ASTRO 4MFP - Verwarming DOVRE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ASTRO 4MFP DOVRE in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - ASTRO 4MFP DOVRE
Gebruikersvragen over ASTRO 4MFP DOVRE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ASTRO 4MFP - DOVRE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ASTRO 4MFP van het merk DOVRE.
GEBRUIKSAANWIJZING ASTRO 4MFP DOVRE
Conformiteitsverklaring .. 3....
Veiligheid 4
Installatiecondities 4
Algemeen 4
Schoorsteen 4
Ventilatie van de ruimte 5.
Vloer en wanden 6
Productbeschrijving 6
Installatie ..6....
Algemene voorbereiding 6
Schoorsteenaansluiting voorbereiden 8....
Buitenluchtaansluiting voorbereiden 9
Plaatsen en aansluiten 11
Gebruik 11
Eerste gebruik 11
Brandstof 11
Aanmaken 12
Stoken met hout 12
Stoken met bruinkoolbriketten 13
Stoken met antracietkolen 13
Regeling verbrandingslucht 13
Doven van het vuur 14
Ontassen 14
Nevel en mist 15
Eventuele problemen 15
Onderhoud 15
Schoorsteen 15
Schoonmaken en ander regelmatig onderhoud15
Bijlage 1: Technische gegevens .... 18
Bijlage 2: Afmetingen 20
Bijlage 3: Afstand tot brandbaar materiaal ..24
Bijlage 4: Diagnoseschema 28
Index 29
Inleiding
Geachte gebruiker,
Met de aankoop van dit verwarmingstoestel van DOVRE heeft u gekozen voor een kwaliteitsproduct.
Dit product maakt deel uit van een nieuwe generatie energiezuinige en milieuvriendelijke verwarmingstoestellen. Deze toestellen maken optimaal gebruik van zowel convectiewarmte als stralingswarmte.
Uw DOVRE toestel is geproduceerd met de modernste productiemiddelen. Mocht er onverhoopt toch iets mankeren aan uw toestel, kunt u altijd een beroep doen op de DOVRE service.
Het toestel mag niet gewijzigd worden; gebruik steeds originele onderdelen.
Het toestel is bedoeld voor plaatsing in een woonruimte. Het moet hermetisch worden aangesloten op een goedwerkende schoorsteen.
Wij adviseren u het toestel te laten installeren door een bevoegd installateur. Weelde 01-03-2013
DOVRE kan niet aansprakelijk worden gesteld worden voor problemen of schade door een onjuiste installatie.
Bij installatie en gebruik moeten de hierna beschreven veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen.
Hierbij verklaart
Weelde 01-03-2013
In deze handleiding leest u hoe u het DOVRE verwarmingstoestel op een veilige manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Als u aanvullende informatie of technische gegevens wilt of een installatie-probleem heeft, neemt u dan eerst contact op met uw leverancier.
© 2013 DOVRE NV
Conformiteitsverklaring

Notified body: 1625
Dovre nv, Nijverheidsstraat 18 B-2381 Weelde,
dat houtkachel Astro 3MFP, Astro 3MFWB, Astro 4MFP en Astro 4MFWB conform EN 13240 geproduceerd zijn.

text_image
T. GehemIn het kader van een continue productverbetering, kunnen specificaties van het geleverde toestel afwijken van de beschrijving in deze brochure, zonder voorafgaande kennisgeving.
DOVRE N.V.
Nijverheidsstraat 18 Tel : +32 (0) 14 65 91 91
België E-mail : info@dovre.be

Veiligheid

Let op! Alle veiligheidsvoorschriften moeten strikt worden nageleefd.

Lees aandachtig de instructies voor installatie, gebruik en onderhoud die met het toestel zijn meegeleverd, voordat u het toestel in gebruik neemt.

Het toestel moet worden geïnstalleerd overeenkomstig de wetgeving en voorschriften van uw land.

Alle lokale bepalingen en de bepalingen die betrekking hebben op nationale en Europese normen moeten worden nageleefd bij het installeren van het toestel.

Laat het toestel bij voorkeur installeren door een bevoegd installateur. Deze is op de hoogte van de geldende bepalingen en voorschriften.

Het toestel is ontworpen voor verwarmingsdoeleinden. Alle oppervlaktes, inclusief het glas en de aansluitbuis kunnen zeer heet worden (meer dan 100°C)! Gebruik voor de bediening een 'koude hand' of een hittebestendige handschoen. Zorg voor voldoende afscherming als jonge kinderen, mindervaliden en ouderen zich in de nabijheid van het toestel bevinden.

Veiligheidsafstanden tot brandbaar materiaal moeten strikt worden aangehouden.

Plaats geen gordijnen, kleren, wasgoed of andere brandbare materialen bovenop of in de nabijheid van het toestel.

Gebruik tijdens het gebruik van uw toestel geen licht ontvlambare of explosieve stoffen in de nabijheid van het toestel.

Voorkom schoorsteenbrand door regelmatig de betreffende schoorsteen te laten reinigen. Stook het toestel nooit met open deur.

Bij schoorsteenbrand: sluit de luchtinlaten van het toestel en waarschuw de brandweer.

Als het glas van het toestel is gebroken of Ra gebarsten, moet dit glas worden vervangen juiv voordat u het toestel opnieuw in gebruik neemt.

Zorg voor voldoende ventilatie van de ruimte waar het toestel wordt geplaatst. Bij onvoldoende ventilatie vindt onvolledige verbranding plaats, waardoor zich giftige gassen in de ruimte kunnen verspreiden. Zie het hoofdstuk "Installatiecondities" voor meer informatie over ventilatie.
Installatiecondities
Algemeen
Het toestel moet worden aangesloten op een goed werkende schoorsteen.
▶ Voor de aansluitmaten: zie de bijlage "Technische gegevens".
▶ Informeer bij de brandweer en/of
gte verzekeringsmaatschappij naar eventuele
specifieke vereisten en voorschriften.
Schoorsteen
De schoorsteen is nodig voor:
Het afvoeren van de verbrandingsgassen door natuurlijke trek.

