SMO210TRP - Soundbar SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SMO210TRP SAMSUNG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Soundbar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SMO210TRP - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SMO210TRP van het merk SAMSUNG.
GEBRUIKSAANWIJZING SMO210TRP SAMSUNG
- Compruebe que el tiempo de “SECUENCIA” del menú CON- FIGURACION está correcta- mente ajustado. El sistema no se enciende No aparece nada en la pantalla El sistema no graba La reproducción no funciona Cuando en la pantalla no aparez- ca el modo Auto Secuencia Switch <Cambio de secuencia automático>COLOR MONITOR SMO-150TRN(P) SMO-210TRN(P) GebruikershandleidingVerklaring van grafische symbolen Het symbool dat bestaat uit een bliksemschicht met pijlpunt in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld als waarschuwing voor de aanwezigheid van ongeï- soleerde ‘gevaarlijke stroomspanning’ in de behuizing van het product; deze kan zo groot zijn dat er risico bestaat op elektrische schokken. Het uitroepteken binnen een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen dat er belan- grijke bedienings- en onderhoudsinstructies te vinden zijn in de documentatie die bijgevoegd is bij het appa- raat. Waarschuwing-Stel deze monitor niet bloot aan regen of vocht, dit om brand en elektrische schokken te voorkomen. BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN Let op De netspanning staat aangegeven op de achterkant van het apparaat. Het bevat onderdelen die onder hoogspanning staan. Als u de behuiz- ing verwijdert, dan kunnen brand of elektrische schokken het gevolg zijn. Verwijder de behuizing niet zelf. (De bedieningsknoppen bevin- den zich vóór op de monitor.)
1. Lees de instructies: U dient alle veiligheids- en bedieningsinstructies
eerst te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
2. Bewaar de instructies: U dient de veiligheids- en bedieningsinstruc-
ties te bewaren om later na te kunnen lezen.
3. Let op de waarschuwingen: U dient alle waarschuwingen op de
monitor en in de handleiding ter harte te nemen.
4. Volg de aanwijzingen op: U dient alle bedienings- en gebruiksaanwi-
jzingen op te volgen.
5. Reinigen: Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het toestel
reinigt. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of spuitbussen. Gebruik voor het schoonmaken een vochtige doek. Uitzondering. Als de monitor bedoeld is om ononderbroken gebruikt te worden en om een bepaalde reden, bijvoorbeeld de mogelijkheid dat de authorisatiecode voor een CATV-converter verloren gaat, de stroomtoevoer niet onderbroken mag worden voor schoonmaak of enig ander doel, dan kunt u de aanwijzing m.b.t. het onderbreken van de stroomtoevoer in onderdeel 5 negeren.
6. Aansluitingen: Gebruik geen aansluitingen die niet door Samsung
zijn aanbevolen, dit om gevaarlijke situaties te voorkomen.
7. Water en vocht: Gebruik de monitor niet nabij water, bijvoorbeeld
een badkuip, wastafel, keukenaanrecht of waskuip, in een vochtige kelder of bij een zwembad of in dergelijke omgevingen.
8. Accessoires: Plaats deze monitor niet op een niet-stabiele voet, sta-
tief, verrijdbaar onderstel, bevestigingsbeugel of tafel. De monitor zou kunnen vallen, met alle risico’s op verwondingen voor kinderen of volwassenen of ernstige schade aan het apparaat vandien. Gebruik alleen verrijdbare onderstellen, voeten, statieven, bevestigingsbeugels of tafels die door Samsung zijn aanbevolen, of die bij de monitor verkocht worden. Als u de monitor ophangt, dient u de aanwijzingen van Samsung te volgen, en ophangmiddelen te gebruiken die door Samsung zijn aanbevolen.
9. Ventilatie: De gleuven en openingen in de kast zijn bedoeld voor
ventilatie. Ze dienen voor de goede werking van het apparaat en om het te beschermen tegen oververhitting. U dient deze openingen dan ook nooit te blokkeren door de monitor op een bed, bank, kleed of soortgelijk oppervlak te plaatsen. Deze monitor mag nooit bij of op een radiator of verwarmingsapparaat geplaatst worden. Deze monitor mag niet in een inbouwinstallatie of –rek (zoals een boekenkast) geplaatst worden tenzij u voor goede ventilatie zorgt of de aanwijzin- gen van Samsung heeft opgevolgd.
10. Netspanning: Gebruik alleen het type stroombron zoals aangegeven
op het label van de monitor. Weet u niet zeker wat voor type stroom- bron aanwezig is op de plek waar u de monitor wilt plaatsen, raad- pleeg dan uw Samsung-dealer of het plaatselijke energiebedrijf.
11. Aarding: Voor beeldschermen die voorzien zijn van een driepolige
geaarde stekker. Deze stekker past alleen in een geaard stopcontact. Dit is een veiligheidsmaatregel. Als u de stekker niet in het stopcon- tact krijgt, dan moet u een elektricien vragen om uw stopcontact te vervangen. Negeer het veiligheidsaspect van de geaarde stekker niet.
12. Stroomvoorziening: Let op de kabels – Stroomkabels moeten zo
worden gelegd dat mensen er niet op kunnen trappen en zo dat ze niet in de knel kunnen komen doordat er andere voorwerpen op of tegen worden geplaatst. Let vooral op stekkers, stopcontacten en op de plek waar de kabel aan de monitor vastzit.
13. Bliksem: Wanneer er onweer is, of wanneer u de monitor langere
tijd niet gebruikt, dient u voor extra veiligheid de stekker uit het stopcontact te trekken. Zo voorkomt u schade aan het apparaat in geval van bliksem of spanningspieken.
14. Overbelasting: Voorkom overbelasting van stopcontacten of ver-
lengsnoeren omdat anders het risico van brand of elektrische schok kan ontstaan.
15. Objecten en vloeistoffen in het apparaat: Probeer nooit om voorw-
erpen, wat dan ook, door de openingen van de monitor te duwen of steken. U zou punten met hoge spanning kunnen aanraken, of kort- sluiting kunnen maken, en zo brand of elektrische schokken kunnen veroorzaken. Mors nooit vloeistof op de monitor.
16. Reparaties: Probeer niet zelf de monitor te repareren, aangezien het
openen of verwijderen van de behuizing u bloot kan stellen aan gevaarlijk hoge spanning of andere gevaren. Laat alle onderhoud over aan een gekwalificeerd technicus.
17. Schade die reparatie nodig maakt: Haal de stekker uit het stopcon-
tact en roep de hulp in van een gekwalificeerd technicus in de vol- gende gevallen: a. Wanneer het stroomsnoer of de stekker beschadigd is. b. Als er vloeistof is gemorst op, of objecten zijn gevallen in het Ned-2 LET OP : VERWIJDER DE BEHUIZING (OF ACHTERKANT) NIET, DIT OM ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VOORKOMEN. DIT APPARAAT BEVAT GEEN ONDERDELEN DIE DE
NIET OPENEN LET OPapparaat. c. Als de monitor is blootgesteld aan regen of water. d. Als de monitor niet normaal functioneert, ondanks dat u de gebruiksaanwijzingen volgt. Kom alleen aan knoppen die in de gebruikershandleiding worden genoemd. Het onjuist instellen van andere knoppen kan schade veroorzaken of slechts na veel werk door een gekwalificeerd technicus de monitor weer geschikt maken voor gebruik. e. Als de monitor is gevallen of als de behuizing beschadigd is. f. Als de monitor duidelijk anders functioneert dan eerst – dit is een indicatie dat onderhoud noodzakelijk is.
18. Vervangende onderdelen: Wanneer bepaalde onderdelen moeten
worden vervangen, mogen alleen vervangingsonderdelen worden gebruikt die door Samsung zijn voorgeschreven of die dezelfde eigenschappen hebben als het oorspronkelijke onderdeel.
