PARKSIDE PKS 1500 A1 - Zaag

PKS 1500 A1 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PKS 1500 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 88 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice PARKSIDE PKS 1500 A1 - page 39
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PKS 1500 A1

Categorie : Zaag

SKIP

Veelgestelde vragen - PKS 1500 A1 PARKSIDE

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PKS 1500 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PKS 1500 A1 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PKS 1500 A1 PARKSIDE

Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften Vertaling van de originele gebruikshandleiding

Inhoudsopgave: Blz.: Inleiding 35 Reglementair gebruik 36 Belangrijke aanwijzingen 36 Aanvullende veiligheidsvoorschriften 38 Restrisico‘s 39 Inbedrijfstelling 40 Montage 40 Toepassing 40 Instellingen 41 Werkinstructies 41 Elektrische aansluiting 42 Accessoires 42 Onderhoud 42 Afvoer 43 Verhelpen van storingen 43 Garantiebewijs 44 Verklaring van Overeenstemming 79NL/BE

Inleiding FABRIKANT: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschine GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen ADVIES: Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaanspra- kelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit ap- paraat in geval van:

  • Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
  • Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
  • Installatie en vervanging van niet-originele reserveonder- delen,
  • Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specifica- ties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschrif- ten. AANBEVELINGEN: Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het ge- bruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat. De handleiding bevat belangrijke nota’s over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kann be- sparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook vol- doen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwij- zing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico’s mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan. Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handlei- ding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor onge- vallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften. Legenda bij afb. 1 1 Startknop 2 Handgreep 3 Blokkeerhendel 4 Motor 5 Zaagblad 6 Beweegbare zaagbladbescherming 7 Voetstuk 8 Tafelinzetstuk 9 Draaitafel 10 Werkstukklem 11 Knikarm behuizingen/voetstuk 12 Stofzak 13 Vaste zaagbladbescherming PKS 1500 A1 Inhoud van de levering Afkort- en verstekzaag Stofzak Werkstukklem Gereedschap voor vervanging zaagblad inbussleutel 6 mm Gereedschap voor verschuifbare aanslagscheen inbussleutel 3 mm 2 werkstuksteunen Standbeugel 2 koolborstels 2 batterijen (AAA) Gebruikshandleiding Technische gegevens Afmetingen L x B x H

Draaibereik 2 x 45° Hellingshoek 45° Dubbele versteksneden 45° x 45° links Arrêteerstanden 45°, 30°, 22, 5°, 15°, 0°, 15°, 22,5°, 30°, 4 5° Gewicht kg 7, 7 Zaaggegevens voor afkorten Max. zaagdiepte 90°/45° 60 / 35 mm 90°/90° 120 x 60 mm 90°/45° 80 x 60 mm 45°/90° 120 x 35 mm 45°/45° 80 x 35 mm Aandrijving Motor V

/Hz 220-240 / 50 Opgenomen vermogen W S6 25%* 1500W Technische wijzigingen voorbehouden!NL/BE

  • Bedrijfsmodus S6, ononderbroken periodiek bedrijf. De bedrijfstijd is opgebouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante belasting en een uitlooptijd. De cyclusduur bedraagt 10 minuten en de relatieve inschakelduur be- draagt 25% van de cyclustijd. Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm heb- ben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de kleminrichting is geborgd. Informatie over geluidsproductie Geluidsniveaus tijdens het gebruik van de machine:

: 112.6dB(A) K=3dB(A) Waarschuwing: Lawaai kan ernstige gezondheids- klachten tot gevolg hebben. Draag geschikte gehoorbe- scherming indien de geluidsproductie van de machine groter is dan 85 dB (A). Als de elektrische aansluiting defect is, kan de stroom uitvallen bij de start van de machine. Dit kan invloed hebben op andere machines (bijv. knipperende lampen). Als het elektrisch vermogen beantwoordt aan Zmax < 0,27, mogen dergelijke storingen niet optreden. (Neem contact op met uw leverancier indien dit toch het geval is.)

  • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens een standaardtestmethode en kan worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
  • De aangegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. Reglementair gebruik De kapzaag dient voor het kappen van hout en kunststof, overeenkomstig de grootte van de machine. De zaag is niet geschikt voor het snijden van brandhout. Waarschuwing! Het meegeleverde zaagblad is uit- sluitend bestemd voor het zagen van hout! Gebruik dit niet om kunststof mee te zagen! De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.Alleen de voor de machine gepaste zaagbladen mogen worden gebruikt. Het gebruik van snijschijven van welke soort dan ook is verboden. Het naleven van de veiligheidsvoorschrif- ten alsmede van de montage-instructies en aanwijzingen aangaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moe- ten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn.

Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorko- ming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere al- gemene regels op het gebied van de arbeidsgeneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen. Veranderingen aan de machine sluiten een aansprakelijk- heid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde resterende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen:

  • Raken van het zaagblad in het niet afgedekte zaagge- bied.
  • Grijpen in het draaiende zaagblad (snijwonden).
  • Terugstoot van werkstukken en werkstukdelen.
  • Wegslingeren van defecte hardmetalen stukken van het zaagblad.
  • Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbe- schermer.
  • Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat schadelijk is voor de gezondheid. Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, am- bachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Belangrijke aanwijzingen Let op! Bij gebruik van elektrische apparaten dient u de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen te ne- men ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschriften alvorens deze machi- ne te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften. Veilig werken 1 Hou u uw werkplaats netjes – Wanorde op uw werkplaats leidt tot gevaar voor ongelukken. 2 Hou rekening met de omgevingsinvloeden – Stel elektrisch materieel niet bloot aan de regen. – Gebruik elektrisch materieel niet in vochtige of natte omgeving. – Zorg voor een goede verlichting. – Gebruik elektrisch materieel niet in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen. 3 Bescherm u tegen elektrische schok – Vermijd lichamelijk contact met geaarde delen, b.v. buizen, radiatoren, fornuizen, koelkasten. 4 Hou kinderen weg! – Laat geen andere personen het gereedschap of de kabel raken, hou ze weg van uw werkgebied. – De gebruiker moet minimaal 18 jaar oud zijn. Voor stagiaires geldt een minimumleeftijd van 16 jaar, echter alleen onder toezicht.NL/BE

5 Bewaar uw gereedschappen op een veilige plaats – Niet gebruikte gereedschappen moeten in een droge gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. 6 Overbelast uw gereedschap niet – U werkt beter en veiliger in het opgegeven vermo- gensgebied. 7 Gebruik het juiste gereedschap – Gebruik geen te zwakke gereedschappen of voorzet- stukken voor zwaar werk. – Gebruik gereedschappen niet voor doeleinden en werkzaamheden waarvoor ze niet bedoeld zijn; gebruik b.v. geen handcirkelzaag om bomen te vellen of takken te kappen. – Gebruik de machine niet om brandhout mee te zagen. 8 Draag de gepaste werkkledij – Draag geen wijde kleding of sieraden. Ze kunnen door bewegende delen worden gegrepen. – Bij het werken in open lucht draagt u best rubber- handschoenen en slipvast schoeisel. – Draag bij lang haar een haarbescherming. 9 Maak gebruik van de beschermende uitrusting – Draag een veiligheidsbril. – Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt. 10 Sluit de stofafzuiginrichting aan – Indien inrichtingen voor het aansluiten van stofafzui- ginrichtingen voorhanden zijn overtuig u er zich van dat deze aangesloten zijn en gebruikt worden. – Gebruik in afgesloten ruimtes is alleen toegestaan met een geschikt afzuigsysteem. 11 Onttrek de kabel niet aan zijn eigenlijke bestemming – Draag het gereedschap niet aan de kabel en ge- bruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten. 12 Beveilig het werkstuk – Gebruik spaninrichtingen of een bankschroef teneinde het werkstuk vast te zetten. Het wordt zo- doende veiliger vastgehouden dan met uw hand en maakt het mogelijk de machine met de beide handen te bedienen. – Voor lange werkstukken is extra ondersteuning (tafel, blokken enz.) vereist om kantelen van de machine te voorkomen. – Druk het werkstuk stevig op het werkblad en tegen de aanslag, om te voorkomen dat het werkstuk gaat wiebelen of verschuiven. 13 Vermijd een onnatuurlijk lichaamshouding – Zorg er steeds voor dat u stevig en stabiel staat. – Voorkom dat u uw handen in een onhandige stand houdt waardoor een of beide handen het zaagblad zouden kunnen raken bij een plotselinge verschui- ving. 14 Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig – Hou uw gereedschappen scherp en schoon om goed en veilig te werken. – Neem de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het verwisselen van gereedschappen in acht. – Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een erkende vakman vervangen. – Controleer de verlengkabel regelmatig en vervang beschadigde kabels. – Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet. 15 Neem de stekker uit het stopcontact – Verwijder nooit losse houtsplinters, houtkrullen of vastzittende houtstukken als het zaagblad draait. – Als u de machine niet gebruikt, voordat u onderhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbla- den, boren en frezen. 16 Laat geen gereedschapssleutels steken – Controleer of de sleutels en afstelgereedschappen verwijderd zijn alvorens de zaag aan te zetten. 17 Voorkom onbedoelde inschakeling – Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld wan- neer u de stekker in het stopcontact steekt. 18 Gebruik een verlengsnoer voor gebruik buitenshuis – Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld. – Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afge- rold. 19 Blijf steeds alert – Ga voorzichtig te werk. Gebruik uw gezond verstand tijdens de werkzaamheden. Gebruik de machine niet wanneer u niet geconcentreerd bent. 20 Controleer uw toestel op beschadigingen – Voordat u het gereedschap verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun behoorlijke en regle- mentaire werkwijze te controleren. – Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen moe- ten naar behoren gemonteerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren. – De bewegende beschermkap mag niet in geopende stand worden vastgeklemd. – Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen dienen deskundig door een erkende vakwerkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in de handlei- dingen anders vermeld. – Beschadigde schakelaars dienen door een klanten- dienst-werkplaats te worden vervangen. – Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitka- bels. – Gebruik geen gereedschappen waarvan de schake- laar niet kan worden in- of uitgeschakeld. 21 LET OP! – Bij dubbele versteksneden is uiterste voorzichtigheid geboden. 22 LET OP! – Bij gebruik van andere inzetstukken en andere acces- soires bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.NL/BE

