Scarabeo 125 MY (2007) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Scarabeo 125 MY (2007) APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Scarabeo 125 MY (2007) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Scarabeo 125 MY (2007) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Scarabeo 125 MY (2007) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Scarabeo 125 MY (2007) APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SCARABEO 125 - 200 MY 2007

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX
INDEX
VEHICLE....7
Plaats van de hoofdcomponenten.... 10
Legenda.... 13
Analoog instrumentenpaneel.... 15
Digitaal display.... 19
MODE- toets.... 20
Sleutelschakelaar.... 21
Inschakeling van het stuurslot.... 22
Schakelaar richtingaanwijzers.... 23
Drukknop claxon.... 24
Koplampschakelaar.... 24
Startknop....25
Stopschakelaar motor.... 26
Stopcontact.... 27
Opening van het zadel.... 28
Identificatie 29
Penen van de koffer voor.... 30
GEBRUIK.... 33
Controles.... 34
Regeling van de schokdempers.... 37
Starten des motors.... 38
Moeilijke start.... 47
Het stilleggen van de motor.... 48
Katalysator 50
Standaard.... 51
Tips tegen diefstal.... 52
Het veilig rijden.... 53
ONDERHOUD.... 61
Peil van de motorolie.... 62
Controle van het peil van de motorolie.... 64
Het bijvullen van motorolie.... 65
Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk).... 66
Vervanging van de motorolie.... 67
Banden....69
Demonteren van de bougie.... 72
Demonteren van het luchtfilter.... 75
Reiniging van de luchtfilter.... 76
Peil van de koelvloeistof....77
Controle van het oliepeil van de remmen.... 84
Accu.... 88
Inwerkingstelling van een nieuwe accu.... 94
Lange stilstand 96
Zekeringen.... 97
Lampen....101
Voorste optische groep.... 103
Regeling van de koplamp.... 106
Voorste richtingaanwijzers.... 107
Achteruitkijkspiegels.... 111
Regeling van het minimum toerental.... 112
Schijfrem vooraan en achteraan.... 113
Stilstand van het voertuig.... 116
Reinigen van het voertuig.... 118
Vervoer 122
Bijgeleverde gereedschappen.... 131
GEPLAND ONDERHOUD.... 133
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.... 134
SPECIALE UITRUSTINGEN.... 143
Laterale standaard.... 144
Bagagedrager....144
Windscherm.... 145
SCARABEO 125 - 200 MY 2007

Chap. 01
Vehicle
Hst. 01
Voertuing

Plaats van de hoofdcomponenten (01\_02)
LEGENDE:
- Expansievat
- Dop van het expansievat van de koel-vloeistof
- Vloeistoftank van de achterrem
- Linker achteruitkijkspiegeltje
- Lasthaak
- Luchtfilter
- Centrale standaard
- Linker voetensteun van de passagier
- Accu
- Hoofdzakelijke en secundaire zekeringenhouder
- Akoestische melder
- Framenummer
- Voorste motorkap
- Handgreep van de passagier
- Zadel
- Brandstoftank
- Dop van de brandstoftank
- Rechter achteruitkijkspiegeltje
- Vloeistoftank van de voorrem
-
Opbergruimte
-
Ignition switch/ steering lock/ saddle opening
- Battery compartment cover
- Spark plug
- Engine oil filler cap
-
Right passenger footrest
-
Schakelaar ontsteking/ stuurslot/opening van het zadel
- Deksel van de accuruimte
- Bougie
- Vuldop voor de motorolie
- Rechter voetensteun van de passagier

- Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
- Hendel van de achterrem
- Hendel van de voorrem
- Gashandvat
- Elektrische commando's op de rechter kant van het stuur
- Schakelaar van de ontsteking / stuurslot (ON - OFF - LOCK) / opening zadel
- Instrumenten en indicators

Analogue instrument panel (01\_04)
LEGENDA
Analoog instrumentenpaneel (01\_04)
LEGENDA
Controlelamp van het groot licht «1»
Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING).
Turn indicator warning light «2»
Flashes when in right or left turning mode.
Controlelamp van de richtingaanwijzers «2»
Knippert wanneer het signaal voor het rechts of links afslaan in functie is.
Wanneer een richtingaanwijzer stukgaat, verdubbelt de snelheid van het knipperen van de controlelamp. In dit geval moet het lampje vervangen worden.
Fuel gauge «3»
Indicator van het brandstofpeil «3»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Speedometer «5»
Shows riding speed.
Snelheidsmeter «5»
Duidt de rijsnelheid aan.
Coolant high temperature warning light «6»
Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof «6»
Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvloeistof te hoge waarden bereikt. Leg onmiddellijk de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof.
Coolant temperature gauge «7»
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «7»
Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de werkings-temperatuur normaal. Wanneer de streep zich niet in de centrale positie bevindt, mag het voertuig niet excessief belast worden. Wanneer de wijzer de laatste streep bereikt, legt men de motor stil en controleert men het peil van de koelvloeistof.
LET OP

WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA- NE TEMPERATUUR VOOR EEN LAN- GE PERIODE WORDT OVERSCHRE-
DEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Engine oil pressure warning light «8»
Controlelamp van de druk van de motorolie «8»
Deze verschijnt om te melden dat de druk van de motorolie onvoldoende is. In dit geval legt men onmiddellijk de motor stil, en wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Wanneer de motor uitstaat is de contro- lelamp steeds aan; wanneer ze uit blijkt, is er een onregelmatigheid aanwezig aan de sensor of aan de verbindingen.
De controlelamp moet uitgaan nadat de motor wordt gestart.
Multifunction indicator «9»
Geeft de totaal afgelegde afstand (ODO) of de twee partiële hodogrammen (ODO I-ODO II) of de accuspanning of de omgevingstemperatuur weer.
Digital clock «11»
Geeft de uren en de minuten weer.
Battery voltage«12» Accuspanning «12»
Displays the battery voltage value. Geeft de waarde van de accuspanning weer.

Digital Icd display (01\_05)
Clock adjustment
NOTE
FOR SAFETY REASONS, ADJUST THE CLOCK ONLY WHEN YOUR VEHICLE IS STOPPED.
Digitaal display (01\_05)
Regeling van de klok
N.B.
VOOR VEILIGHEIDSREDENEN IS HET ENKEL MOGELIJK OM DEZE HANDE-LING UIT TE VOEREN WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT.

