BM02 Nanny - Babyfoons Joblotron - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BM02 Nanny Joblotron in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BM02 Nanny Joblotron
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Babyfoons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BM02 Nanny - Joblotron en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BM02 Nanny van het merk Joblotron.
GEBRUIKSAANWIJZING BM02 Nanny Joblotron
Gefeliciteerd met de geboorte van uw kind en tegelijkertijd bedankt, dat u ons product heeft aangeschaft. Het zal u rust bezorgen op momenten, dat uw kind slaapt.

BM-02 is een gecertificeerd in de gezondheidszorg gebruikt apparaat. Dat de regelmatigheid van de ademha- ling/beweging
van het kind waarneemt. Het apparaat heeft als doel u erop attent te maken indien een verlaging van de ademhaling optreed door zowel een optisch en een luid akoestisch signaal af te geven. Het waarschuwt op deze wijze voor het eventuele gevaar een ademhalingsstilstand die bij kleine kinderen kan voorkomen, het zogenaamde Sudden Infant Death Syndrome oftewel SIDS, van plots overlijden of wiegendood. De ademstilstand kan echter ook door andere oorzaken worden veroorzaakt (braaksel, ziekte enz.) De BM-02 is samenge-steld uit een opnameplaat met een gevoelige sensor, die onder het matrasje van het bedje wordt geplaatst. Een controle unit op zwakstroom (batterijen) inclusief signaleringslampjes en een luid alarm worden meegeleverd. De bediening van de installatie is zeer eenvoudig. Na inschakeling wordt er een test van het apparaat uitge-voerd. De installatie wordt gevoed met batterijen. Het toestel beïnvloedt op geen enkele wijze de beweging van het kind.
Het product is niet bestemd voor een omgeving met verrijkte zuurstof (met uitzondering van het sensormatje).
AANBEVOLEN MAATREGELEN DIE HET RISICO VAN WIEGENDOOD (SIDS) BEPERKEN
Leg het kind voor het slapengaan niet op zijn buik, maar op zijn/haar rug of zijde.
Rook niet tijdens de zwangerschap en na de bevalling in de aanwezigheid van het kind, zelfs niet in slaap- en woonruimtes. Het is bewezen dat nicotine een negatieve werking heeft op de ademhaling van het kind. In het bloed van gestorven kinderen werd herhaaldelijk nicotine vastgesteld. Een moeder die rookt ademt nog 30 minuten na het oproken van een sigaret bij het contact met haar kind de restanten van rook en van nicotine uit!
Oververhit en onderkoel het kind niet tijdens zijn/haar slaap, bij het oververhitten kunnen zich bacteriën in de luchtwegen vermenigvuldigen, hierdoor kan er een gecompliceerde immunologische reactie op gang komen die een negatieve uitwerking op de ademhaling tot gevolg kan hebben.
NL
Laat het hoofd van het kind onbedekt, plaats minimaal tot de leeftijd van 12 maanden van het kind geen zachte dekens en kussens in het bedie, die het kind eventueel over zijn/haar hoofd zou kunnen trekken.
Gebruik in het bedje geen riemen. Het speelgoed mag geen touwtje of lint bevatten, dat langer is dan 30 cm. Plaats nooit kunststof zakken of plastic tasies in het bedje.
Opmerking:
Dit product kan mogelijke gevaarlijke situaties die kunnen leiden tot een ademstilstand bij kinderen niet vo-orkomen! Indien het product gebruikt wordt conform deze gebruiks-aanwijzing, dan nog is het risico van een storing niet uit te sluiten.
INSTALLATIE
- Plaats het sensormatje in het kinderbed (kinderwagen, wieg) onder het matras, kussen of deken op de plek, waar het kind zal liggen. Zie de afbeelding.
Het midden van de mat moet zich bevinden op de plaats van het borstje van het kind.
De BM-02 Nanny moet geplaatst worden op een vlakke en harde ondergrond met de bedrukking gericht naar boven. Het mag niet buigen!
Indien de bodem van het kinderbed enkel uit latjes bestaat, dient men onder de sensormat een harde plaat te leggen, bijvoorbeeld van hardboard of tri-

