WKL 3003 - Verwarming AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WKL 3003 AEG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WKL 3003 - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WKL 3003 van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING WKL 3003 AEG
Garantie 21 Environment et recyclage 21 Inhoudsoverzicht Nederlands bladzijde 22 - 27
1. Gebruiksaanwijzing 22 - 24
1.1 Toestelbeschrijving
1.3 Veiligheidsaanwijzingen
1.4 Verzorging en onderhoud
Wat te doen als . . .? 24
2. Montageaanwijzing 25 - 26
2.1 Opbouw van het toestel
2.4 Elektrische aansluiting
C26_07_31_0037 Het belangrijkste in het kort 1 AAN/UIT-schakelaar 2 Temperatuurkeuzeknop 3 Vergrendelpen
1. Gebruiksaanwijzing
Het gebruik van elektrische apparaten dient altijd gepaard te gaan met de nodige voorzichtigheid, om een mogelijk ri- sico van brand, elektrische schokken of letsel uit te sluiten. Daarom mag het toestel uitsluitend worden gebruikt zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Ieder gebruik dat afwijkt van de aanbevelingen van de fabrikant kan schade of letsel veroorzaken. De juiste afstemming tussen de warmtebehoefte in de ruimte en de verwarmingscapaciteit van het toestel dient in acht te worden genomen. Vóór het gebruik van het toestel dient de volledige gebru- iksaanwijzing te worden gelezen en de hierin opgenomen aanwijzingen betreffende de juiste omgang met het toestel in acht te worden genomen. Deze gebruiksaanwijzing dient zorgvuldig te worden bewaard en aan een eventuele nieuwe eigenaar te worden overhandigd. Bij eventuele reparatiewerkzaamheden dient een installateur te worden geraadpleegd.
1.1 Toestelbeschrijving
De WKL is een elektrisch-direct verwarmingstoestel dat uitsluitend is bestemd voor wandmontage. Het is bijvoorbeeld geschikt als complete verwarming in badkamers of als overgangsverwarming voor kleinere ruimten zoals hobbykamers en logeerkamers. Serie WKL-S Na bevestiging aan de wand en elektrische aansluiting door middel van een netsaansluitleiding is het toestel klaar voor gebruik. Serie WKL-U Na bevestiging aan de wand en elektrische aansluiting door middel van een vaste aansluiting via een wisselstroomnet (landelijke voorschriften in acht nemen) is het toestel klaar voor gebruik. Werking van het toestel De lucht in de convector wordt door een verwarmingselement verwarmd en stroomt door de natuurlijke convectie via het luchtuitlaatrooster (4) naar buiten. Door de openingen aan de onderzijde van het to- estel stroomt koele lucht naar binnen. Veiligheidsvoorziening De convector is voorzien van een veiligheidstemperatuurregelaar (STR), die het toestel bij oververhitting uitschakelt. Nadat de oorzaak (bijv. afgedekt luchtuitlaat- of luchtinlaatrooster) is verholpen, wordt het toestel na een afkoelingstijd van enkele minuten weer in bedrijf gesteld.
Via schakelaar (1) aan de rechterzijde van het toestel kan de convector worden in- of uitgeschakeld. De gewenste ruimtetemperatuur kan met de temperatuurkeuzeknop (2) traploos worden ingesteld tussen ca. +6 °C en ca. +30 °C. Zodra de ingestelde ruimtetemperatuur is bereikt, wordt deze door herhaaldelijk verwarmen constant op de ingestelde waarde gehouden (de verwarmingscapaciteit van het toestel moet hierbij ten minste overeenkomen met de warmtebehoefte in de ruimte). Wanneer meerdere verwarmingtoestellen in één ruimte aanwezig zijn, kan de instelling via de tempera- tuurkeuzeknop voor elk toestel verschillend zijn. Om bij een geopend venster een te hoog stroomverbruik te voorkomen, moet het toestel gedurende het ventileren via schakelaar (1) worden uitgeschakeld. Vorstbeveiliging Wanneer het toestel in de vorstvrij-stand moet worden gebruikt, dient de temperatuurkeuzeknop (2) volledig naar rechts ( ) te worden gedraaid. In deze stand schakelt de temperatuurregelaar de verwar- ming automatisch in wanneer de ruimtetemperatuur zakt tot ca. 6 °C.23 Voor de gebruiker
C26_07_31_0038 Nederlands Begrenzing van de temperatuurregelaar Met de beide pennen (3) aan de achterzijde van het schakelhuis kan de temperatuurregelaar in een bepaalde instelling worden vastgezet of kan het temperatuurinstelbereik worden begrensd. Voor het vastzetten op een gewenste temperatuur dient stift a in het tegenoverliggende gat te worden gestoken. Bij een begrenzing van het temperatuurinstelbereik moeten de minimum- en maximumwaarde via de keuzeknop worden ingesteld en telkens door het plaatsen van stift b in een enigszins excent- rische geplaatst tegenoverliggend gat worden gemarkeerd.
