MAKITA 6236D - Schroevendraaier

6236D - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 6236D MAKITA in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MAKITA 6236D - page 22
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
SKIP

Veelgestelde vragen - 6236D MAKITA

Gebruikersvragen over 6236D MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 6236D - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 6236D van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING 6236D MAKITA

NL Snoerloze boor-schroevedraaier Gebruiksaanwijzing

Verklaring van algemene gegevens
1 Knop10 Trekschakelaar19 Afstelring
2 Batterij11 Omkeerschakelaar20 Schaalverdelingen
3 Oplaadlampje12 Zijde A21 Boormarkering
4 Acculader13 Zijde B22 Wijzer
5 B o o r14 Rechtse draairichting23 Limietaanduiding
6 Vastdraaien15 Linkse draairichting24 Koolborsteldop
7 B u s16 Laag toerental25 Schroevendraaier
8 Ring17 Hoog toerental
9 Boorhouder18 Toerentalschakelaar

TECHNISCHE GEGEVENS

Model6216D6236D6316D6336D
Capaciteiten
Metaal10 mm10 mm13 mm13 mm
Hout30 mm36 mm30 mm36 mm
Houtschroef6 x 75 mm6 x 75 mm6 x 75 mm6 x 75 mm
Kolomschroef6 mm6 mm6 mm6 mm
Toerental onbelast (min ^-1 )
Hoog0 – 1 3000 – 1 3000 – 1 3000 – 1 300
Laag0 – 4000 – 4000 – 4000 – 400
Totale lengte243 mm243 mm255 mm255 mm
Netto gewicht2,1 kg2,2 kg2,2 kg2,3 kg
Nominale spanningDC 12 VDC 14,4 VDC 12 VDC 14,4 V

- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.

- Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.

Veiligheidswenken

Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids-voorschriften nauwkeurig op te volgen.

BELANGRIJKE

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK VAN DE BATTERIJLADER EN HET BATTERIJPAK

  1. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN — In deze gebruiksaanwijzing staan belangrijke veiligheids- en bedieningsvoorschriften betreffende de batterijlader (snellader).
  2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen betreffende (1) de batterijlader, (2) het batterijpak en (3) het gereedschap aandachtig door alvorens de batterijlader in gebruik te nemen.
  3. LET OP — Om het gevaar voor ongelukken te verminderen, dient u met de snellader uitsluitend MAKITA oplaadbare batterijen te laden. Batterijen van andere merken kunnen gaan barsten en hierdoor verwondingen of schade veroorzaken.
  4. Stel de batterijlader niet bloot aan regen of sneeuw.
  5. Het gebruik van accessoires die niet door de fabrikant van de batterijlader worden verkocht of aanbevolen, kan brandgevaar, elektrische schok of verwondingen veroorzaken.
  6. Om de stekker en het netsnoer niet te beschadi- gen, trekt u het netsnoer uit het stopkontakt door de stekker vast te pakken.

  7. Let op dat het snoer zodanig op de grond ligt, dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen en dat er niets op het snoer geplaatst wordt.

  8. Gebruik in geen geval de batterijlader als het netsnoer of de stekker beschadigd is. Vervang deze onmiddellijk.
  9. Gebruik de batterijlader ook niet als deze gevallen is, aan een zware stoot heeft blootgestaan, of als u vermoedt dat hij beschadigd is. Laat in deze gevallen de batterijlader eerst nakijken.
  10. Haal de batterijlader of het batterijpak niet uit elkaar; laat eventuele servicebeurten of reparaties uitsluitend vakkundig uitvoeren. Het onjuist opnieuw in elkaar zetten kan namelijk elektrische schok of brandgevaar opleveren.
  11. Om gevaar voor elektrische schok te verminderen, trekt u de stekker uit het stopkontakt alvorens de batterijlader te reinigen of een onderhoudsbeurt te geven. Door de batterijlader alleen maar uit te schakelen, vermindert u dit gevaar niet.
  12. De acculader is niet bedoeld voor gebruik door kleine kinderen of geestelijk gestoorden waarop geen toezicht wordt gehouden.
  13. Houd toezicht op kleine kinderen om te voorkomen dat ze met de acculader spelen.
  14. Als de gebruiksduur van de accu bijzonder kort geworden is, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten omdat er anders gevaar is voor oververhitting, brandwonden en zelfs een explosie.
  15. Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, moet u deze spoelen met schoon water en onmiddellijk de hulp van een dokter inroepen. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

