Comfortalarm 22301 - Bewakingscamera TREBS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Comfortalarm 22301 TREBS in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Comfortalarm 22301 TREBS
Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Comfortalarm 22301 - TREBS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Comfortalarm 22301 van het merk TREBS.
GEBRUIKSAANWIJZING Comfortalarm 22301 TREBS
Draadloos alarmsysteem 22301 Gebruikershandleiding
Deel 1 – Aan de slag
1.1 Inleiding tot het systeem
1.2 Onderdelen van het systeem
1.3 Inleiding tot het Smart Panel
1.4 Inleiding tot het waarschuwingssignaal en de achterverlichting van het Smart Panel
Deel 2 – Het draadloze huisalarm installeren
2.1 Het Smart Panel installeren
2.2 Het Smart Panel activeren
2.3 Toelichting batterij- en transformatorsymbool
Deel 3 – Gebruik van het draadloze huisalarm
3.1 Uw 4-cijferige persoonlijke code programmeren
3.2 Alarmsignaal verzenden zonder sirene
3.3 Het activeren van het alarm systeem
3.4 Het deactiveren van het alarm systeem
3.5 Zones activeren of deactiveren
Deel 4 – De sensoren installeren
4.1 Inleiding tot de sensoren
A. De deur-/raamsensor van voeding voorzien B. De deur-/raamsensor installeren C. Monteren met de dubbelzijdige plakband
4.2.2 Bewegingssensor installeren
A. Bewegingssensor van stroom voorzien B. Bewegingssensor installeren C. Gevoeligheid van de sensor D. Looptest E. Monteren met de dubbelzijdige plakband F. Monteren met schroeven
4.3 Huiscode en zone instellen
Deel 5 - Problemen verhelpen
Deel 6 – Algemene informatie
6.1 Productinformatie
LET OP! De batterij van 9V in het Smart Panel dient uitsluitend als reserve. U moet er dus voor zorgen dat het Smart Panel altijd via de adapter van stroom wordt voorzien. Als het Smart Panel in alarmmodus is kan het moeilijk zijn om hem te deactiveren als hij alleen door de batterij van stroom wordt voorzien. Dit is geen storing, en kan worden verholpen door gebruik te maken van een volle 9V batterij en ervoor te zorgen dat de adapter goed is aangesloten op het stopcontact. BELANGRIJK! In verband met het sterke signaal van het alarm, adviseren wij u uw code-instellingen te wijzigen aan de hand van paragraaf 4.3 van deze handleiding, als u vermoedt dat een van uw nabije buren hetzelfde systeem gebruikt.
1.1 Inleiding tot het systeem
Het draadloze alarmsysteem 22301 is een hoogwaardig veiligheidssysteem gecombineerd met gebruikersvriendelijke eigenschappen waarmee u op ieder moment kunt weten wat de veiligheidstoestand van uw huis is. Het systeem wordt aangestuurd door een Smart Panel. Dit apparaat verzamelt informatie van draadloze sensoren die bij de toegangspunten van uw woning zijn geplaatst. Als het Smart Panel ontdekt dat er een beveiliging wordt geschonden, wordt u gewaarschuwd aan de hand van indicatielampjes en geluid. Om het Smart Panel te kunnen installeren en goed te gebruiken, verzoeken wij u deze handleiding goed te lezen.
1.2 Onderdelen van het systeem
Controleer, voordat u het systeem gaat installeren, of alle volgende onderdelen in de verpakking zitten: A. Smart Panel B. Sleutelhanger-afstandsbediening C. Deur-/raamsensor (2 stuks) D. Bewegingssensor (2 stuks) E. adapter voor Smart Panel F. Velcro sticker voor deur-/raamsensor G. Schroeven & schroefhulzen (3 sets) H. Montagebeugel voor bewegingssensor
Montagesjabloon Beknopte gebruikshandleiding Gebruikershandleiding
1.3 Inleiding tot het Smart Panel
LCD-scherm: Toetsenpaneel:
Overig Cijfertoetsen: Programmeertoetsen: “9V DC INPUT” ingang Sirene-uitgang Batterijhouder: 4 x Pin Header, 4 x Jumper 8 x Pin Header, 1 x Jumper “Reset”-knop Voor adapter 120dB Voor 9V alkaline reservebatterij Voor instellen huiscode Voor instellen zonecode Druk, als u de 4-cijferige code bent vergeten, op “Reset” en voer de fabriekscode “1 2 3 4” in, gevolgd door om de fabrieksinstelling te herstellen Indicatie met achterverlichting (zone-activering)
1.4 Inleiding tot het waarschuwingssignaal en de achterverlichting van het Smart Panel
Geluidsuitvoer (zone-activering) Stil Rode achterverlichting knippert en geeft geactiveerde zone aan (Stop hem door de 4-cijferige persoonlijke code in te voeren en op te drukken) Rode achterverlichting knippert en geeft geactiveerde zone aan (Stop hem door de 4-cijferige persoonlijke code in te voeren en op te drukken) Groene achterverlichting knippert en geeft geactiveerde zone aan (Druk om te stoppen op ) Groene achterverlichting knippert en geeft geactiveerde zone aan (Druk om te stoppen op ) Gele achterverlichting is 10 sec. aan na openen STANDBY-modus Functie: Modus Sirene - 60sec.ARM HOME ALERT STANDBY Siren - 60secs. Geklingel - Ding-Dong x 1 Geklingel - Ding-Dong x 1
1.5 Uitleg verschillende modi:
STANDBYE: In deze stand is het alarmsysteem niet actief. Het sleutel symbool is rechtsonder in het smart paneel zichtbaar. ARM: in deze modus is het alarmsysteem actief. ARM verschijn in het display. Na activering van de ARM modus telt het smart panel 15 seconden terug. In deze 15 seconden dient u het pand of de zone te verlaten. Na 15 seconden zijn alle ingestelde zones actief. Er is een 30 seconden binnenkomstvertraging met zichtbare aftelfunctie om het alarmsysteem uit te schakelen. Alarmering gebeurt door middel van een sirene gedurende 60 seconden. Het display knippert met een rode achtergrond en geeft de gealarmeerde zone aan. HOME: Na het activeren van de HOME modus is deze direct actief. HOME verschijnt in het display. In deze modus zijn de zones 1 en 2 ingesteld als ALERT mode. De overige zones zijn ingesteld als ARM modus. Alarmering bij zone 1 en 2 is dan een deurbel signaal. Bij de overige zones treedt de sirene gedurende 60 seconden in werking. Het display knippert groen bij zone 1 en 2, rood bij de overige zones. Het display geeft de gealarmeerde zone aan. ALERT: Na het activeren van de ALERT modus is deze direct actief. ALERT verschijnt in het display. Alarmering gebeurt door middel van een deurbel signaal. Het display knippert met een groene achtergrond en geeft de gealarmeerde zone aan. INPUT: Na het ingeven van het wachtwoord gevolgd door verdwijnt het sleutel symbool en bevindt u zich in de INPUT modus. Vanuit deze modus kunt u het apparaat bedienen en programmeren.
