TAD2229E - Airconditioning Toyotomi - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TAD2229E Toyotomi in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Type apparaat | Airconditioner |
| Koelcapaciteit | 2200 W |
| Energieklasse | A |
| Geluidsniveau | 35 dB |
| Afmetingen (L x B x H) | 70 x 30 x 50 cm |
| Gewicht | 25 kg |
| Extra functies | Ontvochtiging, stille modus |
| Gebruik | Ideaal voor kamers tot 70 m b2 |
| Onderhoud | Wasbare filters, regelmatige reiniging aanbevolen |
| Veiligheid | Bescherming tegen oververhitting |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - TAD2229E Toyotomi
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TAD2229E - Toyotomi en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TAD2229E van het merk Toyotomi.
GEBRUIKSAANWIJZING TAD2229E Toyotomi
GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS P.28
Het apparaat is gevuld met brand- baar gas R290. Lees vóór ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing. Lees vóór installatie van het appa- raat de installatiehandleiding. Lees vóór reparatie van het appa- raat de servicehandleiding. VEILIGHEIDSTIPS BELANGRIJK
- Neem vóór ingebruikneming de gebruiks- aanwijzing zorgvuldig door.
- Het apparaat dient gebruikt te worden bij een kamertemperatuur tussen 16°C en 35°C. Er kan zich ijs op de spoelen gaan vormen als de temperatuur beneden 16°C is. De compressor schakelt auto
matisch ter bescherming uit als de ka- mertemperatuur boven 35°C komt.
- Wacht ALTIJD 3 minuten voordat u het apparaat opnieuw aanzet. WAARSCHUWING
- Stel kinderen, gehandicapten of ouderen NOOIT direct bloot aan de luchtstroom. Pas de richting van de luchtstroom aan.
- Houd kinderen uit de buurt van het appa
raat. Vooral kinderen lopen risico. De ventilator aan de binnenkant draait op hoge snelheid. Het bedekken van de ven
tilator kan de prestaties van de aircondi- tioner beÏnvloeden of de airconditioner doen uitvallen.
Steek NOOIT voorwerpen in de luchtaf- voer of luchtinlaat.
- Haal de stekker NIET uit het stopcontact als uw handen nat zijn. U kunt onder stroom komen te staan.
NIET gebruiken in een vochtige omgeving.
- Aansluiting dient te geschieden conform de geldende regelgeving voor stroom
- ALTIJD aansluiten op een monofasig stopcontact van 220~240V, 50 Hz.
- Zorg ervoor dat de stekker goed in het stopcontact past.
- Zorg ervoor dat stroomkabels NIET onder tapijten, kleedjes of matjes lopen.
Voer GEEN overdreven druk uit op de kabel.
- Zorg ervoor dat de stekker stofvrij is.
Schakel het apparaat NIET aan of uit door de stekker in het stopcontact te plaatsen of er uit te halen. U kunt onder stroom ko
men te staan of er kan brand uitbreken.
Als de stroomkabel van het apparaat be- schadigd is, moet het door de fabrikant, servicedienst of dealer worden vervangen om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Schakel het apparaat uit en koppel het los als er kans is op bliksem. Raak de ontvoch
tiger, condensator en de pijpen NIET aan.
- Gebruik het apparaat NIET zonder filter.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of door perso
nen die ervaring of kennis daarvoor ont- beren, mits zij onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen hoe zij het toestel moeten gebruiken en als zij hebben begrepen wat de daaruit voort
komende gevaren kunnen zijn.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging of onderhoud door kinderen dient onder toezicht te gebeuren.
- Het gebruik van het apparaat in de bad
- Het spul NIET in het luchtkanaal drogen. Als er spul in het luchtkanaal terecht ko
men, neem dan contact op met een vak- man om dit verder af te handelen. WAARSCHUWING
- Plaats het apparaat op een afstand van meer dan 30 cm van de muur en andere objecten. (Afb. G)
Als het apparaat wordt gebruikt om een omgeving met een zeer hoge vochtig
heidsgraad te koelen dan kan het voorko- men dat de bovenplaat en de achterplaat licht vochtig worden. Veeg deze nattigheid van het apparaat voordat de vloer of het tapijt nat wordt.29
- Verwijder het afvoerwater voordat u het apparaat verplaatst.
- Voorkom roestvorming en gebruik het apparaat NIET in een vochtige, ziltige omgeving.
- Gebruik het apparaat NIET in direct zon
- Gebruik het apparaat NIET voor specifie
ke doeleinden zoals het conserveren van levensmiddelen, planten, precisieappara
- Plaats dieren, planten, verbrandingsap
paratuur NIET in de directe luchtstroom van het apparaat.
Beweeg de objecten NIET over het apparaat en plaats de objecten NIET op het apparaat.
- Leg het apparaat NIET op zijn kant en houd het NIET ondersteboven. Het Koudemiddel
- Voor het functioneren van de airconditio- ner, circuleert er een speciaal koudemid- del in het systeem. Het gebruikte koude- middel is het speciaal gereinigde fluoride R290. Het koudemiddel is ontvlambaar en reukloos. Voorts kan dit onder bepaal
de omstandigheden leiden tot explosies.
- Vergeleken met gewone koudemiddelen is R290 een niet-verontreinigend koude
middel zonder schade voor de ozonlaag. De invloed op het broeikaseffect is ook lager, R290 beschikt over uitstekende thermo-dynamische kenmerken die tot een zeer hoge energie-efficiëntie leiden. De apparaten hoeven daarom minder te worden gevuld.
- Verwijs naar het typeplaatje voor de vul
hoeveelheid van de R290. WAARSCHUWING
- Het apparaat is gevuld met ontvlambaar gas R290.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een oppervlakte groter dan 11m
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ont
stekingsbronnen. (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming.)
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waar de grootte van de ruimte overeenkomt met de voor de werking aangegeven ruimte.
- Het apparaat moet zodanig worden op
geslagen zodat er geen mechanische schade kan optreden.
In de op een apparaat aangesloten leidingen mag zich geen ontstekingsbron bevinden.
- Houd alle benodigde ventilatieopeningen vrij van obstakels.
- NIET doorboren of verbranden.
- Houd er rekening mee dat koudemidde
len geen een geur bevatten.
- Gebruik geen middelen om devriesproces of om te reinigen, anders dan de door de fabrikant aanbevolen.
Het onderhoud mag uitsluitend worden uitge- voerd zoals aanbevolen door de fabrikant.
- Indien een reparatie vereist is, naam dan contact op met het dichtstbijzijnde ser
vicecentrum. Eventuele reparaties uitge- voerd door ongekwalificeerd personeel kunnen gevaarlijk zijn.
ning moet in acht worden genomen.