1.2.1 Externe ruimtetemperatuurregelaar
Het toestel kan desgewenst met een in de handel verkrijgbare externe ruimtetemperatuurregelaar wor- den bediend. Hierbij moet de temperatuurkeuzeknop (2) volledig naar rechts (MAX) worden gedraaid. De ruimtetemperatuurregelaar moet zo ver mogelijk van het toestel en op een hoogte van ten minste1,5 m worden aangebracht.
1.2.2 Buiten bedrijf stellen
Voor het buiten bedrijf stellen van het toestel moet de schakelaar in de stand UIT worden gezet en moet het netsnoer uit de wandcontactdoos worden verwijderd (stekker niet aan de kabel uit de contactdoos trekken).
1.3 Veiligheidsaanwijzingen
Het toestel mag niet worden gebruikt: – inruimtendiealsgevolgvandeaanwezigheidvanchemicaliën,stof,gassenof dampen brand- of explosiegevaarlijk zijn; – indeonmiddellijkenabijheidvanleidingenofopslagvoorzieningendiebrandbareof explosieve stoffen voeren of bevatten; – wanneerdeminimumafstandentotaangrenzendeobjectoppervlakkennietinacht worden genomen. De montage (elektrische installatie) alsmede de eerste inbedrijfname en het onderhoud van dit toestel mogen uitsluitend door een erkend installateur overeenkomstig deze gebruiksaanwijzing worden uitge- voerd. Het toestel mag in geen geval worden gebruikt wanneer in de opstelruimte werkzaamheden zoals het aanbrengen, slijpen, verzegelen, reinigen met benzine en onderhoud (spray, boenwas) van vloeren en dergelijke worden uitgevoerd. Het oppervlak van de toestelbehuizing en de uitstromende lucht worden tijdens het gebruik heet (meer dan 80 °C). Er is verbrandingsgevaar! Houd kleine kinderen uit de buurt van het toestel! Er mogen geen voorwerpen op het toestel worden gelegd, er tegenaan worden geplaatst of tussen het verwarmingstoestel en de wand worden aangebracht (bijv. voor het drogen van was). Ook mogen in de onmiddellijke omgeving van het toestel geen brandbare, ontvlambare of warmte-isolerende voorwerpen of stoffen, zoals was, dekens, tijdschriften, blikken met boenwas of benzine, spuitbussen etc. worden ge- legd. Ontbrandingsgevaar! Om oververhitting van het verwarmingstoestel te voorkomen, mag het toestel niet worden afgedekt.24 Controleer of . . . . . . de AAN/UIT-schakelaar is ingeschakeld. . . . in uw zekeringskast de desbetreffende zekering is ingeschakeld en of de installatie automaat is gedeactiveerd. Hef de oorzaak op! Mocht het verwarmingstoestel daarna nog niet warm worden, dient u een installateur te raad- plegen! Controleer of het toestel is afgedekt, zodat oververhitting kan worden veroorzaakt (bijv. afgedekt luchtuitlaat- of luchtinlaatrooster). Hef de oorzaak op! Mocht het toestel na een afkoelingstijd van enkele minuten nog niet warm worden, dient u een installateur te raadplegen! Lees het type (Typ) en het nummer (Nr.) af van het typeplaatje (8) op het toestel en geef deze door aan de servicedienst!