BIJGEVOEGDE

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK VAN DE BATTERIJLADER EN HET BATTERIJPAK

  1. Laad het batterijpak niet op als de temperatuur LAGER is dan 10°C of HOGER dan 40°C.
  2. Gebruik voor het laden nooit een step-up trans- formator, een dynamo of een gelijkstroombron.
  3. Zorg dat de ventilatiegaten van de batterijlader niet afgesloten worden of verstopt raken.
  4. Bedek altijd de polen van de accu met het accudeksel wanneer u de accu niet gebruikt.
  5. Voorkom kortsluiting van het batterijpak:

(1) Raak de aansluitklemmen nooit aan met geleidend materiaal.
(2) Bewaar het batterijpak niet op een plaats waar ook andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel het batterijpak niet bloot aan water of regen.

Kortsluiting van het batterijpak kan leiden tot een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden of zelfs tot defecten.

  1. Bewaar de batterijlader en het batterijpak niet in plaatsen waar de temperatuur tot 50°C of hoger kan op lopen.
  2. Werp zwaar beschadigde of volledig uitgeputte batterijpakken niet in het vuur, omdat een gevaarlijke explosie er het gevolg van kan zijn.
  3. Wees voorzichtig dat u het batterijpak niet laat vallen en het niet aan schokken of stoten blootstelt.
  4. Laad het batterijpak niet op in een kist, een container e.d. Om het batterijpak op te laden, dient u dit in een goed geventileerde ruimte te plaatsen.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOOR- SCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP

  1. Denk eraan dat dit gereedschap altijd gebruiks- klaar is, aangezien het niet hoeft te worden aangesloten op een stopcontact.

  2. Houd het gereedschap bij de geïsoleerde handgrepen vast wanneer u boort op plaatsen waar de boor op verborgen elektrische bedrading kan stoten. Door contact met een onder spanning staande draad zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan, zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

  3. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt.
  4. Controleer of er zich niemand onder u bevindt wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken.
  5. Houd het gereedschap stevig vast.
  6. Houd uw handen uit de buurt van roterende onderdelen.
  7. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog in bedrijf is. Laat het gereedschap alleen draaien wanneer u het met beide handen vasthoudt.
  8. Raak de boor of het werkstuk niet aan onmiddel- lijk na het gebruik; deze kunnen zeer heet zijn en brandwonden veroorzaken.

BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.

BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN

Plaatsen en verwijderen van de accu (Fig. 1)

  • Schakel de machine altijd uit voordat een accu geplaatst of verwijdert wordt.
  • Om de accu te verwijderen, neemt u het uit het gereedschap terwijl u de knoppen aan beide zijden van de accu indrukt.
  • Om de accu te installeren, past u de rug op de accu in de groef in de behuizing van het gereedschap, en dan schuift u de accu naar binnen. Schuif de accu zo ver mogelijk erin, totdat het met een klikgeluid vergrendelt. Indien u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en uzelf of anderen verwonden.
  • Als de accu moeilijk in de houder komt, probeer het dan niet met geweld in te duwen. Indien de accu er niet gemakkelijk ingaat, dan houdt u het verkeerd om.

Laden (Fig. 2)

Sluit de acculader aan op een stopkontakt. Het laadcontrolelampje zal in groen knipperen. Schuif de accu zodanig in de acculader dat de plus en min klemmen van de accu overeenkomen met de plus en min markeringen op de acculader. Schuif de accu zo ver mogelijk in de opening, zodat het op de bodem van de lader rust. Wanneer de accu helemaal erin zit, zal de kleur van het laadcontrolelampje veranderen van groen in rood en zal het laden beginnen. Tijdens het laden zal het laadcontrolelampje blijven branden. Wanneer de kleur van het oplaadlampje verandert van rood in groen, is het opladen voltooid. Wanneer u een volledig opgeladen accu in de lader laat zitten, zal de lader overschakelen naar de "bijladen (handhaven van de lading)" stand. Trek de stekker van de lader uit het stopkontakt nadat het laden is voltooid.

Zie de onderstaande tabel voor de oplaadtijden.

