sensoCOMFORT VRC 720F - Thermostaat VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis sensoCOMFORT VRC 720F VAILLANT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over sensoCOMFORT VRC 720F VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding sensoCOMFORT VRC 720F - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. sensoCOMFORT VRC 720F van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING sensoCOMFORT VRC 720F VAILLANT
nl Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding
en Country specifics

nl Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding .... 120
en Country specifics.... 176
Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.... 121
1.1 Waarschuwingen bij handelingen.... 121
1.2 Reglementair gebruik.... 121
1.3 Algemene veiligheidsinstructies 121
1.4 -- Veiligheid/voorschriften.... 122
2 Productbeschrijving.... 123
2.1 Welke terminologie wordt gebruikt? 123
2.2 Waar zorgt de vorstbeveiligingsfunctie voor? .... 123
2.3 Wat betekenen de volgende temperaturen? ..... 123
2.4 Wat is de zone? 123
2.5 Wat is de circulatie?...... 123
2.6 Wat is een vastewaarderegeling? 123
2.7 Wat betekenen tijdvenster? 123
2.8 Waar zorgt de hybride manager voor? 123
2.9 Storing vermijden.... 123
2.10 Stooklijn instellen.... 124
2.11 Display, bedieningselementen en symbolen ..... 124 B
2.12 Bedienings- en weergavefuncties.... 126
3 -- elektrische installatie, montage 137
3.1 Leveringsomvang controleren 137
3.2 Keuze van de leidingen 137
3.3 Ontvanger installeren.... 137
3.4 Buitentemperatuurvoeler monteren 138
3.5 Systeemthermostaat monteren 140
4 -- Toepassing van de functiemodule, systeemschema, ingebruikneming.... 141
4.1 Systeem zonder functiemodule 141
4.2 Systeem met functiemodule FM3 141
4.3 Systeem met functiemodules FM5 en FM3 ..... 142
4.4 Toepassingsmogelijkheden van de functiemodule 142
4.5 Aansluitbezetting functiemodule FM5.... 143
4.6 Aansluitbezetting functiemodule FM3.... 144
4.7 Instellingen van de systeemschemacode...... 145
4.8 Combinaties van systeemschema en configuratie van functiemodules.... 146
4.9 Systeemschema en aansluitschema 148
5 Ingebruikneming 168
5.1 Voorwaarden voor de ingebruikname.... 168
5.2 Installatieassistent doorlopen 168
5.3 Instellingen later wijzigen.... 168
6 Storing, fout- en onderhoudsmeldingen ..... 168
6.1 Storing 168
6.2 Foutmelding.... 168
6.3 Onderhoudsmelding 168
6.4 Buitenvoeler schoonmaken 168
6.5 Batterijen verwisselen.... 168
6.6 -- Eritentemperatuursensor vervangen...... 169
6.7 -- Defecte buitentemperatuursensor vernietigen 170
7 Informatie over het product.... 170
7.1 Aanvullend geldende documenten in acht nemen en bewaren.... 170
7.2 Geldigheid van de handleiding 170
7.3 Typeplaatje 170
7.4 Serienummer 170
7.5 CE-markering.... 170
7.6 Garantie en klantendienst.... 171
7.7 Recycling en afvoer 171
7.8 Productgegevens conform EU-verordening
nr. 811/2013, 812/2013 .... 171
7.9 Technische gegevens.... 171
Bijlage.... 172
A Verhelpen van storingen,
onderhoudsmelding 172
A.1 Verhelpen van storingen.... 172
A.2 Onderhoudsmeldingen 172
B -- Storingen en problemen oplossen, onderhoudsmelding 172
B.1 Verhelpen van storingen.... 172
B.2 Oplossing.... 173
B.3 Onderhoudsmeldingen 174
Trefwoordenlijst 175
1 Veiligheid
1.1 Waarschuwingen bij handelingen
Classificatie van de waarschuwingen bij handelingen
De waarschuwingen bij handelingen zijn a volgt door waarschuwingstekens en signaa woorden aangaande de ernst van het potële gevaar ingedeeld:
Waarschuwingstekens en signaalwoorden

Gevaar!
Direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel

Gevaar!
Levensgevaar door een elektrische schok

Waarschuwing!
Gevaar voor licht lichamelijk letsel

Opgelet!
Kans op materièle schade of milieuschade
Bij ondeskundig of niet voorgeschreven gebruik kunnen nadelige gevolgen voor het product of andere voorwerpen ontstaan. Montage Demontage - Installatie Het product is bestemd om een CV-installatie met warmteopwekkers van dezelfde fabrikant ingebruikname met eBUS-interface te regelen. Uitbedrijfname
De systeemthermostaat regelt afhankelijk van het geïnstalleerde systeem:
- Verwarmen
- Koelen
- Ventileren
- Warmwaterbereiding
- Circulatie
Het reglementaire gebruik houdt in:
- het naleven van de bijgevoegde gebruikelijk.
installatie- en onderhoudshandleidingen ▶ Laad de batterijen niet opnieuw op. van het product en van alle andere compo Verschillende batterijtypes niet combine- nenten van de installatie ren.
- de installatie en montage conform de duct- en systeemvergunning
- het naleven van alle in de handleidingen
vermelde inspectie- en onderhoudsvoor- waarden.
Het gebruik volgens de voorschriften omvat bovendien de installatie conform de IP-code
Dit product kan door kinderen vanaf 8 jaar alsook personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilige gebruik van het productie geïnstrueerd werden en de daaruit resulterende gevaren verstaan. Kinderen mogen niet met het product spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden.
Een ander gebruik dan het in deze handleiding beschreven gebruik of een gebruik dat van het hier beschreven gebruik afwijkt, geldt als niet reglementair.
Attentie!
leder misbruik is verboden.
1.3 Algemene veiligheidsinstructies
1.3.1 Gevaar door ontoereikende kwalificatie
De volgende werkzaamheden mogen alleen vakmannen met voldoende kwalificaties uitvoeren:
- Installatie latie Ingebruikname nt Uitbedrijfname
Werkzaamheden en functies, die alleen de installateur mag uitvoeren resp. instellen, zijn door het symboor aangeduid.
1.3.2 Verwondingsgevaar door batterijen
Als de batterijen onreglementair opgeladen worden, dan is ernstig lichamelijk letsel mo-
▶ Laad de batterijen niet opnieuw op. Impo Verschillende batterijtypes niet combine- ren.
pro-Nieuwe en gebruikte batterijen niet combineren.
1.3.3 Gevaar voor materiële schade
▶ Sluit de aansluitcontacten in het batterijvak
1.3.4 Gevaar voor materiële schade door zuur
- Verwijder verbruikte batterijen uit het product en voer de batterijen op een correcte wijze af.
- Verwijder de batterijen vooraleer u het product gedurende langere tijd ongebruikt bewaart.
1.3.5 Gevaar door foute bediening
Door foute bediening kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen en materiële schade veroorzaken.
- Lees deze handleiding en alle andere documenten die van toepassing zijn zorgvuldig door, vooral het hoofdstuk "Veiligheid" en de waarschuwingen.
- Voer als gebruiker alleen de werkzaamheden uit waarover deze gebruiksaanwijzing aanwijzingen geeft en die niet met het symbool zijn aangeduid.
1.4 -- Veiligheid/voorschriften
1.4.1 Gevaar voor materiële schade door vorst
- Installeer het product niet in ruimtes die aan vorst blootstaan.
1.4.2 Voorschriften (richtlijnen, wetten, normen)
- Neem de nationale voorschriften, normen, richtlijnen, verordeningen en wetten in acht.
2 Productbeschrijving
2.1 Welke terminologie wordt gebruikt?
- Systeemthermostaat: in plaats van VRC 720f
- Afstandsbediening: in plaats van VR 92f
- Functiemodule FM3 of FM3: in plaats van VR 70
- Functiemodule FM5 of FM5: in plaats van VR 71
2.2 Waar zorgt de vorstbeveiligingsfunctie voor?
De vorstbeschermingsfunctie beschermt de CV-installatie de woning tegen schade door bevriezing.
Bij buitentemperaturen
- die langer dan 4 uur onder 4 °C zijn schakelt de systeemthermostaat de warmteopwekker in en regelt de gewenste kamertemperatuur op minimaal 5 °C.
- boven 4 °C schakelt de systeemthermostaat de warmteopwekker niet in, maar bewaakt de buitentemperatuur
2.3 Wat betekenen de volgende temperaturen?
Gewenste temperatuur is de temperatuur, waarop de woonruimtes verwarmd moeten worden.
Verlagingstemperatuur is de temperatuur, die buiten het tijdvenster niet mag worden onderschreden in de woonru- tes.
Aanvoertemperatuur is de temperatuur, waarmee het water de warmteopwekker verlaat.
2.4 Wat is de zone?
Een gebouw kan in meerdere delen worden verdeeld, di zones worden genoemd. Elke zone kan een andere eis de CV-installatie hebben.
Voorbeelden voor de indeling in zones:
- In een huis zijn vloerverwarming (zone 1) en een torsysteem (zone 2) aanwezig.
- In een huis zijn er meerdere zelfstandige woonunits. Elke woonunit krijgt een eigen zone.
2.5 Wat is de circulatie?
Een aanvullende waterleiding wordt met de warmwaterleiding verbonden en vormt een circuit met de warmwaterb
ler. Een circulatiepomp zorgt voor een continu rondlopen opaat de warmtepomp en de extra CV-ketel doeltrefwarm water in het buisleidingsysteem, zodat ook bij tappend en afgesteld kunnen werken, moet u de tarieven ten die zich verder weg bevinden direct warm water beschikt instellen. Zie tabel menupunt INSTELLINGEN baar is. (→ Hoofdstuk 2.12.3). Anders kunnen verhoogde kosten ontstaan.
2.6 Wat is een vastewaarderegeling?
De systeemthermostaat regelt de aanvoertemperatuur op twee vast ingestelde temperaturen, die onafhankelijk van kamer- of buitentemperatuur zijn. Deze regeling is onder dere geschikt voor een luchtdeur of een zwembadverwaing ming.
2.7 Wat betekenen tijdvenster?
Bijvoorbeeld CV-bedrijf in modus : tijdgestuurd

bar
| Time | Temperature (°C) | | :--- | :--- | | 18:00 | 21 | | 16:30 | 16 | | 20:00 | 24 | | 22:30 | 16 |A Klok 3 Tijdvenster 2
B Temperatuur 4 buiten de tijdvensters
1 Gewenste temperatuur 5 Tijdvenster 1
2 Verlagingstemp.
nruim kunt een dag in meerdere tijdvensters (3) en (5) verdelen. Elk tijdvenster kan voor een bepaalde periode staan. De vijdvensters mogen elkaar niet overlappen. Elk tijdvenster kunt u aan een andere gewenste temperatuur (1) toewijzen. Voorbeeld:
16.30 uur tot 18.00 uur; 21 °C
die 20.00 uur tot 22.30 uur; 24 °C aan
De systeemthermostaat regelt binnen de tijdvensters de woonruimtes naar de gewenste temperatuur. In de tijden buiten de tijdvensters (4) regelt de systeemthermostaat de aanzuimtes naar de lager ingestelde verlagingstemperatuur (2).
2.8 Waar zorgt de hybride manager voor?
De hybride manager berekent of de warmtepomp of de extra CV-ketel de warmtebehoefte voordeliger dekt. De beslisingscriteria zijn de ingestelde tarieven met betrekking tot de warmtebehoefte.
Moyant de warmtepomp en de extra CV-ketel doeltrefend en afgesteld kunnen werken, moet u de tarieven geschicht instellen. Zie tabel menupunt INSTELLINGEN (→ Hoofdstuk 2.12.3). Anders kunnen verhoogde kosten ontstaan.
2.9 Storing vermijden
de Zorg ervoor dat uw systeemthermostaat niet wordt afge- r andekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen.
As de systeemthermostaat in de woonruimte is gemonteerd, opent u alle radiator-thermostaatkranen in deze ruimte volledig.
2.10 Stooklijn instellen

line
| A | B | |------------|-------| | 151050-5-10-15-20 | 40 | | 1.822.533 | 90 |A
Buitentemperatuur °C
B
Gewenste aanvoertem- peratuur °C
De afbeelding toont de mogelijke stooklijnen van 0,1 tot 4.0 voor een gewenste kamertemperatuur van 20 °C. Als bijv. de stooklijn 0.4 gekozen is, dan wordt bij een buitentemperatuur van -15 °C op een aanvoertemperatuur van 40 °C geregeld.

line
| A | B | |---|---| | -20 | 45 | | -15 | 40 | | 0 | 35 | | 15 | 30 | | 20 | 25 | | 22 | 22 | | 18 | 20 |A
Buitentemperatuur °C
C
Gewenste kamertemperatuur °C
B
Gewenste aanvoertem- peratuur °C
D
As a
Als de stooklijn 0.4 gekozen is en voor de gewenste kamertemperatuur 21 °C opgegeven is, dan verschuift de stooklijn zoals op de afbeelding weergegeven. Bij de 45° hellende as a wordt de stooklijn parallel verschoven overeenkomstig de waarde van de gewenste kamertemperatuur. Bij een buiten-temperatuur van -15 °C zorgt de regeling voor een aanvoertemperatuur van 45 °C.
2.11 Display, bedieningselementen en symbolen

text_image
25.0 °C 20 °C 12 °C 46 % 11:312.11.1 Bedieningselementen

- Menu oproepen
- Terug naar het hoofdmenu

- Selectie/wijziging bevestigen
- Instelwaarden opslaan

- Een niveau terug
- Invoer annuleren

- Door menustructuur navigeren - Instelwaarde verlagen of verho
- Naar afzonderlijke getallen/letters navigeren

- Help oproepen
– Tijdprogramma-assistent oproepen

- Display inschakelen
- Display uitschakelen
Het bedieningselement bevindt zich aan de bovenzijde van de regelaar.
Actieve bedieningselementen lichten groen op.

indrukken: u gaat naar de basisweergave.

indrukken: u gaat naar het menu.
2.11.2 Symbolen

Laadtoestand van de batterijen

Signaalsterkte

Tijdgestuurd verwarmen actief

Onderhoud nodig

Fout in de CV-installatie

Contact opnemen met installateur

Fluisterbedrijf actief
2.12 Bedienings- en weergavefuncties

Aanwijzing
De in dit hoofdstuk beschreven functies zijn niet beschikbaar voor alle systeemconfiguraties.
Het product heeft twee bedienings- en weergaveniveaus.
Op het installateurniveau vindt u informatie en instelmogelijkheden die u als gebruiker nodig hebt.

