FA 350 X1 - Koelkast SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FA 350 X1 SMEG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FA 350 X1 - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FA 350 X1 van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING FA 350 X1 SMEG
Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat Oude apparaten zijn niet per definitie waardeloos! Door een milieuvriendelijke afvoer van uw oude apparaat kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw gebruikt worden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel door- knippen en samen met de stekker ver- wijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. Koel- en diepvriesapparaten bevatten koelmiddelen en isolatiegassen die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Let erop dat de leidingen tot het moment van transport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens het transport naar u door de verpakking beschermd. Voor de verpakking wordt gebruik gemaakt van materialen die het milieu kan verdragen en die geschikt zijn voor hergebruik. Help daarom mee en zorg ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier. Veiligheidsvoorschriften Lees voordat u het nieuwe apparaat in gebruik neemt de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over installatie, gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk- heid als de volgende aanwijzingen niet in acht worden genomen: ● Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd apparaat niet in gebruik nemen. In twijfelgevallen eerst contact opnemen met uw leverancier. ● Het apparaat uitsluitend volgens het bijgesloten installatievoorschrift plaatsen en aansluiten. De elektrische aansluit- voorwaarden moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. ● Bij het schoonmaken nooit een stoom- apparaat gebruiken. De stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een electrische schok veroorzaken. ● De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen dan gegarandeerd als het aardingssysteem van de huisinstallatie volgens de geldende elektrotechnische voorschriften is geïnstalleerd. ● In geval van een storing, bij onderhouds- werkzaamheden en vóór het schoonmaken de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering in de meterkast uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ● Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakkundige monteurs worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan. ● Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbare drijf- gassen (zoals spuitbussen met slagroom en andere spuitbussen) en explosieve stoffen in het apparaat opslaan – gevaar77
Plaatsing van het apparaat De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: naast een elektrisch fornuis 3 cm naast een CV-installatie 30 cm Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condensatiewater te vermijden. Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Eventuele oneffenheden in de vloer d.m.v. de schroefvoetjes aan de voorkant opheffen (afb. C). Twee rollen aan de achterkant maken het gemakkelijker om het apparaat in een nis te schuiven. Elektrische aansluiting Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact, met een zekering van 10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz wisselstroom aansluiten. Bij apparaten voor niet Europese landen op het typeplaatje controleren of de aansluit- spanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat (afb.
Een eventueel noodzakelijke vervanging van de stroomkabel mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice van de fabrikant. Waarschuwing! Het apparaat mag nooit worden aangesloten op elektronische „energiebesparende stekkers” (bijv. Sava Plug) of omvormers die gelijkstroom om- zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal- laties voor zonneënergie of netwerken voor schepen). Ventilatie Afb.
De aan de achterwand van het apparaat vrijkomende warme lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt. Na het transport ... Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staan voordat het voor het eerst wordt ingeschakeld. voor explosie! ● Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen! ● De be- en ontluchtingsopeningen mogen nooit afgedekt worden. ● Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ● Kinderen niet met het apparaat laten spelen. ● Als u een apparaat met een slot hebt, bewaar de sleutel dan buiten het bereik van kinderen. ● IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur). ● Diepvrieswaren nooit met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen. ● Attentie! De ventilatieopeningen in de ommanteling van het apparaat resp, aan het inbouwapparaat altijd vrijhouden. ● Attentie! De leidingen van het koelcircuit niet beschadigen. ● Attentie! Geen elektrische apparaten in de levensmiddelenvakken van het apparaat gebruiken, tenzij een door de fabrikant aanbevolen type. Het koelcircuit van dit apparaat bevat isobutaan (R 600a), een natuurlijk gas dat in hoge mate milieuvriendelijk is maar wel brandbaar. Let erop bij het vervoeren en verplaatsen van het apparaat dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd worden. Bij eventuele beschadigingen open vuur of andere ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte waarin het apparaat is opgesteld, een paar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces te versnellen geen andere mechanische toestellen of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen. Bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en om ijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten de daarvoor geldende bepalingen in acht worden genomen. Het apparaat voldoet aan de voorschriften voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming van ongevallen (VBG 20). Dit apparaat voldoet aan de veiligheids- bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Let op de omgevingstemperatuur Afhankelijk van de „klimaatklasse” (zie het typeplaatje) kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden: (het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat. Afb.
