PTouch PT2480 - Labelprinter BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PTouch PT2480 BROTHER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Labelprinter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PTouch PT2480 - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PTouch PT2480 van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING PTouch PT2480 BROTHER
Version.......................................... 39HANDLEIDINGInleiding Hartelijk dank voor de aanschaf van deze P-touch! Met uw nieuwe P-Touch kunt u kiezen uit diverse stijlen, maten en kaders en ontwerpt u handige labels voor de meest uiteenlopende toepassingen. Bovendien kunt u met de voorgedefinieerde labeltypen schakelpanelen, kabels, stekkers en andere onderdelen snel en gemakkelijk van etiketten voorzien. Op de meegeleverde cd-rom vindt u diverse software met extra voorbeelden en lay- outfuncties voor het ontwerpen van labels. Ook kunt u hiermee labelsjablonen en speciale tekens importeren in de P-touch en een reservekopie van de P-touch-gegevens maken op de computer. Met deze P-touch kunt u supersnel leesbare en duurzame labels afdrukken. De kwaliteit en prestaties van de P-touch maken het apparaat uitermate geschikt voor gebruik in de fabriek en in de buitendienst. De P-touch is bijzonder gebruiksvriendelijk, maar wij raden u wel aan de gebruikershandleiding zorgvuldig te lezen voordat u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar deze handleiding binnen handbereik voor naslag. Conformiteitsverklaring Wij BROTHER INDUSTRIES, LTD. 1-1-1, Kawagishi, Mizuho-ku, Nagoya 467-8562, Japan verklaren hierbij dat het labelsysteem PT-2480 voldoet aan de normen vastgelegd in de volgende documenten: EMC: EN 55022:1998 klasse B EN 55024:1998 EN 61000-3-2:1995 EN 61000-3-3:1995 en aan de voorschriften van Richtlijn 89/336/EEC inzake elektromagnetische compatibiliteit (gewijzigd bij 91/263/EEC en 92/31/EEC). De netspanningsadapter voldoet aan de eisen van EN 60950 en is in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 73/23/EEC inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen. Verspreid door: BROTHER INDUSTRIES, LTD. P & H company Development DIV.i INHOUDSOPGAVE
5. De P-touch aansluiten op een computer .....................40
Voordat u begint Algemene beschrijving Bovenaanzicht en onderaanzicht LintafsnijknopUSB-poortToetsenbordAansluitpunt voor netspanningsadapterSchermOnderdekselHendel voor vrijgave lintAfdrukkopLintuitgangLintcassettehouderBatterijvakBovenaanzichtOnderaanzicht2 Toetsenbord en LCD-scherm
Tekstuitlijning: links (pagina 28) 2 Tekstuitlijning: gecentreerd (pagina 28)
Tekstuitlijning: rechts (pagina 28) 4 Tekstuitlijning: uitgevuld (pagina 28) 5 Tekststijl: vet (pagina 27) 6 Tekststijl: contour (pagina 27) 7 Tekststijl: cursief (pagina 27) 8 Kader (pagina 24) 9 Batterij bijna leeg (pagina 5) 0 Bloknummer (pagina 16) A Labeltype-instelling (pagina 9) B Breedte-instelling (pagina 26) C Grootte-instelling (pagina’s 25 en 26) D Lengte-instelling (pagina 23) E Caps-modus (pagina 15) F Insert-modus (pagina 16) G Shift-modus (pagina 15) H Code-modus (pagina 15) I Aan/uit-toets (pagina 8) J Wistoets (pagina’s 14 en 17) K Pijltoetsen (pagina 14) L Terugkeertoets (pagina’s 14 en 16) M Format-toets (pagina 25) N PF-toetsen (pagina 29) O Feed-toets (pagina 30) P Print-toets (pagina 30) Q Label Type-toets (pagina 9)
Voordat u begint Algemene voorzorgsmaatregelen ● Gebruik in dit apparaat uitsluitend Brother TZ-lintcassettes. Gebruik geen lintcassettes die niet zijn voorzien van het merkteken .
Trek niet aan het lint wanneer het uit de P-touch komt, anders kan de lintcassette beschadigen. ● Gebruik het apparaat niet in zeer stoffige ruimtes. Houd het apparaat uit direct zonlicht en uit de regen. ● Stel het apparaat niet bloot aan zeer hoge temperaturen of vochtige lucht. Laat het apparaat nooit op het dashboard of de hoedenplank van de auto liggen. ● Bewaar lintcassettes niet op een plaats waar deze worden blootgesteld aan direct zonlicht, vochtige lucht of stof. ● Laat geen rubber, plastic of vinyl langdurig op het apparaat liggen, aangezien dit vlekken kan veroorzaken.
Gebruik voor het reinigen van het apparaat geen alcohol of andere organische oplosmiddelen. Gebruik uitsluitend een zachte, droge doek. ● Zorg dat er geen vreemde voorwerpen in het apparaat of zware voorwerpen op het apparaat terechtkomen. ● Raak de snijrand van het apparaat niet aan ter voorkoming van ongevallen. ● Gebruik uitsluitend de speciaal voor dit apparaat ontworpen netspanningsadapter. Bij gebruik van een andere adapter vervalt de garantie. ● Probeer niet de netspanningsadapter te demonteren.
Wanneer u het apparaat geruime tijd niet zult gebruiken, haalt u de netspanningsadapter uit het stopcontact en verwijdert u de batterijen uit het apparaat om schade door batterijlekkage te voorkomen.
Het is raadzaam de USB-kabel te gebruiken die wordt meegeleverd met de P-touch. Als u een andere USB-kabel nodig hebt, moet deze van goede kwaliteit zijn. ● IBM
zijn handelsmerken van International Business Machines, Inc. ● Microsoft
zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corp. in de VS en andere landen. ● Alle overige genoemde software en productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven. ● Gedeelten van de grafische filtersoftware zijn deels gebaseerd op het werk van de Independent JPEG Group.4 Batterijen en lintcassettes Dit apparaat is zo ontworpen dat u de batterijen en de lintcassettes snel en eenvoudig kunt vervangen. Als de batterijen zijn geplaatst, kunt u dit compacte en draagbare apparaat overal gebruiken. In de handel is voor dit apparaat een ruim assortiment TZ-lintcassettes verkrijgbaar, van verschillende typen met uiteenlopende kleuren en afmetingen, voor duidelijke kleurcodering en andere toepassingen met een specifieke stijl. Batterijen en lintcassette plaatsen Opmerkingen over batterijen ! Voor de P-touch zijn zes AA-batterijen nodig. U kunt oplaadbare batterijen (Ni-Cd of Ni-MH) gebruiken in plaats van 6 alkalinebatterijen. ☞ U kunt de oplaadbare batterijen niet opladen door deze in de P-touch te laten zitten met aangesloten netspanningsadapter. Laad de batterijen op met een batterijlader die geschikt is voor het gebruikte type batterijen. Raadpleeg de instructies die zijn meegeleverd met de oplaadbare batterijen voor meer informatie.☞ Vermijd het gebruik van onderstaande batterijen om lekkage of schade te voorkomen.• Mangaanbatterijen.• Een combinatie van nieuwe en gebruikte batterijen.• Een combinatie van verschillende typen batterijen (alkaline, Ni-Cd of Ni-MH), verschillende merken of verschillende modellen.• Een combinatie van opgeladen en ontladen batterijen.
Voordat u begint ☞ Zorg dat u de batterijen plaatst met de polen in de juiste richting. Als batterijen zijn geplaatst, bepaalt de P-touch de resterende batterijlading tijdens afdrukken en lintdoorvoer. Als de batterijlading laag is, wordt de aanduiding voor batterij bijna leeg ()) weergegeven. In dat geval moet u de batterijen vervangen. Bij het uitvoeren van bepaalde handelingen wordt de aanduiding voor batterij bijna leeg wellicht niet weergegeven. ☞ Voordat u de batterijen vervangt, moet de P-touch zijn uitgeschakeld. Plaats de nieuwe batterijen binnen vijf minuten nadat u de oude batterijen hebt verwijderd, anders gaan de tekst op het scherm en eventuele tekst in het geheugen van het apparaat verloren. ☞ Wanneer u de P-touch geruime tijd niet zult gebruiken, moet u de batterijen uit het apparaat verwijderen. Bij het afsluiten van de stroomvoorziening gaan de tekst op het scherm en de tekst in het geheugen van het apparaat verloren. ☞ Vanaf het moment dat het apparaat de fabriek verlaat, begint de ontlading van de meegeleverde batterijen. Afhankelijk van het moment waarop het apparaat in gebruik wordt genomen, is het daardoor mogelijk dat de levensduur van deze batterijen niet overeenkomt met de specificaties. Opmerkingen over lintcassettes ☞ Controleer of het uiteinde van het lint onder de lintgeleiders doorloopt voordat u de lintcassette plaatst. Als de lintcassette een inktlint bevat dat los zit, trekt u dit strak door het tandwieltje met een vinger in de richting van de pijl op de cassette te draaien tot er geen lussen meer in het lint zitten. ☞ Let er bij het plaatsen van de lintcassette op dat het binnenste lint niet aan de hoek van de metalen geleider blijft haken. ☞ Nadat u de lintcassette hebt geplaatst, drukt u eenmaal op
om eventuele speling in het lint te verhelpen. Druk vervolgens op de lintafsnijknop om overtollig lint af te snijden. ☞ Snijd het lint altijd af voordat u dit uit het apparaat verwijdert. Als u aan het lint trekt voordat u dit hebt afgesneden, kan de lintcassette beschadigen. Einde van het lint Lintgeleiders6 Lint met extra stevige plakstrook ☞ Voor grove of gladde oppervlakken of oppervlakken met structuur wordt lint met een extra stevige plakstrook aanbevolen. ! Hoewel op het instructievel van de lintcassette met extra stevige plakstrook wordt aanbevolen het lint te knippen met een schaar, is de lintafsnijder van deze P-touch in staat lint met extra stevige plakstrook af te snijden. Flexibel ID-lint ☞ Voor toepassingen waarvoor flexibeler labels nodig zijn (zoals voor scherpe bochten en cilindrische voorwerpen), wordt flexibel ID-lint aanbevolen. ☞ Labels die zijn gemaakt met ID-lint zijn niet bedoeld voor gebruik als elektrisch isolatiemateriaal. ☞ Wanneer labels rondom cilindrische voorwerpen worden gewikkeld, moet de diameter van het voorwerp ten minste 3 mm zijn. Als dit niet het geval is, moet het label worden bevestigd als een vlag en moet de labeltypemodus FLAG worden gebruikt. Bovendien moet de lengte van de overlappende uiteinden van het label dan wel de labelvlag ten minste 5 mm zijn. ☞ Het label kan loslaten van een cilindrisch voorwerp als dit wordt gebogen nadat het label is bevestigd. Diameter > 3 mm Diameter > 3 mm Overlap > 5 mm Overlap > 5 mm Vlag > 5 mm7 Voordat u begint Reinigen Van tijd tot tijd moeten bepaalde onderdelen van de P-touch wellicht worden gereinigd. Stofdeeltjes of ander vuil kan zich hechten aan de afdrukkop en de rollen van de P-touch, met name wanneer het apparaat buiten wordt gebruikt of in een stoffige omgeving. Op de lintafsnijder kan zich na verloop van tijd een lijmlaagje vormen, waardoor het afsnijden van het lint wordt bemoeilijkt. Afdrukkop, rollen en lintafsnijder reinigen Opmerkingen bij het reinigen van afdrukkop en rollen ☞ Als er horizontale blanco strepen in de labeltekst verschijnen, moet u de afdrukkop van het apparaat reinigen. ☞ Het reinigen van de afdrukkop verloopt gemakkelijker als u de optionele reinigingscassette (TZ-CL4) gebruikt. ☞ Voordat u de afdrukkop en de rollen reinigt, drukt u op o om de P-touch uit te schakelen. Verwijder vervolgens de batterijen en verwijder de optionele netspanningsadapter. ☞ Zorg dat u de snijbladen niet aanraakt met uw vingers. Droog wattenstaafjeAfdrukkopDroog wattenstaafjeSnijbladen lintafsnijderDroog wattenstaafjeSnijbladen lintafsnijder8 Opmerkingen bij het reinigen van de lintafsnijder
Als het lint niet juist wordt afgesneden, moet u de snijbladen van de lintafsnijder reinigen. Optionele netspanningsadapter Als u een groot aantal labels afdrukt of labels met een grote hoeveelheid tekst, kan het handig zijn de P-touch aan te sluiten op een normaal stopcontact met de optionele netspanningsadapter. De netspanningsadapter aansluiten Opmerkingen bij de netspanningsadapter ☞ Gebruik uitsluitend de speciaal voor dit apparaat ontworpen netspanningsadapter.☞ Wanneer u de P-touch geruime tijd niet zult gebruiken, moet u de netspanningsadapter verwijderen. Bij het afsluiten van de stroomvoorziening gaan de tekst op het scherm en de tekst in het geheugen van het apparaat verloren. De P-touch in-/uitschakelen Druk op o om de P-touch in of uit te schakelen. Wanneer batterijen in de P-touch zijn geplaatst of het apparaat is aangesloten op een stopcontact via de netspanningsadapter, wordt de tekst van de vorige sessie weergegeven wanneer de P-touch opnieuw wordt ingeschakeld. Met deze functie kunt u het werk aan een bepaald label onderbreken, het apparaat uitschakelen en later verdergaan met het label zonder dat u de tekst opnieuw hoeft in te voeren. Ongeacht of de P-touch werkt op batterijen of op de netspanningsadapter zal het apparaat automatisch worden uitgeschakeld als gedurende 5 minuten niet op een toets wordt gedrukt of geen handeling wordt uitgevoerd.
