressor eruit en voer de olie af. Het transporteren, markeren en opslaan van eenheden met brandbaar koelmiddel Het transporteren van apparatuur met brandbaar koelmiddel Houd er rekening mee dat er aanvullende transportregels kunnen gelden met betrekking tot apparatuur dat brandbaar gas bevat. Het maximum aantal apparaten of de configuratie van de apparatuur dat in combinatie mag worden vervoerd is vastgelegd in de toepasselijke transport regels. Symbolen gebruiken om apparatuur te markeren Symbolen voor soortgelijke apparatuur dat in een werkgebied wordt gebruik vallen meestal onder locale regels en bevatten de minimumvereisten voor het duidelijk maken van veiligheids- en/of gezondheidssymbolen voor werk op locatie. Alle vereiste symbolen moeten worden gebruikt, en werkgevers moeten ervoor zorgen dat personeel de juiste en voldoende training krijgt over de betekenis van de bijbehorende veiligheidssymbolen en de handelingen die moeten worden uitgevoerd met betrekking tot deze symbolen. DU11 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN De effectiviteit van symbolen mag niet worden gereduceerd door het plaatsen van teveel symbolen bij elkaar. Pictogrammen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn en alleen de essentiële details bevatten. Het weggooien van apparatuur met brandbaar koelmiddel Raadpleeg de landelijke wetgeving. Het opslaan van apparatuur Het opslaan van apparatuur dient te gebeuren in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. De opslag van verpakte apparatuur De verpakking gebruikt bij het opslaan van apparatuur dien op zodanige wijze te zijn geconstrueerd dat schade apparatuur in de verpakking niet zal leiden tot het lekken van het koelmiddel. Het maximum aantal apparaten of de configuratie van de apparatuur dat in combinatie mag worden opgeslagen is vastgelegd in de locale regels.
- kOppel het apparaat af van de voeding als er onderhoud wordt gepleegd, onderdelen worden vervangen of als het wordt schoongemaakt.
- Merk op: Controleer het naamplaatje voor het type koelgas dat in uw apparaat wordt gebruikt.
- Specifieke informatie inzake apparatuur met koelgas. Het wordt ten strengste afgeraden het koelcircuit van de machine te doorboren. Breng het apparaat naar een afvalinzamelpunt om te worden vernietigd als de levensduur ervan is verlopen. GWP (Global Warming Potential) R410A: 2088, R134a: 1430, R290:3, R32:675.
- Gebruik deze eenheid niet voor andere doeleinden dan welke in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven.
- Controleer of de stekker helemaal in het stopcontact zit. Dit kan leiden tot een elektrische schok of brand.
- Sluit geen andere apparaten aan op hetzelfde stopcontact omdat dit tot een elektrische schok kan leiden.
- Demonteer of wijzig het apparaat of het stroomsnoer niet omdat dit tot een elektrische schok of brand kan leiden. Al het overige onderhoud dient uitgevoerd te worden door gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
- Leg het stroomsnoer niet neer in de buurt van een kachel, radiator of andere warmtebron. Dit kan leiden tot een elektrische schok of brand.
- Deze eenheid is uitgerust met een snoer met daarin een geaarde kabel aangesloten op een geaarde pen of aardingslip. De stekker moet in een stopcontact worden gestoken die op de juiste wijze is geïnstalleerd en geaard. Verwijder nooit de geaarde pen of aardingslip van deze stekker en doorsnijd deze ook niet.
- Het apparaat moet op zodanige wijze worden gebruikt of worden opgeslagen dat het beschermt wordt tegen vocht en condensatie, waterspatten enzovoorts. Haal de stekker er onmiddellijk uit als dit gebeurd.
- Transporteer uw apparaat altijd verticaal en plaats het op een stabiel en horizontaal oppervlak tijdens gebruik. Als de eenheid op zijn zij werd getransporteerd, dan dient het recht op te worden gezet en zes uur met rust gelaten te worden zonder stekker in het stopcontact.
- Maak altijd gebruik van de schakelaar op het bedieningspaneel of afstandsbediening om de eenheid uit te schakelen, en start de machine nooit door de stekker er in te steken of eruit te halen om deze uit te schakelen. Dit kan leiden tot een elektrische schok.
- Raak de knoppen op het bedieningspaneel niet aan met natte of vochtige vingers. DU12 L'efficacité des panneaux ne doit pas être diminuée par un trop grand nombre de panneaux placés ensemble. Les pictogrammes utilisés doivent être aussi simples que possible et contenir uniquement les détails essentiels. Elimination des équipements utilisant des réfrigérants inflammables Voir les réglementations nationales. Stockage des équipements/appareils BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
- Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om de eenheid schoon te maken.
- Gebruik slechts een zachte doek om het apparaat schoon te maken zodat schade aan het oppervlak wordt voorkomen. Maak geen gebruik van was, verdunner of een sterk schoonmaakmiddel. Gebruik de eenheid niet in de nabijheid van een brandbare substantie of damp zoals alcohol, insecticide, benzine et cetera.