- Het installateurniveau is voor de vakman bedoeld. Dit niveau is met een code beveiligd. Alleen vaklui mogen instellingen in het installateurniveau wijzigen.
Om het menu op te roepen drukt u 2 x op .
| MENU → REGELING | |||
| → Zone | |||
| → Verwarmen → Modus: | → Manueel | → Gewenste temperatuur: °C | |
| Ononderbroken aanhouden van de gewenste temperatuur | |||
| → Tijdgestuurd → Weekplanner | |||
| → Afkoeltemperatuur: °C | |||
| Weekplanner: tot 12 tijdvensters en gewenste temperaturen kunnen per dag worden ingesteldDe installateur stelt het gedrag van de CV-installatie buiten de tijdvensters in de functie Nachtmodus: in.In Nachtmodus: betekent:- Eco: De verwarming is buiten de tijdvensters uitgeschakeld. De vorstbeveiliging is geactiveerd.- Normaal: De verlagingstemperatuur geldt buiten de tijdvensters.Gewenste temperatuur: °C: geldt binnen de tijdvensters | |||
| → Uit | |||
| Verwarming is uitgeschakeld, warm water is verder beschikbaar, vorstbeveiliging is geactiveerd | |||
| → Koelen → Modus: | → Manueel | → Gewenste temperatuur: °C | |
| Ononderbroken aanhouden van de gewenste temperatuur | |||
| → Tijdgestuurd → Weekplanner | |||
| → Gewenste temperatuur: °C | |||
| Weekplanner: tot 12 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteld, buiten de tijdvensters is koelenuitgeschakeldGewenste temperatuur: °C: geldt binnen de tijdvenstersBuiten de tijdvensters is koelen uitgeschakeld | |||
| → Uit | |||
| Koelen is uitgeschakeld, warm water is verder beschikbaar | |||
| → Naam zone | Af fabriek ingestelde naam Zone wijzigen | ||
| → Afwezigheid | → Alle: geldt voor alle zones in de opgegeven periode | ||
| → Zone: geldt voor de geselecteerde zone in de opgegeven periode | |||
| CV-functie werkt gedurende deze tijd met de vastgelegde afkoeltemperatuur. Warmwaterfunctie encirculatie zijn uitgeschakeld. Vorstbeveiliging is geactiveerd, aanwezige ventilatie werkt op laagsteniveau.Fabrieksinstelling: Afkoeltemperatuur: °C 15 °C | |||
| → Koelen gedurende enkeledagen | Koelbedrijf wordt in de opgegeven periode geactiveerd; koelmodus en gewenste temperatuur wor-den uit de functie Koelen gehaald | ||
| → Regeling met vaste waarde circuit 1 | |||
| → Verwarmen → Modus: | → Manueel | ||
| Ononderbroken aanhouden van Gew. aanvoertemperatuur: °C, die de installateur heeft ingesteld. | |||
| → Tijdgestuurd → Weekplanner | |||
| → Verwarmen → Modus: | Weekplanner: tot 12 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteldBinnen de tijdvensters wordt Gew. aanvoertemperatuur: °C geraadpleegd.Buiten de tijdvensters wordt Gew. aanvoertemp.nacht: °C geraadpleegd of het CV-circuit is uitgeschakeld.Bij een Gew. aanvoertemp.nacht: °C = 0 °C is de vorstbeveiliging niet meer gewaarborgd.Beide temperaturen worden ingesteld door de installateur. | ||
| → Uit | |||
| Het CV-circuit is uitgeschakeld. | |||
| → Warm water | |||
| → Modus: → Manueel → | Warmwatertemperatuur: °C | ||
| Ononderbroken aanhouden van de warmwatertemperatuur | |||
| → Tijdgestuurd → Weekplanner warm water | |||
| → Warmwatertemperatuur: °C | |||
| → Weekplanner circulatie | |||
| Weekplanner warm water: tot 3 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteldWarmwatertemperatuur: °C: geldt binnen de tijdvenstersBuiten het tijdvenster is de warmwaterfunctie uitgeschakeldWeekplanner circulatie: tot 3 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteldBinnen de tijdvensters pompt de circulatiepomp warm water naar de tappuntenBuiten de tijdvensters is de circulatiepomp uitgeschakeld | |||
| → Uit | |||
| Het warm water-bedrijf is uitgeschakeld | |||
| → Warmwatercircuit 1 | |||
| → Modus: → Manueel → | Warmwatertemperatuur: °C | ||
| Ononderbroken aanhouden van de warmwatertemperatuur | |||
| → Tijdgestuurd → Weekplanner warm water | |||
| → Warmwatertemperatuur: °C | |||
| Weekplanner warm water: tot 3 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteldWarmwatertemperatuur: °C: geldt binnen de tijdvenstersBuiten het tijdvenster is de warmwaterfunctie uitgeschakeld | |||
| → Uit | |||
| Het warm water-bedrijf is uitgeschakeld | |||
| → Boost warm water Eenmalig | verwarmen van het water in de boiler | ||
| → Ventilatie | |||
| → Modus: → Normaal → | Ventilatiestand normaal: | ||
| Ononderbroken ventileren met de ventilatiestand: Normaal | |||
| → Tijdgestuurd → Weekplanner | |||
| → Ventilatiestand normaal: | |||
| → Ventilatiestand nacht: | |||
| Weekplanner: tot 12 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteldVentilatiestand normaal:: geldt binnen de tijdvenstersVentilatiestand nacht:: geldt buiten de tijdvensters | |||
| → Verlaagd | |||
| Ononderbroken ventileren met de ventilatiestand: Verlaagd | |||
| → Warmteterugwinning: → | In | ||
| Ononderbroken terugwinnen van de warmte uit de afvoerlucht | |||
| → Auto | |||
| Interne controle, of de buitenlucht via de warmteterugwinning of direct in de woonruimte wordt ge-leid. Zie bedienings- en montagehandleiding van het ventilatietoestel. | |||
| → Uit | |||
| De warmteterugwinning is uitgeschakeld | |||
| → Grens luchtkwaliteit: ppm | Het ventilatietoestel houdt het gehalte in de kamerlucht onder de ingestelde waarde. | ||
| MENU → REGELING | |
| → Stootventileren | CV-bedrijf is gedurende 30 minuten uitgeschakeld en indien aanwezig loopt het ventilatietoestel in de hoogste ventilatiestand. |
| → Vochtbescherming | → Max. kamerlucht: %rel: bij het overschrijden van de waarde wordt de ontvochtiger ingeschakeld.Bij het onderschrijden van de waarde wordt de ontvochtiger uitgeschakeld. |
| → Tijdprogramma-assistent | Programmering van de gewenste temperatuur voor maandag - vrijdag, zaterdag - zondag; de programmering geldt voor de tijdgestuurde functies Verwarmen, Koelen, Warm water, circulatie en VentilatieOverschrijft de weekplanner voor de functies Verwarmen, Koelen, Warm water, circulatie en Ventilatie |
| → Green iQ: | Inschakelen van de meeste energie-efficiënte verwarmingsmodus, als uw installatie deze ondersteunt. |
| → Installatie uit | Installatie is uitgeschakeld. De vorstbeveiliging en, indien aanwezig, de ventilatie blijven op de laagste stand actief. |
2.12.2 Menupunt INFORMATIE
| MENU → INFORMATIE | ||
| → Actuele temperaturen | ||
| → Zone | ||
| → Warmwatertemperatuur | ||
| → Warmwatercircuit 1 | ||
| → Waterdruk: bar | ||
| → Actuele kamerluchtvochtigheid | ||
| → Energiegegevens | ||
| → Zonneopbrengst | ||
| → Milieu-opbrengst | ||
| → Stroomverbruik → Verwarmen | ||
| → Warm water | ||
| → Koelen | ||
| → Installatie | ||
| → Brandstofverbruik → Verwarmen | ||
| → Warm water | ||
| → Installatie | ||
| → Warmteterugwinning | ||
| Weergave energieverbruik en energieopbrengstDe thermostaat toont op het display en in de bijkomend bruikbare app waarden over het energieverbruik en de energieopbrengst.De thermostaat geeft een inschatting van de waarden van de installatie weer. De waarden worden o.a. beïnvloed door:- Installatie/uitvoering van de CV-installatie- Gebruikersgedrag- Seizoesgebonden omgevingsomstandigheden- Toleranties en componentenExterne componenten, zoals bijv. externe CV-pompen of kleppen en andere verbruikers en opwekkers in het huishouden blijven buiten beschouwing.De afwijkingen tussen weergegeven en werkelijk energieverbruik of energie-opbrengst kunnen aanzienlijk zijn.De gegevens over het energieverbruik of energie-opbrengst zijn niet geschikt om energieafrekeningen te maken of te vergelijken.Af te lezen zijn:Actuele maand, Laatste maand, Actueel jaar, Laatste jaar, Totaal | ||
| → Brandertoestand: | ||
| → Luchtkwal.sensor 1: Meet het CO | 2-gehalte van de kamerlucht | |
| → Bedieningselementen | Toelichting van de bedieningselementen | |
| → Menuvoorstelling | Toelichting van de menustructuur | |
| → Contactgegevens vakman | ||
| → Serienummer | ||
2.12.3