De warme lucht in de schoorsteen is lichter dan de buitenlucht en stijgt daarom.
Het aanzuigen van lucht, nodig voor de verbranding van de brandstof in het toestel.
Een niet goed werkende schoorsteen kan tijdens het openen van de deur rookterugslag geven. Schade ontstaan door rookterugslag is uitgesloten van garantie.

Sluit niet meerdere toestellen (bijvoorbeeld ook nog een centraleverwarmingsketel) op dezelfde schoorsteen aan, tenzij lokale of nationale regelgeving hierin voorziet. Zorg in ieder geval bij twee aansluitingen dat het hoogteverschil tussen de aansluitingen minimaal 200 mm bedraagt.
Vraag uw installateur om advies over de schoorsteen. Raadpleeg de Europese norm EN13384 voor een juiste berekening van de schoorsteen.

De schoorsteen moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
De schoorsteen moet gemaakt zijn van vuurvast materiaal, bij voorkeur keramiek of roestvrij staal.
De schoorsteen moet luchtdicht en goed gereinig zijn en voldoende trek garanderen.

Een trek/onderdruk van 15 - 20 Pa tijdens normale belasting is ideaal.
De schoorsteen moet - vertrekkend van de uitgang
van het toestel - zo verticaal mogelijk lopen.
Richtingsveranderingen en horizontale stukken verstoren de afvoer van verbrandingsgassen en veroorzaken mogelijk roetophoping.
De binnenmaten mogen niet te groot zijn, om te
voorkomen dat de verbrandingsgassen te sterk afkoelen waardoor de trek minder wordt.
De schoorsteen moet bij voorkeur dezelfde diameter hebben als de aansluitkraag.

Voor de nominale diameter: zie de bijlage "Technische gegevens". Als het rookkanaal
goed is geïsoleerd, kan de diameter eventueel wat groter zijn (maximaal tweemaal de sectie van de aansluitkraag).
De sectie (oppervlakte) van het rookkanaal moet
constant zijn. Verwijdingen en (vooral) vernauwingen verstoren de afvoer van verbrandingsgassen.
Bij toepassing van een regenkap/afvoerkap op de
schoorsteen: let erop dat de kap niet de uitmonding
van de schoorsteen vernauwt en dat de kap niet
afvoer van verbrandingsgassen belemmert.
De schoorsteen moet uitmonden in een zone die
niet wordt verstoord door omliggende gebouwen,
vlakbijstaande bomen of andere hindernissen.
Het schoorsteengedeelte buiten de woning moet
geïsoleerd zijn.
De schoorsteen moet minimaal 4 meter hoog zijn.
Als vuistregel geldt: 60 cm boven de nok van het
dak.
Als de nok van het dak meer dan 3 meter is
verwijderd van de schoorsteen: houd de maten aan die in de volgende figuur zijn aangegeven. A = het hoogste punt van het dak binnen een afstand van 3 meter.

text_image
3 m min. 0.5 m min. 1 m A 09.20500.001Ventilatie van de ruimte
Voor een goede verbranding heeft het toestel lucht (zuurstof) nodig. Die lucht wordt via regelbare luchtinlaten aangevoerd vanuit de ruimte waar het toestel is geplaatst.

Bij onvoldoende ventilatie vindt onvolledige verbranding plaats, waardoor zich giftige gassen in de ruimte kunnen verspreiden.
Een vuistregel is dat de luchttoevoer 5,5 cm²/kW moet zijn. Extra ventilatie is nodig:
Als het toestel in een ruimte staat die goed is geïsoleerd.
Als er mechanische ventilatie is, bv een centraal afzuigsysteem of een afzuigkap in een open keuken.
U kunt voor extra ventilatie zorgen door een
eventilatierooster in de buitenmuur te laten plaatsen.
Zorg dat andere luchtverbruikende apparaten (zoals t de een wasdroger, ander verwarmingstoestel of badkamerventilator) een eigen buitenluchtaanvoer
hebben, of zijn uitgeschakeld wanneer u het toestel stookt.

U kunt het toestel ook aansluiten op buitenluchtaanvoer. Extra ventilatie is dan niet nodig.

Vloer en wanden
De vloer waarop het toestel wordt geplaatst, moet voldoende draagvermogen hebben. Voor het gewicht van het toestel: zie de bijlage "Technische gegevens".

Bescherm een brandbare vloer door middel van een onbrandbare vloerplaat tegen warmteuitstraling. Zie de bijlage "Afstand tot brandbaar materiaal".

Verwijder brandbaar materiaal zoals linoleum, tapijt, enzovoorts onder de onbrandbare vloerplaat.

Zorg voor voldoende afstand tussen het toestel en brandbare materialen zoals houten wanden en meubels.

Ook de aansluitbuis straalt warmte uit. Zorg voor voldoende afstand of afscherming tussen de aansluitbuis en brandbare materialen.
De vuistregel voor een enkelwandige buis is 1. Stookrooster een afstand van driemaal de diameter. Als een 2. Deur bekledingsschelp rond de buis is aangebracht, is een afstand van eenmaal de diameter 3. Primaire luch toelaatbaar.

Een vloerkleed moet minimaal 80 cm van het vuur verwijderd zijn. 5. Secundaire luchtschuif

Bescherm een brandbare vloer voor de kachel met behulp van een onbrandbare vloerplaat tegen eventueel uitvallende assen. De vloerplaat moet voldoen aan nationale normen.

Voor de afmetingen van de onbrandbare vloerplaat: zie de bijlage "Afstand tot brandbaar materiaal".

Voor verdere eisen in verband met brandveiligheid: zie de bijlage "Afstand tot brandbaar materiaal".
Productbeschrijving

Algemene voorbereiding
Controleer het toestel onmiddellijk bij ontvangst op (transport)schade en eventuele andere gebreken. Het toestel is aan de onderkant met schroeven op de pallet gemonteerd.

