GAS 210 ECO PRO - Cv-ketel Remeha - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GAS 210 ECO PRO Remeha in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GAS 210 ECO PRO Remeha
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GAS 210 ECO PRO - Remeha en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GAS 210 ECO PRO van het merk Remeha.
GEBRUIKSAANWIJZING GAS 210 ECO PRO Remeha
Gebruikershandleiding
User guide
Bedienungsanleitung
1.1 Toegepaste pictogrammen 9
1.2 Belangrijke instructies....9
2. Veiligheid....10
3. Bediening 11
3.1 Het bedieningspaneel.... 11
3.1.1 De ketel in bedrijf stellen 11
3.2. Actuele waarden uitlezen 12
3.3 De ketel afstemmen op de installatie....13
3.3.1 Parameters veranderen op gebruikersniveau (zonder toegangscode) 13
3.4 Handbedrijf instellen ( ♣ -symbool) 14
3.5 De ketel buiten bedrijf stellen....14
3.5.1 De ketel voor langere tijd uit bedrijf stellen, met vorstbeveiliging 14
3.5.2 De ketel voor langere tijd uit bedrijf stellen, zonder vorstbeveiliging....14
4. Blokkeringen en storingen ....15
4.1 Algemeen 15
4.2 Blokkeringen en storingen 15
4.3 Blokkeringscodes 15
4.4 Storingscodes....16
5. Technische specificaties....18
5.1 Technische gegevens 18
5.2 Toesteluitvoering....19
5.3 Werkingsprincipe 20
EN
ENGLISH
Preface....22
1. Introduction ......23
1.1 Pictograms used 23
1.2 Important instructions....23
2. Safety....24
3. Control....25
Deze gebruikershandleiding, met veel praktische informatie over de Remeha Gas 210 ECO PRO, een Hoog Rendement cv-toestel, is met name bedoeld voor de eindgebruiker.
Het bevat belangrijke aanwijzingen om een veilig en storingsvrij functioneren van de ketel mogelijk te maken.
Lees vóór het in werking stellen van de ketel deze handleiding goed door, maak u met de werking en de bediening van de ketel goed vertrouwd en volg de gegeven aanwijzingen stipt op. Daarnaast is ook informatie opgenomen over de ketel in het algemeen, het oplossen van eventuele storingen en technische specificaties van de ketel.
Remeha B.V. werkt continu aan verbetering van haar producten. De in deze handleiding gepubliceerde gegevens zijn gebaseerd op de meest recente informatie. Zij worden verstrekt onder voorbehoud van latere wijzigingen. Wij behouden ons het recht voor, op ongeacht welk moment, de constructie en/of uitvoering van onze producten te wijzigen zonder verplichting eerder gedane leveranties dienovereenkomstig aan te passen.
1. Introductie
1.1 Toegepaste pictogrammen
In deze handleiding gebruiken we de volgende pictogrammen om bepaalde aanwijzingen extra onder de aandacht te brengen. We doen dit om uw persoonlijke veiligheid te verhogen en om de technische bedrijfszekerheid van de ketel te waarborgen. De gebruikte pictogrammen zijn:

Belangrijke aanwijzing bij de uitvoering van een handeling.

Mogelijk gevaar voor persoonlijk letsel of materiële schade ketel, gebouw of milieu.

Mogelijk gevaar voor elektrische schokken. Er kan zwaar bonlijk letsel optreden.
1.2 Belangrijke instructies
Uw installateur levert meestal een gebruikersinstructie voor de hele installatie. Volg, indien aanwezig, allereerst deze gebruikers-instructies op.

Werkzaamheden aan de ketel
De installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en reparatie mogen alleen door vakkundige installateurs met voldoende kwalificaties uitgevoerd worden volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften.
Instructie- en waarschuwingsstickers die zijn aangebracht op de ketel mogen nooit verwijderd of afgedekt worden en moeten gedurende de gehele levensduur van de ketel leesbaar zijn.
Als aanvulling op de informatie, verstrekt in deze handleiding, dienen ook de, algemeen geldende, veiligheidsvoorschriften ter voorkoming van ongelukken geraadpleegd te worden.

Bewaar dit document in de buurt van de installatie.
2. Veiligheid
Volg de aangegeven veiligheidsinstructies stipt op.