menupunt INSTELLINGEN
| → Installateursniveau | |||
| → Toegangscode invoeren | Toegang tot installateurniveau, fabrieksinstelling: 00 | ||
| → Contact vakman Contactgegevens invoeren | |||
| → Onderhoudsdatum: | Qua tijd de volgende onderhoudsdatum van een aangesloten component invoeren, bijv. warmteop-wekker, warmtepomp, ventilatietoestel | ||
| → Fouthistorie Fouten zijn | op tijd gesorteerd opgesomd | ||
| → Installatieconfiguratie | Menupunt Installatieconfiguratie (→ Hoofdstuk 2.12.4) | ||
| → Sensoren/actoren test Aangesloten functiemodule selecteren en een- functiecontrole van de actoren uitvoeren.- Plausibiliteitscontrole van de sensoren uitvoeren. | |||
| → Fluisterbedrijf | Tijdsprogramma instellen om het geluidsniveau te verlagen. | ||
| → Afwerklaagdroging | De functie Profiel afwerklaagdroging voor vers gelegde estrik in overeenstemming met de bouw-voorschriften activeren.De systeemthermostaat regelt de aanvoertemperatuur onafhankelijk van de buitentemperatuur. werklaagdroging instellen menupunt Installatieconfiguratie (→ Hoofdstuk 2.12.4) | ||
| → Code veranderen | |||
| → Taal, tijd, display | |||
| → Taal: | |||
| → Datum: | Na stroomuitschakeling wordt de datum ca. 30 minuten bewaard. | ||
| → Tijd: | Na stroomuitschakeling wordt de tijd ca. 30 minuten bewaard. | ||
| → Displayhelderheid: | Helderheid bij actief gebruik. | ||
| → Zomertijd: | → Automatisch | ||
| → Manueel | |||
| Bij buitentemperatuursensoren met DCF77-ontvanger wordt de functie Zomertijd: niet geraadpleegd. De omschakeling van zomer-/ wintertijd vindt plaats via het DCF77-signaal. De wissel vindt plaats:- in het laatste weekend in maart om 2:00 uur (zomertijd)- in het laatste weekend in oktober om 3:00 uur (wintertijd) | |||
| → Tarieven | |||
| → Tarief bijverwarming: | Gas-, olie- of stroomtarief invoeren | ||
| → Stroomtarieftype:(voor warmtepomp) | → Enkel tarief → Hoogtarief: | ||
| De kosten worden altijd met het hoge tarief berekend. | |||
| → Dubbeltarief → Weekplanner dubbeltarief | |||
| → Laagtarief: | |||
| Weekplanner dubbeltarief: tot 12 tijdvensters kunnen per dag worden ingesteldHoogtarief: geldt binnen de tijdvenstersLaagtarief: geldt buiten de tijdvenstersDe kosten worden met het hoog- en laagtarief berekend. | |||
| De hybride manager berekent met behulp van de tarieven en de warmtebehoefte de kosten voor de extra CV-ketel en de kosten voor de warmtepomp. De voordeligere component wordt gebruikt voor de warmteopwekking. | |||
| → Offset | |||
| → Kamertemperatuur: K | Compensatie van het temperatuurverschil tussen de gemeten waarde in de systeemthermostaat en de waarde van een referentiethermometer in de woonruimte. | ||
| → Buitentemperatuur: K | Compensatie van het temperatuurverschil tussen de gemeten waarde in de buitentemperatuursensor en de waarde van een referentiethermometer in de buitenlucht. | ||
| → Fabrieksinstellingen | De systeemthermostaat zet alle instellingen terug naar de fabrieksinstelling en roept de installatieas-sistent op.De installatieassistent mag alleen worden uitgevoerd door de installateur. | ||
2.12.4 menupunt Installatieconfiguratie
| MENU → INSTELLINGEN → Installateursniveau → Installatieconfiguratie | ||
| → Installatie | ||
| → Waterdruk: bar | ||
| → eBUS-componenten Lijst van de eBUS-componenten met softwareversie | ||
| → Adaptieve stooklijn | Automatische fijne afstelling van de stooklijn. Voorwaarde:- De passende stooklijn voor het gebouw is ingesteld in de functie Stooklijn:- Aan de systeemthermostaat resp. afstandsbediening is de juiste zone in de functie Zo-netoewijzing: toegewezen.- In de functie Binnentemp.comp.: is Uitgebreid geselecteerd.Fabrieksinstelling: gedeact. | |
| → Automatisch koelen: | Bij aangesloten warmtepomp schakelt de systeemthermostaat automatisch tussen CV- en koelbedrijf.Fabrieksinstelling: gedeact. | |
| → Buitentemp., 24h gem.: °C | ||
| → Koelen vanaf buitentemp.: °C | Koelen wordt gestart als de buitentemperatuur (24 uur gemiddeld) de ingestelde temperatuur overschrijdt.Fabrieksinstelling: 15 °C | |
| → Bronregeneratie: | De systeemthermostaat schakelt de functie Koelen in en leidt de warmte uit de woonruimte via de warmtepomp terug naar de aarde. Voorwaarde:- De functie Automatisch koelen: is geactiveerd.- De functie Afwezigheid is actief.Fabrieksinstelling: Nee | |
| → Act.kamerluchtvocht.: %rel | ||
| → Actuele dauwpunt: °C | ||
| → Hybridemanager:Fabrieksinstelling: Bivalent.pnt | → triVAIDe warmteopwekker wordt gebaseerd op de ingestelde tarieven met betrekking tot de warmtebehoefte uitgezocht. | |
| → Bivalent.pntDe warmteopwekker wordt gebaseerd op de buitentemperatuur ( Biva-lentiepunt verwarmen: °C en Alternatief punt:) uitgezocht. | ||
| → Bivalentiepunt verwarmen: °C | Als de buitentemperatuur onder de ingestelde waarde komt, geeft de systeemthermostaat in het CV-bedrijf de extra CV-ketel voor parallel bedrijf met de warmtepomp vrij.Voorwaarde: In de functie Hybridemanager: is Bivalent.pnt uitgezocht.Fabrieksinstelling: 0 °C | |
| → Bivalentiepunt warm water: °C | Als de buitentemperatuur onder de ingestelde waarde komt, activeert de systeemthermo-staat de extra CV-ketel parallel met de warmtepomp.Fabrieksinstelling: -7 °C | |
| → Alternatief punt: | Als de buitentemperatuur onder de ingestelde waarde komt, schakelt de systeemthermostaat de warmtepomp uit en voorziet de extra CV-ketel in de warmtebehoefte in het CV-bedrijf.Voorwaarde: In de functie Hybridemanager: is Bivalent.pnt uitgezocht.Fabrieksinstelling: Uit | |
| → Temperatuur noodbedrijf: °C | Lage gewenste aanvoertemperatuur instellen. Bij een uitval van de warmtepomp voorziet de extra CV-ketel in de warmtebehoefte, wat leidt tot hogere stookkosten. Aan het warmtever- lies moet de gebruiker herkennen, dat er een probleem is met de warmtepomp.De gebruiker kan de extra CV-ketel via de functie Modus: Tijdelijke modus bijverwarming vrijgeven en daarmee de hier ingestelde gewenste aanvoertemperatuur buiten werking stel- len.Fabrieksinstelling: 25 °C | |
| → Bijverwarming type: | Type extra geinstalleerde warmteopwekker selecteren. Een foutieve selectie kan leiden tot hogere kosten.Voorwaarde: In de functie Hybridemanager: is triVAI uitgezocht.Fabrieksinstelling: Cond. | |
| → Energiebedrijf: | Vastleggen wat bij het verstuurde signaal van het energiebedrijf of een externe thermostaat gedeactiveerd moet worden. De keuze blijft net zolang gedeactiveerd, tot het signaal teruggenomen.De warmteopwekker negeert het deactiveringssignaal, zodra de vorstbeveiligingsfunctie ac-tief is.Instellingen bij deactiveringssignaal van het energiebedrijf:- WP uit- BV uit- WP + BV uitBij de instellingenWP uit, BV uit en WP + BV uit betekent het contact van het energiebe-drijf aan de warmtepomp-gesloten = geblokkeerd-open = vrijgegevenInstellingen bij deactiveringssignaal van een geïnstalleerde externe thermostaat:- Verwarmen uit-Koelen uit- Verw.+koel. uitBij de instellingenVerwarmen uit, Koelen uit en Verw.+koel. uitbetekent het contact van het energiebedrijf aan de warmtepomp-gesloten = vrijgegeven-open = geblokkeerdFabrieksinstelling:WP + BV uit | |
| → Bijverwarming:Fabrieksinstelling:WW + verw. | →WW + verw. | De extra CV-ketel ondersteunt de warmtepomp niet.Voor de legionellabescherming, vorstbeveiliging of het ontdooien wordt de extra CV-ketel geactiveerd. |
| → Verwarmen | De extra CV-ketel ondersteunt de warmtepomp bij het verwarmen.Voor de legionellabescherming wordt de extra CV-ketel geactiveerd. | |
| →Warm water | De extra CV-ketel ondersteunt de warmtepomp bij de warmwaterberei-ding.Voor de vorstbeveiliging of het ontdooien wordt de extra CV-ketel veerd. | |
| →WW + verw. | De extra CV-ketel ondersteunt de warmtepomp bij de warmwaterberei-ding en bij het verwarmen. | |
| → Aanvoertemp. systeem:°C | Gemeten temperatuur, bijvoorbeeld achter de hydraulische wissel | |
| → Offset buffer:K | Bij overtollige stroom wordt het buffervat door de warmtepomp verwarmd naar de aanvoer-temperatuur + ingestelde offset. Voorwaarde:- Een fotovoltaïsche installatie is aangesloten.- In de functieConfiguratie WP-regelmodule→ME:is Fotovoltaïek geactiveerd.Fabrieksinstelling:10 K | |
| → Volgordeomkering:Fabrieksinstelling:In | →Uit | De systeemthermostaat stuurt de warmteopwekkers altijd in de volgorde 1, 2, 3, ... aan. |
| →In | De systeemthermostaat sorteert de warmteopwekkers een keer per dag volgens de duur van de aansturingstijd.De hulpverwarming is van de sortering uitgesloten. | |
| Voorwaarde:De CV-installatie heeft een cascade. | ||
| → Aanstuurvolgorde: | Volgorde, waarin de systeemthermostaat de warmteopwekkers aanstuurt.Voorwaarde:De CV-installatie heeft een cascade. | |
| → Conf. ext. ingang: | Selectie of het externe CV-circuit met een brug of met open klemmen wordt gedeactiveerd.Voorwaarde:de functiemodule FM5 en/of FM3 is aangesloten.Fabrieksinstelling:NC contact | |
| → Maximale voorverw.tijd: | Instellen van de periode, zodat de gewenste kamertemperatuur aan het begin van het 1e tijdvenster is bereikt.Het begin van het opwarmen wordt afhankelijk van de buitentemperatuur (BT) vastgelegd:- BT ≤ -20 °C: = ingestelde duur van de voorverwarmingstijd- BT ≥ +20 °C: = geen voorverwarmingstijdTussen deze beide waarden volgt een lineaire berekening van de duur van de voorverwar-mingstijd.Fabrieksinstelling:Uit | |
| MENU → INSTELLINGEN → Installateursniveau → Installatieconfiguratie | |||
| → WW in cascade: | Instellen of de eerste warmtepomp of alle warmtepompen voor de warmwaterbereiding ge-bruikt moeten worden.Fabrieksinstelling:Allewarmtepompen | ||
| → BT doorverwarmen: | Wanneer de buitentemperatuur de ingestelde temperatuurwaarde onderschrijdt, wordt buiten het tijdvenster met behulp van deStooklijn:op deGewenste temperatuur:°Cgeregeld.AT ≤ ingestelde temperatuurwaarde: geen nachtverlaging of totale uitschakelingFabrieksinstelling:Uit | ||
| → Configuratie systeemschema | |||
| → Systeemschemacode: | Systemen zijn over het algemeen op aangesloten systeemcomponenten gegroepeerd. Elke groep heeft een systeemschemacode. Gebaseerd op de ingevoerde code schakelt de sys- teemthermostaat de systeemgerelateerde functies vrij.Door de aangesloten componenten kunt u voor de geïnstalleerde installatie de systeem-schema-code vaststellen (→ gebruik van de functiemodule, systeemschema, ingebruikne-ming) en hier invoeren.Fabrieksinstelling: systeemschema 1 of 8 | ||
| → Configuratie FM5: | Elke configuratie komt overeen met een gedefinieerde klembezetting FM5(→ Hoofdstuk 4.5). De klembezetting bepaalt, welke functies de in- en uitgangen hebben.Configuratie selecteren die bij de geïnstalleerde installatie past. | ||
| → Configuratie FM3: | Elke configuratie komt overeen met een gedefinieerde klembezetting FM3(→ Hoofdstuk 4.6). De klembezetting bepaalt, welke functies de in- en uitgangen hebben.Configuratie selecteren die bij de geïnstalleerde installatie past. | ||
| → Multif.uitg. FM3: | Functiebezetting van de multifunctionele uitgang selecteren. | ||
| → Multif.uitg. FM5: | Functiebezetting van de multifunctionele uitgang selecteren. | ||
| → Configuratie WP-regelmodule | |||
| → Multif.uitg. 2:Fabrieksinstelling: Circulatiepomp | Functiebezetting van de multifunctionele uitgang selecteren. | ||
| → ME:Fabrieksinstelling: 1 x circulatie | → Niet verbon-den | De systeemthermostaat negeert het aanwezige signaal. | |
| → 1 x circulatie | De gebruiker heeft op de toets voor de circulatie gedrukt. De systeem-thermostaat activeert de circulatiepomp voor een korte periode. | ||
| → Fotovoltaiek | Bij overtollige stroom is een signaal aanwezig en activeert de systeem-thermostaal eenmalig de functieBoost warm water.Als het signaal aanwezig blijft, wordt het buffervat met aanvoertemperatuur + offset buf-fervat zolang geladen, tot het signaal bij de warmtepomp weggaat. | ||
| → Ext. koelmo-dus | Het signaal van een externe thermostaat wordt voor het omschakelen tussen verwarmen en koelen gebruikt. Voorwaarde: in de functieEner-giebedrijf:isVerw.+koel.uitgeselecteerd.- MI-contact gesloten = koelen- MI-contact open = verwarmen | ||
| De systeemthermostaat controleert, of bij de ingang van de warmtepomp een signaal aanwezig is. Bijvoorbeeld:- IngangaroTHERM:ME van de warmtepompregelingsmodule- Ingang flexoTHERM:X41, klem FB | |||
| → Warmteopwekker 1→ Warmtepomp 1→ Warmtepompregelingsmodule | |||
| → Status: | |||
| → Actuele aanvoertemperatuur:°C | |||
| → Circuit 1 | |||
| → Soort circuit:Fabrieksinstelling: Verwarmen | → Inactief HetCV-circuit wordt niet gebruikt. | ||
| → Verwarmen | Het CV-circuit wordt gebruikt om te verwarmen en is weersafhankelijk geregebeld. Afhankelijk van het systeemschema kan het CV-circuit een mengklepcircuit of een direct circuit zijn. | ||
| → Vaste waarde | Het CV-circuit wordt gebruikt om te verwarmen en is op een vaste ge-wenste aanvoertemperatuur geregeld. | ||
| → Warm water | Het CV-circuit wordt als warmwatercircuit voor een extra boiler gebruikt. | ||
| → Retourverho-ging | Het CV-circuit wordt gebruikt voor de retourverhoging. De retourverho-ging voorkomt een te groot temperatuurverschil tussen CV-aanvoer- en retourleiding en beschermt tegen corrosie in de CV-ketel bij langere on derschrijding van het dauwpunt. | ||
| → Status: | |||
| MENU → INSTELLINGEN → Installateursniveau → Installatieconfiguratie | |||
| → Gew. aanvoertemperatuur: °C | |||
| → Act. aanvoertemperatuur: °C | |||
| → Gew. retourtemperatuur: °C | Temperatuur selecteren, waarmee het CV-water in de CV-ketel moet terugstromen.Fabrieksinstelling: 30 °C | ||
| → BT-uitschakelgrens: °C | Bovengrens voor de buitentemperatuur invoeren. Als de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde stijgt, deactiveert de systeemthermostaat het CV-bedrijf.Fabrieksinstelling: 21 °C | ||
| → Gew. aanvoertemperatuur: °C | Temperatuur voor het vaste waarde-circuit selecteren, dat binnen het tijdvenster geldt.Fabrieksinstelling: 65 °C | ||
| → Gew. aanvoertemp.nacht: °C | Temperatuur voor het vaste waarde-circuit selecteren, dat buiten het tijdvenster geldt.Fabrieksinstelling: 0 °C | ||
| → Stooklijn: | De stooklijn is de afhankelijkheid van de aanvoertemperatuur van de buitentemperatuur voor de gewenste temperatuur (gewenste kamertemperatuur). Uitvoerige beschrijving van de stooklijn (→ Hoofdstuk 2.10)Fabrieksinstelling:- 1,20 bij conventionele warmteopwekker- 0,60 bij warmtepomp en/of gemengd circuit | ||
| → Min. gew. aanvoertemp.: °C | Ondergrens voor de gewenste aanvoertemperatuur invoeren. De systeemthermostaat vergelijkt de ingestelde waarde met de berekende gewenste aanvoertemperatuur en regelt naar de hogere waarde.Fabrieksinstelling: 15 °C | ||
| → Max. gew. aanvoertemp.: °C | Bovengrens voor de gewenste aanvoertemperatuur invoeren. De systeemthermostaat vergelijkt de ingestelde waarde met de berekende gewenste aanvoertemperatuur en regelt naar de lagere waarde.Fabrieksinstelling:- 90 °C bij conventionele warmteopwekker- 55 °C bij warmtepomp en/of gemengd circuit | ||
| → Nachtmodus:Fabrieksinstelling: Eco | → EcoDe verwarmingsfunctie is uitgeschakeld en de vorstbeveiligingsfunctie is actief.Bij buitentemperaturen die langer dan 4 uur onder 4 °C zijn schakelt de systeemthermostaat de warmteopwekker in en regelt naar de Afkoeltemperatuur: °C. Bij een buitentemperatuur boven 4 °C schakelt de systeemthermostaat de warmteopwekker uit. De bewaking van de buiten-temperatuur blijft actief.Gedrag van het CV-circuit buiten het tijdvenster. Voorwaarde:- In de functie Verwarmen → Modus: is Tijdgestuurd geactiveerd.- In de functie Binnentemp.comp.: is Actief of Inactief geactiveerd.Als Uitgebreid in de Binnentemp.comp.: is geactiveerd, regelt de systeemthermostaat onafhankelijk van de buitentemperatuur op de gewenste kamertemperatuur 5 °C. | ||
| → NormaalDe verwarmingsfunctie is ingeschakeld. De systeemthermostaat regelt naar de Afkoeltemperatuur: °C.Voorwaarde: in de functie Verwarmen → Modus: is Tijdgestuurd geactiveerd. | |||
| Het gedrag is voor elk verwarmingscircuit afzonderlijk instelbaar. | |||
| → Binnentemp.comp.:Fabrieksinstelling: Inactief | → InactiefAanpassing van de aanvoertemperatuur afhankelijk van de actuele kamertemperatuur. | ||
| → ActiefAanpassing van de aanvoertemperatuur afhankelijk van de actuele kamertemperatuur. De systeemthermostaat activeert/deactiveert aanvul-lend de zone.- De zone wordt gedeactiveerd: actuele kamertemperatuur > ingestelde kamertemperatuur + 2/16 K- De zone wordt geactiveerd: actuele kamertemperatuur < ingestelde kamertemperatuur - 3/16 K | |||
MENU → INSTELLINGEN → Installateursniveau → Installatieconfiguratie
| De ingebouwde temperatuursensor meet de actuele kamertemperatuur. De systeemthermostaat berekent een nieuwe gewenste kamertemperatuur, die voor de aanpassing van de aanvoertemperatuur als referentie wordt gebruikt.- Verschil= ingestelde gewenste kamertemperatuur - actuele kamertemperatuur- Nieuwe gewenste kamertemperatuur = ingestelde gewenste kamertemperatuur + verschilVoorwaarde: De systeemthermostaat resp. de afstandsbediening is in de functie Zonetoewijzing: aan de zone toegewezen, waarin de thermostaat resp. de afstandsbediening is geïnstalleerd.De functie Binnentemp.comp.: is buiten werking, als Geen toek. in de functie Zonetoewijzing: is geactiveerd. | ||
| → Koelen mogelijk: Voorwaarde: een warmtepomp is aangesloten.Fabrieksinstelling: Nee | ||
| → Dauwpuntsbewaking: | De systeemthermostaat vergelijkt de ingestelde minimale gewenste aanvoertemperatuurKoelen met het actuele dauwpunt + ingestelde offset van het dauwpunt. De systeemthermostaat kiest als gewenste aanvoertemperatuur de hogere temperatuur, om condens te ver-mijden.Voorwaarde: De functie Koelen mogelijk: is geactiveerd.Fabrieksinstelling: Ja | |
| → Min.gew. aanvoertemp koelen: °C | De systeemthermostaat regelt het CV-circuit naar de Min.gew. aanvoertemp koelen: °C.Voorwaarde: De functie Koelen mogelijk: is geactiveerd.Fabrieksinstelling: 20 °C | |
| → Offset dauwpunt: K | Veiligheidstoeslag, die bij het actuele dauwpunt wordt opgeteld. Voorwaarde:- De functie Koelen mogelijk: is geactiveerd.- De functie Dauwpuntsbewaking: is geactiveerd.Fabrieksinstelling: 2 K | |
| → Ext. warmtevraag: | Weergave, of op een externe ingang een warmtebehoefte is.Bij installatie van een functie module FM5 of FM3 zijn afhankelijk van de configuratie externe ingangen beschikbaar. Op deze externe ingang kunt u bijv. een externe zonethermostaat aansluiten. | |
| → Warmwatertemperatuur: °C | Gewenste temperatuur van de warmwaterboiler. Het CV-circuit wordt als warmwatercircuit gebruikt. | |
| → Act. boilertemperatuur: °C Actuele temperatuur in warmwaterboiler. | ||
| → Status pomp: | ||
| → Status mengklep: % | ||
| → Zone | ||
| → Zone geactiveerd: | Deactiveren van niet-benodigde zones. Alle aanwezige zones verschijnen op het display.Voorwaarde: De aanwezige CV-circuits zijn geactiveerd in de functie Soort circuit:.Fabrieksinstelling: Ja | |
| → Zonetoewijzing: | Systeemthermostaat resp. afstandsbediening aan de geselecteerde zone toewijzen. De systeemthermostaat resp. de afstandsbediening moet in de geselecteerde zone zijn geïnstalleerd. De regeling gebruikt bovendien de kamertemperatuursensor van het toegewezen toestel. De afstandsbediening gebruikt alle waarden van de toegewezen zone. De functie Binnentemp.comp.: is buiten werking, als u geen zonetoewijzing hebt uitgevoerd. | |
| → Status zoneklep: | ||
| → Warm water | ||
| → Boiler: | Bij aanwezige warmwaterboiler moet de instelling Actief worden geselecteerd.Fabrieksinstelling: Actief | |
| → Gew. aanvoertemperatuur: °C | ||
| → Boilerlaadpomp: | ||
| → Circulatiepomp: | ||
| → Legio.bescherm. dag: | Vastleggen op welke dagen de legionellabescherming moet worden uitgevoerd. Op deze da-gen wordt de watertemperatuur boven 60 °C verhoogd. De circulatiepomp wordt ingescha-keld. De functie eindigt uiterlijk na 120 minuten.Bij geactiveerde functie Afwezigheid wordt de legionellabescherming niet uitgevoerd. Zodra de functie Afwezigheid is beëindigd wordt de legionellabescherming uitgevoerd.CV-installaties met warmtepomp gebruiken de extra CV-ketel voor de legionellabescherming.Fabrieksinstelling: Uit | |
| → Legio.besch. tijd: | Vastleggen op welk tijdstip de legionellabescherming moet worden uitgevoerd.Fabrieksinstelling: 04:00 | |
| → Hysterese boilerlading: K | De boilerlading start, zodra de boilertemperatuur < gewenste temperatuur - hysteresewaarde is.Fabrieksinstelling: 5 K | |
| MENU → INSTELLINGEN → Installateursniveau → Installatieconfiguratie | ||
| → Offset boilerlading: K | Gewenste temperatuur + offset = aanvoertemperatuur voor de warmwaterboiler.Fabrieksinstelling: 25 K | |
| → Max. boilerlaadtijd: | Instellen van de maximale tijd, waarmee de warmwaterboiler ononderbroken wordt geladen.Als de maximale tijd of gewenste temperatuur wordt bereikt, geeft de systeemthermostaat de verwarmingsfunctie vrij. De instellingUit betekent: geen beperking van de boilerlaadtijd.Fabrieksinstelling: 60 min | |
| → Blokkertijd boilerlading: min | Instellen van de periode waarin de boilerlading na afloop van de max. boilerlaadtijd wordt geblokkeerd. In de geblokkeerde tijd geeft de systeemthermostaat de verwarmingsfunctie vrij.Fabrieksinstelling: 60 min | |
| → Parallelle boilerlading: | Tijdens de lading van de warmwaterboiler wordt het mengercircuit parallel verwarmd. Het ongemengde CV-circuit wordt bij een boilerlading altijd uitgeschakeld.Fabrieksinstelling:Nee | |
| → Buffervat | ||
| → Buffertemperatuur, boven: °C | Werkelijke temperatuur in het bovenste bereik van het buffervat | |
| → Buffertemperatuur, onder: °C | Werkelijke temperatuur in het onderste bereik van het buffervat | |
| → Temp.sensor WW, boven: °C | Werkelijke temperatuur in het bovenste bereik in het warmwaterdeel van het buffervat | |
| → Temp.sensor WW, onder: °C | Werkelijke temperatuur in het onderste bereik in het warmwaterdeel van het buffervat | |
| → Temp.sensor verw, boven: °C | Werkelijke temperatuur in het bovenste bereik in het verwarmingsdeel van het buffervat | |
| → Temp.sensor verw, onder: °C | Werkelijke temperatuur in het onderste bereik in het verwarmingsdeel van het buffervat | |
| → Zonneboiler, onder: °C | Werkelijke temperatuur in het onderste bereik van de zonneboiler | |
| → Max. gew.aanvoertemp. WW: °C | Instellen van de maximale gewenste aanvoertemperatuur van de buffertank voor de tapwa- termodule. De ingestelde maximale gewenste aanvoertemperatuur moet lager zijn dan de max. aanvoertemperatuur van de warmteopwekker.Bij te laag ingestelde maximale gewenste aanvoertemperatuur kan de tapwatermodule de gewenste temperatuur niet bereiken. Zolang de gewenste temperatuur niet bereikt is, geeft de systeemthermostaat de warmteopwekker niet vrij voor het CV-bedrijf.In de installatiehandleiding van de warmteopwekker vindt u de maximale aanvoertemperatuur.Fabrieksinstelling:- 80 °C- 65 °C bij keuze van systeemschema 8 | |
| → Max. temperatuur boiler 1: °C | Instelling van de maximale boilertemperatuur. Het zonnecircuit stopt de boilerlading zodra de maximale boilertemperatuur is bereikt.Fabrieksinstelling: 75 °C | |
| → Zonnecircuit | ||
| → Collectortemperatuur: °C | ||
| → Zonnepomp: | ||
| → Voeler voor opbrengstmeting: °C | ||
| → Debiet zonnesysteem: | Invoeren van de volumestroom voor de berekening van de zonne-opbrengst. Bij geinstal-leerd zonnestation negeert de systeemthermostaat de ingevoerde waarde en gebruikt leverde volumestroom van het zonnestation.De waarde 0 betekent de automatische registratie van de volumestroom.Fabrieksinstelling:Auto | |
| → Zonne-pompkick: | Versnelde registratie van de collectortemperatuur. Bij geactiveerde functie wordt de zonne-pomp voor korte tijd ingeschakeld en wordt de verwarmde zonnevloeistof sneller naar het meetpunt getransporteerd.Fabrieksinstelling:Uit | |
| → Zonnecircuitbev.functie: °C | Instellen van de maximale temperatuur, die in het zonnecircuit niet overschreden mag wor-den. Bij overschrijden van de maximale temperatuur op de collectorsensor wordt de pomp uitgeschakeld, om het zonnecircuit te beschermen tegen oververhitting.Fabrieksinstelling: 130 °C | |
| → Min. collectortemperatuur: °C | Instellen van de minimale collectortemperatuur, die voor het inschakelverschil van de zon-nelading nodig is. Pas als de minimale collectortemperatuur is bereikt, kan de TD-regeling starten.Fabrieksinstelling: 20 °C | |
| → Ontluchtingstijd: min | Instellen van de periode waarin het zonnecircuit wordt ontlucht. De systeemthermostaat be- eindigt de functie, als de ingestelde ontluchtingstijd afgelopen is, de zonnecircuitbeveiligings-functie actief is of de max. boilertemperatuur overschreden is.Fabrieksinstelling: 0 min | |
| → Actuele doorstroming: l/min | Actuele volumestroom van het zonnestation | |
| → Zonneboiler 1 | ||
| → Inschakelverschil: K | Instellen van de verschilwaarde voor de start van de zonnelading.Als het temperatuurverschil tussen de boilertemperatuursensor beneden en de collectorsensor groter is dan de ingestelde verschilwaarde en de ingestelde minimale collectortemperatuur wordt de boilerlading gestart.De verschilwaarde kan afzonderlijk voor twee aangesloten zonneboilers vastgelegd worden.Fabrieksinstelling: 12 K | |
| → Uitschakelverschil: K | Instellen van de verschilwaarde voor het stoppen van de zonnelading.Als het temperatuurverschil tussen de boilertemperatuursensor beneden en de collectorsensor kleiner is dan de ingestelde verschilwaarde of de collectortemperatuur lager is dan de ingestelde minimale collectortemperatuur, wordt de boilerlading gestopt. De uitschakelverschilwaarde moet minstens 1 K kleiner zijn dan de ingestelde inschakelverschilwaarde.Fabrieksinstelling: 5 K | |
| → Maximale temperatuur: °C | Instelling van de maximale boilertemperatuur voor de boilerbescherming.Als de temperatuur op de boilertemperatuursensor beneden hoger is dan de ingestelde maximale boilerlaadtemperatuur, wordt de zonnelading onderbroken.De zonnelading wordt weer vrijgegeven, als de temperatuur op de boilertemperatuursensor beneden afhankelijk van de maximale temperatuur tussen 1,5 K en 9 K gedaald is. De ingestelde maximumtemperatuur mag niet hoger zijn dan de maximaal toegestane boilertemperatuur van de boiler.Fabrieksinstelling: 75 °C | |
| → Zonneboiler, onder: °C | ||
| → 2. Delta T-regeling | ||
| → Inschakelverschil: K | Instellen van de verschilwaarde voor de start van de temperatuurverschilregeling, zoals van een zonneverwarmingsondersteuning.Als het temperatuurverschil tussen TD-sensor 1 en TD-sensor 2 groter is dan het ingestelde inschakelverschil en de ingestelde minimale temperatuur op TD-sensor 1, wordt de temperatuurverschilregeling gestart.Fabrieksinstelling: 12 K | |
| → Uitschakelverschil: K | Instellen van de verschilwaarde voor het stoppen van de temperatuurverschilregeling, zoals van een zonneverwarmingsondersteuning.Als het temperatuurverschil tussen TD-sensor 1 en TD-sensor 2 kleiner is dan het uitschakelverschil en de ingestelde maximale temperatuur op TD-sensor 2, wordt de temperatuurverschilregeling gestopt.Fabrieksinstelling: 5 K | |
| → Minimale temperatuur: °C | Instellen van de minimale temperatuur voor de start van de temperatuurverschilregeling.Fabrieksinstelling: 0 °C | |
| → Maximale temperatuur: °C | Instellen van de maximale temperatuur voor het stoppen van de temperatuurverschilregeling.Fabrieksinstelling: 99 °C | |
| → TD-sensor 1: °C | ||
| → TD-sensor 2: °C | ||
| → Delta T-uitgang: | ||
| → Draadloze verbinding | ||
| → Ontvangststerkte regelaar: | Aflezen ontvangststerkte tussen ontvanger en systeemthermostaat.- 4: de draadloze verbinding is binnen de aanvaardbare waarden. Als de ontvangststerkte < 4 wordt, dan is de draadloze verbinding instabiel.- 10: de draadloze verbinding is heel stabiel. | |
| → Afstandsbediening 1 | ||
| → Afstandsbediening 2 | ||
| → Ontvangststerkte BT-sensor: | Aflezen ontvangststerkte tussen ontvanger en buitentemperatuursensor.- 4: de draadloze verbinding is binnen de aanvaardbare waarden. Als de ontvangststerkte < 4 wordt, dan is de draadloze verbinding instabiel.- 10: de draadloze verbinding is heel stabiel. | |
| → Profiel afwerklaagdroging | Instellen van de gewenste aanvoertemperatuur per dag in overeenstemming met de bouwvoorschriften | |
3 -- elektrische installatie, montage
Hindernissen verzwakken de ontvangststerkte tussen ont- vanger en systeemthermostaat resp. buitentemperatuursen- sor.
De elektrische installatie mag alleen door een elektromor teur worden uitgevoerd.
De CV-installatie moet buiten gebruik worden genomen, voordat werkzaamheden aan de installatie uitgevoerd worden.
3.1 Leveringsomvang controleren
| Aantal Inhoudsopgave |
| 1 Systeemregelaar |
| 1 Draadloze ontvanger |
| 1 Buitentemperatuursensor VR 20 of buitentemperatuursensor VR 21 |
| 1 Bevestigingsmateriaal (2 schroeven en 2 pluggen) |
| 4 Batterijen, type LR06 |
| 1 Documentatie |
▶ Controleer of de levering compleet is.
3.2 Keuze van de leidingen
- Gebruik voor netspanningsleidingen geen flexibele gen.
- Gebruik voor voedingskabels mantelkabels.
Doorsnede leiding
| eBUS-leiding (soepel, flexi-bel van koper) | 0,75 ... 1,5 mm2 |
| eBUS-leiding (massief, van koper) | 1,0 ... 1,5 mm2 |
| Sensorleiding (soepel, flexi-bel van koper) | 0,75 ... 1,5 mm2 |
| Sensorleiding (massief van koper) | 1,0 ... 1,5 mm2 |
Leidinglengte
| Voelerbedrading | ≤ 50 m |
| Busbedrading | ≤ 125 m |
3.3 Ontvanger installeren
De ontvanger kan op een warmteopwekker of op een woon-huisventilatietoestel met aangesloten warmteopwekkers worden geïnstalleerd.
Bij de installatie van de ontvanger op een warmteopwekker ook buiten vochtige bereiken kan de ontvanger voor de verbetering van de ontvangststerkte aan de wand worden ge- monteerd en via een verlengkabel worden aangesloten.
3.3.1 Ontvanger monteren en op warmteopwekker aansluiten
Voorwaarde: De warmteopwekker heeft een mogelijkheid tot directe aan-sluiting en is niet in de vochtige omgeving geïnstalleerd.

