Cocos - Verwarming WANDERS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Cocos WANDERS in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Cocos WANDERS
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Cocos - WANDERS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Cocos van het merk WANDERS.
GEBRUIKSAANWIJZING Cocos WANDERS
Handleiding en installatievoorschriften 2 Users guide and installation manual 16 Mode d’emploi et instructions d’installation 30 Bedienungsanleitung und Installationsvorschriften 452 Geachte klant, Van harte gefeliciteerd met uw aanschaf van uw nieuwe gashaard van WANDERS. Een comfortabele warmtebron waar u jarenlang plezier van zult hebben. Uw gaskachel kent een zogenaamd gesloten systeem met een dubbelwandig rookkanaal. Uw gashaard kan daardoor zelfs worden opgesteld in ruimtes zonder ventilatie of met mechanische ventilatie. Bij de ontwikkeling van deze haard hebben we gelet op gebruiksgemak, veiligheid en vormgeving. Uw haard is ontwikkeld en geproduceerd in onze eigen fabriek in Netterden en voor een belangrijk deel handgemaakt. Voor de constructie zijn alleen de beste materialen gebruikt die voldoen aan internationaal geldende normen. Zo heeft u de garantie van een lange levensduur voor deze gashaard. In het eerste deel van deze handleiding geven we u tips en aanwijzingen voor een juist en veilig gebruik van uw gashaard. In deel twee staan de installatievoorschriften en de technische specicaties. Deze zijn vooral van belang voor de installateur. Het is raadzaam om voor de ingebruikname van uw gashaard deze handleiding zorgvuldig te lezen en vervolgens goed te bewaren. Uw installateur kan deze handleiding nodig hebben voor het jaarlijkse onderhoud van uw gaskachel. Wij wensen u veel warmte met uw aanschaf. Het Team van WANDERS t Het toestel mag niet gebruikt worden zonder glas. t Het is niet toegestaan om brandbare stoen op de keramische houtstammenset te leggen. t Er mogen geen licht ontvlambare materialen, zoals nylon kleding of brandbare vloeistoen in de nabijheid van het toestel gebracht worden. t Dit toestel is niet bedoelt voor gebruik door personen (incl. kinderen) met beperkte lichamelijke of geestelijke vermogens of personen die niet op de hoogte zijn van de werking van een gastoestel. Zorg ten allen tijden dat deze personen zich uitsluitend onder toezicht in de nabijheid van het toestel begeven. t Gebruik een haardscherm tegen verbranding ter bescherming van de hierboven vermelde kinderen en personen. t Het toestel is volledig beveiligd door middel van een thermo-elektrische waakvlambeveiliging ter voorkoming van het onvoorzien uitstromen van gas uit de hoofdbrander. t Het toestel dient geplaatst en aangesloten te worden als een ‘gesloten’ toestel door een erkend installateur volgens dit installatievoorschrift, de nationale en de plaatselijk geldende voorschriften.
Inhoudsopgave Algemeen 4 Batterijen 4 Vervangen van de batterijen van de afstandsbediening 4 Vervangen van de batterijen van de ontvanger 4 Instellen van de afstandsbediening 4 Tijd instellen 4 Omschakelen van ºC/24u naar ºF/12u 5 Mogelijke instellingen 5 Instellen van de temperatuur 5 Instellen van de timer functie 5 Bediening (afstandsbediening) 5 Aansteken van het vuur 5 Mogelijke foutmeldingen 5 Instellen van de vlamhoogte 6 Uitschakelen van het toestel 6 Storing 6 Bediening (handbediening) 6 Eerste keer stoken 7 Onderhoud 8 Klein onderhoud 8 Jaarlijks onderhoud 8 Veiligheid 8 Mogelijke foutmeldingen 8 Garantie 9 Installatievoorschriften Cocos en Cocos tunnel 10 Plaatsing 10 Isolatie 10 Gasaansluiting 10 Plaatsen van het concentrische kanalensysteem 11 Voorschriften voor het plaatsen van de uitmonding 11 Opstellingsmogelijkheden kanalensysteem 11 Geveldoorvoer 13 Dakdoorvoer 13 Eerst het pijpensysteem aanbrengen, dan het toestel plaatsen 13 Openen van de deur 13 Het plaatsen van de haard 14 Montage stuw 14 Houtset plaatsen 15 Elektrisch schema 60 Gasblok 61 Technische tekeningen 62 Gasgegevens 