DDLE Basis 13 - Verwarming AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DDLE Basis 13 AEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DDLE Basis 13 AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DDLE Basis 13 - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DDLE Basis 13 van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING DDLE Basis 13 AEG
Elektronisch geregelde doorstromer
Bediening en installmente 45
IpoToUHbI BODoHaRpeBaTeJIb C 3JeKTpOHHbIM ynpaBJIeHNem
3Kcnnyaataun yctaHObka 59
BESONDERE HINWEISE
BEDIENUNG
- Algemene aanwijzingen 46
- Veiligheid 46
3.Toestelbeschrijving. 47 - Installingen 47
- Reiniging, verzorging en onderhoud 47
- Problemen verhelsen 47
INSTALLATIE
- Veiligheid 48
8.Toestelbeschrijving. 48 - Voorbereidingen 48
- Montage 49
- Ingebruikname 53
- Buitendienststellung 54
- Storingen verhelpen 54
- Onderhoud 55
- Technische gegevens 55
BIJZONDERE INFO
Het toestel kan door kinderen vanaf 8aar, alsmede door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijkke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanner er toezicht op hen gehonden worden of wanner ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geinstrueerd zijn en de bevaren die waaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen Niet met het toestel spelen. Kinderen mogen+zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
- Verbrandingsgevaar: De kraan kan warmer worden dan 60^ .
Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net losgekoppeld+kennen worden.
Monteer het toestel zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/montage".
Neem de maximaal toegelaten druk in acht (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
Tap het toestel af zoals beschreiben in het hoofdstuk "Installatie/onderhoud/het toestel aftappen".
BEDIENING
1. Algemene aanwijzingen
De hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en voor de installerateur.
Het hoofdstuk "Installatie" is bestemd voor de installmenteur.

Info
Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door enbewaar deze op een veilige plaat.
Overhandig de handleiding in voorkomende gevallen aan een volgende gebruiker.
1.1 Veiligheidsaanwijzingen
1.1.1 Structuur veiligheidsaanwijzingen

TREFWOORD Soort gevaar
Hier staan möglichke gevolgen, wanneer de veiligheidsaanwijzing worden genedeerd.
Hier staan maatregelen om het gevaar af te wenden.
1.1.2 Symbolen, soort gevaar
| Symbool Soort | gevaar |
| ! | Letsel |
| Elektrische schok | |
| Verbranding (verblanding,verschroeiing) |
1.1.3 Trefwoorden
| TREFWOORD | Betekenis |
| GEVAAR Aanwi | zingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanner deze nicht in acht genomen worden. |
| WAARSCHU-WING | Aanwijzingen die kuren leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanner deze nicht in acht genomen worden. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kuren leiden tot middelmatig zwaar of Licht letsel, wanner deze nicht in acht genomen worden. |
1.2 Andere aandachtspunten in deze documentationie

Info
Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het symbol dat hiernaast staat.
» Lees de aanwijzingstksten grondig door.
| Symbool Betekenis | |
| ! | Materièle schade (toestel-, gevolg-, milieuschade) |
| Het toestel afdanken | |
» Dit symbolism geeft aan dat uiets moet doeon. De vereiste handelingen worden stapsgewijs beschreven.
1.3 Maateenheden

Info
Tenzij anders worden vermeld, worden alle maten in millimeter aangegeven.
2. Veiligkeit
2.1 Voorgeschreve gebruik
Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijk omgeving. Het kan veilig bediend worden door personen die.daarover Niet geinstruereeerd,zijn. Het toestel kan eveneens buiten een huishouden gebruikt worden, bijv. in het Kleinbedrijf, voor zover het opdezelfde wijze gebruikt worden.
Het druktoestel is geschikt voor de opwarming van tapwater of voor de bijverwarming van water dat voorwerwarmd is. Het toestel kan een of verschillende tappunten voorzien.
Elk ander gebruik geldt nicht als gebruik conform de voorschriften. Tot gebruik conform de voorschriften behoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor de gebrukke accessoires.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen

De temperatuur van de kraan kan bij gebruik hoger worden dan 60^
Bij uitlooptemperaturen van meer dan 43^ bestaat gevaar voor brandwonden.

Het is möglichk dat de wamwatertemperatuur afwikt van de ingestelde nominale temperatuur, wanneer de doorstroomverwarmer worden gebruikt met water dat bijv. door een zonne-installatie is voorverwarmd.

WAARSCHUWING letsel
Het toestel kan door kinderen vanaf 8aar, alsmede door personen met verminderde fysieke, zintuiglijkke of geestelijkke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt of wanner ze met betrekking tot het verilige gebruik van het toestel geinstrueerd zich en de gezaren die waaruit ontstaan, begrenpen hebben. Kinderen mogen Niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
Indien kinderen of Personen met beperkte lichamelijkke, zituiglijke of geestelijkke vermogens het toestel gebruiken, adviseren we een permanente temperatuurbegrenzing. U kunt de begrenzing door de installmenter lately instellen.

Materielle schade
Het toestel en de kraan dienen door de gebruiker gegen vorst beschermd te worden.
2.3 CE-logo
Het CE-logoegeft aan dat het toestel voldoet aan allefundamentele vereisten:
Laagspanningsrichtlijn
- Richtlijn voor de elektromagnetische compatibiliteit De maximaal toegelaten netimpedantie staat in het hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/ gegevenstabel".
2.4 Keurmerk
Zie hetypeplaatje op het toestel.
Landspecifieke vergunningen en certificateen Duitsland
Op basis van de lokale verordingen heeft het toestel een algemeen bouwkundig testcertificaat ontvangen om de geschiktheid op het vlak van het geluidsniveau aan te tonen.