23 Laat de machine repareren door een erkend elektricien – Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbetreffende veiligheidsbepalingen. Herstellin- gen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, anders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen. Aanvullende veiligheidsvoorschriften 1 Veiligheidsmaatregelen – Waarschuwing! Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen. – Vervang een tafelinzetstuk als dit versleten is. – Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaag- bladen die voldoen aan EN 847-1. – Let erop dat u een zaagblad kiest dat geschikt is voor het te zagen materiaal. – Draag geschikte persoonlijke beschermingsmidde- len. Hieronder wordt verstaan: – Gehoorbescherming om het risico op gehoorbe- schadiging te beperken. – Bescherming van de ademhalingswegen om het risico op inademing van gevaarlijk stof te verminderen. – Draag handschoenen bij het hanteren van zaagbladen en onbewerkte materialen. Vervoer zaagbladen, indien mogelijk, in een houder. – Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan of vrijkomende houtsplinters, houtkrullen en stof uit het apparaat kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermogen. – Sluit de machine aan op een stofopvanginrichting wanneer u hout zaagt. De hoeveelheid stof die vrij- komt is onder andere afhankelijk van de te bewerken materiaalsoort, het belang van lokale opvang (op- name of bron) en de juiste positionering van kappen, keerschotten en geleiders. – Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS-staal). 2 Onderhoud en instandhouding – Haal bij instel- of onderhoudswerkzaamheden altijd de stekker uit het stopcontact. – De geluidsproductie is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de kwaliteit van het zaagblad en de toestand van het zaagblad en de machine. Gebruik, indien mogelijk, zaagbladen die zijn ontworpen voor een lagere geluidsproductie, voer regelmatig onder- houd uit aan machine en toebehoren en verricht zo nodig herstelwerkzaamheden om de geluidsproduc- tie te verminderen. – Meld aangetroffen fouten aan de machine, de vei- ligheidsvoorzieningen of opzetstukken direct aan de verantwoordelijke veiligheidsfunctionaris. 3 Veilig werken – Gebruik alleen zaagbladen waarvan het maxi- maal toegestane toerental is niet lager is dan het maximale spiltoerental van de tafelcirkelzaag en die geschikt zijn voor het te bewerken materiaal. – Controleer of de zaag in geen enkele positie de draaitafel raakt door, nadat de stekker uit het stopcontact is gehaald, het blad met de hand in de standen 45° en 90° te draaien. Stel zo nodig de zaagkop opnieuw af. – Gebruik voor het transport van de machine alleen de transportvoorzieningen. Gebruik nooit de veilig- heidsvoorzieningen om het apparaat te hanteren of te transporteren. – Zorg ervoor dat tijdens het transport het onderste deel van het zaagblad afgeschermd is, bijvoorbeeld door de veiligheidsvoorzieningen. – Let erop dat u alleen afstandsschijven en spilringen gebruikt die geschikt zijn voor het door de fabrikant vermelde doel. – De vloer rondom de machine moet waterpas, schoon en vrij van losse deeltjes, zoals spanen en zaagres- ten, zijn. – De werkpositie bevindt zich altijd aan de zijkant van het zaagblad – Verwijder geen zaagresten of andere delen van het werkstuk uit de verwerkingszone zolang de machine draait en de zaageenheid zich nog niet in de rustpo- sitie bevindt. – Zorg ervoor dat de machine, indien mogelijk, altijd op een werkbank of tafel bevestigd is. – Lange werkstukken moeten worden ondersteund om te voorkomen dat ze na het zagen van de tafel val- len (bijvoorbeeld met een rolstaander of rolbok). Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.

