MD 16661 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 16661 MEDION in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 16661 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 16661 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 16661 MEDION
5) Bedieningsveld met display
7) Toets voor naaldpositionering
14) Regelaar voor bovendraadspanning
16) Bovendraadgeleiding
17) Opspoeldraadgeleiding
21) Persvoetontgrendeling
22) Behuizing voor netstekker
23) Stekkerbehuizing voor de voetregelaar
24) Hoofdschakelaar (motor en licht)
25) Steeklengteregelaar
28) Geleidingsstang voor de persvoet
35) Indicator dubbele naald
1. Over deze handleiding
Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht! Alle handelingen aan en met dit apparaat mogen alleen worden uitgevoerd voor zover deze in de handlei- ding zijn beschreven. Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Geef deze handleiding mee wanneer u de machine doorgeeft aan iemand anders. 1.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden GEVAAR! Waarschuwing voor acuut levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar let- sel! VOORZICHTIG! Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel! OPMERKING! Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen! Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat! OPMERKING! Neem de instructies in de handleiding in acht! TIP Naaitips om het werk gemakkelijker te maken 1.2. Gebruik voor het beoogde doel Dit apparaat biedt vele gebruiksmogelijkheden: De naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden van licht tot middelzwaar naaigoed. Het naaigoed kan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer bestaan.
- Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassin- gen. Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
- breng geen wijzigingen aan het apparaat aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.
- neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden. 47 van 87Over deze handleiding 1.3. Verklaring van conformiteit Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:
- EMC-richtlijn 2004/108/EG
- Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG
- Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
- RoHS-richtlijn 2011/65/EU. 48 van 87Veiligheidsinstructies
2. Veiligheidsinstructies
2.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met be- perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onder- houd mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan.
- Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het net- snoer worden gehouden. GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor be- staat gevaar voor verstikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 2.2. Netsnoer en netaansluiting
- Sluit het apparaat alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (230V~ / 50Hz), vlakbij de plaats waar het apparaat wordt opgesteld. Zorg dat het stopcontact altijd goed toe- gankelijk is zodat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.
- Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd de stekker zelf beetpakken en niet aan de kabel trekken.
- Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
- Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen.
- De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.
- Wanneer u de naaimachine achterlaat, dient u de stekker uit het stopcontact te trekken om ongevallen door ongewenst inschakelen te voorkomen.
- Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, persvoet instel- len, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden, alsook aan het einde van naaiwerkzaam- heden of wanneer de werkzaamheden worden onderbroken. 2.3. Basisinstructies
- De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor een elektrisch schok!
- Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.
- Gebruik de naaimachine nooit in de open lucht.
- Gebruik de naaimachine nooit als hij vochtig is of in een vochtige omgeving.
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type ES- 01FC. 49 van 87Veiligheidsinstructies 2.4. Repareer het apparaat nooit zelf WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok! Probeer in geen geval het apparaat te openen of zelf te repareren! Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is, contact op met het servicecentrum of een andere geschikte reparatiedienst.
- Trek bij beschadigingen van het apparaat of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de ma- chine of het snoer niet worden gebruikt.
- Als het aansluitsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet deze, om gevaar te voorko- men, worden vervangen door de klantenservice van de fabrikant of een andere deskun- dige persoon. 2.5. Veilige omgang met het apparaat
- Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.
- Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingen binnendringen.
- Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
- Plaats nooit iets op het pedaal.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
- Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistof- fen.
- Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aange- sloten!
- Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
- Gebruik geen verbogen of stompe naalden.
- Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen bre- ken.
- Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.
- Schakel altijd de machine uit na de werkzaamheden en vóór onderhoudswerkzaamhe- den en trek de stekker uit het stopcontact. 2.6. Reinigen en opbergen
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine gaat reinigen. Reinig het apparaat met een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaak- middelen want die kunnen het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat bescha- digen.
- Gebruik voor het opbergen van de naaimachine altijd de meegeleverde kap zodat de machine beschermd is tegen stof. 50 van 87Het apparaat leren kennen
3. Het apparaat leren kennen
3.1. Inhoud van de verpakking Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:• Naaimachine• Afneembaar werkblad met accessoirevak• Netsnoer• Pedaal (type ES01FC)• Standaardvoet (rechte steek/zigzagsteek) (al gemonteerd)• Afdekkap• Handleiding en garantiebewijs GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor ver- stikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 3.2. Inhoud van het accessoirevak 1) 3 spoelen2) Set naalden (met dubbele naald)3) Stopplaat4) Oliespuitje5) Tornmesje6) Reinigingskwastje7) Knoopsgatvoet8) Geleidingsvoet9) Ritsvoet10) Schroevendraaier
51 van 87Het apparaat leren kennen 3.3. Elektrische aansluitingen OPMERKING! Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type ES01FC. Stopcontact Netsnoer Voetstarter Aansluitkabel pedaal Aansluiting pedaal Stroomschakelaar Aansluiting netsnoer VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Door ongewenst bedienen van de voetschakelaar bestaat gevaar voor letsel. Schakel na afloop van de werkzaamheden of bij onderhoud, altijd de ma- chine uit en trek de stekker uit het stopcontact. Sluit het pedaal aan op de bijbehorende aansluiting op de naaimachine. Steek de aansluitstekker van het meegeleverde pedaal in het stekkerblok op de machine en steek vervolgens de stekker in het stopcontact. Schakel de naaimachine in met de hoofdschakelaar (24). De hoofdschake- laar schakelt zowel de machine als de naaiverlichting in. 3.4. Regelen van de naaisnelheid De naaisnelheid wordt met het pedaal geregeld. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen. 3.5. Aanbrengen en verwijderen van het afneembare werkblad De machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneembaar werkblad. Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven. Als u het afneembare werkblad wilt aanbrengen, zet u het voorzichtig te- gen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vast- klikt. 52 van 87Voorbereidende werkzaamheden
3.6. Accessoirevak Het accessoirevak is in het afneembare werkblad geïntegreerd. Om te openen klapt u de deksel van het afneembare werkblad naar voren. Nu heeft u toegang tot de inhoud van het accessoirevak.
