EWI 456.0 - Fornuis Küppersbusch - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EWI 456.0 Küppersbusch in PDF-formaat.

📄 115 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Küppersbusch EWI 456.0 - page 46
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Küppersbusch

Model : EWI 456.0

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EWI 456.0 - Küppersbusch en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EWI 456.0 van het merk Küppersbusch.

GEBRUIKSAANWIJZING EWI 456.0 Küppersbusch

  • Verwijderen van de verpakking Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge- lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparaten Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Reglementair gebruik De kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een ander doel worden gebruikt. Hier vindt u
  • Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder- houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door. Inhoud Veiligheidsinstructies p. 47
  • Voor aansluiting en werking p. 47
  • Voor de kookplaat p. 47
  • Voor personen p. 47
  • Beschrijving van het apparaat p. 48
  • Bediening door sensoren p. 48
  • Bediening p. 49
  • De kookplaat p. 49
  • Panherkenning p. 49
  • Gebruiksduurbeperking p. 49
  • Andere functies p. 49
  • Oververhittingsbeveiliging p. 49
  • Servies voor inductiekookplaat p. 50
  • De juiste wok p. 50
  • Kookstanden p. 50
  • Restwarmteweergave p. 50
  • In de wokpan koken p. 50
  • Bediening van de toetsen p. 51
  • Kookplaat en kookzone inschakelen p. 51
  • Kookzone uitschakelen p. 51
  • Kookplaat uitschakelen p. 51
  • STOP-functie p. 52
  • Kinderbeveiliging / vergrendeling p. 52
  • Automatische uitschakeling (timer) p. 53
  • Kookwekker (eierwekker) p. 53
  • Automatisch aankoken p. 54
  • Powerstand p. 54
  • Reiniging en onderhoud p. 55
  • Keramische kookplaat p. 55
  • Speciale verontreinigingen p. 55
  • Wat te doen bij problemen? p. 56
  • Montagehandleiding p. 57
  • Opmerking p. 57
  • Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur p. 57
  • Beluchting p. 57
  • Montage p. 57
  • Speciaal geval: montage in een stenen aanrechtblad p. 59
  • Inbouw van meerdere kookplaten p. 59
  • Elektrische aansluiting p. 59
  • Technische gegevens p. 59
  • Inbedrijfstelling Veiligheidsinstructies p. 59

Veiligheidsinstructies Voor aansluiting en werking

  • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor- schriften gebouwd.
  • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa- raat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes- kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. Voor de kookplaat
  • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand (powerstand) de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken!
  • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daar- bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
  • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook- zones.
  • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit en niet alleen met de panherkenning.
  • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen.
  • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre- ken.
  • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
  • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenser- vice.
  • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten! Net- snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen.
  • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
  • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou- den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe- ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver- wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
  • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek...) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding!
  • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor- werpen direct onder de kookplaat leggen.
  • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve- ren ringen) geldt dit niet.
  • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenbarsten!
  • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de sensoren plaat- sen! Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolen op de UIT-toets te drukken.
  • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. In dat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
  • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kook- plaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
  • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen
  • Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door perso- nen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke per- soon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegeven hoe het apparaat moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht worden gehouden om te ver- hinderen dat ze met het apparaat spelen.
  • Let op: De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bij het werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden.
  • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).48 Beschrijving van het apparaat

Beschrijvi ng van het apparaat

- knippert bij de timerweergave - brandt bij de kookstandweergave.

10. Automatische uitschakeltoets (timer)

11. Controlelampje (vergrendeling)

Bediening door sensoren De bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch- control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met de vin- gertop een symbool op het keramische oppervlak even aanra- ken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control- sensoren het woord „toets” gebruikt. Aan/Uit-toets (4) Met deze toets wordt de volledige kookplaat in- en uitgeschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Plus-toets (5) / Min-toets (6) Met deze toetsen worden de kookstanden, de automatische uit- schakeling en de kookwekker ingesteld. Met de min-toets wordt de aangetoonde waarde verlaagd, met de plus-toets verhoogd. De aangetoonde waarde kan worden gewist door beide toetsen tegelijk aan te raken. Kookstandweergave en timerweergave (7) De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: H................ restwarmte P................ powerstand .............. panherkenning A................ automatisch aankoken STOP ........ stop-functie Stop-toets (9) Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken. Timer-toets (10) Om de automatische uitschakeling of de kookwekker te program- meren.Bediening