Ruikt u gaslucht? Handel als volgt:
- rook niet en maak geen vuur of vonken;
• bedien geen elektrische schakelaars; - sluit de gaskraan;
• open ramen en deuren; - waarschuw aanwezigen en verlaat samen het pand;
- bel uw installateur buiten het pand.

Ruikt u rook- of verbrandingsgassen? Handel als volgt:
- schakel de elektrische voeding van de ketel uit;
• open ramen en deuren; - waarschuw aanwezigen en verlaat samen het pand;
- bel uw installateur buiten het pand.

Opstellingsruimte van de ketel!
- bewaar of gebruik geen ontvlambare materialen, agressieve stoffen en/of spuitbussen bij de ketel;
- de opstellingsruimte moet vorstvrij zijn;

1x per jaar onderhoud
Voor een veilige en optimale werking moet de ketel eenmaal per jaar door een erkend installateur worden gecontroleerd.
3. Bediening
3.1 Het bedieningspaneel
Het bedieningspaneel van de ketel bevat 4 functietoetsen, een menutoets, een schoorsteenvegertoets, een Aan-/uit schakelaar en een display.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 I 0afb. 01 Bedieningspaneel
114492LTAL21H008a
Het display heeft vier posities en meerdere symbolen en geeft informatie over de bedrijfssituatie van de ketel en eventuele storingen. Er kunnen cijfers, punten en/of letters verschijnen.
De symbolen boven de functietoetsen geven aan wat op dat moment de functie van de betreffende toetsen is.
Wanneer 3 minuten lang niet op een toets is gedrukt, gaat de displayverlichting uit en op het display worden alleen de 📄, 🔍, symbolen getoond. Druk op een willekeurige toets; op het display verschijnt de huidige ketelstatus en de actuele bedrijfscode. In het geval van een storing wordt deze altijd weergegeven.
3.1.1 De ketel in bedrijf stellen
- Volg allereerst de gebruikersinstructie die uw installateur voor de gehele installatie heeft gemaakt. Is deze niet aanwezig volg dan onderstaande instructies.
- Controleer de waterdruk in de installatie (min. 0,8 bar). Zonodig bijvullen.
- Open de gashoofdkraan.
- Zorg dat de ketelregeling vragend staat.
- Schakel de circulatiepomp in.
- Schakel de elektrische voeding naar de ketel en de hoofdschakelaar op het bedieningspaneel in; de Gas 210 ECO PRO zal het opstartprogramma uitvoeren.
In het display verschijnt achtereenvolgens:
- Kort een displaytest waarbij alle segmenten van het display zichtbaar zijn.
F: X | X softwareversie om en om met | n | E P: X | X parameterversie;
- Daarna kan (afhankelijk van de bedrijfstoestand) het volgende op het display verschijnen:
N : L (knipperend) : fase en nul zijn verkeerd om aangesloten: wissel de aders van het netsnoer op het aansluitblok om!
| Bij warmtevraag; |
| 1 ketel start, |
| 2 brander start, |
| 3 Cv-bedrijf; kort in deellast dan in vollast. |
| Bij wegvallen warmtevraag: |
| 5 brander stop, |
| 6 ketel stop |
| 7 Stand-by stand. |
tabel 01 Normaal bedrijfsverloop
3.2. Actuele waarden uitlezen

