Compay 50 (2008) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Compay 50 (2008) APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Compay 50 (2008) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Compay 50 (2008) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Compay 50 (2008) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Compay 50 (2008) APRILIA
omdal u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwalitsiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
COMPAY 50 - 125

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen env/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit emstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- bon namelijk tot doel om de dolen van het boekje aan te goven die u aandachtig door moet lozen. Zoals u ziel, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Voorafeer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheld, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- gerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bij de verkoop ervan.
INDEX
INDEX
VEHICLE 7
Plaats van de hoofdcomponenten.... 12
Legenda....15
Sleuteischakelaar 19
Inschakeling van het stuurslot.... 20
Schakelaar richtingaanwijzers 21
Drukknop claxon....21
Koplampschakelaar.... 22
Starknon 23
Stopschakelaar motor 23
Opening van het zadel 24
Omhoogklappen helmbak 25
Identificatie 26
Penen van de koffer voor 27
Tassenhaak 28
GEBRUIK 29
Controles....30
Tanken 32
Regeling van de schokdempers.... 37
Inriiden 37
Starten des motors.... 39
Moeilijke start.... 50
Het stilleggen van de motor.... 52
Katalysator 54
Standaard 57
Tips tegen diefstal 58
Het veilig rijden 60
ONDERHOUD 67
Peil van de motorolie 68
Controle van het peil van de motorolie....69
Het bijvullen van motorolie....70
Vervanging van de motorolie....71
Ollepeil van de naaf....71
Banden....73
Demonteren van de bougie.... 76
Demonteren van het luchtfilter....80
Controle van het oliepeil van de remmen.... 81
Het bijvullen van vloeistof in de reminstallatie.... 85
Accu 85
Inwerkingstelling van een nieuwe accu.... 93
Controle van het elektrolytpeil....95
Lange stilstand....96
Zekeringen....97
Lampen....10
Voorste optische groep.... 10
Regeling van de koplamp.... 10
Voorste richtingaanwijzers.... 10
Achteruitkijkspiegels 11
Regeling van het minimum toerental.... 11
Schijfrem vooraan.... 11
Trommelrem achteraan.... 11
Stilstand van het voertuig.... 11
Reinigen van het voertuig.... 11
Vervoer 12
Bijgeleverde gereedschappen.... 13
EPLAND ONDERHOUD....13
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.... 14
COMPAY 50 -
125
aprilia
Chap. 01
Vehicle
Hst. 01
Voertuing
1 Vehicle / 1 Voertuing


1 Vehicle / 1 Voeutiny
1 Vehicle / 1 Voertuing


1 Vehicle / 1 Voertuning
Plaats van de hoofdcomponenten (01\_01, 01\_02, 01\_03, 01\_04)
LEGENDE VERSIE 50
-
Linker achteruitkijkspiegeltje
-
Linker inspectiedeksel
-
Centraal inspectiedeksel
-
Opbergruimte
-
Accu
-
Zekeringenhouder
-
Handgreep van de passagier
-
Zadelslot
-
Luchtfilter
-
Startpedaal
-
Centrale standaard
-
Laterale standaard (OPT)
-
Bougie
-
Linker reflector
-
Helmruimte / documentenruimte
-
Dop van de olietank van de menger
-
Dop van de brandstoftank
-
Schakelaar van de ontsteking / stuur-
-
Lasthaak
-
Right inspection cover
- Right rear-view mirror
- Brake fluid reservoir (front brake)
- Horn
- Right retroreflector
- Fuel tank
-
Mixer oil reservoir
-
Rechter inspectiedeksel
- Rechter achteruitkijkspiegeltje
- Tank van de remvloeistof (voorrem)
- Akoestische melder
- Rechter reflector
- Brandstoftank
- Olietank van de menger
KEY - 125 MODEL
- Linker achteruitkijkspiegeltje
- Opbergruimte
- Linker inspectiedeksel
- Centraal inspectiedeksel
- Linker voelensteun van de passagier
- Luchtfilter
- Handgreep van de passagier
- Zadelslot
- Centrale standaard
- Vuldop van de motorolie
- Accu
- Laterale standaard (OPT)
- Helmruimte / documentenruimte
- Rechter inspectiedeksel
-
Dop van de brandstoftank
-
Fuel tank cap
-
Ignition /steering lock switch
-
Fuse box
-
Bag hook
-
Right rear-view mirror
-
Brake fluid reservoir (front brake)
-
Horn
-
Fuel tank
-
Spark plug
-
Right passenger footrest
-
Schakelaar van de ontsteking / stuurslot
-
Zekeringenhouder
-
Lasthaak
-
Rechter achteruitkijkspiegeltje
-
Tank van de remvloeistof (voorrem)
-
Akoestische melder
-
Brandstoftank
-
Bougie
-
Rechter voetensteun van de passagier

- Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
- Hendel van de achterrem
- Instrumenten en indicators
- Gashandvat
-
Hendel van de voorrem
-
Front brake lever
-
Start-up control on the right-hand side of the handlebar
-
Ignition switch / steering lock (ON-OFF-LOCK)
-
Speedometer
-
Speedometer - only km/h (AUS).
-
Odometer
-
Green low-beam warning light
-
Blue high-beam warning light
-
Fuel gauge
-
Green turn indicators warning light
-
Yellow amber low fuel warning light
-
Red low mixer oil warning light (MC50)
-
Red engine oil pressure warning light (MC125)
-
Startcommando op de rechter kant van het stuur
-
Schakelaar van de ontsteking / stuurslot (ON-OFF-LOCK)
-
Snelheidsmeter
-
Snelheidsmeter - enkel schaal in km/h (AUS).
-
Kilometerteller
-
Groene controlelamp van het dimlicht
-
Blauwe controlelamp van het groot licht
-
Indicator van het brandstofpeil
-
Groene controlelamp van de richting- aanwijzers
-
Ambergele controlelamp van de brand-stofreserve
-
Rode controlelamp van de oliereserve van de menger (MC50)
-
Rode controlelamp van de oliereserve van de menger (MC125)
INSTRUMENTS AND GAUGES - DESCRIPTION
BESCHRIJVING VAN DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATORS
Speedometer «8»
Snelheidsmeter «8»
Shows riding speed.
Duidt de rijsnelheid aan.
Total odometer «9»
Kilometerteller totaal «9»
Duidt het totaal aantal afgelegde kilometers aan.
Tail lights and low-beam light warning light «10»
Controlelamp van het positielicht en het dimlicht «10»
Deze licht elke keer op wanneer de ontslekingsschakelaar in «ON» wordt geplaatst.
High-beam warning light «11»
Controlelamp van het groot licht «11»
Licht op wanneer het licht van het voorlicht zich in de positie van het groot licht bevindt.
Fuel gauge «12»
Indicator van het brandstofpeil «12»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Turn indicator warning light «13»
Flashes when in right or left turning mode.
Controlelamp van de richtingaanwijzers «13»
Knippert wanneer het signaal voor het rechts of links afslaan in functie is.
Low fuel warning light «14» Controlelamp van de brandstofreserve
«14»
Deze licht op wanneer in de brandstoftank ongeveer 2 liter brandstof overblijft.
Low mixer oil warning light «15» (MC50)
Controlelamp van de ollereserve van de menger «15» (MC50)
Deze licht op wanneer de ontstekingsschakelaar in positie «ON» wordt geplaatst en de startknop wordt ingedrukt, door een controle uit te voeren van de correcte werking van het lampje. Wanneer het lampje niet oplicht tijdens de start, vervangt men het.
LET OP
WANNEER DE CONTROLELAMP OPLICHT EN NIET UITGAAT NADAT MEN DE STARTKNOP HEEFT LOSGELATEN, OF WANNEER HET OPLICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING, IS HET OLIEPEIL VAN DE MENGER IN RESERVE; IN DIT GEVAL VULT MEN OLIE BIJ IN DE MENGER.
Engine oil pressure warning light «15» (MC125)
Controlelamp van de druk van de motorolie van de menger «15» (MC125
Deze licht elke keer op wanneer men de onstekingsschakelaar op «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het lampje. Wanneer het lampje niet oplicht tijdens deze fase, vervangt men het. De controle-lamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart.
CAUTION
LET OP


IF THE WARNING LIGHT TURNS ON WHILE THE ENGINE IS WORKING PROPERLY, THIS MEANS THAT THE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS NOT ENOUGH. IF THIS OCCURS, STOP THE ENGINE AT ONCE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer.
WANNEER DE CONTROLELAMP OP-LICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ON-VOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

Key switch (01\_06, 01\_07)
De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL «2» ACTIVEERT DE SCHAKELAAR VAN DE ONTSTE-KING / STUURSLOT, HET SLOT VAN HET ZADEL EN HET SLOT VAN DE OPBERGRUIMTE. BIJ HET VOERTUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GELE-VERD (ÉÉN RESERVESLEUTEL).
N.B.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
SWITCH POSITIONS POSITIE VAN DE SCHAKELAAR

ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
LOCK «C»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
Inschakeling van het stuurslot (01\_08)
LET OP
DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI- TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
- Draai het stuur volledig naar links.
- Draai de sleutel «2» in positie «OFF»
• Druk op de sleutel en draai hem in positie «LOCK».
• Verwijder de sleutel.

Switch direction indicators (01\_09)
Move the switch «3» to the left, to indicate a left turn; move the switch «3» to the right, to indicate a right turn.
To deactivate the turn indicator, press the «3» switch.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
Schakelaar richtingaanwijzers (01\_09)
Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait:
Druk op schakelaar «3» om de richting-aanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Horn button (01\_10)
To action the horn, press button «1».
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
Drukknop claxon (01\_10)
Door op drukknop «1» te drukken, activeert men de akoestische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Light switch (01\_11)
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
NOTE
THE LIGHTING SYSTEM WORKS ONLY WITH THE ENGINE RUNNING.
NOTE
LIGHT SWITCHING ON IS INSTRUC-TED UPON ENGINE START-UP.
Koplampschakelaar (01\_11)
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
N.B.
DE VERLICHTINGSINSTALLATIE WERKT ENKEL WANNEER DE MO- TOR GESTART IS.
N.B.
DE LICHTEN GAAN UIT WANNEER DE MOTOR WORDT UITGESCHAKELD.
Met de drukknop «2» in positie «A» zijn de volgende lichten steeds aan: de posi- tiellchten, het licht van het dashboard en het dimlicht. In positie «B» wordt het groot licht geactiveerd.
Door op de omleider van de lichten «2» in positie «C» te drukken, activeert men het knipperen van het groot licht.

