Scarabeo 250 i.e. (2010) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Scarabeo 250 i.e. (2010) APRILIA in PDF-formaat.

📄 505 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice APRILIA Scarabeo 250 i.e. (2010) - page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Ελληνικά EL Suomi FI Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : Scarabeo 250 i.e. (2010)

Categorie : Scooter

Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Scarabeo 250 i.e. (2010) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Scarabeo 250 i.e. (2010) van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING Scarabeo 250 i.e. (2010) APRILIA

Plaats van de hoofdcomponenten (01_02) LEGENDE:

2. Dop van het expansievat van de koel-

3. Vloeistoftank van de achterrem

6. Linker voetensteun van de passagier

7. Centrale standaard

8. Dop peil / bijvulling van de motorolie

11. Centraal inspectiedeksel

14. Vloeistoftank van de voorrem

15. Schakelaar voor de opening van het

19. Secundaire zekeringenhouders

20. Hoofdzakelijke zekeringenhouders

2. Hendel van de gecombineerde rem

(voorrem en achterrem)

3. Linker achteruitkijkspiegeltje

4. Instrumenten en indicators

5. Hendel van de voorrem

6. Rechter achteruitkijkspiegeltje

9. Ontstekingsschakelaar / stuurslot ( ON

1. Rode controlelamp van de druk van de

2. Blauwe controlelamp van het groot

4. Indicator van de temperatuur van de

7. Indicator van het brandstofpeil

11. Controlelamp van het antidiefstalsys-

12. Rode controlelamp voor de hoge tem-

peratuur van de koelvloeistof

CONTACT AN aprilia Official Dealer. Controlelamp van de richtingaanwij- zer «3» Deze knippert wanneer het signaal in functie is Controlelamp van het groot licht «2» Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING). Controlelamp van de druk van de mo- torolie «1» Deze licht elke keer op wanneer men de onstekingsschakelaar in «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van de LED. De controlelamp moet uitgaan wan- neer de motor wordt gestart. LET OP

ONCE AND CONTACT AN aprilia Offi- cial Dealer. Controlelamp van de elektronische benzineinjectie (EFI) «10» Deze licht elke keer op voor ongeveer drie seconden wanneer men de ontste- kingsschakelaar in «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het in- jectiesysteem. De controlelamp moet uit- gaan wanneer de motor wordt gestart. LET OP

WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer. Antitheft warning light (immobilizer) "11" Only for vehicles fitted with this wiring. When the scooter is off, it flashes as a deterrent against thieves. Controlelamp van het antidiefstalsys- teem (immobilizer) «11» Enkel voor voertuigen met predispositie. Met de motor uit, knippert dit als afschrik- kingsmiddel tegen diefstal.

1 Vehicle / 1 VoertuingConfirms that the antitheft system is on. Fuel gauge "7" Shows the approximate fuel level in the tank. When the needle reaches the red area, there are about 2 litres of fuel left. If this occurs, refill the tank as soon as possible. Low fuel warning light "9" Turns on when there is a 2-litre fuel re- serve in the tank. Digital clock "6" View time and date in this display. Speedometer "5" Shows riding speed Digital total odometer "6" Shows the total number of kilometres covered, partial kilometres (TRIP). Coolant temperature gauge "4" Shows the approximate temperature of the coolant in the engine. When the nee- dle starts to move away from the "MIN" mark, the temperature is adequate to ride the scooter. The normal operational tem- perature is when the needle is at central area of the scale. If the needle enters the red area or the warning light turns on, stop the engine and check the coolant level. Het bevestigt dat het antidiefstalsysteem actief is. Indicator van het brandstofpeil «7» Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan. Wanneer de wijzer de rode zone bereikt, blijft er ongeveer 2 liter brandstof over in de tank. In dit geval moet men zo vlug mogelijk tanken. Controlelamp van de brandstofreser- ve «9» Deze licht op wanneer er in de brandstof- tank ongeveer 2 liter brandstof overblijft. Digitale klok «6» Op het display kunnen het uur en de da- tum worden gevisualiseerd. Snelheidsmeter «5» Duidt de rijsnelheid aan Digitale totalisatorkilometerteller «6» Duidt het totaal aantal afgelegde kilome- ters en de partiële kilometers aan (TRIP). Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «4» Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wan- neer de wijzer zich naar het «MIN» peil verplaatst, is de temperatuur onvoldoen- de om met het voertuig te kunnen rijden. Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de wer-

AGED. kingstemperatuur normaal. Wanneer de wijzer de rode zone bereikt of de contro- lelamp licht op, legt men de motor stil en de controleert men het peil van de koel- vloeistof. LET OP

LONG TIME, THE ENGINE CAN BE SE- RIOUSLY DAMAGED. Controlelamp van de hoge tempera- tuur van de koelvloeistof «12» Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvloeistof de rode zone bereikt. Leg onmiddellijk de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof. LET OP

MAINTENANCE TABLE. Digitaal display (01_05, 01_06) Door de ontstekingssleutel «1» in positie «ON» te draaien, worden alle segmenten op het multifunctioneel display geacti- veerd (op deze manier wordt een contro- le uitgevoerd van de werking van de onderdelen) en zal de laatste ingestelde functie na het stilleggen van het voertuig worden gevisualiseerd. LET OP

MEERD ONDERHOUD. 01_06 Several functions can be selected and viewed on the display using the MODE button "2". The segments of the multifunction LCD display are the following: - digital clock "3", - odometer indicator "4", - unit of measure in km "5", - unit of measure indicator in miles "6", - trip odometer indicator "7", - scheduled maintenance service indica- tor "8", - fuel gauge "9". De verschillende functies worden gese- lecteerd, en worden vervolgens gevisua- liseerd op het display door op de MODE knop «2». Volgende segmenten vindt men op het multifunctioneel LCD display: - digitale klok «3», - indicator hodogram «4», - meeteenheid in km «5», - indicator meeteenheid uitgedrukt in mijl «6», - indicator van het hodogram partieel «7», - indicator van het bereiken van het ge- programmeerd onderhoud «8», - indicator van het brandstofpeil «9».

1 Vehicle / 1 Voertuing01_07 Setting the total and trip odometers (01_07, 01_08) DIGITAL ODOMETER These are the segments of the digital od- ometer functions on the LCD display: Icon to display trip odometer, six digits «4», icon showing unit of measure in km «5», icon showing unit of measure in miles «6». Pressing the MODE button «2» displays in sequence the modes: - Trip odometer - TRIP - Battery voltage Istellen van de kilometerteller en dagteller (01_07, 01_08) DIGITAAL HODOGRAM Volgende segmenten vindt men in de functie van het hodogram op het LCD display: Icoon voor de visualisering van het ho- dogram partieel, zescijferige visualise- ring «4», icoon van de indicator van de meeteenheid uitgedrukt in Km «5», icoon van de indicator van de meeteenheid uit- gedrukt in mijlen «6». Door opeenvolgens op de drukknop MO- DE «2» te drukken, gaat men over naar de volgende modaliteiten: - Hodogram partieel - TRIP - Accuspanning 01_08

GRAM PARTIEEL - Druk op de toets MODE «2» tot de func- tie van het hodogram partieel wordt be- reikt. - Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden.

