SK 2905 solar - Ketel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SK 2905 solar Junkers in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SK 2905 solar Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SK 2905 solar - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SK 2905 solar van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING SK 2905 solar Junkers
1 Toelichting van de symbolen 35
1.1 Toelichting van de symbolen 35
1.2 Algemene veiligheidsinstructies 35
2 Gegevens betreffende het product 35
2.1 Gebruik 35
2.2 Typeplaat 36
2.3 Leveringsomvang 36
2.4 Technische gegevens 36
2.5 Productbeschrijving 37
3 Voorschriften 37
4 Transport 37
5 Montage 37
5.1 Opstelling 37
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats 37
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen 38
5.2 Hydraulica aansluiting 38
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluiten 38
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig) 38
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren 38
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren) 38
6 In bedrijf nemen 39
6.1 Boiler in bedrivf stellen 39
6.2 Eigenaar adviseren 39
7 Buitenbedrijfstelling 39
8 Milieubescherming 39
9 Onderhoud 40
9.1 Onderhoudsintervallen 40
9.2 Onderhoudswerkzaamheden 40
9.2.1 Veiligheidsklep controleren 40
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen 40
9.2.3 Magnesiumanode controleren 40
1 Toelichting van de symbolen
1.1 Toelichting van de symbolen
Waarschuwing

Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader.

