Scarabeo 250 i.e. (2010) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Scarabeo 250 i.e. (2010) APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Scarabeo 250 i.e. (2010) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Scarabeo 250 i.e. (2010) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Scarabeo 250 i.e. (2010) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Scarabeo 250 i.e. (2010) APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SCARABEO 250 i.e.

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende Aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende Aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich in alle situaties veilig en beheersd kan bewegen. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX
INDEX
VEHICLE....7
Plaats van de hoofdcomponenten.... 10
Legenda.... 11
Analoog instrumentenpaneel.... 12
Digitaal display.... 19
Istellen van de kilometerteller en dagteller.... 21
Weergave klok/datum.... 22
Sleutelschakelaar.... 23
Inschakeling van het stuurslot.... 24
Schakelaar richtingaanwijzers.... 25
Drukknop claxon.... 25
Koplampschakelaar.... 26
Inschakelknop alarmlichten.... 27
Startknop....28
Stopschakelaar motor.... 28
Benzinetank 29
Stopcontact.... 30
Het zadel.... 30
Identificatie 31
Penen van de koffer voor.... 32
GEBRUIK.... 33
Controles.... 34
Tanken 36
Bandenspanning.... 39
Regeling van de schokdempers.... 43
Inrijden 46
Starten des motors.... 48
Moeilijke start.... 56
Het stilleggen van de motor.... 57
Katalysator.... 59
Standaard.... 60
Het veilig rijden.... 63
ONDERHOUD.... 71
Peil van de motorolie.... 72
Controle van het peil van de motorolie.... 73
Het bijvullen van motorolie.... 76
Vervanging van de motorolie.... 76
Oliepeil van de naaf.... 80
Banden....84
Demonteren van de bougie.... 88
Demonteren van het luchtfilter....91
Reiniging van de luchtfilter.... 92
Peil van de koelvloeistof.... 93
Controle van het oliepeil van de remmen.... 98
Accu....103
Inwerkingstelling van een nieuwe accu.... 108
Lange stilstand.... 109
Zekeringen....110
Lampen....114
Voorste optische groep.... 116
Regeling van de koplamp.... 119
Voorste richtingaanwijzers.... 120
Achterste richtingaanwijzers 124
Licht van de verlichting van de helmruimte.... 125
Achteruitkijkspiegels.... 126
Schijfrem vooraan en achteraan.... 127
Stilstand van het voertuig.... 131
Reinigen van het voertuig.... 133
Vervoer.... 137
Bijgeleverde gereedschappen.... 147
ONDERDELEN EN ACCESSOIRES.... 149
GEPLAND ONDERHOUD.... 151
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.... 152
SPECIALE UITRUSTINGEN.... 161
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 01
Vehicle
Hst. 01
Voertuing

Plaats van de hoofdcomponenten (01\_02)
LEGENDE:
- Expansievat
- Dop van het expansievat van de koel-vloeistof
- Vloeistoftank van de achterrem
- Luchtfilter
- Transmissiedeksel
- Linker voetensteun van de passagier
- Centrale standaard
- Dop peil / bijvulling van de motorolie
- Laterale standaard
- Bougie
- Centraal inspectiedeksel
- Akoestische melder
- Handgreep van de passagier
- Vloeistoftank van de voorrem
- Schakelaar voor de opening van het zadel
- Dop van de brandstoftank
- Brandstoftank
- Accu
- Secundaire zekeringenhouders
-
Hoofdzakelijke zekeringenhouders
-
Left passenger footrest 21. Rechter voetensteun van de passagier
Dashboard (01\_03)
KEY:
- Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
- Hendel van de gecombineerde rem (voorrem en achterrem)
- Linker achteruitkijkspiegeltje
- Instrumenten en indicators
- Hendel van de voorrem
- Rechter achteruitkijkspiegeltje
- Gashandvat
- Elektrische commando's op de rechter kant van het stuur
- Ontstekingsschakelaar / stuurslot (ON-OFF - LOCK - OPENING VAN DE OP-BERGRUIMTE - OPENING VAN DE BRANDSTOFTANK)

Analoog instrumentenpaneel (01\_04)
LEGENDE:
- Rode controlelamp van de druk van de motorolie
-
Blauwe controlelamp van het groot licht
-
Speedometer
- LCD multifunction display
- Fuel gauge
- MODE button
- Yellow amber low fuel warning light
- EFI warning light
- Anti-theft warning light (IMMOBILIZER)
-
Red coolant high temperature warning light
-
Groene controlelamp van de richting-aanwijzers
- Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof
- Snelheidsmeter
- Multifunctioneel LCD display
- Indicator van het brandstofpeil
- Drukknop MODE
- Ambergele controlelamp van de brandstofreserve
- Controlelamp EFI
- Controlelamp van het antidiefstalsysteem (IMMOBILIZER)
- Rode controlelamp voor de hoge temperatuur van de koelvloeistof

Controlelamp van de richtingaanwijzer «3»
Deze knippert wanneer het signaal in functie is
Controlelamp van het groot licht «2»
Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING).
Controlelamp van de druk van de motorolie «1»
Deze licht elke keer op wanneer men de onstekingsschakelaar in «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van de LED. De controlelamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart.
LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP OP-LICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ON-VOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIK DE MOTOR
STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
Controlelamp van de elektronische benzineinjectie (EFI) «10»
Deze licht elke keer op voor ongeveer drie seconden wanneer men de ontstekingsschakelaar in «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het injectiesysteem. De controlelamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart.
LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP OP-LICHT TIJDENS DE NORMALE WERK-ING VAN DE MOTOR, DUIDT DIT OP EEN PROBLEEM VAN HET ELEKTRO-NISCH INJECTIESYSTEEM VAN DE BENZINE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
Antitheft warning light (immobilizer) "11"
Controlelamp van het antidiefstalsysteem (immobilizer) «11»
Enkel voor voertuigen met predispositie. Met de motor uit, knippert dit als afschrik- kingsmiddel tegen diefstal.
Het bevestigt dat het antidiefstalsysteem actief is.
Indicator van het brandstofpeil «7»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Wanneer de wijzer de rode zone bereikt, blijft er ongeveer 2 liter brandstof over in de tank. In dit geval moet men zo vlug mogelijk tanken.
Controlelamp van de brandstofreserve «9»
Deze licht op wanneer er in de brandstof-tank ongeveer 2 liter brandstof overblijft.
Digitale klok «6»
Op het display kunnen het uur en de datum worden gevisualiseerd.
Snelheidsmeter «5»
Duidt de rijsnelheid aan
Digitale totalisatorkilometerteller «6»
Duidt het totaal aantal afgelegde kilometers en de partiele kilometers aan (TRIP).
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «4»
Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wanneer de wijzer zich naar het «MIN» peil verplaatst, is de temperatuur onvoldoende om met het voertuig te kunnen rijden.
Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de wer-
CAUTION

IF THE TEMPERATURE EXCEEDS THE MAXIMUM ALLOWED «MAX» RED AREA OF THE SCALE), THE ENGINE CAN BE SERIOUSLY DAMAGED.
kingstemperatuur normaal. Wanneer de wijzer de rode zone bereikt of de controlelamp licht op, legt men de motor stil en de controleert men het peil van de koelvloeistof.
LET OP

WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA- NE TEMPERATUUR WORDT OVER- SCHREDEN (DE RODE ZONE «MAX» VAN DE SCHAAL), KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Coolant high temperature warning light «12»
Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof «12»
Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvloeistof de rode zone bereikt. Leg onmiddellijk de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof.
LET OP

WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA- NE TEMPERATUUR VOOR EEN LAN- GE PERIODE WORDT OVERSCHRE- DEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Multifunction LCD display "6"
Op het display kunnen de digitale klok, het hodogram, de meeteenheid, het partiële hodogram, het bereik van het geprogrammeerd onderhoud, het brandstofpeil weergegeven worden.

Door de ontstekingssleutel «1» in positie «ON» te draaien, worden alle segmenten op het multifunctioneel display geactiveerd (op deze manier wordt een controle uitgevoerd van de werking van de onderdelen) en zal de laatste ingestelde functie na het stilleggen van het voertuig worden gevisualiseerd.
LET OP
DE SERVICE-ICOON OP HET LCD DISPLAY LICHT OP NA DE EERSTE AFGELEGDE 1000 KM, EN VERVOLGENS ELKE 10000 KM. DE SERVICE-ICOON BEGINT TE KNIPPEREN NA DE ONTSTEKINGSCHECK VOOR ONGEVEER 5 SECONDEN, WANNEER ER 300 KM ONTBREKEN TOT DE KILO-METERSTAND VAN DE SERVICE-BEURT. EENS DE KILOMETERSTAND WORDT BEREIKT, BLIJFT DE ICOON VAST OPLICHTEN TOT DE SERVICE-BEURT WORDT UITGEVOERD. IN DIT GEVAL WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER, VOOR
HET UITVOEREN VAN DE HANDELINGEN DIE WORDEN VOORZIEN IN DE TABEL VAN HET GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD.

text_image
18888.8 Km miles Trip 88:88 r 4 3 5 6 7 8 9 01_06De verschillende functies worden geselecteerd, en worden vervolgens gevisualiseerd op het display door op de MODE knop «2».
Volgende segmenten vindt men op het multifunctioneel LCD display:
- digitale klok «3»,
- indicator hodogram «4»,
- meeteenheid in km «5»,
- indicator meeteenheid uitgedrukt in mijl «6»,
- indicator van het hodogram partieel «7»,
- indicator van het bereiken van het ge-programmeerd onderhoud «8»,
- indicator van het brandstofpeil «9».