Als u (transport)schade of gebreken hebt geconstateerd, neem het toestel dan niet in gebruik en stel de leverancier op de hoogte.

Verwijder de demontabele onderdelen (vuurvaste binnenplaten, stookrooster, topplaat, aslade) uit het toestel voordat u het toestel gaat installeren.

Door demontabele onderdelen te verwijderen, kunt u het toestel gemakkelijker verplaatsen en beschadiging voorkomen.

Let bij het verwijderen van demontabele onderdelen op hun oorspronkelijke positie, om ze later weer op de juiste plaats te kunnen aanbrengen.
- Open de deur; zie volgende figuur.

1 03.77099.002 Vuurkorf voor
2 03.77400.002 Vuurkorf links
3 03.77401.002 Vuurkorf rechts
4 03.08365.002 Binnenplaat
5 03.61115.100 Schudrooster
6 03.66532.100 Stookrooster
astro4 series
1 03.77099.002 Vuurkorf voor
2 03.77402.002 Vuurkorf links
3 03.77403.002 Vuurkorf rechts
4 03.08365.002 Binnenplaat
5 03.61115.100 Schudrooster
6 03.66532.100 Stookrooster
7 03.35210.000 Hoekstuk
- Verwijder de vuurvaste binnenplaten; zie volgende figuur.

Vermiculite binnenplaten zijn licht van gewicht en bij levering meestal okerkleurig. Zij isoleren de verbrandingskamer zodat de verbranding beter is. Gietijzeren binnenplaten beschermen de verbrandingskamer en geven warmte door aan de omgeving.
- Verwijder de aslade; zie volgende figuur.

Schoorsteenaansluiting voorbereiden
Bij het aansluiten van het toestel op een schoorsteen hebt u de keuze uit aansluiting aan de bovenzijde of aan de achterzijde van het toestel.

Bij levering van het toestel is de aansluiting op de achterzijde open gelaten.
De uitgang die u niet wilt gebruiken, sluit u af met het bijbehorende meegeleverde afsluitdeksel.
Op de uitgang die u wel wilt gebruiken, monteert u de bijbehorende meegeleverde aansluitkraag.
Afdichtings- en bevestigingsmaterialen zijn meegeleverd.

text_image
① ② 09.20500.0381 Aansluiting aan bovenzijde
2 Aansluiting aan achterzijde
Aansluiten op de bovenzijde

text_image
en of op net u 09.20500.005- Verwijder de toplaat.

De topplaat kan gewoon van het toestel worden afgenomen.
- Breng bij de uitgang aan de bovenzijde afdichtingskit aan op het contactvlak waarop de aansluitkraag komt.
- Monteer de aansluitkraag met de bevestigingsmaterialen.
- Breng bij de uitgang aan de achterzijde afdichtingskit aan op het contactvlak waarop het afsluitdeksel komt.
- Monteer het afsluitdeksel met de bevestigingsmaterialen.
Aansluiten op de achterzijde

text_image
09.20500.006- Verwijder de toplaat.

De topplaat kan gewoon van het toestel worden afgenomen.
- Breng bij de uitgang aan de bovenzijde afdichtingskit aan op het contactvlak waarop het aflsuitdeksel komt.
- Monteer het afsluitdeksel met de bevestigingsmaterialen.
- Breng aan de achterzijde afdichtingskit aan op het contactvlak waarop de aansluitkraag komt.
- Monteer de aansluitkraag met de bevestigingsmaterialen.
Buitenluchtaansluiting voorbereiden
Als het toestel wordt geplaatst in een ruimte die onvoldoende is geventileerd, kunt u een aansluitset voor het aanvoeren van buitenlucht op het toestel monteren. Sommige van de bestaande luchtinlaten op het toestel moet u dan afsluiten met meegeleverd afdekmateriaal. Het is aan te raden een aansluitset toe te passen die voorzien is van een klep die u kunt sluiten als het toestel niet in gebruik is.
De luchtaanvoerbuis heeft een diameter van 100mm. Bij toepassing van een gladde buis mag deze buis
maximaal 12 meter lang zijn. Bij gebruik van hulpstukken zoals bochten moet u per hulpstuk de maximale lengte (12 meter) met 1 meter verminderen.
- Sluit de luchtinlaat in de bodemplaat af met de gietijzeren afdekplaatjes (1) en schroeven (2); zie volgende figuur.

Door de luchtinlaat in de bodemplaat af te sluiten voorkomt u dat lucht uit de onvoldoende geventileerde ruimte wordt gebruikt voor de verbranding.

text_image
09.20500.007Voor buitenluchtaansluiting via de vloer:
a. Maak een aansluitgat in de vloer; raadpleeg 'Bijlage 2, Afmetingen' voor de juiste positie van het aansluitgat.
b. Schuif een rechte luchtaanvoerbuis op de aansluitkraag van het toestel, zodanig dat deze niet kan verschuiven; zie volgende figuur.

text_image
EN 1856-2 DIN 1298 Ø100 09-20001-016- Voor buitenluchtaansluiting via de achterkant van het toestel:
a. Maak een opening in de sokkel of het houtvak door de afdekplaat aan de achterkant van de sokkel of het houtvak te verwijderen; zie volgende figuren.

Afhankelijk van de uitvoering van het toestel is de afdekplaat is met verende clips bevestigd of met een sluitplaatje. Gebruik bij een veerbevestiging een schroevendraaier om de afdekplaat uit zijn sponning te tillen.

b. Sluit een zogenaamde 'elleboog' hermetisch aan op de opening in de sokkel of het houtvak, zodanig dat deze niet kan verschuiven; zie volgende figuur.