64 Notities 65 © Copyright 2012 Wanders res & stoves De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wanders res & stoves aanvaard geen aansprakelijkheid voor technische fouten, redactionele fouten, drukfouten of weglatingen in deze publicatie.4 Algemeen Over het algemeen zorgt de dealer waar u uw gashaard heeft aangeschaft, ook voor de installatie ervan en de aansluiting op het gasnet. Is dat niet het geval, verzeker u er dan van dat de installatie wordt uitgevoerd door een erkende installateur. Aansluiten van gasinstallaties door onbevoegden is verboden. Wij kunnen u in dat geval geen garantie geven op de juiste werking van de gaskachel. Batterijen De batterijen van de afstandsbediening en ontvanger hebben een levensduur van ongeveer één jaar. Gebruik van alkaline batterijen wordt aanbevolen. Vervangen is noodzakelijk wanneer bij de afstandsbediening de LED auwer begint te branden en het woord “BATT” in het display verschijnt. Bij de ontvanger zult u middels geluidstonen erop gewezen worden dat de batterijen vervangen dienen te worden. U hoort, tijdens het ontsteken, gedurende 0,8 seconden een toon gevolgd door 0,2 seconden rust. Vervangen van de batterijen van de afstandsbediening Open het klepje aan de achterzijde van de afstandsbediening. Haal voorzichtig de 9V-blokbatterij eruit en maak deze los van de contacthouder. Voorkom het trekken aan de kabel. Verbind de nieuwe batterij en plaats het geheel terug. Sluit het klepje. Vervangen van de batterijen van de ontvanger Trek voorzichtig de gehele ontvanger uit de houder achter het bedieningsluik. Schuif het klepje open en plaats 4 nieuwe 1,5V-batterijen (type LR6 of AA). Let op dat u de batterijen op de juiste wijze in de ontvanger plaatst. Leg vervolgens de ontvanger weer in de kachel. Instellen van de afstandsbediening Als de batterijen geplaatst zijn moet de elektronische code ingesteld worden (alleen bij eerste ingebruikname) druk de reset knop op de ontvanger net zo lang in tot u 2 signalen hoort daarna reset knop loslaten nu moet u binnen 20 sec de kleine vlam knop d drukken tot u een lang signaal hoort ter bevestiging dat de code is ingesteld. Tijd instellen t Door het gelijktijdig indrukken van de grote vlam knop c en de kleine vlam knop d zal het display gaan knipperen u bent nu in de set mode. t In de set mode kunt u de grote vlam knop c indrukken om de uren in te stellen en de kleine vlam knop d om de minuten in te stellen.
t Wacht of druk de OFF eknop om terug te keren naar hand bediening. Omschakelen van ºC/24u naar ºF/12u t Druk de OFF e knop en de kleine vlam knop d gelijk-tijdig (2 sec) in om van ºF (en 12 uurs klok) om te schake- len naar ºC (en 24 uurs klok) en omgekeerd. Mogelijke instellingen t Door het indrukken van de SET f knop kunt u snel omschakelen tussen MAN  dag temperatuur  nacht temperatuur  timer  MAN. t MAN in deze setting kunt u doormiddel van de knoppen grote vlam c of kleine vlam d handmatig de vlam hoger of lager instellen t Dag temperatuur (Ñ) in deze setting kunt u de gewenste temperatuur overdag instellen de afstandsbe- diening fungeert dan als thermostaat . t Nacht temperatuur (d) in deze setting kunt u de gewenste nacht temperatuur instellen. t TIMER in de timer setting kunt 2 inschakel- en 2 uitschakeltijden instellen per 24 uur. Als de nacht instel- ling op - - - staat zal de kachel op waakvlam gaan branden. Instellen van de temperatuur t Selecteer de dag temperatuur of nacht temperatuur door de SET knop f kort in te drukken. t Druk nu de SET knop f langer in tot het display knippert. t Stel de temperatuur in met de knoppen c of d (5ºC is de minimum dag temperatuur). t Wacht of druk de OFF knop e om naar thermostaat gestuurde controle te gaan. t Om de batterijen te sparen adviseren wij om de temperatuur voor de nacht terug te regelen tot u het - - - symbool in de display ziet. Instellen van de timer functie t Selecteer de timer functie door de SET knop f enkele malen kort in te drukken. t Druk de SET