Bij gevaren door stroom worden het uitroep teken in de gevarendriehoek verrangen door een bliksemsymbol.
Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing ge-ven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanner de maatregelen ter voorkoming van het gevaar Niet gespecteerd worden.
- OPMERKING betekent dat materièle schade kan ont-staan.
- VOORZICHTIG betekent dat Licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan.
WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk let-sel kan ontstaan. - GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie,+zonder gevaar voor mens of materialen,wordt met het nevenstaande symbol gemarkeerd.Dit worden geschieren van de tekst door een lijn onder en boven de tekst.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
▶Handelingsstap
Kruisverwijzing maar andereplaatsen in hetdocumentofaarandere documen- ten
-
Opsomming/lijstpositie
-
Opsomming/lijstpositie (2e niveau)
Tabel 29
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Algemeen
Deze onderhoudshandleiding is bedoeld voor de instal-.
lateur.
Niet respecteren van de veiligheidsinstrumenties kan ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Lees de veiligheidsinstrumenties en volg de instructies waarin op.
Onderhoudshandleiding respecteren, zodat de opti- male werking wordt gewaarborgd.
Warmteproducent en toebehoren overeenkomstig de bijbehorende installmentiehandleiding monteren en in bedrijf stellen.
Ermogen geeno open expansievaten worden gebruikt.
Deveiligheidsklep nooit sluiten!
2 Gegevens betreffende het product
2.1 Gebruik
De tapwaterboiler is bedoeld voor het opwarmen en op-slaan van drinkwater. De voor drinkwater geldende nationale voorschriften, richtlijnen en normen respecteren.
De tapwaterboiler via het zonnecircuit alleen met zonnevloeestof verwarmen.
De tapwaterboiler alleen in gesloten systemen gebruiken.
Een andere toepassing is nicht voorgeschreveen. Schade die ontstaat door verkeerd gebruik isuitgesloten van de aansprakelijkheid.
Tabel 30 Eisen aan het drinkwater
| Eisen aan het drinkwater Eenheid | ||
| Waterhardheid, min. ppm | 36 | |
| grain/US gallon | 2,1 | |
| °dH | 2 | |
| pH-waarde, min. - max. 6,5 - 9,5 | ||
| Geleidhaarheid, min. - max. | μS/cm 130 - 1500 | |
2.2 Typeplaat
De typeplaat bevindt zich bovenaan de achechterzijde van de boiler en bevat de volgende informatie:
| Pos. Beschrijving |
| 1 Typecodering |
| 2 Serienummer |
| 3 Werkelijke inhoud |
| 4 Stilstandsverliezen |
| 5 Volume verwarmd via elektrische verwarming |
| 6 Fabricagejaar |
| 7 Corrosiebeveiliging |
| 8 Max. tapwatertemperatuur boiler |
| 9 Max. aanvoertemperatuur warmtebron |
| 10 Max. zonne-aanvoertemperatuur |
| 11 Elektrisch aansluitvermögen |
| 12 CV-water ingangsvermögen |
Tabel 31 Typeplaat
| Pos. Beschrijving |
| 13 CV-water debiet voor cv-water ingangsvermogen |
| 14 Met 40 °C tapbaar volume van de elektrische ver-warming |
| 15 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde |
| 16 Hoogste ontwerpdruk |
| 17 Max. bedrijfsdruk verwarmingsbronzijde |
| 18 Max. bedrijfsdruk zonnezijde |
| 19 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde CH |
| 20 Max. testdruk drinkwaterzijde CH |
| 21 Max. tapwatertemperatuur bij elektrische verw-ar-ming |
Tabel 31 Typeplaat
2.3 Leveringsomvang
- Boiler
- Installatie- en onderhoudshandleiding
- Sensorset
| Eenheid | SKE 290-5 so-lar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Algemeen | ||||
| Maten | → afb. 1, pagina 66 | |||
| Kantelmaat mm 1945 1655 1965 | ||||
| Minimale kamerhoogte voor verragen van de anode. mm 2000 1850 2100 | ||||
| Aansluitingen | → tab. 33, pagina 37 | |||
| Aansluitmaat tapwater | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat koud water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat circulatie | DN | R3/4" | R3/4" | R3/4" |
| Binnendiameter dompelhuls zonnetemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Binnendiameter dompelhuls boilertemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Leeg gewicht (zonder verpakking) | kg | 115 | 118 | 135 |
| Totaal gewicht incl. vulling | kg | 405 | 408 | 515 |
| Boilerinhoud | ||||
| Effectieve inhoud (totaal) | I | 290 | 290 | 380 |
| Effectieve inhoud (zonder zonneverwarming) | I | 120 | 125 | 155 |
| Effectieve tapwaterhoeveelheid1) bijtapwateruitlaattemperatuur2):45 °C40 °C | I | 171 | 179 | 221258 |
| I | 200 | 208 | ||
| Standby-warmtevoorziening | kWh/24h | 2,1 | 2 | 2,2 |
| Maximaal debiet koudwaterinlaat | l/min | 29 | 29 | 38 |
| Maximale temperatuur tapwater | °C | 95 | 95 | 95 |
| Maximale bedrijfsdruk drinkwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Hoogste ontwerpdruk (koud water) | bar | 7,8 | 7,8 | 7,8 |
| Maximale testdruk tapwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Bovenste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 8,6 | 6,2 | 7,0 |
| Oppervlak | m2 | 0,9 | 0,9 | 1 |
| Vermogensfactor Nl conform NBN D 20-0013) | NL | 1,8 | 2 | 3 |
| Permanent vermogen (bij 80 °C aanvoertemperatuur, 45 °C tapwateruitlaat-temperatuur en 10 °C koudwatertemperatuur) | kWl/min | 31,512,9 | 28,511,7 | 3614,7 |
| Opwarmtijd bij nominaal vermogen | min | 11 | 10 | 12 |
| Maximaal verwarmingsvermögen4) | kW | 31,5 | 28,5 | 36 |
Tabel 32 Afmetingen en technische gegevens ( afb.1, pagina 66 en afb.3, pagina 67)
| Eenheid | SKE 290-5 so-lar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water bar 16 16 16 | ||||
| Aansluitmaat cv-water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukverliesdiagram | → afb. 2, pagina 67 | |||
| Onderste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 5,8 | 8,8 | 12,1 |
| Oppervlak | m2 | 1,3 | 1,3 | 1,8 |
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water bar 16 16 16 | ||||
| Zonne-aansluitmaat | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukverliesdiagram | → afb. 3, pagina 67 | |||
Tabel 32 Afmetingen en technische gegevens ( afb.1, pagina 66 en afb.3, pagina 67)
1) Zonder zonneopwarming of naladen; ingestelde boilertemperatuur 60^
2) Gemengd water op tappunt (bij 10^ koudwatertemperatuur)
3) De vermogensfactor NL = 1 conform NBN D 20-001 voor 3,5 personen, normala bad en goatsteen. Temperatures: boiler 60^ uitylaat 45^ en koud water 10^. Meting met max. verwarmingsvermogen. Bij verlaging van het verwarmingsvermogen worden NL kleiner.
4) Bij warmteproducenten met hoger verwarmingsvermogen op de gegeven waarde begrenzen.
2.5 Productbeschrijving
| Pos. | Beschrijving |
| 1 | Tapwateruitgang |
| 2 | Aanvoer boiler |
| 3 | Dompelhuls voor temperatuursensor warmtebron |
| 4 | Circulatie-aansluiting |
| 5 | Retourleiding boiler |
| 6 | Zonneaanvoer |
| 7 | Dompelhuls voor zonnentemperatuursensor |
| 8 | Zonneretour |
| 9 | Ingang koud water |
| 10 | Onderste warmtewisselaar voor zonneverwar- ming, geëmailleerde gladde buis |
| 11 | Testopening voor onderhoud en reiniging aan de voorzijde. |
| 12 | Model SKE 290-5 solar en SKE 400-5 solar met mof (Rp 1 1/2") voor montage van een elektrisch verwarmingselement |
| 13 | Bovenste warmtewisselaar voor naverwar- ming door cv-ketel, geëmailleerde gladde buis |
| 14 | Boilervat, geëmailleerd staal |
| 15 | Elektrisch geïsoleerde, ingebouwde magnesiumanode |
| 16 | PS-manteldeksel |
| 17 | Mantel, gelakt staal met polyurethaan hard-schuim warmte-isolatie 50 mm |
Tabel 33 Productbeschrijving ( afb. 4, pagina 68 en afb. 12, pagina 70)
3 Voorschriften
Installer de boiler conform de nationale normen enrichtlijnen.
Deze bufferboiler dient door een bevoegd installmenteur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale enplaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officièle instanties of bij de nv Bosch Thermotechnology.
4 Transport
Tapwaterboiler tijdens het transport beveiliggen gegen vallen.
- Verpakte boiler met steekkar en spanband Transporteren ( afb. 5, pagina 68).
-of-
- Onverpakte boiler met transportnet Transporteren, waar bij de aansluitingen gegen beschadiging beschemen.
5 Mo n t a g e
De boiler worden compleet gemonteerd geleverd.
Boiler op schade en volledigheid controlleren.
5.1 Opstelling
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats

OPMERKING: Schade aan de installmentie door onvoldoende draagkracht van het opstellingsoppersvlak of door een Niet geschikte ondergrond.
Waarborg, dat het opstellingsoppervlak vlak is en voldoende draagkracht heeft.
Boiler op de sokkelplaatsen wanneer het gevaar staat, dat op de opstellingsplaats water op de vloer kan blijven staan.
Boiler droog en in vorstvrije binnenruimten opstellen.
- Minimale hoogte van de ruimte ( tab. 32, pagina 36) en minimale afstanden tot de wand in de opstellingsruimte respecteren ( afb. 7, pagina 69).
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen
Boiler opstellen en uitlijnen ( afb. 7 tot afb. 9, pagina 69).
- Beschemkappen verwijderen ( afl. 10, pagina 69).
Teflonband of teflonkoord aanbrengen ( afb.11,pagina70).
5.2 Hydraulic aansluiting

WAARSCHUWING: Brandgevaar door soldeer- en laswerkzaamheden!
Neem bij soldeer-en laswerkzaamheden geschikte veiligheidsmaatregelen,omentum de warmte-isolatie brandhaar is. Bijv. warmte-isolatie afdekken.
Boilermantel na de werkzaamheden op schade controeren.