De huiscode is een instelbare code. Deze code dient voor alle alarmeringsdelen te corresponderen. Deze code is door middel van vier klemmen (jumpers) op ieder deel apart in te stellen.
Het systeem bestaat uit 8 zonecodes. Hiermee kunt u in het smart panel aangeven welke sensoren geactiveerd moeten worden Bij een alarmering is dan op het smart panel eenvoudig de gealarmeerde zone uit te lezen. Door een zone uit te schakelen in het smart panel kunt u dus een sensor (tijdelijk) uitschakelen. De zonecode is door middel van 8 klemmen (jumpers) op ieder deel apart in te stellen. Wij raden u uitdrukkelijk aan om iedere sensor aan een andere zone toe te kennen. Zie deel 4, stap 2.
2.1 Het Smart Panel installeren
Kijk waar u het Smart Panel wilt plaatsen: *N.B.: -Het paneel moet binnen ongeveer een halve meter van een stopcontact worden geplaatst. -Het paneel moet goed toegankelijk zijn. -Plaats het paneel niet in de buurt van deuren of ramen, waar hij gemakkelijk bereikbaar is voor inbrekers. -Plaats het paneel niet in de buurt van zeer sterke warmtebronnen (ovens, fornuizen, etc.) of in de buurt van metalen objecten die de draadloze verbinding zouden kunnen storen.. Dut - 3 . . Dut - 4 . Druk op en en stel vervolgens de nieuwe code in Het scherm laat & symbolen zien druk op en druk op of of voor de gewenste modus
De voeding via de transformator moet altijd verbonden zijn; de 9V batterij werkt alleen als BACKUP-voeding als de normale voeding is onderbroken. Opmerking: OmschrijvingStap Breng 9V alkaline backup-batterij in Sluit de transformator aan op het stopcontact. - U hoort één pieptoon en de achterverlichting knippert binnen 1 seconde (Geel Rood Groen Geel) met onderstaande afbeelding: - Het Smart Panel gaat naar de “STANDBY”-modus als de automatische zelfcontrole gereed is.
2.3 Toelichting symbolen voor batterij en transformator
Als de transformator naar het Smart Panel is aangesloten op een stopcontact, verschijnt het symbool AC. De achterverlichting is ‘AAN’ gedurende 10 sec. terwijl de transformator de voeding aansluit. Het batterij-symbool laat zien of de voeding is losgemaakt of onderbroken. 9V-batterij werkt als BACKUP en het symbool betekent LAGE BATTERIJ, de LCD-achterverlichting knippert geel gedurende 30 sec. en knippert tot een nieuwe batterij is ingebracht of de voeding weer is aangesloten. Het batterij-symbool geeft de onderstaande status met betrekking tot de voeding weer: Vol - Hoog - Gemiddeld - Laag - Transformator-symbool
3.1 Uw nieuwe 4-cijferige persoonlijke code programmeren
3.3 Het activeren van het alarm systeem
*Zorg er als volgt voor dat de STANDBY-modus actief is: - Voer de fabriekscode “1, 2, 3, 4” in - Druk op - Het symbool " " verdwijnt Stap Toetsen Omschrijving Opmerking: Stap Toetsen Omschrijving Opmerking: Stap Toetsen Omschrijving Opmerking:
STANDBY-modus moet actief zijn voor u de nieuwe code programmeert. De nieuwe code instellen
De nieuwe code invoeren Druk op en voer vervolgens een 4-cijferige code in (kies cijfers 0 tot en met 9) en bevestig met Druk op en voer vervolgens uw 4-cijjferige code opnieuw in en druk op als laatste bevestiging
- Eén pieptoon geeft aan dat u een geldige code heeft ingevoerd; Drie pieptonen geven aan dat er een ongeldige code is ingevoerd. Voer nieuwe code nog een keer in ter bevestiging
STANDBY-modus moet actief zijn voordat u het alarm activeert. druk op of of voor de gewenste modus (1234 / 4-CIJFERIGE CODE) + Kies de gewenste alarmerings- modus *Zorg er als volgt voor dat de STANDBY-modus actief is: - Voer de fabriekscode “1, 2, 3, 4” in OF uw nieuwe 4-cijferige code - Druk op - Het LCD-scherm toont de onderstaande afbeelding. (Eén pieptoon geeft aan dat u een geldige code hebt ingevoerd; drie pieptonen wijzen op een ongeldige handeling). Het systeem is nu actief op de ingeschakelde modus. In de ARM modus is er een vertrekvertraging van 15 sec. met een zichtbare aftelfunctie voordat het systeem op scherp wordt gesteld.