Afhankelijk van de uitvoering van de elleboog kan de hoogtemaat voor de aansluiting door de muur verschillen.

text_image
EN 1856-2 DIN 1298 Ø100 - 90° 09-20001-017Plaatsen en aansluiten
- Zet het toestel op de juiste plaats, vlak en waterpas.
- Sluit het toestel hermetisch aan op de schoorsteen.
- Bij buitenluchtaansluiting: sluit de aanvoer van buitenlucht aan op de aansluitkraag binnenin de sokkel of het houtvak van het toestel of op gemonteerde elleboog.
- Plaats alle gedemonteerde onderdelen op de juiste plaats terug in het toestel.

Laat het toestel nooit branden zonder de vuurvaste binnenplaten.
Het toestel is nu klaar voor gebruik.
Gebruik
Eerste gebruik
Wanneer u het toestel voor het eerst gebruikt, stook bruinkoolbriketten het dan enkele uren flink door. Hierdoor zal de hittebestendige lak uitharden. Hierbij kan wel wat rook en geurbinder ontstaan. Zat eventvoel in de ruimte Bruinkoolbriketten hebben ongeveer dezelfde brandeigenschappen als hout.
waar het toestel staat de ramen en deuren even
Brandstof
Het toestel is geschikt voor het stoken van natuurlijk hout; gezaagd en gekloofd en voldoende droog.
Daarnaast is het toestel ook geschikt voor het stoken van bruinkoolbriketten en antracietkolen.
Gebruik geen andere brandstoffen, want die kunnen leiden tot ernstige schade aan het toestel.
De volgende brandstoffen mag u niet gebruiken omdat zij het milieu vervuilen, en omdat zij het toestel en de schoorsteen sterk vervuilen waardoor schoorsteenbrand kan ontstaan:
▶ Behandeld hout, zoals sloophout, geverfd hout, geïmpregneerd hout, verduurzaamd hout, multiplex en spaanplaat.
Kunststof, oud papier en huishoudelijk afval.
Hout
Gebruik bij voorkeur hard loofhout zoals eik, beuk, berk en fruitbomenhout. Dit hout brandt langzaam met rustige vlammen. Naaldhout bevat meer hars, brandt sneller en geeft meer vonken.
Gebruik gedroogd hout met een vochtpercentage van maximaal 20%. Hiervoor moet het hout minstens 2 jaar zijn gedroogd.
Zaag het hout op maat en klief het als het nog vers is. Vers hout klieft gemakkelijker en gekloven hout droogt beter. Bewaar het hout onder een afdek waar de wind vrij spel heeft.
Gebruik geen nat hout. Nat hout geeft geen warmte omdat alle energie gaat zitten in het verdampen van vocht. Dit geeft veel rook en roetaanslag op de deur van het toestel en in de schoorsteen. De waterdamp condenseert in het toestel en kan langs naden uit het toestel lekken en zwarte vlekken op de vloer geven. De waterdamp kan ook in de schoorsteen condenseren en creosoot vormen. Creosoot is zeer brandbaar en kan schoorsteenbrand veroorzaken.
Bruinkoolbriketten
Bruinkoolbriketten hebben ongeveer dezelfde ook brandeigenschappen als hout.
openZorg voor een goed houtskoolbed voordat u bruinkoolbriketten gaat stoken.
Volg voor het aanmaken van de haard de instructies in de paragraaf "Aanmaken".
Antracietkolen
Antracietkolen worden ingedeeld in categorieën op grond van kenmerken, soms bij wet bepaald, zoals het percentage vluchtige stoffen. Het asgehalte van

antracietkolen ligt tussen de 3% en 13%. Hoe lager het asgehalte hoe hoger de stookwaarde en hoe minder vaak u hoeft te ontassen.
kunt u een volgende vulling doen en het toestel gaan regelen; zie de paragraaf "Stoken met hout".
Gebruik bij voorkeur categorie A antracietkolen een laag asgehalte.
Gebruik het aanbevolen formaat 12/22 of 20/30.
Volg voor het aanmaken van de haard de instructies in de paragraaf "Aanmaken".
Aanmaken
U kunt controleren of de schoorsteen voldoende trek heeft door boven de vlamplaat een prop krantenpapier Losse stapeling aan te steken. Bij een koude schoorsteen is er vaak onvoldoende trek in de schoorsteen en kan er rook de kamer komen. Door het toestel op de hier beschreven manier aan te maken, voorkomt u dit probleem.
- Stapel twee lagen middelgrote houtblokken kruislings op elkaar.
- Stapel bovenop de houtblokken twee lagen aanmaakhoutjes kruislings op elkaar.
- Leg een aanmaakblokje tussen de onderste laag aanmaakhoutjes en steek het aanmaakblokje aan volgens de instructies op de verpakking.

- Sluit de deur van het toestel en zet de primaire luchtinlaat en de secundaire luchtinlaat van het toestel open; zie paragraaf 'Regeling verbrandingslucht'.
- Laat het aanmaakvuur flink doorbranden totdat he een gloeiend houtskoolbed is geworden. Hierna
Stoken met hout
Nadat u de instructies voor het aanmaken hebt gevolgd:
- Open langzaam de deur van het toestel.
- Verdeel het houtskoolbed gelijkmatig over de stookvloer.
- Stapel enkele houtblokken op het houtskoolbed.
losse stapeling

Bij een losse stapeling verbrandt het hout vlug omdat de zuurstof elk stuk hout gemakkelijk kan bereiken. Gebruik een losse stapeling als u kort wilt stoken.
Compacte stapeling

Bij een compacte stapeling verbrandt het hout langzamer omdat de zuurstof maar enkele stukken hout kan bereiken. Gebruik een compacte stapeling als u langer wilt stoken.
-
Sluit de deur van het toestel.
-
Sluit de primaire luchtinlaat en laat de secundaire luchtinlaat open staan.

Vul het toestel voor maximaal een derde.
Stoken met bruinkoolbriketten
Bruinkoolbriketten branden op nagenoeg dezelfde manier als hout. Zorg met behulp van de primaire luchtinlaat voor voldoende luchttoevoer onder het vuur. Zie verder de paragraaf "Stoken met hout".
Het branden van bruinkoolbriketten geeft veel as. Verwijder de overtollig as regelmatig. Zie de paragraaf "Ontassen" voor instructies.