- Haal onmiddellijk de stekker uit het stopcontact als het apparaat vreemde geluiden maakt, er rook ontsnapt of stinkt.
- Maak het apparaat niet schoon met water. Water kan binnendringen en de isolatie beschadigen, met een elektrische schok tot gevolg. Haal de stekker er onmiddellijk uit en neem contact op met de klantenservice als water is binnengedrongen.
- Twee mensen of meer moeten de eenheid optillen en installeren.
- Pak altijd de stekker vast als het in het stopcontact wordt gestoken of eruit wordt gehaald. Trek nooit aan het snoer. Dit kan tot een elektrische schok en schade leiden.
- Installeer het apparaat op een stevige horizontale vloer dat in staat is tot 50kg te dragen. Het plaatsen van het apparaat op een zwakke of oneven vloer kan leiden tot schade aan eigendommen en letsel bij mensen.
- Dit apparaat voldoet aan RE-richtlijn (2014/53/EU). Volgens de EN-norm:
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar oud en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis vooropgesteld dat ze onder toezicht staan of uitleg hebben gekregen over hoe dit apparaat op een veilige manier te gebruiken en de risico's ervan begrijpen.
- Kinderen mogen niet spelen met het apparaat.
- Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
- Als het snoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of de leverancier of gekwalificeerde personen om risico’s te voorkomen.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de landelijke elektriciteitsnormen.
- Controleer de zekering/stroomonderbreker van het huis en vervang de zekering of reset de stroomonderbreker als de zekering is gesprongen of de stroomonderbreker kortsluiting heeft gehad. ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN Voordat u de stekker in het stopcontact doet, moet u eerst controleren of:
- De voeding van het stroomnet overeenkomt met de waarde aangegeven op het plaatje aan de achterkant van het apparaat.
- Het stopcontact en het elektrisch circuit kunnen werken met het apparaat.
- Dat de stekker op het stopcontact past. Vervang de stekker als dat niet het geval is.
- Dat het stopcontact geaard is. Het niet in acht nemen van deze belangrijke veiligheidsaanwijzingen vrijwaart de fabrikant van alle aansprakelijkheid. DU13 BESCHRIJVING
2. Handgreep (beide zijden)
7. Luchtuitlaatrooster
KWANTITEIT Uitlaatslang Slang uitlaat Slanginlaat 1 set Opmerking: Alle illustraties in deze handleiding dienen slechts ter verduidelijking. Uw toestel kan lichtjes verschillen. Zorg ervoor dat alle accessoires voor geb ruik uit de verpakking zijn gehaald. Raamschuifkit Afstandsbediening Batterijen (Twee AAA 1,5V) Afvoerslang 1 set 1 set 1 set
Verleng de zijkant van de buis In de koelstand moet het apparaat dicht bij een raam of opening worden geplaatst, zodat de warme lucht naar buiten kan worden afgevoerd. Plaats het apparaat eerst op een vlakke vloer en zorg ervoor dat er minimaal 45 cm vrije ruimte rond het apparaat is, en in de buurt van een enkelvoudig stopcontact. 1.Strek beide zijden van de slang (Afb.1) uit en schroef de slanginlaat vast (Afb.2). 2 .Verleng de andere kant van de slang en schroef deze op de slanguitlaat (Afb.3). 3 .Monteer de slanginlaat in het ap paraat (Afb.4). 4 .Bevestig de slanguitlaat in de raamschuifkit en verzegel deze. (Afb.5 &6). Snijd aan de andere kant van het gat. Uw Raamschuifset is ontworpen voor de meeste standaard verticale en horizontale raamtoepassingen, maar het kan nodig zijn om bepaalde aspecten van de installatieprocedures voor bepaalde raamtypes aan te passen. De raamschuifset kan met schroeven worden bevestigd. NB: Als de raamopening korter is dan de minimale lengte van de raamschuifset, snijdt u het uiteinde zonder de greep erin kort genoeg af om in de raamopening te passen. Snijd nooit het gat in de raamschuifkit uit.
Naar binnen scrollen15 INSTALLATIE-AANWIJZINGEN
INSTALLEREN VAN DE KIT VOOR SCHUIFRAMEN
1: Onderdelen: A) Paneel B) Paneel met één gat C) Schroef om raamkit vast te zetten 2: Assembleren: Schuif paneel B in paneel A en pas het aan de breedte van het raam aan. De grootte van ramen varieert. Zorg ervoor dat bij het meten van de raambreedte dat de schuifkit vrij is van gaten en/of luchtzakken.
3. Draai de schroeven in de gaten die horen bij de
breedte die u raam nodig heeft om er zeker van te zijn dat er geen gaten of luchtzakken zijn in de schuifkit na het plaatsen ervan.