Lees de speciale handleiding (zie punt 13). Dit symbool geeft aan dat dit pro- duct in de EU niet bij het gewone huisvuil mag worden afgevoerd. Om mogelijke schade aan het mili
eu of de volksgezondheid door on- gecontroleerde afvalverwijdering te voorko- men, dient dit product op verantwoorde wijze te worden gerecycled om duurzaam herge
bruik van grondstoffen te bevorderen. Voor het inleveren van uw gebruikte apparaat kunt u gebruik maken van het inleveren inzamel
systeem of contact opnemen met de winkel waar het product gekocht is. Deze winkel kan dit product op milieuveilige wijze afvoeren voor recycling. R290: 3 NEDERLANDS30 OVERZICHT Het doel van het apparaat is het verspreiden van gelokaliseerde toevoer van koele lucht. Het apparaat zal zowel op de werkplek of als u in uw luie stoel zit een grote bijdrage leveren aan uw persoon- lijk comfort. Het apparaat is dankzij vier (4) zwenkwielen eenvoudig van kamer naar kamer te verplaatsen. De lucht wordt zowel gekoeld als ge- droogd en zorgt voor een comfortabel gevoel, ook als het buiten vochtig of regenachtig is. Meubels en stoffen blijven in goede con- ditie als u het apparaat als ontvochtiger gebruikt. Conventionele airconditioners verbruiken veel energie om een ka- mer inclusief muren en meubilair te koelen. Dit apparaat zorgt al- leen daar waar het nodig is voor koele en droge lucht. Er wordt geen energie verspild aan het koelen van de omgeving. De bediening is eenvoudig. De ingebouwde timer kan ingesteld worden met een werktijd van 0.5 tot 24 uur en het apparaat wordt automatisch aan- en uitgeschakeld. Dit is vooral handig als het bedtijd is. De slaapfunctie is handig voor het slapengaan. Door de ingestelde temperatuur langzaam te verhogen, kunt u comfortabeler slapen. Ontluchting is niet vereist. Als het apparaat echter uitsluitend is be- doeld voor gebruik in één ruimte dan kan de koeling worden ver- sterkt door de ontluchtingsset te gebruiken die wordt meegeleverd bij het apparaat. FUNCTIES
VOOR VERWARMING (voor TAD-2235E): Normaalgesproken wordt koele lucht / warme lucht (voor TAD- 2235E) door de circulatieventilator via de lamellen aan de voorzijde naar buiten geblazen..
2. AUTOMATISCHE WERKING:
De gewenste functie blijft in het geheugen opgeslagen zolang het apparaat is aangesloten op het stopcontact. Bij stroomuit- val dient de gewenste functie opnieuw te worden ingesteld zo- dra de storing is verholpen.
De compressor schakelt automatisch aan of uit en regelt zo de gewenste temperatuur.
Het apparaat schakelt aan en uit na de ingestelde tijd (0.5, 1,
AUTOMATISCHE UITSCHAKELING ALS DE AFVOERTANK VOL IS: Als het chassis vol zit met water wordt het apparaat automa- tisch uitgeschakeld. De zoemer geeft dan een signaal van 8 seconden af en de melding “H8” wordt weergegeven op de af- standsbediening.
Het apparaat wordt door een voorfilter beschermd tegen stof.
Afb. A VOORZIJDE A1 Luchtafvoer A2 Horizontale lamellen A3 Voorpaneel A4 Verticaal ventilatierooster A5 Zwenkwiel Afb. B ACHTERZIJDE B1 Luchtinlaat (verdamper) B2 Uitlaat B3 Luchtinlaat (condensator) B4 Haak voor voedingskabel B5 Stekker B6 Stroomkabel B7 Waterafvoer voor doorlopende afvoer (alleen bij ontvochtigen) B8 Afstandsbedieninghouder B9 Bedieningspaneel B10 Aanzuigrooster (voorfilter) Afb. C BEDIENINGSPANEEL C1 Aan/uit-toets C2 Slaapmodusknop C3 Toets voor ventilatorsnelheden C4 Timertoets C5 Functietoets C6 Navigatietoetsen C7 Lampje koelfunctie C8 Lampje droogfunctie C9 Lampje ventilatorfunctie C10 Lampje Auto / hoge / medium / lage luchtstroom C11 Knop voor X-FAN-werking (werking met interne droging) C12 Lamp met warmtefunctie (voor TAD-2235E) C13 Knop voor temperatuursinstelling (niet van toepassing voor dit apparaat) C14 Lichtknop C15 Gezondheids-/ veiligheidsknop (niet van toepassing voor dit apparaat) C16 “ ”, “ ” en SWING-knop (niet van toepassing voor dit apparaat) C17 TURBO-knop (niet van toepassing voor dit apparaat) C18 KLOK-knop C19 knop C20 WiFi knop Indicatiepictogrammen op de afstandsbediening
(niet toepasselijk voor dit apparaat)
X-fanwerking (werking met interne droging)
Temperatuur instellen
Warmtefunctie (voor TAD-2235E
niet toepasselijk voor dit apparaat
Type temperatuursweergave
Temperatuur instellen
Omgevingstemperatuur binnen
Druk op de modusknop (C5) om uw gewenste bedrijfsmodus in te stellen “Koel” (C7), “Ontvochtigen” (C8), “Ventilator” (C9) of “Warm” (C12) (voor TAD-2235E). KOELEN (C7) Tijdens het koelen wordt de lucht gekoeld en wordt de warme lucht via het afvoerkanaal naar buiten afgevoerd. LET OP: In KOEL-modus kunt u de ingestelde temperatuur en de VENTILATOR-snelheid aanpassen. ONTVOCHTIGEN (C8) De lucht wordt ontvochtigd en stroomt door het apparaat zon- der dat er wordt gekoeld. LET OP: De snelheid van de ventilator kan tijdens het ontvoch- tigen niet worden aangepast. VENTILATOR (C9) De ventilator verplaatst alleen lucht, de temperatuur in de ka- mer kan hier niet mee worden aangepast. LET OP: Alle modusindicatoren van het apparaat zijn UIT. De VENTILATOR-snelheid kan worden aangepast. Verwarmingsfunctie (C12) (voor TAD-2235E) In deze modus brandt het lampje van de verwarmingsmodus felgekleurd. Het zeven-segmentendisplay toont de ingestelde temperatuur. Instelbereik van de temperatuur is 16°C~30°C.