Labeltypemodi Een labeltypemodus selecteren Wanneer u op
drukt, kunt u kiezen uit twee vaste modi voor het ontwerpen en afdrukken van uw eigen labels of zes speciale modi voor het afdrukken van labels die zijn voorgedefinieerd voor het identificeren van schakelpanelen, kabels, stekkers en andere onderdelen. 1 Druk op a. 2 Druk op u of op d (of houd a ingedrukt) totdat de gewenste modus wordt weergegeven. (Zie de onderstaande paragrafen voor meer informatie over de verschillende labeltypemodi.) 3 Druk op n om de geselecteerde labeltypemodus in te schakelen.
- Als u NORMAL of VERTICAL hebt geselecteerd, voert u vervolgens de tekst van het label in. Zie hiervoor hoofdstuk 3, Basisfuncties.
- Als u ROTATE, R & REP., PORT, PANEL of FLAG hebt geselecteerd, gaat u door met de volgende stappen. 4 Druk op l of r totdat de gewenste parameter wordt weergegeven. 5 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven (of gebruik de nummertoetsen om de gewenste instelling in te voeren). 6 Druk op n om de geselecteerde instellingen in te schakelen. 7 Voer in een afzonderlijk tekstblok de tekst in voor elk label.8 Druk de labels af.
- Druk op p om een kopie af te drukken van elk label afzonderlijk.
- Als u meerdere exemplaren wilt afdrukken of diverse exemplaren terwijl u de waarden van bepaalde tekens ophoogt, drukt u op
, drukt u vervolgens op
en kiest u de gewenste opties. (Zie Speciale afdrukfuncties gebruiken op pagina 31 voor meer informatie.) Normale modus en verticale modus Labels die zijn afgedrukt met de labeltypemodi NORMAL en VERTICAL kunnen naar eigen wens worden opgemaakt en afgedrukt. ABCDENORMALVERTICAL
E10 Nadat u het labeltypemodus NORMAL
VERTICAL hebt geselecteerd, kunt u de tekst voor het label invoeren, opmaken, afdrukken en knippen. Wanneer de labeltypemodus NORMAL
ingesteld, wordt de tekst horizontaal op het label afgedrukt. Wanneer de labeltypemodus VERTICAL is ingesteld, wordt de tekst verticaal op het label afgedrukt. Roteermodus en roteer-en-herhaalmodus Labels die zijn afgedrukt met deze labeltypemodi, kunnen rondom kabels en draden worden gewikkeld zodat deze worden gemerkt. Als een van deze modi is ingesteld, wordt de tekst 90° tegen de klok in geroteerd en wordt ieder tekstblok op een apart label afgedrukt, zoals hieronder wordt weergegeven. Wanneer de roteer-en-herhaalmodus is ingesteld, wordt de tekst meerdere malen langs de lengte van het label afgedrukt zodat deze vanuit elk gezichtspunt zichtbaar is. Nadat u de labeltypemodus ROTATE of R & REP. hebt ingesteld, kunt u desgewenst van elk label de lengte en kaderstijl opgeven. ● BL. LEN. (bloklengte): 20 tot 200 mm Standaard: 30 mm ● FRAME: OFF, , , , Standaard: OFF
Een tekstblok kan maximaal 7 tekstregels bevatten. Wanneer de labeltypemodus R & REP
is ingeschakeld, worden alleen de tekstregels afgedrukt die binnen het label passen. ☞ Voor labels die bedoeld zijn voor kabels en bedrading raden wij aan om flexibel identificatielint te gebruiken. Wanneer het flexibel identificatielint om cilindrische voorwerpen wordt gewikkeld, moet de diameter van het voorwerp ten minste 3 mm zijn. Als dit niet het geval is, moet de labeltypemodus FLAG worden gebruikt. Daarbij moet de lengte van de twee overlappende uiteinden van het label dan wel de labelvlag ten minste 5 mm zijn. RoteerRoteer- en- herhaalBloklengteBloklengteBloklengteBloklengteBloklengteBloklengte
Labeltypemodi Vlagmodus Labels die zijn afgedrukt met deze labeltypemodus, kunnen om een kabel of draad worden gewikkeld, waarbij de beide uiteinden tegen elkaar worden geplakt zodat er een vlaggetje ontstaat. Wanneer de labeltypemodus FLAG is ingesteld, worden alle tekstblokken afgedrukt op de beide uiteinden van de labels. De lengte van het onbedrukte deel van het label is daarbij gelijk aan de cirkelomtrek van de kabel of het draad. De tekst kan bovendien zowel horizontaal als 90° graden geroteerd worden afgedrukt. Nadat u FLAG hebt geselecteerd, geeft u de lengte en de diameter van de vlag op, desgewenst een kaderstijl en bepaalt u of de tekst wel of niet moet worden geroteerd. ● FLAG (vlagdiameter): 0 tot 100 mm Standaard: 7 mm ● FLAG LEN (vlaglengte): 10 tot 200 mm Standaard: 30 mm ● FRAME: OFF, , , , Standaard: OFF
Standaard: OFF ☞ Een tekstblok kan maximaal 7 tekstregels bevatten. ☞ Voor labels die bedoeld zijn voor kabels en bedrading raden wij aan om flexibele identificatielint te gebruiken. Als u flexibel identificatielint om een cilindrisch voorwerp wilt wikkelen met een diameter van minder 3 mm, gebruikt u de labeltypemodus FLAG. Daarbij moet de vlaglengte ten minste 5 mm zijn. ROTATE ingesteld op OFFROTATE ingesteld op ONVlag-lengteVlag-diameterVlag-lengteVlag-lengteVlag-diameterVlag-lengte
Poortmodus en schakelpaneelmodus Labels die zijn afgedrukt met deze labeltypemodi, kunnen worden gebruikt om verschillende onderdelen of schakelpanelen te identificeren. Wanneer u de labeltypemodus PORT instelt, wordt elk tekstblok afgedrukt op een afzonderlijk label, zodat de labels kunnen worden gebruikt om de verschillende onderdelen of poorten te onderscheiden wanneer deze niet gelijkmatig verdeeld zijn. Wanneer u de labeltypemodus PANEL instelt, worden alle tekstblokken gelijkmatig verdeeld op één label geplaatst. Dit label kan worden gebruikt voor een reeks schakelaars, zekeringen of stekkers op een schakelpaneel waarvan de onderlinge afstand altijd gelijk is. Daarbij kunnen de tekstblokken worden afgedrukt in de volgorde waarin ze zijn ingevoerd of in omgekeerde volgorde. Nadat u de labeltypemodus PORT of PANEL hebt ingesteld, kunt u van elk tekstblok of label de lengte en desgewenst een kaderstijl opgeven. Voor de labeltypemodus PANEL kunt u selecteren of u de tekstblokken wilt afdrukken in de volgorde waarin deze zijn ingevoerd of in de omgekeerde volgorde.
- Voor de labeltypemodus PANEL: OFF, 1 , 2 , 3 , 4 , 5 , 6 , 7 , 8 , 9 Standaard: OFF ● PRINT (afdrukvolgorde): IN ORDER, REVERSE Standaard: IN ORDER ☞ Voor deze labeltypen wordt lint met extra stevige plakstrook aanbevolen. ☞ De parameter PRINT is alleen beschikbaar wanneer de labeltypemodus PANEL is ingesteld. ☞ Als u de nummeringsfunctie gebruikt terwijl de labeltypemodus PANEL is ingesteld, kunt u gemakkelijk één label maken met meerdere tekstblokken van oplopende tekens, bijvoorbeeld om schakelpanelen van labels te voorzien zoals hierboven is weergegeven.(Zie Meerdere exemplaren afdrukken met ophogende tekens op pagina 31 voor meer informatie over de nummeringsfunctie.)14
Basisfuncties Basishandelingen uitvoeren Functies, parameters, instellingen en groepen kiezen ● Als “!"” wordt weergegeven, drukt u op l om het vorige item te selecteren of op r om het volgende item te selecteren.● Als “
” wordt weergegeven, drukt u op u om het vorige item te selecteren of op d om het volgende item te selecteren. De standaardinstelling kiezen ● Druk op e om de standaardinstelling van een functie of parameter te selecteren. Een keuze bevestigen ● Druk op n om een item uit een lijst te selecteren, een geselecteerde instelling toe te passen of om “ja” te antwoorden. Een keuze annuleren ● Druk op b om een functie af te sluiten en terug te gaan naar de vorige weergave zonder de tekst te wijzigen, of om “nee” te antwoorden.15 Basisfuncties Labelgegevens invoeren Tekst invoeren en bewerken Tekens invoeren ● Als u een kleine letter, een cijfer, een komma of een punt wilt typen, drukt u op de toets met het betreffende teken. ● Als u een hoofdletter wilt typen, drukt u op h om de Shift-modus in te schakelen en drukt u vervolgens op de toets met de gewenste letter. ● Als u achter elkaar hoofdletters wilt typen, drukt u op
en vervolgens op h om de Caps-modus in te schakelen, waarna u de gewenste letters invoert. Spaties invoeren ● Druk op e om een spatie toe te voegen in de tekst. De cursor verplaatsen U kunt de cursor verplaatsen om de tekst te lezen en te bewerken en u kunt er diverse functies en instellingen mee selecteren.
om de cursor naar links, rechts, omhoog of omlaag te verplaatsen. ● Druk op g en vervolgens op l om de cursor te verplaatsen naar het begin van de huidige tekstregel. ● Druk op g en vervolgens op r om de cursor te verplaatsen naar het einde van de huidige tekstregel. ● Druk op g en vervolgens op u om de cursor te verplaatsen naar het begin van de ingevoerde tekst. ● Druk op g en vervolgens op d om de cursor te verplaatsen naar het einde van de ingevoerde tekst.
Als u de Shift-modus wilt uitschakelen zonder een letter in te voeren, drukt u op
Als u de Caps-modus wilt uitschakelen, drukt u op
Als u een kleine letter wilt typen in Caps-modus, drukt u op
en vervolgens op de gewenste letter. ☞ Houd l, r, u of d ingedrukt om de cursor meerdere tekens of regels tegelijk te verplaatsen.16 Een nieuwe tekstregel toevoegen ● Druk op n om de huidige tekstregel te beëindigen en een nieuwe regel te beginnen. Aan het einde van de regel wordt “ ” weergegeven. Een nieuw tekstblok toevoegen ● Druk op g en vervolgens op n om een nieuw tekstblok te maken zodat een deel van de tekst kan bestaan uit een afwijkend aantal regels. Aan het einde van het blok wordt “ ” weergegeven. Voorbeeld: tekst die is ingevoerd zoals hieronder wordt weergegeven, wordt als volgt afgedrukt: Tekst invoegen ● Controleer of de Insert wordt weergegeven als u tekst wilt invoegen op de positie van de cursor. Als dit niet het geval is, drukt u op
om de Insert-modus in te schakelen. ● Als u de tekst op de positie van de cursor wilt vervangen in plaats van in te voegen, drukt u op
om de Insert-modus uit te schakelen.
Het aantal tekstregels dat kan worden afgedrukt, is afhankelijk van de breedte van het lint. ☞ Het regelnummer op het scherm geeft het regelnummer weer van het tekstblok. ☞ Eén label kan maximaal 50 tekstblokken bevatten.
Het nummer van het blok waar de cursor zich bevindt, wordt onder in het scherm aangegeven. ☞ Alle tekstblokken hebben dezelfde opmaak.
Wanneer u een grote hoeveelheid gegevens tegelijkertijd wilt afdrukken, is het mogelijk dat sommige labels onbedrukt uit de machine komen. Wanneer u bijvoorbeeld 50 records afdrukt, is het maximum aantal tekens dat tegelijkertijd kan worden afgedrukt ongeveer 200. Lintbreedte Maximum aantal regels dat kan worden afgedrukt 6 mm 2 9 mm 2 12 mm 3 18 mm 5 24 mm 7 2:4561:ABC_
---- -- 1 NORMAL 217
Basisfuncties Tekst verwijderen ● Als u tekens wilt verwijderen links van de huidige positie van de cursor, drukt u op b tot alle gewenste tekens zijn verwijderd. ● De gehele tekst verwijderen: 1 Druk op g en vervolgens op b. 2 Druk op u of d om TEXT ONLY (alleen de tekst wissen) of TEXT&FORMAT (alle tekst wissen en alle opmaakfuncties terugzetten naar de standaardwaarden) te selecteren. 3 Druk op n. Een samengesteld teken invoeren Er zijn diverse samengestelde tekens (letter met accentteken) beschikbaar met de accentfunctie. De volgende samengestelde tekens zijn beschikbaar. 1 Druk op g en vervolgens op s. De melding “ACCENT a-y/A-U?” wordt weergegeven. 2 Druk op de toets van de letter in het gewenste samengestelde teken tot het gewenste teken is geselecteerd. 3 Voeg het samengestelde teken toe aan de tekst.
