SD3023 - Autoradio Renkforce - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SD3023 Renkforce in PDF-formaat.

📄 129 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Renkforce SD3023 - page 99
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over SD3023 Renkforce

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SD3023 - Renkforce en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SD3023 van het merk Renkforce.

GEBRUIKSAANWIJZING SD3023 Renkforce

Colofon Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de firma Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden. © Copyright 2010 by Conrad Electronic SE.Version 11/10

SD-3023 SD-Tuner GebruiksaanwijzimgPagina 98-129 Best.-Nr. / ItemNo. / N° de commande / Bestnr.:

Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.100

Gebruiksaanwijzing Nederlands Voorgeschreven gebruik De Renkforce SD-3023 SD-tuner is bestemd voor het ontvangen van radiozenders in voertuigen en audiogegevens van geschikte geheugenmedia af te spelen en de op deze manier verkregen audiosignalen te versterken. Het apparaat moet voor het afspelen op luidsprekers worden aangesloten. Dit product is alleen geschikt voor aansluiting op een 12 V-gelijkspanning boordnet met negatieve pool van de accu aan de carrosserie. Het apparaat mag alleen in voertuigen met dit soort boordspanning worden ingebouwd en gebruikt. Door het montagetype dient de gebruiker er voor te zorgen dat het apparaat tegen vocht en nattigheid beschermd wordt. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het gehele product mag niet worden aangepast of omgebouwd en de behuizing mag niet worden geopend. Volg alle veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op. Verklaring van symbolen Het symbool met een uitroepteken wijst de gebruiker erop, dat hij/zij voor de ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing moet lezen en deze bij het gebruik in acht moet nemen.

Het “hand”-symbool staat voor speciale tips en bedieningsinstructies.101 Veiligheidsvoorschriften Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet verantwoordelijk! In dergelijke gevallen vervalt elke aanspraak op garantie!

  • Om veiligheids- en vergunningsredenen is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product niet toegestaan.
  • Als spanningsbron mag alleen het 12 V-gelijkspanning boordnet in het voertuig (negatieve pool van de accu aan de carrosserie van de auto) worden gebruikt. Sluit het apparaat nooit aan op een andere spanningsbron.
  • Zorg voor een correcte ingebruikneming van het apparaat. Neem hierbij deze gebruiksaanwijzing in acht.
  • Houd het product buiten bereik van kinderen; het is geen speelgoed. Kinderen kunnen niet inschatten welke gevaren aan het gebruik van elektrische apparatuur zijn verbonden.
  • Stel het apparaat niet bloot aan hoge temperaturen, druip- of spatwater, sterke trillingen of hoge mechanische belastingen.
  • Het apparaat mag nooit zonder toezicht in werking zijn.
  • Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos slingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
  • Neem ook de veiligheidsinstructies en gebruiksaanwijzingen in acht van de andere apparaten die op het apparaat worden aangesloten.
  • Indien u vragen heeft over de correcte aansluiting of als er problemen zijn waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, neemt u dan contact op met onze technische helpdesk of met een andere elektromonteur.102

Gebruiksaanwijzing Nederlands Productbeschrijving Dit apparaat is voorzien van een AM/FM-radiogedeelte, een USB-interface en een MMC/SD-kaartlezer met de volgende kenmerken:

  • Hoog uitgangsvermogen (4 x 40W max.)
  • Voorversterkeruitgang voor de aansluiting van een vermogenversterker
  • Front AUX IN voor aansluiting van externe audiobronnen
  • Elektronische regeling van volume, bas, hoge tonen, fader en balance
  • Digitale signaalprocessor voor de aanpassing van de klankkarakteristiek aan verschillende muziekgenres
  • FM-tuner met RDS-functie
  • Nauwkeurige elektronische afstemming van de zenders door PLL-tuner
  • Programmeerbaar geheugen voor 24 stations (18xFM, 6xAM)
  • Handmatig/automatisch zoeken naar zenders in beide richtingen
  • Automatische opslag van zenders/doorzoeken van het programmageheugen
  • Alfanumeriek DOT-matrix-display
  • ID3-dag-weergave bij afspelen van MP3’s
  • Tijdinstelling via het RDS-systeem
  • ISO-aansluitterminal105 Mechanische inbouw In de meeste auto´s is af fabriek een inbouwplaats voor de autoradio aanwezig. De keuze voor deze inbouwplaats is vanuit veiligheidstechnisch oogpunt gemaakt. Daarom is het verstandig de autoradio op deze plek in te bouwen. Het toestel heeft een DIN-montageopening met de afmetingen 182x53 mm nodig. Deze afmetingen zijn genormeerd en worden normaal gesproken door alle autofabrikanten aangehouden. Wanneer geen inbouwuitsparing aanwezig is, vraag dan uw dealer naar de beste montageplaats voor de autoradio. Kies de inbouwpositie zorgvuldig, zodat het apparaat geen invloed heeft op het rijden van de bestuurder of hem/haar van het verkeersgebeuren afleidt. Gebruik alleen het meegeleverde montagemateriaal om een veilige montage te garanderen. Wijzigingen aan het voertuig die door het inbouwen van de SD-tuner of andere componenten noodzakelijk zijn, moeten altijd zodanig worden uitgevoerd, dat daardoor geen vermindering van de verkeersveiligheid of de constructieve stabiliteit van de auto wordt veroorzaakt. Bij veel auto´s vervalt al bij het uitzagen van een plaatgedeelte de goedkeuring. Omdat het apparaat bij gebruik warmte voortbrengt, moet de montageplaats ongevoelig voor warmte zijn. Let op dat bij het boren van montagegaten elektrische kabels, remleidingen, brandstoftank enz. niet worden beschadigd. Neem bij gebruik van gereedschap voor het inbouwen van uw auto-HiFi-componenten altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het betreffende gereedschap in acht. Houd bij de montage van de autoluidsprekers resp. uw HiFi-installatie rekening met het gevaar dat bij een ongeluk verwondingen kunnen ontstaan door losgerukte apparatuur. Bevestig daarom elk onderdeel stevig op een plaats waar het geen gevaar vormt voor inzittenden.