4. Voorbereidende werkzaamheden
4.1. Plaatsen van de garenspoel TIP In de meeste garenspoelen bevindt zich een kerf die dient om het garen na gebruik te fixeren. Om een gelijkmatige en ongestoorde loop van het garen te waarborgen, moet u erop letten dat deze kerf naar beneden wijst. Trek de klospennen(2) omhoog uit de machine tot dat deze hoorbaar vast- klikken. Steek de garenspoel op de klospen (2). TIP Bij zeer fijn garen dat de neiging heeft in elkaar te draaien, wordt aangeraden om de garenspoel op de achterste klospen te plaatsen. Voer het garen in dit geval door het oogjes van de voorste klospen om het af- wikkelen te stabiliseren. Garn Klospenmet garenFOUT CORRECTGarenGeleidings- oog 53 van 87Voorbereidende werkzaamheden 4.2. Opwinden van onderdraadspoel De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine wor- den opgewonden. Hiertoe leidt u de draad van de garenspoel door de opspoeldraadgeleiding (17) naar de spoel. De exacte methode voor het opwinden gaat als volgt: Steek de garenspoel op de klospen. Leid nu de draad vanaf de garenspoel door de opspoeldraadgeleiding (17), zoals op de afbeelding te zien is. Leid het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel. Plaats de spoel op de spoelspindel(4), waarbij het uiteinde van de draad zich bovenop de spoel bevindt. Draai de spoelspindel(4) naar rechts rich- ting spoelaanslag(3), totdat deze hoorbaar vastklikt. Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het pedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Wikkel op totdat de spoelspindel(4) automatisch stopt. OPMERKING Nadat de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, schakelt de led-indi- catie van het programmanummer naar het symbool "][". Het naaimechanisme wordt op hetzelfde moment uitgeschakeld zodat de naald tijdens het opspoe- len niet meebeweegt. Draai de spoelspindel(4) naar links en verwijder de spoel. Knip de overtollige draad af. OPMERKING De led-indicatie schakelt van symbool "][" weer terug naar de programma-indicatie (33) en het naaimechanisme wordt weer ingeschakeld. 54 van 87Voorbereidende werkzaamheden
4.3. Verwijderen van spoelhuis Controleer of de machine is uitgeschakeld. Verwijder het afneembaar werkblad. Zet de naald en de persvoet in de bovenste stand door aan het hand- wiel(26) te draaien resp. de hendel van de persvoet (20) in de bovenste po- sitie te zetten. Open de afdekking van het spoelhuis(10) zoals weergegeven op de afbeel- ding. Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek dit uit de machine. Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis. Kantelhendel 4.4. Inrijgen van het spoelhuis Houd de spoel tussen duim en wijsvinger van uw rechterhand en laat de draad ca. 15 cm naar buiten hangen. Houd het spoelhuis in uw linkerhand en plaats de spoel in het spoelhuis. Leid het uiteinde van de draad door de inkeping aan de rand van het spoelhuis naar binnen. Trek de draad onder de spanningsveer door in het draadgat. Controleer of er ca. 15 cm van de draad uit de spoel hangt. Spoelhuis Spoel GleufSpanveer 55 van 87Voorbereidende werkzaamheden 4.5. Plaatsen van het spoelhuis Houd het spoelhuis zodanig vast, dat de vinger van het huis naar boven wijst. Open de kantelhendel van het spoelhuis. Vinger Grijperbaanring met uitsparing Plaats het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig naar binnen tot de vinger van het spoelhuis in de grijpbaanring schuift. Laat de kantelhendel los en druk deze op het spoelhuis. Sluit de afdekking van het spoelhuis(10). 4.6. Weergave van de bovendraadgeleiding Voor een beter overzicht vindt u op deze plaats een schematische weergave van het verloop van de bovendraad. De cijfers geven de volgorde van de stappen bij het inrijgen aan.
56 van 87Voorbereidende werkzaamheden
4.7. Inrijgen van bovendraad Lees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volg- orde bij de draadgeleiding tot het breken van de draad, het missen van steken en het samentrekken van de stof kan leiden. Zet de naald voor het inrijgen in de bovenste positie door aan het hand- wiel (26) te draaien. Zet nu de hendel van de persvoet(20) ook in de bovenste positie om de spanning van de draad iets te verlagen en de bovendraad eenvoudig te kunnen inrijgen. Plaats de garenspoel nu op een van de klospennen. Leid de draad nu zoals afgebeeld door de bovendraadgeleiding(16). Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsrege- laar voor de bovendraad (14) lopen. Voer de draad onder de voorste draadgeleiding (8) omhoog. De binnenste geleidingsveer wordt automatisch omhooggeschoven. OPMERKING Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bo- vendraadspanning niet direct zichtbaar. Let er daarom goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machi- ne loopt. TIP Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 - 4 geschikt. Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadhef- fer(15). OPMERKING Draai eventueel aan het handwiel(26) om de draadheffer (15) helemaal naar boven te zetten.