- Als u één samengesteld teken of het laatste samengestelde teken van een reeks wilt toevoegen, gaat u verder met stap
- Als u een reeks samengestelde tekens wilt toevoegen aan de tekst, drukt u op g en vervolgens op n. 4 Herhaal stap 2 en 3 voor elk volgend samengesteld teken. 5 Druk op n. Letter Samengestelde tekens Letter Samengestelde tekens
A ÄÁÀÂÃÅÆ a ä á à â ã åæ CÇ c ç E ËÉÈÊ e ë é è ê I ÏÍÌÎ i ïíìî NÑ n ñ O ÖÓÒÔÕØŒ o öóòôõøœ U ÜÚÙÛ u üúùû yÿ18 Een streepjescode invoeren Met de streepjescodefunctie kunt u een streepjescode afdrukken als onderdeel van een label. Bovendien kunt u met de diverse streepjescodeparameters aangepaste streepjescodes maken. Streepjescodeparameters instellen 1 Druk op g en vervolgens op c. 2 Druk op l of r totdat de gewenste parameter wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. 4 Herhaal stap 2 en 3 totdat alle parameters naar wens zijn ingesteld. 5 Druk op n.
Als u een samengesteld teken met een hoofdletter wilt invoeren, drukt u op
om de Caps-modus in te schakelen) voordat u op de lettertoets drukt. ☞ U kunt een samengesteld teken ook selecteren door de bijbehorende code in te voeren (zie de bovenstaande tabel). Als u bijvoorbeeld “A2” typt en vervolgens op
drukt, wordt “À” toegevoegd aan de tekst.
Aangezien dit apparaat niet specifiek is ontworpen voor het maken van speciale streepjescodelabels, kunnen sommige streepjescodelezers deze labels wellicht niet lezen. ☞ Streepjescodelezers kunnen wellicht geen streepjescodes lezen die zijn gedrukt met bepaalde kleuren inkt op bepaalde kleuren labellint. Druk streepjescodelabels af met zwarte tekens op witte tape. Parameter Instellingen TYPE CODE 39, I-2/5, EAN13, EAN8, UPC-A,
UPC-E, CODABAR, EAN128, CODE128
WIDTH (breedte van de streepjes)
MEDIUM, SMALL, LARGE
UNDER# (cijfers onder de streepjescode) ON, OFF
☞ De parameter CHECK DIGIT (controlecijfer) is alleen beschikbaar bij de typen CODE 39, I-2/5 en CODABAR.19 Basisfuncties Streepjescodegegevens invoeren 1 Druk op c.2 Typ de nieuwe streepjescodegegevens of bewerk de oude gegevens. 3 Druk op n om de streepjescode toe te voegen aan de tekst. De volgende speciale tekens kunnen alleen worden toegevoegd aan streepjescodes van het type CODE39 of CODABAR.
Als u speciale tekens wilt toevoegen aan de streepjescodegegevens (alleen bij typen CODE39
CODE128 ), plaatst u de cursor onder het teken direct rechts van de positie waar u het speciale teken wilt toevoegen en drukt u vervolgens op
totdat het gewenste speciale teken wordt weergegeven en druk vervolgens op
om het teken toe te voegen aan de gegevens. (Zie de onderstaande tabellen voor een lijst van de beschikbare speciale tekens.)
UNDER# wilt wijzigen van een streepjescode die al aan de tekst is toegevoegd, drukt u op
– 4/ 0– 3/ 1.5+ 1$4. 2(SPATIE)6 % 2 : 5 + 3$20 De volgende speciale tekens kunnen alleen worden toegevoegd aan streepjescodes van het type EAN128 en CODE128. Een symbool invoeren Er zijn 147 symbolen en afbeeldingen beschikbaar met de symboolfunctie. 1 Druk op s. De laatst gebruikte categorie wordt weergegeven. 2 Druk op u of d om de gewenste categorie te selecteren. 3 Druk op l of r totdat het gewenste symbool is geselecteerd. 4 Voeg het symbool toe aan de tekst.
- Als u één symbool of het laatste symbool van een reeks wilt toevoegen, gaat u verder met stap 6.
- Als u een reeks symbolen wilt toevoegen aan de tekst, drukt u op g en vervolgens op n. Symbool Teken Symbool Teken Symbool Teken Symbool Teken
16 : 34 ENQ 52 ETB 17 ; 35 ACK 53 CAN21 Basisfuncties 5 Herhaal stap 2 tot en met 4 voor elk volgende symbool. 6 Druk op n. De volgende symbolen zijn beschikbaar. ☞ U kunt een symbool ook selecteren door de bijbehorende code in te voeren (zie de onderstaande tabel). Als u bijvoorbeeld “A02” typt en vervolgens drukt op
wordt “?” toegevoegd aan de tekst.
*De 16 meest recent geselecteerde symbolen worden automatisch opgeslagen in de symboolcategorie PERSONAL.23 Basisfuncties Het label opmaken Een labellengte opgeven U kunt de lengte van het label als volgt opgeven: 1 Druk op g en vervolgens op A. 2 Druk op l of r totdat LENGTH wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste labellengte wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om de gewenste instelling in te voeren). 4 Druk op n. Een kantlijnbreedte opgeven U kunt de breedte van de kantlijnen voor de linker- en rechterkant van de tekst opgeven. 1 Druk op g en vervolgens op A. 2 Druk op l of r totdat MARGIN wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste kantlijninstelling wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om de gewenste instelling in te voeren). 4 Druk op n. ☞ Zodra de symboolcategorie PERSONAL vol is, worden oude symbolen overschreven door nieuw geselecteerde symbolen, tenzij de Symbool-opslaanfunctie (Symbol Save) is ingesteld op OFF. (Zie Symboolcategorie PERSONAL voortdurend bijwerken of niet op pagina 39.) 6 tot 999 mm2 tot 99 mm 2 tot 99 mm24 De tekst omkaderen 1 Druk op g en vervolgens op B. 2 Druk op u of d totdat de gewenste kaderinstelling wordt weergegeven. 3 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt toegepast op de gehele tekst. De volgende kaderstijlen zijn beschikbaar. Kaderinst elling Voorbeeld Kaderinst elling Voorbeeld
Basisfuncties De tekengrootte opgeven U kunt de tekengrootte opgeven voor alle tekst op het label of alleen voor de tekst op de regel waar de cursor zich bevindt. De tekengrootte van alle tekst instellen 1 Druk op t. 2 Druk op l of r totdat G. SIZE wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling voor de tekengrootte wordt weergegeven. 4 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt toegepast op de gehele tekst. De tekengrootte van een regel instellen 1 Verplaats de cursor naar de tekstregel waarvan u de grootte wilt wijzigen. 2 Druk op g en vervolgens op E. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling voor de tekengrootte wordt weergegeven. 4 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt alleen toegepast op de tekstregel waar de cursor zich bevindt. ☞ De afdrukbare tekengrootte is afhankelijk van de breedte van het lint. De volgende tabel toont de maximale tekengrootte per lintbreedte. ☞ Wanneer de instelling AUTO is geselecteerd en de tekst in een blok bestaat uit slechts een regel met alleen kleine letters (en geen samengestelde tekens), wordt de tekst iets groter afgedrukt dan het maximum dat mogelijk is voor de lintbreedte. Lintbreedte Maximale tekengrootte6 mm 12 punten (3 mm)9 mm 18 punten (4 mm)12 mm 24 punten (6 mm)18 mm 36 punten (9 mm)24 mm 48 punten (12 mm)26 De tekenbreedte instellen De tekenbreedte van alle tekst instellen 1 Druk op t. 2 Druk op l of r totdat G. WIDTH wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling voor de tekenbreedte wordt weergegeven. 4 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt toegepast op de gehele tekst. De tekenbreedte van een regel instellen 1 Verplaats de cursor naar de tekstregel waarvan u de tekenbreedte wilt wijzigen. 2 Druk op g en vervolgens op E. 3 Druk op l of r totdat WIDTH wordt weergegeven. 4 Druk op u of d totdat de gewenste instelling voor de tekenbreedte wordt weergegeven. 5 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt alleen toegepast op de tekstregel waar de cursor zich bevindt. De volgende tekenbreedten zijn beschikbaar voor de verschillende tekengrootten. Breedte Grootte
NORMAL NARROW THIN WIDE
12 mm (48 punten) 9 mm (36 punten) 6 mm (24 punten) 4 mm (18 punten) 3 mm (12 punten) 2 mm (9 punten) 1 mm (6 punten)27 Basisfuncties De tekenstijl opgeven De tekenstijl van alle tekst instellen 1 Druk op t. 2 Druk op l of r totdat G. STYLE wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling voor de tekenstijl wordt weergegeven. 4 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt toegepast op de gehele tekst. De tekenstijl van een regel instellen 1 Verplaats de cursor naar de tekstregel waarvan u de tekenstijl wilt wijzigen. 2 Druk op g en vervolgens op D. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling voor de tekenstijl wordt weergegeven. 4 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt alleen toegepast op de tekstregel waar de cursor zich bevindt. De volgende tekststijlen zijn beschikbaar. Stijlinstelling Voorbeeld Stijlinstelling Voorbeeld NORMAL ITALIC BOLD I+BOLD (cursief en vet) OUTLINE I+OUTL (cursief en contour)28 De uitlijning van alle regels in de tekst instellen 1 Druk op t. 2 Druk op l of r totdat ALIGN wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. 4 Druk op n. De geselecteerde instelling wordt toegepast op de gehele tekst. De volgende instellingen voor uitlijning zijn beschikbaar.
LEFT CENTRE RIGHT JUSTIFY29
Basisfuncties De voorgedefinieerde sjablonen voor automatische opmaak gebruiken Er zijn diverse voorgedefinieerde labelsjablonen beschikbaar waarmee u snel en eenvoudig labels kunt maken voor de meest uiteenlopende toepassingen: van het aangeven van de inhoud van dozen en archiefmappen tot het labelen van apparatuur en het maken van naamplaatjes en identificatiekaartjes. Nadat u een van de tien labelsjablonen hebt geselecteerd, hoeft u alleen nog maar tekst in de velden te typen. Vervolgens kunt u het label afdrukken. De volgende labelsjablonen zijn beschikbaar. 1 Druk op g en vervolgens op de cijfertoets waaraan de sjabloon die u wilt gebruiken is toegewezen.
. Het eerste veld van de geselecteerde sjabloon wordt weergegeven. Toets Sjabloonnaam Lintbreedte × labellengte Sjabloonvelden Voorbeeld
IC CHIP 9 mm × 25 mm 1 TEXT1? 2 TEXT2?30 3 Druk op u of d om elk veld weer te geven en typ de tekst. 4 • Als u één exemplaar wilt afdrukken, drukt u op p.
- Als u meerdere exemplaren wilt afdrukken, of diverse exemplaren waarbij de waarden van bepaalde tekens worden opgehoogd, of een spiegelbeeldweergave van de tekst, drukt u op g en vervolgens op a. (Zie Speciale afdrukfuncties gebruiken op pagina 31 voor meer informatie.) Labels afdrukken Voorbeeld van labellay-out weergeven Met de voorbeeldfunctie kunt u een voorbeeld van de lay-out van de tekst weergeven. ● Als u een afdrukvoorbeeld wilt weergeven, drukt u op g en vervolgens op p. De lengte van het huidige label wordt linksonder in het scherm aangegeven. Lint doorvoeren
om 23 mm lint door te voeren. De melding “FEED” wordt weergegeven. Een label afdrukken ● Als u een label wilt afdrukken, drukt u op p. De melding “WORKING” wordt weergegeven. Vervolgens wordt “COPIES” weergegeven, gevolgd door een getal dat aangeeft welk exemplaar van het label wordt afgedrukt. ☞ U kunt samengestelde tekens (pagina 17), symbolen (pagina 20) en streepjescodes (pagina 18) invoeren in de sjabloonvelden.
Als u het gebruik van de sjablonen wilt afsluiten, geeft u het laatste veld weer en drukt u vervolgens op
. Het menu Auto Format wordt weergegeven. Druk op
totdat FINISH wordt weergegeven. Druk vervolgens op
☞ Druk op l of r om de afdrukweergave naar links of naar rechts te verschuiven. ☞ Druk op n of b om terug te keren naar de tekst. ☞ Druk op
om restanten bedrukt lint door te voeren nadat u hebt gedrukt op o om het afdrukken te beëindigen.31 Basisfuncties Speciale afdrukfuncties gebruiken Er zijn diverse speciale afdrukfuncties beschikbaar waarmee u meerdere exemplaren van labels kunt afdrukken, diverse exemplaren kunt afdrukken terwijl u de waarden van bepaalde tekens ophoogt, specifieke delen van de labeltekst afdrukken of de labeltekst afdrukken in spiegelbeeld. Meerdere exemplaren van een label afdrukken Met de herhaalfunctie kunt u maximaal 99 exemplaren afdrukken van dezelfde tekst. 1 Druk op g en vervolgens op a. 2 Druk op l of r totdat COPIES wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat het gewenste aantal exemplaren wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om de gewenste instelling in te voeren).
). In het menu Print Option wordt CONFIRM weergegeven.
) om het afdrukken van het opgegeven aantal exemplaren te starten. Het nummer van elk exemplaar wordt weergegeven terwijl het wordt afgedrukt. Meerdere exemplaren afdrukken met ophogende tekens Met de nummeringsfunctie kunt u meerdere exemplaren van dezelfde tekst afdrukken terwijl de waarden van bepaalde tekens (letters, getallen of streepjescodegegevens) worden opgehoogd nadat elk label is afgedrukt. Dit type automatische ophoging is met name handig wanneer u serienummerlabels, productiecontrolelabels of andere labels afdrukt waarvoor een oplopende codering is vereist. 1 Druk op g en vervolgens op a. ☞ Wanneer de afsnijfunctie is ingesteld op 1 of 3, wordt de melding “CUT TAPE TO CONTINUE” weergegeven nadat een label is afgedrukt. Druk op de lintafsnijknop om het label af te snijden en ga verder met afdrukken.☞ U moet het lint afsnijden binnen vijf minuten nadat de melding is weergegeven.
