BC300 - Babyfoons HAMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BC300 HAMA in PDF-formaat.
| Producttype | Audio babyfoon |
| Merk | Hama |
| Model | BC300 |
| Voeding zender | 3 AAA-batterijen (oplaadbaar of alkaline) of AC 230V - DC 6V adapter |
| Voeding ontvanger | 3 AAA-batterijen (oplaadbaar of alkaline) of AC 230V - DC 6V adapter |
| Kanalen | 2 kanalen (CH1 en CH2) |
| Werkfrequenties | CH1 : 864,875 MHz, CH2 : 864,925 MHz |
| Bereik | Tot 800 meter in ideale omstandigheden |
| Gevoeligheid zender | Instelbaar van 0 tot 8 |
| Belangrijkste functies | Audio-overdracht, energiebesparende modus, pictogram "Bébé dort", pictogram "Bébé appelle", alarm bij buiten bereik, pilottoonsignaal (16 codes), automatische LCD-verlichting, riemclip, haak |
| Schermtype | LCD |
| Veiligheid | Vervangt niet het toezicht van een volwassene; niet gebruiken in de buurt van water; plaats de ontvanger niet in de wieg; specifieke adapter meegeleverd |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek; geen schurende middelen gebruiken |
| Batterijen | Alkaline AAA of oplaadbare AAA (meegeleverd); oplaadtijd: ongeveer 9 uur |
| Certificeringen | CE, voldoet aan R&TTE-richtlijn 1999/5/EG |
Veelgestelde vragen - BC300 HAMA
Gebruikersvragen over BC300 HAMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Babyfoons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BC300 - HAMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BC300 van het merk HAMA.
GEBRUIKSAANWIJZING BC300 HAMA
NL Gebruiksaanwijzing
U heeft zojuist een babymonitor van goede kwaliteit aangeschaft. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de monitor gebruikt. Bewaar dit boekje zorgvuldig als naslagwerk voor de toekomst.
Inhoud en functies

Zenderunit

- soepele antenne 5. riemclip
- gevoeligheidsfunctie: 0-8 level 6. haakjes
- power/kanaalschakelaar: UIT/CH1/CH2 7. batterijvak
- microfoon 8. AC/DC-poort
Ontvanger

- soepele antenne 5. riemclip
- volumeregelaar 6. haakjes
-
luidspreker 8. AC/DC-poort
-
power/kanaalschakelaar: UIT/CH1/CH2 7. batterijvak
Hoofd LCD-display

symbool "geen bereik" kanaal: CH01 / CH02
symbool "baby slaapt" (energiespaarfunctie) batterijsymbool:

volle batterijen
batterij bijna leeg geeft aan dat de batterijen vervangen moeten worden.
Lege batterijen, knipperend:
batterijen moeten vervangen worden

De AC-adapters hebben lage spanningsbronnen, waardoor ze gewoon op uw huiseigen stopcontacten kunnen worden aangesloten om de babymonitor te gebruiken. Sluit de AC-adapter op de poort van de ouder- en baby-unit aan. Sluit beide adapters aan op een stopcontact. Het is aan te bevelen de toestellen uit te schakelen voordat u de stekker in het stopcontact steekt of eruit trekt.
ATTENTIE: deze adapters hebben voor dit product een speciaal design gekregen.
Ze kunnen niet in combinatie met een ander toestel gebruikt worden.
Gebruik nooit een andere adapter in combinatie met deze babymonitor.
Belangrijk!
ATTENTIE
Dit product is geen vervanging voor het verantwoordelijke toezicht van ouders.
- Deze babymonitor is bedoeld ter ondersteuning. Gebruik hem niet als medische monitor of ter vervanging van het verantwoordelijke ouderlijke toezicht.
- Zorg ervoor dat ontvanger- en adapterkabel zich altijd buiten het bereik van kinderen bevinden. Zet de ontvanger niet in het babybed of de box
- De unitantenne is vast; probeer deze niet uit te trekken. Probeer het toestel niet te veranderen.
- Vermijdt het gebruik in de buurt van water.
Batterijen in de ontvanger & zender plaatsen
- Het deksel van het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van de unit.
- Open het batterijvak.
- Plaats 3* AAA-batterijen in de ontvanger en zender en zorg ervoor dat de polen corresponderen met de + en - symbolen in het batterijvak.
- Sluit het batterijvak weer.