3. Toestelbeschrijving
De elektronische geregelde doorstromer met automatische vermogensaanpassing houdt de uitlooptemperatuur tot aan de vermogensdrempel constant. Daarna worden de temperatuur via de aftapkraan ingesteld.
Verwarmingssysteme
Het blankdraadelement heeft een drukvaste kunststofmantel. Het verwarmingssysteme is geschikt voor kalkarm en kalkhoudend water. Het verwarmingssysteme is in grote mate bestand gegen verkalking. Het verwarmingssysteme zorgt voor een snelle en efficiente warmwatervoorzieening.

Info
Het toestel is uitgerust met een luchtherkenning die beschadiging van het verwarmingssysteme verregaand voorkomt. Als erijdens de werkig luckht in het toestel komt, schakelt het toestel het verwarmingssysteme gedurende een minuutuit zodat het verwarmingssysteme worden beschermd.
4. Installingen
Het is möglich de warmwateruiitlooptemperatuur traploos in te stellen.
| Handwasser (ca. 35 °C) |
| Douce (ca. 40 °C) |
| Badkuip (ca. 45 °C) |
| Keukenaanrecht (ca. 55 °C) |
Draai de instelknop op de gewenste temperatuur.
Temperatuurbegrenzing
De installmenter kan een temperatuurbegrenzing op 43^ instellen op het toestel. Bij een geactiveerde temperatuurbegrenzing kunt u de temperatuurinstelknop volledig verdraaien. De uitlooptemperatuur kan alleen nog worden ingesteldussen 30^ en 43^

Info
Als bij volledig geopende aftapkraan en maximale temperatuurinstelling onvoldoende uitlooptemperatuur wordenverkregen, loopt ermeer water door het toestel dan het verwammingssysteme kan opwarmen. Het toestel heeft de grens van zich vermogen bereikt.
» Verminder de waterhoeveelheid op het aftapventiel.
Instellingsadvies bij werking met eenthermostaatkraan
Stel de temperatuur op het toestel in op de maximale temperatuur.
Na onderbreking van de watertoevoer

Materielle schade
Neem het toestel met de volgende stappen wee in gebruik als de watervoorziening onderbroken is geweest, zodat het blankdraadelement Niet kapot gaat.
» Schakel het toestel spanningsvrij door de zekeringen uit te schakelen.
» Open de kraan gedurende een minuut tot het toestel en de voorgeschakelde koudwatertoevoerleiding vrij় van lucht.
Schakel de netspanning opniew in.
5. Reiniging, verzorging en onderhoud
» Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. Een vochtige doek volstaat om het toestel te onderhoven en te reinigen.
» Controller periodiek de kranen. Verwijder kalk op de kraanuitlopen met in de handel verkrijgbare ontkalkingsmiddelen.
6. Problemen verhelpen
| Problem Oorzaak Oplossing | ||
| Het toestel schakelt Niet in hoewel de warmwaterkaan volledig open staat. | Het toestel heeft geen spanning. | Controleer de zeke- ringen van de huisin-stallatie. |
| Het doorstroomvo- lume is te laag. De straalregelaar in de kraan of de douche-kop is verkalkt of vuil. | Reinig en/of ontkalk de straalregelaar of de douchekop. | |
| Gewenste tempera-tuur > 45 °C wordt nicht bereikt. | De watervoorzieening is onderbroken. | Ontlucht het toestel en de koudwatertoevoer-leiding (zie hoofdstuk "Installatie/instellin-gen"). |
| De koudwatertoe- voertemperatuur is > 45 °C. | Verlaag de koudwater- toevoertemperatuur. | |
Waarschuw de installmenter als u de oorzaak zich nicht kurz verhopen. Hij kan u sneller en beter helpen, als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-00000):

D0000041614
INSTALLATIE
7. Veiligkeit
Installatie, ingebruikname, evenals onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
7.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Wij waarborgen de goede werkig en de bedrijfszekerheid uitsluitend bij gebruik van originele onderdelen en verwangingsonderdelen voor het toestel.

Materielle schade
Houd rekening met de maximale aanvoertemperatuur. Bij hogere temperaturen kan het toestel beschadigd raken. Door een centrale thermostaatkaan in te bouwen kut u de maximale aanvoertemperatuur begrenzen.
72 Voorschriften, normen en bepalingen