text_image
A B▶ Monteer de ontvanger onder de warmteopwekker.
- Sluit de ontvanger aan op de directe aansluiting onder de warmte-opwekker..
Voorwaarde: De warmteopwekker heeft geen mogelijkheid tot directe aan-sluiting en/of is niet in de vochtige omgeving geïnstalleerd.

▶ Verwijder de klep van de ontvanger zoals op de afbeelding.
▶ Verwijder de aanwezige kabel voor de directe aansluiting.

text_image
voon- ker ver- ge-- Sluit de ter plaatse aanwezige eBUS-kabel aan conform de afbeelding.
▶ Sluit de klep van de ontvanger.

text_image
60 mm 2,6 mmMonteer de ophangschroeven conform de afbeelding buiten de vochtige omgeving.
Plaats de ontvanger op de ophangschroeven.

text_image
X24 Burner Off RT 24V OFF RT BUS X100 Burner Off RT 24V BUS - + X100Ga bij het openen van de schakelkast van de warmteopwekker te werk zoals beschreven in de installatiehandleiding van de warmteopwekker.
Sluit de ontvanger via een verlengkabel conform de beelding aan op de eBUS-interface in de schakelkast de warmteopwekker.
3.3.2 Ontvanger op ventilatietoestel aansluiten
- Monteer de draadloze ontvanger aan de muur.
- Ga bij het aansluiten van de ontvanger op het ventilatietoestel te werk, zoals beschreven in de installatiehandleiding van het ventilatietoestel.
Voorwaarde: Ventilatietoestel zonder VR 32 op de eBUS aangesloten, Ventilatietoestel zonder eBUS warmteopwekker
- Sluit de ontvanger via een verlengkabel aan op de interface in de schakelkast van het ventilatietoestel.
Voorwaarde: Ventilatietoestel met VR 32 op de eBUS aangesloten, Ventilatietoestel met max. 2 eBUS warmteopwekkers
- Sluit de ontvanger via een verlengkabel aan op de interface in de schakelkast van het ventilatietoestel.
Stel de adresschakelaar van de VR 32 in het ventilatie-toestel op positie 3 in.
Voorwaarde: Ventilatietoestel met VR 32 op de eBUS aangesloten, Ventilatietoestel met meer dan 2 eBUS warmteopwekkers
- Sluit de ontvanger via een verlengkabel aan op de interface in de schakelkast van het ventilatietoestel.
Bepaal de hoogst toegekende positie aan de adres kelaar van de VR 32 van de aangesloten warmteopv ker.
▶ Stel de adresschakelaar van de VR 32 in het ventilatie-toestel op de volgende hogere positie in.
3.4 Buitentemperatuurvoeler monteren
3.4.1 Opstelplaats van de buitenvoeler aan het gebouw bepalen
▶ Bepaal de opstelplaats die in ruime mate aan de vermelde vereisten voldoet:
- geen uitgesproken windstille plaats
- geen bijzonder tochtige plaats
- zonder directe zonnestraling
- zonder invloed van warmtebronnen
- een noord- of noordwestgevel
- bij gebouwen tot 3 etages op 2/3 van de gevelhoogte
- bij gebouwen met meer dan 3 etages tussen 2e en 3e etage
3.4.2 Voorwaarde voor het bepalen van de ontvangststerkte van de buitenvoeler
- De montage en installatie van alle systeemcomponenten, alsook van de ontvanger (behalve systeemthermostaat en buitenvoeler) is afgesloten.
- De stroomvoorziening voor de volledige CV-installatie is ingeschakeld.
- De systeemcomponenten zijn ingeschakeld.
- De verschillende installatiewizards van de systeemcomponenten zijn met succes afgesloten.
3.4.3 Ontvangststerkte
mteop- dlei- van de buitentemperatuursensor aan de uitgezochte opstelplaats bepalen
- Neem alle punten in Voorwaarde voor het bepalen van af- de ontvangststerkte van de buitentemperatuursensor t van(→ Hoofdstuk 3.4.2) in acht.
- Lees het bedieningsconcept en het bedieningsvoorbeeld, die in de bedienings- en montagehandleiding van de systeemthermostaat beschreven zijn.
- Ga naast de ontvanger staan.

text_image
eBUS- eBUS- atie--
Open het batterijvak van de systeemthermostaat over-eBUSenkomstig de afbeelding.
-
Plaats de batterijen met de polen in de juiste richting.
scha- ◀ De installatieassistent start.
vek-Sluit het batterijvak.
- Selecteer de taal.
-
Stel de datum in.
-
Stel de tijd in.
De installatiewizard wisselt naar de functie Ont- vangststerkte regelaar.
- Ga met de systeemthermostaat naar de uitgezochte opstelplaats van de buitentemperatuursensor.
- Sluit op weg naar de opstelplaats van de buitentemperatuursensor alle deuren en vensters.
- Bedien de wek-/inslaapknop aan de bovenkant van het product, wanneer het display uit is.
Voorwaarde: Display is aan, Display toont Draadloze communicatie onderbroken
- Verzeker u ervan dat de stroomvoorziening ingeschakeld is.
Voorwaarde: Display is aan, Ontvangststerkte regelaar < 4
▶ Zoek een opstelplaats voor de buitentemperatuursensor die binnen de ontvangstreikwijdte ligt.
▶ Zoek een nieuwe opstelplaats voor de ontvanger die dichter bij de buitentemperatuursensor en binnen ontvangstreikwijdte ligt.
Voorwaarde: Display is aan, Ontvangststerkte regelaar ≥ 4
- Markeer de positie aan de wand waar de ontvangststerkte volstaat.
3.4.4 Muursokkel aan de wand monteren

- Verwijder de muursokkel overeenkomstig de afbeelding.

- Schroef de wandsokkel conform afbeelding vast.
3.4.5 Buitentemperatuursensor in gebruik nemen en opsteken

text_image
pe- net keld or- Neem de buitentemperatuursensor overeenkomstig de afbeelding in gebruik.
◀ De LED knippert gedurende enige tijd.

- Steek de buitentemperatuursensor overeenkomstig de afbeelding op de muursokkel.
3.4.6 Ontvangststerkte van de buitentemperatuursensor controleren
- Druk op de keuzetoets van de systeemthermo- staat.
De installatiewizard wisselt naar de functie Ont- vangststerkte BT-sensor.
Voorwaarde: Ontvangststerkte BT-sensor < 4
▶ Bepaal een nieuwe opstelplaats voor de buitentemperatuursensor met een ontvangststerkte ≥ 4.
Ga hierbij te werk, zoals in ontvangststerkte van de buitentemperatuursensor aan de uitgezochte opstelplaats bepalen (→ Hoofdstuk 3.4.3), beschreven.
3.5 Systeemthermostaat monteren
Opstelplaats van de systeemthermostaat in het gebouw bepalen
- Bepaal de opstelplaats die aan de vermelde vereister voldoet.
- Binnenwand van de hoofdwoonruimte
- Montagehoogte: 1.5 m
- zonder directe zonnestraling
- zonder invloed van warmtebronnen
Ontvangststerkte van de systeemthermostaat aan de uitgezochte opstelplaats bepalen
- Druk op de keuzetoets
De installatiewizard wisselt naar de functie vangststerkte regelaar.
- Ga naar de uitgezochte opstelplaats van de systeem-thermostaat.
- Sluit op weg naar de opstelplaats alle deuren.
- Bediend de wek-/inslaaptoets aan de bovenzijde van het product, wanneer het display uit is.
Voorwaarde: Display is aan, Display toont Draadloze communicatie onderbroken
▶ Verzeker u ervan dat de stroomvoorziening ingeschakeld is.
Voorwaarde: Display is aan, Ontvangststerkte regelaar < 4
▶ Zoek een opstelplaats voor de systeemthermostaat die binnen de ontvangstreikwijdte ligt.
Voorwaarde: Display is aan, Ontvangststerkte regelaar ≥ 4
- Markeer de positie aan de wand waar de ontvangststerkte volstaat.
Ophangbeugel aan de wand monteren

- Verwijder de ophangbeugel van de systeemthermostaat overeenkomstig de afbeelding.

text_image
A B C Ø6- Bevestig de ophangbeugel conform de afbeelding.
Systeemthermostaat ophangen

text_image
A B keld ie- Steek de systeemthermostaat overeenkomstig de afbeelding op de ophangbeugel tot deze vastklikt.
4 -- Toepassing van de functiemodule, systeemschema, ingebruikneming
4.1 Systeem zonder functiemodule

flowchart
graph TD
A["eBUS"] --> B["VRC 720f"]
B --> C["Device with fan"]
C --> D["Ground"]
E["Computer"] --> F["Control Unit"]
G["Power Supply"] --> H["Switch"]
I["External Component"] --> J["External Component"]
Eenvoudige systemen met een direct CV-circuit hebben geen functiemodule nodig.
4.2 Systeem met functiemodule FM3

flowchart
graph TD
A["eBUS"] --> B["VM3 (VR 70)"]
B --> C["VRC 720f"]
C --> D["Water Tank"]
D --> E["Device"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
Systemen met twee CV-circuits, die gescheiden van elkaar geregeld moeten worden, hebben de functiemodule FM3 nodig. Het systeem kan niet worden uitgebreid met een afstandsbediening..
4.3 Systeem met functiemodules FM5 en FM3

flowchart
graph TD
A["eBUS"] --> B["VM5 (VR 71)"]
A --> C["VM3 (VR 70)"]
B --> D["VR 92f"]
C --> E["VR 92f"]
D --> F["Valve"]
E --> G["Valve"]
F --> H["Valve"]
G --> I["Valve"]
H --> J["Valve"]
I --> K["Valve"]
J --> L["Valve"]
K --> M["Valve"]
L --> N["Valve"]
M --> O["Valve"]
N --> P["Valve"]
O --> Q["Valve"]
P --> R["Valve"]
Q --> S["Valve"]
R --> T["Valve"]
S --> U["Valve"]
T --> V["Valve"]
U --> W["Valve"]
V --> X["Valve"]
W --> Y["Valve"]
X --> Z["Valve"]
Y --> AA["Valve"]
Z --> AB["Valve"]
Voor systemen vanaf twee gemengde CV-circuits is de functiemodule FM5 nodig.
Het systeem kan bestaan uit:
- Maximaal 1 functiemodule FM5
- Maximaal 3 functiemodules FM3, naast functiemodule FM5
- Maximaal 2 afstandsbedieningen, die in elk CV-circuit ingebouwd kunnen worden
- Maximaal 9 CV-circuits, die u met een functiemodule FM5 en drie functiemodules FM3 bereikt
4.4 Toepassingsmogelijkheden van de functiemodule
4.4.1 Functiemodule FM5
Elke configuratie komt overeen met een gedefinieerde aansluitbezetting van de functiemodule FM5 (→ Hoofdstuk 4.5).
| Configuratie | Systeemeigenschap gemengde | CV-circuits |
| 1 Verwarmings- en/of warmwaterondersteuning door zonne-energie met 2 zonneboilers max. 2 | ||
| 2 Verwarmings- en/of warmwaterondersteuning door zonne-energie met 1 zonneboiler max. 3 | ||
| 3 3 gemengde CV-circuits max. 3 | ||
| 6 Multifunctionele boiler allISTOR en drinkwaterstation | max. 3 |
4.4.2 Functiemodule FM3
Bij een geïnstalleerde functiemodule FM3 beschikt het systeem over een gemengd en een ongemengd CV-circuit. De mogelijke configuratie (FM3) komt overeen met een gedefinieerde aansluitbezetting van de functiemodule FM3 (→ Hoofdstuk 4.6).
4.4.3 Functiemodules FM3 en FM5
Wanneer in een systeem de functiemodules FM3 en FM5 zijn geïnstalleerd, dan breidt elke volgende geïnstalleerde functie-module FM3 het systeem met twee gemengde CV-circuits uit.
De mogelijke configuratie (FM3+FM5) komt overeen met een gedefinieerde aansluitbezetting van de functiemodule FM3 (→ Hoofdstuk 4.6).
4.5 Aansluitbezetting functiemodule FM5

