ProMatic 2 - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ProMatic 2 Hormann in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - ProMatic 2 Hormann
Gebruikersvragen over ProMatic 2 Hormann
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProMatic 2 - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProMatic 2 van het merk Hormann.
GEBRUIKSAANWIJZING ProMatic 2 Hormann
Garage door operator
Handleiding voor montage, werking en onderhoud
Garagedeuraandrijving
Wicket door contact•
- Warning lights
A Meegeleverde artikelen 2
B Benodigde werktuigen bij de montage .... 2
1 Over deze handleiding 59
1.1 Geldende documenten 59
1.2 Gebruikte waarschuwingen 59
1.3 Gebruikte definities 59
1.4 Gebruikte symbolen 59
1.5 Gebruikte afkortingen 60
2 Veiligheidsrichtlijnen 60
2.1 Doelmatig gebruik 60
2.2 Ondoelmatig gebruik 60
2.3 Kwalificatie van de monteur.... 60
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage,
onderhoud, herstelling en demontage
van de deurinstallatie .... 60
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage 60
2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor
inbedrijfstelling en bediening 61
2.7 Veiligheidsrichtlijnen voor
gebruik van de handzender 61
2.8 Geteste veiligheidsvoorzieningen 61
2.9 Veiligheidsrichtlijnen voor
controle en onderhoud 61
3 Montage 61
3.1 Garagedeur/deurinstallatie controleren 61
3.2 Benodigde vrije ruimte 62
3.3 Garagedeuraandrijving monteren 62
3.4 Geleidingsrail monteren 63
3.5 Waarschuwingsbordje monteren 63
3.6 Garagedeuraandrijving elektrisch aansluiten ...... 64
3.7 Extra componenten / toebehoren aansluiten ...... 64
4 Inbedrijfstelling 65
4.1 Inbedrijfstelling van de aandrijving 65
4.2 Bijkomende functies met behulp van
DIL-schakelaars instellen .... 66
5 Radio 68
5.1 Handzender HSM 4 68
5.2 Geïntegreerde radiomodule 69
5.3 Externe ontvanger 69
5.4 Uittreksel uit de verklaring
van overeenstemming voor ontvangers ...... 69
6 Bediening 69
6.1 Gebruikers inwerken 70
6.2 Functietest 70
6.3 Normale werking 70
6.4 Handbediening....70
6.5 Werking na de bediening
van de mechanische ontgrendeling .... 71
6.6 Handelingen bij een spanningsuitval
(zonder noodaccu) 71
6.7 Handelingen na een spanningsuitval
(zonder noodaccu) 71
6.8 Overbrugging van stroomuitval met een noodaccu 71
6.9 Meldingen van de aandrijvingsverlichting 71
6.10 Foutmeldingen / diagnose-LED 71
7 Controle en onderhoud 72
7.1 Vervanglamp 72
8 Optionele toebehoren 72
9 Demontage en berging 72
10 Garantievoorwaarden 72
10.1 Prestatie 73
11 Uittreksel uit de inbouwverklaring 73
12 Technische gegevens 73
13 Overzicht DIL-schakelaarfuncties 74
14 Overzicht fouten en
verhelpen van fouten .... 75

Illustraties.... 133
Doorgeven of kopieren van dit document, gebruik en mededeling van de inhoud ervan zijn verboden indien niet uitdrukkelijk toegestaan. Overtredingen verplichten tot schadevergoeding. Alle rechten voor het inschrijven van een patent, een gebruiksmodel of een monster voorbehouden. Wijzigingen onder voorbehoud.
Geachte klant,
wij verheugen ons dat u gekozen hebt voor een kwaliteitsproduct van onze firma.
Over deze handleiding1
Deze handleiding is een originele gebruiksaanwijzing in de zin van EG-richtlijn 2006/42/EG. Lees de handleiding zorgvuldig en volledig, zij bevat belangrijke informatie over het product. Neem de opmerkingen in acht en volg in het bijzonder de veiligheids- en waarschuwingsrichtlijnen op.
Bewaar de handleiding zorgvuldig en verzeker u ervan dat deze altijd beschikbaar is en door de gebruiker van het product kan worden geraadpleegd.
Geldende documenten1.1
Voor een veilig gebruik en onderhoud van de deurinstallatie moeten volgende documenten ter beschikking van de eindgebruiker worden gesteld:
deze handleiding•
bijgevoegd controleboek•
de handleiding van de garagedeur•
Gebruikte waarschuwingen1.2

Het algemene waarschuwingssymbool kentekent een gevaar dat kan leiden tot lichamelijke letsels of tot de dood. In de tekst wordt het algemene waarschuwings-symbool gebruikt met betrekking tot de volgende beschreven waarschuwingsstappen. In de illustraties verwijst een bijkomende aanduiding naar de verklaringen in de tekst.

GEVAAR
Kentekent een gevaar dat onmiddellijk leidt tot de dood of tot zware letsels.

WAARSCHUWING
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot de dood of tot zware letsels.

VOORZICHTIG
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot lichte of middelmatige letsels.
OPGELET
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot beschadiging of vernieling van het product.
Gebruikte definities1.3
Openingstijd
Wachttijd voor de sluitbeweging van de deur uit de eindpositie deur open bij automatische sluiting.
Automatische sluiting
Automatische sluiting van de deur na verloop van tijd, vanuit de eindpositie deur open.
DIL-schakelaars
Schakelaars op de besturingsprintplaat voor de instelling van de besturing.
Impulsbesturing
Bij elke druk op een toets wordt de deur in de tegengestelde richting t.o.v. de laatste richting gestart of wordt een deurbeweging gestopt.
Kracht-leercyclus
Bij deze leercyclus worden de krachten aangeleerd die voor het functioneren van de deur noodzakelijk zijn.
Fotocel
Bij bediening van de veiligheidsvoorziening fotocel, tijdens de beweging in richting deur dicht, stopt de deur en beweegt daarna weer open. De openingstijd wordt opnieuw gestart.
Normale werking
Bewegingen van de deur met de aangeleerde trajecten en krachten.
Referentiecyclus
Deurbeweging in de richting van de eindpositie deur open om de basispositie in te stellen.
Terugkeercyclus/Veiligheidsreset
Deurbeweging in tegengestelde richting bij het activeren van de veiligheidsvoorziening of van de krachtbegrenzing.
Terugkeergrens
Tot aan de terugkeergrens (max. 50 mm), kort voor de eindpositie Deur-dicht, wordt bij het activeren van een veiligheidsvoorziening een beweging in tegengestelde richting (terugkeercyclus) geactiveerd. Bij het overrijden van deze grens bestaat dit gedrag niet, zodat de deur zonder onderbreking van de beweging veilig de eindpositie bereikt.
Leercyclus traject
Deurbeweging die het traject in de aandrijving aanleert.
Waarschuwingstijd
De tijd tussen het bewegingsbevel (impuls) en het begin van de deurbeweging.
Fabrieksinstelling
Naar de aangeleerde waarden in de leveringstoestand / de fabrieksinstelling terugzetten.
Gebruikte symbolen1.4
In de illustraties wordt de montage van de aandrijving weergegeven bij een sectionaaldeur. Bij afwijkende montagestappen aan een kanteldeur worden deze bijkomend getoond. Hierbij worden voor de illustratienummering de volgende letters gebruikt:

(a) = sectionaaldeur

Alle maataanduidingen in de illustraties zijn in [mm].
Bij enkele illustraties staat dit symbool met een verwijzing naar een plaats in het tekstdeel. Daar vindt u belangrijke informatie voor de montage en de bediening van de garagedeuraandrijving.
In het voorbeeld betekent 2.2:

Zie tekst, hoofdstuk 2.2
Daarenboven wordt het volgende symbool, dat de fabrieksinstelling kenmerkt, zowel in het afbeeldings- als in het tekstgedeelte weergegeven op die plaatsen, waar de menu's van de aandrijving uitgelegd worden:

Fabrieksinstelling
Gebruikte afkortingen1.5
| Kleurcode voor leidingen, kabels en constructiedelenDe afkortingen van de kleuren voor zowel leiding- en kabelmarkeringen als constructiedelen volgen de internationale kleurcode volgens IEC 757: | |||
| BN Bruin WH | Wit | ||
| GN Groen YE | Geel | ||
| Artikelbenamingen | |||
| HE 1 1-kanalen-ontvanger | |||
| IT 1 Binnendrukknopschakelaar met impulstoets | |||
| IT 1b Binnendrukknopschakelaar met verlichte impulstoets | |||
| EL 101 Éénrichtingsfotocel | |||
| EL 301 Éénrichtingsfotocel | |||
| STK Loopdeurcontact | |||
| PR 1 Optierelais | |||
| HSM 4 4-toetsen-mini-handzender | |||
| HNA 18 Noodaccu | |||
2 Veiligheidsrichtlijnen
De garagedeuraandrijving is uitsluitend voorzien voor impulsbediening van door veren uitgebalanceerde sectionaal- en kanteldeuren voor privaat en niet-industrieel gebruik.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant aangaande de combinatie van deur en aandrijving. Eventueel gevaar in de zin van DIN EN 13241-1 wordt door de constructie en door de montage volgens onze aanwijzingen vermeden.
Deurinstallaties, die zich in het openbaar bevinden en slechts over één veiligheidsvoorziening, bv. krachtbegrenzing beschikken, mogen alleen onder toezicht worden bediend.
De garagedeuraandrijving is voor de werking in droge ruimten geconstrueerd.
2.2 Ondoelmatig gebruik
Aanwending voor industrieel gebruik is niet toegelaten. De aandrijving mag niet bij deuren zonder valbeveiliging worden gebruikt.
2.3 Kwalificatie van de monteur
Alleen met een correcte montage en onderhoud door een competente/deskundige bediening of een competente/deskundige persoon die met de handleidingen vertrouwd is, kan een veilig en juist functioneren van een montage gegarandeerd worden. Een deskundige volgens EN 12635 is een persoon die een aangepaste opleiding heeft genoten en beschikt over praktische kennis en ervaring om een deurinstallatie correct en veilig te monteren, te controleren en te onderhouden.
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage, onderhoud, herstelling en demontage van de deurinstallatie
GEVAAR
Compensatieveren staan onder hoge spanning
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.1
De montage, het onderhoud, de herstelling en de demontage van de deurinstallatie en de garagedeuraandrijving moeten door een vakman worden uitgevoerd.
▶ Neem bij storingen van de garagedeuraandrijving onmiddellijk contact op met een vakman voor de controle of de herstelling.
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage
De deskundige dient erop te letten dat de geldende voorschriften inzake veiligheid op het werk alsook de voorschriften voor bediening van elektrische toestellen worden toegepast. Hierbij moeten de nationale richtlijnen opgevolgd worden. Eventueel gevaar in de zin van DIN EN 13241-1 wordt door de constructie en montage volgens onze aanwijzingen vermeden.
De garagedeuraandrijving is voor de werking in droge ruimtes geconstrueerd en mag daarom niet in de open lucht worden gemonteerd. Het plafond van de garage moet zo gemaakt zijn dat een veilige bevestiging van de aandrijving gegarandeerd is. Bij een te hoog of te licht plafond moet de aandrijving aan bijkomende steunbalken worden bevestigd.

Netspanning
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.6
GEVAAR
WAARSCHUWING
Ongeschikte bevestigingsmaterialen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.3
Levensgevaar door de handkabel
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.3
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.3
Veiligheidsrichtlijnen voor inbedrijfstelling en 2.6 bediening

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4

VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4
Gevaar voor lichamelijke letsels door de handgreep met trekkoord
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4
Gevaar voor lichamelijke letsels door hete lamp
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4, hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7.1
Gevaar voor lichamelijke letsels bij te hoog ingestelde krachtwaarde
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4.1.3
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongecontroleerde deurbeweging in richting deur dicht bij breuk van de torsieveer en ontgrendeling van de geleidingsslede.
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.4.1 en hoofdstuk 6
Veiligheidsrichtlijnen voor gebruik van de 2.7 handzender

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 5.1

VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 5.1
Geteste veiligheidsvoorzieningen2.8
Veiligheidsrelevante functies of componenten van de besturing, zoals krachtbegrenzing, externe fotocellen, voor zover voorhanden, werden overeenkomstig categorie 2, PL "c" van de EN ISO 13849-1:2008 geconstrueerd en getest.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door niet functionerende veiligheidsvoorzieningen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4.1.2
Veiligheidsrichtlijnen voor controle en 2.9 onderhoud

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 7
Montage3
3.1 Garagedeur/deurinstallatie controleren

GEVAAR
Compensatieveren staan onder hoge spanning
Het bijstellen of het losmaken van de compensatieveren kan ernstige letsels veroorzaken!
Laat voor uw eigen veiligheid, vooraleer u de aandrijving installeert, werkzaamheden aan de compensatieveren van de deur en indien nodig onderhouds- en herstelwerkzaamheden enkel door een deskundige uitvoeren!
▶ Probeer nooit om de compensatieveren voor de gewichtsuitbalancering van de deur of de houders ervan zelf te vervangen, bij te stellen, te herstellen of te verplaatsen.
▶ Controleer bovendien de volledige deurinstallatie (draaipunten, positie van de deur, kabels, veren en bevestigingsonderdelen) op slijtage en op eventuele beschadigingen.
- Controleer op aanwezigheid van roest, corrosie en barsten.
Fouten in de deurinstallatie of verkeerd uitgerichte deuren kunnen tot ernstige letsels leiden!
- Gebruik de deurinstallatie niet als er herstellings- of regelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
De constructie van de aandrijving werd niet ontworpen voor de bediening van stroef lopende deuren, d.w.z. deuren, die niet meer of maar zeer moeilijk met de hand geopend of gesloten kunnen worden.
De deur moet zich in onberispelijke mechanische toestand bevinden en in evenwicht zijn zodat deze ook gemakkelijk met de hand kan worden bediend (EN 12604).
Hef de deur ca. een meter en laat ze los. De deur zou in deze positie moeten blijven staan en noch naar beneden, noch naar boven bewegen. Indien de deur toch in één van deze richtingen beweegt, bestaat het gevaar dat de compensatieveren/gewichten niet juist zijn ingesteld of defect zijn. In dit geval moet u rekening houden met meer slijtage en met een verkeerde werking van de deurinstallatie.
▶ Controleer of de garagedeur correct kan worden geopend en gesloten.
Stel de mechanische vergrendelingen van de deur, die voor een bediening met een garagedeuraandrijving onnodig zijn, buiten werking. Daartoe behoren vooral de vergrendelingsmechanismen van het deurslot (zie hoofdstuk 3.3 en hoofdstuk 3.6).
Wissel voor de montage en inbedrijfstelling naar de illustraties. Neem het overeenkomstige tekstgedeelte in acht, wanneer u door het symbool voor de tekstrichtlijn daarop wordt gewezen.
Benodigde vrije ruimte3.2
De vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond moet (ook bij het openen van de deur) minstens 30 mm bedragen (zie afbeelding 1.1a/1.1b).
▶ Controleer deze afmeting!
Bij een kleinere vrije ruimte en indien er voldoende plaats is, kan de aandrijving ook achter de geopende deur worden gemonteerd. In dit geval moet een verlengde deurmeenemer worden geplaatst, die afzonderlijk dient te worden besteld. Bovendien kan de garagedeuraandrijving max. 50 cm excentrisch worden geplaatst. Uitgezonderd zijn sectionaaldeuren met een hogergeleiding (H-beslag); hierbij is echter een speciaal beslag noodzakelijk. Het noodzakelijke stopcontact voor de elektrische aansluiting moet ongeveer 50 cm naast het aandrijvingsaggregaat worden geplaatst. Controleer deze afmetingen!
3.3 Garagedeuraandrijving monteren

WAARSCHUWING
Ongeschikte bevestigingsmaterialen
Het gebruik van ongeschikte bevestigingsmaterialen kan ertoe leiden dat de aandrijving niet veilig is bevestigd en kan loskomen.
De meegeleverde montagematerialen dienen door de monteur op geschiktheid voor de voorziene montageplaats te worden gecontroleerd.
Gebruik het meegeleverde bevestigingsmateriaal (pluggen) enkel voor beton ≥ B15 (zie afbeeldingen 1.6a/1.8b/2.4).

WAARSCHUWING
Levensgevaar door de handkabel
Een meelopende handkabel kan tot wurging leiden.
Verwijder de handkabel bij de montage van de aandrijving (zie afbeelding 1.2a).