knop f nu langer in totdat P1 (Ñ) knippert. t Stel de uren in met toets c, de minuten met knop d. t Druk de SET knop f kort in voor de volgende tijd. t Als alle 4 tijden ingesteld zijn drukt u op de OFF knop e om het instellen te beëindigen. Bediening (afstandsbediening) Aansteken van het vuur t Open de gas afsluitkraan die in de gasleiding naar het toestel is gemon-teerd. t Druk de “O I” schakelaar g, op het gasregelblok, in de “I” positie. t Draai de bedieningsknop h, op het gasregelblok, in de ON positie. t Druk op de handzender de knoppen e en c gelijktijdig in. Een kort ge- luidssignaal zal de start bevestigen. Daarna zullen korte geluidssignaal-tjes (0,2 sec. toon, 1Hz.) volgen totdat de waakvlam en hoofdbrander worden ontstoken. Nadat de hoofdbrander is ontstoken gaat de vlam-hoogte automatisch naar de maximale stand. Mogelijke foutmeldingen t Lange signalen (0,8 sec. toon, 0,2 sec. rust) tijdens de ontsteking  batterijen van de ontvanger zijn bijna leeg. (Nadat dit signaal optreedt kan men nog ongeveer 10x het toestel inschakelen.) t 5 Seconden continu signaal  foutmelding. Bijvoorbeeld; één van de kabels is niet verbonden, de “O I” schakelaar staat niet in de “I” positie. t 5x Kort signaal (0,2 sec. toon, 0,2 sec. rust)  ontsteking van waakvlam en hoofdbrander is niet gelukt. Mogelijke oorzaak lucht in de waakvlamleiding.Belangrijk: Gaat de waakvlam uit, dan dient U minimaal 5 MINUTEN te wachten voordat men de bovenstaande handelingen herhaalt.
Instellen van de vlamhoogte t Na ontsteking van de brander gaat de vlamhoogte automatisch naar de maximale stand. t Druk continu op knop d om het vlambeeld te verlagen en om de brander uit te schakelen (doven van het vuur: “STAND BY”). Kort op toets d drukken verlaagt het vlambeeld geleidelijk. t Druk op toets c om het vlambeeld te verhogen. Kort op toets c drukken verhoogt het vlambeeld gelei- delijk. Uitschakelen van het toestel t Druk op toets d om het vlambeeld te verlagen en om de brander uit te schakelen. t Druk daarna op de “OFF” knop e om het gehele toestel, inclusief de waakvlam, uit te schakelen. t Wordt het toestel langere tijd niet gebruikt, dan is het aan te bevelen om de gas afsluitkraan in de toevo- erleiding dicht te draaien. Belangrijk: Wanneer door welke oorzaak dan ook de waakvlam dooft, 5 MINUTEN wachten alvorens de waakvlam opnieuw aan te steken. Storing Als blijkt dat de signalen van de afstandsbediening niet goed bij de kachel (ontvanger) aankomen, kan dit veroorzaakt worden door: t Lege batterijen: batterijen vervangen. t Een elektronisch probleem: oplossen door de “RESET” knop op de ontvanger in te drukken. t Indien het toestel zich regelmatig uitschakelt dient u kontact met uw installateur op te nemen. Bediening (handbediening) Als de batterijen leeg zijn of in geval dat de ontvanger defect is kan men de kachel ook met de hand bedienen. Hiervoor moet eerst de ontsteek (piëzo) kabel van de ontvanger worden ontkoppelt en die voorzichtig op de piëzo aansluiting van het gasregelblok worden geschoven. Aansteken en uitschakelen van het vuur
1. Open de gas afsluitkraan die in de gasleiding naar het toestel is
2. Druk de “O I” schakelaar g, op het gasregelblok, in de “I” positie.
3. Draai de motorknop i, op het gasregelblok, geheel rechtsom. De
knop maakt hierbij een tikkend geluid.
4. Draai de bedieningsknop h, op het gasregelblok, in de MAN positie
in de bedieningsknop wordt nu een opening zichtbaar j.
5. Druk bijvoorbeeld met een pen in de opening het metalen pennetje
in. Er stroomt nu gas naar de waakvlam.
6. Terwijl men het metalen pennetje ingedrukt houdt, dient men enkele
malen de (vierkante) ontsteekknop k (naast de “O I” schakelaar) in te drukken om de waakvlam te ontsteken. Door het glasraam kan men zien of de waakvlam brandt.
7. Als de waakvlam brandt, het metalen pennetje nog 10 seconden
ingedrukt houden en daarna loslaten. Gaat de waakvlam uit dan dient u minimaal 5 minuten te wachten voordat u de bovenstaande stappen herhaalt.