Door op de startknop «2» te drukken en door gelijktijdig de remhendel (vooraan of achteraan) te activeren, doet het start-molorlje de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Stopschakelaar motor (01\_13)
(in landen waar voorzien)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Met schakelaar «1» ingedrukt in positie «B» RUN, is het mogelijk om de motor te starten; door er op te drukken in positie «A» OFF, wordt de motor stilgelegd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
LET OP

RAAK DE STOPSCHAKELAAR VAN DE MOTOR NIET AAN TIJDENS HET RIJDEN.
CAUTION

WITH THE ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED. WITH THE ENGINE OFF AND AFTER IT STOPS TURN THE IGNITION SWITCH TO «OFF».
LET OP

MET DE MOTOR STIL EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR MET SLEUTEL IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ON-T-LADEN. WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT NADAT MEN DE MOTOR HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF».

Opening van het zadel (01\_14)
Voor het deblokkeren en het opheffen van het zadel, handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op de standaard.
- Plaats de sleutel in het zadelslot «1».
- Draai de sleutel in tegenwijzerszin en hef het zadel «2» op.
N.B.
VOORALEER MEN HET ZADEL DICHTDOET EN BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE HELMRUIMTE / DOCUMENTENRUIMTE.
Om het zadel te blokkeren, doet men het dicht en drukt men er op (zonder te forceren), en laat men het slot klikken.

Dankzij het gebruik van de helmruimte / documentenruimte, moeten de helm en voorwerpen niet bij zich gehouden worden wanneer het voertuig geparkeerd wordt. De ruimte bevindt zich onder het zadel en kan een helm van het type "JET" bevatten.
Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
Hef het zadel op.
N.B.
PLAATS DE HELM MET DE OPENING NAAR BENEDEN, ZOALS WORDT AANGEDUID IN DE FIGUUR.
LET OP
LAADT DE HELMRUIMTE/DOCUMEN- TENRUIMTE NIET TE VEEL.
Maximum toegestaan gewicht
2.5 Kg

Het is goed om het framenummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor de aankoop van reserveonderdelen.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TINUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLIK VERVALLEN.
FRAMENUMMER
Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het dekseltje «1» te verwijderen.
Frame n° ....
N.B.
DEKSELTJE «1» KAN SLECHTS IN ÉËN ZIN GEPLAATST WORDEN. HET DEEL MET DE TWEE LIPJES «2» IS HET ONDERSTE DEEL.

Het motornummer is gedrukt op de achterkant, in de nabijheid van het register van de achterrem.
Motor n°
Penen van de koffer voor (01\_19)
Het bevindt zich onder het stuur, intern de beschermingsplaat.
Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
- Plaats de sleutel in het slot «3».
- Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «4».
N.B.
VOORALEER MEN HET DEURTJE BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE OPBERGRUIMTE.
Om het deurtje «4» te blokkeren, heeft men het op en drukt men er op. Hiervoor hoeft men de sleutel niet te gebruiken.
Maximum toegestaan gewicht
1,5 kg

De lasthaak «2» bevindt zich vooraan onder het zadel.
Maximum toegestaan gewicht
1.5 kg
COMPAY 50 -
125
aprilia
Chap. 02
Use
Hst. 02
Gebruik
Checks
CAUTION

| Voorrem Controleer de werking, het peil van de remvloeistof, en eventuele lekken. Controleer de siljtage van de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen. |
| Rear drum brake Check for proper operation. Checkcontrol lever free play and condition. | Achterste trommelrem Controleer de werking, de legeloop, en de condities van de commandohendel. |
| Throttle grip Check that the throttle functionssmoothly and can be fully openedand closed in all steering positions. | Gashendel Controleer of hij zacht werkt en ofmen hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. |
| Mixer oil (MC50) Check and top-up as required. | Oille van de menger (MC50) Controleer en vul indien nodig bij. |
| Engine oil (MC125) Check and top-up as required. | Motorolia (MC125) Controleer en vul indien nodig bij. |
| Wheels/tyres Check that tyres are in good conditions. Check inflation pressure, tyre wear and potential damage. | Wielen/banden Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. |
| Brake levers Check they function smoothly.Lubricate joints and adjust travel if necessary. | Remhendels Controleer of ze zacht werken.Smeer de bewegingsplaatsen en regel de slag indien nodig. |
| Steering Check that the steering turnsevenly and has no free play or slackness. | Stuur Controleer of het draaishomogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. |
| Centre stand , side stand (OPT) Check that it works smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released.Lubricate couplings and joints if necessary. | Centrale standaard, laterale standaard (OPT)Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen. Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. |
| Fastener elements Check that the fastener elements are not loose.Adjust or tighten if necessary. | Bevestigingselementen Controleer of de bevestigingselementen niet gelost |
| Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig. | |
| Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. | |
| Schakelaar voor het stilleggen van de motor (ON-OFF) (in landen waar voorzien) | Controleer de correcte werking. |
| Lichten, controlelampen, akoestische melder en elektrische mechanismen | Controleer de correcte werking van de mechanismen. Vervang de lampjes of herstel de schade indien nodig. |

Gebruik uitsluitend loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
To refuel:
Voor het tanken van brandstof, handelt men als volgt:
• Hef het zadel op.
• Draai de dop van de brandstof-
tank «1» los en verwijder hem.
• Voer het tanken van brandstof
uit.
Characteristic
• Plaats dop «1» opnieuw.
NOTE
AFTER REFUELLING, REFIT THE FUEL TANK CAP «1» ADEQUATELY.
MIXER OIL (MC50)
Vul de tank van de olie van de menger volgens de aanduidingen in de label van het geprogrammeerd onderhoud. Het voertuig is voorzien van een gescheiden menger, die benzine met olie mengt voor de smering van de motor.
Wanneer men in reserve komt, licht de controlelamp van de oliereserve van de menger op het dashboard op.
Na het eventueel oplichten van de controlelamp moet bij de eerste tankbeurt of alleszins voordat 150 km gereden wordt, de olietank bijgevuld worden.
LET OP

WANNEER MEN HET VOERTUIG GE-BRUIKT ZONDER OLIE IN DE MEN-GER, VEROORZAAKT DIT ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR.
WANNEER ER GEEN OLIE MEER AANWEZIG IS IN DE MENGERTANK, OF WANNEER DE OLIEBUIS VAN DE MENGER WORDT VERWIJDERD, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, DIE ZAL ZOR- GEN VOOR DE ONTLUCHTING.
Aanbeloven producten
AGIP CITY 2T
Olie van de menger
ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++
Voor de invoer van olie van de menger in de tank, handelt men als volgt:
• Hef het zadel op.
• Verwijder de dop «2».
• Vul olie bij.
• Plaats dop «2» opnieuw.
N.B.
NA HET TANKEN, PLAATST MEN DOP
«2» OPNIEUW OP CORRECTE WIJZE.
Regeling van de schokdempers
INSPECTIE VAN DE VOORSTE EN ACHTERSTE OPHANGING
Controleer de sluiting van alle mechaniek en de functionaliteit van de bewegingsplaatsen van de voorste en achterste o-phanging, volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

WANNEER ONREGELMATIGHEDEN OPGEMERKT WORDEN BIJ DE WERKING OF WANNEER EEN IN- GREEP NODIG IS VAN GESPECIALI- SEERD PERSONEEL, MOET EEN Offi- ciële aprilia Dealer GECONTACTEERD WORDEN.

Running in (02\_04)
CAUTION

De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode.
N.B.
ENKEL NA DE PROEFPERIODE VERKRIJGT MEN DE BESTE PRESTATIES VAN HET ACCELERATIEVERMOGEN EN DE SNELHEID VAN HET VOERTUIG.
Men moet zich houden aan de volgende indicaties:
- Draai het gashandvat niet helemaal bij lage regimes tijdens het inrijden, op ook niel ama.
- 0-100 km (0-62 mi) Tijdens de eerste 100 km (62 mi) behandelt men de remmen voorzichtig, en vermijdt men het bruusk en lang remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijf en de remblokjes op de trommel van het achterwiel te verkljgen.
• 0-500 km (0-312 miji) Hou het gashandvat niet te lang open voor meer dan de helft.

- 500-1000 km (312-625 miles) During the first 1000 km (625 miles) do not ride the vehicle over 80% of the maximum speed foreseen.
- Avoid keeping a constant speed along long sections of road.
-
After the first 1000 km (625 miles), increase speed gradually until reaching maximum performance.
-
500-1000 km (312-625 mi) Tijdens de eerste 1000 km (625 mi) mag men niet harder rijden dan 80% van de voorziene maximum snelheid.
- Vermijdt om lang een constante snelheid aan te houden.
- Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelijk aan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op «ON» (in landen waar voorzien).
- Controleer of de omleider van de lichten «2» zich in de positie van de DIMLICHTEN bevindt.
- Draai aan de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON».
LET OP
(MC125) NU LICHT DE RODE CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE OP, DIE ZAL AANBLIJVEN TOT DE MOTOR GESTART WORDT.
- Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «4» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en draai het startmotortje dus niet.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG VOOR LANGE TIJD INACTIEF IS GEBLEVEN, VOERT MEN DE HANDELINGEN VAN HET STARTEN NA EEN LANGE INACTIVITEIT UIT.

NOTE
TO AVOID EXCESSIVE BATTERY CONSUMPTION, DO NOT HOLD DOWN THE STARTER BUTTON FOR MORE THAN FIVE SECONDS (TEN WHEN STARTING UP AFTER PROLONGED INACTIVITY). IF THE ENGINE FAILS TO START AFTER THIS TIME, WAIT TEN SECONDS AND PRESS THE STARTER BUTTON AGAIN.
- Druk op de startknop «5» zonder gas te geven, en laat deze los wanneer de motor gestart is.
LET OP

(MC50) WANNEER OP DE STARTKNOP GEDRUKT WORDT, LIGHT DE CONTROLELAMP VAN DE OLIERESERVE VAN DE MENGER OP. WANNEER MEN DE STARTKNOP LOS-LAAT WANNEER DE MOTOR GE-START IS, MOET DE CONTROLE-LAMP VAN DE OLIERESERVE VAN DE MENGER UITGAAN; WANNEER DEZE BLIJFT OPLICHTEN, VULT MEN OLIE BIJ IN DE MENGER.

