Sportcity One 50 2T (2008) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sportcity One 50 2T (2008) APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Sportcity One 50 2T (2008) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sportcity One 50 2T (2008) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sportcity One 50 2T (2008) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Sportcity One 50 2T (2008) APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SPORTCITY ONE 50 2T

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX
INDEX
VEHICLE....7
Plaats van de hoofdcomponenten.... 10
Legenda.... 11
Analoog instrumentenpaneel.... 13
Sleutelschakelaar.... 15
Inschakeling van het stuurslot.... 16
Schakelaar richtingaanwijzers.... 17
Drukknop claxon.... 18
Koplampschakelaar.... 18
Startknop.... 19
Het zadel.... 20
Identificatie.... 21
Penen van de koffer voor 22
Tassenhaak.... 23
GEBRUIK.... 25
Controles.... 26
Tanken.... 28
Regeling van de schokdempers.... 33
Inrijden.... 34
Starten des motors.... 35
Moeilijke start.... 44
Het stilleggen van de motor.... 46
Katalysator 48
Standaard.... 50
Tips tegen diefstal.... 50
Het veilig rijden.... 52
ONDERHOUD.... 61
Oliepeil van de naaf.... 62
Banden....64
Demonteren van de bougie.... 67
Demonteren van het luchtfilter.... 71
Reiniging van de luchtfilter.... 73
Controle van het oliepeil van de remmen.... 73
Het bijvullen van vloeistof in de reminstallatie.... 78
Accu.... 78
Controle van het elektrolytpeil.... 86
Lange stilstand.... 87
Zekeringen.... 88
Voorste optische groep.... 90
Regeling van de koplamp.... 92
Voorste richtingaanwijzers.... 93
Achterste optische groep.... 93
Achterste richtingaanwijzers.... 94
Achteruitkijkspiegels.... 95
Regeling van het minimum toerental.... 95
Schijfrem vooraan.... 96
Trommelrem achteraan.... 98
Stilstand van het voertuig....99
Reinigen van het voertuig.... 101
Vervoer.... 105
TECHNISCHE GEGEVENS.... 109
Bijgeleverde gereedschappen.... 114
GEPLAND ONDERHOUD.... 115
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.... 116
SPORTCITY ONE 50 2T

Chap. 01
Vehicle
Hst. 01
Voertuing

Plaats van de hoofdcomponenten (01\_02)
LEGENDE:
-
Opbergruimte
-
Zekeringhouder
-
Zadelslot
-
Accu
-
Luchtfilter
-
Trapstarter
-
Centrale standaard
-
Brandstoftank
-
Dop van de brandstoftank
-
Dekseltje framenummer
-
Lasthaak
-
Vloeistoftank van de voorrem
-
Schakelaar van de ontsteking / stuurslot
-
Akoestische melder
-
Inspectiedeksel
16.Bougie

- Sleutelschakelaar
- Lasthaak
- Opbergruimte
- Drukknop van de claxon
- Schakelaar van de knipperlichten
-
Hendel van de achterrem
-
Rear brake lever
- Omleider van de lichten
- Light switch
- Linker achteruitkijkspiegeltje
- Left rear-view mirror 9. Instrumentengroep
- Instrument panel 10. Rechter achteruitkijkspiegeltje
- Right rear-view mirror 11. Hendel van de voorrem
- Front brake lever 12. Gashandvat
- Throttle grip 13. Startknop
- Starter button

01_04
Analogue instrument panel (01\_04)
KEY
Analoog instrumentenpaneel (01\_04)
Legende
- Indicator van het brandstofpeil
- Controlelamp van de richtingaanwijzers
- Snelheidsmeter
-
Controlelamp van het groot licht
-
Low mixer oil warning light
-
Odometer
-
Controlelamp van de oliereserve van de menger
-
Kilometerteller
INSTRUMENTS AND GAUGES - DESCRIPTION
Fuel gauge «1»
Indicator van het brandstofpeil «1»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Controlelamp van de richtingaanwijzers «2»
Knippert wanneer het signaal in functie is.
Snelheidsmeter «3»
Duidt de rijsnelheid aan.
Controlelamp van het groot licht «4»
Licht op wanneer het licht van het voor- licht zich in de positie van het groot licht bevindt.
Red low mixer oil warning light «5»
Controlelamp van de oliereserve van de menger «5»
Deze licht op wanneer de ontstekings- schakelaar in positie «ON» wordt ge- plaatst en de startknop wordt ingedrukt, door een controle uit te voeren van de correcte werking van het lampje. Wanneer het lampje niet oplicht tijdens de start, vervangt men het.
CAUTION
IF THE BULB TURNS ON BUT DOES NOT GO OFF AFTER THE STARTER BUTTON IS RELEASED, OR IF IT TURNS ON DURING REGULAR RIDING, THIS MEANS THE MIXER OIL LEVEL IS IN RESERVE; IF THIS OC-CURS, TOP-UP WITH MIXER OIL.
LET OP
WANNEER DE CONTROLELAMP OPLICHT EN NIET UITGAAT NADAT MEN DE STARTKNOP HEEFT LOSGELATEN, OF WANNEER HET OPLICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING, IS HET OLIEPEIL VAN DE MENGER IN RESERVE; IN DIT GEVAL VULT MEN OLIE BIJ IN DE MENGER.
Odometer «6»
Duidt het totaal aantal afgelegde kilometers aan.

Key switch (01\_05, 01\_06)
De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL «2» ACTIVEERT DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR / STUURSLOT EN HET DEURTJE VAN DE OPBERGRUIMTE. BIJ HET VOERTUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GELEVERD (ÉÉN RESERVESLEUTEL).

N.B.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
SWITCH POSITIONS
ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
LOCK «C»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
Inschakeling van het stuurslot (01\_07)
LET OP
DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI- TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
• Drai het stuur volledig naar links.
- Draai de sleutel «2» in positie «OFF»
- Turn and set the key «2» to «OFF»
NOTE
TURN THE KEY AND MOVE THE HAN- DLEBAR AT THE SAME TIME.
N.B.
DRAAI DE SLEUTEL EN DRAAI TEGELIJKERTIJD AAN HET STUUR.

- Press and turn the key «2» anticlockwise (to the left), move the handlebar slowly until the key «2» is set to «LOCK».
-
Extract the key.
-
Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwijzerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst.
• Verwijder de sleutel.