57 van 87Voorbereidende werkzaamheden Leid de draad nu weer naar beneden in de richting van de naald, waar- bij deze door de interne draadgeleiding (8) en de draadgeleiding van de naaldhouder (32) wordt gevoerd. 4.8. Weergave van de bovendraadgeleiding bij dubbele naalden Voor een beter overzicht vindt u op deze plaats een schematische weergave van het verloop van de bovendraad. De cijfers geven de volgorde van de stappen bij het inrijgen aan. linkernaald rechternaald
Leid de tweede draad in de richting van de naald, waarbij deze door de in- terne draadgeleiding (8) en de draadgeleiding van de naaldhouder (32) wordt gevoerd. Draad voorlinkernaaldDraad voorrechternaald
58 van 87Voorbereidende werkzaamheden
4.9. Ophalen van de onderdraad Zet de persvoet (30) omhoog. Draai het handwiel(26) met de rechterhand naar u toe totdat de naald zich in de bovenste positie bevindt. Houd de bovendraad losjes met de hand vast. Schakel de machine in. Druk de toets voor de naaldpositionering tweemaal in om een naaibeweging van de naald uit te voeren. Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt. Trek ca. 15 cm van beide draden onder de persvoet(30) aan de achterkant naar buiten. 59 van 87Instellingen
5.1. Instelling van de draadspanning Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog. Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning te laag. In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld. Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning de juiste onderlinge ver- houding hebben. 5.2. Instellen van de onderdraadspanning De spanning wordt opgewekt door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning(14). Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning. 0= lage en 9= hoge bovendraadspanning. De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet. Er zijn verschillende redenen waarom de spanning moet worden ingesteld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een verschillende spanning wor- den gebruikt. De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek. Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijkmatig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken. Wij adviseren vóór elk werkstuk een proefnaad te maken op een lapje. OPMERKING Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 - 4 geschikt. 5.3. Controleren van de draadspanningen
De juiste instelling van boven- en onderdraadspanning moet zodanig zijn dat de lussen van de draden zich in het midden van de stof bevinden. De stof blijft glad en vertoont geen plooien. 60 van 87Instellingen
De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad naar boven. De onderdraad verschijnt op de bovenste stoflaag. Oplossing: Bovendraadspanning door draaien van de regelaar (14) op een lagere stand zetten. De bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad naar beneden. De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stoflaag. Oplossing: Bovendraadspanning door draaien van de regelaar (14) op een hogere stand zetten. 5.4. Instellen van de eindpositie van de naald De naaimachine is voorzien van een automatische naaldpositionering zodat de naald altijd in de bovenste of onderste positie wordt gezet wanneer het naaien wordt beëindigd. U kunt instellen of de naald in de bovenste of de onderste positie moet wor- den gezet. Aan het begin van elk werkstuk is de automatische positionering ingesteld op de bovenste positie, dit is voor de meeste werkzaamheden zinvol. Als u de eindpositie wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk: druk eenmaal op de toets voor de naaldpositionering (7) om de positione- ring in te stellen op de onderste positie. De naald wordt in de onderste positie gezet. Door opnieuw op de toets voor de naaldpositionering (7) te drukken, wordt de naald weer in de bovenste positie gezet. TIP Bij naaiwerkzaamheden waarbij vaak wisselen van naairichting nodig is, is het zinvol om de naald in te stellen op de onderste positie, dan kan de stof makke- lijker worden gedraaid. 61 van 87Naaien
6.1. Algemeen Schakel de hoofdschakelaar(24) in. Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet(30). Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken. Zet de persvoethendel (20) omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel(26) naar u toe en plaatst u de naald op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen. Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Leid de stof bij het naaien met zachte hand door de machine. Naai enkele terugwaartse steken door activering van de achteruithendel(6), om de eer- ste naadsteken vast te zetten. TIP Als u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje. De stof loopt automatisch onder de persvoet (30) door. De stof mag niet met de handen worden tegengehouden of getrokken maar alleen licht worden ge- leid zodat de naad de gewenste richting krijgt. 6.2. Selecteren van de juiste naald OPMERKING! Gevaar voor beschadiging! Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden. Vervang defecte naalden onmiddellijk. Het nummer dat de sterkte van de naald aangeeft, is op de schacht aange- bracht: Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald. 6.3. Omhoog en omlaag bewegen van de persvoet De persvoet(30) gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel (20) om- hoog of omlaag te bewegen. De persvoet(30) kan iets omhoog worden verplaatst voor extra bewegings- ruimte, zodat u dikke stoffen kunt naaien. 62 van 87Naaien
6.4. Achteruit naaien/ patroon afsluiten Gebruik achteruit naaien om een naad aan het begin en het einde te verster- ken.
6.4.1. Achteruit naaien bij rechte steken, zigzagsteken en
knoopsgaten Druk de toets achteruit (8) in en houd de toets ingedrukt. Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller de machine loopt. Als u weer vooruit wilt naaien, laat u gewoon de toets achteruit(8) los. 6.5. Stof uit de naaimachine verwijderen Zorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald in de hoogste stand staat. U kunt de stof verwijderen door de persvoet(30) omhoog te tillen en de stof van u vandaan naar achteren uit de machine te trekken. 6.6. Wisselen van naairichting Als u in de hoeken van het naaigoed van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk: Stop de machine en draai het handwiel(26) zo ver naar u toe totdat de naald in de stof steekt. Til de persvoet(30) op. Draai de stof om de naald om de richting naar wens te veranderen. Laat de persvoet(30) weer zakken en ga verder met naaien. TIP De positionering van de naald kan ook op de onderste positie worden inge- steld, volg daarvoor de stappen zoals in hoofdstuk “5.4. Instellen van de eind- positie van de naald” op pagina 61 beschreven. 6.7. Afsnijden van de draad Snijd de draad af met het draadmesje(12) achterop de naaimachine of met een schaar. Laat ca. 15 cm van de draad uit het oogje hangen. Ingebouwd draadmesje 63 van 87Naaien 6.8. Programmakeuze Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de knop voor programmakeuze(34) kunt u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen. Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald in de bovenste stand staat. Het rode symbool "#" geeft aan dat u zich in de modus programmakeuze bevindt. Stel met de toetsen "" en "" de gewenste steek in. Wanneer u de programmakeuzetoetsen (34) gedurende ca. 5 sec. inge- drukt houdt, lopen de programmanummers in stappen van 10 door. Wan- neer het gewenste programmasegment bereikt is, laat u de toetsen een- voudig los. Een overzicht van alle soorten steken vindt u op het bedieningsveld of in hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagina 83. 6.9. Instelling van steekbreedte Met de instelling voor de steekbreedte (37) kunt u de breedte van het door u ingesteld steekpatroon kiezen. Druk op de toets MODE om de instelling van de steekbreedte op te roepen. Het groene symbool " " geeft aan dat de standaard steekbreedte is inge- steld. Druk op de toets "" om de steekbreedte te verkleinen of de toets "" om de steekbreedte te vergroten. Het rode symbool " " geeft aan dat de ingestelde steekbreedte van de standaardinstelling afwijkt. Wanneer bij het instellen van de steekbreedte een waarschuwingssignaal klinkt, heeft u de minimale of maximale steekbreedte bereikt. 6.10. Instelling van steeklengte Met de steekbreedteregelaar(25) kan de breedte van een zigzagsteek of een steekpatroon worden gekozen. Instelling 0: rechte steek. Instelling 1-5: verschillende breedtes van de steekpatronen. OPMERKING! Wanneer u gebruikmaakt van een dubbele naald mag de steekbreedte op maximaal 3 worden ingesteld. Bij een hogere instelling kunnen de naalden breken. 64 van 87Naaien
6.11. Steeksoorten instellen De soorten steken worden ingesteld met de toetsen voor de programmakeu- ze(34). Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u van steek verandert. Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaiproef op een lapje uit. OPMERKING Een overzicht van alle steekpatronen vindt u in de programmatabel in hoofd- stuk “10. De programmakeuze” op pagina 83. Om de persvoet te plaatsen en verwijderen, raadpleegt u hoofdstuk “7.2. Ver- wijderen en plaatsen van de persvoet” op pagina 73.