READY RUNNING: DOING SO MAY DAMAGE THE STARTER MOTOR.
(MC125) Model
- Wanneer de motor niet start binnen drie of vier seconden, draait men gematigd (Pos. A) aan het gashandvat «6», door de start-knop «5» ingedrukt te houden.
LET OP

WANNEER DE MOTOR IS GESTART, MOET DE CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE UITGAAN. WANNEER DE CONTROLELAMP AANBLIJFT OF OPLICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilla Dealer. GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET EEN ONVOLDOENDE HOEVEELHEID MOTOROLIE, OM
WITH LOW ENGINE OIL SO AS TO AVOID DAMAGING ENGINE PARTS.
- Geef geen gas en hou de remhendel ingetrokken tot het vertrek.
START MET PEDAAL (KICK START) (MC50)
Voor de start met het pedaal moet het volgende uitgevoerd worden:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Bereik de linker kant van het voertuig.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op «ON» (in landen waar voorzien).
- Controleer of de omleider van de lichten «2» zich in de positie van de DIMLICHTEN bevindt.
- Draai aan de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON».
- Om le vermijden dat men bij de start de controle over het voertuig verliest, blokkeert men beide wielen en activeert men de remhendels «4».
- Handel met de rechter voet op het startpedaal «7», en laat het onmiddellijk los. Herhaal de handeling, indien nodig, tot de motor start.
CAUTION

DO NOT KICK THE KICK-STARTER PEDAL WHEN THE ENGINE IS RUNNING.
DE VERWIJZINGEN IN VERBAND MET HET RIJDEN MET PASSAGIER HEB- BEN ENKEL BETREKKING OP DE LANDEN WAAR DIT VOORZIEN IS. (MC50)
LET OP

WANNEER MEN ZONDER PASSAGIER REIST, CONTROLEERT MEN OF DE VOETENSTEUNEN VAN DE PAS-
NEVER RIDE THE VEHICLE IN ANY OTHER POSITION.
- Laat het gashandvat los (Pos. C) los, trek aan de remhendel en laat het voertuig op de standaard steunen.
- Ga op het voertuig zitten, voor de stabiliteit, en hou minstens één voet op de grond.
- Regel de helling van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STIL-STAAT, PROBEERT MEN REEDS OM
CAUTION

WITH THE VEHICLE AT A STAND-STILL, PRACTICE USING THE REARVIEW MIRRORS.
- Om le vertrekken moet de remhendel losgelaten worden, en moet gas worden gegeven door gematigd aan het gashandvat te draaien (Pos. B); het voertuig zal beginnen te rijden.
CAUTION

Moeilijke start (02\_14)
MET VERZOPEN MOTOR
Wanneer men de startprocedure niet correct uitvoert, of wanneer er een excessieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding, zou de motor kunnen verzuipen.
Om een verzopen motor te reinigen, handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «5» voor enkele seconden (door de motor leeg le doen draaien) met het gashandvat «6» volledig gedraaid (Pos. A).
KOUDE START
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (dichtbij of onder het vriespunt), zou de eerste start moeilijk kunnen verlopen.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk voor vijf seconden op de startknop «5» en draai tegelijkertijd gematigd (Pos. A) aan het gashandvat «6».
Wanneer de motor niet start.
- Laat het gashandvat «6» los. - Wanneer het minimumregime instabiel is, handelt men op het gashandvat «6» met kleine en veelvuldige rotaties.
Wanneer de motor niet start. Wacht enkele seconden en voer de procedure van de "koude start" opnieuw uit.
• Verwijder eventueel de bougie en controleer of ze niet vochtig
- Wanneer ze vochtig is, moet ze gereinigd en gedroogd worden.
Vooraleer men ze hermonteert, handelt men als volgt:
NOTE
PLACE A CLEAN CLOTH ON THE CYLINDER NEXT TO THE SPARK PLUG SEAT TO PROTECT IT FROM POSSIBLE OIL SPLASHES.
N.B.
PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOU- GIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.
- Druk op de startknop «5» en laat het startmotortje draaien voor ongeveer vijf seconden, zonder gas te geven.
STARTING AFTER PROLONGED IN- ACTIVITY
START NA EEN LANGE INACTIVITEIT
Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit

van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «5» voor ongeveer tien seconden, zodat het kuipje van de carburator gevuld kan worden.
Het stilleggen van de motor (02\_15, 02\_16, 02\_17)
LET OP
VERMIJDT INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
- Laat het gashandvat (Pos. A) los en activeer geleidelijk aan de remmen zodat het voertuig stopt.
- Tijdens een tijdelijke pauze moet minstens één rem geactiveerd worden.

- Stop the vehicle.
-
Set the engine stop switch «1» to «OFF».
-
Stop het voertuig.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op «OFF».
CAUTION

WITH THE ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED.
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE- KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.
• Turn the key «2» and set the engine stop switch «3» to «OFF».
• Rest the vehicle on its stand.
CAUTION
DO NOT LEAVE THE KEY INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
NOTE
WITH THE ENGINE OFF, IT IS NOT NECESSARY TO CLOSE THE FUEL VALVE, FOR IT HAS AN AUTOMATIC SEALING SYSTEM.
- Lock the steering and take out the key «2».
Catalytic silencer
CATALYTIC SILENCER
CAUTION

DO NOT PARK CATALYTIC VEHICLES NEAR DRY BRUSHWOOD OR IN PLACES EASILY ACCESSIBLE BY CHILDREN BECAUSE THE CATALYTIC CONVERTER REACHES HIGH TEM-
- Draai de sleutel «2» en plaats de ontslekingsschakelaar «3» op «OFF».
- Plaats het voertuig op de standaard.
LET OP
LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONT-STEKINGSSCHAKELAAR.
N.B.
WANNEER DE MOTOR STILLIGT, IS HET NIET NODIG OM HET BRAND-STOFKRAANTJE TE SLUITEN, OM-DAT HET VOORZIEN IS VAN EEN AUTOMATISCH DICHTINGSSYS-TEEM.
- Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «2».
Katalysator
KATALYTISCHE KNALDEMPER
LET OP

VERMIJDT OM HET VOERTUIG, KATALYTISCHE VERSIE, TE PARKEREN IN DE BUURT VAN DROGE STRUIK-GEWASSEN OF VAN PLAATSEN DIE BEREIKBAAR ZIJN DOOR KINDEREN,
PERATURES DURING THE RIDE; FOR THIS REASON, UTMOST ATTENTION AND DO NOT TOUCH IT UNTIL IT HAS COMPLETELY COOLED DOWN.
Het voertuig, katalytische versie, is uitgerust met een knaldemper met metalen katalysator van het type "bivalent met platina-rodium".
Dit mechanisme heeft als taak om de CO (koolmonoxide) en de HC (onverbrande koolwaterstof) te oxideren die aanwezig zijn in het uitlaatgas, door ze respectievelijk om te zetten in kooldioxide en waterdamp.
Door de hoge temperatuur die het gas aanneemt, door het effect van de katalytische reactie, verbranden bovendien de oliedeeltjes, zodat de knaldemper rein blijft en rookvorming wordt vermeden.
Voor een correcte en langdurige werking van de katalysator en om mogelijke problemen van het besmeuren van de thermische groep en de uillaat te vermijden, moet vermeden worden om lang en constant aan een laag rotatieregime van de motor te rijden.
Het zal voldoende zijn om deze periodes af te wisselen met een hoger rotatieregime van de motor, ook voor enkele seconden, mits dit regelmatig wordt uitgevoerd.
Bovenstaande gegevens zijn zeer belangrijk bij elke koude start, en in dat geval moet gecontroleerd worden of de temperatuur van de thermische groep minstens 50° C heeft bereikt, zodat een rotatleregime kan bereikt worden die de katalytische reactie "opwekt"; dit gebeurt gewoonlijk weinig seconden na de start.
MUFFLER/EXHAUST SILENCER
CAUTION

Men waarschuwt de eigenaar van het voerluig dat de wet het volgende kan verbieden:
- de verwijdering en elke handeling om eender welk samensteilend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controleren vóór de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt.
- het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.

Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt.
Wanneer het lawaai van het uillaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële aprilia Dealer.
• Grijp het linker handvat en de handgreep van de passagier «1» vast.
- Duw op de hendel van de standaard «2».
LATERALE STANDAARD (OPT)
- Neem het linker handvat en de handgreep van de passagier «1» vast.
CAUTION

RISK OF FALLING OR ROLLING OVER.
WHEN PULLING THE VEHICLE UP- RIGHT, FROM PARKING TO RIDING
LET OP

GEVAAR OP VALLEN OF OMSLAAN. WANNEER MEN HET VOERTUIG RECHTTREKT VAN DE PARKEERPOSITIE NAAR DE RIJPOSITIE, KLAP DE STANDAARD AUTOMATISCH IN.
POSITION, THE STAND AUTOMATICALLY FOLDS UP.
- Push the side stand «3» with your right foot, and extend it completely.
- Lean the vehicle until the stand touches the ground.
-
Turn the handlebar fully left- wards
-
Duw op de laterale standaard «3» met de rechter voet, en klap hem volledig uit.
- Hel het voertuig tot de standaard de grond raakt.
- Draai het stuur volledig naar links.
CAUTION
MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.
LET OP
CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevens en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval
NAME: .... ...
AD- DRESS:
......
TELEPHONE No: ....
CAUTION DO NOT USE DISC LOCKING DEVI- CES. FAILURE TO OBSERVE THIS WARNING MAY CAUSE SERIOUS DAMAGE TO THE BRAKING SYSTEM AND ACCIDENTS RESULTING IN PHYSICAL INJURIES OR EVEN DEATH.
NOTE IN MANY CASES, STOLEN VEHICLES CAN BE IDENTIFIED THROUGH DATA INDICATED IN THE USE AND MAINTENANCE BOOKLET.
van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM:
VOOR- NAAM:
ADRES:
...
TELEFOONNUM- MER: ....
LET OP
GEBRUIK GEEN SCHIJFBLOKKERINGSMECHANISMEN. HET NIET RESPECTEREN VAN DEZE WAARSCHUWING KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE REMINSTALLATIE EN ONGELUKKEN VEROORZAKEN, MET LETSELS EN ZELFS DE DOOD ALS GEVOLG.
N.B. IN VEEL GEVALLEN WORDEN GE-STOLEN VOERTUIGEN GEÏDENTIFI-CEERD DOOR MIDDEL VAN DE GE-GEVENS IN HET GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSBOEKJE.