Verticaal vensterVenstercursorHorizontaal vensterVenstercursor16 INSTALLATIE-AANWIJZINGEN LOCATIE
- De eenheid dient op een stevige grond te worden geplaatst om lawaai en trillingen te minimaliseren. Plaats de eenheid op een gelijkmatige, horizontale vloer sterk genoeg om de eenheid te kunnen dragen zodat de eenheid veilig en stevig staat.
- De eenheid heeft zwenkwieltjes op te helpen bij het plaatsen, maar mag alleen op een gelijkmatig en vlakke oppervlak rijden. Wees voorzichtig met het rijden over tapijten. Let goed op en bescherm vloeren als deze van hout zijn gemaakt. Probeer niet over objecten heen te rijden.
- De eenheid moet binnen bereik van een correct geaarde stopcontact worden geplaatst.
- Laat geen obstakels rond de in- en uitlaten van de eenheid liggen.
- Houd ten minste 45 cm aan ruimte over rondom het apparaat zodat het efficiënt kan functioneren.
- De slang kan worden verlengd, maar het is het beste de lengte tot het vereiste minimum te beperken. Zorg er tevens voor dat de slang geen scherpe bochten maakt of inzakt. DU17
BESCHRIJVING VAN HET DISPLAYSCHERM
Het bedieningspaneel bevindt zich aan de bovenkant van het apparaat en stelt u in staat om zonder afstandsbediening een deel van de functies te beheren, maar om de mogelijkheden ervan volledig te benutten, moet u de afstandsbediening gebruiken. " ** " betekent het warmte symbool alleen het warmtepomp model heeft deze functie. " ** " betekent dat alleen het WIFI-model deze functie heeft. 1.Timer knop 2.Ventilatorsnelheid knop 3.Verlagen knop
.Ventilatorsnelheid symbool C.Slaap symbool D.Timer symbool E.WiFi-symbool ** Wi-FiWarmte Hoog Laag Aoutofilipijn. kgmSlaap Cool Ventilator Seco TIJD FAN SPEED MODO ON/OFF Uren Opmerking: Als het apparaat wordt ingeschakeld, toont het scherm "CF", wat betekent dat het apparaat de WiFi-functie heeft. Opmerking:Wanneer de unit is verbonden met de telefoon, brandt het Wi-Fi- symbool en hoe u de telefoon kunt verbinden, zie de Wi-Fi-handleiding. Opmerking: Houd de knop en knop 3 seconden ingedrukt, activeer de Wi-Fi functie, volg de Wi-Fi handleiding om verbinding te maken. Wanneer het toestel verbonden is met de telefoon, licht het Wi-Fi symbool op.
INSCHAKELEN VAN HET APPARAAT
Steek de stekker in het stopcontact en het apparaat is stand-by. Druk op de knop om het apparaat in te schakelen. De laatste functie die actief was toen het apparaat werd uitgeschakeld, verschijnt. KOELEN MODUS Ideaal voor warm benauwd weer wanneer u de ruimte moet koelen en ontvochtigen. Om deze modus correct in te stellen: DU18
BESCHRIJVING VAN HET VIEW SCREEN
VERWARMEN modus (* betekent dat alleen het warmtepompmodel deze functie heeft.) ●Druk een aantal keren op de knop totdat het "Cool" symbool verschijnt. ●Selecteer de gewenste temperatuur18℃-32℃(64℉-90℉) door op de of knop te drukken totdat de overeenkomstige waarde verschijnt. ●Selecteer de gewenste ventilatorsnelheid door op de knop te drukken. Er zijn drie snelheden beschikbaar: Hoog / Laag / Auto. De meest geschikte temperatuur voor de kamer in de zomer varieert van 24℃ tot 27℃ (75℉ tot 81℉). U wordt echter aangeraden geen temperatuur in te stellen die veel lager is dan de buitentemperatuur. Het verschil in ventilatorsnelheid is beter merkbaar wanneer het apparaat in de ventilatorstand staat, maar is mogelijk niet merkbaar in de koelstand. Om deze modus correct in te stellen: ●Druk een aantal keren op de knop totdat het symbool Warmte verschijnt. ●Selecteer de gewenste temperatuur13℃-27℃ (55℉-81℉) door op de of knop te drukken totdat de overeenkomstige waarde wordt weergegeven. ●Selecteer de gewenste ventilatorsnelheid door op de knop te drukken. Er zijn drie snelheden beschikbaar: Hoog / Laag / Auto. ●Het water wordt uit de lucht verwijderd en in de tank opgevangen. ●Wanneer de tank vol is, schakelt het apparaat uit en verschijnt " " (volle tank) op het display. De tankdop moet worden verwijderd en het water moet worden geleegd. Laat al het overgebleven water in een bak lopen. Wanneer al het water is afgetapt, de dop weer op zijn plaats zetten. ●Als de tank leeg is, start het apparaat weer op. Opmerking: - Bij gebruik in zeer koude ruimten ontdooit het apparaat automatisch, waardoor de normale werking tijdelijk wordt onderbroken. Tijdens deze werking is het normaal dat het geluid van het apparaat verandert. - In deze modus is het mogelijk dat u enkele minuten moet wachten voordat het apparaat warme lucht gaat afgeven. DU19