- hettoestelnietwarm wordt?
- hettoestelvanzelf uitschakelt?
- contactmoetworden opgenomen met de storingsdienst? Wat te doen als . . . ?
Voor diverse soorten voorwerpen, bijv. meubels, gordijnen en textiel of andere brandbare of niet- brandbare materialen moeten de volgende minimumafstanden tot het toestel in acht worden genomen: tot het ... luchtuitlaatrooster ⇒ 500 mm zijkanten van het toestel ⇒ 100 mm bovenzijde van het toestel ⇒ 150 mm onderzijde van het toestel ⇒ 100 mm achterwand van het toestel ⇒ 26 mm De warme lucht moet ongehinderd kunnen uitstromen! Het toestel mag niet als standverwarming worden gebruikt. Niet op het toestel gaan staan! Er mogen geen wijzigingen aan het toestel worden aangebracht. Het toestel mag nooit zonder toezicht in bedrijf worden gelaten. Bij gebruik van het toestel in aanwezigheid van kinderen, gehandicabte personen of dieren moet extra voorzichtig worden gehandeld. Kans op letsel! Wanneer een onderdeel van het toestel beschadigd is, het toestel gevallen is of als er sprake is van een storing, mag het toestel niet in bedrijf worden genomen. Wanneer de aansluitkabel van dit toestel beschadigd wordt, dient deze door de fabrikant , zijn technische dienst of een gekwalificeerde persoon vervangen worden. Dit om gevaarlijke situaties te voorkomen.
1.4 Verzorging en onderhoud
Wanneer enigszins bruine verkleuringen op de behuizing van het toestel zichtbaar worden, dienen deze zo snel mogelijk met een vochtige doek en heet water met zeepsop te worden verwijderd. Het toestel dient in koude toestand met de gebruikelijke middelen te worden gereinigd. Schuurmiddelen en bijtende reinigingsmiddelen dienen te worden vermeden. Er mag geen vocht het toestel binnendringen. Er mag geen reinigingsspray in de luchtspleten worden gespoten. Bij regelmatig onderhoud adviseren wij ook de controle- en regelvoorzieningen te laten controleren. Uiterlijk 10 jaar na de eerste inbedrijfname moeten veiligheids-, controle- en regelvoorzieningen door de installateur worden gecontroleerd. Voor de gebruiker Typ: WKL . . . . E-Nr.: . . . . . . F-Nr.: . . . . . .25 Voor de installateur
2. Montageaanwijzing
Opstelling en elektrische aansluiting dienen door een installateur met inachtneming van deze montagea- anwijzing te worden uitgevoerd. Haal het toestel en eventuele toebehoren pas in de opstellingsruimte uit de verpakking. Let hierbij op de verpakkingsbijlage! Let er bij het uitpakken op dat er geen toebehoren in het verpakkingsmateriaal achterblijven.