Druk op de toets MODE «2» tot de functie TRIP wordt bereikt.

Druk voor langer dan drie se- conden op de toets MODE «2» om de regeling van de klok te activeren.

De eerste regeling die moet uit- gevoerd worden, is de regeling van de uren. Druk herhaaldelijk op de toets MODE «2» om het gewenste uur in te stellen.

Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de rege- ling van de minuten.

Voor de regeling van de minuten drukt men herhaaldelijk op de toets MODE «2» om de gewen- ste minuten in te stellen.

Eens men de klok heeft inge- steld, drukt men op geen enkele toets voor drie seconden, om de functie van de regeling van de klok te verlaten. N.B.

VEHICLE (A SPARE ONE). KEEP THE SPARE KEY IN A DIFFER- ENT PLACE, NOT WITH THE VEHICLE. Sleutelschakelaar (01_10) Ontstekingsschakelaar «1» vindt men op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting. N.B.

1 Vehicle / 1 VoertuingBEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG. 01_10 OFF: The engine and lights cannot be set to work. The ignition key can be extrac- ted. ON: The engine and lights can be set to work. The key cannot be extracted. LOCK: The steering is locked. The en- gine and lights cannot be set to work. The ignition key can be extracted. OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is moge- lijk om de sleutel te verwijderen. ON: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mo- gelijk om de sleutel te verwijderen. LOCK: Het stuur is geblokkeerd. De mo- tor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen. Locking the steering wheel To lock the steering:

"LOCK" WHILE RIDING. Inschakeling van het stuurslot Om de stuurinrichting te blokkeren:

Draai het stuur volledig naar links.

Met de ontstekingssleutel draait men de ontstekingsschakelaar in positie «LOCK». LET OP

Schakelaar richtingaanwijzers (01_11) Verplaats schakelaar «2» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; Verplaats schakelaar «2» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Plaats de schakelaar centraal om de richtingaanwijzer te deactiveren. Met het voertuig in beweging, grijpt het auto- matisch terugkeersysteem in, dat de rich- tingaanwijzer deactiveert na 40 secon- den of na 500 m. N.B.

Drukknop claxon (01_12) Door op drukknop «1» te drukken, acti- veert men de akoestische melder. N.B.

FLASHING. Koplampschakelaar (01_13) Wanneer de omleider van de lichten «3» zich in positie «B» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; wanneer hij zich in positie «A» bevindt, wordt het dimlicht geactiveerd. Door op de omleider van de lichten te drukken in positie «C», activeert men het knipperen van het groot licht. N.B.

Inschakelknop alarmlichten (01_14) Met drukknop HAZARD «4» is het mo- gelijk om de knipperlichten aan/uit te schakelen. INSCHAKELING Met de ontstekingsschakelaar in «ON». Druk om de vier richtingaanwijzers in te schakelen. Nu is het mogelijk om de ont- stekingsschakelaar in positie «OFF» te draaien, en om de sleutel te verwijderen. UITSCHAKELING Plaats de sleutel in de ontstekingsscha- kelaar, en draai ze in positie «ON», druk opnieuw op de drukknop HAZARD om het systeem te deactiveren. N.B.

Startknop (01_15) Door op drukknop «2» te drukken, doet het startmotortje de motor draaien. N.B.

VEHICLE. Stopschakelaar motor (01_16) Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Met schakelaar «1» ingedrukt in positie «B» RUN, is het mogelijk om de motor te starten; door er op te drukken in positie «A» OFF, wordt de motor stilgelegd. N.B.

Plaats sleutel «1» in het slot van de ruimte van de brandstoftank.

Draai sleutel «1» in tegenwij- zerszin.

Binnenin de documentenruimte is er een stopcontact van 12V «3» en een hendel «4» voor de manuele opening van het zadel voorzien.

Het stopcontact van 12 V kan gebruikt worden voor het voe- den van gebruiksvoorwerpen van maximum 180 W (GSM, in- spectielamp, enz.). LET OP

DOEN ONTLADEN. 01_19 The saddle (01_19) - To unlock the saddle manually: open the glovebox. - Pull the lever to unlock the saddle man- ually. - To lock the saddle, lower and press (without force) to trip the lock. Het zadel (01_19) - Om het zadel automatisch te deblokke- ren: open de documentenruimte. - Trek aan de hendel om het zadel ma- nueel los te koppelen. - Om het zadel te deblokkeren, laat men het zakken en drukt men het dicht (zon- der het te forceren), en laat men het slot klikken.

WARRANTY. Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen. N.B.

HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM-

The cover «2» of the glove-box will open automatically. Penen van de koffer voor (01_22) Dankzij het gebruik van de documenten- ruimte is het niet nodig om lastige voor- werpen bij zich te houden, elke keer het voertuig moet geparkeerd worden.

Plaats de sleutel in het sleutel- blok «1» en druk er op.

Het deurtje «2» van de opberg- ruimte opent automatisch.

TOT EEN Officiële aprilia Dealer, WAN-

Controleer de correcte werking. Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen Controleer de correcte werking van de akoestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bij schade. Injectiepomp Controleer de correcte werking Refuelling CAUTION

tank reserve 3 l Gebruik uitsluitend loodvrije superbenzi- ne, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). Technische kenmerken Capaciteit van de tank (inclusief de re- serve) 13,2 l reserve van de tank 3 l 02_01 Tyre pressure (02_01) TYRES This vehicle is fitted with tyres without in- ner tubes (Tubeless). CAUTION

PERATURE. Bandenspanning (02_01) BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless). LET OP

RAADT MEN AAN OM ZICH TE WEN- DEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer

Technische kenmerken Spanning van de voorband (enkel be- stuurder) 2,2 bar Spanning van de achterband (enkel bestuurder) 2,2 bar

Check that all organs are tight- ened and the joints of the front and rear suspension work prop- erly. Regeling van de schokdempers (02_02, 02_03) Inspectie van de voorste en achterste ophanging Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Op basis van de tabel van het gepro- grammeerd onderhoud voert men boven- dien de volgende controles uit:

Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaal- delijk op het stuur, door de vork te laten zakken.

De loop moet progressief zijn en er mogen geen oliesporen zijn op de stangen.

Controleer de sluiting van alle onderdelen en de functionalitieit van de bewegingsplaatsen van de voorste en achterste ophan- ging.

2 Use / 2 GebruikCAUTION

WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, DIE EEN ZORGVULDI-

SEERD PERSONEEL, MOET EEN Offi- ciële aprilia Dealer GECONTACTEERD WORDEN.

