GEBRUIKSAANWIJZING 6H185A N FAGOR
Instructiehandleiding
Zeer Belangrijk: Lees voor gebruik van de oven deze handleiding in zijn geheel door. Documentatie en accessoires vindt u binnenin de oven.
Deze handleiding is zodanig vormgegeven dat de teksten betrekking hebben op de bijbehorende tekeningen.
Identificatie

Ga na welk model oven u heeft ("a", "b", "c", "d", "e", "f") door het bedieningspaneel te vergelijken met de illustraties.
1
Installatie
1.1 Het uitpakken. Verwijder alle beschermingsmaterialen. 1.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet. Houd rekening met de gegevens die op het plaatje met technische gegevens staan (1.2.1) en de afmetingen van het keukenmeubel waar u de oven gaat inbouwen (1.2.2, 1.2.3).
Losse ovens: het apparaat moet worden aangesloten op het elektriciteitsnet d.m.v. een vaste enkelfase-aansluiting, waarbij u ervoor moet zorgen dat de neutrale draad (blauw) aan neutraal wordt aangesloten (1.2.4). Plaats de oven in de opening en zorg dat de lus van de kabel niet bovenin blijft liggen (1.2.5, 1.2.6). Maak de oven aan het meubel vast met de twee meegeleverde schroefjes (1.2.7).
Multifunctionele ovens voor keramische
kookplaten: de oven kan alleen worden geïnstalleerd met de door de fabrikant aanbevolen keramische kookplaten om gevaarlijke situaties te voorkomen. Leg de kookplaat op het keukenblad en maak het kastje voor de bedieningsknoppen los (1.2.8). Plaats de kookplaat in het gat van het keukenblad, waarbij u dient te voldoen aan de installatievoorwaarden (zie de handleiding van de kookplaat) (1.2.9). Schuif de oven in de opening van het meubel en laat ruimte vrij om ermee te kunnen manoeuvreren (1.2.10). Schroef het kastje vast aan de oven (1.2.11, 1.2.12). Sluit de kookplaat op de oven aan (1.2.13). Schuif de oven helemaal naar achteren en maak die vast met de twee meegeleverde schroefjes (1.2.14, 1.2.15). Plaats met enige kracht de bedieningsknoppen, afhankelijk van het type warmtebron (1.2.16) en de knoppen zelf (1.2.17).
Oven + kookplaat: sluit de oven aan op het elektriciteitsnet (1.2.4). Plaats de kookplaat in het gat van het keukenblad, waarbij u dient te voldoen aan de installatievoorwaarden (zie de handleiding van de kookplaat) (1.2.18). Schuif de oven in de opening van het meubel en laat ruimte vrij om ermee te kunnen manoeuvreren (1.2.10). Sluit de kookplaat op de oven aan (1.2.19). Schuif de oven helemaal naar achteren en maak die vast met de twee meegeleverde schroefjes (1.2.14, 1.2.15).
2
Gebruik
Voordat u de oven voor de eerste keer gaat gebruiken, dient u die leeg op te warmen (zonder gerechten, in de positie □ 250°C en gedurende 30 minuten). Er kan daarbij rook of een vieze lucht ontstaan (dat is normaal en komt door de opwarming van vetresten, etc.). Nadat de oven afgekoeld is, maakt u die van binnen schoon met een vochtige doek.
2.1 Accessoires. Afhankelijk van het model, heeft u een standaard bakplaat (2.1.1), een diepe bakplaat (2.1.2) en een standaard rooster (2.1.3) die onafhankelijk van elkaar gebruikt kunnen worden. Bovendien kunt u een bakplaat combineren met het standaard rooster (2.1.4) zodat die een eenheid vormen. Op de geleidingen voor gedeeltelijk (2.1.5) en volledig uitschuiven (2.1.6, 2.1.7) rusten de bakplaten of de combinaties van bakplaat/rooster (2.1.8). Houd rekening met de positie van de roosters wanneer u ze in de oven plaatst. Ze beschikken over inkepingen aan de zijkant die voorkomen dat ze eruitglijden (2.1.9). 2.2 Positie van de bakplaten/roosters. Er zijn 5 posities waar u de platen/roosters kunt plaatsen. 2.3 Instelling van de tijd. Analoge klok: druk het onderste knopje in en draai eraan (2.3.1). Stel de tijd in (2.3.2). Digitale klok: druk op de toets en het symbool zal knipperen (2.3.3). Stel de tijd in met de toetsen + (2.3.4). Na enkele seconden zal het ophouden te knipperen (2.3.5). Opmerking: u dient de tijd opnieuw in te stellen na een stroomstoring of bij een wijziging van de tijd. 2.4 Gerechten bereiden. Plaats het gerecht in de oven. Selecteer de plaat/het rooster en de positie ervan na raadpleging van de bereidingstabel. Sluit de deur.
2.5 Selecteer de manier van bereiden. Selecteer de manier van bereiden afhankelijk van het model door de keuzeknop te draaien. Het lampje dat correspondeert met de wijze van bereiden zal gaan branden. 2.6 Selectie van temperatuur °C. Selecteer de temperatuur door de keuzeknop te draaien. Het waarschuwingslampje zal uitgaan wanneer de geselecteerde temperatuur bereikt is.
TIJDFUNCTIES
2.7 Selectie van de tijdsduur. Timer: selecteer de minuten door de keuzeknop te draaien (2.7.1). Wanneer u wilt dat de oven functioneert zonder tijdslimiet, zet die dan op handmatige bediening.
Analoge klok: draai het onderste knopje naar links en selecteer de minuten (2.7.2). Wanneer u wilt dat de oven zonder tijdslimiet functioneert, zet die dan op handmatige bediening en zorg dat het rode pijltje samenvalt met de tijd die door de wijzers van de klok worden aangegeven.
Digitale klok: druk op de toetsen, het symbool gaat knipperen (2.7.3). Stel de tijd in met de toetsen + (2.7.4). Na enkele seconden zal het ophouden te knipperen.
2.8 Selectie van de begintijd.
Analoge klok: Na selectie van programma, temperatuur en tijdsduur drukt u op het bovenste knopje en draait u eraan totdat het rode pijltje de begintijd aanwijst.
2.9 Selectie van de eindtijd.
Digitale klok: na selectie van programma, temperatuur en tijdsduur drukt u op de toets en het symbool gaat knipperen (2.9.1). Stel de tijd in waarop u wilt dat de oven klaar is met de toetsen + (2.9.2). Na enkele seconden zal het ophouden te knipperen (2.7.5).
2.10 Waarschuwingsfunctie.
Analoge klok: Zet de programmaknop in de stand 0 (2.10.1). Druk het bovenste knopje in en draai eraan totdat het rode pijltje de waarschuwingstijd aanwijst (2.10.2). Deze functie werkt alleen wanneer de oven uit is.
Digitale klok: druk enkele malen op de toets en het symbool gaat knipperen (2.10.3). Stel de tijdsduur in met de toetsen +, (2.7.4). Na
enkele seconden zal het ophouden te knipperen. Deze functie werkt zowel wanneer de oven aan als uit is.
2.11 Blokkeerfunctie. Zorgt ervoor dat aanraken door kinderen geen gevolgen heeft.
Analoge klok: druk het onderste knopje in en draai eraan totdat geselecteerd is. (2.11.1).
Digitale klok: druk gedurende 3 seconden tegelijk op de toetsen +, en het symbool zal verschijnen (2.11.2). Om de blokkering op te heffen herhaalt u deze handeling.
Waarschuwingen voor het gebruik: Na afloop van de bereidingstijd zet u de functieknop en de knop van de temperatuur in de stand 0 en de knop voor tijdsinstelling in de positie handmatig. Open voorzichtig de ovendeur, aangezien er een waas van warme lucht vrij kan komen.