Schakelaar richtingaanwijzers (01\_08)
Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT-
STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT

Door op drukknop «2» te drukken, activeert men de akoestische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Light switch (01\_10)
Wanneer de omleider van de lichten «4» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; in positie «B» wordt het dimlicht geactiveerd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
ASD LIGHTS AUTOMATIC LIGHTING AUTOMATISCHE ONTSTEKING VAN DE LICHTEN ASD
Dit voertuig is voorzien van een automatisch ontstekingssysteem van de lichten bij het starten van de motor.
Daarom werd de schakelaar van de lichten vervangen door een omleider "dimlichten-grote lichten".
De lichten gaan uit wanneer de motor wordt uitgeschakeld.
- Vóór de start controleert men of de omleider van de lichten op "dimlichten" is geplaatst (voorste dimlicht).

Door op startknop «5» te drukken en door gelijktijdig de remhendel (vooraan of achteraan) te activeren, doet het startmotortje de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
N.B.
DE VERLICHTINGSINSTALLATIE WERKT ENKEL WANNEER DE MO- TOR GESTART IS.

Voor het deblokkeren en het opheffen van het zadel, handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Plaats de sleutel in het zadelslot «1».
- Draai de sleutel in tegenwijzerszin en hef het zadel «2» op.
- Om het zadel te blokkeren, moet het dicht gedaan worden; druk op het midden van het zadel zo- dat het slot klikt.
LET OP

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.
N.B.
VOORALEER MEN HET ZADEL DICHT DOET EN BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE ZADELRUIMTE.
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLIK VERVALLEN.

Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het dekseltje «1» te verwijderen.
Frame n°.....

Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.
Motor n°....

Penen van de koffer voor (01\_15)
Om de documentenruimte te openen:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Plaats de ontstekingssleutel in het slot «3», en druk er op.

De lasthaak «1» bevindt zich op de interne beschermingsplaat, in de voorkant.
LET OP

HANG GEEN TE GROTE TASSEN OF PAKKEN AAN DE LASTHAAK, OM-DAT DE HANDELBAARHEID VAN HET VOERTUIG OF DE BEWEGING VAN DE VOETEN ZOU KUNNEN GEHINDERD WORDEN.
Maximum toegestaan gewicht
1,5 kg
SPORTCITY ONE 50 2T

Chap. 02
Use
Hst. 02
Gebruik
Checks
CAUTION

Voorste schijfrem Controleer de werking, de loze slag van de commandohendel, het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van
| pads for wear. If necessary, top-up the brake fluid. | de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen. |
| Rear drum brake Check for proper operation. Check control lever free play and condition. | Achterste trommelrem Controleer de werking, de lege loop, en de condities van de commandohendel. |
| Brake levers Check they function smoothly.Lubricate the joints if necessary. | Remhendels Controleer of ze zacht werken.Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen. |
| Throttle grip Check that the throttle functions smoothly and can be fully opened and closed in all steering positions. | Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. |
| Wheels/ tyres Check that tyres are in good conditions. Check inflation pressure, tyre wear and potential damage. | Wielen/banden Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. |
| Steering Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Stuur Controleer of het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. |
| Centre stand Check that it works smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released.Lubricate couplings and joints if necessary. | Centrale standaard Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen. |
| Fastener elements Check that the fastener elements are not loose.Adjust or tighten if necessary. | Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. |
| Fuel tank Check the level and refill if necessary. |
| Check the circuit for leaks or obstructions.Check that the tank cover closes correctly. | Bevestigingselementen Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zijn.Stel ze af of sluit ze eventueel. | |
| Stop lights, warning lights, horn and electrical devices | Check the correct operation of these devices.Replace the light bulbs or repair the fault, if necessary. | Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig.Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. |
| Mixer oil Check and/or top-up as required. | ||
| Stoplichten, controlelampen, akoestische melder en elektrische mechanismenControleer de correcte werking van de mechanismen.Vervang de lampjes of herstel de schade indien nodig. | ||
| Olie van de menger Controleer en/of vul bij indien nodig. | ||
Gebruik loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Voor het tanken van brandstof, handelt men als volgt:
• Hef het zadel op.
- Draai de dop van de brandstof-tank «1» los en verwijder hem.
• Voer het tanken van brandstof uit.
• Plaats dop «1» opnieuw.
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE.
WANNEER EEN TRECHTER OF IETS ANDERS WORDT GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOON WORDEN.
N.B.
NA HET TANKEN, PLAATST MEN DOP «1» OPNIEUW OP CORRECTE WIJZE.
Characteristic
Brandstof (inclusief de reserve)
71
Brandstofreserve
1,51
MIXER OIL
Vul de tank van de olie van de menger volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Het voertuig is voorzien van een gescheiden menger die benzine met olie mengt voor de smering van de motor.
Wanneer men in reserve komt, licht de controlelamp van de oliereserve van de menger op het dashboard op.
Na het eventueel oplichten van de controlelamp moet bij de eerste tankbeurt of alleszins voordat 150 km gereden wordt, de olietank bijgevuld worden.
LET OP

WANNEER MEN HET VOERTUIG GE-BRUIKT ZONDER OLIE IN DE MEN-GER, VEROORZAAKT DIT ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR.
WANNEER ER GEEN OLIE MEER AANWEZIG IS IN DE MENGERTANK,
CONTACT AN Official aprilia Dealer TO HAVE THE SYSTEM PURGED.
THIS OPERATION IS ESSENTIAL AS THE ENGINE CAN BE SERIOUSLY DAMAGED IF IT RUNS WITH AIR IN THE MIXER OIL CIRCUIT.
OF WANNEER DE OLIEBUIS VAN DE MENGER WORDT VERWIJDERD, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE ONTLUCHTING.
DEZE HANDELING IS ABSOLUUT NOODZAKELIJK, OMDAT DE WERKING VAN DE MOTOR MET LUCHT IN DE INSTALLATIE VAN DE OLIE VAN DE MENGER ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR ZELF ZOU KUNNEN VEROORZAKEN.
Aanbeloven producten
AGIP CITY 2T
Olie van de menger
ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++

Voor de invoer van olie van de menger in de tank, handelt men als volgt:
• Hef het zadel op.
• Verwijder de dop «2»
• Voer het tanken van olie uit.
Olie van de menger (inclusief de reserve)
1,21
Oliereserve van de menger
0,21
- Refit the cap «2».
NOTE
AFTER REFUELLING, REFIT THE FUEL TANK CAP «2» ADEQUATELY.
- Plaats dop «2» opnieuw.
N.B.
NA HET TANKEN, PLAATST MEN DOP «2» OPNIEUW OP CORRECTE WIJZE.