19. Veiligheidscontrole: Nadat de monitor onderhoud heeft ondergaan
2. Een alarmsysteem aansluiten.............................................Ned-6
3. Een deurbeldetector aansluiten..........................................Ned-6
4. Een gewoon beeldscherm aansluiten.................................Ned-6
2. Als u wilt kijken naar het LIVE/P.B./TRIPLEX-scherm ..Ned-7
3. Als u wilt kijken in volledig schermmodus.......................Ned-7
4. Als u wilt kijken in sequentiële schermmodus..................Ned-7
7. Als u wilt kijken in Beeld In Beeld-schermmodus ...........Ned-8
8. Wanneer u de uitvoer van de videorecorder
wilt bekijken......................................................................Ned-6
9. Wanneer u het gebeurtenisherhalingwilt bekijken.............Ned-8
10. Wanneer u een deurbelscherm wilt bekijken...................Ned-8
Hoofdstuk 5: Instellingen in het optiemenu ...............................Ned-8
2. Intensief opnemen van alarm en beweging op een
kanaal.................................................................................Ned-14 Hoofdstuk7: Alarm, beweging, camerauitval en deurbel .........Ned-14
1. Bij het optreden van een alarm..........................................Ned-14
2. Bij het optreden van beweging .........................................Ned-15
3. Bij het optreden van camerauitval.....................................Ned-15
4. Wanneer de deurbel gaat....................................................Ned-16
Appendix........................................................................................Ned-16 Specificaties ............................................................................Ned-16 Problemen oplossen ................................................................Ned-17 Hoofdstuk 1: Overzicht Overzicht Dit product is een apparaat waarmee u de signalen van maximaal acht camera’s tegelijkertijd op één videorecorder kunt opnemen. U kunt die signalen achtereenvolgens per frame of met tussenpozen opnemen, en u kunt een bepaald kanaal naar keuze afspelen. U heeft de beschikking over drie schermmodi op één enkele monitor: LIVE- modus (huidige situatie bekijken), P.B.-modus (gebeurtenissen her- halen) en LIVE + P.B.-modus. Functies en mogelijkheden
- U kunt de verschillende functies instellen met menuknoppen.
- U kunt tot acht camera’s aansluiten, in kleur of in zwart-wit.
- U kunt de invoer van maximaal acht camera’s op één scherm bek- ijken dankzij de verschillende schermonderverdelingsmodi.
- U kunt het live-scherm en het terugspeelscherm tegelijkertijd op dezelfde monitor weergeven.
- U kunt een scherm tot twee keer zo groot weergeven met de zoom- functie.
- U kunt de bewegingsdetectiefunctie van de camera gebruiken.
- U kunt een bepaald scherm binnen het hoofdscherm volgen met de functie SPOT.
- U kunt het hoofdscherm tegelijkertijd op een andere monitor bek- ijken met de functie SLAVE.
- U kunt desgewenst schermen stilzetten met de functie FREEZE (bevriezen).
- U kunt kanalen na elkaar bekijken in sequentiële modus.
- U kunt de weergegeven schermen verbergen met de functie Verborgen camera.
- Het systeem heeft datum-, tijd- en alarmindicatoren die op nul kun- nen worden gezet.
- Als er een alarm optreedt, wordt het woord “GEHEUGEN” weergegeven op het scherm en klinkt er een waarschuwingsgeluid. Als dit gebeurt kunt u op Enter (in het midden van de draaischijf) drukken. Tot 16 frames voor en na het gegenereerde alarm kunnen dan in het gebeurtenisherhalingsvenster worden weergegeven. Alarmsituaties worden opgenomen in de GEHEUGEN LIJST. De alarmfunctie werkt alleen als er een alarmsysteem is aangesloten.
- Als de functie kanaaluitvaldetectie het uitvallen van een kanaal Ned-3detecteert, wordt het woord “GEHEUGEN” op het scherm weergegeven en klinkt er een waarschuwingsgeluid. Als dit gebeurt kunt u op Enter (in het midden van de draaischijf) drukken. Tot 16 frames voor en na de gedetecteerde kanaaluitval kunnen dan in het gebeurtenisherhalingsvenster worden weergegeven. Kanaaluitval wordt opgenomen in de GEHEUGEN LIJST.
- Dankzij de functie deurbelverbinding wordt, zodra er iemand op de bel drukt, het huidige beeld overgeschakeld naar het deurbelbewak- ingsbeeld, in volledig schermmodus, en klinkt er een waarschuwingsgeluid. Op dat moment wordt er één instantbeeld opgenomen in de “DEURBEL LIJST”. Er passen maximaal acht beelden in de “DEURBEL LIJST”. U kunt opgeslagen beelden weergeven op het scherm. De deurbelfunctie is alleen beschikbaar als er een deurbeldetector is aangesloten. Namen en functies van de onderdelen Voorpaneel/afstandsbediening A. De knop POWER Hiermee zet u het apparaat aan en uit.
Hiermee schakelt u over naar energiebesparingsmodus. C. VOLUME +/- Hiermee stelt u het geluidsvolume in. D. TALK Hiermee kunt u met bezoekers die aan de deur staan communiceren in tweewegmodus.
Hiermee stuurt u voor een bepaalde tijd besturingssignalen naar een extern apparaat. U kunt deze functie aanpassen aan uw systeem. (Als bijvoorbeeld de deurbel gaat kunt u met de knop AUX CON- TROL de betreffende camera naar de bezoeker draaien en deze identi- ficeren voordat u de deur opent .)
F. LIVE/P.B./TRIPLEX
Hiermee wijzigt u de weergavemodus. Door herhaald op deze knop te drukken schakelt u tussen de modi LIVE (huidige situatie), P.B. (gebeurtenis herhalen) en TRIPLEX (combinatie van beide). G. SET Hiermee gaat u naar het in het hoofdmenu geselecteerde submenu. H. DRAAISCHIJF (LINKS, RECHTS, ENTER) Druk de schijf naar LINKS als u de camera naar links wilt draaien, en naar RECHTS als u hem naar rechts wilt draaien. In het midden vindt u de knop ENTER. Met de draaischijf kunt u een inzoomgebied op het scherm verplaatsen, of door de menu-onderdelen of kanalen bladeren. Druk op ENTER om een onderdeel te selecteren, een submenu te kiezen of om gebeurtenissen te herhalen.
Hiermee geeft u het optiemenu weer op het scherm. J. MULTISCREEN Hiermee schakelt u over naar een onderverdeeld scherm. Door herhaald op deze knop te drukken schakelt u tussen 4-voudige, 8-voudige en 9-voudige onderverdeling. Alleen de 9-voudig en 16-voudig onderverdeelde schermen zijn beschikbaar in TRIPLEX-modus. K. SEQUENCE (sequentie) Wanneer u hierop drukt in volledig scher- mmodus, worden de kanalen automatisch achtereenvolgens telkens voor een bepaalde tijd weergegeven. L. FREEZE Zet het geselecteerde scherm stil. Meer infor- matie vindt u in de paragraaf “Als u wilt kijken in FREEZE-schermmodus” op pagina Ned-7. M. PIP Hiermee selecteert u de PIP-modus. PIP staat voor “Picture In Picture”, oftewel Beeld In Beeld. N. ZOOM Wanneer u hierop drukt in volledig schermmodus, dan wordt het beeld vergroot. Door herhaaldelijk op deze knop te drukken vergroot u het scherm eerst twee keer, dan vier keer en dan keert u terug naar nor- male weergave. Met de draaischijf kunt u het ingezoomde beeld ver- plaatsen. O. Cijfertoetsen(0 ~ 9) Druk op het kanaalnummer als u dit in volledig schermmodus wilt bekijken. U kunt ook op de knop SYSTEM ID drukken en dan op het nummer drukken van het systeem dat u op afstand wilt besturen. P. ZOOM(TELE/WIDE) Deze knop zit alleen op de afstandsbediening. Hij werkt alleen als u een camera (SOC-420(P), SOC-920(P), afzonderlijk verkrijgbaar) heeft aangesloten op het systeem. Q. FOCUS(FAR/NEAR) Deze knop zit alleen op de afstandsbediening. Hiermee stelt u de camera scherp. Hij werkt alleen als u een camera (SOC-420(P), SOC- 920(P), afzonderlijk verkrijgbaar) heeft aangesloten op het systeem. R. IRIS(CLOSE/OPEN) Deze knop zit alleen op de afstandsbediening. Deze knop dient voor het instellen van de iris. Hij werkt alleen als u een camera (SOC- Ned-4Ned-5 420(P), SOC-920(P), afzonderlijk verkrijgbaar) heeft aangesloten op het systeem. S. ONEAF Hiermee wordt de geselecteerde camera éénmaal automatisch scher- mgesteld in de huidige status. Deze knop zit alleen op de afstandsbe- diening. Hij werkt alleen als u een camera (SOC-420(P), SOC-920(P), afzonderlijk verkrijgbaar) heeft aangesloten op het systeem.
Hiermee selecteert u het systeem dat u met de afstandsbediening wilt besturen. Deze knop zit alleen op de afstandsbediening.
Met deze knop van de afstandsbediening zet u het geselecteerde System ID terug op de standaardwaarde (1). Achterpaneel A. CAMx (RJ-45) Aansluitingen voor videocamera’s U kunt maximaal acht camera’s met RJ-45-stekers aansluiten. B. CAMx (BNC) Aansluitingen voor videocamera’s U kunt maximaal acht camera’s met BNC-stekers aansluiten. Let op Op één kanaal mag ofwel een RJ-45- ofwel een BNC-type camera worden aangesloten. Als u op beide aansluitingen voor één kanaal een camera aansluit zal er signaalinterferentie op gaan treden. C. Videorecorder
- Aansluiting voor de videorecorder (6-pins).