Info
Neem alle nationale en regionale voorschriften en bepalingen in acht.
De beschemingsgraad IP 25 (straalwaterbeveiligd) is alleen gewaarborgd met vakkundig gemonteerde kabeldoorvoer.
De specifieke elektrische weltstand van het water mag Niet lager zich dan de waarde die aangegeven is op het typeplaatje. Bij een waterkoppelnet要去 rekening worden gehonden met de laagste elektrische weltstand van het water (zie het hoofdstuk "Installatie/technische gevevens/gegevenstabel"). De specifieke elektrische weltstand of het elektrisch geleidend vermogen van het water kunt u opvragen bij uw watermaatschappij.
8. Toestelbeschrijving
8.1 Inhoud van het pakket
Bij het toestel worden het volgende geleverd:
Wandbevestiging
- Schroefbauten, schroeven en pluggen voor wandbevestiging
Montagesjabloon
2 nippels (koud water met afsluitkraan)
Vlakke affdichtingen
Kabeltulle (elektrische toevoerkabel boven/onder)
- Schroeven/pluggen voorchterwandbevestigbing bij opbouw-wateraansluiting
Extra doorstroomvolumebegrenzer op de koudwaterbuis (alleen DDLE Basis Basis 18/21/24)
8.2 Toebehoren
Kraan
ADEo 70 WD 1-greepskraan met omschakeling badkuip/ douche
Aansluitset fornuis
Aansluitset voor de elektrische aansluiting van DDLE Basis 11 en DDLE Basis 13
Montagetoebehoren
Buiskit voor montage onder het aftappunt UT 104, aansluitingen: Opbouw, G 3/8 bovenaan. Wateraansluitingen met 12mm klemschroefkoppeling.
Universeel montageframe
Montageframe met elektrische aansluitingen.
Buiskit voor toestellen onder het aftappunt
De buiskit voor montage onder het aftappunt isoodzakelijk wanner u de wateraansluitingen (G 3/8 A) boven het toestel gebruikt.
Buiskit voor verschoven montage
De buiskit met kniestukken is noodzakelijk wanner u het toestel 90mm loodrecht omlaag t.o.v. de wateraansluiting monteert.
Buiskit voor verranging van de gaswaterverwarmer
De buiskit isoodzakelijk wanner u werkt met een installatie met bestaande aansluitingen voor een gas-waterverwarming (koudwateraansluiting links en warmwateraansluiting rechts).
Lastafwerprehais (LR 1-A)
Het lastafwerprélas voor inbouw in de elektrische verdeling maar een Voorangsschakeling van de doorstromer toe wonneer bijvoorbeeld tegelijkkertijd elektrische boilerverwarmingstoestellen gezrukt worden.
ZTA 3/4 - centrale thermostaatkraan
Thermostatkaan voor centrale voormenging, bijvoorbeeld van een doorstromer met een zonne-installatie.
9. Voorbereidingen
9.1 Montageplaats

Materièle schade
Het toestel mag alleen in een vorstvrije ruimte geinstalleerd worden.
» Monteer het toestel verticaal en in de buurt van het tappunt.
het toestel is geschikt voor onder- en bovenbouwmon-tage.
Onderbouw

26 02 02 1345
1 Koudwatertoevoer
2 Warmwateruitloop

Bovenbouw
26 02.02.1344
1 Koudwatertoevoer
2 Warmwateruitloop

Info
» Monteer het toestel aan de muur. De muur要去 voldoende draagvermogen hebben.
9.2 Waterinstallatie
Een veiligheidsventiel is nicht vereist.
» Spoel de waterleiding grondig door.
Controller of het debiet (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel", Aan) voor het inschakenen van het toestel bereikt worden. Wort de volumestroom Niet bereikt, dient u de doorstroomvolumebegrenzer te verwijdersen (zie hoofdstuk "Installatie/montage", Doorstroomvolumebegrenzer verwijdersen).
» Verhoog de waterleidingdruk, wanner het benodigde debiet bij een volledig geopende aftapkraan Niet gehaal dwordt.
Kranen
Gebruik geschichte drukkranen. Open kranen zichn nicht toegestaan.

Info
De afsluitklep in de koudwatertoevoer mag Niet gebruikt worden om het debiet te smoren. Deze kraan sluit het toestel af.
Toegestaan materialaal waterleidingen
Koudwatertoevoerleiding: thermisch gegalvaniseerde stalen buis, roestvrijsta- len buis, koperbuis of kunststoffbuis
Warmwateruitloopleiding: roestvrijstalen buis, koperbuis of kunststofbuis

Materièle schade
Wanneer kunststoffbuizen gebruikt worden, dient u rekening te honden met de maximale aanvoertemperatuur en de maximaal toegelaten druk (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
Flexible wateraansluitleidingen
Voorkom bij de installmentie met flexibele wateraansluitleidingen door middel van bajonetkoppelingen dat de kniestukken verdraien.
Bevestig de awhile wand onderaan met twee extra schroeven.
10. Montage
10.1 Standaardmontage
Elektrische installmenta bovenaan, inbouwinstallatie
Wateraansluiting inbouwinstallatie
DDLE Basis 18/21/24: Aansluitvermogen 21 kW vooraf ingesteld
Zie voor verdere montagemogelijkheden hoofdstuk "Installatie/montage/montagealternatieven":
Elektro-aansluiting onderbouw onder
Elektro-aansluiting opbouw
Aansluiting van een lastafwerprelais
Onderbouwmontage wateraansluitingen boven
Waterinstallatie opbouw
Werking met voorverwarmd water
- Temperatuurbegrenzing

Toestel openen
» Ontgrendel de kliksluiting om het toestel te openen.

» Scheid de weiterwand door de beiden vergrendelhaken in te drukken en het onderstuk van de achefterwand maar voren eraf te trekken.
» Teken de boorgaten af met de montagesjabloon. Wanner het toestel gemonteerd worden met opgebouwde wateraansluitingen, dient u ook de bevestigingsgaten in het onderste gedeelte van de sjabloon af te tekenen.
Boor de gaten en bevestig de wandbevestiging met 2 schroeven en 2 pluggen (schroeven en pluggen meegeleverd).
» Monteer de meegeleverde schroefbauten.
» Monteer de wandbevestiging.

Kabeltulle monteren
26_02_02_0950
» Monteer de kabeltulle. Vergroot bij een aansluitkabel met een diameter >6mm^2 het gat in de kabeltulle.
Wateraansluiting tot stand brengen

Materièle schade
Voer alle werkzaamheden voor wateraansluiting en installmenteuit conform de voorschriften.