8. Draai de bedieningsknop h naar de “ON” positie.
9. Door de motorknop i linksom te draaien kan men de brander ontsteken en kan men de juiste vlamhoogte
10. Om het vuur te doven de motorknop i geheel rechtsom draaien, de waakvlam blijft branden
11. Om ook de waakvlam te doven moet u de “O I” schakelaar g op “O” zetten.
Eerste keer stoken Wanneer u uw gaskachel voor de eerste keer gebruikt, moet de haard ‘instoken’. Het toestel is voorzien van een hittebestendige laklaag die nog moet inbranden in de kachel. Dat kan een vervelende geur met zich meebrengen, maar is verder onschadelijk. We raden u aan de kachel circa drie uur te stoken op de hoogste stand waarbij u de ruimte goed ventileert. Verkleuren van wanden, plafonds en roosters Na het stoken van de haard kunnen wanden, plafonds en roosters verkleuren. Dit komt doordat stofdeeltjes verbranden in de convectiemantel. Dit is een natuurlijk proces waar WANDERS niet verantwoordelijk voor is. Om verkleuring te minimaliseren verwijzen wij naar het advies dat gegeven wordt in de sfeerhaardenbranche. Uw installateur kan u hierover informeren. Tijdens het instoken kan er aanslag komen op het keramische glas van de kacheldeur. Deze aanslag verwijdert u als het glas koud is eenvoudig met een licht vochtige doek. Eventueel gebruikt u speciaal schoonmaakmiddel voor keramische kookplaten. Op pagina 13 wordt beschreven hoe u het glas verwijderd. Let op vingerafdrukken Pas op dat u het gereinigde glas niet meer met de vingers aanraakt wanneer u de kacheldeur sluit. Vingerafdrukken branden in het glas. Tijdens de eerste keer stoken, berekent uw kachel zelf hoeveel tijd nodig is om de ingestelde temperatuur te bereiken. Op basis daarvan kiest uw haard de meest eciënte manier om het vertrek te verwarmen. Let erop dat er geen houtblokken voor de waakvlam liggen. Het gas moet vrijelijk naar de hoofdbrander kunnen stromen. De hoofdbrander bevindt zich onder de houtset. Voor een juiste opstelling van de keramische houtset, zie pag 15. Het is raadzaam in het stookseizoen de waakvlam te laten branden. Dat voorkomt eventuele condensvorming en mogelijk kalksporen aan de binnenzijde van de deur. Nieuwbouwwoning of recente renovatie? Wacht zes weken met stoken in een nieuwbouwwoning die recent is opgeleverd, of een ruimte die onlangs sterk is gerenoveerd. In muren en plafonds zitten dan nog gassen, weekmakers en vocht afkomstig van stuc- en schilderwerk. Door de warme luchtstromen, kunnen de vele stofdeeltjes in de ruimte verkleuren en vastplakken aan wanden en plafonds. Ook het vocht in de muren en plafonds wordt warm, wat gele vlekken kan veroorzaken.
Onderhoud Klein onderhoud Voorkom te veel stof en deeltjes van tabaksrook, kaarsen en olielampen in de lucht van uw woning. Verhitting van deze deeltjes, via het convectie systeem kan leiden tot verkleuring van wanden en plafond. Daarom dient men het vertrek waar het toestel staat altijd voldoende te ventileren. Verwijder regelmatig de eventuele aanslag achter de deur met een stofzuiger. Indien men op het toestel morst dient het onmiddellijk uitgezet te worden. Pas als het toestel is afgekoeld kan men het reinigen. Gebruik geen agressieve schoonmaak- en schuurmiddelen en geen kachelpoets. Jaarlijks onderhoud Uw gashaard moet minimaal één keer per jaar worden gecontroleerd en onderhouden door een erkend installateur. De volgende onderdelen worden dan nagekeken: t De dichtheid van de gas- en rookgasafvoer en de verbrandingsluchttoevoer. t De juiste werking van het gasregelblok, het thermokoppelcircuit (beveiliging tegen onverwachte gasuit- stroom) en het ontsteken van de hoofdbrander. t Het volledige kanalensysteem, inclusief de gevel- of dakdoorvoer en de uitmonding net daarbuiten. t Eventuele slijtage van afdichtingen van deuren en glasramen. t Schoongemaakt worden: de hoofdbrander, de waakvlam, de rookgasafvoer en de toevoer van de ver- brandingslucht. Stof in de kachel kan met een stofzuiger schoongemaakt worden. Veiligheid Een warmtebron van WANDERS, is meer