HANGING De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (rem- ming bij compressie/extensie), en is be- vestigd door middel van de silent-block aan de motor. De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelas- ting van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voor- zien voor een bestuurder van ongeveer

2 Use / 2 Gebruikner (supplied with toolkit) on the ring nut «1 » to define the ideal running settings. 70 kg. Voor andere gewichten en behoef- ten, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.

Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelas- ting van de veer van de schok- demper). N.B.

PERS. 02_02 Turn the ring nut in direction A: Increase spring preloading. The vehicle suspen- sion is very hard. To be used on roads with even or ordinary surfaces and when riding with passenger. Turn the ring nut in direction B: Decrease spring preloading. The motorcycle sus- pension is very soft. To be used on un- even roads and when riding without passenger. Rotatie van de moer naar A: de voorbe- lasting van de veer verhoogt. De inrich- ting van het voertuig is harder. Te gebrui- ken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier. Rotatie van de moer naar B: de voorbe- lasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rij- den zonder passagier.

0-500 km (0-312 miles) During the first 500 km (312 miles) do not ride the scooter over 80% of the predetermined maximum speed. Inrijden De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien moge- lijk op wegen met veel bochten en/of hel- lingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode. Men moet zich houden aan de volgende indicaties:

Draai het gashandvat niet hele- maal bij lage regimes tijdens het inrijden, en ook niet erna.

0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een cor- recte stabilisatie van het wrij- vingsmateriaal van de pastilles op de remschijf toe te staan.

0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdt men

TO AVOID INJURIES TO YOURSELF, niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid.

Vermijdt om lang een constante snelheid aan te houden.

Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelij- kaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt. LET OP

Voor het starten van de motor plaatsts men het voertuig op de centrale standaard en contro- leert men of de laterale stan- daard volledig dichtgeklapt is.

Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het «dimlicht» bevindt.

Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «2» op «RUN».

Draai de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON». LET OP

Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te ac- tiveren. Wanneer dit niet ge- beurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor start niet.

Druk op startknop «7» zonder gas te geven, en laat deze los wanneer de motor start.

WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer. GEBRUIK HET VOER-

Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek. LET OP

Ga op het voertuig zitten, en hou minstens één voet op de grond om de stabiliteit te garanderen.

Regel de achteruitkijkspiegel- tjes op correcte wijze. LET OP

2 Use / 2 Gebruik02_10

Laat de remhendel los en geef gas, door matig aan het gas- handvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden. LET OP

MEN OP GESCHIKTE WIJZE DE DRUK

TUIG DOEN HELLEN. Difficult start up The fuel supply system can control igni- tion based on the engine condition (hot/ cold) or the ambient temperature and pressure. Moeilijke start De voedingsinstallatie van het voertuig is in staat om het starten te beheren op ba- sis van de staat van de motor (koud/ warm) én in functie van de omgevings- temperatuur en -druk.

Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijkaan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.

Tijdens een tijdelijke pauze, ac- tiveert men minstens een rem.

Stop het voertuig. LET OP

Plaats de schakelaar voor het stoppen van de motor «1» op «B» «OFF». LET OP MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-

Draai aan de sleutel «2», plaats de ontstekingsschakelaar «3» op «OFF».

Plaats het voertuig op de stan- daard.

Blokkeer het stuur door de ont- stekingsschakelaar «3» op «LOCK» te draaien, en door de sleutel «2» te verwijderen. LET OP

de verwijdering en elke daad voor het niet operationeel ma- ken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelin- gen, herstellingen of vervan- ging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd element van een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai vóór verkoop of levering van het voertuig aan de koper of terwijl het wordt gebruikt;

het gebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwij- derd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper,

HAUST SYSTEM. en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellijk een Officiële aprilia Dealer. N.B.

Neem het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.

Druk op de hendel van de stan- daard «6». LATERALE STANDAARD

Neem het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.

Duw op de laterale standaard «7» met de rechter voet, en klap hem volledig uit.

Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt.

Draai het stuur volledig naar links.

2 Use / 2 GebruikCAUTION

FERS TO ONE STAND BUT IS VALID FOR BOTH. Controle van de standaard De rotatie van de standaard «1» mag niet worden belet. Voer de volgende controles uit:

De veren «2» mogen niet be- schadigd, versleten, verroest of verzwakt zijn.

De standaard moet vrij draaien; vet eventueel het kogelgewricht in. LET OP

2 Use / 2 GebruikSuggestions to prevent theft NEVER leave the ignition key in the lock and always use the steering lock. Park the scooter in a safe place such as a garage or a place with guards. Whenever possible, use the aprilia "Body-Guard" armoured cable or an ad- ditional antitheft device. Make sure all vehicle documents are in order and the road tax paid. Write down your personal details and tel- ephone number on this page to help iden- tifying the owner in case of scooter retrieval after a theft. LAST NAME: ................................. NAME: ......................................... ADDRESS: ................................... TELEPHONE No: ............................ IMPORTANT In many cases, stolen ve- hicles can be identified through data in- dicated in the use and maintenance manual. Tips tegen diefstal Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats. Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanis- me. Controleer of de documenten en de ver- keersbelasting in orde zijn. Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal. NAAM: ................................... VOORNAAM: .......................... ADRES: ................................. TELEFOONNUMMER: ................. BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje.

To ride the motorcycle it is necessary to comply with all legal requirements (driv- ing license, minimum driving age, psy- chophysical performance, insurance, taxes and fees, registration, license plate, etc.). You should practise using the motorcycle in traffic-free areas and/or private prop- erty until you have become thoroughly acquainted with the vehicle. Driving under the influence of medica- tion, alcohol and narcotic drugs or psy- chotropic substances dramatically in- creases the risk of accidents. Do not ride your motorcycle if you feel tired or drowsy and always keep safe psychophysical riding conditions. The main cause of motorcycle accidents is users' inexperience. NEVER lend the vehicle to beginners and always make sure that the rider complies with all necessary requirements for a safe riding. Strictly obey all national and local traffic signs and rules. Avoid any abrupt and dangerous swerves for your own as well as others' Het veilig rijden (02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27) FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE- GELS Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voor- ziene vereisten (rijbewijs, minimum leef- tijd, psychofysische geschiktheid, verze- kering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.). Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen. Rijden onder invloed van medicijnen, al- cohol, verdovende of psychotrope mid- delen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen. Men moet er zeker van zijn dat de psy- chofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysi- sche moeheid of slaperigheid. De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuur- der. Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuur- der in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.