- TRIGGER: Uitgang voor trigger-signalen voor de videorecorder
- VIDEO IN/OUT: In- en uitgang voor de videorecorder
- AUDIO IN/OUT: In- en uitgang voor geluidssignalen voor de video- recorder D. AUX
- Aansluiting voor een ander apparaat (4-pins).
- SPOT VIDEO OUT: Aansluiting waarmee u een bepaald kanaal bin- nen het hoofdscherm kunt bekijken op een extra aangesloten moni- tor.
- SPOT AUDIO OUT: Aansluiting waarmee u kunt luisteren naar het geluid van het opgegeven kanaal op de extra aangesloten monitor.
- SLAVE VIDEO OUT: Aansluiting waarmee u het huidig weergegeven hoofdscherm kunt weergeven op de extra aangesloten monitor. E. ALARM
- A/O (HOT/COLD): Wanneer een alarm optreedt wordt het activer- ingssignaal verzonden.
- A/R: Sluit dit aan op de alarm reset-aansluiting van de videorecorder. Wanneer een alarm wordt gegeven, dan wordt een puls verzonden.
- G: Sluit dit aan op de aarde-aansluiting van de videorecorder. F. ~AC IN Aansluiting voor het netsnoer. Hoofdstuk 2: Installatie De installatieomgeving In dit hoofdstuk vindt u de eisen die gesteld worden aan de omgeving opdat installatie en gebruik op veilige manier kunnen plaatsvinden. Stel het product op op een vlakke tafel of in een inbouwrek. Het mag alleen gebruikt worden wanneer het waterpas staat, en niet verti- caal of scheef. De plek waar het hoofdsysteem wordt geïnstalleerd en de inrichting van de aansluitkamer zijn zeer belangrijk voor het goede func- tioneren van het systeem. Wanneer de producten te dicht op elkaar wor- den opgesteld of wanneer de opstelplek slecht is geventileerd, dan kan het systeem niet goed werken en kan het onderhoud van het systeem moeilijk worden. Zorg voor voldoende luchtcirculatie in de ruimte waar het systeem staat en zet de behuizing van het hoofdsysteem goed vast, zodat storingen worden voorkomen en defecten door omgevingsoorzaken worden gemi- nimaliseerd. Binnenin zitten onderdelen die onder hoogspanning staan. Open de behuizing niet zonder goede reden. Stel het product op op een plek die voldoet aan de volgende omgeving- seisen. Zorg ervoor dat het systeem binnen de hieronder gegeven temper- atuur- en vochtigheidsgrenzen blijft:
- Gebruikstemperatuur : 0 °C ~ 40 °C
- Opslagtemperatuur : -20 °C ~ 60 °C
- Gebruiksvochtigheid : 20% ~ 85% relatieve vochtigheid
- Opslagvochtigheid : 20% ~ 95 relatieve vochtigheid
- Ingangsspanning : AC 100 ~ 240Vwisselstroom
- Frequentie: 50-60 Hz Let op Wanneer u het product gebruikt moet de ingangsspanning binnen 10 % van de nominale spanning blijven en de externe netvoeding moet geaard zijn. Zo niet, dan kunnen elektrische schokken of storingen het gevolg zijn. Sluit geen warmteproducerende apparaten zoals haardrogers, strijkijzers of koelkasten aan op hetzelfde stopcontact als het product, anders kunnen brand of storingen optreden. Gebruik van een automatische spanningsregelaar wordt zeer aanbevolen om een constante spanning te garanderen. Let erop dat u een ferrietkern op de aansluiting aanbrengt om elektro- magnetische interferentie te beperken. Uitpakken Verwijder de deksel van de verpakking en plaats het product op een vlak en veilig oppervlak of op de plek waar het moet worden geïn- stalleerd. Controleer of alle volgende apparaten en accessoires bij het hoofdsysteem zijn meegeleverd.Ned-6 Hoofdstuk 3: Externe apparaten aansluiten Het product kan aangesloten worden op een extern apparaat zoals een monitor, videorecorder, alarmsysteem, deurbeldetector, enz. In dit hoofdstuk leest u hoe u die externe apparaten aansluit. Let op Let erop dat u niet meer dan 2 V invoert vanaf de camera, video of audiobron, anders kunnen storingen optreden.
1. Een timelapse-videorecorder (of normale
videorecorder) aansluiten
1) Sluit de 6-pinssteker aan op de VCR-aansluiting op het achterpa-
2) Sluit de VIDEO UIT-steker aan op de VIDEO IN-aansluiting van
3) Sluit de VIDEO IN-steker aan op de VIDEO OUT-aansluiting van
4) Sluit de AUDIO UIT-steker aan op de AUDIO IN-aansluiting van
5) Sluit de AUDIO IN-steker aan op de AUDIO OUT-aansluiting
van de videorecorder.
6) Sluit de TRIGGER-steker aan op de REC TRIGGER OUT-
aansluiting van de videorecorder.
7) Verbind de A/O (HOT)-aansluiting op het achterpaneel met de
ALARM IN-aansluiting van de videorecorder.
8) Verbind de A/O (COLD)-aansluiting op het achterpaneel met de
aarde-aansluiting van de videorecorder.
9) Verbind de A/R-aansluiting op het achterpaneel met de ALARM
RESET-aansluiting van de videorecorder.
10) Verbind de G (aarde)-aansluiting op het achterpaneel met de
aarde-aansluiting van de videorecorder. Let op De aansluitingen REC TRIGGER OUT en ALARM kunnen een andere naam hebben, afhankelijk van het type timelapse-video- recorder. Controleer de namen van de aansluitingen goed voordat u de verbindingen maakt.
2. Een alarmsysteem aansluiten
Sluit de alarminstallatie en het alarmsysteem aan volgens de aanwi- jzingen in de gebruikershandleiding van de alarminstallatie.
3. Een deurbeldetector aansluiten
Sluit de camera’s en de deurbeldetector aan volgens de aanwijzingen in de gebruikershandleiding van de deurbeldetector.
4. Een gewoon beeldscherm aansluiten
Sluit het gewone beeldscherm aan op de SPOT VIDEO OUT- aansluiting, zodat u een bepaald kanaal binnen het hoofdscherm kunt bekijken. Sluit de dochtermonitor aan op de SLAVE VIDEO OUT- aansluiting, zodat u de huidige situatie ook daar kunt bekijken. Hoofdstuk 4: Normaal gebruik
1) Zet het apparaat aan met de knop POWER.
Wanneer u het apparaat voor het eerst aanzet worden het 9-voudig gesplitste scherm op de monitor weergegeven. Kanalen die nu geen invoer hebben worden weergegeven met een blauw scherm, en er is verlies van video. (Als u het apparaat heeft ingesteld wor- den de instellingen onthouden wanneer u het apparaat uitzet. Als u dan het apparaat weer aanzet, zal het opstarten met de laatst gebruikte instellingen.)
2) Kies de weergavemodus
- Volledig schermmodus: Als er een onderverdeeld scherm wordt weergegeven, kiest u het gewenste kanaal met de draaischijf en drukt u op de knop ENTER (midden in de draaischijf). Het gese- lecteerde kanaal wordt weergegeven in volledig schermmodus.
- Meervoudig schermmodus: Druk op de knop MULTISCREEN als u het scherm wilt onderverdelen. U kunt kiezen welke kanalen u wilt weergeven op het onderverdeelde scherm.
- Sequentiële modus: Druk op de toets SEQUENCE. De kanalen VIDEO IN AUDIO
- Stilstaand schermmodus: U kunt een stilstaande schermfoto maken en bekijken met de knop FREEZE en de draaischijf.
- LIVE/P.B.-schermmodus: U kunt de huidige camerasignalen bek- ijken of opgenomen beelden weergeven met de knop LIVE/P.B./TRIPLEX.
- TRIPLEX-schermmodus: U kunt de huidige camerasignalen en opgenomen beelden weergeven op dezelfde monitor met de knop LIVE/P.B./TRIPLEX.
- Beeld In Beeld-schermmodus: U kunt Beeld In Beeld-vensters bekijken met de knop PIP.
- Zoomschermmodus: U kunt een volledig scherm twee keer ver- groten met de knop ZOOM en de draaischijf.
2. Als u wilt kijken naar het
LIVE/P.B./TRIPLEX-scherm Selecteer de schermmodus LIVE, P.B. of TRIPLEX met de knop LIVE/P.B./TRIPLEX. Als u herhaaldelijk op deze knop drukt wisselt de schermmodus naar LIVE-modus, dan naar P.B.-modus, dan naar TRIPLEX-modus en dan weer terug. De knop LIVE/P.B./TRIPLEX werkt niet onder de volgende omstandigheden:
- Als u het optiemenu gebruikt
- Als u het gebeurtenissenlogboek of het deurbellogboek weergeeft
- Als u gebeurtenissen herhaalt
- Als u het scherm inzoomt
- Als u een stilstaand scherm instelt in meervoudige venstermodus
3. Als u wilt kijken in volledig schermmodus
Terwijl u naar het onderverdeelde scherm kijkt, gaat u met de draais- chijf naar het gewenste kanaal en drukt u op ENTER. Het gese- lecteerde kanaal wordt weergegeven in volledig schermmodus. U kunt nu het kanaal wijzigen met de draaischijf. U kunt het kanaal ook wijzigen door op de cijferknoppen op de afstandsbediening te drukken.
