AVIC505 - GPS-navigatiesysteem PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AVIC505 PIONEER in PDF-formaat.
| Producttype | GPS-navigatiesysteem voor auto |
| Merk | Pioneer |
| Model | AVIC-505 |
| Afmetingen (hoofdunit) | Ongeveer 200 x 150 x 50 mm |
| Gewicht (hoofdunit) | Ongeveer 500 g |
| Voeding | 12 V DC, voertuigaccu met negatieve massa |
| Stroomverbruik | Ongeveer 10 W |
| Hoofdfuncties | GPS-navigatie, stembegeleiding, routeberekening, snelheidsdetectie, ingang achteruitrijsignaal, spraakbediening, kleurenweergave |
| GPS-antenne | Magnetische bevestiging, 5 m kabel, binnen- of buiteninstallatie |
| Microfoon | Bekabelde microfoon voor spraakbediening, installatie op zonneklep of stuurkolom |
| Afstandsbediening | Infrarood afstandsbediening met alkalinebatterijen UM-4/LR03 (2 x 1,5 V) |
| Onderhoud en reiniging | Afnemen met een zachte, droge doek. Gebruik geen vloeistoffen of schurende reinigingsmiddelen. |
| Veiligheid | Niet zelf installeren (kans op kortsluiting). Laat de installatie over aan een professional. Niet gebruiken tijdens het rijden als dit afleidt. |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Zekering 6 A, batterijen, GPS-antenne, microfoon, afstandsbediening, voedingskabel, montagebeugels. Reparatie door een erkende Pioneer-service. |
| Algemene informatie | Alleen gebruiken als rijondersteuning. Niet gebruiken voor nooddiensten. Houd u aan de verkeersregels. |
Veelgestelde vragen - AVIC505 PIONEER
Gebruikersvragen over AVIC505 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw GPS-navigatiesysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVIC505 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVIC505 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING AVIC505 PIONEER
- Het Pioneer autonavigatiesysteem is uitsluitend bedoeld als hulp bij het vinden van de weg naar uw bestemming e.d. U mag het autonavigatiesysteem niet beschouwen als een vervanging voor uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden.
- Gebruik het autonavigatiesysteem niet wanneer u bijvoorbeeld in noodgevallen de weg naar een ziekenhuis of politiebureau wilt weten. De wegenkaart bevat namelijk niet alle informatie betreffende deze diensten.
- Bedien het autonavigatiesysteem niet onder omstandigheden waarbij u alle aandacht voor de weg nodig heeft. Neem altijd de plaatselijke verkeersregels en de vereiste veiligheidsmaatregelen in acht.
- Gebruik het PIONEER autonavigatiesysteem enkel op plaatsen waar dit is toegaestaan.
- In deze handleiding wordt de inbouw van het autonavigatie-apparaat in uw auto beschreven. De bediening van het apparaat wordt beschreven in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing die bij het apparaat wordt geleverd.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAAT- REGELEN .... 3
LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW AUTONAVIGATIESYSTEEM ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR EVENTUELE NASLAG. .... 3
Aansluitingen 5
BELANGRIJK 5
Alvorens u het apparaat inbouwt.... 6
Voorkomen van beschadigingen 6
Bijgeleverde accessoires 6
Aansluiten van de systeemcomponenten...... 7
Aansluiten van het stroomsnoer (1) 8
Aansluiten van het stroomsnoer (2) 9
Inbouwen.... 11
BELANGRIJK 11
Voorkomen van elektromagnetische storing in het autonavigatiesysteem 12
Alvorens het apparaat definitief te bevestigen.... 12
Alvorens de kleefstroken vast te plakken ..... 12
Inbouwen van het hoofdapparaat 13
- Opmerkingen betreffende het inbouwen
- Hoofdapparaat en bijgeleverd montagemateriaal
- Inbouwen van het apparaat in de kofferruimte, op de vloer onder de stoel, enz. met behulp van de tapschroeven
Bevestigen van de GPS antenne .... 16
- BELANGRIJK
- Opmerkingen betreffende het bevestigen
● GPS antenne en bijgeleverd montagemateriaal
- Bevestigen van de antenne binnenin de auto (op het dashboard of de hoedenplank)
- Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie)
Bevestigen van de afstandsbediening .... 19
- Afstandsbediening en bijgeleverde accessoires
- Aanbrengen van de batterijen
- Opmerkingen betreffende de batterijen
- Bevestigen van de afstandsbediening met het klittenband
● Behandeling van de afstandsbediening
Bevestigen van de microfoon 21
- Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon
- Microfoon en bijgeleverd accessoires
- Bevestigen van de microfoon op de zonneklep
- Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom
Nadat het apparaat is ingebouwd ..... 24
LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW AUTONAVIGATIESYSTEEM ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR EVENTUELE NASLAG.
- Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u het autonavigatiesysteem gaat inbouwen.
- Bewaar de handleiding voor eventuele naslag in de toekomst.
- Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op.
- Dit autonavigatiesysteem is uitsluitend bedoeld als hulp bij het vinden van de weg naar uw bestemming e.d. U mag het systeem niet beschouwen als een vervanging voor uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden. Bedien het autonavigatiesysteem niet onder omstandigheden waarbij u alle aandacht voor de weg nodig heeft. Neem altijd de plaatselijke verkeersregels en de vereiste veiligheidsmaatregelen in acht.
-
Onder bepaalde omstandigheden kan het autonavigatiesysteem foutieve informatie op het scherm tonen betreffende de positie van uw auto, de afstand tot bepaalde plaatsen die u op het scherm ziet en de kompasrichting. Ook heeft het systeem een aantal beperkingen zoals het ontbreken van informatie over eenrichtingswegen, tijdelijke verkeersomleidingen en eventuele gevaarlijke routes. Uw eigen beoordelingsvermogen heeft daarom te allen tijde voorrang boven de informatie die het systeem geeft.
-
Evenals bij het gebruik van andere accessoires in uw auto dient u erop te letten dat het autonagivatiesysteem niet uw aandacht van de weg afleidt. Indien u moeilijkheden heeft bij de bediening van het apparaat of als de informatie op het beeldscherm niet duidelijk is, parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te lossen.
- Probeer het autonavigatie-systeem niet zelf in te bouwen of onderhoud aan het systeem te verrichten. Inbouwen en onderhoud van elektronische apparatuur en auto-accessoires door personen die niet de vereiste vakopleiding en ervaring hebben in dit soort werkzaamheden, kan resulteren in een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie.
- Tijdens het rijden dient u altijd de veiligheidsgordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans op letsel aanzienlijk groter als u de veiligheidsgordel niet draagt.

