9147 - Thermostaat VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 9147 VAILLANT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 9147 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 9147 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING 9147 VAILLANT
F1 Temperatuurkiezer Voor de gewenste kamertemperatur gedurende de verwarmingsperiode in te stellen. 2 Keuzeschakelaar werkingswijze Voor het regelen van; nachttemperatuur dagtemperatuur het ingestelde verwarmingsprogramma 3 Minutenwijzer* Instelling en aanduiding van de tijd. 4 Afleesteken* Duidt de tijd aan op de 24-uur schaal bijv. „15“ uur afb. 1 (4). 5a Ruiters binnenste schaal* Schakelruiter binnenin = = dagtemperatuur Verwarmingsperiode op nachttemperatuur (nachtverlaging). Dit houdt in dat, gedurende deze periode, de kamertemperatuur op nachttem- peratuur wordt geregeld (fabrieksmatig ingesteld op 15 °C). 5b Ruiters buitenste schaal* Buitenste schakelruiter = = nachttemperatuur Verwarmingsperiode op nachttemperatuur (nachtverlaging). Dit houdt in dat, gedurende deze periode, de kamertemperatuur op nachttem- peratuur wordt geregeld (fabrieksmatig ingesteld op 15 ˚C). 6 24-uurs schaal* Deze schijf met cijfers is verdeeld in 24-uur. Onder het aflees- teken wordt de actuele tijd aangegeven.
De minutenwijzer en de ruiters van de schakelklok zijn te bedienen nadat u het venster aan de linkerzijde naar rechts heeft opengeklapt. 1 Instellingen aan de Ruimtetemperatuurregelaar
Instellingen aan de Ruimtetemperatuurregelaar
Instellingen aan de Ruimtetemperatuurregelaar
4 Schakelklok instellen 62 5 Ruimtetemperatuur instellen 63 6 Verwarmtijden programmeren 64 7 Speciale functies 66
Voorlooptemperatuur, Veiligheidsaanwijzing
9 Inbouwbereik 68 10 Ruimtetemperatuurregelaar monteren 69 11 Ruimtetemperatuurregelaar aansluiten 70 12 Inbedrijfname 71 13 Technische gegevens 752 Mogeliikheden tot energiebesparing
Ruimtetemperatuur begrenzen Stelt u de ruimtetemperatuur zo hoog in, dat het voor uw behaaglijkheidsgevoel precies genoeg is, elke graad die u hoger instelt bete- kend een energieverspilling van ongeveer 6%. Het verlagen van de kamertemperatuur Gedurende uw nachtrust of afwezigheid, kunt u de kamertemperatuur verlagen. Vervroegen van de nachtverlaging Vervroegd u de tijden van de nachtverlaging zoveel mogelijk. Het gebouw houdt de warmte zodanig vast dat de ruimtetemperatuur geleidelijk daalt. Kort, maar krachtig ventileren Gedurende de verwarmingsperioden dient u de ramen alleen te openen om te ventileren, echter niet om de temperatuur te regelen. Een volledige ventilatie gedurende een korte tijd is efficiënter, en bespaart meer energie, dan langdurig open- staande ramen. Indien u tijdens het ventileren de keuzescha kelaar (2) op schakelt voorkomt u het onnodig in bedrijf gaan van uw verwarming. Kamerthermostaat op een vrij wandoppervlak Om de kamerthermostaat ongehinderd de circulerende lucht in de kamer te laten meten, raden wij u aan om uw kamer- thermostaat niet achter meubels en/of gordijnen te plaatsen. Radiatorkranen volledig openen U dient alle radiatorkranen in de kamer waar uw kamerther- mostaat geïnstalleerd is, steeds volledig geopend te houden.3 Instellingen aan de Ruimtetemperatuurregelaar
3.1 Het kiezen van de werkingswijze
Met de keuzeschakelaar (afb. 1.2) kunt u uw cv-installatie naar uw persoonlijke wensen laten functioneren. Afhangelijk van de opwarmtijd van uw woning en de buitentemperatuur, zal na een bepaalde tijd de door u gewenste kamertemperatuur bereikt worden. In stand , wordt de kamertemperatuur – zonder beïnvloeding van de schakelklok – op de ingestel- de dagtemperatuur gehouden (afb. 1.1). In stand , wordt de kamertemperatuur – zonder beïnvloeding van de schakelklok – op de nacht- temperatuur gehouden (fabrieksinstelling 15 °C). In positie , wordt de kamertemperatuur auto- matisch volgens het ingestelde verwarmingspro- gramma geregeld (zie hoofdstuk 5).4 Schakelklok instellen
De ruimtetemperatuurregelaar VRT-QZA heeft een dag-verwarmprogramma met een schakelklok, waarvan de 24-uren-schaal (6) éénmaal per dag draait. Aan de wijzers van de klok leest u de aktuele tijd af (zoals gewoonlijk). Het > (pijltje) (4) duidt de tijd aan, bijv. 15 uur. Houdt u alstublieft in de gaten dat de schakelklok een schijf heeft met een 24-uren-schaal (6): in de namiddag om 15.00 uur moet de pijl (4) op „15“ staan en niet op „3“.