WAARSCHUWING: Gevaar voor de gezondheid door verruild water!
Onzorgvuldig uitgevoerde montageworkkaamheden verruilen het drinkwater.
Installeer de boiler hygienisch conform de landspecifieke normen en richtlijnen.
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluten
Installatievoorbeeld met alle aanbevolen ventilelen en kranen ( afb. 12, pagina 70).
Installatiematerialiaal gebruiken dat tot 160^ hittebestendig is.
Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
Bij drinkwater-verwarmingsinstallations met kunststoff leidingen metalen koppelingen gebruiken.
Aftapleiding conform de aansluiting dimensioneren.
Bouw geen bochten in de aftapleiding in, anders kan de installmentie Niet goed gespuid worden.
Leidingen boilerverwarming zo kort möglichuktvoeren en isoleren.
Bij gebruik van een terugslagklop in de aanvoerleiding naar de koudwaterinlaat: veiligheidsklop tussen terugslagklop en koudwaterinlaat inbouwen.
Wanneer de rustdruk van de installmentie hoger is dan 5 bar, een drukverminderaar inbouwen.
Alle nicht gebruikte aansluitingen aufsloiten.
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwijdig)
Bouwzijdig een typebeproofd, voor drinkwater toegelaten, veiligheidsklep (≥ DN20) in de koudwaterleiding inbouwen ( afb. 12, pagina 70).
Installatiehandleiding van de veiligheidsklep respecteren.
- De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet in het gegen bevriezing beschermde gebied via een ontwateringsplaatsuitmonden, waar bij deplaats vrij要去 kunnen worden geobserveerd.
- De uitblaasleiding moet minimaal overeenkomen met de uitlaatdiameter van de veiligheidklep.
- De uitblaasleiding moet minimaal het debiet kunnen afblazen, die in de koudwaterinlaat möglich is ( tab. 32, pagina 36).
Instructiebord met de volgende tekst op de veiligheidsklep aanbrengen "Uitblaasleiding Niet afluien. Tijdens het verwarmen kan bedrijfsmatig water ontsnappen."
Wanner de rustdruk van de installmentie hoger worden dan 80% van de aanspreekdruk van de veiligheidsklep:
Drukverminderaar monteren ( afb. 12, pagina 70).
Tabel 34 Keuze van een geschikte drukverminderaar
| Netdruk (rustdruk) | Aanspreekdrukveiligheidsventiel | Drukverminderaar in de EU |
| < 4,8 bar | ≥6 bar | niet nodig |
| 5 b a r 6 b a r max. 4,8 bar | ||
| 5 b a r ≥8 b a r nicht nodig | ||
| 6 b a r ≥8 b a r max. 5,0 bar | ||
| 7,8 bar | 10 bar | max. 5,0 bar |
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren
Voor de meting en bewaking van de tapwatertemperatuur op de boiler een tapwatertemperatuursensor in dompelhuls [7] (voor het zonnesysteme) en [3] (voor de warmtebron) monteren ( afb. 4, pagina 68).
- Tapwatertemperatuursensor monteren ( afb. 13, vagina 71). Let erop, dat het voelervlak over de gehele lenghte contact heeft met het dompelhulsvlak.
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren)
Elektrisch verwarmingselement conform de afzonderlijke installmentehandelieing inbouwen.
Na afronden van de complete boilerinstallatie een randaardecontrole uitvoeren (ook metalen koppelingenaarin betrekken).
6 In bedrijf nemen

OPMERKING: Schade aan de installment door overdruk!
Door overdruk konnen spanningscheuren in de emailtering ontstaan.
Uitblaasleiding van de veiligheidsklep Niet aflsuiten.
Alle modules en toebehoren conform de instructies van de leverancier in de technische documenten in bedrijf stellen.
6.1 Boiler in bedrijf stellen

Lekdichtheidstest van de boiler uitsluitend met water uitvoeren.
De testdruk mag aan de tapwaterzijde maximaal 10 bar (150 psi) overdruk়.
Leidingen en boiler voor de inbedrijfstelling grondig doorspoelen ( afb. 15, pagina 71).
6.2 Eigenaar adviseren

WAARSCHUWING: Verbrandingsgevaar aan de tappunten van het tapwater!
Tijdens de thermische desinfectie en wonneer de tapwatertemperatuur is ingesteld boven 60^ bestaat verbrandingsgevaar aan de tapwaterpunten.
Wijs de eigenaar erop, dat hij alleen gegengd water gebruikt.
Werking en gebruik van de cv-installatie en de boiler uitleggen en op veiligheidstechnische aspecten wijzen.
Werking en controle van de veiligheidklep uitleggen.
Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.
Aanbeveling voor de eigenaar: inspectie- en onderhoudscontract met een erkend installerateur afluien. De boiler conform de gegeven onderhoudsintervallen ( tab. 35, pagina 40) onderhonden en Jaarliks in-specteren.
Wijs de eigenaar op de volgende punten:
Bij opwarmen kan water uit de veiligheidsklep ontsnappen.
- De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet al-tijd open worden gehonden.
- Onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden ( tab. 35, pagina 40).
Aanbeveling bij vorstgevaar en kortstandige afwezigheid van de eigenaar: boiler in bedrijf lately en de laagste watertemperatuur instellen.
7 Buitenbedrijfstelling
Bij geinstalleerd elektrisch verwarmingselement (toebehoren) de boiler spanningsloos schakelen ( afb. 17, pagina 72).
- Temperatuurregelaar op regeltoestel uitschakelen.