BELANGRIJK
- Pioneer raadt u af het apparaat zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel.
- Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er tevens op dat er geen draden bloot liggen.
- Boor geen gat in het motorruimteschot om de oranje draad van het apparaat naar de auto-accu te leiden. Door de motortrillingen kan de aangebrachte isolatie losraken op de plaats waar de draad van het interieur naar de motor- ruimte loopt, met een gevaarlijke situatie tot gevolg. Zorg ervoor dat u de draad op de diverse plaatsen stevig vastmaakt.
- Wanneer de GPS antennedraad of de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het inbouwen van het apparaat op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
- Zorg ervoor dat de draden de beweging van de diverse onderdelen van de auto zoals de versnellingspook, de handrem of het stoelverschuivingsmechanisme niet hinderen.
- Laat de draden niet langs plaatsen lopen waar deze blootgesteld worden aan hoge temperaturen. Als de isolatie van de draden erg warm wordt, kunnen de draden beschadigd raken met kortsluiting tot gevolg.
- Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting.
- Maak ook geen enkele andere draad korter. Het is anders mogelijk dat het beveiligingscircuit niet juist werkt.
- Tap nooit stroom af van de stroomtoevoerdraad van het autonavigatie-systeem voor de voeding van andere elektronische apparatuur. De stroomcapaciteit van de draad kan overschreden worden, met oververhitting tot gevolg.
Alvorens u het apparaat inbouwt
- Dit apparaat is ontworpen voor gebruik in auto's met een 12-volt, negatief-geaarde accu. Controleer de accuspanning voordat u het apparaat inbouwt (dit geldt in het bijzonder wanneer u het apparaat inbouwt in een campingbus, vrachtauto of bus).
- Maak de massakabel (–) van de accu los, om kortsluiting tijdens het inbouwen te voorkomen.