Klapt u het zichtvenster van de schakelklok aan de linker kant naar rechts open. Draait u de minu- tenaanwijzer (3) in klokrichting totdat de pijl (4) bij de correcte tijd staat bijv. „15“. Voorbeeld: u schakelt de klok s’middags om
15.00 uur aan. Draai de minutenwijzer in klo-
krichting totdat de pijl (4) voorbij de „15“ staat. Wijst de pijl (4) „3“ aan, zo stelt u de klok 12 uur verder in. De preciese tijd stelt u met de minu- tenwijzer zoals gewoonlijk in.5 Ruimtetemperatuur instellen
5.1 Dagtemperatuur kiezen
De kamertemperatuur die u tijdens uw verblijf in de woonruimte net voldoende vindt, stelt u in met de temperatuurkiezer (1, afb. 1). Elke graad hoger geeft een onnodig extra verbruik aan energie van ca. 6%. Uw kamerthermostaat regelt de dagtemperatuur gedurende die verwarmings- perioden, zoals deze met de schakelruiters (afb. 1, 5a) ingesteld zijn (ruiters zijn op de binnenste schaal gedrukt). Advies: Stelt u de dagtemperatuur (afb. 1.1) tussen 18 °C en 20°C in. Uw installateur kan de temperatuurkiezer dusdanig instellen dat de instelling met de aanduiding op uw thermometer overeenkomt.
5.2 Nachttemperatuur (nachtverlaging)
De kamertemperatuur wordt automatisch, tijdens de perioden tussen de verwarmingsperioden, op een lagere waarde gehouden. Hiermee daalt uw gasverbruik. Fabrieksmatig is hiervoor een tempe- ratuur van 15 °C gekozen. Op uw verzoek kan uw installateur een andere waarde instellen.6 Verwarmtijden programmeren
6.1 Aanduiding van de verwarmingsperiode
De verwarmingsperiode voor de dagtemperatuur herkent u aan de, op de binnenrand gedrukte schakelruiters (5a), en door het ontbreken. De periode van nachtverlaging (fabrieksmatig op 15 °C ingesteld) herkent u aan de, op de buiten- rand gedrukte schakelruiters (5b).
Nadat u de actuele tijd en dagtemperatuur heeft inge- steld, wordt de temperatuur in uw woning al door uw kamerthermostaat volgens een doordacht verwarmings- programma geregeld; verwarmingsperiode met dagtemperatuur
met nachttemperatuur
De optimale verwarmingsperioden bepaalt u geheel zelf op basis van de leefgewoonten van uw gezin.
NL6 Verwarmtijden programmeren Vanaf de door u gekozen schakelpunten zal de tem- peratuur veranderen. Afhankelijk van uw woning, uw cv-installatie, alsme- de de wisselende buitentemperaturen – verstrijkt daarna een bepaalde tijd, voordat de ingestelde temperatuur bereikt is. Stelt u zelf vast in hoeverre u de schakelpunten moet verplaatsen. Advies: Als eerste stap Inschakelpunt één uur vooruit stellen. Uitschakelpunt één uur vooruit stellen.