Wanneer op het multifunctioneel display «1» de functie van de kilometers totaal (ODO) wordt weergegeven, moet voor langer dan drie seconden op de toets MODE «2» gedrukt worden. De twee puntjes die de uren en de minuten scheiden, beginnen te knipperen.
Voer de regeling van de uren uit door de aangeduide waarde te verhogen bij elke druk op de toets MODE «2».
Druk weer op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de regeling van de minuten. De aangeduide waarde wordt verhoogd bij elke druk op de toets MODE «2».
Door op de toets MODE «2» te drukken voor langer dan drie seconden, wordt teruggekeerd naar de regeling van de uren.
Wanneer geen enkele toets wordt geactiveerd voor drie seconden, verlaat het display automatisch de functie van de regeling van de klok.
"MODE" button
Press the MODE button «2» to shift the instrument panel display.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
MODE- toets
Door de drukknop MODE «2» te drukken, wordt de switch van het dashboard uitgevoerd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT


De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL «2» ACTIVEERT DE SCHAKELAAR VAN DE ONTSTEKING / HET STUURSLOT EN HET SLOT VAN HET ZADEL. BIJ HET VOERTUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GELEVERD (ÉÉN RESERVE-SLEUTEL).
N.B.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
SWITCH POSITIONS
ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OPEN «C»: De motor en de lichten kunnen niet in werking gesteld worden. De helmruimte kan geopend worden.
LOCK «D»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
Inschakeling van het stuurslot (01\_09)
LET OP
DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI-TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
• Drai het stuur volledig naar links.
- Draai de sleutel «2» in positie «OFF»
NOTE
TURN THE KEY AND MOVE THE HAN- DLEBAR AT THE SAME TIME.
N.B.
DRAAI DE SLEUTEL EN DRAAI TEGELIJKERTIJD AAN HET STUUR.

- Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwijzerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst.
• Verwijder de sleutel.

Schakelaar richtingaanwijzers (01\_10)
Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Door op drukknop «2» te drukken, activeert men de akoestische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
Light switch (01\_12)
Wanneer de omleider van de lichten «4» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; in positie «B» wordt het dimlicht geactiveerd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

PASSING button «C»
Door op de drukknop PASSING te drukken, wordt de knippering van het groot licht geactiveerd.
N.B.
WANNEER DE DRUKKNOP «C» WORDT LOSGELATEN, WORDT HET KNIPPEREN VAN HET GROOT LICHT GEDESACTIVEERD.

Door op drukknop «7» te drukken, doet de startmotor de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Engine stop button (01\_14)
CAUTION

DO NOT ACTION THE ENGINE STOP SWITCH «6» WHILE RIDING THE VEHICLE.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
De schakelaar voor het stilleggen van de motor «6» dient als veiligheids- of noodschakelaar.
Met de schakelaar «6» in positie «ON», is het mogelijk om de motor te starten; in positie «OFF» stopt de motor met draai- en.
LET OP

MET DE MOTOR STIL EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR MET SLEUTEL IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN. WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT NADAT MEN DE MOTOR HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN

- Binnenin de helmruimte is een stroomstopcomntact van 12V «4» voorzien.
- Het stroomstopcontact kan gebruikt worden voor het voeden van gebruiksvoorwrpen met een maximum vermogen van 180 W (GSM, inspectielamp, enz.).
LET OP

EEN LANG GEBRUIK VAN HET STOP-CONTACT WANEER DE MOTOR UIT-
STAAT, KAN DE ACCU VOLLEDIG DOEN ONTLADEN.


Opening van het zadel (01\_17, 01\_18)
Om het zadel te blokkeren:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Plaats de sleutel in de sleutelschakelaar.
- Draai de sleutel «4» in tegenwij-zerszin.
• Hef het zadel «5» op. - Om het zadel te blokkeren, doet men het dicht en drukt men er op (zonder te forceren), en laat men het slot klikken.
LET OP

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLIK VERVALLEN.

Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het aangeduide dopje te verwijderen.
Framenum-
mer: ....

Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.
Motornum-
mer: ....

Penen van de koffer voor (01\_21)
Dit bevindt zich onder het stuur, intern de beschermingsplaat; Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
- Plaats de sleutel «1» in het slot.
- Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «2».
NOTE
BEFORE LOCKING THE COVER, MAKE SURE THAT THE KEY HAS NOT BEEN LEFT INSIDE THE GLOVE-BOX.
N.B.
VOORALEER MEN HET DEURTJE BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE OPBERGRUIMTE.

Voorste en achterste schijfrem Controleer de werking, de lege loop van de commandohendels,
| fluid level. Check for leaks. Check brake pads for wear. If necessary, top-up the brake fluid. | het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen. | |
| Brake levers Check they function smoothly.Lubricate the joints if necessary. | ||
| Throttle grip Check that the throttle functions smoothly and can be fully opened and closed in all steering positions.Adjust and/or lubricate if necessary. | Remhendels Controleer of ze zacht werken.Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen. | |
| Wheels/ tyres Check that tyres are in good conditions. Check inflation pressure, tyre wear and potential damage. | Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registreer en/of smeer indien nodig. | |
| Steering Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Wielen/banden Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. | |
| Centre stand Check that it works smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released.Lubricate couplings and joints if necessary. | Stuur Controleer of het draaienhomogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. | |
| Fastener elements Check that the fastener elements are not loose.Adjust or tighten if necessary. | Centrale standaard Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen.Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. | |
| Bevestigingselementen Controleer | of de bevestigingselementen niet gelost zijn.Stel ze af of sluit ze eventueel. |
| Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig.Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. | |
| Koelvloeistof Het vloeistofpeil in het expansievat moet zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden. | |
| SCHAKELAAR VOOR HETSTILLEGGEN VAN DE MOTOR | Controleer de correcte werking. |

Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
LET OP

VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE VAN DE VOORSTE OPHANGING MOET EEN Officiële aprilia Dealer GE-CONTACTEERD WORDEN, DIE EEN ZORGVULDIGE EN SNELLE SERVICE ZAL GARANDEREN.
- Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper).
N.B.
VOER DE REGELINGEN UIT VOOR BEIDE ACHTERSTE SCHOKDEM-PERS.
Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.

- Voor het starten van de motor plaatst men het voertuig op de centrale standaard.
- Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het dimlichtbevindt.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «2» op «ON» (landen waar voorzien).