Controleer vóór de montage van het apparaat de diepte van de geplande montageplaats.106

Gebruiksaanwijzing Nederlands Mechanische inbouw Inbouw in de radioschacht

  • Ontgrendel het inbouwframe met de twee ontgrendelingssleutels (afb. 1, punt 1).
  • Trek het inbouwframe naar achteren van het apparaat af (afb. 1, punt 2).
  • Schuif het inbouwframe in de inbouwopening van het voertuig (afb. 2).
  • Verbuig een paar van de sluitklemmen van het inbouwframe tot het frame goed in de inbouwopening is gefixeerd (afb. 3).
  • Nadat u alle elektrische verbindingen hebt aangesloten (zie „Elektrische aansluiting“), schuift u het apparaat in in het inbouwframe tot het veilig vastklikt (afb.4).

Bewaar de twee ontgrendelingssleutels zorgvuldig. Deze heeft u voor een eventuele demontage van het apparaat weer nodig.

  • Beveilig het apparaat extra tegen schokken met de schroefpennen aan de achterkant van het apparaat.
  • Bij de meeste voertuigen is een dergelijke beveiliging reeds aanwezig. Mocht dit bij uw auto niet het geval zijn, dan dient u het apparaat met de meegeleverde geperforeerde strip te bevestigen. Ga bij de bevestiging te werk zoals weergegeven op de volgende afbeelding:107 Mechanische inbouw Demontage
  • Steek de twee ontgrendelingssleutels in de sleuven aan de zijkant tussen apparaat en inbouwframe, tot het apparaat los is.
  • Draai indien nodig de bevestigingsschroef aan de achterkant van het apparaat los.
  • Trek de autoradio aan de ontgrendelingssleutels voorzichtig uit het inbouwframe.
  • Maak de ISO-aansluitstekker, de antennestekker en de LINE-verbindingen los.108

Gebruiksaanwijzing Nederlands Elektrische aansluiting De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een deskundige worden uitgevoerd. Om kortsluiting en daaruit voortkomende schade aan het apparaat te voorkomen, moet tijdens het aansluiten de negatieve pool (massa) van de accu worden afgeklemd. Sluit de minpool van de accu pas weer aan als u het apparaat volledig heeft aangesloten en de aansluiting goed is gecontroleerd. Gebruik voor de controle van de spanning aan boordspanningskabels alleen een voltmeter of een diodetester, omdat normale controlelampen te hoge stromen opnemen en daardoor de boordelektronica zou kunnen beschadigen. Let bij het leggen van leidingen op, dat deze niet ingeklemd worden of tegen scherpe kanten aan schuren; gebruik bij doorvoeringen rubber kokers. De bedrading naar de luidsprekers moet steeds tweeaderig worden uitgevoerd. Isoleer open verbindingsplaatsen. Zorg dat snoeren niet door scherpe randen kunnen worden beschadigd. Gebruik uitsluitend luidsprekers met voldoende belastingscapaciteit (zie „Technische gegevens“). Zorg dat alle luidsprekers volgens de juiste poolrichting zijn aangesloten – de plus- en min- markering moeten overeenkomen. De aansluitkabels van de luidsprekers zijn normaal gesproken gecodeerd: Sommige luidsprekerfabrikanten markeren de (+)-kabel met een extra gekleurde streep, anderen gebruiken echter een geribbelde kabel voor de (+)-pool en voor de (-)-pool een gladde kabel. Het apparaat is ontwikkeld voor gebruik met luidsprekerimpedanties van minimaal 4 Ohm. Sluit in geen geval luidsprekers met een lagere impedantie aan.