2.1 Opbouw van het toestel
Het toestel mag niet worden gebruikt: – inruimtendiealsgevolgvandeaanwezigheidvanchemicaliën,stof,gassenofdampen brand- of explosiegevaarlijk zijn; – indeonmiddellijkenabijheidvanleidingenofopslagvoorzieningendiebrandbareof explosieve stoffen voeren of bevatten; – wanneerdeminimumafstandentotaangrenzendeobjectoppervlakkennietinacht worden genomen. In werkplaatsen of andere ruimten waar verbrandingsgassen, olie- of benzinegeur etc. optreden of waar met oplosmiddelen of chemicaliën wordt gewerkt, kunnen langdurige stankoverlast en eventuele veront- reiniging optreden. Het toestel mag uitsluitend worden aangebracht op een verticale wand die tot ten minste 80 °C temperatuurbestendig is. Minimumafstanden tot aangrenzende objectoppervlakken dienen in acht te worden gehouden. Alle elektrische aansluit- en installatiewerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd conform de VDE- bepalingen (0100), de voorschriften van het verantwoordelijke energiebedrijf, alsmede de desbetreffende landelijke en regionale voorschriften. Het toestel mag niet onmiddellijk onder een wandcontactdoos worden aangebracht. Nederlands26 Voor de installateur Wanneer het toestel vast aan het wisselstroomnet moet worden aangesloten, moet het met een contact afstand van ten minste 3 mm doppelpolig van het net kunnen worden losgekoppeld. Hiertoe kunnen re- lais, installatie automaat, zekeringen etc. worden gebruikt. Installatie via een vast aangebrachte aansluitkabel is niet toegestaan. Het typeplaatje van het toestel moet in acht genomen worden! De aangegeven spanning moet met de netspanning overeenkomen. Bij de installatie van het verwarmingstoestel in ruimten met badkuip en/of douche moet de beveiliging worden uitgevoerd conform VDE 0100 deel 701, in overeenstemming met de gegevens op het typeplaat- je van het toestel. Het toestel moet zodanig worden aangebracht, dat schakel- en regelvoorzieningen niet kunnen worden aangeraakt door een persoon die zich in de badkuip of onder de douche bevindt. De netaansluitleiding mag uitsluitend door een installateur worden vervangen door originele reserveonderdelen.
2.3.1 Montage van de wandhouder
De wandhouder kan ook als montagemal worden gebruikt en zorgt hierbij voor de nodige afstand tot de vloer. Om het toestel te bevestigen, gaat u als volgt te werk: I Plaats de op het middelpunt gerichte wandhouder (5) horizontaal op de vloer, en markeer de met a en b aangeduide boringen op de montagewand;
Til de wandhouder omhoog, zodat de boringen b in de wandhouder zich ter hoogte van de zojuist aangebrachte markeringen op de montagewand bevinden; Markeer boringen c en d van de wandhouder op de montagewand; Boor gaten bij alle vier de markeringen en bevestig de wandhouder met geschikte bevestigingsmateri- alen afhankelijk van het type wand (schroeven, pluggen). Met behulp van de verticale langgaten kan de wandhouder worden teruggeplaatst wanneer het geheel tijdens het boren verschuift.
De convector dient met de bevestigingsgleuven aan de achterzijde van het toestel tegelijkertijd op de vier strips van de wandhouder te worden gehangen en ter vergrendeling te worden aangedrukt. Daarna dient de aanslagbout (6) van de wandhouder rechtsom tot aan de aanslag te worden gedraaid, zodat de bevestiging wordt geborgd. Om de convector te demonteren moet het toestel na het losdraaien van de aanslagbout enigszins wor- den opgetild en vervolgens naar voren toe van de houder worden afgenomen.
2.4 Elektrische aansluiting
Het toestel mag uitsluitend worden aangesloten op wisselstroom 230 V. Voor de aansluiting moet op een afstand van ten minste 10 cm van de zijkant van het verwarmingsto- estel een wandcontactdoos worden aangebracht.
Leg de gebruiker de functies van het toestel uit. Wijs met name op de veiligheidsaanwijzingen. Overhandig de gebruiks- en montageaanwijzing aan de gebruiker.27 Voor de gebruiker Nederlands
Aanspraak op garantie bestaat uitsluitend in het land waar het toestel gekocht is. U dient zich te wenden tot de vestiging van AEG of de importeur hiervan in het betreffende land. De montage, de electrische installatie, het onderhoud en de eerste inbedrijfname mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. De fabrikant is niet aansprakelijk voor defecte toestellen, welke niet volgens de bijgeleverde gebruiks -en montageaanwijzing zijn aangesloten of worden gebruikt.
3.1 Milieu en recycling
Recycling van oude toestellen Toestellen met dit kenmerk horen niet thuis in de vuilnisbak en zijn apart in te zamelen en te re- cyclen. De recycling van oude toestellen moet steeds vakkundig en volgens de ter plaatse geldende voor- schriften en wetgeving plaats vinden.28 Para el usuario
SimpelGids