- Turn the key «3» and set the ignition switch to «ON».
CAUTION
NOW:
THE ENGINE OIL PRESSURE WARNING LIGHT «4» ON THE INSTRUMENT PANEL TURNS ON AND REMAINS LIT UNTIL THE ENGINE STARTS UP.
- CONTACT AN Official aprilia Dealer IF THIS WARNING LIGHT DOES NOT TURN ON OR IF AFTER THREE SECONDS THE WARNING LIGHT DOES NOT TURN OFF.
- Draai aan de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON».
LET OP
OP DIT MOMENT GEBEURT HET VOLGENDE:
- OP HET DASHBOARD LICHT DE CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE «4» OP, DIE BLIJFT OPLICHTEN TOT DE MOTOR WORDT GESTART.
- WANNEER DEZE NIET OPLICHTEN, OF WANNEER NA DRIE SECONDEN DE CONTROLELAMP NIET UITGAAT, WENDT MEN ZICH TOT EEN officièle aprilia dealer.
- Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor zal niet starten.

- Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.
CAUTION
LET OP


- Laat het gashandvat los, activeer de achterrem en laat het voertuig op de standaard zakken.
- Ga op het voertuig zitten, en hou voor de stabiliteit minstens één voet op de grond.
- Regel de correcte helling van de achteruitkijkspiegeltjes.
CAUTION

WITH THE VEHICLE AT A STAND-STILL, PRACTICE USING THE REARVIEW MIRRORS. THE MIRROR REFLECTING SURFACE IS CONVEX SO OBJECTS MAY SEEM FARTHER THAN THEY REALLY ARE. THESE MIRRORS OFFER A WIDE-ANGLE VIEW AND ONLY EXPERIENCE HELPS YOU JUDGE THE DISTANCE SEPARATING YOU AND THE VEHICLE BEHIND.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGEL-TJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET INSCHATTEN MOGELIJK VAN DE AFSTAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

- Laat de remhendel los en geef gas, door gematigd aan (Pos. B) het gashandvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.
CAUTION
LET OP


Moeilijke start (02\_11)
Druk op de startknop «7» en laat de start-motor draaien voor ongeveer vijf seconden, zonder gas te geven.
START NA EEN LANGE INACTIVITEIT
- Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.
In dit geval handelt men als volgt:
• Druk op de startknop «7» voor ongeveer tien seconden.

Het stilleggen van de motor (02\_12)
LET OP
VERMIJDT INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
- Release the throttle grip (Pos. A) and operate the brakes gradually to stop the vehicle.
-
Keep at least one brake operated while at a temporary halt..
-
Laat het gashandvat (Pos. A) los en activeer geleidelijk aan de remmen zodat het voertuig stopt.
- Tijdens een tijdelijke pauze moet minstens één rem geactiveerd worden.
PARKING
CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.
DO NOT LEAN THE VEHICLE ON A WALL OR LAY ON THE GROUND.
MAKE SURE THE VEHICLE AND SPE- CIALLY ITS HOT PARTS DO NOT
PARKEREN
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.
DO NOT SEAT ON THE VEHICLE WHEN THE STAND IS LOWERED.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER DE STANDAARD UITGE-KLAPT IS.
- Stop the vehicle.
-
Set the engine stop switch «1» to «OFF».
-
Stop het voertuig.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op «OFF».
CAUTION

WITH ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED.
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.
- Turn the key «2» and set the engine stop switch «3» to «OFF».
• Rest the vehicle on its stand.
- Draai de sleutel «2» en plaats de ontstekingsschakelaar «3» op «OFF».
- Plaats het voertuig op de standaard.
CAUTION
DO NOT LEAVE THE KEY INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
LET OP
LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONT-STEKINGSSCHAKELAAR.
NOTE
WITH THE ENGINE OFF, IT IS NOT NECESSARY TO CLOSE THE FUEL VALVE, FOR IT HAS AN AUTOMATIC SEALING SYSTEM.
- Lock the steering and take out the key «2».
N.B.
WANNEER DE MOTOR STILLIGT, IS HET NIET NODIG OM HET BRAND-STOFKRAANTJE TE SLUITEN, OM-DAT HET VOORZIEN IS VAN EEN AUTOMATISCH DICHTINGSSYS-TEEM.
- Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «2».
Catalytic silencer
CAUTION

Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:
- de verwijdering en elke handeling om eender welk samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te contro-
leren vóór de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; en
- het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.
Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële Aprilia Dealer.

Stand (02\_14)
RESTING THE VEHICLE ON ITS STAND
CENTRE STAND
- Hold the left hand grip «4» with your left hand and the passenger handgrip «5» with your right hand.
- Push the stand lever «6» with your right foot.
CAUTION
MAKE SURE THE VEHICLE IS STA- BLE.
Standaard (02\_14)
PLAATSING VAN HET VOERTUIG OP DE STANDAARD
CENTRALE STANDAARD
- Grijp het linker handvat «4» vast met de linker hand, en de hand-greep van de passagier «5» met de rechter hand.
- Duw op de hendel van de standaard «6» met de rechter voet.
LET OP
CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM: ....
VOOR- NAAM: ...... ...
ADRES: .... ....
TELEFOONNUM- MER: ....
BELANGRIJK: In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door

middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje.
Safe driving (02_15, 02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26)
MAIN SAFETY RULES
Het veilig rijden (02_15, 02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.

Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijze- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.


Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloelstoffen correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegalaal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.

Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagier).

De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active-ring van de commando's niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).
LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
SCARABEO 125 - 200 MY 2007

Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud
Peil van de motorolie (03\_01)
Controleer regelmatig het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
GIET DE OLIE NIET UIT.
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ONDERDEEL, OM DE ZONE WAARIN
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
N.B.
GEBRUIK OLIE MET DE SPECIFIEKEN DIE WORDEN AANGEDUID IN DE TA- BEL MET AANBEVOLEN PRODUC- TEN.
N.B.
BIJ HET BIJVULLEN VAN MOTOR-OLIE RAADT MEN AAN OM HET "MAX" PEIL NIET TE OVERSCHRIJDEN.

Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilla Dealer.
Controle van het peil van de motorolie (03\_02)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
LET OP

DE MOTOR EN DE ONDERDELEN VAN DE UITLAATINSTALLATIE WORDEN ZEER WARM EN BLIJVEN WARM VOOR EEN ZEKERE PERIODE, OOK NADAT DE MOTOR WORDT UITGE- ZET. VOORALEER MEN DEZE ON- DERDELEN HANTEERT, DRAAGT MEN ISOLERENDE HANDSCHOE- NEN, OF WACHT MEN TOT DE MO- TOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN.
- Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.