Bij de meeste voertuigen zijn de kabels voor de elektrische aansluiting en de aansluiting van de luidsprekers al tot aan de aanwezige inbouwschacht gelegd. Als dit niet het geval is, dan moet er op worden gelet dat de achteraf ingebouwde kabels via de bijbehorende aanwezige boordzekeringen (zie gebruiksaanwijzing van het voertuig) zijn beveiligd.109 Elektrische aansluiting Aansluiting van de antenne

  • Verbind de antennestekker van uw voertuig met de antennebus achter op het apparaat (bus naast de cinch- aansluitingen).
  • Als uw voertuig is uitgerust met een andere antennestekker dan dient u een passende adapter te gebruiken die in een speciaalzaak verkrijgbaar is. Aansluiting van de LINE-uitgangen De SD-tuner beschikt over LINE-uitgangen voor de aansluiting van een vermogensversterker. Gebruik voor de aansluiting van de cinch-bussen alleen hiervoor geschikte, afgeschermde cinch-kabels. Bij gebruik van andere kabels kunnen zich storingen voordoen. Houd de lengte van de aansluitkabels zo kort mogelijk. Leg de kabels niet in de buurt van andere kabels. Zo worden storende effecten op de kabels voorkomen. Om vervormingen of verkeerde aanpassingen die tot schade aan het apparaat kunnen leiden te voorkomen, mogen op de cinchaansluitingen alleen apparaten met dezelfde cinchaansluitingen worden aangesloten. Let hierbij ook op de aansluitwaarden in de „Techni- sche gegevens“.
  • Verbind de cinch-bussen aan de achterzijde van het apparaat met de ingangen van de vermogenversterker.

De rode bus is de aansluiting voor het rechterkanaal De witte bus is de aansluiting voor het linkerkanaal Aansluiting AUX IN Op de aansluiting AUX IN (22) kan een extern audioapparaat (bijv. MP3-speler) worden aangesloten, waarvan het signaal via de autoluidsprekers wordt weergegeven.

  • Verbind de audiouitgang van het externe apparaat met de aansluiting AUX IN (22).110

Gebruiksaanwijzing Nederlands Elektrische aansluiting Aansluiting van de luidsprekers en de stroomvoorziening Voertuigen die met een ISO-systeemstekker zijn uitgevoerd, kunnen bij een gelijke stekkerbezetting (vooraf controleren!) rechtstreeks met de ISO-aansluitterminal worden verbonden. Bij afwijkende stekkerbezetting wordt het apparaat via een voertuigspecifieke adapter aangesloten, die u in de handel kunt verkrijgen. De contactbezetting van de ISO-aansluitbus van de SD-tuner wordt weergegeven op de volgende afbeeldingen. De betreffende bezetting van de systeemstekker van uw auto kunt u bij uw dealer navragen. Systeemstekker B (luidsprekeraansluiting) (1) Luidspreker rechtsachter (+) (2) Luidspreker rechtsachter (-) (3) Luidspreker rechtsvoor (+) (4) Luidspreker rechtsvoor (-) (5) Luidspreker linksvoor (+) (6) Luidspreker linksvoor (-) (7) Luidspreker linksachter (+) (8) Luidspreker linksachter (-) Systeemstekker A (stroomvoorziening) (1) Niet toegewezen (2) Niet toegewezen (3) Niet toegewezen (4) Continu stroom +12V (5) Antennestuuruitgang (6) Niet toegewezen (7) Contact +12V (8) Gewicht111 Elektrische aansluiting

  • De aansluiting continu stroom +12V (4) moet met een kabel worden verbonden die ook bij uitgeschakeld contact permanent 12V levert (klem 30 van het boordnet). Deze aansluiting wordt gebruikt voor het opslaan van de gebruikersinstellingen, de tijd, enz.
  • De antennestuuruitgang (5) levert bij ingeschakeld apparaat een spanning van +12V. Deze leiding kan voor de stroomverzorging van een elektrische antenne, evenals voor de inschakelspanning van een autoversterker worden gebruikt.
  • De aansluiting contact +12V (7) moet met een kabel worden verbonden die alleen bij ingeschakeld contact +12V levert (klem 15 van het boordnet).

Klem deze aansluiting niet op continu stroom omdat anders bij een langere standtijd van het voertuig de accu leeg kan raken.

  • De aansluiting massa (8) wordt met de carrosserie van de auto verbonden.

Vanwege de steeds vaker toegepaste lijmtechniek resp. gelakte metalen onderdelen wordt het elektrische geleidingsvermogen verminderd. Daarom is niet ieder metalen onderdeel geschikt als massapunt.112

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening Neem het apparaat pas in gebruik wanneer u zich met de functies en met deze gebruiksaanwijzing vertrouwd heeft gemaakt. Controleer nog een keer of alle aansluitingen correct zijn. Klem na de controle de minpool van de boordaccu weer aan. Algemene bediening

  • Toets (1) Met deze toets wordt het apparaat in- en uitgeschakeld.
  • Toets MODE (10) Met deze toets worden de verschillende audiobronnen geselecteerd. Iedere druk op de knop schakelt over naar de volgende bron:

Wanneer één van de bronnen niet actief is, d.w.z. er is geen medium geplaatst, wordt de bron bij de selectie overgeslagen.