Boiler voldoende laten afkoelen.
Boiler aftappen ( afb. 17 en 18, pagina 72).
Alle modules en toebehoren van de cv-installatie conform de instructies van de leverancier in de technische documenten buiten bedrijf stellen.
- Afsluiters sluiten ( afb. 19, pagina 72).
Bovenste en onderste warmtewisselaar drukloos maken.
Bovenste en onderste warmtewisselaar aftappen en leegblazen ( afb. 20, pagina 72).
Om te zorgen dat er geen corrosie ontstaat, de binnenruimte goed drogen en de deksel van de inspectie-opening geopend lately.
8 Milieubescherming
Milieubescherming is een onderemingsprincipe van de Bosch en van Junkers.
Kwaliteit van de objecten, rendement en milieubeschemmingঀoor ons gelijkwaardige doelen. Wetgeving en voorschriften voor milieubeschemming worden strikt nageleefd.
Verpakking
Voor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwerkingsystemen, die een optimale recyclage waarborgen. Alle gelebruekte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en können worden hergebruikt.
Oude ketel
Oude ketels bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden.
De modules können gemakkelijk worden geschaden en de kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor konnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recyclage worden aangeboden.
9 Onderhoud
Voor alle onderhoudswerkzaamheden de boiler laten afkoelen.
Reiniging en onderhoud in de opgegeven intervallenuitvoeren.
Gebreten onmiddelijk herstellen.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen!
9.1 Onderhoudsintervallen
Het onderhoud moet afhankelijk van debiet, bedrijfstemperatuur en waterhardheid worden uitgevoerd ( tab. 35, pagina 40).
Het gebruik van gechloreerd drinkwater of onthardingsinstallaties verkort de onderhoudsintervallen.
| Waterhardheid in °dH | 3 - 8,4 | 8,5 - 14 | >14 |
| Calciumcarbonaat- concentratie in mol/ m3 | 0,6 - 1,5 | 1,6 - 2,5 > 2 , 5 |
Temperatures Maanden
| Bij normalaal debiet (< boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 24 | 21 | 15 |
| 60 – 70 °C | 21 | 18 | 12 |
| > 70 °C | 15 | 12 | 6 |
| Bij verhoogd debiet (> boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 21 | 18 | 12 |
| 60 – 70 °C | 18 | 15 | 9 |
| > 70 °C | 12 | 9 | 6 |
Tabel 35 Onderhoudsintervallen in maanden
De lokale waterkwaliteit kan bij het lokale waterbedrijf worden opgevraagd.
Afhankelijk van de watersamenstelling zijn afwijkingen van de genoemde waarden zinvol.
9.2 Onderhoudswerkzaamheden
9.2.1 Veiligheidsklep controlleren
Veiligheidsklep jaarlijs controleren.
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen

Om de reinigende werkung te verbeteren, de warmtewisselaar voor het uitspuiten opwarmen. Door het thermoschokeffect komen ook korstvormingen (bijv. kalkafzettingen) beter los.
Boiler aan de drinkwaterzijde van het net losmaken.
Afsluiters sluiten en bij gebruik van een elektrisch verwarmingselement deze van het stroomnet losmaken ( afb. 19, pagina 72).
Boiler aftappen ( afb. 18, pagina 72).
Binnenruimte van de boiler onderzoeken op verontreinigingen (kalkafzettingen, sedimenten).
Bij kalkarm water:
vat regelmatig controleren en van sedimenten ontdoen.
-of-
Bij kalkhoudend water resp. sterke verontreiniging: boiler afhankelijk van de optredende kalkhoeveelheid regelmatig via een chemische reiniging ontkalken (bijv. met een geschikt kalkoplossend middel op citroenzuurbasis).
Boiler uitspuiten ( afb. 22, pagina 73).
Resten met een natte/droge stofzuiger met kunststobuis verwijderen.
Inspectie-opening met{nieuwe dichting sluiten ( afb.23, pagina 73).
Boiler weer in bedrijf nemen ( hoofdstuk 6, pagina 39).
9.2.3 Magnesiumanode controlleren

Wanneer de magnesiumanode nicht correct wordt onderhouden, vervalt de waarborg op de boiler.
De magnesiumanode is een verbruiksanode, dieijdens gebruik van de boiler worden verbruikt.
Wij adviserenঋ aanlijks de stroom met de anodetester temen, bij geisoleerd ingebouwde magnesiumanode. ( afb.25,pagina 74).De anodetester is als toebehoren leverbaar.