text_image
18888.8 Km miles Trip 4 5 6 7 01_07Volgende segmenten vindt men in de functie van het hodogram op het LCD display:
Icoon voor de visualisering van het hodogram partieel, zescijferige visualisering «4», icoon van de indicator van de meeteenheid uitgedrukt in Km «5», icoon van de indicator van de meeteenheid uitgedrukt in milen «6».
Door opeenvolgens op de drukknop MODE «2» te drukken, gaat men over naar de volgende modaliteiten:
- Hodogram partieel
- TRIP
- Accuspanning

- Druk op de toets MODE «2» tot de functie van het hodogram partieel wordt bereikt.
- Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden.
N.B.
OP DEZE MANIER WORDT ENKEL DE GEVISUALISEERDE FUNCTIE OP NUL GESTELD.
Clock/date display (01\_09)
Weergave klok/datum (01\_09)
CAUTION
THE CLOCK WILL ONLY BE DISPLAYED ONLY WHEN THE VEHICLE HAS BEEN STARTED.
LET OP
DE KLOK WORDT ENKEL GEVISUALISEERD WANNEER HET VOERTUIG AANSTAAT.

text_image
2 01_09Clock adjustment:
Regeling van de klok:
• Druk op de toets MODE «2» tot de functie TRIP wordt bereikt.
- Druk voor langer dan drie seconden op de toets MODE «2» om de regeling van de klok te activeren.
- De eerste regeling die moet uitgevoerd worden, is de regeling van de uren. Druk herhaaldelijk op de toets MODE «2» om het gewenste uur in te stellen.
- Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de regeling van de minuten.
- Voor de regeling van de minuten drukt men herhaaldelijk op de toets MODE «2» om de gewenste minuten in te stellen.
- Eens men de klok heeft ingesteld, drukt men op geen enkele toets voor drie seconden, om de functie van de regeling van de klok te verlaten.
N.B.
DE REGELING VAN DE KLOK KAN ENKEL WORDEN UITGEVOERD WANNEER DE MOTOR STILLIGT OF WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, EN DUS MET DE TOEREN VAN DE MOTOR OF DE SNELHEID GELIJK AAN NUL.
Key switch (01\_10)
Sleutelschakelaar (01\_10)
Ontstekingsschakelaar «1» vindt men op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL ACTIVEERT DE SCHAKELAAR VAN DE ONTSTEKING / STUURSLOT, HET SLOT VAN HET ZADEL EN HET DEURTJE VAN DE OP-BERGRUIMTE.
N.B.
BIJ HET VOERTUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GELEVERD (ÉÉN RESERVESLEUTEL).

text_image
1 OFF ON LOCK 01_10BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
ON: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.
LOCK: Het stuur is geblokkeerd. De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
Inschakeling van het stuurslot
Om de stuurinrichting te blokkeren:
- Draai het stuur volledig naar links.
- Met de ontstekingssleutel draait men de ontstekingsschakelaar in positie «LOCK».
LET OP

DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI-TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.

text_image
② 01_11Switch direction indicators (01\_11)
Schakelaar richtingaanwijzers (01\_11)
Verplaats schakelaar «2» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; Verplaats schakelaar «2» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Plaats de schakelaar centraal om de richtingaanwijzer te deactiveren. Met het voertuig in beweging, grijpt het automatisch terugkeersysteem in, dat de richtingaanwijzer deactiveert na 40 seconden of na 500 m.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Door op drukknop «1» te drukken, activeert men de akoestische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

text_image
③ B A C 01_13Light switch (01\_13)
Wanneer de omleider van de lichten «3» zich in positie «B» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; wanneer hij zich in positie «A» bevindt, wordt het dimlicht geactiveerd.
Door op de omleider van de lichten te drukken in positie «C», activeert men het knipperen van het groot licht.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
N.B.
Met drukknop HAZARD «4» is het mogelijk om de knipperlichten aan/uit te schakelen.
INSCHAKELING
Met de ontstekingsschakelaar in «ON».
Druk om de vier richtingaanwijzers in te schakelen. Nu is het mogelijk om de ontstekingsschakelaar in positie «OFF» te draaien, en om de sleutel te verwijderen.
UITSCHAKELING
Plaats de sleutel in de ontstekingsschakelaar, en draai ze in positie «ON», druk opnieuw op de drukknop HAZARD om het systeem te deactiveren.
N.B.
HET IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE KNIPPERLICHTEN KAN ENKEL UITGEVOERD WORDEN MET DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON».

Door op drukknop «2» te drukken, doet het startmotortje de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

text_image
A B ① 01_16Engine stop button (01\_16)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Met schakelaar «1» ingedrukt in positie «B» RUN, is het mogelijk om de motor te starten; door er op te drukken in positie «A» OFF, wordt de motor stilgelegd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
LET OP

RAAK DE STOPSCHAKELAAR VAN DE MOTOR NIET AAN TIJDENS HET RIJDEN.
CAUTION

WITH THE ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED. WITH THE ENGINE OFF AND AFTER IT STOPS TURN THE IGNITION SWITCH TO «OFF».
LET OP

MET DE MOTOR STIL EN DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR MET SLEUTEL IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN. WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT NADAT MEN DE MOTOR HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF».

text_image
① ② 01_17Fuel tank (01\_17)
Om de dop van de brandstoftank te bereiken:
- Plaats sleutel «1» in het slot van de ruimte van de brandstoftank.
- Draai sleutel «1» in tegenwij-zerszin.
- Draai de dop van de tank «2» los.

text_image
① ② ③ ④ 01_18- Binnenin de documentenruimte is er een stopcontact van 12V «3» en een hendel «4» voor de manuele opening van het zadel voorzien.
- Het stopcontact van 12 V kan gebruikt worden voor het voeden van gebruiksvoorwerpen van maximum 180 W (GSM, inspectielamp, enz.).
LET OP
EEN LANG GEBRUIK VAN HET STOP-CONTACT WANEER DE MOTOR UITSTAAT, KAN DE ACCU VOLLEDIG DOEN ONTLADEN.

- Om het zadel automatisch te deblokkeren: open de documentenruimte.
- Trek aan de hendel om het zadel manueel los te koppelen.
- Om het zadel te deblokkeren, laat men het zakken en drukt men het dicht (zonder het te forceren), en laat men het slot klikken.
CAUTION
LET OP


BEFORE RIDING, MAKE SURE THAT THE SADDLE IS CORRECTLY LOCKED INTO POSITION.
VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.

Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor het lezen ervan moet men de opbergruimte openen en de erop gemonteerde klemverbindingbescherming verwijderen.
Chassis
Framenum-
No.:
mer: ....

Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.
Engine
Motornum-
No.:
mer:
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLIK VERVALLEN.

Penen van de koffer voor (01\_22)
Dankzij het gebruik van de documenten- ruimte is het niet nodig om lastige voor- werpen bij zich te houden, elke keer het voertuig moet geparkeerd worden.
- Plaats de sleutel in het sleutelblok «1» en druk er op.
- Het deurtje «2» van de opbergruimte opent automatisch.
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 02
Use
Hst. 02
Gebruik
Checks
CAUTION


Voorste en achterste schijfrem Controleer de werking, de loze slag
van de commandohendels, het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van
| brake pads for wear. If necessary top-up with brake fluid. | de remblokken. Indien nodig vult men remvloeistof bij. |
| Brake levers Check they function smoothly.Lubricate the joints if necessary. | Remhendels Controleer of ze zacht werken.Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen. |
| Throttle grip Check that the throttle functionssmoothly and can be fully opened and closed in all steering positions.Adjust and/or lubricate if necessary. | Gashendel Controleer of hij zacht werkt en ofmen hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registreer en/of smeer indien nodig. |
| Engine oil Check and/or top-up as required. | Motorolie Controleer en/of vul bij indiennodig. |
| Wheels/ tyres Check that tyres are in good conditions. Check inflation pressure, tyre wear and potential damage. | Wielen/banden Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. |
| Steering Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Stuur Controleer of het draaienhomogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. |
| Centre and side stands Check that it works smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released. Lubricate couplings and joints if necessary. | Laterale standaard en centrale standaardControleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen. Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. |
| Clamping elements Check that the clamping elements are not loose.Adjust or tighten them as required. | |
| Fuel tank Check the coolant level and refill if necessary. | Bevestigingselementen Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zijn. |
Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig.
Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.
Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop.
Koelvloeistof Het vloeistofpeil in het expansievat
moet zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden.
SCHAKELAAR VOOR HET STILLEGGEN VAN DE MOTOR
Controleer de correcte werking.
Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen
Controleer de correcte werking van de akoestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bij schade.
Injectiepomp Controleer de correcte werking
Refuelling
CAUTION

FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY INFLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS.
Tanken
LET OP

DE BRANDSTOF DIE WORDT GE-BRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLO-
Gebruik uitsluitend loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Characteristic
Capaciteit van de tank (inclusief de reserve)
tank reserve 31
13,21
reserve van de tank 31