plex. Deze plaat mag niet het gehele oppervlak van het bed bestrijken om de luchtcirculatie te behouden. Een toereikende afmeting is gelijk aan het sensormatje plus ongeveer 3 cm aan alle kanten.
Verder advies en aanbevelingen omtrent de installatie van het apparaat vindt u op pagina 38 in het hoofdstuk MEEST GESTELDE VRAGEN.
Opmerking:
Bij gebruik van de BM-02 Nanny voor een tweeling geldt het volgende: ieder kind heeft zijn/haar eigen bed en zijn/haar eigen BM-02 Nanny. De bedjes mogen elkaar in geen geval raken.
- Plaats de batterijen in het apparaat (aan de achterkant).
U verwijdert de afdekking van de batterijen door licht te drukken op rechte kant ervan en te duwen richting de ronde zijde. Zie afbeelding nr. 1.
Gebruik alleen niet-oplaadbare AA penlite alkaline batterijen.
De batterijen moeten geplaatst worden zoals omschreven staat in de controle unit.
Dek de batterijen af en zet de schakelaar in positie I.
Indien de batterijen in orde zijn, zullen alle drie de lampjes afzonderlijk kort knipperen en klinkt er een pieptoon.
Wanneer de inschakeling niet bevestigd wordt met een pieptoon, moet u de batterijen controle-ren.
Wacht ongeveer 3 seconden voordat u het apparaat opnieuw inschakelt. De controle unit voert na inschakeling een test uit.