3.1 Schoonmaken van bakplaten en roosters. Deze zijn vaatwasmachinebestendig. Wanneer u ze met de hand schoonmaakt kunt u een gewoon schoonmaakmiddel gebruiken. Laat ze een poosje inweken om het schoonmaken te vergemakkelijken. 3.2 Schoonmaken van de geleidingen aan de zijkant. Haal de geleidingen eruit (3.2.1, 3.2.2), (3.2.3, 3.2.4) op de wijze die bij het model hoort. Ze mogen in de vaatwasmachine. Wanneer u ze met de hand schoonmaakt kunt u een gewoon schoonmaakmiddel gebruiken en een sponsje of een borstel. 3.3 Binnenzijde van de oven schoonmaken. Doe het binnenlicht aan (3.3.1, 3.3.2). Modellen met gladde wanden: handmatig schoonmaken: Maak de matig warme oven schoon met een doek bevochtigd met warm water en azijn. Modellen met ruwe wanden: zelfreinigend. Bereidingsfunctie op 250°C gedurende 30-60 minuten. 3.4 Schoonmaken van de bovenzijde. Wanneer de grill neergeklapt kan worden (3.4.1, 3.4.2), haalt u er een met warm water en azijn bevochtigde doek overheen. 3.5 Buitenzijde van de oven schoonmaken. Gebruik neutrale producten en maak de buitenzijde goed droog met een zachte doek.
Waarschuwingen bij schoonmaken: 1. Vergewis u ervan dat de oven uit is. 2. Gebruik nooit een stoomreiniger.