Zie Methode voor doorvoer en afsnijding van het lint selecteren op pagina 37 voor informatie over de verschillende opties die beschikbaar zijn voor het afsnijden van het lint. ☞ Als u instellingen wilt opgeven voor aanvullende Print Option-functies in plaats van door te gaan met stap 5, drukt u op u of d totdat CONTINUE wordt weergegeven in het menu Print Option. Druk vervolgens op
ABC ABC ABC 2A-C16 ABC 2A-C15 2A-C1432 2 Druk op l of r totdat NUMBER wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat het gewenste aantal exemplaren wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om de gewenste instelling in te voeren). 4 Druk op n. De melding “START?” wordt weergegeven. (Als u alleen de tekens op de huidige positie van de cursor wilt opgeven als nummeringsveld, drukt u op p en gaat u verder met stap 9.) 5 Druk op u, d, l of r totdat het eerste teken dat u wilt opnemen in het nummeringsveld gaat knipperen. 6 Druk op n. De melding “END?” wordt weergegeven. 7 Druk op u, d, l of r totdat het laatste teken dat u wilt opnemen in het nummeringsveld gaat knipperen. 8 Druk op n. In het menu Print Option wordt CONFIRM weergegeven. 9 Druk op n (of p) om het afdrukken van het opgegeven aantal labels te starten. Het nummer van elk exemplaar wordt weergegeven terwijl het wordt afgedrukt. ☞ Wanneer de afsnijfunctie is ingesteld op 1 of 3, wordt de melding “CUT TAPE TO CONTINUE” weergegeven nadat elk label is afgedrukt. Druk op de lintafsnijknop om het label af te snijden en ga verder met afdrukken. ☞ U moet het lint afsnijden binnen vijf minuten nadat de melding is weergegeven.
- Zie Methode voor doorvoer en afsnijding van het lint selecteren op pagina 37 voor informatie over de verschillende opties die beschikbaar zijn voor het afsnijden van het lint. ☞ Letters en getallen worden als volgt opgehoogd. 0 ! 1 ! ! 0 ! A ! B ! Z ! A ! a ! b ! z ! a ! A0! A1 ! A9! B0 ! U kunt spaties (die in de onderstaande voorbeelden worden weergegeven als “_”) gebruiken om de ruimte tussen tekens aan te passen of om het aantal cijfers te bepalen dat wordt afgedrukt. _Z ! AA ! ZZ! AA ! p. 9
- _9 ! 10 ! p. 99
- ! 00 ! p. 1
- _9! 2_0 ! _9!0_0 ! ☞ U kunt per tekst slechts één nummeringsveld selecteren. ☞ Een nummeringsveld moet zich geheel in een tekstregel van één blok bevinden. ☞ U kunt maximaal 5 tekens selecteren voor het nummeringsveld. ☞ Als u een niet-alfanumeriek teken opneemt in het nummeringsveld, zoals een symbool, worden alleen de letters en cijfers in het nummeringsveld opgehoogd tijdens het afdrukken van de labels. Als het nummeringsveld alleen een niet- alfanumeriek teken bevat, wordt slechts één label afgedrukt.33 Basisfuncties Een reeks tekstblokken afdrukken Met de blokafdrukfunctie kunt u een reeks af te drukken tekstblokken selecteren. 1 Druk op g en vervolgens op a. 2 Druk op l of r totdat het eerste getal in de reeks die wordt weergegeven onder BLOCK NO. gaat knipperen. 3 Druk op u of d totdat het gewenste bloknummer wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om de gewenste instelling in te voeren). 4 Druk op r totdat het tweede getal in de reeks die wordt weergegeven onder BLOCK NO. gaat knipperen. 5 Druk op u of d totdat het gewenste bloknummer wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om de gewenste instelling in te voeren). p. 9
). In het menu Print Option wordt CONFIRM weergegeven.
) om het afdrukken van het opgegeven aantal labels te starten. Het nummer van elk exemplaar wordt weergegeven terwijl het wordt afgedrukt. Labels in spiegelbeeld afdrukken Met deze functie wordt het label zo afgedrukt dat de tekst leesbaar is vanaf de plakkant van de tape. Wanneer dergelijke in spiegelbeeld afgedrukte labels worden geplakt op glas of ander doorzichtig materiaal, kunnen ze van de andere kant worden gelezen. 1 Druk op g en vervolgens op a. ☞ Als u instellingen wilt opgeven voor aanvullende Print Option-functies in plaats van door te gaan met stap 9, drukt u op u of d totdat CONTINUE wordt weergegeven in het menu Print Option. Druk vervolgens op
☞ Als u in stap 5 een streepjescode hebt geselecteerd als nummeringsveld, slaat u stap 6 en 7 over en gaat u verder met stap 8. ☞ Als u instellingen wilt opgeven voor aanvullende Print Option-functies in plaats van door te gaan met stap 7, drukt u op u of d totdat CONTINUE wordt weergegeven in het menu Print Option. Druk vervolgens op
UVWX ABC ABC OFF ON34 2 Druk op l of r totdat MIRROR wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat ON wordt weergegeven. 4 Druk op n (of p). In het menu Print Option wordt CONFIRM weergegeven. 5 Druk op n (of p) om het afdrukken van het opgegeven aantal labels te starten. Het nummer van elk exemplaar wordt weergegeven terwijl het wordt afgedrukt. Speciale afdrukfuncties combineren De speciale afdrukfuncties kunnen veelal worden gecombineerd, afhankelijk van bepaalde voorwaarden, zoals de geselecteerde labeltypemodus en het gebruik van een sjabloon. Zo resulteert een combinatie van de herhaalfunctie en de nummeringsfunctie voor afdrukken van twee exemplaren van een label waarbij “1” is geselecteerd als het nummeringsveld met drie ophogingen in nevenstaande labels. ☞ Wanneer u labels wilt afdrukken in spiegelbeeld, moet de tekst worden afgedrukt op doorzichtig lint. ☞ Als u instellingen wilt opgeven voor aanvullende Print Option-functies in plaats van door te gaan met stap 5, drukt u op u of d totdat CONTINUE wordt weergegeven in het menu Print Option. Druk vervolgens op
☞ Zie de betreffende paragrafen hierboven voor meer informatie over de diverse speciale afdrukfuncties. A-1 A-1 A-2 A-2 A-3 A-335 Basisfuncties Bestanden opslaan en oproepen U kunt veelgebruikte labelteksten en de bijbehorende opmaak opslaan in het geheugen en eenvoudig weer oproepen om ze te bewerken en snel af te drukken. Tijdens het opslaan krijgt elk tekstbestand een nummer zodat u het eenvoudig kunt oproepen. U kunt maximaal 10 tekstbestanden of ongeveer 2000 tekens opslaan in het geheugen. Aangezien bij gebruik van de oproepfunctie een kopie van het opgeslagen tekstbestand wordt opgeroepen, kunt u de tekst bewerken en afdrukken zonder het oorspronkelijke bestand te wijzigen. Wanneer u een bestand niet meer nodig hebt of als er meer geheugenruimte nodig is, gebruikt u de wisfunctie om tekstbestanden te verwijderen. Labeltekst opslaan 1 Druk op m. 2 Druk op u of d totdat STORE wordt weergegeven. 3 Druk op n. 4 Druk op u of d totdat het nummer van het bestand wordt weergegeven waarin u de tekst wilt opslaan. 5 Druk op n. ☞ Als het maximum aantal tekens is opgeslagen, wordt de melding “MEMORY FULL!” weergegeven. In dat geval moet u een bestaand tekstbestand verwijderen voordat u het nieuwe bestand kunt opslaan. ☞ Als er al een bestand is opgeslagen met het geselecteerde bestandsnummer, wordt de melding “OVERWRITE?” weergegeven. Als u het opgeslagen bestand wilt overschrijven met het nieuwe bestand, drukt u op n. Als u wilt teruggaan en een ander bestandsnummer wilt kiezen zonder het tekstbestand te overschrijven, drukt u
b en selecteert u vervolgens een ander bestandsnummer.36 Opgeslagen tekst oproepen 1 Druk op m. 2 Druk op u of d totdat RECALL wordt weergegeven. 3 Druk op n. 4 Druk op u of d totdat het nummer van het bestand wordt weergegeven dat u wilt oproepen. 5 Druk op n. Tekst die op het scherm werd weergegeven, wordt gewist en de tekst die is opgeslagen onder het geselecteerde bestandsnummer wordt opgeroepen en weergegeven. Opgeslagen tekst verwijderen 1 Druk op m. 2 Druk op u of d totdat CLEAR wordt weergegeven. 3 Druk op n. 4 Druk op u of d totdat het nummer van het bestand wordt weergegeven dat de tekst bevat die u wilt verwijderen. 5 Selecteer de bestanden die u wilt verwijderen.
- Als u één bestand wilt verwijderen, gaat u verder met stap
- Als u meerdere bestanden wilt selecteren, drukt u op e. Het huidige bestandsnummer wordt gemarkeerd. Selecteer tekstbestanden door stap 4 te herhalen en druk vervolgens op e totdat alle te verwijderen bestanden zijn geselecteerd.
- Als u alle bestanden wilt verwijderen, drukt u op g en vervolgens op e. 6 Druk op n. De melding “OK TO CLEAR?” wordt weergegeven (of de melding “CLEAR ALL?” wanneer alle bestanden zijn geselecteerd). 7 Druk op n. De tekst die in de geselecteerde bestanden is opgeslagen, wordt verwijderd.
om andere delen van het geselecteerde tekstbestand weer te geven.
om andere delen van het geselecteerde tekstbestand weer te geven.
Als u een tekstbestand wilt uitsluiten van verwijdering, geeft u het tekstbestand weer en drukt u vervolgens op
totdat het betreffende bestandsnummer niet meer is gemarkeerd.37 Apparaatinstellingen aanpassen
Apparaatinstellingen aanpassen Op de P-touch zijn verschillende functies beschikbaar waarmee de werking van het apparaat kan worden gewijzigd en aangepast. Methode voor doorvoer en afsnijding van het lint selecteren Met de afsnijfunctie kunt u bepalen hoe het lint wordt doorgevoerd nadat het is afgedrukt. Bij de instelling van de afsnijfunctie kunt u kiezen uit een combinatie van twee verschillende afsnijmethoden: afsnijpauze (waarbij het apparaat stopt met afdrukken zodat het label kan worden afgesneden) en kettingafdruk (waarbij de laatste afdruk niet wordt doorgevoerd om te worden afgesneden, zodat er minder lint wordt verspild). Kettingafdruk is een zuinige functie waarmee verspilling van lint aan het begin van de labels wordt voorkomen. Als het apparaat niet is ingesteld op kettingafdruk, wordt eerst het overtollige lint van de voorgaande afdruksessie afgesneden alvorens het eerste label van de huidige sessie wordt afgedrukt. Als kettingafdruk is geselecteerd, blijft het laatste label van de voorgaande sessie echter in het apparaat (en wordt dus niet doorgevoerd) zodat het volgende label kan worden afgedrukt zonder dat daarbij lint wordt verspild. Wanneer het laatste label is afgedrukt, drukt u op
om de reeks labels door te voeren. Druk vervolgens op de lintafsnijknop op deze af te snijden. De volgende instellingen zijn beschikbaar (waarbij 1 de standaardinstelling is): 1 Druk op g en vervolgens op Z. 2 Druk op l of r totdat CUT wordt weergegeven.
totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. Druk vervolgens op
Schermcontrast aanpassen U kunt de weergave op het scherm lichter of donkerder maken door een instelling te selecteren tussen -2 en +2. (De standaardinstelling is 0.) Als u een hogere waarde selecteert, wordt het contrast groter (een donkerdere weergave). Als u een lagere waarde selecteert, wordt het contrast kleiner (een lichtere weergave). (afsnijpauze, geen kettingafdruk) (afsnijpauze en kettingafdruk) (geen afsnijpauze, geen kettingafdruk) (geen afsnijpauze, wel kettingafdruk) Nadat u een afdruk hebt gemaakt waarbij de afsnijfunctie was ingesteld op
, drukt u op om het lint door te voeren. Druk vervolgens op de lintafsnijknop om het af te snijden.38 1 Druk op g en vervolgens op Z. 2 Druk op l of r totdat CONTRAST wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. Druk vervolgens op n. Automatische verkleiningsfunctie instellen Als tekst met de grootte-instelling AUTO niet binnen de opgegeven labellengte past, kunt u met de automatische verkleiningsfunctie kiezen om de tekenbreedte ( TEXT WIDTH
1 Druk op g en vervolgens op Z. 2 Druk op l of r totdat AUTO REDUCTION wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. Druk vervolgens op n. Labellengte ijken Als de lengte van het afgedrukte label niet overeenkomt met de lengte die u hebt ingesteld met de lengtefunctie, kunt u de lengte van het afgedrukte label herkalibreren met de lengteaanpassingsfunctie. Dit doet u door een instelling te selecteren tussen -1 en +3. (De standaardinstelling is 0.) 1 Druk op g en vervolgens op Z. 2 Druk op l of r totdat LENGTH ADJUST wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. Druk vervolgens op n. Als u TEXT SIZE hebt geselecteerd en u meer tekst toevoegt, wordt de tekengrootte verkleind zodat de tekst binnen de opgegeven labellengte past. Als u TEXT WIDTH hebt geselecteerd en u meer tekst toevoegt, wordt de tekenbreedte verkleind zodat de tekst binnen de opgegeven labellengte past. Als de tekenbreedte echter al is teruggebracht tot THIN , wordt de tekengrootte verkleind zodat de tekst binnen de opgegeven labellengte past.39 Apparaatinstellingen aanpassen Symboolcategorie PERSONAL voortdurend bijwerken of niet U kunt opgeven of symbolen aan de symboolcategorie PERSONAL toegevoegd moeten blijven worden (waarbij de oudere symbolen worden vervangen) wanneer deze categorie vol is (
) of dat symbolen niet meer moeten worden toegevoegd wanneer de symboolcategorie PERSONAL vol is ( OFF ). (De standaardinstelling is
1 Druk op g en vervolgens op Z. 2 Druk op l of r totdat SYMBOL UPDATE wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste instelling wordt weergegeven. Druk vervolgens op n. Informatie over de versie weergeven Deze functie kunt u gebruiken om informatie over de versie van de software van de P-touch en de ingebouwde symbolenset weer te geven. 1 Druk op g en vervolgens op Z. 2 Druk op l of r totdat VERSION INFO wordt weergegeven. 3 Druk op u of d totdat de gewenste informatie over de versie wordt weergegeven. 4 Druk op n om de instellingsmodus uit te schakelen.40
De P-touch aansluiten op een computer De P-touch is voorzien van een USB-poort zodat u het apparaat kunt aansluiten op een computer met Microsoft
3.2 dat samen met het printerstuurprogramma, Transfer Manager en Backup Manager
wordt geïnstalleerd. ● P-touch Editor 3.2 is software voor het ontwerpen van labels en bevat aanvullende illustratie- en lay-outmogelijkheden voor het ontwerpen van uitgebreide labelsjablonen en het maken van databases. Wanneer deze labelsjablonen en databases zijn gemaakt, kunt u ze downloaden naar de P-touch en ze gebruiken om labels af te drukken. ● Met Transfer Manager kunt u gegevens die op de computer zijn gemaakt, downloaden naar de draagbare P-touch, zodat deze overal kan worden gebruikt voor het maken van labels. De volgende typen gegevens kunnen worden gedownload naar de P-touch.