Afbeelding nr. 1 Afbeelding nr. 2

3. Bevestig de controle unit met behulp van de bevestigings-riem aan het kinderbed, de kinderwagen of wieg.
De controle unit moet goed zichtbaar zijn en mag nergens mee worden afgedekt. Zie afbeelding nr. 2.
Wanneer u de controle unit voor gebruik buiten het kinderbed moet plaatsten, gebruikt u voor de verbinding het aansluitingscontact en de verlengkabel van 5 meter, die als toebehoren zijn meegeleverd.
Bij grotere kinderen plaatst u de verwerkingseenheid buiten hun bereik.
Voor plaatsing aan een muur kan men tevens gebruik maken van de houder (meegeleverd).
4. Sluit de kabel van het sensormatje aan op de controle unit. De stekker moet klikken en vastzitten.
Leid de kabel zo, dat een groter kind er niet aan kan trekken en er geen vrije stukken zijn, die een lus zouden kunnen vormen.
Wanneer u niet de gehele lengte van de kabel gebruikt, rol het overtollige stuk op en bind dit stevig vast. Dit moet buiten bereik van het kind blijven.
De kabel kan los gekoppeld worden van de controle unit door het palletje van de stekker richting de kabel in te drukken.
Waarschuwing:
Het alarm (geluid) van de controle unit van de BM-02 Nanny mag niet gericht zijn in de richting van het kind en moet geplaatst zijn op een afstand van tenminste 0,5 m van het hoofd van het kind, om een eventuele beschadiging van zijn/haar gehoor te voorkomen.
SIGNALERINGS- EN BEDIENINGSELEMENTEN VAN HET APPARAAT
schakelaar - positie O = uit, l = aan
groen lampje - kort knipperen bevestigt de ademhaling (beweging) van het kind
rood lampje - knipperen signaleert een alarmsituatie
rood lampje - knipperen geeft aan, dat de batterijen verwisseld moeten worden
GEBRUIK VAN DE BM-02 NANNY
Voorafgaand aan het eigenlijke gebruik van de BM-02 Nanny leest u zorgvuldig deze handleiding, met name het gedeelte over "Eerste Hulp – Basishandelingen voor spoedeisende hulp bij kinderen!"
- Leg het kind in het bed.
- Schakel de controle unit in om te activeren (bevestigd door een pieptoon en het knipperen van de lampjes).
- Het groene lampje reageert met knipperen op de ademhaling of beweging van het kind. Het knipperen hoeft niet regelmatig te zijn. De frequentie ervan komt overeen met de bewegingen of de ademhaling van het kind.
- Schakel de controle unit uit, voordat u het kind uit bed neemt.
- Indien het apparaat geen beweging of ademhaling van het kind registreert, knippert het groene lampje niet en na 20 seconden begint het rode controlelampje te knipperen en klinkt vervolgens de alarm toon. Het alarm gaat ook af wanneer het aantal ademhalingen minder is dan 8 per minuut.
Opmerking:
Wij adviseren dit apparaat te gebruiken voor kinderen met een gewicht van minimaal 2 kg en maximaal 15 kg.
ALARMSITUATIE
Wanneer de controle unit registreert, dat het kind langer dan 20 seconden niet heeft ingeademd, komt het volgende alarm:
als eerst een kort luid vooralarm en vervolgens een intensief luid alarm samen met het knipperen van het rode lampje. Wanneer het kind te langzaam ademhaalt – minder dan 8 maal per minuut, komt het volgende alarm: er klinkt onmiddellijk een intensief luid alarm waarbij het groene lampje onafgebroken aanstaat (het signaleert dan dat de ademhalingsactiviteit wel geregistreerd is) en het rode lampje knippert.
Controleer het kind. Indien het kind niet ademt, probeer het te wekken. Indien het kind niet wakker wordt, begin onmiddelijk aan de eerstehulpverlening - vrijmaking van de luchtwegen, kunstmatige ademhaling, etc. Wij adviseren u z.s.m het alarmnummer 112 te bellen. In sommige gevallen zal het waarschuwingssignaal van het apparaat zelf ervoor zorgen dat het kind opnieuw inademt. Het alarm kan uitgeschakeld worden met de schakelaar op de controle unit. In een aantal gevallen kan het apparaat een vals alarm geven, met name wanneer de sensormat niet juist is geplaatst (zie de hoofdstukken Installatie en Meest voorkomende vragen) of wanneer het kind reeds kan kruipen en zich verplaatst heeft buiten het bereik van de sensormat.
Wij wensen, dat u het alarmsignaal alleen zult horen tijdens het testen van het apparaat.
EEN 2 ^e SENSORMATJE
Het matje kan ook afzonderlijk worden aangeschaft en wordt aangeboden onder de aanduiding BM-02D.
Het is vooral geschikt voor gebruik van het apparaat op een andere locatie, bijvoorbeeld in een tweede bedje, bij oma, etc. Alleen de verwerkingseenheid hoeft verplaatst te worden.
FUNCTIETEST
U kunt de werking van het apparaat als volgt testen.
- Wanneer het kind in het bed ligt en het apparaat is ingeschakeld, moet het groene lampje knipperen op het ritme van de ademhaling van het kind.