DE TIMERTOETS EN DE NAVIGATIETOETSEN (C6) GEBRUIKEN Druk op de timerknop (C4) om naar de timerinstellingen te gaan. Hier drukt u op “+” of “-” (C6) om de timerinstelling aan te passen. De timerinstelling verspringt 0,5 uur wanneer u op “+” of “-” drukt voor een verschil van minder dan 10 uur. Bij meer dan 10 uur verspringt de timerinstelling met 1 uur wan- neer u op “+” of “-” drukt. Nadat de timerinstelling is voltooid, geeft het apparaat de tem- peratuur weer als er u gedurende 5 seconden niets doet. De status wordt op het digitale display weergegeven wanneer de timerfunctie wordt gestart. In timermodus drukt u opnieuw op de timerknop om de timermodus uit te schakelen.
Druk op de ventilatorsnelheidsknop (C3) om de gewenste luchtstroom in te stellen. Onder de “Ontvochtigingsmodus” is deze knop ongeldig. Auto ................ Werking bij luchtstroom automatisch aangepast aan de omgevingstemperatuur High ................ Hoge luchtstroom Med ................Medium luchtstroom Low .................Lage luchtstroom
5. APPARAAT UITSCHAKELEN
Druk de aan/uit-toets (C1) in en alle lampjes gaan uit. WERKING IN SLAAPMODUS (C2) Druk op de knop “Sleep” (C2) om de slaapstand in te schakelen. Wanneer het apparaat in koelmodus werkt, wordt de ingestelde temperatuur verhoogd met 1°C per uur. Na 2 uur blijft het apparaat bij gelijke temperatuur werken. (Voor TAD-2235E) Als de controller in de verwarmingsmodus staat en nadat de slaapmodus is opgestart, zal de vooraf ingestelde temperatuur binnen 1 uur afnemen met 1°C; de vooraf ingestelde temperatuur zal binnen 2 uur met 2°C afnemen en vervolgens werkt het apparaat de gehele tijd op deze temperatuur. LET OP: Slaapfunctie is uitsluitend voor de koelmodus en verwar- mingsmodus (voor TAD-2235E) en is niet beschikbaar voor de ventilator-, ontvochtiger- en de automatischemo- dus. HORIZONTAAL, VERSTELBAAR VENTILATIEROOSTER (A2) De luchtuitlaat kan naar boven of naar beneden worden bijgesteld. (Fig. K1) WAARSCHUWING: Zet de horizontale ventilatieroosters niet in de laagste of hoogste stand in de KOEL- of ONTVOCHTIGINGS-modus als de ventilator- snelheid voor een langere periode is ingesteld op Laag. Er kan condens ontstaan op de ventilatieroosters. VERTICAAL, VERSTELBAAR VENTILATIEROOSTER (A4) De luchtuitlaat kan naar rechts of naar links worden bijgesteld. (Fig. K2 WAARSCHUWING: Zet de verticale ventilatieroosters niet in de meest rechtse of linkse stand in de KOEL- of ONTVOCHTIGINGS-modus als de ventilator- snelheid voor een langere periode is ingesteld op Laag. Er kan condens ontstaan op de ventilatieroosters. AFSTANDSBEDIENINGHOUDER (B8) Om te voorkomen dat u de afstandsbediening kwijtraakt, kunt u deze in de afstandsbedieninghouder van het apparaat plaatsen wanneer u de afstandsbediening niet gebruikt.
3. DE AFSTANDSBEDIENING GEBRUIKEN
Wanneer u de stroom inschakelt, geeft de airconditioner een ge- luidssignaal af. Zodra de werkingsindicator “ ” AAN staat (rode in- dicator), kunt u de airconditioner bedienen met behulp van de af- standsbediening. Als u op de knop op de afstandsbediening drukt, knippert het signaalpictogram “ ” op de afstandsbediening één keer en geeft de airconditioner een geluidssignaal af, wat betekent dat het signaal is verzonden naar de airconditioner. De functies werken hetzelfde als die op het bedieningspaneel van de airconditioner. (Afb. C) De ingestelde temperatuur en het klokpictogram worden op het display weergegeven als het apparaat UIT staat. Als u een functie instelt met de afstandsbediening, worden de bij- behorende instellingspictogrammen en -lampjes weergegeven op het display. LET OP:
- Het interval tussen twee handelingen mag niet langer dan 5 seconden zijn. Anders wordt de instellingenmodus van de af- standsbediening uitgeschakeld. KNOP VOOR TIMER-/TEMPERATUURINSTELLING (C6) Door de instelknop (C6) éénmaal in te drukken wordt de ingestelde temperatuur met 1°C (°F) worden verhoogd of verlaagd. Door de instelknop (C6) gedurende 2 seconden ingedrukt te hou- den, verandert de ingestelde temperatuur op de afstandsbediening snel. LET OP:
- In de UIT-stand en door de knop “▼” en de “MOUS” knop te- gelijkertijd in te drukken kunt u tussen °C en °F schakelen.
- De temperatuur kan niet worden aangepast in automodus. KNOP VOOR X-FAN-WERKING (werking met interne droging) (C11) Door op de X-FAN-knop (C11) of houdt de ventilatorsnelheidsknop (C3) voor 2 seconden in de Koel- of Ontvochtigen-modus in te drukken, wordt het pictogram ” weergegeven en blijft de bin- nenventilator voor een paar minuten draaien om de binnenunit te drogen zelfs als u het apparaat hebt uitgeschakeld. Na activering is de X-FAN OFF standaard ingesteld. X-FAN is niet be- schikbaar in de Auro- of Ventilatormodus. Deze functie geeft aan dat het vocht op de verdamper van de binnenunit wordt afgebla- zen nadat het apparaat is gestopt om schimmel te voorkomen.
- Nadat de X-FAN functie is ingeschakeld: Na met een druk op de ON-/OFF-knop het apparaat te hebben uitgeschakeld, blijft de binnenventilator nog enkele minuten met lage snelheid draaien. Houd gedurende deze periode de ventilatorsnelheids- knop voor 2 seconden ingedrukt om de binnenventilator on- middellijk te stoppen.