6.11.1. Rechte steek
Geschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: .......................................................................................................................... 0 Steeklengte: ........................................................................................................ 0,5 tot 4,5 Steekbreedte: ...................................................................................................... 0,5 tot 6,5 OPMERKING Gevaar voor beschadiging! Een verkeerd draaipunt kan bij gebruik van een dubbele naald tot beschadiging leiden. Zet de naald in dit geval bij het draaipunt omhoog.
Om betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken. De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof. 65 van 87Naaien
De zogenaamde satijnsteek, een zeer nauwe zigzagsteek, is bijzonder goed geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken. Omdat er voor de satijnsteek verschillende programma's worden gebruikt, kunt u voor alle mogelijke programma's de programmatabel in hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagina 83raadplegen. Persvoet: ......................................................................................... Voet voor satijnsteek Persvoetindicator: ...............................................................................................................Z Steeklengte: ........................................................................................................ 0,5 tot 1,5 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,7 tot 6 TIP Let er bij gebruik van deze steek altijd op dat de bovendraadspanning iets wordt gelost. Hoe breder de steek, hoe losser de bovendraadspanning moet zijn. Bij het naaien van zeer dunne of zachte stoffen kunt u een dun papier on- der de stof leggen en meenaaien. Op die manier voorkomt u dat er steken worden gemist en de stof zich samentrekt.
6.11.4. Blinde steek
Voor zogenaamde blinde zomen Persvoet: ............................................................. Standaardvoet met geleidingsvoet Persvoetindicator: ..............................................................................................................H Programma: ..................................................................................................................4 of 7 Steeklengte: ............................................................................................................0,8 tot 3 Steekbreedte: ............................................................................................................. 2 tot 7 Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past. Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylondraad. Steek de opzet voor de geleidingsvoet op de standaard persvoet zoals op de afbeelding weergegeven. Vouw de stof zoals op de afbeelding weergegeven. Stel de persvoet met behulp van de stelschroef B zoda- nig is, dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken steeds alleen in de bo- venste vouw van de stof steken. Naai op de vouw, zoals op de afbeelding weergegeven, hierbij loopt de geleidingsvoet steeds langs de vouw. Haal daarna de stof van de machine en strijk de stof glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek. TIP Voor het naaien van een blinde zoom is enige oefening vereist en moet voor het uitvoeren op het werkstuk op een restje stof worden geoefend. Klemschroef voor persvoet Opzet geleidingsvoet AchterkantAchterkantNaadvouwGeleiding 66 van 87Naaien
Een geschelpte zoom is een gespiegelde blinde steek voor een decoratieve zoom. Deze is in het bijzonder geschikt voor schuin gesneden stoffen. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: .......................................................................................................................... 8 Steeklengte: ............................................................................................................... 1 tot 3 Steekbreedte: ............................................................................................................. 1 tot 7 De naald moet in de rand van de stof rechts zodanig in- steken, dat de steken aan de buitenste rand van zoom een lus vormen.
Heuvelsteken zijn steekpatronen met een decoratieve maar ook een prakti- sche toepassing. Persvoet: ......................................................Standaardvoet of voet voor satijnsteek Persvoetindicator: .......................................................................................................J of Z Programma: .......................................................................................................... 45 tot 59 Steeklengte: ........................................................................................................ 0,3 tot 1,5 Steekbreedte: ............................................................................................................. 3 tot 7 De schelpsteek (programma 54 of 55) is bijvoorbeeld ideaal voor het naaien van decoratieve patronen op tafelkleden, servetten, kragen, manchetten etc. 6.12. Siersteken Siersteken zijn steekpatronen voor decoratieve toepassingen, vergelijkbaar met heuvelsteken. Persvoet: ......................................................Standaardvoet of voet voor satijnsteek Persvoetindicator: .......................................................................................................J of Z Programma: ........................................................................................................... 35 tot 90 Steeklengte: ............................................................................................................0,3 tot 4 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,5 tot 7 OPMERKING Bij patronen voor siersteken en blinde steken moet u op een lapje stof ver- schillende steekbreedtes uitproberen om een optimaal resultaat te krijgen. 67 van 87Naaien 6.13. Knoopsgaten De naaimachine is voorzien van vijf automatische programma's voor knoops- gaten waarmee in één keer een knoopsgat kan worden genaaid. TIP Om de passende steeklengte en -breedte te vinden, is het aan te bevelen een proefknoopsgat op een lapje te maken. Persvoet: .................................................................................................... Knoopsgatvoet Persvoetindicator: ...............................................................................................................B Programma: .......................................................................................................... 92 tot 99 Steeklengte: ..........................................................................................................0,4 of 1,2 Steekbreedte: ........................................................................................................................4 Vervang de gemonteerde persvoet voor de knoopsgatvoet. Let erop dat de bovendraad door de knoopsgatvoet wordt geleid. Markeer de plaats waar het knoopsgat moet worden genaaid en plaats de knoopsgatvoet op die plek. Wanneer u een zeer fijne of een synthetische stof naait, verlaagt u de druk van de persvoet en legt u een stuk papier op de stof om te voorkomen dat de dra- den in elkaar draaien.
Geleid de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad naar links. Kies met de programmakeuzeknop (34) het programma 1 om de linkerrups te naaien. Laat de voet zakken en naai langzaam totdat de gewenste lengte van de zijrups is bereikt. Hef dan de naald tot de hoogste stand en wissel naar programma 2 voor de onderste rups. Naai daarna een paar steken van de onderste rups. Hef dan de naald weer tot de hoogste stand en wissel naar programma 3 voor de rechterrups. Naai dan de rechterzijrups op precies dezelfde lengte als links. Zet de naald in de hoogste stand en kies opnieuw het programma 4 voor de bovenste rups. Naai dan, net als bij de onderste rups, ook de bovenste rups met een paar steken. Zet de naald in de hoogste positie en verwijder het werkstuk. Snijd nu met het meegeleverde mesje het knoopsgat open. 68 van 87Naaien
TIP Om te voorkomen dat u de bovenste rups doorsnijdt, wordt aangeraden een speld door te stof te steken.