NOTE
FAILURE TO FOLLOW THESE OPERATIONS MAY RESULT IN AN INCORRECT READING OF THE ENGINE OIL LEVEL.
• Top-up if necessary.
CAUTION

IN ORDER TO AVOID DAMAGING THE ENGINE, OIL LEVEL MUST NEVER EXCEED THE «MAX» MARK OR FALL BELOW THE «MIN» MARK.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP- METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.
- Indien nodig vult men bij.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.
Engine oil top-up
Het bijvullen van motorolie
- Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit.
• Voer de controle van het oliepeil uit, en vul eventueel bij.
• Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt. - Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem.
CAUTION

Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk) (03\_03)
Het voertuig is voorzien van een contro- lelamp voor de melding «1», die aangaat wanneer de sleutel in positie «ON» wordt gedraaid.
Deze controlelamp moet echter uitgaan wanneer de motor wordt gestart.
LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP OPLICHT TIJDENS HET REMMEN, AAN HET MINIMUM TOERENTAL OF IN EEN BOCHT, MOET EEN CONTROLE VAN HET PEIL UITGEVOERD WORDEN, EN EVENTUEEL BIJGEVULD WORDEN. WANNEER NA HET BIJVULLEN DE CONTROLELAMP NOG OPLICHT TIJDENS HET REMMEN,
AAN HET MINIMUM TOERENTAL OF IN EEN BOCHT, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN ERKEND APRILIA SERVICECENTRUM.
Vervanging van de motorolie (03\_04, 03\_05)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
LET OP

DE MOTOR EN DE ONDERDELEN VAN DE UITLAATINSTALLATIE WORDEN ZEER WARM EN BLIJVEN WARM VOOR EEN ZEKERE PERIODE, OOK NADAT DE MOTOR WORDT UITGEZET. VOORALEER MEN DEZE ONDERDELEN HANTEERT, DRAAGT MEN ISOLERENDE HANDSCHOENEN, OF WACHT MEN TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN.
- Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP- METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.


Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
- Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.
- Draai de afvoerdop van de olie «5» los, verwijder hem, en laat alle motorolie volledig uitstro-men.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KUNNEN TOEBRENGEN.
CAUTION

AS USED OIL HAS SUBSTANCES HARMFUL TO THE ENVIRONMENT, TAKE YOUR SCOOTER TO AN OFFICIAL APRILIA DEALER TO HAVE THE OIL CHANGED. THESE CENTRES CAN CARRY OUT ENVIRONMENTALLY-FRIENDLY DISPOSAL OF USED OIL IN COMPLIANCE WITH REGULATIONS IN FORCE.
LET OP

DE GEBRUIKTE OLIE BEVAT GE-VAARLIJKE STOFFEN VOOR HET MI-LIEU, EN VOOR DE VERVANGING VAN DE MOTORLOIE MOET MEN ZICH DUS WENDEN TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEALER, DIE DE GEBRUIK-TE OLIES ZAL VERWERKEN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE RESPECTEREN.

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS. WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN

| Vooraan: 2 mm |
| Achteraan 2 mm |
Spark plug dismantlement (03\_08, 03\_09, 03\_10)
Controleer de bougie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:


- Lift the saddle.
- Unscrew and remove the two screws «3» (one at each side).
-
Unscrew and remove the two screws «4» (one at each side).
-
Hef het zadel op.
- Draai de twee bouten «3» los, en verwijder ze (één per kant).
- Draai de twee bouten «4» los, en verwijder ze (één per kant).
CAUTION

- Verwijder het inspectiedeksel «5» langs voor.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:
LET OP

VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF- KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS- TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
- Place the tube of the spark plug «1» correctly so that it does not get disconnected due to engine vibrations.
-
Reassemble the central inspection cover «5».
-
Plaats de pipet van de bougie «1» correct, zodat ze niet kan loskomen door de vibraties van de motor.
- Hermonteer het centrale inspectiedeksel «5».

Demonteren van het luchtfilter (03\_11, 03\_12)
De reiniging en de controle van de staat van de luchtfilter moeten uitgevoerd worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud; dit zal afhangen van de gebruikscondities.
Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd.
Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijderen.
- Draai de zeven bouten «1» los, en verwijder ze.
- Open de filterdoos.
- Verwijder het filterend element «3» van het deksel van de filterdoos «2».

Reiniging van de luchtfilter (03_13, 03_14)
LET OP

GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRANDBARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.
- Was het filterend element «3» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen.
- Breng op de volledige oppervlakte olie voor filters aan.
- Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in het onderste deel van de ontluchtingsbuis «4».
N.B.
WANNEER BINNENIN AFZETTINGEN AANWEZIG ZIJN, AFKOMSTIG VAN DE FILTERKAST, MOETEN DEZE ALS VOLGT VERWIJDERD WORDEN.

• Verwijder het dopje «5».
- Laat de inhoud in een recipiënt stromen; overhandig het daarna aan een inzamelcentrum.
Cooling fluid level (03_15, 03_16, 03_17, 03_18)
CAUTION

DO NOT USE YOUR VEHICLE IF THE COOLANT LEVEL IS BELOW THE MINIMUM LEVEL MARKED "MIN".
Peil van de koelvloeistof (03_15, 03_16, 03_17, 03_18)
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET WANNEER DE KOELVLOEISTOF ZICH ONDER HET MINIMUM "MIN" PEIL BEVINDT.
Controleer het peil van de koelvloeistof volgens de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
CAUTION

De oplossing van de koelvloeistof bestaat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tijdens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen wordt vermeden. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraalzouten die in de radiator van het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (tot een maximum van 60%).

Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen.
LET OP
VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET EXPANSIEVAT WANNEER DE MOTOR WARM STAAT, OMDAT DE KOEL-VLOEISTOF EEN HOGE TEMPERATUUR HEEFT. BIJ CONTACT MET DE HUID OF DE KLEDING KAN HET ERNSTIGE LETSELS/SCHADE VEROORZAKEN.
CHECK
CAUTION

WAIT FOR THE ENGINE TO COOL DOWN BEFORE CHECKING OR TOPPING-UP THE COOLANT LEVEL.
CONTROLE
LET OP

VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.

- Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
- Open de opbergruimte.
- Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» zich tussen de referenties «MIN» en «MAX» bevindt.
MIN = minimum peil.
MAX = maximum peil.
In het omgekeerde geval moet het bijgevuld worden.
TOPPING-UP
- Verwijder de voorste motorkap «3» door de twee bouten «4» die zich op de voorkant bevinden los te draaien, en door de vier bouten «5» die zich op de tegenbeschermingsplaat bevinden los te draaien.
• Verwijder de vuldop «1».
CAUTION

- Vul bij met koelvloeistof tot de vloeistof ongeveer het «MAX» peil bereikt.
• Plaats de vuldop «1» weer.
LET OP

WANNEER HET VERBRUIK VAN KOELVLOEISTOF EXCESSIEF IS, EN WANNEER HET EXPANSIEVAT LEEG BLIJFT, CONTROLEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN ZIJN IN HET CIRCUIT. VOOR DE HERSTELLING, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER.