Batterijtips:
- Trek als het product gedurende langere tijd niet gebruikt wordt de stekker van beide units uit het stopcontact. Neem de (lege) batterijen uit de units omdat ze anders kunnen lekken.
- Breng lege batterijen naar een inzamelpunt.
- Niet-oplaadbare batterijen mogen niet opgeladen worden. Oplaadbare batterijen mogen alleen onder toezicht van een volwassende opgeladen worden.
- Er bestaat gevaar voor explosie als de batterijen verkeerd in het batterijvak geplaatst worden. Vervang lege batterijen alleen door batterijen van hetzelfde of overeenkomstige type.
Batterijen opladen met behulp van de zender en ontvanger
Zodra de batterijen leeg geraken verschijnt het symbool "lege batterijen" in beide LCD-displays. Het batterijsymbool en het symbool voor het buiten berek zijn knipperen om ervoor te waarschuwen dat de batterijen bijna leeg zijn. De ontvanger waarschuwt tevens bij herhaling met het alarmsignaal ("biep, biep").
Batterijen opladen
Laad de oplaadbare batterijen op voordat u ze de eerste keer gebruikt. De oplaadbare batterijen van de zender en ontvanger dienen voor het opladen niet uit de units te worden genomen. Het batterijsymbool verschijnt en knippert tijdens het opladen en stopt met knipperen zodra het laadproces is beeindigd.
In de zender opladen
- Sluit de dunne stekker op de 6V-bus van de zender aan en de andere stekker op een stopcontact.
- Zodra de adapter op het toestel aangesloten is, begint het opladen automatisch.
- De oplaadtijd voor het volledig opladen van de batterijen bedraagt 9 uur als de zender uitgeschakeld is.
In de ontvanger laden
1 Sluit de dikke stekker op de laadschaal aan en de andere stekker op een stopcontact.
- Zodra de adapter op het toestel aangesloten is, begint het opladen automatisch.
- De oplaadtijd voor het volledig opladen van de batterijen bedraagt 9 uur als de ontvanger uitgeschakeld is.
Opmerking:
- Gebruik uitsluitend de DC-adapter of laadschaal die meegeleverd zijn. Steek de stekker in een stopcontact.
- Sluit de unit aan.
- Omgevormde spanning: 6 V DC
Aanwijzing:
- U kunt ook 3 alkaline AAA-batterijen in plaats van de meegeleverde oplaadbare batterijen plaatsen.
- De unit kan ook direct op het stopcontact aangesloten en gebruikt worden.
Voor het eerste gebruik testen
Controleer of de baby-unit geluid overdraagt en of de ouderunit geluid ontvangt.
- Zet daarvoor de baby-unit en de ouderunit in de ruimtes waar ze gebruikt zullen gaan worden.
- Stel beide units op hetzelfde kanaal (01 of 02) in door de zenderkeuzeschakelaar op UIT, CH1 of CH2 te schakelen. De geselecteerde kanalen worden rechts bovenin het display weergegeven.
- Stel de zender en ontvanger op dezelfde pilottoon in door de dipswitch (AAN/DIP/1/2/3/4) naast het batterijvak voor verschillende pilottonen voor de privésfeer te bedienen. Er zijn 16 combinaties voor pilottonen beschikbaar. (Raadpleeg de PILOTTOON combinatietabel.)
ATTENTIE:
Het is van wezenlijk belang dat beide units dezelfde instelling hebben. Indien niet, dan kunnen de units niet met elkaar communiceren.
Overdracht:
- Indien u gebruikt maakt van de gevoeligheidsfunctie kunt u de gevoeligheid van de zender individueel naar eigen keuze instellen.