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGE-VINGSTEMPERATUUR.
THE MEASUREMENT MAY BE INCORRECT IF TYRES ARE WARM. CHECK TYRE PRESSURE MAINLY BEFORE AND AFTER A LONG JOURNEY.AN OVER-INFLATED TYRE WILL PROVIDE A HARSH RIDE AS SURFACE UNEVENNESS IS NOT CUSHIONED AND IS SENT TO THE HANDLEBAR, THUS REDUCING GRIP AND STABILITY SPECIALLY WHEN CORNERING.
CONVERSELY, AN UNDER-INFLATED TYRE WILL EXTEND THE CONTACT PATCH TO INCLUDE A LARGER PORTION OF THE TYRE SIDEWALLS «1». IF SO, THE TYRE COULD SLIP ON OR EVEN GET DETACHED FROM THE RIM RESULTING IN LOSS OF CONTROL OVER THE VEHICLE. THE TYRE MIGHT EVEN JUMP OFF THE RIM UNDER HARD BRAKING. EVENTUALLY THE VEHICLE MIGHT SKID IN A BEND. INSPECT THREAD SURFACE AND CHECK IT FOR WEAR. BADLY WORN TYRES ADVERSELY AFFECT TRACTION AND HANDLING. SOME TYRE TYPES HOMOLOGATED FOR THIS VEHICLE FEATURE WEAR INDICATORS. THERE ARE SEVERAL TYPES OF WEAR INDICATORS.
Spanning van de voorband (enkel bestuurder)
2,2 bar
Spanning van de achterband (enkel bestuurder)
2,2 bar
Spanning van de voorband (bestuurder + passagier)
2,2 bar
Spanning van de achterband (bestuurder + passagier)
2,3 bar
Inspectie van de voorste en achterste ophanging
Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
Op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud voert men bovendien de volgende controles uit:
- Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaaldelijk op het stuur, door de vork te laten zakken.
- De loop moet progressief zijn en er mogen geen oliesporen zijn op de stangen.
- Controleer de sluiting van alle onderdelen en de functionalitieit van de bewegingsplaatsen van de voorste en achterste ophanging.
CAUTION

TO HAVE THE FRONT SUSPENSION OIL CHANGED TAKE YOUR SCOOTER TO AN Official aprilia Dealer WHO WILL PROVIDE A PRECISE AND PROMPT SERVICE.
CAUTION

IN CASE OF FAILURE OR WHEN THE INTERVENTION OF SPECIALISED PERSONNEL IS REQUIRED, TAKE YOUR SCOOTER TO AN Official aprilia Dealer.
LET OP

VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE VAN DE VOORSTE OPHANGING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, DIE EEN ZORGVULDI- GE EN SNELLE SERVICE ZAL GA- RANDEREN.
LET OP

WANNEER ONREGELMATIGHEDEN OPGEMERKT WORDEN BIJ DE WERKING OF WANNEER EEN IN- GREEP NODIG IS VAN GESPECIALI- SEERD PERSONEEL, MOET EEN Offi- cièle aprilia Dealer GECONTACTEERD WORDEN.
De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (remming bij compressie/extensie), en is bevestigd door middel van de silent-block aan de motor.
De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelasting van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voorzien voor een bestuurder van ongeveer
70 kg. Voor andere gewichten en behoeften, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.
- Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper).
NOTE
Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.

text_image
B A 02_03Running in
De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode.
Men moet zich houden aan de volgende indicaties:
- Draai het gashandvat niet helemaal bij lage regimes tijdens het inrijden, en ook niet erna.
- 0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijf toe te staan.
• 0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdt men
niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid.
- Vermijdt om lang een constante snelheid aan te houden.
- Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelijkaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt.
LET OP

MELD STEEDS OP VOORHAND WANNEER MEN VAN RIJBAAN OF RIJRICHTING VERANDERT MET DE HIERVOOR VOORZIENE MECHANISMEN, EN VERMIJD BRUUSKE OF GEVAARLIJKE MANOEUVRES. SCHA- KEL DE MECHANISMEN ONMIDDELLIKU UIT NADAT MEN VAN RIJRICH-TING HEEFT VERANDERD. WANNEER MEN INHAALT OF MEN WORDT INGEHAALD DOOR ANDERE VOER-TUIGEN, MOET MEN ZEER VOOR-ZICHTIG ZIJN. BIJ REGEN WORDT HET ZICHT VERMINDERD DOOR HET OPSTUIVEN VAN WATER, DAT WORDT VEROORZAAKT DOOR GRO-TE VOERTUIGEN; DOOR DE LUCHT-VERPLAATSING KAN MEN DE CON-TROLE OVER HET VOERTUIG VER-LIEZEN.
- Voor het starten van de motor plaatsts men het voertuig op de centrale standaard en controleert men of de laterale standaard volledig dichtgeklapt is.
- Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het «dimlicht» bevindt.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «2» op «RUN».
- Draai de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON».
LET OP

OP DIT MOMENT GEBEURT HET VOLGENDE:
THE ENGINE OIL PRESSURE WARNING LIGHT "4" TURNS ON THE INSTRUMENT PANEL AND REMAINS SO UNTIL THE ENGINE STARTS UP.
THE ENGINE FUEL INJECTION (EFI) WARNING LIGHT "5" REMAINS ON FOR THREE SECONDS ON THE INSTRUMENT PANEL AFTER ALL THE OTHER WARNING LIGHTS HAVE TURNED OFF.
- Block one wheel at least operating one brake lever "6". If the engine fails to start, it means there is no current in the ignition relay and the engine does not start.
-
Press the starter button "7" but do not accelerate and release it as soon as the engine starts.
-
Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor start niet.
- Druk op startknop «7» zonder gas te geven, en laat deze los wanneer de motor start.

- Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.
LET OP

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRAND-STOFVERBRUIK TE BEPERKEN, RAADT MEN AAN OM DE MOTOR OP

- Ga op het voertuig zitten, en hou minstens één voet op de grond om de stabiliteit te garanderen.
- Regel de achteruitkijkspiegel- tjes op correcte wijze.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET INSCHATTEN MOGELIJK VAN DE AFSTAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

text_image
B 02_10- Laat de remhendel los en geef gas, door matig aan het gas-handvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.
LET OP

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPERKEN, RAADT MEN AAN OM DE MOTOR OP TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KILOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN BEPERKTE SNELHEID.
CAUTION

De voedingsinstallatie van het voertuig is in staat om het starten te beheren op basis van de staat van de motor (koud/warm) én in functie van de omgevingstemperatuur en -druk.
Het stilleggen van de motor (02\_11, 02\_12)
- Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijkaan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.
- Tijdens een tijdelijke pauze, activeert men minstens een rem.
- Stop het voertuig.
LET OP

VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT ACHTER MET DE MOTOR
DO NOT SEAT ON THE MOTORCYCLE WHEN THE STAND IS LOWERED.
AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER DE STANDAARD UITGE-KLAPT IS.
- Plaats de schakelaar voor het stoppen van de motor «1» op «B» «OFF».
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.

text_image
A & 02_11- Turn the key «2» and set the ignition switch «3» to «OFF».
• Rest the vehicle on its stand. - Lock the steering by turning the ignition switch «3» to «LOCK» and extract the key «2».
CAUTION
DO NOT LEAVE THE KEY "2" INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
NOTE
WHEN THE STEERING LOCK IS ENGAGED THE ENGINE CANNOT BE
- Draai aan de sleutel «2», plaats de ontstekingsschakelaar «3» op «OFF».
- Plaats het voertuig op de standaard.
- Blokkeer het stuur door de ontstekingsschakelaar «3» op «LOCK» te draaien, en door de sleutel «2» te verwijderen.
LET OP
LAAT DE SLEUTEL «2» NIET IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.

text_image
① ② ③ A B 02_12STARTED IF THE KEY IS NOT INSERTED IN THE GLOVE-BOX.
N.B.
HET INSCHAKELEN VAN HET STUUR- SLOT BELET DE TOEGANG ZONDER SLEUTEL TOT DE OPBERGRUIMTE.
Catalytic silencer
Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:
- de verwijdering en elke daad voor het niet operationeel maken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelingen, herstellingen of vervanging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd element van een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai vóór verkoop of levering van het voertuig aan de koper of terwijl het wordt gebruikt;
- het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.
Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper,
en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt.
Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële aprilia Dealer.
N.B.
HET IS VERBODEN OM TE KNOEIEN AAN HET UITLAATSYSTEEM.

- Neem het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.
- Druk op de hendel van de standaard «6».
LATERALE STANDAARD
- Neem het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.
- Duw op de laterale standaard «7» met de rechter voet, en klap hem volledig uit.
- Hel het voertuig tot de standaard de grond raakt.
- Draai het stuur volledig naar links.

text_image
① ② ② ① 02_15CAUTION

MAKE SURE THE VEHICLE IS STA- BLE.
Stand checking
Controle van de standaard
De rotatie van de standaard «1» mag niet worden belet.
Voer de volgende controles uit:
- De veren «2» mogen niet beschadigd, versleten, verroest of verzwakt zijn.
- De standaard moet vrij draaien; vet eventueel het kogelgewricht in.
LET OP

ENKEL VOOR DE LATERALE STAN- DAARD. GEVAAR OP VALLEN OF OM- SLAAN.
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BE-TREFT EEN ENKELE STANDAARD, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM: ....
VOORNAAM:
ADRES: ....
TELEFOONNUMMER: ......
BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje.

Het veilig rijden (02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijze- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.

text_image
NO! 02_19
Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloelstoffen correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegalaal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.

Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de passagier).