Klimaat- Omgevingstemperatuur klasse van ... tot SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +18 °C tot 38 °C T +18 °C tot 43 °C Als de omgevingstemperatuur lager is, dan wordt het in de koelruimte te koud; als de omgevingstemperatuur hoger is, dan wordt het in de diepvriesruimte te warm. Als de temperatuur in de ruimte waar het apparaat staat opgesteld, lager is dan de ingestelde temperatuur in de koelruimte, dan wordt het in de koelruimte net zo koud als de omgevingstemperatuur. Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °C kan dit tot storingen bij het volautomatische ontdooien van de koelruimte leiden. Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften79
Kennismaking met het apparaat Door het volautomatische No-Frost- systeem zet zich in de diepvriesruimte geen ijs af. Ontdooien is overbodig. Functie: De diepvrieswaren worden door gekoelde lucht ingevroren! Een verdamper die zich in het No-Frost- systeem bevindt, koelt de lucht in het apparaat af. De koude lucht wordt d.m.v. een ventilator rondgeblazen. Een tweede ventilator zorgt voor de luchtcirculatie in de koelruimte. De vochtigheid in de lucht zet zich af op de verdamper. Indien nodig wordt de verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachine geleid waar het verdampt. In de diepvries- ruimte en op de levensmiddelen zet zich geen ijs af. Functie van de schakel- en controle-elementen Afb.
1 -toets Hoofdschakelaar, om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 “alarm” -toets Dient voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal. Het waarschuwingssignaal wordt geactiveerd wanneer het te warm is in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen (tegelijkertijd knippert indicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geen gevaar lopen, kan het waarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat - bij het toevoegen van verse levensmiddelen zonder inschakeling van de supervriesstand - en als de vriesruimtedeur te lang open staat. Na uitschakeling van het waarschuwingssignaal wordt de "akoestische waarschuwing" automatisch weer operationeel zodra de vriesruimte weer op bedrijfstemperatuur is. 3 "Super"-toets Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. De indicaties 8 "Super" en 9 "SU" geven aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. Het supervriessysteem dient voor het invriezen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen en moet tot 24 uur vóór het inladen van de verse levensmiddelen worden ingeschakeld. De vriesmachine werkt na inschakeling continu, de vriesruimte bereikt een zeer lage temperatuur. Kennismaking met het apparaat A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden met afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Afwijkingen in de afbeeldingen zijn hierdoor niet uit- gesloten. Overzicht Afb.
1-9 Bedieningspaneel 10 Luchtafvoeropeningen 11 Verlichting 12 Lade voor yoghurtbekers 13 Legplateau 14 Multiflow system (koudeluchtverdeler) 15 Groentelade 16 "Chiller"-vak 17 Legplateau voor blikjes, tubes 18 Eierrekje 19 Legplateau 20 Flessenhouder 21 Flessenvak 22 Vriesplateau 23 Diepvriesvak A Koelruimte B Vriesruimte Bedieningspaneel (kort overzicht) Afb.
1 -toets hoofdschakelaar aan/uit 2 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets) a) voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal b) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeft geheerst (alleen wanneer indicatie 9 knippert). 3 Super-toets voor max. vriesvermogen. 4 Freezer-toets Om de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan te geven. 5 Cooler-toets Om de ingestelde temperatuur in de koelruimte aan te geven. 6 Insteltoets vriesruimte- en koelruimtetemperatuur
C = kouder, warmer 7 Indicatie "alarm" brandt alleen wanneer de alarmfunctie wordt geactiveerd 8 Indicatie "super" Brandt alleen wanneer de "super"-toets wordt ingedrukt. 9 Indicatie van a) "warmste temperatuur" b) Indicatie "AL" (Alarm) c) insteltemperatuur voor de koelruimte d) insteltemperatuur voor de diepvriesruimte81
Inschakelen en temperatuurkeuze Afb.