1 Gebruik alleen gereedschap als u weet hoe u ermee om moet gaan. 2 Houd rekening met het maximale toerental. Het maxi- male toerental dat op het gereedschap staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aange- geven, aan het toerentalbereik. 3 Let op de draairichting van de motor en het zaagblad. 4 Gebruik geen gereedschap dat barsten vertoont. Gooi het gereedschap weg als het barsten vertoont. Het is niet toegestaan om het te repareren. 5 De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan. 6 Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de boring van cirkelzaagbladen te verkleinen. 7 Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de bor- ging van het gereedschap dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben. 8 Controleer of de bevestigde pasringen parallel aan elkaar lopen.NL/BE

9 Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstukken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking en of in speciale houders. Draag beschermende handschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen. 10 Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of de vei- ligheidsvoorzieningen correct zijn aangebracht. 11 Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzetstuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is. 12 Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen. Let op! Laserstraling Niet in de straal kijken Laserklasse 2 Bescherm u en uw omgeving tegen gevaar voor ongelukken door de gepaste voor- zorgsmaatregelen te nemen.

  • Niet met blote ogen rechtstreeks in de laserstraal kijken.
  • Nooit rechtstreeks in de stralengang kijken.
  • De laserstraal nooit richten op weerkaatsende opper- vlakken, personen of dieren. Ook een laserstraal met een gering vermogen kan schade berokkenen aan het oog.
  • Voorzichtig – als u anders te werk gaat dan hier be- schreven kan dit leiden tot een blootstelling aan gevaar- lijke straling.
  • Lasermodule nooit openen.
  • Als u de afkortzaag langere tijd niet gebruikt, moet u de batterijen verwijderen.
  • De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
  • Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fa- brikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd. Veiligheidsvoorschriften voor batterijen 1 Zorg er altijd voor dat de batterijen met de juiste pola- riteit (+ en -) worden geplaatst, zoals aangegeven op de batterij. 2 Voorkom dat de batterijen worden kortgesloten. 3 Niet-oplaadbare batterijen mag u niet opladen. 4 Voorkom dat de batterij te veel wordt ontladen! 5 Combineer geen oude en nieuwe batterijen of batte- rijen van verschillende typen of fabrikanten! Vervang de set batterijen gelijktijdig. 6 Verwijder lege batterijen direct uit het apparaat en voer ze op de juiste wijze af! 7 Batterijen niet verwarmen! 8 Niet rechtstreeks op batterijen solderen of lassen! 9 Batterijen niet demonteren! 10 Batterijen niet vervormen! 11 Batterijen niet in open vuur werpen! 12 Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. 13 Voorkom dat kinderen zonder toezicht de batterijen kunnen vervangen! 14 Bewaar batterijen niet in de buurt van open vuur, kachels of andere warmtebronnen. Plaats de batterij niet in direct zonlicht en gebruik of bewaar ze niet bij warm weer in de auto. 15 Bewaar ongebruikte batterijen in hun originele verpakking en uit de buurt van metalen voorwerpen. Voorkom dat uitgepakte batterijen worden gemengd of bij elkaar worden gelegd! Dit kan kortsluiting van de batterij veroorzaken en beschadiging, brandwon- den of zelfs brandgevaar tot gevolg hebben. 16 Verwijder de batterijen uit het apparaat wanneer ze langere tijd niet wordt gebruikt, tenzij het gaat om noodgevallen! 17 Raak lekkende batterijen NOOIT aan zonder adequa- te beschermingsuitrusting. Indien de gelekte vloeistof in aanraking komt met de huid, moet dat gebied van de huid onmiddellijk onder stromend water worden afgespoeld. Voorkom in ieder geval dat de vloeistof in aanraking komt met de ogen en de mond. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met een arts. 18 Reinig de batterijpolen en de contactpunten in het apparaat voordat u de batterijen plaatst. Restrisico‘s De machine is ontwikkeld volgens de hui- dige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s.
  • Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektrici- teit bij gebruik van onjuiste snoeren.
  • Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico‘s.
  • De restrisico‘s kunnen tot een minimum worden beperkt wanneer aan de „Veiligheidsmaatregelen“ en het „Ge- bruik volgens bestemming“ wordt voldaan en de ge- bruiksaanwijzing in zijn geheel wordt opgevolgd.
  • Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
  • Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastgezet.
  • Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
  • Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw afkortzaag.
  • Kom nooit met uw handen in de verwerkingszone wan- neer de machine in bedrijf is.
  • Laat altijd de knop van de handgreep los en schakel de machine uit voordat u een handeling gaat uitvoeren.NL/BE