De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active-ring van de commando's niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aërodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
Derbi raadt het gebruik aan van originele accessoires (Derbi genuine accessories).
LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

text_image
NO! 02_27Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud
Engine oil level
Peil van de motorolie
Controleer het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
De olie van de motor moet vervangen worden op basis van de tabel van het ge-programmeerd onderhoud.
Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
CAUTION

BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
N.B.
BIJ HET BIJVULLEN VAN MOTOR-OLIE RAADT MEN AAN OM HET "MAX" PEIL NIET TE OVERSCHRIJDEN.
N.B.
GEBRUIK OLIE VAN HET TYPE DAT MEN VINDT IN DE TABEL VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN.
Controle van het peil van de motorolie (03\_01)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
CAUTION

PARK THE MOTORCYCLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
CAUTION

THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COMPONENTS CAN GET VERY HOT AND REMAIN SO FOR SOME TIME EVEN AFTER THE ENGINE IS TURNED OFF. WEAR INSULATING GLOVES BEFORE HANDLING THESE PARTS OR WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COOL DOWN.
- Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP- METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.
- Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem.
- Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek.
- Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring «2».
- Verwijder de dop-staaf «1» en lees het peil van de olie op de staaf:
MAX = maximum peil;
MIN = minimum peil.
Het verschil tussen het "MAX" en het "MIN" peil bedraagt ongeveer 200 cc
- Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf.

- Indien nodig vult men bij.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.

Het bijvullen van motorolie (03\_02)
- Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit.
• Voer de controle van het oliepeil uit, en vul eventueel bij. - Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt.
- Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KAN TOEBRENGEN.
Vervanging van de motorolie (03\_03)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
CAUTION

PARK THE MOTORCYCLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
CAUTION

THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COMPONENTS CAN GET VERY HOT AND REMAIN SO FOR SOME TIME EVEN AFTER THE ENGINE IS TURNED OFF. WEAR INSULATING GLOVES BEFORE HANDLING THESE PARTS OR WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COOL DOWN.
- Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP- METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.
Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer
- Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder deze.
- Draai de patroonfilter van de motorolie los en verwijder hem.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KUNNEN TOEBRENGEN.
LET OP

DE GEBRUIKTE OLIE BEVAT GE-VAARLIJKE STOFFEN VOOR HET MI-LIEU, EN VOOR DE VERVANGING VAN DE MOTORLOIE MOET MEN ZICH DUS WENDEN TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEALER, DIE DE GEBRUIK-TE OLIES ZAL VERWERKEN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE RESPECTEREN.

- Draai de afvoerdop van de olie «3» los en verwijder hem, en laat de motorolie volledig uitvloeien.
- Installeer een nieuwe oliepa- troonfilter en smeer de O-ring voor de dichting van de filter zelf met olie.
- Draai de afvoerdop van de motorolie «3» vast en sluit hem.
- Voer het bijvullen uit langs de boring voor het bijvullen «2» met ongeveer 1100 cc motorolie.
- Draai de oliepeilstaaf «1» vast en sluit ze.
- Start het voertuig en laat de motor enkele minuten draaien. Zet hem af en laat hem afkoelen. Voer opnieuw een controle uit van het peil van de motorolie met staaf «1» en vul eventueel bij zonder het MAX peil te overschrijden.
Aanbevolen product:
Voor het bijvullen en voor de vervanging, gebruikt men nieuwe olie van het type dat wordt aangeduid in de tabel van de aanbevolen producten.
Oliepeil van de naaf (03\_04, 03\_05)
Controleer het oliepeil van de transmissie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
GIET DE OLIE NIET UIT.
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ONDERDEEL, OM DE ZONE WAARIN

BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
Controle van het oliepeil van de transmissie
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
LET OP

DE MOTOR EN DE ONDERDELEN VAN DE UITLAATINSTALLATIE WORDEN ZEER WARM EN BLIJVEN WARM VOOR EEN ZEKERE PERIODE, OOK NADAT DE MOTOR WORDT UITGEZET. VOORALEER MEN DEZE ONDERDELEN HANTEERT, DRAAGT MEN ISOLERENDE HANDSCHOENEN, OF WACHT MEN TOT DE MO-
TOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN.
- Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem.
- Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek.
- Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring.
- Verwijder de dop-staaf «1» op-nieuw en lees het peil van de olie op de staaf:
MAX = maximum peil;
MIN = minimum peil.
- Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.
- Indien nodig vult men bij.

• Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring en wacht ongeveer één minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit.
• Voer de controle uit van het oliepeil, en vul eventueel bij.
• Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt.
- Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «2» vast en sluit men deze.
Voor het bijvullen en voor de vervanging, gebruikt men nieuwe olie van het type dat wordt aangeduid in de tabel van de aanbevolen producten.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KUNNEN TOEBRENGEN.
Vervanging van de olie van de transmissie
De olie van de transmissie moet vervangen worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
De vervanging van de olie van de transmissie vraagt om ingewikkelde handelingen, en daarom moet men zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer.

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS.WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
PATCH TO INCLUDE A LARGER PORTION OF THE TYRE SIDEWALLS «1». IF SO, THE TYRE COULD SLIP ON OR EVEN GET DETACHED FROM THE RIM RESULTING IN LOSS OF CONTROL OVER THE VEHICLE. THE TYRE MIGHT EVEN JUMP OFF THE RIM UNDER HARD BRAKING. EVENTUALLY THE VEHICLE MIGHT SKID IN A BEND. INSPECT THREAD SURFACE AND CHECK IT FOR WEAR. BADLY WORN TYRES ADVERSELY AFFECT TRACTION AND HANDLING. SOME TYRE TYPES HOMOLOGATED FOR THIS VEHICLE FEATURE WEAR INDICATORS. THERE ARE SEVERAL TYPES OF WEAR INDICATORS.
CONSULT YOUR DEALER ON METHODS TO CHECK WEAR. CARRY OUT A VISUAL INSPECTION FOR TYRE CONSUMPTION. REPLACE TYRES IF WORN. OLD TYRES THAT ARE NOT FULLY WORN CAN GET HARD RESULTING IN LACK OF GRIP. REPLACE TYRES IF THIS OCCURS. REPLACE TYRES WHEN WORN OR IF THERE IS A PUNCTURE LARGER THAN 5 MM IN THE TREAD AREA. BALANCE WHEELS AFTER A TYRE IS MENDED. USE ONLY TYRE SIZES INDICATED BY THE MANUFACTURER. DO NOT FIT TYRES WITH INNER TUBES ON RIMS FOR TUBELESS TYRES OR VICE VERSA. CHECK THAT THE INFLATION VALVES HAVE WANNEER VICEVERSA DE BANDEN-SPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJKANTEN «1» VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE VELG SLIPT OF LOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST. WANNEER MEN BRUUSK REMT KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CONTROLEER DE STAAT VAN HET RIJOPPERVLAK EN DE SLIJTAGE, OMDAT SLECHTE BANDENCONDITIES DE WEGLIGGING EN DE MANOEUVREERBAARHEID VAN HET VOERTUIG KUNNEN SCHADEN. ENKELE BANDENTYPES, DIE GEHOMOLOGEERD ZIJN VOOR DIT VOERTUIG, HEBBEN EEN SLIJ-TAGE-INDICATOR. ER BESTAAN VERSCHILLENDE TYPES VAN SLIJ-TAGE-INDICATORS.
VOOR INFORMATIE IN VERBAND MET DE CONTROLE VAN DE SLIJTAGE, WENDT MEN ZICH TOT DE VERKOPER. CONTROLEER VISIEF DE SLIJTAGE VAN DE BANDEN, EN VERVANG ZE INDIEN ZE VERSLETEN ZIJN. WANNEER DE BANDEN OUD ZIJN, EN OOKAL ZIJN ZE NIET VERSLETEN, KUNNEN ZE VERHARDEN EN DUS DE WEGLIGGING SCHADEN. IN DIT GEVAL VERVANGT MEN DE BANDEN LAAT DE BAND VERVANGEN WANNEER HIJ VERSLETEN IS
THEIR CAPS FITTED IN ORDER TO AVOID UNEXPECTED FLAT TYRES.
| Vooraan: 2 mm |
| Achteraan 2 mm |
| Vooraan (versie USA) 3 mm |
| Achteraan (versie USA) 3 mm |

Na uitgediepte tests heeft aprilia voor dit model enkel de banden goedgekeurd die men vindt in de volgende tabel:
Controleer de bougie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, verwijdert men het inspectiedeksel als volgt:
• Hef het zadel op.
- Verwijder de accubedekking en draai de twee bevestigingsbouten «2» los en verwijder ze van het centrale inspectiedeksel.
• Breng het zadel omlaag.
- Draai de onderste centrale bevestigingsbout «2» los en verwijder ze.
- Verwijder het centrale inspectie-
deksel.
Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:
CAUTION

BEFORE CARRYING OUT THE FOLLOWING OPERATIONS AND IN ORDER TO AVOID BURNS, LEAVE ENGINE AND SILENCER TO COOL OFF TO AMBIENT TEMPERATURE.
LET OP

VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF- KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS- TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.