- Met labelsjablonen die zijn gemaakt met P-touch Editor kunt u de mogelijkheden van de P-touch uitbreiden om aangepaste labels te maken.
- Databases die zijn gemaakt met P-touch Editor of in csv-indeling bieden u handige toegang tot grote hoeveelheden gegevens (zoals klantenlijsten en voorraadlijsten) die u kunt gebruiken om labels af te drukken.
- Aangepaste tekenbeelden in bmp-indeling kunnen worden gebruikt om labels te verfraaien met tekens die niet beschikbaar zijn in de P-touch. ● Met Backup Manager kunt u van de volgende typen gegevens van de P-touch een reservekopie opslaan op de computer en deze gegevens weer terugzetten naar het apparaat voor het geval P-touch-gegevens worden gewist.
- Door gebruiker gedefinieerde tekenbeelden
- Labelbestanden die in het geheugen van de P-touch zijn opgeslagen ! De P-touch Editor-software en het printerstuurprogramma moeten worden geïnstalleerd voordat de P-touch wordt aangesloten op de computer en wordt aangezet. ☞ Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel om de P-touch aan te sluiten op de computer.
U kunt niet meerdere P-touch-apparaten tegelijk aansluiten op één computer. ! Hoewel de P-touch kan worden aangesloten op de computer via een USB- aansluiting, kunnen labellay-outs die met P-touch Editor zijn gemaakt niet rechtstreeks via de toepassing worden afgedrukt.41 De P-touch aansluiten op een computer De software en het printerstuurprogramma installeren De software van P-touch Editor 3.2 die op de meegeleverde cd-rom staat, omvat een reeks complexe functies voor het afdrukken van streepjescodes en afbeeldingen zodat u elk denkbaar label kunt ontwerpen. U moet tevens het printerstuurprogramma installeren om ervoor te zorgen dat de toepassing kan communiceren met de P-touch. Voor de installatie Controleer of uw systeemconfiguratie voldoet aan de volgende vereisten. ! Hoewel de P-touch kan worden aangesloten op de computer via een USB- aansluiting, kunnen labellay-outs die met P-touch Editor zijn gemaakt niet rechtstreeks via de toepassing worden afgedrukt. Computer IBM-pc/AT of compatibelBesturingssysteemMicrosoft Windows 98, 98 SE, Me, 2000 Professional, XP Professional of XP Home EditionProcessorPentium 166 MHz of hoger (XP Professional en XP Home Edition: Pentium 300 MHz of hoger)GeheugenTen minste 64 MB (XP Professional en XP Home Edition: ten minste 128 MB)Vrije ruimte op vaste schijf Minstens 20 MB (100 MB voor volledige installatie) Beeldscherm 800 x 600 dpi (SVGA)/Hoge kleuren of hoger USB-poort BeschikbaarCd-romstation Beschikbaar ☞ Voor installatie op computers met Windows
2000 zijn beheerdersbevoegdheden vereist. Voor het overdragen van gegevens zijn hoofdgebruikers- of beheerdersbevoegdheden vereist. Deze software kan niet worden gebruikt in de groep Gebruikers. De software is bovendien niet compatibel met het besturingssysteem Windows
XP kunnen gegevens alleen worden overgedragen en is installatie alleen mogelijk via een account met beheerdersbevoegdheden.42 De software van P-touch Editor 3.2 installeren 1 Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation van de computer. Er wordt automatisch een dialoogvenster weergegeven waarin u de taal van het installatieprogramma kunt selecteren. 2 Selecteer de gewenste taal en klik vervolgens op “OK”. De wizard InstallShield
wordt gestart om de P-touch Editor-software te installeren en het dialoogvenster “Welkom” wordt weergegeven. 3 Lees de inhoud van dit dialoogvenster zorgvuldig en klik vervolgens op “Volgende” om door te gaan. Het dialoogvenster “Gebruikersgegevens” wordt weergegeven. 4 Typ de benodigde gegevens in de betreffende velden en klik op “Volgende”. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met het verzoek de ingevoerde gegevens te bevestigen.
Klik op “Ja” om de ingevoerde gegevens te bevestigen. Het dialoogvenster “Installatietype” wordt weergegeven. 6 Selecteer de gewenste installatiemethode en klik op “Volgende”. Als u “Aangepast” selecteert, klikt u op “Volgende” waarna een dialoogvenster wordt weergegeven waarin u kunt aangeven welke opties u wilt installeren. Nadat P-touch Editor is geïnstalleerd, wordt er een dialoogvenster weergegeven waarin u kunt aangeven of het printerstuurprogramma wel of niet moet worden geïnstalleerd. 7 Klik op “Ja”. Het eerste dialoogvenster “Setup voor stuurprogramma” wordt weergegeven, met de melding dat het P-touch-printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd. 8 Ga verder met de procedure in Het USB-printerstuurprogramma installeren op pagina 43. 9 Wanneer de installatie van P-touch Editor is voltooid, wordt een dialoogvenster weergegeven waarin u een upgrade kunt uitvoeren van P-touch Editor 3.2 zodat de software compatibel wordt met Access 2000. Als u P-touch Editor 3.2 wilt upgraden voor Access 2000, klikt u op “Ja” en volgt u de instructies die worden weergegeven. ! Sluit de P-touch pas aan op de computer als u hiertoe wordt geïnstrueerd. ! Wij raden u met klem aan alle Windows-toepassingen te sluiten voordat u deze software installeert.
niet automatisch wordt gestart, gaat u als volgt te werk: Dubbelklik op “Deze computer” op het bureaublad en dubbelklik vervolgens op het cd-romstation dat de cd-rom bevat. (Onder Windows
XP klikt u op “Deze computer” in het menu Start en dubbelklikt u vervolgens op het cd-romstation dat de cd-rom bevat.) Dubbelklik op “Setup.exe” om het dialoogvenster weer te geven.43 De P-touch aansluiten op een computer Het USB-printerstuurprogramma installeren Onder Windows
Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de melding dat het P-touch- printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd. Klik op “Volgende”. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de instructie de P-touch aan te sluiten op de computer.
Sluit de P-touch aan op de computer met de meegeleverde USB-interfacekabel, houd vervolgens
ingedrukt en druk op
om de overdrachtmodus van de P-touch in te schakelen.
wordt een dialoogvenster weergegeven met de melding dat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. 3 Klik op “Voltooien”. Onder Windows
XP: 1 Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de melding dat het P-touch- printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd. Klik op “Volgende”. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de instructie de P-touch aan te sluiten op de computer. ☞ Als een dialoogvenster wordt weergegeven met de melding dat de installatie is voltooid en dat u de computer opnieuw moet opstarten, selecteert u de betreffende optie, klikt u op “Voltooien” om de computer opnieuw op te starten en verwijdert u de cd-rom uit het cd-romstation. ☞ U kunt de software van P-touch Editor 3.2 verwijderen door te dubbelklikken op Software (of “Programma’s installeren of verwijderen” onder Windows
XP) in Configuratiescherm en volgt u de instructies die worden weergegeven. ! Sluit de P-touch pas aan op de computer als u hiertoe wordt geïnstrueerd; anders wordt het printerstuurprogramma wellicht niet juist geïnstalleerd. ☞ Als een dialoogvenster wordt weergegeven met de melding dat de installatie is voltooid en dat u de computer opnieuw moet opstarten, selecteert u de betreffende optie, klikt u op “Voltooien” om de computer opnieuw op te starten en verwijdert u de cd-rom uit het cd-romstation. ☞ Er wordt een melding weergegeven dat het printerstuurprogramma de compatibiliteitstest van Brother zelf heeft doorstaan en dat u moet klikken op “Toch doorgaan” als er een waarschuwing wordt weergegeven. Klik op “OK”. USB-interfacekabel44 2 Sluit de P-touch aan op de computer met de meegeleverde USB- interfacekabel, houd vervolgens g ingedrukt en druk op o om de overdrachtmodus van de P-touch in te schakelen. Het eerste dialoogvenster van de “Wizard Nieuwe hardware gevonden” wordt weergegeven.
Selecteer “De software automatisch installeren (aanbevolen)” en klik op “Volgende”. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de waarschuwing dat de software niet voldoet aan de eisen van de Windows
Logo-test. 4 Klik op “Toch doorgaan” om de installatie voort te zetten. Er wordt een dialoogvenster weergegeven van de “Wizard Nieuwe hardware gevonden” met de melding dat deze wizard de installatie van het printerstuurprogramma voor de P-touch heeft voltooid. 5 Klik op “Voltooien”. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de melding dat de installatie is voltooid. 6 Selecteer “Ja, ik wil mijn computer nu opnieuw opstarten” (of “Ja, meteen opstarten” als het printerstuurprogramma afzonderlijk is geïnstalleerd), klik op “Voltooien” om de computer opnieuw op te starten en verwijder de cd-rom uit het cd-romstation van de computer. ☞ Als een dialoogvenster “Setup van stuurprogramma” wordt weergegeven met de melding dat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, klikt u op “Voltooien”. ☞ Als u het printerstuurprogramma wilt verwijderen, start u het installatieprogramma op de cd-rom, klikt u op de knop voor het stuurprogramma in het dialoogvenster dat wordt weergegeven, selecteert u de gewenste optie en volgt u de instructies die worden getoond. USB-interfacekabel45 De P-touch aansluiten op een computer De gebruikershandleiding lezen U kunt de gebruikershandleiding van P-touch Editor bekijken vanaf de cd-rom, of u kunt deze installeren op uw computer, zodat u de handleiding snel bij de hand hebt. Aangezien de gebruikershandleiding een HTML-document is, hebt u een browser nodig om deze te lezen. De gebruikershandleiding bekijken vanaf de cd-rom: 1 Start Windows
Verkenner. 2 Selecteer het cd-romstation.3 Dubbelklik op de map Ptouch.4 Dubbelklik op de map Handleiding.5 Dubbelklik op het bestand “Main.htm”. De gebruikershandleiding bekijken als deze is geïnstalleerd op de vaste schijf: 1 Klik op “Start” in de taakbalk om het menu Start weer te geven.2 Plaats de cursor op “Programma’s”.3 Plaats de cursor op “P-touch Editor 3.2”.4 Klik op “Gebruikershandleiding P-touch Editor 3.2”.46 P-touch Editor 3.2 gebruiken Met P-touch Editor 3.2 kan iedereen eenvoudig complexe labels ontwerpen en afdrukken voor bijna elke denkbare behoefte. Opmerkingen over het maken van sjablonen Aangezien sommige functies van P-touch Editor 3.2 niet beschikbaar zijn op de P-touch, moet u rekening houden met het volgende wanneer u sjablonen maakt met P-touch Editor 3.2.
Aangezien op de P-touch alleen het lettertype Helsinki beschikbaar is, wordt de tekst wellicht afgedrukt met een andere lettertype dan u hebt geselecteerd voor de sjabloon in P-touch Editor. Bovendien wordt de tekengrootte wellicht automatisch verkleind, aangezien de tekengrootte van alle tekst op de P-touch is ingesteld op AUTO
☞ Hoewel u met P-touch Editor tekenstijlen kunt toepassen op afzonderlijke tekens, kunt u met de P-touch stijlen alleen toepassen op een tekstregel. Bovendien zijn sommige typen tekenstijlen niet beschikbaar op de P-touch.
In tegenstelling tot P-touch Editor kan de P-touch tekst niet onderstrepen of doorhalen. ☞ Alleen de eerste 999 regels van een database die is gekoppeld aan een sjabloon worden door de P-touch gelezen.
