Rivo PLTD - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Rivo PLTD KETTLER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Rivo PLTD KETTLER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Rivo PLTD - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Rivo PLTD van het merk KETTLER.
GEBRUIKSAANWIJZING Rivo PLTD KETTLER
Bedieningshandleiding voor de trainingscomputer met digitale weergave
ST2510-8/ST2550-8,-9/ST2551-8



Symbolen op de display
Uitrusting:
Waardes:
- Tijd 0:00-99:59 [min:sec]
- Energieverbruik 0-9999 Total aantal kilometers (odometer) [0-9999 km]
- Snelheid 0-99,9 [km/h] Afstand 0-99,9 [km]
- Trapfrequentie 20-199 [omwentelingen/min] Pedaalomwentelingen
- Percentage Verhouding: actuèle polsslag - maximale polsslag
- Polsslag 50 - 199 [slogen/minuit]
- Groot veld Kamertemperatuur [0 - 40°] Conditiecijfer [F1.0 - F6.0]
Symbolen:
a. REC Herstelpolsslag
b. SCAN Automatische gegevenswisseling
c. Pijlen Actuel veld op het groe weergaveveld
d. KM Totaal gantal kilometers
e. Doorsnede Slagfrequentie ^+ polsslag
f. LO Niet halen van de laagste polsslagwaarde
g. HI Overschrijden van de hoogste polsslagwaarde
h. Hart Knippert synchroon met de hartslog
i. Procentteken % van de geprogrammeerde maximale polsslag
j. Muzieknoot Akoestische maximale polsslag bewaking
k.MAX Overschrijding van de maximale polsslag
Toetsen:
Min-toets Waardes verlagen (weergaveeld terug)
Set-toets Functietaets [programmeren, wisselen, terug- zetten (reset) van het weergaveeld]
Plus-toets Waardes verhogen (weergaveeld vooruit) Recovery-toets Functietoets [opvragen conditieciifer]
Aansluitingen (voor)
Bus (4-polig) voor de handsensoren (niet bij Racer en Cross-bike)
Bus (2-polig) voor de snelheidsmeter
Batterijenvak 2 batterijen: Mignon 1,5 Volt, LR6, AA
1.0 Weergaven voor de training
- Kamertemperatuur Afbeelding 1 [voor en na de training]
- Volledige weergave Afbeelding 2 [na trappen of indrukken van een toets, 1 sec.]
-
Totaal aantal kilometers Afbeelding 3 [weergave duurt 10 secon- den of toets]
-
Startveld Afbeelding 4

Afbeelding 1 Kamertemperatuur

Afbeelding 2 Volledige weergave

Afbeelding 3 Totaal aantal kilometers
Afbeelding 4 Startveld
2.0 Polsslagmeting
Deze weergave biedt twee, resp. drie möglichheden voor polsslagmetting:
- Met de handsensoren (niet bij Racer en Crossbike)
- Met de oocrlip
- Met een borstgordel (als accessoire bij de vakhandel verkrijigbaar)
Polsslagmeting met de handensoren
De handen omvatten de handsensoren.
Polsslagmeting met de oordclip
Wrijf over een oorleletje om de doorbloeding te stimuleren.
Bevestig de oorclip aan het oorleletje.
Polsslagmeting met de borstgordel
Doe de borstgordel om.
Raadpleeg de handleiding die erbij geleverd worden.
Polsslagweergave
U heeft het startveld (afbeelding 4) ingesteld.
Het hartsymbol (h) knippert synchroon met uw hartslag.
Na enkele seconden wordt de polsslag als waarde weergegeven (6).
3.0 Training zonder programmering van trainingsgeveens
Start uw training. Alle waardes tellen op.
4.0 Training met programmering van trainingsgeveens
Instellen van tijd (1), kilojoule (2), afstand (3) en polsslag (6).
U heeft het startveld (afbeelding 4) ingesteld. Druk op de Settoets, u komt in de programmeermodus en met de + of - foets kunt u de gewenste waarde ingeven.
Drukt u langere tijd op de +/- toets, lopen de programmeerwaardes sneller vooruit of terug.
Drukt u tegelijerkertijd op de +/- toetsen, springt de waarde waar "OFF" terug.
Met de Seltoets bereikt u het volgende programmeerveld.
Na het programmeren van de polsslag verlaat u met de Settoets de programmeermodus en ziet u het veld met de eventuele programmeringen (afbeeling 16/17).
Drukt u langer op de settoets, springt het veld maar volledige weergave (resetfunctie) (afbeeling 2).
Opmerking
Geeft u gedurende 4 minuten geén waards in, springt de computer op kamertemperatuur (afbeelding 1).