- Het apparaat is geactiveerd en neem het kind uit het bed. Gewoonlijk knippert het lampje nog even, totdat het bed geen ademhaling of beweging meer waarneemt. Houd het bed niet vast. Het apparaat zou uw ademhaling of beweging kunnen registreren.
- Na ongeveer 20 seconden zonder beweging geeft de verwerkingseenheid een waarschuwingstoon en schakelt vervolgens het alarmsignaal in. Tijdens het alarm knippert het rode lampje. Het alarm kan uitgezet worden met de schakelaar.
Wanneer het apparaat niet werkt, controleer dan:
- Of de verwerkingseenheid een gedempte pieptoon geeft na inschakeling. Zo niet, controleer de batterijen.
- Of het groene lampje stopt met knipperen, nadat u het kind uit bed neemt. Zo niet, dan registreert het apparaat andere storende trillingen. Zie de volgende opmerking.
Belangrijke opmerking:
Het apparaat gebruikt voor registratie van de ademhaling een zeer gevoelige sensor. De werking ervan kan beïnvloed worden door trillingen van het bed, van de vloer en zelfs van het hele gebouw. Het bed mag daarom geen contact maken met een ander bed, waarin een andere persoon slaapt. En het bed mag geen apparaten/installaties aanraken, die vibreren. Storende trillingen kunnen ook veroorzaakt worden door intensieve luchtstromen (ventilatoren, airconditioning, door hard op de grond te stappen in de buurt van het bed en door andere invloeden. Wanneer u het bed op een andere plaats zet of in de woning en een willekeurig apparaat inschakelt, dat mechanische vibraties produceert (storende vibraties verhinderen het apparaat om de ademhaling van het kind te volgen), adviseren wij de functie van het apparaat te testen.
Wij raden het af om een matras van hard materiaal te gebruiken (schuimplastic, e.d.), dat storende trillingen door beweging van de lucht waarneemt.
Wees u zich ervan bewust, dat het apparaat u op het gevaar alleen attent kan maken, maar het gevaar van een
ademstilstand niet kan voorkomen! Wanneer het kind gezondheidsproblemen heeft, dan is het aan u of aan uw arts, hoe het kind te helpen. Begeeft u zich ook niet te ver van het kind af, zodat u in een noodgeval het alarm kunt horen en in staat bent te reageren.
De producent staat garant voor het functioneren van de BM-02, indien het geïnstalleerd en gebruikt wordt volgens deze handleiding. De producent is niet verantwoordelijk voor het niet juist functioneren van het product in het geval van mechanische of andere beschadiging van het apparaat of bij defecte batterijen. Nog draagt de producent verantwoording, wanneer het product gebruikt wordt in tegenspraak met deze gebruikshandleiding.
Met nadruk raadt de producent het af om dit product "tweedehands" te kopen of ter beschikking te stellen in de vorm van verhuur. Door onzorgvuldig handelen kan de gevoeligheid van de sensoren afnemen met alle gevolgen van dien. De producent is in een dergelijk geval niet verantwoordelijk voor de functioneren van het apparaat.
BATTERIJEN VERWISSELEN
Het apparaat vereist naast de verwisseling van batterijen geen speciaal onderhoud.
ONDERHOUD EN SCHOONMAKEN
Wij adviseren slechts de BM-02 Nanny sensormat in het bed af en toe te controleren of er geen condensatie van vocht is op de plek, waar de mat het matras raakt. Het is nuttig het matras eens per tijd met 180° te draaien, eventueel met de onderkant naar boven te draaien om te luchten. Voor het schoonmaken gebruikt u enkel een met water vochtig gemaakte doek (zonder agressieve schoonmaakmiddelen). Het binnendringen van water kan het apparaat beschadigen. Bij het apparaat wordt een antibacterieel lapje meegeleverd voor het desinfecteren van de mat. De frequentie van het reinigen oefent geen invloed uit op de gebruiksduur van het product. Bescherm de sensormat, de toevoerkabel en de stekker tegen mechanische beschadiging, stoten, verbuiging, trekken e.d. Indien u schade opmerkt, neemt u contact op met de verkoper of direct met de servicedienst van de producent (pag. 42).
MEEST GESTELDE VRAGEN
1. De Nanny meldt een alarm, terwijl het kind regelmatig ademhaalt.
Oorzaak:
Door de beweging van het lichaam tijdens de ademhaling van het kind werd de ademhaling niet betrouwbaar door het sensormatje geregistreerd.
Oplossing:
Kinderen tot 3 maanden hebben een klein gewicht en veranderen hun positie in het bed vrijwel niet. Wij adviseren de sensormat direct onder het laken, deken of handdoek te plaatsen. Hierdoor minimaliseert u de mogelijkheid van een vals alarm. Zodra het kind in het bed begint te bewegen, plaatst u de sensormat onder het matras.
Wanneer het kind overeind ligt (omdat het hoofdje op doktersadvies hoger moet liggen), is het nodig dat het kind goed contact houdt met het matras en de BM-02 Nanny sensormat. Ondersteun de lattenbodem (niet alleen het matras), zodat aan deze voorwaarde wordt voldaan. Of plaats iets onder de achterpoten van het kinderbed.