Alleen de eerste regel tekst die is getypt in een databaseveld wordt gelezen door de P-touch. Wanneer u vanuit een database labels wilt afdrukken met meer dan één tekstregel, moet u de sjabloon en de database maken met afzonderlijke velden voor elke tekstregel.
Sommige tekens die beschikbaar zijn in P-touch Editor zijn niet beschikbaar op de P-touch. ☞ Streepjescodes die zijn ingesteld met instellingen die niet compatibel zijn met de streepjescode-instellingen van de P-touch worden niet correct afgedrukt.
Een sjabloon die is gemaakt met P-touch Editor moet een vaste lengte hebben met een maximum van 1 meter. ☞ De sjabloon en de database moeten zo worden gemaakt dat niet meer dan ca. 500 tekens per label worden afgedrukt. ☞ Velden die buiten het afdrukgebied vallen, worden wellicht niet geheel afgedrukt. ☞ Een nummeringsveld dat is opgegeven met P-touch Editor wordt niet overgedragen en is niet compatibel met de nummeringsfunctie op de P-touch.
Achtergronden die zijn opgegeven in P-touch Editor zijn niet compatibel met de P-touch.
Datum- en tijdobjecten met de instelling “At Printing” (tijdens het afdrukken) in P-touch Editor worden niet afgedrukt. ☞ Het afgedrukte label kan verschillen van het beeld dat wordt weergegeven als afdrukvoorbeeld in Transfer Manager. ☞ Als het aantal of de volgorde van de velden in een database wordt gewijzigd en u alleen de database (csv-bestand) overdraagt om deze bij te werken, wordt de database wellicht niet correct gekoppeld aan de sjabloon. Bovendien moet de eerste gegevensregel in het overgedragen bestand door de P-touch worden herkend als “veldnamen”, anders kan de database niet worden gebruikt om af te drukken. ☞ Een lay-out met de functie gesplitst afdrukken (label vergroten en afdrukken op twee of meer labels) kan niet worden overgedragen.
De lengte van het label die is ingesteld met P-touch Editor kan iets verschillen met de lengte-instelling op de P-touch. Dit is het gevolg van een rekenfoutmarge van de P-touch.47 De P-touch aansluiten op een computer P-touch Editor 3.2 starten 1 Klik op “Start” in de taakbalk om het menu Start weer te geven.2 Plaats de cursor op “Programma’s”.3 Plaats de cursor op “P-touch Editor 3.2”.4 Klik op “P-touch Editor 3.2”. Wanneer P-touch Editor is gestart, wordt het volgende venster weergegeven. De eigenschappen weergeven U kunt de gewenste eigenschappen weergeven door te klikken op het pictogram in het eigenschappendok. Pagina-eigenschappen ( ) ☞ Hoewel de schermen in de onderstaande uitleg van toepassing zijn op Windows
98, 98 SE en Me, is de bediening hetzelfde voor Windows
2000 en XP, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld. MenubalkEigenschappendokLay-outgebiedAfdrukgebiedTekenwerkbalkStatusbalkTitelbalkLinialenCursorStandaardwerkbalkObjectendokPictogram Database-eigenschappenPictogram Pagina-eigenschappenPictogram Lettertype-eigenschappenPictogram Lay-outeigenschappenPictogram TeksteigenschappenKlik op deze knop om de eigenschappen te verbergen.Wanneer de P-touch is geselecteerd als de printer:48 Tekst invoeren 1 Klik op (tekstinvoerknop) op de tekenwerkbalk. U kunt tekst typen; de aanwijzer verandert van (selectieaanwijzer) in (invoegpunt). 2 Verplaats het invoegpunt naar de plaats in het lay-outgebied waar u de tekst wilt typen en klik vervolgens met de linkermuisknop. De cursor knippert in het lay-outgebied om aan te geven dat u nu tekst kunt typen. 3 Typ de tekst met het toetsenbord van de computer.4 Als u een nieuwe regel wilt beginnen, drukt u op de Enter-toets op het toetsenbord. Opmerkingen over het gebruik Streepjescodes Let op de volgende punten wanneer u met P-touch Editor 3.2 streepjescodes afdrukt.
Streepjescodelezers kunnen wellicht geen streepjescodes lezen die zijn gedrukt met bepaalde kleuren inkt op bepaalde kleuren labellint
- Controleer of de streepjescodelezers gedrukte streepjescode kan lezen in de omgeving waarin u deze wilt gebruiken.
- U kunt alleen de typen streepjescode gebruiken die beschikbaar zijn op de P-touch. Zie pagina 18 voor een lijst met de beschikbare typen streepjescode. ☞ Hoewel de schermen in de onderstaande uitleg van toepassing zijn op Windows
98, 98 SE en Me, is de bediening hetzelfde voor Windows
2000 en XP, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld. ☞ Met P-touch Editor 3.2 wordt tekst altijd getypt in de Insert-modus. U kunt de overschrijfmodus niet gebruiken om tekst te typen. ☞ Wanneer u het lettertype en de tekengrootte wilt wijzigen, klikt u op het betreffende pictogram in het eigenschappendok en selecteert u vervolgens de gewenste instellingen in de Eigenschappen die worden weergegeven. ☞ Zie De gebruikershandleiding lezen op pagina 45 voor meer informatie.49 De P-touch aansluiten op een computer Databases Let op de volgende punten wanneer u de databasefuncties van P-touch Editor 3.2 gebruikt.
- De databasefunctie van P-touch Editor 3.2 gebruikt databasebestanden die compatibel zijn met Microsoft Access 97. Wanneer u een upgrade uitvoert van P-touch Editor 3.2 met een programma op de cd-rom, wordt P-touch Editor compatibel met Access 2000. Als tijdens de installatie geen upgrade is uitgevoerd van P-touch Editor 3.2 voor Access 2000, raadpleegt u het Leesmij- bestand in Ptouch\Editor\Ac2k op de cd-rom en start u het programma.
- Met P-touch Editor 3.2 kunt u andere bestanden dan mdb-bestanden importeren, bijvoorbeeld csv-bestanden. U kunt bestanden die met een programma als Microsoft Excel zijn opgeslagen als csv-bestanden gebruiken met P-touch Editor. Meer informatie vindt u in de gebruikershandleiding op de cd-rom van P-touch Editor 3.2.
- Met een functie van Microsoft Access 97 kunt u Excel-bestanden koppelen aan mdb-bestanden. Met deze functie worden gegevens die u wijzigt in Excel automatisch bijgewerkt met de P-touch Editor. Gegevens overdragen van/naar een computer U kunt een sjabloon, een database of een aangepaste tekenbeeld (teken dat niet beschikbaar is op de P-touch) overdragen naar de computer en er een PF-toets aan toewijzen op de P-touch. Overdrachtmodus inschakelen
ingedrukt en druk op
om de overdrachtmodus op de P-touch in te schakelen. ☞ Algemene informatie vindt u in de gebruikershandleiding op de cd-rom van P-touch Editor 3.2. ☞ Als u de overdrachtmodus wilt uitschakelen, drukt u op o om de P-touch uit te schakelen. ! Schakel de P-touch niet uit terwijl er gegevens naar worden overgedragen, anders gaan de gegevens verloren. ☞ Ongeacht of de P-touch werkt op batterijen of op de netspanningsadapter zal het apparaat automatisch worden uitgeschakeld als gedurende 5 minuten niet op een toets wordt gedrukt of geen handeling wordt uitgevoerd.50 Gegevens downloaden naar de P-touch 1 Zorg dat de overdrachtmodus is ingeschakeld op de P-touch. (Zie Overdrachtmodus inschakelen op pagina 49 voor meer informatie.) 2 • Als u een sjabloon of een database wilt downloaden naar de P-touch, start u P-touch Editor 3.2 en opent u het sjabloon- of databasebestand.
- Klik op [Sjabloon overbrengen] in het menu [Bestand] om het lay-outbestand om te zetten in een P-touch-sjabloon en start Transfer Manager. 3 Voor een door gebruiker gedefinieerd tekenbeeld plaatst u de aanwijzer op “Programma’s” in het menu Start, plaats u de aanwijzer op “P-touch Editor 3.2” en klikt u vervolgens op “Transfer Manager”. 4 Selecteer in de Bestandslijst de gegevens die u wilt overdragen. 5 Voor elke sjabloon of door gebruiker gedefinieerd tekenbeeld dat u wilt overdragen, klikt u op “Toewijzing PF-toetsen wijzigen” en selecteert u de PF-toets die u wilt toewijzen aan de gegevens. 6 Klik op “Start” om de gegevens over te dragen. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de melding dat de gegevens worden overgedragen. 7 Wanneer de melding “De overdracht is voltooid” wordt weergegeven, klikt u op “OK”. 8 Druk op de P-touch op o om de overdrachtmodus uit te schakelen en de P-touch uit te schakelen. ! Hoewel de P-touch kan worden aangesloten op de computer via een USB- aansluiting, kunnen labellay-outs die met P-touch Editor zijn gemaakt niet rechtstreeks via de toepassing worden afgedrukt. ☞ Als het gewenste tekenbeeld niet in de lijst voorkomt, klikt u op “Map wijzigen”. In het dialoogvenster “Map selecteren” dat wordt weergegeven, selecteert u de map met de gewenste gegevens en klikt u vervolgens op “OK”.51 De P-touch aansluiten op een computer Een door gebruiker gedefinieerd tekenbeeld toevoegen aan de tekst Wanneer u een door gebruiker gedefinieerd tekenbeeld (een bitmapteken dat gewoonlijk niet beschikbaar is op de P-touch) toewijst aan een PF-toets, kunt u dit teken toevoegen aan elk label dat u maakt op de P-touch.
en vervolgens op de gewenste PF-toets. Het teken wordt toegevoegd aan de tekst op de positie van de cursor. Sjabloongegevens gebruiken U kunt een labellay-out die is gemaakt met P-touch Editor (lbl-bestand) downloaden naar de P-touch en gebruiken als sjabloon voor het afdrukken van labels. De sjablonen kunnen worden afgedrukt met tekst uit een database of met tekst die rechtstreeks wordt getypt. Wanneer een database (mdb-bestand gemaakt met P-touch Editor 3.2 of csv-bestand) wordt gedownload naar de P-touch, kunt u gegevens uit geselecteerde records toevoegen aan labels met behulp van een sjabloon die is gekoppeld aan de database of met behulp van een nieuwe sjabloon. Bovendien kunt u in de databasegegevens zoeken naar specifieke records. ☞ De P-touch kan telkens slechts één database bevatten. De database kan echter wel worden vervangen of bijgewerkt. ☞ Wanneer gegevens zijn gedownload naar een PF-toets, vervangen deze de standaardsjabloon die oorspronkelijk beschikbaar is op de P-touch. Als u de oorspronkelijke sjablonen wilt terugzetten, gebruikt u Transfer Manager om de pd3- bestanden te downloaden uit de submap \etc\Transfer in de map P-touch Editor. ☞ U kunt slechts één tekenbeeld of sjabloon toewijzen aan een PF-toets. Als u al een tekenbeeld of sjabloon hebt toegewezen aan een PF-toets, worden de oude gegevens gewist wanneer u een ander tekenbeeld of een andere sjabloon overdraagt. ☞ Alleen de geselecteerde bestanden worden overgedragen. Als u meerdere bestanden tegelijk wilt overdragen, houdt u de Ctrl-toets op het toetsenbord ingedrukt en klikt u op de naam van elk gewenst bestand. ☞ Als u de overdracht van gegevens wilt beëindigen, klikt u op “Annuleren” in het dialoogvenster dat tijdens de overdracht wordt weergegeven. ☞ Alleen monochrome bitmapbestanden (.bmp) kunnen worden overgedragen naar de P-touch. ☞ Een bestand met een hoge resolutie kan worden geknipt uit een bestand met de hierboven beschreven specificaties. ☞ Het formaat van het gedownloade beeld wordt automatisch aangepast aan de breedte van het lint dat wordt gebruikt.
Een sjabloon gebruiken die niet is gekoppeld aan een database Het gebruik van een sjabloon die niet is gekoppeld aan een database is gelijk aan het gebruik van een van de standaardsjablonen voor automatische opmaak. Zie De voorgedefinieerde sjablonen voor automatische opmaak gebruiken op pagina 29 voor meer informatie over het gebruik van sjablonen voor automatische opmaak. Een sjabloon gebruiken die is gekoppeld aan een database U kunt één record of een reeks records afdrukken uit de database die aan de sjabloon is gekoppeld. 1 Druk op g en vervolgens op de PF-toets waaraan de sjabloon die u wilt gebruiken is toegewezen. 2 Druk op n. De databasegegevens worden weergegeven. Eén af te drukken databaserecord selecteren in de sjabloon: 3 Druk op u of d om de gewenste record te markeren en druk vervolgens op n. 4 Als u tekst in een record wilt bewerken, drukt u op u of d om de tekst weer te geven, waarna u de nieuwe tekst typt. 5 Druk op p. Een reeks af te drukken databaserecords selecteren in de sjabloon: 3 Druk op u of d om een record te markeren en druk vervolgens op n. 4 Druk op g en vervolgens op a. De melding “CLEAR TEXT & PRINT DATABASE?” wordt weergegeven. 5 Druk op n. 6 Druk op l of r totdat RECORD NO. wordt weergegeven en geef vervolgens de gewenste reeks records op. 7 Druk op n (of p). In het menu Print Option wordt CONFIRM weergegeven.