- Nadat de X-FAN functie is uitgeschakeld: Na met een druk op de ON-/OFF-knop het apparaat te hebben uitgeschakeld, schakelt de volledige unit onmiddellijk uit. TIMER-KNOP (C4) UIT-TIMER Druk op de TIMER OFF-knop om de automatische uitschakeltimer te starten. Om het automatische timerprogramma te annuleren kunt u gewoon opnieuw de knop indrukken. De TIMER OFF- instelling is hetzelfde als de RIMER ON. AAN-TIMER Druk op de TIMER ON-knop om de automatische inschakeltimer te starten. Om het automatische timerprogramma te annuleren kunt u gewoon opnieuw de knop indrukken. Na het indrukken van deze knop,verdwijnt en knippert “ON”. 00:00 wordt weergegeven voor de ON-tijdsinstelling. Druk binnen 5 seconden op de ▲- of ▼-knop om de tijdswaarde aan te passen. Iedere druk op één van beide knoppen verandert de tijdsinstelling met 1 mi- nuut. Als u één van beide knoppen ingedrukt houdt, verandert de tijdsinstelling snel met 1 minuut en vervolgens met 10 minuten. Druk binnen 5 seconden na het instellen op de TIMER ON-knop om te bevestigen. KINDERSLOTFUNCTIE (Voor de afstandsbediening) Pas de knoppen (C6) tegelijkertijd aan om de kinderslotfunctie in- of uit te schakelen. Als het kinderslot AAN staat, brandt het pictogram “ ” op de af- standsbediening. Als u de afstandsbediening gebruikt, geeft de af- standsbediening geen signaal af. LICHTKNOP Druk op de “LICHT”-knop (C14) om het licht van het apparaat- scherm uit te schakelen. “ ” pictogram op de afstandsbediening verdwijnt. Druk opnieuw op de LICHT-knop om het licht van het apparaatscherm in te schakelen. “ ” en het pictogram op de af- standsbediening zal worden weergegeven. WIFI-KNOP (C20) Bedieningspaneel: Druk nadat het apparaat is ingeschakeld op de “WiFi”-knop (C20) om de WiFi-functie in- of uit te schakelen. Houd de knop 10 seconden in
NEDERLANDS gedrukt om de WiFi-functie opnieuw in te stel- len. Afstandsbediening: Druk op de “WiFi”-knop (C20) om de WiFi- functie in- of uit te schakelen. Wanneer de WiFi-functie is ingeschakeld wordt het “WiFi”- pictogram op de afstandsbediening weergege
ven; Druk in de UIT-stand tegelijkertijd voor 1 seconde de “MODUS”-knop (C5) in en de “WiFi”-knop (C20) in en de WiFi-module zal de standaard fabrieksinstellingen herstellen. KLOK-KNOP (C18) Druk op de KLOK-knop (C18), knippert. Druk binnen 5 secon- den op de ▲- of ▼-knop om de huidige tijd aan te passen. Als u één van beide knoppen langer dan 2 seconden ingedrukt houdt, wordt de tijd elke 0,5 seconden met 1 minuut verlengd of verkort en vervolgens elke 0,5 seconden met 10 minuten. Druk tijdens het knipperen na het instellen opnieuw op de KLOK- knop om de instelling te bevestigen en zal constant worden weergegeven. Batterijen: Verwijder de achterkant van de afstandsbediening en plaats de batterijen met de plus- en minpool in de juiste richting. (Afb. D) WAARSCHUWING
- De batterijen moeten tegelijkertijd worden vervangen.
- Gooi de batterijen NIET in vuur i.v.m. ontploffingsgevaar.
- Plaats de batterijen volgens de aangeduide polariteit (+/-).
- Houd batterijen en andere objecten die kunnen worden inge- slikt uit de buurt van kinderen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als een object wordt ingeslikt.
4. OVERTOLLIG WATER AFVOEREN (Afb. E)
1. Voer overtollig water uit de tank af door een pan onder de wa-
terafvoer te plaatsen. (Afb. E2)
Verwijder de stop van de afvoer en vang het water op in de pan.
3. Plaats de stop terug zo gauw het water stopt met stromen.
4. Verwijder de pan met water.
Zet de ventilator van het apparaat aan om de binnenkant te drogen. LET OP:
- Verwijder het afvoerwater een keer per week.
- Bij koelen of drogen wordt de condens afgevoerd naar het chassis en verneveld door de vernevelaar. Aangezien de temperatuur van de condensator hoog is, zal het meeste water verdampen en in de buitenlucht worden opgeno- men. Daardoor wordt er normaal gesproken slechts wei- nig condenswater verzameld in het chassis en is het niet nodig om het water regelmatig te verwijderen.
- Als het chassis vol zit met water, geeft de zoemer 8 ge- luidssignalen af en wordt “H8” weergegeven om de ge- bruiker erop attent te maken dat het water dient te wor- den verwijderd.
5. VOORTDURENDE AFVOER
Er zijn twee manieren om het verzamelde water te verwijderen:
1. AFVOER VIA DE OPENING IN DE BODEM (Fig. I)
LET OP: Als u gebruikmaakt van de optie voortdurende afvoer via de opening in de bodem, installeer dan de af- voerpijp voor gebruik. Anders wordt de werking van het apparaat negatief beïnvloed door slechte afvoer. Bereid de nderstaand accessoire voor. I1 Afvoerleiding I2 Leidingbandjes I3 Schroef I4 Afvoerleidingklem I5 Rubberen dop
INSTALLATIE VAN DE AFVOERLEIDINGKLEM
1. Verwijder de rubberen dop van de afvoeropening. (Fig. I6)
2. Bevestig de afvoerleidingklem (I4) met een schroef (I3) aan de
rechterkant van de achterplaat in de buurt van de afvoerope- ning. (Fig. I7)
3. Sluit de afvoerleiding (I1) aan op de afvoeropening en schroef
deze vast. Maak hem vervolgens vast met leidingbandjes (I2) (Fig. I8)
4. Plaats de rubberen dop (I5) aan de andere kant van de afvoer-
leiding, maak deze vast met leidingbandjes (I2) en plaats deze in de afvoerleidingklem. (Fig. I9) Voor voortdurende afvoer neemt u de afvoerleiding uit de klem en verwijdert u de rubberen dop van de afvoeropening om het water af te voeren. (Fig. I9) LET OP:
- Plaats de rubberen dop na het afvoeren van water terug op de afvoerleiding en plaats de leiding in de klem.
- Nadat de waterbeveiliging is opgeheven en de compressor 3 minuten heeft stilgestaan, begint het apparaat weer te werken.
2. AFVOER VIA DE MIDDENOPENING
Bereid de onderstaande onderdelen voor. (Fig. J) J1 Afvoerleiding met een binnendiameter van 14mm (niet in- begrepen, op de markt verkrijgbaar) J2 Verbindingsstuk afvoer
1. Om water af te voeren, verwijdert u de afvoerdop (J3), door
deze linksom te draaien en vervolgens de rubberen dop (J4) van de opening te verwijderen. (Fig. J5)
2. Schroef het verbindingsstuk van de afvoer (J2) op de opening
door naar rechts te draaien. (Fig. J6)
3. Sluit de afvoerslang (J1) horizontaal, onder de afvoeropening,
aan op het verbindingsstuk van de afvoer. Vermijd oneffen ondergronden en vouw de leiding niet. (Fig. J7)
6. INSTALLATIE VAN DE HAAK VOOR DE
VOEDINGSKABEL (Fig. L) Monteer de haak voor de voedingskabel (L1) met schroeven (L2) aan de achterkant van het apparaat. (Fig. L3) De bovenste haak wijst naar boven. De lagere haak wijst naar beneden. Wikkel de voedingskabel rond de draadhaak. (Fig. L4)
1. Maak het aanzuigrooster (B10) om de twee weken schoon.
2. Om het aanzuigfilter van buitenlucht te verwijderen (B10), trekt
u het filter uit door de clip op het filter in te drukken. (Fig. F1)
3. Verwijder het stof met een stofzuiger.
- Raak de ontvochtiger NIET aan. Dit kan letsel of schade ver- oorzaken.