Oppervlak van de magnesiumanode Niet met olie of vet in contact latelykommen.
Let op eventuele verruiling.
Koudwaterinlaat afsluiten.
Boiler drukloos maken ( afb. 18, pagina 72).
Magnesiumanode demonteren en controlleren ( afb. 26 tot afb. 29, pagina 74).
Magnesiumanode verrangen, wanner de diameter minder is dan 15mm
Overgangsweerstand tussen der randaarde-aansluiting en de magnesiumanode controleren.
Inhoudsopgave
1 Toelichting van de symbolen 42
1.1 Uitleg van de symbolen 42
1.2 Algemene veiligheidsinstructies 42
2 Gegevens betreffende het product 42
2.1 Gebruik volgens de voorschriften 42
2.2 Typeplaatje 43
2.3 Leveringsomvang 43
2.4 Technische gegevens 43
2.5 Productbeschrijving 44
3 Voorschriften 44
4 Transport 44
5 Montage 45
5.1 Opstelling 45
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats 45
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen 45
5.2 Hydraulic aansluiting 45
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluten 45
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig) . 45
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren 46
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren) 46
6 Inbedrijfname 46
6.1 Boiler in bedrijf stellen 46
6.2 Eigenaar instruerten 46
7 Buitenbedrijfstelling 46
8 Milieubescherming/afvoeren 47
9 Onderhoud 47
9.1 Onderhoudsintervallen 47
9.2 Onderhoudswerkzaamheden 47
9.2.1 Veiligheidsklep controleren 47
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen 47
9.2.3 Magnesiumanode controleren 47
1 Toelichting van de symbolen
1.1 Uitleg van de symbolen
Waarschuwingssymbolen

Veiligheidsinstructies worden omkaderd en aangegeven met een uitroepteken in een gevarendriehoek met vrijze achtergrund.

Bij gevaar door elektricitit worden het uitroepteken in deGeVarendriehoek verrangen door een bliksemsymbol.
Signaalwoorden geben de soort en de mate van de gevolgen aan indien de maatregelen ter Voorkoming van het gevaar nicht worden nageleefd.
- OPMERKING betekent dat materièle schade kan ont-staan.
- VOORZICHTIG betekent dat Licht tot middelzwaar li-chamelijk letsel kan ontstaan.
WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letseI kan ontstaan. - GEVAAR betekent dat levensgevaar kan ontstaan.
Informatiesymbol