  • Draaiknop VOLUME / toets SELECT (3) Bij normale werking wordt met de draaiknop VOLUME het geluidsvolume ingesteld. Druk één of meer keren op de toets SELECT om de parameters BAS (regeling lage tonen), TRB (regeling hoge tonen), BAL (instelling van de balans) en FAD (instelling van de fader) door draaien aan de draaiknop VOLUME te veranderen.
  • LC-display (6) Op het display (6) wordt alle informatie, afhankelijk van de weergegeven audiobron (radio, SD-speler, enz.) weergegeven.113 Bediening
  • Toets DISP (9) Met deze toets wordt verschillende informatie op het LC-display (6) weergegeven. Door de toets nog een keer in te drukken, wordt de weergave telkens verder geschakeld. Wordt de toets niet meer bediend, dan schakelt de weergave na korte tijd weer terug naar de oorspronkelijke informatie. Bij ontvangst van een RDS-zender: Radiomodus: Stationsnaam > tijd > zendfrequentie > programmatype SD/USB-gebruik: Trackweergave > tijd > ID3-informatie > stationsnaam > zendfrequentie > programmatype Bij ontvangst van een niet-RDS-zender: Radiomodus: zendfrequentie > tijd > PTY NONE SD/USB-gebruik: trackweergave > tijd > ID3-informatie > zendfrequentie > PTY NONE
  • Toets BND/LOU/ENT (4) Met deze toets wordt de loudness-functie in- en uitgeschakeld. Houd de toets ingedrukt om de loudness-functie in en uit te schakelen: LOUD ON: De loudness-schakeling is geactiveerd. LOUD OFF: De loudness-schakeling is uitgeschakeld. De klank wordt niet beïnvloed.

Het menselijk oor hoort de lage en hoge tonen bij een lager geluidsvolume slechter. Door een stijging van deze frequentiebereiken bij lage geluidsvolumes (loudness-correctie) wordt dit effect tegengegaan en de muziekweergave klinkt natuurlijker.114

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening

  • Toets EQ/MUT (5) Druk deze toets kort in om de verschillende equalizer-voorinstellingen op te roepen: FLAT Equalizer ingeschakeld, lineaire frequentie-uitgang CLASSICS Voorinstelling voor klassieke muziek POP M Voorinstelling voor popmuziek ROCK M Voorinstelling voor rockmuziek DSP OFF Equalizer uitgeschakeld Druk lang op deze toets, om de geluidsdemping te activeren. Gebruik deze functie, wanneer u de actuele weergave even wilt onderbreken, bijv. om een voetganger naar de weg te vragen. Als u de geluidsdemping weer wilt deactiveren, drukt u opnieuw op de toets EQ/MUT (5) of draait u aan de draaiknop VOLUME (3).
  • Toets RESET (11) Deze toets zet alle instellingen op de in de fabriek ingestelde waarden terug. Druk op deze toets in de volgende gevallen: - na voltooiing van de inbouw- en aansluitwerkzaamheden - wanneer het apparaat niet meer op toetsbedieningen reageert - wanneer op het display ondefinieerbare tekens worden weergegeven115 Bediening Menu-instellingen
  • Draaiknop VOLUME / toets SELECT (3) Om menu-instellingen te selecteren, drukt u eerst langer (> 2 seconden) op de toets SELECT en vervolgens nog een keer, maar slechts kort, tot de gewenste functie op het display verschijnt. De opties bij de betreffende instelling worden door draaien aan de draaiknop VOLUME geselecteerd.

BEEP ON: Iedere toetsbediening wordt met een signaaltoon bevestigd. BEEP OFF: De toetsbevestigingstoon is gedeactiveerd.

AREA EUR: Instelling van de radiofrequentieband voor Europa FM 87,5-108 MHz / 50kHz-stappen MW 522-1620 kHz / 9 kHz-stappen AREA USA: Instelling van de radiofrequentieband voor de VS FM 87,5-107,9 MHz / 200 kHz-stappen MW 530-1710 kHz / 10 kHz-stappen

TA SEEK: Het toestel zoekt bij verlies van het verkeersbericht een nieuwe zender met verkeersberichtcode. TA ALARM: Het toestel geeft een waarschuwingssignaal, wanneer de verkeersberichtcode niet meer ontvangen kan worden.116

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening

Reactie van het apparaat als men in een zendgebied komt, waarin 2 verschillende zenders met verschillende programma-identificatie (PI) dezelfde AF (alternatieve frequentie) uitzenden: PI SOUND: De radio schakelt enkele seconden naar de nieuwe zender en vervolgens weer terug. PI MUTE: De nieuwe zender wordt gedempt.

RETUNE L: Wanneer er geen verkeersberichtcode meer ontvangen wordt, start het automatische zoeken naar zenders na 90 seconden. RETUNE S: Wanneer er geen verkeersberichtcode meer ontvangen wordt, start het automatische zoeken naar zenders na 30 seconden.