Oplossen van problemen

Een aantal probleemgevallen kunt u zelf oplossen.
4.1 Hij functioneert niet. Controleer of de oven aangesloten is en/of de keuzeknop van de tijd niet op 0 staat. 4.2 Tijdens de bereiding komt er rook uit. Verlaag de temperatuur en/of maak de oven schoon (punt 3.3). 4.3 Hij maakt lawaai na de bereiding. Dat is normaal, de ventilator blijft draaien totdat de temperatuur binnen en buiten lager is.
De modellen met een digitaal scherm hebben een diagnosesysteem dat problemen opspoort en er melding van maakt. U kunt die aflezen van het scherm:
4.4 Hij functioneert niet. De tijd knippert. Zet de keuzeknop van de functies op 0 en stel de tijd in (punt 2.3). 4.5 Hij functioneert niet. De tijd knippert. De oven heeft een aantal uren gefunctioneerd en om redenen van veiligheid is die automatisch uitgeschakeld. Zet de keuzeknop van de functies op 0 en stel de tijd in (punt 2.3). 4.6 Hij functioneert niet. De tijd knippert. Zet de keuzeknop van de functies op 0 en deblokkeer de oven (punt 2.11). 4.7 Hij functioneert. De tijd knippert. Druk op een willekeurige knop.

- Voer geen reparatiehandelingen uit aan de oven, bel de technische dienst.

Veiligheid

- De installatie van de oven dient te worden uitgevoerd door een geautoriseerde installateur met inachtneming van de instructies en de schema's van de fabrikant.
- De elektrische installatie dient geschikt te zijn voor het maximale vermogen dat staat aangegeven op het productplaatje en het stopcontact dient te zijn geaard in
overeenstemming met de desbetreffende regelgeving.
- Het stroomnet dat de oven voedt dient te zijn voorzien van een omnipolaire schakelaar met een afstand tussen de contacten van ten minste 3 mm.
- Wanneer de voedingskabel beschadigd is, moet deze, om gevaar te voorkomen, worden vervangen door de afdeling after-sales of door bevoegd personeel.
- Vergewis u ervan dat het apparaat uitgeschakeld is voordat u het lampje vervangt om eventuele stroomschokken te voorkomen.
- Gebruik voor het schoonmaken van de deur geen schuurmiddelen of harde metalen sponsjes, aangezien die krassen kunnen maken op het oppervlak en de glasplaat kunnen doen breken.
- Laat kleine kinderen niet in de buurt van de oven komen. Tijdens het functioneren worden sommige gewoon toegankelijke onderdelen warm. Zorg ervoor dat u de verwarmingselementen in de oven niet aanraakt.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen met een handicap.

Milieu

Bij het ontwerp van de oven heeft men rekening gehouden met de bescherming van het milieu.
Respecteer het milieu. Verwarm de oven alleen wanneer dat nodig is (raadpleeg de tabel). Gebruik bij voorkeur alleen bakvormen met een donkere kleur. Bij lange bereidingstijden schakelt u de oven 5 of 10 minuten voor het einde uit.
Behandeling van elektrisch en elektronisch afval.
Gooi die apparaten niet weg met het gewone huisvuil.
Breng uw oven naar een speciaal inzamelpunt. Door het recycleren van huishoudelijke apparaten worden negatieve gevolgen voor gezondheid en milieu voorkomen en bespaart u energie en geld. Voor meer informatie neemt u contact op met de plaatselijke autoriteiten of met de winkel waar u de oven heeft gekocht.
Bereidingstabel
| Gerecht | Programma en temperatuur | Tijd Positie | | Voor-
verwar-
men | Accessoires |
| kalfsvlees
1,5 Kg | 190°C | 210°C 1 | 50 - 60 min nee | | |
| varkensvlees
1,5 Kg | 150°C | 180°C | 85 - 95 min | 2 | nee |
| lamsvlees
1,2 Kg | 200°C | 220°C | 40 - 50 min | 2 | nee |
| kalkoen
4 Kg | 170°C | 190°C | 115 - 125 min | 1 | nee |
| kip
1,25 Kg | 210°C | 230°C | 50 - 60 min | 1 | nee |
| gebakken rode
paprika
1,25 Kg | 190°C | 210°C | 30 - 40 min | 2 | nee |
| gevulde
tomaten
4 eenh. | 200°C | 220°C | 15 - 19 min | 2 | nee |
| gegrilde heek
1,5 Kg | 210°C | 230°C | 7 - 9 min | 2 | ja |
| kreeft in de
oven bereid
1 Kg | 220°C | 240°C | 4 - 5 min | 4 | ja |
| gegrilde vis
1 Kg | 200°C | 220°C | 13 - 17 min | 2 | ja |
| kabeljauw in
de oven bereid
1,5 Kg | 210°C | 220°C | 7 - 9 min | 2 | ja |
| pizza | 200°C | 220°C | 18 - 22 min | 1 | ja |
| brood | 200°C | 220°C | 18 - 22 min | 2 | nee |
| muffins | 190°C | 210°C | 15 - 19 min | 2 | ja |
| karamelpudding | 130°C | 150°C | 30 - 40 min | 1 | nee |
| ontdooien
voor elk type
gerecht | 75°C | | | 2 | nee |