4. Als u wilt kijken in sequentiële modus
Het sequentiële scherm is alleen beschikbaar in volledig scherm LIVE-modus. Druk in volledig scherm LIVE-modus op de knop SEQUENTIE als u het sequentiescherm wilt weergeven. U kunt de tijdsduur per kanaal instellen door naar “SEQUENTIE” te gaan onder “4. SYSTEEM INSTELLINGEN” in het optiemenu. De tijdsduur per kanaal kan ingesteld worden tussen één en dertig seconden. Druk nogmaals op de knop SEQUENTIE om te stoppen met wisselen en het huidige scherm vast te houden. De knop SEQUENCE werkt niet onder de volgende omstandigheden:
- Als u P.B.- of TRIPLEX-modus gebruikt
- Als u het optiemenu gebruikt
- Als u een onderverdeeld scherm weergeeft
- Als u het gebeurtenissenlogboek of het deurbellogboek weergeeft
- Als u gebeurtenissen herhaalt
- Als u het scherm inzoomt
5. Als u wilt kijken in FREEZE-schermmodus
U kunt een volledig of onderverdeeld scherm tijdelijk stoppen en het stilstaande scherm bekijken in LIVE-, P.B.- of TRIPLEX-modus. U kunt in onderverdeeld schermmodus kiezen welke kanalen u wilt bevriezen.
1) Volledig schermweergave
Als u op de knop FREEZE drukt, dan wordt de huidige weergave stilgezet, en het pictogram FREEZE verschijnt in de rechter bovenhoek van het scherm. Druk nogmaals op de knop FREEZE om deze modus te verlaten.
2) Meervoudig schermweergave
! Als u op de knop FREEZE drukt, dan verschijnt het pic- togram FREEZE in de rechter bovenhoek van het scherm. @ Ga naar het beeld dat u wilt stilzetten met de draaischijf. # Drukt u nu op de knop ENTER in het midden van de draais- chijf, dan wordt het beeld van dat kanaal bevroren en verschi- jnt de letter “F”. Druk nogmaals op de knop ENTER om deze modus te verlaten. $ Wilt u het stilstaande beeld van een ander kanaal bekijken, dan gaat u naar het gewenste kanaal en drukt u op ENTER. Nu wordt het beeld van het nieuwe kanaal stilgezet, en ver- schijnt de letter “F”. Druk nogmaals op de knop ENTER om deze modus te verlaten. % Als het beeld van een ander kanaal blijft stilstaan, herhaal dan stap
^ Druk op de knop FREEZE om de FREEZE-modus helemaal te verlaten. De knop FREEZE werkt niet onder de volgende omstandigheden:
- Als u het optiemenu gebruikt
- Als u het gebeurtenissenlogboek of het deurbellogboek weergeeft
- Als u gebeurtenissen herhaalt
6. Als u wilt kijken in zoomschermmodus
Deze modus is alleen beschikbaar in LIVE- en P.B.-volledig schermmodus.
1) Drukt u op de knop ZOOM dan verschijnt er een zoomgebied in
het midden van het scherm.
2) Verplaats dit zoomgebied naar het schermgedeelte dat u wilt
uitvergroten met de draaischijf en de knop ENTER.
3) Druk nogmaals op de knop ZOOM om het beeld dubbel zo groot
4) Druk nogmaals op deze knop om het beeld weer normaal weer te
geven. Het zoomgebied en hoe het zoombeeld te verplaatsen
1) Druk op de knop ZOOM en draai aan de draaischijf als u het
zoomgebied op en neer wilt bewegen over het beeld.
2) Druk op de knop ENTER en draai aan de draaischijf als u het
zoomgebied naar links en rechts wilt bewegen over het beeld.
3) Druk nogmaals op de knop ENTER en draai aan de draaischijf als
u het zoomgebied op en neer wilt bewegen over het beeld. De knop ZOOM werkt niet onder de volgende omstandigheden:
- Als u het optiemenu gebruikt
- Als u het gebeurtenissenlogboek of het deurbellogboek weergeeft
- Als u gebeurtenissen herhaalt
- Als u de sequentiële modus gebruikt Ned-7Ned-8
7. Als u wilt kijken in Beeld In Beeld-scher-
mmodus In LIVE-modus kunt u een Beeld In Beeld-scherm bekijken met de knop PIP. Wanneer u voor het eerst op de knop PIP drukt, dan geeft het Beeld In Beeld-scherm een sequentieel scherm weer. Zet u daarna opnieuw de PIP-modus aan, dan geeft het Beeld In Beeld-scherm de scher- mmodus weer die u het laatst gebruikte toen u de PIP-modus uitzette. Het Beeld In Beeld-scherm gebruiken
1) Druk in volledig scherm LIVE-modus op de knop PIP.
2) Als het Beeld In Beeld-scherm een vast kanaal weergeeft, dan
wisselt het elke keer dat u op ENTER drukt tussen het hoofd- scherm en het Beeld In Beeld-scherm.
3) U wijzigt het kanaal van het hoofdscherm door te draaien aan de
4) Druk op de knop SEQUENCE en het Beeld In Beeld-scherm geeft
het sequentiële scherm weer. Druk nogmaals op die knop en het laatst vertoonde kanaal blijft staan.
U kunt de plaats van het Beeld In Beeld-scherm wijzigen door te gaan naar “PIP POSITIE” onder “2.KLOK/DISPLAY” in het optiemenu. De knop PIP werkt niet onder de volgende omstandigheden:
- Als u P.B.- of TRIPLEX-modus gebruikt
- Als u een onderverdeeld scherm weergeeft
- Als u het optiemenu gebruikt
- Als u het gebeurtenissenlogboek of het deurbellogboek weergeeft
- Als u gebeurtenissen herhaalt
- Als u het scherm inzoomt
- Als u de sequentiële modus gebruikt
- Als er geen videoinvoersignaal is
- Wanneer het invoersignaalkanaal in volledig scherm wordt weergegeven terwijl u enkele videoinvoer gebruikt.
8. Wanneer u de uitvoer van de video-
recorder wilt bekijken Schakel over naar P.B.-volledig schermmodus met de knop LIVE/P.B./TRIPLEX. Als u in deze modus op de knop ENTER drukt wordt het scherm “PB THROUGH” weergegeven. Druk nogmaals op de knop ENTER als u terug wilt keren naar het vorige P.B.-scherm. Let op Deze functie is alleen beschikbaar in P.B.-volledig schermmodus.
9. Wanneer u het gebeurtenisherhalingwilt
1) Wanneer er een Alarm- of Bewegingsdetectiesignaal wordt
doorgegeven. U kunt de alarmfunctie alleen gebruiken wanneer u een alarmsys- teem heeft aangesloten. Als er een alarm of bewegingsdetectie optreedt, wordt het woord “ GEHEUGEN” weergegeven op het scherm en klinkt er een waarschuwingsgeluid. Wanneer dit gebeurt kunt u op ENTER drukken. Er worden dan 16 frames voor en na het gegenereerde alarm of bewegingsdetectie weergegeven in het gebeurtenissenherhalingsscherm. Druk nog- maals op ENTER als u het herhalen van de gebeurtenis wilt stop- pen. Als er op meerdere kanalen alarm of bewegingsdetectie bin- nenkomt, kunt u op ENTER drukken en een volgend kanaal her- halen wanneer de huidige gebeurtenisherhaling afgelopen is. Zijn alle herhalingen van alle kanalen waarop alarm of beweg- ingsdetectie is binnenkomen afgelopen, dan kunt u op ENTER drukken en zo de gebeurtenissenherhalingsmodus verlaten. Alarmsituaties en bewegingsdetecties worden opgenomen in de GEHEUGEN LIJST
2) Wanneer er kanaalverlies wordt gedetecteerd
Als de kanaalverliesdetectiefunctie kanaalverlies detecteert wordt het woord “ GEHEUGEN” weergegeven op het scherm en klinkt er een waarschuwingsgeluid. Wanneer dit gebeurt kunt u op ENTER drukken. Er worden dan 16 frames voor en na het gede- tecteerde kanaalverlies weergegeven in het gebeurtenissenherhal- ingsscherm. Druk nogmaals op ENTER als u het herhalen van de gebeurtenis wilt stoppen. Als er kanaalverlies wordt gedetecteerd op meer dan één kanaal kunt u op ENTER drukken en een volgend kanaal herhalen wan- neer de huidige gebeurtenisherhaling afgelopen is. Zijn alle herhalingen van alle kanalen waarop kanaalverlies is gedetecteerd afgelopen, dan kunt u op ENTER drukken en zo de gebeurtenissenherhalingsmodus verlaten. Kanaaluitval wordt opgenomen in de GEHEUGEN LIJST
10. Wanneer u een deurbelscherm wilt bek-
ijken De deurbelfunctie is alleen beschikbaar als er een deurbeldetec- tor is aangesloten. Wanneer er iemand op de bel drukt wordt het huidige beeld overgeschakeld naar het deurbelbewakingsbeeld, in volledig schermmodus, en klinkt er een waarschuwingsgeluid. Op dat moment wordt er één instantbeeld opgenomen in de “DEURBEL LIJST”. Er passen maximaal acht beelden in de “DEURBEL LIJST”. U kunt in het logboek opgeslagen beelden weergeven op het scherm. Selecteer het gewenste beeld door te gaan naar “6. DEURBEL LIJST” in het menu SETUP en druk op ENTER. Het wordt dan als stilstaand scherm weergegeven. Druk nog- maals op ENTER en u keert terug naar het deurbellog- boekscherm. Hoofdstuk 5: Instellingen in het optiemenu <SETUP MENU>
- Druk op de knop MENU en het taalselectiescherm wordt weergegeven. [LANGUAGE]ENGLISHESPAÑOLFRANÇAISITALIANODEUTSCHNEDERLANDSPORTUGUÊS• Selecteer de gewenste taal met de draaischijf. Druk dan op ENTER en het optiemenu verschijnt in de gewenste taal.