Reactie van het apparaat bij het zoeken naar zenders: MASK DPI: Alternatieve frequenties met verschillende programma-informatie (PI) worden genegeerd. MASK ALL: Alternatieve frequenties met verschillende programma-informatie (PI) en alternatieve frequenties met hoge signaalsterkte, maar zonder RDS-informatie, worden genegeerd.117 Bediening Radiomodus RDS als ontvangstconcept De afkorting RDS betekent Radio Data Systeem, d.w.z. dat er onhoorbare, gecodeerde extra informatie via de FM RDS zender wordt meegestuurd. U bent met de SD-3023 in het bezit van een SD-tuner die in staat is deze gecodeerde gegevens die door bijna alle zendstations worden uitgezonden, te verwerken. De volgende belangrijke extra informatie wordt uitgezonden: - programma-identificatie (PI) - verkeersberichtcode (TP) - verkeersbericht wordt uitgezonden (TA) - programmaservicenaam (PS) - alternatieve frequenties (AF) - programmatype (PTY) - EON-informatie (EON) - tijd (CT) Programma-identificatie (PI) Deze gegevens helpen de ontvanger om een zender duidelijk te identificeren. Ze maken het de radio mogelijk om tussen regio´s te onderscheiden waarin hetzelfde programma wordt uitgezonden. De autoradio schakelt dus bij een zwakker wordende ontvangst alleen om naar een sterkere zender die dezelfde programma-identificatie uitzendt. Verkeersberichtcode (TP) Door dit signaal herkent de ontvanger dat een zender met verkeersinformatie wordt ontvangen. Verkeersbericht wordt uitgezonden (TA) Door dit signaal kan de zender een uitgezonden verkeersbericht herkennen en indien nodig de lopende weergave van een andere bron onderbreken.118

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening Programmaservicenaam (PS) Deze informatie geeft de ontvanger aan welke zender momenteel wordt ontvangen. Deze wordt direct op het display van de autoradio weergegeven, bijv. RADIO 3FM. Alternatieve frequenties (AF) Er wordt een lijst van alternatieve frequenties meegestuurd die hetzelfde programma uitzenden. Wanneer de ontvangen zender te zwak wordt, dan herkent de ontvanger met behulp van het AF-signaal op welke frequenties hij naar een zender moet zoeken, die beter te ontvangen is. Programmatype (PTY) Deze code geeft de luisteraar informatie over de inhoud van het uitgezonden programma (bijv. sport, klassiek, nieuws, enz.). De luisteraar kan dus doelgericht naar een bepaald programma zoeken. Bovendien kan een nationaal rampalarm op deze manier worden verspreid. De PTY-service wordt echter niet door alle zenders aangeboden. EON-informatie (EON) Vele zenderketens met verschillende programma´s hebben maar één programma met verkeersinformatie. Wanneer er EON-informatie mee uitgezonden wordt, schakelt een zodanig uitgevoerd apparaat bij verkeersberichten naar de verkeerszender om, hoewel er naar een ander programma van de zenderketen wordt geluisterd. Wanneer men bijvoorbeeld naar Bayern 4 (zonder verkeersbericht) luistert, schakelt het apparaat bij een geactiveerde TA-toets gedurende het verkeersbericht om naar Bayern 3 (met verkeersbericht). Tijd (CT) Veel zenders zenden de actuele tijd in de RDS-gegevens uit. Wanneer het apparaat dit signaal ontvangt, wordt de klok automatisch op tijd gezet. Het RDS-systeem heeft dus het voordeel, dat bij het verlaten van een zendergebied het omschakelen naar een zelfde, beter te ontvangen zender automatisch wordt uitgevoerd. De omschakeling wordt echter alleen uitgevoerd, wanneer een betere zender met hetzelfde programma aanwezig is. Korte, aan de ontvangst te wijten signaalverzwakkingen, kunnen ook door het RDS-systeem niet worden geëlimineerd, omdat een voortdurend heen en weer schakelen van de autoradio het gevolg zou zijn. Dit zou door de luisteraar als veel storender worden ervaren dan kortstondige ontvangststoringen. Een ander voordeel van het RDS-systeem is de vermelding van de zendernaam. De zendernaam van een RDS- zender wordt op het display van de autoradio weergegeven.119 Bediening Functie van de afzonderlijke toetsen

  • Toets BND/LOU/ENT (4) Met deze toets wordt het bandbereik van het radiogedeelte gekozen. Er staan 3 FM-bereiken en 2 AM-bereiken ter beschikking: F1 > F2 > F3 > MW

Op elk van de vier bandbereiken kunnen 6 zenders op de stationstoetsen 1-6 (16) worden opgeslagen.

  • Toetsen en (2) Met deze toetsen wordt de ontvangstfrequentie gewijzigd om zenders in de radiomodus in te stellen. Door kort te drukken op een toets start het automatisch zoeken naar zenders (displayweergave SEARCH). Het zoeken stopt pas bij de volgende goed te ontvangen zender. Wanneer een toets langer ingedrukt wordt, is het handmatig zoeken naar zenders geactiveerd. Op het display verschijnt MANUAL. De frequentie wordt in deze modus net zolang veranderd tot de betreffende toets weer wordt losgelaten. Een korte druk op de toets verandert de frequentie stapsgewijs.

Als langere tijd niet op de toetsen wordt gedrukt, schakelt het apparaat weer over naar het automatisch zenderzoeken. Op het display verschijnt kort AUTO.

  • Stationstoetsen 1-6 (16) Door een korte druk op deze toetsen kan men direct een van tevoren opgeslagen zender selecteren. Om een op dat moment beluisterde zender op te slaan, moet eenvoudig de gewenste toets langer dan 1 seconde worden ingedrukt.