dan alleen de haard in uw kamer. Ook het rookkanaal en de dak- en/of geveldoorvoer maken deel uit van het verwarmingssysteem. Alleen als uw gashaard is geïnstalleerd met het concentrische rookkanaal van WANDERS, kunnen wij u garanderen dat de kachel veilig brandt. Elke gashaard van WANDERS is voorzien van een thermokoppelbeveiliging. Dit voorkomt dat gas vrij uitstroomt als de waakvlam is uitgevallen. Een aantal aanbevelingen voor een veilig gebruik van uw gaskachel: t Stook uw gashaard alleen als hij goed gesloten is. Als het glas is gebroken, mag u de kachel niet gebruiken. t Voorkom dat kleine kinderen of hulpbehoevenden in de buurt van een brandende kachel komen en laat ze niet alleen als de haard brandt. Gebruik eventueel een haardscherm. t Laat kinderen nooit spelen met de afstandsbediening. t Giet of leg geen brandbare vloeistoen en materialen op de houtset. Dit kan de kachel onherstelbaar beschadigen. t Plaats geen brandbare materialen, bijvoorbeeld gordijnen, vlakbij de haard. Houd minimaal een afstand van 1,5 meter aan. t De gashaard mag alleen gerepareerd worden met originele onderdelen en door een erkend installateur. t Mocht om welke reden dan ook de waakvlam uitvallen, wacht dan vijf minuten voordat u de kachel weer ontsteekt. Mogelijke foutmeldingen Mocht uw gashaard niet naar wens functioneren, neem dan contact op met de verkoper van uw gaskachel of een erkend installateur. Mocht de waakvlam niet aanslaan, dan kunt u zelf actie ondernemen. t Controleer of de gastoevoer open staat. Mocht u deze niet kunnen vinden, neem dan contact op met uw installateur. t Mogelijke oorzaak is lucht in de waakvlamleiding. Wacht vijf minuten en ontsteek de kachel opnieuw. Lukt
dit opnieuw niet, schakel dan een erkend installateur in. Garantie Op uw inbouwgaskachel biedt WANDERS Metaalproducten B.V. te Netterden een garantie van 1 jaar na aankoopdatum, mits de haard op de juiste wijze is geïnstalleerd en wordt gebruikt volgens de aanwijzingen in deze handleiding. Onder de garantie vallen alle gebreken die te herleiden zijn tot materiaal- en constructiefouten. In die gevallen ontvangt u gratis nieuwe onderdelen. Arbeidsloon en andere kosten vallen niet onder de garantie. Defecte onderdelen kunt u franco toezenden aan WANDERS Metaalproducten B.V., Amtweg 4, 7077 AL, Netterden. Buiten de garantie vallen: storingen ontstaan door: onoordeelkundig gebruik; niet juiste naleving van de installatie- en bedieningsvoorschriften; installatie door een niet-erkend installateur; verwaarlozing van het toestel en het ombouwen van de haard naar een andere gassoort. Wanders is niet verantwoordelijk voor eventuele scheuren in sierpleisterwerk en verkleuringen van wanden, plafonds en/of roosters na het stoken van de haard. Verkleuringen kunnen ontstaan doordat stofdeeltjes verbranden in de convectiemantel. Om de kans op scheuren in sierpleisterwerk en eventuele verkleuringen te minimaliseren verwijzen wij naar het advies dat gegeven wordt in de sfeerhaardenbranche. Uw installateur kan u hierover informeren. Wanders adviseert ten allen tijde schouwbeluchting voor inbouw- en inzethaarden. Klachten worden in behandeling genomen nadat de verkooprma, installateur of het gasbedrijf een klacht heeft ingediend, vergezeld van een kopie van de aankoopbon met aankoopdatum. Reparaties geven geen recht op verlenging van de garantietermijn. Alle gevolgschade wordt uitgesloten. !10 Installatievoorschriften Cocos en Cocos tunnel Uw gashaard mag alleen geïnstalleerd worden door een bevoegd installateur en in combinatie met het concentrische kanalensysteem van WANDERS (M&G). Pas dan is de haard goedgekeurd volgens de Europese CE-norm voor gastoestellen. Wij bieden geen garantie wanneer de gaskachel onvolledig of onjuist is aangesloten en/of geïnstalleerd. Het kanalensysteem bestaat uit een binnenkanaal met een diameter van 100 millimeter en een buitenkanaal van 150 millimeter. De rookgassen worden door natuurlijke trek via het binnenste kanaal van 100 mm naar buiten