Safe driving (02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30, 02_31)
MAIN SAFETY RULES
Het veilig rijden (02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30, 02_31)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.

Respecteer nauwkeurig de bewegwijze- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet legen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETEN- STEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSI- TIE.
Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt.

Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "LABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven pellen van brandstof, olle en koelvloelstoffen correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestolen, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.

Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijderling van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de ultrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.
KLEDING
Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vast le maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagier).
ACCESSORIES
De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active-ring van de commando's niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynami-
sche krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprillia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprillia genuine accessories).
LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaarlepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.
Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
COMPAY 50 -
125
aprilia
Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud

Engine oil level
Peil van de motorolie
Bij 4takt motoren wordt de motorolle gebruikt voor het smeren van de distributie-onderdelen, de banksteunen en de thermische groep.
LET OP

EEN ONVOLDOENDE HOEVEELHEID OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VER- OORZAKEN AAN DE MOTOR ZELF.
Bij alle 4-takt motoren kan een zeker verbruik en het verslechteren van de kenmerken van de olie als normaal beschouwd worden. Vooral het verbruik kan gevolgen ondervinden van de gebruikscondities (bijv.: steeds "vol gas" rijden verhoogt het olieverbruik).
In functie van de totale inhoud van olie in de motor en van het gemiddeld verbruik dat wordt gemeten volgens standaard-modaliteiten, wordt de frequentie van vervanging gedefinieerd, die voorzien wordt door het onderhoudsprogramma.
LET OP

OM EENDER WELKE PROBLEEM TE VOORKOMEN, RAADT MEN AAN OM HET OLIEPEIL TE CONTROLEREN
Controle van het peil van de motorolie (03\_01)
- Controleer het oliepeil van de motor volgens de tabel van het onderhoud.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
N.B.
ELKE KEER MEN HET VOERTUIG GE-BRUIKT, BIJ KOUDE MOTOR, MOET DE CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN DE MOTOR UITGEVOERD WORDEN.
- Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.
- Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek.
- Draai de dop/staaf «1» volledig vast in de invoerboring «2».
- Verwijder opnieuw de dop/staaf «1» en lees het oliepeil af op de staaf.
- Het peil is correct wanneer het ongeveer de streep van het maximumpeil op de meetstaaf bereikt.
- Indien nodig vult men bij. De referentie van het MAX peil duidt een hoeveelheid aan van ongeveer 850 cc
olie in de motor. Wanneer de controle wordt uitgevoerd nadat men het voertuig heeft gebruikt, dus bij warme motor, zal het peil lager blijken; om een correcte controle uit te voeren is het nodig om minstens 10 minuten te wachten na het stilleggen van de motor, zodat het peil correct is.
Engine oil top-up
Het bijvullen van motorolie
- Draai de vuldop van de motor-
- 14 - los en verzuiders hem
- Giet een kleine hoeveelheid olie in de vulopening «2» en wacht ongeveer een minuut zodat de olie uniform in de carter kan lopen.
• Voer de controle van het peil uit, en vul eventueel bij
• Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt.
CAUTION
LET OP
AFTER TOPPING-UP, REFIT THE CAP «1» ADEQUATELY.
NA HET BIJVULLEN, PLAATST MEN DOP «1» OPNIEUW OP CORRECTE WIJZE.
- Draai de vuldop van de motorolie «1» vast en sluit hem.
CAUTION

Vervanging van de motorolie
VOOR DE VERVANGING VAN DE MOTOROLIE WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF INDIEN U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Oliepeil van de naaf (03\_02, 03\_03, 03\_04)
- Leg enkele kilometers af tot de normale werkingstemperatuur wordt bereikt, en leg daarna de motor stil.
- Plaats het voertuig op de centraie standaard.
- Draal de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.

• Reinig het deel dat in contact staat met de olle met een rein doek.
- Draai de dop/staaf «1» volledig vast in de invoerboring «2».
- Verwijder opnieuw de dop/staaf en lees het oliepeil af op de staaf.
- Het peil is correct wanneer het ongeveer de referentie, aangeduid in de figuur, op de meetstaaf bereikt.
• Indien nodig vult men bij.
LET OP

LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

SLUIT DE VULDOP «1», EN CONTRO- LEER OF GEEN OLIE LEKT.
CONTROLEER REGELMATIG OF DE PAKKINGEN VAN HET CARTERDEKSEL NIET LEKKEN.
GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONZUIVERE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ON-HERSTELBARE SCHADE KAN TOE-

GEBRACHT WORDEN. VOOR DE CONTROLE EN DE VERVANGING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
Aanbeloven producten
AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90
Olie voor de versnellingsbak API GL4, GL5
VERVANGING VAN DE OLIE VAN DE TRANSMISSIE
De olie van de transmissie moet vervangen worden volgens de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud.
Voor de controle en de vervanging, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Banden (03\_05, 03\_06)
Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR

3 Maintenance / 3 Onderhoud
TYRE PRESSURE MAINLY BEFORE AND AFTER A LONG JOURNEY.AN OVER-INFLATED TYRE WILL PROVIDE A HARSH RIDE AS SURFACE UNEVENNESS IS NOT CUSHIONED AND IS SENT TO THE HANDLEBAR, THUS REDUCING GRIP AND STABILITY SPECIALLY WHEN CORNERING.
CONVERSELY, AN UNDER-INFLATED TYRE WILL EXTEND THE CONTACT PATCH TO INCLUDE A LARGER PORTION OF THE TYRE SIDEWALLS «1», IF SO, THE TYRE COULD SLIP ON OR EVEN GET DETACHED FROM THE RIM RESULTING IN LOSS OF CONTROL OVER THE VEHICLE. THE TYRE MIGHT EVEN JUMP OFF THE RIM UNDER HARD BRAKING. EVENTUALLY THE VEHICLE MIGHT SKID IN A BEND. INSPECT THREAD SURFACE AND CHECK IT FOR WEAR. BADLY WORN TYRES ADVERSELY AFFECT TRACTION AND HANDLING. SOME TYRE TYPES HOMOLOGATED FOR THIS VEHICLE FEATURE WEAR INDICATORS. THERE ARE SEVERAL TYPES OF WEAR INDICATORS.
CONSULT YOUR DEALER ON METHODS TO CHECK WEAR. CARRY OUT A VISUAL INSPECTION FOR TYRE CONSUMPTION. REPLACE TYRES IF WORN. OLD TYRES THAT ARE NOT FULLY WORN CAN GET HARD RESULTING IN LACK OF GRIP. REPLACE TYRES IF THIS OCCURS. REPLACE TYRES WHEN WORN OR IF DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS.WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
WANNEER VICEVERSA DE BANDEN-SPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJKANTEN «1» VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE VELG SLIFT OF LOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST. WANNEER MEN BRUUSK REMT KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CONTROLEER DE STAAT VAN HET RIJOPPERVLAK EN DE SLIJTAGE, OMDAT SLECHTE BANDENCONDITIES DE WEGLIGGING EN DE MANOEUVREERBAARHEID VAN HET VOERTUIG KUNNEN SCHADEN. ENKELE BANDENTYPES, DIE GEHOMOLOGEERD ZIJN VOOR DIT VOERTUIG, HEBBEN EEN SLIJ-TAGE-INDICATOR. ER BESTAAN VERSCHILLENDE TYPES VAN SLIJ-TAGE-INDICATORS.
VOOR INFORMATIE IN VERBAND MET DE CONTROLE VAN DE SLIJTAGE, WENDT MEN ZICH TOT DE VERKOPER. CONTROLEER VISIEF DE
THE TREAD HAS A HOLE BIGGER THAN 5 MM. BALANCE THE WHEELS AFTER A TYRE IS MENDED.. USE ONLY TYRE SIZES INDICATED BY THE MANUFACTURER. DO NOT FIT TYRES WITH INNER TUBES ON RIMS FOR TUBELESS TYRES OR VICE VERSA. CHECK THAT THE INFLATION VALVES HAVE THEIR CAPS FITTED IN ORDER TO AVOID UNEXPECTED FLAT TYRES.
Controleer en vervang de bougie volgens de aanduidingen in de tabel van het ge-programmeerd onderhoud.
Demonleer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:
(MC50) MODEL VERSIE (MC50)

NOTE
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de bout «1» los en verwijder ze.
- Verwijder het centrale inspectie- deksel «2».
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
VERSIE (MC125)
N.B.
HANTEER ZORGVULDIG DE PLASTIC EN GELAKTE DELEN; KRAS OF BE-SCHADIG ZE NIET.
• Hef het zadel op.
- Door te handelen op de rechter kant van het voertuig draait men de bovenste bout «3» los en verwijdert men ze.
- Draai de laterale bout «4» los en verwijder ze.