Elk van de drie FM-bandbereiken (F1-3) en ook het AM-ontvangstbereik (MW) heeft zes stationstoetsen. In totaal kunnen dus 24 stationstoetsen worden bezet.120

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening

  • Toets AS/PS (8) Wordt deze toets kort ingedrukt, dan worden de onder de stationstoetsen 1-6 (16) opgeslagen zenders telkens gedurende enkele seconden opgeroepen. Druk opnieuw op de toets om het zoeken te stoppen. Wanneer de toets langer ingedrukt wordt, worden alle goed te ontvangen zenders automatisch op de stationstoetsen 1-6 (16) opgeslagen. Na deze procedure worden de opgeslagen zenders als hierboven beschreven gedurende enkele seconden opgeroepen.
  • Toets TA (21) Toets TA (21) één keer kort indrukken > TA is ingeschakeld Toets nog een keer indrukken > TA is uitgeschakeld Wanneer een zender met verkeersberichten wordt ontvangen, wordt op het display TP= Traffic Program weergegeven. Bij een ingedrukte TA-toets verschijnt bovendien de afkorting TA op het display. Bij het afspelen van een andere bron (bijv. SD-weergave) wordt het programma voor de duur van het verkeersbericht gedempt. Wanneer een lopende uitzending erg zacht staat, gaat het geluidsvolume van het verkeersbericht automatisch omhoog naar een goed hoorbaar niveau. Na afloop van het bericht wordt het eerder ingestelde volume weer teruggezet. Instelling van de EON-gevoeligheid: Met deze functie is het mogelijk om de omschakeling naar verkeersberichten van andere programma’s van dezelfde zenderketen afhankelijk te maken van hun ontvangststerkte. Druk ca. 2 seconden lang op de toets TA (21), tot op het display de weergave EON TA LO resp. EON TA DX verschijnt. Door nog een keer lang op de toets TA te drukken, schakelt u tussen de twee modi heen en weer. De normale displayweergave verschijnt na een paar seconden weer automatisch. EON TA LO: het apparaat schakelt alleen over naar EON-verkeersberichten, als de signaalsterkte van de EON- zender goed is en er geen storingen te verwachten zijn. EON TA DX: het apparaat schakelt altijd over naar EON-verkeersberichten, er wordt geen rekening gehouden met de signaalsterkte.121 Bediening
  • Toets AF (7) Toets AF (7) één keer kort indrukken > AF is ingeschakeld Toets nog een keer indrukken > AF is uitgeschakeld De toets AF (7) vraagt de automatische zenderverbetering op. Op het display verschijnt de weergave AF. Wanneer er een zwakke of helemaal geen RDS-zender wordt ontvangen, knippert de weergave. Bij een goed te ontvangen zender verschijnt het symbool continu. Alleen in de AF-functie kan het apparaat bij het verlaten van het zendgebied zelfstandig naar een betere zender omschakelen. Regionale code: Druk ca. 2 seconden lang op de toets AF (7), tot op het display de weergave REG ON resp. REG OFF verschijnt. Door nog een keer op de toets AF te drukken, schakelt u tussen de twee modi heen en weer. De normale displayweergave verschijnt na een paar seconden weer automatisch. REG ON: het apparaat schakelt bij een zwakker wordende ontvangst alleen om naar een andere frequentie met exact hetzelfde programma. REG OFF: het apparaat schakelt bij een zwakker wordende ontvangst ook om naar een andere zender met dezelfde regionale code.
  • Toets PTY (20) Met deze toets schakelt u de PTY-functie in. Dit herkent u aan de PTY-weergave op het display. Na het indrukken van de PTY-toets, geeft het display het geselecteerde programmatype aan. Stel met de draaiknop VOLUME (3) het gewenste programmatype in en druk op een van de toetsen en (2) om het zoeken te starten. Nu begint het zoeken naar een zender van dit programmatype. Er zijn de volgende programmatypen beschikbaar: NEWS, AFFAIRS, INFO, SPORT, EDUCATE, DRAMA, CULTURE, SCIENCE, VARIED, POP M, ROCK M, EASY M, LIGHT M, CLASSICS, OTHER M, WEATHER, FINANCE, CHILDREN, SOCIAL, RELIGION, PHONE IN, TRAVEL, LEISURE, JAZZ, COUNTRY, NATION M, OLDIES, FOLK M, DOCUMENT, TEST, ALARM122

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening USB-/geheugenkaartmodus Het apparaat heeft een USB-interface en een geheugenkaartlezer voor SD/MMC-kaarten. MP3-bestanden die op deze media opgeslagen zijn, kunnen weergegeven worden. Sluit geen MP3-speler aan met de USB-interface, als deze met batterijen wordt gevoed. De stroomvoorziening van de USB-interface kan de geplaatste batterijen opladen en zo tot oververhitting en ook explosie van de batterijen leiden.