STANDBY-modus moet actief zijn voordat u de ALERT-modus activeert (1234 / 4-cijferige code) +
alarmerings- modus *Zorg er als volgt voor dat de STANDBY-modus actief is: - Voer de fabriekscode “1, 2, 3, 4” in OF uw nieuwe 4-cijferige code - Druk op - Het LCD-scherm toont de onderstaande afbeelding als de STANDBY-modus actief is: (Eén pieptoon geeft aan dat u een geldige code hebt ingevoerd; drie pieptonen wijzen op een ongeldige handeling). Druk op cijfers om de gewenste zones aan of uit te zetten. Als er geen cijfer in het scherm verschijnt is de zone uitgeschakeld. 1,2,3,4,5,6,7,8
cijfertoetsen Zet 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 om teneinde iedere zone AAN of UIT te zetten - Als er geen cijfer verschijnt, is de zone uitgeschakeld Druk op ENTER om de instelling te voltooien
Als u klaar bent met instellen, zet u het Smart Panel weer STANDBY voor het selecteren van een modus.
3.4 Het deactiveren van het alarmsysteem:
Op het Smart Panel: voer uw 4-cijferige code in, gevolgd door om het systeem uit te schakelen. Het systeem gaat over naar de STANDY modus. - Op de afstandsbediening: druk op om het systeem uit te schakelen en over te schakelen naar de STANDY modus
3.5 Zones activeren of deactiveren.
4.1 Inleiding tot de sensoren
Het draadloze huisalarm 22301 bestaat uit 4 draadloze sensoren en 1 sleutelhanger-afstandsbediening, die een voorgeprogrammeerde standaardinstelling hebben die begint te werken zodra de batterij wordt geactiveerd. Wij raden u aan eerst het hoofdpakket te installeren en vervolgens de instellingen naar persoonlijke voorkeur aan te passen zodra het systeem correct werkt. In dit hoofdstuk helpen wij u de instellingen van het systeem te wijzigen om een meer persoonlijke leefomgeving te maken.
4.2 De sensoren installeren
Kijk waar u de sensoren wilt plaatsen: *N.B.: - De sensoren mogen niet gemakkelijk te bereiken zijn. - De sensoren moeten in de meest kwetsbare kamers of vlakbij belangrijke toegangspunten worden geplaatst. -Plaats de sensoren niet in de buurt van zeer sterke warmtebronnen (ovens, fornuizen, etc.) of in de buurt van metalen objecten die de draadloze verbinding zouden kunnen storen. Als u een plek voor de sensoren hebt geselecteerd, kunt u nu het systeem gaan activeren.
4.2.1 De deur-/raamsensor installeren
Als u een plek voor het Smart Panel heeft geselecteerd, kunt u nu het systeem activeren.
2.2 Het regelpaneel activeren
Schroef de batterijhouder los en verwijder de afdekking. Breng een nieuwe batterij in, en let daarbij op de polariteit. Sluit de adapter aan op het Smart Panel en op het stopcontact. Monteer de afdekking weer en schroef hem weer vast.
3.2 Alarmsignaal verzenden zonder sirene
Als u gedwongen wordt het systeem uit te zetten, kunt u het bedreigingswachtwoord invoeren zodat de sirene niet meer klinkt; het Smart Panel zal het alarmsignaal in stilte verzenden naar de optionele sensoren (Auto Dialer & Outdoor Bell Box) om hulp te vragen. Bedreigingswachtwoord: Voer de standaard 4-cijferige code in = + +
Voer uw persoonlijke 4-cijferige code in + +. Dut - 5 . . Dut - 6 . De deur-/raamsensor bestaat uit twee delen. De sensor neemt waar of een deur of raam wordt geopend. De twee delen worden bij de deur of het raam vastgemaakt. Eén deel werkt als zender en het andere deel als magneet. Zodra de sensor is geïnstalleerd, zal iedere afwijking in het circuit een waarschuwingsbericht activeren dat naar het Smart Panel wordt gestuurd. 1 x deur-/raamsensor is voorgeprogrammeerd in zone 1 en de andere is ingesteld in zone 2; de instellingen kunnen echter aan uw wensen worden aangepast. (Zie 3.3 & 4.3 Zone-instellingen) A. De deur-/raamsensor inschakelen - Verwijder de batterij-afdekking, breng de nieuwe batterijen in en let op de polariteit, zoals die is afgebeeld in het onderstaande schema; plaats de afdekking terug. (Vereist 2 - AAA-batterijen) B. De deur-/raamsensor installeren - Monteer de zender op een vast oppervlak zoals een deur- of raamkozijn. - Monteer de magneet op een beweegbaar oppervlak zoals een deur of raam. -De zenderzijde met markering “ > / < ” moet dezelfde posities hebben aan beide kanten zoals in de schema’s. -De zender en de magneet mogen niet meer dan 0,5mm van elkaar staan. C. Monteren met de dubbelzijdige plakband - Zorg ervoor dat het montageoppervlak schoon is. - Trek één beschermende laag naar achteren en bevestig de plakband aan de zender. - Trek de andere beschermende laag eraf en druk de zender stevig op zijn plaats tegen het montageoppervlak. - Bevestig de magneet op dezelfde manier.