- Het taalselectiescherm verschijnt niet meer nadat u de eerste keer een taal heeft geselecteerd. In plaats daarvan verschijnt meteen het optiemenu (SETUP) op de monitor. Druk nogmaals op de knop als u naar het vorige menu wilt terugkeren. <SUB MENU >
- Selecteer in het optiemenu met de draaischijf één van de onder- menu’s 1 t/m 6 en druk op ENTER om het gekozen ondermenu weer te geven.
U kunt contrast, helderheid, kleur, scherpte en tint van het hoofd- scherm op de monitor instellen. Selecteer met de draaischijf “1. VIEW SETTING” in het optiemenu en druk op ENTER. Het vol- gende scherm verschijnt:
- Selecteer een onderdeel met de draaischijf en druk op ENTER als u de ingestelde waarde wilt wijzigen.
- Wijzig de ingestelde waarde (0 – 100) met de draaischijf en leg de nieuwe waarde vast door op ENTER te drukken.
- Selecteer OPSLAAN, STOP of PRESET (alle waarden terugzetten op de fabrieksinstellingen) in het menu EINDE en druk op ENTER als u naar het optiemenu wilt terugkeren. Let op Het onderdeel “TINT” is alleen beschikbaar in de modus NTSC SYSTEM.
U kunt de plaats van het Beeld In Beeld-scherm, het weer- gavetype, het datumtype en de tijd wijzigen. Selecteer met de draaischijf “2. KLOK/DISPLAY” in het optiemenu en druk op ENTER. Het volgende scherm verschijnt:
- Selecteer een onderdeel met de draaischijf en druk op ENTER als u de ingestelde waarde wilt wijzigen.
- Wijzig de ingestelde waarde met de draaischijf en leg de nieuwe waarde vast door op ENTER te drukken.
- Druk op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu. PIP POSITIE: R.BENEDEN ↔ LINKS BOVEN ↔ RECHTS BOVEN ↔ L. BENEDEN.
- Kies de plaats van het Beeld In Beeld-scherm uit de vier genoemde mogelijkheden. DISPLAY TYPE: ALLES ↔ TITEL ↔ DATUM/TIJD ↔ GEEN.
- ALLES : Alle onderdelen worden weergegeven behalve de datum/tijd en de titel.
- TITEL : Alleen de kanaaltitel wordt weergegeven.
- DATUM/TIJD : Alleen datum en tijd worden weergegeven.
- GEEN : Noch datum/tijd, noch titel worden weergegeven.
KLEUR RAND: GRIJS ↔ ZWART
- GRIJS : De randlijn wordt in meervoudig schermmodus grijs weergegeven.
- ZWART : De randlijn wordt in meervoudig schermmodus zwart weergegeven. DATUM TYPE: JJ/MM/DD ↔ MM/DD/JJ ↔ DD/MM/JJ.
U kunt de waarden voor cameranaam, verliesdetectie, bewegingsde- tectie en camera-instellingen wijzigen. Selecteer met de draaischijf “3. CAMERA INSTELLINGEN” in het optiemenu en druk op ENTER. Het volgende scherm verschijnt: Ned-9 [SETUP MENU]
[MONITOR]CONTRAST 50HELDERHEID 50KLEUR 50SCHERPTE 50TINT 50EINDE STOP[KLOK/DISPLAY]PIP POSITIE R. BENEDENDISPLAY TYPE ALLESKLEUR RAND GRIJSDATUM TYPE JJ/MM/DDDATUM[JJ/MM/DD] 04/01/01TIJD [UU:MM:SS] 12:30:01[CAMERA INSTELLINGEN]CAMERA 1...CAMERA 2...CAMERA 3...CAMERA 4...CAMERA 5...CAMERA 6...CAMERA 7...CAMERA 8...Ned-10 Selecteer het gewenste kanaal met de draaischijf en druk op ENTER om naar de weergave van het geselecteerde kanaal te gaan. Het vol- gende scherm verschijnt:
- Behalve “CAMERA ID” en “VIDEO VERLIES” kunnen alle onderdelen pas gekozen worden nadat het systeem is aangesloten op een camera (SOC-420(P) of SOC-920(P), afzonderlijk verkrijg- baar).
- Selecteer het gewenste onderdeel met de draaischijf en druk op ENTER. Wijzig de ingestelde waarde met de draaischijf en leg de nieuwe waarde vast door op ENTER te drukken.
- Selecteer OPSLLAAN, STOP of PRESET in het menu EINDE en druk op ENTER als u naar het vorige camera-installatiemenu wilt terugkeren. U kunt niet terugkeren naar het vorige menu zolang u in instellingsmodus verkeert. U kunt alleen terugkeren naar het vorige menu door EINDE te selecteren.
- Wijzig de ingestelde waarden voor de overige kanalen door boven- staande stappen te herhalen.
- Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu. CAMERA ID: ---CH1----(“-” geeft een spatie aan.)
- Selecteer met de draaischijf “CAMERA ID” en druk op ENTER; de eerste “-” wordt geselecteerd.
- Selecteer het gewenste letterteken met de draaischijf en druk op ENTER; het volgende letterteken wordt geselecteerd. (Volgorde van de lettertekens: 0123456789ABCDE- FGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[ ]~_ . / )
- Herhaal deze procedure voor de overige lettertekens. (U kunt maxi- maal 10 lettertekens invoeren.) VIDEO VERLIES: Hiermee zet u verliesdetectie aan en uit. (AAN ↔ UIT) IRIS: Hiermee stelt u het videouitgangsniveau door de iris in, afhanke- lijk van de hoeveelheid licht die in de camera valt.
- Selecteer met de draaischijf “IRIS” en druk op ENTER; selecteer ofwel “ALC…” ofwel “MANUELL...” .
- ALC... : Automatische LichtCompensatie - Selecteer met de draaischijf “ALC…” en druk op de knop SET. Het volgende scherm verschijnt. Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu. - Selecteer met de draaischijf GEBIED en druk op ENTER; selecteer ofwel “PRESET…” ofwel “GEBRUIKER...”. - Selecteer met de draaischijf “PRESET…” en druk op de knop SET. Het volgende scherm verschijnt. De voorinstellingen voor lichtcom- pensatie worden toegepast op het schermgebied. Druk op de knop MENU om naar het vorige menu terug te keren. - Selecteer met de draaischijf “GEBRUIKER...” en druk op de knop SET. Het volgende scherm verschijnt. ❙ Pas de verticale afmetingen aan met de draaischijf en selecteer die met ENTER. Pas vervolgens de horizontale afmetingen aan: Op het scherm verschijnt “ ”. ❙ Pas de horizontale afmetingen aan met de draaischijf en druk op ENTER. Op het scherm verschijnt nu “ ” en u kunt de verticale positie aanpassen. ❙ Pas de positie aan met de draaischijf en druk op ENTER. Op het scherm verschijnt nu “ ” en u kunt de horizontale positie aan- passen. ❙ Pas de positie aan met de draaischijf en druk op ENTER. U bent nu klaar met het instellen van het schermgebied. Druk op de knop MENU om naar het vorige menu terug te keren. - BLC: Als BLC wordt ingesteld op “AAN”, dan wordt achtergrondlicht- compensatie toegepast op alle gebieden die u bij AREA heeft ingesteld. Als een object voor een heldere achtergrond staat wordt het donker weergegeven op de monitor. Dit probleem kunt u oplossen met de BLC-functie. - LEVEL : U kunt het videouitgangsniveau instellen tussen “-9” en “+9”. Selecteer met de draaischijf “LEVEL [00]” en druk op ENTER. Sla nadat u de instelling heeft gewijzigd deze op door op ENTER te drukken.