Voorkomen van beschadigingen
- Wanneer u een stekker lostrekt, pak dan de stekker zelf vast. Trek niet aan de draad, want het is mogelijk dat u deze uit de stekker trekt.
- Als het apparaat wordt ingebouwd in een auto die geen ACC (accessoire) stand op het contactslot heeft (zie afb. 2), dient u de rode draad van het apparaat te verbinden met een aansluiting waarvan de stroomtoevoer geregeld wordt door de ON/OFF instelling van het contactslot. Indien u dit niet doet, kan de auto-accu leeglopen.

ACC stand
Afb. 1

Geen ACC stand
Afb. 2
Bijgeleverde accessoires


Verlengsnoer voor paarse draadRGB kabel

StekkerVerlengsnoer voor roz de
Aansluiten van de systeemcomponenten

flowchart
graph TD
A["Autonavigatie-apparaat AVIC-505"] --> B["Microfoon"]
B --> C["GPS antenne"]
C --> D["RGB kabel (wordt bij dit apparaat geleverd)"]
D --> E["Kleurendisplay AVD-505"]
E --> F["Zie blz. 8-10."]
F --> G["Stroomsnoer"]
G --> H["AVIC-505"]
Aansluiten van het stroomsnoer (1)
Autonavigatie-apparaat
AVIC-505

MASSA (aarde)
Naar een metalen gedeelte van de carrosserie. Zoek een massapunt in de buurt van het hoofdapparaat om elektromagnetische storingen veroorzaakt door de carrosserie te vermijden.
Opmerking: Bij het vervangen van de zekering mag u uitsluitend een zekering gebruiken met het amperage aangegeven op de zekeringhouder.
Opmerking: De oranje, rode en gele draden moeten verbonden worden met de aansluitingen ná de zekeringenkast van de accu.
Zekeringhouder (6 A)
+ accupool
Naar een aansluiting die altijd van stroom voorzien wordt, ongeacht de stand van het contactslot.
ACC
Naar een aansluiting waarvan de stroomtoevoer geregeld wordt door de ON/OFF instelling van het contactslot (12 V gelijkstroom).
Sluit deze draad niet aan op een aansluiting die voort-durend van stroom voorzien wordt. Indien u dit wel doet kan de accu-accu leeglopen.
VERLICHTING
Naar de aansluiting van de lichtschakelaar.
Zekeringweerstand
Geel
Zekeringweerstand
Geel/zwart, paars, roze, blauw/geel

Zie volgende bladzijde.
Aansluiten van het stroomsnoer (2)

flowchart
graph TD
A["Stekker"] --> B["Draad van snelheidsdetectiecircuit"]
B --> C["Motormanagementsysteem"]
C --> D["Verlengsnoer voor roze draad"]
D --> E["Roze Roze"]
E --> F["Aansluitmethode"]
F --> G["Laat het verlengsnoer en de draad van het snelheidsdetectiecircuit op de afgebeelde wijze door de stekker lopen."]
F --> H["Maak de stekker-helften met een kabeltang dicht."]
F --> I["Maak het dekseltje dicht."]
Opmerking: De plaats waar het snelheids-detectiecircuit zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie voor nadere bijzonderheden de hierop betrekking hebbende documentatie van Pioneer. Wanneer u het systeem inbouwt in een auto die niet in de documentatie wordt vermeld of waarbij het systeem niet op het snelheidsdetectiecircuit kan worden aangesloten, dient u de ND-PG1 snel-heidspulsgenerator (los verkrijgbaar) op de roze draad aan te sluiten.
Opmerking: De plaats waar de handrem- schakelaar zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie het instructieboekje van de auto of vraag uw autodealer.
RIJSNELHEIDSSIGNAAL
Via deze draad wordt het rijsnelheidssignaal aan het autonavigatiesysteem doorgegeven. U dient de draad te verbinden met het snelheidsdetectiecircuit van de auto of met de ND-PG1 snelheidspulsgenerator (los verkrijgbaar). Indien deze verbinding niet wordt gemaakt, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
HANDREM
Via deze draad wordt de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) aan het autonavigatiesysteem doorgegeven. De draad moet verbonden worden met de stroom-aansluiting van de handremschakelaar. Als deze verbinding verkeerd wordt gemaakt of niet wordt gemaakt, zullen sommige functies van het autonavigatiesysteem niet werken.