Bedieni ng De kookplaat De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductie- spoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne- tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten over- gedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd. Voordelen van het inductiekookveld – Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover- dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk), – meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat, – energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement, – hoge opwarmsnelheid, – weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran- den niet vast, – snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. Panherkenning Als er geen of een te kleine pan (wok) op de kookzone staat, als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende

Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherken- ning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toege- voerd als nodig is. Gebruiksduurbeperking De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper- king. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke- lijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt de kook- zone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aan- wijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfs- duurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. auto- matische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 12 is mogelijk). Andere functies Als één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt er niet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensoren verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. Oververhittingsbeveiliging Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer vol- doende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertem- peratuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ontbrekende afscherming kunnen de oorzaak zijn. Ev. moet de inbouw worden gecontroleerd. Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking (uur:min)

Servies voor inductiekookplaat De pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moe- ten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is: Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest: Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag- neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken. Noot: Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc- tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw- wijze van deze pannen. De juiste wok Het inductiekookveld functioneert alleen dan tot uw tevredenheid als de wok optimaal aan de keramische plaat is aangepast. De bodem van de wok moet een aan de kom in het kookvlak aangepaste welving hebben en voor inductie-wokkookplaten geschikt zijn. Alleen deze wokpannen bieden een gelijkmatige warmteverdeling in de pan. We bevelen het gebruik van de Küppersbusch wok-pan toeb. 762 (ca. 5 l) aan. Bij onaangepast servies kan het kookveld slecht of helemaal niet werken en u in het ergste geval in gevaar brengen. Kookstanden Het verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoor- beelden voor de verschillende standen. Restwarmteweergave De keramische kookplaat is met een restwarmteweer- gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest- warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding! Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd. In de wokpan koken

  • Nooit met messen of andere scherpe voorwerpen in de wok- pan snijden of krassen. De oppervlaktecoating kan daardoor beschadigd raken.
  • Tussen wokpan en kookplaat mogen er zich geen vreemde voorwerpen of verontreinigingen bevinden. Die kunnen kras- sen veroorzaken.
  • De wokpan zonder inhoud niet te sterk verhitten! Geschikte pannen Niet geschikte pannen Geëmailleerde stalen pannen met dikke bodem Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta Gietijzeren pannen met geëmail- leerde bodem Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of alu- minium met speciale bodem Kookstand Toepassing

UIT-stand, benutting van de restwarmte Gaar koken van kleine hoeveelheden (laagste vermogen) Doorkoken Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken Braden, bechamelsaus maken Braden Aan de kook brengen, aanbraden, braden Powerstand (hoogste vermogen)Bediening

Bediening van de toetsen De hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehou- den worden. Kookplaat en kookzone inschakelen

Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergave 0 aantoont. U hoort een kort signaal. De besturing is klaar voor gebruik.

2. Meteen daarna met de

min-toets een kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingeschakeld, door de min-toets de kookstand 12.

metalen pan (wok) op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. Zolang geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool . Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uit- geschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”. Kookzone uitschakelen

4. a) Meermaals op de

min-toets drukken tot de kookstandweergave 0 aantoont, of b) één keer tegelijk op de min-toets en de plus-toets drukken. De kookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, of c) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitge- schakeld. Kookplaat uitschakelen

Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld. geschikt voor inductie52 Bediening

STOP-functie Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort te zetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.

1. Kookgerei staat op de kookzone en een gewenste kookstand is inge-

STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstand ver- schijnen na elkaar de letters S-T-O-P.

3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de

daarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de kookplaat uitgeschakeld. Kinderbeveiliging / vergrendeling Door de kinderbeveiliging/ vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit- toets kan nog altijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen. Kinderbeveiliging inschakelen

Aan/Uit-toets drukken om de kookplaat in te schakelen.

2. Meteen daarna tegelijk op de

timer-toets en de min-toets druk- ken om de functie te activeren. Het controlelampje boven de Stop-toets brandt. De bediening is geblokkeerd. Kinderbeveiliging uitschakelen

Aan/Uit-toets drukken.