BESCHRIJVING VAN DE DISPLAYSCREEN
DROGE MODUS Ideaal om de vochtigheid in de ruimte te verminderen (lente en herfst, vochtige kamers, regenachtige periodes, enz.) In de droogstand moet het apparaat op dezelfde manier worden voorbereid als voor de koelstand, met de luchtafvoerslang bevestigd om het vocht naar buiten te kunnen afvoeren. Om deze modus correct in te stellen: ●Druk een aantal keren op de knop totdat het symbool Dry verschijnt. Op het scherm verschijnt " ". ●In deze modus wordt de ventilatorsnelheid automatisch door het apparaat gekozen en kan niet handmatig worden ingesteld. FAN MODUS Wanneer u het apparaat in deze modus gebruikt, hoeft de luchtslang niet te worden aangesloten. niet bevestigd. ●Druk een aantal keren op de knop totdat het symbool "Ventilator" verschijnt. ●Selecteer de gewenste ventilatorsnelheid door op de knop te drukken . Er zijn twee snelheden beschikbaar: Hoog / Laag. Op het scherm verschijnt " " als hoge snelheid, " " als lage snelheid. SMART MODUS Het apparaat kiest automatisch of het in de modus koel, ventilator of warmte (alleen bepaalde modellen) werkt. Om deze modus correct in te stellen: ●Druk een aantal keren op de knop totdat het scherm verschijnt zoals hieronder: DU20
INSTELLEN VAN DE TIMER
- Deze timer kan worden gebruikt om het starten of uitschakelen van het apparaat te vertragen,het vermijden van verspilling van elektriciteit door de exploitatieperioden te optimaliseren. ●Selecteer de gewenste ventilatorsnelheid door op de knop te drukken . Er zijn drie snelheden beschikbaar: Hoog / Laag / Auto. Als het apparaat alleen koelt, werkt het apparaat in de ventilatorstand wanneer de kamertemperatuur lager is dan 23℃ (73℉), en in de koelstand wanneer de kamertemperatuur hoger is dan 23℃ (73℉). Als het apparaat een koel- en verwarmingsmodel is, werkt het apparaat in de verwarmingsmodus wanneer de kamertemperatuur lager is dan 20℃ (68℉), en in de ventilatormodus wanneer de kamertemperatuur tussen 20℃ (68℉) en 23℃ (73℉) ligt, en in de koelmodus wanneer de kamertemperatuur hoger is dan 23℃ (73℉). Programmering opstarten - Zet het apparaat aan, kies de gewenste modus, bijvoorbeeld Ontvochtigen, hoge ventilatorsnelheid. Schakel het apparaat uit. - Druk op de " " knop , het scherm begint te knipperen, druk op de " " / " " om de ingestelde tijd in te stellen van 0.5-24 uur. - Na 5 seconden zonder bediening start de timer functie, waarna het "Timer" symbool oplicht. - Druk nogmaals op de " " knop om de timer te annuleren, en het "Timer" symbool verdwijnt. Programmering uitschakelen ●Wanneer het apparaat in werking is, druk op de " " knop, het scherm begint te knipperen. ●Druk op de " " / " " om de ingestelde tijd in te stellen van 0,5-24 uur. ●Na 5 seconden zonder bediening start de timerfunctie, waarna het symbool " Timer" oplicht. ●Druk nogmaals op de knop " " om de Timer te annuleren, en het symbool " Timer " verdwijnt
Houd “ ” en “ ” 3 seconden lang tegelijkertijd ingedrukt waarna u de temperatuureenheid kunt veranderen, als het apparaat is ingeschakeld. Voorbeeld: Het scherm ziet er in de koelmodus uit als in Afb. 1 voordat er wordt overgeschakeld. Het scherm ziet er in de koelmodus uit als in Afb. 2 nadat er werd overgeschakeld. De onderstaande functies zijn optioneel. Bekijk het echte object omdat deze functies niet op alle modellen zitten. ZELFDIAGNOSE Het apparaat is uitgerust met een zelfdiagnose-systeem om enkele storingen te identificeren. Foutmeldingen worden op het display weergegeven.