ING POSITION. Respecteer nauwkeurig de bewegwijze- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer. Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeu- vres voor zichzelf en voor anderen (voor- beeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zicht- baarheid, enz. Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken. Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen. LET OP

2 Use / 2 Gebruik02_19 02_20 02_21 Never stand on your feet or stretch your- self while riding. The rider should always be attentive, never get distracted or influenced by peo- ple, things or actions (never smoke, eat, drink, read, etc.) while riding. Always use fuel and lubricants specific for the vehicle, of the type recommended in the "LUBRICANTS TABLE". Check fuel, oil and coolant frequently for correct level. In case of an accident or after the vehicle has fallen down or suffered a sudden bump, make sure the control levers, pip- ing, cables, brake circuit and main parts of the vehicle have not been damaged. If necessary, take the vehicle to an Offi- cial aprilia Dealer to check especially the frame, handlebar, suspensions, safety components and any device the user cannot assess without the aid of a spe- cialist. Report any malfunction to the engineers and/or mechanics in order to facilitate their work. Never ride the vehicle if the damage jeop- ardises safety. Do not modify the position, angle or col- our of: license plate, turn indicators, light- ing devices and horn. Any changes to the vehicle will void the warranty. Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tij- dens het rijden. De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloe- den door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt. Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer her- haaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct zijn. Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen ge- stoten, controleert men of de comman- dohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd. Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door voor- al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veilig- heidsonderdelen en mechanismen waar- voor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen. Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mecha- niciens te bevorderen. Rij absoluut niet met het voertuig wan- neer de aangebrachte schade de veilig- heid schaadt.

2 Use / 2 GebruikAny change introduced to the vehicle and the removal of original parts may jeop- ardise the vehicle performance and therefore reduce safety or even render the vehicle inappropriate for legal riding. Comply with all national and local laws and regulations on vehicle equipment. In particular do not introduce technical changes leading to improve performance and under no circumstances alter the original specifications of the vehicle. Never race with vehicles. Never ride off-road. Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de rich- tingaanwijzers, de verlichtingsmechanis- men en de akoestische melders. Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie. Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegaal maken. Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig. Men moet vooral vermijden om techni- sche wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles- zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen. Vermijdt absoluut om wedstrijden te hou- den met de voertuigen. Vermijdt om te crossen.

2 Use / 2 Gebruik02_22 02_23 CLOTHING Before riding off, remember to put on the helmet and fasten it correctly. Make sure it is a homologated model, that it is un- damaged, of the right size and that the visor is clean. Wear appropriate protective clothes, preferably light-coloured and/or in reflec- tive material. In this way you will be easily visible to other drivers, thus reducing the risk of being hit, and you will be better protected in case of falling. Always wear tight-fitting clothes without open cuffs; avoid hanging strings, belts or ties; these or any other objects should not interfere with a safe riding when getting entangled with the riding elements or due to a special movement. Never carry in your pockets objects that can be potentially dangerous in case of fall, like: pointed objects such as keys, pens, glass containers, etc. (the same rule applies to passengers). KLEDING Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is. Draag beschermende kleding, indien mo- gelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zicht- baar voor andere weggebruikers en ver- mindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt. De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet benge- len; vermijdt dat deze of andere voorwer- pen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende on- derdelen of ander delen. Hou geen voorwerpen bij zich, die moge- lijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bij- voorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de passagier).

2 Use / 2 Gebruik02_24 ACCESSORIES User is personally responsible for the in- stallation and use of the accessories. While assembling accessories, make sure that they do not cover the sound or light alarm devices or affect their correct functioning, do not limit the suspension travel or the steering angle, do not ob- struct control actuation or reduce the ground clearance and inclination angle at turns. Do not use accessories that hinder ac- cess to the controls as they may increase the reaction time in case of an emergen- cy. Fairings and large windscreens fitted to the motorcycle may cause aerodynamic forces that affect the scooter stability while riding, mainly at high speeds. Make sure the accessory is firm and se- cured to the scooter and that it does not pose any risks while riding the motorcy- cle. Do not add or modify electrical equipment that exceed the vehicle capacity as this may result in a sudden stop or a danger- ous lack of power required to keep the sound and light alarm devices operative. Derbi advises using original accessories (Derbi genuine accessories). ACCESSOIRES De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires. Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active- ring van de commando´s niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert. Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando´s hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kun- nen verlengen. De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aërodynami- sche krachten veroorzaken die de stabi- liteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden. Controleer of het accessoire goed veran- kerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden. Wijzig of voeg geen elektrische appara- ten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

2 Use / 2 Gebruikwerking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen. Derbi raadt het gebruik aan van originele accessoires (Derbi genuine accesso- ries). 02_25 02_26 LOADING Do not overload your scooter. Keep pack- ages as close as possible to the motor- cycle centre of gravity and distribute load evenly on both sides to minimise imbal- ance. Check also that the load is firm and secured to the scooter, mainly for long trips. Do not hang anything from your vehicle's handlebars, mudguards or forks, such as protruding, bulky, heavy and/or danger- ous objects: this will slow the vehicle per- formance when turning and will upset the handling of your vehicle. Do not carry packages that protrude from vehicle sides as this may hit people or objects and result in loss of control of your vehicle. Never carry packages that are not se- curely fastened to the vehicle. Do not carry packages that protrude from the luggage rack or which cover any of the sound and light alarm devices. Never carry animals or small children on the glove-box or the luggage rack. BELASTING Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer boven- dien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen. Bevestig absoluut geen plaatsinnemen- de, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertra- gen in bochten, en dus de handelbaar- heid ervan schaden. Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken. Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig. Vervoer geen bagage die ver uit de ba- gagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen be- dekt.

2 Use / 2 Gebruik02_27 Never exceed the maximum weight al- lowed for each luggage rack. Overloading the motorcycle may result in lack of stability and poor handling. Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager. Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke baga- gedrager. De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaar- heid.

BLE TO WEAR LATEX GLOVES. KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL- DREN DO NOT DISPOSE OF OIL INTO THE ENVIRONMENT. Peil van de motorolie Controleer het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud. De olie van de motor moet vervangen worden op basis van de tabel van het ge- programmeerd onderhoud. Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer. LET OP

EEN Officiële aprilia Dealer. N.B.

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Leg de motor stil en laat hem af- koelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan. N.B.

Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem.

Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek.

Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring «2».

Verwijder de dop-staaf «1» en lees het peil van de olie op de staaf: MAX = maximum peil; MIN = minimum peil. Het verschil tussen het "MAX" en het "MIN" peil bedraagt ongeveer 200 cc

Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf. 03_01

Indien nodig vult men bij. LET OP

TRIEVABLE DAMAGE. Het bijvullen van motorolie (03_02)

Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit.

Voer de controle van het oliepeil uit, en vul eventueel bij.

Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt.

Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem. LET OP

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Leg de motor stil en laat hem af- koelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan. N.B.

TIONS IN FORCE. Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer

Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder deze.

Draai de patroonfilter van de motorolie los en verwijder hem. LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud03_03

Draai de afvoerdop van de olie «3» los en verwijder hem, en laat de motorolie volledig uit- vloeien.

Installeer een nieuwe oliepa- troonfilter en smeer de O-ring voor de dichting van de filter zelf met olie.

Draai de afvoerdop van de mo- torolie «3» vast en sluit hem.