Model van batterijpak Capaciteit (Ah) Aantal cellen Oplaadtijd
1222 (Ni-cd) 2,0 10 ca. 45 min.
1233 (Ni-MH) 2,2 10 ca. 50 min.
1234 (Ni-MH) 2,6 10 ca. 60 min.
1235 (Ni-MH) 3,0 10 ca. 70 min.
1422(Ni-cd)2,012 Approx.
1433(Ni-MH)2,212 Approx.
1434(Ni-MH)2,612 Approx. 60
1435(Ni-MH)3,012 Approx.

LET OP:

  • De acculader is uitsluitend bestemd voor het laden van Makita accu's. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden of voor het laden van accu's van andere fabrikanten.
  • Een nieuwe accu of een accu dat gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan eventueel niet volledig worden geladen. Dit is normaal en duidt niet op een defekt. Nadat de accu een paar keer volledig is ontladen, kunt u het weer volledig laden.
  • Wanneer u de accu van een zojuist gebruikt gereedschap laadt, of een accu dat voor langere tijd aan direct zonlicht of hitte werd blootgesteld, gebeurt het wel eens dat het laadcontrolelampje in rood knippert. Wacht in zo'n geval een tijdje. Het laden zal beginnen nadat de accu is afgekoeld. De accu zal sneller afkoelen indien u het van de acculader verwijdert.
  • Indien het laadcontrolelampje afwisselend in groen en rood knippert, wijst dit op een probleem en is laden niet mogelijk. De klemmen op de snellader of op de accu zijn vuil of de accu is versleten of beschadigd.

Bijladen (Handhaven van de lading)

Wanneer u een volledig opgeladen accu in de lader laat zitten om spontaan ontladen te voorkomen, zal de lader overschakelen naar de "Bijladen (Handhaven van de lading)" stand waardoor de accu vers en in volledig opgeladen toestand wordt gehouden.

Wenken om een maximale levensduur van de accu te handhaven

  1. Laad de accu op alvorens deze volledig is ontladen.
    Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap verminderd is.
  2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op.
    Wanneer u de accu te veel oplaadt, zal deze minder lang meegaan.
  3. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C.
    Laat een warme accu afkoelen alvorens deze op te laden.
  4. Laad de nikkel-metaalhydride accu op wanneer u deze langer dan zes maanden niet gebruikt.

Installeren of verwijderen van schroefbit of boor (Fig. 3 en 4)

Belangrijk:

Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de boor te installeren of te verwijderen.

Houd de ring vast en draai de bus naar links om de klauwen van de boorkop te openen. Steek de boor zo ver mogelijk in de boorkop. Houd daarna de ring weer stevig vast en draai de bus naar rechts voor het vastzetten van de boorkop.

Voor het verwijderen van de boor, de ring vasthouden en de bus naar links draaien. Bevestig de boor in de boorhouder wanneer u deze niet gebruikt. In de boorhouder kunt u boren met een lengte van maximaal 45 mm plaatsen.

Werking van de trekschakelaar (Fig. 5)

LET OP:

Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij het loslaten naar de "OFF" positie terugkeert.

Om het gereedschap in te schakelen, drukt u gewoon de trekschakelaar in. Hoe dieper de trekschakelaar wordt ingedrukt, hoe sneller het gereedschap draait. Om het gereedschap uit te schakelen, de trekschakelaar losla- ten.

Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 6)

LET OP:

  • Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te gebruiken.
  • Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Indien u de draairichting verandert terwijl de boor nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
  • Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt.

Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschakelaar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekschakelaar niet worden ingedrukt.

Veranderen van het toerental (Fig. 7)

Om het toerental te veranderen, schakelt u eerst het gereedschap uit en dan schuift u de toerentalschakelaar naar de "II" zijde voor hoog toerental, of naar de "I" zijde voor laag toerental. Zorg ervoor dat de toerentalschakelaar in de juiste stand staat alvorens met het werk te beginnen. Gebruik het toerental dat geschikt is voor uw werk.

LET OP:

  • Schuif de toerentalschakelaar altijd volledig naar de juiste positie. Als u het gereedschap gebruikt met de toerentalschakelaar halverwege tussen de "I" en "II" posities, kan het gereedschap beschadigd raken.
  • Verschuif de toerentalschakelaar niet terwijl het gereedschap draait. Hierdoor kan het gereedschap beschadigd raken.

Instellen van het draaimoment (Fig. 8)

Het draaimoment kan worden ingesteld in 17 stappen door de stelring zodanig te draaien dat zijn schaalverdelingen overeenkomen met de wijzer op het huis van het gereedschap. Het draaimoment is minimaal wanneer het cijfer 1 met de wijzer overeenkomt, en is maximaal wanneer de ⏻ markering met de wijzer overeenkomt.