ALS HET VOLGENDE WORDT WEERGEGEVEN
WAT MOET IK DOEN? SENSOR DEFECT(De sensor is beschadigd.)Neem contact op met een bevoegd onderhoudscentrum als dit wordt weergegeven.Leeg de interne veiligheidstank, en volg de instructies in “Einde seizoensgebonden operaties”.VOLLE TANK(De veiligheidstank is vol.) DU22
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Knoppen op de afstandsbediening Voor het in- of uitschakelen van de airconditioner. Voor het kiezen van de werkmodus: SMART, KOELEN, DROGEN, VENTILATOR, VERWARMEN. Voor het verhogen van de temperatuur, en het verlengen van de tijd in TIMER. Voor het verlagen van de temperatuur, en het verkorten van de tijd in TIMER. Voor het verticaal instellen van de luchtstroomrichting (niet beschikbaar op dit model). Voor het horizontaal instellen van de luchtstroomrichting. Voor het instellen van de ventilatorsnelheid: auto, laag, midden, hoog. Voor het in- of uitschakelen van de TURBO-modus. Voor het activeren van I SET (niet beschikbaar op dit model). Voor het inschakelen van de ECO-modus (niet beschikbaar op dit model). Voor het in- of uitschakelen van de TIMER. Voor het in- of uitschakelen van de SLAAP-modus. Voor het inschakelen van de LED-verlichting (niet beschikbaar op dit model). Voor het inschakelen van de HEALTH-modus (niet beschikbaar op dit model). Druk langer dan 3 seconden tegelijkertijd op en om het kinderslot te activeren. Het display en sommige functies van de afstandsbediening kunnen afwijken per model. De vorm en positie van knoppen en indicatoren kunnen afwijken per model, maar hun functie is hetzelfde. De eenheid bevestigt het ontvangen van een opdracht met een beepgeluid. Er zijn misschien functies die niet geschikt zijn voor uw aircondtioner. U zult een beepgeluid horen als u op deze knoppen drukt, maar de airconditioner zal niet reageren. Onze excuses voor dit ongemak. Le grand Mode VentilatorIk zetEcologie Uren SlaapDossplay-spelGezond DU23
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Het DISPLAY op de afstandsbediening en de betekenis van symbolen op het LCD-scherm. SMART-MODUS-indicator KOELMODUS-indicator DROOGMODUS-indicator VENTILATORMODUS-indicator WARMTEMODUS-indicator BATTERIJ-indicator ZWENKEN (Luchtstroom) indicator TEMPERATUUR-/KLOK-indicator VENTILATORSNELHEID-indicator AUTOVENT-indicator TIMER-indicator SLAAPMODUS-indicator TURBO-indicator DEMPEN-indicator (niet beschikbaar op dit model). ECO-indicator (niet beschikbaar op dit model). HEALTH-indicator (niet beschikbaar op dit model). DISPLAYVERLICHTING-indicator (niet beschikbaar op dit model). DU24
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
√ Richt de afstandsbediening op de ontvanger van het apparaat. √ De afstandsbediening mag niet verder dan 7 meter van het apparaat zijn (zonder obstakels tussen de afstandsbediening en de ontvanger). √ Er moet heel voorzichtig met de afstandsbediening worden omgegaan. Laat het niet vallen en stel het ook niet bloot aan direct zonlicht of hitte. Haal de batterijen eruit en stop ze er weer in als de afstandsbediening niet functioneert. De batterijen vervangen. Verwijder de deksel van het batterijcompartiment van de afstandsbediening door het in richting van de pijl te schuiven. Plaats de batterijen volgens de op de afstandsbediening aangegeven richting (+ en -). - Doe de deksel erweer op door het terug te schuiven. Gebruik 2 LR 03 AAA(1,5V) batterijen. Maak geen gebruik van oplaadbare batterijen. Vervang de oude batterijen door nieuwe van hetzelfde type als het display niet meer leesbaar is. Gooi batterijen niet weg met het ongesorteerde huisafval. Dit apparaat moet naar een afvalverzamelpunt in uw gemeente worden gebracht. OPMERKING: √ Als de afstandsbediening wordt vervangen of weggegooid, dan moeten de batterijen eruit worden gehaald en woden weggegooid in overeenstemming met de locale wetgeving omdat ze schadelijk zijn voor het milieu. √ Gebruik oude en nieuwe batterijen niet door elkaar. Gebruik alkaline, standaard (koolstofzink) of oplaadbare (nikkel-cadmium) batterijen niet door elkaar. √ Gooi de batterijen niet in vuur. Batterijen kunnen ontploffen of lekken. √ Als de afstandsbediening voor een lange tijd niet gebruikt gaat worden, dan moet u de batterijen eruit halen. MAX 23' (7 mètres) DU25
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
DE AIRCONDITIONER IN- EN UITSCHAKELEN
Druk op om de aircondtioner in of uit te schakelen.
DE TEMPERATUUREENHEID VERANDEREN
Houd de TURBO-knop ingedrukt zodat u de temperatuureenheid kunt veranderen. KOELMODUS Dankzij de koelmodus kan de airconditioner de kamer koelen en tegelijkertijd de luchtvochtigheid reduceren.
- Druk net zolang op MODUS totdat het symbool op het display verschijnt om het koelen (KOEL) te activeren.