Dicht af en schroef de nippel erin.

Materièle schade
De afsluitklep in de koudwatertoevoer mag nicht gebruikt worden om het debiet te smoren.
Achterwand voorbereiden

Materielle schade
Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de awhile bredekt, verrang dan de awhile.

D0000041893
»Breek het breukpunt voor de kabeltulle uit dechterwand. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.

Toestel monteren
D0000041894
Steen de hinterwand over de schroefbauten en de kabeltulle. Trek de kabeltulle met behulp van een tang aan de vergrendelhaken in de hinterwand tot beiden vergrendelhaken hoorbaar vastklikken.
» Verwijder de transportstoppen van de wateraansluitingen.
» Druk dechterwand stevig aan. Vergrendel de bevestigingsknevel door 90^ maar rechts te draaien.

D0000041925
» Schroef de buizen voor wateraansluiting met de vlakke afdichtingen op de nippel.

Materielle schade
Voor de werkking van het toestel moet de zeef ingebouwd�<|im_start|>
» Controller bij het verzangen van het toestel de zeef aanwezig is (zie hoofdstuk "Installatie/ onderhoud").
Doorstroomvolumebegrenzer verwijderen/ verrangen

Info
Is uw systeme uitgerust met eenthermostaatkraan, dan mag de doorstroomvolumebegrenzer Niet worden verwijderd.

26_02_02_0771
1 Kunststof vormring
2 Doorstroomvolumebegrenzer
Verwijder de doorstroomvolumebegrenzer. Hermonteer de kunststof vormring.
DDLE Basis 18/21/24: Doorstroomvolumebegrenzer ver-vangen
» Hebt u gekozen voor een aansluitvermogen van 24 kW, dan dient u de ingebouwde doorstroomvolumebegrenzer (witte uitvoering) te verrangen door de meegeleverde doorstroomvolumebegrenzer (oranje uitvoering, aan de koudwaterbuis bevestigd).
Elektriciteit aansluiten

WAARSCHUWING elektrische schok
Voer alle werkzaamheden voor elektriciteitsaansluitingen en installmenteuit conform de voorschriften.

WAARSCHUWING elektrische schok
De aansluiting op het stroomnet is alleen toegestaan als vaste aansluiting in combinatie met de uitneembare kabeltulle. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net losgekoppeld konnen worden.

WAARSCHUWING elektrische schok
Zorg ervoor dat het toestel is aangesloten op de aardleiding.

Materièle schade
Neem de gegevens op het typeplaatje in acht. De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.
Sluit de aansluitkabel aan op de netaansluitklem (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/ elektriciteitsschema").
DDLE Basis 18/21/24: Codeerstekker verplaatsen
Het toestel is bij levering ingesteld voor 21 kW. Als u een ander vermogen wenst, moet u de volgende stappenuitvoeren:

D0000047341
» Verplaats de codeerstekker overeenkomstig het gekozen aansluitvermögen (selecteerbaar aansluitvermögen en zekering van het toestel, die hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
» Markeer het geselecteerde aansluitvermogen op het typeplaatje. Doe dat met een balpen.
Onderstuk vanchterwand monteren

2602021348
» Zet het onderstuk van dechterwand vast in dechterwand. Klik het onderstuk van dechterwand vast in dechterwand.
» Lijn het gemonteerde toestel uit door de bevestigingsknevel los te make, de elektrische aansluiting en dechterwand uit te lijnen en de bevestigingsknevel waar vast te draaien. Als dechterwand van het toestel Niet goed gegen de wand komt, kutu het toestel onderaan met twee extra schroeven bevestigen (zie hoofdstuk "Installatie/montagealternatieven/ waterinstallatie opbouw").
10.2 Montagealternatieven
10.2.1 Elektro-aansluiting onderbouw onder
Materièle schade ! Als u onopzettelijk een verkeerd gat UIT de hinterwand breekt, verrang dan de hinterwand.
»Breek het breukpunt voor de kabeltulle uit dechterwand. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
» Verplaats de netaansluitklem in het toestel van boven maar onder.
Stek de weiterland over de schroefbauten en de kabeltulle. Trek de kabeltulle met behulp van een tang aan de vergrendelhaken in de weiterland tot beiden vergrendelhaken hoortaar vastklikken.
» Druk dechterwand stevig aan. Vergrendel de bevestigingsknevel door 90^ maar rechts te draaien.
10.2.2 Elektro-aansluiting opbouw

Info
Bij dit aansluitingtype wijzigt de beschemingsgraad van het toestel.
Wijzig het typeplaatje. Streep de vermelding IP 25 door en kruis hetvakje IP 24 aan.Doe dat met een balpen.

Materielle schade
Als u per ongeluk een verkeerd gat doorbreekt in dechterwand, dient u een neue hinterwand te gebruiken.
» Snijd of breek de benodigde doorvoer in de achterwand er schoon uit (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/afmetingen en aansluitingen"). Schaat indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
Leid de aansluitkabel door de kabeltulle en sluit de kabel aan op de netaansluitklem.
10.2.3 Aansluiting van een lastafwerplais
Plaats een lastafwerpretais in combinatie met andere elektrische toestellen in de elektrotechnische installment, bv. elektrische boilerverwarmingstoestellen. De lastafwerping vindt plaats bij de werking van de doorstromer.
Materiele schade
Sluit de fase die het lastafwerpretais schakelt, aan op de gerekte klem van de netaansluitklem in het toestel (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/elektriciteitsschema").
10.2.4 Onderbouwmontage wateraansluitingen - boven
Onderbouwmontage met wateraansluitingen aan de bo-venkant kan worden uitgevoerd door middel van een bijkomende buiskit voor onderbouw. Doorvoeropeningen in dechterwand voor de waterleidingen moet u schoon uittbreken enervolgens de buiskit monteren.
10.2.5 Waterinstallatie opbouw

Bij dit aansluitingtype wijzigt de beschermingsgraad van het toestel.
Wijzig het typeplaatje. Streep de vermelding IP 25 door en kruis hetvakje IP 24 aan.Doe dat met een balpen.