Controleer of het matras werkelijk door eigen gewicht rust op de sensorplaat. Het matras mag niet klem zitten tussen de wanden van het kinderbed, zodat het niet „in de lucht“ boven de lattenbodem hangt.
2. Nadat het kind uit het bed wordt genomen, gaat er geen alarm af.
Oorzaak:
De sensormat registreert andere trillingen, die veroorzaakt kunnen worden door:
Stappen rond het bed, wanneer het bed is geplaatst op parket of laminaat. Het is noodzakelijk onder de poten van het bed een dempend materiaal te plaatsen, bijvoorbeeld stukjes vloerkleed of vilt.
Een open raam dichtbij het bed bij een sterke wind. Voor een juist functioneren van de Nanny is het noodzakelijk deze invloeden te verwijderen.
Het bed leunt tegen een koelkast of een andere bron van vibraties. Het bed moet verplaatst worden.
3. Hoe werkt de Nannycare bij een tweeling?
Oplossing:
leder tweelingkind moet een eigen afzonderlijk bed hebben zonder wederzijds contact. leder kind moet zijn eigen zelfstandige apparaat hebben als onafhankelijke monitor. Het is ook niet mogelijk twee gescheiden matjes aan te sluiten op één en dezelfde verwerkingseenheid. Hierdoor zou het leven van de kinderen in gevaar komen.
4. Kan het sensormatje gebruikt worden in kinderwagens of in een wieg?
Oplossing:
Alleen onder de voorwaarden, dat de wagen niet in beweging is en door niemand wordt aangeraakt. De wagen moet op een geheel stille plek staan, waar geen wind waait, dus niet buiten, op balkon e.d. windstoten kunnen het toestel negatief beïnvloeden en voorkomen, dat het alarm afgaat in geval van ademstilstand van het kind. Ditzelfde principe geldt voor een wieg of draagmand.
5. Na inschakeling meldt het apparaat lege batterijen.
Oplossing:
Controleer of u geen oplaadbare batterijen heeft gebruikt. Die hebben vaak een lagere spanning en daarom beoordeelt het apparaat de situatie alsof de batterijen leeg zijn. Het is noodzakelijk alleen gebruik te maken van alkaline batterijen.
6. Het apparaat reageert niet meer op de bewegingen van het kind, maar eerder werkte het goed.
Oorzaak:
Defecte toevoerkabel of defecte stekker van de kabel. Dit kan gebeuren door trekken van het kind aan het snoer, dat niet aan het bed werd vastgemaakt volgens de handleiding. Een andere reden kan zijn dat niet zorgvuldig met de sensormat is omgegaan. Het is bijvoorbeeld op de grond gevallen of iets dergelijks.
7. Kunnen er vloeistoffen uit het matje vrijkomen
Antwoord:
Dat is volledig uitgesloten. Het matje bevat geen vloeistoffen. Leest u a.u.b. verder op pagina 37, hoofdstuk Onderhoud en schoonmaken.
8. Wat moet ik doen bij een storing?
Oplossing:
U kunt contact opnemen met Nannycare Benelux BV, op Nummer 0522-746030. Het hoeft niet altijd een storing te betreffen. In het merendeel van de gevallen gaat het om een onjuiste installatie van het apparaat, een verkeerde interpretatie van de handleiding e.d. Wij geven graag advies over het oplossen van problemen, zodat de Nanny verder betrouwbaar de wacht kan houden over uw kind.
Indien de situatie een technisch defect betreft, vinden wij voor u altijd een oplossing, die er voor zorgt, dat uw kind niet zonder Nannycare blijft.
Dank u wel.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Voeding 3 V, 2×1,5 V alkaline batterijen type AA | |
| Rustverbruik <0,2 mA | |
| Verbruik bij alarm <120 mA | |
| Spanning voor de signalering van lege batterijen | 2,38 V ± 0,15 V |
| Alarmfrequentie van de ademhaling <8 inademingen/min (d.w.z.<0,13 Hz) | |
| Gemiddelde levensduur van de batterijen | 6 maanden (regelmatig testen van het alarm verkleint deze periode) |
| Sensormat type BM-02D, afmetingen max. | 305×500×15 mm, |
| gewicht 1 000 g, materiaal PVC-P | |
| Akoestische prestatie van het alarm 75 dB/m | |
| Eenheid voor evaluatie | afmetingen max. 140×80×35 mm, gewicht 123 g, m a - teriaal ABS |
| Gebruiksomstandigheden +5 °C tot +35 °C bij 30 % tot 75 % rel. vochtigheid | |
| Transport en opslag 0 °C tot +40 °C, rel. | vochtigheid 10 tot 85 % |
| Specifi catie van het product BF type aanzetstuk | ![]() |
Toebehoren:
sensormatje, control unit voor aansluiting, verlengsnoer 5 m, aansluitcontact, plastic houder voor bevestiging aan de muur, 2× antibacterieel lapje, 2× 1,5 V AA alkaline batterij.
Gebruiksduur van het product 2 jaar (vanaf het tijdstip van de verkoop).
Certifi gaat werd uitgevoerd de aangemelde instantie EZÚ Praha nr. 1014. CE 1014.
Het product werd klinisch getest en geregistreerd door het Ministerie van Gezondheid van de Tsjechische Republiek als medisch hulpmiddel klasse IIb.