Voor de eigenschappen en het gebruik van de bruinkoolbriketten: raadpleeg uw leverancier van de bruinkoolbriketten of zie de verpakking van de bruinkoolbriketten.
Nadat u de instructies voor de aanmaak hebt gevolgd:
-
Open langzaam de deur van het toestel.
-
Verdeel het houtskoolbed gelijkmatig over de stookvloer.
-
Leg de bruinkoolbriketten op het houtskoolbed.
-
Sluit de deur.
-
Ontas regelmatig de stookvloer door middel van het schudrooster. Gebruik voor de bediening van de schudstang de bijgeleverde koude hand.
Stoken met antracietkolen

Sluit bij het stoken van antracietkolen altijd de secundaire luchtschuif.

Zet de brandstofkeuze luchtklep in de gesloten stand.
Nadat u de instructies voor de aanmaak hebt gevolgd:
-
Zet de primaire luchtschuif volledig open.
-
Open langzaam de deur van het toestel.
-
Verdeel het houtskoolbed gelijkmatig over de stookvloer.
-
Verspreid een schep kolen op het houtskoolbed en wacht met de volgende schep tot de kolen gaan gloeien.
-
Voeg nu meer kolen toe.

Let op dat u het vuur niet dooft door in een keer te veel kolen toe te voegen.

U heeft de maximale bijvulling bereikt als de gloed van de vorige vulling nog net zichtbaar is.
-
Sluit de deur.
-
Laat de kolen enige minuten goed doorbranden en regel de luchttoevoer met de primaire luchtschuif.

Als de vuurkorf of de gietijzeren lamellen rood beginnen te gloeien, bent u te hard aan het stoken.
- Ontas regelmatig de stookvloer door middel van le het schudrooster. Gebruik voor de bediening van de schudstang de bijgeleverde koude hand.
Regeling verbrandingslucht
Het toestel heeft diverse voorzieningen voor de luchtregeling; zie volgende figuur.

text_image
09.20500.012Is de primaire luchtschuif en is geopend in uitgetrokken positie en gesloten in naar achter geschoven positie.
Is de secundaire luchtschuif en is geopend 2. in uitgetrokken positie en gesloten in naar achter geschovensitie

De primaire luchtschuif regelt de lucht onder het rooster (1); zie volgende figuur.
De secundaire luchtschuif regelt de lucht voor het glas en de luchtgaatjes in de achterwand (2).

text_image
09.20019.032Adviezen

Stook nooit met open deur.

Stook het toestel regelmatig flink door.
in de schoorsteen een afzetting vormen van teer en creosoot. Teer en creosoot zijn zeer brandbaar. Als de afzetting van deze stoffen te groot wordt, kan bij een plotselinge hoge temperatuur een schoorsteenbrand ontstaan. Door regelmatig flink doorstoken, verdwijnen eventuele afzettingen van teer en creosoot. Daarnaast kan zich bij te laag stoken teer afzetten op de ruit en deur van het toestel. Bij een milde buitentemperatuur is het dus beter om het toestel een paar uur intens te laten branden, dan lange tijd laag te stoken.
Regel de luchttoevoer met de secundaire luchtinlaat.

De secundaire luchtinlaat belucht niet alleen het vuur maar ook het glas, zodat het glas niet snel vervuilt.
Zet de primaire luchtinlaat tijdelijk open als de luchttoevoer via de secundaire luchtinlaat onvoldoende is of als u het vuur wilt aanwakkeren.
▶ Regelmatig een kleine hoeveelheid houtblokken bijvullen is beter dan veel houtblokken tegelijk.
Doven van het vuur
Vul geen brandstof bij en laat de kachel gewoon uitgaan. Als een vuur wordt getemperd door de luchttoevoer te verminderen, komen schadelijke stoffen vrij. Laat daarom het vuur vanzelf uitbranden. Houd toezicht op het vuur totdat het goed is gedoofd. Als het vuur volledig is gedoofd kunnen alle luchtschuiven worden gesloten.
Ontassen
Na het stoken van hout blijft een relatief kleine hoeveelheid as over. Dit asbed is een goede isolator voor de stookbodem en geeft een betere verbranding. Laat daarom gerust een dun laagje as op de stookbodem liggen.
De luchttoevoer door de stookbodem mag echter niet worden belemmerd en er mag zich geen as ophopen achter een gietijzeren binnenplaat. Verwijder daarom regelmatig de overtollige as.
Na het stoken van bruinkoolbriketten en antracietkolen blijft er relatief veel as over. Er mag zich geen as ophopen onder het stookrooster en de as mag nooit de onderkant van het rooster raken. Het
Als u langdurig op lage stand stookt, kan zich rooster raakt dan oververhit en beschadigd.

- Gebruik de schudstang om het rooster vrij van overtollig assen te maken.

Gebruik voor de bediening van de schudstang de koude hand indien het toestel nog warm i

- Open de deur van het toestel.
- Schuif eventuele as-restanten met behulp van het trekschepje door het rooster.
- Verwijder de aslade (zie volgende figuur) met behulp van de bijgeleverde handschoen en leeg, aslade.

- Plaats de aslade terug en sluit de deur van het toestel.
Nevel en mist
Nevel en mist belemmeren de afvoer van rookgasser door de schoorsteen. Rook kan neerslaan en stankoverlast geven. Als het niet echt nodig is, kunt bij nevel en mist beter niet stoken.
Eventuele problemen
Raadpleeg de bijlage "Diagnoseschema" om eventuele problemen bij het gebruik van het toestel op te lossen.