- Hermonteer de voorste motor-kap.

Controle van het oliepeil van de remmen (03\_19)
Dit voertuig is voorzien van een remsysteem, dat bestaat uit:
- Een schijfrem vooraan; - Een schijfrem achteraan;
Een handeling op de rechter remhendel (voorrem) produceert een druk op de voorste remtang. Een handeling op de linker remhendel (achterrem) produceert
een druk op de voorste remtang en op de achterste remtang.
N.B.
DIT VOERTUIG IS VOORZIEN VAN EEN INTEGRAAL REMSYSTEEM.
LET OP

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
LET OP
LET VOORAL OP VOOR DE SCHIJFREM EN VOOR DE WRIJVINGSPAKKINGEN, EN CONTROLEER OF ZENIET VERBONDEN ZIJN OF INGEVET ZIJN, VOORAL NA HET UITVOEREN VAN DE ONDERHOUDS OF CONTROLEHANDELINGEN. CONTROLEER OF DE REMBUIS NIET IN ELKAAR IS GEDRAAID OF VERSLETEN IS.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MI- LIEU.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.
De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels.
Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof in de tanks, en de slijtage van de pastilles.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.
Controle
Voor de controle van het peil handelt men als volgt:
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai het stuur zodat de vloeistof in de tank van de remvloeistof zich parallel aan de «MIN» referentie op het glasje «1» bevindt.
- Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» op het glasje «1» overschrijdt.
MIN = minimum peil.
Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt:
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VERMINDERT PROGRESSIEF MET DE SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.

- Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn: - Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen.
LET OP
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE. IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEALER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.
Battery (03\_21, 03\_22, 03\_23, 03\_24)
Controleer de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
LET OP
BRANDGEVAAR. HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONTVLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
THE BATTERY ELECTROLYTE IS TOXIC, CORROSIVE AND AS IT CONTAINS SULPHURIC ACID, IT CAN CAUSE BURNS WHEN IN CONTACT WITH THE SKIN. WEAR PROTECTION CLOTHES, A FACE MASK AND/OR SAFETY GOGGLES WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE OPERATIONS. IF THE ELECTROLYTIC FLUID GETS INTO CONTACT WITH THE SKIN, WASH WITH ABUNDANT COOL WATER.
IF THE FLUID GETS INTO CONTACT WITH THE EYES, WASH WITH ABUNDANT WATER FOR FIFTEEN MINUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMMEDIATELY.
Battery removal Verwijdering van de accu


- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Verwijder de matjes «1». - Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZE NIET.

• Verwijder het accudeksel.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Maak eerste de negatieve (-) kabel en daarna de positieve (+) kabel los.
- Verwijder de accu «3» uit haar plaats, en plaats ze op een vlakke ondergrond, in een droge en koele plaats.
LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.

Controle en reiniging van de terminals en de klemmen
- Controleer of de terminals «4» van de kabels en de klemmen «5» van de accu:
- zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen);
- bedekt zijn met neutraal vet of vaseline. Indien nodig:
• Maak eerste de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.
- Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen.
- Maak eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-) weer vast.
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
Battery recharge
CAUTION
DO NOT REMOVE THE BATTERY CELL CAPS OR THE BATTERY MAY BE DAMAGED.
Het opladen van de accu
LET OP
VERWIJDER DE DOPPEN VAN DE AC- CU NIET; WANNEER ZE VERWIJDERD WORDEN ZOU DE ACCU KUNNEN BE- SCHADIGD WORDEN.
- Remove the battery.
• Get an adequate battery charger. - Set the battery charger for slow recharge.
-
Connect the battery to the battery charger.
-
Verwijder de accu.
- Voorzie een geschikte acculader.
- Voorzie de acculader voor een trage lading.
- Verbindt de accu aan de accu-lader.
CAUTION
WHEN RECHARGING OR USING THE BATTERY, BE CAREFUL TO HAVE THE ROOM ADEQUATELY AIRED. DO NOT BREATH GASES RELEASED WHEN THE BATTERY IS RECHARGING.
LET OP
TIJDENS HET LADEN OF HET GE-BRUIK, VOORZIET MEN HET LOKAAL VAN EEN GESCHIKTE VENTILATIE EN VERMIJDT MEN HET INADEMEN VAN DE GASSEN DIE VRIJKOMEN TIJDENS HET OPLADEN VAN DE AC-CU.
• Schakel de acculader aan.

Inwerkingstelling van een nieuwe accu (03\_25, 03\_26, 03\_27)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Verwijder de matjes «1» - Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.

• Verwijder het accudeksel.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

- Place the battery «3» in its housing.
- Connect the positive lead (+) first and then the negative one (-).
• Cover the leads and terminals with neutral grease or petroleum jelly. - Refit the battery compartment cover and tighten the two screws «2».
-
Refit the two mats «1» making sure the clamps fit in their fittings,
-
Plaats de accu «3» op zijn plaats.
- Verbindt eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
- Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2».
- Herplaats de twee matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden,

Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden:
- Verwijder de accu en plaats ze op een koele en droge plaats.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.


Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de zekeringen van 15 A, en vervolgens de zekering van 20 A.
To check: Voor de controle:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Verwijder de matjes «1» - Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.
CAUTION

• Verwijder het accudeksel.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Verwijder één zekering per keer en controleer of de draad «3» onderbroken is.
- Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak die het probleem heeft veroorzaakt.
- Vervang de zekering, indien beschadigd, met een andere met hetzelfde ampèregehalte.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.

- Refit the battery compartment cover and tighten the two screws «2».
-
Refit the two mats «1» making sure the clamps fit in their fittings.
-
Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2».
- Herplaats de matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden.