USB-media en USB-schijven tot max. 40 GB en een stroomopname van max. 1 A kunnen worden aangesloten op de USB-interface. Op de USB-interface werken alleen USB-opslagmedia. MP3-spelers met USB-aansluiting schakelen bij het insteken in deze aansluiting in de regel in de PC-modus. In deze modus is het afspelen van muziekbestanden niet mogelijk. U kunt echter op elk moment de audio-uitgang van een MP3-player aansluiten op de aansluiting AUX IN (22). SD/MMC-kaarten en SDHC-kaarten tot max. 8 GB worden ondersteund. De media moeten FAT 32 geformatteerd zijn. Vanwege de grote verscheidenheid van apparaten met USB- en SD/MMC-kaartinterfaces en hun soms erg fabricagespecifieke functies kan niet gegarandeerd worden dat alle media herkend worden en alle bedieningsmogelijkheden in combinatie met dit apparaat beschikbaar zijn. Mocht het opslagmedium niet worden herkend, neem het dan nog een keer uit en breng het vervolgens opnieuw aan.

  • Steek uw USB-geheugenmedium in de USB-aansluiting (23).
  • Bij gebruik van een geheugenkaart steekt u deze in de geheugenkaartlezer (12).
  • Het apparaat schakelt automatisch naar de betreffende ingang en start de weergave.
  • Het laatst geplaatste medium wordt automatisch geselecteerd.123 Bediening
  • Toetsen en (2) Deze toetsen dienen voor de keuze van de afzonderlijke nummers resp. voor het zoeken naar een bepaalde passage binnen een track.

De pijlen op de toetsen geven de zoekrichting (vooruit resp. achteruit) aan. Druk kort op de toetsen om naar de volgende of vorige track te springen. Druk lang op de toetsen om binnen een track een bepaalde passage te zoeken. De weergave gebeurt in dit geval versneld.

(19) Deze toetsen dienen voor de selectie van de mappen op het opslagmedium. Met DIR V (18) selecteert u de vorige map. Met DIR (19) selecteert u de volgende map.

Als er op het opslagmedium geen mappenstructuur is aangebracht, hebben deze toetsen geen functie.

  • Toets /3 (13) Druk op deze toets om het afspelen kort te onderbreken. Door nogmaals te drukken, begint het afspelen weer op de plaats waar was gestopt.
  • Toets SCN (14) Druk op deze toets om iedere track ca. 10 seconden lang af te spelen. Om deze functie weer uit te schakelen drukt u nog een keer op toets SCN (14). De weergave wordt vanaf hier weer normaal uitgevoerd.
  • Toets RPT (15) Druk op deze toets om de titelherhaalfunctie te activeren. De actuele titel wordt continu herhaald. Als u deze functie weer wilt uitschakelen, drukt u nog een keer op toets RPT (13).124

Gebruiksaanwijzing Nederlands Bediening

  • Toets SHF (17) Druk op deze toets om de toevalsfunctie te activeren. De tracks worden in een willekeurige volgorde afgespeeld. Als u deze functie weer wilt uitschakelen, drukt u nog een keer op toets SHF (17). De weergave wordt vanaf hier weer met de normale volgorde uitgevoerd.
  • Zoekfuncties bij USB-/geheugenkaartmodus Zoeken naar tracknummers - Druk één keer op de toets AS/PS (8) om het zoeken naar tracknummers te activeren. - Kies met de draaiknop VOLUME (3) het gewenste tracknummer. - Druk op de toets BND/LOU/ENT (4). - De gewenste track wordt automatisch afgespeeld. Zoeken naar tracknaam - Druk tweemaal op de toets AS/PS (8) om het zoeken naar tracknamen te activeren. - De eerste letter van de track knippert. - Kies met de draaiknop VOLUME (3) de gewenste letter. - Druk op de toets SEL (3), de tweede letter knippert. - Kies op de beschreven manier eventueel nog meer letters. - Druk op de toets BND/LOU/ENT (4). - Alle tracks en mappen die met de geselecteerde letter(s) beginnen, worden weergegeven. - Kies met de draaiknop VOLUME (3) de gewenste track of map. - Als het bij de geselecteerde naam om een mapnaam gaat, wordt op het display (, ,) weergegeven. - Selecteer in dit geval met de toetsen en (2) de tracknaam binnen deze map. - Druk op de toets BND/LOU/ENT (4). - De gewenste track wordt automatisch afgespeeld.125 Bediening Zoeken via de mappenstructuur - Druk driemaal op de toets AS/PS (8) om het zoeken via de mappenstructuur te activeren. - De eerste directory/map wordt weergegeven. - Kies met de draaiknop VOLUME (3) de gewenste directory. - Druk op de toets BND/LOU/ENT (4). De directory is geselecteerd en de naam van de eerste track resp. van de volgende subdirectory wordt weergegeven. - Selecteer met de draaiknop VOLUME (3) de gewenste track resp. de volgende subdirectory. - Ga op de beschreven manier verder tot de gewenste track weergegeven wordt. - Druk op de toets BND/LOU/ENT (4). - De gewenste track wordt automatisch afgespeeld. Zoeken binnen de actueel geselecteerde directory - Druk viermaal op de toets AS/PS (8) om het zoeken binnen de actuele directory te activeren. - De naam van de actuele directory wordt weergegeven. - Selecteer met de draaiknop VOLUME (3) de gewenste track of (, ,) om de gewenste directory te selecteren. - Ga verder zoals reeds beschreven bij “Zoeken via de mappenstructuur”. Gebruik
  • Een te hoog volume binnen in de auto heeft tot gevolg dat akoestische waarschuwingssignalen niet meer kunnen worden waargenomen. Hierdoor brengt u uzelf en andere weggebruikers in gevaar. Let daarom op dat het volume niet te hard staat.
  • Onachtzaamheid in het verkeer kan leiden tot ernstige ongelukken. Daarom mag de Hifi-installatie uitsluitend worden bediend als de verkeerssituatie het toelaat. Zorg bovendien dat uw aandacht door het bedienen van de installatie niet van het verkeer wordt afgeleid.
  • Het wordt afgeraden gedurende een langere periode naar muziek met een te hoog volume te luisteren. Hierdoor kan het gehoor beschadigd raken.126

