Cosmos GTX2 - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Cosmos GTX2 KETTLER in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KETTLER Cosmos GTX2 - page 16
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KETTLER

Model : Cosmos GTX2

Categorie : Hometrainer

Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Cosmos GTX2 - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Cosmos GTX2 van het merk KETTLER.

GEBRUIKSAANWIJZING Cosmos GTX2 KETTLER

7. Groot veld Kamertemperatuur [0 - 40º]

Conditiecijfer [F1.0 – F6.0] Symbolen: a. REC Herstelpolsslag b. SCAN Automatische gegevenswisseling c. Pijlen Actueel veld op het grote weergaveveld d. KM Totaal aantal kilometers e. Doorsnede Slagfrequentie + polsslag f. LO Niet halen van de laagste polsslagwaarde g. HI Overschrijden van de hoogste polsslag- waarde h. Hart Knippert synchroon met de hartslag

i. Procentteken % van de geprogrammeerde maximale

polsslag j. Muzieknoot Akoestische maximale polsslag bewaking k. MAX Overschrijding van de maximale polsslag Toetsen: Min-toets Waardes verlagen (weergaveveld terug) Set-toets Functietoets [programmeren, wisselen, terug- zetten (reset) van het weergaveveld] Plus-toets Waardes verhogen (weergaveveld vooruit) Recovery-toets Functietoets [opvragen conditiecijfer] Aansluitingen (voor) Bus (4-polig) voor de handsensoren (niet bij Racer en Cross- bike) Bus (2-polig) voor de snelheidsmeter Batterijenvak 2 batterijen: Mignon 1,5 Volt, LR6, AA

1.0 Weergaven voor de training

1. Kamertemperatuur Afbeelding 1 [voor en na de training]

2. Volledige weergave Afbeelding 2 [na trappen of indrukken van

3. Totaal aantal kilometers Afbeelding 3 [weergave duurt 10 secon-

4. Startveld Afbeelding 4

Afbeelding 1 Kamertemperatuur Afbeelding 2 Volledige weergave Afbeelding 3 Totaal aantal kilometers Afbeelding 4 Startveld Functies en bediening van de trainingscomputer

Bedieningshandleiding voor de trainingscomputer met digitale weergave ST2510-8 / ST2550-8, -9 / ST2551-8 Symbolen op de display

Deze weergave biedt twee, resp. drie mogelijkheden voor polsslagme-ting:1. Met de handsensoren (niet bij Racer en Crossbike)2. Met de oorclip3. Met een borstgordel (als accessoire bij de vakhandel verkrijgbaar)Polsslagmeting met de handsensorenDe handen omvatten de handsensoren.Polsslagmeting met de oorclipSteek de oorclip in de bus.Wrijf over een oorlelletje om de doorbloeding te stimuleren.Bevestig de oorclip aan het oorlelletje.Polsslagmeting met de borstgordelDoe de borstgordel om.Raadpleeg de handleiding die erbij geleverd wordt.PolsslagweergaveU heeft het startveld (afbeelding 4) ingesteld.Het hartsymbool (h) knippert synchroon met uw hartslag.Na enkele seconden wordt de polsslag als waarde weergegeven (6).

vens Start uw training. Alle waardes tellen op.