MAIN FUSES DISTRIBUTION
| Zekering van 20 A «6» Vanaf de accu naar het laden,relais van de logica, permanent dashboard, onstekingsschakelaar en regelaar. |
Zekering van 20 A «7» Reserve
SECONDARY FUSES DISTRIBUTION
| Zekering van 15 A «4» Vanaf de ontstekingsschakelaar |
| naar alle ladingen van het licht, hetnummerplaatlicht, knippering enakoestische melder. |
Zekering van 15 A «5» Vanaf de ontstekingsschakelaar naar het stroomstopcontact.
Zekering van 15 A «8» Reserve
Lamps
CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
CAUTION

| Lamp van het dimlicht / groot licht 12 V 60/55 W H4 | |
| Lamp van het positielicht 12V - 5W | |
| Lamp van het licht van de voorste en achterste richtingaanwijzers | 12 V - 10 W (amberkleurige lamp RY) |
| Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W | |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lamp van de verlichting van het dashboard (*) | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers (*) | LED |
| Controlelamp van het groot licht (*) LED | |
| Controlelamp van de brandstofreserve (*) | LED |


In het licht vindt men:
- Eén lamp van het dimlicht/groot licht «1»;
- Eén lamp van het positielicht «2».
Voor de vervanging:
- Verwijder de dopjes «3» met een schroevendraaier;
- Draai de twee bouten «4» los en verwijder de bovenste omlijsting «5»;
- Draai de drie bouten «6» los en verwijder het windscherm;
- Draai de acht bouten «7» los en verwijder de achterste stuurbedekking;
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.

• Grijp de elektrische connector «8» vast, en koppel hem los van de lamphouder;
LET OP
OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN DE LAMP TE VERWIJDEREN, MAG NIET AAN DE ELEKTRISCHE KA- BELS GETROKKEN WORDEN.


-
Remove the plastic gasket «9»;
• Release the clip «10»;
• Take out the bulb holder «11» and replace it with another one of the same type; -
Verwijder de rubberen pakking «9»;
• Koppel het veertje «10» los; - Verwijder de lamphouder «11», en vervang hem met één van hetzelfde type;
TAIL LIGHT BULB
Grijp de lamphouder «12» vast, en verwijder hem uit de zit;
LET OP
TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.

- Verwijder het positielicht «13», en vervang het met één van hetzelfde type;


Regeling van de koplamp (03\_41)
Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp
bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
- Handel met een schroeven-draaier op de speciale bout «1» die zich onder de voorste stuur-bedekking bevindt.
Door haar VAST TE DRAAIEN (in wij-zerszin) wordt de lichtbundel verhoogd.
Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegen-wijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd.
Front direction indicators (03\_43, 03\_44, 03\_45)
For replacement:
NOTE
Voorste richtingaanwijzers (03\_43, 03\_44, 03\_45)
Voor de vervanging:
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT ÉÉN RICHTINGAANWIJZER, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE RICHTINGAANWIJZERS.
- Draai de bout «1» los en verwijder hem, zodat de richtingaanwijzer uit de zit kan verwijderd worden.


- Verwijder het beschermend scherm «2», door de bout «3» los te draaien.
- Druk gematigd op het lampje «4» en draai het in tegenwijzers-in.
N.B.
WANNEER DE LAMPHOUDER «5» UIT HAAR ZIT KOMT, MOET HIJ WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
• Verwijder het lampje uit de zit.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPENHOUDER, DOOR DE TWEE GELEIDERPINNETJES TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOU-DER.

- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
Bij de hermontage:
N.B.
PLAATS HET BESCHERMENDE SCHERM «2» CORRECT IN ZIJN ZIT.
N.B.
SLUIT VOORZICHTING EN GEMATIGD BOUT «1» EN BOUT «3», ZODAT HET BESCHERMEND SCHERM «2» NIET WORDT BESCHADIGD.

Achterste optische groep (03\_46, 03\_47)
Op het achterlicht vindt men:
- één lampje van het positielicht/stoplicht «1»;
- twee lampen van de richtingaanwijzers «2».
Voor de vervanging van de lampen:
- Verwijder de lens van de achterste koplamp «3», door de vier bouten «4» los te draaien.
- Druk gematigd op de lamp «1» en draai ze in tegenwijzersin.
• Verwijder de lamp uit de zit.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPENHOUDER, DOOR DE TWEE GELEIDERPINNETJES TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOU-DER.
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
LAMP VAN DE ACHTERSTE RICH- TINGAANWIJZERS
- Om de lampen uit de richting-aanwijzer te verwijderen, draait men:
- de linker lamp IN WIJZERSZIN;
- de rechter lamp IN TEGENWIJZERS-ZIN.
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE MOET DE BEKLEDING VAN DE ACHTERSTE KOPLAMP «3» CORRECT IN HAAR ZIT GEPLAATST WORDEN.
LET OP
SLUIT VOORZICHTIG EN GEMATIGD DE BOUTEN «4», ZODAT DE LENS

VAN DE ACHTERSTE KOPLAMP «3» NIET WORDT BESCHADIGD.
Number plate light (03\_48)
To remove the bulb:
- Undo and remove the screw «8».
- Undo and remove the license plate bulb support «9».
- Slide off the bulb «10» and replace it with one of the same type.
Om de lamp te verwijderen:
- Draai de bout «8» los en verwijder ze.
- Verwijder de steun van de lamp van het nummerplaatlicht «9».
- Verwijder en vervang de lamp «10» met een andere van hetzelfde type.

Achteruitkijkspiegels (03\_49)
Voor het verwijderen van de spiegels:
• Draai de tegenmoer «1» los;
- Verwijder de achteruitkijkspiegel «2».
Voor de regeling moet de spiegel vastgegrepen worden, en gedraaid worden tot de optimale positie wordt verkregen.

Regeling van het minimum toerental (03\_50, 03\_51)
Voer de regeling van het minimum toerental uit volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, en dit elke keer het onregelmatig blijkt.
Voor het uitvoeren van deze handeling handelt men als volgt:
- Leg enkele kilometers af tot de normale werkingstemperatuur wordt bereikt, en leg daarna de motor stil.
• Hef het zadel op. - Start de motor.
Het minimum rotatieregime van de motor moet ongeveer 1700±100 toeren/min zijn, in dit geval wordt het achterwiel niet in rotatie gebracht door de motor.
Indien nodig:
- Door te handelen vanaf de boring onder het zadel van het voertuig, moet op de registerbout «2» gehandeld worden, die zich op de carburator bevindt.
Door ze VAST TE DRAAIEN (in wijzerszin) wordt het toerental verhoogd.
Door ze LOS TE DRAAIEN (in tegenwij-zerszin) wordt het toerental verlaagd.
- Door te handelen op het gas-handvat, versnelt en vertraagt men enkele keren om de correcte werking te controleren, en om
VEHICLE TO AN OFFICIAL APRILIA DEALER IF NECESSARY.
te controleren of het minimum toerental stabiel blijft.
N.B.
HANDEL NIET OP DE REGELBOUT VAN DE LUCHT, OM WIJZIGINGEN VAN DE IJKING VAN DE CARBURATIE TE VERMIJDEN. INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈ-LE APRILIA DEALER.
03_52
Schijfrem vooraan en achteraan (03_52)
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN

Controle van de slijtage van de pastilles
Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.

Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles.
Gebruik een lamp en een spiegeltje voor de controle:
Tang van de voorrem
- Van onder vooraan voor de linker pastille «A»;
- Langs boven vooraan voor de rechter pastille «B».
Achterste remtang
- Achteraan langs boven voor beide pastilles «C».
N.B.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GE-
ING EFFICIENCY AND DISC SAFETY AND INTEGRITY ARE AT RISK.
VOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.

Stilstand van het voertuig (03\_57)
• Plaats de ontstekingsschake-
laar in «ON» en druk voor enkele seconden op de startmotor «1» om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.
- Verwijder het beschermende doek.
• Hermonteer de bougie.
• Verwijder de accu.
• Was en droog het voertuig. - Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
• Blaas de banden op. - Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun.
- Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zonnestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
- Bedek het voertuig, maar gebruik geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
NA HET OPBERGEN
- Verwijder de bedekking en reinig het voertuig.
- Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.
- Tank brandstof.
• Voer de voorbereidende contro-les uit.
LET OP

VOER EEN TESTRONDE VAN ENKELE KILOMETERS UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)
- Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Speciale milieu/seizoescondities (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
- Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
- Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
CAUTION

AFTER CLEANING YOUR VEHICLE, BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEMPORARILY AFFECTED DUE TO THE PRESENCE OF WATER ON THE FRICTION SURFACES OF THE BRAKING CIRCUIT. CALCULATE A LONGER BRAKING DISTANCE IN ORDER TO AVOID ACCIDENTS. BRAKE REPEATEDLY TO RESTORE NORMAL OPERATION. CARRY OUT THE PRE-RIDE CHECKS.
LET OP

NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM-CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water).
Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard
- Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.
- Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brandstoftank.
- Voor het ledigen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijksoortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de brandstof in de tank).
LET OP
NA HET LEDIGEN, MOET DE DOP VAN DE TANK GESLOTEN WORDEN.
SCARABEO 125 - 200 MY 2007

Chap. 04
Technical data
Hst. 04
Technische
gegevens
TECHNICAL DATA
| Max lengte 2040 mm | |
| Max breedte 720 mm | |
| Max hoogte (tot de kap) 1372 mm | |
| Hoogte tot het zadel 810 mm | |
| Asafstand | 1391 mm |
| Minimum vrije hoogte vanaf de grond | 145 mm |
| Gewicht per versnellingsorde (leeg) | 154 Kg |
| Motorolie - vervanging van de motorolie en de filter van de motorolie | 950 cm^3 |
| Olie van de transmissie | 200 cc |
| Koelvloeistof | 1,15 l (50% water + 50% antivries met ethyleenglycol) |
| Plaatsen | 2 |
| Max belasting van het voertuig (bestuurder + passagier + bagage) | 210 kg |
| VERSNELLINGSBAK | automatische continu variator |
| Transmissie | Met trapeziumvormige riem en reductor met tandwielen. |
| Totale verhouding motor/wiel (125) | minimum: 32,1 |
| maximum: 7.6 | maximum: 9,9 | ||
| Chassis type High-strength steel tubular chassis, single spar at the front, superimposed double cradle at the rear. | Totale verhouding motor/wiel (200) minimum: 21,0 maximum: 7,6 | ||
| Steering inclination angle 26.5° | Type van frame Monoligger vooraan met dubbele overlappende motorsteun achteraan, in stalen buizen met hoge extrusielimiet | ||
| Front suspension Hydraulic action telescopic fork | |||
| Front suspension travel 104 mm | Hellingshoek van het stuur | 26,5° | |
| Rear suspension hydraulic action double-acting shock absorber, adjustable preloading | Voorste ophanging | Telescoopvork met hydraulische werking | |
| Rear suspension travel 80 mm | Verplaatsing van de voorste ophanging | 104 mm | |
| Front brake ∅ 260-mm disc brake with hydraulic transmission | Achterste ophanging | hydraulische schokdemper met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting | |
| Rear brake ∅ 220-mm disc brake with hydraulic transmission | Verplaatsing van de achterste ophanging | 80 mm | |
| Wheel rims Light alloy rims | Voorrem | Met schijf - ∅ 260 mm - met hydraulische transmissie | |
| Front wheel rim 2.50 x 16" | Achterrem | Met schijf - ∅ 220 mm - met hydraulische transmissie | |
| Rear wheel rim 3.00 x 16" | |||
| Tyre type Without inner tube (Tubeless) | Wielvelgen | Lichtmetalen velgen | |
| Front tyre 100/80 - 16" 50 P | Velg van het voorwiel | 2,50 x 16" | |
| Rear tyre 120/80 - 16" 60 P | Velg van het achterwiel | 3,00 x 16" | |
| Front tyre standard inflation pressure | 200 kPa (2.0 bar) | Type van band | Zonder binnenband (tubeless) |
| Voorband 100/80 - 16" 50 P | |
| Achterste band 120/80 - 16" 60 P | |
| Standaardspanning van de voorband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Standaardspanning van de achterband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Spanning van de voorband met passagier | 210 KPa (2,1 bar) |
| Spanning van de achterband met passagier | 220 KPa (2,2 bar) |
| Accu 12V - 10 Ah | |
| Zekeringen 20- 15- 15 A | |
| Generator (met permanente magneet) | 12 V - 235 W |
ENGINE TECHNICAL DATA
| Model van de motor 204 |
| Type van motor Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, dubbele as met nokken in de kop. |
| Complessieve cilinderinhoud 124,2 cm3 (125) |
| 180,8 cm3 (200) |
| Cilinderdiameterboring/loop 58 mm x 47 mm (125) |
| 63 mm x 58 mm (200) | 63 mm x 58 mm (200) | ||
| Compression ratio 12.0 ± 0.5 : 1 (125) | Compressieverhouding 12,0 ± 0,5 : 1 (125) | ||
| 11.6 ± 0.5 : 1 (200) | 11,6 ± 0,5 : 1 (200) | ||
| Start-up Electric | Start Elektrisch | ||
| Engine revs at idle speed 1700 ± 100 rpm | Toerental van de motor bij het minimumregime | 1700 ± 100 toeren/min | |
| Clutch Automatic centrifugal dry clutch | Koppeling Automatisch, droge | centrifugekoppeling | |
| Transmission Automatic | |||
| Cooling forced-circulation air cooling driven by a centrifugal pump | Versnellingsbak Automatisch | ||
| Valve clearance Inlet: 0.10 ÷ 0.15 | Koeling | Met geforceerde vloeistofcirculatie, door een centrifugepomp | |
| Outlet: 0.15 ÷ 0.20 | |||
| Carburettor model ∅ 26 | Kleppenspeling | Aanzuiging: 0,10 ÷ 0,15 | |
| Uitlaat: 0,15 ÷ 0,20 | |||
| Supply Vacuum pump | Model van carburator | ∅ 26 | |
| Fuel Premium unleaded petrol, minimum octane rating of 95 (NORM) and 85 (NOMM) | VOEDING | Onderdrukomp | |
| IGNITION Capacitive discharge ignition, variable advance | brandstof | Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). | |
| Spark plug NHSP B8 RC4 | Ontsteking Met capacitieve uitlaat met variabele voorontsteking | ||
| Alternative spark plug NGK CR8 EB | Bougie | NHSP B8 RC4 | |
| Alternatieve bougie | NGK CR8 EB | ||
| Lamp van het dimlicht / groot licht 12 V 60/55 W H4 | |
| Lamp van het positielicht 12V - 5W | |
| Lamp van het licht van de voorste en achterste richtingaanwijzers | 12 V - 10 W (amberkleurige lamp RY) |
| Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W | |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lamp van de verlichting van het dashboard (*) | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers (*) | LED |
| Controlelamp van het groot licht (*) | LED |
| Controlelamp van de brandstofreserve (*) | LED |