WAARSCHUWING
Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging
Bij een verkeerde montage of bediening van de aandrijving kunnen ongewilde deurbewegingen optreden en daarbij personen of voorwerpen worden ingeklemd.
▶ Volg alle aanwijzingen in deze handleiding.
Bij verkeerd aangebrachte besturingstoestellen (zoals bv. schakelaars) kunnen ongewenste deurbewegingen optreden en daarbij personen of voorwerpen worden ingeklemd.
Monteer besturingstoestellen op een hoogte van minstens 1,5 m (buiten het bereik van kinderen).
Monteer vast geplaatste besturingstoestellen (zoals schakelaars enz.) in het gezichtsbereik van de deur maar verwijderd van bewegende delen.
| OPGELET |
| Beschadiging door verontreinigingBoorstof en spaanders kunnen tot functiestoringen leiden.► Dek de aandrijving af bij boorwerken. |
OPMERKING:
Voor garages zonder tweede toegang is een noodontgrendeling nodig, die een mogelijk buitensluiten verhindert; deze dient afzonderlijk te worden besteld.
- Controleer de noodontgrendeling maandelijks op functionaliteit.
Demonteer de mechanische deurvergrendeling volledig 1. aan de sectionaaldeur (zie afbeelding 1.3a).
Monteer bij sectionaaldeuren met een middelste 2. deurvergrendeling de meenemer en het meenemerhoekstuk excentrisch (zie afbeelding 1.5a).
Monteer bij het excentrische versterkingsprofiel op de 3. sectionaaldeur het meenemerhoekstuk links of rechts aan het dichtstbijzijnde versterkingsprofiel (zie afbeelding 1.5a).
OPMERKING:
Afwijkend van afbeelding 1.5a: Gebruik bij houten deuren de houtschroeven 5 x 35 uit het extra pakje van de deur (boring ∅ 3 mm).
Stel de mechanische deurvergrendelingen op de 4. kanteldeur buiten werking
(zie afbeelding 1.3b/1.4b/1.5b). Blokkeer bij de hier niet aangehaalde deurmodellen de snappers van de klant.
Afwijkend van afbeelding5. 1.6b/1.7b: Monteer bij kanteldeuren met een kunstsmeedijzeren deurgreep de meenemer en het meenemerhoekstuk excentrisch.
OPMERKING:
Gebruik bij N80-deuren met houtvulling de onderste gaten van de meenemer voor de montage (zie afbeelding 1.7b).
Geleidingsrail monteren3.4
OPMERKINGEN:
Vooraleer de geleidingsrail aan de latei of onder het • plafond wordt gemonteerd, dient de geleidingsslede in gekoppelde toestand (zie hoofdstuk 3.4.1) ca. 20 cm uit de eindpositie deur dicht in richting van de eindpositie deur open te worden geschoven. Dit is in gekoppelde toestand niet meer mogelijk, van zodra de eindaanslagen en de aandrijving gemonteerd zijn (zie afbeelding 2.1). Gebruik voor de garagedeuraandrijvingen – afhankelijk • van het betreffende gebruiksdoel – uitsluitend de door ons aanbevolen geleidingsrails (zie productinformatie)!
3.4.1 Bedieningsmodi van de geleidingsrail
Bij de geleidingsrail bestaan er twee verschillende bedieningsmodi:
handbediening•
automatische functie•
Handbediening
Zie afbeelding 4
De geleidingsslede is van het riemslot afgekoppeld, zodat de deur manueel kan worden bewogen.
Om de geleidingsslede af te koppelen:
▶ Trek aan de kabel van de mechanische ontgrendeling.

VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongecontroleerde deurbeweging in richting deur dicht bij breuk van de torsieveer en ontgrendeling van de geleidingsslede.
Zonder de montage van een toerustset kan de geleidingsslede ongecontroleerd worden ontgrendeld.
De verantwoordelijke monteur dient een toerustset aan de geleidingsslede te monteren, wanneer de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
De norm DIN EN 13241-1 is geldig.- De garagedeuraandrijving wordt door een - deskundige aan een sectionaaldeur zonder veerbreukbeveiliging (BR30) van Hörmann toegerust.
Deze set bestaat uit een schroef, die de geleidingsslede tegen ongecontroleerd ontgrendelen beveilligt alsook een nieuw bordje voor de trekkabel met greep, waarop de afbeeldingen aantonen, hoe de set en de geleidingsslede voor de twee bedrijfsmodi van de geleidingsslede moeten worden bediend.
OPMERKING:
Het gebruik van een noodontgrendeling of een noodontgrendelingsslot is niet mogelijk in verbinding met de toerustset.
Automatische functie
▶ Zie afbeelding 6
Het riemslot is in de geleidingsslede gekoppeld, zodat de deur met de aandrijving kan worden bewogen.
Om de geleidingsslede op het koppelen voor te bereiden:
Druk op de groene knop.1.
Beweeg de riem zover in de richting van de 2. geleidingsslede, tot het band-/riemslot in de slede koppelt.

VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Het grijpen in de geleidingsrail tijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijp tijdens de deurbeweging niet in de geleidingsrail.
Eindposites door de montage van de 3.4.2 eindaanslagen vastleggen
- Plaats de eindaanslag voor de eindpositie deur-open tussen de geleidingsslede en de aandrijving los in de geleidingsrail.
- Schuif de deur manueel in de eindpositie deur open. Daardoor wordt de eindaanslag in de juiste positie geschoven.
- Fixeer de eindaanslag voor de eindpositie deur open (zie afbeelding 5.1).
OPMERKING:
Wanneer de deur in de eindpositie deur open niet de volledige doorrijhoogte bereikt kan de eindaanslag worden verwijderd, zodat de geïntegreerde eindaanslag (in het aandrijvingsaggregaat) wordt gebruikt.
- Plaats de eindaanslag voor de eindpositie deur-dicht tussen de geleidingsslede en de aandrijving los in de geleidingsrail.
- Schuif de deur manueel in de eindpositie deur dicht. Daardoor wordt de eindaanslag in de omgeving van de juiste positie geschoven.
- Schuif de eindaanslag na het bereiken van de eindpositie deur dicht ca 1 cm verder in richting deur dicht en fixeer de eindaanslag (zie afbeelding 5.2).
OPMERKING:
Als de deur niet gemakkelijk met de hand in de gewenste eindpositie deur open of deur dicht kan worden geschoven, dan is de deurmechaniek voor bediening met een garagedeuraandrijving te stroef en moet deze worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 1.1.2)!
Spanning van de tandriem3.4.3
De tandriem van de geleidingsrail bezit een in de fabriek ingestelde optimale voorspanning. In de aanloop- en afremfase kan het bij grote deuren voorkomen, dat de riem even uit het railprofiel hangt. Dit effect veroorzaakt echter geen technische schade en is evenmin nadelig voor de functie en de levensduur van de aandrijving.
3.5 Waarschuwingsbordje monteren
Bevestig het waarschuwingsbord tegen knelgevaar duurzaam op een opvallende, gereinigde en ontvette plaats, bijvoorbeeld in de omgeving van de vast geïnstalleerde schakelaar voor de bediening van de aandrijving.
▶ Zie afbeelding 8
3.6 Garagedeuraandrijving elektrisch aansluiten


GEVAAR
Netspanning
Bij contact met de netspanning bestaat er gevaar voor elektrocutie.
Neem in ieder geval de volgende richtlijnen in acht:
Elektrische aansluitingen mogen enkel door een elektricien worden uitgevoerd.
De elektrische installatie van de klant moet in overeenstemming zijn met de betreffende veiligheidsvoorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz).
▶ Trek de netstekker uit voor alle werkzaamheden aan de aandrijving.
OPGELET
Vreemde spanning aan de aansluitklemmen
Vreemde spanning aan de aansluitklemmen van de besturing leidt tot vernietiging van de elektronica.
Leg geen netspanning (230/240 V AC) aan de aansluitingsklemmen van de besturing.
Om storingen te vermijden:
Leg de besturingskabels van de aandrijving (24 V DC) in een van de andere voedingskabels gescheiden installatiesysteem (230 V AC).
Elektrische aansluiting/Aansluitklemmen3.6.1
Zie afbeelding 9
▶ Neem de stekkerafdekking weg, om de aansluitklemmen te bereiken.
OPMERKING:
Alle aansluitklemmen kunnen meermaals worden toegewezen. Neem echter de volgende kabeldoorsneden in acht (zie afbeelding 10):
minimum doorsnede 1 x 0,5 mm
maximum doorsnede: 1 x 2,5 mm ^4
Extra componenten / toebehoren aansluiten3.7
OPMERKING:
De gezamenlijke toebehoren mogen de aandrijving met max. 100 mA belasten.
Externe schakelaars \*3.7.1
Externe schakelaars dienen voor het activeren of stoppen van deurbewegingen. Eén of meerdere schakelaars met sluitercontacten (potentiaalvrij), bv. binnendrukknop- of sleutelschakelaars, kunnen parallel worden aangesloten (zie afbeelding 11/12).
Bijkomende externe radio-ontvanger \*3.7.2
Bijkomend of in de plaats van een geïntegreerde radiomodule (zie hoofdstuk 5.2) kan een externe ontvanger voor de functie impuls worden aangesloten.
▶ Steek de stekker van de ontvanger in het overeenkomstige stopcontact (zie afbeelding 13).
Om de externe ontvanger in gebruik te nemen, de gegevens van een geïntegreerde radiomodule wissen (zie hoofdstuk 5.2.2).
2-draads-fotocel \*3.7.3
▶ Sluit de fotocellen aan zoals in afbeelding 14 wordt getoond.
Na het in werking stellen van de fotocel stopt de aandrijving en er gebeurt een veiligheidsreset van de deur in eindpositie deur open.
OPMERKING:
Monteer de kast van zender en ontvanger van de fotocel zo dicht mogelijk bij de vloer, zie handleiding van de fotocel.
Loopdeurcontact STK \*3.7.4
▶ Veiligheidsopenend loopdeurcontact met test aansluiten, zoals in afbeelding 15 is getoond.
Door het openen van het loopdeurcontact worden deurbewegingen onmiddellijk gestopt en duurzaam onderbroken.
Optierelais PR 1 \*3.7.5
▶ Optierelais aansluiten, zoals in afbeelding 16 is getoond. Het optierelais PR 1 kan voor de eindpositiemelding deur dicht en de besturing van de verlichting worden gebruikt.
Noodaccu HNA 18 \*3.7.6
Noodaccu aansluiten, zoals in afbeelding 22 is getoond. Om bij stroomuitval de deur te kunnen gebruiken, kan een optionele noodaccu worden aangesloten. De omschakeling op accuwerking bij stroomuitval gebeurt automatisch. Tijdens de accuwerking blijft de aandrijvingsverlichting uitgeschakeld.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Een onverwachte deurbeweging kan veroorzaakt worden, wanneer ondanks uitgetrokken netstekker de noodaccu nog is aangesloten.
Haal bij alle werkzaamheden aan de deurinstallatie de netstekker en de stekker van de noodaccu uit het stopcontact.
4 Inbedrijfstelling