4.0 Training met programmering van trainingsgegevens

Instellen van tijd (1), kilojoule (2), afstand (3) en polsslag (6). U heeft het startveld (afbeelding 4) ingesteld. Druk op de Set-toets, u komt in de programmeermodus en met de + of – toets kunt u de gewenste waarde ingeven. Drukt u langere tijd op de +/– toets, lopen de programmeerwaardes sneller vooruit of terug. Drukt u tegelijkertijd op de +/– toetsen, springt de waarde naar “OFF” terug. Met de Set-toets bereikt u het volgende programmeerveld. Na het programmeren van de polsslag verlaat u met de Set-toets de pro-grammeermodus en ziet u het veld met de eventuele programmeringen(afbeelding 16/17).Drukt u langer op de set-toets, springt het veld naar volledige weergave(resetfunctie) (afbeelding 2).OpmerkingGeeft u gedurende 4 minuten géén waardes in, springt de computer opkamertemperatuur (afbeelding 1).Afbeelding 5 Afbeelding 6Afbeelding 7 Afbeelding 8Afbeelding5: Tijdprogrammering begint met “OFF”Afbeelding6: Tijdprogrammering: bijv. 18 minutenAfbeelding7: Energieverbruikprogrammering: bijv. 270 kilojouleAfbeelding8: Afstandprogrammering: bijv. 10 kmDe juiste trainingspolsslagDe trainingspolsslag is afhankelijk van leeftijd en trainingsdoel. Er be-staat voor elke leeftijd en elk trainingsdoel een “juiste” zogenaamde aë-robe zone, die door een bovenste en onderste polsslaggrens (+/– 10slagen) gekenmerkt wordt. De trainingspolsslag dient altijd binnen dezeaërobe zone te liggen. De maximale polsslagfrequentie (220 min leeftijd)mag niet overschreden worden. Gezonde personen kunnen zich aan on-derstaand diagram oriënteren (zie ook 4.2).Polsslag programmeermogelijkhedenHet schema toont het verloop van de polsslagprogrammeringIn detail:Programmering: trainingspolsslag Met de Set-toets roept u na elkaar 2 programmeervelden op: 1. Leeftijd [age] (afbeelding 9/10)2. Polsslagzones: vetverbranding [Fa 65%] (afbeelding 12)conditie [Fi 75%] (afbeelding 13)

4.1 Leeftijdprogrammering / alarmsignaal aan/uit

De leeftijdprogrammering dient voor het berekenen van uw maximalepolsslag. invoeren leeftijdOFF, 10-99met +/– toetsinvoeren leeftijdOFF, , 10-99met +/– toetsPolsslag invoeren:vetverbranding 65%(220 – leeftijd) x 0,65 Set Set Set Set Set Set Polsslag invoeren:conditie 75%(220 – leeftijd) x 0,75Pulseingabe:OFF, 40 - 188mit +/– Tastetrainingzonder % undzonder HI/LOtrainingzonder %met HI/LOInvoerennee (OFF)Invoeren Invoerennee (OFF)Invoerennee (OFF)Invoeren trainingmet %, MAX, ( )en HI/LO polsslag /minuut

leeftijd Aerobe Zone

NL18 Als u uw leeftijd invoert, verschijnt in het polsslagveld (6) de van de leeftijd afhankelijke maximale polsslag (formule: 220 – leeftijd) (afbeelding 11). Wordt een leeftijd tot 21 jaar ingegeven kan alleen 199 als maximale polss- lag getoond worden, er wordt echter met de juiste waarde gerekend.

Met de +/– toetsen kunt u 2 zones kiezen. Het invoeren van de leeftijd dient voor het berekenen van deze polsslagzones. Deze wordt in het %-veld (5) getoond.

1. Vetverbranding [Fa 65%] (afbeelding 12)

Formule: (220 – leeftijd) x 0,65

2. Conditie zone [Fi 75%] (afbeelding 13)

Formule: (220 – leeftijd) x 0,75 Afbeelding 12 Afbeelding 13 Polsslagzone: vetverbranding met 65% Polsslagzone: conditie met 75% Functie Door het invoeren van de polsslagzone en de overgenomen maximale polsslag wordt een polsslagzone bewaking geactiveerd. Is de gepro- grammeerde trainingspolsslag 11 slagen te laag, verschijnt het woord “LO”, bij overschrijding met 11 slagen ziet u “HI”. De “LO” bewaking is actief als voor de eerste keer de geprogrammeerde trainingspolsslag d.m.v. trappen bereikt wordt. Valt het aantal omwentelingen onder 20, wordt de “LO” functie weer door bereiken van de geprogrammeerde trainingspolsslag ge- activeerd. De “HI” bewaking is altijd actief. Wordt de maximale polsslag met 1 slag overschreden, knippert “HI” en verschijnt het woord “MAX”. Als het “akoestische alarm” geactiveerd is, hoort u ook een alarmsignaal. De waarde, die met het %-symbool weer- gegeven wordt, is de vergelijking tussen de actuele polsslag en de maxi- male polsslag.