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Position 1}
B -->|Yes| C["Player 5"]
B -->|No| D["Player 3"]
C --> E{Position 2}
D --> F["Player 5"]
E --> G{Position 3}
F --> H["Player 0"]
G --> I{Position 4}
H --> J["Player 6"]
I --> K{Position 5}
J --> L["Player 7"]
K --> M{Position 6}
L --> N["Player 8"]
M --> O{Position 7}
N --> P["Player 9"]
O --> Q{Position 8}
P --> R["Player 10"]
Q --> S["Player 11"]
R --> T{Position 9}
S --> U["Player 12"]
T --> V{Position 10}
U --> W["Player 13"]
V --> X{Position 11}
W --> Y{Position 12}
X --> Z{Position 13}
Y --> AA{Position 14}
Z --> AB{Position 15}
AA --> AC{Position 16}
AB --> AD{Position 17}
AC --> AE{Position 18}
AD --> AF{Position 19}
AE --> AG{Position 20}
AF --> AH{Position 21}
AG --> AI{Position 22}
AH --> AJ{Position 23}
AI --> AK{Position 24}
AJ --> AL{Position 25}
AK --> AM{Position 26}
AL --> AN{Position 27}
AM --> AO{Position 28}
AN --> AP{Position 29}
AO --> AQ{Position 30}
AP --> AR{Position 31}
AQ --> AS{Position 32}
AR --> AT{Position 33}
AS --> AU{Position 34}
AT --> AV{Position 35}
AU --> AW{Position 36}
AV --> AX{Position 37}
AW --> AY{Position 38}
AX --> AZ{Position 39}
AY --> BA{Position 40}
AZ --> BB{Position 41}
BA --> BC{Position 42}
BB --> BD{Position 43}
BC --> BE{Position 44}
BD --> BF{Position 45}
BE --> BG{Position 46}
BF --> BH{Position 47}
BG --> BI{Position 48}
BH --> BJ{Position 49}
BI --> BK{Position 50}
BJ --> BL{Position 51}
BK --> BM{Position 52}
BL --> BN{Position 53}
BM --> BO{Position 54}
BN --> BP{Position 55}
BO --> BQ{Position 56}
BP --> BR{Position 57}
BQ --> BS{Position 58}
BR --> BT{Position 59}
BS --> BU{Position 60}
BT --> BV{Position 61}
BU --> BW{Position 62}
BV --> BX{Position 63}
BW --> BY{Position 64}
BX --> BZ{Position 65}
BY --> CA{Position 66}
CA --> CB{Position 67}
BZ --> CC{Position 68}
CC --> CD{Position 69}
CD --> CE{Position 70}
CE --> CF{Position 71}
CF --> CG{Position 72}
CG --> CH{Position 73}
CH --> CI{Position 74}
CI --> CJ{Position 75}
CJ --> CK{Position 76}
CK --> CL{Position 77}
CL --> CM{Position 78}
CM --> CN{Position 79}
CN --> CO{Position 80}
CO --> CP{Position 81}
CP --> CS{Position 82}
CS --> CT{Position 83}
CT --> CU{Position 84}
CU --> CV{Position 85}
CV --> CW{Position 86}
CW --> CX{Position 87}
CX --> CY{Position 88}
CY --> CZ{Position 89}
CZ --> DA{Position 90}
DA --> DB["End"]
afb. 02 Actuele waarden uitlezen
In het 'informatiemenu' i kunnen de volgende actuele waarden worden uitgelezen;
-5t = Status
- 5 = Sub-Status
- Ⓤ I = aanvoertemperatuur [°C];
- 2 = retourtemperatuur [°C] ;
- 4 = buitentemperatuur [°C];
- 6 = ketelbloktemperatuur [°C];
- 5 P = intern setpunt [°C];
- F L = ionisatiestroom [μA];
- n F = toerental ventilator [t/min];
- |P|r = waterdruk [bar];
- |P|o. = geleverd relatief vermogen [%];
De actuele waarden kunnen als volgt worden uitgelezen:
- druk de 📋- toets, het ⓘ-symbool knippert nu, bevestig met de ←- toets;
- nu verschijnt afwisselend 5 E, en bijvoorbeeld 3 , de actuele status;
- druk weer op de [+] - toets zodat afwisselend 5 u. verschijnt en bijvoorbeeld 0, de actuele sub-status;
- druk weer op de [+] - toets zodat afwisselend 1/1 verschijnt en bijvoorbeeld 60 °C, de actuele aanvoertemperatuur;
- druk herhaaldelijk op de [+]- toets zodat ook de overige temperaturen voorbij komen;
- druk weer op de [+] - toets zodat afwisselend 5P verschijnt en bijvoorbeeld 88 °C het actuele interne setpunt;
-
druk weer op de [+] - toets zodat afwisselend verschijnt en bijvoorbeeld 7 0 , de actuele ionisatiestroom;
-
druk weer op de [+]- toets zodat afwisselend nF verschijnt en bijvoorbeeld 3000 (t/min), het actuele ventilatortoerental;
- druk weer op de [+] - toets zodat afwisselend P r verschijnt en bijvoorbeeld 3.0 bar, de actuele waterdruk (indien geen waterdruk sensor is aangesloten verschijnt --- Bar);
- druk weer op de [+]- toets tot afwisselend P _o , verschijnt en bijvoorbeeld 78 %, het actuele modulatiepercentage;
- druk weer op de [+] - toets, de uitleescyclus begint opnieuw met S E, enzovoort;
- druk 2x op de ←- toets, om terug te keren naar het display met de actuele bedrijfstoestand.
3.3 De ketel afstemmen op de installatie
De bedieningsautomaat van de ketel is ingesteld op de meest voorkomende cv-installaties. Met deze instellingen zal praktisch elke cv-installatie goed werken. De gebruiker of de installateur kan de parameters naar eigen wens optimaliseren.
3.3.1 Parameters veranderen op gebruikersniveau (zonder toegangscode)
Op 'gebruikersniveau' kunnen de volgende instellingen worden gewijzigd:
P I = maximale aanvoertemperatuur [^], instelbaar tussen 20 en 90^;
P 2 = pompnadraaitijd 0..98 min, 99 is continu;
P 3 = ketelregeling; cv aan/uit:
$$ 0 = c v _ {u i t} $$
$$ 1 = \mathrm{cv} _ {\text { aan }} (= \text { fabrieksinstelling }) $$
P 4 = display weergave
$$ \begin{array}{l} 0 = \text { display eenvoudig } \ 1 = \text { display uitgebreid } \ \begin{array}{l} 2 = \text { display gaat automatisch op eenvoudig na 3 minuten } \ \quad (= \text { fabrieksinstelling }) \end{array} \ \end{array} $$
De parameters kunnen op gebruikersniveau als volgt worden gewijzigd:
- druk meermaals op de 📋-toets totdat het 🌘-symbool in de menubalk knippert;
- selecteer het gebruikers menu met de ←- toets, P: I verschijnt (de I knippert);
- druk de [+] - toets in; P: 2 verschijnt (de 2 knippert);
- druk de ←- toets nogmaals in, 3 (min.) - verschijnt en knippert: (fabrieksinstelling);
- verander de waarde door op de [-]-toets of de [+] -toets te drukken, in dit geval bijvoorbeeld naar 15 min, met de [+] -toets;
- bevestig de waarde met de ←- toets, P|2 verschijnt (de 2 knippert);
- druk 2x op de ←-toets, de ketel gaat in de actuele bedrijfs-toestand.