- MANUELL...: Hiermee stelt u handmatig de opening van de iris in. - Selecteer met de draaischijf “MANUELL...” en druk op de knop SET. Het volgende scherm verschijnt. [ALC] GEBIED PRESET... BLC UIT
IRIS ALC... SLUITER UIT WITBALANS ATW SPECIAAL... FOCUS ONEAF BEWEGING DETECTIE... EINDE OPSLAAN- Stel de waarde in met de draaischijf. - Druk op de knop MENU om naar het vorige menu terug te keren. SLUITER - U kunt de hogesnelheids elektronische sluitertijd instellen, de automatische lagesnelheidssluitertijd AUTO en de vaste lagesnelheids sluitertijd VAST. - De hogesnelheids elektronische sluitertijd kan op zeven verschillende snelheden worden ingesteld, van 1/120 (1/100) sec. tot 1/10.000 sec. De automatische lagesnelheidssluitertijd en de vaste lagesnelheidss- luitertijd kunnen beide ingesteld worden op 12 verschillende sluiterti- jden, van x2 tot x128. - Lage sluitertijden maken dat de sluiter minder snel werkt zodat beelden die gefilmd worden in een donkere omgeving helderder op het scherm verschijnen. Als u automatische lagesnelheidsluitertijd selecteert wordt de hoeveelheid licht gemeten en wordt de sluitertijd automatisch daaraan aangepast. Wilt u de lagesnelheidssluitertijd handmatig instellen dan selecteert u FIX (vast). - De getallen achter de onderdelen AUTO en VAST geven het aantal opgeslagen velden op. Hoe hoger het getal, hoe lager de sluitersnel- heid. Beelden worden dus het helderst wanneer u stilstaande beelden gebruikt. Wanneer het beeld beweegt kan het object echter onscherp worden. - De waarde instellen In het menu SLUITER past u de waarden aan door op ENTER te drukken. Wijzig de waarde met de draaischijf en leg de nieuwe waarde vast door op ENTER te drukken. UIT ’ 1/120(1/100) ’ 1/250 ’ 1/500 ’ 1/1000 ’ 1/2000 ’ 1/4000 ’ 1/10K ’UIT’AUTO X2 ’AUTO X4 ’AUTO X6 ’AUTO X8 ’AUTO X12 ’ AUTO X16 ’ AUTO X24 ’ AUTO X32 ’ AUTO X48 ’ AUTO X64 ’ AUTO X96 ’AUTO X128 ’ UIT ’ VAST X2 ’ VAST X4 ’ VAST X6 ’VAST X8 ’ VAST X12 ’ VAST X16 ’ VAST X24 ’ VAST X32 ’ VAST X48 ’ VAST X64 ’ VAST X96 ’ VAST X128. WITBALANS: AT W, AWC.., MANUEEL...
- U kunt de witbalansfunctie aanzetten waarmee de kleur wit normaal wordt weergegeven ongeacht de kleurtemperatuur van het licht.
- ATW : Houdt wijzigingen in kleurtemperatuur in de gaten en past de witbalans daaraan aan.
- AWC : Past de witbalans eenmalig aan aan de kleurtemperatuur en houdt die verder vast. Terwijl u het AWC-scherm weergeeft houdt u een vel wit papier voor de camera en drukt u op de knop SET.
- MANUEEL...: Selecteer met de draaischijf “MANUEEL...” en druk op de knop SET. Het volgende scherm verschijnt. U kunt kiezen uit 3200K, 5600K of GEBRUIKER-modus (aangepast) en de witbalans handmatig aanpassen aan de huidige lichtomstandigheden. - 3200K : Stelt de kleurtemperatuur in op 3200°K. - 5600K : Stelt de kleurtemperatuur in op 5600°K. - Als u “UIT [GEBRUIKER]” (uit – aangepast) selecteert verschijnt het volgende scherm. Druk op ENTER en selecteer handmatig de kleurtemperatuur door de juiste waarden voor ROOD en BLAUW in te voeren. Druk op de knop MENU om naar het vorige menu terug te keren. SPECIAAL...
- Selecteer met de draaischijf “SPECIAAL…” en druk op de knop ENTER. Het volgende scherm verschijnt. Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu.
- D-ZOOM : Stelt de vergrotingsfactor in van de digitale zoom. Met dit systeem kunt u tot 10x zoomen.
- POSI/NEGA : Stelt de videouitgangssignalen in op ofwel normale ofwel omgekeerde uitvoer.
- ZOOM SNELHEID : Stelt de zoomsnelheid in. - 1: Zoomen van x1 tot x12 kost ongeveer 17 sec. (laagste snelheid) - 2: Zoomen van x1 tot x12 kost ongeveer 10 sec. (lage snelheid) - 3: Zoomen van x1 tot x12 kost ongeveer 6 sec. (hoge snelheid) - 4: Zoomen van x1 tot x12 kost ongeveer 3 sec. (hoogste snelheid)
- DETAIL : Past de helderheid verticaal en horizontaal aan. FOCUS: Stelt de focus in op MF of ONEAF.
- MF: Met Manual Focus (handmatige scherpstelling) kunt u zelf de scherpstelling regelen.
- ONEAF: Wanneer u van groothoek naar tele zoomt, zorgt AF (AutoFocus – automatische scherpstelling) ervoor dat daarna een- maal wordt scherpgesteld. - ONEAF werkt net als MF als het beeld stilstaat en net als AF als u inzoomt op een object. BEWEGING DETECTIE...
- De bewegingsdetectiefunctie dient om vast te stellen of er een bewe- gend object is. Door bewegingsdetectie aan te zetten kunt u tijdens stille uren een bewegende indringer betrappen.
- Selecteer met de draaischijf “BEWEGING DETECTIE...” en druk op de knop ENTER. Het volgende scherm verschijnt. Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu. [MANUEEL]
[MANUEEL] PRESET 3200K Ned-11• GEBIED INST : Hiermee stelt u het gebied op het scherm in waarop bewegingsdetectie wordt toegepast. - PRESET... ❙ Selecteer met de draaischijf “PRESET…” en druk op de knop SET. Het volgende scherm verschijnt. Bewegingsdetectie wordt toegepast op het gebied binnen het kader. Druk op de knop MENU om naar het vorige menu terug te keren. - GEBRUIKER... ❙ Pas de verticale afmetingen aan met de draaischijf en selecteer die met ENTER. Pas vervolgens de horizontale afmetingen aan. ❙ Pas de verticale afmetingen aan met de draaischijf en selecteer die met ENTER. Pas vervolgens de horizontale afmetingen aan. Op het scherm verschijnt “ ”. ❙ Pas de horizontale afmetingen aan met de draaischijf en selecteer die met ENTER. Pas vervolgens de verticale positie aan. Op het scherm verschijnt “ ”. ❙ Pas de verticale positie aan met de draaischijf en selecteer die met ENTER. Pas vervolgens de horizontale positie aan. Op het scherm verschijnt “ ”. ❙ Pas de horizontale positie aan met de draaischijf en druk op ENTER. U bent nu klaar met het instellen van het gebied. Druk op de knop MENU om naar het vorige menu terug te keren.
- GEVOELIGHEID : Past de gevoeligheid van de bewegingsdetectie in op LAAG, NORMAAL of HOOG.
4. SYSTEEM INSTELLINGEN
U kunt de instellingen aanpassen voor ALARM, OPNAME, VER-
BORGEN CAMERA, SEQUENTIE, SYSTEEM ADRES, PINCODE
en TAAL. Selecteer met de draaischijf “4. SYSTEEM INSTELLINGEN” in het optiemenu en druk op ENTER. Het volgende scherm verschijnt: - Selecteer een onderdeel met de draaischijf en druk op ENTER als u de ingestelde waarde wilt wijzigen. - Wijzig de ingestelde waarde met de draaischijf en leg de nieuwe waarde vast door op ENTER te drukken. - Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu. ALARM...
- Selecteer met de draaischijf “ALARM” en druk op de knop ENTER. Het volgende scherm verschijnt. ALARMTIJD ALARMTIJD is de tijd hoelang het alarm voortduurt. U kunt deze tijds- duur instellen op 5 sec., 15 sec., 30 sec., 1 min., 3 min., 5 min., 10 min., 20 min., 30 min. of op AUTO. Als u AUTO selecteert, gaat het alarm door zolang als de alarminstallatie signaal afgeeft. ALARMZOEMER Als er een alarm optreedt gaat de alarmzoemer af. U kunt de tijdsduur instellen op 5 sec., 15 sec., 30 sec., 1 min. of op UIT. Wanneer u UIT selecteert, gaat de alarmzoemer niet af.