4.2.2 Bewegingssensor installeren
Het draadloze huisalarm bestaat uit 2 x bewegingssensoren -set die als een passieve infrarode sensor (PIR) wordt omschreven. PIN-sensoren zijn ontworpen om beweging van personen of objecten die zwaarder zijn dan 36 kg in een bepaald gebied waar te nemen. Als het gewicht minder is dan 36 kg, wordt er geen waarschuwingsbericht verzonden. N.B.: Huisdieren die groter zijn dan 36 kg mogen niet meer dan 1 meter hoog zijn. Het is het beste als huisdieren niet op hogere oppervlakken kunnen komen, zodat de sensoren niet onnodig Beweeg de sensor omhoog om het bereik te vergroten Beweeg de sensor omlaag met ong. 12º om het bereik te verkleinen worden geactiveerd. De sensoren worden ook steeds gevoeliger, hoe dichterbij de beweging is. A. Bewegingssensor van stroom voorzien Verwijder de batterij-afdekking, breng een 9V-batterij in met inachtneming van de hierna aangegeven polariteit; breng de afdekking terug. (Vereist 1 x 9V-batterij) B. Bewegingssensor installeren - Kijk eerst waar u de bewegingssensor wilt plaatsen. *N.B.: - De sensor mag niet gemakkelijk te bereiken zijn. - De sensor moet in de meest kwetsbare kamers of vlakbij belangrijke toegangspunten worden geplaatst. - Plaats de sensor op een stevig oppervlak tussen 1,9m tot 2,4m van de vloer. - Plaats de sensor niet in de buurt van extreme warmtebronnen (ovens, fornuizen, etc.) - De sensor mag niet in direct zonlicht worden geplaatst. - Installeer de sensor niet buiten of achter schotten. *U kunt de bewegingssensor naar keuze3 met schroeven of met de geleverde plakband bevestigen. C. Gevoeligheid van de sensor
4.2 De sensoren installeren
Kijk waar u de sensoren wilt plaatsen: *N.B.: - De sensoren mogen niet gemakkelijk te bereiken zijn. - De sensoren moeten in de meest kwetsbare kamers of vlakbij belangrijke toegangspunten worden geplaatst. -Plaats de sensoren niet in de buurt van zeer sterke warmtebronnen (ovens, fornuizen, etc.) of in de buurt van metalen objecten die de draadloze verbinding zouden kunnen storen. Als u een plek voor de sensoren hebt geselecteerd, kunt u nu het systeem gaan activeren.
4.2.1 De deur-/raamsensor installeren
BELANGRIJK! De bewegingssensor is uitgerust met een stroombesparend programma. De bewegingssensor blijft 3 minuten inactief na iedere waarneming. Houd hier dus rekening mee als u het systeem aan het instellen bent. De gevoeligheid van de bewegingssensor is instelbaar. Verander de instelling door de connector op de stand “High”, “Middle” of “Low” te zetten. Als de gevoeligheid is ingesteld op “Low”, is er meer beweging nodig om de sensor te activeren. Wij raden u aan de gevoeligheid in te stellen op “Low” en een “Looptest” uit te voeren (beschreven in deel D) . Als het resultaat van de looptest voldoende is, hoeft u de gevoeligheid niet verder aan te passen. Als uit de looptest blijkt dat de gevoeligheid te laag is, kunt u gevoeligheid overeenkomstig instellen op “Middle” of “High”. Voer de looptest uit nadat u de gevoeligheidsinstelling hebt gewijzigd.. D. Looptest Nadat de sensor op de gewenste plek is gemonteerd, is het belangrijk dat u een looptest uitvoert of controleert of de sensor het juiste gebied bewaakt. Om te bepalen hoe ver de sensor beweging kan waarnemen, kunt u de hoek van de sensor aanpassen. Om het waarnemingsbereik te verminderen, beweegt u de sensor eenvoudig iets naar beneden. Om het bereik te vergroten, kunt u de sensor met ongeveer 12 graden omhoog draaien. Hiermee krijgt u het maximale bereik. Dit is echter niet gewenst als de sensor buiten is geplaatst, aangezien er een onterechte activering kan plaatsvinden als de sensor is ingesteld om beweging in de verte waar te nemen. Deactiveer het Smart Panel, de Bell Box of de Dialer, voordat u de looptest uitvoert. Op die manier wordt het alarm niet geactiveerd. Ga lopen in het gebied dat u door de sensor wilt laten bewaken. Als er beweging wordt waargenomen zal het rode lampje in de unit gaan branden. Als het rode lampje niet gaat branden, moet u de montagehoek overeenkomstig aanpassen. Voer de looptest na 30 seconden nog een keer uit. Herhaal deze procedure tot er beweging wordt waargenomen. Gedurende de 30 seconden mag er geen beweging zijn in het bewaakte gebied. Tips: De sensor mag niet op direct zonlicht gericht zijn, of vlak bij warmte of kou producerende apparaten (b.v. airconditioner, ventilators, ovens, verwarming, etc.) staan die onterechte activeringen tot gevolg kunnen hebben. Voer looptesten uit in het ongewenste gebied om er zeker van te zijn dat er geen beweging wordt waargenomen. E. Monteren met de dubbelzijdige plakband - Zorg ervoor dat het montageoppervlak schoon is. - Trek één beschermende laag naar achteren en bevestig de plakband aan de achterkant van de bewegingssensor. - Trek de andere beschermende laag eraf en druk de bewegingszender stevig op zijn plaats tegen het montageoppervlak. F. Monteren met schroeven -Houd de bijgesloten montagesjabloon tegen de muur bij de geselecteerde locatie en markeer de punten waar moet worden geboord. -Boor de gaten en breng de muurpluggen in. -Bevestig de beugel aan het montageoppervlak met de geleverde schroeven. -Bevestig de bewegingssensor aan de montagebeugel.