afgevoerd, terwijl de verbrandingslucht tussen de kanalen van 100 mm en 150 mm wordt toegevoerd. Het toestel mag alleen geplaatst en aangesloten worden door een erkend installateur volgens de algemeen geldende gasinstallatievoorschriften en volgens onderstaande installatievoorschriften. Daarnaast gelden de nationale en lokale wet- en regelgeving voor plaatsing en gebruik van gesloten gastoestellen. Alleen een erkend installateur heeft de bevoegdheid om (volgens de voorschriften) de instelwaarden te veranderen en eventuele overige aanpassingen door te voeren. Voor de installatie van het toestel dient de installateur te controleren of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gassoort en druk waar het toestel op aangesloten wordt. Is dit niet het geval, dan mag de gaskachel niet worden aangesloten. Plaatsing De gashaard is ontworpen om in te bouwen in een nieuw te bouwen schouw van onbrandbaar materiaal. Als er zich brandgevaarlijk materialen achter of langs de gaskachel bevinden, moeten brandvrije platen geplaatst worden. De gashaard is zonder problemen te plaatsen in een kierdichte of mechanisch geventileerde woning. Hiervoor is geen extra beluchting voor de verbranding nodig. Een rookgasventilator is niet noodzakelijk. Rookgassen worden door natuurlijke trek via het binnenkanaal afgevoerd naar buiten. De zuurstof om de kachel te stoken, wordt tussen de kanalen aangevoerd. Het is om die reden verboden isolatie aan te brengen tussen het binnen- en buitenkanaal. Als gebruik wordt gemaakt van een bestaande schoorsteen, dient u eerst uw installateur te raadplegen. Als de schoorsteen eerder is gebruikt voor een hout of kolen openhaard moet deze vakkundig worden gereinigd. Isolatie In verband met de hoge buitenwandtemperaturen tot circa 150 graden Celsius (300 graden Fahrenheit) is het verboden brandbare materialen in de nabijheid van het kanalensysteem toe te passen. Het hele concentrische kanalensysteem moet brandvrij omkokerd worden tussen de plaats waar deze uit het zicht verdwijnt tot de uitmonding in gevel of dak. Ventileer het omkokerde concentrische kanaal door (per verdieping) nabij vloer en plafond een rooster te plaatsen. Gebruik universele muurbeugels met een diameter van 150 millimeter voor het bevestigen van het concentrische kanalensysteem. Als er gebruik wordt gemaakt van een bestaande schoorsteen, dient u eerst na te gaan of deze schoorsteen voldoende is geïsoleerd en een voldoende diameter heeft voor het concentrische kanalensysteem. Als de schoorsteen eerder is gebruikt voor een hout of kolen openhaard moet deze vakkundig worden schoongemaakt. Voor aansluiting van een gashaard op een bestaande schoorsteen, moet u de speciale aansluitset van WANDERS gebruiken. Gasaansluiting t De kachel wordt standaard geleverd met een bedieningsluik. t Plaats het bedieningsluik aan de rechter of de linker zijde van de kachel. t Gebruik in de toevoerleiding een goedgekeurde G3/8” stopkraan met koppeling. !11
t Ontlucht de toevoerleiding voordat het toestel wordt vastgekoppeld. t Vermijd spanningen op de bedieningskraan en leidingen. Dit geeft kans op gaslekkage. t Controleer de aansluiting op gasdichtheid. t Pas op dat men bij het plaatsen van het bedieningsluik de waakvlamleiding of de branderleiding niet beschadigd. Plaatsen van het concentrische kanalensysteem Het toestel is in combinatie met het WANDERS concentrisch kanalensysteem (Ø100 mm - Ø150 mm) goedgekeurd volgens de Europese CE-norm voor gastoestellen, en mag daarom uitsluitend met dit systeem worden toegepast. De garantie op het toestel vervalt indien deze (geheel of gedeeltelijk) is geïnstalleerd met een ander kanalensysteem. Het WANDERS concentrische kanalensysteem (Ø100 mm - Ø150 mm) is toe te passen bij nieuwbouw of bij een bestaand rookkanaal. Voorschriften voor het plaatsen van de uitmonding De uitmonding van het kanalensysteem kan men bovendaks plaatsen, of tegen een zijgevel. Uitmonding bovendaks Bij plaatsing bovendaks, moet de uitmonding minimaal 50 centimeter zijn