Afbeelding 5 Afbeelding 6

Afbeelding 7 Afbeelding 8
Afbeelding5: Tijdprogrammering begint met "OFF"
Afbeelding6: Tijdprogrammering: bijv. 18 minutes
Afbeelding7: Energieverbruikprogrammering: bijv. 270 kilojoule
Afbeelding8: Afstandprogrammering: bijv. 10 km
Dejuiste trainingspolsslag
De trainingspolsslag is afhankelijk van leeftijd en trainingsdoel. Er bestaat voor elk elseeftijd en elk trainingsdoel een "juiste" zogenaamde aerobe zone, die door een bovenste en onderste polsslaggrens (+/- 10 slagen) gekenmerkt worden. De trainingspolsslagClient altijd binnen deze aerobe zone te liggen. De maximale polsslagfrequentie (220 min leeftijd) mag Niet overschreden worden. Gezonde Personen können zich aan onderstaand diagram orienteren (zie ook 4.2).

Polsslagprogrammeermogelijkheden
Het schema toont het verloop van de polsslagprogrammering

In detail:
Programming: trainingspolsslag
Met de Set-toets roept u na elkaar 2 programmeervelden op:
- Leafid [age] (afbeelding 9/10)
- Polsslagzones: vetverbranding [Fa 65%] (afbeelding 12) condite [Fi 75%] (afbeelding 13)
4.1 Leefiijdprogrammering / alarmsignal aan/uit
De leeftijdprogrammering dien voor het berekenen van uw maximale polsslag.


Afbeeling 9
Géén programmeering "Off". Inschakelen van het alarmsignaal: +/− to-etsen tegelijk indruken.
Afbeelding 10
Gén programmeering "Off" met "muziekoot". Bij overschrijden van de maximaale polsslag hoort u een alarmsignal.
Als u uw leeftijd invoert, verschijnt in het polsslagveld (6) de van de leeftijd afhankelijkke maximale polsslag (formule: 220 - leeftijd) (afbeelding 11). Word een leeftijd tot 21aar ingeveen kan alleen 199 als maximale polsslag getoond worden, er wordtECHTER met de juiste waarde gerekend.

Afbeeling 11
Leeftijdprogrammering bijv. 31 met
maximale polsslag weergave 189
4.2 Polsslagzones
Met de +/− toeken sunt u 2 zones kiezen. Het invoeren van de leeftijd dienr voor het berekenen van deze polsslagzones. Deze wordt in het %veld (5) getoond.
1. Vetverbranding [Fa 65%] (afbeelding 12)
Formule: (220 - leeftijd) x 0,65
2. Conditie zone [Fi 75%] (afbeelding 13)
Formule: (220 - leeftijd) x 0,75
![KETTLER Rivo PLTD - Conditie zone [Fi 75%] (afbeelding 13) - 1](/content/2026/02/396178/images/276208b8be7cc908b601b15c95cb0eeaa1f8e20c5beee65ccffff5d8f2a63475.jpg)
![KETTLER Rivo PLTD - Conditie zone [Fi 75%] (afbeelding 13) - 2](/content/2026/02/396178/images/cfb546397ddb341e385cec5734fac338252832839e4ce07c6e561ce5a0d2cb43.jpg)
Afbeelding 12 Afbeelding 13
Polsslagzone: vetverbranding met 65% Polsslagzone: conditie met 75%
Funcie
Door het invoeren van de polsslagzone en de overgenomen maximale polsslag worden een polsslagzone bewaking geactiveerd. Is de geprogrammeerde trainingspolsslag 11 slagen te laag, verschijnt hetwoord "LO", bij overschrijding met 11 slagen ziet u "HI". De "LO" bewaking is actief als voor de eerste koer de geprogrammeerde trainingspolsslag d.m.v. trappen bereikt worden. Valt het aantal omwentelingen onder 20, worden de "LO" functie waar door bereiken van de geprogrammeerde trainingspolsslag geactiveerd. De "HI" bewaking is althid actief.
Wordt de maximale polsslag met 1 slag overschreden, knippert "HI" en versuschijt het woord MAX". Als het okoestische alarm" geacteerd is, hoort u ook een alarmsignaal. De waarde, die met het % -symbool weergegeven worden, is de vergelingkung tussen de actuèle polsslag en de maxi-male polsslag.
4.3 Polsslagbewaking (leeftijdonafhankelijk)
Deze kunt u met de + / - toetsen invoeren in een bereik van 40-188.