20 20 20 20
» Monteer de waterstoppen met dichtingen om de onderbouwaansluiting af te sluiten.
» Monteer een geschikte drukkraan.

2006 2007 2008
» Klik het onderstuk van dechterwand vast in het bovenstuk van dechterwand.
» Schroef de aansluitbuizen op het toestel vast.
» Bevestig de awhile onderaan met twee extra schroeven.
Materielle schade
Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de awhile bredekt, verrang dan de awhile.
Breek de doorvoeren in de bovenkap er netjesuit. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
Schuif het onderstuk van dechterwand onder de aansluitbuizen van de kraan. Klik het onderstuk van dechterwand vast in dechterwand.
Schroef de aansluitbuizen op het toestel vast.
10.2.6 Werking met voorverwarmd water
Door een centrale thermostaatkraan in te bouwen, kunt u de maximale aanvoertemperatuur begrenzen.
10.2.7 Temperatuurbegrenzing

VOORZICHTIG verbranding Bij werking met voorverwarmd water werkt de ingestelde temperatuurbegrenzing of de verbrandingsbeveiliging möglichk Niet.
» Begrens dan de temperatuur op een voorgeschakelde, centrale thermostaatkraan.
U kunt de temperatuurbegrenzing aan de binnenNZijde van de bovenkap op 43^ instellen.

D0000046203
Stek de stekker op de kabel van de sensor voor de gesvaagde waarde op de temperatuurbegrenzing 43^
Na het activeren van de temperatuurbegrenzing is het temperatuurbereik beperktussen 30 en 43^
Open de aflsuitklep in de nippel of in de koudwatertoevoerleiding.
11. Ingebruikname

WAARSCHUWING elektrische schok
De ingebruikname mag alleen uitgevoerd worden door een installment der rekening houdt met alle veiligheidsvoorschriften.
11.1 Eerste ingebruikname




2602020769
» Open en sluit meerere keren alle aangesloten aftappunten totdat het leidingwerk en het toestel luchtvrijহn.
» Voer een dichtheidscontrole UIT.
» Activeer de veiligheidsdrukbegrenzer door de resetknop stevig in te drukken (het toestel worden met uittgeschakelde veiligheidsdrukbegrenzer geleverd).
Steek de stekker van de temperatuurinstellerkabel op de elektronica.
» Monteer de bovenkap. De bovenkap要去oorbaar vastklikken. Controller de goede plaatsing van de bovenkap.
» Schakel de netspanning in.
» Voer een temperatuurijing uit. Daarvoort draait u de temperatuurinstelknop maar de rechter- en linkeraanslag.
» Controller het functioneren van het toestel.
Overdracht van het toestel
» Leg aan de gebruiker uit hoe het toestel werkt. Instrueer hem over het gebruik van het toestel.
» Wijs de gebruiker op möglichk gevaar, met name het gevaar van brandwonden.
» Overhandig deze handleiding.
11.2 Opniew in gebruik nemen
Ontlucht het toestel en de koudwatertoevoerleiding (zie hoofdstuk "Installatie/instellenen").
» Zie hoofdstuk "Installatie/montage/ingebruikname/eerste ingebruikname".
» Koppel het toestel op alle polen los van het elektriciteitsnet.
» Tap het toestel af (zie het hoofdstuk "Installatie/ onderhoud").
13. Storingen verhelpen

WAARSCHUWING elektrische schok Om het toestel te kuren controlen, moet er spanning op het toestel staan.
Indicatiemogelikheden diagnoselampje (led)
| ● | rood brandt bij storing |
| ● | geel brandt bij verwarmingsfunctie |
| ○ | groen knippert: toestel met netaansluiting |