Om het nominale vermogen van het toestel te halen, moet per 45 minuten ongeveer 2 kg brandstof worden verbrand.
Onderhoud
Volg de onderhoudsinstructies in dit hoofdstuk om het toestel in goede staat te houden.
Schoorsteen
In veel landen bent u wettelijk verplicht de schoorsteen te laten controleren en onderhouden.
Aan het begin van het stookseizoen: laat de schoorsteen vegen door een erkend schoorsteenveger.
de Tijdens het stookseizoen en nadat de schoorsteen lange tijd niet is gebruikt: laat de schoorsteen controleren op roet.
Na afloop van het stookseizoen: sluit de schoorsteen af met een prop krantenpapier.
Schoonmaken en ander regelmatig onderhoud

Maak het toestel niet schoon wanneer het nog warm is.
Maak de buitenkant van het toestel schoon met een droge niet-pluizende doek.
Na afloop van het stookseizoen kunt u de binnenkant van het toestel goed schoonmaken:
Verwijder eventueel eerst de vuurvaste binnenplaten. Zie het hoofdstuk "Installatie" voor instructies voor het verwijderen en aanbrengen van binnenplaten.
en Maak eventueel de luchtaanvoerkanalen schoon. Verwijder hiervoor de topplaat. De topplaat ligt los nt uop het toestel.
▶ Verwijder eventueel de vlamplaat boven in het toestel en maak deze schoon.

Vlamplaat verwijderen en aanbrengen
Schroef aan de voorzijde van de vlamplaat het klemplaatje los. Til de vlamplaat van de steunnok et kantel de vlamplaat uit het toestel. Let op bij het terugplaatsen dat de achterzijde van de vlamplaat goed aansluit op de luchtunnel achter in het toestel.

Vuurvaste binnenplaten controleren
De vuurvaste binnenplaten zijn verbruiksonderdelen die aan slijtage onderhevig zijn. Vermiculite binnenplaten zijn kwetsbaar. Stoot niet met houtblokken tegen de binnenplaten. Controleer de binnenplaten regelmatig en vervang ze indien nodig
Zie het hoofdstuk "Installatie" voor instructies voor het verwijderen en aanbrengen van binnenplaten.

De isolerende vermiculite of chamotte binnenplaten kunnen haarscheuren gaan vertonen, maar dat heeft geen nadelig effect hun werking.

Gietijzeren binnenplaten gaan lang mee als u regelmatig as verwijdert die zich mogelijk erachter ophoopt. Als opgehoopte as achter een gietijzeren plaat niet wordt verwijderd, kan de plaat de warmte niet meer afgeven aan omgeving en kan de plaat vervormen of scheuren.

Laat het toestel nooit branden zonder de vuurvaste binnenplaten.
Glas schoonmaken
Goed schoongemaakt glas neemt minder snel vuil op. Ga als volgt te werk:
- Verwijder stof en loszittend roet met een droge doek.
eß. Maak het glas schoon met kachelruitenreiniger:
a. Breng kachelruitenreiniger aan op een keukenspons, wrijf het gehele glasoppervlak in en laat even inwerken.
b. Verwijder het vuil met een vochtige doek of keukenpapier.
-
Maak het glas nogmaals schoon met een gewoon glasreinigingsproduct.
-
Wrijf het glas schoon met een droge doek of keukenpapier.
Gebruik geen schurende of bijtende producten om het glas schoon te maken.
Gebruik schoonmaakhandschoenen om uw handen te beschermen.

Als het glas van het toestel is gebroken of gebarsten, moet dit glas worden vervangen voordat u het toestel opnieuw in gebruik neemt.
Voorkom dat kachelruitreiniger tussen het glas en de gietijzeren deur loopt.
Smeren
Hoewel gietijzer enigszins zelfsmerend is, moet u bewegende delen toch regelmatig smeren.
Smeer de bewegende delen (zoals geleidersystemen, scharnierpennen, grendels en luchtschuiven) met hittevast vet dat verkrijgbaar is bij de vakhandel.
^op Afwerklaag bijwerken
Kleine lakbeschadigingen kunt u bijwerken met een spuitbus speciale hittebestendige lak die verkrijgbaar is bij uw leverancier.
Emaillebeschadigingen kunt u bijwerken met een speciale hittebestendige lak die verkrijgbaar is bij uw leverancier.
Afdichting controleren
▶ Controleer of het afdichtingskoord van de deur nog goed afsluit. Afdichtkoord verslijt en moet tijdig worden vervangen.

Controleer het toestel op luchtlekken. Kit eventuele kieren dicht met kachelkit.
Laat de kit goed uitharden voordat u het toestel aanmaakt, anders blaast het vocht in de kit op en ontstaat opnieuw een lek.
Bijlage 1: Technische gegevens
| Model | Astro 3MF | ||
| Astro 4MF | |||
| Stookregime Niet continu gebruik | |||
| Nominaal vermogen 8 kW | |||
| Schoorsteenaansluiting (diameter) 150 mm | |||
| Gewicht +/- 140 kg | |||
| Aanbevolen brandstof Hout Bruinkool | briketten Antracietkolen | ||
| Kenmerk brandstof max. 33 cm | 3" - 6" - 7" | 12/2220/30 | |
| Massadebiet van rookgassen | 7,4 g/s | 6,1 g/s | 7,3 g/s |
| Rookgastemperatuur in meetsectie | 297 °C | 252 °C | 261 °C |
| Temperatuur aan de uitgang van het toestel | 351 °C | 454 °C | 321 °C |
| Minimum trek | 12 Pa | 12 Pa | 12 Pa |
| CO-emissie (13%Q) | 0,09 % | 0,04 % | 0,10 % |
| NOx-emissie (13% Q) | 123 mg/Nm3 | 151 mg/Nm3 | 123 mg/Nm3 |
| CnHm-emissie (13%Q) | 71 mg/Nm3 | 28 mg/Nm3 | 90 mg/Nm3 |
| Stofemissie | 18 mg/Nm3 | 17 mg/Nm3 | 15 mg/Nm3 |
| Rendement | 76,7 % | 82,8 % | 80,0 % |
| Model | Astro 3MFAstro 4MF |
| Stookregime Continu gebruik | |
| Nominaal vermogen 8 kW | |
| Schoorsteenaansluiting (diameter) 150 mm | |
| Gewicht +/- 140 kg |
| Aanbevolen brandstof Bruinkoolbriketten Antracietkolen | ||
| Kenmerk brandstof 3" - 6" - 7" | 12/2220/30 | |
| Massadebiet van rookgassen 7 g/s | 8,6 g/s | |
| Rookgastemperatuur in de meetsectie | 252 °C | 247 °C |
| Temperatuur aan de uitgang van het toestel | 440 °C | 301 °C |
| Minimum trek | 12 Pa | 12 Pa |
| CO-emissie (13%Q) | 0,13 % | 0,16 % |
| NOx-emissie (13% Q) | 161 mg/Nm3 | 116 mg/Nm3 |
| CnHm-emissie (13%Q) | 45 mg/Nm3 | 85 mg/Nm3 |
| Stofemissie | 5 mg/Nm3 | |
| Rendement | 79,8 % | 79,5 % |
Bijlage 2: Afmetingen
ASTRO 3MFP