Opmerking: Bij sommige auto's zijn de + en - draden van het achteruitrijlicht verwisseld. U dient de paarse draad te verbinden met de draad waarvan de spanning verandert wanneer de schakelhendel in de Achteruit wordt gezet.
ACHTERUITVERSNELLING-SIGNAAL
Via deze draad wordt aan het autonavigatiesysteem doorgegeven of de auto vooruit of achteruit rijdt. De draad moet verbonden worden met de primaire draad van het achteruitrijlicht.
Paars
Paars
Zekeringweerstand
Aansluitmethode

Klem de + draad van het achteruitrijlicht in de stekker vast.
Maak de stekkerhelften met een kabeltang dicht.
+ draad van achteruitrijlicht.

Kijk waar het achteruitrijlicht van uw auto is (het licht dat gaat branden wanneer de schakelhendel in de achteruit [R] wordt gezet) en zoek de + draad van het achteruitrijlicht in de kofferruimte.

BELANGRIJK
- Pioneer raadt u af het apparaat zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel.
- Monteer het apparaat nooit op een plaats waar:
* Het apparaat letsel kan toebrengen aan de bestuurder of de passagiers wanneer plotseling hard geremd wordt.
* Het apparaat de bestuurder kan hinderen bij het besturen van de auto (bijv. op de vloer vóór de bestuurdersstoel).
- Controleer of er niets achter het dashboard of de panelen zit wanneer u hierin gaten gaat boren. Wees voorzichtig dat u geen brandstofleidingen, remleidingen of stroomkabels beschadigt.
- Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat deze niet in contact komen met de elektrische bedrading. De bedrading zou beschadigd kunnen raken door de voertuigtrillingen, wat kan leiden tot kortsluiting of andere storingen.
- Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de voorgeschreven wijze zodat het apparaat juist wordt ingebouwd. Indien u andere onderdelen gebruikt, kunt u beschadigingen aan het apparaat veroorzaken of het apparaat kan losraken.

BELANGRIJK
- Wanneer de GPS antennedraad of de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het inbouwen van het systeem op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
- Zorg ervoor dat de draden niet loshangen en geraakt kunnen worden door een portier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventueel kortsluiting tot gevolg.
- Controleer nadat u het autonavigatiesysteem heeft ingebouwd of de andere apparatuur in uw auto naar behoren werkt.
Voorkomen van elektromagnetische storing in het autonavigatiesysteem
- Om elektromagnetische storing in het autonavigatiesysteem te voorkomen, dient u het hoofdapparaat en de GPS antenne uit de buurt van de FM/MG/LG antenne en het FM/MG/LG antennesnoer te installeren. Bij elektromagnetische storingen is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
Alvorens het apparaat definitief te bevestigen
- Controleer na het maken van de aansluitingen of het autonavigatiesysteem juist werkt voordat u het apparaat definitief bevestigt.
Alvorens de kleefstroken vast te plakken
- Zorg dat het oppervlak waarop u de kleefstrook gaat aanbrengen droog is en vrij van stof, olie, vet enz.
Inbouwen van het hoofdapparaat
Opmerkingen betreffende het inbouwen
- Monteer het hoofdapparaat niet op een plaats waar het apparaat blootgesteld staat aan hoge temperaturen of vocht, zoals:
* In de buurt van verwarmingsroosters.
* Op plaatsen blootgesteld aan direct zonlicht, zoals op het dashboard of op de hoedenplank.
- Op plaatsen waar water op het apparaat terecht kan komen, zoals dicht in de buurt van een portier.
- De degelijkheid van de inbouw hangt af van de auto waarin het apparaat wordt ingebouwd en de inbouwplaats. Kies een plaats uit waar u het apparaat stevig kunt bevestigen en monteer het apparaat zorgvuldig. Als het apparaat niet stevig is bevestigd, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
- Monteer het apparaat niet op de afdekplaat van het reservewiel of op andere plaatsen die blootgesteld worden aan sterke trillingen.
- Als het apparaat onder een van de voorstoelen wordt gemonteerd, let er dan goed op dat het apparaat niet de schuifbeweging van de stoel hindert.
- Monteer het apparaat niet op een plaats waar er voorwerpen op kunnen vallen. Bij harde schokken is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
- Monteer het apparaat niet op een plaats waar dit kan hinderen bij de toegang tot het reservewiel, de krik, gereedschappen enz.
- Controleer of er voldoende plaats is om de CD-ROM in het apparaat te steken en eruit te nemen.
- Monteer het apparaat onder een hoek van maximaal 10^ . Als het apparaat te schuin wordt gemonteerd, is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.