4.3 Polsslagbewaking (leeftijdonafhankelijk)

Deze kunt u met de +/– toetsen invoeren in een bereik van 40 - 188. Afbeelding 14 Afbeelding 15 Géén programmering “OFF” Polsslagprogrammering bijv. 150 met HI LO symbool. Afbeelding 9 Géén programmering “Off”. Inscha- kelen van het alarmsignaal: +/– to- etsen tegelijk indrukken. Afbeelding 10 Géén programmering “Off” met “muzieknoot”. Bij overschrijden van de maximale polsslag hoort u een alarmsignaal. Afbeelding 11 Leeftijdprogrammering bijv. 31 met maximale polsslag weergave 189 Functie De “HI” en “LO” weergave functioneert zoals onder 4.2 beschreven. De procentuele polsslagweergave en de akoestische alarmfunctie zijn niet beschikbaar.

4.4 Afsluiten programmering

Druk na de laatste programmering op de Set-toets, uw programme- ringzwaarden behalve polsslag – worden weergegeven (afbeelding 16). Heeft u een polsslagzone geactiveerd, wordt onder (5) de vergelijking van de actuele Polsslag en de maximale polsslag of “– –" (afbeelding 17) bij een ontbre- kend polsslagsignaal weergegeven. Afbeelding 16 Afbeelding 17 Polsslagzone programmering (zie ook afb. 12/13) Functie Begin met trappen. Alle geprogrammeerde waardes tellen terug, knippert bij nul een paar seconden en telt dan vanaf de geprogrammeerde waarde verder op. Tevens zijn korte alarmsignalen hoorbaar. Stijgt uw polsslag over de geprogrammeerde polsslaggrens of overschrijdt uw maximale polsslag, wordt eerst het HI-symbool en vervolgens het MAX- symbool weergegeven.

5.0 Weergave tijdens de training

Start u met trainen, vindt elke 5 seconden een automatische gegevenswis- seling SCAN (symbool b in het veld) plaats. Met de set-toets kunt u dit uit- schakelen. Met de +/– toetsen kunt u dan een weergaveveld vooruit of terug springen.

6.0 Weergave vóór de training, bij trainingsonderbre-

king, - einde Trapt u met minder dan 20 omwentelingen/min, herkent de computer een trainingsonderbreking. De automatische gegevenswisseling stopt. Het sym- bool SCAN verdwijnt. Onder km/h (3), RPM (4) en polsslag (5) wordt met een doorsnede-symbool (e) de gemiddelde waarde weergegeven. Hervat u de training niet binnen 4 minuten, wisselt het veld naar kamer- temperatuur (afbeelding 1). Daarbij wordt de afstand bij het totaal aantal kilometers opgeteld. Alle andere waardes worden niet opgeslagen. Opmerking Snelheid (3) en afstand (3) wisselen elke 5 seconden. Met de +/– toetsen kunt u een weergaveveld vooruit of terug springen. Met de set-toets komt u weer in de programmeermodus. Daarbij worden alle eerdere trainingsgegevens gewist. Programmeringen blijven behouden.

7.0 Weergave bij voortzetting van de training

Ga verder met de training. De waardes tellen verder.

8.0 Herstelpolsmeting

De trainingscomputer is met een herstelpolsfunctie uitgerust. Deze maakt het mogelijk bij trainingseinde uw herstelpolsslag te meten. Druk aan het einde van uw training op de recovery-toets. De actuele polsslag wordt onder tijd (1) getoond (afbeelding 18). De computer meet 59 seconden terugtel- lend uw polsslag (afbeelding 18). Daarna wordt de actuele polsslag onder kilojoule (2) getoond en onder km/h (3) wordt het verschil van de polss- lagwaardes tijdens de teruglopende tijd weergegeven en een conditiecijfer met (F) getoond (afbeelding 19). De berekening wordt onder 9.0 algemeen verklaard. Wordt de polsslagmeting onderbroken, wordt in plaats van een waarde (P) weergegeven. Drukt u dan op de recovery-toets, verschijnt weer het actuele trainingsveld. De actuele polsslag wordt altijd onder polsslag (6) weergegeven. NL19 Afbeelding 18 Afbeelding 19 Afbeelding 20 Afbeelding 21 Afbeelding 18: herstelpolsmeting met teruglopende tijd (0:59 – 0:00) Afbeelding 19: weergave conditiecijfer Afbeelding 20: géén polsslagherkenning (E) bij herstelpolsmeting Afbeelding 21: géén herstelpolsfunctie (E) Opmerking: Wordt géén polsslagwaarde weergegeven, wordt de herstelpolsfunctie niet uitgevoerd.