4 Relaisklemmen uitgang
2 Signaalklemmen
5 Netaansluiting
3 eBUS-klem
Bij aansluiting letten op polariteit!
Sensorklemmen S6 tot S11: ook aansluiting van externe thermostaten mogelijk
Signaalklemmen S12, S13: I = ingang, O = uitgang
Mengeruitgang R7/8, R9/10, R11/12: 1 = open, 2 = gesloten
De contacten van de externe ingangen configureert u in de systeemthermostaat.
- NO contact: contacten open, geen verwarmingsbehoefte
- NC contact: contacten gesloten, geen verwarmingsbehoefte
| Configu-ratie | R1 R2 R3 | R4 R5 | R6 R7/R8 | R9/R10 | R11/R12 | R13 | ||||||
| 1 | 3f1 | 3f2 | 9gSolar | MA | 3j | 3c/9e | 9k1op/9k1cl | 9k2op/9k2cl | - | - | ||
| 2 | 3f1 | 3f2 | 3f3 | MA | 3j | 3c/9e | 9k1op/9k1cl | 9k2op/9k2cl | 9k3op/9k3cl | - | ||
| 3 | 3f1 | 3f2 | 3f3 | MA | - | 3c/9e | 9k1op/9k1cl | 9k2op/9k2cl | 9k3op/9k3cl | - | ||
| 6 | 3f1 | 3f2 | 3f3 | MA | 9gSolar | 3c/9e | 9k1op/9k1cl | 9k2op/9k2cl | 9k3op/9k3cl | - | ||
Betekenis van de afkortingen (→ Hoofdstuk 4.9.2)
Sensorbezetting
| Configura-tie | S1 S2 | S3 S4 | S5 | S6 S7 | S8 S9 | S10 S11 | S12 S13 | |||||||
| 1 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 11 | VR 10 | - | VR 10 | VR 10 | - | - | |
| 2 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 11 | VR 10 | - | VR 10 | VR 10 | - | - | |
| 3 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | - | - | - | VR 10 | VR 10 | - | - | - | |
| 6 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | VR 10 | - | - | - | VR 10 | - | |
4.6 Aansluitbezetting functiemodule FM3

text_image
1 2 3 4 S1 S2 S3 S4 S5 S6 S7 BUS R3/4 R5/6 N 1 2 N 1 2 230V R1 R2 N 1 2 R3/4 R5/6 N 1 2 7 6 51 Sensorklemmen ingang
5 Mengeruitgang
2 Signaalklem
6 Relaisklemmen uitgang
3 Adresschakelaar
7 Netaansluiting
4 eBUS-klem
Sensorklemmen S2, S3: ook aansluiting van externe thermostaten mogelijk
Mengeruitgang R3/4, R5/6: 1 = open, 2 = gesloten
De contacten van de externe ingangen configureert u in de systeemthermostaat.
- NO contact: contacten open, geen verwarmingsbehoefte
- NC contact: contacten gesloten, geen verwarmingsbehoefte
| Configuratie | R1 | R2 | R3/R4 | R5/R6 | S1 | S2 | S3 | S4 | S5 | S6 | S7 |
| FM3+FM5 | 3fa | 3fb | 9kaop/9kacl | 9kbop/9kbcl | - | DEMa | DEMb | - | FSa | FSb | - |
| FM3 | 3f1 | 3f2 | MA | 9k2op/9k2cl | BufBt/DHW | DEM1 | DEM2 | - | SysFlow | FS2 | - |
Betekenis van de afkortingen (→ Hoofdstuk 4.9.2)
Sensorbezetting
| Configuratie S1 | S2 | S3 | S4 | S5 | S6 | S7 | ||||
| FM3+FM5 - - | - - VR | 10 | VR | 10 - | ||||||
| FM3 VR 10 - - | - VR | 10 | VR | 10 - | ||||||
4.7 Instellingen van de systeemschemacode
De systemen zijn over het algemeen op aangesloten systeemcomponenten gegroepeerd. Elke groepering krijgt een systeemschemacode, die u in de systeemthermostaat in de functie Systeemschemacode: moet invoeren. De systeemthermostaat heeft de systeemschemacode nodig, om de door het systeem bepaalde functies vrij te schakelen.
4.7.1 Gas- of olieketel als afzonderlijk toestel
| Systeemeigenschap Systeem- | schema-code: |
| allISTOR Boilersysteem incl. drinkwaterstation 1 | |
| CV-ketels met warmwaterondersteuning door zonne-energie 1 | |
| alle CV-ketels zonder zonne-energie- Warmwater-boilertemperatuursensor op CV-ketel aansluiten | 1 |
| Uitzonderingen: | |
| CV-ketels zonder zonne-energie- Warmwater-boilertemperatuursensor op functiemodule aansluiten | 2^1) |
| CV-ketels met verwarmings- en warmwaterondersteuning door zonne-energie | 2^1) |
| 1) Gebruik niet de geïntegreerde driewegklep van de CV-ketel ecoTEC VC (continue stand: CV-bedrijf). | |
4.7.2 Cascade met gas- of olieketels
Maximaal 7 CV-ketels mogelijk
Vanaf de 2e CV-ketel worden de CV-ketels via VR 32 aangesloten (adres 2...7).
| Systeemeigenschap Systeem- | schema-code: |
| Warmwaterbereiding door een geselecteerde CV-ketel (scheidingsschakeling)- Warmwaterbereiding door de CV-ketel met het hoogste adres- Warmwater-boilertemperatuursensor op deze CV-ketel aansluiten | 1 |
| Warmwaterbereiding door de gehele cascade (geen scheidingsschakeling)- Warmwater-boilertemperatuursensor op functiemodule FM5 aansluiten | 2^1) |
| allSTOR Boilersysteem incl. drinkwaterstation | 2^1) |
| 1) Gebruik niet de geïntegreerde driewegklep van de CV-ketel ecoTEC VC (continue stand: CV-bedrijf). | |
4.7.3 Warmtepomp als afzonderlijk toestel (mono-energetisch)
Met elektrische verwarmingsstaaf in de aanvoer als extra CV-ketel
| Systeemeigenschap | Systeemschemacode: | |
| zonder warmtewis-selaar1) | met warmte-wisselaar1) | |
| zonder zonne-energie– Warmwater-boilertemperatuursensor op warmtepompregelingsmodule resp. warmtepomp aansluiten | 8 | 11 |
| met warmwaterondersteuning door zonne-energie | 8 | 11 |
| allSTOR Boilersysteem incl. drinkwaterstation | 8 | 16 |
| 1) bijv. VWZ MWT | ||
4.7.4 Warmtepomp als afzonderlijk toestel (hybride)
Met externe extra CV-ketel
Een extra CV-ketel (met eBUS) wordt via VR 32 aangesloten (adres 2).
Een extra CV-ketel (zonder eBUS) wordt op de uitgang van de warmtepomp resp. van de warmtepompregelingsmodule voor de externe extra CV-ketel aangesloten.
| Systeemeigenschap Systeemschemacode: | ||
| zonder warmtewis-selaar1) | met warmte-wisselaar1) | |
| Warmwaterbereiding alleen door extra CV-ketel zonder functiemodule– Warmwater-boilertemperatuursensor op extra CV-ketel (eigen laadregeling) aansluiten | 8 | 10 |
| Warmwaterbereiding alleen door extra CV-ketel met functiemodule– Warmwater-boilertemperatuursensor op extra CV-ketel (eigen laadregeling) aansluiten | 9 | 10 |
| Warmwaterbereiding door warmtepomp en extra CV-ketel– Warmwater-boilertemperatuursensor op functiemodule FM5 aansluiten– zonder functiemodule FM5, warmwater-boilertemperatuursensor op warmtepompregelingsmodule resp. warmtepomp aansluiten | 16 16 | |
| Warmwaterbereiding door warmtepomp en extra CV-ketel met een bivalente warmwaterboiler– bovenste warmwater-boilertemperatuursensor op extra CV-ketel (eigen laadregeling) aansluiten– onderste warmwater-boilertemperatuursensor op warmtepompregelingsmodule resp. warmtepomp aansluiten | 12 13 | |
| 1) bijv. VWZ MWT | ||
4.7.5 Cascade met warmtepompen
Maximaal 7 warmtepompen mogelijk
Met externe extra CV-ketel
Vanaf de 2e warmtepomp worden de warmtepompen en evt. de warmtepompregelingsmodules via VR 32 (B) aangesloten (adres 2...7).
Een extra CV-ketel (met eBUS) wordt via VR 32 aangesloten (volgende vrije adres).
Een extra CV-ketel (zonder eBUS) wordt op de uitgang van de 1e warmtepomp resp. van de warmtepompregelingsmodule voor de externe extra CV-ketel aangesloten.
| Systeemeigenschap Systeemschemacode: | ||
| zonder warmtewis-selaar1) | met warmte-wisselaar1) | |
| Warmwaterbereiding alleen door extra CV-ketel– Warmwater-boilertemperatuursensor op extra CV-ketel (eigen laadregeling) aansluiten | 9 – | |
| Warmwaterbereiding door warmtepomp en extra CV-ketel– Warmwater-boilertemperatuursensor op functiemodule FM5 aansluiten | 16 16 | |
| 1) bijv. VWZ MWT | ||
4.8 Combinaties van systeemschema en configuratie van functiemodules
Met behulp van de tabel kunt u de uitgezochte combinatie van de systeemschema-code en de configuratie van functiemodules controleren.
| Sys- teem- schema- code: | Systeem zonder | FM5, zonder FM3 | met FM3 | met FM5 met | FM5 + max. 3 FM3 | |||||
| Configuratie | ||||||||||
| 1 2 1 2 | 3 6 | |||||||||
| warmwaterbe- reiding, zonne- energie | verwarmings- ondersteuning, zonne-energie | |||||||||
| voor conventionele warmteopwekkers | ||||||||||
| 1 Gas-/olieketel x | x^1) | x x - | - | x^1) | x^1) | x | ||||
| Gas-/olieketel, cascade - - | - - - | - | x^1) | - x | ||||||
| 2 Gas-/olieketel - | x^1) | - - x | x | x^1) | - x | |||||
| Gas-/olieketel, cascade - - | - - - | - | x^1) | x^1) | x | |||||
| voor warmtepompsystemen | ||||||||||
| 8 mono- energetisch warmte- pompsysteem | x | x^1) | x x - | - | x^1) | x^1) | x | |||
| Hybride systeem x - - - | - - - | - | ||||||||
| 9 Hybride | systeem - | x^1) | - - - | - | x^1) | - x | ||||
| Cascade uit warmtepompen - | - - - | - - | x^1) | - x | ||||||
| 10 mono- energetisch warmte- pompsysteem met warmtewis- selaar ^2) | x | x^1) | - - - | - | x^1) | - x | ||||
| Hybride systeem met warmte- wisselaar ^2) | x | x^1) | - - - | - | x^1) | - x | ||||
| 11 mono- energetisch warmte- pompsysteem met warmtewis- selaar ^2) | x | x^1) | x x - | - | x^1) | - x | ||||
| 12 Hybride systeem x | x^1) | - - - | - | x^1) | - x | |||||
| 13 Hybride systeem met warmte- wisselaar ^2) | - | x^1) | - - - | - | x^1) | - x | ||||
| 16 Hybride systeem met warmte- wisselaar ^2) | - | x^1) | - - - | - | x^1) | x^1) | x | |||
| Cascade uit warmtepompen - | - - - | - - | x^1) | x^1) | x | |||||
| mono-energetisch warmte- pompsysteem met warmtewis- selaar ^2) | x | x^1) | - - - | - | x^1) | x | ||||
| x: combinatie mogelijkx: combinatie niet mogelijk1) Bufferbeheer mogelijk2) bijv. VWZ MWT | ||||||||||
4.9 Systeemschema en aansluitschema
4.9.1 Geldigheid van de systeemschema's voor draadloze thermostaat
Alle in deze handleiding voorhanden systeemschema's gelden ook voor draadloze thermostaten, ook als in dit document in de systeemschema's en in de aansluitschema's telkens draadgebonden, d.w.z. via eBUS aangesloten thermostaten weergegeven zijn.
Het verschil tussen de integratie van een draadgebonden thermostaat en een draadloze thermostaat is bij wijze van voorbeeld op de beide volgende pagina's weergegeven.
4.9.1.1 Voorbeeld systeemschema's

text_image
12m WLAN LAN 12a 12b 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12k 12l 12m 12a 12b 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12k 12l 12m 12a 12b 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12k 12i 12m 12a 12b 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12k 12i 12m 12a 12b 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12c 12d 12e 12f 12g 12h 12i 12j 12C 30V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.5V-7.6V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.5V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.6V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.7V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.8V-8.9V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V-9.0V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9.0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -9,0 V -94.9.1.2 Voorbeeld aansluitschema's