DE BUITENKANT SCHOONMAKEN
Maak de buitenkant van het apparaat schoon met een zachte vochtige doek. WAARSCHUWING
- Gebruik NOOIT benzine, oplosmiddelen, chemische produc- ten of poetsmiddelen, dit kan de buitenkant beschadigen.
- Zet het apparaat uit en koppel het los van de voeding voordat u de airconditioner schoonmaakt. Anders kan deze een elektri- sche schok veroorzaken.
- Maak de airconditioner NIET schoon met water. Anders kan deze een elektrische schok veroorzaken.
- Verwijder het afvoerwater uit het chassis en trek de stekker uit het apparaat.
8. LANGDURIGE OPBERGEN
Het volgende wordt aanbevolen aan het eind van elk seizoen, of als u gedurende een langere periode niet van plan bent om uw ap- paraat te gebruiken.
1. Laat de ventilator (C9) van het apparaat 5 á 6 uur draaien om
Verwijder het afvoerwater uit de tank en koppel het apparaat los.
3. Maak het apparaat schoon.
Verwijder vuil of stof met een zachte vochtige doek of een stofzuiger en behandel na met een zachte droge doek.
4. Maak het aanzuigrooster (B10) schoon en vervang het.
5. Berg het apparaat op.
Het originele verpakkingsmateriaal vormt de beste opberg- plaats voor uw apparaat. Bedek het apparaat met een grote plastic zak als u het originele verpakkingsmateriaal niet meer hebt en berg het apparaat op in een koele droge omgeving. WAARSCHUWING
- Berg het apparaat ALTIJD verticaal op.
- Plaats GEEN zware objecten op het apparaat.
P Probeer het apparaat bij voorkeur in verticale positie te vervoe- ren. Als het apparaat meer dan een half uur in een horizontale posi- tie is geweest dan DIENT HET APPARAAT 24 UUR VERTICAAL TE HEBBEN GESTAAN VOOR INGEBRUIKNEMING. Het niet correct opvolgen van deze instructies kan schade aan de compressor tot gevolg hebben. Zorg ervoor dat de afvoertank leeg is voordat u het apparaat gaat verplaatsen/vervoeren.33 NEDERLANDS
De aircondi- tio- ner werkt niet. - Stroomstoring. - Voedingskabel zit los. - De luchtschakelaar is uitge- schakeld of de zekering is doorge- brand. - Circuitstoring. - Het apparaat start opnieuw op na plotsel- ing te zijn ge- stopt. - Wacht na stroomher- stel. - Plaats de stekker terug in het stopcontact. - Schakel een profes- sional in om de luchtschakelaar of ze- kering te vervangen. - Schakel een profes- sional in om het circuit te vervangen. - Wacht 3 min. en zet het ap- paraat weer aan. Het apparaat werkt, maar de kamer wordt niet gekoeld. - De spanning is te laag. - De luchtfilter is te vuil. - De ingestelde temper- atuur is niet correct. - Deuren en ramen zijn niet gesloten. - Wacht nadat de span- ning is hersteld. - Maak de luchtfilter schoon. - Pas de temperatuur aan. - Sluit deuren en ramen. Airconditioner kan geen sig- naal van de af- stands- bediening ontvangen of de afstands- bediening heeft geen bereik. - Het apparaat ondervin- dt een ernstige storing, zoals stati- sche druk of onstabiele spanning. - De afstandsbediening is niet binnen het ont- vangstbereik. - Het apparaat wordt ge- blok- keerd door ob- stakels. - De gevoeligheid van de af- standsbediening is laag. - Er is een fluorescenti- elamp in de kamer. - Verwijder de stekker. Steek de stekker na 3 minuten te- rug in het stopcontact en zet het apparaat aan. - Het ontvangstbereik van de afstandsbedi- ening is 8 m. Blijf bin- nen dit bereik. - Verwijder de obstakels. - Controleer de batterijen van de afstandsbedien- ing. Als de spanning laag is, vervang dan de batterijen. - Breng de afstandsbedi- ening dichterbij het ap- paraat. - Zet de fluorescenti- elamp uit en probeer het opnieuw. Er komt geen lucht uit de aircondition- er. - De luchtafvoer of de luchtin- laat is verstopt. - De verdamper wordt ont- dooid. (Controleer door de fil- ter te verwijderen.) - Verwijder de obstakels. - Dit is normaal. De air- conditi- oner wordt ont- dooid. Nadat het ont- dooien wordt de wer- king hervat. Ingestelde tem- peratuur kan niet wor- den aange- past. - Het apparaat staat in auto- modus. - De gewenste temperat- uur valt buiten het bereik van het appara- at. - De temperatuur kan ni- et worden aangepast in auto- modus. - Stel een temperatuur in tus- sen de 16 °C en 30 °C.
VOORDAT U HULP INROEPT
Dit zijn geen mankementen. Een sissend of een hol geluid:
Dit geluid wordt veroorzaakt door de koelende lucht die door de pi- jpen stroomt. Een piepend geluid:
Dit geluid wordt veroorzaakt door- dat het apparaat tengevolge van temperatuurschommelingen uitzet of krimpt. Geur:
Geur van tabak, cosmetica of voedsel kan zich ophopen in het apparaat. Het apparaat start niet meteen en functiewi- jzigingen worden niet direct
Om overbelasting van de motor van de compressor te voorkomen zal het apparaat meer dan drie mi- nuten worden uitgeschakeld. STORINGANALYSE Storingcode H8 Watertank is vol. 1. Giet het water uit de tank.2. Als “H8” nog steeds wordt weergegeven, schakel dan een professional in om het apparaat na te kijken.F1 Storing in de omgeving-stem- peratuursensor.Schakel een professional in om dit op te lossen.F2 Storing in de tempera- tuursensor van de ver-damper.Schakel een professional in om dit op te lossen.F0 1. Er lekt koelmiddel.2. Systeem worden ge-blok- keerd.Schakel een professional in om dit op te lossen. Overbelastingsbeveiliging van de compressor.1. Als de omgevingstemperatuur te hoog is, zet het apparaat dan uit en zet het pas weer aan als de omgevingstemperatuur onder de 35 °C komt.2. Controleer of de verdamper en conden- sator worden geblok-keerd door voorwer- pen. Als dat zo is, verwijder dan de voor- wer-pen, zet het apparaat uit en start het opnieuw op.3. Als de storing niet is verholpen, neem dan contact op met de klantenservice.E8 OverbelastingF4 Sensor voor debuitenbuistemperatuur is open/maakt kortsluiting.
