Pantera One - Autoradio MAGNAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pantera One MAGNAT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Pantera One MAGNAT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pantera One - MAGNAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pantera One van het merk MAGNAT.
GEBRUIKSAANWIJZING Pantera One MAGNAT
met uw nieuwe car hifi eindversterker PANTERA ONE kut u op soevereine wijze beantwoorden aan uw hoge eisen aan de klankweergave in de auto. De PANTERA ONE biedtijke wkaliteiten op het gebied van car hifiweergave in de auto; door de indrukwekkende capaciteitsreserve voor lage bassen, de lage verwormingsfactor of de neutrale weergave. De versterker worden gekenmerkt door een lage driverstroom, snelle schakeling en een uitmuntende thermische stabiliteit. Beleef hoe dit high tech apparaat op perfecte wijze een groots klankgevoel verleent. Daarmee wensen wij u veel genoegen.
Lees de montageaanwijzing a.u.b. volledig door voordat u met de montage van de versterker begint en voordat u deze in bedrijf neemt.
Max.uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 600 W aan 4 ohm
Nominaaluitgangsvermogen (DIN 45342, B + = 14,4V) 300 W aan 4 ohm
Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 1000 W aan 2 ohm
Nominaaluitgangsvermogen (DIN 45342, B + = 14,4V) 450 W aan 2 ohm
Luidsprekerimpedantie 2
Frequentiekarakteristiek 5-90000Hz(-3dB)
Totale verrormingsfactor (DIN 45 403) < 0,03 % (1 kHz)
Ruisspanningsafstand (IEC A) > 105 dB
Ingangsgevoeligkeit LOW LEVEL INPUT 0,4-4 V
Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 47 k ohm
Laagdoorlaatfilter 40-250 Hz,12 dB per octaaf
Bas boost 0...12 dB bij 45 Hz
Voeding +12V (10 - 15 V), min aan massa
Zekering 2× 35A
Afmetingen (B x H x D) 395 x 65 x 280 mm
Gewicht 5 kg
TECHNISCHE WIJZIGENGEN VOORBEHOUDEN
2. BIJZONDERHEDEN
Complementaire balanseindtrap
Stabel op 2 Ohm
- Traploos instelbare laagdoorlaatfilter
- Traploos regelbare bascorrectie
Instelbare ingangsgevoeligheid
Elektronische contactverbroker gegen kortsluiting, gelijkspannings-offset en boventemperatuur
Mute-schakeling ter onderdrukking schakelklikken
Laagniveau-uitgangen (cinch voetjes) voor de aansluiting van extra versterkers
Ingekapselde schroefternials voor luidspreker en stroomvoorziening
Bedrijfsindicatie (groene LED) en overbelastingsindicatie (rode LED)
- Afstandsbediening voor de volumeregeling
3. BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor de aansluiting op een 12 volt system met negatieve massa.
- De warmte die worden afgegeben bij de krachtafgithe vereist een planta van montage met voldoende luchtcirculatie. Het is van groot belang dat de koelribben van de warmteafleider Niet gegen een planta of een oppervlak aanliggen waardoor de luchtcirculatie negatief zou+kennen worden beinvloed. De versterker mag net inkleine of ongeventileerde ruimten (bv. holte voor het reservewiel of onder de vloerbedekking van de auto) worden geinstalleerd. De montage in de kofferbak verdient aanbeveling.
Monteer de versterker dusdanig dat hij verreweg is beveiligd gegen schokken, vuil en stof.
Let er op dat de in-/uitvoersnoeren ver genoeg van de stroomtoevoerkabels verwijderd zich omdat er anders gevaar bestaat voor stoorinstraling.
- Let er op dat de zekering en de bedieningselementen na de montage toegankelijk+zijn.
- Het vermogen en de betrouwbaarheid van de installmentie is afhankelijk van de kwaliteit van de montage. Laat de montage bij voorkeur door eenvakbedrijdfoorvoeren.Dat geldt vooral voor een installmentiet versuschillende luidsprekers of voor een complexeerwegsystem.
4.AANSLUITINGEN
4.1 STROOMVOORZIENING EN AUTOMATISCHE INSCHAKELING
Belangrijke aanwijzing: scheid voordat u met de installmentie begint de plusklem van de motoraccu. Zo voorkomt u kortsluiting.
De elektrische leidingen die over het algemeen voor auto's worden toegepast in boordnetten zichniet voldoende voor de behoefte van een eindversterker. Let er op dat de elektrische leidingen aan GND en maar +12V klem voldoende gemissioneerd zichn. Voor de verbinding van de accu waar de stroomklemmen van de versterker dient een kabeldoorsnede van ten minste 16~mm^2 te worden gebruikt.
Maak eerst de verbinding tussen de GND-klem en de versterker en de minpool en de accu. Een goede verbinding is van groot belang. Verwijder vuil zorgvuldig van het aansluitingspunt van de accu. Een losse aansluiting kan storing, storend geluid of verrorming veroorzaken.
De versterkeraansluiting +12V wordt nu met een stroomkabel met geintegreerde zekering met de plus-pool van de accu verbonden. De zekering moet zich in de buurt van de accu bevinden, de kabel van de pluspool van de accu maar de zekering mag uit veiligheidsoverwegingen Niet langer zich dan max. 60 cm. Plaats de zekering pas na afloop van alle installmentewerkzaamheden inclusief luidsprekeraansluitingen.
Sluit nu de afstandsbedieningsleiding van de car hifi receiver aan op de besturingsbus REM van de versterker. Voor de verbinding:tussen de REMOTE-aansluiting van de versterker en het bedieningsapparaat is een kabel met een dwarsdoorsnede van 0,75mm^2 voldoende.