De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (remming bij compressie/extensie), en is bevestigd door middel van de silent-block aan de motor.
De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelasting van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voorzien voor een bestuurder van ongeveer 70 kg. Voor andere gewichten en behoeften, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.

Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.

Inrijden (02\_05, 02\_06)
De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode. Voor de eerste 500 km (312 mijl), moet men de volgende normen respecteren:
- 0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijf toe te staan.
- 0-300 km (0-187 mijl) Hou het gashandvat niet te lang open voor meer dan de helft.

flowchart
graph TD
A["STOP"] --> B["Eye Icon"]
B --> C["Time Zone 02_06"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
• 300-1000 km (187-625 mijl) Hou het gashandvat niet te lang open voor meer dan 3/4.
LET OP

NA DE EERSTE 1000 KM (625 MIJL) VAN WERKING, VOERT MEN DE CONTROLES UIT DIE MEN VINDT IN DE KOLOM "EINDE VAN DE PROEFPERIODE" VAN DE KAART VAN HET PERIODIEK ONDERHOUD, OM LETSELS AAN ZICHZELF OF ANDEREN EN/OF SCHADE AAN HET VOERTUIG TE VOORKOMEN.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Controleer of de omleider van de lichten «2» zich in de positie van de dimlichten bevindt.
- Plaats de ontstekingsschake-laar «3» op «ON».
- Blokkeer minstens één wiel door een remhendel «4» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en dus draait het startmotortje niet.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG VOOR LANGE TIJD INACTIEF IS GEBLEVEN, VOERT MEN DE HANDELINGEN UIT DIE WORDEN BESCHREVEN IN HET DEEL «LANGE INACTIVITEIT».
N.B.
OM EEN EXCESSIEF VERBRUIK VAN DE ACCU TE VERMIJDEN, HOUDT MEN DE STARTKNOP NIET LANGER DAN VIJF SECONDEN INGEDRUKT. WANNEER IN DIT TIJDSINTERVAL DE MOTOR NIET START, WACHT MEN
TIEN SECONDEN EN DRUKT MEN OP-NIEUW OP DE STARTKNOP.

Druk op startknop «5», open lichtjes het gashandvat voor 1/8 (raadpleeg de figuur), en laat het daarna los wanneer de motor wordt gestart.


- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Bereik de linker kant van het voertuig.
- Controleer of de omleider van de lichten «2» zich in de positie van de dimlichten bevindt.
- Plaats de ontstekingsschake- laar «3» op «ON».
- Om te vermijden dat men bij de start de controle over het voertuig verliest, blokkeert men beide wielen en activeert men de remhendels «4».
- Draai het startpedaal «6» naar buiten toe.
LET OP

HANDEL NIET OP HET STARTPE-DAAL WANNEER DE MOTOR REEDS GESTART IS.
- Kick the pedal «6» with your right foot and release it immediately. If necessary, repeat the operation until the engine starts.
-
Fold in the kick-starter pedal «6».
-
Handel met de rechter voet op het startpedaal «6», en laat het onmiddellijk los. Herhaal de handeling indien nodig, tot de start van de motor.
- Klap het startpedaal «6» op-nieuw naar binnen.

DE VERWIJZINGEN IN VERBAND MET HET RIJDEN MET PASSAGIER HEB- BEN ENKEL BETREKKING OP DE LANDEN WAAR DIT VOORZIEN IS.
TIJDENS HET RIJDEN HOUDT MEN DE HANDEN STEVIG OP DE HANDVA-TEN EN LAAT MEN DE VOETEN STEU-NEN OP DE VOETENSTEUNEN. RIJ NOOIT IN ANDERE POSITIES.
LET OP
WANNEER MEN MET PASSAGIER RIJDT, GEEFT MEN INLICHTINGEN AAN DEZE PERSOON ZODAT DEZE GEEN MOEILJKHEDEN VEROORZAAKT TIJDENS DE MANOEUVRES.
VÓÓR HET VERTREK CONTROLEERT MEN OF DE STANDAARD VOLLEDIG INGEKLAPT IS.

- Laat het gashandvat los (pos. A), activeer de achterrem, en laat het voertuig op de standaard rusten.
- Ga op het voertuig zitten, voor de stabiliteit, en hou minstens één voet op de grond.
- Regel de achteruitkijkspiegel- tjes op correcte wijze.
LET OP

- Om te vertrekken moet de remhendel losgelaten worden, en moet gas gegeven worden door het gashandvat zacht te draaien (Pos. B), het voertuig zal beginnen rijden.
LET OP

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET
ENGINE BY RIDING THE FIRST KILO-METRES AT A LIMITED SPEED.
CAUTION

Moeilijke start (02\_15, 02\_16)
STARTEN MET VERZOPEN MOTOR
Wanneer men de startprocedure niet correct uitvoert, of wanneer er een excessieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding, zou de motor kunnen verzuipen.
Om een verzopen motor te reinigen, handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «1» voor enkele seconden (door de motor leeg te doen draaien) met het gashandvat «2» volledig gedraaid (pos. A).
COLD START
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (dichtbij of onder het vriespunt), zou de eerste start moeilijk kunnen verlopen.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «1» en draai tegelijkertijd maar lichtjes aan het gashandvat «2».
Wanneer de motor niet start.
• Laat het gashandvat «2» los.
- Wanneer het minimumregime instabiel is, handelt men op het gashandvat «2» met kleine en veelvuldige rotaties.
Wanneer de motor niet start.
Wacht enkele seconden en voer de procedure van de koude start opnieuw uit. Wanneer de motor nog steeds niet gestart kan worden, moet u zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer.
STARTING AFTER PROLONGED IN- ACTIVITY
Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn. In dit geval handelt men als volgt:
• Druk op de startknop «1» voor ongeveer vijf seconden, zodat
het kuipje van de carburator ge- vuld wordt.

Het stilleggen van de motor (02\_17, 02\_18)
- Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijkaan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.
- Tijdens een momentele pauze houdt men minstens één rem ingetrokken.
LET OP

VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
PARKING
- Stop the vehicle.
PARKEREN
• Leg het voertuig stil.
CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.
DO NOT LEAN THE SCOOTER ON A WALL OR LAY IT ON THE GROUND. MAKE SURE THE SCOOTER AND SPECIALLY ITS HOT PARTS DO NOT POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN.
DO NOT LEAVE YOUR SCOOTER UN-ATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH. DO NOT SIT ON THE VEHICLE WHEN IT REST ON ITS STAND.
NOTE
WITH THE ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED.
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND. CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEI- END HETE DELEN ERVAN, NIET GE- VAARLIJK ZIJN VOOR PEPersonEN EN KINDEREN.
LAAT HET VOERTUIG NIET ONBE- WAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR. GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER HET OP DE STANDAARD STAAT.
N.B.
MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.