De instellingen P1 t/m P4 kunnen op dezelfde manier gewijzigd worden als P2.
afb. 03 Parameters wijzigen
3.4 Handbedrijf instellen ( Hills-symbool)

flowchart
graph TD
A["3x"] --> B["Diode icon"]
B --> C["○ ○ ○"]
C --> D["20°C"]
D --> E["○ ○ +"]
E --> F["60°C"]
F --> G["○ ○ ○"]
G --> H["60°C"]
H --> I["2x"]
I --> J["○ ○ ○"]
J --> K["11H492LTAL21H019a"]
afb. 04 Handbedrijf instellen
In sommige gevallen kan het nodig zijn om de ketel op handbedrijf te zetten, bijvoorbeeld als de regelaar nog niet is aangesloten. Onder het 🔊-symbool, kan de ketel op 'automatisch' of 'handbedrijf' worden gesteld. Ga als volgt te werk:
- druk meermaals op de 📋-toets totdat 🔊- symbool in de menubalk knippert;
- druk 1x op de ← toets, in het display verschijnt 20°C of de tekst R, u, t, O (alleen als een buitenvoeler is aangesloten); de aanvoertemperatuur wordt bepaald door de interne stooklijn; of de waarde van de minimale aanvoertemperatuur;
- druk op de [+] -toets om deze waarde tijdelijk in het handbedrijf te verhogen;
- bevestig met de ←- toets;
• de ketel staat nu op 'handbedrijf'; - druk 2 maal op de ←→-toets om het handbedrijf te verlaten; de ketel gaat in de bedrijfstoestand.

Handbedrijf blijft ook actief na spanningsuitval.
3.5 De ketel buiten bedrijf stellen
Voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moet de ketel worden uitgeschakeld. Als de cv-installatie voor langere tijd niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld tijdens vakanties in vorstvrije periodes), is het raadzaam de ketel buiten bedrijf te stellen.
3.5.1 De ketel voor langere tijd uit bedrijf stellen, met vorstbeveiliging
- Zet de regelaar laag, bijvoorbeeld op 10°C;
De Gas 210 ECO PRO komt nu alleen nog maar in bedrijf om zichzelf te beschermen tegen bevriezen (= afhankelijk van parameter 3|3). Om bevriezing van radiatoren en installatie in vorstgevaarlijke ruimten (b.v. garage of opslagruimte) te voorkomen kan er op de ketel een vorstthermostaat worden aangesloten. De ketel houdt dan de radiatoren in die ruimte warm.