Afbeelding 14 Afbeelding 15
Géen programmering "OFF" Polsslagprogrammering bijv. 150 met HI LO symbool.
Functie
De "HI" en "LO" weergave functioneert zoals onder 4.2 beschreiben.
De procentuele polsslagweergave en de akoestische alarmfunctie zich nicht beschikbaar.
4.4 Afsluiten programmering
Druk na de LaTeX programmering op de Settoets, uw programmeringzwaarden
behale polsslag - worden weergegeven (afbeelding 16).
Heeft u een polsslagzone geactiveerd, worden onder (5) de vergelijkking van de actuele
Polsslag en de maximale polsslag of "--" (afbeelding 17) bij een ontbre-kend polsslagsignal weergegeven.


Afbeelding 16 Afbeelding 17
Polsslagzone programming (zie ook afb. 12/13)
Functie
Begin met trappen. Alle geprogrammeerde waardes tellen terug, knippert bij nul een paar seconden en telt dan vanaf de geprogrammeerde waarde verder op. Tevens zich korte alarmsgenalen hoortaar.
Stijgt uw polsslag over de geprogrammeerde polsslaggrens of overschrijdt uw maximale polsslag, worden eerst het HI-symbool enervoigens het MAX-symbool weergegeven.
5.0 Weergave tijdens de training
Start u met trainen, vindt elke 5 seconden een automatische gegevenswiseseling SCAN (symbool b in het veld) plaats. Met de settoets kurz u dit uitschakelen. Met de +/− toetsen kurz u dan een weergaveveld vooruit of terug springen.
6.0 Weergave voor de training, bij trainingsonderbreking, - Ende
Trapt u met minder dan 20 omwentelingen/min, herkent de computer een trainingsonderbreking. De automatische gegevenswisseling stopt. Het symbool SCAN verdwijnt. Onder km/h (3), RPM (4) en polsslag (5) worden met een doorsnede-symbool (e) de gemiddelde waarde weergegeven.
Hervat u de training Niet binnen 4 Minutes, wisselt het veld waar kamertemperatuur (afbeelding 1). Daar bij worden de afstand bij het totaal aantal kilometers opgeteld. Alle andere waardes worden Niet opgeslagen.
Opmerking
Snelheid (3) en afstand (3) wisselen elke 5 seconden.
Met de +/− toetsen kunt u een weergaveveld vooruit of terug springen.
Met de settoets komt u weein de programmeermodus. Daar bij worden alle eerdere trainingsgeevens gewist. Programmeringen blijven behouden.
7.0 Weergave bij voortzetting van de training
Ga verder met de training. De waardes tellen verder.
8.0 Herstelpolsmeting
De trainingscomputer is met een herstelpolsfungie uitergerust. Deze kaakt het möglich bij訓練seinde uw herstelpolslag te meten. Druk aan het einde van uw training op de recovery-toets. De actuèle polsslag worden onder fiid (1) getoond (afbeelding 18). De computer meet 59 seconden terugteltend uw polsslag (afbeelding 18). Daarna worden de actuèle polsslag onder kilojoule (2) getoond en onder km/h (3) worden het verschil van de polsslagwaarde tijdens de teruglopende fiid weergegeven en een conditieijfer met (F) getoond (afbeelding 19). De berekening worden onder 9.0 algemeen verkaard. Wordt de polsslagmeting onderbroken, worden in planta van een waarde (P) weergegeven. Drukt u dan op de recovery-toets, verschijnt waar het actuèle trainingsveld.
De actuèle polsslag world aliijd onder polsslag (6) weergegeven.