- Turn the key «1» and set the ignition switch «2» to «OFF».
• Rest the scooter on its stand.
CAUTION
WITH THE ENGINE OFF, IT IS NOT NECESSARY TO CLOSE THE FUEL VALVE, FOR IT HAS AN AUTOMATIC SEALING SYSTEM.
NOTE
DO NOT LEAVE THE KEY INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
- Draai aan de sleutel «1», plaats de ontstekingsschakelaar «2» op
• «OFF». - Plaats het voertuig op de standaard.
LET OP
WANNEER DE MOTOR STILLIGT, IS HET NIET NODIG OM HET BRAND-STOFKRAANTJE TE SLUITEN, OMDAT HET VOORZIEN IS VAN EEN AUTOMATISCH DICHTINGSSYS-TEEM.
N.B.
LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONT-STEKINGSSCHAKELAAR.
- Lock the steering and take out the key «1».
- Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «1».
Catalytic silencer
Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:
- De verwijdering en elke daad voor het niet operationeel maken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelingen, herstellingen of vervanging, eender welk mechanisme
of samenstellend ingebouwd element van een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai vóór de verkoop of de levering van het voertuig aan de koper of terwijl het wordt gebruikt.
- Het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.
Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt.
Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële aprilia Dealer.
LET OP

HET IS VERBODEN OM TE KNOEIEN AAN HET CONTROLESYSTEEM VAN HET LAWAAI.

• Grijp het linker handvat en de achterste handgreep «1» vast.
- Druk op de hendel van de standaard «2».
CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.

Stand checking
Controle van de standaard
De rotatie van de standaard «3» mag niet worden belet.
Voer de volgende controles uit:
- De veren «4» mogen niet beschadigd, versleten, verroest of verzwakt zijn.
- De standaard moet vrij draaien, smeer eventueel het kogelgewricht.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM: ....
VOORNAAM: ....
ADRES: ....
TELEFOONNUMMER: ......
BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje.

Het veilig rijden (02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30, 02_31, 02_32)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijze- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.


Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegalaal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.

Vooraleer men gaat rijden denkt men eraan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagier).

De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active-ring van de commando's niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).
LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
SPORTCITY ONE 50 2T

Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud

Oliepeil van de naaf (03\_01, 03\_02)
- Leg enkele kilometers af tot de normale werkingstemperatuur wordt bereikt, en leg daarna de motor stil.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.
- Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek.
- Draai de dop/staaf «1» volledig vast in de invoerboring «2».
- Verwijder opnieuw de dop/staaf en lees het oliepeil af op de staaf.
- Het peil is correct wanneer het ongeveer de referentie, aangeduid in de figuur, op de meetstaaf bereikt.
- Indien nodig vult men bij.
LET OP

LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

SLUIT DE VULDOP «1», EN CONTRO- LEER OF GEEN OLIE LEKT.
CHECK REGULARLY THAT THERE ARE NO LEAKS IN THE CRANKCASE COVER GASKET.
Aanbeloven producten
AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90
Olie voor de versnellingsbak
API GL4, GL5
GEARBOX OIL CHANGE
De olie van de transmissie moet vervangen worden volgens de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud.
Voor de controle en de vervanging, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS. WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
WANNEER VICEVERSA DE BANDEN-SPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJKANTEN «1» VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE VELG SLIPT OF LOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST. WANNEER MEN BRUUSK REMT KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CONTROLEER DE STAAT VAN HET RIJOPPERVLAK EN DE SLIJTAGE, OMDAT SLECHTE
| Vooraan: 1,5 mm |
| Achteraan 1,5 mm |

Spark plug dismantlement (03\_05, 03\_06, 03\_07, 03\_08, 03\_09)
Controleer de bougie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Demonteer regelmatig de bougie, reinig ze van de koolafzettingen en vervang ze indien noodzakelijk.
Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:

- Lift the saddle.
- Undo and remove the screws «3».
- Undo and remove the screws «4».
• Hef het zadel op.
- Draai de bouten «3» op en verwijder ze.
- Draai de bouten «4» los en verwijder ze.
CAUTION

- Verwijder het inspectiedeksel «5» langs voor.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Unscrew and remove the screw «6» and then remove the coil.
- Draai de bout «6» los en verwijder ze, en verwijder de bobine.

For removal and cleaning: Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:
CAUTION

BEFORE CARRYING OUT THE FOLLOWING OPERATIONS AND IN ORDER TO AVOID BURNS, LEAVE ENGINE AND MUFFLER TO COOL OFF TO AMBIENT TEMPERATURE.
LET OP

VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF- KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS- TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.

- Remove the tube «1» of the spark plug.
- Clean off any trace of dirt from the spark plug base. Then unscrew it using the spanner supplied in the toolkit and remove it from its fitting, being careful not to let dust or any other substance come into the cylinder.
- Check that the spark plug electrode and centre porcelain are free of carbon deposits or signs of corrosion. If necessary, clean using suitable spark plug cleaners, a wire and/or metal brush.
- Blow vigorously with a blast of air to avoid removed dirt getting into the engine. Replace the spark plug if its insulator is cracked or the electrodes show signs of corrosion or excessive deposits.
-
Check the electrode gap with a thickness gauge. It must be 0.6 mm. If required, adjust the gap
-
Verwijder de pipet «1» van de bougie.
- Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze daarna los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.
- Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje.
- Blaas goed met een luchtstraal om te vermijden dat de verwijderde residu's in de motor komen. Als de isolatie van de bougie scheuren vertoont op de isolatie, aangetaste elektroden of excessieve afzettingen ver-
toont, moet ze vervangen wor- den.
- Controleer de afstand van de elektroden met een diktemeter. Deze afstand moet 0,6 mmbedragen; regel eventueel door de elektrode van de massa voorzichtig te buigen.
- Controleer of de bougie zich in goede condities bevindt. Draai de bougie manueel vast met de rondel gemonteerd, om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.
- Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.
LET OP
DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHA-DIGD.
GEBRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOU-DEN DE PRESTATIES EN DE DUUR VAN DE MOTOR GESCHAAD KUN-NEN WORDEN.
Afstand van de elektroden van de bougie
0,6 mm
18 Nm (1.8 kgm) Bougie
NGKR BR8ES
Alternatieve bougie
CHAMPION RN2C
Aandraaikoppels (N\*m)
Sluitkoppel van de bougie
18 Nm (1,8 Kgm)
- Refit the spark plug tube «1» securely, so that it will not get detached when exposed to engine vibrations.
- Refit the coil.
-
Refit the central inspection cover «5».
-
Plaats correct de pipet van de bougie «1», zodat ze niet losraakt door de vibraties van de motor.
• Hermonteer de bobine. - Hermonteer het centrale inspectiedeksel «5».
Demonteren van het luchtfilter (03\_10, 03\_11)
De reiniging en de staat van de luchtfilter zouden maandelijks of volgens de aanduidingen die men vindt in de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud uitgevoerd moeten worden; dit zal afhangen van de gebruikscondities.
Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging of de vervanging vlugger worden uitgevoerd.

Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijderen.
REMOVAL
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Draai de vijf bouten «1» los en verwijder ze.
- Verwijder het deksel van de luchtfilter «2».
- Verwijder het filterend element «3».
Air filter cleaning
CAUTION

TO AVOID RISK OF FIRE OR EXPLOSION DO NOT USE PETROL OR INFLAMMABLE SOLVENTS TO CLEAN THE FILTERING ELEMENT.
Reiniging van de luchtfilter
LET OP

GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRAND-BARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.
- Was het filterend element «3» met reine, onontvlambare oplosmiddelen, of met oplosmiddelen die een hoge vluchtigheidsgraad hebben, en laat het zorgvuldig drogen.
- Breng op het volledige oppervlak olie voor filters aan.

Controle van het oliepeil van de remmen (03\_12, 03\_13)
LET OP

PLOTSELINGE WIJZIGINGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND OP DE HENDEL VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLE-
FAILURE IN THE HYDRAULIC CIRCUIT.
CONTACT AN aprilia Official Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE CORRECT OPERATION OF THE BRAKING SYSTEM AND WHEN THE ORDINARY CHECKS CAN NOT BE CARRIED OUT.
CAUTION

PAY SPECIAL ATTENTION TO THE BRAKE DISC AND THE FRICTION GASKETS AND CHECK THAT THEY ARE NOT OILY OR GREASY, SPECIALLY AFTER MAINTENANCE OPERATIONS OR CHECKS.
CHECK THAT THE BRAKE PIPE IS NOT TWISTED OR WORN.
DO NOT DISPOSE OF THE FLUID INTO THE ENVIRONMENT.
DE REMVLOEISTOF MOET ELKE TWEE JAAR WORDEN VERVANGEN DOOR EEN Officiële aprilia Dealer.
IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE IS EN- KEL IN VERBAND MET DE VOORSTE SCHIJFREMINSTALLATIE.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de vloeistof, om automatisch de slijtage te compenseren. De tank van de remvloeistof bevindt zich in de nabijheid van de koppeling van de voorste remhendel. Controleer periodiek het peil van de remvloeistof in de tank en de slijtage van de pastilles.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.

De tank van de remvloeistof bevindt zich in de nabijheid van de koppeling van de voorste remhendel. Controleer periodiek het peil van de remvloeistof in de tank en de slijtage van de pastilles.
CONTROLE
Voor de controle van het peil handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Draai het stuur, en plaats het horizontaal.
- Controleer of de remvloeistof in de tank de referentie overschrijdt die aangeduid wordt in de figuur.
NOTE
FLUID LEVEL GOES DOWN GRADU- ALLY AS THE PADS WEAR OUT.
Wanneer de vloeistof minstens de aan- geduide referentie niet bereikt:
- Controleer de slijtage van de rempastilles.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn:
- Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen.
LET OP

CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OM-DAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.
Het bijvullen van vloeistof in de reminstallatie
LET OP
VOOR HET BIJVULLEN VAN DE VLOEISTOF IN DE REMINSTALLATIES, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN OFFICIÈLE aprilia DEALER, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Battery (03_14, 03_15, 03_16, 03_17)
CAUTION

DO NOT INVERT THE CONNEXIONS OF THE BATTERY LEADS.
CONNECT AND DISCONNECT THE BATTERY WITH THE IGNITION SWITCH SET TO «OFF», OTHERWISE SOME COMPONENTS MAY BE DAMAGED.
CONNECT THE POSITIVE LEAD (+) FIRST AND THEN THE NEGATIVE
Accu (03_14, 03_15, 03_16, 03_17)
LET OP

DRAAI DE VERBINDINGEN VAN DE KABELS VAN DE ACCU NOOIT OM.
VERBINDT EN MAAK DE ACCU LOS MET DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF», ANDERS ZOUDEN SOMMIGE ONDERDELEN SCHADE KUNNEN OPLOPEN.
VERBINDT EERST DE POSITIEVE KABEL (+) EN DAARNA DE NEGATIEVE (-). MAAK ZE LOS DOOR DE VOLG-
ONE (-). DISCONNECT IN THE REVERSE ORDER.
CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
Controleer het elektrolytpeil en de sluiting van de klemmen volgens de aanduidingen die men vindt in de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWON-DEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWA-VELZUUR BEVAT. DRAAG BESCHERMENDE KLEDING, EEN MASKER VOOR HET GEZICHT EN/OF EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MEN ONDERHOUD UITVOERT.
WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET KOUD WATER.
IF THE FLUID GETS INTO CONTACT WITH THE EYES, WASH WITH ABUNDANT WATER FOR FIFTEEN MINUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMMEDIATELY.
- Bereik de accu door het inspectiedeksel «1» te verwijderen.
- Controleer of de terminals «2» van de kabels en de klemmen «3» van de accu zich in goede condities bevinden (en niet verroest of bedekt zijn met afzettingen) en bedekt zijn met speciaal vet of vaseline.


- Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve (rood) (+) los.
- Borstelt men met een metalen borstel, om elk roestspoor te elimineren.
- Herverbindt eerst de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met speciaal vet of vaseline.
• Herplaats de accu.
BATTERY REMOVAL
ACCESS TO THE BATTERY
- Controleer of de ontstekings-
schakelaar zich in positie
«OFF» bevindt.
• Hef het zadel op.
• Verwijder het accudeksel «1».
LET OP

DE ACCU IS GEBONDEN AAN DE ELEKTRISCHE KABELS. FORCEER
DE KABELS NIET BIJ DE VERWIJDERING.
COMPLETE REMOVAL
VOLLEDIGE VERWIJDERING
- Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (rood) (+) los.
• Maak het ontluchtingsbuisje los. - Verwijder de accu uit haar plaats en plaats haar op een vlak oppervlak in een koele en droge plaats.
LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
BATTERY RECHARGE.
• Verwijder de accu.
- Voorzie een geschikte acculader.
- Draai de doppen van de elementen los, en verwijder ze.
- Controleer het elektrolytpeil van de accu.
- Verbindt de accu aan een acculader.
NOTE
IT IS RECOMMENDED TO RECHARGE USING A CURRENT RATING OF 1/10 OF THE BATTERY CAPACITY.
• Schakel de acculader aan.
- Na het opladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bij met gedestilleerd water.
- Sluit de doppen van de elementen.
LET OP

HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5-10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT DE ACCU GAS BLIJFT PRODUCEREN VOOR EEN KORTE PERIODE.

installatie van de accu
- Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Plaats de accu op zijn plaats.
- Sluit het ontluchtingsbuisje van de accu «4» aan.
LET OP

VERBINDT STEEDS DE ONTLUCHTING VAN DE ACCU, OM TE VERMIJDEN DAT DE ZWAVELZUURDAMPEN DIE UIT DE ONTLUCHTING KOMEN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE, DE GELAKTE DELEN, DE RUBBEREN DETAILS OF DE PAKKINGEN KUNNEN AANTASTEN.
DE ONTLUCHTINGSBUIS MOET VERBONDEN WORDEN ZODAT HIJ NIET WORDT PLATGEDRUKT, ANDERS KAN DIT HET VERHOGEN VAN DE INTERNE DRUK VAN DE ACCU VEROORZAKEN, EN ZE DUS BESCHADIGEN.
-
Connect first the positive (red) lead (+) and then the negative one (-)
• Cover terminals and leads with special grease or petroleum jelly. -
Verbindt eerst de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-)
- Bedek de terminals en de klemmen met speciaal vet of vaseline.
WARNING
WAARSCHUWING


UPON REFITTING, THE ELECTRIC WIRES SHOULD BE LED INTO POSITION SO THAT THEY DO NOT GET CRUSHED.
THE NEGATIVE LEAD (-) SHOULD NOT OVERLAP THE POSITIVE LEAD (+) CLAMP, ON THE CONTRARY, IT SHOULD BE PLACED NEXT TO IT, BETWEEN THE BATTERY AND THE HOUSING.
BIJ DE HERMONTAGE MOETEN DE ELEKTRISCHE KABELS IN POSITIE WORDEN GEBRACHT, ZODAT ZE NIET KUNNEN PLATGEDRUKT WORDEN.
DE NEGATIEVE KABEL (-) MAG DE BEVESTIGING VAN DE POSITIEVE KABEL (+) NIET OVERLAPPEN, MAAR MOET ER NAAST WORDEN GE-PLAATST, TUSSEN DE ACCU EN DE DOOS.
• Duw de accu in de accudoos.
• Sluit het accudeksel «1».
• Klap het zadel omlaag

Checking the electrolyte level (03\_18)
Controle van het elektrolytpeil (03\_18)
• Verwijder de accu.
- Controleer of het vloeistofpeil zich tussen de twee strepen "MIN" en "MAX", op de zijkant van de accu, bevindt.
Anders handelt men als volgt:
- Draai de doppen van de elementen los en verwijder ze.
NOTE
USE DISTILLED WATER ONLY TO TOP-UP ELECTROLYTE FLUID. DO NOT EXCEED THE "MAX" MARK, SINCE THE LEVEL INCREASES DURING RECHARGE.
- Herstel het peil door enkel ge- destilleerd water toe te voegen.
• Herplaats de doppen van de elementen.
LET OP
NA HET BIJVULLEN HERPLAATST MEN CORRECT DE DOPPEN VAN DE ELEMENTEN.
Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.
Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekering «2» controleren.
Voor de controle:
- Plaats de ontstekingsschakelaar op «OFF» om een toevallige kortsluiting te vermijden.
- Verwijder het inspectiedeksel «1».
- Verwijder de zekering «2», en controleer of de draad «3» onderbroken is.
- Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het probleem.
- Vervang de beschadigde zeker-ing met een andere met dezelf-de elektrische stroomsterkte.
- Plaats het inspectiedeksel «1» weer.
| Lampje van het dimlicht 12 V - 35 W (Halogeen) | |
| Lampje van het groot licht 12 V - 35 W (Halogeen) | |
| Lampje van het positielicht 12V - 3W | |
| Lampjes van de voorste richtingaanwijzers | 12 V - 21 W (Halogeen) H21W |
| Lampjes van de achterste richtingaanwijzers | 12 V - 16W |
| Lampje van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lampje van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| Controlelamp van het groot licht 12V - 1,2W | |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers | 12V - 1,2W |
| Controlelamp van de oliereserve van de menger | 12V - 1,2W |
Front light group (03\_22, 03\_23)
Voorste optische groep (03\_22, 03\_23)
De voorste optische groep bevat:
- Een lampje van het dimlicht
• Een lampje van het groot licht

- Twee lampjes van de positie- lichten
To replace the low-beam «1» and high-beam light bulbs «2»:
Voor de vervanging van de lampjes van de dimlichten «1» en de grote lichten «2»:
- Handel intern de wielruimte, en neem de lamp vast.
- Draai de lamp in tegenwijzerszin, en verwijder ze.
• Maak de voedingsconnector los.
To replace the tail light bulbs «3»:
Voor de vervanging van de positielampjes 3»:
- Handel intern de wielruimte, neem de rubberen lamphouder vast, en verwijder hem.
- Neem het lampje vast, en verwijder het.
CAUTION
DO NOT PULL THE POWER SUPPLY CABLES WHEN TAKING OUT THE BULB HOLDER.
LET OP
TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPHOUDER TE VERWIJDEREN.


- Voor een snelle controle van de correcte richting van de licht-bundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.
- Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Handel intern de wielruimte, en neem de draaiknop «4» vast.
DOOR VAST TE DRAAIEN (wijzerszin) verhoogt de lichtbundel.
Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegen-wijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd.
MUST BE FOLLOWED WHEN ALIGNING THE LIGHTS.
N.B.
OP BASIS VAN WAT WORDT VOORGESCHREVEN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOERTUIG, MOETEN ER VOOR DE CONTROLE VAN DE RICHTING VAN DE LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCEDURES AANGENOMEN WORDEN.
Voorste richtingaanwijzers
CAUTION
TO REPLACE THE FRONT TURN INDICATOR BULBS, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
LET OP
VOOR DE VERVANGING VAN DE LAMPJES VAN DE VOORSTE RICHTINGAANWIJZERS MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Rear optical unit
Achterste optische groep
CAUTION
LET OP
DEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GE-KWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Achterste richtingaanwijzers
CAUTION
LET OP
TO REPLACE THE REAR TURN INDICATOR BULB, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
VOOR DE VERVANGING VAN HET LAMPJE VAN DE ACHTERSTE OPTISCHE GROEP MOET MEN ZICH WEN-DEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GE-KWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Achteruitkijkspiegels (03\_26, 03\_27)
Voor de verwijdering:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard, op een vlak en stevig terrein.
• Draai de bout «1» los - Verwijder de achteruitkijkspiegel «2».
ONDERSTEUN HET ACHTERUITKIK- SPIEGELTJE «2» ZODAT HET NIET TOEVALLIG KAN VALLEN.