Deze vorstbeveiliging werkt niet als de ketel uit bedrijf is.
3.5.2 De ketel voor langere tijd uit bedrijf stellen, zonder vorstbeveiliging
- Schakel de elektrische voeding van de ketel uit;
- Sluit de gaskraan van de ketel.

Tap de ketel en de cv-installatie af, als u voor langere tijd geen gebruik maakt van de woning of het gebouw en er kans is op vorst.
4. Blokkeringen en storingen
4.1 Algemeen
De ketel is uitgerust met een geavanceerde besturingsautomaat. Het hart van de besturing is een microprocessor, de Comfort Master ^® , die de ketel zowel beveiligt als bestuurt.
U kunt, voordat u de installateur te hulp roept, eerst zelf controleren of:
- de gaskraan geopend is
- de ketelregeling juist ingesteld is
- de elektrische voeding ingeschakeld is
- voldoende waterdoorstroming kan plaatsvinden
- de installatie voldoende gevuld is (min. waterdruk 0,8 bar).
Noteer altijd de storingscode alvorens te resetten. Geef deze storingscode altijd door bij eventuele vraag om ondersteuning.
4.2 Blokkeringen en storingen
Blokkering:
Een (tijdelijke) blokkering is een bedrijfstoestand van de ketel, ten gevolge van een abnormaal verschijnsel of toestand. De ketel gaat naar de ruststand, zodat deze terug kan komen in een normale toestand. Het display geeft dan een blokkeerstatus (met code 9) weer. De besturingsautomaat probeert met een aantal pogingen de ketel alsnog te starten. De ketel start weer, als de blokkerings- conditions zijn opgeheven.
Storing:
Wanneer na diverse startpogingen van de besturingsautomaat de blokkeringscondities nog bestaan of er een niet herstelbaar verschijnsel is opgetreden, dan gaat de ketel in storing (ook wel vergrendeling genoemd). De ketel kan pas weer in bedrijf komen als de oorzaak van de storing is opgeheven en na het indrukken van de 'RESET-toets'
4.3 Blokkeringscodes
In het display zal de code 9 verschijnen.
De blokkeringscodes kunnen als volgt worden uitgelezen:
- druk de 📋- toets, daarna de ←- toets;
- nu verschijnt 5 t = 9;
- druk op de [+] - toets ; nu verschijnt 5 u. en de blokkeringscodes.
• noteer de blokkeringscode

De ketel komt zelfstandig weer in bedrijf als de oorzaak van de blokkering is weggenomen.
In de lijst staan alleen blokkeringen vermeld, die eenvoudig zelf op te lossen zijn. Blijft de blokkeringscode verschijnen nadat u de mogelijke oorzaak heeft verholpen, neem dan contact op met uw installateur. Neem bij de overige blokkeringscodes ook contact op met uw installateur.
| Code 5 U | Omschrijving Mogelijke oorzaak Controle/oplossing | ||
| 3 | Maximale warmtewisselaar temperatuur overschreden | • Geen of te weinig doorstroming tijdens warmtevraag | Controleer:• of installatie goed ontlucht is• waterdruk in de installatie |
| 4 | Maximale stijging warm- tewisselaar temperatuur overschreden | • Geen of te weinig doorstroming | Controleer:• of installatie goed ontlucht is• waterdruk in de installatie |
| 5 | Maximaal verschil tussen warmtewisselaar en retour temperatuur overschreden | • Geen of te weinig doorstroming tijdens warmtevraag | Controleer:• of installatie goed ontlucht is• waterdruk in de installatie |
| 6 | Maximaal verschil tus- sen warmtewisselaar en aanvoer temperatuur over- schreden | • Geen of te weinig doorstroming tijdens warmtevraag | Controleer:• of installatie goed ontlucht is• waterdruk in de installatie |
| 14 | Waterdruk te laag | • Geen of te lage waterdruk• Waterzijdige lekkage | Controleer:• waterdruk in de installatie• minimale waterdruk |
| 15 | Gasdruk te laag • Geen of te weinig doorstroming | Controleer:• of gaskraan volledig geopend is | |
| 22 | Vlamwegval tijdens bedrijf • | Ionisatiestroom valt weg | Controleer:• of de gaskraan volledig geopend is• of de luchttoevoer of rookgasafvoer verstopt is |
| 24 | VPS test mislukt • Geen of te lage gasdruk | Controleer:• of de gaskraan volledig geopend is | |
tabel 02 Blokkeringscodes
4.4 Storingscodes
De ketel geeft de storingscodes als volgt weer:
(het display toont het -symbol en de storingscode knippert). De betekenis van de storingscodes is te vinden in de storingstabel, zie tabel 03.
Handelen bij storingen als volgt:
• Noteer de storingscode.