WAARSCHUWING

Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
In het bereik van de deur kunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
- Kinderen mogen niet bij de deurinstallatie spelen.
▶ Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Stel de garagedeuraandrijving enkel in werking wanneer u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en deze over slechts één veiligheidsvoorziening beschikt.
▶ Controleer de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt heeft.
Rijd of loop pas door de deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de garagedeur zich in de eindpositie deur-open bevindt!
Blijf nooit onder de geopende deur staan.
⚠️ VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Het grijpen in de geleidingsrail tijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijp tijdens de deurbeweging niet in de geleidingsrail.
⚠️ VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkoord
Als u aan de handgreep met trekkabel gaat hangen, kunt u vallen en een letsel oplopen. De aandrijving kan afbreken en personen verwonden die zich eronder bevinden, voorwerpen beschadigen of zelf vernield worden.
▶ Hang niet met uw lichaamsgewicht aan de handgreep met trekkabel.
⚠️ VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door hete lamp
Het aanraken van de gloeilamp gedurende of onmiddellijk na de werking kan brandwonden veroorzaken.
▶ Raak de lamp niet aan als deze ingeschakeld is of onmiddellijk nadat deze ingeschakeld was.
Inbedrijfstelling van de aandrijving4.1
De aandrijving heeft een spanningsuitvalbeveiligd geheugen waarin bij het aanleren de specifieke gegevens voor de garagedeur (traject, krachten nodig tijdens de deurbeweging, enz.) worden opgeslagen en bij latere deurbewegingen worden geactualiseerd. Die gegevens gelden enkel voor deze garagedeur en moeten daarom voor gebruik bij een andere deur of wanneer de bewegingen van de deur sterk zijn
veranderd (bv. bij een latere verplaatsing van de eindaanslagen of bij plaatsing van nieuwe veren) worden gewist en weer opnieuw worden aangeleerd.
4.1.1 Wissen van de deurgegevens
Zie afbeelding 18
Bij levering zijn er geen deurgegevens opgeslagen en kan de aandrijving onmiddellijk worden aangeleerd (zie hoofdstuk 4.1.2).
Indien het aanleren moet worden herhaald, kunnen de deurgegevens als volgt worden gewist:
Netstekker uittrekken.1.
Druk op de transparante schakelaar in de kast en houd 2. deze ingedrukt.
Steek de netstekker in en houd de transparante toets 3. zolang ingedrukt, tot de aandrijvingsverlichting één keer knippert.
De deurgegevens worden gewist en de aandrijving kan onmiddellijk aangeleerd worden.
4.1.2 Aandrijving aanleren
Bij het aanleren worden o.a. het traject en de krachten die tijdens het openen en sluiten nodig zijn, ingevoerd en spanningsuitvalbeveiligd opgeslagen.
VERWIJZINGEN:
Voor de aandrijving opnieuw kan worden aangeleerd, • moeten reeds aanwezige deurgegevens worden gewist (zie hoofdstuk 4.1.1).
Bij het aanleren is een eventueel aangesloten fotocel niet • actief.
Om de aandrijving aan te leren:
Bereid indien nodig de ontkoppelde geleidingsslede voor 1. op het inschakelen van de koppeling door de groene knop op de geleidingsslede in te drukken (zie afbeelding 6). Beweeg daartoe de deur met de hand tot de geleidingsslede in het riemslot koppelt.
Steek indien noodzakelijk de netstekker in.2.
De aandrijvingsverlichting knippert dan twee keer (zie afbeelding 19).
Bedien de transparante schakelaar in de aandrijvingskap 3. (zie afbeelding 19).
De deur opent automatisch. De aandrijvingsverlichting knippert.
Bedien de transparante schakelaar in de aandrijvingskap 4. opnieuw (zie afbeelding 19).
De deur beweegt automatisch open, dicht en a. opnieuw open. Tijdens deze deurbewegingen knippert de aandrijvingsverlichting en het traject en de nodige krachten worden aangeleerd.
De deur blijft in de positie b. deur open staan en de aandrijvingsverlichting licht continu op.
De aandrijving heeft alles aangeleerd en is nu klaar voor gebruik.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door niet functionerende veiligheidsvoorzieningen
Door niet functionerende veiligheidsvoorzieningen kunnen in geval van fouten lichamelijke letsels worden veroorzaakt.
▶ Na de leercyclussen dient de inbedrijfstellingsmonteur de functie(s) van de veiligheidsvoorziening(en) alsook de instellingen controleren (zie hoofdstuk 4.2).
Eerst daarna is de installatie klaar voor gebruik.
VERWIJZINGEN:
Wanneer de aandrijving met knipperende verlichting blijft • staan of de eindaanslagen niet bereikt zijn de maximale krachten te klein en dienen deze te worden bijgeregeld (zie hoofdstuk 4.1.3).
Het leerproces kan altijd onderbroken worden door een • bewegingsimpuls. Een verdere bewegingsimpuls start het volledige leerproces opnieuw.
4.1.3 Krachten instellen

VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijke letsels bij te hoog ingestelde krachtwaarde (potmeter P1/P2)
Bij een te hoog ingestelde krachtwaarde is de krachtbegrenzing ongevoeliger. Dit kan leiden tot lichamelijke letsels of beschadigingen.
▶ Stel geen te hoge krachtwaarde in.
De bij het aanleren nodige krachten worden ook bij de daarop volgende deurbewegingen automatisch bijgeregeld. Om veiligheidsredenen is het noodzakelijk, dat de krachten bij langzaam slechter wordend loopgedrag van de deur (b v. nalaten van de veerspanning) niet onbegrensd worden bijgeregeld. Anders kunnen er bij het manueel bedienen van de deur veiligheidsrisico's optreden (b v. neervallen van de deur).
Omwille van deze reden worden de voor het open en dicht bewegen van de deur nodige krachten in leveringstoestand beperkt vooraf ingesteld (middelste positie van de potmeters). Wanneer één of beide eindposities bij het aanleren van de aandrijving (zie hoofdstuk 4.1.2) niet bereikt werden, dan dienen de krachten te worden bijgeregeld.
Daarvoor staan twee potmeters ter beschikking, die na het afnemen van de aandrijvingskap toegankelijk zijn (zie afbeelding 20):
P1• : maximale kracht in richting deur open
P2• : maximale kracht in richting deur dicht
Door met de wijzers van de klok mee te draaien worden de krachten verhoogd en door tegen de wijzers van de klok in te draaien worden de krachten verlaagd.
Indien de eindaanslag deur open niet wordt bereikt:
P11. om een achtste omwenteling met de wijzers van de klok mee te verzetten (zie afbeelding 20).
Beweeg de deur door op de transparante schakelaar te 2. drukken in de eindpositie deur dicht, stop de deur voor zij eindpositie deur dicht bereikt door opnieuw op de schakelaar te drukken.
Indien de eindaanslag deur open opnieuw niet wordt bereikt, stappen 1 tot 3 herhalen.
Indien de eindaanslag deur dicht niet wordt bereikt:
P21. om een achtste omwenteling met de wijzers van de klok mee te verzetten (zie afbeelding 20).
Deurgegevens wissen.2.
- Aandrijving opnieuw aanleren (zie hoofdstuk 4.1.2).
Indien de eindaanslag deur dicht opnieuw niet wordt bereikt, stappen 1 tot 3 herhalen.
OPMERKING:
De op de potmeter ingestelde maximale krachten hebben een geringe invloed op de gevoeligheid van de krachtbegrenzing, omdat de werkelijk benodigde krachten tijdens de leercyclus werden opgeslagen. De in de fabriek ingestelde krachten passen voor de werking van standaarddeuren.
4.2 Bijkomende functies met behulp van DIL-schakelaars instellen
Enkele functies van de aandrijving worden met behulp van DIL-schakelaars geprogrammeerd. Voor de eerste inbedrijfstelling bevinden de DIL-schakelaars zich in de fabrieksinstelling, d.w.z. dat de schakelaars op OFF staan (zie afbeelding 9).
OPMERKING:
Wijzig de instellingen van de DIL-schakelaars alleen als de aandrijving zich in rust bevindt en er geen radiocode geprogrammeerd wordt.
Stel de gewenste veiligheidsvoorzieningen in overeenkomstig de nationale voorschriften en de DIL-schakelaars volgens de plaatselijke omstandigheden zoals hierna beschreven.
Eindpositiemelding 4.2.1 schakelaars A en B.
Zie afbeelding 17.1
| A OFF | Eindpositiemelding deur dicht geactiveerd |
| B ON |
deur dicht:
Tab. 1: Functie van de aandrijvingsverlichting en het optierelais bij geactiveerde eindpositiemeldung deur dicht
| Aandrijvingsverlichting | Continu licht gedurende de deurbewegingNaverlichtingstijd na eindpositiedeurdicht |
| Optierelais | Eindpositiemeldingeurdicht |
Waarschuwingstijd: DIL-schakelaars A en B4.2.2
▶ Zie afbeelding 17.2
| A ON Waarschuwingstijd geactiveerd |
| B OFF |
Functie van de aandrijvingsverlichting en het Tab. 2: optierelais bij geactiveerde waarschuwingstijd
| Aandrijvingsverlichting | Snel knipperen tijdens de •waarschuwingstijdContinu licht gedurende de •deurbeweging |
| Optierelais Pulst gedurende de deurbeweginglangzaam (functie van eenzelfknipperend waarschuwingslicht) | |
Externe verlichting: DIL-schakelaars A en B4.2.3
Zie afbeelding 17.3
| A OFF | Externe verlichting geactiveerd |
| B OFF |
Functie van de aandrijvingsverlichting en het Tab. 3: optierelais bij geactiveerde externe verlichting
| Aandrijvingsverlichting | Continu licht gedurende de •deurbewegingNaverlichtingstijd na •eindpositie deur dicht |
| Optierelais Dezelfde functie alsaandrijvingsverlichting | |
Automatische sluiting: 4.2.4
DIL-schakelaars A, B en D
Na het bereiken van de eindpositie deur open wordt na afloop van de openingstijd van 30 seconden de automatische sluiting gestart. Na een impuls, het passeren of een doorgang van de fotocel wordt de openingstijd automatisch met ca. 30 sec verlengd.
OPMERKINGEN:
Om te voldoen aan de norm DIN EN 12453 mag de • automatische sluiting alleen actief worden als er een veiligheidsvoorziening aangesloten is.
De afstelling van de automatische sluiting is alleen • mogelijk met een actieve fotocel (DIL schakelaar D op ON).
▶ Zie afbeelding 17.4
| A ON Automatische sluiting geactiveerd | |
| B ON | |
| D ON | |
Tab. 4: Functie van de aandrijving, de aandrijvingsverlichting en het optierelais bij geactiveerde automatische sluiting
| Aandrijving | Na openingstijd enwaarschuwingstijd automatischesluiting uit eindpositiedeur open |
| Aandrijvingsverlichting | Continu licht gedurende de •openingstijd en dedeurbewegingKnippert snel gedurende dewaarschuwingstijd |
| Optierelais | • Permanent contact bijopeningstijd• Pulst gedurende dewaarschuwingstijd snel engedurende de deurbeweginglangzaam |
4.2.5 Deurtype: DIL-schakelaar C
Zie afbeelding 17.5
| C ON | Kanteldeur, lange softstophelling |
| C OFF | Sectionaaldeur, korte softstophelling |
4.2.6 Fotocel: DIL-schakelaar D
Zie afbeelding 17.6
| D ON | Geactiveerd, na in werking stellen van de fotocel keert de deur terug naar eindpositiedeuropen |
| D OFF | Niet geactiveerd, automatische sluiting niet mogelijk (DIL-schakelaars A/B) |
4.2.7 Stop-/ruststroomkring met test: DIL-schakelaar E
▶ Zie afbeelding 17.7
| E ON | Geactiveerd, voor loopdeurcontact met test |
| E OFF | Niet geactiveerd |
OPMERKING:
Veiligheidsvoorzieningen zonder test halfjaarlijks controleren.
4.2.8 Onderhoudsdisplay van de deur: DIL-schakelaar F
Zie afbeelding 17.8
| F ON | Geactiveerd, een overschrijding van de onderhoudscyclus wordt door meermaals knipperen van de aandrijvingsverlichting na het einde van elke deurbeweging aangegeven. |
| F OFF | Niet geactiveerd, geen signaal na het overschrijden van de onderhoudscyclus |
Het onderhoudsinterval wordt bereikt, wanneer sedert het laatste aanleren ofwel de aandrijving langer dan 1 jaar werd gebruikt of de aandrijving 2000 deursluitingen heeft bereikt of overschreden.
OPMERKING:
Door opnieuw aanleren van de aandrijving (zie hoofdstuk 4.1.2) worden de onderhoudsgegevens teruggezet.
5 Radio
5.1 Handzender HSM 4

⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
Als de handzender bediend wordt kunnen personen gekwetst worden door de deurbeweging.
Vergewis u ervan dat de handzender niet in kinderhanden terechtkomt en alleen door personen gebruikt wordt die vertrouwd zijn met de werkwijze van de deurinstallatie met afstandsbediening!
Bedien de handzender alleen als u de deur ziet indien deze over slechts één veiligheidsvoorziening beschikt!
Rijd of loop pas door de deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de garagedeur zich in de eindpositie deur-open bevindt!
Blijf nooit onder de geopende deur staan.
Denk er aan, dat op de handzender onopzettelijk op een toets kan worden gedrukt (bv. in de broekzak/handtas) en er hierdoor een ongewilde deurbeweging kan gebeuren.
⚠️ VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging
Tijdens het leerproces aan het radiosysteem kunnen er ongewenste bewegingen van de deur plaatsvinden.
Let erop dat er zich bij het aanleren van het radiosysteem geen personen of voorwerpen binnen de bewegingsradius van de deur bevinden.
OPGELET
Belemmering van de werking door omgevingsinvloeden
Bij onachtzaamheid kan de functie belemmerd worden!
Bescherm de handzender tegen de volgende invloeden:
Rechtstreeks zonlicht (toegelaten • omgevingstemperatuur: -20 °C tot +60 °C) Vochtigheid• Stof•
VERWIJZINGEN:
Als er geen afzonderlijke toegang tot de garage is, voer dan elke wijziging of uitbreiding van de programmering binnen de garage uit.
Voer een functietest uit na het programmeren of • uitbreiden van het radiosysteem.
Gebruik voor de inbedrijfstelling of de uitbreiding van het • radiosysteem uitsluitend originele onderdelen.
De plaatselijke omstandigheden kunnen de reikwijdte van • het radiosysteem beïnvloeden. Ook mobiele telefoons met GSM-900-toestellen kunnen bij gelijktijdig gebruik de reikwijdte van de afstandsbediening beïnvloeden.
Beschrijving van de handzender HSM 45.1.1
Zie afbeelding 23
1 LED
2 Handzendertoetsen
3 Deksel van het batterijvak
4 Batterij
5 Reset-schakelaar
6 Handzenderhouder
Batterij vervangen/plaatsen5.1.2
▶ Zie afbeelding 23
▶ Gebruik uitsluitend het batterijtype 23A.
Opnieuw instellen van de fabriekscodes5.1.3
Zie afbeelding 23
Elke handzendertoets bevat een radiocode.
De oorspronkelijke fabriekscode kan aan de hand van de volgende stappen weer worden ingesteld.
OPMERKING:
De volgende bedieningsstappen zijn enkel vereist bij onopzettelijke uitbreidings- of leerprocessen.
Open het deksel van het batterijvak.1.
De resettoets (5) is op de printplaat toegankelijk.
OPGELET
Vernieling van de schakelaar
- Gebruik geen puntige voorwerpen en druk niet te hard op de schakelaar.
- Druk voorzichtig met een stomp voorwerp op de resettoets en houd deze ingedrukt.
Druk op de handzendertoets die gecodeerd moet worden 3. en houd deze ingedrukt.
De LED van de zender knippert langzaam. - Als u de kleine schakelaar ingedrukt houdt tot het langzaam knipperen ophoudt, wordt de handzendertoets opnieuw ingenomen door de oorspronkelijke fabriekscode en begint de LED sneller te knipperen.
- Sluit het deksel van het batterijvak.
De fabriekscode is opnieuw ingesteld.
5.1.4 Uittreksel uit de verklaring van overeenstemming voor handzenders
De overeenstemming van het hierboven genoemde product met de voorschriften van de richtlijnen conform artikel 3 van de R&TTE-richtlijnen 1999/5/EG werd aangetoond door de naleving van volgende normen:
EN 60950:2000
EN 300 220-1
EN 300 220-3
EN 301 489-1
EN 300 489-3
De originele verklaring van overeenstemming kan bij de fabrikant worden aangevraagd.
5.2 Geïntegreerde radiomodule
Bij een geïntegreerde radiomodule kunnen de functies impuls (Open-Stop-Dicht-Stop) op telkens max. 6 verschillende handzenders aangeleerd worden. Indien meer dan 6 handzenders geprogrammeerd worden, worden de functies gewist op als eerste aangeleerde handzenders.
Om de radiomodule te programmeren of de gegevens ervan te wissen, dienen de volgende voorwaarden vervuld te zijn:
De aandrijving is in rusttoestand.
Er is geen waarschuwings- of openingstijd actief.
VERWIJZINGEN:
Voor de werking van de aandrijving met radiobesturing • moet een handzendertoets op een geïntegreerde radiomodule of een externe radio-ontvanger worden aangeleerd.
De afstand tussen handzender en aandrijving moet • minstens 1 m zijn.
Mobiele telefoons met GSM-900-netwerk kunnen bij • gelijktijdig gebruik de reikwijdte van de afstandsbediening beïnvloeden.
Aanleren van de functie 5.2.1 impuls
Druk één maal kort op schakelaar 1. P in de aandrijvingskap (zie afbeelding 21). Verder twee maal op schakelaar P drukken beëindigt de gereedheid voor de radioprogrammering onmiddellijk.
De rode LED in de schakelaar van de aandrijvingskap knippert nu 1x. In deze tijdspanne kan een handzendertoets voor de gewenste functie geprogrammeerd worden.
Druk zolang op de handzendertoets die geprogrammeerd 2. dient te worden, tot de rode LED in de schakelaar van de aandrijvingskap snel knippert.
De radiocode van deze handzendertoets is nu in de geïntegreerde radiomodule opgeslagen.
5.2.2 Wissen van alle gegevens in een geïntegreerde radiomodule
De schakelaar 1. P in de aandrijvingskap indrukken en ingedrukt houden.
De rode LED in de schakelaar van de aandrijvingskap knippert langzaam en signaleert, dat het systeem klaar is om te wissen.
Het knipperen wordt sneller.
Nu zijn alle aangeleerde radiocodes van alle handzenders gewist.
- Laat schakelaar P in de aandrijvingskap los.
5.3 Externe ontvanger \*
In plaats van een geïntegreerde radiomodule kan voor de bediening van de garagedeuraandrijving een externe ontvanger worden gebruikt voor de functie impuls.
5.3.1 Externe ontvanger aansluiten
-
Steek de stekker van de externe ontvanger in het overeenkomstige stopcontact (zie afbeelding 13). De kabels van de externe ontvanger dienen als volgt te zijn aangesloten:
-
aaN klem 20 (0 V)
- WH aan klem 21 (signaal voor de impulsbesturing kanaal 1)
-
BN aan klem 5 (+24 V)
-
De gegevens van een geïntegreerde radiomodule wissen, om dubbele bewegingen te vermijden (zie hoofdstuk 5.2.2).
* Toebehoren zijn niet in de standaarduitrusting begrepen!
5.3.2 Aanleren van handzendertoetsen
▶ Functie impuls
- Leer de handzendertoets voor de functie impuls (kanaal 1) aan de hand van de bedieningshandleiding voor de externe ontvanger aan.
OPMERKING:
De antennekabel van de externe ontvanger mag niet met metalen voorwerpen (nagels, steunbalken, enz.) in contact komen. De beste richting moet door testen bepaald worden. Mobiele telefoons met GSM-900-netwerk kunnen bij gelijktijdig gebruik de reikwijdte van de radiobesturing beïnvloeden.
5.4 Uittreksel uit de verklaring van overeenstemming voor ontvangers
De overeenstemming van het hierboven genoemde product met de voorschriften van de richtlijnen conform artikel 3 van de R&TTE-richtlijnen 1999/5/EG werd aangetoond door de naleving van volgende normen:
EN 60950:2000
EN 300 220-1
EN 300 220-3
EN 301 489-1
EN 300 489-3
De originele verklaring van overeenstemming kan bij de fabrikant worden aangevraagd.
6 Bediening


⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
In het bereik van de deur kunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
▶ Kinderen mogen niet bij de deurinstallatie spelen.
▶ Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Stel de garagedeuraandrijving enkel in werking wanneer u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en deze over slechts één veiligheidsvoorziening beschikt.
▶ Controleer de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt heeft.
Rijd of loop pas door de deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de garagedeur zich in de eindpositie deur-open bevindt!
Blijf nooit onder de geopende deur staan.
⚠️ VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Het grijpen in de geleidingsrail tijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijp tijdens de deurbeweging niet in de geleidingsrail.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel
Als u aan de handgreep met trekkabel gaat hangen, kunt u vallen en een letsel oplopen. De aandrijving kan afbreken en personen verwonden die zich eronder bevinden, voorwerpen beschadigen of zelf vernield worden.
- Hang niet met uw lichaamsgewicht aan de handgreep met trekkabel.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door ongecontroleerde deurbeweging in richting deur dicht bij breuk van de torsieveer en ontgrendeling van de geleidingsslede.
Zonder de montage van een toerustset kan de geleidingsslede ongecontroleerd worden ontgrendeld.
De verantwoordelijke monteur dient een toerustset aan de geleidingsslede te monteren, wanneer de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
De norm DIN EN 13241-1 is geldig.- De garagedeuraandrijving wordt door een - deskundige aan een sectionaaldeur zonder veerbreukbeveiliging (BR30) van Hörmann toegerust.
Deze set bestaat uit een schroef, die de geleidingsslede tegen ongecontroleerd ontgrendelen beveiligt alsook een nieuw bordje voor de trekkabel met greep, waarop de afbeeldingen aantonen, hoe de set en de geleidingsslede voor de twee bedrijfsmodi van de geleidingsslede moeten worden bediend.
OPMERKING:
Het gebruik van een noodontgrendeling of een noodontgrendelingsslot is niet mogelijk in verbinding met de toerustset.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door hete lamp
Het aanraken van de lamp gedurende of onmiddellijk na de werking kan brandwonden veroorzaken.
▶ Raak de lamp niet aan als deze ingeschakeld is of onmiddellijk nadat deze ingeschakeld was.
OPGELET
Beschadiging door de kabel van de mechanische ontgrendeling
Als de kabel van de mechanische ontgrendeling aan een dakdragersysteem of een ander voorbijstekend deel van het voertuig of de deur blijft hangen, kan dit tot beschadiging leiden.
▶ Let erop dat de kabel niet kan blijven hangen.
Hitteontwikkeling van de verlichting
Door hitteontwikkeling van de aandrijvingsverlichting kan bij te geringe afstanden een beschadiging worden veroorzaakt.
De kleinste afstand tot licht ontvlambare materialen of voor warmte gevoelige oppervlakken dient minimum 0,1 m te bedragen (zie afbeelding 7).
Gebruikers inwerken6.1
Maak iedereen die de deurinstallatie gebruikt, vertrouwd met de gepaste en veilige bediening van de garagedeuraandrijving.
▶ Demonstreer en test de mechanische ontgrendeling en de veiligheidsreset.
Functietest6.2