Snelheidsberekening Bij hometrainers, Racer, Crossbike: 60 pedaalomwentelingen geven een snelheid van 21,3 km/h. Bij crosstrainers: 60 pedaalomwentelingen geven een snelheid van 9,5 km/h. Kilojouleberekening De berekening is gebaseerd op het middelste belastingniveau en verandert alleen door variatie van de trapfrequentie. Uit sportmedisch oogpunt geeft: Fietsen volgend energieverbruik: 1 uur fietsen met 24 km/h verbruikt 1680 kJ – 1 kilometer is 70 kilojoule. Crosstraining volgend energieverbruik: 1 uur crosstrainen met 9,5 km/h verbruikt 3344 kJ – 1 kilometer is 352 kilojoule. Conditiecijferberekening De computer berekent en geeft een waarde aan het verschil tussen bela- stingpolsslag en herstelpolsslag en uw hieruit resulterend “conditiecijfer” met de volgende formule: Cijfer (F) = 6 –

P1 = belastingpolsslag P2 = herstelpolsslag Cijfer 1 = zeer goed Cijfer 6 = onvoldoende De vergelijking van belasting- en herstelpolsslag is een eenvoudige en snelle mogelijkheid uw lichamelijke conditie te controleren. Het conditiecijfer is een oriënteringswaarde voor uw herstelvermogen na lichamelijke inspan- ning. Eer u de herstelpolstoets indrukt en uw conditiecijfer opvraagt, dient u langer tijd d.w.z. minstens 10 minuten binnen uw trainingsbereik te trai- nen. Bij regelmatige cardio-training zult u constateren dat uw “conditie- cijfer” verbetert. Berekening van de gemiddelde waarde Voor het berekenen van de gemiddelde waarde van snelheid, pedaalom- wentelingen en polsslag worden alle trainingseenheden meegeteld totdat een “reset”-functie gebruikt wordt of de “temperatuur” weergave verschijnt. Aanwijzingen voor polsslagmeting De polsslagberekening begint als het hart in het veld synchroon met uw hartslag knippert. Met handsensoren (niet bij Racer en Crossbike) Pak na het indrukken van de recovery-toets weer snel de handsensoren vast, anders wordt de polsslagmeting onderbroken. Vermijd stoorimpulsen Een door de contractie van het hart opgewekte lage spanning wordt door de handsensoren gemeten en door de computer een waarde gegeven.

  • Pak de contactvlakken altijd met beide handen vast.
  • Vermijd rukachtig vastpakken.
  • Houd de handen stil en vermijd contracties en wrijven op de con- tactvlakken. Met oorclip De polsslagsensor werkt met infrarood licht en meet de wijzigingen in de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw hartslag opgewekt wordt. Wrijf 10 keer krachtig over uw oorlelletje om de doorbloeding te bevor- deren, voordat u de oorclip aan uw oorlelletje bevestigt. Vermijd stoorimpulsen
  • Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorlelletje en zoek het beste punt om de hartslag te meten (hartsymbool knippert zonder onderbreking).
  • Train niet rechtstreeks onder sterk licht bijv. neonlicht, halogeenlicht, spotjes, zonlicht.
  • Sluit schudden en wakkelen van de oorsensor inclusief kabel volkomen uit. Bevestig de kabel met de klemmetjes aan uw kleding of nog beter aan een hoofdband. Met borstgordel Raadpleeg hiervoor de bij de borstgordel meegeleverde handleiding. Storingen bij de polsslagweergave Controleer de batterijenspanning van de computer en de borstgordel. Computerstoringen Noteer de kilometerstand. Bij merkwaardig gedrag van de computer de batterijen verwijderen, de batterijenspanning controleren en de batterijen weer terug plaatsen. De opgeslagen totaal aantal kilometers gaan bij een batterijenwisseling verloren.