U klapt het venster naar rechts open. U stelt de scha- kelruiters (afb. 1.5a) en (afb. 1.5b) als volgt in: Voor de verwarmingsperioden met dagtemperatu- ur drukt u de schakelruiters (5a) op de binnenrand.. Voor de nachtverlagingsperioden drukt u de scha- kelruiters (5b) op de buitenrand.
NL7 Speciale functies
7.1 Gebruik tijdens het weekeinde, of feest (je)
Indien tijdens een weekeinde of een feest (je) de nacht- verlaging tijdelijk uitgeschakeld moet worden, dan kunt u de voorkeuzeschakelaar (afb. 1.2) op stand draaien. Wilt u het eerder gekozen programma weer in werking laten treden dan zet u de voorkeuzescha- kelaar (afb. 1.2) weer terug op stand .
Stelt u de bedrijfssoortschakelaar (2) op in. Daarmee wordt de verwarming constant op nachttemperatuur geregeld.
7.3 Vorstbeveiliging
als u de niet in gebruk zijnde kamers tegen vorst wilt beveili- gen, draait u de voorkeuzeschakelaar (afb. 1.2) op en stelt u de dagtemperatuur (afb. 1.1) op 5 °C in.
7.4 Bedrijf en Netuitval
In verband met het milieu bevat deze klok geen accu. De schakelklok van uw ruimtetemperatuurregelaar blijft bij het uitvallen van het net staan, maar de ingegeven programma’s blijven bewaard. Na het terugkeren van de netspanning loopt het verwarmprogramma automatisch verder. De tijd moet gecorrigeerd worden. Met de minutenwijzer (3) de aktuele tijd instellen, zoals in hoofdstuk 4 beschreven staat.
NL8 Voorlooptemperatuur, Veiligheidsaanwijzing Instelling aan de Vaillant gaswandketel Het wordt geadviseerd om de aanvoertemperatu- ur als volgt in te stellen: Voor lage temperatuur cv-installaties tot max. 75 °C: stand 7. Voor cv-installaties, welke voor 90°C uitgerekend zijn: stand 9.
9.1 Toepassingsmogelijkheden
De kamerthermostaat VRT-QZA kan probleemloos op alle Vaillant gaswandketels VC... of VCW... met 24 V- aansluiting (klemmenstrook 7, 8, 9, Fig. 4) aangesloten worden. Informatie kunt u in de Vaillant documentatie vinden. De montage- plaat kunt u toepassen bij vervanging van oudere typen Vaillant kamerthermostaten of thermostaten van deze merken. Montage-afmetingen 48–60 x 66–65 mm. De kamerthermostaat VRT-QZA is bij aflevering als aan/uit thermostaat geschakeld. De installateur kan dit omschakelen naar een proportioneel rege- ling, zoals is beschreven in hoofdstuk 12.2.1. Hiervoor is geen verandering van de elektrische aansluiting vereist.
9.2 Pompkeuzeschakelaar
Door aansluiting van de thermostaat VRT-QZA is de stand „I“ op de Vaillant gaswandketels niet meer mogelijk. Als de pomp toch op deze functie wordt ingesteld, dan zal de pomp automatisch „continue“ blijven draaien. Zet u de pompkeuze- schakelaar op „S“ of „II“.
NL10 Ruimtetemperatuurregelaar monteren
Om op een juiste wijze te kunnen functioneren dient de kamerther- mostaat op een hiervoor geschikte plaats te worden gemonteerd. De beste montageplaats is meestal de binnenmuur van een woonkamer op ca. 1,5 meter hoogte. Om de circulerende lucht in de ruimte te kunnen meten dient de kamerthermostaat niet achter meubels en/of gordijnen gemonteerd te worden. Dit houdt tevens in dat de kamer- thermostaat zo gemonteerd wordt dat deze niet beinvloedt wordt door in de tocht van een deur of raam, of door warmtebronnen (zoals een radiator schoorsteen, televisie of zonnestralen) geplaatst kan worden. In de ruimte waar de kamerthermostaat is aangebracht dienen de radiatorkranen steeds volledig geopend te zijn.