Handel voor de regeling op de randen van de spiegel, tot de optimale positie bereikt wordt.
Idle adjustment
CAUTION
TO ADJUST IDLE SPEED, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP
Regeling van het minimum toerental
LET OP
VOOR DE REGELING VAN HET MINI- MUM TOERENTAL MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia
BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Front disc brake (03\_28)
Schijfrem vooraan (03\_28)
CAUTION
LET OP


CHECK BRAKE PADS FOR WEAR MAINLY BEFORE EACH RIDE.
CONTROLEER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VÓÓR ELKE REIS.

Controle van de slijtage van de pastilles
Controleer de slijtage van de rempastilles volgens de aanduidingen die men vindt in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype. Op vuile en natte wegen zullen de pastilles vlugger verslijten.
Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles, aan de linker kant van het voertuig en van boven naar onder toe.
- Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, moeten beide pastilles vervangen worden.
N.B.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer WENDEN.

Trommelrem achteraan (03\_29)
LET OP

DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA- RANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR- DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VÓÓR ELKE REIS.
LET OP
VOOR DE REGELING VAN DE SPE-LING VAN DE ACHTERSTE TROM-MELREM MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GE-KWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KO-PEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Stilstand van het voertuig (03\_30, 03\_31)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan.
Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
• Ledig de tank en de carburator volledig.
- Verwijder de bougie, en giet in de cilinder een lepeltje (5 - 10 cm³) olie voor 4takt motoren.
- Plaats de ontstekingsschakelaar op «ON» en druk voor enkele seconden op de startknop van de motor, om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.
- Verwijder het beschermende doek.
• Hermonteer de bougie.
- Verwijder de accu.
• Was en droog het voertuig.
- Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun.
- Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zon-
nestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
- Bedek het voertuig, maar gebruik geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
N.B.

PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CILINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOUGIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.
After storage
- Verwijder de bedekking en reinig het voertuig.
- Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.
- Controleer of de drainagebout van de carburator volledig vastgedraaid is (aanwijzing van de sluiting van de drainage)
- Tank brandstof.
• Voer de voorafgaande controles uit.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische vervuiling (stad en industriële zones).
- Zoutgehalte en vochtigheid uit de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Speciale milieu/seizoescondities (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
- Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
- Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
CAUTION

AFTER CLEANING YOUR VEHICLE, BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEMPORARILY AFFECTED DUE TO THE PRESENCE OF WATER ON THE FRICTION SURFACES OF THE BRAKING CIRCUIT. CALCULATE A LONGER BRAKING DISTANCE IN ORDER TO AVOID ACCIDENTS. OPERATE THE BRAKES SEVERAL TIMES TO RESTORE NORMAL CONDITIONS.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard en op een vlak en stevig terrein.
- Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
- Voorzie een recipiënt dat de hoeveelheid brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats dit op de grond aan de linker kant van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brandstoftank.
- Voor het verwijderen van de brandstof uit de tank gebruikt men een manuele pomp of een gelijkardig systeem.
- Herplaats de dop van de brandstoftank.
LET OP
NA HET LEDIGEN VAN DE TANK, HERPLAATST MEN CORRECT DE DOP VAN DE TANK.
CAUTION

EMPTYING THE FUEL TANK FULLY CAN PROVE DIFFICULT IF YOU ARE INEXPERIENCED.
CONTACT AN OFFICIAL APRILIA DEALER IF REQUIRED.
LET OP

DE HANDELINGEN VOOR DE VOLLE- DIGE VERWIJDERING VAN DE BRANDSTOF ZOU MOEILIJK EN IN- GEWIKKELD KUNNEN ZIJN VOOR EEN ONERVAREN OPERATOR.
INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIËLE aprilia DEALER.
SPORTCITY ONE 50 2T