flowchart
graph TD
subgraph_12m["12m"]
A["12"] --> B["12a"]
B --> C["12a"]
C --> D["12a"]
D --> E["12a"]
E --> F["12a"]
F --> G["12a"]
G --> H["12a"]
H --> I["12a"]
I --> J["12a"]
J --> K["12a"]
K --> L["12a"]
L --> M["12a"]
M --> N["12a"]
N --> O["12a"]
O --> P["12a"]
P --> Q["12a"]
Q --> R["12a"]
R --> S["12a"]
S --> T["12a"]
T --> U["12a"]
U --> V["12a"]
V --> W["12a"]
W --> X["12a"]
X --> Y["12a"]
Y --> Z["12a"]
Z --> AA["12a"]
AA --> AB["12a"]
AB --> AC["12a"]
AC --> AD["12a"]
AD --> AE["12a"]
AE --> AF["12a"]
AF --> AG["12a"]
AG --> AH["12a"]
AH --> AI["12a"]
AI --> AJ["12a"]
AJ --> AK["12a"]
AK --> AL["12a"]
AL --> AM["12a"]
AM --> AN["12a"]
AN --> AO["12a"]
AO --> AP["12a"]
AP --> AQ["12a"]
AQ --> AR["12a"]
AR --> AS["12a"]
AS --> AT["12a"]
AT --> AU["12a"]
AU --> AV["12a"]
AV --> AW["12a"]
AW --> AX["12a"]
AX --> AY["12a"]
AY --> AZ["12a"]
AZ --> BA["12a"]
BA --> BB["12a"]
BB --> BC["12a"]
BC --> BD["12a"]
BD --> BE["12a"]
BE --> BF["12a"]
BF --> BG["12a"]
BG --> BH["12a"]
BH --> BI["12a"]
BI --> BJ["12a"]
BJ --> BK["12a"]
BK --> BL["12a"]
BL --> BM["12a"]
BM --> BN["12a"]
BN --> BO["12a"]
BO --> BP["12a"]
BP --> BQ["12a"]
BQ --> BR["12a"]
BR --> BS["12a"]
BS --> BT["12a"]
BT --> BU["12a"]
BU --> BV["12a"]
BV --> BW["12a"]
BW --> BX["12a"]
BX --> BY["12a"]
BY --> BZ["12a"]
BZ --> CA["12a"]
CA --> CB["12a"]
CB --> CC["12a"]
CC --> CD["12a"]
CD --> CE["12a"]
CE --> CF["12a"]
CF --> CG["12a"]
CG --> CH["12a"]
CH --> CI["12a"]
CI --> CJ["12a"]
CJ --> CK["12a"]
CK --> CL["12a"]
CL --> CM["12a"]
CM --> CN["12a"]
CN --> CO["12a"]
CO --> CP["12a"]
CP --> CS["12a"]
CS --> CT["12a"]
CT --> CU["12a"]
CU --> CV["12a"]
CV --> CW["12a"]
CW --> CX["12a"]
CX --> CY["12a"]
CY --> CZ["12a"]
CZ --> DA["12a"]
DA --> DB["12a"]
DB --> DC["12a"]
end
subgraph 5.5V
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
AA
AB
AC
AD
AE
AF
AG
AH
AI
AJ
AK
AL
AM
AN
AO
AP
AQ
AR
AS
AT
AU
AV
AW
AX
AY
AZ
BA
BB
BC
BD
BE
BF
BG
BH
BI
BJ
BK
BL
BM
BN
BO
BP
BPW
VR7i
0.3Ae-0.3Bv-0.3Cv-0.3Dv-0.3E-0.3F-0.3G-0.3H-0.3I-0.3J-0.3K-0.3L-0.3M-0.3N-0.3O-0.3P-0.3Q-0.3R-0.3S-0.3T-0.3U-0.3V-0.3X-0.3Y-0.3Z-0.3A-0.3B-0.3C-0.3D-0.3E-0.3F-0.3G-0.3H-0.3I-0.3J-0.3K-0.3L-0.3M-0.3N-0.3O-0.3P-0.3Q-0.3R-0.3S-0.3T-0.3U-0.3V-0.3X-0.3X-0.3X-0.3Y-0.3X-0.3X-0.3X-0.3X-0.3X-0.3X-0.3X-0.3X-0.3X-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
96eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eV-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
48eE-V-
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
57bCOU
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
58BUS
VPM_S
VPM_W
subgraph VPM_S
X_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOU_7bCOO_VPM_S
subgraph VPM_W
X_7bCOU_VPM_S
subgraph EcoTEC
Y_7bCOU_VPM_S
subgraph EcoTEC_VPM_W
X_7bCOU_VPM_W
subgraph EcoTEC_VPM_VPM_VPM_S
Y_7bCOU_VPM_VPM_S
subgraph EcoTEC_VPM_W
X_7bCOU_VPM_W
subgraph EcoTEC_VPM_VPM_VPM_VPM_S
Y_7bCOU_VPM_VPM_S
subgraph EcoTEC_VPM_W
X_7bCOU_VPM_W
subgraph EcoTEC_VPM_VPM_VPM_VPM_S
Y_7bCOU_VPM_VPM_S
subgraph EcoTEC_VPM_W
X_7bCOU_VPM_W
subgraph EcoTEC_VPR_CDC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_W
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_VPR_SDC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_W
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_VPR_SDC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_W
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_OCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_VCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_VCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_OCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VPR_VCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_OCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_VCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_OCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_OCC
Y_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_WCC
X_7bCOU_VPR_CDC
subgraph EcoTEC_VPR_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OOC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_OCC_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ_Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)Occ(Occ)<nl>
4.9.2 Betekenis van de afkortingen
| Afkorting Betekenis | |
| 1 Warmteopwekker | |
| 1a Extra CV-toestel warm water | |
| 1b Extra CV-toestel verwarming | |
| 1c Extra CV-toestel warm water/verwarming | |
| 2a Lucht-/waterwarmtepomp | |
| 2c Buitenunit split-warmtepomp | |
| 2d Binnenunit split-warmtepomp | |
| 3 Circulatiepomp warmteopwekker | |
| 3a Circulatiepomp zwembad | |
| 3c Boilerlaadpomp | |
| 3e Circulatiepomp | |
| 3f[x] CV-pomp | |
| 3h Legionellabeveiligingspomp | |
| 3i Warmtewisselaar pomp | |
| 3j Zonnepomp | |
| 4 Buffervat | |
| 5 Warmwaterboiler monovalent | |
| 5a Warmwaterboiler bivalent | |
| 5e Hydraulische toren | |
| 6 Zonnecollector (thermisch) | |
| 7a Warmtepomp-brijnvulstation | |
| 7b Zonnestation | |
| 7d Woningstation | |
| 7f Hydraulische module | |
| 7g Warmteloskoppelingsmodule | |
| 7h Warmtewisselaarmodule | |
| 7i 2-zone-module | |
| 7j Pompgroep | |
| 8a Veiligheidsventiel | |
| 8b Veiligheidsklep drinkwater | |
| 8c Veiligheidsgroep drinkwateraansluiting | |
| 8d Veiligheidsgroep warmteopwekker | |
| 8e Membraan-expansievat CV | |
| 8f Membraanexpansievat drinkwater | |
| 8g Membraan-expansievat solair/brijn | |
| 8h Zonnevoorschakelvat | |
| 8i Thermische afvoerbeveiliging | |
| 9a Klep afzonderlijke ruimte-regeling (thermo- statisch/motorisch) | |
| 9b Zoneventiel | |
| 9c Leidingregelklep | |
| 9d Overstroomklep | |
| 9e Omschakelklep drinkwater | |
| 9f Omschakelklep koeling | |
| 9g Omschakelklep | |
| 9gSolar Omschakelklep zonne-energie | |
| 9h Vul- en aftapkraan | |
| 9i Ontluchtingsklep | |
| 9j Ventielkap |
| Afkorting Betekenis | |
| 9k[x] Driewegmengklep | |
| 9l 3 weg mengklep Koelen | |
| 9n Thermostatische mengkraan | |
| 9o Hoeveelheidsmeter | |
| 9p Cascadeklep | |
| 10a Thermometer | |
| 10b Manometer | |
| 10c | Terugslagklep |
| 10d Luchtafscheider | |
| 10e Vuilvanger mag magnetietafscheider | |
| 10f | Solair-/brijnopvangvat |
| 10g Warmtewisselaar | |
| 10h Open verdeler | |
| 10i | Flexibele aansluitingen |
| 11a Ventilatorconvector | |
| 11b Zwembad | |
| 12 Systeemregelaar | |
| 12a Afstandsbediening | |
| 12b Warmtepompregelingsmodule | |
| 12c | Multifunctionele module 2 van 7 |
| 12d Functiemodule FM3 | |
| 12e Functiemodule FM5 | |
| 12f | Bedradingsbox |
| 12g Buskoppeling eBUS | |
| 12h Zonneregelaar | |
| 12i | Externe thermostaat |
| 12j | Scheidingsrelais |
| 12k | Maximaalthermostaat |
| 12l | Boilertemperatuurbegrenzer |
| 12m | Buitentemperatuursensor |
| 12n Stromingsschakelaar | |
| 12o eBUS-netadapter | |
| 12p Draadloze ontvangereenheid | |
| 12q Internetmodule | |
| 12r | PV-thermostaat |
| C1/C2 | Vrijgave boilerlading/buffervatlading |
| COL | Collectortemperatuursensor |
| DEM[x] | Externe verwarmingsvraag voor CV-circuit |
| DHW | Boilertemperatuursensor |
| DHWBt | Boilertemperatuursensor beneden (warmwaterboiler) |
| DHWBt2 | Boilertemperatuursensor (tweede zonneboiler) |
| EVU | Schakelcontact energiebedrijf |
| FS[x] | Aanvoertemperatuursensor CV-circuit/zwembadsensor |
| MA | Multifunctionele uitgang |
| ME | Multifunctionele ingang |
| PV | Interface naar fotovoltaïsche-ondulator |
| PWM | Pulsbreedte modulatie signaal voor pomp |
| RT | kamerthermostaat |
| SCA Signaal koeling | |
| SG Interface naar transportnetexploitant | |
| Solar yield Zonneopbrengstsensor | |
| SysFlow Systeemtemperatuursensor | |
| TD1, TD2 Temperatuursensor voor een temperatuur-verschilregeling | |
| TEL Schakelingang voor afstandsbediening | |
| TR Scheidingsschakeling met schakelende CV-ketel | |
4.9.3 Systeemschema 0020184677
4.9.3.1 Instelling op de systeemthermostaat
4.9.4.1 Instelling op de systeemthermostaat
Multif.uitg. FM3: Circulatiepomp
Circuit 1 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 2 / Soort circuit: Verwarmen
Zone 1/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 2/ Zone geactiveerd: Ja
4.9.4.2 Systeemschema 0020178440

flowchart
graph TD
A["12m"] --> B["12d"]
B --> C["12d"]
C --> D["12d"]
D --> E["12d"]
E --> F["12d"]
F --> G["12d"]
G --> H["12d"]
H --> I["12d"]
I --> J["12d"]
J --> K["12d"]
K --> L["12d"]
L --> M["12d"]
M --> N["12d"]
N --> O["12d"]
O --> P["12d"]
P --> Q["12d"]
Q --> R["12d"]
R --> S["12d"]
S --> T["12d"]
T --> U["12d"]
U --> V["12d"]
V --> W["12d"]
W --> X["12d"]
X --> Y["12d"]
Y --> Z["12d"]
Z --> AA["12d"]
AA --> AB["12d"]
AB --> AC["12d"]
AC --> AD["12d"]
AD --> AE["12d"]
AE --> AF["12d"]
AF --> AG["12d"]
AG --> AH["12d"]
AH --> AI["12d"]
AI --> AJ["12d"]
AJ --> AK["12d"]
AK --> AL["12d"]
AL --> AM["12d"]
AM --> AN["12d"]
AN --> AO["12d"]
AO --> AP["12d"]
AP --> AQ["12d"]
AQ --> AR["12d"]
AR --> AS["12d"]
AS --> AT["12d"]
AT --> AU["12d"]
AU --> AV["12d"]
AV --> AW["12d"]
AW --> AX["12d"]
AX --> AY["12d"]

flowchart
graph TD
A["12m"] --> B["12d"]
B --> C["230V~"]
C --> D["230V~"]
D --> E["230V~"]
E --> F["230V~"]
F --> G["230V~"]
G --> H["230V~"]
H --> I["230V~"]
I --> J["230V~"]
J --> K["230V~"]
K --> L["230V~"]
L --> M["230V~"]
M --> N["230V~"]
N --> O["230V~"]
O --> P["230V~"]
P --> Q["230V~"]
Q --> R["230V~"]
R --> S["230V~"]
S --> T["230V~"]
T --> U["230V~"]
U --> V["230V~"]
V --> W["230V~"]
W --> X["230V~"]
X --> Y["230V~"]
Y --> Z["230V~"]
Z --> AA["230V~"]
AA --> AB["230V~"]
AB --> AC["230V~"]
AC --> AD["230V~"]
AD --> AE["230V~"]
AE --> AF["230V~"]
AF --> AG["230V~"]
AG --> AH["230V~"]
AH --> AI["230V~"]
AI --> AJ["230V~"]
AJ --> AK["230V~"]
AK --> AL["230V~"]
AL --> AM["230V~"]
AM --> AN["230V~"]
AN --> AO["230V~"]
AO --> AP["230V~"]
AP --> AQ["230V~"]
AQ --> AR["230V~"]
AR --> AS["230V~"]
AS --> AT["230V~"]
AT --> AU["230V~"]
AU --> AV["230V~"]
AV --> AW["230V~"]
AW --> AX["230V~"]
AX --> AY["230V~"]
AY --> AZ["230V~"]
AZ --> BA["230V~"]
BA --> BB["230V~"]
BB --> BC["230V~"]
BC --> BD["230V~"]
BD --> BE["230V~"]
BE --> BF["230V~"]
BF --> BG["230V~"]
BG --> BH["230V~"]
BH --> BI["230V~"]
BI --> BJ["230V~"]
BJ --> BK["230V~"]
BK --> BL["230V~"]
BL --> BM["230V~"]
BM --> BN["230V~"]
BN --> BO["230V~"]
BO --> BP["230V~"]
BP --> BQ["230V~"]
BQ --> BR["230V~"]
BR --> BS["230V~"]
BS --> BT["230V~"]
BT --> BU["230V~"]
BU --> BV["230V~"]
BV --> BW["230V~"]
BW --> BX[X40 X51 X35 X41 X100 X36 X41 X16 X13 X12 X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6 X5 X4 X3 X2 X1
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6 X5
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6 X5
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6
X16 X14 X11 X9 X8 X7 X6
X16 X14 X16
X16 X14 X11
X16 X14 X16
X16 X14 X11
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X16
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X18
X16 X14 X19
X16 X14 X19
X16 X14 X19
X16 X14 X19
X16 X14 X19
X16 X14 X19
X16 X14 X19
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 X20
X16 X14 230 V~
subgraph SystemFlow
direction TB
direction LR
direction SB
direction TB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction SB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TB
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction TC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
direction SC
4.9.5 Systeemschema 0020177912
4.9.5.1 Bijzonderheden van het systeem

8: Door een referentieruimte zonder éénkamertemperatuurregelklep moet altijd min. 35 % van de nominale doorstro-shoeveelheid kunnen stromen.
4.9.5.2 Instellingen op de systeemthermostaat
Circuit 1 / Binnentemp.comp.: Actief of Uitgebreid
Zone 1 / Zonetoewijzing: Thermostaat
4.9.5.3 Instellingen in de warmtepomp
Koelingstechnologie: geen koeling

flowchart
graph TD
A["LAN"] --> B["WLAN"]
B --> C["230V~"]
C --> D["12"]
D --> E["12q"]
E --> F["12k"]
F --> G["12e"]
G --> H["7f"]
H --> I["8c"]
I --> J["8f"]
J --> K["10e"]
K --> L["9d"]
L --> M["12k"]
M --> N["12e"]
N --> O["12k"]
O --> P["12e"]
P --> Q["12k"]
Q --> R["12e"]
R --> S["12k"]
S --> T["12e"]
T --> U["12k"]
U --> V["12e"]
V --> W["12k"]
W --> X["12e"]
X --> Y["12k"]
Y --> Z["12e"]
Z --> AA["12k"]
AA --> AB["12e"]
AB --> AC["12k"]
AC --> AD["12e"]
AD --> AE["12k"]
AE --> AF["12e"]
AF --> AG["12k"]
AG --> AH["12e"]
AH --> AI["12k"]
AI --> AJ["12e"]
AJ --> AK["12k"]
AK --> AL["12e"]
AL --> AM["12k"]
AM --> AN["12e"]
AN --> AO["12k"]
AO --> AP["12e"]
AP --> AQ["12k"]
AQ --> AR["12e"]
AR --> AS["12k"]
AS --> AT["12e"]
AT --> AU["12k"]
AU --> AV["12e"]
AV --> AW["12k"]
AW --> AX["12e"]
AX --> AY["12k"]
AY --> AZ["12e"]
AZ --> BA["12k"]
BA --> BB["12e"]
BB --> BC["12k"]
BC --> BD["12e"]
BD --> BE["12k"]
BE --> BF["12e"]
BF --> BG["12k"]
BG --> BH["12e"]
BH --> BI["12k"]
BI --> BJ["12e"]
BJ --> BK["12k"]
BK --> BL["12e"]
BL --> BM["12k"]
BM --> BN["12e"]
BN --> BO["12k"]
BO --> BP["12e"]
BP --> BQ["12k"]
BQ --> BR["12e"]
BR --> BS["12k"]
BS --> BT["12e"]
BT --> BU["12k"]
BU --> BV["12e"]
BV --> BW["12k"]
BW --> BX["12e"]
BX --> BY["12k"]
BY --> BZ["12e"]

flowchart
graph TD
subgraph FlexoCOMPACT
A["X141"] --> B["X143"]
C["X144"] --> D["X145"]
E["X142"] --> F["X140"]
G["X203"] --> H["X200"]
end
subgraph Module_Control
I["X40"] --> J["X51"]
K["X53"] --> L["X35"]
M["X31"] --> N["X22"]
O["X90"] --> P["X41"]
Q["X100"] --> R["X102"]
S["X14"] --> T["X12"]
end
subgraph Control_Control
U["12m"] --> V["12"]
W["12q"] --> X["VR 921"]
end
style FlexoCOMPACT fill:#f9f,stroke:#333
style Module_Control fill:#ccf,stroke:#333
style Control_Control fill:#cfc,stroke:#333
4.9.6 Systeemschema 0020280010
4.9.6.1 Bijzonderheden van het systeem

5: De boilertemperatuurbegrenzer moet op een geschikte plek gemonteerd worden, om een boilertemperatuur van bo-100 °C te voorkomen.
4.9.6.2 Instellingen op de systeemthermostaat
Multif.uitg. FM5: Legio.besch.pomp
Circuit 1 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 1 / Binnentemp.comp.: Actief of Uitgebreid
Circuit 2 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 2 / Binnentemp.comp.: Actief of Uitgebreid
Circuit 3 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 3 / Binnentemp.comp.: Actief of Uitgebreid
Zone 1/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 1 / Zonetoewijzing: Afst.bed. 1
Zone 2/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 2 / Zonetoewijzing: Afst.bed. 2
Zone 3/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 3 / Zonetoewijzing: Thermostaat
4.9.6.3 Instellingen op de afstandsbediening
Adres afstandsbediening: (1): 1
Adres afstandsbediening: (2): 2

flowchart
graph TD
A["12m"] --> B["WLAN"]
B --> C["12e"]
C --> D["12a"]
D --> E["12b"]
E --> F["12c"]
F --> G["12d"]
G --> H["12e"]
H --> I["12f"]
I --> J["12g"]
J --> K["12h"]
K --> L["12i"]
L --> M["12j"]
M --> N["12k"]
N --> O["12l"]
O --> P["12m"]
P --> Q["12e"]
Q --> R["12f"]
R --> S["12g"]
S --> T["12h"]
T --> U["12i"]
U --> V["12j"]
V --> W["12k"]
W --> X["12l"]
X --> Y["12m"]
Y --> Z["12e"]
Z --> AA["12f"]
AA --> AB["12g"]
AB --> AC["12h"]
AC --> AD["12i"]
AD --> AE["12j"]
AE --> AF["12k"]
AF --> AG["12l"]
AG --> AH["12m"]
AH --> AI["12e"]
AI --> AJ["12f"]
AJ --> AK["12g"]
AK --> AL["12h"]
AL --> AM["12i"]
AM --> AN["12j"]
AN --> AO["12k"]
AO --> AP["12l"]
AP --> AQ["12m"]
AQ --> AR["12e"]
AR --> AS["12f"]
AS --> AT["12g"]
AT --> AU["12h"]
AU --> AV["12i"]
AV --> AW["12j"]
AW --> AX["12k"]
AX --> AY["12l"]

flowchart
graph TD
A["12"] --> B["PWM"]
C["12a"] --> D["12e"]
E["12m"] --> F["3e"]
G["230 V~"] --> H["VR 71"]
I["230 V~"] --> J["30 V~"]
K["230 V~"] --> L["3f1"]
M["230 V~"] --> N["3f2"]
O["230 V~"] --> P["3f3"]
Q["230 V~"] --> R["3f4"]
S["230 V~"] --> T["3f5"]
U["X40 X51"] --> V["X31mm X35mm X32"]
V --> W["X41"]
W --> X["X100"]
X --> Y["X36"]
Y --> Z["Opt. X16 Circ. X13 230 V~ X101"]
Z --> AA["X12 mm 230 V~ 0...24 V"]
AB["12"] --> AC["12a"]
AD["7b"] --> AE["9c3"]
AF["230V~"] --> AG["R1 R2 R3 R4 R5 R6"]
AH["230V~"] --> AI["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AJ["230V~"] --> AK["R1 NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIN NIP"]
AL["30V~"] --> AM["R1 R2 R3 R4 R5 R6"]
AN["30V~"] --> AO["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AP["30V~"] --> AQ["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AR["30V~"] --> AS["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AT["30V~"] --> AU["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AV["30V~"] --> AW["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AX["30V~"] --> AY["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
AZ["30V~"] --> BA["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BB["30V~"] --> BC["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BD["30V~"] --> BE["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BF["30V~"] --> BG["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BH["30V~"] --> BI["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BJ["30V~"] --> BK["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BL["30V~"] --> BM["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
BN["30V~"] --> BO["R7/R8 R9/R10 R11/R12 R13"]
4.9.7 Systeemschema 0020260774
4.9.7.1 Bijzonderheden van het systeem