10. Trainingshandleiding

Voor uw veiligheid ■ Raadpleeg voor u begint met trainen uw huisarts of training met dit ap- paraat voor u geschikt is. Zijn diagnose dient als basis voor de opbouw van uw trainingsprogramma. Foutieve of te intensieve training kan uw ge- zondheid negatief beïnvloeden. Dit apparaat is speciaal voor recreatie sporters ontwikkeld. Het is uitermate geschikt voor cardio-training. De training dient methodiek volgens de basisregels van een duurtraining op- gebouwd te worden. Daardoor vinden vooral veranderingen en aanpas- singen aan het hart en het bloedsomloopsysteem plaats, zoals het dalen van de polsslag in rust en de belastingpolsslag. Daardoor heeft het hart meer tijd om de hartkamers te vullen en voor de doorbloeding van de hartspieren (door de kransslagaders). Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolume die ingeademd kan worden toe (vitale capaciteit). Verdere positieve veranderingen vinden in de stofwisse- ling plaats. Om deze positieve veranderingen te bereiken, dient men de trai- ning volgens bepaalde richtlijnen te plannen. Trainingsintensiteit De intensiteit wordt bij het trainen met dit apparaat enerzijds via de trap- frequentie en anderzijds via de trapweerstand geregeld. De trapweerstand bepaalt de trainende persoon met de remkrachtverstelling aan het stuur. Let er voortdurend op dat u de intensiteit niet de hoog instelt om overbela- sting te vermijden. Foutieve of te intense training kan uw gezondheid ne- gatief beïnvloeden. Controleer daarom tijdens de training aan de hand van uw polsslag of u de trainingsintensiteit correct bepaald heeft. Voor een geschikte polsslag geldt de vuistregel: 180 min leeftijd Daaruit volgt, dat bijv. een persoon van 50 jaar zijn duurtraining met een hartslag van 130 dient uit te voeren. Trainingsadviezen op basis van deze berekening worden door talrijke er- kende sportartsen als correct beschouwd. Dien ten gevolge dient u de trap- frequentie en de trapweerstand voor de training zo te bepalen, dat u uw optimale polsslag volgens bovengenoemde vuistregel bereikt. NL20 Deze adviezen gelden echter uitsluitend voor gezonde personen en gelden niet voor personen met aandoeningen aan het hart en de bloedsomloop! Belastingomvang Een beginner verhoogt geleidelijk de belastingomvang van zijn training. De eerste trainingseenheden dienen relatief kort en met intervallen opgebouwd te zijn. Als trainingseffectief wordt in de sportgeneeskunde de volgende bela- stingfactoren geacht: Train als beginner géén trainingseenheden van 30-60 minuten. Een beginnertraining kan in de eerste 4 weken als volgt opgebouwd zijn: Voor het vastleggen van uw persoonlijke trainingswaardes kunt u de hier- naast afgebeelde tabel gebruiken. Voor en na elke trainingseenheid dient ca. 5 minuten gymnastiek uitgevo- erd te worden voor het opwarmen en afkoelen van de spieren. Tussen twee trainingseenheden dient een trainingsvrije dag te liggen, als u later 3 x per week 20-30 minuten wilt gaan trainen. Verder zijn er géén bezwaren tegen een dagelijkse training. Bewegingsafloop (crosstraining) De bewegingsafloop bij crosstraining is door de elliptische rotatie van de treeplanken en de lagering van de greepstangen reeds voorgegeven. Toch dient u nog op enkele punten te letten: ■ Controleer voor de training op een correcte opbouw en stevige stand van het apparaat. ■ Bij het opstappen dient één treeplank zich in de onderste positie te be- vinden en de andere in de bovenste positie. Pak met beide handen de greepstangen vast en stap eerst op de onderste treeplank. Bij het af- stappen eerst de voet van de bovenste treeplank afhalen. ■ Stel de treeplanken in op een voor u optimale afstand tot de greepstan- gen; let daarbij op voldoende ruimte tussen uw benen en de greepstan- gen. Trainingsintensiteit Opbouw van de training 3 x per week 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 3 x per week 5 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen

week Trainingseenheden Trainingsduur Dagelijks 10 min 2-3 x per week 20-30 min 1-2 x per week 30-60 min ■ Train met geschikte sportschoenen en let erop dat u daarmee stevig op de treeplanken staat. ■ Train niet met losse handen. Houdt u liever vast aan de greepbeugel tus- sen de greepstangen als u alleen uw bovenlichaam wenst te trainen. ■ Let op een gelijkmatige, ronde bewegingsafloop. ■ Varieer tijdens de training tussen voorwaartse en rugwaartse bewegin- gen, zodat u de been- en bilspieren op diverse manieren gebruikt. Bij regelmatige training kunt u uw conditie, uw kracht en daarmee ook uw welbehagen verbeteren. Het succes van uw training wordt door een ge- zondheidsbewuste levenswijze geoptimaliseerd, die door een uitgebalan- ceerde, volwaardige voeding bepaald wordt.