NOTE
UPON REFITTING, INSERT THE FITTING TABS CORRECTLY IN THEIR SLOTS.
• Verwijder het rechter centrale Inspectiedeksel «5».
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN DE LIPJES CORRECT IN DE SPECIA- LE ZITTEN.
Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:
- Verwijder de pipet van de bougie «6».
- Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.
- Controleer of de elektrode en het centrale porcelain van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borstellje.
- Blaas goed uit met een luchtstraal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terecht komen. Wanneer de bougie scheuren op de isole ring, verroeste elektroden of excessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen.
0.6 - 0.7 mm
Electrode gap (MC125)
0.7 -0.8 mm
- Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter.
Deze moet het volgende zijn:
Afstand van de elektroden (MC50)
0,6 - 0,7 mm
Afstand van de elektroden (MC125)
0,7 - 0,8 mm
regel eventueel de afstand, door voorzichtig de massaelektrode te buigen.
- Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadind
- Sluit de bougie met behulp van de bij de gereedschapskit geleverde sleutel, door ze een 1/2 draai vast le draaien om de rondel vast te drukken.
LET OP

DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHADIGD. GEBRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, AN-
Locking torques (N\*m)
Spark plug tightening torque (MC50)
20 Nm
Aandraaikoppels (N\*m)
Sluitkoppel van de bougie (MC50)
20 Nm
Sluitkoppel van de bougie (MC125)
12 - 14 Nm
- Verbindt de pipet van de bougie «6».
- Hermonteer het inspectiedeksel.
Demonteren van het luchtfilter
LET OP
VOOR DE DEMONTAGE, DE CONTROLE, DE REINIGING EN DE VERVANGING VAN DE LUCHTFILTER MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GE-BRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Controle van het oliepeil van de remmen (03_12)
LET OP

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
LET OP

LET VOORAL OP VOOR DE SCHIJFREM EN VOOR DE WRIJVINGSPAKKINGEN, EN CONTROLEER OF ZENIET VETTIG ZIJN OF INGEVET ZIJN, VOORAL NA HET UITVOEREN VAN DE ONDERHOUDS OF CONTROLE-HANDELINGEN.
CONTROLEER OF DE REMBUIS NIET IN ELKAAR IS GEDRAAID OF VERSLETEN IS.
LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.
CAUTION

BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT COMPONENTS TO ENSURE SAFETY AND THEREFORE THEY HAVE TO BE ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS; CHECK THEM BEFORE EVERY RIDE.
A DIRTY DISC SMEARS THE PADS RESULTING IN POOR BRAKING. REPLACE DIRTY PADS AND CLEAN THE DIRTY DISC USING A TOP-QUALITY DEGREASING PRODUCT.
BRAKE FLUID SHOULD BE CHANGED EVERY TWO YEARS AT AN Official aprilia Dealer.
DO NOT HESITATE TO CONTACT AN Official aprilia Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE CORRECT OPERATION OF THE BRAKING SYSTEM AND WHEN THE ORDINARY CHECKS CAN NOT BE CARRIED OUT.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LET OP

DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA- RANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR- DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VÓÓR ELKE REIS.
EEN VUILE SCHIJF BESMEURT DE PASTILLES, EN VERMINDERT DUS DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN. VUILE PASTILLES MOETEN WORDEN VERVANGEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF MOET GEREINIGD WORDEN MET EEN ONTVETTEND PRODUCT VAN HOGE KWALITEIT.
DE REMVLOEISTOF MOET ELKE TWEE JAAR WORDEN VERVANGEN DOOR EEN Officiële aprilia Dealer.
IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprillia Dealer.
Dit voertuig is voorzien van een hydraulische schijfrem vooraan. Met het ver-
bruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de vloeistof, om automatisch de slijtage te compenseren. De vloeistoft-tank van de remmen «1» bevindt zich nabij de koppeling van de hendel van de voorrem. Controleer regelmatig het vloeistofpeil van de remmen in de tank «1», en de slijtage van de pastilles.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.
CHECK
To check level:
CAUTION

PARK THE VEHICLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
CONTROLE
Voor de controle van het peil handelt men als volgt:
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
- Rest the vehicle on its centre stand.
-
Rotate the handlebar so that the fluid in the brake fluid reservoir is parallel to the "MIN" reference mark on the sight glass «2».
• Make sure that the fluid in the reservoir is above the "MIN" ref- -
Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai het stuur zodat de vloeistof in de remvloeistoftank parallel met de referentie "MIN" op het glasje «2» is.
erence mark on the sight glass «2».
- Controleer of de remvloeistof in de tank de referentie "MIN" op het glasje «2» overschrijdt.
MIN = minimum peil.
Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt:
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VERMINDERT PROGRESSIEF MET DE SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
- Controleer de slijtage van de rempastilles.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn:
• Voor het bijvullen wendt men zich tot een Officiële aprilla Dealer.
LET OP

CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE. IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OM-DAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.
Het bijvullen van vloeistof in de reminstallatie
LET OP
VOOR HET BIJVULLEN VAN DE VLOEISTOF IN DE REMINSTALLATIES, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN OFFICIÈLE aprilia DEALER, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Battery (03\_13, 03\_14, 03\_15, 03\_16, 03\_17, 03\_18)
CAUTION

DO NOT INVERT THE CONNEXIONS OF THE BATTERY LEADS.
CONNECT AND DISCONNECT THE BATTERY WITH THE IGNITION SWITCH SET TO «OFF», OTHERWISE SOME COMPONENTS MAY BE DAMAGED.
CONNECT THE POSITIVE LEAD (+) FIRST AND THEN THE NEGATIVE ONE (-). DISCONNECT IN THE REVERSE ORDER.
Accu (03\_13, 03\_14, 03\_15, 03\_16, 03\_17, 03\_18)
LET OP

DRAAI DE VERBINDINGEN VAN DE KABELS VAN DE ACCU NOOIT OM.
VERBINDT EN MAAK DE ACCU LOS MET DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF», ANDERS ZOUDEN SOMMIGE ONDERDELEN SCHADE KUNNEN OPLOPEN.
VERBINDT EERST DE POSITIEVE KABEL (+) EN DAARNA DE NEGATIEVE (-). MAAK ZE LOS DOOR DE VOLGORDE IN DE OMGEKEERDE ZIN TE VOLGEN.

CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
(MC50) MODEL
Controleer het elektrolytpeil en de sluiting van de klemmen, volgens de aanduidingen die men vindt in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWON- DEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWA- VELZUUR BEVAT. DRAAG BESCHER- MENDE KLEDING, EEN MASKER VOOR HET GEZICHT EN/OF EEN BE- SCHERMENDE BRIL WANNEER MEN ONDERHOUD UITVOERT.
WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET KOUD WATER.
WANNEER HET IN CONTACT ZOU KO- MEN MET DE OGEN, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET WA-

NUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMMEDIATELY.
- Draai de bout «1» los en verwijder ze.
• Verwijder het accudeksel «2». - Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (rood) (+) los.
- Verwijder het ontluchtingsbuisje van de accu.
- Verwijder de accu uit haar plaats en plaats haar op een vlakke ondergrond in een koele en droge plaats.
CAUTION

ONCE REMOVED THE BATTERY MUST BE PUT AWAY IN A SAFE PLACE AND OUT OF THE REACH OF CHILDREN.
• Refit the battery cover «2».
BATTERY REMOVAL (MC125)
Partial removal
- Open the glove-box.
- Undo the two screws «4» fixing the battery cover «5».
- Remove the battery cover «5» off the vehicle.
CAUTION
• Herplaals het accudeksel «2».
VERWIJDERING VAN DE ACCU (MC125)
Gedeeltelijke verwijdering
- Open de opbergruimte.
- Draai de twee bevestigingsbou- len «4» van het accudeksel «5» los.
- Verwijder het accudeksel «5» van het voertuig.
LET OP
WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
- Grijp de accu «6» vast en verwijder ze langs achter uit haar plaats.
CAUTION
Volledige verwijdering
- Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (rood) (+) los.
- Plaats de accu «6» op een vlakke ondergrond, in een koele en droge plaats.
LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
CONTROLE EN REINIGING VAN DE TERMINALS EN DE KLEMMEN
VERSIE (MC50)
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Controleer of de ontstekingsschakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Hef het zadel op.
- Draai de bout «1» los en verwijder ze.
• Verwijder het accudeksel «2».
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE MOET HET LI-PJE «3» CORRECT IN DE SPECIALE ZIT GEPLAATST WORDEN.
(MC125) MODEL
- Verwijder de accu gedeeltelijk. Voer nu het volgende uit (MC50, MC125)
- Controleer of de terminals «7» van de kabels en de klemmen «8» van de accu:
- zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzetlingen);
- bedekt zijn met neutraal vet of vaseline. Indien nodig:
- Controleer of de ontstekingsschakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (rood) (+) los.
- Borstelt men met een metalen borstel om elk roestspoor te elimineren.
- Verbindt eerst de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-) weer
- Bedek de terminals en de klemmen met speciaal vet of vaseline.
Na deze handelingen moet het volgende uitgevoerd worden:
- Plaats het accudeksel weer (MC50).
• Plaats de accu weer (MC125).
HET OPLADEN VAN DE ACCU
Versie (MC50)
• Verwijder de accu uit haar
plaats.
• Draai de doppen van de ele-
menten los, en verwijder ze.
- Controleer het elektrolytpell van de accu.
- Na het opladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bij met gedestilleerd water.
- Sluit de doppen van de elementen.
LET OP
HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5-10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT
PRODUCING GAS FOR A SHORT TIME.
Inwerkingstelling van een nieuwe accu (03\_19)
VERSIE (MC50)
• Verwijder het accudeksel «2».
- Plaats de accu op zijn plaats.
- Verbindt het ontluchtingsbuisje van de accu.
LET OP

VERBINDT STEEDS DE ONTLUCHTING VAN DE ACCU, OM TE VERMIJDEN DAT DE ZWAVELZUURDAMPEN DIE UIT DE ONTLUCHTING KOMEN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE, DE GELAKTE DELEN, DE RUBBEREN DETAILS OF DE PAKKINGEN KUNNEN AANTASTEN.
-
Connect the (red) positive lead (+) first and then the negative one (-).
• Cover the leads and terminals with special grease or petroleum jelly.
• Refit the battery cover «2». -
Verbindt eerst de positieve kabel (rood) (+) en daama de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met speciaal vet en vaseline.
• Herplaats het accudeksel «2».
(MC125) MODEL VERSIE (MC125)
- Verbindt eerst de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met speciaal vet of vaseline.
LET OP
BIJ DE HERMONTAGE MOETEN DE ELEKTRISCHE KABELS IN POSITIE WORDEN GEBRACHT, ZODAT ZENIET KUNNEN PLATGEDRUKT WORDEN.
• Plaats de accu op zijn plaats.
- Plaats het accudeksel «5» op het voertuig.
LET OP
WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK. BESCHADIG HET LIPJE EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Draai de twee bevestigingsbouten «4» van het accudeksel «5» vast.
- Close the glove-box.
Checking the electrolyte level (03\_20)
(MC50) MODEL
- Sluit de opbergruimte.
Controle van het elektrolytpeil (03\_20)
VERSIE (MC50)
- Verwijder de accu uit haar plaats.
- Controleer of het vloelstofpell zich tussen de twee strepen "MIN" en "MAX", op de zijkant van de accu, bevindt.
Anders handelt men als volgt:
- Draai de doppen van de elementen los en verwijder ze.
CAUTION

USE ONLY DISTILLED WATER TO TOP-UP ELECTROLYTE FLUID. DO NOT EXCEED THE «MAX» MARK SINCE THE LEVEL INCREASES DURING RECHARGE.
LET OP

VOOR HET BIJVULLEN VAN DE ELEKTROLYTVLOEISTOF, GEBRUIKT MEN ENKEL GEDISTILLEERD WATER. OVERSCHRIJD NOOIT DE «MAX» REFERENTIE, OMDAT HET PEIL TIJDENS HET LADEN STIJGT.
- Herstel het vloeistofpeil door enkel gedestilleerd water toe te voegen.
CAUTION
AFTER TOPPING-UP, REFIT THE CELL CAPS ADEQUATELY.
- Plaats de doppen van de elementen weer.
Versie (MC125)
Het voertuig is voorzien van een accu zonder onderhoud, waardoor de controle van het elektrolytpeil niet nodig is.
Lange stilstand
Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, moeten de kabels van de klemmen los-gemaakt worden (M50, MC50).