Inbedrijfstelling Neem voorafgaand aan de inbedrijfstelling de veiligheidsinstructies in de gebruiksaan- wijzing in acht.

VERWIJDEREN VAN DE VERPAKKING

Neem de machine uit de doos die bescherming bood tijdens het transport, zonder de doos te beschadigen. Deze doos kan later handig zijn als de zaag weer moet worden getrans- porteerd of moet worden opgeslagen. VERPLAATSEN Aangezien de afkortzaag relatief klein en licht is, kan hij een- voudig worden verplaatst, ook door één persoon. U hoeft alleen de blokkeerknop (26 - afb. 4) in de onderste stand te vergrendelen en de afkortzaag aan de handgreep (34 - afb.

TRANSPORT Als de machine moet worden getransporteerd, moet u hem aan de handgreep (34 - afb. 4) optillen en in de originele verpakking plaatsen. Let er hierbij op dat de machine in de juiste positie wordt geplaatst (zie pijlen op de doos). Zet de lading vast met touwen of veiligheidsriemen om te voorkomen dat deze tijdens het transport kan verschuiven of dat onderdelen van de lading worden verloren. PLAATSING/WERKPLEK Plaats de machine op een werkbank of een vlak voetstuk, zodat de machine zo stabiel mogelijk staat. Zorg ervoor dat de machine, wanneer ook maar enigszins mogelijk, altijd op een werkbank of tafel bevestigd is. Voor de werkzaamheden met de machine moet rekening worden gehouden met ergonomische aspecten. De ideale hoogte van de werktafel of het voetstuk wordt bereikt als het grondvlak of het bovenste werkoppervlak zich op een hoogte van 90 tot 95 cm bevindt. De machine moet zodanig worden geplaatst dat in alle richtingen minimaal 80 cm vrije ruimte is rondom de machine. U kunt dan eenvoudig de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden en de nodige aanpassingen uitvoeren, conform de veiligheidsvoorschriften en met voldoende bewegingsruimte. VOORZICHTIG: Plaats de machine in een ruimte met geschikte arbeidsomstandigheden en een goede verlichting. Houd er rekening mee dat de algemene arbeidsomstan- digheden een cruciale rol spelen bij het voorkomen van ongevallen. ELEKTRISCHE AANSLUITING Het stopcontact moet in goede staat zijn. Wij willen u eraan herinneren dat het stroomnet over een voorgeschakelde magnetothermische veiligheidsvoorziening moet beschikken waarmee alle kabels worden beschermd tegen kortsluiting en overbelasting. Montage WAARSCHUWING! Plaats voor uw eigen veiligheid de stekker pas in het stopcontact nadat alle montagestappen zijn voltooid en u de veiligheidsvoorschriften en de ge- bruiksaanwijzing gelezen en begrepen hebt. Neem de zaag uit de verpakking en plaats hem op uw werk- bank. (Plaatsing van de zaag op de werkbank: zie volgende pagina onder „PLAATSING/WERKPLEK“) Installatie van de stofzak (afb. 2)