verwijderd van dakranden met uitzondering van de eventueel aanwezige nok. Houd ook rekening met de plaats van de uitmonding ten opzichte van ventilatieopeningen, beweegbare ramen en verbrandingsluchttoevoervoorzieningen. Raadpleeg de nationale en regionale voorschriften. Uitmonding in de gevel Bij plaatsing in een zijgevel, moet de uitmonding minimaal 50 centimeter zijn verwijderd van hoeken van het gebouw, dakoverstekken, dakgoten, balkons en dergelijke. Die afstand is niet nodig als de uitmonding doorloopt tot tenminste de voorzijde van het overstekende deel. Houd ook rekening met de plaats van de uitmonding ten opzichte van ventilatieopeningen, beweegbare ramen en voorzieningen voor de verbrandingsluchttoevoer. Raadpleeg de nationale en regionale voorschriften. Opstellingsmogelijkheden kanalensysteem De totale lengte van het kanaalsysteem mag nooit meer zijn dan 10 meter exclusief de doorvoer door de muur en de uitmonding. De maximale horizontale lengte is 3 meter. Een haakse bocht van 90 graden geldt als een lengte van 2 meter. Voor een bocht van 45 graden is de rekenlengte 1 meter. Voor de gecombineerde rookgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer moet u één van de volgende opstellingsmogelijkheden gebruiken van het WANDERS concentrische kanalensysteem: met muurdoorvoer, met dakdoorvoer of dakdoorvoer met versleping. In verband met de hoge buitenwand temperaturen (tot ± 150°C) mag men geen brandbare materialen in de nabijheid van het kanalen systeem toepassen en/of plaatsen. Daarom dient men het gehele concentrisch kanalen systeem, tussen de plaats waar deze uit het zicht verdwijnt en de uitmonding, na montage te omkokeren met een hittebestendig materiaal. Ventileer het omkokerd concentrisch kanaal door (per verdieping) nabij de vloer en plafond een rooster te plaatsen.
Min. 50 cm Min. 50 cm12 Het concentrische kanaal mag niet geisoleerd worden. Gebruik universele muurbeugels Ø150 mm voor het bevestigen van de omkokering van het concentrische kanalensysteem [Ø100 mm - Ø150 mm]. Maak een keuze uit de aansluitingsmogelijkheden. Bouw dan de eerste meter concentrische pijp op vanaf het contradeel in het toestel. U weet dat de montage correct is als u van boven af de blauwe, rubberen afdichtring in de pijp kunt zien. Houd verder een afstand aan van minimaal 5 centimeter tussen de buitenkant van de concentrische pijp en wand of plafond. Start altijd met 1 meter verticaal. Let vooral op een juiste montage als -door bouwkundige omstandigheden- een deel van het dubbelwandige pijpensysteem moet worden ingebouwd. Gassoort A (min.-max.) B (min. - max.) Stuwplaat Gassoort A (min. - max) Stuwplaataardgaspropaanbutaan1,0 - 3,0 m 0 - 0,5 m Ø 70 mmØ 80 mmØ 80 mmaardgaspropaanbutaan5,0 - 10,0 m Ø 50 mmØ 50 mmØ 50 mmaardgaspropaanbutaan1,2 - 3,0 m 1,0 - 3,0 m NEE NEE NEE aardgaspropaanbutaan1,0 - 5,0 m Ø 70 mmØ 70 mmØ 70 mmalle maten zijn exclusief de lengte van de muurdoorvoer alle maten zijn exclusief de lengte van de dakdoorvoerGassoort B (min. - max.)A1 (min. - max.)A1 + A2 (min. - max.)Stuwplaataardgaspropaanbutaan1 - 3 m 1 - 10 m 1 - 10 m NEE NEE NEE (A1 + A2 : B) : 1 Verhouding verticaal tot horizontaal (of
omhoog) is altijd minimaal 2 op 1alle maten zijn exclusief de lengte van de dakdoorvoer
Geveldoorvoer t Plaats altijd eerst een meter vertikaal voordat u de geveldoorvoer maakt. t De maximale lengte voor een horizontaal segment is 3 meter. t Bepaal de plaats van het toestel en de geveldoorvoer. t Maak voor de geveldoorvoer een gat Ø 160 mm. t Sluit de geveldoorvoer met een bocht aan op de uitmonding van het toestel. Druk deze aan en breng de klembanden aan. De blauwe, rubberen ring zorgt voor voldoende afdichting van het verbrandingsgas afvoersysteem. t Staat het toestel verder dan 1 meter van de gevel, plaats dan eerst de verticale meter pijp op het toestel, dan de bocht, vervolgens de geveldoorvoer en maak deze tot slot gasdicht. Dakdoorvoer Een dakdoorvoer kan op elk punt van het dak uitmonden, eventueel met een