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Voor de controle:
- Plaats de ontstekingsschakelaar op «OFF» om een toevallige kortsluiting te vermijden.
To reach the fuses (MC50): Om de zekeringen te bereiken (MC50):

CAUTION

PARK THE VEHICLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Controleer of de onstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Hef het zadel op.
- Draai de bout «1» los en verwijder ze.
• Verwijder het accudeksel «2»
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE MOET HET LI- PJE «3» CORRECT IN DE SPECIALE ZIT GEPLAATST WORDEN.
Om de zekeringen te bereiken (MC125):
N.B.
HANTEER ZORGVULDIG DE PLASTIC EN GELAKTE DELEN; KRAS OF BE-SCHADIG ZE NIET.
• Open de opbergruimte.
- Draai de twee bouten «4» los en verwijder het accudeksel «5».
NOTE
UPON REFITTING, INSERT THE FITTING TABS CORRECTLY IN THEIR SLOTS.
To check:
- Verwijder de zekeringen één voor één, en controleer of de draad onderbroken is.
- Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het pro-
bleem. - Vervang de beschadigde zeker- ing met een andere met dezelf- de elektrische stroomsterkte.
N.B.
WANNEER MEN DE RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN ANDERE GELIJKE ZEKERING IN DE SPECIALE ZIT.
- Plaats het accudeksel weer (MC50 MC125).
FUSE DISTRIBUTION (MC50)
Zekering 7,5 A «6» Van de sleutelschakelaar naar: startrelais en circuit, sensor van het brandstofpell en circuit, akoestische melder, positielichten en instrumentverlichting,
| circuit, low mixer oil sensor and circuit. | richtingaanwijzers en circuit, stoplicht en circuit, sensor van de ollereserve van de menger en circuit. |
| 10A Fuse «7» From battery to key-switch,regulator: | Zekering 10 A «7» Van de accu naar de sleutelschakelaar, regelaar. |
FUSE DISTRIBUTION (MC125)
| 7.5A Fuse «6» From key-switch to: start-up relayand circuit, automatic starter andcarburellor heater. | Zekering 7,5 A «6» Van de sleutelschakelaar naar:relais start en circuit, automatischeslarter en verwarmer van decarburator. |
| 15A Fuse «8» From key-switch to: turn indicatorsand circuit, tail lights andinstrument panel lighting, high-beam light, low-beam light, horn,fuel level sensor and circuit, engineoil pressure sensor and circuit. | Zekering 15 A «8» Van de sleutelschakelaar naar:richtingaanwijzers en circuit,positlelichten eninstrumentverlichting, groot licht,dimlicht, claxon, sensor van hetbrandstofpeil en circuit,druksensor motorolie en circuit. |
| 20A Fuse «9» From the battery to: key switch,generator. | Zekering 20 A «9» Van de accu naar:sleutelschakelaar, generator. |
Lamps
CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST
Lampen
LET OP

BRANDGEVAAR. HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONTVLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
CAUTION

| Low-/high-beam light bulb 12V - 35/35W | Lamp van het dimlicht/groot licht 12V - 35/35W |
| Front tail light bulb 12V - 5W | Lamp van het voorste positielicht 12V - 5W |
| Turn indicator bulb 12V - 10W |
| Rear tail light /rear stop light/ license plate light bulb | 12 V - 5 / 21 W | Lamp van het licht van de richtingaanwijzers | 12V - 10W |
| Instrument panel lighting bulbs 12V - 1.2W | Lampje van het positielicht achteraan/stoplicht achteraan/ nummerplaatlicht | 12 V - 5 / 21 W | |
| Tail lights and low-beam light warning light | 12V - 1.2W | ||
| High-beam warning light 12V - 1.2W | Lampje van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W | |
| Turn indicator warning light 12V - 2W | Controlelamp van het positielicht en het dimlicht | 12V - 1,2W | |
| Low mixer oil warning light 12V - 2W | Controlelamp van het groot licht 12V - 1,2W | ||
| Low fuel warning light 12V - 2W | Controlelamp van de richtingaanwijzers | 12V - 2W | |
| Controlelamp van de oliereserve van de menger | 12V - 2W | ||
| Controlelamp van de brandstofreserve | 12V - 2W | ||
| Low-/high-beam light bulb 12 V - 55/60 W H4(halogen) | Lampje van het dimlicht/groot licht 12 V - 55/60 W H4(halogeen) |
| Front tail light bulb 12V - 3W | Lamp van het voorste positielicht 12V - 3W |
| Turn indicator bulb 12V - 10W | Lamp van het licht van de 12V - 10Wrichtingaanwijzers |
| Rear tail light /rear stop light bulb 12V - 5/21W | |
| License plate light bulb 12V - 5W | Lampje van het achterstepositielicht/achterste stoplicht 12V - 5/21W |
| Instrument panel lighting bulb 12V - 1.2W | Lampje van het nummerplaatlicht 12V - 5W |
| Tail lights and low-beam light 12V - 1.2W warning light | Lampje van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| High-beam warning light 12V - 1.2W | Controlelamp van het positielicht en het dimlicht | 12V - 1,2W |
| Turn Indicator warning light 12V - 2W | ||
| Engine oil pressure warning light 12V - 2W | Controlelamp van het groot licht | 12V - 1,2W |
| Low fuel warning light 12V - 2W | Controlelamp van de richtingaanwijzers | 12V - 2W |
| Controlelamp van de oliedruk van de motor | 12V - 2W | |
| Controlelamp van de brandstofreserve | 12V - 2W |

Voorste optische groep (03\_25, 03\_26, 03\_27, 03\_28)
Op het achterlicht vindt men:
- één lampje van het positielicht «1».
- een lampje van het dimlicht / groot licht «2» (halogeen).
Om de lampjes te bereiken:
- Plaats het voertuig op de centraie slandaard.
- Draai de bout «16» los en verwijder ze (handel op beide kan- ten van het voertuig).
- Verwijder de moer van het licht «17».

- Verwijder de parabool «3» ge-deeltelijk.
Voor de vervanging:
LAMPJE VAN HET POSITIELICHT
LET OP

TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.
• Grijp de lamphouder «4» vast, trek er aan en verwijder hem uit de zit.

- Verwijder het positielampje «1» en vervang het met een ander van hetzelfde type.
LAMPJE VAN HET DIMLICHT / GROOT LICHT (HALOGEEN)
LET OP

TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.
- Grijp de elektrische connector van het lampje «15» vast, trek er aan en maak hem los van het lampje «16».
• Koppel het veertje «17» los die het lampje «16» legenhoudt.
• Verwijder het lampje uit de zit.
Bij de hermontage:
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPHOUDER, DOOR DE SPECIALE PLAATSINGSZITTEN TE DOEN OVEREENKOMEN.
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
• Plaats het veertje «17» weer.
- Connect the bulb electrical connector «15».
• Verbindt de elektrische connector van het lampje «15».
Regeling van de koplamp (03\_29, 03\_30)
Voor een snelle controle van de correcte richting van de voorste koplamp, plaats men het voerluig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
- Los de moer «1».
• Regel het licht «2». - Sluit de moer «1».
- Controleer de correcte sluiting van de moer «1».
- Controleer nogmaals de correcte regeling van het licht «2».
N.B.
OP BASIS VAN WAT WORDT VOORGESCHREVEN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOERTUIG, MOETEN ER VOOR DE CONTROLE VAN DE RICHTING VAN DE

MUST BE FOLLOWED WHEN ALIGNING THE LIGHTS.
Voorste richtingaanwijzers (03_31, 03_32)
N.B.
DEZE PROCEDURE GELDT OOK VOOR DE ACHTERSTE RICHTING- AANWIJZERS.
Voor de vervanging:
- Draai de bout «1» los en verwijder ze.
N.B.
VOORALEER MEN EEN LAMPJE VERVANGT, CONTROLEERT MEN DE ZEKERINGEN.
N.B.
BIJ DE VERWIJDERING VAN HET BESCHERMENDE SCHERM MOET VOORZICHTIG GEHANDELD WORDEN, ZODAT DE KLEMLIPJES «2» NIET STUK GAAN.
- Remove the protective glass «3».
- Verwijder het beschermende scherm «3».
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE MOETEN DE KLEMLIPJES «2» CORRECT IN DE
NOTE
UPON REFITTING, INSERT THE TWO FITTING TABS «2» CORRECTLY IN THEIR SLOTS.
• Take the ring nut «4».
NOTE
THE COLOURED GLASS «5» IS SUPPLIED ONLY IF THE TURN INDICATOR IS FITTED WITH A "TRANSPARENT COLOURLESS" PROTECTIVE GLASS «3».
- Unscrew and remove the screw «6».
NOTE
REMOVE THE COLOURED PROTECTION GLASS WITH CAUTION SO AS NOT TO BREAK THE FITTING TAB.
- Turn the coloured glass «5» towards the inside, release the fitting tab «7» and remove the glass.
NOTE
UPON REFITTING, INSERT THE FIXING TAB «7» CORRECTLY IN ITS SLOT.
SPECIALE ZITTEN GEPLAATST WORDEN.
- Recupeer de moer «4».
N.B.
HET GEKLEURDE SCHERM «5» IS EN-KEL AANWEZIG WANNEER DE RICHTINGAANWIJZER VOORIEN IS VAN HET BESCHERMENDE SCHERM «3» VAN HET TYPE "TRANSPARANT KLEURLOOS".
- Draai de bout «6» los en verwijder ze.
N.B.
WEES VOORZICHTIG BIJ HET VERWIJDEREN VAN HET GEKLEURDE SCHERM, OM HET KLIKILIPJE NIET TE BREKEN.
- Draai het gekleurde scherm «5» naar de binnenkant tot het klemlipje «7» vrijkomt, en verwijder het.
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE MOET HET KLEMLIPJE «7» CORRECT IN DE SPECIALE ZIT GEPLAATST WORDEN.
-
Slightly press the bulb «8» and turn it anticlockwise.
• Take out the bulb from its fitting. -
Druk gematigd op het lampje «8» en draai het in tegenwijzers-zin.
• Verwijder het lampje uit de zit.
NOTE
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde ty-
pe. Bij de hermontage:
NOTE
TIGHTEN SCREW «1» AND SCREW «6» CAREFULLY AND MODERATELY TO AVOID DAMAGING THE PROTECTIVE GLASS «3» AND THE COLOURED GLASS «5».
N.B.
SLUIT VOORZICHTIG EN GEMATIGD DE BOUT «1» EN DE BOUT «6», OM TE VERMIJDEN DAT RESPECTIEVELIKH HET BESCHERMEND SCHERM «3» EN HET GEKLEURD SCHERM «5» BE-SCHADIGD WORDEN.