Belangrijke informatie zonder gevaar voor personen en materialen, worden:tussen twee lijnen geplaatst en aangegeven met een i-symbol in een vierkant.
Aanvullende symbolen
Tabel 36
| Symbool Betekenis |
| ▶Handeling |
| → Verwijzing�aandereplaatsen in het document of�aanderedocumenten |
| • Opsomming |
| - Opsomming (subniveau) |
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Algemeen
Deze onderhoudshandleiding is bedoeld voor de instal-.
lateur.
Niet respecteren van de veiligheidsinstrumenties kan ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Lees de veiligheidsinstrumenties en volg de instructies daarin op.
Onderhoudshandleiding respecteren, zodate opti- malewerking wordt gewaarborgd.
Warmteproducent en accessoire overeenkomstig de bijbehorende installmentiehandleiding monteren en in bedrijf stellen.
Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
Sluit de veiligheidsklep nooit!
2 Gegevens betreffende het product
2.1 Gebruik volgens de voorschriften
De tapwaterboiler is bedoeld voor het opwarmen en op-slaan van drinkwater. De voor drinkwater geldende nationale voorschriften, richtlijnen en normen respecteren.
De tapwaterboiler via het zonnecircuit alleen met zonnevloeestof verwarmen.
De tapwaterboiler alleen in gesloten systemen gebruiken.
Een andere toepassing is nicht voorgeschreveen. Schade die ontstaat door verkeerd gebruik isuitgesloten van de aansprakelijkheid.
Tabel 37 Eisen aan het drinkwater
| Eisen aan het drinkwater Eenheid | ||
| Waterhardheid, min. ppm | 36 | |
| grain/US gallon | 2,1 | |
| °dH | 2 | |
| pH-waarde, min. - max. 6,5 - 9,5 | ||
| Geleidhaarheid, min. - max. | μS/cm 130 - 1500 | |
2.2 Typeplaatje
De typeplaat bevindt zich boven aan de achechterzijde van de boiler en bevat de volgende informatatie:
Pos. Beschrijving
1 Typecodering
2 Serienummer
3 Werkelijke inhoud
4 Stilstandsverliezen
5 Volume via elektrische verwarming verwarmd
6 Fabricagejaar
7 Corrosiebeveiling
8 Max. tapwater temperature boiler
9 Max. aanvoertemperatuur warmtebron
10 Max. aanvoertemperatuur zonne
11 Elektrisch aansluitvermögen
12 CV-water ingangsvermogen
Tabel 38 Typeplaatje
Pos. Beschrijving
13 CV-water debiet voor CV-water ingangsvermo-gen
14 Met 40^ tapbaar volume van de elektrische verwarming
15 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde
16 Hoogste ontwerpdruk
17 Max. bedrijfsdruk verwarmingsbronzijde
18 Max. bedrijfsdruk zonnezijde
19 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde CH
20 Max. testdruk drinkwaterzijde CH
21 Max. tapwatertemperatuur bij elektrische verwarming
Tabel 38 Typeplaatje
2.3 Leveringsomvang
- Boiler
- Installatie- en onderhoudshandleiding
- Sensorset
Tabel 39 Afmetingen en technische gegevens ( afb.1, pagina 66 en afb.3, pagina 67)
| Eenheid | SKE 290-5 solar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Algemeen | ||||
| Maten | → afb. 1, paging 66 | |||
| Kantelmaat mm 1945 1655 1965 | ||||
| Minimale kamerhoogte voor verrangen van de anode. mm 2000 1850 2100 | ||||
| Aansluitingen | → tab. 40, paging 44 | |||
| Aansluitmaat tapwater | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat koud water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat circulatie | DN | R3/4" | R3/4" | R3/4" |
| Binnendiameter meetpunt zonnentemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Binnendiameter meetpunt boilertemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Leeg gewicht (zonder verpakking) | kg | 115 | 118 | 135 |
| Totaal gewicht incl. vulling | kg | 405 | 408 | 515 |
| Vatinhoud | ||||
| Effectieve inhoud (totaal) | I | 290 | 290 | 380 |
| Effectieve inhoud (zonder zonneverwarming) | I | 120 | 125 | 155 |
| Effectieve tapwaterhoeveelheid1) bijtapwateruitlaattemperatuur2):45 °C40 °C | I | 171200 | 179208 | 221258 |
| Standby-warmtevoorziening conform DIN 4753 deel 83) | kWh/24h | 2,1 | 2 | 2,2 |
| Maximaal debiet koudwaterinlaat | l/min | 29 | 29 | 38 |
| Maximale temperatuur tapwater | °C | 95 | 95 | 95 |
| Maximale bedrijfsdruk drinkwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Hoogste ontwerpdruk (koud water) | bar | 7,8 | 7,8 | 7,8 |
| Maximale testdruk tapwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Bovenste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 8,6 | 6,2 | 7,0 |
| Oppervlakken | m2 | 0,9 | 0,9 | 1 |
| Vermogensfactor NL conform DIN 47084) | NL | 1,8 | 2 | 3 |
| Permanent vermogen (bij 80 °C aanvoertemperatuur, 45 °C tapwateruitlaat-temperatuur en 10 °C koudwatertemperatuur) | kWl/min | 31,512,9 | 28,511,7 | 3614,7 |
| Opwarmtijd bij nominaal vermogen min 11 10 12 | ||||
| Maximaal verwarmingsvermögen5) | kW 31,5 | 28,5 36 | ||
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water | baro | 16 | 16 | 16 |
| Aansluitmaat cv-water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukkerliesdiagram | → afb. 2, pagina 67 | |||
| Onderste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 5,8 | 8,8 | 12,1 |
| Oppervlakken | m2 | 1,3 | 1,3 | 1,8 |
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water | baro | 16 | 16 | 16 |
| Aansluitmaat zonnesysteme | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukkerliesdiagram | → afb. 3, pagina 67 | |||
Tabel 39 Afmetingen en technische gegevens ( afb.1, pagina 66 en afb.3, pagina 67)
1) Zonder zonneopwarming of naladen; ingestelde boilertemperatuur 60^
2) Gemengd water op tappunt (bij 10^ koudwatertemperatuur)
3) Met verdelselverliezen buiten de boiler is geen rekening gehouden.
4) De vermogensfactor NL = 1 conform DIN 4708 voor 3,5 personen, normal bad en gootsteen. Temperatures: boiler 60^ , uitlaat 45^ en koud water 10^ . Meting met max. verwarmingsvermögen. Bij verlaging van het verwarmingsvermögen worden NL kleiner.
5) Bij warmteproducenten met hoger verwarmingsvermögen op de geveen waarde begrenzen.
2.5 Productbeschrijving
| Pos. | Beschrijving |
| 1 | Warmwateruitgang |
| 2 | Aanvoer boiler |
| 3 | Dompelhuls voor temperatuursensor warmtebron |
| 4 | Circulatie-aansluiting |
| 5 | Retourleiding boiler |
| 6 | Zonneaanvoer |
| 7 | Dompelhuls voor temperatuursensor zonne |
| 8 | Zonneretour |
| 9 | Ingang koud tapwater |
| 10 | Onderste warmtewisselaar voor zonneverwar-ming, geëmailleerde gladde buis |
| 11 | Testopening voor onderhoud en reiniging aan de Voorzijde. |
| 12 | Model SKE 290-5 solar en SKE 400-5 solar met mof (Rp 1 1/2") voor montage van een elektrisch verwarmingselement |
| 13 | Bovenste warmtewisselaar voor naverwar- ming door cv-toestel, geëmailleerde gladde buis |
| 14 | Boilervat, geëmailleerd staal |
| 15 | Elektrisch geïsoleerde, ingebouwdemagnesiumanode |
| 16 | PS-manteldeksel |
| 17 | Mantel, gelakt staal met polyurethaan hard-schuim warmte-isolatie 50 mm |
Tabel 40 Productbeschrijving ( afb. 4, pagina 68 en afb. 12, pagina 70)
3 Voorschriften
Respecteer de volgende richtlijnen en normen:
- Deze installmente-instructie en overige van toepassing,zijnde documentatie van de fabrikant.
- NEN 1006 Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties AVWI.
- NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
- NEN 3028 Veiligheidseisen voor centrale verwarmingsinstallaties.
- NEN 3215 Binnenriolering in woningen en woongebouwen.
Bouwbesluit
4 T r a n s p o r
Tapwaterboiler tijdens het transport beveiliggen gegen vallen.
- Verpakte boiler met steekkar en spanband transporte- ren ( afb. 5, pagina 68).
-of-
Onverpakte boiler met transportnet Transporteren, waar bij de aansluitingen gegen beschadiging beschermen.
5 Montage
De boiler worden compleet gemonteerd geleverd.
Boiler op schade en volledigheid controeren.
5.1 Opstelling
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats

OPMERKING: Schade aan de installment door onvoldoende draagkracht van het opstellingsoppervlak of door een Niet geschiktte ondergrond.
Waarborg, dat het opstellingsoppervlak vlak is en voldoende draagkracht heeft.
Boiler op de sukkelplaatsen wonneer het gevaar bestaat, dat op de opstellingsplaats water op de vloer kan verzamelen.
Boiler droog en in vorstvrije binnenruimten opstellen.
- Minimale hoogte van de ruimte ( tab. 39, pagina 43) en minimale afstanden tot de wand in de opstellingsruimte respecteren ( afb. 7, pagina 69).
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen
Boiler opstellen en uitlijnen ( afb. 7 tot afb. 9, pagina 69).
Beschemkappen verwijderen ( afb. 10, pagina 69).
Teflonband of teflonkoord aanbrengen ( afb. 11, pagina 70).
5.2 Hydraulic aansluting

WAARSCHUWING: Brandgevaar door soldeer- en laswerkzaamheden!
Neem bij soldeer-en laswerkzaamheden geschikte veiligheidsmaatregelen,omentum de warmte-isolatie brandhaar is. Bijv. warmte-isolatie afdekken.
Boilermantel na de werkzaamheden op schade controeren.