6.13.2. Knoopsgaten met garenversterking
Bij knoopsgaten die worden blootgesteld aan zware belastingen, is het zinvol om het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te ver- sterken. TIP Maak voor knoopsgaten met meeloopdraad uitsluitend gebruik van de knoopsgatprogramma's met rechte uiteinden. Knip een bij de grootte van het knoopsgat passend stuk meeloopdraad af en leg dit om de voet van de knoopsgatvoet. Haak de draad in het achterste uiteinde van de persvoet en voer het garen vervolgens naar voren en knoop het aan de voorste pen vast. Naai het knoopsgat zoals gewoonlijk. Let erop dat de steken de meeloop- draad volledig omsluiten. Wanneer het knoopsgatprogramma is beëindigd, neemt u het werkstuk uit de machine en knipt u de overstaande uiteinden van de meeloopdraad dicht bij het knoopsgat af. TIP Het gebruik van een meeloopdraad vereist enige oefening. Maak op een res- tant enkele knoopsgaten om de werkwijze te oefenen. 6.14. Knopen en ogen aannaaien Zet de stopplaat in de transporteur zodat de stof niet wordt verplaatst. Persvoet: ..................................................................................................... Standaardvoet Persvoetindicator: ..............................................................................................................O Programma: ........................................................................................................................ 91 Steeklengte: ..........................................................................................................................0 Steekbreedte: ............................................................................................................. 2 tot 7 Zet de persvoet omlaag en leg de knoop zodanig tussen de stof en de persvoet dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt zoals op de af- beelding aangegeven. Controleer de juiste positie van de knoop door het handwiel (26) met de hand te draaien. De naald moet exact in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te voorkomen. Indien nodig moet de breedte van de zigzagsteek worden aangepast. Naai met een lage snelheid 6 tot 7 steken per gat. Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven: vervolgens worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het verwijderen van de stof legt u de ruim afgeknipte bovendraad aan de onderkant van de stof en knoopt u de draad daar met de onderdraad vast. 69 van 87Naaien
6.14.1. Knopen op steel aannaaien
Bij zware stoffen is vaak een knoop op steel nodig. Leg een naald of bij een dikkere steel een lucifer op de knoop en naai de knoop net zoals een normale knoop aan. Neem het werkstuk na ca. 10 steken uit de machine. Trek de naald of lucifer uit het werkstuk. Laat de bovendraad iets langer en knip de bovendraad af. Voer de bovendraad door de knoop en wikkel de draad enkele malen om de steel die zo is ontstaan. Vervolgens voert u de draad naar de onderkant en knoopt u de draad aan de onderdraad vast. 6.15. Ritssluitingen innaaien Afhankelijk van welke kant van de ritssluiting u naait moet de persvoet altijd op de stof liggen. Daarom wordt de persvoet aan de linker- of de rechterkant bevestigd, niet in het midden zoals alle andere persvoeten. Persvoet: ...................................................................................................................Ritsvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: ...........................................................................................................................1 Steeklengte: ............................................................................................................1,5 tot 3 Steekbreedte: ...................................................................................................... 0,5 tot 6,5 Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te vervan- gen. Naai de ritssluitingen op de stof en leg het werkstuk onder de voet in de juiste positie. Om de rechterkant van de ritssluiting aan te naaien, fixeert u de ritsvoet zo- danig dat de naald aan de linkerkant naait. Naai aan de rechterkant van de ritsvoet waarbij de naad zo dicht mogelijk aan de tanden moet worden geleid. Naai de ritssluiting ca. 0,5 cm onder de tanden met een brug vast. Om de linkerkant van de ritssluiting aan te naaien, verwisselt u de positie van de voet op de houder. Naai op dezelfde manier als aan de rechterkant van de ritssluiting. OPMERKING Voordat de voet de loper op de band bereikt, plaatst u de voet omhoog en opent u de ritssluiting waarbij de naald in het materiaal blijft.
6.15.1. Koorden innaaien
Met de ritsvoet kunt u ook eenvoudig een koord innaaien zoals op de afbeel- ding weergegeven. Sla de stof eenmaal om zodat een koordtunnel ontstaat en naai dan langs het koord waarbij de ritsvoet achter het koord moet liggen. Lucifer/naald 70 van 87Naaien
6.16. Naaien met een dubbele naald De dubbele naald is in een goed gesorteerde vakhandel verkrijgbaar. Let er bij de aanschaf van extra dubbele naalden op dat de afstand tussen de naalden niet groter mag zijn dan 4 mm. Met een dubbele naald kunnen prachtige tweekleurige motieven worden ge- maakt wanneer u bij het naaien gebruikmaakt van verschillende kleuren. Persvoet: ..................................................................................................... Standaardvoet Persvoetindicator: ............................................................................................................... J Programma: .......................................................................................................................... 1 Steeklengte: .............................................................................................................. 1 tot 4 Steekbreedte: ..........................................................................................................0,5 tot 3 OPMERKING! Gevaar voor beschadiging! Door een verkeerd naaiprogramma te kiezen, kan de dubbe- le naald buigen of breken. Gebruik de dubbele naald uitsluitend in het hier vermel- de programma. 6.17. Naaien met de vrije arm Met de vrije arm(19) kunt u eenvoudiger ronde vormen stof naaien, bv. mou- wen en broekspijpen. U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm-machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevak (9) van de naaimachine te verwijderen. De vrije arm(19) is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
- Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken.
- Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken. 71 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging
7. Onderhoud, verzorging en reiniging
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Door ongewenst bedienen van de voetschakelaar bestaat gevaar voor letsel. Schakel na afloop van de werkzaamheden of bij onder- houd, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact. 7.1. Vervangen van de naald Draai het handwiel(26) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat. Los de naaldklemschroef (27) op door deze naar u toe te draaien. Verwijder de naald uit de klem. Zet de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald tot de aanslag naar boven. Draai de naaldklemschroef (27) weer vast. Naaldstang Naaldklemschroef Vastdraaien Losdraaien Platte kant naar achter OPMERKING Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel. Voor informatie over typeaanduiding en dikte raadpleegt u hoofdstuk “9. Stof-, garen- en naaldentabel” op pagina 82. 72 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging
7.2. Verwijderen en plaatsen van de persvoet
Draai het handwiel(26) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat. Til de persvoet op door de persvoethendel (20) omhoog te halen. Door de persvoetontgrendeling(21) achter de persvoethouder (29) om- hoog te drukken, valt de persvoet naar beneden.
Plaats de persvoet zodanig, dat de pen van de voet precies onder de ope- ning van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel (20) zakken. Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling naar boven. De persvoet valt dan automatisch in de juiste positie. 7.3. Verwijderen en plaatsen van de persvoethouder De persvoethouder hoeft niet te worden verwijderd tenzij u wilt stoppen, stik- ken of de ruimte wilt openen om de transporteur te reinigen.
Zet de naald in de hoogste positie door het handwiel (26) naar u toe te draaien en zet de persvoethendel (20) omhoog. Verwijder de voet van de persvoethouder en los de klemschroef (31) op met de meegeleverde schroevendraaier.
Zet de naald in de hoogste positie door het handwiel (26) naar u toe te draaien en zet de persvoethendel (20) omhoog. Wanneer u nu de persvoethouder plaatst, drukt u deze zo ver mogelijk om- hoog en draait u de klemschroef met de meegeleverde schroevendraaier vast. 73 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging 7.4. Onderhoud aan de naaimachine De naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft regelmatig onder- houd nodig om goed te blijven werken. Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren. Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren. OPMERKING Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwali- teit omdat andere soorten olie niet geschikt zijn. Let er op dat er na het smeren restjes olie in de machine kunnen achterblijven. Deze verwijdert u door een paar steken te naaien op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk vuil wordt.
7.4.1. Reinigen van de behuizing en het pedaal
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine gaat reinigen. Voor het reinigen van de behuizing en voetregelaar gebruikt u een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen want die kunnen het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat beschadigen.
7.4.2. Reiniging van de transporteur
De tanden van de transporteur moeten goed schoon worden gehouden om perfect naaien te waarborgen. Verwijder de naald en de persvoet (zie Pagina 72 f.). Draai de schroeven van de naaldplaat los en verwijder de plaat van de ma- chine. Verwijder stof en draadresten met een penseel van de tanden van de trans- porteur. Plaats de naaldplaat daarna terug in de machine. 74 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging
7.4.3. Reinigen en smeren van het spoelhuis
Zet de naald in de hoogste stand omdat de grijper anders niet uitgenomen kan worden. Verwijder het spoelhuis. Draai de klikhendels naar buiten, zoals op de afbeelding weergegeven Verwijder de grijperbaanring. Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te hou- den. Verwijder alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grijperbaan en olie de delen met een lapje. Doe een tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals op de afbeel- ding is weergegeven. Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te hou- den. 75 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging Plaats de grijperbaanring daarna opnieuw. Draai de klikhendels naar buiten, zoals op de afbeelding weergegeven Breng tot slot ook het spoelhuis weer aan. TIP Afhankelijk van de gebruiksfrequentie moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd. 76 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging
7.5. Smeren van de machi ne OPMERKING Uw naaimachine is af fabriek al gesmeerd en klaar voor gebruik.
7.5.1. Smeren van de machine achter de voorklep
Verwijder nu de schroef op de frontafdekking. Trek nu de frontafdekking naar voren los. De te smeren delen zijn op de afbeelding met pijlen gemarkeerd. Voor het smeren moeten deze delen gereinigd worden. Breng een of twee druppels goede naaimachineolie op deze plaatsen aan. Als de machine niet goed loopt nadat hij langere tijd niet meer gebruikt is, laat u de gesmeerde machine met een gesloten voorklep ongeveer een minuut lang snel draaien. Naai eerst een restje stof om eventueel vrijkomende olie op te nemen. 77 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging 7.6. Verwijderen van het bovenste deel van de behuizing TIP Afhankelijk van de gebruiksfrequentie moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd. Los de schroef tussen de beide klospennen op. Til de afdekking omhoog. De te smeren delen zijn op de afbeelding met pijlen gemarkeerd. Voor het smeren moeten deze delen gereinigd worden. Breng een of twee druppels goede naaimachineolie op deze plaatsen aan. 78 van 87Onderhoud, verzorging en reiniging