De storingscode is belangrijk voor het correct en snel opsporen van de aard van de storing.
- Druk 2 sec. op de 'RESET'-toets. Wanneer de storingscode blijft verschijnen, zoek de oorzaak op in onderstaande storingstabel en los zo mogelijk de storing op.

Indien op het display geen RESET maar SERVICE wordt weergegeven dient de ketel uit en na 10 seconden weer ingeschakeld te worden voordat de storing ge-reset kan worden.
In de lijst staan alleen storingen vermeld, die eenvoudig zelf op te lossen zijn. Blijft de storingscode verschijnen nadat u de mogelijke oorzaak heeft verholpen, neem dan contact op met uw installateur. Neem bij de overige storingscodes ook contact op met uw installateur.
| Storingscode O | omschrijving Mogelijke oorzaak C | Controle / oplossing | |
| E:04 | Temperatuur warmtewisselaar onder normaal bereik | • Geen of te weinig doorstroming | Controleer:• of de installatie goed ontlucht is• de waterdruk in het systeem |
| E:05 | Temperatuur warmtewisselaar boven normaal bereik | ||
| E:08 | Retour temperatuur onder nor-maal bereik | • Geen of te weinig doorstroming | Controleer:• of de installatie goed ontlucht is• de waterdruk in het systeem |
| E:09 | Retour temperatuur boven nor-maal bereik(maximaalthermostaat) | ||
| E:10 | Te veel verschil tussen warmte-wisselaar- en retourtemperatuur | • Geen of te weinig doorstroming | Controleer:• of de installatie goed ontlucht is• de waterdruk in het systeem |
| E:11 | |||
| E:12 | Sifonbeveiliging geactiveerd | • Druk in rookgasaf-voerkanaal is te hoog (geweest) | Controleer:• of de sifon niet leeg is, bijvullen indien nodig,• of rookgasafvoer verstopt cq. afgedekt is• of de sifon is verstopt |
| E:14 | 5 mislukte branderstarts | • Wel ontstekingsvonk, geen vlam• Wel vlam, niet voldoende ionisatie | Is de gaskraan volledig geopend? |
| E:15 | 5 mislukte gaslekcontroles | • Geen of te lage gas-druk | Is de gaskraan geopend? |
tabel 03 Storingscodes
5. Technische specificaties
| Toesteltype Gas 210 ECO PRO Eenheid 210 - 80 210 - 120 210 | 160 210 - | 200 | ||||
| Algemeen | ||||||
| Aantal leden 3 4 5 6 | ||||||
| Belastingsregeling - modulerend, 0-10V of aan/uit | ||||||
| Nominaal vermogen (80/60°C) Pn | min - max | kW 16 - 87 | 22 - 115 | 29 - 166 | 39 - 200 | |
| Fabrieksinstelling | kW | 87 | 113 | 166 | 200 | |
| Gas- en rookgaszijdig | ||||||
| Gasvoordruk G20 | mbar | 17 - 30 | ||||
| Gasvoordruk G20 BE | mbar | 17 - 25 | ||||
| Gasvoordruk G25 | mbar | 20 - 30 | ||||
| Gasverbruik G20 | min - max | m_0^3/h | 1,8 - 9,4 2 | 4 - 13,0 3,3 | - 18,0 4,3 | 21,7 |
| Gasverbruik G25 | min - max | m_0^3/h | 2,1 - 11,0 | 2,8 - 15,1 | 3,8 - 20,9 5,1 | - 25,2 |
| NOx-uitstoot | mg/kWh | < 62 | ||||
| NOx-uitstoot ( O_2 = 0%, droog) | ppm | < 35 | ||||
| Cv-zijdig | ||||||
| Maximale watertemperatuur | °C | 110 | ||||
| Bereik bedrijfstemperatuur | °C | 20 - 90 | ||||
| Minimale water bedrijfsdruk | bar | 0,8 | ||||
| Maximale water bedrijfsdruk PMS | bar | 6 | ||||
| Waterinhoud | liter | 12 | 16 | 20 | 24 | |
| Elektrisch | ||||||
| Aansluitspanning | V / Hz | 230 / 50 | ||||
| Opgenomen vermogen (exclusief pomp) | min | Watt | 4 4 4 4 | |||
| max | Watt | 125 | 193 | 206 | 317 | |
| Isolatieklasse | IP | 20 | ||||
| Overig | ||||||
| Gewicht excl. water | kg | 115 | 135 | 165 | 188 | |
| Geluidsniveau op 1 m afstand van de ketel (gesloten uitvoering) | dB(A) | ≤ 59 | ||||
| Omgevingstemperatuur | °C | 0 - 40 | ||||
| Kleur bemanteling | RAL | 2002 (rood) / 7037 (grijs) | ||||
5.2 Toesteluitvoering