- Gebruik of om een temperatuur tussen de 18 -32 (64°F-90°F) en lager dan die van de kamer in te stellen. VERWARMINGSMODUS Dankzij de verwarmingsmodus kan de airconditioner de kamer verwarmen.
- Druk net zolang op MODUS totdat het symbool op het display verschijnt om het verwarmen (VERWARMEN) te activeren.
- Gebruik of om een temperatuur tussen de 13 -27 (55°F-81°F) en hoger dan die van de kamer in te stellen.
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
OPMERKING: In de modus VERWARMEN, kan het apparaat automatisch de ontdooicyclus activeren, van essentieel belang om vorst op de condesator weg te halen om de warmtewisselaar weer goed te laten functioneren. Deze procedure duurt gewoonlijk 2 á 10 minuten. De ventilator stopt met draaien tijdens het ontdooien. De modus VERWARMEN gaat na het ontdooien automatisch weer van start. In deze modus moet u misschien enkele minuten wachten voordat er warme lucht uit het apparaat ontsnapt. In deze modus kan de ventilator korte perioden draaien, zelfs als de ingestelde temperatuur reeds is bereikt. Water wordt uit de lucht gehaald en in het reservoir opgevangen. Het apparaat gaat uit en “ ” (volle tank) verschijnt op het display als het reservoir vol is. De tankdop moet eruit worden gehaald en worden geleegd. Voer al het resterende water af in een opvangbak. Doe de kap er weer op nadat al het water eruit werd afgevoerd. Het apparaat start weer als het reservoir is geleegd DROGEN-modus Deze functie reduceert de luchtvochtigheid in de kamer om deze comfortabeler te maken. Druk net zolang op MODUS totdat in het display verschijnt om de modus DROGEN in te stellen.Een vooringestelde automatische functie wordt geactiveerd. In deze modus wordt de snelheid van de ventilator automatisch ingesteld door het apparaat en kan niet handmatig worden ingesteld. Het apparaat moet op dezelfde wijze worden ingesteld als in de koelmodus waarbij de luchtslang moet worden aangesloten om vocht naar buiten te laten ontsnappen voordat de modus DROGEN wordt gebruikt. VENTILATORMODUS (geen ventilatorknop) Ventilatormodus, alleen lucht ventileren. Druk net zolang op MODUS totdat in het display verschijnt om de modus VENTILATOR in te stellen. De luchtslang hoeft niet te worden aangesloten als het apparaat in deze modus wordt gebruikt.
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
SMART-MODUS Druk net zolang op MODUS totdat in het display verschijnt om de modus SMART in te stellen. In de SMART-modus zal de uit te voeren modus automatisch worden ingesteld op de kamertemperatuur. Als het apparaat alleen het koelmodel is, dan schakelt de eenheid over naar de ventilatormodus als de kamertemperatuur lager is dan 23°C (73°F), en de koelmodus als de kamertemperatuur hoger is dan 23°C (73°F). Als het apparaat alleen kan koelen en verwarmen, dan schakelt de eenheid over naar de verwarmingsmodus als de kamertemperatuur lager is dan 20°C (68°F), en de ventilatormodus als de kamertemperatuur tussen de 20°C (68°F) en 23°C (73°F) ligt, en de koelmodus als de temperatuur hoger is dan 23°C (73°F). Display op het bedieningspaneel: Het is in de SMART-modus als het display circuleert. Druk op VENTILATOR om de ventilatorsnelheid in te stellen. Deze kan worden ingesteld op: LAAG/HOOG
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
DE LUCHTSTROOM REGELEN
Het correct instellen van deze functie: Kies de werkmodus (koelen, drogen, ventileren, verwarmen) zoals beschreven in het bovenstaande. Druk op , en de deflector zal starten of stoppen met zwenken. is een optionele functie. OPMERKING: Steek NOOIT vingers, stangen of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Dergelijk contact met onderdelen die onder spanning staan kan leiden ot onvoorziene schade of letsel. SLAAPMODUS Automatische bedieningsprogramma met voorinstellingen. I SET Deze functie is nuttig voor de nachtelijke uren omdat het langzaam de werking van het apparaat reduceert. Het correct instellen van deze functie: Kies koelen of verwarmen zoals beschreven in het bovenstaande. Druk op SLAPEN om de slaapmodus te activeren, en verschijnt op het display. De slaapfunctie kan op elk moment worden geannuleerd door op de knoppen “SLAPEN”, “MODUS” of “VENTILATOR” te drukken. De SLAAP-functie is nog steeds beschikbaar in de modussen DROGENen SMART. Het display zal minder helder worden en de snelheid van de ventilator is laag als u de slaapfunctie selecteert. De SLAAP-functie houdt de kamertemperatuur op de optimale temperatuur zonder extreme fluctuaties in zowel de temperatuur of vochtigheid en blijft daarbij in stilte werken. De snelheid van de ventilator staat altijd Laag, terwijl de kamertemperatuur en vochtigheid langzaam variëren om comfort te garanderen. In de modus KOELEN zal de geselecteerde met 1°C (1°F) stijgen per uur in een tijdspanne van 2 uur. Deze nieuwe temperatuur zal de komende 6 uur behouden blijven. Daarna schakelt het apparaat zichzelf uit. In de modus VERWARMEN zal de geselecteerde met 1°C (1 °F) afnemen per uur in een tijdspanne van 3 uur. Deze nieuwe temperatuur zal de komende 5 uur behouden blijven. Daarna schakelt het apparaat zichzelf uit.