4.2 AUDIOKABEL
Bij installmentie van de audiokabelussen de cinchuitgang van de autoradio en de cinchingang van de versterker in de auto dient er zo möglichk voor gezorgd te worden dat de audiokabel en de voedingskabel Niet aandezelfde kant van de auto worden gelegd. Het verdient de Voorkeur de kabels ruimtelijk gescheiden te installereren, d.w.z. de stroomkabel in de linkerkabelschacht en de audiokabel in de rechterkabelschacht of omgeeerd. Hierdoor wordt beinvloeding van het audiosignaal door stroomstoringen voorkomen.
Dit geldt eveneens voor de verbindingskabel van de afstandsbediening voor de volumeregeling. Deze kabel mag Niet aan de Kant van de stroomvoorzieningsleidingen gelegd worden, maar samen met de audiokabel.
4.3 LUIDSPREKERAANSLUITINGEN
De kleinste aflsuitweerstand is 2 Ohm
- Sluit de luidspreker minklemmen nooit aan op het chassis van het voertuig.
- Verbind de +12 V voedingsspanning nooit met een luidsprekeruitgang. Hierdoor worden de versterkeruitgangstrand verwoest.
Indien de versterker met lagere afsluitwaarden of zoals boven beschreiben fouit wordt bedreven, kan hierdoor de versterker zich en de luidspreker worden beschadigd. In dit geval vervalt de garantie.
5. BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN
5.1 INSTELLING VAN DE INGANGSGEVOELIGHEID
De ingangsgevoeligheid kan aan elke autoradio of cassettedeck worden aangepast. Draai de volumeregelaar van uw radio op gemiddeld volume en stel dan de ingangsneiveauregelaar (2) dusdanig in, dat er een gemiddelde geluidssterkte hoorbaar is. Bij deze instelling zich over het algemeen voldoende capaciteitsreserves bij een optimale ruisspanningsafstand gegardeerd.
ATTENTIE: harde testsignalen slechts kortstondig weergeven om schade van de luidspreker te vermijden.
5.2 LAAGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENCY
Als de versterker als subwooferversterker worden gebruikt,zet de schakelaar (5) dan op "LPF".Stel met de regelaar (4) de gewenste kantelfrequency in. Met deze instelling kan de filter worden aangepast aan de betreffende laagweergever.De hoge flanksteilheid van de filter zorgt voor een exacte daling van gemiddelde en hoge frequenteibereiken.
5.3 BAS-BOOST
Met behulp van de bas-boost-functie (3) worden opduw of correctie van de onderste basfrequencies bereikt.
5.4 AFSTANDSBEDIERING VOOR VOLUMEREGELING
Het volume kan bovendien geregeld worden met de meegeleverde afstandsbediening. Bij de montage要去 erop gelet worden, dat de leiding maar de afstandsbediening Niet aan bezelfde kant van het voertuig gelegd worden als de stroomvoorziening van de versterker. De afstandsbediening moet op het dashboard of op een gemakkelijk toegankelijkpek gemonteerd worden. Nu kan men het volume van de subwoofer onafhankelijk van de instellenen op de autoradio instellen.
5.5 UITGANGEN VOOR DE AANSLUITING VAN EXTRA VERSTERKERS
Het ingangssignaal van de INPUT aansluitingen L en R (1) worden direct doorgegeven aan de uitgangen OUTPUT (6) L en R. De OUTPUT aansluitingen make de aansluiting van extra versterkers zonder extra Tstukken en kabel möglichk.
AFBEELDING 1 STROOMVOORZIENING-/ AFSTANDSBEDIERINGSAANSLUITINGEN
(1) Aansluitklem GND voor de massa, maar de minpool van de accu
(2) Aansluitklem REM voor afstandsbediening
(3) Aansluitklem voor +12 V accuspanning
(4) Accu
(5) Kabelzekering
(6) Voor de aansluiting voor de automatische antenne van uw autoradio Als uw autoradio Niet is voorzien van een aansluiting voor de automatische antenne, wordt deze kabel met de plus-pool (+) aangesloten op het contactslot. In dit geval dient er een in-/uitschakelaarussen te worden geschakeld. Let er op dat deze schakelaar uitgeschakeld worden als de versterker nicht worden gebruikt.
AFBEELDING 2 WERKING MET EEN STEREO-AUTORADIO
Als de versterker door een autoradio met 2 uitgangskanalen worden gestuurd, dan dienen de aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 2 te worden doorgevoerd: de toepassing van de gebruekte laagdoorlaatfilter worden beschreiben in hoofdstuk 5.2.
(1) Naar de autoradio,uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Subwoofer
AFBEELDING 3 BEDRIJF MET EEN AUTORADIO MET SUBWOOFER-UITGANG
(1) Naar de autoradio, subwoofer-uitgang
(2) Subwoofer
AFBEELDING 4 BEDRIJF ALS SUBWOOFER-VERSTERKER MET EEN EXTRA 4-KANAALS VERSTERKER (PANTERA FOUR) VOOR 4 SATELLIETLUIDSPREKERS
(1) Naar de autoradio,uitgang links voor
(2) Naar de autoradio,uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links anschter
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts achefter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links darüber
(8) Luidspreker rechts ache ter
(9) Subwoofer
AFBEELDING 5 BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN
(1) Laagniveau-ingang
(2) Ingangsniveauregelaar
(3) Bass-Boost-regelaar
(4) Kantelfrequentieregelaar voor de laagdoorlaat
(5) Keuzeschakelaar laagdoorlaatfilter (LPF)/lineair (FULL)
(6) Uitgangen voor het aansluien van andere versterkers