10.2 Montagevolgorde
De elektrische bedrading naar de gaswandketel dient aan- gebracht te zijn voordat de montageplaat gemonteerd wordt. De montage wordt als volgt uitgevoerd: Door een schroevendraaier in de bevestigingsnokken te steken wordt de kamerthermostaat (7, afb. 2) losgenomen van de montageplaat. Vervolgens dienen twee gaten (6 mm Ø) geboord te worden t.b.v. de twee meegeleverde pluggen (10, afb. 2). Montageplaat m.b.v. de meegeleverde schroeven op de muur bevestigen.
De montage en de elektrische aansluiting mag alleen uitgevoerd worden door een vakbekwaam erkend installateur. De voorschriften van de VDE moeten gehanteerd worden. Controleert u, of de verwarming uitgeschakeld is.11 Ruimtetemperatuurregelaar aansluiten
11.1 Aansluitmogelijkheden
De kamerthermostaat VRT-QZA mag uitsluitend op de laagspanningsklemmen 7, 8, 9 van de Vaillant gaswand- ketel aangesloten worden. Een erkend installateur dient deze werkzaamheden uit te voeren. Alvorens met de aansluiting van de elektrische bedrading te beginnen, dient de hoofdschalekaar van de Vaillant gas- wandketel op „0“ gezet te worden.
De aansluitkabel wordt door de uitsparing (afb. 3.11) gevoerd. De aansluiting op de klemmen 7, 8, 9 van een Vaillant gaswandketel VC of VCW dient volgens afb. 4 uitge- voerd te worden.
11.3 Bedrijfsgereed maken
Na aansluiting van de bedrading op de klemmenstrook (afb. 4.12) dient de kamerthermostaat zodanig op de mon- tageplaat geplaatst te worden, dat de steekcontacten (12b; afb. 5) in de contacten (afb. 3.12a) gesloten worden. De kamerthermostaat op de montageplaat vastklikken. Hierna de hoofdschakelaar van de Vaillant gaswandketel op „1“ schakelen.
12.1 Inbedrijfstelling
Een erkend installateur (welke ook verantwoordelijk is voor de cv-installatie) dient de inbedrijfstelling – na installeren van de thermostaat samen met de cv-installatie, – alsmede de instelling volgens de wensen van de toekomstige gebruiker uit te voeren. De als volgt te noemen maatregelen Nadere dienen hierbij in acht genomen te worden: informatie: Energiebesparing Hoofdstuk 1 Instelmogelijkheden Hoofdstuk 2 Instelling schakelklok Hoofdstuk 3 Verwarmingsperioden programmeren Hoofdstuk 5 Functietest Hoofdstuk 6 Aanvoertemperatuur instellen Hoofdstuk 7
12.2 Instelmogelijkheden
Alvorens instellingen gewijzigd worden: Dient de hoofdschakelaar van de Vaillant gaswandketel op stand „0“ gezet te worden. Nadat de thermostaat van de montageplaat verwijderd is, kan de installateur op de achterzijde de als volgt te noemen instellingen wijzigen.
12.2.1 Aan/uit/proportioneel regeling
Bij aflevering staat de VRT-QZA op aan/uit regeling geschakeld. Deze regeling is te adviseren als het vermogen van de Vaillant gaswandketel duidelijk boven de berekende warmtebehoefte ligt (bijvoorbeeld indien een groter vermo- gen voor de warmwatervoorziening vereist wordt).
NL12 Inbedrijfsname Hierbij staat de omschakelaar (14, afb. 5) op stand „Z“. In installaties waarbij het geleverde verwarmings- vermogen overeenkomt met de warmtebehoefte is het raadzaam om de schakelaar op propor- tioneel-stand „A“ te zetten. Deze handeling is uit te voeren met een balpen of stift.