Chap. 04
Technical data
Hst. 04
Technische
gegevens
TECHNICAL DATA
| Max lengte 1.950 mm | |
| Max breedte (bij de remhendels) 740 mm | |
| Max hoogte (bij de achteruitkijkspiegeltjes) | 1.270 mm |
| Hoogte tot het zadel | 775 mm |
| Asafstand | 1.358 mm |
| Minimum vrije hoogte vanaf de grond | 125 mm |
| Leeg gewicht per versnellingsorde | 110 kg |
| Plaatsen | 2 (1 in de landen waar geen passagiers mogen vervoerd worden) |
| Max belasting van het voertuig (bestuurder + passagier + bagage) | 180 kg |
| Type van frame | Stalen buizen, hoge weerstand, met versterkende elementen. |
| Hellingshoek van het stuur | 28,5° |
| Voorloop | 90 mm |
| Voorste ophanging | Telescoopvork met hydraulische werking |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 86 mm |
| Front brake ∅ 220-mm disc brake with hydraulic transmission | |
| Rear brake ∅ 140-mm drum brake with mechanic transmission | |
| Wheel rims Light alloy rims | |
| Front wheel 3.00 x 14" | |
| Rear wheel 3.50 x 14" | |
| Front tyre 120/70 - 14" 52K Tubeless | |
| Rear tyre 120/70 - 14" 52K Tubeless | |
| Front tyre standard inflation pressure | 180 kPa (1.8 bar) |
| Rear tyre standard inflation pressure | 200 kPa (2.0 bar) |
| Front tyre standard inflation pressure with passenger | 190 kPa (1.9 bar) |
| Rear tyre standard inflation pressure with passenger | 220 kPa (2.2 bar) |
| Battery 12V - 9 Ah | |
| Fuse 10 Ah | |
| (Permanent magnet) Generator 88 W | |
| Achterste ophanging Hydraulische monoschokdemper, met regelbare voorbelasting op vier posities | |
| Verplaatsing van de achterste ophanging | 76 mm |
| Voorrem Met schijf - ∅ 220 mm - met hydraulische transmissie | |
| Achterrem Met trommel - ∅140 mm - met mechanische transmissie | |
| Wielvelgen Lichtmetalen velgen | |
| Voorwiel 3,00 x 14" | |
| Achterwiel 3,50 X 14" | |
| Voorband 120/70 - 14" 52K Tubeless | |
| Achterste band 120/70 - 14" 52K Tubeless | |
| Standaardspanning van de voorband | 180 KPa (1,8 bar) |
| Standaardspanning van de achterband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Spanning van de voorband met passagier | 190 KPa (1,9 bar) |
| Spanning van de achterband met passagier | 220 KPa (2,2 bar) |
| Accu 12V - 9 Ah | |
| Zekering | 10 Ah |
| Generator (met permanente magneet) | 88 W |
ENGINE TECHNICAL DATA
| Model van de motor C421M | |
| Type Monocilindrisch horizontaal | |
| Aantal cilinders 1 | |
| Complessieve cilinderinhoud | 49,38 cm ^3 |
| Cilinderdiameterboring/Slag | 40,0 mm / 39,3 mm |
| Compressieverhouding | 10,1 ÷ 10,5:1 |
| Maximum vermogen | 3,98 kW bij 7.500 toeren/min |
| Maximum koppel | 5,20 Nm bij 7.000 toeren/min |
| Starten | Elektrisch + kick starter |
| Smering | Vochtige carter met pomp |
| Koeling | Geforceerde luchtkoeling |
| Koppeling | Centrifuge |
| VERSNELLINGSBAK | Automatisch |
| Variator Continu en automatisch | |
| Primair | Met trapeziumvormige riem |
| Secundair | Met raderwerken in een oliebad |
| Minimum verhouding voor continu versnelling | 3,067:1 |
| Maximum verhouding voor continu versnelling | 0,777:1 |
| Totale verhouding motor/wiel | 1: 14,6 |
| Brandstof (inclusief de reserve) 7 l | |
| Brandstofreserve 1,5 l | |
| Olie van de transmissie 100 cm3 | |
| Olie van de menger (inclusief de reserve) | 1,2 l |
| Oliereserve van de menger | 0,2 l |
| Standaardcarburator Dell' Orto PHVA 17,5 | |
| Brandstof | Loodvrije superbenzine DIN 51607 (4 Stars), met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
| Ontstekingstype | C.D.I. / inductief |
| Voorontsteking | 17° |
| Bougie | NGKR BR8ES |
| Alternatieve bougie | CHAMPION RN2C |
| Afstand van de elektroden van de bougie | 0,6 mm |
| Toerental van de motor aan het minimumregime | 1.800 ± 100 toeren/min |
| Lampje van het dimlicht | 12 V - 35 W (Halogeen) |
| Lampje van het groot licht | 12 V - 35 W (Halogeen) |
| Lampje van het positielicht | 12V - 3W |
| Front turn indicator bulbs 12 V - 21 W (Halogen) H21W | Lampjes van de voorste richtingaanwijzers | 12 V - 21 W (Halogeen) H21W |
| Rear turn indicator bulbs 12V - 16W | Lampjes van de achterste richtingaanwijzers | 12 V - 16W |
| Rear position light /stop light bulb 12V - 5/21W | ||
| Instrument panel light bulbs 12V - 1.2W | Lampje van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| High-beam warning light 12V - 1.2W | ||
| Turn indicator warning light 12V - 1.2W | Lampje van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| Mixer oil reserve warning light 12V - 1.2W | Controlelamp van het groot licht 12V - 1,2W | |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers | 12V - 1,2W | |
| Controlelamp van de oliereserve van de menger | 12V - 1,2W | |

Bijgeleverde gereedschappen (04\_01)
Om de gereedschapskit te bereiken, deblokkeert en heft men het zadel op. De sleutels bevinden zich in de daarvoor bestemde plaats onder het zadel.
De gereedschapskit bestaat uit:
• 1 buissleutel van 16 mm
• 1 dubbele schroevendraaier
• 1 zeskantsleutel van 10/16 mm.
• 1 sleutel voor schokdempers
SPORTCITY ONE 50 2T

Chap. 05
Programmed
maintenance
Hst. 05
Gepland
onderhoud
Scheduled maintenance table
CAUTION

FIRE HAZARD.
FUEL OR ANY OTHER INFLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
BEFORE ANY MAINTENANCE OPERATION OR INSPECTION ON THE VEHICLE, SHUT OFF THE ENGINE AND REMOVE THE KEY. WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM ARE COLD. WHENEVER POSSIBLE, LIFT THE VEHICLE WITH A SPECIFIC EQUIPMENT ON A FIRM AND LEVEL GROUND.
BEFORE ANY OPERATION, MAKE SURE THAT THE ROOM WHERE YOU ARE HAS ADEQUATE AIR VENTILA- TION.
TO AVOID BURNS BE SPECIALLY CAREFUL WITH HOT ENGINE AND EXHAUST SYSTEM PARTS.
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONT-VLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VOORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. WACHT TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LO-KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
NOTE
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert.
Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling.
PERIODIC MAINTENANCE CHART
Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.
ROUTINE MAINTENANCE TABLE
** Vervang elke 4 jaar
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE
| Product Beschrijving Kenmerken | |
| AGIP CITY TEC 2T Olie van de menger JASO FC, ISO-L-EGD | |
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak | API GL4, GL5 |
| AGIP FORK 7.5W Olie van de vork | - |
| AGIP GREASE SM2 Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten | NLGI 2 |
Product Beschrijving Kenmerken
| AGIP BRAKE 4 Remvloeistof FMVSS DOT4+ |
| AGIP FILTER OIL Olie voor filters in spons - |
| NEUTRAAL VET OF VASELINE POLEN VAN DE ACCU Neutraal vet of vaseline |
TABLE OF CONTENTS
A
Air filter: 71, 73
B
Battery: 78
Brake: 73, 96, 98
D
Disc brake: 96
F
Fuses: 88
H
Headlight: 92
Horn: 18
Hub oil: 62
|
Identification: 21
Instrument panel: 13
K
Key switch: 15
L
Light switch: 18
M
Het stilleggen van de motor:
46
|
Identificatie: 21
K
Koplamp: 92
L
Luchtfilter: 71, 73
0
Onderhoud: 61, 115, 116
Optische groep: 90, 93
R
Richtingaanwijzers: 17, 93, 94
s
Schijfrem: 96
Schokdempers: 33
Sleutelschakelaar: 15
Standaard: 50
Start: 44
Stuurslot: 16
T
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Asslentledienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprillia.com
Enkel wanneer men Originele Aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren. of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.
© Copyright 2006- Aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.