D0000041794
1 Diagnoselampje
| Storing/weergave diagnose-led Oorzaak Oplossing | ||
| Het debiet is te gering. De zeef in het toestel is vuil. Reinig de zeef. | ||
| De gewraagde temperatuur worden nicht bereikt. | Er ontbreekt een fase. | Controler de zekering van de huisinstallatie. |
| De verwarming worden nicht geactiveerd. | Er worden lucht in het water aangetroffen. Het ver-warmingsvermogen schakelt kortstondig UIT. | Na één minuut worden het toestel waar geactiveerd. |
| Geen warm water en geen lampindi-catie. | De zekering is geactiveerd. | Controler de zekering van de huisinstallatie. |
| De veiligheidsdrukbegrenzer is uitgeschakeld. | Verhelp de oorzaak van de fout (bijvoorbeeld een defecte drukspoelkraan). | |
| Beschem het verwarmingsystemeegen over-verhitting door een voorbij het toestel geschakelde aflapkraan gedurende eén minuut open te zetten. Daarvoor worden de druk van het verwarmingssysteme afgevoerd en worden het verwarmingsysteme afgekoeld. | ||
| Activeer de veiligheidsdrukbegrenzer bij stromingsdruk door op de resetknop te drukken (zie hoofdstuk "Installatie/ingebruikname/eerste ingebruikname"). | ||
| De elektronica is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. | |
| Lampindicatie: groen knippert of brandt constant geen warm water bij debiet > 3 l/min. | De elektronica is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. |
| De doorstroomhoeveelheidsmeting DFE is Niet aangesloten. | Sluit de stekker van de doorstroomhoeveelheidsmeting waar aan. | |
| De stekker van de doorstroomhoeveelheidsmeting is defect. | Controler de doorstroomhoeveelheidsmeting en verrang indien nodig. | |
| Lampindicatie: geei brandt constant, groen knippert geen warm water bij debiet > 3 l/min. | De veiligheidtemperatuurbegrenzer heeft gewerkt of is onderbroken. | Controler de veiligheidtemperatuurbegrenzer en verrang deze zo nodig. |
| Het verwarmingsysteme is defect. | Meet de wonderstand van het verwarmingsysteme en verrang zo nodig de wonderstand. | |
| De elektronica is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. | |
| Lampindicatie: geei brandt constant, groen knippert | De uitloopsensor is eraf getrokken. Er is een breuk in de leiding opgetreden. | Sluit de uitloopsensor aan en verrang indien nodig. |
| Lampindicatie: rood brandt constant, groen knippert | De koudwatersensor is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. |
| Er is geen warm water gewenste temperatuur > 45 °C wordt Niet bereikt. | De koudwatertoevoertemperatuur is hoger dan 45 °C. | Verlaag de koudwatertoevoertemperatuur maar het toestel. |
| Lampindicatie: rood brandt constant, groen knippert | De uitloopsensor is defect (kortsluiting). | Controler de uitloopsensor en verrang indien nodig. |
14. Onderhoud

WAARSCHUWING elektrische schok
Scheid alle polen van het toestel van het elektricitieitsnet voor aanvang van alle werkzaamheden.
Het toestel aftappen
U kunt het toestel voor onderhoudswerkzaamheden of ter bescherming gegen vorst aftappen.

WAARSCHUWING Verbranding
Wanneer het toestel wordt afgetapt, kan er heet water uit het toestel lopen.
Sluit de aflsuitkraan in de nippel of in de koudwatertoevoerleiding.
» Open alle aftappunten.
Maak de wateraansluitingen van het toestel los.
Een gedemonteerd toestel moet vorstvrij bewaard worden, want er kan restwater in het toestel zitten dat bevriezen kan en daardoor schadeverozaken kan.

Zeef reinigen
Reinig bij verruiling de zeef in de koudwaterschroefaansluiting. Sluit de afsluitklep in de koudwatertoevoerleiding voordat u de zeef demonteert, reinigt en opnieuw monteert.

15.1 Afmetingen en aansluitingen
| b02 Doorvoer elektriciteitskabels I | ||
| c01 Koudwatertoevoer | Buitendraad | G 1/2 A |
| c06 Warmwateruitloop | Buitendraad | G 1/2 A |

Alternatieve aansluitmögelikheden
| b02 Doorvoer elektriceteitskabels I |
| b03 Doorvoer elektriceteitskabels II |
| b04 Doorvoer elektriceteitskabels III |
15.2 Elektriciteitsschema

3/PE 380 - 415V
1 Verwarming
2 Veiligeidstemperatuurbegrenzer
3 Veiligheidsdrukbegrenzer