09-20001-020
ASTRO 3MFWB

09-20001-018
ASTRO 4MFP

09-20001-021
ASTRO 4MFWB

09-20001-019
Bijlage 3: Afstand tot brandbaar materiaal
ASTRO 3
Minimale afstanden voor uitvoering zonder hitteschild:

text_image
1100 50 1000 300 875 50 795 50 890 815 100 100 880 100 880 500 500 800 100 800 ① ② 09.20500.023
Als de afstand van de aansluitbuis minder dan 300 mm verwijderd is van brandbaar materiaal moet deze worden afgeschermd.
- Brandbaar materiaal
- Onbrandbaar materiaal, dikte 100mm

Minimale afstanden voor uitvoering met hitteschild:

text_image
940 25 900 100 800 25 795 30 800 100 776 800 ① ② 300 100 300 860 50 860 800 50 800 09.20500.024- Brandbaar materiaal
- Onbrandbaar materiaal, dikte 100mm
ASTRO 4
Minimale afstanden voor uitvoering zonder hitteschild:

text_image
1000 850 200 50 50 800 800 50 810 50 785 100 400 880 100 800 100 ① ② 09.20500.025
Als de afstand van de aansluitbuis minder dan 300 mm verwijderd is van brandbaar materiaal moet deze worden afgeschermd.
- Brandbaar materiaal
- Onbrandbaar materiaal, dikte 100mm

Minimale afstanden voor uitvoering met hitteschild:

text_image
900 800 100 25 30 800 810 25 50 785 100 400 870 870 50 800 800 09.20500.026- Brandbaar materiaal
- Onbrandbaar materiaal, dikte 100mm
ASTRO 3 en ASTRO 4 - Afmetingen onbrandbare vloerplaat

text_image
B A 09-20002-004
Minimale afmetingen onbrandbare vloerplaat
| A (mm) | B (mm) | |
| Din 18891 500 300 | ||
| Duitsland 500 300 | ||
| Finland 400 100 | ||
| Noorwegen 300 100 |
Bijlage 4: Diagnoseschema
| Probleem | ||||||
| ● | Hout wil niet doorbranden | |||||
| ● | Geeft onvoldoende warmte | |||||
| ● | Rookterugslag tijdens het bijvullen | |||||
| ● | Toestel brandt te hevig, niet goed regelbaar | |||||
| ● | Aanslag op het glas | |||||
| mogelijke oorzaak mogelijke oplossing | ||||||
| ● | ● | ● | ● | Onvoldoende trek | Een koude schoorsteen creëert vaak onvoldoende trek. Volg de instructies voor het aanmaken in het hoofdstuk "Gebruik"; open een raam. | |
| ● | ● | ● | ● | Hout te vochtig Gebruik hout met maximaal 20% vocht. | ||
| ● | ● | ● | ● | Afmetingen hout te groot | Gebruik kleine stukjesaanmaakhout. Gebruikgekloven houtblokken met een omtrek van maximaal 30 cm. | |
| ● | ● | ● | ● | ● | Stapeling hout niet correct | Stapel het hout zodanig dat er voldoende lucht tussen de houtblokken kan stromen (losse stapeling, zie "Stoken met hout"). |
| ● | ● | ● | ● | Werking van de schoorsteen onvoldoende | Controleer of de schoorsteen aan de voorwaarden voldoet: minimaal 4 meter hoog, juiste diameter, goed geïsoleerd, gladde binnenzijde, niet te veel bochten, geen obstructies in de schoorsteen (vogelnest, te veel roetafzetting), hermetisch dicht (geen kieren). | |
| ● | ● | ● | ● | Uitmonding van de schoorsteen niet correct | Voldoende hoog boven het dakvlak, geen obstructies in de nabijheid. | |
| ● | ● | ● | ● | ● | Instelling van de luchtinlaten niet correct | Open de luchtinlaten volledig. |
| ● | ● | ● | ● | Aansluiting van het toestelmet de schoorsteen niet correct | Aansluiting moet hermetisch dicht zijn. | |
| ● | ● | ● | ● | Onderdruk in de ruimte waar het toestel is geplaatst | Zet afzuigsystemen uit. | |
| ● | ● | ● | ● | Onvoldoende toevoer van verse lucht | Zorg voor voldoende luchttoevoer, maak desnoods gebruik van de buitenluchtaansluiting. | |
| ● | ● | ● | ● | Ongunstige weersomstandigheden? Inversie (omgekeerde luchtstroom in de schoorsteen door hoge buitentemperatuur), extreme windsnelheden | Bij inversie is gebruik van het toestel af te raden. Plaats desnoods een trekkende kap op de schoorsteen. | |
| ● | Tocht in de woonkamer | Voorkom tocht in de woonkamer; plaats het toestelniet in de nabijheid van een deur of verwarmingsluchtkanalen. | ||||
| ● | Vlammen raken het glas | Zorg dat het hout niet te dicht tegen het glas ligt. Schuif de primaire luchtinlaat verder dicht. | ||||
| ● | Toestel lekt lucht Controleer de afdichtingen van de deur en de naden van het toestel. | |||||
Index
A
Aanmaakhout 28
Aanmaakvuur .12....
Aansluiten afmetingen .20....
Aansluiten op buitenluchtaanvoer 9.
Aansluiten op schoorsteen.8.... aan bovenzijde 8....
Aansluitkraag schoorsteenaansluiting..8.....
Aansluitset buitenluchtaanvoer 9
Aansteken .12....
Afdichtingskoord van deur 16
Afmetingen 20
Antracietkolen 11
As verwijderen.... 14 bruinkool.... 13
Aslade openen....15 verwijderen....7
B
Beluchting van het vuur.... 14
Bijvullen van brandstof.... 14 rookterugslag.... 28
Binnenplaten gietijzeren .... 7 vermiculite .... 7
Binnenplaten, vuurvaste verwijderen 7
Brandbaar materiaal afstand tot 24
Brandstof antracietkolen....11 benodigde hoeveelheid....15 bijvullen....13-14 bruinkool....11 bruinkoolbriketten....11 geschikte....11 hout....11 ongeschikte....11
Brandveiligheid afstand tot brandbaar materiaal.... 24 meubels.... 6 vloer.... 6 wanden.... 6
Buitenlucht aansluitset monteren 9
Buitenluchtaanvoer.... 5, 9 aansluiting op.11....
C
Creosoot 14
D
Demontabele onderdelen 7
Deur afdichtingskoord .... 16 openen .... 7
Draagvermogen van vloer 6
Drogen van hout.... 11
G
Geschikte brandstof.... 11
Gewicht 18-19
Gietijzer binnenplaten .... 7 vuurvast .... 7
Gietijzeren binnenplaten 7
Glas aanslag 28 schoonmaken 16
H
Hout .... 11 bewaren .11 drogen .... 11 geschikte soort .... 11 nat .... 11 wil niet doorbranden .... 28
Houtblokken stapelen.... 12
K
Kachelruitenreiniger.... 16
Kap op de schoorsteen 5
Kieren in toestel 16....
Kolen asgehalte 11
L
Lak 11