) om de labels af te drukken met de opgegeven reeks records. ☞ De P-touch kan telkens slechts één database bevatten. De database kan echter wel worden vervangen of bijgewerkt. NO.:[Part Nam]
M53 De P-touch aansluiten op een computer Gedownloade databasegegevens gebruiken U kunt een mdb-database (gemaakt met P-touch Editor 3.2) of een database die is geconverteerd naar een csv-bestand overdragen naar de P-touch. U kunt de databasegegevens gebruiken met een sjabloon of toevoegen aan een label dat op de P-touch is gemaakt zonder gebruik van een sjabloon. Databasegegevens toevoegen aan een label
Verplaats de cursor naar de positie in de tekst waar u de databasegegevens wilt toevoegen. 2 Druk op g en vervolgens op i. 3 Druk op u of d totdat de record met de gewenste gegevens gaat knipperen. 4 Druk op l of r totdat de gewenste gegevens gaan knipperen. 5 Druk op n. De geselecteerde gegevens worden toegevoegd aan de labeltekst. ☞ Wanneer de afsnijfunctie is ingesteld op 1 of 3, wordt de melding “CUT TAPE TO CONTINUE” weergegeven nadat elk label is afgedrukt. Druk op de lintafsnijknop om het label af te snijden en ga verder met afdrukken. ☞ U moet het lint afsnijden binnen vijf minuten nadat de melding is weergegeven.
Zie Methode voor doorvoer en afsnijding van het lint selecteren op pagina 37 voor informatie over de verschillende opties die beschikbaar zijn voor het afsnijden van het lint.
Zie Zoeken in de database op pagina 55 voor informatie over het zoeken naar een specifieke record terwijl de databasegegevens worden weergegeven (hierboven in stap
☞ Druk op l of r als u andere velden in de record wilt weergeven die u hebt geselecteerd in stap ☞ Wanneer u gegevens bewerkt zoals beschreven in stap 4 van de procedure voor het afdrukken van één databaserecord, wordt er niets in de database gewijzigd. Wanneer u een reeks databaserecords afdrukt, kunt u de tekst niet bewerken. ☞ Als u instellingen wilt opgeven voor aanvullende Print Option-functies in plaats van door te gaan met stap
totdat CONTINUE wordt weergegeven in het menu Print Option. Druk vervolgens op n. (Zie Meerdere exemplaren van een label afdrukken op pagina 31 en Labels in spiegelbeeld afdrukken op pagina 33.) ☞ Als u het gebruik van de sjablonen wilt beëindigen, geeft u het laatste veld weer en drukt u vervolgens op
. Het sjabloonmenu wordt weergegeven. Druk op u of d totdat FINISH wordt weergegeven. Druk vervolgens op n. ☞ Wanneer u een grote hoeveelheid gegevens tegelijkertijd wilt afdrukken, is het mogelijk dat sommige labels onbedrukt uit het apparaat komen. Wanneer u bijvoorbeeld 50 records afdrukt, is het maximum aantal tekens dat tegelijkertijd kan worden afgedrukt ongeveer 200. ☞ Zie Zoeken in de database op pagina 55 voor informatie over het zoeken naar een specifieke record.54 Databasegegevens gebruiken in labeltypemodus Met deze functie kunt u een reeks af te drukken databasevelden selecteren. 1 Druk op a en selecteer vervolgens de labeltypemodus zoals beschreven in hoofdstuk 2. 2 Druk op g en vervolgens op a. De melding “CLEAR TEXT & PRINT DATABASE?” wordt weergegeven. 3 Druk op n. 4 Druk op l of r totdat RECORD NO. wordt weergegeven en geef vervolgens de gewenste reeks records op. 5 Druk op l of r totdat FIELD NO. wordt weergegeven en geef vervolgens de gewenste reeks recordvelden op. 6 Druk op n (of p). In het menu Print Option wordt CONFIRM weergegeven. 7 Druk op n (of p) om de labels af te drukken met de opgegeven reeks records. ☞ Nadat u labeltekst hebt getypt en hebt gedrukt op g en vervolgens op a, wordt u gevraagd te kiezen uit TEXT PRINT en DATA PRINT. Selecteer DATA PRINT. Wanneer u TEXT PRINT selecteert, zijn de speciale afdrukfuncties beschikbaar voor het afdrukken van meerdere exemplaren van labels (zie pagina 31), voor het afdrukken van meerdere exemplaren terwijl de waarden van tekens worden opgehoogd (zie pagina 31), voor het afdrukken van een reeks tekstblokken (zie pagina 33) of voor het in spiegelbeeld afdrukken van de labeltekst (zie pagina 33). ☞ Als u instellingen wilt opgeven voor aanvullende Print Option-functies in plaats van door te gaan met stap 7, drukt u op u of d totdat CONTINUE wordt weergegeven in het menu Print Option. Druk vervolgens op n. (Zie Meerdere exemplaren van een label afdrukken op pagina 31 en Labels in spiegelbeeld afdrukken op pagina 33.) ☞ Wanneer u een grote hoeveelheid gegevens tegelijkertijd wilt afdrukken, is het mogelijk dat sommige labels onbedrukt uit het apparaat komen. Wanneer u bijvoorbeeld 50 records afdrukt, is het maximum aantal tekens dat tegelijkertijd kan worden afgedrukt ongeveer 200.55 De P-touch aansluiten op een computer Zoeken in de database Wanneer u een databaserecord selecteert voor gebruik in een sjabloon of wanneer u een databaserecord selecteert waarvan de gegevens moeten worden toegevoegd aan een label, kunt u in de database zoeken naar records met specifieke tekens of records met een specifiek nummer. Zoeken in de database naar een record met specifieke tekens: 1 Druk op g en e totdat het zoekvenster wordt weergegeven. 2 Typ de tekens waarnaar u wilt zoeken. 3 Druk op n. De eerste record na de huidig geselecteerde record waarin de ingevoerde tekens voorkomen, wordt weergegeven. Een record weergeven met een specifiek nummer: 1 Druk op g en e tot het sprongvenster wordt weergegeven. 2 Druk op u of d totdat het gewenste recordnummer wordt weergegeven (of gebruik de cijfertoetsen om het gewenste nummer in te voeren). 3 Druk op n. De record met het opgegeven recordnummer wordt weergegeven. SEARCH CHARA.
M56 Reservekopieën maken/herstellen van P-touch-gegevens Met Backup Manager, die is geïnstalleerd met P-touch Editor 3.2, kunt u de volgende typen gegevens van de P-touch als reservekopie opslaan op de computer voor het geval de gegevens op de P-touch worden gewist. Bovendien kunt u de reservekopieën van de gegevens op de computer weer terugzetten op de P-touch
- Door gebruiker gedefinieerde tekenbeelden
- Labelbestanden die in het geheugen van de P-touch zijn opgeslagen 1 Zorg dat de overdrachtmodus is ingeschakeld op de P-touch. (Zie Overdrachtmodus inschakelen op pagina 49 voor meer informatie.)
Open het menu Start, plaats de cursor op “Programma’s” en vervolgens op “P-touch Editor 3.2”. Klik op “Backup Manager”. 3 Klik op de tab Printer → PC en klik vervolgens op “Lijst bijwerken” om op de computer een reservekopie te maken van de P-touch-gegevens. Klik op de tab PC → Printer om reservekopieën van P-touch-gegevens op de computer te herstellen. 4 Selecteer in de Bestandslijst de gegevens waarvan u een reservekopie wilt maken of die u wilt herstellen. 5 Klik op “Start”. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met de melding dat de gegevens worden overgedragen.
Wanneer de melding “De overdracht is voltooid” wordt weergegeven, klikt u op “OK”. ☞ Er wordt alleen een reservekopie gemaakt van de geselecteerde gegevens; alleen de geselecteerde gegevens worden hersteld. Als u meerdere bestanden wilt selecteren, houdt u de Ctrl-toets op het toetsenbord ingedrukt en klikt u op de namen van de gewenste bestanden. ☞ Als u alle gegevens wilt selecteren, klikt u op “Alles selecteren”. ☞ Als u de overdracht van gegevens wilt beëindigen, klikt u op “Annuleren” in het dialoogvenster dat tijdens de overdracht wordt weergegeven. ☞ Als u gegevens wilt herstellen naar een andere PF-toets, klikt u op de tab PC → Printer op “Toewijzing PF-toetsen wijzigen” en selecteert u de PF-toets die u wilt toewijzen aan de gegevens. ☞ U kunt slechts één tekenbeeld of sjabloon toewijzen aan een PF-toets. Als u al een tekenbeeld of sjabloon hebt toegewezen aan een PF-toets, worden de oude gegevens gewist wanneer u een ander tekenbeeld of een andere sjabloon overdraagt.57 Bijlage
Bijlage Storingen verhelpen Storing Oplossing1 Bij inschakelen van het apparaat wordt er niets weergegeven op het scherm.
- Controleer of de netspanningsadapter (model H/H1) op de juiste wijze is aangesloten.
- Als u batterijen gebruikt, controleert u of deze op de juiste wijze zijn geplaatst.
- Als de batterijen bijna leeg zijn, vervangt u deze door nieuwe. 2 Het apparaat drukt niet af of de gedrukte tekens zijn onduidelijk.
- Controleer of het achterklepje goed vast zit.
- Als de lintcassette leeg is, vervangt u deze door een nieuwe. 3 De tekstbestanden die u hebt opgeslagen in het geheugen, zijn niet te vinden.
- Als de batterijen bijna leeg zijn, vervangt u deze door nieuwe. 4 De afgedrukte tekens zijn niet goed van vorm.
- Als u batterijen gebruikt, zijn deze wellicht bijna leeg. Probeer of het gebruik van de netspanningsadapter betere resultaten geeft of vervang de batterijen door nieuwe. 5 Er loopt een horizontale witte streep door het bedrukte label.
- Reinig de afdrukkop zoals beschreven bij Afdrukkop, rollen en lintafsnijder reinigen op pagina 7. 6 Er verschijnt een gestreept stuk lint.
- Het einde van het lint is bereikt. Vervang de lintcassette door een nieuwe. 7 De P-touch is geblokkeerd (het apparaat reageert niet op de bediening van de toetsen).
- Schakel de P-touch uit. Houd vervolgens g en R ingedrukt en schakel het apparaat weer in. Het apparaat wordt hersteld, maar de tekst en indelingsinstellingen op het scherm en alle tekstbestanden in het geheugen worden gewist.58 Lijst met foutmeldingen Foutmelding Oorzaak Oplossing 1 BLOCK LIMIT!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u de nummeringsfunctie wilt gebruiken nadat u meerdere tekstblokken hebt ingevoerd waarbij de labeltypemodus PANEL is ingeschakeld.
- Annuleer de nummeringsfunctie.
- Beperk het aantal tekstblokken tot 1. 4 DIGITS MINIMUM!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer minder dan vier cijfers zijn ingevoerd voor de streepjescode.
- Voer ten minste vier cijfers in voordat u drukt op n. 50 LINE LIMIT REACHED!
- Deze foutmelding wordt weergegeven als er al 50 tekstblokken zijn ingevoerd wanneer u drukt op g en vervolgens op
- Beperk het aantal tekstblokken tot 50. 7 LINE LIMIT!
- Deze foutmelding wordt weergegeven als er al zeven regels zijn ingevoerd in een tekstblok wanneer u drukt op
- Beperk het aantal regels in een tekstblok tot zeven.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u verwijdert, waardoor het aantal regels in een blok de limiet van zeven overschrijdt.
- Pas het aantal regels zo aan dat het blok niet meer dan zeven regels bevat. BUFFER EMPTY!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanner u wilt afdrukken of de voorbeeldfunctie wilt gebruiken terwijl er geen tekst is ingevoerd.
- Voer tekst in voordat u een van deze handelingen gaat uitvoeren. BUFFER FULL!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u een teken, een spatie, een nieuwe regel, een nieuw blok, een symbool, een samengesteld teken of een streepjescode wilt invoeren terwijl het maximum aantal tekens al is ingevoerd.
- Wis een deel van de bestaande tekst voordat u meer tekst toevoegt. CASSETTE CHANGED!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de lintcassette is verwisseld terwijl de P-touch wacht tot het lint is afgesneden.
- Plaats de oude lintcassette weer terug.59 Bijlage CHECK BATTERIES!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer een combinatie van nieuwe en oude batterijen is geplaatst, wanneer verschillende typen batterijen (alkaline, Ni-Cd en Ni-MH) zijn geplaatst, wanneer batterijen van verschillende merken of verschillende modellen zijn geplaatst of wanneer een combinatie van opgeladen en ontladen batterijen zijn geplaatst.
- Vervang de batterijen met zes nieuwe AA-batterijen van hetzelfde type.
- Als u opgeladen batterijen plaatst, moeten alle batterijen zijn opgeladen.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u de instellingen voor de lengtefunctie of de kaderfunctie wilt wijzigen nadat u een labeltypemodus hebt geselecteerd met een vaste labellengte of een vast kader.
- Selecteer een andere labeltypemodus. CUTTER ERROR!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u op de lintafsnijknop drukt terwijl u hebt gedrukt op p of terwijl het lint wordt doorgevoerd.
- Laat de lintafsnijknop los. Als u hebt gedrukt op
om bedrukt lint door te voeren.
- Als u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met uw servicebedrijf. EXCEEDS PRINT COPY LIMIT!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u meer dan 1000 exemplaren hebt geselecteerd met de Print Option-functies.
- Het aantal exemplaren plus het aantal opeenvolgende labels mag niet groter zijn dan 1000.
- Selecteer minder dan 1000 exemplaren. IMAGE CHARACTER SIZE ERROR!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u een breed, door de gebruiker gedefinieerd tekenbeeld invoert terwijl u de labeltypemodus Vertical hebt geselecteerd.