- Disconnect the cap "1" of the high voltage cable from the spark plug.
- Clean off any trace of dirt from the spark plug base. Unscrew it using the spanner supplied in the tool kit and remove it from its place, being careful not to let dust or any other substance into the cylinder.
- Check that the spark plug electrode and centre porcelain are free of carbon deposits or signs of corrosion. If necessary, clean using suitable spark plug cleaners, a wire and/or metal brush.
- Blow with a strong air blast to avoid removed dirt getting into the engine. Replace the spark plug if there are cracks on the spark plug insulating material, corroded electrodes or large deposits.
-
Check electrode gap with a thickness gauge and adjust if
-
Maak het kapje «1» los van de hoogspanningskabel van de bougie.
- Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.
- Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje.
- Blaas goed uit met een luchtstraal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terechtkomen. Wanneer de bougie scheuren op de isolering, verroeste elektroden of ex-
cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen.
- Controleer de afstand van de elektroden met een diktemeter, en regel de afstand eventueel door de massaelektrode voorzichtig te buigen.
- Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.
- Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.
- Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet loskomt door de vibraties van de motor.
- Hermonteer het rechter inspec-tiedeksel.
LET OP

DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHA-DIGD. GEBRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOUDEN DE PRESTATIES EN DE DUUR VAN DE MOTOR GESCHAAD KUNNEN WORDEN.

text_image
3 6 6 3 3 6 3 03_12Afstand van de elektroden van de bougie
0,7 ÷ 0,8 mm
Sluitkoppel van de bougie:
12 ÷ 14 Nm (1,2 ÷ 1,4 kgm).
Demonteren van het luchtfilter (03\_12, 03\_13)
Voor de reiniging en de controle van de luchtfilter raadpleegt men de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging of de vervanging vlugger worden uitgevoerd.
- Voor de reiniging van het filter-end element, moet men het van het voertuig verwijderen.

- Place the scooter on its central stand.
- Unscrew and remove the nine screws "3".
- Remove the filter housing cover "4" together with the filtering element "5".
-
Check the filtering element "5" and replace it if necessary.
-
Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de negen bouten «3» los en verwijder ze.
- Verwijder het deksel van de filterkas «4» compleet met filter-end element «5».
- Controleer het filterend element «5», en vervang het eventueel.
Air filter cleaning
Reiniging van de luchtfilter
- Reinig het filterend element «5» door gebruik te maken van een luchtstraal onder druk.
LET OP

GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRANDBARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.
GEBRUIK GEEN ENKEL ADDITIEF EN GEEN ENKELE VLOEISTOF VOOR DE REINIGING, OM TE VERMIJDEN DAT ER BINNENIN DE FILTERKAS VOCH- TIGHEID WORDT GEVORMD. GE- BRUIK UITSLUITEND PERSLUCHT.
CAUTION

DO NOT OIL THE FILTERING ELEMENT OR OIL MAY GET INTO THE BELT HOUSING AND DAMAGE OR MAKE IT SLIDE.
LET OP

OLIE HET FILTEREND ELEMENT NIET, ANDERS KAN DE OLIE DIE IN DE DOOS VAN DE RIEM KOMT HAAR BESCHADIGEN OF DOEN SLIPPEN.
Cooling fluid level (03\_14, 03\_15)
Peil van de koelvloeistof (03\_14, 03\_15)
Controleer het peil van de koelvloeistof; op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
De oplossing van de koelvloeistof bestaat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor het grootste deel van de werkingstemperaturen en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is passend om hetzelfde mengsel ook te behouden voor het warme seizoen, omdat zo lekken door verdamping en de nood voor frequente bijvullingen worden verminderd. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraalzouten die in de radiator van het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controlleren, en voegt men indien nodig een hogere con-
CAUTION

DO NOT USE YOUR MOTORCYCLE IF THE COOLANT LEVEL IS BELOW THE MINIMUM LEVEL MARKED "MIN".
CAUTION

centratie antivries toe (tot een maximum van 60%).
Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET WANNEER DE KOELVLOEISTOF ZICH ONDER HET MINIMUM "MIN" PEIL BEVINDT.
LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.

- Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
• Verwijder de voorste motorkap. - Los de vuldop «1» (door in tegenwijzerszin te draaien) zonder hem te verwijderen.
- Wacht enkele seconden zodat de eventuele druk kan ontluchten.
- Draai de dop «1» los en verwijder hem.
- Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» het «MAX» peil bereikt.
MIN = minimum peil.
MAX = maximum peil.
- Wanneer de vloeistof het «MAX» peil niet bereikt, moet men bijvullen.
N.B.
PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
N.B.
AAN DE DOP «1» IS EEN ONTLUCHTINGSBUIS «3» VERBONDEN. FORCEER DE ONTLUCHTINGSBUIS «3» NIET EN MAAK HEM NIET LOS.
LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HET WORDT INGESLIKT;
- Vul bij met koelvloeistof, tot het vloeistofpeil ongeveer het "MAX" peil bereikt.
- Plaats de vuldop «1» opnieuw.
- Herplaats de voorste motorkap.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-STOF. WANNEER MEN EEN TRECH-TER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
LET OP
WANNEER HET VERBRUIK VAN KOELVLOEISTOF EXCESSIEF IS, EN WANNEER HET EXPANSIEVAT LEEG BLIJFT, CONTROLEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN ZIJN IN HET CIRCUIT. VOOR HERSTELLINGEN WENDT MEN ZICH TOT EEN GEAUTORISEERDE APRILIA DEALER.
CAUTION

WHEN TOPPING-UP, DO NOT EXCEED THE «MAX» LEVEL OR THE FLUID WILL FLOW OUT WHEN THE ENGINE IS RUNNING.
Aanbeloven producten
AGIP PERMANENT SPEZIAL
Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.

Controle van het oliepeil van de remmen (03\_16, 03\_17)
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
CAUTION

UNEXPECTED CLEARANCE VARIATIONS OR ELASTIC RESISTANCE IN THE BRAKE LEVER ARE DUE TO FAILURE IN THE HYDRAULIC CIRCUIT. CONTACT AN Official aprilia Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE CORRECT OPERATION OF THE BRAKING SYSTEM OR WHEN UNABLE TO CARRY OUT ROUTINE CHECK PROCEDURES.
CAUTION
PAY SPECIAL ATTENTION TO THE BRAKE DISC AND THE FRICTION GASKETS AND CHECK THAT THEY ARE NOT OILY OR GREASY, ESPECIALLY AFTER MAINTENANCE OPERATIONS OR CHECKS. CHECK THAT THE BRAKE PIPE IS NOT TWISTED OR WORN.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.
De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels.
Controleer periodiek het peil van de remvloeistof in de tanks en de slijtage van de pastilles.
CAUTION

DO NOT USE YOUR MOTORCYCLE IF A FLUID LEAK IN THE BRAKING CIRCUIT IS DETECTED.
CHECK
To check level:
Voor de controle van het peil handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai het stuur zodat de vloeistof in de tanks van de remvloeistof parallel staat met de referentie «MIN» op het kijkglasje «1».
- Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» overschrijdt op het kijkglasje «1».
«MIN» = Minimum peil.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VAST EN VLAK TERREIN.
CAUTION

DO NOT USE YOUR VEHICLE IF THE FLUID DOES NOT REACH AT LEAST AT THE «MIN» REFERENCE MARK.
Wanneer het peil te laag is :
- Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn:
- Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VERMINDERT PROGRESSIEF MET DE SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
LET OP
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE. IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEALER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.
Controleer het peil van de elektrolyt en de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP
BRANDGEVAAR. HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONTVLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWON-DEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWA-VELZUUR BEVAT. DRAAG BESCHERMENDE KLEDING, EEN MASKER VOOR HET GEZICHT EN/OF EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MEN ONDERHOUD UITVOERT. WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET KOUD WATER.
WANNEER HET IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET WATER VOOR ONGEVEER VIJFTIEN MINUTEN, EN ONMIDDELLIK EEN OOGARTS RAADPLEGEN.
WANNEER HET TOEVALLIG ZOU WORDEN INGESLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF MELK DRINKEN, DAARAAN MAGNESIUMMELK OF VE-
- Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt
- Hef het zadel op.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
• Verwijder het accudeksel «2»
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
• Verwijder het accudeksel.
- Controleer of de ontstekingsschakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Controleer of terminals «3» van de kabels en de klemmen «4» van de accu:
zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen);
bedekt zijn met neutraal vet of vaseline.
Indien nodig:
- Maakt men eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.
- Borstelt men met een metalen borstel, om elk roestspoor te elimineren.
- Verbindt men opnieuw de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedekt men de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.

text_image
3 5 4 03_19
• Verwijder het accudeksel.
- Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.
- Verwijder de accu «5» uit haar plaats, en plaats ze op een effen oppervlak en in een frisse en droge plaats.
• Herplaats het accudeksel.
LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN VEILIGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
LET OP

HANTEER ZE MET ZORG EN AANDACHT, OMDAT DE ELEKTROLYT ZONDER ONTLUCHTING KAN UITSTROMEN.
HET OPLADEN VAN DE ACCU
- Verwijder de accu.
- Verbindt de accu aan een acculader.
-
Men raadt aan om op te laden door gebruik te maken van een
-
A recharge with an amperage of 1/10 of the battery capacity is recommended.
- Once the battery is recharged, control the electrolyte level and top up with distilled water if necessary.
• Refit the caps to the elements.
NOTE
REFIT THE BATTERY ONLY 5-10 MINUTES AFTER DISCONNECTING THE CHARGER AS THE BATTERY KEEPS PRODUCING GASES FOR A SHORT TIME.
elektrische stroomsterkte van 1/10 van de capacitieit van de accu zelf.
- Na het opladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bij met gedestilleerd water.
- Hermonteer de doppen op de elementen.
N.B.
HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5-10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT DE ACCU GAS BLIJFT PRODUCEREN VOOR EEN KORTE PERIODE.
Inwerkingstelling van een nieuwe accu
• Verwijder het accudeksel.
- Plaats de accu «5» op haar plaats
- Verbindt eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
• Herplaats het accudeksel.
ACID STEAM FROM THE BREATHER DOES NOT CORRODE THE ELECTRICAL SYSTEM, PAINTED PARTS, RUBBER COMPONENTS OR GASKETS.
LET OP