4.3 Huiscode en zone instellen
Met het draadloze huisalarm kunt u de veiligheidscodes van het huis wijzigen om te voorkomen dat verschillende combinaties met elkaar storen. In de meeste gevallen hoeft u de fabrieksinstellingen voor de huisbeveiligingscode NIET te wijzigen. Als het Smart Panel en de sensoren met tussenpozen worden geactiveerd of helemaal niet werken, kunt u het probleem wellicht oplossen door uw veiligheidscode te wijzigen. Stap 1: Voor ieder apparaat, vindt u 4 jumpers/DIP-schakelaars. Haal de afdekking van de batterijhouder, trek de jumpers er vervolgens uit om de beveiligingscode van het huis te wijzigen en let erop dat de jumpers op het Smart Panel en de sensor precies moeten overeenstemmen.. Dut - 8 .. Dut - 7 . Jumpers voor huisbeveiligingscode DIP-schakelaars voor huisbeveiligingscode -Smart Panel -Magnetische sensor deur/raam - Bewegingssensor Standaard huiscode:
1: AAN, 2: AAN, 3: AAN, 4: AAN
*Jumper: AAN = ingestoken, UIT = uitgetrokken - Sleutelhanger-afstandsbediening Standaard huiscode: 1: AAN, 2: AAN, 3: AAN, 4: AAN Jumper voor zonecode
HUISCODE - Kijk waar u de sensor in uw huis wilt plaatsen - Trek de jumper eruit en wijs hem weer toe aan de doelzone (zones 1 tot en met 8) - Breng de afdekking terug en schroef hem vast als u klaar bent met de instellingen.
V.1: Wat is de beste manier om mijn systeem op te zetten? Waar moet ik mijn Smart Panel en de sensoren plaatsen? A.1: Wij adviseren u van tevoren na te denken over de plaatsing van het Smart Panel en de sensoren. De beste locatie voor het Smart Panel is normaal gesproken bij de hoofdingang/-uitgang, in een gang of een andere centrale locatie in uw huis. Het Smart Panel moet aangesloten zijn op een stopcontact, wat ook invloed kan hebben op de locatie. *Denk erom dat het alarm is voorgeprogrammeerd met standaard instellingen, zodat u een vooraf ingestelde tijd heeft om binnen te komen (30 seconden) en te vertrekken (15 seconden) voordat het alarm klinkt. Als het Smart Panel zich niet vlakbij de voordeur bevindt, kunt u de standaardinstellingen zo instellen dat u meer tijd hebt om uw huis te verlaten/betreden, of u kunt de sleutelhanger gebruiken om het systeem in en uit te schakelen. V.2: Hoeveel sensoren kunnen er door het Smart Panel worden ondersteund? A.2: Uw systeem kan een onbeperkt aantal sensoren ondersteunen; u kunt naar wens ‘Optionele sensors’ toewijzen aan verschillende zones in huis. V.3: Wat voor een draadloos bereik mag ik van de sensoren verwachten? A.3: Het bereik verschilt naargelang het type gebouw; in een open ruimte moten de sensoren echter in staat zijn om een signaal tot wel 150 meter van het Smart Panel te verzenden. V.4: Hoe bevestig ik de sensoren? A.4: Plakband en schroeven zijn voorzien om deze onderdelen stevig te monteren. Zie onze gebruikershandleiding voor meer informatie over het monteren van het Smart Panel en de draadloze sensoren. V.5: Moet ik het Smart Panel programmeren? A.5: Het draadloze huisalarm 22301 is zodanig ontworpen dat u hem eenvoudig zelf kunt installeren. Dit betekent dat de draadloze sensoren al met een standaard instelling bij het Smart Panel zijn geregistreerd, zodat zij direct zullen werken nadat de sensoren van stroom zijn voorzien. Als u aanvullende accessoires wilt kopen, moeten deze aan uw systeem worden toegevoegd met behulp van de eenvoudig te volgen instructies. *N.B.: Wij raden u aan het systeem te installeren met de standaard instellingen om er zeker van te zijn dat uw product correct werkt. Als u eenmaal bekend bent met het systeem kunt u instellingen naar uw eigen wensen aanpassen. V.6: Kan ik hetzelfde systeem blijven gebruiken als ik ga verhuizen? A.6: Het draadloze huisalarm 22301 is volledig verplaatsbaar. Als u gaat verhuizen, kunt u het Smart Panel en de draadloze accessoires verwijderen en opnieuw installeren in uw nieuwe huis. V.7: Wat moet ik doen als ik mijn persoonlijke code ben vergeten? A.7: Als u uw code bent vergeten, kunt u op de “Reset”-knop in de batterijhouder drukken, en de fabriekscode “1, 2, 3, 4 ” zal weer worden hersteld. V.8: Waarom reageert mijn bewegingssensor niet op beweging? A.8: De bewegingssensor is heel gevoelig en om de batterij langer mee te laten gaan, gaat de sensor “slapen” als er een gebeurtenis is waargenomen en gemeld aan het paneel. Deze “Slaap”-periode duurt 3 minuten, waarna, als er geen activiteit wordt waargenomen, de bewegingssensor weer actief wordt en gereed is om andere gebeurtenissen waar te nemen. V.9: Waarom blijft mijn bewegingssensor valse alarmen geven? A.9: Als u een huisdier heeft, moet u controleren of hij het systeem niet heeft geactiveerd. Denk erom dat de gevoeligheid ten aanzien van huisdieren toeneemt hoe dichter het huisdier bij de sensor komt.
5.2 Problemen verhelpen
Stroomstoring: Dit kan gebeuren als uw beveiligingssysteem per ongeluk wordt losgekoppeld van het stopcontact of als de stroom uitvalt. Als er een stroomstoring plaatsvindt, moet u contact opnemen met uw energiebedrijf om de oorzaak van het probleem te achterhalen. Met de backup-batterij zal het systeem nog ongeveer 6 uur blijven werken. Storing systeembatterij: Dit kan gebeuren als de nood-backupbatterij leeg is en moet worden vervangen. Als de voeding niet wordt hersteld, zal het symbool voor bijna lege batterij knipperen om aan te geven dat de backup-batterij van het Smart Panel bijna leeg is. Als het symbool voor batterij bijna leeg verschijnt, moet de backup-batterij worden vervangen. Storing sensor: Dit kan plaatsvinden als een sensor niet communiceert met het Smart Panel. U moet er absoluut voor zorgen dat de huisbeveiligingscode met de DIP-schakelaar en jumpers van de sensoren precies zo is ingesteld als bij het Smart Panel.