JABLOTRON ALARMS a.s. verklaart hierbij, dat product BM-02 in overeenstemming is met de basisvoorwaarden en andere betreffende bepalingen van 93/42/EC and 2007/47/EC and 2011/65/EU (RoHS).

Opmerking:
Gooi lege batterijen na gebruik niet weg bij het afval, maar geef hen af op een verzamellocatie.
Ook al bevat het geen schadelijke materialen, ook dit apparaat hoort niet bij het afval. Geef het terug aan de verkoper of direct aan de producent zodat wij kunnen recyclen.
BASISHANDELINGEN VOOR SPOEDEISENDE HULP BIJ KINDEREN
Eerste hulp - stappen die kunnen leiden tot redding bij stilstand van de ademhaling.
Waarschuwing: de eerste hulp bij kinderen moet door een ervaren hulpverlener verstrekt worden!!! Basishandelingen voor spoedeisende zorg voor kinderen omvatten een reeks handelingen die bestemd zijn voor het hervatten van een effectieve ademhaling en bloedsomloop bij kinderen met stilstand van de ademhaling of bloedsomloop. De volgende procedure is bestemd voor kinderen - pasgeborenen en zuigelingen.
1. STEL DE STATUS VAN HET BEWUSTZIJN VAST
Spreek het kind luid toe.
Als het niet reageert, irriteer het voetvlak van het kind door kloppen of krabben (afb. 1).
Als het kind niet reageert, kunt u ook met de handpalm over de rug van het kind wrijven.
Als het kind niet meer beweegt en niet reageert, is het bewusteloos.

Onderzoek de mond van het kind, verwijder met uw vingertoppen duidelijke belemmeringen en vreemde voorwerpen.
Plaats één hand op het voorhoofd van het kind, buig zijn hoofd licht naar achteren, hef met de vingers van de andere hand de kin op (afb. 2).
Als u vermoedt dat het kind een vreemd voorwerp heeft ingeslikt of een stof heeft ingeademd (de ademnood ontstond opvallend plotseling - bijvoorbeeld bij het eten, onder het spelen met klein speelgoed, het kind hoest, rochelt, ademt luidruchtig en moeizaam, heeft het een roodachtig gezwollen gelaat en hals en als, huidskleur een blauwe kleur of licht grijs wordt), probeer dan belemmering uit de luchtweg door de volgende handelingen te verwijderen:

Voer uit 3-5 stoten tegen de rug
Leg het kind met zijn buikje op uw onderarm, met zijn gezicht naar beneden, het hoofd gebogen in lagere positie. Houd het lichaam en het hoofd steeds veilig vast (afb. 3).
Voer 3-5 stoten uit met 2-3 vingers tussen de schouderbladen van het kind; de stoten moeten gericht zijn vanuit de luchtpijp/mond naar buiten.
Pak het kind bij enkels/ voeten (nooit over de kleding), draai het met zijn hoofd naar beneden en voer dezelfde handeling uit.
Indien deze handeling geen succes oplevert, dan:

Voer 3-5 compressies uit van de borstkas
Leg het kind op uw onderarm met zijn hoofd wat naar beneden (afb. 4).
Druk op de onderste helft van het borstbeen de borstkas van het kind met twee vingers 3-5× sterk in de richting van het hoofd met een frequentie van ongeveer 1× per 3 seconden.
- Controleer na de uitvoering van de individuele handelingen altijd de mondholte.
Indien er geen ademhaling is, herhaal de afzonderlijke stappen 1 tot 3 keer en zorg ervoor dat er spoedeisende medische hulp wordt ingeschakeld of bel 112.