*Conform aan EN-14511-2018 LET OP: De koelcapaciteit is afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid in de kamer. Frequentieband(en) waarbinnen de radioapparatuur werkt: 2400MHz-2483.5MHz Het maximale vermogen van radiofrequentie doorgegeven binnen de frequentieband(en) waarbinnen de radioapparatuur werkt: 20dBm34 NEDERLANDS
12. ACCESOIRESET VOOR ONTLUCHTING
Als het apparaat uitsluitend is bedoeld voor gebruik in één ruimte dan kan de koeling worden versterkt door de volgende accessoires uit de ontluchtingsset te gebruiken die wordt meegeleverd bij het apparaat. HET AFVOERKANAAL GEBRUIKEN (Afb. H)
1. Bereid de onderstaande accessoires voor.
H1 Adaptermondstuk uitlaatpijp (Bevestig aan apparaat) H2 Uitlaatpijp H3 Uitlaatmondstuk (boven) + uitlaatmondstuk (onder)
2. Om het uitlaatmondstuk (boven) en uitlaatmondstuk (onder) te
verbinden, drukt u de klem stevig in de gleuf. (Fig. H4)
3. Steek een uiteinde van de uitlaatpijp (flexibele buis) (H2) in het
adaptermondstuk van de uitlaatpijp (H1) door linksom te draai- en. Installeer uitlaatmondstuk (boven + onder) (H3) aan de an- dere kant van de uitlaatpijp. (Fig. H5)
4. Plaats de zijde met “TOP” naar boven. Plaats het adaptermond-
stuk van de uitlaatpijp in de gleuf van de uitlaat tot u een geluid hoort. (Fig. H6)
5. Plaats de uitlaatslang buiten. (Fig. H7)
LET OP: Plaats het apparaat zo dicht mogelijk bij een raam of deur. (H5, H6, H7)
13. Speciale handleiding
De vereiste vaardigheden voor onderhoudstechnici (reparaties mo- gen uitsluitend worden uitgevoerd door vakmensen). a. Alle arbeiders die zich bezighouden met het koelsysteem moe- ten de geldige certificering uitgereikt door de gezaghebbende organisatie en de kwalificatie voor de bediening van het koel- systeem dragen. b. Het apparaat ken uitsluitend worden gerepareerd volgens de methode die door de fabrikant van de apparatuur wordt aanbe- volen. Als een andere technicus nodig is voor het onderhoud en de re- paratie van het apparaat, moeten deze worden begeleid door de persoon die de kwalificatie draagt voor het gebruik van het ontvlambare koudemiddel. Voorbereidingswerkzaamheden met betrekking tot de veilig- heid vóór de installatie Voordat de apparaten met het ontvlambare koudemiddel worden onderhouden moet de veiligheid worden geïnspecteerd om het brandgevaar tot het minimum te beperken. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd volgens een gecon- troleerde procedure om tijdens de werkzaamheden het risico van ontvlambaar gas of ontvlambare damp te minimaliseren. Detectie van ontvlambare koudemiddelen In geen geval mogen er potentiële ontstekingsbronnen worden ge- bruikt bij het zoeken of detecteren van lekkage van koudemidde- len. Een halogenide zaklamp (of elke andere detector met een open vlam) mag niet worden gebruikt. Omgeving controleren
- Alle onderhoudspersoneel en andere mensen die in de nabijheid werken moeten worden geïnstrueerd over de aard van de uit te voeren werkzaamheden. Werk in afgesloten ruimten moeten worden vermeden. Het gebied rondom het werkgebied moet worden afgescheiden. Zorg ervoor dat de omstandigheden bin- nen het gebied veilig zijn gemaakt door controle op ontvlambaar materiaal.
- Vóór en tijdens de werkzaamheden moet het gebied met een daartoe geschikte detector van koudemiddelen worden gecon- troleerd om ervoor te zorgen dat de technicus zich bewust is van mogelijk giftige of ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met alle toepasselijke koudemiddelen, d.w.z. vonk- vrij, adequaat afgedicht of wezenlijk veilig is.
- Niemand die werkzaamheden uitvoert in verband met een koel- systeem waarbij de blootstelling van leidingen betrokken is, moet eventuele ontstekingsbronnen op zo’n manier gebruiken dat deze kunnen leiden tot brand of ontploffing. Alle mogelijke ontstekingsbronnen waaronder het roken van sigaretten moeten op voldoende afstand worden gehouden van de plaats van in- stallatie, reparatie, verwijdering en afvoer waarbij mogelijk kou- demiddel in de omringende ruimte kan worden vrijgegeven. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet het gebied rond de apparatuur worden onderzocht om er zeker van te zijn dat er geen brandgevaar of ontstekingsrisico bestaat. Er worden “Niet roken”-borden opgehangen.
- Als er hitte-stralende werkzaamheden op het koelsysteem of bijbehorende onderdelen moeten worden uitgevoerd, zullen er passende brandblusmidddelen beschikbaar worden gesteld. Zorg voor een droogpoeder- of CO
blusapparaat naast het werkgebied.
- Zorg ervoor dat het gebied in de buitenlucht staat of goed ge- ventileerd wordt voordat het systeem wordt opengemaakt of er hitte-stralende werkzaamheden worden uitgevoerd. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, blijft een zekere mate van ventilatie aanwezig. De ventilatie moet het vrij- komende koudemiddel op een veilige manier afvoeren en bij voorkeur uitstoten uitwendig in de atmosfeer. Koelapparatuur controleren Wanneer elektrische componenten worden veranderd moeten deze geschikt zijn voor het doel en voor de juiste specificatie. De voor- schriften voor onderhoud en service van de fabrikant moeten te al- len tijde worden opgevolgd. Raadpleeg in geval van twijfel de tech- nische afdeling van de fabrikant. De volgende controles moeten worden toegepast nij installaties die ontvlambare koudemiddelen gebruiken.
- De werkelijke lading koudemiddel is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koudemiddelhoudende on- derdelen worden geïnstalleerd.
- De ventilatiemachines en uitgangen werken naar behoren en worden niet belemmerd;
- Als er een indirect koelcircuit wordt gebruikt, dan wordt het se- cundaire cicuit gecontroleerd op de aanwezigheid van koude- middel;
- De markering op de apparatuur blijft zichtbaar en leesbaar. Markeringgen en opschriften die onleesbaar zijn worden gecor- rigeerd.