VERBINDT STEEDS DE ONTLUCHTING VAN DE ACCU, OM TE VERMIJDEN DAT DE ZWAVELZUURDAMPEN DIE UIT DE ONTLUCHTING KOMEN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE, DE GELAKTE DELEN, DE RUBBEREN DETAILS OF DE PAKKINGEN KUNNEN AANTASTEN.
Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.
PROLONGED INACTIVITY OF THE BATTERY
Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan 15 dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden,
- Verwijder de accu en plaats ze op een frisse en droge plaats.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.

text_image
03_21- Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.
Fuses (03\_21, 03\_22, 03\_23)
CAUTION

NEVER ATTEMPT TO REPAIR FAULTY FUSES. NEVER USE A FUSE OF A RATING OTHER THAN SPECIFIED. THIS COULD DAMAGE THE ELECTRICAL SYSTEM OR CAUSE A SHORT CIRCUIT, WITH THE RISK OF FIRE.
CAUTION

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de zekeringen van 10 A en 15 A, en vervolgens de zekeringen van 30 A.
Voor de controle:
• Verwijder het accudeksel.
- Verwijder de zekeringen één voor één, en controleer of de draad «1» onderbroken is.
- Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het probleem.
- Vervang de zekering indien beschadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroomsterkte.
• Herplaats het accudeksel.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.
AUXILIARY FUSES DISTRIBUTION
(2) Zekering van 15A Van de spanningsregelaar naar: het relais van de schroef, de injectie, de logica van de
| stoplichten/start (zit A op het elektrisch schema). | |
| (3) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar naar: het stroomstopcontact (zit B op het elektrisch schema). | |
| (4) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar naar: de lichten, de claxon, het dashboard, de radio (zit C op het elektrisch schema). | |
| (5) Zekering van 10 A Vanaf de hoofdzekering naar: de ECU, het alarm, het elektroslot, het licht van de koffertjes | |
| (6) Zekering van 10 A Van de spanningsregelaar naar: het permanent stroomvoorzieningstoestel, de ECU, de schroef. | |
| (7) Vrij | |
| (8) Zekering van 15 A Reserve | |
| (9) Zekering van 10 A Reserve | |
| (10) Vrij | |

| (11) Zekering van 30 A Van de accu naar: de voeding van alles, het stroomstopcontact. |
| (12) Zekering van 30A Van de accu naar: het opladen, de accuregelaar, het stroomstopcontact. |
| (13) Zekering van 30 A Reserve |
| (14) Zekering van 30 A Reserve |

| Lamp van het dimlicht / groot licht 12V - 55W / 12V - 55W | |
| Lamp van het voorste positielicht 12V - 5W | |
| Lamp van het licht van de voorste/achterste richtingaanwijzers | 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W (vooraan) |
| Lamp van het achterstepositielicht/stoplicht | 12V - 5W/21W |
| Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W | |
| Engine oil pressure warning light LED | Lamp van de verlichting van het dashboard | LED |
| Low-beam warning light LED | Controlelamp van de richtingaanwijzers | LED |
| High beam warning light LED | ||
| Low fuel warning light LED | Controlelamp van de oliedruk van de motor | LED |
| Coolant high temperature gauge LED warning light | Controlelamp van het dimlicht LED | |

text_image
U 2 3 C 1 03_24| Controlelamp van het groot licht LED | |
| Controlelamp van de brandstofreserve | LED |
| Controlelamp van de indicator van de hoge temperatuur van de koelvloeistof | LED |
Voorste optische groep (03\_24, 03\_25, 03\_26)
Op het achterlicht vindt men:
- Een lampje van het groot licht «1».
- Een lampje van het dimlicht «2».
- Een lampje van het positielicht «3».
Voor de vervanging van de lampjes van het dimlicht/groot licht:
- Draai de onderste bout «4» los en verwijder ze.
- Verwijder de dopmoer van het achterlicht.

- Verwijder de bovenste sluiting van het licht.
- Draai de twee bevestigingsbouten los van het licht en verwijder ze.
- Verwijder het licht uit de onderste pinnen.
-
Maak de connector los en verwijder het licht.
-
Verwijder de rubberen bescherming
- Draai de lampenhouder in tegenwijzerszin en verwijder hem uit de paraboolzit.
• Verwijder het lampje.
Bij de hermontage:
- Plaats de lampenhouder in de paraboolzit en draai hem in wij-zerszin.
- Verbindt de elektrische connector van het lampje.
LET OP
OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN HET LAMPJE TE VERWIJDEREN, MAG MEN NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS TREKKEN.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE PARA- BOOLZIT, DOOR DE TWEE KLEMVER- BINDINGEN TE DOEN OVEREENKO- MEN MET DE RESPECTIEVELIJKE

- Connect the headlight connector.
-
Refit the headlight
-
Verbindt de connector van het licht.
• Hermonteer het licht
NOTE
WHEN REFITTING THE PROTECTION CAP BE CAREFUL TO PRESS ALL ALONG THE PERIMETER CORRESPONDING TO THE MARK "PUSH" TO ENSURE WATER TIGHTNESS, AND THEN CLOSE THE TABS.
N.B.
WANNEER MEN DE BESCHERMINGS-KAP HERMONTEERT, LET MEN OP OM LANGS DE VOLLEDIGE OMTREK TE DRUKKEN IN OVEREENKOMST MET DE OPSCHRIFT «PUSH», ZODAT HET WATERDICHT IS, EN KOPPELT MEN VERVOLGENS DE LIPJES VAST.
To replace the tail light bulb:
Voor de vervanging van de positielampjes:
- Door te handelen vanaf de onderkant van de koplamp, neemt men de lampenhouder «1» vast, trekt men eraan, en verwijdert men het uit de zit.
- Verwijder het positielampje «2» en vervang het met een ander van hetzelfde type.
LET OP

TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.

text_image
10,94 yard (10 m) 9/10 H H 03_27
Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
- Draai de onderste bout van het licht «1» los en verwijder ze.
- Verwijder de verchroomde dopmoer.
- Verplaats lichtjes de bovenste sluiting van het licht naar voor, zonder ze te verwijderen.
- Plaats een schroevendraaier in de regelbout van de voorste koplamp «2». Wanneer men in WIJZERSZIN draait, verlaagt de
lichtbundel. Wanneer men in TEGENWIJZERSZIN draait, verhoogt de lichtbundel.
Front direction indicators (03_29, 03_30, 03_31, 03_32)
NOTE
Voorste richtingaanwijzers (03_29, 03_30, 03_31, 03_32)
N.B.
VOOR DE VERVANGING VAN DE LAMPEN VAN DE RICHTINGAANWIJZERS, IS HET NIET NODIG OM TE HANDELEN OP OF OM DE LENS OF DE PARABOOL VAN DE INDICATOR ZELF TE DEMONTEREN.

text_image
1 03_29Voor de vervanging van de lampjes, verwijdert men de voorste motorkap als volgt:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «1».
- Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien.
- Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «2»
- Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien.
- Hef de motorkap lichtjes op, zoals aangeduid door de pijl, en

verwijder hem van de koppelingen.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
LET OP
PLAATS BIJ DE HERMONTAGE DE KLEMVERBINDINGSLIPPEN CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN, MET DE RELATIEVE CLIPS.

Voor de linker kant:
- Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin.
- Draai het lampje «2» in tegen-wijzerszin.
Voor de rechter kant:
- Draai de twee bovenste bouten «3» los van het expansievat, en verwijder ze.
- Open de documentenruimte.

- Draai de onderste bout «4» van het expansievat los, langs de boring in de documentenruimte.
- Hef het expansievat op, zodat men het rechterlampje kan bereiken.
- Handel zoals voor het linker lampje.
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
• Voor de hermontage handelt men in de omgekeerde zin.
LET OP
WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPENHOUDER, DOOR DE TWEE GELEIDERPINNETJES TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOUDER.

text_image
03_33
text_image
6 5 03_34Rear optical unit (03\_33, 03\_34)
To replace the bulbs:
Voor de vervanging van de lampjes:
-
Draai de twee bouten «3» los en verwijder ze.
• Verwijder het achterlicht «4». -
Verwijder de lampenhouder «5» en verwijder het achterlicht.
- Draai het lampje «6» in tegen-wijzerszin.
- Verwijder het lampje en vervang het.
LET OP
WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.

Achterste richtingaanwijzers (03\_35)
Voor de vervanging van de lampjes:
• Verwijder het achterlicht.
- Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin en verwijder hem.
- Draai het lampje «2» in tegenwijzerszin en verwijder het uit de lampenhouder.

text_image
⑤ ④ ⑥ 03_36Number plate light (03\_36, 03\_37)
To replace the bulb:
Voor de vervanging van de lamp:
- Draai de bout «4» los en verwijder ze.
- Verwijder de steun van de lamp van het licht van de nummerplaat «5».
- Verwijder de lamp «6» en vervang ze met een andere van hetzelfde type.

text_image
3 03_37To replace the bulb:
Voor de vervanging van het lampje:
- Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit.
- Verwijder en vervang het lampje met een ander van hetzelfde type.
LET OP

TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.

text_image
1 2 3 4 03_38Licht van de verlichting van de helmruimte (03\_38)
Voor de vervanging:
• Hef het zadel op.
- Los de bevestigingsbout «1» van het dekglas van het accudeksel, en verwijder ze.
- Verwijder dekglas «2» langs onder.
- Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit.
- Verwijder de lamp «4» en vervang ze met een andere van hetzelfde type.