Identificatie

Identificeer het model van uw oven ("a", "b", "c", "d", "e", "f") door het bedieningspaneel te vergelijken met de afbeeldingen.
1
Installatie

1.1 Uitpakken. Verwijder alle beschermende elementen. 1.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet. Volg altijd de gegevens op het identificatieplaatje (1.2.1), evenals de afmetingen van het meubel waarin de oven wordt ingebouwd (1.2.2, 1.2.3).
Vrijstaande ovens: Het apparaat moet op het net worden aangesloten via een vaste aansluiting, waarbij de nulgeleider (blauwe draad) gegarandeerd moet zijn aangesloten op de nulleider (1.2.4). Plaats de oven in de inbouwruimte en zorg ervoor dat de kabel niet bovenop ligt (1.2.5, 1.2.6). Bevestig het apparaat in het meubel met behulp van de twee meegeleverde schroeven (1.2.7).
Universele ovens
Voor keramische kookplaten: Om veiligheidsredenen moet de oven alleen worden geïnstalleerd met door de fabrikant aanbevolen keramische kookplaten. Plaats de kookplaat op het werkblad en maak de schakelaarbox vrij (1.2.8). Installeer de kookplaat in de uitsparing van het werkblad, volgens de installatie-instructies (zie handleiding van de kookplaat) (1.2.9). Plaats de oven in de meubeluitsparing en laat vrije ruimte voor het bedienen van de oven (1.2.10). Bevestig de box aan de oven (1.2.11, 1.2.12). Sluit de kookplaat aan op de oven (1.2.13). Duw de oven volledig naar achteren en bevestig deze met de twee meegeleverde schroeven (1.2.14, 1.2.15). Stel de schakelaarknoppen in volgens het type warmtebron (1.2.16) en de schakelaar (1.2.17).
Combinatie oven + kookplaat: Sluit aan
DyXOBky K cetu (1.2.4).YcTaHOBnTe nnHTy B
BbIeMky B CToJIeUHnUc, CJeDy yKa3aHnAM no YcTaHOBke (CM. PyKoBOdCTBO NO pNITe) (1.2.18). YcTaHOBInTe DyXOBky B Me6JIbHyIO HnUy, OCTaIBN IIpoCtpaHCTBO dN MaHnYnAu (1.2.10). IOnCoEduHInTe PNTy K DxyOBke(1.2.19). IpOdBnHbTe DyXOBky Do ynopa N 3aKpeNITe DByMa BnHTamn, BXODuHmN B KOMnJIeKT (1.2.14, 1.2.15).
2
3Kcnpnyataun