Afbeelding 18 Afbeelding 19
Afbeelding 20 Afbeelding 21
Afbeelding 18: herstelpsmeting met teruglopende tijd (0:59 - 0:00)
Afbeelding 19: weergave conditieijfer
Afbeelding 20: gén polsslagherkenning (E) bij herstelpolsmetting
Afbeelding 21: gén herstelpolsfunctie (E)
Opmerking:
Wordt gén polsslagwaarde weergegeven, wordt de herstelpolsfunctie Niet uitgevoerd.
9.0 Algemeen
Snelheidsberekening
60 pedaalomwentelingen geen een snelheid van 21,3 km/h.
Bij crosstrainers:
60 pedaalomwentelingen geen een snelheid van 9,5km / h
Kilojouleberekening
De berekening is gebaseerd op het middelste belastingniveau en verandert alleen door variatie van de trapfrequentie.
Fielsen volgend energieverbruik: 1 ur fietsen met 24km / h verbruikt 1680 kJ - 1 kilometer is 70 kilojoule.
Crosstraining volgend energieverbruik: 1 our crosstrainen met 9,5km / h verbruikt 3344 kJ - 1 kilometer is 352 kilojuole.
Conditieijberberekening
De computer berekent en geeft een waarde aan het verschilussen belastingpolsslag en herstelpolslag en uw hieruit resulterend "conditieciifer" met de volgende formule:
$$ \operatorname {C i j f e r} (F) = 6 - \left[ \frac {1 0 \times (P 1 - P 2)}{P 1} \right] ^ {2} $$
P1 = belastingpolsslag P2 = herstelpolsslag
Cijfer 1 = zeer goed Cijfer 6 = onvoldoende
De vergelijkking van belasting- en herstelpolslag is een eenvoudige en snelle mogelijkheid uwlichamelijke condite te controleren. Het conditieijfer is een orieteringswaarde voor uwherstelvermogen na lichamelijke inpansning. Eer u de herstelpstoets indukt en uw conditieijfer opvraagt, dient u longerijd d.w.z. minstens 10 minuten binnen uw trainingsbereik te trainen. Bij regelmatie cardio-training zult u constateren dat uw "conditieijfer"verbetedt.
Berekening van de gemiddelde waarde
Voor het berekenen van de gemiddelde waarde van snelheid, pedaalom wentelingen en polsslag worden alle trainingseenheden megeteld todat een "reset"-functie gezrukt worden of de "temperatuur" weergave verschijnt.
Aanwijzingen voor polsslagmeting
De polsslagberekening begint als het hart in het veld synchroon met uw hartslag knippert.
Met handsensoren (niet bij Racer en Crossbike)
Pak na het indrukken van de recovery-toets waar snel de handsensoren vast, anders worden de polsslagmeting onderbroken.
Vermijd stoolimpulsen
Een door de contractie van het hart opgewekte lage spanning worden door de handsensoren gemeten en door de computer een waarde geveven.
- Pak de contactvlakken algid met beide handen vast.
- Vermija rukachtig vastpakken.
- Houd de handen stil en vermijd contracties en wrijven op de contactvlakken.
Met oorclip
De polsslagsensor werkkt met infrarood Licht en meet de wijzigingen in de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw hartslag opgeweekt worden. Wrijf 10 keer krachtig over uw oorlette om de doorbloeding te bevorderen, voordat u de oorclip aan uw oorlette bevestigt.
Vermijd stoolimpulsen
- Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorleletje en zoek het Beste punt om de hartslag te meten (hartsymbol knippert zonder onderbreking).
- Train nicht rechtsstreeks onder sterklicht bijv. neonlicht, halogenlicht, spotjes, zonlicht.
- Sluit schudden en wakkelen van de oorsensor inclusief kabel volkommenuit. Bevestig de kabel met de klemmetjes aan uw kleding of nog better aan een hoofdband.
Met borstgordel
Raadpleeg hiervoord bij de borstgordel meegeleverde handleiding.
Storingen bij de polsslagweergave
Controleer de batterijenspanning van de computer en de borstgordel.
Computerstoringen
Noteer de kilometerstand. Bij merkwaardig gedrag van de computer de batterijen verwijderen, de batterijenspanning controlen en de batterijen wee terugplaatsen. De opgeslagen totaal aantal kilometers gaan bij een batterijenwisseling verloren.
10. Trainingshandleiding
Voor uw veiligheid
Raadpleeg voor u begint met trainen uwuisarts of training met dit apparat voor u geschikt is. Zijn diagnose dient als basis voor de opbouw van uw trainingsprogramma. Foutieve of te intensieve training kan uw gezondheid negatie beinvloeden.
Dit apparaat is special voor recreatie sporters ontwikkeld. Het is uitermate geschikt voor cardio-training.
De training dient methodiek volgens de basisregels van een duurtraining opgebouwd te worden. Daardoor vinden vooral veranderingen en aanpassingen aan het hart en het bloedsomloopsystem plaats, Zoals het dalen van de polsslag in rust en de belastingpolsslag.