versleping naar de nok. De dakdoorvoer wordt geleverd met een universeel verstelbare pan voor een schuin dak, of met een plakplaat voor een plat dak. t Bepaal de plaats van het toestel en de dakdoorvoer. t Maak voor de dakdoorvoer een gat Ø 160 mm. t Sluit de pijpen verticaal aan op de uitmonding van het toestel, druk deze aan en breng de klemband aan. t Bepaal de lengte van de benodigde pijpen en zorg ervoor dat de plakplaat of de universele pan goed aansluit op het dak. t Zaag de buitenpijp af op de goede lengte en sluit de dakdoorvoer aan op de concentrische pijpen. Eerst het pijpensysteem aanbrengen, dan het toestel plaatsen U kunt ook het concentrische pijpensysteem aanbrengen voordat u het toestel plaatst. Zorg er dan voor dat u de aansluiting op het toestel van inschuifbare pijp maakt. Openen van de deur t Afdekring verwijderen. t Bovenste 2 glasklemmen verwijderen (pas op dat de ruit niet voorover valt). t Onderste 2 glasklemmen alleen een paar slagen los draaien. t Glasruit voorzichtig verwijderen. Pas op dat u het gereinigde glas niet meer met de vingers aanraakt wanneer u de kacheldeur sluit. Vingerafdrukken branden in het glas. !14 Het plaatsen van de haard WANDERS adviseert schouwbeluchting bij alle haarden die worden ingebouwd. t Het toestel dient te worden ingebouwd in een schouw van onbrandbaar materiaal. Als er zich brand- gevaarlijk materialen achter of langs de gaskachel bevinden, moeten brandvrije platen geplaatst worden. t De schouw dient voorzien te zijn van convectieroosters aan de onder en de bovenzijde zoals aangegeven op onderstaand guur. t De minimum afstand van het toestel tot de achterwand bedraagt 10 cm. De minimum afstand links of rechts van de kachel bedraagt 10 cm. t Het toestel dient op een voldoende stevige vloer geplaatst te zijn. t Men mag geen brandbare materialen zoals bijvoorbeeld gordijnen in de nabijheid van het toestel toepas- sen en/of plaatsen de minimale veilige afstand is 1,5 m. Montage stuw Afhankelijk van de lengte en vorm van het concentrische kanalensysteem Ø100 - Ø150 mm en de uitmondingsconstructie dient men een stuw met een diameter van Ø50, Ø70 mm of Ø80 mm volgens de tabellen op pagina 12 in de bovenzijde van de verbrandingskamer te monteren. De standaard doorlaat voor de rookgassen is Ø 100 mm. Zorg ervoor dat de stuw juist gemonteerd wordt. Montage van de stuw in een foutieve situatie kan storingen aan het toestel veroorzaken.
Houtset plaatsen De houtset kan geplaatst worden door de afdekring weg te halen en het glas voorzichtig te verwijderen zoals aangegeven op pagina 13. Plaats nu de houtblokken 8 stuks volgens onderstaande foto’s. Denk er wel aan dat de blokken exact volgens het voorbeeld geplaatst worden. Plaats eerst de achterstam. Daarna het gloeiwol op de brander. Dan de rest van de stammen. Als alles volgens de foto’s ligt kunt u de tussen ruimtes opvullen met schors (denk eraan geen schors op de brander leggen). De ruit voorzichtig weer terug plaatsen. Daarna de afdekring weer terug plaatsen. Zorg ervoor dat u het glas niet met de vingers aanraakt wanneer u het terugplaatst. Vingerafdrukken branden in het glas. Zorg ervoor dat de deur weer correct wordt teruggeplaatst en gesloten, voordat u de haard aansteekt. Voorkom dat een blok voor de waakvlam komt te liggen. De hoofdbrander kan dan niet gaan branden en onverbrand gas kan zich verzamelen in de kachel. In dat geval dient u de waakvlam te doven en uw installateur te waarschuwen. Het is verboden extra keramische (hout-)blokken of ander materiaal toe te voegen aan de houtset. Gebruik van vermiculiet korrels is verboden (propaan). De kachel werkt dan niet naar behoren en kan onherstelbaar beschadigen. Keramische houtblokken mag u alleen vervangen door dezelfde soort blokken van WANDERS
houder stelpoot HCO.0122
OmschrijvingStruct. nr. AantalPos
Cocos tunnel opvulplaat magneet HCO.0126
BEV200506425 afdekplaat glas inbouw HCO.0125
sam inlegplaat SCO.0103
houder stelpoot HCO.0122
OmschrijvingStruct. nr. AantalPos
Notice-Facile