4. Meteen daarna tegelijk op de

timer-toets en de min-toets druk- ken om de functie uit te schakelen. Het controlelampje boven de Stop- toets dooft uit. Vergrendeling inschakelen (tijdens het koken):

  • Tegelijk op de timer-toets en de min-toets drukken om de functie te activeren. Het controlelampje boven de Stop-toets brandt. De bediening is geblokkeerd. Vergrendeling uitschakelen
  • Tegelijk op de timer-toets en de min-toets drukken om de functie uit te schakelen. Het controlelampje boven de Stop-toets dooft uit. Opmerkingen
  • De geactiveerde kinderbeveiliging/ vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeld is. Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerst gedesactiveerd worden!
  • Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd, d.w.z. gedesactiveerd. controlelampjeBediening

Automatische uitschakeling (timer) Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 tot 99 minuten worden ingesteld.

1. Bij een kookzone een kookstand kiezen en een pan opzetten.

timer-toets drukken. Het controlelampje knippert.

3. Meteen daarna met de

min-toets of de plus-toets de kooktijd van 1 tot 99 minuten ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toets bij 30. Door gelijktijdig aanraken van de plus- en min-toets wordt de instelling teruggezet (00).

4. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.

Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen

  • Het controlelampje knippert bij de timerweergave.
  • Het controlelampje brandt bij de kookstandweergave.
  • De ingestelde kooktijd kan steeds worden gewijzigd: op de timer-toets drukken en met de min-

plus-toets de kooktijd veranderen.

  • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: op de timer-toets druk- ken en één keer gelijktijdig op de min-

plus-toets drukken. Kookwekker (eierwekker) (kookzone uitgeschakeld) Als de overeenkomstige kookzone uitgeschakeld is, kan een kookwekker geprogrammeerd worden.

1. De kookplaat inschakelen.

timer-toets drukken.

min-toets of de plus-toets de tijd in minuten instellen. Het controlelampje boven de kookstandweergave brandt. Het controlelampje brandt als de inductiekookplaat is uitgeschakeld.

4. Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-

den uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit- toets) te drukken. Opmerkingen: De kookwekker blijft ook dan in werking als de inductiekookplaat uitgescha- keld is. Om de tijd te wijzigen de kookplaat met de Aan/Uit-toets inscha- kelen. Als de kookwekker (eierwekker) is ingeschakeld, kan de overeenkomstige kookzone niet worden ingeschakeld. controlelampje54 Bediening

Automatisch aankoken Bij het automatisch aankoken gebeurt het aan de kook brengen met kook- stand 12. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkook- stand (1 tot 11) teruggeschakeld. Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdat de elektronica automatisch terugschakelt. Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opge- zet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet per- manent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).

1. Kookstand 0 instellen.

2. Meteen daarna door tegelijk op de

drukken de aankookautomatiek activeren. Afwisselend knippert dan A en 12 (A en als er nog geen pan werd opgezet).

3. Meteen daarna met de

min-toets een lagere kookstand 1 tot 11 kie- zen.

4. Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een

bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort- gezet. Opmerkingen

  • Tijdens het automatisch aankoken kan met de plus-toets de door- kookstand worden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordt het automatisch aankoken uitgeschakeld.
  • Behoudt men na activering van het automatisch aankoken de stand 12 en kiest men geen lagere kookstand, wordt het automatisch aankoken na 10 sec. automatisch uitgeschakeld en stand 12 blijft behouden. Powerstand De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzone ter beschik- king. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht. De powerstand werkt gedurende 10 minuten, vervolgens wordt automatisch naar kookstand 12 teruggeschakeld.

1. De kookplaat inschakelen.

min-toets drukken om de hoogste kookstand 12 in te stellen.

plus-toets drukken om de powerstand te activeren. In de kookstandweergave verschijnt een P.

4. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De P

verdwijnt en er wordt naar kookstand 12 teruggeschakeld. Noot: Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op de min-toets drukken. Ingestelde kookstand Automatisch aankoken tijd (min:sec)

Reiniging en onderhoud

  • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen.
  • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom- reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt!
  • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit- toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld! Keramische kookplaat Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik

Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud

Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week gron- dig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher- mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingen Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer- achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini- gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre- ven. Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reini- gen zoals onder punt 2 beschreven. Gebruik de reinigingsschraper niet in de ronding omdat u anders krassen in het oppervlak maakt! Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook- plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels , die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui- ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier- bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver- wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium- bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.56 Wat te doen bij problemen?