● Stekker in het stopcontact steken. ● Hoofdschakelaar 1 indrukken Het alarmsignaal is te horen, indicatie 9 knippert en geeft "AL" aan. ● “alarm” -toets 2 indrukken Het alarmsignaal gaat uit. De indicatie geeft nu gedurende 5 seconden de actuele temperatuur aan. Op indicatie 9 verschijnt "AL". ● Temperatuur van de vriesruimte instellen Hiertoe de "freezer"-toets en daarna de
C-toets meermaals indrukken of ingedrukt houden totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven (doorlopende weergave, na –26
C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan de vriesruimtetemperatuur in te stellen op –20
● Temperatuur van de koelruimte instellen Hiertoe de "cooler"-toets en daarna de
C-toets meermaals indrukken of ingedrukt houden totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven (doorlopende weergave, na
C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan de koelruimtetemperatuur in te stellen op
Ook na een correctie van de temperatuurinstelling verandert de temperatuur in de koelruimte pas na geruime. Kennismaking met het apparaat 4 "Freezer"-toets Om de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte op indicatie 9 (zie beschrijving indicatie 9d) aan te geven. 5 "Cooler"-toets Om de ingestelde temperatuur in de koelruimte op indicatie 9 (zie beschrijving indicatie 9c) aan te geven. 6 Insteltoets voor koelruimte- en vriesruimtetemperatuur a) (De temperatuur in de koelruimte is instelbaar van 2ºC tot 8ºC). De "Cooler"- toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur wordt op indicatie 9 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van 8ºC tot 2ºC aangegeven. Na 2ºC verschijnt weer 8ºC). b) (De temperatuur in de diepvriesruimte is instelbaar van -16ºC tot -26ºC). Om de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte in te stellen de "Freezer"-toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur wordt op indicatie 9 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van -16ºC tot -26ºC aangegeven. Na -26ºC verschijnt weer - 16ºC). 7 Indicatie "alarm" Brandt alleen wanneer de alarmfunctie is geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het te warm wordt in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen. De indicatie gaat uit zodra de vriesruimte weer op bedrijfstemperatuur is. 8 Indicatie "super" Brandt alleen wanneer de "super"- toets is ingedrukt en daardoor de supervriesstand is ingeschakeld. De indicatie gaat uit wanneer de "super"- toets opnieuw wordt ingedrukt om de supervriesstand uit te schakelen. De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uur na inschakeling van de supervriesstand automatisch uit. 9 Multifunctionele indicatie Geeft de verschillende temperaturen weer a) Te warme temperatuur in de diepvriesruimte Als indicatie 9 knippert, dan is of was het door stroomuitval of een storing in de diepvriesruimte te warm. Na het indrukken van de toets Alarm wordt op indicatie 9 (niet knipperend) gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu zonder te knipperen de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aan. b) Indicatie "Al" (Alarm) Deze geeft aan wanneer het in de diepvriesruimte te warm is. c) Insteltemperatuur voor de koelruimte Na het indrukken van de "Cooler"-toets wordt de insteltemperatuur voor de koelruimte aangegeven. d) Insteltemperatuur voor de diepvriesruimte Na het indrukken van de "Freezer"-toets wordt de insteltemperatuur voor de diepvriesruimte aangegeven. Attentie: ● De temperatuur in de koelruimte kan schommelen – doordat de deur van het apparaat vaak geopend werd, – door het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen in de koelruimte en de diepvriesruimte, – door een verandering van de omgevingstemperatuur, – door een verandering van de instelling van de temperatuurkiezer voor de diepvriesruimte of door inschakelen van het supervriessysteem. ● De voorzijde van het apparaat wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condensatiewater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.83
Levensmiddelen inruimenLevensmiddelen inruimen Attentie bij het inruimen ● Warme dranken en gerechten buiten het apparaat laten afkoelen. ● De levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet alleen geur, smaak, kleur en vochtigheid behouden, maar wordt bovendien voorkomen dat de opgeslagen levens- middelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moeten onverpakt in de groenteladen worden opgeslagen. ● Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen (ze kunnen poreus worden). ● Geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Dranken met een hoog alcoholpercentage rechtop en goed gesloten bewaren. – Gevaar voor explosie! ● Flessen met vloeistoffen die kunnen bevriezen, niet in de diepvriesruimte bewaren. De flessen springen! Een voorbeeld van het inruimen afb.