- De koelleidingen of componenten worden in een positie geïn- stalleerd waarin het onwaarschijnlijk is dat deze worden bloot- gesteld aan een stof die mogelijk koudemiddelhoudende com- ponenten corrodeert tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die van nature resistent zijn tegen corrosie of die naar behoren beschermd zijn tegen corrosie. Elektrische apparaten controleren Reparatie en onderhoud van elektrische componenten omvatten initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures. Als er een de- fect optreedt dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag geen enkele elektrische voeding op het circuit worden aangesloten tot- dat het defect naar tevredenheid wordt opgelost. Als het defect niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar het noodzakelijk is voor de continuïteit, moet er een adequate tijdige oplossing wor- den gebruikt. Dit zal aan de eigenaar van de apparatuur worden medegedeeld zodat alle partijen hierover geïnformeerd zijn. De initiële veiligheidscontroles moeten omvatten:
- Dat de condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans van vonken te vermijden;
- Dat er geen onder spanning staande componenten en bedra- ding wordt blootgesteld tijdens het vullen, repareren of reiniging van het systeem;
- Dat er continue aarding is. Reparaties aan verzegelde componenten Bij reparaties aan verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voorzieningen worden losgekoppeld van de bewerkte apparatuur, voordat de verzegelde afdekkingen worden verwijderd, enz. Als het absoluut noodzakelijk is om de apparatuur tijdens het onderhoud van elektriciteit te voorzien, moet op het meest kritieke punt een permanent werkende vorm van lekdetectie worden geplaatst om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie. Er wordt bij- zondere aandacht besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat tijdens werkzaamheden aan elektrische componenten de be- huizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Dit omvat schade aan kabels, een buitensporig aantal aansluitingen, klemmen die niet volgens de oorspronkelijke specificaties zijn ge
maakt, schade aan afdichtingen, onjuiste montage van wartels, enz.
- Zorg ervoor dat het apparaat veilig bevestigd is.
Zorg ervoor dat de afdichtingen of pakkingen niet zodanig zijn aangetast, dat deze niet langer dienen ter voorkoming van het bin
nendringen van een ontvlambare atmosfeer. Reserveonderdelen moeten overeenkomstig de specificaties van de fabrikant zijn. LET OP: Het gebruik van siliconenkit kan een nadelige invloed hebben op sommige soorten apparatuur voor lekde- tectie. Wezenlijk veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat er werkzaamheden aan worden uitgevoerd. Bekabeling Controleer dat de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corro- sie, buitensporige druk, trillingen, scherpe randen of enig ander ne- gatieve milieu-effecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of continue trillingen van bronnen zoals compressors of lamellen. Methoden voor lekdetectie De volgende methoden voor lekdetectie worden aanvaardbaar ge-35 NEDERLANDS acht voor alle koelsystemen. Elektronische lekdetectors kunnen worden gebruikt voor het op- sporen van koudemiddellekken, maar in het geval van ontvlambare koudemiddelen kan de gevoeligheid niet toereikend zijn of moet deze opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koudemid- delvrije omgeving.) Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. Apparatuur voor lekdetectie moet worden ingesteld op een percen- tage van de LFL ( de onderste ontstekingsgrens) van het koude- middel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koudemid- del en het overeenkomstige percentage gas (25 % maximaal) moet worden bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen maar het gebruik van chloorhoudende reinigings- middelen moeten worden vermeden want het chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingen corroderen. Als u het vermoeden hebt van een lek moeten alle open vlammen worden verwijderd of gedoofd. Als een lekkage van koudemiddel wordt geconstateerd dat gesol- deerd moet worden, moet al het koudemiddel uit het systeem wor- den verwijderd of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkra- nen) in een deel van het systeem dat op afstand ligt van het lek. Voor apparaten die ontvlambare koudemiddelen bevatten, wordt vervolgens zuurstofvrije stikstof (FN) door het systeem gespoeld zowel voor en tijdens het soldeerproces. Verwijdering en evacuatie Bijk het ingrijpen in het koudemiddelcircuit om rep0araties uit te voeren - of voor enig ander doel - moeten conventionele procedu- res worden gebruikt. Voor ontvlambare koudemiddelen echter is het belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd aangezien ontvlambaarheid een belangrijke factor is. De volgende procedure moet worden gevolgd:
- koudemiddel verwijderen;
- het circuit met inert gas spoelen
- opnieuw spoelen met inert gas;
- open het circuit door te snijden of te solderen. De koudemiddelvulling moet worden teruggewonnen in de juiste cilinders voor het terugwinnen van koudemiddelen. Voor apparaten die ontvlambare koudemiddelen bevatten moet het systeem worden “doorgespoeld” met OFN om het apparaat te be- veiligen. Dit proces moet mogelijk verschillende keren worden her- haald. Perslucht of zuurstof mag niet worden gebruikt voor het doorspoe- len van koelsystemen. Voor apparaten die ontvlambare koudemiddelen bevatten, wordt het spoelen verwezenlijkt door het vacuüm in het systeem te bre- ken met behulp van zuurstofvrije stikstof (OFN) en dit te blijven vul- len totdat de werkdruk is bereikt, vervolgens te ontluchten in de at- mosfeer en tenslotte naar een vacuüm te trekken. Dit proces moet worden herhaald totdat al het koudemiddel in het systeem is verwijderd. Wanneer de laatste OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem wor- den ontlucht tot de atmosferische druk om werkzaamheden moge- lijk te maken. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als er sol- deerwerkzaamheden aan de leidingen moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevinden en dat ventilatie aanwezig is. Procedures voor het vullen Naast de conventionele vulprocedures moeten de volgende voor- schriften in acht worden genomen. – Zorg ervoor dat er geen verontreiniging van verschillende kou- demiddelen ontstaat bij het gebruik van vulapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijke zijn om de hoeveelheid koudemiddel die zich daarin bevindt tot een minimum te beper- ken. – Cilinders moeten rechtop staan. – Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koudemiddel wordt gevuld. – Label het systeem wanneer het vullen compleet is (indien dit nog niet is gebeurd). – Uiterste zorg moet worden besteed zodat het koelsysteem niet overloopt. Vóór het vullen van het systeem moet de druk worden getest met behulp van het juiste spoelgas. Het systeem moet na het vullen maar vóór de buitengebruikstelling worden getest op lekkage. Voordat de plaats wordt verlaten moet er een follow-up test op lek- kages worden uitgevoerd. Buitengebruikstelling Voordat u deze procedure uitvoert is het cruciaal dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle bijbehorende de
tails. Het is aan te bevelen dat alle koudemiddelen veilig worden te- ruggewonnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd wordt een olie- en koudemiddelmonster genomen in geval er een analyse nodig is voordat het teruggewonnen koudemiddel wordt hergebruikt. Het is cruciaal dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat er aan de taak wordt begonnen. a) Maak u vertrouwd met apparatuur en de werking ervan. b) Het systeem elektrisch isoleren. c) Voordat u de procedure uitprobeert, moet u ervoor zorgen dat:
- er indien nodig mechanische apparatuur beschikbaar is voor het behandelen van koelcilinders;
- alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt;
- het terugwinningsproces te allen tijde onder toezicht staat van een bevoegde persoon;
- De terugwinningsapparatuur en cilinders voldoen aan de van toepassing zijnde normen. d) Indien mogelijk het koelsysteem aftappen. e) Als er geen vacuüm mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat het koudemiddel uit de verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder zich op de weegschaal bevindt voor- dat de terugwinning plaatsvindt. g) Start de terugwinningsmachine en werk overeenkomstig de in- structies van de fabrikant. h) Cilinders niet overvullen. (Niet meet dan 80 % van het volume van vloeibare vulling).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet
tijdelijk. j) Wanneer de cilinders correct gevuld zijn en het proces voltooid is, zorg er dan voor dat de cilinders en de apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatieventielen op de apparatuur zijn afgesloten.