- Selecteer met de draaischijf “ALARMPATROON” en druk op de knop ENTER. Het volgende scherm verschijnt.
- U kunt kiezen wanneer het alarm wordt ingesteld en uitgezet in twee patronen.
- Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het alarmmenu.
- Doe nu hetzelfde voor PATROON B.
- Wanneer een kanaal niet over een bepaalde functie beschikt wordt “--” weergegeven. OPNAME
- Selecteer met de draaischijf “OPNAME…” en druk op de knop ENTER. Het volgende scherm verschijnt. OPNAME TYPE
- NOR : Voor opname op een normale videorecorder. Het beeld wordt weergegeven volgens de instellingen van “OPNAME UITG”.
- TLV: Voor opname op een timelapse-videorecorder. OPNAME UITG Beschikbaar wanneer OPNAME TYPE ingesteld is op “NOR”.
- FIELD (veld) : Neemt op in intervallen van 1/50 sec. (PAL) of 1/60 sec. (NTSC).
- FRAME : Neemt op in intervallen van 1/25 sec. (PAL) of 1/30 sec. (NTSC). AUDIO OPNAME Stelt het kanaal in dat audiosignaal naar de opnameuitgang dient te sturen. SPOT-UITGANG Stelt het uitvoerkanaal in voor de SPOT-functie, waarmee dat kanaal extra wordt geobserveerd.
- Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het systeeminstelllingsmenu. VERBORGEN CAMERA
- Selecteer met de draaischijf “VERBORGEN CAMERA…” en druk op de knop ENTER. Het volgende scherm verschijnt.
- Voor elk kanaal kunt u de verborgen camerafunctie op AAN of UIT instellen in LIVE- en P.B.-modus.
- Druk als u alle instellingen heeft gemaakt op de knop MENU en u keert terug naar het systeeminstelllingsmenu. SEQUENTIE
- Stel de tijd in die elk kanaal telkens wordt weergegeven in sequentiële modus. U kunt deze tijd instellen tussen 1 sec. en 30 sec. SYSTEEM ADRES
- Met deze functie kunt u een bepaalde monitor bedienen met de afs- tandsbediening wanneer u meerdere (maximaal 10) monitoren gebruikt. Alleen de monitoren waarvan de id overeenkomt met die van de afstandsbediening reageren op de afstandsbediening.
- Instellen: De standaardwaarde voor monitor en afstandsbediening is “1”. De waarde voor monitor-id kan ingesteld worden tussen 0 en 9 door het SYSTEEM ADRES-ondermenu te kiezen onder het menu SYSTEEM INSTELLINGEN. Door te drukken op de knop SYSTEEM ADRES op de afstandsbediening geeft u de monitor-id en de afstands- bediening-id weer, zoals hierboven afgebeeld. Terwijl u de knop SYS- TEEM ADRES ingedrukt houdt, drukt u op de knop met het gewenste nummer (0 – 9) om de afstandsbediening-id in te stellen. De tekst op het scherm verdwijnt drie seconden nadat u voor het laatst een knop heeft ingedrukt. PINCODE CONTROLE
- U kunt de toegang tot het optiemenu bewaken met een wachtwoord.
- Wanneer PINCODE CONTROLE is ingesteld op “AAN” en u probeert het optiemenu op te roepen verschijnt het volgende menu; de positie voor het eerste cijfer is geselecteerd.
- Selecteer het eerste cijfer van het wachtwoord met de draaischijf. Ga naar het volgende cijfer door op ENTER te drukken. Herhaal deze stap voor alle zes cijfers van het wachtwoord en u keert terug naar het optiemenu met een druk op ENTER.
- Als het wachtwoord niet correct is verschijnt de tekst “FOUT, PROBEER OPNIEUW” onder in het scherm. Het bericht verdwijnt zodra u het eerste cijfer van het wachtwoord heeft ingevoerd. Herhaal deze stap voor alle zes cijfers van het wachtwoord en u keert terug naar het optiemenu met een druk op ENTER. Als u meer dan drie keer het wachtwoord foutief invoert keert de weergave terug naar het vorige menu. WIJZIG PINCODE
- Selecteer “WIJZIG PINCODE…” met de draaischijf. Druk op ENTER en het huidige wachtwoord wordt weergegeven, zoals hieronder afge- beeld. Het eerste cijfer van het getal is geselecteerd. (De fabrieksin- stelling is 123456.) [OPNAME]
[PINCODE CONTROLE] ++++++++++++++++++++++ + - - - - - - + ++++++++++++++++++++++ Ned-13• Selecteer het eerste cijfer van het wachtwoord met de draaischijf. Ga naar het tweede cijfer door op ENTER te drukken. Herhaal deze stap- pen totdat u alle zes cijfers van het wachtwoord heeft ingevoerd. Druk op ENTER en de wijziging is doorgevoerd. - Voor het wachtwoord kunt u de cijfers “0” t/m “9” gebruiken. TAAL
- Selecteer de taal waarin u de menu’s wilt weergeven. Beschikbaar zijn ENGLISH, ESPAÑOL, FRANÇAIS, ITALIANO, DEUTSCH, NED- ERLANDS en PORTUGUÊS.
U kunt de logboeken voor alarms, bewegingsdetectie en kanaaluitval raadplegen. Selecteer met de draaischijf “5. GEHEUGEN LIJST” in het optiemenu en druk op ENTER. Het volgende scherm verschijnt:
- De meest actuele informatie over alarms, bewegingsdetectie en kanaalverlies wordt opgeslagen. Dit systeem onthoudt maximaal 50 gebeurtenissen (10 x 5 pagina’s), te beginnen met de laatste. U kunt de andere pagina’s van het logboek raadplegen door de draaischijf te gebruiken.
- Druk op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu.
Als u het logboek voor de deurbel(len) wilt raadplegen: Selecteer met de draaischijf “6. DEURBEL LIJST” in het optiemenu en druk op ENTER. Het volgende scherm verschijnt:
- De meest actuele informatie van de deurbeldetector wordt opgesla- gen. Dit systeem onthoudt maximaal acht gebeurtenissen, te begin- nen met de laatste. Blader door de lijst met de draaischijf en druk op ENTER als u het stilstaande beeld van een deurbelgebeurtenis wilt bekijken. Druk nogmaals op ENTER om terug te keren naar het deurbellogboek.
- Druk op de knop MENU en u keert terug naar het optiemenu. Hoofdstuk 6: Opnemen
- Beeldsignalen vanaf maximaal acht camera’s worden in intervallen van 1/25 of 1/50 seconde (in gebieden met het PAL-systeem) of van 1/30 of 1/60 seconde (in gebieden met het NTSC-systeem) verzon- den voor opname door de videorecorder.
- De TRIGGER OUT-aansluiting van de videorecorder moet verbon- den zijn met de TRIGGER-aansluiting (6-pins videoaccessoire) van dit systeem.
- Wanneer de videorecorder meer dan 30 seconden geen triggersig- nalen geeft wordt de zelftriggermodus aangezet zodat opname kan doorgaan zonder trigger van de videorecorder.
2. Intensief opnemen van alarm en beweging
- Dit systeem neemt kanalen dubbel op in geval van een alarm of bewegingsdetectie.
- Het neemt de alarm- en bewegingsdetectiekanalen op tussen de opnames van de uitvoerkanalen.
- Een videoverlieskanaal wordt ook dubbel opgenomen.
- Vb.) Het alarm gaat af op kanaal 2. Vervolgens wordt er beweging gedetecteerd op kanaal 5. Hoofdstuk 7: Alarm, beweging, camerauitval en deurbel
1. Bij het optreden van een alarm
De alarmfunctie werkt alleen als er een alarminstallatie is aangesloten.