Lastafwerprelais LR 1-A
1 Stuurkabel voor het relais van het 2e toestel (bv. elektrische boilerverwarming).
2 Stuurcontact gaat open als de doorstromer inschakelt.
15.3 Warmwatervermogen
De warmwatercapaciteit is afhankelijk van de aanwezigene netspanning, het aansluitvermogen van het toestel en de koudwatertoevoertematuar. De nominale spanning en het nominale vermogen kut u aflezen op het typeplaatje (zie hoofdstuk "Bediening/probleemoplossing").
| Aansluitvermo-gen in kW | 38 °C warmwatervermögen in l/min. | |||
| Nominale span-ning | Koudwater- toevoertemperatuur | |||
| 400 V | 5 °C 10 °C 15 | 5 °C 20 °C | ||
| 11,0 | 4,8 | 5,6 | 6,8 | 8,7 |
| 13,5 | 5,8 | 6,9 | 8,4 | 10,7 |
| 18,0 | 7,8 | 9,2 | 11,2 | 14,3 |
| 21,0 | 9,1 | 16,7 | ||
| 24,0 | 10,4 | 12,2 | 14,9 | 19,0 |
| 27,0 | 11,7 | 13,8 | 16,8 | 21,4 |
| Aansluitvermo-gen in kW | 50 °C warmwatervermögen in l/min. | |||
| Nominale span-ning | Koudwater-loevoertemperatuur | |||
| 400 V | 5 °C 10 °C 15 °C 20 °C | |||
| 11,0 | 3,5 3,9 4,5 5,2 | |||
| 13,5 | 4,3 4,8 5,5 6,4 | |||
| 18,0 | 5,7 | 6,4 | 7,3 | 8,6 |
| 21,0 | 6,7 | 7,5 | 8,6 | 10,0 |
| 24,0 | 7,6 | 8,6 | 9,8 | 11,4 |
| 27,0 | 8,6 | 9,6 | 11,0 | 12,9 |
15.4 Toepassingsgebieden / omrekeningstabel
Voor de specifieke elektrische verbessand en de specifieke elektrische geleidbaarheid (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
| Genormeerde waarde bij 15 °C | 20 °C | 25 °C | ||||||
| Weerstand ρ | Geleidbaar-hield ω | Weer-stand ρ | Geleidbaar-hield ω | Weer-stand ρ | Geleidbaar-hield ω | |||
| Ωcm | mS/m | μS/cm | Ωcm | mS/m | μS/cm | Ωcm | mS/m | μS/cm |
| 900 | 111 | 1111 | 800 | 125 | 1250 | 735 | 136 | 1361 |
| 1000 | 100 | 1000 | 890 | 112 | 1124 | 815 | 123 | 1227 |
| 1100 | 91 | 909 | 970 | 103 | 1031 | 895 | 112 | 1117 |
| 1200 | 83 | 833 | 1070 | 93 | 935 | 985 | 102 | 1015 |
| 1300 | 77 | 769 | 1175 | 85 | 851 | 1072 | 93 | 933 |
15.7 Gegevens over het energieverbruik
De productgegevens voldoen aan de EU-verordingen betreffende de richtlij voor milieuvriendelijkke vormgeving van energiegerelateerde producten (ErP).
15.5 Drukverliezen
Kranen
| Drukverlies van de kranen bij debiet 10 l/min | ||
| Eengreeps mengkraan, ca. | MPa | 0,04 - 0,08 |
| Thermostaatkraan, ca. | MPa | 0,03 - 0,05 |
| Handdouche, ca. | MPa | 0,03 - 0,15 |
Dimensionering van het buisnet
Voor de berekening van de dimensionering van de leidingen worden voor het toestel een drukverlies van 0,1 MPa aanbevolen.
15.6 Storingen
In geval van storing kuren in de installmentiekortstondig belastingen van maximaal 95^ bij een druk van 1,2 MPa optreden.
| DDLE Basis 11 | DDLE Basis 13 | DDLE Basis 18 | DDLE Basis 18/21/24 | DDLE Basis 27 | ||
| 229296 | 229297 | 222388 | 222390 | 222391 | ||
| Fabrikant | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | |
| Belastingsprofil | XS | XS | S | S | S | |
| Energierendementsklasse | A | A | A | A | A | |
| Jaarliks stroomverbruik | kWh | 473 | 473 | 477 | 477 | 481 |
| Energetisch rendement | % | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 |
| Door de fabriek ingestelde temperatuur-waarde | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Geluidsniveau | dB(A) | 15 | 15 | |||
| Bijzondere info voor rendementsmeting | Geen | Geen | Geen | Gegevens bij Pmax. | Geen |
15.8 Gegevenstabel
| DDLE Basis | 11 | DDLE Basis 13 | DDLE Basis 18 | DDLE Basis 18/21/24 | DDLE Basis 27 | |||||||||
| 229296 229297 222388 | 222390 | 222391 | ||||||||||||
| Elektrische geveens | ||||||||||||||
| Nominate spanning | V | 380 | 400 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 |
| Nominate stroom | kW | 10,1 | 11 | 12,2 | 13,5 | 14,5 | 16,2 | 18 | 19,4 | 16,2/19/21,7 | 18/21/24 | 19,4/22,6/25,8 | 24,4 | 27 |
| Nominate stroom | A | 15,4 | 16 | 18,5 | 19,5 | 20,2 | 24,7 | 26 | 27 | 27,6/29,5/35 | 29/31/35 | 30,1/32,2/36,3 | 37,1 | 39 |
| Zekering | A | 16 | 16 | 20 | 20 | 20 | 25 | 25 | 32 | 32/32/35 | 32/32/35 | 32/32/40 | 40 | 40 |
| Fasen | 3/PE | 3/PE | 3/PE | 3/PE | 3/PE | |||||||||
| Frequentie | Hz | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 |
| Speifielenergiestand ρ15≥ (bij θkoud ≤ 25 °C) | Ω cm | 900 | 900 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 |
| Speifielegeleiding σ15≤ (bij θkoud ≤25 °C) | μS/cm | 1111 | 1111 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 |
| Speifielenergiestand ρ15≥ (bij θkoud ≤45 °C) | Ω cm | 1200 | 1200 | 1200 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 |
| Speifielegeleiding σ15≤ (bij θkoud ≤45 °C) | μS/cm | 830 | 830 | 830 | 830 | 770 | 1200 | 833 | 770 | 1200 | 833 | 770 | 1200 | 833 |
| Max. netimpedantie bij 50 Hz | Ω | 0,379 | 0,360 | 0,347 | 0,284 | 0,270 | 0,260 | 0,254 | 0,241 | |||||