Stel vast door te luisteren en te kijken, of het kind ademt (afb. 5).
Als u vaststelt, dat het kind niet ademt, begin onmiddellijk met de kunstmatige ademhaling, zorg tegelijkertijd, dat de spoedeisende medische hulp opgeroepen wordt via het alarmnummer 112.
Houd met één hand, die u op het voorhoofd van het kind legt, zijn hoofd licht naar achteren gebogen, hef even met uw andere hand zijn kin omhoog en omsluit met uw mond de lippen en neus van het kind. En blaas 1-1,5 seconden rustig adem in de mond van het kind. (afb. 6).
Geef in totaal 5 beademingen zoals hierboven beschreven.
Of u beademing effectief is, herkent u aan de beweging van de borstkas- bij de inademing moet zich de borstkas merkbaar naar boven bewegen, bij de uitademing naar beneden.
Let op het volume van de ingeademde lucht, dit mag noch te klein (de borstkas beweegt niet) noch te groot (adem de inhoud van uw mond in) zijn - dit zou een verwonding van de longen van het kind tot gevolg hebben en de gezondheidstoestand van het kind zou nog slechter kunnen worden. De borstkas moet ongeveer zodanig bewegen alsof het kind zelf spontaan zou inademen.
Doe de kunstmatige inademingen bij een pasgeborene met een frequentie van 30 inademingen per minuut (1 inademing per 2 seconden), bij een kind 20 inademingen per minuut (1 inademing per 3seconden).

Als u geen tekenen van bloedsomloop vaststelt (beweging, hoesten en ademhaling), begin onmiddellijk met hartmassage.
Het kind moet altijd op zijn rug liggen op een harde ondergrond.
Plaats het einde van uw wijsvinger en middenvinger op het onderste derde van het borstbeen - ongeveer 1,5 cm onder de verbindingslijn van de tepels (afb. 7). U kunt ook de borstkas met uw handen omspannen en het borstbeen met gekruiste duimen of 2 vingers indrukken (afb. 8).
Druk de borstkas 2-3cm in.
De frequentie van de compressies bij pasgeborene is 120/min, bij kind 100/min.
De resuscitatie word bij een pasgeborene uitgevoerd in de verhouding 1 inademing: 3 compressies van de borstkas, bij een kind in de verhouding 2 inademingen: 30 compressies van de borstkas, indien er alleen één hulpverlener is, in de verhouding 2 inademingen: 15 compressies van de borstkas, indien er 2 hulpverleners zijn- voeg tussen de individuele depressies een korte onderbreking in om de inademing uit te voeren.
- Controleer na elke 3-5 cycli, of de ademhaling en de bloedsomloop hersteld zijn.

Als uw reanimatie succesvol is en de ademhaling en de bloedcirculatie hersteld zijn, plaats het kind in stabiele zijligging.
Houd het kind op uw onderarm, met zijn gezicht naar u toe en met het hoofd licht gebogen.
Op deze manier voorkomt u het best een eventuele verstikking door ingeslikte tong of ingeslikt braaksel (afb. 9).
Let voortdurend op de symptomen van het kind, vooral of het ademt en de tekenen van een constante bloedsomloop toont, let op de huidskleur - als het blauw of grijs begint te worden, kan dit een teken zijn van terugkerende verstoorde ademhaling en bloedsomloop.
Zorg ervoor dat de lichaamstemperatuur van het kind voldoende blijft, met name om onderkoeling te voorkomen.

Wanneer moet u de medische hulpdienst alarmnummer 112 bellen
Wanneer er op de plaats meer hulpverleners zijn - één belt de reddingsdienst direct nadat er geconstateerd is dat er geen ademhaling meer is, de andere begint onmiddellijk aan de reanimatie.
Indien u alleen bent, begin aan de reanimatie volgens de voor kinderen geldende procedure, reanimeer circa 1 minuut, bel daarna snel noodnummer 112. Heeft u geen telefoon bij de hand en moet u ergens naar toe lopen om hulp te halen dan is het aan te raden het kind mee te nemen.
BEËINDIGING VAN DE REANIMATIE:
Reanimeer totdat tot het kind tekenen van leven begint te tonen (spontane ademhaling, pols, beweging), totdat er een hulpdienst aankomt.
Opmerking: vanaf de geboorte tot 1 jaar praten wij over een pasgeborene/zuigeling. Vanaf 1 jaar tot aan puberteit over een kind.