Luchtinlaten .12....
Luchtlek 16
Luchtregeling .13....
Luchttoevoer regelen 14
M
Mist, niet stoken 15
Monteren aansluitset buitenluchtaanvoer 9....
Muren brandveiligheid 6
N
Naaldhout 11
Nat hout.11....
Nevel, niet stoken 15
Nominaal vermogen..15..18-19.....
0
Onderdelen, demontabele..7....
Onderhoud afdichting .16..... glas schoonmaken.... 16 schoorsteen.... 15 smeren.... 16 toestel schoonmaken.... 15 vuurvaste binnenplaten.... 16
Ongeschikte brandstof.... 11
Ontassen 14
Openen aslade....15 deur....7
Opslag van hout 11
P
Plaatsen afmetingen .20....
Primaire luchtinlaat 12
Problemen oplossen.... 15, 28
R
Rendement 18-19
Rook bij eerste gebruik.... 11
Rookgas massedebiet .18-19..... temperatuur.... 18-19
Rookterugslag 4, 28
Ruiten aanslag 28..... schoonmaken....16
S
Schade 7
Schoonmaken glas .... 16 toestel .... 15
Schoorsteen aansluitdiameter....18-19 aansluiting op....11 aansluiting voorbereiden....8 hoogte....5 onderhoud....15 voorwaarden....5
Schoorsteenaansluiting bovenzijde 8
Schoorsteenbrand voorkomen 14
Schoorsteenkap 5
Secundaire luchtinlaat 12
Smeren 16
Sokkel afdekplaat .... 10
Stof-emissie 18-19
Stoken 12 antracietkolen 13 brandstof bijvullen 12-14 bruinkoolbriketten 13 onvoldoende warmte 15, 28 toestel brandt te hevig 28 toestel niet goed regelbaar 28
Stookregime 18-19
T
Teer 14
Temperatuur 18-19
Trek 18-19
U
Uitgaan van vuur 14
V
Vegen van schoorsteen 15
Ventilatie .... 5 buitenluchtaanvoer aansluiten.... 9 vuistregel .... 5
Ventilatierooster 5

Verbrandingsluchtregeling..13....
Vermiculite
vuurvast 7......
Vermiculite binnenplaten.7
Verwijderen
as 14
aslade .7....
vuurvaste binnenplaten 7
Vet voor smering.16......
Vloeren
brandveiligheid 6
draagvermogen 6
Vloerkleed 6.
Vulhoogte van toestel 13
Vuur
aanmaken 12
doven 14
Vuurvaste binnenplaten
onderhoud 16
verwijderen 7
waarschuwing ....11
W
Waarschuwing
brandbare materialen 4
glas gebroken of gebarsten 4, 16
heet oppervlak 4
verzekeringsvoorwaarden 4
voorschriften 4
vuurvaste binnenplaten 11
Wanden
brandveiligheid 6
Warmte, onvoldoende 15,28
Weersomstandigheden, niet stoken.... 15
Table of contents
Introduction 3
Nijverheidsstraat 18 Tel: +32 (0) 14 65 91 91
B-2381 Weelde Fax: +32 (0) 14 65 90 09
Belgium E-mail : info@dovre.be

Safety

Dovre nv, Nijverheidsstraat -2381, B2381 Weelde, Belgique, déclare
Nijverheidsstraat 18 Tél. : +32 (0) 14 65 91 91 2381 Weelde, Belgique Fax : +32 (0) 14 65 90 09
Nijverheidsstraat 18 Tel. : +32 (0) 14 65 91 91
Nijverheidsstraat 18 Tel.: +32 (0) 14 65 91 91
B-2381 Weelde Fax: +32 (0) 14 65 90 09
Bélgica E-mail: info@dovre.be
SimpelGids