  • Knijp de uiteinden van de metalen klem van de stofzak (12) samen en breng de zak aan op de uitlaatopening bij de motor. Montage van de werkstukklem (afb. 1.1)
  • Draai de borgschroef (17) los en monteer de werkstuk- klem (10) links of rechts van de bevestigde zaagtafel.
  • Draai vervolgens de borgschroef (17) weer vast. Montage van de werkstuksteunen (afb. 1.1 - 1.2)
  • Draai de kruiskopschroef (14) los en voer de werkstuk- steun door het daartoe bestemde gat aan de zijkant van de vaste zaagtafel.
  • Zorg ervoor dat de werkstuksteun (15) ook door beide ogen (19) aan de onderkant wordt gevoerd.
  • Draai vervolgens de kruiskopschroef (14) weer vast.
  • Herhaal deze procedure aan de andere kant. Montage van de standbeugel (afb. 1.1 - 1.2)
  • Draai de kruiskopschroeven (18) aan de onderkant van de zaag los en voer de standbeugel (16) door de daar- toe bestemde gaten die aan de achterkant van de zaag.
  • Draai vervolgens de kruiskopschroeven (18) weer vast. Toepassing Beoogde toepassingsmogelijkheden De machine is geschikt voor het zagen van:
  • Hout en houtachtige materialen
  • Kunststof Niet-beoogde toepassingsmogelijkheden De machine is niet geschikt voor het zagen van:
  • IJzerhoudende materialen, staal en gietijzer, evenals alle andere materiaalsoorten en producten die niet zijn ver- meld, levensmiddelen in het bijzonder.
  • Afkortzaag zonder bescherming.
  • Materialen die zijn groter dan de gespecificeerde zaag- gegevens: 90°/90°/ 120 x 60 mm 90°/45° 80 x 60 mm 45°/90° 120 x 35 mm 45°/45° 80 x 35 mmNL/BE

Instellingen AFKORTEN LET OP: Controleer of de motor van de machine uitgescha- keld is voordat u de onderstaande instelwerkzaamheden uitvoert. Draaien van de tafelplaat (afb. 2) De afkortzaag kan met de draaitafel naar links en rechts ge- draaid worden. Met de schaalverdeling is een nauwkeurige hoekinstelling mogelijk. De hoek van 0° tot 45 ° kan snel en nauwkeurig worden gearrêteerd op 15°, 22,5° en 30°. Om de draaitafel te verdraaien, moet u de borgschroef (21) losdraaien en de zaageenheid aan de handgreep (20) draaien tot de gewenste hoek is bereikt. Zet de machine daarna vast met de borgschroef (21). Schuin plaatsen van de zaageenheid (afb. 3) De zaageenheid kan schuin worden geplaatst tot een hoek van 45°. Draai de handgreep (23) los aan de achterkant van de machine en kantel de zaageenheid met behulp van de schaalverdeling in de gewenste hoek. De hoek kan worden bepaald met behulp van de schaalverdeling (24) en de naald (25). Draai het handvat daarna weer vast. Werkinstructies Wanneer u alle hiervoor beschreven stappen hebt uitge- voerd, kunt u beginnen met de werkzaamheden. LET OP: Blijf altijd met uw handen uit de buurt van de ver- werkingszones en kom hier in geen geval tijdens het zagen.

VASTZETTEN VAN HET WERKSTUK

Om het werkstuk vast te zetten, klemt u het met de werkstuk- klem (10 - afb. 1) vast op de werktafel. Afkorten (afb. 1, 1.3, 4) Let op! De verschuifbare aanslagscheen (27a) moet voor 90° - afkortbewerking in de binnenste positie gefixeerd worden.