- Zodra de zender het signaal "baby roept" zendt knippert het symbool op het LCD. Tijdens de totale overdracht brandt de achtergrondverlichting.
- Als de zender nauwelijks geluiden registreert wordt automatisch in de energiespaarmodus omgeschakeld. Het "baby slaapt"-symbool verschijnt op het LCD en de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld.
Ontvangst:
- Indien de volumeregelaar vanuit de rechterkant gedraaid wordt schakelt de ontvanger in. Na het inschakelen is het LCD geactiveerd en toont dat de unit gereed voor gebruik is. Het geselecteerde kanaal staat rechts bovenin het display.
Indien de volumeregelaar verder gedraaid wordt kan het volume naar wens ingesteld worden. - Zodra de unit een signaal ontvangt wordt de achtergrondverlichting voor de totale overdracht ingeschakeld en het „baby roept“-symbool knippert.
- Enkele seconden nadat de unit geen signalen meer ontvangt schakelt de ontvanger weer automatisch terug in de energiespaarmodus. Het "baby t. slaapt"-symbool verschijnt op het LCD en de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld.
Instelling en gebruik
BELANGRIJK! Controleer de ontvangst voordat u het toestel gebruikt en nadat u het ergens anders heeft neergezet.
(Zie "voor het eerste gebruik testen".)
- De zender registeert geluiden binnen een cirkel van 1 tot 2 meter (3 tot 6,5 voet) voor NORM-instelling.
- Plaats de zender in de kamer waar het kind slaapt. Draai de microfoon in de richting van het kind, bijv. naar het bed of de box.
- Stel de ontvanger en zender op hetzelfde kanaal in (01 of 02) en kies tevens dezelfde pilottoon.
- Zet de SÊNSITIVITY-knop op de gewenste positie voor de overdracht van de baby-unit.
-
Stel de gevoeligheid in door deze schakelaar in een gewenste stand te plaatsen.
-
Enkele seconden nadat de unit geen geluidssignalen meer ontvangt schakelt de ontvanger weer automatisch terug in de energiespaarmodus. Het „baby slaapt“-symbool verschijnt op het display.
- Plaats de ontvanger bij u in de buurt zodat u het kind kunt horen.
- Stel de ontvanger en zender op hetzelfde kanaal in (01 of 02) en kies tevens dezelfde pilottoon.
- Indien de volumeregelaar verder gedraaid wordt kan het volume naar wens ingesteld worden.
- Door de UIT/CH1/CH2-keuzeschakelaar in „OFF“ te plaatsen wordt de unit uitgeschakeld.
Aanwijzing:
Voor een optimaal geluid stelt u de baby-unit op minstens een meter van de baby op. Pak het verlengsnoer uit en trek het volledig uit als u gebruik maakt van de voedingsadapter. Steek de stekker in een stopcontact.
Overige functies
Pilottoon
De stabiele, veilige radiofrequentie alsmede de weerstand tegen interferentie werden bij deze babyfoon dankzij een, voor ons niet te horen, digitaal gecodeerd en in de praktijk getest signaal wezenlijk verbeterd.
De code activeert de ontvanger alleen dan, zodra geluiden (bijv. als de baby wakker wordt) door de zender herkend worden.
Er zijn 16 combinaties voor pilottonen beschikbaar. Stel de zender en ontvanger op dezelfde pilottoon in door de dipswitch (AAN/DIP/1/2/3/4) naast het batterijvak te bedienen.