IpeXe Yem B nepBbI pa3 noB3OBaTbC HOBO IyXOBKo npOn3BeDnte HarpeBaHne BXONocTyO (6e3 npOdyKTOB B nO3nUu 250°C B TeueHne 30 MNHy).Pn 3Tom MoKet NOBHTbCd BIM NIN HePnAaTHb 3aNax (3TO HopMaJIbHOE AJIbHeHne, NOCKoBky npOnCXoDnT HarpeBaHne OCTaTKOB CMA3Kn, n T.n.).Kak ToJbKO dYxOBKa OxJaNTc, npOn3BeDnte PpeDbapITelbHyIO YNCTkBy BHyTpEnHe KaMepbl BlaJxHOI TKaHbIO.
2.1 DOnonHnTeIbHbIe npncnocO6neHnB 3aBNCMocTn OT moJIeIyXOBKa MOKeI 6bITb ChabKeHa CtaHapTHbIM IOnHOCOM (2.1.1),Iy6okm IOnHOCOM (2.1.2) n CtaHdaptHO PeWetKoI (2.1.3),KOTOpBIE NcNoJb3yOTc HesABNCMO dpyr ot dpyrk.KpOme TOrO,MOxHO KOM6uHPOBaTb IIO60 IOnHOC CO CTaNdAPTHo PEwETKoI (2.1.4),O6pa3yra,TakIM O6pa3OM,EmHyb KOMnNeKT. PeWetKa YacTuHNo 3BnEkaemar (2.1.5) n PeWetKa IOnHocTbIO 3BnEkaemar (2.1.6,2.1.7) npEdctabnaHOT co60 onOpny dnn IOAnHOCOB nn KOMnEKA (2.1.8). CneDITE 3a NOxKeHHempeWetOK pni NOMEeHN IN B KaMepy dYxOBKn.PeWETKn ChabKeHb 60KBbIMN ynpamn,IO3BOJIauOUMMn 36ExKaTb HaKIoHa n nepeBopauBaHnra (2.1.9). 2.2 YctahOBka dONoHnHTeJIbHbIX npncNoC6JIeHNI.
OchauheHHe MOKET yCTaHaBnBaTaBCB 5 NOIOKeHNAX
2.3 YctaHOBka TeKyuIero BpeMeH.NObuHbIe Yacbl: HaxMMTe Ha HxHHN nepeKJIouHaTeJIb NOBepHnTe erO (2.3.1).YcTaHOBnTe TeKyuIee BpMa (2.3.2).UdpoBbIe Yacbl: HaxMMte Ha KJIaBnUy ,HauHET MIRatb 3NaOH (2.3.3).YCTaHOBnTe TeKyuIee BpMa npi NOMoUs KNabu+ ,(2.3.4).Yepe3 Heckonko ceKHyD 3NaOH nepeCTaHET MIRatb (2.3.5).
PpmeHHe: Heo6xoIMo 3aHOBO BbICTaBtB BpeMa nocne nepepbBa B noJaue 3JeKtpOcHepn INI B cnUyae nepexoHa Ha npyroe BpeMa.
2.4 NnueBle npOyKbI: Nmecnte npOyKbI B DxyOBky. Bbl6epTe npncnocobneHne() n ero nooxene, npokOHcybTnpuyTebc npedBapntelbno C tablince nprirotOBnHn. 3akpoTe dBepy. 2.5 BbI6Op FyHKUIN npiroTOBHeHn. BbI6epnte DfYHKUIO npIROTOBHeHn B 3aBNCMOCTN OT MOJeH NOBOPaUNBaI nepeKnIOuAteNb. 3arOpITcKoHTpOlbHaJ lammoVka pa6Oero pexIma. 2.6 BbI6Op TemnepaTpyb C.YcTaHOBInTe TEMnepaTpy, nobopauHbA nepeKIOuAten. KoHTpOJIbHa naMNoUka NorachET, KOrDa 6yDet yCTaHOBJIeHa HUxKHaa TEMnepaTpa.
ФУHKUINBPEMEHIN
2.7 YctaHOBka BpemeHH npiroTOBHeHra.TaMep L:YcTaHOBnTe MInHyTbI, NobopauHBaNpeKJIIOuATEIb (2.7.1).EcnBblXoTnTE, YTObbl DyXOBKa paobTana 6e3 BpemeHHoro OpaHnueHnra, YCTaHOBnTe eB N03uHPOpyHoro ynpabNeHnA
06bHhIe YcTaHOte MInHyTbI, NOBOpaHnBa nepeKIOuOteIb BnEBO (2.7.2). EcII Bbl XOTNE, yTO6bl dXOBka pa6oTana 63 BpemeHHoro ORpaHneHn, yCTaHObTe eNo3mIO pUHOrO ynpabHeHn i cDenaiTe Tk, yTO6bl KpaChra CTpeIka CoBnaDana C BpemeHem, KOTOpoe NOKa3bBAIoT CTpeIKn YacOB.
LcnpbOble yacb: Haxmte Ha KnaBnuy L, n HauHET MrraTb 3haQok (2.7.3).YCTaHOBITE BpeMa nprirotOBHeHn npn NOMoN KlaBn + (2.7.4). YpeE3 HeckonbKO cekyHd 3haQok nepectaHET MrraTb.
2.8 Instelling van de starttijd.
Gewone klok: Na het instellen van het programma, de temperatuur en de bereidingstijd, druk op de bovenste schakelaar en draai deze zodanig dat de klokpijl de starttijd aangeeft.
2.9 Instelling van de eindtijd.
Klokfunctie: Na het instellen van het programma, de temperatuur en de bereidingstijd, druk op de toets L, en het symbool (2.9.1) knippert. Stel de eindtijd in met behulp van de toetsen + en - (2.9.2). Na enkele seconden stopt het symbool met knipperen.