Koelruimte (A) In de lade (12) kaas, worst, yoghurt. Op de schappen (13) van boven naar beneden bakwaren, toebereide gerechten, zuivelproducten. In de groentebak (15) groente, fruit, salade. In het vakje (17) kleine flessen, blikken. In het flessenvak (21) grote flessen. Vriesruimte (B) Op het diepvriestableau (22) kleine diepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden. In de bovenste diepvriesbakken (23) diepvriesgerechten bewaren. Indeling van het interieur De legroosters/plateaus in de koelruimte kunnen – ook als de deur 90° openstaat – worden verplaatst: legrooster/plateau naar voren trekken, iets laten zakken, eruit nemen en op de gewenste plaats opnieuw erin zetten (afb.
Bodem van het vak naar voren trekken, de klep gaat open. Bodem van het vak naar voren trekken. De klep gaat open. In het "Chiller"-vak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte waarbij ook temperaturen onder 0
C kunnen optreden. Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor sla, groente en koudegevoelige levensmiddelen. De kleine lade kan eruit genomen worden om levensmiddelen in- en uit te laden (afb.
De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnen omhoog geklapt worden waardoor er plaats is voor tubes, blikjes etc. Met de flessehouder wordt voorkomen dat de flessen omvallen bij het openen en sluiten van de deur (afb.
Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deur kunnen eruit gehaald worden om schoon te maken: bakje of rekje ietsje optillen en eruit halen (afb.
Uitschakelen van het apparaat Hoofdschakelaar (afb.
/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als het apparaat langere tijd niet gebruikt wordt: hoofdschakelaar (afb.
/1) indrukken, apparaat schoonmaken en de deuren openlaten. Uitschakelen en buiten werking stellen van het apparaat Invriezen en opslaan Attentie bij het inkopen van diepvriesprodukten ● Let erop dat de verpakking niet beschadigd is. ● De op de verpakking aangegeven houdbaarheidsdatum mag niet verstreken zijn. ● In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist –18 °C of kouder zijn. ● Koop de diepvriesprodukten op het allerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in een koeltas snel naar huis en leg ze in de diepvriesruimte. Levensmiddelen zelf invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als u zelf gaat invriezen. Geschikt om in te vriezen: vlees en worst, gevogelte en wild, vis, groente, kruiden, fruit, brood en gebak, pizza, kant en klare gerechten, kliekjes, eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen: eieren met schaal, zure room en mayonaise, sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien. Blancheren van groente en fruit: groente en fruit moeten vóór het invriezen geblancheerd worden om te voorkomen dat kleur, smaak, aroma en vitamine „C” verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of het fruit kort in kokend water wordt gedompeld. In de boekhandel zijn boeken over invriezen verkrijgbaar, waarin ook blancheren wordt beschreven.). Verpakken van levens- middelen De levensmiddelen in voor uw huishouden geschikte porties verdelen. Groente en fruit in porties niet zwaarder dan85
Invriezen en opslaan 1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijn sneller helemaal bevroren. Zo blijft de kwaliteit bij het ontdooien en bereiden het beste behouden. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. Voor verpakking geschikt: kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze produkten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis- zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruit persen en het geheel van een goede sluiting voorzien. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie- lasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datum voordat u ze in de diepvriesruimte legt. Invriescapaciteit De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. Alleen zo blijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat niet overschreden worden. De volgende hoeveelheden levensmiddelen kunnen binnen 24 uur worden ingevroren in de bovenste diepvriesbak bij 70 cm brede apparaten max. 12 kg. bij 60 cm brede aparaten max. 9 kg. Zorg dat de verse levensmiddelen niet in aanraking komen met al ingevroren levensmiddelen. Warme spijzen en dranken, voordat u ze in de diepvriesruimte opslaat, op kamer- temperatuur laten afkoelen. Gegevens over de maximale invriescapaciteit volgens de actuele norm vindt u op het typeplaatje (Afb.