- Plaats het voertuig op de standaard.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
- Verwijder het beschermend scherm «2».
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE PLAATST MEN HET BESCHERMENDE SCHERM CORRECT IN ZIJN ZIT. HET ONDERSTE DEEL HEEFT EEN GEFREESD PROFIEL.
LET OP

BIJ DE HERASSEMBLAGE MOETEN DE TWEE BOUTEN «1» VOORZICHTIG EN GEMATIGD GESLOTEN WORDEN, OM TE VERMIJDEN DAT HET BE-
- Druk gematigd op het lampje «3» en draai het in tegenwijzers-zin.
• Verwijder het lampje uit de zit.
NOTE
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
N.B.
(MC50) INDIEN HET WERD VERWIJDERD, MOET HET TRANSPARANT SCHERM VAN HET NUMMERPLAAT-LICHT «4» CORRECT GEPLAATST WORDEN.
HET VOORSTE DEEL HEEFT EEN GE-FREESD PROFIEL.
N.B.
(MC125) INDIEN HET WERD VERWIJDERD, MOET HET TRANSPARANT SCHERM VAN HET NUMMERPLAAT-

- Plaals het voerluig op de centrale standaard.
- Draal de bout «1» los en verwijder ze.
- Verwijder de groep van het licht «2».
LET OP
OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN HET LAMPJE TE VERWIJDEREN, MAG MEN NIET AAN DE ELEKTRI- SCHE KABELS TREKKEN.
- Grijp de lamphouder «3» vast, trek er aan, en verwijder hem uit de zit.
• Verwijder het lampje «4» uit de zit
• Installeer op correcte wijze een lampje van hetzelfde type.

Achteruitkijkspiegels (03\_37)
De volgende informatie betreft een spiegeltje, maar geldt voor beide (in de landen waar het tweede achteruitkijkspiegeltje voorzien is, M50).
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Hef de beschermingskap «1»
op.
• Los de moer «2» volledig. - Draai het achteruitkijkspiegeltje «3» los en verwijder het.
Idle adjustment
CAUTION
TO ADJUST IDLE SPEED, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
Regeling van het minimum toerental
LET OP
VOOR DE REGELING VAN HET MINIMUM TOERENTAL MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE

Front disc brake (03_38, 03_39)
CAUTION
BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT COMPONENTS TO ENSURE SAFETY AND THEREFORE THEY HAVE TO BE ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS; CHECK THEM BEFORE EVERY RIDE.
A DIRTY DISC SMEARS THE PADS RESULTING IN POOR BRAKING. REPLACE DIRTY PADS AND CLEAN THE DIRTY DISC USING A TOP-QUALITY DEGREASING PRODUCT.
CAUTION
TAKE YOUR SCOOTER TO AN Official aprillia Dealer TO HAVE DISCS REPLACED.
U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Schijfrem vooraan (03_38, 03_39)
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA- RANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR- DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VÓÖR ELKE REIS.
EEN VUILE SCHIJF BESMEURT DE PASTILLES, EN VERMINDERT DUS DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN. VUILE PASTILLES MOETEN WORDEN VERVANGEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF MOET GEREINIGD WORDEN MET EEN ONTVETTEND PRODUCT VAN HOGE KWALITEIT.
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer WENDEN.
Controleer de slijtage van de rempastilles volgens de aanduidingen in de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud.
De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
Op vuile en natte wegen zullen de pastilles vlugger verslijten.
LET OP

CONTROLEER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VÓÓR ELKE REIS.
Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Verwijder het deksel van de remtang «1».
- Voer een visieve controle uit tussen de ramschijf en de pastilles.
LET OP
EEN VERBRIUK BOVEN DE LIMIET VAN HET WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES VAN DE SCHIJF, METALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRI-
- Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts een pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm (MC125 of wanneer slechts een van de slijtage-indicatoren niet meer zichtbaar is), moeten beide pastilles vervangen worden.
Rear drum brake
CAUTION

BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT COMPONENTS TO ENSURE SAFETY AND THEREFORE THEY HAVE TO BE ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS; CHECK THEM BEFORE EVERY RIDE. CAUTION
TO ADJUST THE REAR DRUM BRAKE, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
Trommelrem achteraan
LET OP

DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA- RANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR- DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VÓÓR ELKE REIS.
LET OP
VOOR DE REGELING VAN DE SPE-LING VAN DE ACHTERSTE TROM-MELREM MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GE-KWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE

GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KO- PEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Stilstand van het voertuig (03\_40, 03\_41)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan. Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle voor het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
• Ledig de brandstoftank volledig.
• Verwijder de bougie.
• Giet in de cilinder een lepeltje (5 -10 cm³) motorolie.
N.B.
PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOU- GIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.
- Plaats de ontstekingsschakelaar op «ON» en druk voor enkele seconden op de startknop van de motor, om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.
- Verwijder het beschermende doek.
• Hemonteer de bougie. -
Verwijder de accu.
-
Inflate tyres.
- Place the vehicle so that both tyres do not touch the ground using a specific support.
- Set the vehicle in a room with no heating or humidity, with minimum temperature variations
- Put a plastic bag on the muffler exhaust end and tie it so that humidity cannot get in.
- Do not use plastic or waterproof materials to cover the vehicle.
AFTER STORAGE
• Was en droog het voertuig.
- Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
• Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steup.
- Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zonnestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
- Bedek het voertuig, maar met geen plastic of ondoordringbaar materijssel.
NA HET OPBERGEN
- Verwijder de bedekking en reinig het voerluig.
- Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.
- Controleer of de drainagebout van de carburator volledig vastgedraaid is (wijst de sluiting van de drainage aan).
• Tank brandstof.
• Voer de voorbereidende contro- les uit.
LET OP

VOER VOOR ENKELE KILOMETERS EEN TESTRIT UIT AAN EEN GEMA- TIGDE SNELHEID, IN EEN VER- KEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)
- Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden,
- Speciale milieu/seizoescondities (hel gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
- Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende sloffen, teervlekken, dode inseelen, uitwerpselen van vogels, enz.
- Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
CAUTION
LET OP


AFTER CLEANING YOUR VEHICLE, BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEMPORARILY AFFECTED DUE TO THE PRESENCE OF WATER ON THE FRICTION SURFACES OF THE BRAKING CIRCUIT. CALCULATE A LONGER BRAKING DISTANCE IN ORDER TO AVOID ACCIDENTS. BRAKE REPEATEDLY TO RESTORE NORMAL OPERATION. CARRY OUT THE PRE-RIDE CHECKS.
NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM-CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, en de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2 ÷ 4% delen shampoo in water).
Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel.
Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.
CAUTION

Transport (03_42, 03_43) Vervoer (03_42, 03_43)
CAUTION
BEFORE TRANSPORTING THE VEHICLE, IT IS NECESSARY TO EMPTY THE FUEL TANK AND THE CARBU-RETTOR ADEQUATELY, CHECKING THAT THEY ARE DRY.
WHILE TRANSPORTING THE VEHICLE, IT SHOULD BE AT ALL TIMES VERTICAL AND WELL ANCHORED IN ORDER TO AVOID FUEL, OIL OR COOLANT LEAKS.
LET OP
VOORALEER MEN HET VOERTUIG VERVOERT, MOET MEN ZORGVUL-DIG DE BRANDSTOFTANK EN DE CARBURATOR LEDIGEN, EN CONTROLEERT MEN OF DEZE GOED DROOG ZIJN.
TIJDENS DE VERPLAATSING MOET HET VOERTUIG VERTICAAL BLIJVEN EN GOED WORDEN VERANKERD, ZODAT HET VERLIES VAN BRAND- STOF, OLIE EN KOELVLOEISTOF WORDT VERMEDEN.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN,