Voer het bijvullen uit langs de boring voor het bijvullen «2» met ongeveer 1100 cc motorolie.

Draai de oliepeilstaaf «1» vast en sluit ze.

Start het voertuig en laat de mo- tor enkele minuten draaien. Zet hem af en laat hem afkoelen. Voer opnieuw een controle uit van het peil van de motorolie met staaf «1» en vul eventueel bij zonder het MAX peil te over- schrijden. Aanbevolen product: Voor het bijvullen en voor de vervanging, gebruikt men nieuwe olie van het type dat wordt aangeduid in de tabel van de aan- bevolen producten.

ROUNDING AREA. Oliepeil van de naaf (03_04, 03_05) Controleer het oliepeil van de transmissie op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud. LET OP

EEN Officiële aprilia Dealer. 03_04 Transmission oil level check

COOL DOWN. Controle van het oliepeil van de trans- missie

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard. LET OP

Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem.

Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek.

Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring.

Verwijder de dop-staaf «1» op- nieuw en lees het peil van de olie op de staaf: MAX = maximum peil; MIN = minimum peil.

Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf. LET OP

Indien nodig vult men bij.

Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring en wacht on- geveer één minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit.

Voer de controle uit van het olie- peil, en vul eventueel bij.

Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt.

Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «2» vast en sluit men deze. Voor het bijvullen en voor de vervanging, gebruikt men nieuwe olie van het type dat wordt aangeduid in de tabel van de aan- bevolen producten. LET OP

3 Maintenance / 3 OnderhoudChange the transmission oil according to the indications in the scheduled mainte- nance table. Changing the transmission oil involves complex operations; therefore contact an official Aprilia dealer for the oil change. De olie van de transmissie moet vervan- gen worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. De vervanging van de olie van de trans- missie vraagt om ingewikkelde handelin- gen, en daarom moet men zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer. 03_06 Tyres (03_06, 03_07) TYRES This vehicle is fitted with tyres without in- ner tubes (Tubeless). CAUTION

Banden (03_06, 03_07) BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless). LET OP

RAADT MEN AAN OM ZICH TE WEN- DEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer

«2» (VERSIE USA) Vooraan (versie USA) 3 mm Achteraan (versie USA) 3 mm 03_07 After a thorough analysis aprilia has ap- proved only the tyres listed below for this model: Characteristic Front tyre Na uitgediepte tests heeft aprilia voor dit model enkel de banden goedgekeurd die men vindt in de volgende tabel: Technische kenmerken Voorste band 110/70-16" 56S tubeless

Slide off the central inspection cover. For removal and cleaning: Demonteren van de bougie (03_08, 03_09, 03_10, 03_11) Controleer de bougie op basis van de ta- bel van het geprogrammeerd onderhoud. Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig. Om de bougie te bereiken, verwijdert men het inspectiedeksel als volgt:

Verwijder de accubedekking en draai de twee bevestigingsbou- ten «2» los en verwijder ze van het centrale inspectiedeksel.

Breng het zadel omlaag.

Draai de onderste centrale be- vestigingsbout «2» los en ver- wijder ze.

Verwijder het centrale inspectie- deksel. Voor de verwijdering en de reiniging han- delt men als volgt:

Maak het kapje «1» los van de hoogspanningskabel van de bougie.

Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.

Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en rei- nig eventueel met speciale rei- nigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje.

Blaas goed uit met een lucht- straal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terechtkomen. Wanneer de bougie scheuren op de isole- ring, verroeste elektroden of ex-

Controleer de afstand van de elektroden met een diktemeter, en regel de afstand eventueel door de massaelektrode voor- zichtig te buigen.

Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.

Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijge- voegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de ron- del vast te drukken.

Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet loskomt door de vibraties van de motor.

Hermonteer het rechter inspec- tiedeksel. LET OP

Remove the filtering element from the scooter for cleaning. Demonteren van het luchtfilter (03_12, 03_13) Voor de reiniging en de controle van de luchtfilter raadpleegt men de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Wan- neer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelin- gen van de reiniging of de vervanging vlugger worden uitgevoerd.

Voor de reiniging van het filter- end element, moet men het van het voertuig verwijderen.

3 Maintenance / 3 Onderhoud03_13

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Draai de negen bouten «3» los en verwijder ze.

Verwijder het deksel van de fil- terkas «4» compleet met filter- end element «5».

Controleer het filterend element «5», en vervang het eventueel. Air filter cleaning

Reinig het filterend element «5» door gebruik te maken van een luchtstraal onder druk. LET OP

NIET, ANDERS KAN DE OLIE DIE IN DE DOOS VAN DE RIEM KOMT HAAR BESCHADIGEN OF DOEN SLIPPEN. Cooling fluid level (03_14, 03_15) Check the coolant level; according to the indications in the scheduled maintenance table. Coolant liquid solution is 50% water and 50% antifreeze. This mixture is ideal for most operating temperatures and provide a good protection against corrosion. It is advisable to use the same mixture even in hot weather as this minimises loss due to evaporation and the need of frequent top-ups. Thus, mineral salt deposits formed in the radiator by evaporated wa- ter are also minimised and the efficiency of the cooling system is not affected. When the temperature drops below zero degrees centigrade, check the cooling system frequently and add more anti- freeze if needed (up to 60% max.). Use distilled water in the coolant mixture to avoid damaging the engine. Peil van de koelvloeistof (03_14, 03_15) Controleer het peil van de koelvloeistof; op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud. De oplossing van de koelvloeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor het grootste deel van de werkingstemperaturen en garan- deert een goede bescherming tegen cor- rosie. Het is passend om hetzelfde meng- sel ook te behouden voor het warme seizoen, omdat zo lekken door verdam- ping en de nood voor frequente bijvullin- gen worden verminderd. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal- zouten die in de radiator van het ver- dampte water werden gelaten, en veran- dert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere con-

JURIES. centratie antivries toe (tot een maximum van 60%). Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen. LET OP

3 Maintenance / 3 OnderhoudLET OP

VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET

3 Maintenance / 3 Onderhoud03_15

Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.

Verwijder de voorste motorkap.

Los de vuldop «1» (door in te- genwijzerszin te draaien) zon- der hem te verwijderen.

Wacht enkele seconden zodat de eventuele druk kan ontluch- ten.

Draai de dop «1» los en verwij- der hem.

Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» het «MAX» peil bereikt. MIN = minimum peil. MAX = maximum peil.

Wanneer de vloeistof het «MAX» peil niet bereikt, moet men bijvullen. N.B.

  • Vul bij met koelvloeistof, tot het vloei- stofpeil ongeveer het "MAX" peil bereikt.
  • Plaats de vuldop «1» opnieuw.
  • Herplaats de voorste motorkap. LET OP

Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof, ge- bruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een be- scherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. 03_16 Checking the brake oil level (03_16, 03_17) NOTE

CIRCUIT BUT IS VALID FOR BOTH. Controle van het oliepeil van de remmen (03_16, 03_17) N.B.