Supervriezen Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevoren voldoende. Wilt u de max. invriescapaciteit benutten, dan moet u het supervriessysteem 24 uur van tevoren inschakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem: de supervriestoets (afb.
/3) indrukken. De indicatie "super" geeft aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. Na inschakeling bereikt de vriesruimte een zeer lage temperatuur. Ca. 52 uur na het inschakelen wordt de supervriesstand automatisch uitgeschakeld. Levensmiddelen opslaan Let er altijd op dat alle diepvriesladen helemaal tot de aanslag in de diepvries- ruimte zijn geschoven. Dit is belangrijk voor een goede lucht- circulatie in het apparaat. Vriestableau Afb.
Op het vriestableau kunt u de ijsbakjes bewaren en bessen, klein gesneden fruit, kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen de levensmiddelen op het vriestableau gelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uur door en door laten bevriezen. Hierna overdoen in diepvrieszakjes of diepvriesdozen. Om te ontdooien de levensmiddelen weer naast elkaar neerleggen. Invriezen en opslaan Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: bij omgevingstemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met of zonder heteluchtverwarming, in de magnetronoven. Geheel of gedeeltelijk ontdooide diep- vriesgerechten kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan één dag en andere diepvriesgerechten niet langer dan drie dagen zijn bewaard op een temperatuur lager dan +3 °C. In andere gevallen de levensmiddelen – als ten minste geur, smaak en kleur niet veranderd zijn – koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen. De max. bewaartijd van de levensmiddelen wordt hierdoor bekort. IJsblokjes maken Afb.
/4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten. Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de ijsblokjes gemakkelijker los. Schoonmaken Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Geen stoom- of hogedrukapparaten gebruiken. Door de hete stoom kunnen de oppervlakte en de electrische onderdelen beschadigd worden – kans op een electrische schok! Zorg dat het sop niet in de controle-armatuur of de verlichting terechtkomt. Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje mild, licht desinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand- afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand, schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geen chemische oplosmiddelen gebruiken. De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en grondig droogwrijven. Indien mogelijk om de twee jaar ook de warmtewisselaar (zwart rooster) aan de achterkant van het apparaat met een kwast of met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoor blijft het apparaat optimaal presteren waardoor u energie bespaart.87
● Het apparaat in een koele, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarmingsradiator enz.) plaatsen. ● De be- en ontluchtingsopeningen nooit afdekken. ● Warme gerechten pas nadat ze zijn afgekoeld in het apparaat zetten. ● Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg deze dan eerst in de koelruimte. U benut hierdoor de in de diepvrieswaren aanwezige koude voor het koelen van de levensmiddelen in de koelruimte. ● Bij het in- en uitladen de deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimte geopend wordt, des te minder ijs zich kan afzetten op de vriesroosters. ● Warmtewisselaar (zwart rooster) aan de achterkant van het apparaat om de twee jaar schoonmaken. Tips om energie te besparen
Aanwijzingen bij bedrijfsgeluiden Bedrijfsgeluiden Om de gekozen temperatuur constant te houden schakelt uw apparaat van tijd tot tijd de compressor in. De geluiden die daarbij ontstaan zijn normaal. Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuur heeft bereikt, worden de geluiden automatisch minder. Het gebrom komt van de motor (compressor). Het kan korte tijd iets luider worden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt van het koelmiddel dat door de leidingen stroomt. Het geklik is alleen te horen als de thermostaat de motor in- of uitschakelt. Kraakgeluiden kunnen optreden wanneer... - automatische ontdooiing plaatsvindt. - het apparaat afkoelt of opwarmt (materiaaluitzetting). Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kan een zacht geruis te horen zijn van de luchtstroom in de binnenruimte van het apparaat. Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, dan heeft dit wellicht eenvoudige oorzaken die vaak heel gemakkelijk kunnen worden opgeheven. Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg er iets onder. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of het apparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. – De lichtschakelaar zit klem (afb.