5.3 Beperkingen alarmsysteem
Zelfs de meest geavanceerde systemen kunnen geen 100% bescherming bieden tegen inbraak of problemen in de omgeving. Alle systemen zijn onderhevig aan mogelijke gebreken en door diverse oorzaken kan het zijn dat er geen waarschuwing wordt gegeven. *Denk erom dat u problemen met uw systeem kunt ervaren als: -De sensoren niet binnen het gehoorbereik van slapende personen staan of op afgelegen plaatsen van het gebouw. -De sensoren achter deuren of andere obstakels zijn geplaatst. -Indringers toegang krijgen via onbeschermde toegangspunten (waar zich geen sensoren bevinden). -Indringers de technische middelen hebben om het hele systeem of delen van het systeem te omzeilen, te storen of los te koppelen. -De voeding naar de sensoren onvoldoende is of is losgekoppeld. -De sensoren zich niet in de juiste omgevings-/temperatuuromstandigheden bevinden, b.v. te dicht bij een warmtebron.
- Onvoldoende onderhoud is de meest voorkomende oorzaak van alarmstoringen; test uw systeem zodoende ten minste een keer per week om er zeker van te zijn dat de sensoren en sirenes correct werken. *Hoewel u met een alarmsysteem recht kunt hebben op kortingen op uw verzekeringspremies, is het hebben van dit systeem geen vervanging voor een verzekering. WAARSCHUWING: Beveiligingsapparaten kunnen verlies van leven of eigendom niet compenseren.
6.1 Productinformatie
Draadloze systemen zijn betrouwbaar en zijn op hoge niveaus getest; het is echter belangrijk eraan te denken dat er bepaalde beperkingen zijn door hun zendvermogen en bereik: -Receivers kunnen worden geblokkeerd door radiosignalen die plaatsvinden op of nabij de bedrijfsfrequentie,. Dut - 9 . . Dut - 10 . ongeacht de geselecteerde code. -Een receiver kan maar op één verzonden signaal tegelijkertijd reageren. -Draadloze apparatuur moet regelmatig worden getest om vast te stellen of er storingsbronnen zijn en om bescherming te bieden tegen storingen.
Stroombron: 12V alkaline batterij x1stuk Actieve RF zendfrequentie: 868.35MHz +/-0.5MHz Huiscode: 4 Jumpers Draadloos bereik naar Smart Panel: > 65M (open ruimte)
1.1 Inleiding tot de telefoonkiezer
De Comfortalarm telefoonkiezer kan worden gebruikt als belsysteem bij noodgevallen. Als hij door een noodgeval wordt geactiveerd, zal de telefoonkiezer in stilte een vooraf opgenomen boodschap verzenden naar maximaal 8 vooraf geprogrammeerde telefoonnummers, waarbij de eerste 2 nummers prioriteit hebben. Personen die via deze telefoonnummers worden bereikt kunnen vervolgens luisteren en luid en duidelijk in het huis spreken om goed te achterhalen met wat voor een noodgeval men te maken heeft. De telefoonkiezer werkt samen met het beveiligingssysteem van Trebs model 22301. Als het alarm van het Smart Panel afgaat nadat er meldingen van binnendringing zijn ontvangen van de sensoren, wordt de telefoonkiezer geactiveerd. De telefoonkiezer kan worden geactiveerd in de volgende situaties.
1. Paniektoetsen op het toetspaneel van de telefoonkiezer (*) en
(#) worden tegelijkertijd ingedrukt.
2. Het comfortalarm veiligheidssysteem wordt geactiveerd en
stuurt het alarm-activeringssignaal. Voor installatie en correct gebruik van de telefoonkiezer, moet u deze gebruikershandleiding goed lezen.
1.2 Onderdelen van het systeem
Controleer, voordat u de telefoonkiezer gaat installeren, of alle volgende onderdelen in de verpakking zitten: 1 x telefoonkiezer 1 x Telefoonsnoer Line 1 x Transformator Handleiding Beknopte handleiding Deel 2 – De telefoonkiezer installeren
2.1 Kijk waar u de telefoonkiezer wilt plaatsen:
- De telefoonkiezer moet binnen een meter van een stopcontact, een telefoon of een willekeurige telefoonaansluiting worden geplaatst. Wij adviseren u de telefoonkiezer om redenen van veiligheid buiten het zicht te plaatsen. - De telefoonkiezer mag NIET gemakkelijk te bereiken zijn. -Plaats de telefoonkiezer NIET in de buurt van deuren of ramen, waar hij gemakkelijk bereikbaar is voor indringers. -Plaats de telefoonkiezer NIET in de buurt van zeer sterke warmtebronnen (ovens, fornuizen, etc.) of in de buurt van metalen objecten die de draadloze verbinding zouden kunnen storen. Als u een plek voor de Telefoonkiezer Plus hebt geselecteerd, kunt u de telefoonkiezer van stroom voorzien. 2.2. Stroomvoorziening Telefoonkiezer a.) Backup-stroom: Schroef de batterijhouder los en verwijder de afdekking. Breng 4 “AA” alkalinebatterijen in met inachtneming van de polariteit weergegeven in de batterijhouder. b.) Voeding: Sluit de transformator aan op de Telefoonkiezer en op het stopcontact. -Eenmaal van stroom voorzien zal het LCD binnen 1 seconde gaan knipperen -Als de voeding van de batterij overschakelt op de transformator, verschijnt [AC symbol]. *N.B.: 4 “AA” alkalinebatterijen dienen als backup-stroom als de netvoeding ontbreekt. U mag dus niet vertrouwen op de voeding van de batterij en moet ervoor zorgen dat de telefoonkiezer altijd de juiste netvoeding krijgt. Als batterijen leeg beginnen te raken, knippert het symbool “BATT.” Tot er nieuwe batterijen zijn geplaatst. 2.3. Sluit de telefoonkiezer aan op uw huistelefoon:
Er moet een telefoonsnoer zijn aangesloten op de telefoonkiezer, anders kan deze niet werken. a. Open de batterijdeur aan de achterkant; er zijn twee aansluitingen voor telefoonsnoeren. b. Sluit de aansluiting “Line” aan op de telefoonaansluiting aan de muur. c. Sluit de aansluiting “Phone” aan op uw telefoon, die vervolgens hetzelfde telefoonsnoer gebruikt als de Telefoonkiezer. Normale telefoonfuncties worden alleen tijdens een noodgeval onderbroken, wanneer de Telefoonkiezer de telefoonlijn heeft overgenomen. Deel 3 - De Telefoonkiezer programmeren
3.1 SETUP-modus openen vanuit de STANDBY-modus:
a. Druk op “MENU” om het toetsenbord te activeren b. Voer de 4-cijferige persoonlijke code in. (De standaardcode is “1234”) c. Druk op “ENTER/EXIT” om naar de SETUP-modus te gaan
3.2 Neem als volgt in de SETUP-modus het bericht op dat u wilt laten afspelen wanneer de
telefoonkiezer wordt geactiveerd a. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen b. b. Houd “REC/PLAY” 2 seconden ingedrukt, tot REC op het scherm verschijnt, om te beginnen met opnemen. c. Druk, als u klaar bent met opnemen, nog een keer op “REC/PLAY”, of de opname stopt automatisch na de maximale opnametijd van 20 seconden.