| Aansluitingen | ||||||||||||||
| Wateraansluiting | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | |||||||||
| Werkingsgebied | ||||||||||||||
| Max. toegelaten druk | MPa | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||||
| Max. toeovertemperatuur voor bijverwarming | °C | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | ||||||||
| Waarden | ||||||||||||||
| Max. toegelaten toeovertemperatuur | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | ||||||||
| Aan | l/min | >3 | >3 | >3 | >3 | >3 | ||||||||
| Debiet voor drukverlies | l/min | 3,1 | 3,9 | 5,2 | 5,2/6,0/6,9 | 7,7 | ||||||||
| Drukkeries bij diabet | MPa | 0,07 (0,02zonder DMB) | 0,11 (0,03 zonder DMB) | 0,08 (0,06 zonder DMB) | 0,08/0,10/0,13 (0,06/0,08/0,10 zonder DMB) | 0,16(0,12zonder DMB) | ||||||||
| Volumestroombegrenzing bij | l/min | 4,0 | 4,0 | 8,0 | 8,0 / 8,0 / 9,0 | 9,0 | ||||||||
| Warmwateraanbieding | l/min | 5,6 | 6,9 | 9,2 | 9,2/10,7/12,3 | 12,7 | ||||||||
| Δθ bij aanbieding | K | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | ||||||||
| Hydraulische geveens | ||||||||||||||
| Nominate inhoud | I | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | ||||||||
| Uitvoeringen | ||||||||||||||
| Aansluiivermogen selec-terbaar | - | - | - | X | - | |||||||||
| Temperaturunstelling | °C | ca. 30-60 | ca. 30-60 | ca.30-60 | ca.30-60 | ca.30-60 | ||||||||
| Isolatieblok | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | |||||||||
| Verwarmingsystem warmtegenerator | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | |||||||||
| Kap enchyterwand | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | |||||||||
| Kleur | wit | wit | wit | wit | wit | |||||||||
| Beschermingsgraad (IP) | IP25 | IP25 | IP25 | IP25 | IP25 | |||||||||
| Afmetingen | ||||||||||||||
| Hoopte | mm | 485 | 485 | 485 | 485 | 485 | ||||||||
| Breedte | mm | 226 | 226 | 226 | 226 | 226 | ||||||||
| Diepte | mm | 93 | 93 | 93 | 93 | 93 | ||||||||
| Gewichten | ||||||||||||||
| Gewicht | kg | 3,6 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | ||||||||
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zich gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen Niet. Bovendien kan in landen waar een van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie worden alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigien garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situatuies worden er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die once producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventuele door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
Milieu en recycling
Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de nationale voorschriften.
CNEIINAJIbHbIeYKA3AHNIA
3KCIUYATAUIA
- 06uNe yka3aHn.. 60
- TexHnka 6e3oNaChocTn.. 60
- OnncanHe yctpoNCTBa 61
- HacrpoKn 61
- 甲ctka,yxoadntexhueckoe06cnykBaHne...
- YcTpaHHe HEnCnPaBHOCTeI 62
YCTAHOBKA
- TexHnka 6e3oNaChocTn.. 63
- OnncanHe yctpoiCTBa 63
- IodroToBteIbHbIe MeponpIaTnI 63
- MoHTax 64
- BbOaB Eeknnyatauio 68
- BbIOuN3 3Kcnnyataun 69
- YctpaHHeH HeucnpaBHOtei 70
- Texnueckoe 6cJyKuBaHne.. 71
- TexHwueckne xapaKTePnCTnKn 71
TAPAHTR
3AUHTA OKPYXIAOUECNPEbI NYTUNIN3AUIN
CNEUJIbHbIe YKA3AHnIa
DeTAMCTAPWE 8 JET, a TAKKHe IINuam C orpaHnueHHbIMN fN3NUeCKMn, CEHCOPHBIMN UymCTBeHHbIMN cNOCO6HOCTaMn, He IMMeUoIIM OnbTa n He BJaTeIOUIm INHΦOpMauznei O npu6ope, pa3peSeHo NcNoB3OBaTb np6Op TONbKO NOd pncmOTpOM dpynx LnN nnnoCNE COOTBeTCTByIOUeRO IHCTpyKTaxKa O npabUNax 6e3OnacHO rONb3OBaHNr N NOTEHuaJIbHOI ONaCHOtB Cnyae HecO6JIIODeHNr Etnx npaBn. He DOnyckaTB wanoCTeJc Tnp6Opom. DeTN MOrTy BblONHrTb uCTKy np6opAn Te BnDbI TexHnueCKoro 06CNYKBAHNr, KOTOpbie ObtuHO npOn3BOJrTCr NlB3OBaTeJeM, TONbKO NOd pncmOTpOM B3PocNbIX.
-
Onachoctb obBapuBaHn: apMaTypa MoKeT HArpeBaTbCra Do TemNepaTypb CbbIe 60°C.
Pnp6opdoJKeHOTKIOUaTbC8OTcETnCpa3MbIKaHNEMBCEX KOHTaKTOBHeMeHee3MMHaBCEXNOIocax.
3akpenntb np6op, kak onucaHO B rnaBe «UctaHOBka/MoHTaxK
Y6eINtbcra, YTO daBJeHne COOTbETCTByeT MaKcMmaIbHO dOnyCTUmOMy (cm. rnaBy «YctaHOBA / TexHnueckne xapaKTepncTnKn / Ta6nua napaMeTpOB»). -
Ppi OnopoxKHeHn np6opa cneoBaTb yka3aHnM rnaBbl «YcTaHOBka / TexHnueckoe 06cnyKNaHnE / OnopoxKHeHn ep6opa>.
3KcπIyATAUЯ
1.Оьиуka3aHnIa
Tnabbl «CneuaNbHbIe yka3aHnra» n «Kcnnyatau» npedha- 3NaueHbI dna nonb3OBaTeN I cneuaannCTa.
Tnaba《YCTaHOBka》npedHa3HaueHa dna CneuaNaIcTa.

Yka3aHne
IpejHauanom 3Kcnnyatauun cnedyet BnMaTeNbHO npouHTaTb daHHoe pyKOBOCTBO IN COXPaHNTb erO.
Pn Heo6xOAnMoCTn nepeaTb HactoJee pyKOBoCTBO cNeyUeMy NOnb3ObaTeIIO.
1.1 Yka3aHmno TexHnke 6e3oNaCHOCTM
1.1.1 Ctpyktypa yka3aHn no texhne 6e3oNaCHOCTn

SimpelGids