Wanneer de stelring op een cijfer van 1 tot 16 is ingesteld, zal de koppeling bij verschillende draaimomentniveau's slippen. De koppeling is ontworpen om niet te slippen bij de ⏻ markering.

Alvorens met het eigenlijke werk te beginnen, moet u het geschikte draaimoment bepalen door een proefschroef in uw werkstuk of in een ander stuk van hetzelfde materiaal te schroeven.

OPMERKING:

  • De stelring vergrendelt niet wanneer de wijzer halfweg tussen de schaalverdelingen staat.
  • Gebruik het gereedschap niet met de stelring ingesteld tussen het cijfer 16 en de ⚡ markering. Hierdoor kan het gereedschap beschadigd raken.

Indraaien van schroeven (Fig. 9)

Plaats de schroefbit in de boorkop en oefen druk op het gereedschap uit. Begin met lage snelheid en voer dan de snelheid geleidelijk op. Laat de trekschakelaar los zodra de koppeling ingrijpt.

OPMERKING:

  • Zorg ervoor dat u de schroefbit recht op de schroefkop plaatst, aangezien anders de schroef en/of de schroef-bit beschadigd kan worden.
  • Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voorboorgaten in het hout. Dit vergemakkelijkt het vastschroeven en voorkomt dat het hout splijt. Zie de onderstaande tabel.

- Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuwe accu verder te werken.

Boren

Draai eerst de stelring zodat de wijzer op het gereedschap naar de ⬤markering wijst. Ga dan als volgt te werk.

- Boren in hout

Voor boren in hout krijgt u de beste resultaten met houtboren die voorzien zijn van een geleideschroef. Het boren gaat dan gemakkelijker aangezien de geleideschroef de boor in het hout trekt.

- Boren in metaal

Wanneer u begint te boren, gebeurt het vaak dat de boor slipt. Om dit te voorkomen, slaat u van tevoren met een drevel een deukje in het metaal op de plaats waar u wilt boren. Plaats vervolgens de boor in het deukje en start het boren.

Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort. De enige uitzonderingen zijn ijzer en koper die droog geboord dienen te worden.

LET OP:

- Door overmatige druk op het gereedschap uit te oefenen verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel druk op het gereedschap zal alleen maar de boorpunt beschadigen, de prestatie van het gereedschap verminderen en de gebruiksduur verkorten.

  • Wanneer de boor uit het gaatje te voorschijn komt, wordt een enorme kracht uitgeoefend op het gereedschap en op de boor. Houd daarom het gereedschap stevig vast en wees op uw hoede wanneer de boor door het werkstuk begint te dringen.
  • Wanneer de boor klemraakt, keert u met de omkeerschakelaar de draairichting om, om de boor uit het gaatje te krijgen. Het gereedschap kan echter plotseling terugspringen indien u het niet stevig vasthoudt.
  • Kleine werkstukken dient u altijd eerst vast te zetten in een klemschroef of iets dergelijks.
  • Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuw accu verder te werken.

ONDERHOUD

LET OP:

Controleer altijd of de machine is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voeren aan de machine.

Vervangen van koolborstels (Fig. 10 en 11)

Vervang de borstels wanneer ze tot aan de aangegeven limiet zijn afgesleten. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen.

Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita service centrum.

ACCESSOIRES

LET OP:

- Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.

Raadpleeg het dichtstbijzijnde Makita Servicecentrum voor verder advies of bijzonderheden omtrent deze accessoires.

• Schroefbits

- Handgreep

- Rubber steunschijf set

• Schuimrubber polijstkussen

- Diepteaanslag

- Wollen poetsschijf

- Diverse types originele Makita accu's en acculaders

Wij verklaren hierbij uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen van genormaliseerde documenten,

EN50260, EN55014

in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad 89/336/EEC en 98/37/EC.

ESPAÑOL

Wij verklaren hierbij uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen van genormaliseerde documenten,

in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad 73/23/EEC en 89/336/EEC.

ESPAÑOL

Het typische A-gewogen geluidsdrukniveau is 71 dB (A).

Tijdens het werken kan het geluidsniveau 85 dB (A) overschrijden.

– Draag oorbeschermers. –

De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is niet meer dan 2,5 m/s ^2 .

ESPAÑOL

Ruido y vibración

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : 6236D

Categorie : Schroevendraaier