17: Optionele component
4.9.7.2 Instelling op de systeemthermostaat
Circuit 1 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 1 / Binnentemp.comp.: Actief of Ultgebreid
Circuit 2 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 2 / Binnentemp.comp.: Actief of Uitgebreid
Circuit 3 / Soort circuit: Verwarmen
Circuit 3 / Binnentemp.comp.: Actief of Uitgebreid
Zone 1/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 1 / Zonetoewijzing: Afst.bed. 1
Zone 2/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 2 / Zonetoewijzing: Afst.bed. 2
Zone 3/ Zone geactiveerd: Ja
Zone 3 / Zonetoewijzing: Thermostaat
4.9.7.3 Instellingen op de afstandsbediening
Adres afstandsbediening: (1): 1
Adres afstandsbediening: (2): 2

flowchart
graph TD
A["12m"] --> B["WLAN"]
B --> C["12a"]
C --> D["12a"]
D --> E["12b"]
E --> F["12c"]
F --> G["12d"]
G --> H["12e"]
H --> I["12f"]
I --> J["12g"]
J --> K["12h"]
K --> L["12i"]
L --> M["12j"]
M --> N["12k"]
N --> O["12l"]
O --> P["12m"]
P --> Q["12a"]
Q --> R["12b"]
R --> S["12c"]
S --> T["12d"]
T --> U["12e"]
U --> V["12f"]
V --> W["12g"]
W --> X["12h"]
X --> Y["12i"]
Y --> Z["12j"]
Z --> AA["12k"]
AA --> AB["12l"]
AB --> AC["12m"]
AC --> AD["12a"]
AD --> AE["12b"]
AE --> AF["12c"]
AF --> AG["12d"]
AG --> AH["12e"]
AH --> AI["12f"]
AI --> AJ["12g"]
AJ --> AK["12h"]
AK --> AL["12i"]
AL --> AM["12j"]
AM --> AN["12k"]
AN --> AO["12l"]
AO --> AP["12m"]
AP --> AQ["12a"]
AQ --> AR["12b"]
AR --> AS["12c"]
AS --> AT["12d"]
AT --> AU["12e"]
AU --> AV["12f"]
AV --> AW["12g"]
AW --> AX["12h"]
AX --> AY["12i"]
AY --> AZ["12j"]
AZ --> BA["12k"]
BA --> BB["12l"]
BB --> BC["12m"]
BC --> BD["12a"]
BD --> BE["12b"]
BE --> BF["12c"]
BF --> BG["12d"]
BG --> BH["12e"]
BH --> BI["12f"]
BI --> BJ["12g"]
BJ --> BK["12h"]
BK --> BL["12i"]
BL --> BM["12j"]
BM --> BN["12k"]
BN --> BO["12l"]
BO --> BP["12m"]
BP --> BQ["12a"]
BQ --> BR["12b"]
BR --> BS["12c"]
BS --> BT["12d"]
BT --> BU["12e"]
BU --> BV["12f"]
BV --> BW["12g"]
BW --> BX["12h"]
BX --> BY["12i"]
BY --> BZ["12j"]
BZ --> CA["12k"]
CA --> CB["12l"]
CB --> CC["12m"]

flowchart
graph TD
A["12"] --> B["12a"]
B --> C["12a"]
C --> D["12a"]
D --> E["12e"]
E --> F["230V~"]
F --> G["230V~"]
G --> H["VPM W"]
H --> I["230V~"]
I --> J["230V~"]
J --> K["230V~"]
K --> L["230V~"]
L --> M["230V~"]
M --> N["230V~"]
N --> O["230V~"]
O --> P["230V~"]
P --> Q["230V~"]
Q --> R["230V~"]
R --> S["230V~"]
S --> T["230V~"]
T --> U["230V~"]
U --> V["230V~"]
V --> W["230V~"]
W --> X["230V~"]
X --> Y["230V~"]
Y --> Z["230V~"]
Z --> AA["230V~"]
AA --> AB["230V~"]
AB --> AC["230V~"]
AC --> AD["230V~"]
AD --> AE["230V~"]
AE --> AF["230V~"]
AF --> AG["230V~"]
AG --> AH["230V~"]
AH --> AI["230V~"]
AI --> AJ["230V~"]
AJ --> AK["230V~"]
AK --> AL["230V~"]
AL --> AM["230V~"]
AM --> AN["230V~"]
AN --> AO["230V~"]
AO --> AP["230V~"]
AP --> AQ["230V~"]
AQ --> AR["230V~"]
AR --> AS["230V~"]
AS --> AT["230V~"]
AT --> AU["230V~"]
AU --> AV["230V~"]
AV --> AW["230V~"]
AW --> AX["230V~"]
AX --> AY["230V~"]
AY --> AZ["230V~"]
AZ --> BA["230V~"]
BA --> BB["230V~"]
BB --> BC["230V~"]
BC --> BD["230V~"]
BD --> BE["230V~"]
BE --> BF["230V~"]
BF --> BG["230V~"]
BG --> BH["230V~"]
BH --> BI["230V~"]
BI --> BJ["230V~"]
BJ --> BK["230V~"]
BK --> BL["230V~"]
BL --> BM["230V~"]
BM --> BN["230V~"]
BN --> BO["230V~"]
BO --> BP["230V~"]
BP --> BQ["230V~"]
BQ --> BR["230V~"]
BR --> BS["230V~"]
BS --> BT["230V~"]
BT --> BU["230V~"]
BU --> BV["230V~"]
BV --> BW["230V~"]
BW --> BX["230V~"]
BX --> BY["230V~"]
BY --> BZ["230V~"]
BZ --> CA["230V~"]
CA --> CB[X40 X51 X35X41 X100 X36 Opt 1 X16 Opt 2 X13 X117 X118 X119 X11A X11B X11C X11D X11E X11F X11G X11H X11I X11J X11K X11L X11M X11N X11O X11P X11Q X11R X11S X11T X11U X11U X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11W X11A
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#f9f,stroke:#333
style F fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#f9f,stroke:#333
style H fill:#f9f,stroke:#333
style I fill:#f9f,stroke:#333
style J fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#f9f,stroke:#333
style L fill:#f9f,stroke:#333
style M fill:#f9f,stroke:#333
style N fill:#f9f,stroke:#333
style O fill:#f9f,stroke:#333
style P fill:#f9f,stroke:#333
style Q fill:#f9f,stroke:#333
style R fill:#f9f,stroke:#333
style S fill:#f9f,stroke:#333
style T fill:#f9f,stroke:#333
style U fill:#f9f,stroke:#333
style V fill:#f9f,stroke:#333
style W fill:#f9f,stroke:#333
style X fill:#f9f,stroke:#333
style Y fill:#f9f,stroke:#333
style Z fill:#f9f,stroke:#333
style AA fill:#f9f,stroke:#333
style AB fill:#f9f,stroke:#333
style AC fill:#f9f,stroke:#333
style AD fill:#f9f,stroke:#333
style AE fill:#f9f,stroke:#333
style AF fill:#f9f,stroke:#333
style AG fill:#f9f,stroke:#333
style AH fill:#f9f,stroke:#333
style AI fill:#f9f,stroke:#333
style AJ fill:#f9f,stroke:#333
style AK fill:#f9f,stroke:#333
style AL fill:#f9f,stroke:#333
style AM fill:#f9f,stroke:#333
style AN fill:#f9f,stroke:#333
style AO fill:#f9f,stroke:#333
style AP fill:#f9f,stroke:#333
style AQ fill:#f9f,stroke:#333
style AR fill:#f9f,stroke:#333
style AS fill:#f9f,stroke:#333
style AT fill:#f9f,stroke:#333
style AU fill:#f9f,stroke:#333
style AV fill:#f9f,stroke:#333
style AW fill:#f9f,stroke:#333
style AX fill:#f9f,stroke:#333
style AY fill:#ccf,stroke:#ff6666
style AZ fill:#ccf,stroke:#ff6666
5 -- Ingebruikneming
De extra CV-ketel is niet zo efficiënt als de warmtepomp en daarmee is de warmteopwekking uitsluitend met de extra CV-ketel duurder.
5.1 Voorwaarden voor de ingebruikname
Verhelpen van storingen (→ Bijlage A.1)
- De montage en elektrische installatie van systeemthe mostaat en buitentemperatuursensor is afgesloten.
- De functiemodule FM5 is geïnstalleerd en conform configuratie 1, 2, 3 of 6 aangesloten, zie bijlage.
- De functiemodules FM3 zijn geïnstalleerd en aangeslo ten, zie bijlage. Aan elke functiemodule FM3 is een duidig adres via de adresschakelaar toegekend.
- De ingebruikneming van alle systeemcomponenten halve systeemthermostaat) is afgesloten.
6.2 Foutmelding
Op het display verschijnt met de tekst van de foutmelding.
Foutmeldingen vindt u onder: MENU → INSTELLINGEN → Installateursniveau → Fouthistorie
Problemen oplossen (→ Bijlage B.2)
5.2 Installatieassistent doorlopen
6.3 Onderhoudsmelding
In de installatiewizard bevinden zich bij de opvraag Taal:.
De installatiewizard van de systeemthermostaat leidt u door het display verschijnt met de tekst van de onderhoudeen lijst van functies. Bij elke functie kiest u de instelwaarding.
die bij de geïnstalleerde CV-installatie past.
Onderhoudsmelding (→ bijlage)
5.2.1 Installatieassistent afsluiten
Nadat u de installatiewizard doorlopen hebt, verschijnt op display: Kies de volgende stap.
Installatieconfiguratie: de installatiewizard wisselt naar de systeemconfiguratie van het installateurniveau, waarin u de CV-installatie verder kunt optimaliseren.
het Reinig de zonnecel met een vochtige doek en een beetje oplosmiddelvrije zeep. Gebruik geen sprays, geen schuurmiddelen, afwasmiddelen, oplosmiddel- of chloorhoudende reinigingsmiddelen.
Installatiestart: de installatiewizard wisselt naar de basis-weergave en de CV-installatie werkt met de ingestelde waa den.

Sensor/actoren test: de installatiewizard wisselt naar de functie sensor-/actortest. Hier kunt u de sensoren en actoren testen.
6.5 Batterijen verwisselen
5.3 Instellingen later wijzigen
Alle instellingen die u via de installatieassistent ingevoerd, hebt, kunt u later via het bedieningsniveau van de gebruiker of het installateurniveau wijzigen.

6 Storing, fout- en onderhoudsmeldingen
Gevaar!
Levensgevaar door ongeschikte batterijen!
Als batterijen door het verkeerde batterijtype worden vervangen, bestaat explosiegevaar.
▶ Let bij de batterijwissel op het correcte batterijtype.
▶ Voer gebruikte batterijen overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding af.
6.1 Storing
Handelwijze bij uitval van de warmtepomp
De systeemthermostaat schakelt naar het noodbedrijf, d.w.z de extra CV-ketel voorziet de CV-installatie van verwarmingsenergie. De installateur heeft bij de installatie voor het noodbedrijf de temperatuur verlaagd. U merkt, dat het warme water en de verwarming niet erg warm worden.
Tot de komst van de installateur kunt u een van de instellingen selecteren:
Uit: De verwarming en het warme water worden slechts ma- tig warm.
Verwarmen: de extra CV-ketel neemt het CV-bedrijf over, de verwarming wordt warm, het warme water is koud.
Warm water: de extra CV-ketel neemt het CV-bedrijf over, het warme water wordt warm, de verwarming is koud.
WW + verw.: de extra CV-ketel neemt het verwarmings- en warmwaterbedrijf over, de verwarming en het warme water worden warm.

Waarschuwing!
Gevaar voor brandwonden door het lekken van de batterijen!
Uit verbruikte batterijen kan bijtende batterijvloeistof ontsnappen.
▶ Verwijder verbruikte batterijen zo snel mogelijk uit het product.
▶ Verwijder voor langere afwezigheid ook nog geladen batterijen uit het product.
▶ Vermijd huid- of oogcontact met het ontsnapte batterijvloeistof.

- Verwijder de systeemthermostaat zoals op de afbeelding van de ophangbeugel.

text_image
A B- Hang de systeemthermostaat overeenkomstig de afbeelding in de ophangbeugel tot deze vastklikt.

text_image
A B-
Open het batterijvak zoals op de afbeelding.
-
Vervang altijd alle batterijen.
-
uitsluitend batterijtype LR06 gebruiken
- Geen heroplaadbare batterijen gebruiken
- Verschillende batterijtypes niet combineren
-
Nieuwe en gebruikte batterijen niet combineren
-
Plaats de batterijen met de polen in de juiste rich
- Sluit de aansluitcontacten niet kort.
- Sluit het batterijvak.
6.6 -- Euitentemperatuursensor vervangen

9: Verwijder de buitentemperatuursensor overeenkomstig de afbeelding van de muursokkel.
- Schroef de wandsokkel van de wand.
- Vernietig de buitentemperatuursensor. (→ Hoofdstuk 6.7)
- Monteer de wandsokkel. (→ Hoofdstuk 3.4.4)
- Druk bij de ontvanger op de inleertoets. ◀ Het inleren start. De LED knippert groen.
- Neem de buitentemperatuursensor in gebruik en steek hem op de muursokkel. (→ Hoofdstuk 3.4.5)
6.7 -- Defecte buitentemperatuursensor vernietigen

Aanwijzing
De buitentemperatuursensor heeft een donkergangreserve van ca. 30 dagen. Gedurende deze tijd zendt de defecte buitentemperatuursensor nog altijd draadloze signalen. Bevindt de defecte buitentemperatuursensor zich binnen de reikwijdte van de ontvanger, dan ontvangt de ontvanger va de intacte en defecte buitentemperatuursensorsignalen.

- Open de buitentemperatuursensor overeenkomstig de afbeelding.

- Verwijder de condensatoren zoals op de afbeelding.
7 Informatie over het product
7.1 Aanvullend geldende documenten in acht nemen en bewaren
Neem alle voor u bestemde handleidingen in acht die bij de componenten van de installatie meegeleverd zijn.
Neem de landspecifieke aanwijzingen in de bijlage Country Specifics in acht.
Bewaar als gebruiker deze handleiding alsook alle documenten die van toepassing zijn voor het verdere gebruik.
7.2 Geldigheid van de handleiding
Deze handleiding geldt uitsluitend voor:
- 0020260929
7.3 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de achterkant van het product.
| Gegevens op het typeplaatje | Betekenis |
| Serienummer voor de identificatie, 7e tot 16ecijfer = artikelnummer van he product | |
| sensoCOMFORT Productbenaming | |
| V Ontwerpspanning | |
| mA | Nominale stroom |
![]() | Handleiding lezen |
7.4 Serienummer
Het serienummer kunt u onder MENU → INFORMATIE → Serienummer oproepen. Het 10-cijferige artikelnummer staat op de tweede regel.
7.5 CE-markering

Met de CE-markering wordt aangegeven dat de producten conform de conformiteitsverklaring aan de fundamentele vereisten van de geldende richtlijnen voldoen.
Hiermee verklaart de fabrikant dat het in deze handleiding beschreven draadloze installatietype aan de richtlijn 2014/53/EU voldoet. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is op het volgende internetadres beschikbaar: http://www.vaillant-group.com/doc/doc-radio-equipment-directive/.
7.6 Garantie en klantendienst
7.6.1 Garantie
Informatie over de fabrieksgarantie vindt u in de Country specifics.
| Act. kamerluchtvochtigheid | 35 ... 95 % |
| Werking | Type 1 |
| Hoogte | 109 mm |
| Breedte | 175 mm |
| Diepte | 27 mm |
7.6.2 Serviceteam
De contactgegevens van onze klantenservice vindt u aan 7.9g2 Draadloze ontvangereenheid achterkant of op onze website.
7.7 Recycling en afvoer
▶ Laat de verpakking door de installateur afvoeren die product geïnstalleerd heeft.

Als het product met dit teken is aangeduid:
▶ Gooi het product in dat geval niet met het huisvuil
▶ Geeft het product in plaats daarvan af bij een inza punt voor oude elektrische of elektronische apparaten

Als het product batterijen bevat die met dit teken kenmerkt zijn, kunnen de batterijen substanties bevatten schadelijk zijn voor gezondheid en milieu.
▶ Breng de batterijen in dat geval naar een inzamelp voor batterijen.