Daardoor heeft het hart meerijd om de hartkamers te vullen en voor de doorbloeding van de hartspieren (door de kranssslagaders). Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolume die ingeademd kan worden toe (vitale capaciteit). Verdere positieve veranderingen vinden in de stofwisse-ling plaats. Om deze positieve veranderingen te bereiken, dient men de training volgens bepaalde richtlijnen te plannen.
Trainingsintensiteit
De intensiteit worden bij het trainen met dit apparaat energijds via de trapfrequentie en anderzijds via de trapweerstand geregeld. De trapweerstand bepaaltde trainende person met de remkrachtverstelling aan het stuur. Let er voortdurend op dat u de intensiteit Niet de hoog instelt om overbelasting te vermijden. Foutieve of te intense training kan uw gezondheid negatief beinvloeden.
Controleer waaromijdens de training aan de hand van uw polsslag of u de trainingsintensiteit correct bepaald heeft. Voor een geschikte polsslag geldt de vuisregel:
180 min leeftijd
Daaruit volgt, dat bijv. een persoon van 50aar zijn duurtraining met een hartslag van 130dient uit te voeren.
Trainingsadviezen op basis van deze berekening worden door talrijke erkende sportartsen als correct beschouwd. Dien ten gevolge dient u de trapfrequentie en de trapweerstand voor de training zo te bepalen, dat u uw optimale polsslag volgens bovengenoemde vuistregel bereikt.
Deze adviezen gelden darüber uitsluitend voor gezonde Personen en gelden Niet voor Personen met aandoingen aan het hart en de bloedsomloop!
Belastingomvang
Een beginner verhoegt geleidelijk de belastingomvang van zijn training. De eerste trainingseenheden dienen relatief kort en met intervallen opgebouwd teijken.
Als trainingseffectief worden in de sportgeneeskunde de volgende belastingfactoren gezacht:
Trainingseenheden Trainingsduur
Dagelijks 10 min
2-3 x per week 20-30 min
1-2 x per week 30-60 min
Train als beginner geén trainingseeheden van 30-60 minutes. Trainingsintensiteit Opbouw van de training
1 week
3 x per week 2 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minutes trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minutes trainen
2 week
3 x per week 3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minutes trainen
3^ week
3 x per week 4 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minutes trainen
4 week
3 x per week 5 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
Voor het vastleggen van uw persoonlijke trainingswaardes kut u de hiernaast afgebeelde tabel gebruiken.
Voor en na elke trainingseenheidClient. 5 minuten gymnastiek uitegevoerd te worden voor het opwarmen en afkoelen van de spieren. Tussen twee trainingseehedenClient een trainingsvrije dag te liggen, als u later 3× per week 20-30 minutes wilt gaan trainen. Verder zich er geén bezwaren gegen een dagelijkse training.
De bewegingsafloop bij crosstraining is door de elliptische rotatie van de treeplanken en de lagering van de greepstangen reeds voorgegeven. Toch dient u nog op enkele punten te letten:
■ Controller voor de training op een correcte opbouw en stevige stand van het apparatus.
Bij het opstappen dient een treeplank zich in de onderste positie te bevinden en de andere in de bovenste positie. Pak met beiden handen de greepstangen vast en stap eerst op de onderste treeplank. Bij het afstappen eerst de voet van de bovenste treeplank afhalen.
Stel de treeplanken in op een voor u optimale afstand tot de greepstan-gen; let waar bij op voldoende ruimteCUSSENuw benen en de greepstan-gen.
Train met geschikte sportschoenen en let erop dat u daarmee stevig op de treeplanken staat.
Train Niet met losse handen. Houdt u liever vast aan de greepbeugel tusen de greepstangen als u alleen uw bovenlichaaam wenst te trainen.
Let op een gelijkmatige, ronde bewegingsafloop.
Varieerijdens de training:tussen voorwaartse en rugwaartse bewegingen, zodate been- en bilspieren op diverse manieren gebruikt.
Bij regelmatige training kunt u uw conditie, uw kracht en daarmee ook uw welbehagen verbeteren. Het succes van uw training wordt door een gezondheidsbewuste levenswijze geoptimaliseerd, die door een uitgebalan-ceerde, volwaardige voeding bepaald worden.
Datum Zwaarte van Afstand Tijd P1 P2 Waard-de training (km) (min) cijfer