- Wijzig de labeltypemodus of gebruik een hoog, door de gebruiker gedefinieerd tekenbeeld.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u geen letter tussen A en D hebt ingevoerd aan het begin en einde van de streepjescode terwijl u het type CODABAR hebt geselecteerd.
- Voer een letter in tussen A en D aan het begin en einde van de streepjescode. INPUT WHOLE CODE!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u bij het invoeren van de gegevens voor een streepjescode niet het juiste aantal cijfers hebt ingevoerd.
- Voer het juiste aantal cijfers in of wijzig het type streepjescode. Foutmelding Oorzaak Oplossing60 LENGTH LIMIT!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u wilt afdrukken of de voorbeeldfunctie wilt gebruiken terwijl de lengte van de tekst groter is dan de limiet van 1 meter.
- Verwijder een deel van de tekst. Bij lint van 18 mm: LINE LIMIT! 5 LINES MAXIMUM Bij lint van 12 mm: LINE LIMIT! 3 LINES MAXIMUM Bij lint van 9 mm en 6 mm: LINE LIMIT! 2 LINES MAXIMUM
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u wilt afdrukken of de voorbeeldfunctie wilt gebruiken terwijl het aantal regels in de tekst groter is dan de limiet van het geplaatste lint.
- Verminder het aantal regels of plaats een cassette met breder lint. MEMORY FULL!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u een tekstbestand wilt opslaan terwijl al 2000 tekens in het geheugen zijn opgeslagen.
- Verwijder een oud bestand om ruimte vrij te maken voor het nieuwe.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u drukt
terwijl geen database is gedownload naar de P-touch.
- Download een database. NO FILES!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u een bestand wilt oproepen of verwijderen terwijl er geen bestanden in het geheugen zijn opgeslagen.
- Sla tekstbestanden op voordat u een bestand oproept of verwijdert. RECORD NOT FOUND!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de opgegeven tekst of het opgegeven recordnummer niet in de database wordt aangetroffen.
- Zoek naar andere tekst of een ander recordnummer. SET 24mm!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer er geen lintcassette van 24 mm is geplaatst terwijl u wilt afdrukken met een sjabloon voor automatische opmaak die is gemaakt voor lint van 24.
- Plaats een lintcassette van 24 mm. SET 18mm!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer er geen lintcassette van 18 mm is geplaatst terwijl u wilt afdrukken met een sjabloon voor automatische opmaak die is gemaakt voor lint van 18 mm breed.
- Plaats een lintcassette van 18 mm. Foutmelding Oorzaak Oplossing61 Bijlage SET 12mm!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer er geen lintcassette van 12 mm is geplaatst terwijl u wilt afdrukken met een sjabloon voor automatische opmaak die is gemaakt voor lint van 12 mm breed.
- Plaats een lintcassette van 12 mm. SET 9mm!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer er geen lintcassette van 9 mm is geplaatst terwijl u wilt afdrukken met een sjabloon voor automatische opmaak die is gemaakt voor lint van 9 mm breed.
- Plaats een lintcassette van 9 mm. SET 6mm!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer er geen lintcassette van 6 mm is geplaatst terwijl u wilt afdrukken met een sjabloon voor automatische opmaak die is gemaakt voor lint van 6 mm breed.
- Plaats een lintcassette van 6 mm. TAPE EMPTY!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u lint wilt doorvoeren, wilt afdrukken of de voorbeeldfunctie wilt uitvoeren terwijl geen lintcassette is geplaatst.
- Plaats een lintcassette en probeer het opnieuw. TEXT TOO HIGH! XX BLOCK
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de grootte van de tekst groter is dan de breedte van het geplaatste lint.
- Verklein de tekengrootte, plaats een cassette met breder lint of selecteer voor de tekengrootte de instelling AUTO. TEXT TOO LONG!
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de lengte van de tekst groter is dan de labellengte die is ingesteld met
- Druk op A en selecteer vervolgens een grotere labellengte. TEXT TOO LONG! XX BLOCK
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer u een label wilt afdrukken dat langer is dan de opgegeven bloklengte.
- Selecteer een langere bloklengte.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de waarde die u hebt ingevoerd bij de kantlijn
bloklengte niet binnen het toegestane bereik valt.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de opgegeven tekens niet in de database worden aangetroffen.
- Deze foutmelding wordt weergegeven wanneer de waarden voor de af te drukken blokken, records of velden niet binnen het toegestane bereik vallen.
- Voer een waarde in die binnen het toegestane bereik valt. Foutmelding Oorzaak Oplossing62 Technische gegevens Apparatuur Programmatuur Stroomvoorzie ning: Zes alkalinebatterijen van AA-formaat, of Zes oplaadbare batterijen van AA-formaat, of netspanningsadapter (model H/H1) Invoer: Toetsenbord (56 toetsen) LCD-scherm: 48 × 132 dots + Caps en andere aanduidingen Lint: TZ-lint is verkrijgbaar in de volgende 5 breedten: 6 mm 9 mm 12 mm 18 mm 24 mm Afdrukkop: 18,1 mm (hoogte)/180 dpi (resolutie) Lintafsnijder: Handmatige afsnijder Afmetingen: Met lintafsnijknop: 133 mm (B) × 239 mm (D) × 87 mm (H) Zonder lintafsnijknop: 116 mm (B) × 239 mm (D) × 87 mm (H) Gewicht: 615 g Lettertypen: 1 ingebouwd lettertype (Helsinki) Tekengrootten: AUTO plus zeven puntgrootten: 1, 2, 3, 4, 6, 9 en 12 mm (6, 9, 12, 18, 24, 36 en 48 punten) Tekenstijlen: Normal, Bold, Outline, Italic, I+Bold, I+Outl Buffergrootte: Maximaal 512 tekens Maximaal zeven regels Maximaal 50 blokken Geheugencapa citeit: Ca. 2000 tekens63 Bijlage Accessoires ● Toebehoren U kunt lintcassettes verkrijgen bij de dichtstbijzijnde dealer. Gebruik in dit apparaat uitsluitend Brother TZ-lintcassettes. Brother aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van andere dan de voorgeschreven toebehoren. Gebruik geen lintcassette die niet is voorzien van het merkteken . De beschikbaarheid van lintcassettes kan per land verschillen. Artikelnummer Beschrijving gelamineerd lint van 24 mm TZ-151 Zwarte tekens op doorzichtige tape TZ-M51 Zwarte tekens op doorzichtige (matte) tape TZ-251 Zwarte tekens op witte tape TZ-451 Zwarte tekens op rode tape TZ-551 Zwarte tekens op blauwe tape TZ-651 Zwarte tekens op gele tape TZ-751 Zwarte tekens op groene tape TZ-A51 Zwarte tekens op grijze tape TZ-B51 Zwarte tekens op fluorescerende oranje tape TZ-C51 Zwarte tekens op fluorescerende gele tape TZ-D51 Zwarte tekens op fluorescerende groene tape TZ-951 Zwarte tekens op zilverkleurige tape TZ-M951 Zwarte tekens op zilverkleurige (matte) tape TZ-152 Rode tekens op doorzichtige tape TZ-252 Rode tekens op witte tape TZ-153 Blauwe tekens op doorzichtige tape TZ-253 Blauwe tekens op witte tape TZ-354 Gouden tekens op zwarte tape TZ-155 Witte tekens op doorzichtige tape TZ-355 Witte tekens op zwarte tape TZ-455 Witte tekens op rode tape TZ-555 Witte tekens op blauwe tape TZ-655 Witte tekens op oranje tape TZ-755 Witte tekens op groene tape gelamineerd lint van 18 mm TZ-141 Zwarte tekens op doorzichtige tape TZ-241 Zwarte tekens op witte tape64 TZ-242 Rode tekens op witte tape TZ-243 Blauwe tekens op witte tape TZ-344 Gouden tekens op zwarte tape TZ-145 Witte tekens op doorzichtige tape TZ-345 Witte tekens op zwarte tape TZ-441 Zwarte tekens op rode tape TZ-541 Zwarte tekens op blauwe tape TZ-641 Zwarte tekens op gele tape TZ-741 Zwarte tekens op groene tape gelamineerd lint van 12 mm TZ-131 Zwarte tekens op doorzichtige tape TZ-132 Rode tekens op doorzichtige tape TZ-133 Blauwe tekens op doorzichtige tape TZ-135 Witte tekens op doorzichtige tape TZ-231 Zwarte tekens op witte tape TZ-232 Rode tekens op witte tape TZ-233 Blauwe tekens op witte tape TZ-334 Gouden tekens op zwarte tape TZ-335 Witte tekens op zwarte tape TZ-431 Zwarte tekens op rode tape TZ-435 Witte tekens op rode tape TZ-531 Zwarte tekens op blauwe tape TZ-535 Witte tekens op blauwe tape TZ-631 Zwarte tekens op gele tape TZ-635 Witte tekens op oranje tape TZ-731 Zwarte tekens op groene tape TZ-735 Witte tekens op groene tape TZ-931 Zwarte tekens op zilverkleurige tape TZ-M931 Zwarte tekens op zilverkleurige (matte) tape TZ-A31 Zwarte tekens op grijze tape TZ-B31 Zwarte tekens op fluorescerende oranje tape TZ-C31 Zwarte tekens op fluorescerende gele tape TZ-D31 Zwarte tekens op fluorescerende groene tape TZ-M31 Zwarte tekens op doorzichtige (matte) tape gelamineerd lint van 9 mm TZ-121 Zwarte tekens op doorzichtige tape TZ-122 Rode tekens op doorzichtige tape Artikelnummer Beschrijving65 Bijlage TZ-123 Blauwe tekens op doorzichtige tape TZ-221 Zwarte tekens op witte tape TZ-222 Rode tekens op witte tape TZ-223 Blauwe tekens op witte tape TZ-324 Gouden tekens op zwarte tape TZ-325 Witte tekens op zwarte tape TZ-421 Zwarte tekens op rode tape TZ-521 Zwarte tekens op blauwe tape TZ-621 Zwarte tekens op gele tape TZ-721 Zwarte tekens op groene tape TZ-A25 Zwarte tekens op grijze tape TZ-M21 Zwarte tekens op doorzichtige (matte) tape gelamineerd lint van 6 mm TZ-111 Zwarte tekens op doorzichtige tape TZ-211 Zwarte tekens op witte tape TZ-315 Witte tekens op zwarte tape TZ-611 Zwarte tekens op gele tape niet-gelamineerd lint van 24 mm TZ-N251 Zwarte tekens op witte tape niet-gelamineerd lint van 16 mm TZ-N241 Zwarte tekens op witte tape TZ-N242 Rode tekens op witte tape TZ-N243 Blauwe tekens op witte tape TZ-N541 Zwarte tekens op blauwe tape TZ-N641 Zwarte tekens op gele tape TZ-N741 Zwarte tekens op groene tape TZ-NF41 Zwarte tekens op paarse tape TZ-PH41 Zwarte tekens op tape met een hartmotief TZ-PF41 Zwarte tekens op tape met een fruitmotief TZ-PM41 Zwarte tekens op tape met een zeemotief TZ-N841 Zwarte tekens op goudkleurige tape niet-gelamineerd lint van 12 mm TZ-N231 Zwarte tekens op witte tape TZ-N232 Rode tekens op witte tape TZ-N233 Blauwe tekens op witte tape TZ-N531 Zwarte tekens op blauwe tape TZ-N631 Zwarte tekens op gele tape Artikelnummer Beschrijving66 Lint met extra stevige plakstrook TZ-N731 Zwarte tekens op groene tape TZ-NF31 Zwarte tekens op paarse tape niet-gelamineerd lint van 9 mm TZ-N221 Zwarte tekens op witte tape niet-gelamineerd lint van 6 mm TZ-N211 Zwarte tekens op witte tape Artikelnummer Beschrijving TZ-S241 Lint van 18 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op witte tape) TZ-S231 Lint van 12 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op witte tape) TZ-S221 Lint van 9 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op witte tape) TZ-S211 Lint van 6 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op witte tape) TZ-S251 Lint van 24 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op witte tape) TZ-S151 Lint van 24 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-S141 Lint van 18 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-S131 Lint van 12 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-S121 Lint van 9 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-S111 Lint van 6 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-S651 Lint van 24 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op gele tape) TZ-S641 Lint van 18 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op gele tape) TZ-S631 Lint van 12 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op gele tape) TZ-S621 Lint van 9 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op gele tape) TZ-S611 Lint van 6 mm met extra stevige plakstrook (zwarte tekens op gele tape) Artikelnummer Beschrijving67 Bijlage Speciaal lint Artikelnummer Beschrijving TZ-CL4 Reinigingscassette afdrukkop TZ-IY41 18 mm textielopstrijktape TZ-SE4 18 mm veiligheidstape TZ-FA3 12 mm stoffen tape TZ-FX251 24 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op witte tape) TZ-FX241 18 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op witte tape) TZ-FX231 12 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op witte tape) TZ-FX221 9 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op witte tape) TZ-FX211 6 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op witte tape) TZ-FX151 24 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-FX141 18 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-FX131 12 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-FX121 9 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-FX111 6 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op doorzichtige tape) TZ-FX651 24 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op gele tape) TZ-FX641 18 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op gele tape) TZ-FX631 12 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op gele tape) TZ-FX621 9 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op gele tape) TZ-FX611 6 mm flexibel ID-lint (zwarte tekens op gele tape)68 Index
- uitgevuld uitlijnen p. 28
- aanduiding p. 2
- uitlijnen p. 28
- USB-aansluiting , 44 p. 43
Notice-Facile