Achteruitkijkspiegels (03\_39)
Volgende informatie betreft één achter- uitkijkspiegel, maar is geldig voor beide.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Draai het dekseltje «3» los. - Verwijder het achteruitkijkspiegeltje «4» langs boven.
- Recupereer het dekseltje «3» en de distantieerring.
N.B.
Schijfrem vooraan en achteraan (03_40, 03_41, 03_42, 03_43)
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
LET OP

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL
ABLE TO CARRY OUT ROUTINE CHECK PROCEDURES.
CAUTION
PAY SPECIAL ATTENTION TO THE BRAKE DISC AND THE FRICTION GASKETS AND CHECK THAT THEY ARE NOT OILY OR GREASY, ESPECIALLY AFTER MAINTENANCE OPERATIONS OR CHECKS. CHECK THAT THE BRAKE PIPE IS NOT TWISTED OR WORN.
MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
LET OP
LET VOORAL OP VOOR DE SCHIJFREM EN VOOR DE WRIJVINGSPAKKINGEN, EN CONTROLEER OF ZENIET VERBONDEN ZIJN OF INGEVET ZIJN, VOORAL NA HET UITVOEREN VAN DE ONDERHOUDS OF CONTROLEHANDELINGEN. CONTROLEER OF DE REMBUIS NIET IN ELKAAR IS GEDRAAID OF VERSLETEN IS.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MI- LIEU.
CAUTION
BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT COMPONENTS TO ENSURE SAFETY AND THEREFORE THEY HAVE TO BE ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS; CHECK THEM BEFORE EVERY RIDE.
A DIRTY DISC SMEARS THE PADS RESULTING IN POOR BRAKING. REPLACE DIRTY PADS AND CLEAN A DIRTY DISC USING A TOP-QUALITY DEGREASING PRODUCT.
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GARANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIËNT WORDEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VÓÓR ELKE REIS.
EEN VUILE SCHIJF BESMEURT DE PASTILLES, EN VERMINDERT DUS DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN. VUILE PASTILLES MOETEN WORDEN VERVANGEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF MOET GEREI-
NIGD WORDEN MET EEN ONTVETTEND PRODUCT VAN HOGE KWALITEIT.
Pads wear check
Controle van de slijtage van de pastilles
Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
De slijtage van de pastilles van de rem- schijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT ÉÉN REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.

Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles, door als volgt te handelen.
Voorste remtangen
Vooraan en onderaan voor beide tangen.
CAUTION
LET OP
CHECK BRAKE PADS FOR WEAR MAINLY BEFORE EACH RIDE.
CONTROLEER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VÓÓR ELKE REIS.
Rear brake calliper
Achterste remtang
Achteraan en onderaan voor beide pastilles «1».
NOTE
N.B.
EXCESSIVE WEAR OF THE FRICTION MATERIAL MAKES THE PAD METAL SUPPORT GET INTO CONTACT WITH THE DISC, WHICH RESULTS IN A METALLIC NOISE AND SPARKS IN THE CALLIPER; THEREFORE, BRAKING EFFICIENCY AND DISC SAFETY AND INTEGRITY ARE AT RISK.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
03_42

text_image
0.06 inc 1,5 mm 0.06 inc 1,5 mm 03_43- Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, laat men beide pastilles vervangen.
Pastilles vooraan «2».
Pastilles achteraan «3».
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer WENDEN.

Stilstand van het voertuig (03\_44, 03\_45)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan. Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
• Ledig de brandstoftank volledig.
• Verwijder de bougie.
• Giet in de cilinder een lepeltje (5 -10 cm³) motorolie.
N.B.
PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOU-

- Plaats de ontstekingsschakelaar in «ON» en druk voor enkele seconden op de startmotor «A» om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.
- Verwijder het beschermende doek.
• Hermonteer de bougie.
• Verwijder de accu.
• Was en droog het voertuig. - Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun.
- Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zonnestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
- Bedek het voertuig, maar met geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
NA HET OPBERGEN
- Verwijder de bedekking en reinig het voertuig.
CAUTION

AS A TEST, RIDE THE VEHICLE FOR A FEW KILOMETRES AT A MODERATE SPEED AND AWAY FROM TRAFFIC AREAS.
- Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.
- Tank brandstof.
- Voer de voorbereidende contro- les uit.
LET OP

VOER VOOR ENKELE KILOMETERS EEN TESTRIT UIT AAN EEN GEMA- TIGDE SNELHEID, IN EEN VER- KEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
• Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)
- Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Speciale milieu/seizoescondities (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
- Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
- Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
LET OP

NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM-CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2 ... 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van
CAUTION
DO NOT APPLY PROTECTIVE WAX ON THE SADDLE AS IT MAY BECOME SLIPPERY.
CAUTION

REMEMBER TO CLEAN THE SCOOTER CAREFULLY BEFORE ANY POLISHING WITH SILICON WAX. DO NOT POLISH MATT-PAINTED SURFACES WITH POLISHING PASTE. THE SCOOTER SHOULD NEVER BE WASHED IN DIRECT SUNLIGHT, ESPECIALLY DURING SUMMER, WITH THE BODYWORK STILL HOT, AS THE SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINTWORK IF IT DRIES BEFORE BEING RINSED OFF. DO NOT USE LIQUIDS AT TEMPERATURES OVER 40 °C WHEN CLEANING PLASTIC PARTS OF THE SCOOTER. DO NOT DIRECT HIGH PRESSURE WATER OR AIR JETS OR STEAM TO THE FOLLOWING PARTS: WHEEL HUBS, CONTROLS LOCATED ON THE RIGHT OR LEFT SIDE OF THE HANDLEBAR, BEARINGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS AND GAUGES, MUFFLER EXHAUST, GLOVE-BOX/TOOL KIT, IGNITION SWITCH/STEERING. DO NOT USE ALCOHOL, PETROL OR SOLVENTS TO CLEAN RUBBER AND PLASTIC PARTS. USE ONLY WATER AND NEUTRAL SOAP INSTEAD. DO NOT USE de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken
LET OP
BRENG OP HET ZADEL GEEN BE- SCHERMENDE WAS AAN OM TE VER- MIJDEN DAT HET GAAT SCHUIVEN.
LET OP

MEN HERINNERT DAT HET OPPOETSEN MET SILICONENWAS UITGEVOERD MOET WORDEN NADAT MEN HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN NIET OP MET SCHURENDE PASTA'S. HET WASSEN MAG NOOIT WORDEN UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL NIET IN DE ZOMER WANNEER DE CARROSSERIE NOG WARM IS, OM-DAT DE SHAMPOO DIE VÓÓR HET SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN BESCHADIGEN. GEBRUIK GEEN VLOEISTOFFEN MET EEN TEMPERATUUR VAN MEER DAN 40°C VOOR HET REINIGEN VAN DE PLASTIC DELEN VAN HET VOERTUIG. RICHT DE WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF DAMP NIET OP DE VOLGENDE DELEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE COMMANDO'S OP HET RECHTER EN LINKER KANT VAN HET STUUR, DE KUSSENTJES, DE REMPOMPEN, DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATORS,
Het ledigen van de brandstoftank
LET OP