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE

EEN Officiële aprilia Dealer. LET OP

LEVEL GROUND. CONTROLE Voor de controle van het peil handelt men als volgt:

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Draai het stuur zodat de vloei- stof in de tanks van de remvloei- stof parallel staat met de refe- rentie «MIN» op het kijkglasje «1».

Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» over- schrijdt op het kijkglasje «1». «MIN» = Minimum peil. LET OP

IN THE SYSTEM. Wanneer het peil te laag is :

Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf. Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn:

Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer , die zal zorgen voor het bijvullen. LET OP

Accu (03_18, 03_19, 03_20) Controleer het peil van de elektrolyt en de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onder- houd. LET OP

VERWIJDERING VAN HET ACCUDEK-

Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt

Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.

Verwijder het accudeksel «2»

3 Maintenance / 3 OnderhoudLET OP

Verwijder het accudeksel.

Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.

Controleer of terminals «3» van de kabels en de klemmen «4» van de accu: zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettin- gen); bedekt zijn met neutraal vet of vaseline. Indien nodig:

Maakt men eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.

Borstelt men met een metalen borstel, om elk roestspoor te eli- mineren.

Verbindt men opnieuw de posi- tieve kabel (+) en daarna de ne- gatieve kabel (-).

Bedekt men de terminals en de klemmen met neutraal vet of va- seline.

Verwijder het accudeksel.

Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.

Verwijder de accu «5» uit haar plaats, en plaats ze op een effen oppervlak en in een frisse en droge plaats.

Herplaats het accudeksel. LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET

Verbindt de accu aan een accu- lader.

Men raadt aan om op te laden door gebruik te maken van een

TIME. elektrische stroomsterkte van 1/10 van de capacitieit van de accu zelf.

Na het opladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bij met gedestil- leerd water.

Inwerkingstelling van een nieuwe accu

Verwijder het accudeksel.

Plaats de accu «5» op haar plaats

Verbindt eerst de positieve ka- bel (+) en daarna de negatieve kabel (-).

Bedek de terminals en de klem- men met neutraal vet of vaseli- ne.

Herplaats het accudeksel.

NEN AANTASTEN. Long periods of inactivity If the scooter has been inactive for a long time, starting may be delayed as the fuel supply circuit may be partially empty. Lange stilstand Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.

Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan 15 dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden,

Verwijder de accu en plaats ze op een frisse en droge plaats. Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.

Laadt ze volledig op door ge- bruik te maken van een normale lading. Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klem- men. 03_21 Fuses (03_21, 03_22, 03_23) CAUTION

Officiële aprilia Dealer.

TING. Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Controleer eerst de zekeringen van 10 A en 15 A, en vervolgens de zekeringen van 30 A. Voor de controle:

Verwijder het accudeksel.

Verwijder de zekeringen één voor één, en controleer of de draad «1» onderbroken is.

Vooraleer men de zekering ver- vangt, zoekt men indien moge- lijk de oorzaak van het pro- bleem.

Vervang de zekering indien be- schadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroom- sterkte.

Herplaats het accudeksel. N.B.

(2) Zekering van 15A Van de spanningsregelaar naar: het relais van de schroef, de injectie, de logica van de

3 Maintenance / 3 Onderhoudlogic (seat A on the electrical diagram). (3) 15A Fuse From the ignition switch to: Plug socket (seat B on the electrical diagram). (4) 15A Fuse From the ignition switch to: lights, horn, instrument panel, radio (seat C on the electrical diagram). (5) 10A fuse From main fuse to: ECU, alarm, electric lock, glove compartment light (6) 10A fuse From the voltage regulator to: Continuous power supply, ECU, fan. (7) Free (8) 15A fuse Spare Parts (9) 10A fuse Spare Parts (10) Free stoplichten/start (zit A op het elektrisch schema). (3) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar naar: het stroomstopcontact (zit B op het elektrisch schema). (4) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar naar: de lichten, de claxon, het dashboard, de radio (zit C op het elektrisch schema). (5) Zekering van 10 A Vanaf de hoofdzekering naar: de ECU, het alarm, het elektroslot, het licht van de koffertjes (6) Zekering van 10 A Van de spanningsregelaar naar: het permanent stroomvoorzieningstoestel, de ECU, de schroef. (7) Vrij (8) Zekering van 15 A Reserve (9) Zekering van 10 A Reserve (10) Vrij

3 Maintenance / 3 Onderhoud03_22

(11) Zekering van 30 A Van de accu naar: de voeding van alles, het stroomstopcontact. (12) Zekering van 30A Van de accu naar: het opladen, de accuregelaar, het stroomstopcontact. (13) Zekering van 30 A Reserve (14) Zekering van 30 A Reserve

High-/low-beam bulb 12V - 55W / 12V - 55W Front parking light 12V - 5W Rear/front turn indicator bulb 12V - 10W (rear)/ 12V - 10W (front) Rear tail light /stop light bulb 12V - 5W/21W License plate light bulb 12V - 5W Instrument panel lighting bulb LED Turn indicator warning light LED LAMPEN/CONTROLELAMPEN Lamp van het dimlicht / groot licht 12V - 55W / 12V - 55W Lamp van het voorste positielicht 12V - 5W Lamp van het licht van de voorste/ achterste richtingaanwijzers 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W (vooraan) Lamp van het achterste positielicht/stoplicht 12V - 5W/21W Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W

3 Maintenance / 3 OnderhoudEngine oil pressure warning light LED Low-beam warning light LED High beam warning light LED Low fuel warning light LED Coolant high temperature gauge warning light LED Lamp van de verlichting van het dashboard LED Controlelamp van de richtingaanwijzers LED Controlelamp van de oliedruk van de motor LED Controlelamp van het dimlicht LED Controlelamp van het groot licht LED Controlelamp van de brandstofreserve LED Controlelamp van de indicator van de hoge temperatuur van de koelvloeistof LED 03_24 Front light group (03_24, 03_25, 03_26) In the front headlight there are:

Unscrew and remove the two headlight fixing screws. Voorste optische groep (03_24, 03_25, 03_26) Op het achterlicht vindt men:

Een lampje van het groot licht «1».

Een lampje van het dimlicht «2».

Een lampje van het positielicht «3». Voor de vervanging van de lampjes van het dimlicht/groot licht:

Draai de onderste bout «4» los en verwijder ze.

Verwijder de dopmoer van het achterlicht.

Verwijder de bovenste sluiting van het licht.

Draai de twee bevestigingsbou- ten los van het licht en verwijder ze.

Verwijder het licht uit de onder- ste pinnen.

Maak de connector los en ver- wijder het licht. 03_25

Verwijder de rubberen bescher- ming

Draai de lampenhouder in te- genwijzerszin en verwijder hem uit de paraboolzit.