Wat te doen bij problemen? Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der- gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraan Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit? Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur! De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?

  • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere- ageerd?
  • Is de aansluitingskabel aangesloten?
  • Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d.w.z. het controlelampje boven de Stop-toets brandt?
  • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt? A.u.b. verwijderen.
  • Wordt verkeerd servies gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensoren door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor- werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver- wijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond? De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controle- ren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. De foutcode U400 wordt getoond? De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond? Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de ser- vice. Het pansymbool verschijnt? Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan (wok) werd opgezet? De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diame- ter. De gebruikte kookpannen maken geluid? Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen? Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)? Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken? Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.Montagehandleiding

Montagehandleiding Opmerking De KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag alleen volgens de instructies in deze handleiding worden ingebouwd. Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elke aansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keur- merken hun geldigheid! Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur

  • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren- zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe- stendig zijn, kunnen ze vervormen.
  • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
  • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumaf- standen volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
  • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit- sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres- pecteerd.
  • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand van minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen.
  • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven.
  • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onder- delen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkings- gevaar. Beluchting
  • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat de inductieve gedeelten voldoende geventileerd worden.
  • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gere- duceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk Oververhittings- beveiliging), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. Montage Belangrijke opmerkingen
  • Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminste ter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwij- derd.
  • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een oven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden.
  • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
  • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kun- nen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
  • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om een voldoende beluchting van de kook- plaat te garanderen.
  • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, was- machines of droogkasten worden ingebouwd.
  • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm- bare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd. Kookplaatafdichting Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.
  • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen.
  • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz.) moet de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden ver- wijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kook- plaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.

De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkblad De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spannin- gen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pak- king van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.Montagehandleiding

Clips • De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het werkblad inslaan.Door de horizontale aanslag is geen aan-passing in de hoogte nodig.• Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het werkblad liggen(breukgevaar vermijden).• Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogte

Afmetingen in mmMontagehandleiding

Speciaal geval: montage in een stenen aanrechtblad Bij een aanrechtblad van marmer, graniet of dergelijke worden de clips niet aan de uitsparing, maar aan de kookplaat geschroefd: bij een 30 mm dik aanrechtblad: bij een 40 mm dik aanrechtblad:

  • Kochfeld hinten mit der Kante einsetzen und vorsichtig absen- ken. Daarbij de clips met de handen indrukken.
  • Kookplaat omlaag drukken tot ze volledig op het aanrechtblad ligt.
  • Als de uitsparing in het aanrechtblad wat te groot geworden is, bestaat de mogelijkheid de veerspanning te verhogen door de lippen van de clips naar buiten te buigen. Inbouw van meerdere kookplaten Als meerdere kookplaten naast elkaar worden ingebouwd, moe- ten de in de volgende tekening afgebeelde minimumafstanden tussen de uitsparingen worden gerespecteerd: Elektrische aansluiting
  • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
  • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het apparaat worden getrokken.
  • U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
  • De inductiekookplaat is bij levering met een aansluitkabel uit- gerust.
  • Het apparaat wordt met stekker geleverd en mag alleen op een reglementair geïnstalleerde, geaarde contactdoos worden aangesloten.
  • De ingebouwde aansluitkabel moet in geval van beschadiging door de klantenservice door een speciale aansluitkabel wor- den vervangen.
  • De contactdoos mag zich onder het aanrechtblad onder de kookplaat of in een naburige kast in de muur bevinden. Ze mag niet boven de kookplaat zitten!
  • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. Aansluitwaarden Netspanning: 230 - 240V~, 50-60 Hz Technische gegevens
  • Vermogen bij ingeschakelde powerstand Inbedrijfstelling Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice. Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. kookplaat aanrechtblad Bovenaanzicht Detail Afmetingen Kookplaat hoogte/ breedte/ diepte mm 120 x 465 x 519 Vermogen kW 2,5 (3,0*) Kookplaat, totaal kW 3,060