- Als u het PIONEER autonavigatiesysteem op plaatsen gebruikt waar dit niet is toegestaan, zal uw voertuigpositie niet juist op het scherm worden aangegeven.
- Monteer het apparaat niet verticaal. Het apparaat zal dan niet juist functioneren.

Hoofdapparaat en bijgeleverd montagemateriaal


Montagebeugel (2 stuks)

Schroef
(5 × 8 mm)
(4 stuks)

Tapschroef
(6 × 16 mm)
(4 stuks)
Inbouwen van het apparaat in de kofferruimte, op de vloer onder de stoel, enz. met behulp van de tapschroeven
- Bevestigen van de montagebeugels aan de zijkanten van het apparaat.

- Bevestigen op de vloer met behulp van de tapschroeven.

BELANGRIJK
- Voordat u de gaten boort, dient u te controleren of de schroeven geen beschadigingen kunnen veroorzaken aan de diverse onderdelen van de auto (zoals de onderliggende brandstofleidingen, remleidingen, elektrische bedrading, enz.).
Bevestigen van de GPS antenne

BELANGRIJK
- Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting.
Opmerkingen betreffende het bevestigen
- De antenne dient op een zo horizontaal mogelijk oppervlak te worden bevestigd op een plaats waar de ontvangst van de radiogolven zo min mogelijk wordt gehinderd. De antenne kan de radiogolven van de satelliet alleen ontvangen als er geen obstakel tussen de antenne en de satelliet is. Het verdient aanbeveling de antenne op het dak of op het kofferdeksel van de auto te bevestigen.

- Indien u de GPS antenne binnenin de auto aanbrengt, gebruik dan het metalen plaatje dat bij het systeem wordt geleverd. Als dit plaatje niet gebruikt wordt, zal de ontvangstgevoeligheid onbevredigend zijn.
- Maak het bijgeleverde metalen plaatje niet kleiner, aangezien dit resulteert in een lagere gevoeligheid van de GPS antenne.
- Trek niet aan de antennedraad wanneer u de GPS antenne wilt verwijderen. De magneet van de antenne is erg krachtig en u zou de draad kunnen lostrekken van de antenne.
- De GPS antenne wordt bevestigd met behulp van de magneet. Let er bij het bevestigen van de GPS antenne op dat u geen krassen op de carrosserie veroorzaakt.
- Wanneer u de GPS antenne op de buitenzijde van de auto heeft aangebracht, dient u deze los te maken en in de auto te leggen voordat u door een autowasserette rijdt. Indien dit wordt verzuimd, kan de antenne losraken en krassen op de carrosserie veroorzaken.
- Verf de GPS antenne niet, aangezien dit de prestatie van de antenne beïnvloedt.
GPS antenne en bijgeleverd montagemateriaal




Klem (5 stuks) Metalen pla WjeGBSsændinge isolatieblokje
Bevestigen van de antenne binnenin de auto
(op het dashboard of de hoedenplank)
Bevestig het metalen plaatje op een zo horizonvaal mogelijke ondergrond op een plaats waar de GPS antenne de golven van buitenaf kan ontvangen. Plaats de GPS antenne op het metalen plaatje. (De GPS antenne heeft een magneet aan de onderzijde.)