Om de veiligheidsreset te controleren, stopt u de deur met beide handen terwijl zij sluit. De deurinstallatie moet de veiligheidsreset beginnen. Ook moet, terwijl de deur opent, de deurinstallatie uitschakelen en de deur stoppen.
Geef onmiddellijk aan een deskundige opdracht voor controle of herstelling wanneer de veiligheidsreset niet functioneert.
Normale werking6.3
De garagedeuraandrijving functioneert bij normale werking uitsluitend overeenkomstig de impulsbesturing waarbij het niet van belang is of een externe schakelaar, een voorgeprogrammeerde handzendertoets, of de transparante schakelaar werd ingedrukt.
1e impuls: De deur beweegt in de richting van een eindpositie.
2e impuls: De deur stopt.
3e impuls: De deur beweegt in de tegenovergestelde richting.
4e impuls: De deur stopt.
5e impuls: De deur beweegt in de richting van de bij de 1ste impuls gekozen eindpositie.
enz.
De aandrijvingsverlichting brandt tijdens een deurbeweging en gaat ongeveer 2 minuten na de beëindiging ervan automatisch uit.
Handbediening6.4
Om de deur met de hand te bewegen moet de deur mechanisch worden ontgrendeld. Daarbij wordt de geleidingsslede van het riemslot afgekoppeld.
▶ Trek aan de kabel van de mechanische ontgrendeling om de deur mechanisch te ontgrendelen (zie afbeelding 4.1).
OPMERKINGEN:
De werking van de mechanische ontgrendeling • maandelijks controleren.
Trek alleen bij gesloten deur aan de handgreep met • trekkoord, anders bestaat het gevaar dat de deur bij zwakke, gebroken of defecte veren of wegens gebrekkige gewichtsuitbalancering snel sluit.
Werking na de bediening van de mechanische 6.5 ontgrendeling
Wanneer bijvoorbeeld door het uitvallen van de netspanning de mechanische ontgrendeling wordt geactiveerd, dan moet de geleidingsslede opnieuw in het riemslot worden ingevoerd voor de normale werking:
Verplaats de aandrijving tot het riemslot in de 1. geleidingsrail voor de geleidingsslede goed bereikbaar is. De groene knop op de geleidingsslede indrukken 2. (zie afbeelding 6).
Verschuif de deur manueel tot de geleidingsslede 3. opnieuw in het riemslot koppelt.
Controleer door verschillende ononderbroken 4. deurbewegingen of de deur haar gesloten positie volledig bereikt en of zij volledig opent (de geleidingsslede blijft kort voor de eindaanslag deur open staan).
De aandrijving is nu opnieuw klaar voor de normale werking.
Handelingen bij een spanningsuitval 6.6 (zonder noodaccu)
Om de garagedeur tijdens een spanningsuitval met de hand te kunnen openen of sluiten, moet de geleidingsslede worden losgekoppeld.
Zie hoofdstuk 3.4.1
Bedieningsmodi van de geleidingsrail / Handbediening
Handelingen na een spanningsuitval 6.7 (zonder noodaccu)
Na terugkeer van de spanning moet de geleidingsslede weer worden gekoppeld.
Zie hoofdstuk 3.4.1
Bedieningsmodi van de geleidingsrail / Automatische functie
Overbrugging van stroomuitval met een 6.8 noodaccu \*
Om de deur te kunnen gebruiken bij stroomuitval kan een optionele noodaccu aangesloten worden (zie afbeelding 22).
De omschakeling op accuwerking bij stroomuitval gebeurt automatisch. Tijdens de accuwerking blijft de aandrijvingsverlichting uitgeschakeld.
OPMERKING:
Gebruik alleen de originele noodaccu met geïntegreerde laadschakeling.
Meldingen van de aandrijvingsverlichting6.9
Wanneer de netstekker wordt ingestoken zonder dat op de transparante schakelaar (bij weggenomen aandrijvingskap printplaatschakelaar T) wordt gedrukt, knippert de aandrijvingsverlichting twee-, drie- of viermaal.
Tweemaal knipperen
Er zijn geen deurgegevens beschikbaar of de deurgegevens werden gewist (leveringstoestand). De aandrijving kan onmiddellijk aangeleerd worden.
Driemaal knipperen
Er zijn wel deurgegevens in het geheugen aanwezig, maar de laatste deurpositie is niet bekend. Daarom is de volgende beweging een referentiecyclus deur open. Daarna volgen normale deurbewegingen.
Viermaal knipperen
Er zijn zowel opgeslagen deurgegevens aanwezig en ook de laatste positie van de deur is gekend, zodat onmiddellijk normale deurbewegingen, rekening houdend met de impulsbesturing (open-stop-dicht-stop-open enz.), kunnen volgen (normale toestand na het succesvol aanleren en na stroomuitval). Om veiligheidsredenen wordt de deur na een stroomuitval tijdens een deurbeweging altijd geopend bij het eerste impulsbevel.
Foutmeldingen / diagnose-LED6.10
Zie afbeelding 9.1
De rode diagnose-LED is door de transparante schakelaar ook bij gesloten kast zichtbaar. Met deze LED kunnen oorzaken voor onverwachte werking gemakkelijk geïdentificeerd worden. In de aangeleerde toestand (normale werking) brandt deze LED voortdurend en gaat deze uit, zolang er een extern aangesloten impuls is.
OPMERKING:
Door de hier beschreven werking kan kortsluiting in de aansluitingskabel van de externe schakelaar of van de schakelaar zelf worden vastgesteld, indien verder een normale werking van de garagedeuraandrijving met de radiomodule of met de transparante schakelaar mogelijk is.
| LED knippert 2 xOorzaak Fotocel | werd onderbroken of is niet aangesloten. |
| Herstelling Fotocel | controleren en eventueel aansluiten of uitwisselen. |
| LED knippert 3 xOorzaak De krachtbegrenzing deur dicht werd in werking gesteld, de veiligheidsreset heeft plaatsgevonden.Herstelling Hindernis wegnemen. Indien de veiligheidsreset zonder aanwijsbare reden heeft plaatsgevonden, moet het deurmechanisme worden gecontroleerd. Eventueel moeten de deurgegevens gewist en opnieuw aangeleerd worden. | |
| LED knippert 4 xOorzaak Ruststroomkring of loopdeurcontact is geopend of werd tijdens een deuropening geopend.Herstelling Aangesloten unit controleren, stroomkring sluiten. | |
| LED knippert 5 xOorzaak De krachtbegrenzing deur open werd in werking gesteld. De deur is gedurende het openen gestopt.Herstelling Hindernis wegnemen. Wanneer de deur zonder reden voor de eindpositie deur-open is gestopt, het deurmechanisme controleren. Eventueel moeten de deurgegevens gewist en opnieuw aangeleerd worden. | |
| LED knippert 6 xOorzaak Fout bijHerstelling Eventueel moeten de deurgegevens gewist en opnieuw aangeleerd worden.Als de fout bij de aandrijving herhaaldelijk optreedt, vervang dan de aandrijving. | |
| LED knippert 7 xOorzaak De aandrijving is nog niet aangeleerd.Dit is een opmerking en geen fout.Herstelling Leercyclus door een externe schakelaar, de radiomodule of de transparante schakelaar (bij afgenomen aandrijvingskap de printplaatschakelaar T) activeren. | |
| LED knippert 8 xOorzaak De aandrijving heeft een referentiecyclusdeur-open nodig.Dit is de normale toestand na een stroomuitval, wanneer er geen deurgegevens aanwezig zijn of wanneer deze werden gewist en/of wanneer de laatste deurpositie niet is gekend.Herstelling Referentiecyclus deur open door een externe schakelaar, de radiomodule of de transparante schakelaar (bij afgenomen aandrijvingskap de printplaatschakelaar T) activeren. | |
7 Controle en onderhoud
De garagedeuraandrijving is onderhoudsvrij.
Voor uw eigen veiligheid raden wij u echter aan, de deurinstallatie volgens instructies van de fabrikant door een deskundige te laten controleren en onderhouden.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Een ongewilde deurbeweging kan gebeuren, wanneer de deurinstallatie bij controles en onderhoudswerkzaamheden onopzettelijk door derden opnieuw wordt ingeschakeld.
Haal bij alle werkzaamheden aan de deurinstallatie de netstekker en eventueel de stekker van de noodaccu uit het stopcontact.
Beveilig de deurinstallatie tegen het onbevoegd opnieuw inschakelen.
Een controle of een vereiste reparatie mogen enkel door een deskundige worden uitgevoerd. Richt u hiervoor tot uw leverancier.
De gebruiker kan een optische controle uitvoeren.
- Controleer maandelijks de werking van alle veiligheids- en beschermingsfuncties.
▶ Voorhanden fouten of gebreken moeten onmiddellijk worden verholpen.
7.1 Vervanglamp