- Rest the vehicle on its centre stand.
-
Shut off the engine and wait until it cools off.
• Get a container, with more capacity than the fuel in the tank, -
Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.
- Voorzie een recipiënt dat de hoeveelheid brandstof kan op-
vangen die aanwezig is in de tank, en plaats dit op de grond aan de linker kant van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brand-stoftank.
- Voor het verwijderen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een manuele pomp of een gelijkaardig systeem.
LET OP
NA HET LEDIGEN VAN DE TANK, HERPLAATST MEN CORRECT DE DOP VAN DE TANK.
• Herplaats de dop van de brand-stoftank.
Voor het volledig ledigen van de carbu- rator, handelt men als volgt:
- Verwijder de achterste kap. - Plaats het vrije uiteinde van de buis «1» in een recipiënt.
- Open de afvoer van de carburator, door de drainagebout «2» te lossen die men vindt onder het kuipje.
Wanneer alle brandstof uit de carburator is verwijderd, handelt men als volgt:
- Draai de drainagebout «2» volledig vast.
LET OP
DRAAI DE DRAINAGEBOUT «2» ZORGVULDIG VAST OM BRAND-
TAKE YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia Dealer, IF NECESSARY.
STOFLEKKEN UIT DE CARBURATOR TIJDENS HET TANKEN TE VERMIJ-DEN.
INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilla Dealer.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
COMPAY 50 -
125
aprilia
Chap. 04
Technical data
Hst. 04
Technische gegevens
4 Technical data / 4 Technische gegevens
VEHICLE TECHNICAL DATA (MC50)
| Capaciteit van olie van de transmissie | 130 cm^3 |
| Capaciteit van olie van de menger (inclusief de reserve) | 1,4 l |
| Capaciteit van de oliereserve van de menger | 0,4 l |
| Plaatsen | n° 1 (2 in de landen waar men een passagier mag vervoeren) |
| Max belasting van het voertuig (bestuurder + bagage) | 105 kg |
| Max belasting van het voertuig (bestuurder + passagier + bagage) | 180 Kg (in de landen waar een passagier mag vervoerd worden) |
| Type van frame | dubbele monoligger |
| Voorste ophanging | vork met drijfstangetjes |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 50 mm |
| Achterste ophanging | hydraulische monoschokdemper |
| Verplaatsing van de achterste ophanging | 67,5 mm |
| Voorrem | Met schijf - ∅ 190 mm - met hydraulische transmissie |
| Achterrem | Met trommel - ∅110 mm - met mechanische transmissie |
| Wielvelgen | Metalen velgen |
| Velg van het voorwiel | 3,00 x 12" |
| Velg van het achterwiel | 4,00 x 10" |
| Type van band | Zonder binnenband (tubeless) |
| Front tyre inflation pressure with passenger (in countries where passenger transport is allowed) | 190 kPa (1.9 bar) | Voorband 120/70 - 12" - 51J | |
| achterband 130/70 - 10" - 59J | |||
| Rear tyre inflation pressure with passenger (in countries where passenger transport is allowed) | 210 kPa (2.1 bar) | Standaardspanning van de voorband | 170 kPa (1,7 bar) |
| Standaardspanning van de achterband | 190 KPa (1,9 bar) | ||
| BATTERY 12V - 4 Ah | Bandenspanning van de voorband met passagier (in de landen waar een passagier toegelaten wordt) | 190 kPa (1,9 bar) | |
| Fuses 7.5A - 10A | Bandenspanning van de achterband met passagier (in de landen waar een passagier toegelaten wordt) | 210 kPa (2,1 bar) | |
| (Permanent-magnet) Generator 12V - 115W | ACCU 12V - 4 Ah | ||
| Zekeringen 7,5 A - 10 A | |||
| Generator (met permanente magneet) | 12V - 115W | ||
ENGINE TECHNICAL DATA (MC50)
| Engine M320 | Motor M320 | |
| Engine type 2-stroke, controlled ignition | Type van motor 2-takt - mot gecommandeerde ontsteking | |
| Cylinder quantity Horizontal single-cylinder | Aantal cilinders Monocilindrisch horizontaal | |
| Overall engine capacity 49.38 cm3 | Complessieve cilinderinhoud 49,38 cm3 | |
| Bore / stroke 40.0 mm / 39.3 mm | Cilinderdiameterboring/loop | 40,0 mm / 39,3 mm |
| Compression ratio 10.5 ± 0.5:1 | Compressieverhouding | 10,5 ± 0,5:1 |
| Start elektrisch + kick starter | |
| Koppeling centrifugekoppeling | |
| VERSNELLINGSBAK automatische continu variator | |
| Koeling Geforceerde luchtkoeling | |
| Model van carburator DELLORTO PHBN 17,5 | |
| Diffusor van de carburator | ∅ 17,5 mm |
| Brandstofvoeding | loodvrije superbenzine DIN 51607, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
| Ontsteking | CDI |
| Voorontsteking | 17^ ± 1^ vóór het B.D.P.. |
| Standaardbougie | CHAMPION RN1C |
| Afstand van de elektroden van de bougie | 0,6 + 0,7 mm |
| Toerental van de motor bij het minimumregime | 1600 ± 200 toeren/min |
VEHICLE TECHNICAL DATA (MC125)
| Max. length | 1980 mm |
| Max. width | 920 mm |
| Max height (to the headlamp) | 1135 mm |
| Max lengte | 1980 mm |
| Max breedte | 920 mm |
| Ontstekingstype C.D.I. / inductief | |
| Voorontsteking Variabel elektronisch gecontroleerd | |
| BOUGIE CHAMPION RG6YC | |
| Alternatieve bougie NGK CR7EB | |
| Afstand van de elektroden van de bougie | 0,7 + 0,8 mm |
| Toerental van de motor aan het minimumregime | 1.600 ± 200 toeren/min |
BULBS AND WARNING LIGHTS (MC50)
| Lamp van het dimlicht/groot licht | 12V - 35/35W |
| Lamp van het voorste positielicht | 12V - 5W |
| Lamp van het licht van de richtingaanwijzers | 12V - 10W |
| Lampje van het positielicht achteraan/stoplicht achteraan/nummerplaatlicht | 12 V - 5 / 21 W |
| Lampje van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| Controlelamp van het positielicht en het dimlicht | 12V - 1,2W |
| Controlelamp van het groot licht | 12V - 1.2W |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers | 12V - 2W |
| Controlelamp van de oliereserve van de menger | 12V - 2W |
| Controlelamp van de brandstofreserve | 12V - 2W |
| Low-/high-beam light bulb (halogen) | 12 V - 55/60 W H4 | Lampje van het dimlicht/groot licht (halogoen) | 12 V - 55/60 W H4 |
| Front tail light bulb 12V - 3W | Lamp van het voorste positielicht 12V - 3W | ||
| Turn indicator bulb 12V - 10W | Lamp van het licht van de richtingaanwijzers | 12V - 10W | |
| Rear tail light /rear stop light bulb 12V - 5/21W | Lampje van het achterste positielicht/achterste stoplicht | 12V - 5/21W | |
| License plate light bulb 12V - 5W | |||
| Instrument panel lighting bulb 12V - 1.2W | Lampje van het nummerplaatlicht 12V - 5W | ||
| Tail lights and low-beam light warning light | 12V - 1.2W | Lampje van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| High-beam warning light 12V - 1.2W | Controlelamp van het positielicht en het dimlicht | 12V - 1,2W | |
| Turn indicator warning light 12V - 2W | |||
| Engine oil pressure warning light 12V - 2W | Controlelamp van het groot licht 12V - 1,2W | ||
| Low fuel warning light 12V - 2W | Controlelamp van de richtingaanwijzers | 12V - 2W | |
| Controlelamp van de oliedruk van de motor | 12V - 2W | ||
| Controlelamp van de brandstofreserve | 12V - 2W | ||

Bijgeleverde gereedschappen (04\_01)
De gereedschapskit bevindt zich intern de helmruimte/documentenruimte.
Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
• Hof het zadel op.
- Recupereer de gereedschapskit «1».
De bijgeleverde gereedschappen «1» zijn de volgende:
VERSIES MC50
- 1 gereedschapstas;
- 1 dubbele schroevendraaier:
- 1 buissleutel van 13 - 21;
- 1 platte sleutel van 8 mm.
VERSIES MC125
- 1 gereedschapstas;
- 1 dubbele schroevendraaier;
- 1 buissleutel van 16;
- 1 platte sleutel van 8 mm.
geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONT-VLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. WACHT TOT DE MOTOR EN DE UIT-LAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LO- KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
CAUTION
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilla Dealer, die een snelle en zorgvuldige dienst garandeert.
Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om met het voertuig na een herstelling of periodiek onderhoud een rijtest uit te voeren.
Voer alleszins persoonlijk de voorafgaande controles uit na een onderhoudshandeling.
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
ROUTINE MAINTENANCE TABLE - MC50 MODEL
* Controleer het peil ellke 3.000 km
** Venvang elke 2 jaar
** Venvang elke 4 jaar
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE (MC50)
| Product | Description | Specifications |
| AGIP CITY 2T | Mixer oil | ISO-L-ETC++, API TC++ |
| AGIP FORK 7.5W | Fork oil | |
| AGIP GREASE 30 | Bearings and other lubrication points | |
| AGIP BRAKE 4 | Brake fluid | DOT 5 compatible |
TABEL MET AANBEVOLEN PRODUCTEN (MC50)
Product Beschrijving Kenmerken
| AGIP CITY 2T Olie van de menger ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++ |
AGIP FORK 7.5W Olie van de vork -
AGIP GREASE 30 Kussentjes en andere smeerpunten
AGIP BRAKE 4 Remvloeistof compatibel DOT 5
AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak
API GL4, GL5
TABEL MET AANBEVOLEN PRODUCTEN (MC125)
Product Beschrijving Kenmerken
| AGIP CITY HI TEC 4T Motorolie |
| CCMC G-4, A.P.PI.S.J. |
Product Beschrijving Kenmerken
| AGIP FORK 7.5W Olie van de vork - |
| AGIP GREASE 30 Kussentjes en andere smeerpunten |
| AGIP BRAKE 4 Remvloeistof compatibel DOT 5 |
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak API GL4, GL5 |
TABLE OF CONTENTS
A
Air filter: 80
B
Battery: 85, 93
Brake: 81, 114, 116
D
Disc brake: 114
E
Engine oil: 68–71
Engine stop: 23
F
Fuses: 97
H
Headlight: 106
Horn: 21
Hub oil: 71
|
Identification: 26
K
Key switch: 19
L
Light switch: 22
M
Richtingaanwijzers: 21, 107
B
Banden: 73
BIJGELEVERDE
GEREEDSCHAPPEN: 137
BOUGIE: 76
K
Koplamp: 106
s
Schijfrem: 114
Schokdempers: 37
Sleutelschakelaar: 19
Standaard: 57
Start: 50
Stuurslot: 20
C
Claxon: 21
L
Lampen: 100
Luchtfilter: 80
T
Het stilleggen van de motor:
52
0
Onderhoud: 67, 139, 140
Optische groep: 103, 110
Z
Zadel: 24
Zekeringen: 97
aprilia
THE VALUE OF SERVICE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmorteurs van het Officiële Netwerk van aprillia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de horstellingen.
De betrouwbaarheid van het voerluig hangt ook af van de mechanische condities van het voerluig. De controle voor het rijden, het regelmalig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren!
Voor informatie in verband met de dichtsbijzijnde Officiële dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechlstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprilia.com
Enkel wanneer men Originele Aprilis Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilis Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de voliedige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilis houdt zich derhelve het recht voor om, met behoud van de essentielle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geillustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voloden aan vereisten van constructieve of commerciele aand, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te verken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilis.
© Copyright 2006 - Aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reprodueren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.