Lees in geval van storingen in deze handleiding na of u alle aanwijzingen in acht heeft genomen. Neem pas contact op met onze Klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt. Storing Oorzaak Pagina De machine loopt niet soepel De machine moet gesmeerd worden Pagina 74 Stof en garen in de grijperbaan Pagina 74 Stofresten op de tanden van de transporteur Pagina 74 Er is een verkeerde olie gebruikt waardoor de machine is verstopt Pagina 72 De bovendraad breekt De machine is niet goed ingeregen Pagina 57 De draadspanning is te hoog Pagina 60 De naald is verbogen of stomp Pagina 62 De dikte van het garen past niet bij de naald Pagina 82 De naald is niet goed ingezet Pagina 72 De stof is op het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken Pagina 63 Naaldplaat, spoel of persvoet zijn beschadigd De onderdraad breekt De onderdraad raakt verward door een niet goed opgespoelde spoel Pagina 54 De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door Pagina 11 De naald breekt De naald is verkeerd ingezet Pagina 72 De naald is verbogen Pagina 62 De naald is te dun Pagina 82 Tijdens het naaien wordt er aan de stof ge- trokken Pagina 62 Een knoop in de draad Pagina 57 De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 57 De machine laat steken vallen De naald is verkeerd ingezet Pagina 72 De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 57 De naald en/of de draad past niet bij de stof Pagina 82 De stof is te zwaar of te hard Pagina 82 Tijdens het naaien wordt er aan de stof ge- trokken. Pagina 62 Samentrekken of rimpelen van de naad De bovendraadspanning is te hoog Pagina 60 De machine is verkeerd ingeregen Pagina 57 De naald is te dik voor de stof Pagina 82 De draad vormt lussen De draadspanning is niet goed ingesteld Pagina 60 De bovendraad is niet goed ingeregen en/of de onderdraad is niet goed opgespoeld Pagina 36 De dikte van het garen past niet bij de stof Pagina 82 De stof loopt onregelmatig door De steeklengte staat op "0" Pagina 64 Garenresten in de grijperbaan Pagina 74 80 van 87Storingen
Storing Oorzaak Pagina De machine werkt niet De naaimachine is niet goed aangesloten of het stopcontact heeft geen stroom Pagina 52 Garenresten in de grijperbaan Pagina 74 8.1. Belangrijke meldingen
8.1.1. Akoestische signalen
Akoestisch signaal Oorzaak van de melding 1x piepen Normaal gebruik 2x piepen Onjuiste handeling 3x piepen Onjuiste instelling op de machine 5x piepen De machine zit vast
8.1.2. Belangrijke melding op het scherm
Schermaanduidin- gen Oorzaak Oplossing De spoelspindel zit nog in de positie voor opspoelen. Druk de spoelspindel naar links. De knoopsgathendel is niet omlaag of om- hoog gezet. Trek de knoopsgathendel omlaag. Trek de knoopsgathendel omhoog. De machine is gestopt omdat draad- of stofresten het mechanisme blokkeren. Schakel de machine uit en verwijder de draad- of stofresten. Het instelwiel voor de steeklengte staat in de neutrale positie. Stel de steeklengte in op een waarde tussen 0 en 4. 81 van 87Stof-, garen- en naaldentabel
9. Stof-, garen- en naaldentabel
In het algemeen worden fijne garens en naalden gebruikt voor het naaien van dunne stoffen en dikkere garens en naal- den voor zwaardere stoffen. Test altijd de garen- en naalddikte op een proeflapje van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretchnaden naait, moet u daarvoor naalden ge- bruiken met een blauwe schacht (in de vakhandel verkrijgbaar). Deze voorkomen het uitvallen van steken. Stofsoort Garen Naald Zeer lichte stof- fen Chiffon, georgette, fijne kant, organza, mesh, tule
Synthetische stoffen, zijde
Zijde, synthetische stoffen Jersey, zwemkleding, tricot 60 Synthetisch Suède 80 Katoen
Jersey 50 Synthetisch Wol, tweed 50 Zijde Zeer zware stof- fen Projectiescherm, zeildoek, be- kledingsstoffen
9.1. Handige naaitips
9.1.1. Naaien van dunne en lichte stoffen
Lichte en dunne stoffen kunnen zich opstropen omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden gegrepen. Leg bij het naaien van deze stoffen een stikvlies (in de vakhandel verkrijgbaar) of een stuk vloeipapier onder het werkstuk om onregelmatig transport te voorkomen.
9.1.2. Naaien van elastische stoffen
Elastische stoffen zijn eenvoudiger te verwerken wanneer de delen vooraf met rijg- of hechtgaren bijeen worden ge- naaid en het materiaal vervolgens met kleine steken aan elkaar wordt genaaid. Goede resultaten zijn ook haalbaar wanneer er gebruik wordt gemaakt van speciale garens voor gebreide stoffen en elastische steken worden gemaakt. 82 van 87De programmakeuze
10.1. Steekprogramma's OPMERKING Alle steekpatronen die met een ster zijn gemarkeerd kunnen niet met een dubbele naald worden genaaid. In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer. Programma- nummer
VERPAKKING Uw naaimachine is verpakt om schade bij het transport te voorkomen. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug in de grondstoffenkringloop worden gebracht. APPARAAT Verwijder uw naaimachine aan het einde van de levensduur in geen geval als gewoon huisvuil. Informeer bij uw gemeente hoe u het apparaat op een milieubewuste en correcte wijze kunt afvoeren. 83 van 87Technische gegevens
Copyright © 2016 Alle rechten voorbehouden. Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toe- stemming van de fabrikant is verboden Het copyright berust bij de firma: Medion AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland De handleiding kan via de servicehotline worden nabesteld en is beschikbaar om te worden gedownload via het servi- ceportaal www.medionservice.de. U kunt ook de hierboven staande QR-code scannen om de handleiding via de serviceportal naar uw mobiele apparaat te downloaden. 84 van 87Index
15. Algemene garantievoorwaarden
15.1. Algemeen De looptijd van de garantie bedraagt 24 maanden en gaat in op de dag van aankoop van het product. De garantie heeft betrekking op materiaal- en fabricagefouten van allerlei aard die bij normaal gebruik kunnen optreden. Bewaar daarom het originele aankoopbewijs goed. De garantieverlener behoudt zich het recht voor, een reparatie on- der garantie of bevestiging van garantie te weigeren wanneer het recht op garantie niet kan worden aangetoond. Zorg ervoor dat het apparaat op de juiste manier en veilig is verpakt wanneer het moet worden ingezonden. Indien niets anders is aangegeven, draagt de eindgebruiker de kosten en het risico voor de verzending. Voor aanvullend inge- zonden materiaal dat geen deel uitmaakt van de oorspronkelijk levering van het product, aanvaard de garantieverlener geen aansprakelijkheid. Stuur met het ingezonden apparaat een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van de storing mee. Om aanspraak te maken op uw recht op garantie of voordat u het apparaat instuurt, dient u contact op te nemen met de hotline van de garantieverlener of met de Service Portal. Hier ontvangt u informatie over de verdere stappen. Deze garantie heeft geen invloed op uw wettelijke recht op garantie en is onderworpen aan het geldend recht in het land waarin het apparaat in eerste instantie door een eindgebruiker is aangeschaft.