/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met de klantenservice. Als de indicatie (afb.
/9) knippert maar het akoestische waarschuwingssignaal niet afgaat, dan was het door het uitvallen van de stroom of door een storing in de diepvries- ruimte te warm. Na het indrukken van de "Alarm" - toets wordt op indicatie 9 (niet knipperend) gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu zonder te knipperen de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aan. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeft aangegeven, dan moeten de diepvrieswaren gecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderd zijn de diepvrieswaren door koken of braden tot een kant en klaar gerecht verwerken en opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Als na langer gebruik de indicatie (afb.
/9) knippert en het alarmsignaal te horen is: Storing – in de diepvriesruimte is het te warm! Op de indicatie wordt de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. Om het alarmsignaal uit te schakelen: "Alarm" -toets indrukken. Eventuele oorzaken van de storing: - de ventilatie-opening aan de bovenkant van het apparaat resp. in de plint is afgedekt; - de deur van de diepvriesruimte is niet goed dicht; - er werden verse levensmiddelen zonder supervriezen ingevroren; - er werden om in te vriezen te veel verse levensmiddelen in één keer ingeladen; - hoge omgevingstemperatuur. Kleine storingen zelf verhelpen Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen. Als de indicatie (afb.
/9) niet brandt: controleer of er stroom is, of de stekker goed in het stopcontact zit en of het apparaat is ingeschakeld. Als tijdens het in gebruik nemen van het apparaat de indicatie (afb.
/9) "E1" (knipperend) wordt aangegeven: In de koelruimte heerst een zeer hoge temperatuur. Een paar minuten na het in gebruik nemen van het apparaat wordt de ingestelde temperatuur in de koelruimte aangegeven als de Cooler-toets werd ingedrukt. Anders wordt op de indicatie "Al" (de diepvriesruimte is warm) of de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. Als tijdens het in gebruik nemen van het apparaat de indicatie (afb.
/9) "E2" (knipperend) wordt aangegeven: In de diepvriesruimte heerst een zeer hoge temperatuur. Een paar minuten na het in gebruik nemen van het apparaat wordt "Al" en vervolgens de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven als de Freezer-toets werd ingedrukt. Anders geeft de indicatie de ingestelde temperatuur in de koelruimte aan. Als de verlichting in de koelruimte niet functioneert: – De gloeilamp is defect. Stekker uit het stopcontact trekken, afscherming (afb.
/A) verwijderen en de gloeilamp vervangen door een gloeilamp van hetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fitting E14).88
Als u de hulp van de Servicedienst inroept, geef dan het E-nummer en het FD-nummer op. U vindt deze nummers in het zwart omlijnde gedeelte van het typeplaatje links onderaan in de koelruimte naast de groentelade. Adres en telefoonnummer van de Service- dienst kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service- adressen. Na het verhelpen van de storing de "Alarm" -toets indrukken; de indicatie houdt op met knipperen als in de diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weer is bereikt. Als de deur van de diepvriesruimte te lang open stond en de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte niet meer bereikt wordt, dan heeft zich zoveel ijs op de verdamper afgezet dat het volautomatische ontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meer kan ontdooien. In dit geval de diepvrieswaren uit het apparaat halen en goed geïsoleerd op een koele plaats leggen. Het apparaat uitschakelen en de deur van de diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries- waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren niet onnodig openen. Voer zelf geen apparaties aan het apparaat uit, vooral niet aan de electrische onder- delen. ServicedienstKleine storingen zelf verhelpen89
Notice-Facile