  • Open de borgschroef (27b) van de verschuifbare aan- slagscheen (27a) met een inbussleutel en schuif de ver- schuifbare aanslagscheen (27a) naar binnen.
  • De verschuifbare aanslagscheen (27a) moet zover voor de binnenste positie vastgezet worden, dat de afstand tussen aanslagscheen (27a) en zaagblad (5) maximaal 8 mm bedraagt.
  • Controleer voor de zaagsnede, dat tussen de aanslag- scheen (27a) en het zaagblad (5) geen botsing mogelijk is.
  • De borgschroef (27b) weer aandraaien.
  • Ontgrendel de blokkeerknop (26).
  • Til de zaageenheid aan het handvat (2) omhoog totdat hij in de bovenste stand vastklikt.
  • Druk het werkstuk gelijkmatig tegen de aanslaglijsten (27) en let erop dat uw handen zich buiten de verwer- kingszone van het zaagblad bevinden.
  • Het materiaal met de spaninrichting (10) op de vast- staande zaagtafel vastzetten, om verschuiven tijdens het zagen te voorkomen.
  • Houd uw rechterhand aan de handgreep (2) en druk op de blokkeerhendel (3) zodat de zaageenheid naar be- neden kan worden bewogen.
  • De motor gaat draaien wanneer u de startknop (1) in- drukt.
  • Beweeg het zaagblad langzaam naar het werkstuk en zaag het door met matige druk.
  • Na het zaagwerk de machinekop weer in de bovenste ruststand brengen en de in,- uitschakelaar (1) loslaten. Let op! Door de terughaalveer slaat de machine auto- matisch naar boven. De handgreep (2) na de zaagbe- werking niet loslaten, maar de machinekop langzaam en onder lichte tegendruk naar boven bewegen. Versteksnede 0°- 45° (fig. 1, 1.3, 3) Met de kapzaag kunnen versteksnedes naar links van 0°- 45° ten opzichte van het werkvlak worden uitgevoerd. Let op! De verschuifbare aanslagscheen (27a) moet voor versteksnedes (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden.
  • Open de borgschroef (27b) van de verschuifbare aanslag- scheen (27a) en schuif de verschuifbare aanslagscheen (27a) naar buiten.
  • De verschuifbare aanslagscheen (27a) moet zover voor de binnenste positie vastgezet worden, dat de afstand tussen aanslagscheen (27a) en zaagblad (5) minstens 8 mm bedraagt.
  • Controleer voor de zaagsnede, dat tussen de aanslag- scheen (27a) en het zaagblad (5) geen botsing mogelijk is.
  • De borgschroef (27b) weer aandraaien.
  • De machinekop in de bovenste stand brengen.
  • De draaitafel (9) op de 0°-stand fixeren.
  • De borgschroef (23) losdraaien en met de handgreep (2) de machinekop naar links, schuin plaatsen, tot de naald (25) naar de gewenste hoek van de schaal (24) wijst.
  • De borgschroef (23) weer vastdraaien.
  • De bewerking uitvoeren als onder het punt Afkorten beschreven. Zaagblad vervangen (afb. 5)
  • Neem de stekker uit het stopcontact.
  • Breng de zaageenheid in de stand „Afkorten“.
  • Ontgrendel de beweegbare zaagbladbescherming (6) door de blokkering (3 - afb. 1) in te drukken en til daarbij de zaagbladbescherming zodanig op dat het zaagblad vrijkomt.
  • Druk de spilarrêtering (22 - afb. 3) in.
  • Draai de zaagbladbevestigingsbout (28) los (let op: linkse schroefdraad).
  • Verwijder de bout (28) en de zaagbladflens (29).
  • Neem het zaagblad voorzichtig uit (gevaar voor letsel door zaagbladtanden).
  • Plaats het nieuwe zaagblad op de binnenste zaagblad- flens. Let daarbij op de draairichting van het zaagblad.
  • Plaats de buitenste zaagbladflens en draai de bout ste- vig vast.
  • Verwijder het deksel van de laserbatterij (30). Verwijder de 2 batterijen.
  • Vervang beide batterijen door dezelfde batterijen of een gelijkwaardig type. Let erop dat ze in dezelfde polari- teitsrichting worden geplaatst als de oude batterijen.
  • Sluit het batterijdeksel. Laser in- en uitschakelen (afb. 6) Inschakelen: Aan/Uit-schakelaar (33) naar de stand “1” brengen. Een laserlijn wordt op het te bewerken stuk geprojecteerd die exact aanduidt langs waar het snijden dient te gebeuren. Uitschakelen: Aan/Uit-schakelaar naar de stand “0” brengen. Justeren van de laser (afb. 7) Wanneer de laser (31) niet meer de correcte snijlijn aan- duidt kan die worden bijgeregeld. Draai hiervoor de schroeven (32) los en stel de laser door zijdelingse ver- schuiving in zodat de laserstraal de snijtanden van het zaagblad (5) raakt. Elektrische aansluiting De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfs- klaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschrif- ten. De netaansluiting van de klant en het ge- bruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de mo- tor weer worden ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:
  • Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcon- tact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitka- bels met de aanduiding H 07 RN. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Wisselstroommotor
  • De netspanning moet 230 VAC
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitge- voerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor Accessoires ZAAGSELAFZUIGING De afkortzaag is voorzien van een afzuigmof waarop een afzuiginstallatie kan worden aangesloten. Naar wens kan ook een stofzak worden bevestigd. De slang van de afzuiginstallatie wordt met een klem op de afzuigmof bevestigd. Wij raden u aan om van tijd tot tijd aan de zak of houder van de afzuiginstallatie te legen en het fil er schoon te maken. De luchtsnelheid van de afzuiginstallatie moet minstens 30 meter per seconde bedragen. Onderhoud Als vakpersoneel voor buitengewoon on- derhoud of reparatie moet worden ge- raadpleegd, moet u altijd een aanbevolen servicecentrum raadplegen of rechtstreeks contact met ons opnemen.
  • Zorg er altijd voor dat reparatie-, onderhouds- en reini- gingswerkzaamheden en het verhelpen van storingen uit- sluitend plaatsvinden als de aandrijving is uitgeschakeld.
  • Alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen moeten direct worden teruggeplaatst nadat de reparatie of het onderhoud is voltooid. NORMALE ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN Het normale onderhoud kan worden uitgevoerd door niet daartoe geschoold personeel. Alle werkzaamheden staan beschreven in de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk.
  • De afkortzaag zag mag niet gesmeerd worden, omdat altijd droge oppervlakken worden gezaagd. Alle bewe- gende onderdelen van de machine zijn zelfsmerend.
  • Bij de onderhoudswerkzaamheden moeten indien moge- lijk altijd de persoonlijke beschermingsmiddelen worden gedragen (veiligheidsbril en handschoenen).
  • Verwijder het zaagsel regelmatig wanneer u de verwer- kingszone en de draagvlakken reinigt. Wij raden aan om gebruik te maken van een afzuiginrichting of borstel. LET OP: Gebruik geen perslucht! Controleer van tijd tot tijd het zaagblad. Als u problemen ondervindt bij het zagen, moet u het zaagblad opnieuw laten slijpen door specialist of het vervangen, afhankelijk van de staat.NL/BE