Teruggewonnen koudemiddel mag niet in een nader koelsys- teem worden overgevuld tenzij het gereinigd en gecontroleerd is. Labelen De apparatuur moet worden voorzien van een label waarop staat vermeld dat dit uit bedrijf is genomen en geleegd is. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Voor apparaten die ont- vlambare koudemiddelen bevatten moet ervoor worden gezorgd dat er labels op de apparatuur bevestigd zijn waarop staat vermeld dat de apparatuur ontvlambare koudemiddelen bevat Terugwinning Bij het verwijderen van een koudemiddel uit een systeem, zowel voor onderhoud als buitengebruikstelling, wordt aanbevolen dat al- le koudemiddelen veilig worden verwijderd. Zorg er voor dat er bij het overbrengen van koudemiddelen in de ci- linders uitsluitend geschikte cilinders voor het terugwinnen van kou- demiddelen worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilin- ders voor de totale systeembelasting beschikbaar is. Alle te gebrui- ken cilinders zijn bestemd voor het teruggewonnen koudemiddel en gelabeld voor dat bepaalde koudemiddel (d.w.z. speciale cilinders voor de terugwinning van koudemiddelen). De cilinders moeten volle
dig zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluiters in goede staat. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en indien mogelijk gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met in- structies voor de aanwezige apparatuur en moet geschikt zijn voor de terugwinning van alle relevante koudemiddelen, met inbegrip van, in
dien van toepassing, ontvlambare koudemiddelen. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn en bij voorbaat in goede staat. Slangen moeten compleet met lekkagevrije snelkoppe
lingen en bij voorbaat in goede staat. Voordat u de terugwinningsma- chine gebruikt moet u controleren of deze nar behoren functioneert, goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische componen
ten verzegeld zijn om ontsteking bij het vrijkomen van koudemiddel te voorkomen. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant. Het teruggewonnen koudemiddel wordt in de correct terugwinnings- cilinder naar de leverancier van koudemiddelen en het desbetreffen- de overdrachtsformulier voor afvalstoffen moet worden opgesteld. Meng een koudemiddelen in terugwinningsapparaten en vooral niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat deze zijn geëvacueerd naar een aanvaardbaar niveau om te waarborgen dat ontvlambare koudemiddelen niet in het smeermiddel achterblijven. De evacuatie moet worden uitgevoerd voordat u de compressor aan de leverancier retourneert. Om dit pro
ces te versnellen mag uitsluitend elektrische verwarming van de be- huizing van de compressor worden gebruikt. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier worden uit
gevoerd.36 NEDERLANDS BEPERKTE GARANTIE TOYOTOMI CO., LTD. (TOYOTOMI) garandeert dat bij normaal gebruik en onderhoud alle verkochte producten en delen daar
van gedurende 24 MAANDEN vanaf de datum van levering aan de oorspronkelijke koper in de detailhandel vrij zijn van materi
aal- of productiefouten. Dit is onderhevig aan de volgende voorwaarden: DIT VALT ONDER DE GARANTIE: Producten of delen daarvan die materiaal- of productiefouten bevatten. DIT VALT NIET ONDER DE GARANTIE: Deze garantie geldt niet voor mankementen als gevolg van nal
atigheid van anderen; het niet volgens de gebruiksaanwijzing installeren, bedienen of onderhouden van het apparaat (gebrui
ksen onderhoudsvoorschriften worden meegeleverd bij elk nieuw apparaat); onredelijk gebruik; ongevallen; wijzigingen; gebruik van niet erkende en niet door TOYOTOMI gestan
daardiseerde onderdelen en accessoires; elektrische storing, d.w.z. als gevolg van overbelasting van het stroomnet, kortslui
ting enz.; onjuiste installatie; of reparatie door iemand anders dan een door TOYOTOMI aangegeven voorziening. WIE VALT ER ONDER DE GARANTIE: De oorspronkelijke koper in de detailhandel. DIT DOEN WIJ: TOYOTOMI herstelt of vervangt, naar eigen inzicht, zonder kosten alle defecte onderdelen die worden ge
dekt door deze beperkte garantie mits u de onderdelen naar uw dichtstbijzijnde erkende dealer of TOYOTOMI-distributeur brengt.
derdelen met deze BEPERKTE GARANTIE dienen naar een erk- ende dealer of TOYOTOMIdistributeur te worden gebracht. Als er bij u in de buurt geen voorziening beschikbaar is kunt u con
VOOR HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET PRODUCT, ONGEMAK, VERLIES OF ANDERE SCHADE DIE DIRECT OF INDIRECT VOORTKOMT UIT HET GEBRUIK OF NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET PRODUCT OF VOOR SCHADE DIE TE WIJTEN IS AAN GEBREKEN VAN HET PRODUCT. Alleen TOYOTOMI is bevoegd om de voorwaarden van de beperkte garantie op enigerlei wijze te verlengen of te wijzigen. Het is in sommige gebieden niet toegestaan om uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade toe te pas
sen of beperkingen in te stellen voor de duur van een impliciete garantie en het kan dus zijn dat deze beperkingen of uitsluitin
gen niet op u van toepassing zijn. Deze beperkte garantie zorgt voor specifieke wettelijke rechten en deze rechten kunnen per gebied verschillen.37 ESPAÑOL
Notice-Facile