3.3 Een effectieve vraag om hulp opnemen
Zorg ervoor dat de boodschap duidelijk omschreven informatie bevat over uw adres en/of wie u bent (indien van toepassing), zodat de persoon die u belt u snel kan helpen. De boodschap moet ook de eenvoudige aanwijzing bevatten waarmee de persoon die u belt kan gaan communiceren met u via de Telefoonkiezer. Bijvoorbeeld: “Dit is een beveiligingswaarschuwing van <*uw naam of bedrijfsnaam >, te <*uw woon of bedrijfsadres >. *Druk nadat u deze boodschap heeft beluisterd op de toets met het hekje, gevolgd door “1” om te “Luisteren” of “3” om te “Praten” enzovoort. Over”
3.4 De opgenomen boodschap afluisteren:
a. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen b. Druk “REC/PLAY” kort in om de opgenomen boodschap af te spelen
- als u niet tevreden bent met de opname, kunt u de boodschap opnieuw opnemen door de aanwijzingen in 3.2 te volgen.
3.5 CONTROLEER de opgeslagen TELEFOONNUMMERS als volgt:
a. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen b. Druk op “MENU” (display toont “1” voor 1e telefoonnummer), druk nog een keer op “MENU” om de andere telefoonnummers te controleren
3.6 TELEFOONNUMMERS INVOEREN/OPSLAAN:
a. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen b. Druk op “MENU” (display toont “1” voor 1e telefoonnummer), herhaal deze stap om de telefoonnummers te kiezen die u wilt programmeren (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8) c. Druk op “PROGRAM” en voer de cijfers van het telefoonnummer in (maximaal 16 cijfers) d. Druk op “CLEAR” om een verkeerd ingevoerde cijfer te wissen e. Druk op “ENTER/EXIT” om deze stap te voltooien
- Denk erom dat u de nummers in volgorde van belangrijkheid moet programmeren. De telefoonkiezer zal latere nummers NIET bellen als een eerdere persoon die u wilde bellen al met succes is bereikt.
3.7 WIS een opgeslagen telefoonnummer als volgt:
a. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen b. b. Druk op “MENU” (display toont “1” voor 1e telefoonnummer), herhaal deze stap om de telefoonnummers te kiezen die u wilt WISSEN (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8) c. Druk op “PROGRAM” en “ENTER/EXIT” om het wissen te bevestigen
3.8 Programmeer het aantal BELCYCLI als volgt:
a. De belcyclus is het aantal keren dat u wilt dat de Telefoonkiezer de opgeslagen telefoonnummers belt als die niet worden beantwoord. b. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen c. Druk op “MENU” (display toont “1” voor 1e telefoonnummer), herhaal deze stap tot het display “CYCLE”. Dut - 13 . . Dut - 14 . weergeeft d. Druk op “PROGRAM” en voer het aantal gewenste cycli in (1 tot en met 0, standaard cyclus is 3 keer)
3.9 Wijzig de 4-CIJFERIGE PERSOONLIJKE CODE als volgt:
a. Zorg ervoor dat de SETUP-modus actief is, door de stappen in “3.1” te volgen b. Druk op “MENU” (display toont “1” voor 1e telefoonnummer), herhaal deze stap tot het display “KEY” weergeeft c. Druk op “PROGRAM” en voer een nieuwe code in. Deel 4 – De Telefoonkiezer activeren Uw Telefoonkiezer is nu gereed om u in noodgevallen te helpen. U kunt testen hoe de Telefoonkiezer werkt door op zowel de # als * op het toetsenpaneel te drukken om de Telefoonkiezer de door u opgeslagen telefoonnummers te laten bellen. Deel 5 - INSTRUCTIE VOOR DE ONTVANGER Er zijn verschillende punten die de ontvangers van uw oproep moeten weten om een noodoproep van uw Telefoonkiezer met succes te ontvangen en af te handelen. Zorg ervoor dat de ontvangers van uw Telefoonkiezer weten wat zij moeten doen als zij een noodoproep ontvangen. Voor dat doel, is het een goed idee om ze een kopie van deze pagina te geven als referentie.