-- Verpakking
▶ Voer de verpakking reglementair af.
▶ Neem alle relevante voorschriften in acht.
7.92 Draadloze ontvangereenheid
| Ontwerpspanning | 9 ... 24 V |
| Nominale stroom | < 50 mA |
| Diptensioneringsstootspanning | 330 V |
| Frequentieband | 868,0 ... 868,6 MHz |
| max. zendvermogen | < 25 mW |
| Reikwijdte in het vrije veld | ≤ 100 m |
| Riewijdte in het gebouw | ≤ 25 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| Beschermingsklasse | IP 21 |
| Veiligheidscategorie | III |
| Temperatuur voor de kogeldrukcontrole die | 75 °C |
| Max. toegestane omgevingstemperatuur | 0 ... 60 °C |
| Rel. kamerluchtvochtigheid | 35 ... 90 % |
| Doorsnede aansluitleidingen | 0,75 ... 1,5 mm ^2 |
| Hoogte | 115,0 mm |
| Breedte | 142,5 mm |
| Diepte | 26,0 mm |
7.8 Productgegevens conform EU-verordening nr. 811/2013, 812/2013
De seizoensafhankelijke kamerverwarmingsefficiëntie bevat bij toestellen met geïntegreerde, weersgeleide thermostate inclusief activeerbare kamerthermostaatfunctie altijd de cor rectiefactor van de thermostaattechnologieklassie VI. Een wijking van de seizoensafhankelijke kamerverwarmingsefficiëntie is bij deactiving van deze functie mogelijk.
| Klasse van de thermostaat | VI |
| Bijdrage aan de seizoensafhankelijke ruimteverwarmings-energie-efficiëntie ηs | 4,0 % |
7.9.1 Systeemregelaar
| Soort batterij | LR06 |
| Dimensioneringsstootspanning | 330 V |
| Frequentieband | 868,0 ... 868,6 MHz |
| max. zendvermogen | < 25 mW |
| Reikwijdte in het vrije veld | ≤ 100 m |
| Reikwijdte in het gebouw | ≤ 25 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| Beschermingsklasse | IP 20 |
| Veiligheidscategorie | III |
| Temperatuur voor de kogeldrukcontrole | 75 °C |
| Max. toegestane omgevingstemperatuur | 0 ... 45 °C |
7.9.3 Buitentemperatuursensor
| Stroomvoorziening | Zonnecel met energiereservoir |
| Donkergangreserve (bij vol energiereser-voir) | ≈30 dagen |
| Dimensioneringsstootspanning | 330 V |
| Frequentieband | 868,0 ... 868,6 MHz |
| max. zendvermogen | < 25 mW |
| Reikwijdte in het vrije veld | ≤ 100 m |
| Reikwijdte in het gebouw | ≤ 25 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| Beschermingsklasse | IP 44 |
| Veiligheidscategorie | III |
| Temperatuur voor de kogeldrukcontrole | 75 °C |
| Toegestane bedrijfstemperatuur | -40 ... 60 °C |
| Hoogte | 110 mm |
| Breedte | 76 mm |
| Diepte | 41 mm |
Bijlage
A Verhelpen van storingen, onderhoudsmelding
A.1 Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Maatregel | |
| Display blijft donker Batterijen | zijn leeg 1. Vervang alle batterijen. (→ Hoofdstuk 6.5)2. Als de fout nog voorhanden is, breng dan de installateur op de hoogte. |
| Display: Modus bijverwarming bij fout Warmtepomp (contact installateur), onvoldoende op-warming van de verwarming en van het warme water | Warmtepomp werkt niet 1. Informeer de installateur.2. Kies de instelling voor het noodbedrijf tot de vakman komt.3. Voor meer informatie zie Storing, fout- en onderhoudsmeldingen (→ Hoofdstuk 6). |
| Display: F. Fout CV-ketel, op het display verschijnt de concrete foutcode, bijv. F.33 met concrete CV-ketel | Fout CV-toestel1. Ontstoor de CV-ketel door eerst Terugzetten en vervolgens Ja te selecteren.2. Als de foutmelding niet weggaat, informeer dan de installateur. |
| Display: De ingestelde taal be-grijpt u niet | Verkeerde taal ingesteld1. Druk 2 x op2. Kies het laatste menupunt ( INSTELLINGEN) en bevestig dit met3. Kies onder INSTELLINGEN het tweede menupunt en bevestig dit met4. Kies de taal die u begrijpt en bevestig met . |
A.2 Onderhoudsmeldingen
| # | Code/betekenis | Beschrijving | Onderhoudswerk | Interval | |
| 1 | Watergebrek: volg de instructies in de warm-teopwekker. | In de CV-installatie is de water druk te laag. | Het vullen met water vindt u de bedienings- en montage-handleiding van de betreffende warmteopwekker terug | izie bedienings- en montage-handleiding van de warmteop-wekker |
B -- Storingen en problemen oplossen, onderhoudsmelding
B.1 Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Maatregel | ||
| Display blijft donker | Batterijen zijn leeg | ► Vervang alle batterijen. (→ Hoofdstuk 6.5) |
| Product is defect | ► Vervang het product. | |
| Geen veranderingen op het display via de bedieningselementen mogelijk | Softwarefout | 1. Verwijder alle batterijen.2. Plaats de batterijen volgens de in het batterijvak opgegeve poling. |
| Product is defect | ► Vervang het product. | |
| Warmteopwekker verwarmt bij bereikte kamertemperatuur verder | Verkeerde waarde in de functie Binnentemp.comp.: of Zone-toewijzing: | 1. Stel in de functie Binnentemp.comp.: de waarde Actief of Uitgebreid in.2. Wijs in de zone, waarin de systeemthermostaat geïnstalleerd is, in de functie Zonetoewijzing: het adres van d systeemthermostaat toe. |
| CV-installatie blijft in het warmwaterbedrijf | -Warmteopwekker kan de max. aanvoerstreeftemperatuur niet bereiken | ► Stel de waarde in de functie Max. gew. aanvoertemp.: °C lager in. |
| Slechts een van meerdere CV-circuits wordt weergegeven | -CV-circuits inactief | ► Leg in de functie Soort circuit: voor het CV-circuit de gewenste functionaliteit vast. |
| Geen wissel naar het installateurniveau mogelijk | Code voor installateurniveau onbekend | ► Zet de systeemthermostaat opnieuw in de fabrieksinstelling. Alle ingestelde waarden gaan verloren. |
B.2 Oplossing
| Code/betekenis Mogelijke oorzaak Maatregel | ||
| Communicatie Ventilatie toestel onderbroken | Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. |
| Kabel defect ► Vervang de | kabel. | |
| Communicatie WP-regel-module onderbroken | Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. |
| Kabel defect ► Vervang de | kabel. | |
| Signaal buitentemperatuur- sensor ongeldig | Buitentemperatuursensor defect | ► Vervang de buitentemperatuursensor. |
| Communicatie warmte-opwekker 1 onderbroken *,* kan warmteopwekker 1 tot zijn | Kabel defect ► Vervang de | kabel. |
| Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. | |
| Communicatie FM3 adres 1 onderbroken *,* kan adres 1 tot 3 zijn | Kabel defect ► Vervang de | kabel. |
| Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. | |
| Communicatie FM5 onderbroken | Kabel defect ► Vervang de | kabel. |
| Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. | |
| Communicatie afstands-bediening 1 onderbroken *,* kan adres 1 tot 3 zijn | Batterijen van de draadloze afstandsbediening zijn leeg | ► Vervang alle batterijen (- bedienings- en installatiehandleiding van de draadloze afstandsbediening). |
| Communicatie drinkwater-station onderbroken | Kabel defect ► Vervang de | kabel. |
| Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. | |
| Communicatie zonnemodule onderbroken | Kabel defect ► Vervang de | kabel. |
| Stekkerverbinding niet correct | ► Controleer de stekkerverbinding. | |
| Configuratie FM3 [1] niet corred, *kan adres 1 tot 3 zijn | Verkeerde instelwaarde voor de FM3 | ► Stel de correcte instelwaarde in voor de FM3. |
| Mengmodule niet ondersteund | Niet-passende module aangesloten | ► Installeer een module, die de thermostaat ondersteunt. |
| Zonnemodule niet ondersteund | Niet-passende module aangesloten | ► Installeer een module, die de thermostaat ondersteunt. |
| Afstandsbediening niet ondersteund | Niet-passende module aangesloten | ► Installeer een module, die de thermostaat ondersteunt. |
| Systeemschemacode niet correct | Foutief geselecteerde systeemschemacode | ► Stel de correcte systeemschemacode in. |
| Afstandsbediening 1 ontbreekt *,* kan afstandsbediening 1 of zijn | Ontbrekende afstandsbediening 2 | ► Sluit de afstandsbediening aan. |
| Actueel systeemschema ondersteunt FM5 niet | FM5 in de CV-installatie aangesloten | ► Verwijder de FM5 uit de CV-installatie. |
| Foutief geselecteerde systeemschemacode | ► Stel de correcte systeemschemacode in. | |
| FM3 ontbreekt Ontbrekende FM3 ► Sluit de FM3 aan. | ||
| Temperatuursensor WW S1 ontbreekt op FM3 | Warmwatertemperatuursensor S1 niet aangesloten | ► Sluit de warmwatertemperatuursensor aan op de FM3. |
| Zonne-energiepomp 1 meldt fout *, * zonnepomp 1 of 2 | Storing van de zonnepomp | ► Controleer de zonnepomp. |
| Gelaagde boiler niet ondersteund | Niet-passende boiler aangesloten | ► Verwijder de boiler uit de CV-installatie. |
| Configuratie MA2 WP-regel.mod. niet correct | Verkeerd aangesloten FM3 | 1. Demonteer de. FM32. Kies een passende configuratie. |
| Verkeerd aangesloten FM5 | 1. Demonteer de. FM52. Kies een andere configuratie. | |
| Configuratie FM5 niet correct | Verkeerde instelwaarde voor FM5 | de Stel de correcte instelwaarde in voor de FM5. |
| Cascade niet ondersteund | Verkeerd geselecteerd systeemschema | ► Stel het correcte systeemschema in dat cascades bevat. |
| Configuratie FM3 [1] multi-funct uitgang niet correct *, * kan adres 1 tot 3 zijn | Verkeerd gekozen component voor de MA | ► Kies de component in de functie MA FM3FM5, die bij de aagesloten component op de multifunctionele uitgang van de FM3 past. |
| Configuratie FM5 multif.uitg.niet correct | Verkeerd gekozen component voor de MA | ► Kies de component in de functie MA FM5FM5 , die bij de aan-gesloten component op de multifunctionele uitgang van de FM5 past. |
| Signaal kamertemperatuur-sensor thermostaat ongeldig | Kamertemperatuursensor defect | ► Vervang de thermostaat. |
| Signaal kamertemp.sensor af-standsbediening 1 ongeldig *,kan adres 1 tot 3 zijn | Kamertemperatuursensor defect * | ► Vervang de afstandsbediening. |
| Signaal sensor S1 FM3 adres 1 ongeldig *, * kan S1 tot 7adres 1 tot 3 zijn | Sensor defect ► Vervang de en | sensor. |
| Signaal sensor S1 FM5 ongel-dig *, * kan S1 tot S13 zijn | Sensor defect ► Vervang de | sensor. |
| Warmteopwekker 1 meldt fout *, * kan warmteopwekker 1 totzijn | Storing van de warmteopwekker | ► Zie handleiding van de weergegeven warmteopwekker. |
| Ventilatie toestel meldt fout | Storing van het ventilatietoestel | ► Zie handleiding van het ventilatietoestel. |
| WP-regelmodule meldt fout Storing van de warmtepompre-gelingsmodule | ► Vervang de warmtepompregelingsmodule. | |
| Toekenning afstandsbediening 1 ontbreekt *, * kan adres 13 zijn | De toekenning van de afstands teldening 1 aan zone ontbreekt. | ► Wijs aan de afstandsbediening in de functie Zonetoewijzing: het correcte adres toe. |
| Activering van een zone ont-breekt | Een gebruikte zone is nog niet geactiveerd. | ► Selecteer in de functie Zone geactiveerd: de waarde Ja. |
| CV-circuits inactief | ► Leg in de functie Soort circuit: voor het CV-circuit de ge-wenste functionaliteit vast. | |
B.3 Onderhoudsmeldingen
| # | Code/betekenis | Beschrijving | Onderhoudswerk | Interval | |
| 1 | Warmteopwekker 1 onderhoud nodig *, * kan warmteopwekker 1 tot 8 zijn | Voor de warmteopwekker dienen onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd te worden. | De onderhoudswerkzaamheden vindt u in de gebruikers- of installatiehandleiding van de betreffende warmteopwekker terug | Zie gebruikers- of installatiehandleiding van de warmteopwekker | |
| 2 | Ventilatie toestel onderhoud nodig | Voor het ventilatietoestel dienen onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd te worden. | De onderhoudswerkzaamheden vindt u in de gebruikers- of installatiehandleiding van het ventilatie toestel | Zie gebruikers- of installatiehandleiding van het ventilatie toestel | |
| 3 | Watergebrek: volg de instructies in de warm-teopwekker. | In de CV-installatie is de waterdruk te laag. | Watergebrek: Volg de instructies in de warmteopwekker op | Zie gebruikers- of installatiehandleiding van de warmteopwekker | |
| 4 | Onderhoud Neem contact op met: | Datum waarop het onderhoud van de CV-installatie dient te worden uitgevoerd. | Voer de vereiste onderhoudswerkzaamheden uit | Ingevoerde datum in de thermo-staat |
Trefwoordenlijst
Storing vermijden 123
Storingen 168
Systeemthermostaat ophangen, op de ophangbeugel ..... 140
A
Afvoer 171
Artikelnummer 170V
Artikelnummer aflezen 17
B
Vernietigen, buitentemperatuursensor 170
Vervangen, buitentemperatuursensor.... 169
Batterij vervangen
Bedienings- en weergavefuncties ....
Bedieningselementen....124
Bepalen van de ontvangststerkte van de buitenvoeler,
voorwaarde....138
Buitentemperatuursensor in gebruik nemen 139
Buitentemperatuursensor opsteken 139
Buitentemperatuursensor vernietigen 170
Buitentemperatuursensor vervangen 169
Buitenvoeler, opstelplaats bepalen 138
Buitenvoeler, voorwaarde ontvangststerkte ....138
C
CE-markering 170
D
Defecte buitentemperatuursensor vernietigen ....170
Display....124
Documenten.... 170
F
Fout 168
|
In gebruik nemen, buitentemperatuursensor 139
Installatieassistent doorlopen 168
K
Kwalificatie 121
L
Leidingen, keuze 137
Leidingen, maximale lengte....137
Leidingen, minimumdoorsnede 137
M
Montage ontvanger op warmteopwekker 137
Montage, ontvanger aan de wand.... 137
Montage, systeemthermostaat aan de ophangbeugel.....140
Montageplaats systeemthermostaat bepalen 140
0
Onderhoud 168
Ontvanger monteren, aan de wand.... 137
Ontvanger op ventilatietoestel aansluiten ....138
Ontvanger op warmteopwekker aansluiten....137
Ontvanger op warmteopwekker monteren 137
Ontvangststerkte buitentemperatuursensor bepalen ..... 138
Ontvangststerkte buitenvoeler, voorwaarde.... 138
Ontvangststerkte systeemthermostaat bepalen.... 140
Ophangbeugel monteren, aan de wand.... 140
Ophangen, systeemthermostaat op de ophangbeugel ..... 140
Opsteken, buitentemperatuursensor op de muursokkel ... 139
Opstellingsplaats systeemthermostaat bepalen.... 140
Opstelplaats buitenvoeler bepalen.... 138
R
Recycling.... 171
Serienummer aflezen 170
Signaalsterkte buitentemperatuursensor bepalen.... 138
Signaalsterkte systeemthermostaat bepalen 140
Stooklijn instellen.... 124
Country specifics
1 BE, Belgium
1.1 Werksgarantie
1.5 Fabrieksgarantie
De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op de aankoopfactuur die u heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaarden:
- Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vakman geplaatst worden die er, onder zijn volledige verantwoordelijkheid, op zal letten dat de normen en installatievoorschriften nageleefd worden.
- Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van
toepassing zou blijven. De originele onderdelen moe2.2 Vaillant GmbH Kundendienst
ten in het Vaillant toestel gemonteerd zijn, zoniet de waarborg geannuleerd.
wordt
- Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie!
opgesteld volgens de algemene voorwaarden van de na verkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de na van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de
van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoud voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon
huurder, eigenaar, syndic, enz.) die deze factuur uitdrukkelijkant GmbH customer service (→ Anhang 2.2)
ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal contant betaald
moeten worden aan de fabriekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tij-
dens de garantieperiode heeft geen verlenging van de borg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke ling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het
welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk geschil, enkel de Tribunalen van het district waar de hoofdzetel de vennootschap gevestigd is, bevoegd. Om alle functie van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en o toegelaten toestand niet te veranderen, mogen bij onder
houd en herstellingen enkel nog originele Vaillant onder len gebruikt worden.
3 FR, France
beta-31
even
Contactgegevens over ons serviceteam vindt u op het de achterkant opgegeven adres of www.vaillant.be.
2 CH, Switzerland
2.1 Werksgarantie
4.1 Fabrieksgarantie
Fabrieksgarantie wordt verleend alleen indien de installatie is uitgevoerd door een door Vaillant Group Netherlands B.V. erkende installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product.
De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie die conform zijn aan de algemene garantiebepalingen van Vaillant Group Netherlands B.V.
Garantiewerkzaamheden worden uitsluitend door de service-dienst van Vaillant Group Netherlands B.V. of door een door Vaillant Group Netherlands B.V. aangewezen installatiebedrijf uitgevoerd.
Eventuele kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden aan een Vaillant product gedurende de garantieperiode komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien vooraf toestemming is verleend aan een door Vaillant Group Netherlands B.V. aangewezen installatiebedrijf en als het conform de algemene garantiebepalingen een werkelijk garantiegeval betreft.
Mocht u nog vragen hebben, dan staan onze medewerkers van de consumentenservice u graag te woord: (020) 565 94 20.
4.3 Serviceteam
Het Serviceteam dient ter ondersteuning van de installateur en is tijdens kantooruren te bereiken op nummer:
Serviceteam: +31 (0)20 56 59 440
Supplier
N.V. Vaillant S.A.
Golden Hopestraat 15 B-1620 Drogenbos
Tel. 2 3349300 Fax 2 3349319
Kundendienst / Service après-vente / Klantendienst 2 3349352
info@vaillant.be www.vaillant.be