PILOTTOON COMBINATIETABEL
| Pilottoon | Dipswitch 1 | Dipswitch 2 | Dipswitch 3 | Dipswitch 4 |
| Code 1 | A an | Aan Aan Aan |
| Code 2 | A an | Aan Aan Uit | ||
| Code 3 | A an | Aan Uit Aan | ||
| Code 4 | A an | Aan Uit Uit | ||
| Code 5 | A an | Uit Aan Aan | ||
| Code 6 | A an | Uit Aan Uit | ||
| Code 7 | A an | Uit Uit Aan | ||
| Code 8 | A an | Uit Uit Uit | ||
| Code 9 | U it | Aan Aan Aan | ||
| Code 10 Uit | Aan Aan Uit | |||
| Code 11 Uit | Aan Uit Aan | |||
| Code 12 Uit | Aan Uit Uit | |||
| Code 13 Uit | Uit Aan Aan | |||
| Code 14 Uit | Uit Aan Uit | |||
| Code 15 Uit | Uit Uit Aan | |||
| Nr. Code Uit | Uit Uit Uit |
Opmerking:
- UIT: Er is geen pilottoon geselecteerd.
- Indien voor de ontvanger geen pilottoon geselecteerd is wordt weergegeven, dat een hogere code werd gekozen. In deze status kan de ontvanger signaler van de zender ontvangen die op hetzelfde kanaal is ingesteld, onafhankelijk van het feit dat er geen pilottoon geselecteerd is.
Geen bereik
Zodra de ontvanger buiten bereik van de zender is knippert het "bereik-alarmsymbool" op het display van de ontvanger. Bovendien klinkt bij herhaling het "biep-biep"-alarm van de ontvanger.
Dit alarm klinkt tevens als de verbinding tussen zender en ontvanger werd verbroken.
Een visueel en akoestisch alarm op/van de ontvanger is tevens het gevolg als:
- de verbinding tussen ouder- en baby-unit verbroken is, bijv. doordat de baby-unit uitgeschakeld is.
- de zender en de ontvanger op verschillende kanalen zijn ingesteld.
- de zender en de ontvanger op verschillende pilottonen zijn ingesteld.
- de laadtoestand van de batterijen in de zender of ontvanger laag is.
Achtergrondverlichting LCD-display
Bij power aan / buiten bereik / batterij bijna leeg / baby roept (bijv. een geluid gezonden en ontvangen) wordt de achtergrondverlichting van zowel de zender als ontvanger automatisch ingeschakeld. Zodra er geen signalen meer gezonden of ontvangen worden schakelt de achtergrondverlichting automatisch uit.
Riemclip
Baby- en ouderunit kunnen met de riemclip aan de achterzijde van het toestel aan de riem gedragen worden.
Opsporen van storingen
| Problemen en oplossingen | |
| 1. Geen stroom • Unit is uitgeschakeld. Selecteer met behulp van de UIT/CH1/CH2-keuzeschakelaar de CH1 of CH2-stand.• Controleer of de batterijen correct geplaatst zijn.• Controleer of de voedingsadapter goed op het toest is aangesloten als u gebruikmaakt van de adapter. |
| 2. Geen overdracht van geluiden | De gevoeligheid van de zender is te laag ingesteld. Stel het niveau van de gevoeligheid hoger in (SENSITIVITY).De units staan te ver van elkaar verwijderd of heb de verbinding verbroken. Zet de ontvanger dichter in de buurt van de zender.Controler of beide units op hetzelfde kanaal en dezelfde pilottoon ingesteld zijn. |
| 3. Zender en ontvanger tonen geen beeld. | Power uit. Schakel beide units in. Controleer of beide units op hetzelfde kanaal en dezelfde pilottoon ingesteld zijn.Plaats de batterijen correct in het batterijvak. |
Technische gegevens
Stroomvoorziening:
zender - 3 AAA oplaadbare batterijen of alkaline-batterijen
& adapter: 230 V AC - 6 V DC
ontvanger - 3 AAA oplaadbare batterijen of alkaline-batterijen
& adapter: 230 V AC - 6 V DC
kanaal: 2 kanalen
bedrijfsfrequentie: CH1: 864.875 MHz
CH2: 864.925. MHz
bereik: max. 800 meter onder ideale omstandigheden
Registratiebewijzen en veiligheidskeuringen/algemene informatie
Dit toestel draagt de CE-markering volgens de bepalingen van de richtlijn R&TTE (1999/5/EG). Hama GmbH & Co. KG verklaart hierbij dat dit toestel voldoet aan de vereisten en de overige relevante voorschriften van de richtlijn 1999/5/EG. De verklaring van overeenstemming en de conformiteitsverklaring vindt u op internet onder http://www.hama.com