WAARSCHUWING: Gevaar voor de gezondheid door verruild water!
Onzorgvuldig uitgevoerde montagework-zaamheden verruilen het drinkwater.
-Installer de boiler hygienisch conform de landspecifieke normen en richtlijnen.
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluiten
Installatievoorbeeld met alle aanbevolen ventilelen en kranen ( afb. 12, pagina 70).
Installatiematerialiaal gebruiken dat tot 160^ (320^) hittebestendig is.
Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
Bij drinkwater-verwarmingsinstallaties met kunststoff leidingen metalen koppelingen gebruiken.
Aftapleiding conform de aansluiting dimensioneren.
Bouw geen bochten in de aftapleiding in, anders kan de installmentie Niet goed gespuid worden.
- Oplaadleidingen zo kort möglichuktvoeren en isoleren.
Bij gebruik van een terugslagklep in de aanvoerleiding naar de koudwaterinlaat: veiligheidsklepussen terugslagklep en koudwaterinlaat inbouwen.
Wanneer de rustdruk van de installmentie hoger is dan 5 bar, een drukreduceer inbouwen.
Alle nicht gebruikte aansluitingen aufsloiten.
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig)
Bouwzijdig een typebeproefd, voor drinkwater toegelaten, veiligheidsklep (≥ DN 20) in de koudwaterleiding inbouwen (→ afb. 12, pagina 70).
Installatiehandleiding van de veiligheidsklep respecteren.
- De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet in het tegen bevriezing beschermde gebied via een ontwateringsplaatsuitmonden, waar bij deplaats vrij要去 hunnen worden geobserveerd.
- De uitblaasleiding要去 minimaal overeenkomen met de uitlaatdiameter van de veiligheidklep.
- De uitblaasleiding moet minimaal het debiet kunnen afblazen, die in de koudwaterinlaat maybeijk is ( tab. 39, pagina 43).
Instructiebord met de volgende tekst op de veiligheidsklep aanbrengen "Uitblaasleiding Niet afluiten. Tijdens het verwarmen kan bedrijfsmatig water ontsnappen."
Wanner de rustdruk van de installmentie hoger worden dan 80% van de aanspreekdruk van de veiligheidsklep:
Drukreduceer voorschakelen ( afb.12,pagina 70).
Tabel 41 Keuze van een geschikte drukreducer
| Netdruk(rustdruk) | Aanspreek-druk veilig-heidsventiel | drukverminderaar in de EU buiten de EU | |
| < 4,8 bar | ≥6 bar | Niet nodig | |
| 5 bar 6 bar max. 4,8 bar | |||
| 5 bar ≥8 bar Niet nodig | |||
| 6 bar | ≥8 bar | max. 5,0 bar | niet nodig |
| 7,8 bar | 10 bar | max. 5,0 bar | niet nodig |
5.3 Warmwatertemperatuurvoeiler monteren
Voor de meting en bewaking van de tapwatertemperature op de boiler een tapwatertemperatuursensor op meetpunt [7] (voor het zonnesysteme) en [3] (voor de warmtebron) monteren ( afb. 4, pagina 68).
- Tapwatertemperatuursensor monteren ( afb. 13, pagina 71). Let erop, dat het voelervlak over de gehele lengte contact heeft met het dompelhulsvlak.
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren)
Elektrisch verwarmingseinlement conform de separate installmentehandelieiding inbouwen.
Na afronden van de complete boilerinstallatie een randaardecontrole uitvoeren (ook metalen koppelingen daarin betrekken).
6 Inbedrijfname

OPMERKING: Schade aan de installment door overdruk
Door overdruk hunnen spanningsscheuren in de emaillering ontstaan.
Uitblaasleiding van de veiligheidsklep Niet aflsuiten.
Alle modules en toebehoren conform de instructies van de leverancier in de technische documenten in bedrijf stellen.
6.1 Boiler in bedrijf stellen

Lekdichtheidstest van de boiler uitsluitend met water uitvoeren.
De testdruk mag aan de tapwaterzijde maximaal 10 bar (150 psi) overdruk+zijn.
Leidingen en boiler voor de inbedrijfstelling grondig doorspoelen ( afb. 15, pagina 71).
6.2 Eigenaar instruerten

WAARSCHUWING: Verbrandingsgevaar aan de tappunten van het tapwater!
Tijdens de thermische desinfectie en wanneer de tapwatertemperatuur is ingesteld boven 60^ bestaat verbrandingsgevaar aan de tapwaterpunten.
Wijs de eigenaar erop, dat hij alleen gemengd water gebruikt.
Werking en gebruik van de cv-installatie en de boiler uitleggen en op veiligheidstechnische aspecten wijzen.
Werking en contrôle van de veiligheidklep uitleggen.
Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.
Aanbeveling voor de eigenaar: inspectie- en onderhoudscontract met een erkend installerateur afluien. De boiler conform de geveven onderhoudsintervallen ( tab. 42, pagina 47) onderhoden en Jaarliks in-specteren.
Wijs de eigenaar op de volgende punten:
- Bij opwarmen kan water uit de veiligheidsklep ontsnappen.
- De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet al-tijd open worden gehonden.
- Onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden ( 42 ,pagea 47).
Aanbeveling bij vorstgevaar en kortstondige afwezigheid van de eigenaar: boiler in bedrijf lately en de laagste watertemperatuur instellen.
7 Buitenbedrijfstelling
Bij geinstalleerd elektrisch verwarmingselement (toebehoren) de boiler spanningsloos schakelen ( afb. 17, pagina 72).
Temperatuurregelaar op regeltoestel uitschakelen.