Bijgeleverde gereedschappen (04\_01)
De gereedschapskit «3» is bevestigd in de speciale plaats in de opbergruimte.
Open de opbergruimte.
De bijgevoegde gereedschappen zijn:
• gereedschapstas;
• meervoudige schroevendraaier (met stervormige en sneevormige punt);
• buissleutel van 16 mm;
- sleutel voor de regeling van de schokdemper;
• inbussleutel van 4 mm.
SCARABEO 125 - 200 MY 2007

Chap. 05
Programmed
maintenance
Hst. 05
Gepland
onderhoud
Scheduled maintenance table CAUTION

FIRE HAZARD.
FUEL OR ANY OTHER INFLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
BEFORE ANY MAINTENANCE OPERATION OR INSPECTION ON THE VEHICLE, SHUT OFF THE ENGINE AND REMOVE THE KEY. WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM ARE COLD. WHENEVER POSSIBLE, LIFT THE VEHICLE WITH A SPECIFIC EQUIPMENT ON A FIRM AND LEVEL GROUND.
BEFORE ANY OPERATION, MAKE SURE THAT THE ROOM WHERE YOU ARE HAS ADEQUATE AIR VENTILA- TION.
TO AVOID BURNS BE SPECIALLY CAREFUL WITH HOT ENGINE AND EXHAUST SYSTEM PARTS.
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONT-VLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VOORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. WACHT TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LO-KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
NOTE
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert.
Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling.
PERIODIC MAINTENANCE CHART
Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.
AFTER 1000 KM
| Safety locks - check | Veiligheidsblokkeringen - controle |
| Throttle lever - adjustment | Gascommando - registratie |
| Engine oil filter - replacement | Oliefilter van de motor - vervanging |
BIJ 1000 KM
| Peil van de koelvloeistof - controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Olie van de motor - vervanging |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Vervanging |
| Stuurinrichting - controle |
| Minimumregime - Registratie |
| Luchtfilter - reiniging |
| Luchtfilter van de riemruimte - Controle en reiniging |
| Oliefilter van de motor - vervanging |
| Elektrische installatie en accu - Controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Olie van de motor - vervanging |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Controle |
| Ophangingen - Controle |
| Stuurinrichting - controle |
| Schuifsleden / variatorrollen - Vervanging |
| Transmissieriem - vervanging |
| Bougie - Controleren |
| Plastic beslagring in het variatordeksel - Vervanging |
| Minimumregime - Registratie |
| Bougie - vervanging |
| Transmissieriem - vervanging |
| Gascommando - registratie |
| Luchtfilter - reiniging |
| Luchtfilter van de riemruimte - Controle en reiniging |
| Oliefilter van de motor - vervanging |
| Kleppenspeling - Controle |
| Elektrische installatie en accu - Controle |
| Peil van de koelvloeistof - controle |
| Oliepeil van de remmen - controle |
| Olie van de motor - vervanging |
| Slijtage van de rempastilles - controle |
| Schuifsleden / variatorrollen - Vervanging |
| Plastic beslagring in het variatordeksel - Vervanging |
| Spanning en slijtage van de banden - controle |
| Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest |
| Naafolie - Vervanging |
| Ophangingen - Controle |
Steering - check up
| Product | Beschrijving Kenmerken |
| AGIP TEC 4T SAE 10W-40 Motorolie 10W-40 | |
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak API GL4, GL5 | |
| AGIP FORK 7.5W Olie van de vork | |
| AGIP GREASE SM2 Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten | NLGI 2 |
| AGIP BRAKE 4 Remvloeistof FMVSS DOT4+ | |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof, | gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. |
SCARABEO 125 - 200 MY 2007

Chap. 06
Special fittings
Hst. 06
Speciale
uitrustingen

De laterale standaard is optioneel. Om het montagepunt te bereiken:
- Draai de bout «1» van de dop «2» van de spoiler aan de linker kant van het voertuig los;
• Verwijder de dop «2».
De kofferplaat en de drie verschillende model van koffer zijn optioneel:
- Plaats de sleutel in het slot van de helmkoffer.
- Draai de sleutel in tegenwijzerszin.
- Hef het deksel «5» van de helm-koffer op.
- Om het deksel van de helmkoffer te blokkeren, moet het dicht gedaan worden en er op gedrukt worden (zonder te forceren), door het slot te doen klikken.
N.B.
VOORALEER MEN GAAT RIJDEN MOET MEN CONTROLEREN OF HET KOFFERTJE CORRECT GEBLOK- KEERD WERD.
LET OP
Het windscherm is optioneel.
TABLE OF CONTENTS
TREFWOORDENREGISTER

THE VALUE OF SERVICE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Asslentledienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprillia.com
Enkel wanneer men Originele Aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren. of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.
© Copyright 2006- Aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.