Verwijder het lampje. Bij de hermontage:

Plaats de lampenhouder in de paraboolzit en draai hem in wij- zerszin.

Verbindt de elektrische connec- tor van het lampje. LET OP

OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR

VAN HET LAMPJE TE VERWIJDEREN,

Verbindt de connector van het licht.

Hermonteer het licht N.B.

HOLDER. Voor de vervanging van de positielamp- jes:

Door te handelen vanaf de on- derkant van de koplamp, neemt men de lampenhouder «1» vast, trekt men eraan, en verwijdert men het uit de zit.

Verwijder het positielampje «2» en vervang het met een ander van hetzelfde type.

3 Maintenance / 3 OnderhoudLET OP

Insert a screwdriver in the front headlight set screw "2". Turn it CLOCKWISE to lower the light beam. Turn it ANTICLOCK- WISE to lift the light beam. Regeling van de koplamp (03_27, 03_28) Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter af- stand van een verticale wand, en contro- leert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte). Voor het regelen van de lichtbundel:

Draai de onderste bout van het licht «1» los en verwijder ze.

Verwijder de verchroomde dop- moer.

Verplaats lichtjes de bovenste sluiting van het licht naar voor, zonder ze te verwijderen.

Plaats een schroevendraaier in de regelbout van de voorste koplamp «2». Wanneer men in WIJZERSZIN draait, verlaagt de

CATOR LENS OR PARABOLE. Voorste richtingaanwijzers (03_29, 03_30, 03_31, 03_32) N.B.

Lift the case slightly as shown by the arrow and detach from the fittings. Voor de vervanging van de lampjes, ver- wijdert men de voorste motorkap als volgt:

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «1».

Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien.

Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «2».

Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien.

Hef de motorkap lichtjes op, zoals aangeduid door de pijl, en

SPONDING CLIPS. verwijder hem van de koppelin- gen. LET OP

Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin.

Draai het lampje «2» in tegen- wijzerszin. Voor de rechter kant:

Draai de twee bovenste bouten «3» los van het expansievat, en verwijder ze.

3 Maintenance / 3 Onderhoud03_32

Draai de onderste bout «4» van het expansievat los, langs de boring in de documentenruimte.

Hef het expansievat op, zodat men het rechterlampje kan be- reiken.

Handel zoals voor het linker lampje.

Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe.

Voor de hermontage handelt men in de omgekeerde zin. LET OP

Draai de twee bouten «3» los en verwijder ze.

Verwijder het achterlicht «4». 03_34

Verwijder de lampenhouder «5» en verwijder het achterlicht.

Draai het lampje «6» in tegen- wijzerszin.

Verwijder het lampje en vervang het. LET OP

Verwijder het achterlicht.

Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin en verwijder hem.

Draai het lampje «2» in tegen- wijzerszin en verwijder het uit de lampenhouder. 03_36 Number plate light (03_36, 03_37) To replace the bulb:

Verwijder de steun van de lamp van het licht van de nummer- plaat «5».

Verwijder de lamp «6» en ver- vang ze met een andere van hetzelfde type.

HOLDER. Voor de vervanging van het lampje:

Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit.

Verwijder en vervang het lampje met een ander van hetzelfde ty- pe. LET OP

Los de bevestigingsbout «1» van het dekglas van het accu- deksel, en verwijder ze.

Verwijder dekglas «2» langs on- der.

Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit.

Verwijder de lamp «4» en ver- vang ze met een andere van hetzelfde type.

DENT. Achteruitkijkspiegels (03_39) Volgende informatie betreft één achter- uitkijkspiegel, maar is geldig voor beide.

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Draai het dekseltje «3» los.

Verwijder het achteruitkijkspie- geltje «4» langs boven.

Recupereer het dekseltje «3» en de distantieerring. N.B.

Schijfrem vooraan en achteraan (03_40, 03_41, 03_42, 03_43) N.B.

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE

EEN Officiële aprilia Dealer. LET OP

IS VALID FOR BOTH. Controle van de slijtage van de pastil- les Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud. De slijtage van de pastilles van de rem- schijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype. N.B.

Carry out a visual inspection of brake disc and pads as follows. Front brake callipers From the front bottom side for both cal- lipers. Voor het uitvoeren van een snelle con- trole van de slijtage van de pastilles:

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pas- tilles, door als volgt te handelen. Voorste remtangen Vooraan en onderaan voor beide tangen.

AND INTEGRITY ARE AT RISK. Achterste remtang Achteraan en onderaan voor beide pas- tilles «1». N.B.

3 Maintenance / 3 Onderhoud03_43

Wanneer de dikte van het wrij- vingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, laat men bei- de pastilles vervangen. Pastilles vooraan «2». Pastilles achteraan «3». LET OP

Stilstand van het voertuig (03_44, 03_45) Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan. Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren. Handel als volgt:

Verwijder de bougie.

Giet in de cilinder een lepeltje (5 -10 cm³) motorolie. N.B. PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOU-

Plaats de ontstekingsschake- laar in «ON» en druk voor enke- le seconden op de startmotor «A» om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.

Verwijder het beschermende doek.

Was en droog het voertuig.

Breng was aan op de gelakte oppervlakken.

Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun.

Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon- nestralen, en waar tempera- tuursverschillen miniem zijn.

Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.

Bedek het voertuig, maar met geen plastic of ondoordringbaar materiaal.

Verwijder de bedekking en rei- nig het voertuig.

Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.

Voer de voorbereidende contro- les uit. LET OP

Avoid parking your vehicle un- der trees; During some sea- sons, resins, fruits or leaves Reinigen van het voertuig Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:

Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)

Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).

Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-ijsproducten op we- gen in de winterperiode).

Let vooral op dat op de carros- serie geen afzettingsresten blij- ven van industriële en vervuilen- de stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vo- gels, enz.

Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak. LET OP

UIT. To remove dirt and mud deposited on the painted surfaces, use a low pressure wa- ter blast to soak all dirty parts carefully. Wipe off mud and dirt with a soft sponge for bodywork soaked in a lot of water and shampoo (2 … 4% parts of shampoo in water). Then rinse abundantly with water and dry with a shammy cloth. To clean the engine outer parts, use degreasing detergent, brushes and cloth Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2 … 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van

de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken LET OP

1. VERWIJDER ALLE VOOR-

RUIMTE; VERWIJDER HET

Plaats het voertuig op de cen- trale standaard en op een vaste en vlakke ondergrond.

Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.

Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig.

Verwijder de dop van de brand- stoftank.

Voor het ledigen van de brand- stof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijk- soortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de benzine in de tank).