text_image
30 2829 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 14 13 27 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15114492LTAL21H016b
afb. 05 Doorsnede
- Rookgasafvoer 11. Retourtemperatuursensor 21. Rookgasdrukschakelaar
- Meetpunt O₂/CO₂ 12. Condensverzamelbak 22. Aanvoertemperatuursensor
- Luchtkast 13. Sifon 23. Aan-/uit-schakelaar
- Bedieningspaneel 14. Inlaatdemper 24. Gasaansluiting
- Brander 15. Vul- en aftapkraan 25. Retouraansluiting
- Warmtewisselaar 16. Waterdruksensor 26. Aanvoeraansluiting
- Inspectiedeksel 17. Gasmultiblok 27. Dompelbuis
- Inspectiedeksel voor condensverzamelbak 18. Venturi 28. Display
- Ontsteekpen 19. Ventilator 29. Luchtinlaat
- Ketelbloksensor 20. Mengbocht 30. Inbouwmogelijkheid regelaar
5.3 Werkingsprincipe
Aan de inlaatzijde van de ventilator is de venturi geplaatst. Daar worden lucht en gas in een vaste verhouding met elkaar gemengd. Bij warmtevraag zal de ventilator gaan voorspoelen. De ventilator zuigt de verbrandingslucht aan, die in de venturi optimaal met het gas wordt gemengd. Het homogene lucht/gasmengsel wordt door de ventilator naar de brander gebracht. Het mengsel wordt vervolgens ontstoken door de gecombineerde ontstekings- en ionisatie-elektrode, die tevens voor vlambewaking zorgt, waarna de verbranding plaatsvindt. Na de verbranding worden de hete rookgassen door de gietaluminium warmtewisselaar geleid. Hier zullen de rookgassen hun warmte afdragen aan het cv-water in de warmtewisselaar. Afhankelijk van de instellingen en de heersende watertemperaturen, gemeten door de temperatuursensoren, wordt het vermogen van de ketel geregeld.
Bij rookgastemperaturen beneden het dauwpunt (ca. 55°C, de temperatuur waarbij de in de rookgassen aanwezige waterdamp begint te condenseren) zal de waterdamp in de rookgassen condenseren in het onderste deel van de warmtewisselaar. De warmte die bij dit condensatieproces vrijkomt (de zogenaamde latente of condensatiewarmte) wordt eveneens aan het cv-water overgedragen. Het gevormde condenswater wordt via een sifon afgevoerd. De rookgassen keren in de condensbak en worden afgevoerd via de rookgasafvoerleiding.
De geavanceerde besturing van de ketel, de zogenaamde 'Comfort Master', zorgt voor een zeer betrouwbare warmtelevering. Dit houdt in dat de ketel praktisch omgaat met negatieve invloeden uit de omgeving (zoals waterzijdige doorstromingsproblemen, luchttransportproblemen e.d.). De ketel zal bij dergelijke invloeden niet op storing gaan (vergrendeling), maar moduleert in eerste instantie terug en gaat eventueel - afhankelijk van de aard van de omstandigheden - tijdelijk uit (blokkering of regelstop) om het na enige tijd gewoon opnieuw te proberen. Zolang zich geen gevaarlijke situatie voordoet, probeert de ketel altijd warmte te leveren. Om blijvend warmte te leveren, heeft de ketel een minimale flow nodig van 30 % van de waterflow bij een T van 20 K op nominale belasting vollast. De ketel kan worden uitgevoerd met een tweede retour (accessoire). Deze tweede retour kan bijdragen aan extra rendement als er groepen van verschillende temperaturen in de installatie voorkomen.