Gebruiksaanwijzing Nederlands Onderhoud Controleer regelmatig de technische veiligheid van de SD-tuner. Kijk het aansluitsnoer en de behuizing op beschadigingen na. Indien kan worden aangenomen dat gebruik zonder gevaren niet meer mogelijk is, dan moet het product buiten bedrijf worden gesteld en worden beveiligd tegen onopzettelijk gebruik. Verbinding met boordnet verbreken! U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:

  • het apparaat zichtbaar is beschadigd
  • het apparaat niet meer goed functioneert of
  • het te zwaar mechanisch is belast. Neem voordat u de SD-tuner reinigt of onderhoudt altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht: Bij het openen van deksels en/of het verwijderen van onderdelen van het apparaat kunnen spanningvoerende delen vrij komen te liggen. Daarom moet het apparaat voor onderhoud of reparatie worden losgekoppeld van alle spanningsbronnen. Condensatoren in het apparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs als het van alle spanningsbronnen is losgekoppeld. Een reparatie mag uitsluitend plaatsvinden door een technicus die vertrouwd is met de risico’s resp. toepasselijke voorschriften. Vervangen van zekeringen Let bij vervanging van zekeringen op dat uitsluitend zekeringen van het aangegeven type en met de juiste nominale stroomsterkte worden gebruikt (zie „Technische gegevens“). Het repareren van zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is niet toegestaan.
  • Na de scheiding van de stroomvoorziening (ISO-aansluitstekker afklemmen!) trekt u voorzichtig de zekering uit de houder naast de ISO-aansluiting.
  • Vervang de zekering door een zekering van hetzelfde type.
  • Verbind de SD-tuner nu pas weer met het boordnet en neem deze in gebruik.
  • Als de zekering opnieuw geactiveerd wordt, breng dan het apparaat voor reparatie naar een speciaalzaak.127 Onderhoud Reiniging De buitenkant van het apparaat mag slechts met een zachte, droge doek of kwast worden gereinigd. Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen of chemische oplossingen, aangezien deze het oppervlak van de behuizing kunnen beschadigen. Verhelpen van storingen Met de Renkforce SD-3023 SD-tuner heeft u een betrouwbaar product aangeschaft dat volgens de nieuwste technische inzichten vervaardigd werd. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Daarom wordt hieronder beschreven hoe eventuele storingen kunnen worden verholpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Geen weergave, display en verlichting branden niet:
  • Voertuigzekering defect. In de gebruiksaanwijzing van uw auto de betreffende zekering zoeken en controleren.
  • Apparaatzekering defect. Apparaat uitbouwen en de zekering controleren.
  • Pluskabel/massakabel losgeraakt. Apparaat uitbouwen en de aansluiting van de kabel controleren. Weergave alleen via één luidspreker:
  • Balanceregeling versteld. Balanceregeling als beschreven instellen.
  • Luidsprekeraansluiting is losgeraakt. Apparaat en/of luidspreker uitbouwen en aansluitingen controleren. Weergave alleen via de voorste of achterste luidsprekers:
  • Faderregeling versteld. Faderregeling instellen.
  • Luidsprekeraansluiting is losgeraakt. Apparaat en/of luidspreker uitbouwen en aansluitingen controleren.128

Gebruiksaanwijzing Nederlands

Verhelpen van storingen Bij radiomodus worden nauwelijks zenders ontvangen:

  • Antenne niet geheel uitgetrokken. Antenne geheel uittrekken.
  • Antenneaansluiting is uit het apparaat losgeraakt. Apparaat uitbouwen en aansluiting controleren.
  • Antenne defect. Aansluiting, aarding en antenne controleren. Storingen bij radio- en USB-/geheugenkaartmodus:
  • Slechte massaverbinding. Massa-aansluiting controleren, eventueel ander massapunt gebruiken. Bij het indrukken van de stationstoetsen hoort men slechts ruis:
  • Geen zender geprogrammeerd. Zender zoals beschreven programmeren. Het apparaat reageert niet meer toetscommando’s of geeft rare tekens weer op het display:
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Renkforce

Model : SD3023

Categorie : Autoradio