5.1 START een gesprek met speakertelefoon als volgt:
Druk, nadat u de opgenomen boodschap volledig heeft beluisterd, op de toets met het hekje, om te bevestigen dat het bericht NIET slechts bij een voice mail is aangekomen. De functie “luisteren” door op “1” te drukken, en de functie “inspreken” door op “3” te drukken kunnen dus alleen worden gebruikt als de ontvanger van de oproep op de toets met het hekje (#) heeft gedrukt. De beschikbare tijd is 60 seconden. De ontvanger kan de luister- of spreektijd verlengen door respectievelijk op “1” of “ 3 ” te drukken. Bij iedere druk op de toets wordt er nog eens 60 seconden luister- of spreektijd verstrekt door de Telefoonkiezer.
5.2 Duur van het gesprek via speakertelefoon VERLENGEN
De beschikbare tijd is 60 seconden. De ontvanger kan de tijd met nog eens 60 seconden verlengen door op (1) te drukken om te luisteren en op (3) om te spreken. Het gesprek wordt afgesloten als de Telefoonkiezer geen opdracht krijgt.
5.3 STOP de noodboodschap van het bestaande gesprek EN alle resterende gesprekken als volgt.
Druk, als de boodschap klaar is, op (#). Op deze manier zal de Telefoonkiezer stoppen met het bellen van het bestaande nummer en alle resterende telefoonnummers. Door deze afsluiting wordt het actieve gesprek beëindigd en worden de resterende telefoonnummers niet meer gebeld. Omdat door deze afsluiting de Telefoonkiezer de telefoonnummers niet meer zal bellen, moet de ontvanger dus precies weten wat de situatie is en voor welk noodgeval de oproep plaatsvindt, voordat hij hem beëindigd.
5.4 VERBREEK na het gesprek alle gesprekken als volgt:
Zodra het gesprek via de speakertelefoon voorbij is, moet de ontvanger het gesprek verbreken door op (#) te drukken en niet door alleen de telefoon op te hangen. Hiermee wordt de verbinding voor alle actieve gesprekken en resterende gesprekken beëindigd. Deel 6 - Instellingen huisbeveiligingscode en zonecode U kunt de huisbeveiligingscode wijzigen op iedere sensor, Smart Panel en andere module van uw veiligheidssysteem om storing met andere systemen te vermijden. In de meeste gevallen hoeft u de fabrieksinstellingen van de huisbeveiligingscode NIET te wijzigen. Als het Smart Panel en de sensoren met tussenpozen worden geactiveerd of helemaal niet werken, kunt u het probleem wellicht oplossen door uw huisbeveiligingscodes op alle systeemmodules te wijzigen. Stap 1: Op iedere inrichting zitten er 4 jumpers/DIP-schakelaars. Haal de afdekking van de ruimte met jumpers, trek de jumpers er vervolgens uit om de beveiligingscode van het huis te wijzigen en zorg ervoor dat de jumpers op het Smart Panel en de sensor precies overeenstemmen. Deel 7 - Onderhoud Maak het product schoon met een zachte vochtige doek en veeg hem vervolgens droog. Gebruik geen schuurmiddel, op oplosmiddel gebaseerde reinigingsmiddelen of spuitbussen, aangezien hierdoor het product kan worden beschadigd en/of kan verkleuren. Laat er geen water in komen en probeer het apparaat niet van binnen te reinigen. Deel 8. Batterijen -Laat de batterijen niet verweren en lekken aangezien het product hierdoor permanent beschadigd kan raken. -Zorg ervoor dat de batterijen met de juiste polariteit worden ingebracht, zoals aangegeven in de batterijruimte. -Gebruik geen nieuwe en oude batterijen of verschillende soorten batterijen door elkaar. -Breng geen oplaadbare batterijen in. -Na afloop van hun gebruiksduur moeten de batterijen via een geschikt recycling-centrum worden opgeruimd. Gooi ze niet weg bij het normale huisafval. NIET VERBRANDEN. Deel 9. Beperkingen alarmsysteem Zelfs de meest geavanceerde systemen kunnen geen 100% bescherming bieden tegen inbraak of problemen in de omgeving. Alle systemen zijn onderhevig aan mogelijke gebreken en door diverse oorzaken kan het zijn dat er geen waarschuwing wordt gegeven. *Denk erom dat u problemen met uw systeem kunt ervaren als: ● De sensoren niet binnen het gehoorbereik van slapende personen staan of op afgelegen plaatsen van het gebouw. ● De sensoren achter deuren of andere obstakels zijn geplaatst. ● Indringers toegang krijgen via onbeschermde toegangspunten (waar zich geen sensoren bevinden). ● Indringers de technische middelen hebben om het hele systeem of delen van het systeem te omzeilen, te blokkeren of los te koppelen. ● De voeding naar de sensoren onvoldoende is of is losgekoppeld. ● De sensoren zich niet in de juiste omgevings-/temperatuuromstandigheden bevinden, b.v. te dicht bij een warmtebron.
- Onvoldoende onderhoud is de meest voorkomende oorzaak van alarmstoringen; test uw systeem zodoende ten minste een keer per week om er zeker van te zijn dat de sensoren en sirenes correct werken. *Hoewel u met een alarmsysteem recht kunt hebben op kortingen op uw verzekeringspremies, is het hebben van dit systeem geen vervanging voor een verzekering. WAARSCHUWING: Beveiligingsapparaten kunnen verlies van leven of eigendom niet compenseren. Declaration of Conformity Company: Trebs BV Address: Thermiekstraat 1 6361 HB Nuth The Netherlands Declares that the following products of the Trebs Comfortalarm model 22301: description: Auto Dialer Is herewith confirmed to comply with the requirements set in the Council Directive on the Approximation of the Member States relating to: Auto dialer: LVD Directive 2006/95/EC Electro Magnetic Compatibility Directive 2004/108/EC The requirements relating to LVD directive was based on the following standards : EN 60950-1: 2006
ON DIP Jumpers voor huisbeveiligingscode DIP-schakelaars voor huisbeveiligingscode -Smart Panel -Bewegingssensor Standaard huiscode:
SimpelGids