In geval van een door deze garantie gedekt defect aan uw product garandeert de garantieverlener met deze garantie de reparatie of vervanging van het product. De garantieverlener behoudt zich het recht voor te beslissen over reparatie of vervanging. Deze kan daarom naar eigen inzicht beslissen, het ter garantie ingezonden apparaat te vervangen door een gelijkwaardig, volledig gereviseerd apparaat van dezelfde kwaliteit. Er wordt geen garantie gegeven op batterijen of accu‘s en op verbruiksmaterialen, d.w.z. onderdelen die tijdens gebruik van het apparaat regelmatig moeten worden vervangen zoals de projectielamp in een beamer. Een pixelfout (permanent gekleurde, lichte of donkere beeldpunt) is niet zonder meer aan te merken als gebrek. Het exacte aantal toegestane defecte pixels wordt beschreven in de handleiding bij het product. Voor ingebrande beelden op plasma- of lcd-schermen die zijn ontstaan door onjuist gebruik van het apparaat, is de ga- rantieverlener niet aansprakelijk. De exacte handelswijze voor correct gebruik van een plasma- of een lcd-scherm wordt beschreven in de handleiding bij dit product. De garantie geldt niet voor fouten bij de weergave vanaf gegevensdragers met een niet-compatibel formaat of die zijn gemaakt met ongeschikte software. Wanneer tijdens de reparatie wordt vastgesteld dat er sprake is van een fout of storing die niet door de garantie wordt gedekt, behoudt de garantieverlener zich het recht voor, na offerte aan de eindgebruiker, de reparatiekosten (materiaal en arbeidsloon) in rekening te brengen, vermeerderd met een vast bedrag voor verwerkingskosten. Hierover wordt u als klant vooraf geïnformeerd. De keus om hiermee al dan niet akkoord te gaan ligt bij u.
15.1.2. Uitsluitingen
Voor gebreken en schade die ontstaan door inwerking van buitenaf, onopzettelijke beschadiging, onjuist gebruik, aan het product aangebrachte veranderingen, ombouw, uitbreidingen, gebruik van vreemde onderdelen, verwaarlozing, virussen of softwarefouten, onjuist transport, ongeschikte verpakking of verlies bij retourzending van het product kan de garantieverlener niet aansprakelijk worden gesteld. Het recht op garantie vervalt wanneer de storing aan het apparaat is ontstaan door onderhoud of reparatie die is uit- gevoerd door iemand anders dan een door de garantieverlener geautoriseerde servicepartner. De garantie vervalt ook wanneer stickers of serienummers van het apparaat of onderdelen van het apparaat worden gewijzigd of onherken- baar worden gemaakt.
15.1.3. Service Hotline
Vóór inzending van het apparaat aan de garantieverlener, moet u via de Service Hotline of de Service Portal contact met ons opnemen. U ontvangt dan verdere informatie over de juiste manier om aanspraak te maken op uw garantie. Voor het gebruik van de Hotline worden mogelijk kosten in rekening gebracht. De Service Hotline vormt geen vervanging voor de scholing van de gebruiker op het gebied van soft- en hardware, het raadplegen van de handleiding of gebruik van producten van derden. 15.2. Bijzondere garantiebepalingen voor pc‘s, notebooks, pocket-pc‘s (PDA‘s), apparatuur met navigatiefunctie (PNA), telefoontoestellen, mobiele telefoons en apparaten met opslagfunctie Wanneer een van de meegeleverde opties (zoals geheugenkaarten etc.) een defect vertoont, heeft u ook hiervoor recht op reparatie of vervanging. De garantie dekt de materiaalkosten en het arbeidsloon voor het herstel van de correcte werking van het betreffende product. 86 van 87Dienst Adres
Bij gebruik van hardware die niet door de garantieverlener is gefabriceerd of op de markt gebracht, kan het recht op garantie komen te vervallen wanneer de schade aan het product zelf of een van de meegeleverde opties daardoor is ontstaan. Voor de meegeleverde software geldt een beperkte garantie. Dit geldt voor zowel het vooraf geïnstalleerde besturings- systeem als de meegeleverde programma‘s. Met betrekking tot de door de garantieverlener meegeleverde software wordt voor de gegevensdragers en cd-rom‘s waarop deze software wordt geleverd, gegarandeerd dat deze vrij zijn van materiaal- en fabricagefouten gedurende een periode van 90 dagen na de aanschaf. Bij levering van een defecte gege- vensdrager zal de garantieverlener de defecte gegevensdrager kosteloos vervangen. Verdergaande aanspraken worden op voorhand uitgesloten. Met uitzondering van de garantie op de gegevensdragers, wordt alle software zonder garan- tie op gebreken geleverd. Tevens wordt niet gegarandeerd dat deze software ononderbroken of zonder storingen func- tioneert of aan uw verwachtingen voldoet. Voor het meegeleverde kaartmateriaal bij navigatieapparatuur wordt geen garantie gegeven op volledigheid. Bij reparatie van het product kan het noodzakelijk zijn om alle gegevens van het apparaat te wissen. Zorg dat u van alle gegevens op het apparaat een back-up of een kopie maakt voordat u het apparaat inzendt. Er wordt nadrukkelijk op gewezen dat bij reparatie de oorspronkelijke leveringstoestand wordt hersteld. De garantieverlener kan niet aanspra- kelijk worden gesteld voor de kosten van gegevensherstel, derving van inkomsten, verlies van gegevens of software, of overige gevolgschade. 15.3. Bijzondere garantievoorwaarden voor reparatie of vervanging op locatie Indien er een recht op reparatie of vervanging op locatie bestaat, gelden voor uw product de bijzondere garantievoor- waarden voor reparatie of vervanging op locatie. Voor uitvoering van de reparatie of vervanging op locatie moet u zorgen voor het onderstaande:
- Aan medewerkers van de garantieverlener die zich hiertoe bij u melden, dient onbeperkte, veilige en onmiddellijke toegang tot de apparaten te worden verstrekt.
- Telecommunicatievoorzieningen die voor deze medewerkers tijdens uitvoering van de opdracht, voor test- en diag- nosedoeleinden en voor het herstellen van storingen benodigd zijn, moeten op uw kosten beschikbaar worden ge- steld.
- U bent zelf verantwoordelijk voor het herstellen van de eigen gebruikerssoftware na uitvoering van de dienstverle- ning door de garantieverlener.
- U bent zelf verantwoordelijk voor de configuratie en verbinding van eventueel bestaande externe apparatuur na uitvoering van de dienstverlening door de garantieverlener.
- Afspraken voor reparatie of vervanging op locatie kunnen tot maximaal 48 uur voor de afspraak kosteloos worden gewijzigd of afgezegd. Daarna worden de kosten voor een latere of niet uitgevoerde dienstverlening in rekening ge- bracht.
Notice-Facile