Le grand Mode Ventilator Ik zet Ecologie Uren Slaap Dossplay -spel Gezond29
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
TIMER-MODUS - DE AIRCONDITIONER UITSCHAKELEN
Druk op TIMER en gebruik daarna en om de tijdsduur in te stellen voordat de airconditioner uit gaat om het automatisch uitschakelen in te stellen. Druk nogmaals op TIMER om het aftellen te laten beginnen. Opmerking: Druk nogmaals op TIMER om de ingestelde functie te annuleren. Opmerking: De TIMER moet weer worden ingesteld in geval van een stroomuitval.
TIMER-MODUS - DE AIRCONDITIONER INSCHAKELEN
Druk op TIMER en gebruik daarna en om de tijdsduur in te stellen voordat de airconditioner aan gaat om het automatisch inschakelen in te stellen. Druk nogmaals op TIMER om het aftellen te laten beginnen. Opmerking: Druk nogmaals op TIMER om de ingestelde functie te annuleren. Opmerking: De TIMER moet weer worden ingesteld in geval van een stroomuitval.
Ventilator Ik zetEcologie Uren SlaapDossplay-spelGezond Ventilator Ik zetEcologie Uren SlaapDossplay-spelGezond30
GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Turbofunctie (optioneel) Druk op TURBO en verschijnt in het display als u de turbofunctie wilt inschakelen. Als u in de modus KOELEN de TURBO-functie selecteert, dan zal het apparaat met de ventilator in de hoogste stand snel koelen. ECO-modus (optioneel) (niet beschikbaar op dit model). Het apparaat zal automatisch de operatie instellen om energie te besparken. Druk op ECO en verschijnt in het display, en het apparaat zal in de ECO-modus gaan werken. Druk er nogmaals op om het te annuleren. OPMERKING: De ECO-functie is beschikbaar in zowel de modus KOELEN als VERWARMEN. HEALTH-functie (optioneel) (Niet beschikbaar op dit model.) Druk op HEALTH om de gezondheidsfuncties zoals de ionen-generator / plasma et cetera in of uit te schakelen. Opmerking: De HEALTH-functie is niet beschikbaar als de airconditioner is uitgeschakeld. LED-verlichting AAN/UIT (optioneel) (Niet beschikbaar op dit model.) Druk op DISPLAY en houdt deze 2 seconden ingedrukt om de LED-verlichting in of uit te schakelen.
Ik zet Ecologie Uren Slaap Dossplay -spel Gezond Le grand Mode Ventilator Ik zet Ecologie Uren Slaap Dossplay -spel Gezond Ik zet Ecologie Uren Slaap Dossplay -spel Gezond31
TIPS VOOR CORRECT GEBRUIK
Volg deze aanbevelingen om het beste uit uw apparaat te halen: Sluit ramen en deuren in de kamer waar de airconditioner moet gaan werken (Afb. 11). U dient de deur een beetje open te laten (tot 1 cm) om voor de juiste ventilatie te zorgen als het apparaat semi-permanent wordt geïnstalleerd. Bescherm de kamer tegen direct zonlicht door de gordijnen en/of jaloezieën half dicht te doen om het apparaat zuiniger te laten draaien (Afb. 12); Laat nooit voorwerpen op het apparaat staan (Afb. 13); Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat van het apparaat niet. Een ger educeerde luchtstroom zal leiden tot slechte prestaties en kan de eenheid beschadigen. Controleer of er zich geen warmtebronnen in de kamer zijn; Gebruik het apparaat NOOIT in zeer vochtige ruimtes (badkamers bijvoorbeeld); Gebruik het apparaat NOOIT buiten; Zorg ervoor dat het apparaat op een gelijkmatig oppervlak staat; vergrendel de voorste zwenkwieltjes. Sluit deuren en ramen. Doe de gordijnen dicht. WATER AFVOEREN Het apparaat stop en laat “ ” verschijnen (VOLLE TANK zoals vermeld in ZELFDIAGNOSE) als er teveel condensatie plaatsv indt in de eenheid. Dit geeft aan dat het condensaat moet worden afgevoerd door middel van de volgende procedure: Handmatig leegmaken (Afb. 14) Er kan water moeten worden afgevoerd in zeer vochtige gebieden.