Boiler voloende laten afkoelen.
Boiler aftappen ( afb. 17 en 18, pagina 72).
Alle modules en toebehoren van de cv-installatie conform de instructies van de leverancier in de technische documenten buiten bedrijf stellen.
Afsluiters sluiten ( afb. 19, pagina 72).
Bovenste en onderste warmtewisselaar drukloos maken.
Bovenste en onderste warmtewisselaar aftappen enuitblazen ( afb. 20, pagina 72).
- Om te zorgen dat er geen corrosie ontstaat, de binnenruimte goed drogen en de deksel van de inspectie-opening geopend lately.
8 Milieubescherming/afvoeren
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch groep.
Kwaliteit van de objecten, efficiency en milieubeschemmingঀoor ons gelijkwaardige doelen.Wetgeving en voorschriften voor milieubeschemming worden strikt nageleefd.
Verpakking
Voor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwerkingsystemen, die een optimale recyclung waarborgen. Alle gebruike verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en können worden hergebruikt.
Oud apparatus
Oude apparaten bevatten materialen, die hergebruikt können worden.
De modules können gemakkelijk worden geschienen en de kunststoffen zijn gemarkeer. Daardoor konnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recycling of afvoeren worden aangeboden.
9 Onderhoud
Voor alle onderhoudswerkzaamheden de boiler laten afkoelen.
Reiniging en onderhoud in de opgegeven intervallenuitvoeren.
Gebreken onmiddelijk herstellen
Gebruik alleen originele reserveonderdelen!
9.1 Onderhoudsintervallen
Het onderhoud moet afhankelijk van debiet, bedrijfstemperatuur en waterhardheid worden uitgevoerd ( tab. 42, pagina 47).
Het gebruik van gechloreerd drinkwater of onthardingsinstallaties verkort de onderhoudsintervallen.
Table 42 Onderhoudsintervallen in maanden
| Waterhardheid in °dH | 3 - 8,4 | 8,5 - 14 | > 14 |
| Calciumcarbonaat-concentratie in mol/ m3 | 0,6 - 1,5 | 1,6 - 2,5 > 2 , 5 | |
| Temperaturen Maanden | |||
| Bij normal debiet (< boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 24 | 21 | 15 |
| 60 - 70 °C | 21 | 18 | 12 |
| > 70 °C | 15 | 12 | 6 |
| Bij verhoogd debiet (> boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 21 | 18 | 12 |
| 60 - 70 °C | 18 | 15 | 9 |
| > 70 °C | 12 | 9 | 6 |
De lokale waterkwaliteit kan bij het lokale waterbedrijf worden opgevraagd.
Afhankelijk van de watersamenstelling zijn afwijkingen van de genoemde waarden zinvol.
9.2 Onderhoudswerkzaamheden
9.2.1 Veiligheidsklep controlleren
Veiligheidsklep jaarlijks controlleren.
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen

Om de reinigende werkung te verbeteren, de warmtewisselaar voor het uitspuiuten opwarmen. Door het thermoschokeffect komen ook korstvormingen (bijv. kalkafzettingen) beter los.
Boiler aan de drinkwaterzijde van het net losmaken.
- Afsluiters sluiten en bij gebruik van een elektrisch verwarmingselement deze van het stroomnet losmaken ( afb. 19, pagina 72).
Boiler aftappen ( afb. 18, pagina 72).
Binnenruimte van de boiler onderzoeken op verontreinigingen (kalkafzettingen, sedimenten).
Bij kalkarm water:
vat regelmatig controleren en van sedimenten ontdoen.
-of-
Bij kalkhoudend water resp. sterke verontreiniging: boiler afhankelijk van de optredende kalkhoeveelheid regelmatig via een chemische reiniging ontkalken (bijv. met een geschikt kalkoplossend middel op citroenzuurbasis).
Boiler uitspuiten ( afb. 22, pagina 73).
Resten met een natte/droge zuiger met kunststofbuis verwijderen.
Inspectie-opening met{nieuwe dichting sluiten ( afb.23,pagina73).
Boiler weer in bedrijf nemen ( hoofdstuk 6, pagina 46).
9.2.3 Magnesiumanode controlleren

Wonneer de magnesiumanode nicht correct wordt onderhouden, vervalt de garantie op de boiler.
De magnesiumanode is een verbruiksanode, dieijdens gebruik van de boiler worden verbruikt.
Wij adviseren,JAarliks bij geisoleerd ingebouwde magnesiumanode bovendien de stroom met de anodetester
te meten ( afb. 25, pagina 74). De anodetester is als toebehoren leverbaar.

Oppervlak van de magnesiumanode Niet met olie of vet in contact latelykommen.
Let op eventuele verruiling.
Koudwaterinlaat afsluiten.
Boiler drukloos make ( afb. 18, pagina 72).
Magnesiumanode demonteren en controlleren ( afb. 26 tot afb. 29, pagina 74).
Magnesiumanode verrangen, wanner de diameter minder is dan 15mm
Overgangsweerstand:tussen der randaarde-aansluiting en de magnesiumanode controleren.
SimpelGids