12.2.2 Nachttemperatuur veranderen
Bij aflevering is de nachttemperatuur op 15 °C ingesteld. M.b.v. de potentiometer (afb. 5.15) kan deze op een door de gebruiker gewenste waarde ingesteld worden.
12.2.3 Temperatuuraanwijzing calibreren
De Vaillant ruimtetemperatuurregelaar is vanaf de fabriek inge- steld. Als de ruimtetemperatuurregelaar niet op de juiste plaats gemonteerd is, kan het voorkomen dat de ruimtetemperatuur (thermometeraanduiding) hoger is als de door u ingestelde waarde. Voorbeeld: U heeft een temperatuur van +20 °C ingesteld, uw thermometer geeft na een tijdje een temperatuur aan van +22 °C – de ruimtetemperatuur is stabiel. Aanwijzing! Geopende deuren en ramen evenals zonnestra- len mogen de ruimtetemperaturregelaar niet beïnvloeden. De temperatuurkiezer (1) kan aan de laatst gemeten tempera- tuur aangepast worden.
NL12 Inbedrijfsname Ter aanpassing apparaat openen, zie hoofdstuk 11.2 (fig. 2) temperatuurkiezer (1) ingesteld op bijv. 20 °C vasthouden. Schijf van de temperatuurkiezer (17) verwijderen, en om 2 °C (op 18 °C) instellen. Schijf van de dagtemperatuurkiezer terugplaatsen, zie temperatuurschaal (21) De temperatuurregelaar is aan uw individuele ruimteverhouding aangepast.
12.2.4 Instelbereik begrenzen
In afb. 7 wordt als voorbeeld het instelbereik voor de dagtem- peratuur van 15 °C naar 20 °C begrensd. De temperatuurkie- zer (afb. 6.1) instellen op de maximale gewenste waarde afb. 7: 20 °C. De ruiter (20, afb. 7) optillen en voor de aanslag- stift (18, afb. 7) weer indrukken. De temperatuurkiezer (1, afb. 6) op de minimale gewenste waarde instellen afb. 7: 15 °C . De ruiter (19) optillen en voor de aanslagstift (18, afb. 7) weer indrukken. Het met de temperatuurkiezer (1) in te stellen temperatuurbereik is nu begrensd van 15 °C tot 20 °C. Let op! De met de rode streep gemarkeerde ruiter mag niet versteld worden. Deze dient als calibratiepunt om de fabrieksmatig ingestelde temperatuur weer in te kunnen stellen.
12.2.5 Temperatuurinstelling fixeren
Bij afb. 8 wordt als voorbeeld de temperatuurinstelling op 20 °C vastgezet. Hiertoe dient de temperatuur op de gewenste waarde (20 °C) ingesteld te worden (6, afb. 1). De ruiters 19/20 oplich- ten en aan beide zijden naast de aanslagstift (18) in de calibra- tieschijf (17) plaatsen. Nu is de temperatuurkiezer (1, afb. 1) op de gewenste waarde (20 °C) vastgezet. De thermostaat moet na iedere genoemde instelling weer op de montageplaat gemonteerd worden. Dit staat beschreven in hoofdstuk 9.2. Tevens moet de hoofdschakelaar van de Vaillant gaswandketel op stand „I“ gezet te worden. Na elk van deze instellingen De ruimtetemperatuurregelaar op de montageplaat plaatsen, zoals in hoofdstuk 11.3 beschreven staat, en de hoofdschakelaar van het thermoblok op stand „I“ zetten. Met het CE-kenteken wordt vastgelegd, dat de VRC in verbinding met Vaillant verwarmapparaten die vastgelegde vorderingen van de laagvoltage- richtlijnen (richtlijnen 73/23/CEE van de raad) en de geteste bouwmonsters overkomt. Tevens komt het met de oostenrijkse veiligheidsvorderin- gen overeen. Voor schade die door het in acht nemen van deze gebruiksaanwijzing, in het bijzonder foutieve aansluiting of mechanische beschadiging onstaat, nemen wij geen verantwoordelijkheid.
Notice-Facile