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door hete lamp
Het aanraken van de lamp gedurende of onmiddellijk na de werking kan brandwonden veroorzaken.
▶ Raak de lamp niet aan als deze ingeschakeld is of onmiddellijk nadat deze ingeschakeld was.
Om de lamp te vervangen:
Deur sluiten.1.
Netstekker uittrekken.2.
Lamp laten afkoelen.3.
Vervang de lamp 24 V/10 W B(a) 15 s (zie afbeelding 4. 24).
Netstekker insteken.5.
De aandrijvingsverlichting knippert vier maal.
Optionele toebehoren8
Optionele toebehoren zijn niet in het toebehorenpak inbegrepen.
De gezamenlijke elektrische toebehoren mogen de aandrijving met max. 100 mA belasten.
De volgende toebehoren kunnen aan de aandrijving worden aangesloten:
Éénrichtingsfotocel•
Externe radio-ontvanger•
• Externe impulsschakelaar (bv. sleutelschakelaar)
• Noodaccu voor noodstroomverzorging
- Loopdeurcontact
• Verkeerslichten
9 Demontage en berging
OPMERKING:
Let bij de demontage op alle geldende voorschriften van de arbeidsveiligheid.
Laat de garagedeuraandrijving door een deskundige volgens deze handleiding in omgekeerde volgorde demonteren en vakkundig bergen.
10 Garantievoorwaarden
Garantie
Wij zijn vrijgesteld van garantie en productaansprakelijkheid indien, zonder onze voorafgaande toestemming, eigen constructiewijzigingen uitgevoerd of ondeskundige installaties in tegenstrijd met onze montagerichtlijnen worden aangebracht of uitgevoerd. Voorts zijn wij niet aansprakelijk voor verkeerdelijk of onachtzaam bedienen van de aandrijving en van het toebehoren, evenmin voor ondeskundig onderhoud van de deur en de gewichtsuitbalancering ervan. De aanspraken op garantie zijn ook niet van toepassing op batterijen en gloeilampen.
Garantieduur
Bijkomend bij de wettelijke garantie van de handelaar, die voortvloeit uit het koopcontract, geven wij de volgende garantie op onderdelen vanaf de datum van aankoop:
- 5 jaar op het aandrijvingsmechanisme, de motor en de motorbesturing
• 2 jaar op zendsysteem, toebehoren en speciale installaties
Er kan geen aanspraak gemaakt worden op garantie bij consumptiegoederen (bv. zekeringen, batterijen, lampjes). Een garantieclaim verlengt de garantieduur niet. Voor vervanging van onderdelen en herstellingswerkzaamheden bedraagt de garantietermijn zes maanden met een minimum van de aanvankelijke garantietermijn.
Voorwaarden
De garantieclaim geldt alleen voor het land waarin het toestel werd gekocht. De goederen moeten via het door ons erkende distributiekanaal gekocht zijn. De garantieclaim geldt alleen voor schade aan het product zelf. De terugbetaling van zowel de kosten voor uit- en inbouw, het testen van overeenkomstige delen als claims over gemiste winst en schadevergoeding zijn uitgesloten van garantie.
De aankoopbon geldt als bewijs voor uw garantieclaim.
Prestatie10.1
Binnen de duur van de garantie verhelpen wij alle defecten aan het product waarvan bewezen kan worden dat ze aan materiaal- of productiefouten te wijten zijn. Wij verbinden ons ertoe, naar keuze, het defecte onderdeel te vervangen, te herstellen of door een waardevermindering te vergoeden.
Uitgesloten is schade door:
Ondeskundige montage en aansluiting•
Ondeskundige inbedrijfstelling en bediening•
Externe invloeden zoals vuur, water, abnormale • milieuomstandigheden
Mechanische beschadigingen door een ongeval, een val • of een schok
Onachtzame of moedwillige vernieling•
Normale slijtage of gebrek aan onderhoud•
Herstelling door niet-gekwalificeerde personen•
Gebruik van onderdelen van vreemde oorsprong•
Verwijderen of onherkenbaar maken van het typeplaatje•
De vervangen onderdelen worden onze eigendom.
Uittreksel uit de inbouwverklaring11
(in de zin van EG machinerichtlijn 2006/42/EG voor inbouw van een onvolledige machine overeenkomstig Aanhangsel II, Deel B)
Het op de achterzijde beschreven product is ontwikkeld, geconstrueerd en geproduceerd in overeenstemming met de:
EG-richtlijn machines 2006/42/EG•
EG-richtlijn bouwproducten 89/106/EEG•
EG-richtlijn laagspanning 2006/95/EEG•
EG-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit • 2004/108 EEG
Aangewende en geldende normen:
- EN ISO 13849-1, PL "c", Cat. 2 veiligheid van machines – veiligheidsrelevante delen van besturingen – deel 1: algemene vormgevingsprincipes
- EN 60335-1/2, voor zover toepasselijk veiligheid van elektrische toestellen / aandrijvingen voor deuren
- EN 61000-6-3 elektromagnetische compatibiliteit – uitzending van storingen
- EN 61000-6-2 elektromagnetische compatibiliteit – bestendigheid tegen storingen
Onvolledige machines in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EG zijn bestemd om in andere machines of in andere onvolledige machines of installaties ingebouwd of ermee samengevoegd te worden, om daarmee samen een machine in de zin van bovenstaande richtlijn te vormen.
Daarom mag dit product eerst in bedrijf worden gesteld wanneer er werd vastgesteld, dat de volledige machine/installatie waarin het werd ingebouwd, overeenstemt met de bepalingen van de bovenstaande EG-richtlijn.
| Netaansluiting | 230/240 V, 50/60 HzStand-by ca. 5 W |
| Beveiligingstype | Enkel voor droge ruimten |
| Temperatuurbereik | -20 °C tot +60 °C |
| Vervanglamp | 24 V / 10 W B(A) 15s |
| Motor | Gelijkstroommotor met hallsensor |
| Transformer | Met thermische beveiliging |
| Aansluiting | Schroevenloze aansluitingstechniek voor externe toestellen met veiligheidslaagspanning24 V DC, zoals b v. binnen- en buiten-drukknopschakelaar voor impulsbediening |
| Afstandsbediening | Werking met interne of externe radio-ontvanger |
| Uitschakelautomaat | Wordt voor beide richtingen automatisch afzonderlijk aangeleerd. Zelflerend, slijtagevrij want zonder mechanische schakelaar |
| Eindpositie-uitschakeling/Krachtbegrenzing | Bij elke deurbewegingzelfregelendeuitschakelautomaat |
| Geleidingsrail | Extreem vlak (30 mm)Met geïntegreerde optilbeveiligingMet onderhoudsvrije, gepatenteerde tandriem met automatische riemspanning |
| Deurloopsnelheid | Afhankelijk van deurmaat en gewicht, ca. 13 cm/sec |
| Nominale last | Zie typeplaatje |
| Trek- en drukkracht | Zie typeplaatje |
| Kortstondige toplast | Zie typeplaatje |
| Bijzondere functies | Aandrijvingsverlichting, 2-minutenlicht, fabrieksinstellingStop-/uitschakelaar aansluitbaar Fotocel aansluitbaar Optierelais voor waarschuwingslicht, bijkomend externe verlichting aansluitbaar Loopdeurcontact met test |
| Noodontgrendeling | Bij stroomuitval van binnenuit met trekkabel te bedienen |
| Universeel beslag | Voor kantel- en sectionaaldeuren |
| Geluidsemissie garagedeuraandrijving | ≤ 70 dB (A) |
| Toepassing | Uitsluitend voor privé-garages Niet geschikt voor industrieel/commercieel gebruik |
| Deurcycli | Zie productinformatie |
Overzicht DIL-schakelaarfuncties13
| DIL A DIL | B Functie | Functie optierelais | ||
| OFF | ON | Eindpositiemeldingdeurdichtgeactiveerd | Relais trekt aan bij eindpositiedeurdicht (functiedeurdichtmelding) | |
| ON OFF | Waarschuwingstijd geactiveerd Het relais pulst snel bij waarschuwingstijd ennormaal bij deurbeweging (functiewaarschuwingslamp) | |||
| OFF OFF | Externe verlichting geactiveerd Relais zoals aandrijvingsverlichting (functie externe verlichting) | [c62c] | ||
| DIL A DIL | B DIL D F | functie Functie optierelais | ||
| ON ON ON | Automatische sluiting | geactiveerd, fotocel moet voorhanden zijn | Het relais pulst snel bij waarschuwingstijd, normaal bij deurbeweging, permanent contact bij openingstijd |
| DIL C Deurtype | ||
| ON Kanteldeur, lange softstophelling | ||
| OFF Sectionaaldeur, korte softstophelling | ![]() | |
| DIL D Fotocel | ||
| ON | Fotocel geactiveerd, na in werking stellen van de fotocel keert de deur terug naar eindpositiedeur open(automatische sluiting is alleen met fotocel mogelijk) | |
| OFF Fotocel niet geactiveerd, (geen automatische sluiting mogelijk) | ![]() | |
| DIL E Stopstroomkring met test | ||
| ON Loopdeurcontact met test geactiveerd. Test wordt voor iedere deurbeweging gecontroleerd (functie alleen met testbaar loopdeurcontact mogelijk) | ||
| OFF Veiligheidsvoorziening zonder test | [z65z] | |
| DIL F Onderhoudsdisplay van de deur | ||
| ON Geact | veerd, een overschrijding van de onderhoudscyclus wordt door meermaals knipperen van de aandrijvingsverlichting na het einde van elke deurbeweging aangegeven. | |
| OFF Niet | geactiveerd, geen signaal na het overschrijden van de onderhoudscyclus | ![]() |
Overzicht fouten en verhelpen van fouten14
| Display Fout/Waarschuwing Mogelijke o | orzaak Herstelling | ||
![]() | Veiligheidsvoorziening Fotocel werd onderbroken is niet aangesloten. Fotocel controleren, eventueel vervangen. | ||
![]() | Krachtbegrenzing in bewegingsrichtingdeur dicht | Er bevindt zich een hindernis binnen het bereik van de deur. | ► Hindernis wegnemen.► Eventueel opnieuw aanleren. |
![]() | Ruststroomkring loopdeurcontract | Loopdeurcontact onderbroken. Loopdeur controleren. | |
![]() | Krachtbegrenzing in bewegingsrichtingdeur open | Er bevindt zich een hindernis binnen het bereik van de deur. | ► Hindernis wegnemen.► Eventueel opnieuw aanleren. |
![]() | Aandrijvingsfout Opnieuw impuls geven door een externe schakelaar, de radiomodule of de transparante schakelaar (bij afgenomen aandrijvingskap de printplaatschakelaar T - de deur opent (referentiecyclus deur open). | ► Deurgegevens wissen, bij herhaaldelijk optreden de aandrijving uitwisselen. | |
![]() | Aandrijvingsfout Melding, geen fout | De aandrijving is nog niet aangeleerd. Aandrijving aanleren. | |
![]() | Geen referentiepunt Stroomuitval | De aandrijving heeft een referentiecyclus nodig. Referentiecyclus in richting deur open. | |