1. Haal de stekker uit het stopcontact.
2. Plaats een bak onder de afvoerplug onder. Zie de diagram.
3. Verwijder de afvoerplug aan de onderkant.
4. Er zal water uitkomen en dit moet worden opgevangen in de bak
(misschien niet meegeleverd).
5. Doe de afvoerplug er weer stevig in nadat al het water werd afgevoerd.
6. Schakel het apparaat in.
Dek het apparaat nie t af.32 WATER AFVOEREN Continue afvoern (afb. 15) Het wordt aanbevolen constant af te voeren als de eenheid in de modus voor het ontvochtigen draait.
1. Haal de stekker uit het stopcontact.
2. Verwijder de afvoerplug. Er kan restwater worden gemorst terwijl u dit doet;
gebruik dus een bak om het water op te vangen.
3. Sluit de afvoerslang aan (1/2” of 12,7 mm, misschien niet meegeleverd). Zie
4. Het water kan constant worden afgevoerd via deze slang richting een afvoer in
de vloer of een emmer.
5. Schakel het apparaat in.
OPMERKING: Zorg ervoor dat de hoogte en sectie van de afvoerslang niet hoger is dan dat van de afvoer, anders loopt het water niet uit de tank (Afb. 16 en 17).
AfvoeroutetAfvoerdopAfvoeroutetAfvoerdopAfvoerslang33 DU34 DU35
START - EINDE SEIZOENSGEBONDEN OPERATIES
INSPECTIES AAN HET BEGIN VAN HET SEIZOEN Controleer of het stroomsnoer en de stekker niet zijn beschadigd en dat de aarding efficiënt is. Volg de installatie-aanwijzingen nauwkeurig op. HANDELINGEN AAN HET EINDE VAN HET SEIZOEN Verwijder de kap om al het water uit het interne circuit af te voeren. Voer al het resterende water af in een bak. Doe de kap er weer op nadat al het water eruit werd afgevoerd. Maak het filter schoon en droog het daarna grondig af voordat u het terug plaatst. STRENGSTE BEDRIJFSOMGEVING: Koelmodus: 18℃-35℃ (64° F-95°F), 30%RH~90%RH Verwarmingsmodus: 10℃-25℃ (50°F-77°F), 30%RH~90%RH DU36 PROBLEMEN OPLOSSEN
PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING
Het apparaat wordt niet ingeschakeld. Het apparaat werkt slechts voor een korte tijd. Het apparaat werkt, maar de kamer wordt niet koeler. Tijdens het gebruik stinkt het in de kamer. Het apparaat begint pas 3 minuten na het weer opstarten te werken. De volgende melding verschijnt op het display: Er is geen stroom. De stekker zit niet in het stopcontact. Kortsluiting bij het interne veiligheidsmechanisme. Er zitten verbuigingen in de luchtslang. Iets verhinderd dat de lucht kan ontsnappen. Er staan ramen, deuren en/of gordijnen open. Er zijn warmtebronnen in de kamer (ovens, haardrogers et cetera). De luchtslang is losgekoppeld van het apparaat. Volgens de technische specificaties is het apparaat niet geschikt voor de kamer waarin het is geplaatst. De luchtfilter is verstopt. Het veiligheidsmechanisme van de interne compressor zorgt ervoor dat het apparaat pas drie minuten nadat het voor het laatst werd uitgeschakeld weer actief wordt. Het apparaat is uitgerust met een zelfdiagnose-systeem om enkele storingen te identificeren. Wacht Doe de stekker in het stopcontact Wacht 30 minuten; neem contact op met uw leverancier als het probleem zich blijft voordoen. Positioneer de luchtslang goed, en houd het zo kort mogelijk en vrij van bochten zodat bottlenecks worden voorkomen. Verwijder eventuele verstoppingen die het ontsnappen van lucht verhinderen. Sluit deuren, ramen en gordijnen en denk aan de bovenstaande “Tips voor correct gebruik”. Elimineer de warmtebronnen Sluit de luchtslang aan op de behuizing aan de achterzijde van het apparaat. Maak de luchtfilter schoon zoals beschreven in het bovenstaande. Wacht Deze vertraging is normaal. Raadpleeg het hoofdstuk ZELFDIAGNOSE DURACCOLTA CARTA DUBenutzerhandbuch Tragbare Klimaanlage Vielen Dank, dass Sie sich für unser Qualitätsgerät entschieden haben. Bitte lesen Sie diese Bedienungsanleitung vor der Verwendung sorgfältig durch. Bei Fragen wenden Sie sich bitte an den professionellen Service, um Hilfe zu erhalten. DE1 WICHTIGE SCHUTZKLAUSELN SEHR WICHTIG! Bitte installieren oder benutzen Sie Ihr Gerät erst, nachdem Sie diese Anleitung sorgfältig gelesen haben. Bitte bewahren Sie diese Gebrauchsanweisung für eine eventuelle Produktgarantie und zum späteren Nachschlagen auf. ALLGEMEINE SICHERHEITSHINWEISE
Notice-Facile