1) Wanneer er een alarmtrigger wordt ontvangen klinkt er een
waarschuwingsgeluid en het scherm wordt onderverdeeld in 9 schermen in LIVE-modus. Het woord “GEHEUGEN” (gebeurte- nis) verschijnt op het scherm en informatie over het alarm wordt weergegeven in de rechter benedenhoek van het scherm. [DEURBEL LIJST] JJ/MM/DD UU/MM/SS CH1 . 04/01/30 12:30:01 D 012 . 04/01/29 12:30:01 D 023 . 04/01/28 12:30:01 D 084 . 04/01/27 12:30:01 D 045 . 04/01/26 12:30:01 D 036 . 04/01/25 12:30:01 D 017 . 04/01/24 12:30:01 D 068 . 04/01/23 12:30:01 D 07Kanaal 2: Alarmgaat afKanaal 5: Beweginggedetecteerd Kanaal 2: Alarm uit 04/01/01 12:30:01GEHEUGENCH1 CH2 CH3CH4 CH5 CH6CH7 CH8 A12345678 Ned-14 [SYSTEEM INSTELLINGEN] ALARM...OPNAME...VERBORGEN CAMERA...SEQUENTIE 02 [SEC]SYSTEEM ADRES 1..PINCODE CONTROLE UITWIJZIG PINCODE... 123456TAAL NEDERLANDS[GEHEUGEN LIJST] 1/5JJ/MM/DD UU:MM:SS CH1 . 04/01/30 12:30:01 M 012 . 04/01/29 12:30:01 A 023 . 04/01/28 12:30:01 M 084 . 04/01/27 12:30:01 A 045 . 04/01/26 12:30:01 A 036 . 04/01/25 12:30:01 L 017 . 04/01/24 12:30:01 A 068 . 04/01/23 12:30:01 M 079 . 04/01/22 12:30:01 A 0110. 04/01/21 12:30:01 A 012) Druk op ENTER (in het midden van de draaischijf) als u de gebeurte- nis wilt herhalen in gebeurtenisherhaalmodus. Tot 16 schermen kun- nen worden herhaald gecentreerd op het tijdstip van het alarm. De voortgang van de herhaling wordt weergegeven in een grafiek. Tijdens de herhaling kunt u met de draaischijf vooruit of achteruit spoelen door de opgeslagen schermen. Druk op ENTER om het herhalen te stoppen. Het herhalen blijft door- gaan totdat u op ENTER drukt.
3) Informatie over het alarm wordt opgeslagen in de “GEHEUGEN
4) De ALARM OUT (HOT, COLD) signalen zijn actief voor zolang
als de “ALARMTIJD” (alarmduur) duurt.
- ALARMTIJD: De tijd gedurende welke de alarmfunctie actief blijft vanaf het moment dat het alarm wordt gedetecteerd. De alarmduur wordt automatisch weer op nul gezet als u de gebeurtenis gaat herhalen.
5) Het opnemen van de uitvoer gaat verder in normale modus totdat
het alarm wordt uitgezet. De opnamefrequentie van het bijbe- horende kanaal neemt toe.
6) Wanneer het alarm afgaat en wanneer het alarm wordt afgezet
wijzigen de signalen.
2. Bij het optreden van beweging
De optie bewegingsdetectie is alleen beschikbaar als u een camera aansluit die over bewegingsdetectie beschikt.
1) Wanneer er een bewegingsdetectietrigger wordt ontvangen klinkt
er een waarschuwingsgeluid en het scherm wordt onderverdeeld in 9 schermen in LIVE-modus. Het woord “GEHEUGEN” verschijnt op het scherm en informatie over de bewegingsdetectie wordt weergegeven in de rechter benedenhoek van het scherm.
2) Druk op ENTER (in het midden van de draaischijf) als u de
gebeurtenis wilt herhalen in gebeurtenisherhaalmodus. Tot 16 schermen kunnen worden herhaald gecentreerd op het tijdstip van de bewegingsdetectie. De voortgang van de herhaling wordt weergegeven in een grafiek. Tijdens de herhaling kunt u met de draaischijf vooruit of achteruit spoelen door de opgeslagen schermen. Druk op ENTER om het herhalen te stoppen. Het herhalen blijft doorgaan totdat u op ENTER drukt.
3) Informatie over het alarm wordt opgeslagen in de “GEHEUGEN
4) De ALARM OUT (HOT, COLD) signalen zijn actief voor zolang
als de “ALARMTIJD” duurt.
5) Het opnemen van de uitvoer gaat verder in normale modus totdat
het alarm wordt uitgezet. De opnamefrequentie van het bijbe- horende kanaal neemt toe.
6) Het signaal blijft doorgaan terwijl tijdens en na de bewegingsde-
3. Bij het optreden van camerauitval
1) Wanneer er cameraverlies wordt gedetecteerd klinkt er een
waarschuwingsgeluid en het scherm wordt onderverdeeld in 9 schermen in LIVE-modus. Het woord “GEHEUGEN” en het betr- effende kanaal verschijnen op het scherm en de weergave van het kanaal wordt blauwzwart. Wanneer er meer dan een camerauitval wordt gedetecteerd schakelt het kanaalnummer elke 1 seconde naar blauwzwart.
2) Druk op ENTER (in het midden van de draaischijf) als u de gebeurte-
nis wilt herhalen in gebeurtenisherhaalmodus. Tot 16 schermen kun- nen worden herhaald gecentreerd op het tijdstip van de kanaaluitval. De voortgang van de herhaling wordt weergegeven in een grafiek. Tijdens de herhaling kunt u met de draaischijf vooruit of achteruit spoelen door de opgeslagen schermen. Druk op ENTER om het herhalen te stoppen. Het herhalen blijft door- gaan totdat u op ENTER drukt. 04/01/01 12:30:01 GEHEUGEN CH2 CH3 CH4 CH5 CH6 CH7 CH8
4) Wanneer de betreffende camera opnieuw wordt aangesloten gaan
de oude instellingen verloren en worden de standaardinstellingen hersteld.
4. Wanneer de deurbel gaat
De deurbeloptie is alleen beschikbaar wanneer u een deurbelsensor heeft aangesloten.
1) Wanneer er iemand op de bel drukt wordt het huidige beeld
overgeschakeld naar het deurbelbewakingsbeeld, in volledig schermmodus, en klinkt er een waarschuwingsgeluid.
2) Wanneer er op de deurbel wordt gedrukt wordt er een stilstaand
beeld opgeslagen in de “DEURBEL LIJST”.
3) Er kunnen maximaal acht stilstaande beelden opgeslagen worden
in het deurbellogboek en de geselecteerde lijst kan op het scherm worden weergegeven.
4) Selecteer de gewenste lijst met “6. DEURBEL LIJST” in het
optiemenu en druk op ENTER als u het stilstaande beeld dat bij die deurbelgebeurtenis hoort wilt weergeven. Druk nogmaals op ENTER om terug te keren naar het deurbellog- boek. Appendix Specificaties
6. Alarm-/bewegingsdetectiefuncties: Aangesloten op alarmin
stallatie/camera - A/O (HOT/COLD): relaisactief - A/R (Alarm Reset): Open “L”-niveau collector, pulsbreedte = 150 ms of meer -Alarm Hold Time(alarmduur): Instelbaar op 5 sec., 15 sec., 30 sec., 1 min., 3 min., 5 min., 10 min., 20 min., 30 min. of op AUTO. - Bij AUTO gaat het alarm door zolang als de alarminstallatie signaal afgeeft.
- Instelbaar tussen 01 sec. en 30 sec.
- Alarm/bewegingsdetectie/kanaalverlies: Max. 16 frames per kanaal - Deurbel: Max. 8 frames
- Alarm/bewegingsdetectie/kanaalverlies: Max. 50 - Deurbel: Max. 8
- 400 TV-lijnen of meer (LIVE-modus volledig scherm)
13. Gebruikstemperatuur
- Raadpleeg het wettelijk verplichte label op de achterkant van de mon- itor.
- SMO-210TRP/150TRP : Alleen PAL-videosysteem - SMO-210TRN/150TRN : Alleen NTSC-videosysteem Problemen oplossen Het kan gebeuren dat u een onverwacht probleem tegenkomt waardoor dit systeem niet goed functioneert. In de meeste gevallen zijn dit echter kleine onvolkomenheden en geen ernstige systeemfouten. Lees de volgende aanwijzingen met mogelijke oplossingen. Als het probleem blijft bestaan neemt u contact op met uw plaatselijke verkoper of service centrum. Opmerking Als het probleem te maken heeft met opnemen of afspelen, controleer dan ook de videorecorder. Wanneer het apparaat niet aan- gaat Wanneer er geen beeld is Wanneer er niet wordt opgenomen Wanneer er niet wordt afgespeeld Wanneer in automatische sequen- tiemodus het scherm niet verschi- jnt
- Controleer of het netsnoer goed is aangesloten.
- Controleer het netsnoer.
- Controleer de verbindingen met de camera, andere apparaten en externe monitor.
- Controleer de verbinding tussen de video-ingang van de video- recorder en de video-uitgang van dit systeem.
- Controleer of de band in de vide- orecorder geschikt is voor opname.
- Controleer de verbinding tussen de REC Trigger-uitgang van de timelapse-videorecorder en de VCR TRIGGER (6-pins video) als u van timelapse-opname gebruik maakt.
- Controleer de verbinding tussen de video-uitgang van de video- recorder en de video-ingang van dit systeem.
- Controleer of de weergavemodus van het systeem is ingesteld op P. B. of TRIPLEX.
Notice-Facile