Na buitengebruikstelling van de machine kan de machine worden afgevoerd met het normale bedrijfsafval. Afvoer De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen die u via de plaatselijke recyclingdiensten kunt afvoeren. Uw gemeentelijke milieudienst kan u informatie geven over de afvalverwijdering van uitgediende apparaten. Verhelpen van storingen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor functioneert niet. Motor, kabel of stekker defect, zekeringen doorgebrand. Laat de machine door een vakman controleren. Repareer de motor nooit zelf. Gevaar! Controleer de zekeringen en vervang ze zo nodig. De motor draait langzaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. Spanning te laag, wikkelingen beschadigd of condensator doorgebrand. Laat de spanning controleren door de energiemaatschappij. Laat de motor controleren door een vakman. Laat de condensator vervangen door een vakman. De motor maakt te veel lawaai. Wikkelingen beschadigd, motor defect. Laat de motor controleren door een vakman. De motor bereikt het maximale vermogen niet. Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.). Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep. Motor raakt snel oververhit. Overbelasting van de motor, ontoereikende koeling van de motor. Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen. Verminderde prestaties bij het zagen. Zaagblad te klein (te vaak geslepen). Eindaanslag van de zaageenheid opnieuw instellen. Zaagsnede is ruw of gegolfd. Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor materiaaldikte. Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaatsen. Werkstuk breekt uit of versplintert. Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor toepassing. Plaats een geschikt zaagblad.NL/BE

GARANTIEBEWIJS Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garan- tie geldt het volgende:

  • Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garan- tie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
  • De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereed- schappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
  • De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
  • Om een garantieclaim geldend te maken dient u het defecte apparaat franco op te sturen aan het hieronder vermelde adres. Voeg het originele verkoopbewijs of een ander gedateerd bewijs van aankoop bij. Gelieve daarom de kassabon als bewijs goed te bewaren! Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantie- prestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Service Hotline: +800 4003 4003 (0,00 €/Min.) Service Adres: Ticco Maagdenberg Voorstraat 27 NL - 4797 BD Willemstad NB Service-Email (NL): Service-Email (BE): lidl.service.nl@scheppach.com lidl.service.be@scheppach.comCZ

verklaart hierbij dat het volgende artikel voldoet aan de daarop betrekking hebbende EG-richtlijnen en normen RUS заявляет о соответствии товара следующим директивам и нормам ЕС

Allen voor EU-landen. Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Volgens de europese richtlijn 2012/19/EU inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar en recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.