BRANDGEVAAR.
- Rest the scooter on its centre stand and on safe and level ground.
- Shut off the engine and wait until it cools off.
• Take a container with a capacity higher than the amount of fuel in the tank and place it on the scooter left hand side. - Remove the fuel tank cap.
-
To drain the fuel off the tank use a hand-operated pump or a similar system. Take care not to damage the pump unit (probe checking fuel level in the tank).
-
Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vaste en vlakke ondergrond.
- Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.
- Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brandstoftank.
- Voor het ledigen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijksoortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de benzine in de tank).
CAUTION
LET OP
AFTER EMPTYING THE TANK, REFIT THE FUEL TANK CAP ADEQUATELY.
NA HET LEDIGEN VAN DE TANK, HERPLAATST MEN CORRECT DE DOP VAN DE TANK.
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 04
Technical data
Hst. 04
Technische
gegevens
TECHNICAL DATA
| Max lengte 2263 mm | |
| Max breedte 790 mm | |
| Max hoogte (tot de kap) 1419 mm | |
| Hoogte tot het zadel | 785 mm |
| Asafstand | 1535 mm |
| Minimum vrije hoogte vanaf de grond | 215 mm |
| Gewicht per versnellingsorde | 194 Kg |
| Variator van de transmissie | Continu en automatisch |
| Primaire transmissie | Met trapeziumvormige riem |
| Secundaire transmissie | met raderwerken |
| Totale verhouding motor/wiel | kort 1/14,083lang 1/5,406 |
| Brandstof (inclusief de reserve) | 13,2 l |
| Brandstofreserve | 3 l |
| Motorolie (Vervanging van de motorolie en de filter van de motorolie) | 1100 cm ^3 |
| Olie van de transmissie | ~ 250 cm ^3 |
| Koelvloeistof (50% water + 50% antivries met ethyleenglycol) | 1,7 l |
| Plaatsen 2 | |
| Max belasting van het voertuig (bestuurder + bagage) | 115 kg |
| Max belasting van het voertuig (bestuurder + passagier + bagage) | 190 kg |
| Type van frame | In stalen buizen met hoge weerstand |
| Hellingshoek van het stuur | 27,5" |
| Voorloop | 108 mm |
| Voorrem | Met schijf - ∅ 260 mm - met hydraulische transmissie |
| Gecombineerde achterrem | Met dubbele schijf - vooraan ∅ 260 mm achteraan ∅ 240 mm |
| Velg van het voorwiel | 16"x 3,00 lichtmetalen velg |
| Velg van het achterwiel | 14"x3,5 lichtmetalen velg |
| Type van band | Zonder binnenband (tubeless) |
| Voorste band: | 110 /70 -16" 52P tubeless |
| Achterste band: 140/70-14" 68P tubeless | |
| Spanning van de voorband (enkel bestuurder) | 2,1 bar |
| Spanning van de achterband (enkel bestuurder) | 2,1 bar |
| Spanning van de voorband (bestuurder + passagier) | 2,1 bar |
| Spanning van de achterband (bestuurder + passagier) | 2,2 bar |
| Voorste ophanging Telescoopvork | met hydraulische werking |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 100 mm |
| Achterste ophanging hydraulische schokdemper met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting | |
| Verplaatsing van de achterste ophanging | 80 mm |
| Accu 12V-14 Ah | |
| Zekeringen 20 -15 - 10 A | |
| Generator (met permanente magneet) | 14V - 380W |
ENGINE TECHNICAL DATA
| Model M 2801 | |
| Type van motor Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, as met nokken in de kop. | |
| Aantal kleppen 4 | |
| Aantal cilinders | 1 |
| Complessieve cilinderinhoud | 244,29 cm ^3 |
| Cilinderdiameterboring/loop 72 mm / 60 mm | |
| Compressieverhouding 11,0 ± 0,5 : 1 | |
| Start Elektrisch | |
| Toerental van de motor aan het minimum regime | 1600 ± 100 toeren/min |
| Koppeling Automatisch, droge | centrifugekoppeling |
| Versnellingsbak | Automatisch |
| Koeling | Met geforceerde vloeistofcirculatie, door een centrifugepomp |
| Diffusor van de vlinderromp ∅ 32 mm | |
| VOEDING | Elektronische injectie met elektrische brandstofpomp |
| Brandstof | Loodvrije superbenzine (4 Stars UK), met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
| Type van ontsteking | C.D.I. / inductief |
| Voorontsteking | Variabele voorontsteking, beheerd door de injectiecentrale |
| Bougie | CHAMPION RGA-PHP |
| Afstand van de elektroden van de bougie | 0,7 - 0,8 mm |
| Lamp van het dimlicht / groot licht 12V - 55W / 12V - 55W | |
| Lamp van het voorste positielicht 12V - 5W | |
| Lamp van het licht van de voorste/ achterste richtingaanwijzers | 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W (vooraan) |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5W/21W |
| Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W | |
| Lamp van de verlichting van het dashboard | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers | LED |
| Controlelamp van de oliedruk van de motor | LED |
| Controlelamp van het dimlicht LED | |
| Controlelamp van het groot licht LED | |
| Controlelamp van de brandstofreserve | LED |
| Controlelamp van de indicator van de hoge temperatuur van de koelvloeistof | LED |

Bijgeleverde gereedschappen (04\_01)
De gereedschpskit «6» is bevestigd onder het zadel.
Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
Het zadel deblokkeren en het opheffen.
De bijgevoegde gereedschappen zijn:
- Gereedschapstas.
- Dubbele schroevendraaier.
- Buissleutel van 16 mm.
- Sleutel voor schokdempers.
- Zeshoekige sleutel van 4 mm.
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 05
Spare parts and
accessories
Hst. 05
Onderdelen en
accessoires
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 06
Programmed
maintenance
Hst. 06
Gepland
onderhoud
Scheduled maintenance table
CAUTION

FIRE HAZARD.
FUEL OR ANY OTHER INFLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
BEFORE ANY MAINTENANCE OPERATION OR INSPECTION ON THE MOTORCYCLE, SHUT OFF THE ENGINE AND REMOVE THE KEY. WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM ARE COLD, IF POSSIBLE LIFT THE SCOOTER WITH A SPECIFIC TOOL ON A FIRM AND LEVEL GROUND.
BEFORE ANY OPERATION, MAKE SURE THAT THE ROOM WHERE YOU ARE IS ADEQUATELY VENTILATED.
TO AVOID BURNS BE SPECIALLY CAREFUL WITH HOT ENGINE AND EXHAUST SYSTEM PARTS.
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONT-VLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VOORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. WACHT TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LO-KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
NOTE
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert.
Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling.
PERIODIC MAINTENANCE CHART
Kaart van het periodiek onderhoud
Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.
EVERY 2 YEARS
| Coolant - Check | Koelvloeistof - Controle |
| Brake fluid - change | Remolie - Vervanging |
ELKE 2 JAAR
1,000 KM
| Veiligheidsblokkeringen - controle |
| Gascommando - registratie |
| Oliefilter - Vervanging |
| Elektrische installatie en accu - Controle |
| Peil van de koelvloeistof - controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Motorolie - Vervangen |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Vervanging |
| Stuurinrichting - controle |
| Motorolie - Peilcontrole/bijvullen |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
10,000 км - 50,000 км - 70,000 км
| Veiligheidsblokkeringen - controle |
| Gascommando - registratie |
| Luchtfilter - reiniging |
| Luchtfilter van de riemruimte - Controle |
| Oliefilter van de motor - Vervangen |
| Elektrische installatie en accu - Controle |
| Peil van de koelvloeistof - controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Motorolie - Vervangen |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Controle |
| Ophangingen - Controle |
| Stuurinrichting - controle |
| Schuifsleden / variatorrollen - Vervanging |
| Motorolie - Peilcontrole/bijvullen |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
20,000 км - 40,000 км - 80,000 км
| Bougie Vervangen |
| Transmissieriem - vervanging |
| Gascommando - registratie |
| Luchtfilter - reiniging |
| Luchtfilter van de riemruimte - Controle |
| Oliefilter van de motor - Vervangen |
| Kleppenspeling - Controle |
| Elektrische installatie en accu - Controle |
| Peil van de koelvloeistof - controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Motorolie - Vervangen |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Schuifsleden / variatorrollen - Vervanging |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Vervanging |
| Ophangingen - Controle |
| Stuurinrichting - controle |
30,000 KM
| Veiligheidsblokkeringen - controle |
| Gascommando - registratie |
| Luchtfilter - reiniging |
| Luchtfilter van de riemruimte - Controle |
| Oliefilter van de motor - Vervangen |
| Elektrische installatie en accu - Controle |
| Peil van de koelvloeistof - controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Motorolie - Vervangen |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Schuifsleden / variatorrollen - Vervanging |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Controle |
| Ophangingen - Controle |
| Stuurinrichting - controle |
60,000 KM
Luchtfilter - reiniging
Luchtfilter van de riemruimte - Controle
Oliefilter van de motor - Vervangen
Kleppenspeling - Controle
Elektrische installatie en accu - Controle
Peil van de koelvloeistof - controle
Oliepeil van de remmen - controle
Motorolie - Vervangen
Slijtage van de rempastilles - controle
Schuifsleden / variatorrollen - Vervanging
Spanning en slijtage van de banden - controle
Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest
Naafolie - Vervanging
Ophangingen - Controle
Stuurinrichting - controle
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE
| Product Beschrijving Kenmerken | ||
| AGIP CITY HI TEC 4T Motorolie SAE 5W/40, API SL, ACEA A3, JASO MA | ||
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak API GL4, GL5 | ||
| AGIP FORK 7.5W Olie van de vork | - | |
| AGIP GREASE SM2 Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten | NLGI 2 | |
| AGIP BRAKE 4 remvloeistof | FMVSS DOT4+ | |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof | Biologisch afbreekbare koelvloeistof,gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. | |
| AGIP FILTER OIL Olie voor filters in spons | - | |
SCARABEO 250 i.e.

Chap. 07
Special fittings
Hst. 07
Speciale
uitrustingen
TABLE OF CONTENTS
A
Accessories: 149
Air filter: 91, 92
B
Battery: 103, 108
Brake: 98, 127
D
Disc brake: 127
Display: 19, 22
E
Engine oil: 72, 73, 76
Engine stop: 28
F
Fuel: 29
Fuses: 110
H
Headlight: 119
Het stilleggen van de motor: 57
|
Identificatie: 31
K
Kilometerteller: 21
Koelvloeistof: 93
Koplamp: 119
L
Lampen: 114
Luchtfilter: 91, 92
Stuurslot: 24
M
Motorolie: 72, 73, 76
T
Onderhoud: 71, 151, 152
Optische groep: 116, 123
Z
Zadel: 30
Zekeringen: 110
R
Richtingaanwijzers: 25, 120, 124
s
Schijfrem: 127
Schokdempers: 43
Sleutelschakelaar: 23
Standaard: 60
Start: 56

THE VALUE OF SERVICE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Asslentledienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprilia.com
Enkel wanneer men Originele Aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geïllustreerd. op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren. of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.
© Copyright 2006- Aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.