Max lengte 2263 mm Max breedte 790 mm Max hoogte (tot de kap) 1419 mm Hoogte tot het zadel 785 mm Asafstand 1535 mm Minimum vrije hoogte vanaf de grond 215 mm Gewicht per versnellingsorde 194 Kg Variator van de transmissie Continu en automatisch Primaire transmissie Met trapeziumvormige riem Secundaire transmissie met raderwerken Totale verhouding motor/wiel kort 1/14,083 lang 1/5,406 Brandstof (inclusief de reserve) 13,2 l Brandstofreserve 3 l Motorolie (Vervanging van de motorolie en de filter van de motorolie) 1100 cm³ Olie van de transmissie ~ 250 cm³ Koelvloeistof (50% water + 50% antivries met ethyleenglycol) 1,7 l

Front suspension Hydraulic action telescopic fork Front suspension travel 100 mm Plaatsen 2 Max belasting van het voertuig (bestuurder + bagage ) 115 kg Max belasting van het voertuig (bestuurder + passagier + bagage) 190 kg Type van frame In stalen buizen met hoge weerstand Hellingshoek van het stuur 27,5" Voorloop 108 mm Voorrem Met schijf - Ø 260 mm - met hydraulische transmissie Gecombineerde achterrem Met dubbele schijf - vooraan Ø 260 mm achteraan Ø 240 mm Velg van het voorwiel 16"x 3,00 lichtmetalen velg Velg van het achterwiel 14"x3,5 lichtmetalen velg Type van band Zonder binnenband (tubeless) Voorste band: 110 /70 -16'' 52P tubeless Achterste band: 140/70-14'' 68P tubeless Spanning van de voorband (enkel bestuurder) 2,1 bar Spanning van de achterband (enkel bestuurder) 2,1 bar Spanning van de voorband (bestuurder + passagier) 2,1 bar

4 Technical data / 4 Technische gegevensRear suspension hydraulic double-acting shock absorber and adjustable preloading Rear suspension travel 80 mm Battery 12V-14Ah Fuses 20- -15- 10 A (Permanent magnet) Generator 14V - 380W Spanning van de achterband (bestuurder + passagier) 2,2 bar Voorste ophanging Telescoopvork met hydraulische werking Verplaatsing van de voorste ophanging 100 mm Achterste ophanging hydraulische schokdemper met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting Verplaatsing van de achterste ophanging 80 mm Accu 12V-14 Ah Zekeringen 20 -15 - 10 A Generator (met permanente magneet) 14V - 380W

Model M 2801 Type van motor Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, as met nokken in de kop. Aantal kleppen 4 Aantal cilinders 1 Complessieve cilinderinhoud 244,29 cm³

4 Technical data / 4 Technische gegevensBULBS/WARNING LIGHTS High-/low-beam bulb 12V - 55W / 12V - 55W Front parking light 12V - 5W Rear/front turn indicator bulb 12V - 10W (rear)/ 12V - 10W (front) Rear tail light /stop light bulb 12V - 5W/21W License plate light bulb 12V - 5W Instrument panel lighting bulb LED Turn indicator warning light LED Engine oil pressure warning light LED Low-beam warning light LED High beam warning light LED Low fuel warning light LED Coolant high temperature gauge warning light LED LAMPEN/CONTROLELAMPEN Lamp van het dimlicht / groot licht 12V - 55W / 12V - 55W Lamp van het voorste positielicht 12V - 5W Lamp van het licht van de voorste/ achterste richtingaanwijzers 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W (vooraan) Lamp van het achterste positielicht/stoplicht 12V - 5W/21W Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W Lamp van de verlichting van het dashboard LED Controlelamp van de richtingaanwijzers LED Controlelamp van de oliedruk van de motor LED Controlelamp van het dimlicht LED Controlelamp van het groot licht LED Controlelamp van de brandstofreserve LED Controlelamp van de indicator van de hoge temperatuur van de koelvloeistof LED

4 Technical data / 4 Technische gegevens04_01 Kit equipment (04_01) The tool kit "6" is attached under the sad- dle. To reach it: Release and lift the saddle. The tools supplied are: - Pouch bag. - Twin screwdriver. - Box spanner 16 mm. - Shock absorber wrench. - Allen key 4 mm. Bijgeleverde gereedschappen (04_01) De gereedschpskit «6» is bevestigd on- der het zadel. Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden: Het zadel deblokkeren en het opheffen. De bijgevoegde gereedschappen zijn: - Gereedschapstas. - Dubbele schroevendraaier. - Buissleutel van 16 mm. - Sleutel voor schokdempers. - Zeshoekige sleutel van 4 mm.

HARMFUL AND EVEN TOXIC. Tabel van het geprogrammeerd onderhoud LET OP BRANDGEVAAR.

SCHOENEN TE GEBRUIKEN. In general terms, routine maintenance operations can be carried out by the own- er; in some cases it is necessary to use specific tools and have some technical knowledge. For servicing or technical advice, consult an Official aprilia Dealer for prompt and accurate service. Ask your Official aprilia Dealer to test the vehicle on the road after a repair but nonetheless, personally carry out the Pre-ride Checks after a maintenance op- eration. Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de ge- bruiker worden uitgevoerd; in enkele ge- vallen kan men specifieke gereedschap- pen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn. Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service ga- randeert. Men raadt aan om aan de Officiële apri- lia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshande- ling.

6 Programmed maintenance / 6 Gepland onderhoudPERIODIC MAINTENANCE CHART Adequate maintenance is fundamental to ensuring long-lasting, optimum operation and performance of your vehicle. For this purpose, aprilia offers a set of checks and maintenance services (at the owner's expense), which are included in the summary table shown on the follow- ing page. Any minor faults should be re- ported without delay to any Official aprilia Dealer without waiting until the next scheduled service to solve it. Carrying out scheduled services on time is essential for your warranty validity. For further information concerning Warranty procedures and Scheduled Mainte- nance, please refer to the Warranty Booklet. Kaart van het periodiek onderhoud Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties. Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmid- dellijk mee te delen aan de Officiële apri- lia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de vol- gende servicebeurt. Een stipte uitvoering van de servicebeur- ten is noodzakelijk voor het correcte ge- bruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepas- singswijzen van de Garantie en de uit- voering van het Geprogrammeerd On- derhoud, raadpleegt men het Garantie- boekje. EVERY 2 YEARS Coolant - Check Brake fluid - change ELKE 2 JAAR Koelvloeistof - Controle Remolie - Vervanging

Product Beschrijving Kenmerken AGIP CITY HI TEC 4T Motorolie SAE 5W/40, API SL, ACEA A3, JASO MA AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak API GL4, GL5 AGIP FORK 7.5W Olie van de vork - AGIP GREASE SM2 Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten NLGI 2 AGIP BRAKE 4 remvloeistof FMVSS DOT4+ AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. AGIP FILTER OIL Olie voor filters in spons -

Geprogrammeerd onderhoud: 152

Helmruimte: 125 Het stilleggen van de motor:

Onderhoud: 71, 151, 152 Optische groep: 116, 123

Richtingaanwijzers: 25, 120,

Schijfrem: 127 Schokdempers: 43 Sleutelschakelaar: 23 Standaard: 60 Start: 56 Stuurslot: 24