Opmerking:
- De ruiten van sommige auto's laten de signalen van de GPS satellieten niet door. In dat geval dient u de GPS antenne aan de buitenzijde van de auto te bevestigen.
Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie)
Bevestig de GPS antenne op een zo horizonvaal mogelijke ondergrond zoals op het dak of kofferdeksel. (De GPS antenne heeft een magneet aan de onderzijde.)

De antennedraad via het kofferdeksel naar binnen leiden

Waterbestendig isolatieblokje Zorg dat het waterbestendig isolatieblokje bij het sluiten van het kofferdeksel op de rubber afdichtstrip valt.
Maak een U-vormige lus in de draad voordat u deze over de rubber afdichtstrip leidt, om te voorkomen dat regenwater langs de draad in de auto druppelt.
Bevestigen van de afstandsbediening
Afstandsbediening en bijgeleverde accessoires

Klittenband (groot) (fijn klittenband)

Klittenband
(klein)
(gr of klittenband)
(2 stuks)
Aanbrengen van de batterijen

Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.


Opmerkingen betreffende de batterijen
- Steek de batterijen met de plus (+) en min (−) polen in de juiste richting in de batterijhouder.
- Gebruik niet tegelijk een oude en een nieuwe batterij.
- Gebruik niet tegelijk verschillende typen batterijen. Het is mogelijk dat de vorm hetzelfde is, maar de batterijen toch een verschillende spanning hebben.
- Neem de batterijen uit de afstandsbediening als u deze langere tijd niet denkt te gebruiken.
- Als batterijlekkage optreedt, veeg dan de batterijhouder goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst.
- De meegeleverde batterijen kunnen niet worden opgeladen.
- Wanneer de batterijen leeg zijn, verdient het aanbeveling deze weer door alkalibatterijen te vervangen.
Bevestigen van de afstandsbediening met het klittenband
Plak de twee kleine stukjes klittenband (grof) op de achterkant van de afstandsbediening en plak het grote stuk klittenband (fijn) op een geschikte plaats in de auto.

Bevestig de stukjes klittenband zodanig dat deze niet hinderen bij het openen van de batterijhouder.
Klittenband (groot) (fijn klittenband)
Behandeling van de afstandsbediening
- Zorg dat de afstandsbediening niet is blootgesteld aan hoge temperaturen of direct zonlicht. Wanneer de afstandsbediening langere tijd aan hoge temperaturen of direct zonlicht is blootgesteld, kan deze vervormen, verkleuren of defect raken.
- Vervang de batterijen wanneer het funktioneren van de afstandsbediening afneemt.
Bevestigen van de microfoon
Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon
- Monteer de microfoon op een plaats en in de richting waarin deze het stemgeluid van de persoon die het systeem via spraak bedient goed kan opvangen.
Microfoon en bijgeleverde accessoires

Dubbelzijdig plakbandMicrofoon(KipMirofoon (5 stuks)
Bevestigen van de microfoon op de zonneklep
1. Monteer de microfoon in de microfoonclip.

2. Monteer de microfoonclip op de zonneklep.
Bevestig de microfoonclip op de omhooggeklapte zonneklep. (Bij het omlaagklappen van de zonneklep zal het stemherkenningsvermogen van de microfoon afnemen.)

Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom
1. Monteer de microfoon in de microfoonclip.

2. Bevestig de microfoonclip op de stuurkolom.

Bevestig de microfoonclip op de bovenkant van de stuurkolom.

BELANGRIJK
- Wanneer de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het aanbrengen van de microfoon op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
Nadat het apparaat is ingebouwd
1. Sluit de accu aan.
Controleer nogmaals of alle aansluitingen op de juiste wijze zijn gemaakt en het apparaat correct is ingebouwd. Monteer de auto-onderdelen die u bij het inbouwen van het apparaat heeft verwijderd. Sluit tot slot de massakabel (−) weer op de massapool (−) van de accu aan.
2. Start de motor.
3. Druk op de terugsteltoets van het apparaat.
Druk met een spits voorwerp zoals de punt van een pen op de terugsteltoets van het apparaat.

4 Neem het autonavigatiesysteem in gebruik.
Zie de gebruiksaanwijzing van het autonavigatiesysteem voor nadere bijzonderheden.